Aanmeldnotitie plan mer warmteprogramma Dordrecht.pdf
Tekst van het document
30
ook meer verharding wordt toegevoegd. Er is sprake van een negatief effect in de vorm van een toename van verharding, maar hiertegenover staat de beschermende compensatieverplichting in de wetgeving waardoor geen effecten zijn te verwachten. Een ander aandachtspunt is mogelijk de effecten van wateroverlast op transformatorhuisjes. Als deze onder water komen te staan heeft dit gevolgen voor het elektriciteitsnet (uitval). Bij de bouw van deze transformatorhuisjes is het belangrijk hier rekening mee te houden. Bij de andere warmtetechnieken zijn geen effecten op wateroverlast te verwachten. Hier is namelijk geen sprake van toevoeging van verharding. Echter is het wel een aandachtspunt, omdat vanuit bodemdaling ook risico is op wateroverlast. Effecten op grondwater Er kan sprake zijn van een mogelijk tijdelijk effect op het grondwater tijdens de aanlegfase van het warmtenet, all-electric oplossingen en WKO. In de aanlegfase zijn hiervoor werkzaamheden in de ondergrond nodig wat effect kan hebben op het grondwater. Ook zijn er in Dordrecht grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen waar de grondwaterkwaliteit is beschermd. Het beschermingsregime voorkomt dat de grondwaterkwaliteit hier wordt aangetast. Voor de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten op het grondwater. Effecten op hittestress De effecten op hittestress zijn beperkt tot niet aanwezig.
Er is mogelijk een geringe toename van de buitentemperatuur bij buitenunits. Daar tegenover staat een betere koeling binnen in de gebouwen wat gebouwen hittebestendiger maakt. Vanuit gemeentelijk beleid wordt ernaar gestreefd om meer rekening te houden met natuurinclusief bouwen, waar hittestress onderdeel van is. Hier wordt ook een beschermingsregime voor opgesteld. Dit zal met name aan de orde komen bij transformatorhuisjes. Effecten op bodemdaling Momenteel is sprake van bodemdaling in de gemeente Dordrecht. De gemeente ligt in een laaggelegen gebied tussen grote rivieren. De ondergrond bestaat daarmee veelal uit (rivier)kleigrond. Ook worden lage grondwaterstanden doorgevoerd. Het effect van bodemdaling kan versterkt worden door activiteiten in de ondergrond, zoals het aanleggen van buisleidingstelsels ten behoeve van het warmtenet. Doordat de bodem daalt is er ook meer risico op wateroverlast en kan dit ook versterkt worden. Deze effecten zijn naar verwachting lokaal en lastig van te voren in te schatten. Warmtetechnieken kunnen effecten hebben op bodemdaling en verdienen aandacht. Effecten op drinkwater Er kunnen effecten op de drinkwaterkwaliteit optreden, bijvoorbeeld bij de aanleg van buisleidingen ten behoeve van het warmtenet. Naar verwachting zijn deze effecten lokaal en niet aanzienlijk negatief. Ook kunnen deze door technische maatregelen worden beperkt.
In de ondergrond bevinden zich drinkwaterleidingen. Een effect dat kan optreden is verwarming van de drinkwaterleidingen door nabije ligging van buisleidingen wat de drinkwaterkwaliteit negatief kan beïnvloeden. Om dit effect te voorkomen kan bijvoorbeeld een bepaalde afstand aangehouden worden tussen de leidingen. De effecten zijn te beperken door hier rekening mee te houden bij de aanleg van buisleidingen. Dit is een belangrijk aandachtspunt. Ook gezien de schaarse ruimte in de ondergrond. In de gemeente Dordrecht bevinden zich grondwaterbeschermingsgebieden, onder te verdelen in waterwinningsgebieden, boringsvrije zones en strategische voorraden. Dit zijn beschermingszones voor
31
de drinkwatervoorraad. Het beschermingsregime geeft beperkingen voor activiteiten in deze gebieden. Ook zijn bepaalde activiteiten niet toegestaan. Dit beschermingsregime borgt dat er geen belangrijke negatieve effecten optreden. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel klimaatadaptatie. Bij de aanleg van de warmtetechnieken is het belangrijk rekening te houden met de beschermde waterwaarden, specifiek met wateroverlast, bodemdaling en de effecten op de drinkwatervoorziening. Er kunnen effecten optreden, maar deze zijn met maatregelen te voorkomen.
3.7 Energieneutraliteit Effecten op energieneutraliteit Het warmteprogramma is bedoeld om de energietransitie in gang te zetten en in 2050 een energieneutraal Dordrecht te realiseren. Er is sprake van een positieve bijdrage aan dit doel en geen negatieve effecten. Ten aanzien van de doelen op gebied van circulariteit zijn er geen wezenlijke effecten te verwachten, maar is er wel een aandachtspunt omtrent de bouwwerken en het gebruik van herbruikbare materialen. Bijvoorbeeld bij transformatorhuisjes of warmtecentrales. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma van gemeente Dordrecht leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel voor energieneutraliteit. Het leidt juist tot een positief effect.
3.8 Biodiversiteit Effecten op Natura 2000 Een gedeelte van de gemeente Dordrecht bestaat uit het Natura 2000-gebied de Biesbosch. Er zijn mogelijk effecten ten aanzien van Natura 2000, maar deze zijn naar verwachting beperkt. In het Natura 2000-gebied de Biesbosch bevinden zich nauwelijks andere bebouwing dan natuur. Er is eigenlijk geen sprake van ruimtebeslag en de verwachting is dat minimale verstoring zal optreden. Direct nabij de Biesbosch, op gemiddeld een afstand van 1500 meter van stikstofgevoelige habitats, bevindt zich kleinschalige bebouwing (met name agrarische bedrijven) die van het gas af moeten. Omdat het maar om kleinschalige bebouwing gaat is het effect naar verwachting beperkt en niet wezenlijk. Indien maatregelen nodig zijn moet eerst een flora en fauna onderzoek uitwijzen of schadelijke effecten optreden voor de beschermde natuur. Vanuit wetgeving worden deze beschermd. Ten aanzien van de ligging van de bebouwde omgeving in relatie tot de ligging van de Biesbosch (op gemiddeld 2500 meter van stikstofgevoelige habitats) is stikstof een aandachtspunt in de aanleg- en gebruiksfase. Dit geldt voor alle warmtetechnieken. Bij de bouw en het gebruik van een hulpwarmtecentrale. Ook zijn voor de aanleg van alle warmtetechnieken machines nodig die een uitstoot kunnen hebben. Dat is afhankelijk of wordt gekozen voor elektrische machines of niet.
Vanuit de wetgeving moet de stikstofuitstoot onderzocht worden en is geborgd dat als deze te hoog is mitigerende maatregelen nodig zijn. Door deze borging is de verwachting dat er geen wezenlijke effecten zijn.
32
Effecten op Natuur Netwerk Nederland (NNN) Net als bij Natura 2000 is het Natuur Netwerk Nederland een gebied met belangrijke natuurwaarden en ecologische waarden. Het uitgangspunt is om ruimtebeslag te voorkomen. Deze bescherming is geborgd in wetgeving. Het kan mogelijk zijn dat (na onderzoek) nodig is om maatregelen te nemen om verstoring van biodiversiteit te minimaliseren en de impact op flora en fauna te beperken. Bij warmtetechnieken is dus het uitgangspunt om verstoring te voorkomen en anders maatregelen te nemen om verstoring te beperken. Naar verwachting worden daardoor de effecten beperkt. Effecten op KRW Een eventuele lozing van warm water op KRW-watergangen is niet aan de orde omdat in de gemeente Dordrecht geen thermische energie uit oppervlaktewater is voorzien voor de komende tien jaar. Effecten op beschermde soorten Werkzaamheden ten behoeve van de warmtetechnieken kunnen effecten hebben op beschermde soorten en hun leefgebieden, bijvoorbeeld door verstoring tijdens graafwerkzaamheden of het doorsnijden van migratieroutes. Hoewel verstoring van flora en fauna niet in alle gevallen volledig te voorkomen is, kunnen deze effecten in de meeste gevallen worden voorkomen of voldoende worden beperkt met mitigerende maatregelen.
Dit betreft onder meer het plannen van werkzaamheden buiten het broedseizoen, het vermijden van werkzaamheden in gevoelige zones en het beschermen of herstellen van bestaande vegetatie en habitats. Door deze maatregelen toe te passen, kan een wezenlijk negatief effect voor de populatie worden voorkomen. Een aandachtspunt is het isoleren van woningen in relatie tot beschermde soorten. Het isoleren van woningen heeft effect op beschermde gebouwwonende dieren zoals vleermuizen, huismussen en zwaluwsoorten. Wetgeving bepaald dat vooraf onderzoek moet worden gedaan. Indien deze beschermde dieren aanwezig zijn, moeten mitigerende maatregelen worden getroffen. Speciaal hiervoor heeft Dordrecht het Soorten Management Plan (SMP) ontwikkeld die deze effecten op moet vangen. Ook kunnen geluidsoverlast en trillingen van het aanleggen van warmtetechnieken effecten geven op beschermde diersoorten. Bij de aanleg van leidingstelsels ten behoeve van warmtenet moet ook geen sprake zijn van achteruitgang van de biodiversiteit (door het verliezen van leefgebied door het roeren in de grond). Ook hier is vooraf onderzoek vereist en zijn mogelijk mitigerende maatregelen nodig. Effecten op groenblauwe structuur Net als bij Natura 2000 en NNN is de stedelijke ecologische structuur in de stad aangewezen zodat de belangrijke natuurwaarden en ecologische waarden worden beschermd.
Het uitgangspunt is om ruimtebeslag te voorkomen. Dit is geborgd in beschermingsregimes. Daarmee is het bij de aanleg en gebruiken van warmtetechnieken vereist dat verstoring zoveel mogelijk wordt voorkomen. Op deze manier worden de effecten naar verwachting beperkt. Conclusie De warmtetechnieken volgens het Warmteprogramma Dordrecht hebben naar verwachting beperkt effect op de biodiversiteit. Dit komt door de nabije liggen van het Natura 2000-gebied de Biesbosch en de andere beschermde ecologische waarden. Met name zullen verstoringen optreden tijdens de aanlegfase (stikstof). Er kunnen maatregelen genomen worden om de effecten te beperken. De verwachting is dat de technieken volgens het Warmteprogramma Dordrecht geen aanzienlijk negatieve effecten hebben op de biodiversiteit.
33
4 Conclusie In deze aanmeldnotitie is beschreven of de voorziene warmtetechnieken in het Warmteprogramma van gemeente Dordrecht leiden tot aanzienlijke (negatieve) milieueffecten. Uit de analyse en beoordeling in hoofdstuk drie blijkt dat de gekozen warmtetechnieken naar verwachting niet tot aanzienlijke negatieve milieueffecten leiden. Eventuele negatieve effecten kunnen bij nadere uitwerking voldoende worden beperkt of voorkomen door mitigerende maatregelen. Deze maatregelen moeten verder worden uitgewerkt, verduidelijkt en vastgelegd in volgende (warmte)programma’s, (wijk)aanpakken en andere besluiten zoals omgevingsvergunningen en omgevingsplan. De conclusie is dat er voor nu geen noodzaak is om een plan-mer procedure te doorlopen voor het Warmteprogramma van de gemeente Dordrecht. Het is aan het College van burgemeester en wethouders om hierover een definitieve afweging te maken en een besluit te nemen. In deze aanmeldnotitie zijn tijdens de analyse en beoordeling verschillende aandachtspunten naar voren gekomen. Deze worden in de paragraaf hierna behandeld.
4.1 Aandachtspunten Voor een aantal milieuaspecten zijn aandachtspunten benoemd voor de verdere uitwerking in plan- en besluitvorming. Deze aandachtspunten vragen bijvoorbeeld nader onderzoek naar de mogelijke milieueffecten en of deze effecten kunnen worden voorkomen door maatregelen te nemen. De aandachtspunten zijn: 1. Cultuurhistorisch en archeologisch beschermde waarden: het behoud van monumenten en archeologische waarden in de bodem is van groot belang. Deze dragen bij aan de identiteit van Dordrecht. 2. Ecologische beschermde waarden: naast de landelijk beschermde Natura 2000 gebieden en Natuur Netwerk Nederland zijn ook op gemeentelijk niveau in de stad de bestaande ecologische structuren het beschermen waard. Deze zones zijn cruciaal voor de biodiversiteit en het milieu in Dordrecht. Het is belangrijk deze gebieden te beschermen tegen verstoring en vervuiling en te voorkomen dat de warmtetechnieken ten koste gaan van dit groen en de lokale biodiversiteit. 3. Bodem en water: het is belangrijk rekening te houden met de grondwaterkwaliteit en drinkwatervoorziening, maar ook de effecten op bodemdaling of opwarming van drinkwaterleidingen. Het is belangrijk om deze effecten te minimaliseren. 4.
Ruimtelijke kwaliteit: belangrijk is om de warmtetechnieken zorgvuldig in te passen in de bestaande bebouwde omgeving en overlast in de vorm van bouwwerkzaamheden of zicht en beleving zoveel mogelijk te beperken. 5. Klimaatadaptatie en circulariteit: het verdient aandacht om bij de uitwerking van de warmtetechnieken rekening te houden met het hergebruik van materialen, klimaatadaptieve maatregelen zoals groene daken en rekening te houden met waterberging en hittestress. Zie verder bij de diverse milieuaspecten die zijn beschreven in hoofdstuk drie. Bij de verdere uitwerking van het Warmteprogramma zal opnieuw moeten worden gekeken naar mogelijke verplichtingen ten aanzien van de mileueffectrapportage (mer).
34