Aanpak Energiebesparing 2023-2030.pdf
Tekst van het document
Aanpak Energiebesparing 2023-2030
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding
4
1.1
Beleidskaders rijk
6
1.2
Kerngegevens
9
1.3
Hoofddoel 2030
11
1.4
Leidende principes
12
1.5
Onzekerheden
13
Aanpak woningen 2.1
3.
2
Kerngegevens
16 16
2.2 Uitwerking actielijnen
20
2.3 Agenda 2023 - 2024
25
Aanpak Bedrijven en maatschappelijk vastgoed 3.1
Kerngegevens
30 31
3.2 Twee sporen: handhaven en stimuleren
33
3.3 Agenda 2023 - 2024
36
Bijlage: Samenvatting Dordtse Isolatie Aanpak
Inleiding
1. Inleiding De CO2 uitstoot is de afgelopen eeuw fors toegenomen. Hierdoor is de mondiale temperatuur sinds de negentiende eeuw met ruim een graad Celsius toegenomen. Zoals het er nu nog naar uit ziet, stevenen we af op een opwarming van de aarde boven de 1,5 graden Celsius met enorme gevolgen voor mens en milieu. Het Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 stelt doelen om de CO2 uitstoot in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990 om zo onder de 1,5 graden Celsius te blijven (Klimaatakkoord Parijs 2015). Nederland streeft naar een volledig aardgasvrije samenleving in 2050. Ook Dordrecht onderschrijft deze doelstelling. Dit is vastgelegd in de Regionale Energiestrategie (RES). Hierin is onder meer de ambitie vastgelegd om in 2030 20% energie te besparen in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. De besparing willen we halen door in te zetten op het verminderen van het energiegebruik en het isoleren van woningen en andere gebouwen. Maar Dordrecht gaat verder. In het Politiek Akkoord ‘Samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht’ is uitgesproken dat Dordrecht in 2040 klimaatneutraal wil zijn; met een inzet op een fossiel- en aardgasvrije samenleving. De 20% energiebesparing uit de RES draagt bij aan deze ambitie, maar dit betekent ook dat een intensivering en versnelling nodig is binnen de gehele energietransitie.
Het college kiest in het programma energietransitie voor 30% energiebesparing. De aanpak geeft inhoudelijk richting aan om de intensivering en versnelling mede mogelijk te maken. Dit is in samenspraak met onze partners (onder meer OZHZ, corporaties etc) gedaan. Een belangrijke onderlegger voor de aanpak is de Transitievisie Warmte 2021. In de Transitievisie Warmte 2021 (TVW) is vastgelegd dat Dordrecht overstapt op een warmtenet of een all-electric oplossing. Waar echt niet anders kan wordt aardgas vervangen door duurzaam gas. Dit geldt voorlopig alleen voor delen van de binnenstad van Dordrecht. Voor de overstap naar een aardgasvrije samenleving is het noodzakelijk dat de gehele gebouwde omgeving goed is geïsoleerd en het energieverbruik wordt terug gebracht (aardgasvrij klaar is). Alles wat je niet gebruikt, hoeft immers niet duurzaam te worden opgewekt. Een goed geïsoleerde woning of gebouw verhoogt daarnaast het comfort en draagt bij aan de betaalbaarheid van de energierekening.
4
5 De huidige energiecrisis zorgt voor urgentie in de aanpak. Steeds meer huishoudens, bedrijven en maatschappelijke organisaties komen in problemen en kunnen hun hoge energierekening niet of nauwelijks betalen. Met de energietoelages van Rijk en gemeente, de inzet van de Energiehulp, het crisis- en herstelfonds bieden we hulp aan voor de korte termijn. De Aanpak Energiebesparing 2023-2030 geeft onder meer in lijn met het Nationaal Isolatieprogramma richting aan de intensivering en de versnelling van de energiebesparingsopgave en de wijze waarop we met de verschillende doelgroepen dit verder in willen vullen en welke doelen we willen halen in 2030. Daarnaast biedt de agenda ‘23/24’ inzicht in de activiteiten die we in gaan zetten om de opgave in de gebouwde omgeving structureel aan te pakken. Door meer structuur aan te brengen biedt de aanpak voor de lange termijn een leidraad voor de gemeente en haar partners om op een effectieve manier bij te dragen aan het bereiken van een aardgasvrije samenleving. De aanpak naar 2030 staat niet vast. Zowel de aanpak als de agenda zijn adaptief en kunnen onderweg bijgesteld worden. Omdat er technische en beleidsmatige wijzigingen zullen komen, die om voortschrijdend inzicht vragen. Omdat je praktijkervaring opdoet waarna je je aanpak verbetert. Ook kunnen we de energietransitie niet als gemeente alleen doen.
We hebben alle stakeholders, bedrijven, inwoners, de provincie en het Rijk nodig. Ook zij werken met adaptieve plannen en voortschrijdend inzicht dat doorwerkt in onze plannen en planning.
Elektriciteitsverbruik versus bekende hernieuwde elektriciteitsverbruik Dordrecht (in TJ)
Totaal energieverbruik Dordrecht Energieverbruik (in TJ)* 12000 Historie
Prognose
Historie
2400
Prognose
10000 20%
8000
6000
10% extra reductie!
1600
30%
4000
800
2000
0
0 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 RES 1.0A
0Ambitie Dordrecht
*vanaf 2021 lineair doorgerekend aan de hand van doelstellingen RES 1.0 (20% reductie) en Ambities Dordrecht (30% reductie). Overige gegevens afkomstig uit Klimaatmonitor.
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Totaal bekend elektriciteitsverbruik, incl. zonnestroom ‘achter de meter’
2018
2019
2020
2021
Totaal bekende hernieuwbare elektriciteit
1.1
Beleidskaders Rijk
Naar aanleiding van de energiecrisis zet ook het Rijk in op het
Programmalijn 1
Programmalijn 2
Programmalijn 3
Gebeiedsgerichte aanpak warmtetransitie
Individuele aanpak woningen
Aanpak utiliteitsgebouwen
Programmalijn 4
versnellen van de warmtetransitie en de energiebesparingsopgave. Een aantal beleidsstukken biedt kaders voor de aanpak in Dordrecht voor de periode tot 2026 en 2030.
Programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving Het Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving
Aardgasvrije wijken (alternatieve warmteopties)
Koop
Huur
Nationaal Isolatieprogramma
Bronnen en infrastructuur Duurzame gassen
Bedrijfmatig vastgoed
Duurzame warmtebronnen en -netten
Maatschappelijk vastgoed
Koeling
Nationaal Isolatieprogramma
(juni 2022) beschrijft hoe de verduurzaming van woningen en Programmalijn 5
utiliteitsbouw wordt versneld en opgeschaald. Het programma bestaat uit 5 programmalijnen. De kern van het programma is dat een mix van normering, beprijzing,
Innovatie in de bouw Versterken innovatie ecosystemen
Continue bouwstenen
Normering duurzaam bouwen
Duurzame elektriciteit
financiering, subsidiering en ondersteuning een duurzame woning voor iedereen binnen het bereik brengt. Daarbij is het belangrijk dat natuurlijke momenten voor verduurzaming, zoals vervanging van de cv-ketel, groot onderhoud en aankoop van een nieuwe woning, optimaal benut worden. Gelijktijdig wordt verwacht dat , onder regie van de gemeenten, wijken (collectief) worden verduurzaamd. Dit kan via een stapsgewijze aanpak met isolatie en hybride warmtepomp, via bewonerscollectieven maar ook met een collectieve overstap op een alternatieve energievoorziening, zoals een warmtenet. Duurzaam wonen wordt de nieuwe standaard. Het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving stelt ook dat er een ambitieuze eindnorm komt voor utiliteitsbouw evenals normen voor de uitfasering van slechte energielabels. Dit is in lijn met het fitfor-55 pakket van de Europese Commissie (juli 2021). In het pakket staan voorstellen om de CO2 doelstelling voor 2030 (55% reductie ten opzichte van 1990) te halen.
Eerstverantwoordelijke BZK
Eerstverantwoordelijke EZK
7
Nationaal Isolatieprogramma In april 2022 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) gelanceerd. Het NIP is onderdeel van het Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Het Nationaal Isolatieprogramma zet in op sneller, slimmer en socialer isoleren. Het biedt een langjarige, programmatische aanpak van slecht geïsoleerde huur- en koopwoningen. Het doel van het NIP is om voor 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren. Hiervoor zijn voor koop-huur 4 actielijnen beschreven, waarbij gesteld wordt dat het noodzakelijk is de opgave in samenhang te bezien. Dat geldt met name voor gemengde VvE’s, maar ook bijvoorbeeld voor straten waar zowel huur als koopwoningen staan. Over deze samenhang en de noodzakelijke samenwerking moeten afspraken worden gemaakt tussen de gemeenten, woningcorporaties en andere verhuurders.
Actielijnen
Lokale aanpak isolatie 750.000 koopwoningen
Eigen initiatief eigenaar-bewoners isolatie 750.000 koopwoningen
Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders
Energie bespare samen met gemeenten en brede maatschappelijke coalitie
Actielijn 1: Lokale aanpak isoleren 750.000 koopwoningen samen met gemeenten. De gemeenten kunnen hiervoor meerjarige plannen indienen, die aansluiten bij de transitievisies warmte en bewonersinitiatieven en zich zoveel als mogelijk richten op het verbeteren van woningen met de slechtste labels. De wijkgerichte aanpak en de inzet op het isoleren van de woningen met label (D) E, F en G via deze lokale aanpak worden zo ingericht dat deze elkaar onderling zoveel als mogelijk versterken.
Actielijn 2: Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders Het doel van deze actielijn is het isoleren van een miljoen huurwoningen naar de isolatiestandaard, zowel in het sociale als het particuliere segment. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat met normering en positieve prikkels wordt gestimuleerd om slecht geïsoleerde huurwoningen te verduurzamen. Dit moet ertoe leiden dat 700.000 sociale huurwoningen en 300.000 private huurwoningen naar het niveau van de standaard geïsoleerd worden. Er zijn afspraken gemaakt met Aedes over het goed isoleren van sociale huurwoningen met een slechte energieprestatie. Deze afspraken zijn erop gericht dat energielabels E, F en G voor woningen van woningcorporaties eind 2028 nagenoeg niet meer voorkomen. Dat betreft ongeveer 250.000 huurwoningen.
Actielijn 3: Versneld isoleren van 750.000 koopwoningen op eigen initiatief Het streven van deze actielijn is het versnellen van de isolatie van ongeveer 750.000 koopwoningen op eigen initiatief (en via collectieve inkoopinitiatieven). Dat wordt gestimuleerd met aantrekkelijke, laagdrempelige, breed toegankelijke financiering en subsidie en met een landelijke communicatiecampagne en het platform ‘Verbeter je huis’.
Actielijn 4: Samen energie besparen met laagdrempelige maatregelen Deze actielijn richt zich op het energie besparen en daarmee het verminderen van energiearmoede bij mensen met een hoge energierekening en/of mensen die een woning met een slechte energieprestatie hebben. Kwetsbare mensen worden op deze manier ook weerbaarder tegen hoge energieprijzen. Voor deze groepen wordt de gemeentelijke aanpak gecontinueerd, gericht op het voorkomen van energiearmoede en ondersteuning van kwetsbare mensen in koop- en huurwoningen. Dit in samenspraak met woningcorporaties. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om laagdrempelige energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips en een energiedisplay, als ook door de inzet van energiecoaches. Zo wordt de energierekening verlaagd ook voordat de woning goed wordt geïsoleerd. De brede maatschappelijke coalitie richt zich op het via communicatie en voorlichting stimuleren van energiebesparing en isolatie. Met de middelen die (in actielijn 1) beschikbaar worden gesteld voor de lokale aanpak kan de gemeente het isoleren van de woning stimuleren, bijvoorbeeld door extra subsidie te geven bovenop de landelijke subsidie. Hiermee kunnen de gemeenten mensen in de kwetsbare wijken en straten extra financiële steun in de rug geven. Deze actielijn is aanvullend op de actielijnen programmatische isolatie van huur- en koopwoningen.
Hoe verder die actielijnen zijn gevorderd, hoe minder inzet in deze actielijn nodig is.
8
1.2
9
Kerngegevens
De aanpak in Dordrecht is zoveel mogelijk data gedreven opgezet. Hierdoor kunnen we monitoren en bijsturen. Voor de cijfers van de gebouwde omgeving wordt gebruik gemaakt van de databank van de landelijke klimaatmonitor, het GIS-tool van de Drechtsteden en gemeentelijk data. De belangrijkste indicatoren om de voortgang in de tijd te monitoren zijn onder andere ‘het energieverbruik’, de ‘energie labels’ (woningen) en ‘de ingrepen aan de woning’.
Het energieverbruik van de gebouwde omgeving Het totale energieverbruik van de gebouwde omgeving bedraagt in 2020 4.014 TJ (circa 42% van het totale energieverbruik). In 2021 is het verbruik licht gestegen tot 4.120. Het energieverbruik is verder uitgesplitst in het verbruik van aardgas en elektriciteit. Wat we zien is dat de woningen voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor het energieverbruik in de gebouwde omgeving
Energielabels woningen In Dordrecht heeft bijna 53% van de woningen een geldig label. Totaal gaat het om 30.747 woningen. Hiervan hebben 5990 woningen een EFG-label. Woningen zonder afgemeld energielabel zijn ingeschat op basis van bouwjaar en woningtype. Het ontbreken van geldige labels maakt dat in aanpak waarschijnlijk een overschatting is van het aantal EFG-labels, doordat woningeigenaren niet een geldig label aanvragen na de verduurzaming van hun woning (bijvoorbeeld door doe-het-zelvers). Een geldig label is slechts verplicht bij de verkoop van de woning.
Energieverbruik Gebouwde omgeving Dordrecht (in TJ) 5000 4800 4600 4400 4200 4000 3800 3600 3400 3200 3000 2800 2600 2400 2200 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200
Aardgasverbruik Gebouwde omgeving Dordrecht (in TJ)
Elektriciteitsverbruik Gebouwde omgeving Dordrecht (in TJ)
4000
1600
3200
1200
2400 800
1600 400
0
0 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Woningen (temperatuurgecorrigeerd (aardgas, elektra, stadswarmte)P
2018
2019
2020
2021
ublieke dienstverlening (aardgas en elektr.)
Commerciele dienstverlening (aardgas, elektr, incl elektr. railverkeer
800
2012
2013
2014
2015
2016
Woningen (incl. zonnestroom achter de meter) Publieke dienstverlening
2017
2018
2019
Commerciele dienstverlening Gebouwde omgeving totaal
2020
2021
0
2012
2013
2014
2015
2016
Woningen (incl. zonnestroom achter de meter) Publieke dienstverlening
2017
2018
2019
Commerciele dienstverlening Gebouwde omgeving totaal
2020
2021
10
Verdeling energielabels (geldig/indicatief) over de totale woningvoorraad
mgw: 25.392
egw: 32.482
De standaard (bouwjaar >= 2005 of afgemeld energielabel A of beter)
9.116
waarvan egw: 28.222
48.758
voldoen waarschijnlijk
voldoen waarschijnlijk niet
waarvan mgw panden: 2.579
Energielabels A
7.784 7.800
C
16.049 3.480
E
6.208 7.614
G
4.412 0
5.000
10.000
15.000
20.000
Eigendomssituatie Particuliere huur 20,5%
Eigenaar-bewoner 26,78% Corporatiebezit 52,73%
Geldige labels
mgw: 16.358
egw: 14.389
De standaard (bouwjaar >= 2005 of afgemeld energielabel A of beter)
7.198
waarvan egw: 11.204
23.549
voldoen waarschijnlijk
voldoen waarschijnlijk niet
waarvan mgw panden: 1.882
Energielabels A
5.959. 4.782
C
8.376 3.396
E
2.638 1.963
G
1.389 0
2.000
4.000
6.000
Eigendomssituatie Particuliere huur 21,45%
Corpratiebezit 37,02% Eigenaar-bewoner 41,53%
8.000
1.3
Hoofdoel 2030
Het hoofddoel voor 2030 : de gebouwde omgeving voor te bereiden op het toekomstig warmtealternatief (vastgelegd in TVW). Concreet betekent dit: •
dat het energiegebruik in de gebouwde omgeving met minimaal 30% is verminderd ten opzichte van 2020. Dit betekent een besparing van circa 1200TJ. Het gebouw-gebonden verbruik is alle energie die nodig is voor verwarmen, koelen, ventileren en verlichten van het gebouw. De vermindering van het aardgasverbruik is een graadmeter voor verbeteringen in de schil en van gebruiksefficiëntie. Dit geeft inzicht in de mate waarin de gebouwde omgeving klaar is om over te stappen op het warmtealternatief. Daarnaast is het gebruik van groene stroom een belangrijke graadmeter, met name in de all-electricwijken;
•
dat in lijn met het doel van het Rijk alle circa 16.675 EFG labels (geregistreerd/indicatief) uitgefaseerd zijn en de woningen bij voorkeur aardgasvrijready zijn. Voor woningen geldt dat zij zijn voorbereid op het warmtealternatief als deze aan de standaard voldoen, zoals vastgesteld in de nationale Standaard en Streefwaarden;
•
dat de Rijks- en gemeentelijke monumenten een bijdrage gaan leveren aan de CO2-reductie van 40% die betrokken organisaties uit de monumentensector willen realiseren, als gemiddelde over de gehele monumentenvoorraad in Nederland. Daarbij moet er een balans gevonden worden tussen energie-efficiëntie (eerst besparen, dan opwekken), kostenefficiëntie en behoud van monumentale waarden;
•
dat FG labels in de utiliteitsbouw zijn uitgefaseerd:1 het Rijk komt met een eindnorm voor 2050;
•
dat kantoren naar een A -label gaan (niet verplicht);
•
dat we voor het gemeentelijk vastgoed de 50% CO2-reductie hebben gerealiseerd ten opzichte van 1990 door middel van het toepassen van energiebesparende maatregelen, vervanging van gebouw gebonden installaties en gedragsverandering.
Daarnaast zetten we in op het tegengaan van energiearmoede en het verkleinen van sociale tegenstellingen.
1 De Europese Commissie heeft in het fit-for-55 pakket ook voorstellen opgenomen voor het herzien van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het voorstel van de EPBD gaat over het uitfaseren van de slechtste energielabels in de utiliteitsbouw, te beginnen met de slechtste 15% van de landelijke voorraad in 2027 (ca. 60.000 gebouwen) en in 2030 energielabel F conform de nieuwe labelclassificatie (landelijk ook ca. 60.000). Wij sluiten onze ambitie hierop aan.
11
1.4
12
Leidende principes
De overstap naar een duurzaam warmtealternatief en de energie besparing die daar aan voor af gaat, gaat iedereen in de gemeente aan. We streven daarin nadrukkelijk naar een sociale energietransitie. Daarom hebben we in de aanpak gekozen voor zes leidende principes die centraal staan in de afwegingen rondom de doelen, de agenda’s en het instrumentarium. In de Aanpak Energiebesparing 2023-2030 gaan we daarom voor: 1.
2.
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid: de gemeente kan
Data gestuurd werken om inzicht in doelgroepen te vergroten
voor de hele stad. Woningeigenaren, bedrijven, corporaties,
Er is online een schat aan open data beschikbaar , die we
particuliere verhuurders, maatschappelijke organisaties etc.
in willen zetten om meer grip te krijgen op de doelgroepen
Iedereen moet aan de slag.
en de uitdagingen en de problematieken waar zij voor
Een inclusieve aanpak: iedereen moet mee kunnen doen.
staan. In aanvulling op kwantitatieve data willen we ook
We zien dat in deze aanpak tot nu toe, de aandacht ligt op
in gesprek met inwoners, bedrijven en gebouweigenaren
‘laaghangend fruit’: woningeigenaren die ontvankelijk zijn
over de behoeftes in de buurten. Met een groter inzicht in
voor prikkels om te verduurzamen. In deze aanpak ligt de
de gebouwde omgeving, kunnen we gerichter prioriteren,
focus op een inclusieve aanpak, waarin iedereen mee moet
inspelen op behoeftes en maatwerk leveren. En uiteindelijk
kunnen doen en die iedereen aanspreekt. Dit betekent onder
onze verrichtingen monitoren.
andere dat energiebesparing betaalbaar is voor iedereen en
3.
4.
het niet alleen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid
5.
Vraag- en aanbod gestuurd werken
dat we oog hebben voor de sociaal-maatschappelijke kant
Inspelen op behoeftes en maatwerk leveren doen we
van de transitie. We bieden ondersteuning waar we kunnen.
door nog meer vraag-gestuurd te werken in plaats van
We letten daarbij op de diversiteit binnen de doelgroepen en
voornamelijk aanbod-gestuurd. Energie besparen vergt inzet
hun behoeftes. Dit vergt maatwerk.
van iedereen en we willen inspelen op wat er nodig is om de
Een integrale aanpak: energiebesparing als opgave van de hele gemeente.
doelen te bereiken. 6.
Toekomstbestendig: spijtvrij richting 2030
Met een integrale aanpak waarbij energiebesparing
De gebouwde omgeving is pas echt goed voorbereid op
verankerd is in alle onderdelen van de gemeentelijke
het warmtealternatief wanneer zij toekomstbestendig is.
organisatie (lijnorganisatie, opgaven en programma’s) kunnen
Dit betekent dat de maatregelen die we nu toepassen, het
we inspelen op de dynamiek van de stad, maatregelen
gebouw decennia lang warm houden, koelen en ventileren.
uitvoeren op natuurlijke momenten, in overleg en
We houden daarbij de in 2021 gepubliceerde nationale
samenwerking met onze partners (onder andere HVC, Stedin)
Standaard en Streefwaarden aan. Daarbij is het belangrijk
en gezamenlijk communiceren naar de doelgroepen. De regie
dat de maatregelen passen bij het toekomstig duurzaam
op energiebesparing in de gemeente ligt bij het Programma
warmtealternatief zoals aangegeven in de Transitievisie
Energietransitie. De integrale aanpak wordt verder
Warmte.
uitgewerkt onder het programma Klimaatneutraal 2040.
1.5
Onzekerheden
Voor het realiseren van de doelstellingen voor 2030 hebben we te maken met een aantal onzekerheden die van invloed is op de aanpak naar 2030.
Beschikbaarheid van wettelijk en financieel instrumentarium Het Rijk biedt een mix van subsidie- en leenmogelijkheden voor particuliere woningeigenaren en VvE’s maar in de praktijk zien we nu al dat het voor een woningeigenaar binnen een VvE niet mogelijk is gebruik te maken van het Warmtefonds. Daarnaast krijgt de gemeente middelen uit de ‘Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat (CDOKE) voor de uitvoering en de ondersteuning van de energie/warmtetransitie en middelen uit het Nationaal Isolatieprogramma voor de lokale aanpak. Het is echter onzeker of de middelen toereikend zijn tot 2030 en er nieuwe regelingen komen. Het verduurzamen van een woning of gebouw wordt voor een groot deel overgelaten aan het initiatief van de eigenaren en VvE’s. We kunnen niet iedereen helpen, maar ook niet verplichten. Het Rijk wil met een aantal wetswijzingen meer dwang uit oefenen. Het voorstel is ondermeer dat woningen die in 2030 nog een EFG-label hebben niet meer mogen worden verhuurd. Verder ligt er een motie die in de Tweede Kamer is aangenomen om huurders van woningen met een slechte isolatie een afdwingbaar recht te geven op stevige huurverlaging bijvoorbeeld door woningen met energielabels lager dan C aan te merken als een gebrek. Zolang het wettelijk niet geborgd is, blijft het voor nu lastig om een deel van de doelgroep in beweging te krijgen.
Ondanks dat we willen versnellen hebben we ook te maken met de realiteit. De Raad van State heeft recent bepaald dat voor het isoleren van spouwmuren ecologisch onderzoek nodig is in verband met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Dit onderzoek is te duur voor een individuele woningeigenaar. Daarom laten we voor de delen waar het relevant is een Soorten Management Plan (SMP) opstellen. Dit traject duurt ruim twee jaar. Gelukkig kunnen we op basis van de eerste fase (het Pre-SMP) onder voorwaarden de 2e helft 2024 aan de slag met het isoleren van de spouwmuren.
Marktcapaciteit De gemeente wil intensiveren en versnellen. Dit vraagt opschaling en een meerjarige aanpak. Om huizen te isoleren, energielabels toe te wijzen en andere energiebesparende maatregelen toe te passen zijn echter vakmensen nodig, maar ook voldoende materialen. Momenteel is er onvoldoende capaciteit op de arbeidsmarkt om de maatregelen die nodig zijn in de gebouwde omgeving uit te voeren. Dit kan vertraging opleveren en de maatschappelijke kosten omhoog drijven.
13
14
Het is daarom belangrijk om het bedrijfsleven bij onze opgave te betrekken, maar ook bezien hoe we via het onderwijs op termijn de markt aan extra vakmensen kunnen helpen. De wijkaanpak ‘Werken in de energietransitie’ die in opdracht van de Bestuurlijke Taskforce Energiehulp door het programma Arbeidsmarkt & menselijk kapitaal is opgesteld sluit hier op aan. In deze wijkaanpak maken we samen met de bewoners in de wijk werk van de energietransitie in Dordrecht.
Netcapaciteit De energie- en warmtetransitie en de opwekking van duurzame energie hebben invloed op het elektriciteitsnet. (bron: Netbeheer Nederland). Net-verzwaring kan noodzakelijk zijn als veel huishoudens om energie te besparen (switch van aardgas naar elektriciteit) overstappen op (hybride) warmtepompen, elektrisch koken, zonnepanelen of elektrisch rijden. Het verzwaren van het net is een langdurig proces en vaak wordt er pas gestart met uitbreiding van het net als er sprake is van netcongestie – te laat dus. Het is van belang om de netbeheerder structureel te betrekken bij de opgaves. We zetten dan ook in op een proactieve samenwerking met Stedin om knelpunten te voorkomen of vroegtijdig te onderkennen en stimuleren innovatie op het gebied van energie infrastructuur (o.a. met inzet van smart grids, opslag en lokaal energie delen). Daarnaast gaan we actief communiceren over de voorkeursvariant uit de Transitievisie Warmte zodat woningeigenaren, bedrijven, VvE’s en anderen hun investeringen (ook in de tijd) daar op aan kunnen passen.
Aanpak Woningen
2. Aanpak Woningen
16
In 2030 willen we in Dordrecht alle woningen met een EFG-label uitgefaseerd hebben en ook nog eens een bijdrage leveren aan 30% energiebesparing. Dit is een flinke opgave die veel vraagt van de eigenaren van de panden. In de aanpak verdelen we de woningen onder in: particuliere koopwoningen, particuliere huur, sociale huur en Verenigingen van Eigenaren (inclusief gespikkeld bezit huur/ koop). Dit heeft vooral te maken met de eigendomssituatie. Dit bepaalt namelijk waar het initiatief ligt bij de verduurzaming, het handelingsperspectief van de bewoners, mate van beïnvloeding en ondersteuning door de gemeente, wijze van communiceren etc. Een speciale doelgroep zijn de monumenten.
2.1
Kerngegevens
Uitsplitsing woningen •
Woningen totaal
(inclusief 2825 monumenten) 57.874
Waarvan grondgebonden
32.482
Waarvan meergezinswoningen
25.392
Onderverdeeld naar eigendom •
Particuliere koopwoningen :
29.953
Waarvan grondgebonden
23.921
Waarvan meergezinswoningen
6.032
•
Particuliere huur: :
Waarvan grondgebonden
Waarvan meergezinswoningen
•
Sociale huur: :
Waarvan grondgebonden
Waarvan meergezinswoningen
12.777 4.529 8.248 14.574 3.972 10.602
Verenigingen van Eigenaren •
Woningen VvE
•
- particulier:
6.032
Aantal panden
1.093
Woningen VvE
- particulier:
3.150
Aantal panden
230
17
Geografische verdeling EFG- labels In Dordrecht hebben we circa 16.750 woningen met een EFG label (geldig/op basis van bouwjaar). Dit is exclusief de monumenten, omdat voor monumenten een energielabel niet verplicht is. Woningen met een laag energielabel, zijn slecht geïsoleerd (dak, spouw en dak) en hebben vaak nog enkel glas. Deze woningen voldoen daarmee niet aan de standaard en de eisen om over te stappen op het warmtealternatief. Verder bieden deze woningen weinig comfort en in de huidige energiecrisis is de slechte energetische kwaliteit de oorzaak van een hoge energierekening bij de huishoudens in Dordrecht. Een eerste analyse (kaartje) laat zien dat de meeste EFG woningen zich veelal bevinden in Dordt West, in de Binnenstad, de Noordflank en het Reeland. Het zijn de wijken met een grote voorraad oude woningen (voor 1945; 50- jaren bouw).
Alle EFG-labels Dordrecht (excl monumenten)
6
waarvan egw: 9.851
16.742
voldoen waarschijnlijk
voldoen waarschijnlijk niet
waarvan mgw panden: 1.554
Energielabels E F G
6.058 6.744 3.268 3000
4.000
5.000
6.000
Eigendomssituatie Corporatiebezit 21,7%
Eigenaar-bewoner 52,11% Particuliere huurr 26,17%
7.000
18 EFG-labels particuliere woningeigenaren (grondgebonden en VvE’s)
mgw: 1.859
egw: 6.883
De standaard (bouwjaar >= 2005 of afgemeld energielabel A of beter)
0
waarvan egw: 6.883
8.742
voldoen waarschijnlijk
voldoen waarschijnlijk niet
waarvan mgw panden: 695
Energielabels E F G
2.429 4.457 1.486 1000
2.000
3.000
4.000
.000
Energieverbruik huishoudens De huishoudens in Dordrecht verbruiken in 2021 in totaal 60.5 miljoen m3 gas en 142 miljoen kWh aan elektriciteit. Cijfers voor 2022 zijn nog niet beschikbaar, maar landelijk is door de energiecrisis in 2022 het aardgasverbruik in woningen met 15% gedaald (bron: CBS). Het elektriciteitsverbruik is sinds 2019 gestegen; het gevolg van het thuiswerken in de coronacrisis en mogelijk de elektrificatie (opladen auto; koken op inductie; (hybride) warmtepomp). Vanaf 1 juli 2018 is aardgasloos bouwen verplicht.
19
Bron: Meerdere bronnen | 2008 - 2021
Totaal gasverbruik woningen Dordrecht (miljoen m3)
Totaal elektriciteitsverbruik woningen Dordrecht (miljoen kWh)
96 88 80 72 64 56 48
2008 2008
2009
2010
2011
2012
Woningen
Bron: Berekening RVO | 2008 - 2021
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Woningen (tempretatuurgecorrigeerd)
2019
2020
2021
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
Totaal electriciteitsverbruik woningen (geleverd via openbaar net) Totaal electriciteitsverbruik woningen (incl. zonnestroom achter de meter)
Bron: Berekening RVO | 2008 -2021
2.2
20
Uitwerking actielijnen
Aan de hand van de voorraad EFG-woningen ‘kleuren’ we de actielijnen in. We maken hiervoor onder meer gebruik van het isolatieprogramma van Dordrecht waarin ‘ de werkvoorraad’ tot 2040 is bepaald en de activiteiten voor de periode 2023-2026 zijn beschreven (NIP) . Er hoort wel een disclaimer bij. Het levert een mate van schijnnauwkeurigheid op want het aantal woningen zal een overschatting zijn omdat we uitgaan van zowel geldige als ‘geschatte’ labels. Maar de komende jaren ontstaat een steeds completer beeld van de geldige labels. De bekende geldige labels worden gebruikt om verdere focus aan te brengen daar waar we concreet aan de slag gaan. Als we alle EFG-labels in 2030 uitgefaseerd hebben kan dit mogelijk een besparing opleveren van circa 15 miljoen m3 aardgas. Dit is een besparing van 25% ten opzichte van 2021. We nemen hierbij aan dat het verduurzamen van een woning 900 m3 aardgas bespaart. We gaan de komende jaren de resultaten bijhouden en rapporteren.
2
Energieverbruik huishoudens De huishoudens in Dordrecht verbruiken in 2021 in totaal 60.5 miljoen m3 gas en 142 miljoen kWh aan elektriciteit. Cijfers voor 2022 zijn nog niet beschikbaar, maar landelijk is door de energiecrisis in 2022 het aardgasverbruik in woningen met 15% gedaald (bron: CBS). Het elektriciteitsverbruik is sinds 2019 gestegen; het gevolg van het thuiswerken in de coronacrisis.
2 Ter illustratie: een tussenwoning zonder enige isolatie kan 900 m3 aan gas besparen (berekening volgens Milieucentraal) als de vier bouwdelen
geïsoleerd worden (van enkel naar HR++; dak- vloer en spouwmuurisolatie). Enkel glas vervangen door HR++ levert tussen 240 en 370 m3 aan besparing van aardgas op per jaar (berekeningen Milieucentraal)
Actielijn 1: Lokaal Isolatieprogramma (LIP): isoleren van koopwoningen met (D) EFG-labels Binnen deze actielijn richten we ons op eigenaren van een koopwoning met een (D) EFG-label en een lage WOZ-waarde. Deze woningen treffen we vooral aan in de wijken/ buurten met een oude woningvoorraad (vooroorlogs/ 50/60 jaren): Crabbehof, Wielwijk Oud-Nieuw Krispijn, het Reeland, Noordflank en De Staart. De regie voor deze actielijn ligt in handen van de gemeente. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma is volgens de gehanteerde verdeelsleutel voor Dordrecht circa € 7,5 miljoen beschikbaar (het totaalbedrag van toekomstige uitkeringen is nog niet aangekondigd). Voor deze uitkering moeten in totaal 5540 woningen ((D)EFG; 17% van de koopvoorraad) verduurzaamd worden binnen deze actielijn. Het gaat om woningen met een WOZ lager dan € 308.000; 20% mag hier boven zitten. Naast grondgebonden woningen gaat het ook om particulieren in VvE’s en gespikkelde complexen. Eind 2028 (met uitstel 2030) dienen deze woningen verduurzaamd te zijn. Dit houdt in dat bij 100% van deze woningen in ieder geval één maatregel (aan 1 bouwdeel) is getroffen. Ten behoeve van de aanpak hebben we een (meerjarig) Dordtse Isolatie-aanpak (DIA) opgesteld. Dit hebben we samen met de corporaties, HVC, Drechtse Stromen, Energiehulp maar ook met andere partners onder meer uit het sociaal domein opgesteld.
We zetten stadsbreed in, maar we zien dat de doelgroep (grondgebonden/VvE’s) geconcentreerd is in Dordt West, met een grote voorraad oude woningen. Het programma gebruiken we voor de aanvragen (3 tranches) van de SPUK-uitkering vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). We kiezen voor een intensieve activering. We zorgen onder meer voor actieve bewonersbegeleiding, inzet van de Energiehulp, begeleiding richting leningen en subsidies, vouchers etc. Verder zetten we in op een ‘netwerk’ uitvoeringsorganisatie (combinatie van sociaal en fysiek domein) dicht bij de doelgroep. We gaan zoveel mogelijk van de NIP uitkering inzetten voor concrete isolatiemaatregelen bij deze woningen. De dekking van de personele inzet; advisering; begeleiding bij de financiering etc worden vooralsnog gedekt uit de CDOKE middelen en het programmabudget Energietransitie. Bj de verdere uitwerking moet blijken of dit haalbaar is of dat mogelijk een deel van de inzet uit de NIP middelen moet komen. Als in de praktijk blijkt dat meer begeleiding nodig dan houden we de mogelijkheid open om maximaal 15% van het NIP budget voor deze benodigde begeleiding in te zetten. De aanvraag voor de 1e tranche is in september ingediend. Het gaat om een bedrag van € 2.2 miljoen voor 1520 woningen. Deze woningen moeten eind 2026 verduurzaamd zijn. We monitoren op aantallen woningen en geïsoleerde bouwdelen.
21
Actielijn 2: Isoleren van woningen door verhuurders (circa 8000 woningen) De regie en uitvoering ligt bij de corporaties en de particuliere verhuurders. Om wettelijk te borgen dat alle slecht geïsoleerde huurwoningen worden verbeterd, gaat het Rijk per 1 januari 2030 wettelijke eisen stellen aan de verhuur van corporatiewoningen en private huurwoningen. In de praktijk betekent dit dat EFG label woningen niet meer verhuurd mogen worden. Dit geldt niet voor huurwoningen met een monumentenstatus. a: isoleren van woningen door Woonbron en Trivire Het Rijk (BZK) heeft afspraken gemaakt met Aedes over het goed isoleren van sociale huurwoningen met een slechte energieprestatie. Deze afspraken zijn erop gericht dat de EFG label woningen van woningcorporaties eind 2028 nagenoeg niet meer voorkomen. De gemeente maakt afspraken (PALT) met Woonbron en Trivire over de uitfasering aan de hand van de meerjarenplanningen. Waarbij ook gekeken wordt naar de plannen voor de uitrol van het warmtenet. Ten aanzien van de gespikkelde VvE’s/ gespikkelde straten worden afspraken gemaakt over samenwerking en regie en waar het kan inzet van middelen (NIP). Concreet is de gemeente samen met de corporaties aan de slag gegaan met twee gespikkelde complexen. Hiervoor is in maart 2023 door de Bestuurlijke Taskforce Energiehulp de samenwerkingsovereenkomst uit 2021 herbevestigd.
De lokale PALT-afspraken worden in december 2023 naar verwachting getekend. b: isoleren van woningen door particuliere verhuurders De particuliere verhuurders zijn verantwoordelijk en dienen op eigen initiatief hun woningen te verduurzamen. Ze hebben hiervoor tot 2030. De gemeente gaat de huurders en verhuurders informeren en stimuleren aan de slag te gaan. Dit als onderdeel van de campagne Slim Energie Besparen. Verder worden de huurders vanaf 1 juli 2023 juridisch ondersteund vanuit Stichting ContourdeTwern. Vooralsnog gaan we niet actief aan de slag met deze doelgroep, behalve in Crabbehof als onderdeel van de wijkaanpak. Ook in eventuele gespikkelde straten/complexen worden zij betrokken. Het 2e kwartaal van 2024 evalueren we de resultaten van Stichting ContourdeTwern.
22
Actielijn 3: Versneld isoleren koopwoningen op eigen initiatief De meeste eigenaren van koopwoningen moeten op eigen initiatief aan de slag. Gelukkig hebben heel veel eigenaren hun woning al verduurzaamd of zijn daar mee bezig. De afgelopen jaren hebben we voor deze doelgroep meerdere collectieve acties georganiseerd. Verder bieden we de Stimuleringslening Energiezuinig Wonen aan. Wel zal een klein deel van deze groep mogelijk toch onder actielijn één geplaatst worden omdat als gevolg van de energiecrisis en de inflatie de zelfredzaamheid van een deel van deze doelgroep toch een stuk kleiner is en de NIP een breder bereik heeft (20% mag een WOZ hoger dan €308.000). Binnen actielijn 3 organiseren we ook de komende jaren collectieve acties en handelingsperspectief als onderdeel van de Campagne Slim Energie Besparen; communicatie zal zoveel mogelijk op maat plaatsvinden. We stemmen de boodschap af op de ontvanger. We kijken naar leefstijlen, culturele achtergrond etc. Verder is er een digitaal energieloket beschikbaar en organiseren we de Duurzame Huizenroute.
a: versneld isoleren van koopwoningen met een EFG-label Het streven van deze actielijn is het versnellen van de isolatie van deze woningen op eigen initiatief. Met de inzet van collectieve inkoopacties in combinatie met laagdrempelige, breed toegankelijke financiering en subsidie die landelijk wordt aangeboden en de gemeentelijke stimuleringslening energiezuinig wonen. Verder stimuleren we initiatieven in straten en buurten. b: versneld isoleren van appartementen met een EFG-label. Het streven van deze actielijn is het versnellen van de isolatie van de VvE’s op eigen initiatief. We gaan hier actief op inzetten. Er wordt landelijk een laagdrempelige, breed toegankelijke financiering en subsidie aangeboden. In de praktijk vraagt deze groep echter om specifieke ondersteuning omdat niet alle VvE’s in de basis goed functioneren en het verduurzamingstraject complex is. En vaak hebben VvE’s in hun Meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP) niet gespaard voor verduurzamingsmaatregelen.. c: isoleren naar aardgasvrij/ ready voor woningen met D/C/B labels In de periode tot 2030 richten we ons niet alleen op de energetisch slechte woningen maar ook op de woningen die nog niet aardgasvrijready zijn. Eigenaren kunnen inspelen op natuurlijke vervangingsmomenten; bij aankoop van woning etc. We willen banken en makelaars hier een rol in laten spelen.
Daarnaast kunnen eigenaren bijvoorbeeld deel nemen aan de collectieve inkoopacties. d: monumenten Monumenten bepalen in grote mate het karakter van Dordrecht. Ze vormen circa 2% van de totale woningvoorraad. Om ze toekomstbestendig te maken is het belangrijk dat monumenten worden verduurzaamd. Voor de monumenten en beeldbepalende panden in Dordrecht wordt een apart plan van aanpak opgesteld. Dit vanwege de afwijkende kaders die gelden voor monumenteigenaren om aanpassingen te doen aan het gebouw. Bij de verduurzaming van een monument gaat het meestal om maatwerk en is een omgevingsvergunning nodig. Verder geldt voor monumenten geen verplichting voor een energielabel. Dit betekent dat het indicatief afgegeven label niet omgezet hoeft te worden naar een definitief label bij verkoop. De aanpak is extra complex door het gemengd gebruik en sprake is van huur/VvE.
23
Actielijn 4: Samen energie besparen met laagdrempelige maatregelen/ plan van aanpak Energiehulp voor huishoudens Binnen deze actielijn gaat het om circa 10.000 huishoudens. Het betreft de huishoudens die in aanmerking komen voor een energietoelage van Rijk (2022/2023) en gemeente. Een groot deel van deze mensen woont in een slecht geïsoleerde woning; veelal huur. Met de actielijnen 1 tot met 3 willen we het verduurzamen van deze woningen versnellen. Met laagdrempelige kleine energiebesparende maatregelen in huis en aanpassing van gedrag is voor veel huishoudens nog energie te besparen. Sinds september 2022 zetten we de energiehulpen in. De Energiehulp helpt mensen achter de voordeur met tips en het aanbrengen van kleine maatregelen. Verder assisteren zij bij een witgoedregeling. Deze regeling maakt het mogelijk om een oude energieslurpende koelkast om te ruilen voor een nieuwe. Energiehulp Dordrecht is landelijk een voorbeeld hoe huishoudens met energiearmoede op een effectieve manier geholpen kunnen worden. Inmiddels zijn al meer dan 2000 huisbezoeken afgelegd. De gemeente heeft in totaal circa € 3.868.000 ontvangen om deze doelgroep te ondersteunen; uitgekeerd in drie tranches. Naar aanleiding van de laatste uitkering van € 1.7 miljoen hebben we het plan van aanpak Energiehulp voor huishoudens (uit oktober 2022) herijkt inclusief de middelen.
We gaan in ieder geval tot en met de winter van ‘23/’24 op deze wijze hulp bieden en indien nodig kunnen we het nog voortzetten. De Energiehulp blijft tot eind 2025 beschikbaar. Uiteindelijk willen we rond de 2800 huisbezoeken afleggen. Daarnaast hebben we middelen gereserveerd voor een vervolg van de witgoedregeling. De huidige regeling zal eerst worden geëvalueerd. Alle huisbezoeken worden geregistreerd. De Energiehulp rapporteert maandelijks hun bevindingen over huur/koop, aangebrachte maatregelen, wel/geen enkel glas, de staat van het witgoed. De uitvoering van de actielijn is georganiseerd via de uitvoerende Taskforce Energiehulp. De bestuurlijke taskforce is opdrachtgever.
24
2.3
Agenda 2023-2024
De agenda 2023-2024 ondersteunt de vier actielijnen (doelgroepgericht) en de wijkaanpak voor Crabbehof (wijkgericht). De agenda is adaptief. Het geeft nu vooral een goed overzicht van de activiteiten voor 2023/2024. Met de activiteiten zijn we al gestart of starten we op korte termijn, We gaan echter inspelen op actualiteiten, nieuwe ontwikkelingen, kansen etc. En door de bijdrage van het Rijk in de uitvoeringskosten (CDOKE) kunnen we daarnaast over de gehele breedte versnellen wat weer leidt tot nieuwe activiteiten. De agenda wordt hier jaarlijks op aangepast. De campagne Slim Energie Besparen loopt als een rode draad door de agenda.
Opstellen Projectplan Lokaal Isolatie Programma: We stellen een projectplan op voor de aanpak van de 5540 woningen die verduurzaamd moeten worden (minimaal één maatregel aan bouwdeel). De hoofdlijnen zijn geschetst in de Dordtse Isolatie Aanpak, die als basis is gebruikt voor de aanvraag van de NIPgelden. In het projectplan worden onder meer de volgende onderdelen uitgewerkt:
1.
wijze van activeren van de doelgroep: daarbij onderscheid tussen grondgebonden en (gespikkelde) VvE’s;
2.
communicatie: campagne Slim Energie Besparen, digitaal loket, fysiek loket;
3.
het ontzorgingsaanbod voor grondgebonden woningen: advies, begeleiding, collectieve inkoop etc.;
4.
ondersteuningsaanbod voor VvE’s: maatwerkadvies; begeleiding etc. Hiervoor wordt een apart plan van aanpak opgesteld;
5.
financiële ondersteuning door middel van vouchers: uitwerking van de verschillende vergoedingen;
6.
Planning, fte’s en financiële dekking.
Het projectplan is eind 2023 gereed.
25
Opstellen (Pre-) SMP Om uiteindelijk aan de slag te gaan met het grootschalig verduurzamen van woningen is een Soortenmanagement Plan nodig. Aanleiding is de uitspraak van de Raad van State dat voorafgaand aan het na-isoleren van spouwmuren ecologisch onderzoek nodig is om vast te stellen of er vleermuizen aanwezig. Dit betekent dat een individuele woningeigenaar zelf onderzoek moeten laten uitvoeren. De kosten hiervoor zijn hoog. De verwachting is dat de eigenaar zijn spouwmuren dan niet laat vullen. De gemeente gaat woningeigenaren ontlasten door gebiedsontheffing aan te vragen met een soortenmanagementplan (SMP). De doorlooptijd van het laten opstellen van een SMP is echter circa twee jaar. Als onderdeel van dit traject laten we een Pre-SMP opstellen, waarmee een tijdelijke gebiedsontheffing kan worden aangevraagd. De provincie biedt de kaders voor een pre SMP (voor 1-1-2024). Met een pre-SMP kunnen alleen particuliere/grondgebonden woningeigenaren direct aan de slag. Het SMP gaat uiteindelijk gelden voor het gehele grondgebied van Dordrecht. Het aanbestedingstraject wordt gestart in het najaar van 2023. De verwachting is dat er in Q1 2024 gestart kan worden met het laten opstellen van het (pre-)SMP. De verwachting is dat het pre-SMP rond de zomer van 2024 beschikbaar is.
Doorontwikkeling team Energiehulp: Het team Energiehulp is ondergebracht bij de Stichting voor de Werkplaats (bij Het Vogelnest). Het team bestaat in de basis uit 5 fte en wordt tot eind 2025 gefinancierd uit de SPUK-uitkering energiearmoede. Het team wordt het komende winterseizoen nog ingezet voor huisbezoeken ten behoeve van tips en kleine energiebesparende maatregelen. Daarnaast zien we een mogelijke rol van het team bij de uitvoering van het Lokaal Isolatie Programma als onderdeel van de activeringscampagne: Energiehulp is laagdrempelig, bekend en vertrouwd. Dit gaan we verder verkennen, waarbij we ook kijken naar de organisatorische inbedding van het team. De verkenning vindt komend half jaar plaats.
Betere informatie en ondersteuning energiebesparing online en telefonisch De informatievoorziening is tot eind 2023 ondergebracht bij het Regionaal Energieloket. Het zijn in de praktijk drie loketten: een loket voor particuliere woningeigenaren, het VvE-loket en het zakelijk loket. Verder kan gebruik worden gemaakt van TVWtool. Hier kan op postcodeniveau informatie opgehaald worden over de toekomstige warmtevoorziening. Het energieloket wordt in regionaal verband opnieuw aanbesteed. Doel is een nieuwe basisvoorziening per 1 januari 2024. Tegelijkertijd wordt in eigen beheer een platform gebouwd onder de naam. www.duurzaam-drechtsteden.nl/naam gemeente, waar we vanaf de Dordtse website dordtduurzaam.nl naar verwijzen. Deze plekken gaan zorgen voor betere informatievoorziening over mogelijkheden om je huis te besparen. Gereed: 1-1-2024.
26
Ontwikkeling fysieke loket(ten) Voor het bereiken en ondersteunen van bewoners is het voor het Lokaal Isolatieprogramma van belang om één of meerder fysieke loketten te hebben. Het schaalniveau waarop een ‘fysiek loket’ functioneert is met name van belang, omdat de doelgroepen die we willen bereiken erg divers zijn. Er zijn verschillende verschijningsvormen van fysieke loketten voor ondersteuning bij energiebesparing. De Woonwijzerwinkel zoals die bijvoorbeeld in Rotterdam bestaat, zou voor de ‘top’ van de doelgroep goed kunnen functioneren (hoog inkomen, doe-het-zelvers, veel eigen initiatief). Aan de andere kant zijn er doelgroepen die meer hulp kunnen gebruiken, zoals woningeigenaren met een laag inkomen die niet uit zichzelf isoleren (doelgroep Lokaal Isolatie Programma) Dit vraagt om ondersteuningspunt dichtbij, in de wijk of straat. Dit kan een voorbeeldwoning zijn, een mobiele baristabar, pop-upwinkel, bakfiets: een plek voor een goed, laagdrempelig gesprek. Samen met onder meer experts uit het sociaal domein bepalen we de juiste verschijningsvorm. Dit kan meerdere fysieke loketten opleveren. Het voorstel hiervoor ronden we het eerste kwartaal 2024 af en de fysieke loketten kunnen vanaf dan worden ingezet in de wijken waar we aan de slag gaan met het Lokaal Isolatieprogramma.
Subsidieregeling Buurtinitiatieven Met de campagne Slim Energie Besparen gaan we buurten en straten stimuleren samen aan de slag te gaan met de verduurzaming van hun woning. Hierbij willen we (financiële) ondersteuning bieden. Initiatiefnemers kunnen subsidie aanvragen om bijvoorbeeld een informatieavond te organiseren; energieadvies in te winnen, acties te organiseren (inkoop;warmtecamera etc). We willen zoveel mogelijk gebruik van de dynamiek in de stad. De subsidie is niet bedoeld voor maatregelen aan de woning. De concept-regeling is eind eerste kwartaal 2024 gereed, waarna buurtbewoners hier gebruik van kunnen maken.
Evaluatie Stimuleringslening Energiezuinig Wonen Vanaf oktober 2021 staat de Stimuleringslening Energiezuinig Wonen open voor particuliere woningeigenaren. Woningeigenaren kunnen tegen een aantrekkelijke rente van 1,5% (vast) geld lenen om de woning te verduurzamen. De uitvoering hebben we ondergebracht bij SVn. In totaal is € 3 miljoen beschikbaar, waarvan een groot deel inmiddels is uitgeleend. Voor een groot deel van de woningeigenaren geldt dat de energiebespaarlening van het Warmtefonds een aantrekkelijk alternatief is. Tot € 60.000,- verzamelinkomen geldt 0%. En de leningbedragen variëren van € 1000,- en maximaal € 71.000,-; voor de SEW is het minimum € 2.500,- en het maximum € 25.000,- . De verwachting is dat eind dit jaar het beschikbare plafond is bereikt en we geen nieuwe aanvragen meer in behandeling kunnen nemen. We gaan de regeling SEW evalueren, waarbij de centrale vraag is of de regeling voor een bepaalde doelgroep nog in een behoefte voorziet, al dan niet aangepast. Evaluatie is 2e kwartaal 2024 gereed, waarna we met een voorstel komen.
27
Plan van aanpak Energiebesparing Monumenteigenaren Voor ondersteuning van monumenteigenaren wordt een plan van aanpak en een ondersteuningsprogramma opgesteld. Vooruitlopend starten we in het najaar 2023 met een communicatiecampagne om de inwoners en eigenaren op de hoogte te stellen van de mogelijkheden van zonne-energie in beschermd stadsgezicht (historische binnenstad en 19e-eeuwse schil). De daken zijn in kaart gebracht en de eigenaren en inwoners kunnen op www.zonnedakje.nl/dordrecht de mogelijkheden voor hun adres opzoeken. Het plan van aanpak is eind 4e kwartaal 2023 gereed en de aanpak die we daarin vastleggen start in 2024.
Project Verduurzaming gemengde complexen We gaan samen met Trivire en Woonbron aan de slag met twee gespikkelde complexen. Dit heeft de Bestuurlijke Taskforce Energiehulp concreet vastgelegd in een convenant dat in maart 2023 is getekend. Eerder is hier al in 2021 een samenwerkingsovereenkomst voor getekend. De afspraken worden onder deel van de PALT-afspraken. In het vierde kwartaal 2023 wordt een projectleider aangesteld door de corporaties. De gemeente draagt hier financieel aan bij. Dekking vindt plaats uit het budget Energiearmoede. Het project kent drie actielijnen: bewustwording (Eigenwijck), Energiehulp en verduurzamingsmaatregelen. In de eerste actielijn zullen er activiteiten in de VvE worden georganiseerd om het bewustzijn en het draagvlak voor verduurzaming te vergroten. Een voorbeeld hiervan is een workshop ‘koken op inductie’. In de tweede actielijn zal de Energiehulp Dordrecht actief langs de deuren gaan om bewoners 1. Energiehulp aan te bieden 2. bewust te maken en te activeren zelf een keuze te maken. De laatste actielijn bevat de echte verduurzamingsmaatregelen en de stappen daarna. Hieronder valt ook de businesscase/ het financieringsaanbod voor de VvE en specifiek de koopwoningeigenaren. Dit project dient als input/voorbeeld voor de rest van de gespikkelde complexen in Dordrecht.
Aan de hand van deze pilot wordt hiervoor een Draaiboek opgesteld die continue wordt aangepast/aangevuld met lessen uit de pilot en input van de bewoners. De planning is om eind 2023/begin 2024 te starten met deze aanpak.
Plan van aanpak voor Vereniging van Eigenaren We gaan een plan van aanpak en een ondersteuningsprogramma opstellen voor particuliere VvE’s. De focus ligt in eerste instantie op VvE’s in complexen met EFG labels, VvE’s in startwijken warmtenet en VvE’s in een actieve stand. Het plan is om een procescoördinator in te huren die ervaring heeft met verduurzamingstrajecten in particuliere VvE’s. Een procescoördinator kan een aantal VvE’s intensief begeleiden in hun traject tot het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Het plan van aanpak is einde 1e kwartaal 2024 gereed.
28
3. Aanpak Bedrijven en maatschappelijk vastgoed
3. Aanpak Bedrijven en maatschappelijk vastgoed De aanpak focust op de energie die nodig is om het gebouw te verwarmen en te koelen. Daarbij is het belangrijk om te constateren dat de eigenaar van het gebouw niet altijd de gebruiker is. De energie die nodig is voor bedrijfsprocessen is geen onderdeel van de aanpak. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energie die nodig is voor de productie van materialen of mobiliteit. In de praktijk zal dit onderscheid niet snel gemaakt worden, omdat een integrale aanpak voorop staat, zeker in de werkwijze van de OZHZ bij vergunningverlening en toezicht. Zeker in geval energie en mobiliteit zijn opgenomen in de vergunning. Verder is mobiliteit onderdeel van de brede aanpak klimaatneutraal. Meer dan bij woningen gelden er voor bedrijven regels waar zij zich aan moeten houden. Zo kennen we de informatieplicht/energiebesparingsplicht voor bedrijven. Deze verplichting geldt voor bedrijven met een verbruik groter dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas. Verder moeten kantoren vanaf 1 januari 2023 minimaal een label C hebben. Voor utiliteitsgebouwen (winkels, horeca, kantoren, zorginstellingen etc) komt het Rijk met een verplichte eindnorm die vanaf 2030 gaat gelden en waaraan de energieprestaties van alle gebouwen moeten voldoen. De eindnorm komt nu waarschijnlijk ongeveer uit op het huidige energielabel A++ of A+++.
Bij het verduurzamen van een gebouw kan de eigenaar nu gebruik maken van de renovatiestandaard. Dit is een vrijwillige richtlijn. Naast wat bedrijven wettelijk moeten, willen we ook inspireren en stimuleren. Dit willen we doen met de inzet van de koplopers in Dordrecht en goede voorbeelden. Denk hierbij aan de Duurzaamheidsfabriek en de Stadsboerderij Weizigt. Voor het gemeentelijk vastgoed is een aparte routekaart beschikbaar. In 2022 zijn we gestart met een pilot met zes gebouwen die een hoog verbruik en/of een laag energielabel hebben: de Sportboulevard, Maria Montessorilaan 3, Wijkcentrum Sterrenburg, Museum Van Gijn en Kerkeplaat 3 en Duurzaamheidscentrum Weizigt. In deze collegeperiode staan nog zeventien gebouwen op de agenda om verduurzaamd te worden. Voor zeven gebouwen is recent subsidie aangevraagd in het kader van de Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed.
30
3.1
31
Kerngegevens
Aantal bedrijven Bedrijven
9458
•
Op bedrijventerreinen
1465
•
Buiten bedrijventerreinen
6271
•
Binnenstad
1722
•
Kantoren > 100m2
783
Aantal vestigingen Publieke Dienstverlening Dordrecht, Aantal 1000
800
600
710 625
400
200
0 0
Cultuur, sport en recreatie (SBI R)O
)O verige dienstverlening (SBI S)
Extraterritoriale organisaties (SBI U) Bron: CBS | 2021
1E Merwedehaven + Oostpoort
DORDRECHT
Rondweg
DORDRECHT
2E Merwedehaven
DORDRECHT
Vissersdijk
DORDRECHT
3E Merwedehaven
DORDRECHT
Amperestraat
DORDRECHT
Amstelwijck-West
DORDRECHT
Weeskinderendijk
DORDRECHT
DORDTSE KIL I
DORDRECHT
Wilheminahaven (Dordrecht)
DORDRECHT
DORDTSE KIL II
DORDRECHT
Gravendeelsedijk E.O.
DORDRECHT
EG-/Ploegstraat
DORDRECHT
Handelskade (Dordrecht)
DORDRECHT
Glazenstraat
DORDRECHT
Duivelseiland
DORDRECHT
Julianahaven
DORDRECHT
Businesspark Amstelwijck-Oost
DORDRECHT
Krabbegors
DORDRECHT
Groene Zoom
DORDRECHT
Krabbepolder
DORDRECHT
Dordtse Kil III
DORDRECHT
Louterbloemen
DORDRECHT
Distripark Dordrecht
DORDRECHT
32 Energieverbruik commerciële en publieke dienstverlening Onderstaande grafieken geven inzicht in de bijdrage van bedrijven en publieke dienstverlening aan het energieverbruik. Over het algemeen daalt het energieverbruik, met een lichte stijging in 2021 (coronacrisis). De verwachting is dat 2022 weer een daling laat zien als gevolg van de energiecrisis. Energieverbruik naar maatschappelijke sector
Energielabels Utiliteitsgebouwen Energielabels Utiliteitsgebouwen
Dordrecht (TJ)
Dordrecht, Aantal Dordrecht, Aantal
480
800 700
320
600 500
160
400 0
300 2012
2013 Overheid (SBI O)
2014
2015
Onderwijs (SBI P)
2016
2017
)Zorg (SBI Q)
2018
2019
2020
Cultuur, sport, recreatie (SBI R)
Overige diensten (SBI S)
2021
200 100 0
Bron: Bijschattingen RVO | 2012 - 2021
Energieverbruik Publieke dienstverlening (aardgas, elektriciteit) Dordrecht (TJ)
A t/m A ++++
BC B
C
DE D
E
FG F
G
Bron: RVO - Registratiesysteem voor energielabels van utiliteitsgebouwen | 2022
Energieverbruik Commerciële dienstverlening
(aardgas, elektriciteit) Energieverbruik Commerciële dienstverlening (aardgas, ele Dordrecht (TJ) Dordrecht (TJ) 1.100 1.020 940 860
2012
2013
2014
2015
Dordrecht Bron: Bijschattingen RVO | 2012 - 2021
Bron: Bijschattingen RVO | 2012 - 2021
2016
2018
2019
2020
2021
ektriciteit)
3.2
Twee sporen: handhaven en stimuleren
In lijn met de e-agenda van de OZHZ kiezen we voor twee sporen: het handhaven van wet en regelgeving en het stimuleren van bedrijven om voortvarend aan de slag te gaan met het verduurzamen van het pand en extra bovenwettelijke stappen te zetten. We gaan het handhavingsspoor en stimuleringsspoor, apart en in samenhang, versterken. We blijven inzetten op het handhaven van bedrijven en maatschappelijke organisaties, maar tegelijkertijd gaan we intensiever inzetten op het stimuleren van bedrijven en maatschappelijk organisaties om extra stappen te zetten. Dit doen we branchegewijs, maar daarnaast richten we ons op bedrijfsterreinen. Dit gaan we doen in samenwerking met bedrijven en externe partners. En we betrekken daar de vastgoedeigenaren bij.
Handhaven In deze periode handhaaft de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid binnen de e-Agenda en het werkprogramma de energiebesparingsplicht. Vanaf de inwerkingtreding van de informatieplicht/energiebesparingsplicht in 2019 gaan we uit van 761 energierelevante bedrijven(opgave RVO). Dit zijn niet-vergunningplichtige bedrijven, zoals scholen, metaalbewerkers, drukkerijen of detailhandel. Vanaf 1 juli 2023 is de huidige energiebesparingsplicht uitgebreid met 46 vergunningplichtige Dordtse bedrijven. Alle grootverbruikers in Dordrecht maken hier deel van uit. Het beoordelen en controleren gaat veel extra tijd kosten. Hiervoor stelt het rijk extra middelen aan de OZHZ beschikbaar. De middelen worden ingezet op additioneel toezicht op energiebesparing. Op uiterlijk 1 december 2023 aanstaande moeten bedrijven die een energiebesparingsplicht hebben opnieuw rapporteren. Verder handhaaft de OZHZ op de label C verplichting bij kantoren groter dan 100 m2. Het gaat in totaal om 114 kantoren die nog geen C-label hebben. Dit is 22% van de labelplichtige bedrijven.
Stimuleren De gemeente neemt de regie op het stimulerende spoor, maar in nauwe samenwerking met de OZHZ. Hiermee willen we het stimulerende spoor steviger neer zetten en de focus leggen op ondersteuning en ontzorging bij bedrijven. Daarbij richten we ons vooral op bovenwettelijke maatregelen; de extra stappen die nodig zijn om aan de gemeentelijke doelstellingen te voldoen. Stimuleren doen we langs drie verschillende lijnen: •
Branche-aanpak
•
Bedrijventerreinaanpak
•
Platform Duurzame Bedrijven
33
34 Branche-aanpak Een branche-aanpak maakt een meer gericht collectief aanbod mogelijk. Voor bedrijven heeft het voordelen; ze kunnen gebruik maken van elkaars ervaringen en kennis. Voorbeelden van een branche zijn horeca, retail, zorg, bouw en zakelijke dienstverlening etc. Elk jaar bepalen we met de OZHZ welke branche (s) aan bod komen. Voor 2023/2024 ligt de nadruk op de sportverenigingen met een eigen accommodatie en de zorginstellingen. Sport Al voor de coronacrisis zijn we gestart met de ondersteuning van sportverenigingen met een eigen accommodatie. Via een ‘uitvraag’ door middel van een enquête hebben we dit jaar een doorstart gemaakt. Aan de hand van de resultaten hebben we een ontzorgingstraject aangeboden aan de verenigingen die hier nadrukkelijk om vroegen. Er zijn uiteindelijk tien scans uitgevoerd. Met de scans kunnen de verenigingen nu vervolgstappen zetten. Ook hier bieden wij begeleiding. Ook kunnen verenigingen gebruik maken de subsidieregeling Renovatie en/of Nieuwbouw Verenigingsgebouwen door Sportverenigingen. Door met de regeling richting te geven aan verduurzaming van accommodaties wordt gewaarborgd dat de sportaccommodaties toekomstbestendig gerenoveerd worden. Met de vervanging van de verlichting op de buitensportvelden door LED verlichting zorgen we voor een verlaging van de energierekening.
Zorginstellingen Intramurale zorgorganisaties in de regio Zuid Holland-Zuid sluiten samen met de regiogemeenten in november 2023 een Convenant Verduurzaming Zorg af om samen te werken aan duurzame bedrijfsvoering. Hiermee versnellen de instellingen de aanpak voor energiebesparing en CO2 reductie, alsmede duurzaam inkopen, afvalpreventie en duurzaam vervoer. Het convenant biedt zorginstellingen een regionaal netwerk om samen te werken, kennis te halen en te delen. De ambitie is dat eind 2025 alle deelnemende zorgaanbieders een begin hebben gemaakt met de systematische verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Zorginstellingen stellen een routekaart op die laat zien op welke manier een instelling gaat werken aan de klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Naast de routekaart spreken zorginstellingen af voor eind 2025 het keurmerk Milieuthermometer Zorg brons of zilver te halen voor één of meerdere locaties in het werkgebied van OZHZ. Een zorginstelling heeft met het maken van een routekaart en de Milieuthermometer Zorg zichzelf gecommitteerd aan het uitvoeren van maatregelen die verder gaan dan de wet. Met zorginstellingen spreekt OZHZ af, dat zij terughoudend zal zijn met het doen van energiecontroles. In Dordrecht sluiten zich in ieder geval vier zorginstellingen aan bij het convenant. Zorginstellingen kunnen ook later in het traject nog aansluiten.
35
Bedrijventerreinaanpak Met de bedrijventerreinaanpak sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande plannen en ontwikkelingen. In deze periode willen we aan de slag met de bedrijventerreinen waar we de meeste impact kunnen maken in Dordrecht. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het voorkomen van energiebesparingsplichtige bedrijven, grootverbruikers, de organisatiegraad, leeftijd van de gebouwen etc. De OZHZ doet hier momenteel onderzoek naar. Dit onderzoek is eind 2023 afgerond. Een bedrijventerreinaanpak vraagt om een structurele samenwerking intern, met bedrijven en met externe partners, zoals het bestuur van de Bedrijven Investeringszone (BIZ), het opstellen van een gezamenlijke agenda en het maken van lange termijnafspraken (inclusief budget). We zien daarbij ook het belang van de inzet van koplopers en ambassadeurs in. We gaan hiervoor het platform Duurzame Bedrijven actief inzetten. Los van het onderzoek van de OZHZ zijn we inmiddels gestart op Distripark. Hier zijn we gestart met een onderzoek naar de kansen en de praktische invulling om van Distripark een zelfvoorzienend energieneutraal bedrijventerrein te maken. Het onderzoek doen we samen met de al gevestigde bedrijven en andere stakeholders zoals Stedin . Het bedrijventerrein is al volledig all electric wat het realiseren van energieneutraliteit haalbaar maakt.