Adviesrapport motie uitklimbare kades (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
a ge
a app in de e ord c
Een adviesrapport met de uitwerking van de motie ?Uitklimbare kades’
Gemeente Dordrecht DORDREC
10-6-2025
V
rw
rd
Als derdejaars stage voor de opleiding Management van de Leefomgeving is er in opdracht van gemeente Dordrecht onderzoek uitgevoerd hoe zij de aangenomen motie ‘ Uitklimbare kades’ kunnen toepassen in Dordrecht. Ik wil en bedanken voor de begeleiding en de kennis die zij mij hebben gegeven gedurende mijn stage. Daarnaast wil ik ook alle personen en bedrijven bedanken voor alle kennis die zij mij hebben gegeven. Zonder deze informatie had dit adviesrapport niet tot stand kunnen komen.
Juni 2025, Hoornaar
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2: GeschiedenisDordrecht........................................................................... 6 Hoofdstuk 3: Inventarisatie........................................................................................... 9
3.1 Dijken, kunstwerken & beheer............................................................................. 9
3.1.1 Binnendijks-en buitendijks gebied................................................................9 3.1.2 Kunstwerken............................................................................................... 10
3.1.3 Waterpeil..................................................................................................... 11 3.1.4 Beheer........................................................................................................ 11 3.2 Constructies kademuren, damwanden & beschoeiingen................................. 15 3.3 Analyse waarnemingen fauna........................................................................... 17 3.4 Fieldresearch kademuren, damwanden & beschoeiingen................................ 20
3.4.1. Voorbereiden fieldresearch....................................................................... 20 3.4.2. Uitvoeren fieldresearch............................................................................. 20 Hoofdstuk 4: Analyse.................................................................................................. 25
4.1 Vergelijking fauna en kunstwerken.................................................................... 26 4.2 Advieslocaties faunatrappen............................................................................. 27 Hoofdstuk 5: Ontwerpproces...................................................................................... 30
5.1 Huidige Nederlandse markt.............................................................................. 30 5.2 Randwoorden faunatrap....................................................................................34
5.2.1 Vergelijking bedrijven..................................................................................36 5.3 Voorlopige ontwerpen........................................................................................ 39 5.4 Definitieve ontwerpen........................................................................................ 46
5.4.1 Buitendijks gebied gemetselde kademuur.................................................. 47 5.4.2 Damwanden en beschoeiingen.................................................................. 50
5.4.3 Steiger......................................................................................................... 51 5.4.4 Historische trap........................................................................................... 52 5.4.5 . Groene oplossingen................................................................................ 53
Hoofdstuk 6: Kosten & Beheer....................................................................................54
6.1 Kosten............................................................................................................... 54 6.2 Beheer en Onderhoud....................................................................................... 54
Hoofdstuk 7: Conclusie & Advies............................................................................... 56
7.1 Conclusie........................................................................................................... 56 7.2 Discussie........................................................................................................... 57 7.3 Advies................................................................................................................ 59 Bibliografie.................................................................................................................. 60
Bijlagen........................................................................................................................63
Bijlage 1: Kaart watergangen meteengoedadvies................................................. 63 Bijlage 2: Kaart waarde watergangenop basisvan fieldresearch............................. 64 Bijlage 3: Factsheet................................................................................................ 65
H ofd tuk 1: Inl iding Op 9 juli 2024 is de motie ‘ Uitklimbare kades’ van Partij voor de Dieren aangenomen door de gemeenteraad van Dordrecht. Eerder, op 18 juni 2024, was hier ook over gestemd, alleen was de stemming toen gelijk. Voor nieuwe plannen in Dordrecht betekent dit het volgende: bij vervanging of aanleg van nieuwe kademuren, damwanden of beschoeiingen moet deze voor dieren uitklimbaar zijn. Dit hoeft niet wanneer de oever aan de overzijde dichtbij genoeg ligt en uitklimbaar is, zoals een flauw talud of natuurvriendelijke oever (Gemeenteraad Dordrecht, 2024). Kademuren, damwanden en beschoeiingen kunnen uitklimbaar worden gemaakt met behulp van een fauna uittredeplaats, ook wel een faunatrap genoemd. Deze faunatrap ligt gedeeltelijk in het water, waardoor dieren hierop kunnen klimmen en uit het water kunnen. Het is belangrijk dat deze voorziening wordt aangelegd, omdat het de verdrinking van dieren voorkomt. Op dit moment is het aanleggen van een faunatrap niet verplicht vanuit de Nederlandse wet, maar kan het wel als maatregel worden gebruikt om te voldoen aan de verplichte zorgplicht voor flora en fauna (Informatiepunt Leefomgeving, 2025).
Voornamelijk particulieren zijn begonnen met de aanleg van faunatrappen, maar de laatste jaren zijn diverse gemeenten hier ook mee gestart. Zo heeft de gemeente Arnhem een bakstenen eendentrap aangelegd (Gemeenteraad Dordrecht, 2024), de gemeente Utrecht twee faunatrappen voor eenden, egels, katten en kikkers ( , gesprek, 5 februari 2025), biedt de gemeente Westland gratis faunatrappen aan voor bewoners (Gemeente Westland, 2025) en is gemeente Leiden gestart met een pilot voor faunatrappen door de aangenomen motie ‘ Veilige grachten voor onze dieren’ (Partij voor de Dieren, 2024). In Dordrecht zijn er faunatrappen geplaatst in het Weizigtpark en loopt er momenteel een project om langs de kademuur bij Achterhakkers een faunatrap te plaatsen. In dit adviesrapport wordt in een periode van 20 weken onderzocht hoe gemeente Dordrecht aan de aangenomen motie kan voldoen. Het projectgebied hiervoor bedraagt de bebouwde kom van Dordrecht. In figuur 1 is het Eiland van Dordrecht te zien met daarop de bebouwde kom aangegeven in het groen. Papendrecht
echt
liedrecht
Hardinxveld-Giessendam
Zwijndi
rk
d
Bandijk
De Biesbosch
Figuur 1: Het eiland van Dordrecht met de bebouwde kom (groen) en het buitengebied (rood).
In hoofdstuk 2 wordt er naar de geschiedenis en opbouw van Dordrecht gekeken. Hier wordt de totstandkoming en opbouw van Dordrecht geanalyseerd aan de hand van vier kaarten. In hoofdstuk 3 wordt de aanwezige fauna en de huidige watersituatie van Dordrecht geanalyseerd. Hiervoor wordt er gekeken naar kunstwerken, waterpeil, beheer en fauna waarnemingen. Ook wordt er gekeken naar de constructies van kademuren, damwanden en beschoeiingen en vindt de inventarisatie plaats van deze structuren door middel van fieldresearch. In hoofdstuk 4 wordt de opgehaalde informatie uit hoofdstuk 3 geanalyseerd en worden er locaties geadviseerd voor faunatrappen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt er gekeken welke ontwerpen van faunatrappen er zijn en welke hiervan het beste past in Dordrecht. In hoofdstuk 6 wordt toegelicht wat de kosten zijn en hoe het beheer kan worden uitgevoerd. In hoofdstuk 7 wordt een advies gegeven hoe Dordrecht aan de aangenomen motie kan voldoen.
Hoofdstuk 2: Geschiedenis Dordrecht In dit hoofdstuk wordt de geschiedenis en opbouw van de openbare ruimte van Dordrecht bekeken. Dit wordt gedaan om de opbouw van de stad te begrijpen en inzichtelijk te krijgen hoe oud bestaande structuren zijn.
De eerste huizen van Dordrecht zijn gebouwd halverwege de 12e eeuw en in 1220 heeft Dordrecht stadsrechten gekregen (Gemeente Dordrecht, 2014). Door de gunstige ligging aan drie rivieren heeft Dordrecht veel kunnen handelen, van 1350-1450 was voor Dordrecht de Gouden Eeuw. In Dordrecht zijn verschillende havens gegraven: Nieuwe Haven in 1410, Wolwevershaven in 1609, Lijnbaanhaven in 1643, het Maartensgat in 1648 en de Kalkhaven in 1655. Door de gunstige ligging van de stad op oeverwallen heeft het overstromingen kunnen vermijden. Rond 1600 is Dordrecht begonnen met het inpolderen van land wat verloren is gegaan door overstromingen. Figuur 2 toont een kaart van Dordrecht in 1815 (Topotijdreis, 2025). Linksboven op het eiland is de historische binnenstad van Dordrecht te zien, en rechtsonder wordt in 1883 de nieuwe Merwede gegraven waarlangs gebieden worden ingepolderd (Gemeente Dordrecht, 2025).
Heer . Amb
LlelcU F
Figuur 2: Afbeelding van Dordrecht in 1815 (Topotijdreis, 2025).
7 1
Bsder
ORDRECHT
2
Dultheldam
ENDRECHT
ZWIJNDRECHT
VINDREC
HT. DR
D
Dordree Figuren 3, 4, 5 en 6: Kaarten uit 1950 (linksboven), 19 70 (rechtsboven), 1990 (linksonder) en 2023 (rechtsonder) van Dordrecht (Topotijdreis, 2025).
In 1925 is in Dordrecht de Zeehaven aangelegd. Figuren 3,4,5 en 6 laten de ontwikkeling van Dordrecht zien van 1950-2023. Voor 1950 is Dordrecht amper uitgebreid en is de hoofdinfrastructuur vrijwel hetzelfde gebleven. Op de kaart van 1950 is te zien dat de wijken Oud Krispijn en het Reeland zijn gebouwd, waarvan de wijk het Reeland de komende jaren verder wordt uitgebreid. De wijk Noordflank is ook verder ontwikkeld. Op de kaart van 1970 is te zien dat de wijken Nieuw Krispijn, Crabbehof en Wielwijk zijn gebouwd. Ook hoort Dubbeldam vanaf dit jaar officieel bij Dordrecht, waardoor het ook tot gemeente Dordrecht behoort. In 1969 is de Zeehaven voor het laatst uitgebreid. Op de kaart van 1990 is te zien dat de wijken Sterrenburg en de Staart zijn gebouwd. Op de kaart van 1970 was al een kleine ontwikkeling van de Staart te zien, maar in 1990 is deze flink uitgebreid. En op de kaart van 2023 is te zien dat de wijk Stadspolders en industriegebied-west ook zijn gebouwd (Dordrecht.net, 2025) & (Topotijdreis, 2025). Hoe de wijken en wijkgrenzen er nu uit zien is te zien op de kaart in figuur 7. Dordrecht is van 1950-2023 flink uitgebreid en kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot halverwege de 12e eeuw. Door deze rijke geschiedenis kent de stad ruim 1000 Rijksmonumenten; 800 gemeentelijke monumenten en ruim 225 beeldbepalende panden.
Daarnaast zijn de Historische binnenstad en de 19e-eeuwse schil aangewezen als beschermd stadsgezicht (Restauratiefonds, 2025). Tijdens het uitvoeren van dit project moet er rekening worden gehouden hoe faunatrappen passen in het stadsgezicht van Dordrecht.
Wijken Dordrecht No
erk
2e Merwedehaven
i
Zwijndrecht
D
dr
ht Azobe Ho k ne
Voltastraat de Put
t
Bil
r bb h f-N
rsteeg
d
B
Lokatie Refaja
Zuilenburg
Tweede Tol
Legenda I
I
Binnenstad Noordflank
Oud-Krispijn Nieuw-Krispijn
Het Reeland Wielwijk Crabbehof Industriegebied West Sterrenburg Dubbeldam Stadspolders Sources:
, TomTom, G
?
Staart
0 0,5 1
Figuur 7: Kaart met de wijkgrenzen van Dordrecht.
© OpenStreetM p S User Community
2 ] Kilometers
Hoofdstuk 3: Inventarisatie In dit hoofdstuk wordt eerst de huidige watersituatie geïnventariseerd. Vervolgens worden de constructies van kademuren, damwanden en beschoeiingen bekeken. Daarna wordt er geïnventariseerd welke fauna in Dordrecht aanwezig is. Tenslotte wordt er fieldresearch uitgevoerd naar de bestaande kademuren, damwanden en beschoeiingen in Dordrecht.
3.1 Dijken, kunstwerken & beheer 3.1.1 Binnendijks- en buitendijks gebied Dordrecht is een eiland waarvan een groot deel binnendijks gebied is. In tijden van hoog water wordt dit beschermd door twee dijktrajecten, de delen die buiten deze dijken vallen zijn buitendijks gebied en kunnen wel overstromen. In de periode van 2017 t/m 2022 zijn de twee dijktrajecten rondom Dordrecht beoordeeld. Figuur 8 laat de locaties van dijktraject 22-2 (zwart) en dijktraject 22-1 (rood) zien. Sliedrecht
Zwijndrecht rdrecht
Dordrecht
M
Dijktraject 22-2 is 20,6 km lang en heeft categorie B gekregen in het veiligheidsoordeel van de periode 2017 t/m 2022. Dit betekent dat de overstromingskans kleiner is dan de ondergrens (1:3000 per jaar), maar groter dan de signaleringswaarde (1:10.000 per jaar). 1:10.000 per jaar betekent dat de dijk eens in de 10.000 jaar kan overstromen (Waterschap Hollandse Delta, 2022). Dijktraject 22-1 is 17,5 km lang en heeft categorie C gekregen in het veiligheidsoordeel van de periode 2017 t/m 2022. De overstromingskans is hier groter dan de signaleringswaarde (1:3000 per jaar) en groter dan de ondergrens (1:1000 per jaar) (Waterschap Hollandse Delta, 2021).
Figuur 8: Dijken rondom Dordrecht, inclusief de beoordeling van de periode 2017 t/m 2022 (Informatiehuis Water, 2022).
Beide dijktrajecten voldoen niet aan de signaleringswaarde, als er niet kan worden aangetoond dat zij wel voldoen aan de norm moeten zij verbeterd zijn voor 2050. Daarnaast loopt dijktraject 22-2 door de binnenstad van Dordrecht, de Voorstraat is hier de primaire waterkering. Voor nu voldoet deze kering nét aan de norm, maar in de toekomst is deze kwetsbaar tegen stijgende waterstanden door klimaatverandering (Waterschap Hollandse Delta, 2022). Deze informatie is belangrijk zodat bekend is wat binnen- en buitendijks gebied is en wat de overstromingskans is. Beide kunnen namelijk het waterpeil beïnvloeden, waardoor een faunatrap wel of niet in het water steekt.
3.1.2 Kunstwerken In watergangen zijn drie kunstwerken aanwezig waarmee rekening gehouden moet worden: gemalen, stuwen en bruggen. Een gemaal kan water aan- of afvoeren, de trekkracht die hiervoor wordt gebruikt kan de faunatrap verzwakken of beschadigen. Een stuw houdt het waterpeil op één punt, maar kan ook zorgen voor zomer- en winterpeil. Deze fluctuatie in het waterpeil heeft invloed op hoe diep een faunatrap moet. Vanuit het waterschap is aangegeven dat deze kunstwerken niet beschadigd mogen worden zodat zij hun functie blijven uitvoeren. Mocht een faunatrap loskomen kan dit tegen deze kunstwerken aankomen en bijvoorbeeld vast komen te zitten, of het ligt op de bodem als dood materiaal. Om de kunstwerken te beschermen worden de faunatrappen op minimaal 15 meter afstand geplaatst. In het gesprek met het waterschap is geen specifieke afstand genoemd en andere waterschappen of gemeenten hebben hier ook geen beleid voor opgesteld ( , gesprek, 3 februari 2025). Er wordt gesproken over een algemene richtlijn van 10 meter, maar dit kan niet met volledige zekerheid worden gezegd. Tijdens de fieldresearch is er gekeken naar de stroming bij een gemaal. Na ongeveer 15 meter hield de stroming op, daarom wordt er in dit adviesrapport met deze afstand rekening gehouden.
Daarnaast is er rondom de twee dijktrajecten een beschermingszone aanwezig. Het is verstandig om hier geen faunatrappen te plaatsen om extra regels te vermijden. Bij bruggen moet er rekening worden gehouden met de eisen omtrent rijdend en varend beheer ( , gesprek, 3 februari 2025). In figuur 9 is een kaart te zien waarop de locaties van bruggen, gemalen, damwanden, keermuren en de beschermingszone van de dijk zijn aangegeven. Hier zijn ook alle havens en primaire en secundaire watergangen afgebeeld. De delen van watergangen die verbonden zijn via duikers zijn eruit gehaald, omdat hier geen advies over wordt gegeven. Daarnaast zijn de stuwen ook niet op deze kaart te zien omdat zij op dezelfde locaties als bruggen liggen. Omdat er meer bruggen aanwezig zijn is ervoor gekozen om deze te laten zien, maar bij het adviseren van locaties wordt er wel met stuwen rekening gehouden. De locaties van damwanden en keermuren die door gemeente Dordrecht in kaart zijn gebracht zijn afkomstig van Drechtmaps. De rest van de data is afkomstig van het dataportaal van waterschap Hollandse Delta, de volgende data is gebruikt: Duikers, Hydro Object, Waterkering, Stuw, Brug en gemaal of pompje (Waterschap Hollandse Delta, 2025).
3.1.3 Waterpeil In het binnendijks gebied zijn er 20 verschillende peilgebieden die invloed hebben op de lengte van de te plaatsen faunatrappen. Hiervoor is de kaart ‘ Peilgebied’ ingeladen, van waterschap Hollandse Delta (Waterschap Hollandse Delta, 2025), om de verschillende waterpeilen te analyseren. Hierin wordt onderscheid gemaakt in vast peilbeheer en seizoensgebonden peilbeheer, waarbij het rekenpeil marges heeft van -10 en +10 cm. De gebieden met seizoensgebonden peilbeheer hebben twee rekenpeilen, voor faunatrappen moet er gekeken worden naar het laagste rekenpeil. Het buitendijks gebied heeft te maken met eb en vloed, dit komt 2x per dag voor en het waterpeil kan hierdoor één meter verschillen. Daarnaast is er ook golfslag van boten, waardoor het waterpeil in korte periode kan variëren ( , gesprek, 5 februari 2025).
Het buitendijks gebied heeft geen vastgestelde waterpeilen. Wanneer dit overstroomt staat de faunatrap onder water. Voor het buitendijks gebied is het belangrijk om te weten wat het laagste waterpeil is zodat de faunatrap in het water blijft steken. In het project bij de Achterhakkers wordt rekening gehouden met -0.65 ten opzichte van het NAP. Dit kan één keer in de 10 jaar voorkomen ( , E-Mail, 17 januari 2025)
Wanneer een locatie is vastgesteld voor een faunatrap kan er naar de data van waterpeilen worden gekeken om te bepalen hoe diep een faunatrap moet zitten. De volledige lengte bepalen blijft altijd maatwerk, omdat hiervoor ook naar de hoogte van de kademuur, damwand of beschoeiing gekeken moet worden.
3.1.4 Beheer Watergangen zijn verdeeld in twee categorieën, primair of secundair. Primaire watergangen hebben een belangrijke functie voor de bovenlokale aan- en afvoer van water en voor waterberging ( en , 2022). In deze watergangen wordt varend beheer uitgevoerd, daarom mogen er langs de kant geen obstakels aanwezig zijn zodat de boot het water in kan. Daarnaast gaat de boot ook onder bruggen door, hier staan het liefst ook geen obstakels. Secundaire watergangen zijn minder belangrijk voor het functioneren van het gehele watersysteem en zijn vooral belangrijk voor lokale ontwatering en berging ( en , 2022). Bij secundaire watergangen wordt er rijdend beheer uitgevoerd, hier mogen geen obstakels op de kant aanwezig zijn. Bij primaire watergangen kijkt het waterschap kritischer dan bij secundaire watergangen. Bij secundaire watergangen is alles goed zolang het water niet stil komt te staan ( , gesprek 3 februari 2025). In figuur 10 is een kaart te zien van de baggerplanning en in figuur 11 de locaties van primaire en secundaire watergangen.
o O
o Zwijndrecht
Waterstructuren
O
. 2e Merwedehaven
ati
urg O
O
o
O
z Legenda O Bruggen Gemalen en pompen Damwanden en keermuren Watergangen Beschermingszone dijk Havens S, © OpenStreetMap
Sources: Esri, TomTom, Ga
0 0,5 1
Figuur 9: Kaart van de huidige watersituatie in Dordrecht.
2 • Kilometers
Planning baggeren 2e
Noorderkwartier
Merwedehaven
Zwijndrecht
Dordrecht Azobe
Hoekeressestraat
M3
Crabbehof-Noord Bovenpolder
Lokatie Refaja
peel Zuilenburg
Legenda F__1 Projectgebied
Planning baggeren 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
2032 2033 2034 Sources: Esri, TomTom, Ga
2035
2 edijk
Figuur 10: Kaart met de baggerplanning in Dordrecht.
1 Kilometers
Primaire en secundaire watergangen Wijnstraat
Noorderkwartier
Zwijndrecht
2e Merwedehaven
Hoekel
Irsteeg
Bovenpolder
peel
Legenda r__1 Projectgebied - primair Sources: Esri, TomTom, Ga
,TA secundair
0 0,5 1 edijk
Figuur 11: Kaart met de locaties van primaire en secundaire watergangen in Dordrecht.
© OpenStreetMap S User Community
] Kilometers
3.2 Constructies kademuren, damwanden & beschoeiingen Nu de context van het gebied bekend is kan er worden gekeken naar de kademuren, damwanden en beschoeiingen. Om het verschil te weten tussen deze drie wordt er gekeken naar de definities ervan en in figuren 12 t/m 14 zijn foto’ s te zien van iedere constructie: 1. Kademuur: een gemetselde oeverkant waar schepen kunnen aanmeren (Encyclo, 2025). Om de kademuur te beschermen staan er op vaste afstanden (10-15 meter) meerpalen in het water waar een boot tegen aanmeert. Op de kade staan bolders om de boot te bevestigen en op een aantal plaatsen staat ook een walstroomkast. Om de 30 meter is een drenkelingentrap bevestigd aan de kademuur en er kunnen drainagebuizen aanwezig zijn om water te lozen in tijden van hoogwater ( en , gesprek, 31 januari 2025). 2. Damwand: een verticaal in de grond geplaatste wand, die grond en/of water keert (Encyclo, 2025). Deze kan van staal of hout zijn. 3. Beschoeiing: houten wand langs de oever die erosie voorkomt (Encyclo, 2025).
3
Figuur 12, 13 & 14: Foto’ s van een kademuur bij Achterhakkers, stalen damwand bij Kalkhaven en houten beschoeiing bij Rijksstraatweg.
Er zijn drie typen kadeconstructies: 1. Damwand, zoals in figuur 13 te zien is. 2. Betonnen L-wand constructie op paalfundering. Deze zijn gebouwd vanaf 1920, de meeste hebben een fundering van betonnen palen. Voor het visuele aspect wordt er ander materiaal aan de voorkant toegepast, dit is meestal metselwerk van bakstenen, keien of natuursteen. 3. Gemetselde kade van bakstenen of keien. De meeste hiervan zijn al een keer vervangen vanwege ouderdom of fundering op houten palen.
Verschillende secties kunnen verschillende constructies hebben, dit kan op korte afstand van elkaar zitten. Daarnaast zijn er op sommige plaatsen ook historische trappen aanwezig, wanneer mogelijk kan dit ook dienen als faunatrap. Voor nu is het belangrijk om te weten waar de kademuren zitten en welke de komende jaren gerenoveerd worden.
Buiten- en binnendijkse kademuren Wij
Lijnbaan
Matena?s Pad Groenmarkt
Noordflank
nstad
Merweitein-Noord
Lombard
Geldelozepad
D or
Kasperspad
Athterhakkers
Koningin
Legenda Binnendijkse kademuren
Wilhelminastraat
"er
Rozenhof en Dokweg
B.
Burgemeester dc Raadtsingel
Projectenplanning kademuren Buitendijkse kademuren
Huizen
0 0.5
2 3 Kilometers Figuur 15: Kaart met de buiten- en binnendijkse kademuren en planning voor toekomstige projecten. 1
Voltastraat
Figuur 15 laat de locaties van buiten- en binnendijkse kademuren zien. De roze gedeelten zijn huizen die direct op het water staan en niet in eigendom van de gemeente zijn. In het zwart staan de kademuren die komende jaren worden gerenoveerd, dit zijn: Achterhakkers, Kuipershaven (2026), Grote Appelsteiger (2026), Kraansteiger (2026) en Visbrug (2027) ( en , gesprek, 31 januari 2025). Voor het bepalen van de locaties is de kaart ‘ Kademuren’ gebruikt van gemeente Dordrecht. Hier staat ook voor de buitendijkse kademuren aangegeven welk constructietype zij hebben en het bouwjaar. Dit komt van pas wanneer de advieslocaties voor faunatrappen zijn gekozen ( , Email, 20 januari 2025). De kaart is alleen toegankelijk voor werknemers binnen de gemeente. Damwanden en beschoeiingen hoeven de komende 40-50 jaar nog niet vervangen te worden. Deze zijn nu allemaal 30-40 jaar oud, en hoeven pas vervangen te worden na 80-90 jaar ( , gesprek, 5 februari 2025). Het plaatsen van faunatrappen kan dus niet gecombineerd worden met het vervangen van damwanden of beschoeiingen.
3.3 Analyse waarnemingen fauna Zoals in de inleiding wordt benoemd is er in Nederland een algemene wettelijke zorgplicht voor flora en fauna. De specifieke zorgplicht geldt voor alle dier- en plantensoorten en gaat ervanuit dat de initiatiefnemer zelf weet of zijn handelingen een negatieve impact hebben op de leefomgeving. Zolang de activiteit op de gebruikelijke manier wordt uitgevoerd zal deze zorgplicht niet snel overtreden worden. De initiatiefnemer moet zelf uitzoeken of zijn handelingen een negatieve impact hebben op de leefomgeving. Voor beschermde plant- en diersoorten zijn er extra richtlijnen opgesteld, zoals de: Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Rode Lijst. Mocht een van de soorten op deze lijst aanwezig zijn, is het verplicht om nadelige gevolgen uit te sluiten. Als dit niet mogelijk is met objectieve gegevens kan er wel een schatting worden gemaakt van de nadelige gevolgen. Wanneer de nadelige gevolgen niet verholpen worden moet de activiteit gestopt worden of herstelmaatregelen worden toegepast. Bij het uitvoeren van een activiteit is iedereen verplicht om geen negatieve impact op de leefomgeving uit te oefenen en als er beschermde dier- en plantsoorten aanwezig zijn moeten er maatregelen getroffen worden ( , 2024).
Voor de analyse van fauna in gemeente Dordrecht is data onderzocht van het NDFF. Deze wordt vergeleken met beschermde diersoorten uit de omgevingswet en doelsoorten genoemd in het handboek ‘ Natuurinclusief bouwen en ontwerpen’ van gemeente Dordrecht. De gebruikte soortgroepen zijn amfibieën, vogels, reptielen en overige zoogdieren, omdat deze groepen faunatrappen het meest benutten. De data is van de afgelopen drie jaar, omdat de datasets voor vogels te groot waren is hier alleen gekeken naar de volgende soorten: Aalscholver, Cairana, IJsvogel, Knobbelzwaan, Krakeend, Kuifeend, Kwak, Meerkoet, Ooievaar, Slobeend, Soepeend, Soepgans, Tafeleend, Waterhoen, Wilde eend, Brandgans, Brilduiker, Fuut, Grauwe gans en kolgans. In totaal zijn er 7.330 waarnemingen ingevoerd, met 110 verschillende soorten en in totaal 9325 aantallen waargenomen. Figuur 16 laat een kaart zien hoe dit is verspreid over de wijken. Deze kaart toont aan in welke wijken de meeste en minste soorten zijn waargenomen. Vanwege het grote aantal soorten wordt er alleen gekeken naar doelsoorten uit het handboek ‘ Natuurinclusief bouwen en ontwerpen’ en beschermde soorten uit de omgevingswet. Tabel 1 toont de soorten die hieruit worden gehaald, de kolom ‘ Doelsoort’ betekent dat deze wordt genoemd in het handboek ‘ Natuurinclusief bouwen en ontwerpen’ en de kolom ‘ Omgevingswet’ dat zij hieruit komen.
In het handboek staan ook twee planten die niet zijn waargenomen maar waar wel rekening mee gehouden moet worden, dit zijn de tongvaren en steenbreekvaren (Breugel, Est, Kelder, Leisberg, & Oosterhout, 2023). Doelsoorten zoals de bever, ooievaar, huismus, merel, buizerd, sperwer en havik worden niet meegenomen omdat zij geen faunatrap gebruiken. In de gesprekken met andere gemeenten komt vaak naar voren dat amfibieën, egels, konijnen, katten en jonge waterdieren, zoals kuikens van eenden en ganzen, een faunatrap gebruiken. Volwassen waterdieren hebben hier minder moeite mee omdat zij kunnen vliegen. Deze soorten komen overeen met de genoemde soorten in tabel 1.
Aantal waargenomen Doelsoort
Omgevingswet
Soortgroep
Soort
Reptielen
Muurhagedis
31 Nationale doelsoort
Ja
Amfibieën
Zoogdieren
Bruine kikker
218 Dordste doelsoort
Ja
Gewone pad
130
Ja
Groene kikker (Onb.)
57
Kleine watersalamander
95 Dordste doelsoort
Ja
Bever
226 Provinciale doelsoort
Ja
Egel
244 Dordste doelsoort
Ja
Huiskat
87
Konijn
101 Nationale icoonsoort
Watervogels (3 jaar) Tafeleend
67
Waterhoen
550
Wilde eend
515
Slobeend
90
Soepeend
79
Meerkoet
822
Ooievaar
430 Nationale doelsoort
Krakeend
159
Kuifeend
218
Ja
Ja
Tabel 1: Tabel met de doelsoorten die gebruik maken of kunnen maken van een faunatrap.
Naast de doelsoorten uit het handboek ‘Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen’, moet er ook rekening worden gehouden met de maatregel dat voor ieder nieuw project drie biotopen voor minimaal drie soortgroepen gecreëerd worden. Dit geldt ook voor de renovatie of aanleg van nieuwe kademuren, damwanden en beschoeiingen. Hoe deze maatregel toegepast kan worden staat in het handboek (Breugel, Est, Kelder, Leisberg, & Oosterhout, 2023).
Waarnemingen L Zwijndrecht
steeg
Bovenpoider
Legenda [
1 Projectgebied
Waarnemingen (3 jaar) • Crabbehof (67)
H Oud-Krispijn (68) I Noordflank (69 - 17|) I
I Binnenstad (172 - 214)
. Wielwijk (215 - 222) Nieuw-Krispijn (223 378)
■------- 1 Stadspolders (379 -
11 381)
Industriegebied-West
1------- 1 (382 - 652)
De Staart (653 - 900) ------- 1 Het Reeland (901 1162)
Dubbeldam (1163.
zwauwsean*
■
ces E
TomTor G.
0 0,51 2 •Kilometers
Figuur 16: Kaart met het aantal waarnemingen per wijk in Dordrecht.
1366)
s Sterrenburg (13671749)
3.4 Fieldresearch kademuren, damwanden & beschoeiingen De bestaande kademuren, damwanden en beschoeiingen worden door middel van fieldresearch geïnventariseerd. De gemeente heeft alleen data beschikbaar over buitendijkse kademuren en een aantal damwanden. Omdat er weinig data beschikbaar is wordt heel het projectgebied geïnventariseerd, maar ook om de huidige data te controleren. Ook wordt er gekeken naar taluds of natuurvriendelijke oevers, omdat fauna deze kunnen gebruiken om uit het water te komen.
3.4.1. Voorbereiden fieldresearch Voor het verzamelen van de data wordt het programma ‘Fieldmaps’ gebruikt van ESRI. Hierin zijn vier knoppen aangemaakt waarmee locaties van kademuren, damwanden, beschoeiingen en flauwe taluds worden verzameld. Ook is de kaart watergangen ingeladen om te zien waar geïnventariseerd moet worden. In het veld worden de locaties vastgelegd via een telefoon. Deze worden direct geüpload naar ArcGIS online waar zij later bekeken kunnen worden in een Webmap of bewerkt kunnen worden in ArcGIS Pro. Tegelijkertijd worden er foto’s gemaakt via Fieldmaps en een eigen telefoon om later te kunnen bekijken.
3.4.2. Uitvoeren fieldresearch De fieldresearch is te voet en op de fiets uitgevoerd gedurende één hele week. Aan het eind van iedere dag is de begaande route in ArcGIS Pro gezet en zijn eventuele bijzonderheden opgeschreven. Een kaart van de routes is te zien in figuur 20. Een deel van de watergangen zijn niet te inventariseren omdat dit privéterrein is van bedrijven of bewoners, of het is onmogelijk om op de locatie te komen omdat het tussen huizen of achter bestaande vegetatie ligt. Voor deze locaties kan ervanuit worden gegaan dat het lijkt op andere watergangen, daarom is er aan deze gebieden wel een waarde gegeven. In figuur 21 is een kaart te zien waarop in het rood is aangegeven welke watergangen niet geïnventariseerd zijn. Op basis van de genomen foto’s zijn alle kademuren, damwanden, beschoeiingen en taluds volledig in ArcGIS Pro gezet. Figuur 22 toont een kaart met de inventarisatie van kademuren, damwanden, beschoeiingen, taluds, steigers en bestaande faunatrappen of historische trappen. Hierin zijn natuurvriendelijke oevers niet specifiek opgenomen, deze vallen onder taluds. Dit is gedaan omdat natuurvriendelijke oevers specifieke eisen hebben voor de helling. Met het blote oog kan niet met volledige zekerheid worden bepaald of het wel of niet voldoet, daarom is ervoor gekozen om alles onder één categorie te laten vallen.
Figuren 17 t/m 19 Laten het verschil in hellingen zien bij taluds. Figuur 17 heeft een steile helling, voor eenden is dit lastiger te beklimmen dan voor dieren met klauwen. Afhankelijk van het waterpeil in deze watergang maakt het de helling lastiger of makkelijker te beklimmen. Figuur 18 en 19 hebben een flauwere helling die makkelijker te beklimmen is voor ieder dier. Door het fluctuerende waterpeil is het moeilijk te bepalen hoe steil de helling is voor ieder talud, maar in situaties zoals figuur 17 kan een faunatrap ook nodig zijn.
•h Figuren 17 t/m 19, foto’s van verschillende taluds: 17bij Rijksstraatweg (links), 18 bij Amstelwijckweg (midden) en 19 (rechts).
Routes fieldresearch 2t Merwedehaven
Zwijndrecht
Vo tastraat
de Put
Bildersteeg sbehol
Bovenpolder
leel Zuile-burg
Legenda — Route dag 1
Route dag 2
-------- Route dag 3 -------- Route dag 4 -------- Route dag 5
Eindpunt
Sources: Eun, TomTom Ga
0 0,5 1
zwaluwsedh Lage Zwaluwe
Figuur 20: Kaart met de routes per dag van de fieldresearch.
Identificatie watergangen S 2e Merwedehaven
Mmorderkwartier
Zwijndrecht
Azpbe
Hoekel
Itastraat de Put
Idersteeg abbehof-N
Bovenpolder
e Park
deel Zuilenburg
Legenda Havens (gecontroleerd) Watergangen (gecontroleerd) Watergangen -----(ongecontroleerd) _ Havens • (ongecontroleerd)
Sources: Esri, TomTom, Garmin, FAO,
ontpbutors,
zwaluwsedné
A
00,51 2 • Kilometers
Figuur 21: Kaart met de gecontroleerde en ongecontroleerde watergangen van de fieldresearch.
Resultaten fieldresearch Zwijndrecht
oekenessestraat—
tastraat de Put
bbehof-N
Bovenpolder
burg
Legenda "_ Projectgebied o Trap
----- Steiger ----- Beschoeiing ----- Damwand — Kade Talud
Sources: Ein, Tom Tom Ga
0 0,5 1
Figuur 22: Kaart met de resultaten van de uitgevoerde fieldresearch.
2 □ Kilometers
Hoofdstuk 4: Analyse In dit hoofdstuk worden de resultaten uit de inventarisatie met elkaar vergeleken. De resultaten van de fieldresearch worden vergeleken met de kunstwerken en de doelsoorten van de fauna analyse. Op basis hiervan worden de advieslocaties voor de faunatrappen opgesteld. Voordat de vergelijkingen zijn uitgevoerd wordt er op basis van de fieldresearch een waarde aan iedere watergang gegeven. Per watergang is gekeken naar de volgende drie situaties: 1. Aan beide kanten is een talud of natuurvriendelijke oever aanwezig - goed (figuur 27) 2. Aan een kant is een talud of natuurvriendelijke oever aanwezig, de andere kant is een kademuur, damwand of beschoeiing - twijfel (figuur 25 & 26). 3. Aan beide kanten is een kademuur, damwand of beschoeiing aanwezig, of een combinatie hiervan - negatief (figuur 23 & 24).
Te
Figuur 23, 24, 25, 26 en 27: Foto’s van de verschillende situaties. Figuur 23 bij Pottenkade (linksboven) en figuur 24 bij Bakema-Erf (midden) waar aan beide kanten beschoeiing aanwezig is. Figuur 25 (rechtsboven) en 26 bij Bakema-Erf (linksonder) waar aan een kant beschoeiing zit en de andere kant een talud. En figuur 27 bij Groenezoom waar aan beide kanten een talud aanwezig is.
In deze redenatie wordt er geen rekening gehouden met eigendom van bewoners, bestaande kunstwerken, primaire en secundaire watergangen en de kans op weghalen van de beschoeiing en eventueel creëren van een natuurvriendelijke oever. Langs alle watergangen met aan beide kanten een talud hoeft geen faunatrap geplaatst te worden, omdat deze aan beide kanten uitklimbaar is. Met deze situatie wordt in het vervolg van de analyse geen rekening meer gehouden. Een kaart met de locaties die een goed advies hebben, waar geen faunatrap nodig is, is te zien in bijlage 1.
4.1 Vergelijking fauna en kunstwerken De watergangen met een twijfel of negatief advies worden eerst de delen eruit gehaald die zich binnen 15 meter van een gemaal, pomp of stuw bevinden. Er wordt hier geen buffer om bruggen heen gelegd, omdat vanuit het waterschap wordt gezegd dat hier geen obstakels mogen worden geplaatst vanwege beheer ( , gesprek 3 februari 2025). Maar luwe hoeken van bruggen zijn juist geschikt voor faunatrappen, omdat hier boten niet varen ( , gesprek 17 maart 2025). Vervolgens wordt er gekeken of het primaire of secundaire watergangen zijn. Primaire watergangen hebben invloed op het gehele watersysteem, hierdoor kijkt het waterschap kritischer naar deze watergangen in tegenstelling tot secundaire watergangen (zie 3.1.4.). Een deel van de binnenstad en havens is buitendijks gebied, deze hebben niet de waarde primair of secundair. Zij krijgen de waarde overig en hebben allemaal een negatief advies. Hierdoor ontstaan vijf situaties: 1. Een kant talud andere kant beschoeiing, damwand of kademuur en primaire watergang
2. Een kant talud andere kant beschoeiing, damwand of kademuur en secundaire watergang 3. Beide kanten beschoeiing, damwand, kademuur of een combinatie hiervan en primaire
watergang 4. Beide kanten beschoeiing, damwand, kademuur of een combinatie hiervan en secundaire watergang. 5. Beide kanten beschoeiing, damwand, kademuur of een combinatie hiervan en geen primaire of secundaire watergang. Voor iedere watergang wordt de mogelijkheid bekeken om de beschoeiing weg te halen en eventueel een natuurvriendelijke oever te creëren. Er is gekeken naar ruimte om de watergang en de hoogte van de bestaande beschoeiing of damwand. Een groot deel van de watergangen met een beschoeiing of damwand valt onder eigendom van bewoners. De gemeente voert liever geen werkzaamheden uit op grond van bewoners om schade te voorkomen ( , gesprek, 5 februari 2025). Voor de vijf situaties wordt gekeken of de watergang direct grenst aan grond in bezit van bewoners. Bij situatie 3 en 4 geldt dat het altijd valt onder bewonerseigendom, voor situatie 1, 2 en 5 geldt dat een deel onder bewonerseigendom valt en een deel niet. Voor fauna is er in een straal van 50 meter gekeken of er waarnemingen zijn gedaan. Dit wordt alleen gedaan bij de watergangen met een twijfel of negatieve situatie, omdat hier faunatrappen geplaatst gaan worden. Hieruit kunnen geen conclusies worden getrokken omdat er geen watergangen zijn die er duidelijk uitspringen. De gebruikte data hiervoor is maar vanaf 3 jaar en in de praktijk kan de situatie anders worden ervaren.
Daarnaast worden deze waarnemingen niet consequent uitgevoerd, zij geven eerder een indicator van de soorten die kunnen voorkomen. Om een echte waarde te kunnen geven aan fauna in de omgeving moet er een ecologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.2 Advieslocaties faunatrappen Op basis van de redenaties in 4.1 komt de kaart naar voren die in figuur 29 te zien is. In het zwart staat aangegeven waar geen faunatrap geplaatst kan worden in verband met de afstand tot gemalen of stuwen. In het groen zijn de locaties aangegeven waar de kans aanwezig is om de beschoeiing weg te halen en eventueel een natuurvriendelijke oever te creëren. Voor de watergangen die hier niet onder vallen of niet aan beide kanten een talud hebben worden de volgende keuzes gemaakt: 1. Twijfel of negatief advies. Twijfel advies betekent aan één kant een talud en andere kant
beschoeiing, negatief advies betekent aan beide kanten beschoeiing. 2. Primaire, secundaire of overige watergang. Zie 3.1.4. voor de kaart met locaties. 3. Gemeentelijk of bewonerseigendom. Op basis van de topografische kaart besloten. Op basis van deze variabelen en data zijn er acht situaties mogelijk, welke situatie dit is op de kaart staat erachter geschreven: 1. Negatief advies, primaire watergang en bewonerseigendom (donkerrood) 2. Negatief advies, secundaire watergang en bewonerseigendom (rood) 3. Negatief advies, overige watergang en gemeentelijk eigendom (oranje) 4. Negatief advies, overige watergang en bewonerseigendom (geel) 5. Twijfel advies, primaire watergang en gemeentelijk eigendom (lichtgroen) 6. Twijfel advies, primaire watergang en bewonerseigendom (lichtblauw) 7. Twijfel advies, secundaire watergang en gemeentelijk eigendom (donkerblauw) 8. Twijfel advies, secundaire watergang en bewonerseigendom (roze)
Voor een versimpelde versie is er ook een kaart gemaakt op basis van de redenatie aan het begin van dit hoofdstuk. Hierop staat dus alleen goed, twijfel en negatief advies aangegeven, zonder alle vergelijkingen. Deze kaart is opgenomen in bijlage 2. In de situaties met een twijfel advies wordt het sterk aangeraden om een faunatrap te plaatsen. In de motie van gemeente Dordrecht staat dat in een situatie waar aan een kant een kademuur, damwand of beschoeiing staat en aan de overzijde een talud geen faunatrap geplaatst hoeft te worden. In gesprekken met de bedrijven HIP Groen en Fauna Support is gebleken dat zij in deze situaties alsnog faunatrappen plaatsen, omdat dieren het besef niet hebben om naar de andere kant van de watergang te zwemmen. Aan de kant waar dieren erin vallen willen zij er ook uit, als dit de kant is van de beschoeiing willen zij er hier dus uit ( , gesprek, 17 maart 2025) & ( , gesprek, 24 februari 2025).
■
Figuur 28: Ruimte tussen een kademuur en steiger in de binnenstad van Dordrecht.
Voor het weghalen van de beschoeiing en eventueel plaatsen van een natuurvriendelijke oever moet per situatie bekeken worden of dit mogelijk is. Hierbij moet onder andere gekeken worden naar kabels en leidingen, bestaande bomen en beschermen van de infrastructuur. In de binnenstad is ook de mogelijkheid om tussen een kademuur en steiger een faunatrap te plaatsen. Boten varen hier niet dus het risico op aanvaring valt weg, figuur 28 toont de ruimte tussen een kademuur en steiger. Op de plaatsen waar bewoners eigenaar zijn van de damwand of beschoeiing is het van belang om hun kennis over de faunatrap te geven. Dit betekent wat de functie is van de faunatrap en wat de voordelen ervan zijn. Er kan ook een actie worden opgestart zoals in gemeente Westland is gedaan, namelijk het aanbieden van gratis faunatrappen aan bewoners op aanvraag. Door middel van flyers, brieven of social media kunnen bewoners op de hoogte worden gebracht van de actie, en kunnen de bewoners erover nadenken.
Tijdens het uitvoeren van de fieldresearch is er ook gekeken naar oeverbeplanting. Het is opgevallen dat vaak één kant van de watergang volledig begroeid is met riet. Dit kan een dichte muur vormen waardoor dieren niet het talud op kunnen klimmen, bij sommige watergangen staat riet aan beide kanten. De fieldresearch is maar in een week uitgevoerd, dit geeft geen goede impressie van hoe de watergang jaarrond eruitziet. In de toekomst is dit iets om rekening mee te houden door te faseren in maaibeheer, dit kan door open plekken te creëren waar dieren de oever op kunnen.
Al'
i
I
1
Advieslocaties faunatrappen Merwedehaven orderkwartier
aat
Merwedehave
Zwijndrecht
Beekmanstraat
Spaarbekken
Noordflank
Merwedepolder-Oost
•Doru terhakkers
7 Indische Buurt-Noord
W eeskin d e reR ozjén h o f Dokweg
on
Transvaalstraat
Erasmuslaar
oltastraat de Put
Sta n d h a segs t ra a t Heysterbachstraat
. Krispijnse O’ d Kripriehoek Laan der Verenigde Naties Noord Wilhelminahaven
Amazone
Hoekenessestraat
Waldeck Pyrmontweg
Johanna Naber-erf
Oos
Montessorilaan
Bilder
Noord
idhoven
straat
Zeehavenlaan
rabbehof-Noord Alberi rabbehol-Zuid
Sterrenburg 1 -Oost
Julianah.
Zuidpold
Dubbel
Zuiden
Belthure Park Nieldrecht
Lokatie Driehoek
Schotman
Zeedi
Blaauwweg
Minnaerty
nburg
Zuil
kade
iburg
Amstelwijck
Oostkil
Legenda • Gemaal of stuw Kans beschoeiing weghalen of natuurvriendelijke oever
1. Negatief_Primair_Bewonerseigendom 2. Negatief_Secundair_Bewonerseigendom
3. Negatief_Overig_Gemeente
4. Negatief_Overig_Bewonerseigendom 5. Twijfel_Primair_Gemeente
6. Twijfel_Primair_Bewonerseigendom 7. Twijfel_Secundair_Gemeente Esri, EsriNL,
Garmin, F
8. Twijfel_SecundaireBewonerseigendom
0 0,5 1
] Kilometers Figuur 29: Kaart met de advieslocatie voor faunatrappen in Dordrecht.
Hoofdstuk 5: Ontwerpproces 5 . Huidige Nederlandse mark In dit hoofdstuk wordt er georiënteerd op de verschillende ontwerpen en worden er
uiteindelijk definitieve ontwerpen gekozen. Voor de oriëntatie op bestaande faunatrappen is er naar de huidige Nederlandse markt gekeken. Fauna Support en HIP Groen zijn de leidende bedrijven op de Nederlandse markt, tijdens de oriëntatie zijn er ook andere ontwerpen gevonden die kunnen dienen ter inspiratie. Figuren 30 t/m 47 tonen al geplaatste faunatrappen en inspirerende ontwerpen. sumer
9
, 2025) en rechts een trap gelegen achter een
Figuur 30 & 31: Links een faunatrap van beton (v.d. damwand ( , 2025).
Figuur 32, 33, 34 en 35: Foto’ s van faunatrappen langs kades. Figuur 32 (linksboven) en 34 (linksonder) tonen een stam met daartussen groen. Figuur 33 (rechtsboven) toont een klimtouw en figuur 35 (rechtsonder) is een houten plank die als rust- of broedplaats kan dienen (König, 2025)
A.
RL FT
Figuur 36: Drie verschillende groottes van faunatrappen (HIP groen, 2022)
W
Figuur 37 (linksboven), 38 (rechtsboven) en 39 (onder): faunatrappen met andere hellingshoeken (linksboven), schuin geplaatste faunatrap (rechtsboven) en een faunatrap geplaatst aan een oever (onder) (Fauna Support, 2025).
J
Figuur 40: Faunatrap gemetseld in de kademuur in Arnhem (Gemeenteraad Dordrecht, 2024).
Figuur 41: Faunatrap met een stalen hoeklijn
4
.7
pinas 2 la TC Figuur 42 & 43: Links een faunatrap in Weizigtpark Dordrecht en rechts een trap in een bassin in Weert ( (HIP groen, 2025).
03 #TT
CIA
Figuur 44 & 45: Faunatrap in Utrecht (links) (HIP groen, 2025) en rechts een faunatrap in de sluis van Bakkeveen (Vaart, 2024).
Figuur 46 & 47: Links een ‘SUPfup’ faunatrap in Utrecht (Singel 030, 2025) en rechts een faunatrap in Dokkum (Redactie RTVNOF, 2017).
In tabel 2 wordt per figuur toegelicht wat de belangrijkste positieve en negatieve punten zijn die uit het ontwerp gehaald kunnen worden.
Figuur Opmerkingen 30 Kan geschikt zijn in de binnenstad tussen een kademuur en steiger. 31 Geschikt voor een damwand, maar niet langs een kade. Niet geschikt in de binnenstad, in de buitenwijken kan dit wel een oplossing zijn. 32 Positief effect voor de biodiversiteit, maar het dient alleen als rustplaats, dieren kunnen hier niet uitklimmen. 33 Creatief ontwerp en positief effect voor de biodiversiteit, maar niet ieder dier kan hier uitklimmen. 34 Positief effect voor de biodiversiteit maar het dient alleen als rustplaats, dieren kunnen hier niet uitklimmen. 35 Dient alleen als rustplaats, dieren kunnen hier niet de kade op klimmen. 36 Goed ontwerp, dwarsbalk voor versteviging kan handig zijn. 37 Goed ontwerp, beide hellingshoeken zijn mogelijk. 38 Schuine variant van de faunatrap, geschikte oplossing als deze situatie voorkomt. 39 Goed ontwerp van een faunatrap. 40 Bakstenen eendentrap verwerkt in de kade, heeft een mooiere uitstraling dan een hardhouten of kunststof plank. 41 Goed ontwerp en toegevoegde stalen hoeklijn dient als versteviging. 42 Er is veel ruimte aanwezig tussen de faunatrap en beschoeiing, maar de uittrede plank kan deze afstand overbruggen. 43 Het is een enkele plank, bij de andere trappen was te zien dat het er twee zijn. En de plank zit niet direct in het water. 44 Een enkele plank kan geschikt zijn bij ruimte tekort of zodat het minder opvalt.
45 Twee planken dwars tegen de muur aan, waarschijnlijk voor versteviging. Ziet er minder mooi uit dan bijvoorbeeld een dwarsbalk zoals figuur 36. 46 Plank in het water dient als rust- of broedplaats voor dieren en via de houten plankjes op de schuine kade kunnen zij eruit klimmen. Beter ontwerp dan figuur 32, 33 en 35. 47 Een enkele plank die niet direct tegen de muur aan zit, kleine dieren zouden hiertussen kunnen vallen als zij omhoogklimmen. Tabel 2: Opmerkingen bij de ontwerpen van figuur 30 t/m 47.
Niet iedere trap van figuur 30 t/m 47 is geschikt. Voor de motie is het belangrijk dat dieren op de kant kunnen komen, bij figuur 32, 33, 34 en 35 is dit niet mogelijk. Figuur 30, 31, 38, 42, 43, 44, 45, 46 en 47 zijn goede ideeën, maar hebben enkele aandachtspunten die de functie kunnen verzwakken. Figuur 40 is een goed ontwerp van een faunatrap maar de uitstraling past niet in het historische beeld ( , E-Mail, 11 april 2025). Een gemetselde kademuur is een goede oplossing, maar als deze niet past in het historische beeld valt deze ook af. Figuur 36, 37, 39 en 41 zijn ontwerpen van goede faunatrappen en hebben de meeste potentie om geplaatst te kunnen worden. Voor de verdere uitwerking van de motie wordt er gekeken naar oplossingen waardoor dieren uit het water op de kant kunnen komen. Een rustplaats zoals figuur 32 biedt dit niet voor alle dieren, maar voor eenden dient dit prima als rustplaats. Deze situaties worden niet verder uitgewerkt maar worden wel geadviseerd om in overweging te nemen.
5.2 Randwoorden faunatrap Uit de verschillende ontwerpen van faunatrappen wordt meegenomen dat een stevige bevestiging en omvang van de faunatrap belangrijk zijn. Uit diverse gesprekken met gemeenten en bedrijven wordt meegenomen dat duurzaam materiaal gebruikt moet worden, de kleur past bij bestaand straatmeubilair en de afstand tussen faunatrappen voldoende is. Dit zijn de vijf belangrijkste punten waar een faunatrap minimaal aan moet voldoen, hieronder wordt toegelicht waarom deze punten belangrijk zijn.
Duurzaam materiaal: In gesprekken met gemeenten en bedrijven zijn er twee materialen die veel voorkomen, gerecycled kunststof en hardhout. HIP Groen levert beide materialen en Fauna Support levert alleen faunatrappen van gerecycled kunststof. Gemeente Amsterdam en Utrecht
hebben hardhouten faunatrappen aangelegd, Utrecht heeft hiervoor gekozen omdat deze trappen geen plastic bevatten. Gemeente Leiden heeft voor faunatrappen van gerecycled kunststof gekozen. Beide materialen hebben voor- en nadelen. Hardhout gaat minimaal 25 jaar mee en kunststof gaat minimaal 50 jaar mee (HIP Groen, 2025). HIP Groen maakt alleen gebruik van PEFC-gecertificeerd Europees naaldhout, dit betekent dat het hout alleen komt uit duurzaam beheerde bossen. Daarnaast kiezen zij voor Europees naaldhout om de CO2-uitstoot van transport beperkt te houden. De faunatrappen van gerecycled kunststof worden geproduceerd zonder toxische weekmakers, hierdoor worden schadelijke effecten op het milieu voorkomen (HIP Groen, 2025). Voor de gemeente is het van belang dat het materiaal duurzaam is en lang meegaat ( , gesprek, 5 februari 2025). Beide producten worden zo duurzaam mogelijk geproduceerd, voor kunststof wordt plastic gerecycled en hardhout komt uit duurzaam beheerde bossen. Hardhout is gevoeliger voor weersomstandigheden, vandaar de kortere levensduur. In het geval dat de faunatrap afbreekt en niet gevonden wordt breekt kunststof langzamer af dan hardhout, en komt het plastic terug in het milieu. Beide materialen hebben voor- en nadelen. Hout heeft een kortere levensduur maar is biologisch afbreekbaar.
Gerecycled kunststof heeft een langere levensduur en heeft geen schadelijke milieueffecten, maar blijft langer in de openbare ruimte mocht de faunatrap afbreken.
Kleur past bij bestaand straatmeubilair: Voor de kleur van de faunatrap zijn weinig specifieke richtlijnen. De belangrijkste eis is dat het past bij de kademuren, damwanden, beschoeiingen en overig straatmeubilair. Het straatmeubilair moet op het gebied van vormgeving, materiaal en kleur op elkaar afgestemd zijn (Gemeente Dordrecht, 2014). Dordrecht heeft voor gebouwen in de binnenstad een kleurenwaaier met 55 kleuren, deze kan gebruikt worden om de kleur van de faunatrap te bepalen. Het bedrijf HIP Groen maakt faunatrappen in drie kleuren: zwart, grijs en bruin. Voor de kleur zijn zij afhankelijk van de leverancier, deze bepalen zij niet zelf. Voor de gemeente hebben zij voor het project Achterhakkers een prototype met een zwarte kleur geleverd ( , persoonlijke mededeling, 16 april 2025).
Stevige bevestiging: De faunatrap kan bevestigd worden met RVS schroeven, omdat dit een universeel materiaal is en geen zink bevat. De faunatrap kan aan iedere damwand of beschoeiing bevestigd worden ( , gesprek, 17 maart 2025). In de gemeente Utrecht zijn de faunatrappen aan de kades bevestigd door in de voegen te boren in plaats van de tegels. Dit heeft Monumentenzorg bij hen aangegeven ( , gesprek, 5 februari 2025). In het buitendijks gebied kan de faunatrap beschadigd worden door golfslag en
aanvaringsgevaar. Golfslag wordt gecreëerd door harde wind of boten. Boten die wegvaren hebben een flinke trekkracht als zij wegvaren, dit kan een onstabiele faunatrap lostrekken van een kademuur ( , gesprek, 3 februari 2025). Het risico op aanvaringsgevaar ontstaat omdat boten een faunatrap over het hoofd kunnen zien. Om dit te voorkomen moet de faunatrap worden geplaatst op een plek waar boten deze niet kunnen beschadigen. Bijvoorbeeld direct naast bruggen zit een ‘ dode hoek dit is een luwe plaats waar boten nooit langs varen. Ook een rechte hoek bij een kademuur is een plaats waar boten niet tegen aanvaren ( , gesprek, 17 maart 2025). Achter meerpalen is ook een locatie waar boten niet komen, dit kan ook dienen als geschikte plek voor het plaatsen van een faunatrap. Tijdens het aanmeren steken zij wel de kade in, dus niet iedere positie is geschikt ( , gesprek, 5 februari 2025). Daarnaast is het ontwerp van faunatrappen ook vernieuwd. Eerst werden losse latjes op een plank vastgeschroefd met RVS schroeven, maar in de praktijk bleek dat dit makkelijk los raakte. Daarom wordt nu in een plank met 30 mm dikte groeven gefreesd, dit heeft dezelfde functie als de latjes maar dit zit steviger vast. Deze worden ongeveer om de 3,5 cm gefreesd (HIP Groen, 2022). Hoe diep deze groeven zijn is opgemeten bij een geplaatste faunatrap, dit is 5 mm.
P'
Tenslotte is het belangrijk dat bij de bevestiging er geen ruimte tussen de faunatrap en beschoeiing blijft zitten. Figuur 48 laat een voorbeeld zien waar er ruimte zit. De enige verbinding is de houten paal van 7 cm en de versterkingshoek. Dieren hebben hier nog steeds de Figuur 48: Foto van een faunatrap met kans om weer terug het water in te vallen, dit probleem tussenruimte in Hoornaar. moet voorkomen zien te worden.
s
r if '
Omvang faunatrap: De vorm van de faunatrap wordt bepaald door de lengte, breedte en hellingshoek. De standaard hellingshoek die wordt gehanteerd is 30 of 45 graden (Fauna Support, 2025) & (HIP Groen, 2025). Een hellingshoek van 45 graden is steviger dan een hoek van 30 graden en deze neemt ook minder ruimte in beslag. In een onderzoek van wordt geadviseerd om geen hogere hellingshoek dan 45 graden te gebruiken ( , 2022). De lengte wordt bepaald door de hoogte van de kademuur, damwand of beschoeiing en het waterpeil. De hoogte en waterpeil moet voor iedere locatie apart bepaald worden. Het waterpeil kan namelijk vast of seizoensgebonden zijn (zie 3.1.3.). Horizontaal loopt een faunatrap minimaal 50 cm door onder het wateroppervlak. Dit is nodig zodat dieren zoals hazen en egels zich goed kunnen afzetten om op de faunatrap te komen (Hoogheemraadschap van Delfland, 2023). In 5.1 is te zien dat de breedte van een faunatrap vaak één plank is. HIP Groen maakt faunatrappen die 15 cm breed zijn (HIP Groen, 2022). Van een bestaande faunatrap is ook de breedte opgemeten, dit was ongeveer 18 cm. En gemeente Den Helder heeft in hun leidraad opgenomen dat faunatrappen minimaal 20 cm breed moeten zijn (Gemeente Den Helder, 2023). De breedte van de faunatrap is afhankelijk van de leverancier die het materiaal levert, maar als minimale eis wordt een breedte van 15 cm genomen.
Afstand tussen faunatrappen: De algemene richtlijn voor de afstand tussen faunatrappen is 50 meter ( , gesprek, 17 maart 2025). heeft hier ook onderzoek naar gedaan, uit zijn enquête komt een afstand die tussen de 25 en 100 meter ligt. Als hiertussen in wordt gezeten komt dit ongeveer neer op een afstand van 50 meter ( , 2022). Als richtlijn wordt dus een tussenafstand van 50 meter genomen, dit wordt ook bevestigd in een flyer van het Hoogheemraadschap van Delfland (Hoogheemraadschap van Delfland, 2023).
5.2.1 Vergelijking bedrijven HIP Groen en Fauna Support zijn de leidende bedrijven op de Nederlandse markt, daarom worden beide bedrijven met elkaar vergeleken. Figuur 49 laat een faunatrap van Fauna Support zien en figuur 50 een faunatrap van HIP Groen. Tabel 3 toont de verschillen aan tussen de faunatrappen van Fauna Support en HIP Groen. Hiervoor wordt de informatie uit 5.1 en 5.2, de websites van beide bedrijven en geplaatste faunatrappen gebruikt.
^^S ^
woon
?
Figuur 49 en 50: Faunatrappen van Fauna Support (boven) en HIP
De referentieprojecten van HIP Groen (onder). Groen zijn de faunatrappen in het Weizigtpark en een geleverd prototype aan de gemeente Dordrecht. Het referentieproject van Fauna Support is een faunatrap in Hoornaar. De breedte en dikte van de plank, en afmetingen van de groeven zijn opgemeten.
• 4c
Figuren 51 en 52: Figuur 51 (links) laat de bevestiging aan beschoeiing zien en figuur 52 (rechts) de bevestiging aan een zwakkere kademuur.
Fauna Support bevestigt de faunatrap aan de onderkant aan de beschoeiing, dit kan alleen door het water in te gaan. Er wordt gebruik gemaakt van een versterkingshoek die bestaat uit één stuk. Onder de hoek van de faunatrap zit de versterkingshoek vast met schroeven. Als de mogelijkheid er is wordt de faunatrap vastgemaakt aan de boven- en zijkant van de beschoeiing, zoals in figuur 51 is gedaan. Anders wordt de faunatrap alleen aan de zijkant bevestigd aan de beschoeiing, voorbeelden hiervan staan in 5.1 (figuur 37 en 39). Figuur 52 laat een voorbeeld zien van een bevestiging aan een zwakkere kademuur, deze wordt bevestigd met een grotere plaat.
Figuren 53 (links) en 54 (rechts): Figuur 53 laat de faunatrap zien met een versterkingshoek. Figuur 54 laat de bevestiging zien via de uittrede plank met twee schroeven.
HIP Groen kent twee manieren van bevestigen, met een versterkingshoek of via de uittrede plank. Figuur 53 laat de bevestiging via de versterkingshoek zien, deze wordt alleen gebruikt als de faunatrap zwaarder wordt belast. Figuur 54 laat de bevestiging zien via de uittrede plank met twee schroeven. Afhankelijk in wat voor watergang de faunatrap wordt geplaatst kan deze steviger bevestigd worden. Wat opvalt bij deze vergelijking is dat het ontwerp van Fauna Support boven de beschoeiing uitkomt en van HIP Groen een vlak oppervlak is. Tijdens het maaien van de oever kan de faunatrap over het hoofd worden gezien of beschadigd de machine de faunatrap. Het ontwerp van Fauna Support is hier gevoeliger voor dan het ontwerp van HIP Groen. Dit probleem kan voorkomen worden door de geplaatste faunatrappen in kaart te brengen, of in het ontwerp en bij de plaatsing ervoor zorgen dat de faunatrap niet boven de beschoeiing uitsteekt.
Er zijn een aantal standaardafmetingen die worden gehanteerd door beide bedrijven. HIP Groen heeft standaard faunatrappen van 20, 40 en 60 cm boven het waterpeil (HIP Groen, 2025). Fauna Support heeft standaard faunatrappen van 30 en 50 cm boven het waterpeil (Fauna Support, 2025). Beide bedrijven zijn wel in staat om faunatrappen met andere afmetingen te produceren. Onderdeel
Bevestiging
Fauna Support Versterkings hoek onderkant
Uiteinde
Scherpe hoek
Steunbalk(en)
Alleen bij trappen met een hoek van 30° (stalen hoeklijn) 5x10 mm, om de 2 cm Ongeveer 18 cm 4 cm
Groeven Breedte plank
Dikte plank
Materiaal en levensduur
Gerecycled kunststof (50 jaar)
Hellingshoek
30 en 45°
Voordeel of nadeel
HIP Groen
Voordeel of nadeel
Nadeel: limiteert de bevestigingsmogelijk -heden, kan per situatie verschillen. Nadeel: blijft ruimte over tussen faunatrap en beschoeiing. Kwetsbaarder voor maaibeheer als het boven de beschoeiing uitsteekt. Voordeel: extra versteviging
In paal van de beschoeiing, steunbalken of versterkingshoek Horizontale plank (45 x 15 cm)
Voordeel: meerdere bevestigingsmogelijk -heden
Trappen van 20 cm één steunbalk, langer twee steunbalken
Voordeel: extra versteviging
Geen voordeel of nadeel Geen voordeel of nadeel Geen voordeel of nadeel Voordeel: gaat lang mee en duurzame productie Nadeel: blijft na afbraak langer achter
5x10 mm, om de 3,5 cm 15 cm
Geen voordeel of nadeel Geen voordeel of nadeel Geen voordeel of nadeel Voordeel hardhout: na afbraak sneller afgebroken Nadeel hardhout: kortere levensduur Gerecycled kunststof: zelfde als Fauna Support Voordeel bedrijf: keuze tussen twee materialen. Nadeel: keuze voor één hellingshoek. Kan geproduceerd worden met een hoek van 45°
Voordeel: keuze tussen twee hellingshoeken
3 cm Gerecycled kunststof (50 jaar) en hardhout (25 jaar)
30°
Tabel 3: Vergelijking tussen de faunatrappen van Fauna Support en HIP Groen.
Voordeel: Overbrugt afstand tussen faunatrap en oever. Minder kwetsbaar voor maaibeheer.
5.3 Voorlopige ontwerpen De aangenomen motie is gericht op kademuren, maar stelt ook dat oplossingsrichtingen voor kademuren toepasbaar zijn voor damwanden en beschoeiingen. Niet iedere oplossing voor een kademuur is toepasbaar voor een damwand of beschoeiing. Een gemetselde kademuur zoals figuur 40 is niet toepasbaar op damwanden en beschoeiingen, maar een trap zoals figuren 49 en 50 is dit wel. Voor de ontwerpen is er gekeken naar trappen van bakstenen of planken van hardhout of gerecycled kunststof. In totaal zijn er 16 mogelijke ontwerpen ontwikkeld voor faunatrappen. Hierbij is rekening gehouden met een kademuur van 4 meter hoog en een waterpeil van 1.75 meter (bovenste blauwe lijn). Om aan de randvoorwaarde van 50 cm onder het waterpeil te voldoen is de tweede lijn ingetekend (2.25 meter). Voor de trappen gemetseld in kademuren is rekening gehouden met de afmetingen 20 x 10 x 5 cm van een baksteen. In de binnenstad is op meerdere plekken een baksteen opgemeten en deze afmetingen zijn naar voren gekomen. Alle ontwerpen worden beoordeeld op basis van de volgende punten: 1. Hellingshoek: 30°- 45° 0 p, 25°- 30° 1 p en < 25° 2 2. Minimaal 15 cm breed: > 15 cm 0 p, < 15 cm 1 p 3. Totale breedte van de faunatrap: < 5 m is 0 p, 5-10 m is 1 p, 10-15 m is 2 p en > 15 meter is 3 p) 4.