CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie plan mer warmteprogramma Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 26: Raadsinformatiebrief over Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie - Raadsinformatiebrief9.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AANMELDNOTITIE PLAN-MER BEOORDELING WARMTEPROGRAMMA DORDRECHT

Opgesteld door:

Gemeente Dordrecht

Datum:

Juni 2025

Inhoud 1

2

3

Inleiding ........................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ................................................................................................. 4

1.2

Plan-mer-beoordeling en deze aanmeldnotitie ............................................. 5

1.3

Toetsingscriteria plan-mer beoordeling ....................................................... 5

Kenmerken en plaats van het plan ...................................................................... 6 2.1

Plangebied ................................................................................................ 6

2.2

Warmtetechnieken en effecten ................................................................... 6

2.3

Beschermde gebieden en waarden.............................................................. 8

2.3.1

Beschermde landschappelijke waarden ............................................... 8

2.3.2

Beschermde cultuurhistorische en archeologische waarden ................. 9

2.3.3

Beschermde ecologische waarden ..................................................... 13

2.3.4

Beschermde waterwaarden ............................................................... 15

2.3.5

Overige aandachtspunten .................................................................. 17

Beoordeling ruimtelijke effecten warmtetechnieken .......................................... 18 3.1

Inleiding .................................................................................................. 18

3.2

Aantrekkelijke stad ................................................................................... 20

3.2.1

Warmtenet ....................................................................................... 20

3.2.2

All-electric ........................................................................................ 21

3.2.3

Andere hybride en lokale gasvrije opties.............................................. 22

3.2.4

Isolatie ............................................................................................. 23

3.3

Bereikbare stad ........................................................................................ 24

3.3.1

Warmtenet ....................................................................................... 24

3.3.2

All-electric ........................................................................................ 24

3.3.3

Andere hybride en lokale gasvrije opties.............................................. 25

3.3.4

Isolatie ............................................................................................. 25

3.4

Gezonde stad .......................................................................................... 25

3.4.1

Warmtenet ....................................................................................... 25

3.4.2

All-electric ........................................................................................ 27

3.4.3

Andere hybride en lokale gasvrije opties.............................................. 28

3.4.4

Isolatie ............................................................................................. 30 2

4

3.5

Vestigingsklimaat ..................................................................................... 30

3.6

Klimaatbestendigheid .............................................................................. 30

3.7

Energieneutraliteit.................................................................................... 32

3.8

Biodiversiteit............................................................................................ 32

Conclusie ....................................................................................................... 34 4.1

Aandachtspunten .................................................................................... 34

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Vooruitlopend op de aanstaande Wet gemeentelijke instrumenten warmte-transitie (Wgiw) 1 stelt de gemeente Dordrecht een Warmteprogramma op. Dit doet zij in samenwerking met vijf andere Drechtsteden-gemeenten: Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht). In het Warmteprogramma legt de gemeente voor de komende 10 jaar vast hoe ze gefaseerd het gebruik van aardgas afbouwt en de woningen en bedrijfspanden van duurzame warmte voorziet. Het Warmteprogramma is een verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte (2021) en de Startnotie Warmteprogramma Drechteden (2025). In de Transitievisie warmte is op een perspectiefkaart al per wijk/buurt een voorstel gedaan hoe van het aardgas “afgegaan” kan worden. Zie figuur 1.1 hierna.

Figuur 1.1: Perspectiefkaart Dordrecht (Bron: Warmteprogramma, gemeente Dordrecht, 2025)

1 De Wgiw is op 10 december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer en zal gefaseerd in werking treden. Wgiw artikel IA, IB, en IIA treden op 1 januari 2025 in werking, en Artikel IC treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20241217/.

4

1.2 Plan-mer-beoordeling en deze aanmeldnotitie In het kader van het Warmteprogramma wordt een zogeheten plan-mer-beoordelingsprocedure doorlopen. In de plan-mer-beoordelingsprocedure moet het bevoegde gezag (in dit geval de gemeente Dordrecht) nagaan of de ontwikkelingen in het Warmteprogramma kunnen leiden tot aanzienlijk (negatieve) milieueffecten, die het doorlopen van een (uitgebreide) plan-mer-procedure voor het Warmteprogramma noodzakelijk maken. Deze aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling biedt het bevoegde gezag de benodigde informatie voor deze afweging. Daarnaast geeft deze aanmeldnotitie een analyse van mogelijk te verwachten effecten van de warmtetechnieken zoals gepresenteerd in het Warmteprogramma. Het geeft daarmee aandachtspunten voor de latere uitwerking van en vervolgprocedures voor het Warmteprogramma. Voor de verschillende wijken van de gemeente Dordrecht worden verschillende warmtetechnieken voorgesteld. Daarmee verschillen ook de effecten op de omgeving per wijk. In deze aanmeldnotitie worden de effecten van de uitvoering van het warmteprogramma globaal in beeld gebracht. Bij iedere actualisatie van het warmteprogramma zal ook de plan-mer-beoordeling geactualiseerd worden. Het warmteprogramma is erop gericht voor heel Dordrecht, per wijk, inzichtelijk te maken waar welke oplossing gekozen.

1.3 Toetsingscriteria plan-mer beoordeling Bij het beoordelen of er sprake is van aanzienlijk (negatieve) milieueffecten moeten in een plan-merbeoordeling de toetsingscriteria worden gehanteerd uit bijlage II van de Europese SMB-richtlijn. In de Nederlandse werkpraktijk wordt (vergelijkbaar met de eisen aan een project-mer-beoordeling 2 een derde criterium toegevoegd: de plaats van het plan of programma. Bovenstaande criteria uit de Europese richtlijn zijn naar de Nederlandse werkpraktijk vertaald, wat geaccepteerd is door de Raad van State.

2

De eisen aan een plan-mer-beoordeling (bijlage II Europese SMB richtlijn) en project-mer-beoordeling (bijlage III Europese mer-richtlijn) zijn tekstueel enigszins anders. In jurisprudentie is gesteld dat beide inhoudelijk vergelijkbaar zijn.

5

2 Kenmerken en plaats van het plan 2.1 Plangebied Het plangebied omvat de gemeente Dordrecht, ook wel het eiland van Dordrecht genoemd. De grenzen van de gemeente Dordrecht wordt gevormd door de rivieren de Nieuwe Merwede, de Beneden Merwede en de Oude Maas. Dit is ook de reikwijdte van het Warmteprogramma Dordrecht en daarmee ook de reikwijdte van deze plan-mer-beoordeling. Het eiland van Dordrecht is onder te verdelen in: • Historische binnenstad • Historische Schil om de binnenstad • Woonwijken, waaronder voormalige dorpskern Dubbeldam in het oosten • Zware en lichte bedrijventerreinen • Landelijk gebied • Natura 2000-gebied de Biesbosch Op het eiland bevinden zich grote waterkeringen (zeedijken) die hun functie nog steeds hebben, veel natuur door de Biesbosch en veel monumenten door de historische binnenstad en Schil. Ook liggen er diverse spoorlijnen op het eiland waarover personen- en goederenvervoer plaatsvindt.

2.2 Warmtetechnieken en effecten In het warmteprogramma zijn de plannen van de gemeente Dordrecht beschreven voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van wijken voor de komende 10 jaar. In het warmteprogramma zijn de verschillende warmtetechnieken om dit te realiseren toegelicht. Voor de bestaande bouw in de gemeente zijn drie warmtetechnieken gekozen: • Warmtenet (in buurten waar aansluiting op een warmtenet kan); • All-electric (in buurten waar aansluiting op een warmtenet niet kan); • Hybride en lokaal gasvrije opties (in buurten waar nog geen keuze te maken is of waar bovenstaande opties niet kunnen). Voor nieuwbouw en transformatielocaties wordt ingezet op warmtenet of all-electric. Voor bedrijventerreinen wordt ingezet op individuele en kleinschalig collectieve opties. In alle gevallen gaat een warmtetechniek samen met besparen van energie, o.a. door isolatie. Het warmtenet is een collectieve warmteoplossing met een centrale bron. In Dordrecht vormt de centrale bron de restwarmte van de afvalverbrandingsinstallatie van HVC. All-electric is in het Warmteprogramma gedefinieerd als een warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met het gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp).

Wanneer geen van deze twee opties mogelijk is of als een individu geen gebruik van deze opties wil maken zijn er andere hybride en lokaal gasvrije opties. Dit zijn warmtepompen op basis van warmte-koude opslag, lokale bronnetten of groengas. In een groot deel van de gemeente Dordrecht is al warmtenet aanwezig. Dit is al aangelegd. Zie de afbeelding hierna.

6

Figuur 2.1 Warmtenet in de gemeente Dordrecht (Bron: HVC, 2020)

In het schema hierna staan de gekozen warmtetechnieken per gedeelte of wijk van de gemeente Dordrecht en de bijbehorende ruimtelijke consequenties. Gebied

Techniek

Ruimtelijke consequenties(worstcase)

Hele stad

Isolatie van panden. Overstap naar elektrisch koken, ook de mogelijkheid voor opt-out in de plaats van collectief in de wijken waar geen all-electric oplossing de voorkeur heeft.

Bouwwerkzaamheden gebouwen

Woonwijken en de Staart waaronder ook bedrijventerrein Merwedehavens.

Huidig warmtenet, nieuwe leiding nodig langs Baanhoekweg en naar Sterrenburg

Aanleg warmtenet Bouw hulpwarmtecentrale in de wijk Sterrenburg

Verzwaring elektriciteitsnet (+ extra transformatorhuisjes indien geen warmtenet). OF op langere termijn aansluiting op warmtenet na 2035.

Bouw nutsgebouwen (hele stad 300 transformatorhuisjes en buurtbatterijen). Bouw extra 13/50 kV station Stedin binnen zoekgebied Dordrecht-Oost. Verzwaring bestaand station Sterrenburg.

Met uitzondering van de woonwijken Dubbeldam en Stadspolders. Dordt Oost (Dubbeldam en Stadspolders)

7

Gebied

Techniek

Ruimtelijke consequenties(worstcase) Aanleg warmtenet.

Leerpark

WKO en warmtenet

Is al aangelegd.

Binnenstad

Nog keuze maken tussen deels warmtenet en deels groengas of individuele oplossingen.

Aanleg warmtenet. Bouw nutsgebouwen. Behoud gasaansluitingen voor groengas. Slib-verwerking waterschap. Biovergistingsinstallatie waterschap.

Bedrijven westelijke Drechtoevers en Zeehaven

Verzwaring electriciteitsnet. Keuze tussen all-electric en individuele oplossing (lokaal bronnet / energy-hub).

Bouw nutsgebouwen. Nieuw 50 kV station, wordt binnenkort opgeleverd.

Buitengebied

All-electric: Individuele oplossingen in de vorm van warmtepompen

Bouwwerken en milieu belastende activiteiten op perceelsniveau

Opt – out mogelijkheden, hele stad

Individuele collectieve oplossingen: lokaal bronnet / WKO / individuele warmtepomp

Aanleg warmtenet / WKO

2.3 Beschermde gebieden en waarden In de gemeente Dordrecht liggen diverse beschermde gebieden en waarden waarmee bij de realisatie van de warmtetransitie rekening gehouden moet worden. Het betreffen onder andere landschappelijke, archeologische, cultuurhistorische, ecologische en water-waarden.

2.3.1 Beschermde landschappelijke waarden Provinciaal beschermde waarden Er bevindt zich een aantal landgoederen en een kasteelruïne in de gemeente Dordrecht die beschermd zijn. Zie afbeelding 2.2. Volgens de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland hebben deze gebieden een hoge recreatieve, landschappelijke (natuur) en cultuurhistorische waarde. Het inpassen van nieuwe gebruiksfuncties dient met grote zorgvuldigheid te gebeuren.

Afbeelding 2.2 Weergave van de landgoederen in Dordrecht (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Naast de beschermde landgoederen kent een groot deel van Dordrecht een polderlandschap met landschappelijke, cultuurhistorische, natuur- en recreatieve waarden. Zie afbeelding 2.3. Verspreid in dit gebied bevinden zich monumentale woningen, (agrarische) bedrijven en cultuurhistorisch waardevolle

8

bunkers uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook het typische polderlandschap. Deze waarden kunnen bij de verdere uitwerking van de warmtetransitie mogelijk aandacht vragen. Het uitgangspunt van het provinciale beleid is om deze karakteristieke landschappelijke waarden te behouden.

Afbeelding 2.3 Overzicht provinciaal aangeduide landschappelijke waarden (Bron: Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland)

2.3.2 Beschermde cultuurhistorische en archeologische waarden Beschermd Stads- of dorpsgezicht De gemeente Dordrecht kent twee beschermde stadsgezichten, namelijk de historische binnenstad en de 19e-eeuwse Schil. Eind 1987 is de historische binnenstad door het Rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht (binnen de rode lijn in afbeelding 2.4). Daarna is in 2013 een groot deel van de 19e-eeuwse Schil aangewezen (binnen groene lijn in afbeelding 2.4). Het uitgangspunt bij deze beschermde stadsgezicht is dat de voorgevels zijn beschermd en niet zondermeer mogen worden aangetast.

Afbeelding 2.4 Beschermde stadsgezichten (intern gebruik)

9

Monumenten en Beeldbepalende panden Met name in het centrum van de gemeente Dordrecht bevinden zich veel rijksmonumenten. Deze rijksmonumenten zijn van belang ‘wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde’. Hier geldt dat het volledige gebouw is beschermd, zowel binnen- als buitenkant. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ook de omgeving van een rijksmonument beschermd. De gemeente Dordrecht kent ook een groot aantal gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Bij gemeentelijke monumenten is net als bij rijksmonumenten het volledige gebouw beschermd. Bij beeldbepalende panden is de gevel of de relatie van het gebouw met de omgeving beschermd. In afbeelding 2.5 zijn de rijksmonumenten in rood weergeven, de gemeentelijke monumenten in groen en de beeldbepalende panden in blauw.

Afbeelding 2.5 Weergave monumenten en beeldbepalende panden (intern gebruik)

Provinciaal beschermde cultuurhistorische waarden In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is de polder de Biesbosch, gelegen in het zuidoosten van het eiland, aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. In de toelichting op de herziening van het Omgevingsbeleid van 2021 schrijft de provincie dat dit een fraai voorbeeld is van een recente, planmatig aangelegde zeekleipolder (1926) met een hoge interne samenhang en ontwerpkwaliteit. Om die reden moet de herkenbaarheid en samenhang van de kwaliteiten van de open zeekleipolder met begrenzing door hoge polderdijken behouden worden.

10

Afbeelding 2.6 Provinciaal aangeduid cultureel erfgoed polder de Biesbosch (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Provinciaal beschermde archeologische waarden Door de provincie Zuid-Holland zijn op het eiland van Dordrecht een aantal gebieden met (zeer)hoge bekende archeologische waarden aangewezen (zie afbeelding 2.7). Deze archeologische waarden in de grond mogen niet zondermeer aangetast worden. Hiervoor geldt in eerste instantie een verbod op activiteiten waarbij de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij gemeentelijk beleid anders bepaald.

Afbeelding 2.7 Weergave provinciaal beschermde archeologische waarden (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Gemeentelijk beschermde archeologische waarden In de gemeente Dordrecht bevinden zich in de bodem belangrijke archeologische waarden die beschermd moeten worden. Bijvoorbeeld het verdronken landschap van de Sint Elisabethsvloed in 1421. Deze waarden zijn vastgelegd in archeologische verwachtingskaarten in het omgevingsplan van Dordrecht. Er wordt onderscheid gemaakt in drie verwachtingswaarden die aangeven vanaf welke diepte sprake is van archeologische waarden en archeologisch onderzoek verplicht is. Aantasting van de archeologische waarden is niet toegestaan. De afbeelding hierna geeft de drie verwachtingswaarden weer.

11

Afbeelding 2.8 Weergave drie gemeentelijk beschermde archeologische verwachtingswaarden (intern gebruik)

Molenbiotoop In de gemeente Dordrecht bevindt zich een molen, genaamd Kyck Over Den Dyck, die beschermd is met een molenbiotoop. De windvang en het zicht op de molen zijn beschermd. Dit vertaalt zich in dat binnen een bepaalde straal geen hoogbouw is toegestaan.

Afbeelding 2.9 Weergave molenbiotoop (Bron: Cultuurhistorische atlas Provincie Zuid-Holland)

12

2.3.3 Beschermde ecologische waarden Natura 2000-gebied De Dordtse Biesbosch en de Sliedrechtse Biesbosch zijn onderdeel van Natura 2000-gebied De Biesbosch en liggen binnen de gemeente Dordrecht. De Biesbosch is een van de weinige gebieden met zoetwatergetijden van Europa. De Biesbosch is een belangrijk Nationaal Park dat volledig beschermd moet worden vanuit wetgeving. Delen van het natuurgebied zijn beperkt tot niet toegankelijk voor personen. De hoofdfunctie van deze gebieden is natuur (flora en fauna). Soms is er sprake van functiemenging door natuur te combineren met extensieve recreatie of waterberging. De gebruiksintensiteit van deze delen is zeer laag tot niet aanwezig. Ook zijn Natura 2000-gebieden stikstofgevoelig. In 2023 is onderzocht wat exact de stikstofgevoelige habitats van de Natura 2000-gebieden zijn en de afstanden daartoe. Zie de afbeelding hierna.

Figuur 1.10 Afstanden tot stikstofgevoelige Natura 2000-“hexagonen”. Hexagonen zijn de rekenvlakken waarop stikstofdepositie wordt berekend (onderzoek Antea 2023)

13

Natuur Netwerk Nederland De noordoostkant en de zuidkant van het eiland van Dordrecht maken, naast Natura 2000, ook deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is opgedeeld in verschillende deelgebieden, genaamd: bestaande en nieuwe natuur, waternatuur, ecologische verbindingszones, blijvend agrarisch gebied binnen Natura 2000-gebied en zoekgebieden natuur. In de provinciale omgevingsverordening ZuidHolland zijn regels gesteld over de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van dit gebied.

Afbeelding 2.11 Weergave Natuurnetwerk Nederland (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Stedelijke Ecologische Structuur In de omgevingsvisie van de gemeente Dordrecht wordt aangegeven dat de stedelijke groenblauwe structuur (bestaande uit o.a. hoven, parken, dijken, het buitengebied en de Biesbosch) van belang is voor een gezonde stedelijke biodiversiteit, ook gezien de groene en ecologische verbindingen. Het doel is om deze structuur te beschermen en te versterken.

Figuur 2.12 Stedelijke groenstructuur zoals weergeven in de Omgevingsvisie 1.0 van gemeente Dordrecht

14

Stiltegebied In de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is het nationaal park de Biesbosch en een groot gedeelte van het buitengebied in de gemeente Dordrecht aangewezen als stiltegebied. Dit houdt in dat er regels gelden voor het voorkomen en beperken van geluidbelasting op de natuur. De natuurgeluiden zijn hier uitgangspunt.

Afbeelding 2.13 Weergave stiltegebieden (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Groene buffer Een gedeelte van het buitengebied is ook aangewezen als Groene Buffer in de provinciale omgevingsverordening. In de toelichting op de herziening van het Omgevingsbeleid van 2021 schrijft de provincie Zuid-Holland dat dit de belangrijkste groene gebieden tussen en rond de steden zijn als bescherming tegen (grootschalige) verstedelijking. Ze zijn deels ingericht als recreatiegebied, deels als Natuurnetwerk Nederland maar vaak ook in gebruik als landbouwgrond. Deze bufferfunctie mag niet onevenredig worden verstoord.

Afbeelding 2.14 Weergave groene buffer (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

2.3.4 Beschermde waterwaarden Grondwaterbeschermingsgebieden In de provinciale omgevingsverordening zijn in Dordrecht grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen waar de grondwaterkwaliteit extra moet worden beschermd. In de provinciale omgevingsverordening zijn regels opgenomen waaraan degenen die activiteiten uitvoeren in de grondwaterbeschermingsgebieden zich moeten houden. Dit grondwaterbeschermingsgebied is onder te verdelen in: waterwinning, boringsvrije zones en strategische voorraden.

15

Afbeelding 2.15 Weergave provinciaal beschermde grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Waterwingebied Een groot deel van het Wantijpark in de gemeente Dordrecht is aangewezen als waterwingebied. In dit gebied vindt waterwinning plaats ten behoeve van drinkwater door grondwateronttrekking door het drinkwaterbedrijf Evides. Bepaalde activiteiten zijn hier niet toegestaan ter bescherming van de waterwinning. Dit is vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Strategische voorraden en boringsvrije zones In deze gebieden wordt het grondwater beschermd en bepaalde activiteiten zijn hier niet toegestaan. Zo kan niet zomaar (diep) de grond worden geroerd.

Afbeelding 2.15 Weergave strategische voorraden en boringsvrije zones (Bron: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)

Waterkeringen en gemalen Dordrecht bevat een aantal belangrijke regionale waterkeringen, waaronder de Voorstraat en (Wieldrechtse) Zeedijk. Deze dijken hebben nog steeds de functie om het water tegen te houden. Deze functie mag niet worden verstoord. Als er ingrepen nodig zijn moet worden afgewogen of deze ingrepen het belang van de waterkering niet onevenredig schaden.

16

2.3.5 Overige aandachtspunten Kabels en leidingen Over het eiland van Dordrecht lopen verschillende hogedruk aardgasleidingen, stikstofleidingen en waterleidingen van regionaal belang. Rond deze leidingen geldt een veiligheidszone/ belemmeringsstrook, welke is vastgelegd in de ruimtelijke plannen van de gemeente. In eerste instantie zijn bouwwerken en grondwerkzaamheden niet toegestaan. Ook lopen er verschillende hoogspanningsverbindingen over het eiland. Deze zijn bovengronds of ondergronds. Hier geldt ook een belemmeringsstrook. Ook is er een hoogspanningsstation in het oosten van het eiland. Naast deze waarden bevinden zich in de gebouwde omgeving veel kabels en leidingen in de grond. Daardoor is de ruimte in de ondergrond schaars.

17

3 Beoordeling ruimtelijke effecten warmtetechnieken 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke effecten van het Warmteprogramma van de gemeente Dordrecht beschreven en beoordeeld. Dit wordt gedaan aan de hand van onderstaand beoordelingskader naar de zeven omgevingsvisiedoelen van de gemeente Dordrecht in de omgevingsvisie 1.0. In 3.2 tot en met 3.8 worden de ruimtelijke effecten per omgevingsvisiedoel beoordeeld. Op het moment van opstellen van deze beoordeling is ook al rekening gehouden met de omgevingsvisie 2.0, welke voorligt bij de gemeenteraad. Doel Omgevingsvisie

Aspecten

Subdoel Omgevingsvisie

Wonen

Het maken van sterke en Effecten op woningen en gedifferentieerde leefbare woningbouwplannen woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een optimalisatie van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod

Voorzieningen

Voldoende ruimte bieden aan Effecten op voorzieningen voorzieningen, zoals scholen, sportfaciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar multifunctioneel ruimtegebruik

Cultureel erfgoed

Behoud en waar mogelijk versterking Effecten op cultuurhistorische van cultuurhistorische waarden waarden

Ruimtelijke kwaliteit

Hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte.

Aantrekkelijke stad

Bereikbare stad

Gezonde stad

Beoordelingscriteria

Effecten op zicht en beleving Effecten op openbare ruimte

Verkeersafwikkeling Werken aan een optimale (auto-bereikbaarheid) bereikbaarheid van economische kerngebieden

Effecten op autoverkeer tijdens aanlegfase en gebruiksfase

Langzaam verkeer

Dordrecht moet een echte fietsstad worden

Effecten op langzaam verkeer tijdens aanlegfase

Openbaar vervoer

Stimuleren van het (H)OV

Effecten op openbaar vervoer tijdens aanlegfase

Parkeren

Parkeerbeleid en innovatieve Effecten op parkeermogelijkheden in verkeersoplossingen dragen bij aan aanlegfase en gebruiksfase het verminderen van het autogebruik

Spelen, bewegen & ontmoeten

Bewoners verleiden tot meer bewegen

Effecten op spelen, bewegen en ontmoeten tijdens aanlegfase

Luchtkwaliteit

Streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm

Effecten op luchtkwaliteit tijdens aanlegfase en gebruiksfase

18

Vestigingsklimaat

Omgevingsveiligheid & Voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid zelfredzaamheid van inwoners

Effecten op omgevingsveiligheid en zelfredzaamheid

Geluid

Effecten op geluid tijdens aanlegfase en gebruiksfase

Inzetten op een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving

Bodem en explosieven Gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit

Inpasbaarheid in bodem

Trillingen

n.v.t.

Effecten van trillingen tijdens aanlegfase en gebruiksfase

Huidige bedrijvigheid en kantoren

Bestaande bedrijventerreinen revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid

Effecten op bedrijven en vestigingsklimaat

Nieuwe bedrijvigheid en kantoren

De aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken

Aanwezigheid van en effect op verspreiding bodemverontreinigingen Aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten

Koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”

Klimaatbestendigheid

Waterveiligheid

Dordrecht is in 2035 een zelfredzaam Effecten op waterveiligheid eiland

Wateroverlast

Dordrecht bouwt klimaatadaptief

Effecten op wateroverlast

Grondwater en bodemzetting5

n.v.t.

Effecten op grondwater en bodemdaling Effecten op drinkwater

Hittestress

Dordrecht versterkt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur

Effecten op hittestress

Groene daken en gevels Duurzame energie

Energie-neutraliteit

Dordrecht is klimaatneutraal in 2040. Bijdrage aan energiedoelstelling Alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij; optimaal benutten van warmtebronnen (restwarmte, geothermie, aquathermie) en doorontwikkeling van het warmtenet. Alle energie die nodig blijft, wordt duurzaam opgewekt Bieden van handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven

19

Circulariteit

Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling

Bijdrage aan circulariteitsdoelstelling

Beschermde natuurgebieden

n.v.t.

Effecten op Natura2000, Natuurnetwerk Nederland, KRW

Soorten

Een natuurinclusieve inrichting

Effecten op beschermde soorten

Streven naar maximaal ecologisch beheer

Biodiversiteit

Monitoren van de biodiversiteit Groenblauwe structuur

Behoud en versterking van de biodiversiteit

Effecten op groenblauwe structuur

3.2 Aantrekkelijke stad Hierna worden de effecten beschreven ten aanzien van woningen, voorzieningen openbare ruimte en cultuurhistorische waarden per warmtetechniek die zijn beschreven in het Warmteprogramma Dordrecht.

3.2.1 Warmtenet Ruimtelijke consequenties Voor het aanleggen van een warmtenet moet een buisleidingstelsel in de grond worden aangebracht en is de bouw van een hulpwarmtecentrale in de wijk Sterrenburg voorzien. In het merendeel van Dordrecht is al een warmtenet in de bodem aanwezig en zijn verschillende warmteoverdrachtstations geplaatst. Voor aansluiting van wijken op het warmtenet in de toekomst is een nieuwe buisleiding nodig (Dubbeldam, Staart, Stadspolders en gedeelte binnenstad). De bron van het warmtenet vormt voor de komende tien jaar de restwarmte van de afvalcentrale van HVC. Effecten op wonen en voorzieningen Bestaande woningen in de gemeente moeten worden aangesloten op het warmtenet, als dit nog niet is gebeurd. In de gemeente Dordrecht is al grotendeels een buisleidingstelsel voor het warmtenet aangelegd inclusief warmteoverdrachtstations. Waar de nieuwe buisleidingen nog moeten worden aangelegd moet in de grond worden geroerd, dicht in de buurt van bestaande woningen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de leidingstelsels en andere kabels die zich al in de grond bevinden. Dit geeft een tijdelijk effect in de vorm van een tijdelijke omleiding naar de woning en een openliggende straat. Ten aanzien van woningbouwplannen moet vanuit wetgeving al rekening worden gehouden met een alternatief voor aardgas.

De aanleg van een warmtenet wordt meegenomen in de ontwikkeling. Sinds 2012 geldt in de gemeente Dordrecht een aansluitplicht op het warmtenet binnen het leveringsgebied van HVC. De mogelijke effecten worden in het kader van het project onderzocht en bepaald welke mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. De aanleg van het warmtenet geeft geen effecten die het aanbod van woningen en voorzieningen beïnvloedt of eventuele vertraging van woningbouwplannen realiseert. De bouw van de hulpwarmtecentrale geeft geen effecten op het aanbod van woningen en voorzieningen. De hulpwarmtecentrale is voorzien in een bestaand gebouw.

20

Effecten op cultuurhistorische en archeologische waarden Activiteiten binnen het Beschermd Stadsgezicht moeten rekening houden met de beschermde waarden van de voorgevels. Het beschermingsregime voor het Beschermd Stadsgezicht voorkomt echter dat negatieve effecten in de vorm van aantasting van de voorgevel kunnen optreden. Ook bij de Molenbiotoop, waarbij de windvang beschermd moet worden, heeft de aanleg van het warmtenet geen effecten. In de gebieden waar uitbreiding van het warmtenet is voorzien bevinden zich verschillende monumenten en beeldbepalende panden, met name in de historische binnenstad en Schil. Het volledige gebouw van het monument valt dan onder een streng beschermingsregime gericht op het voorkomen van aantasting van de monumentale waarden. Negatieve effecten door de aanleg van het warmtenet worden beperkt door dit beschermingsregime. De aanleg van buisleidingstelsels in de grond geeft effecten ten aanzien van de archeologische waarden in de grond. Vanuit gemeentelijk beleid en ruimtelijke regelgeving is vooraf aan een ruimtelijke ingreep onderzoek vereist om na te gaan of er archeologische waarden in de grond zitten. Als archeologische waarden worden aangetroffen mogen deze niet worden aangetast. Dit betekent bijvoorbeeld dat er niet mag worden gegraven of dat er zorgvuldig moet worden opgegraven.

Het beschermde kroonjuweel polder de Biesbosch moet zijn herkenbaarheid behouden. Dat betekent dat in dit gebied de grond niet geroerd kan worden en een warmtenet ondergronds hier niet mogelijk is. De archeologische waarden zijn bij ruimtelijke wetgeving beschermd en voorkomt dat negatieve effecten op kunnen treden. De hulpwarmtecentrale in de wijk Sterrenburg bevindt zich buiten de beschermde cultuurhistorische waarden en daarmee zijn er geen effecten te verwachten. Effecten op landschappelijke waarden Activiteiten binnen landschappelijk beschermde waarden moeten getoetst worden aan de beschermde waarden gericht op het behouden van de landschappelijke karakteristieken. Het beschermingsniveau van deze gebieden is vastgelegd en voorkomt dat aanzienlijk negatieve effecten kunnen optreden. De hulpwarmtecentrale bevindt zich buiten de beschermde landschappelijke waarden waardoor er geen effecten zijn te verwachten. Effecten op ruimtelijke kwaliteit Zoals eerder aangegeven kan de aanleg van het warmtenet zorgen voor tijdelijke omleidingen doordat straten of andere openbare ruimte openliggen. Deze effecten zijn van tijdelijke aard. Conclusie Er worden geen aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel aantrekkelijke stad verwacht.

Bij de aanleg van het warmtenet moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van voorzieningen en waardevolle cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. Het beschermingsregime voor deze waarden voorkomt aantasting van deze waarden.

3.2.2 All-electric Ruimtelijke consequenties All-electric oplossingen (verzwaring elektriciteitsnet, warmtepompen/airco’s en elektrisch koken) hebben voornamelijk effect in de directe omgeving van gebouwen en in gebouwen zelf. Bij woningen betekent dit dat de woning zelf moet worden aangepast. Voor deze oplossing moeten ook meer

21

transformatorhuisjes in de openbare ruimte in de woonwijken en op bedrijventerreinen worden geplaatst en is verzwaring van een bestaand 13/50 kV station nodig. Effecten op wonen, voorzieningen en ruimtelijke kwaliteit Wanneer warmtepompen of airco’s aan de buitenzijde van de woning worden geplaatst heeft dit mogelijk effect op de zicht en beleving van de woning door de directe omgeving. Het plaatsen van transformatorhuisjes gaat mogelijk ten koste van een (deel van een) voorziening, bijvoorbeeld een plantsoen of een parkeerplaats. Deze transformatorhuisjes kunnen ook een uitzicht belemmeren of beleving aantasten, omdat bijvoorbeeld een boom gekapt moet worden. Er zijn dus mogelijk effecten ten aanzien van wonen, voorzieningen en ruimtelijke kwaliteit. Een aandachtspunt is om deze oplossingen goed in te passen in de omgeving (en eventueel te compenseren). Met (technische) maatregelen kan het effect ook beperkt worden. Voor transformatorhuisjes kan daarbij gebruik worden gemaakt van bestaande leidingstelsels. De verzwaring van het 13/50 kV station geeft geen effecten ten aanzien van wonen en voorzieningen want deze is voorzien op een locatie van een bestaand station.

Effecten op cultuurhistorische en archeologische waarden Het overstappen naar elektrisch koken en het plaatsen van een airco of warmtepomp kan effecten geven op de cultuurhistorische waarden van de beschermde monumenten (binnen- en buitenkant) en het beschermd stadsgezicht (buitenkant). Daar geldt dat de cultuurhistorische waarden van het gebouw in stand moeten worden gehouden en niet mogen wijzigen of worden gesloopt. De ingrepen moeten hier rekening mee houden en vanuit wetgeving zijn deze cultuurhistorische waarden beschermd. De effecten zijn daarmee beperkt. Als ingrepen in de grond nodig zijn is het mogelijk dat archeologische waarden worden aangetast. Voorafgaand aan deze ingrepen is archeologisch onderzoek verplicht. De effecten zijn beperkt aangezien de archeologische waarden door wetgeving zijn beschermd. Effecten op landschappelijke waarden Activiteiten binnen landschappelijk beschermde waarden moeten getoetst worden aan de beschermde waarden gericht op het behouden van de landschappelijke karakteristieken. Dit speelt met name in het buitengebied van Dordrecht. Het beschermingsniveau van deze gebieden is vastgelegd en voorkomt dat aanzienlijk negatieve effecten kunnen optreden. Ten aanzien van kroonjuweel polder de Biesbosch geldt dat het landschap niet mag worden aangetast en is het dus mogelijk dat opties niet passen in dit gebied.

Het 13/50 kV station bevindt zich buiten de beschermde landschappelijke waarden waardoor er geen effecten zijn te verwachten. Conclusie De all-electric oplossingen die zijn voorzien in het warmteprogramma Dordrecht geven mogelijk effecten ten aanzien van een aantrekkelijke stad, maar deze zijn te beperken. Naar verwachting leiden deze niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten.

3.2.3 Andere hybride en lokale gasvrije opties Ruimtelijke consequenties

22

Voor de binnenstad zijn naast het warmtenet andere kleine collectieve oplossingen mogelijk. Ook zijn er opt-out mogelijkheden voor de hele stad. Het gaat dan om een lokaal bronnet, WKO, geothermie of groengas (biomassa- of slibverbranding). Ten aanzien van geothermie en groengas zijn er geen bronnen voorzien, maar betreft het transporteren/aanvoer vanuit een andere bron. De grond in Dordrecht is niet geschikt voor een geothermiebron. Voor deze opties wordt gebruik gemaakt van bestaande gasleidingen dus hoeft in principe geen nieuw stelsel te worden aangelegd. Voor bedrijven wordt naast all-electric een micro warmtenet of energy hub overwogen. Effecten op wonen en voorzieningen De aanleg van infrastructuur ten behoeve van deze systemen heeft geen invloed op het aanbod van woningen en voorzieningen of veroorzaakt vertraging voor woningbouwplannen. Het kan wel tijdelijk de bereikbaarheid van bestaande woningen en voorzieningen beïnvloeden door wegafsluitingen en openbrekingen. Dit is van korte duur en dus is geen sprake van aanzienlijk negatieve milieueffecten. Effecten op cultuurhistorische en archeologische waarden Om deze systemen aan te leggen zijn mogelijk ingrepen in de bodem nodig. Omdat er geen bronnen voor geothermie of groengas zijn voorzien, zijn het geen diepe bodemingrepen. Als ingrepen in de grond nodig zijn kunnen mogelijk archeologische waarden worden aangetast.

Het beschermingsregime (regeling) ziet er op toe dat dit zorgvuldig gebeurt. De effecten zijn daarmee beperkt. Ten aanzien van cultuurhistorische waarden is er ook een mogelijk effect. Dit geldt voornamelijk bij WKO, wanneer units aan de buitenkant worden geplaatst. Het beschermingsregime voor de monumenten en beschermd stadsgezicht ziet erop toe dat de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, zijn de effecten beperkt. Effecten op landschappelijke waarden Deze opties zijn niet direct in het buitengebied voorzien en daar bevinden zich de landschappelijke waarden. Indien wel landschappelijke waarden aan de orde zijn, zorgt het beschermingsregime ervoor dat de effecten zijn beperkt. Effecten op ruimtelijke kwaliteit Wanneer units van een WKO systeem bij een woning worden geplaatst of als de grond wordt opengebroken om leidingen aan te leggen heeft dit effecten op de zicht en beleving. Deze effecten zijn van tijdelijke aard of kunnen met maatregelen of door positionering worden beperkt. Conclusie Andere hybride en lokale gasvrije oplossingen die zijn voorzien in het warmteprogramma Dordrecht geven mogelijk effecten ten aanzien van een aantrekkelijke stad, maar deze zijn te beperken. Naar verwachting leiden deze niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten.

3.2.4 Isolatie Ruimtelijke consequenties Zoals eerder in het overzicht aangegeven is het ook nodig gebouwen te isoleren. Het isoleren van bestaande woningen en andere gebouwen heeft mogelijk effecten op het uiterlijk van het gebouw, bijvoorbeeld bij een isolatieoplossing op de buitengevel. Effecten (wonen, voorzieningen, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarden)

23

Bij monumenten en landgoederen zijn de gebouwen volledig beschermd. Wanneer hier isolatie wordt aangebracht is sprake van mogelijke aantasting van de beschermde cultuurhistorische waarden. Denk bijvoorbeeld aan kozijnen (dubbelglas) of de daken en gevels (zonnepanelen). Het veranderen van deze beschermde gebouwen kan niet zomaar vanuit het beschermingsregime in de ruimtelijke plannen. Op deze manier worden de effecten op cultuurhistorische waarden beperkt. Dit geldt ook voor het Beschermd Stadsgezicht, waarbij de voorgevel een beschermde status heeft. Ten aanzien van de Molenbiotoop geeft isolatie geen effecten. Deze bescherming richt zich op bouwwerken boven de grond binnen de aangegeven straal. In de huidige situatie is deze straal al bebouwd. Conclusie De isolatie oplossingen voorzien in het Warmteprogramma Dordrecht geven naar verwachting geen aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel aantrekkelijke stad. Rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. Het beschermingsregime voorkomt echter aantasting van deze waarden.

3.3 Bereikbare stad Ten aanzien van de doelen voor bereikbaarheid zijn weinig tot geen omgevingseffecten te verwachten. In de gebruiksfase heeft geen van de warmtetechnieken een permanent effect op de doelen van de bereikbare stad.

3.3.1 Warmtenet Effecten op bereikbaarheid Als het warmtenet onder een weg moet worden aangelegd moet de weg worden opengebroken. Daardoor is de weg tijdelijk niet te gebruiken en dat heeft invloed op het verkeer en de bereikbaarheid. De aanleg van (grote) leidingstelsels ten behoeve van het warmtenet kan de bereikbaarheid tijdelijk beïnvloeden. Dit betreft ook de bereikbaarheid van de woningen en voorzieningen door hulpdiensten. Ook kan er door de afsluiting van een weg in verband met grondwerkzaamheden op een andere plek congestie ontstaan. Dit betekent drukte, overlast en mogelijk onveilige situaties. Deze mogelijke congestie is echter van korte duur om te spreken van een relevant effect. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma voor de aanleg van het warmtenet leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel bereikbare stad.

3.3.2 All-electric Effecten op bereikbaarheid Als het voor deze techniek nodig is om de weg open te breken kan de weg tijdelijk niet gebruikt worden wat invloed heeft op de bereikbaarheid. Nutsgebouwen zoals transformatorhuisjes bevinden zich vaak in de buurt van gebouwen, direct aan de openbare stoepen of in een groenvoorziening. Het zou kunnen voorkomen dat een weg, bijvoorbeeld voetgangerspad, moet worden omgelegd. Dit is echter van tijdelijke duur en is geen sprake van een wezenlijk relevant effect. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma voor all-electric oplossingen leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel bereikbare stad.

24

3.3.3 Andere hybride en lokale gasvrije opties Effecten op bereikbaarheid Als deze technieken onder wegen (openbare ruimte) aangelegd moeten worden moet de weg worden opengebroken. Daardoor is de weg tijdelijk niet te gebruiken en dat heeft tijdelijk invloed op het verkeer en de bereikbaarheid. Dit is echter van korte duur om te spreken van een relevant effect. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma voor andere opties leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel bereikbare stad.

3.3.4 Isolatie Ten aanzien van isolatie zijn er geen effecten op de bereikbaarheid.

3.4 Gezonde stad 3.4.1 Warmtenet Ruimtelijke consequenties In Dordrecht is reeds een warmtecentrale aanwezig; de HVC centrale aan de Baanhoekweg waarbij restwarmte wordt gehaald uit verbranding. Voor het aanleggen van een nieuw warmtenet is materieel nodig. In de wijk Sterrenburg is een hulpwarmtecentrale voorzien als back-up (gasgestookt). Het is nog niet duidelijk hoe vaak deze hulpwarmtecentrale zal ‘aan’ gaan; dit is wanneer de hoofdbron uitvalt en bij piekvragen. Effecten op spelen, bewegen, ontmoeten Er zijn geen effecten te verwachten bij de aanleg van het warmtenet op de mogelijkheden voor spelen, bewegen en ontmoeten van inwoners. Bij het doel aantrekkelijke stad zijn de effecten op de toegankelijkheid van voorzieningen beschreven. Effecten luchtkwaliteit Tijdens de aanlegfase is er mogelijk lokaal een effect in de vorm van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door bouwverkeer. Wanneer voor de aanleg van het warmtenet elektrisch materieel wordt gebruik zijn er geen effecten te verwachten. Ook als geen gebruik wordt gemaakt van elektrisch materieel bij de aanleg van het warmtenet is dit een tijdelijk klein effect op de luchtkwaliteit. Ten aanzien van de hulpwarmtecentrale (gasgestookt) zijn effecten te verwachten ten aanzien van luchtkwaliteit. Dan gaat het om CO2 en geen fijnstof.

Dit effect ontstaat echter alleen wanneer de centrale aangaat en dat is enkel bij uitval van de hoofdbron en bij pieken. Effecten omgevingsveiligheid en zelfredzaamheid Veiligheid is aan de orde bij hoogspanningsverbindingen boven- en ondergronds en (regionale) stikstof, gas en drinkwaterleidingen ondergronds. Deze hebben een beschermingszone, ook wel belemmeringsstrook, die het functioneren van de nutsvoorzieningen beschermd. Mogelijk moeten binnen die beschermingszone ingrepen ten aanzien van de warmtetechnieken plaatsvinden. Dan kunnen er veiligheidsrisico’s ontstaan of de leidingen kunnen worden beperkt. Ten aanzien van de drinkwaterleidingen is vooral bodemenergie van belang, want deze kan opwarming van waterleidingen veroorzaken. Bij de aanleg van het warmtenet kan rekening worden gehouden met deze

25

beschermingszones door deze op veilige afstand aan te leggen. Daardoor zijn er geen wezenlijke milieueffecten te verwachten. Verder zijn geen andere veiligheidsrisico’s aan de orde. De aanleg van het warmtenet met zwaar materieel kan veiligheidsrisico’s met betrekking tot de bouwplaats (opengebroken weg) meebrengen. Hiervoor zullen standaard veiligheidsmaatregelen worden genomen om de risico’s voor arbeiders en omwonenden te minimaliseren. Effecten geluid Tijdens de aanleg van het warmtenet kan er geluidsoverlast ontstaan door graafwerkzaamheden en het gebruik van zwaar materieel. Wanneer voor de aanleg van het warmtenet elektrisch materieel wordt gebruik zijn er geen effecten te verwachten. Ook als geen gebruik wordt gemaakt van elektrisch materieel zijn er geen wezenlijke effecten. Er is namelijk sprake van overlast van korte duur. De hulpwarmtecentrale (gasgestookt) geeft ook effecten ten aanzien van geluid. Tijdens de bouw, maar ook na realisatie wanneer de centrale aan gaat. Echter gebeurt dit alleen wanneer de hoofdbron uitvalt en bij pieken. Dit effect is daarmee naar verwachting klein. Effecten op de bodem en explosieven De aanleg van buisleidingstelsels ten behoeve van het warmtenet geeft effecten op de bodem; de grond wordt geroerd. Vanuit het beschermingsregime voor bodemvervuiling is vooraf aan deze activiteiten (grondwater)bodemonderzoek vereist.

In Dordrecht zijn op bepaalde plekken ernstige verontreinigingen in de bodem. Dit is voornamelijk PFAS. Voorkomen moet worden dat deze verontreinigingen verder verspreiden (uitlogen) doordat grondwaterstromen veranderen. De kans op nieuwe verontreinigingen is klein. Het beschermingsregime ziet erop toe dat deze effecten worden beperkt. In het uiterste geval is sanering van de verontreiniging nodig. Dit is een positief effect op de bodemkwaliteit. Vanuit grondwaterbescherming zijn plekken aangewezen waar het grondwater beschermd wordt voor de winning van drinkwater. Hiervoor geldt een strenger beschermingsregime om te zorgen dat het grondwater niet vervuild raakt. Graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het warmtenet zijn hier waarschijnlijk niet mogelijk. Op die manier worden deze plekken beschermd tegen milieurisico’s. Dit is een aandachtspunt, waarbij het beschermingsregime de effecten beperkt. In de bodem bevinden zich ook niet-gesprongen explosieven. Voor activiteiten in de bodem is nader onderzoek nodig naar de risicogebieden voor explosieven. Dit is een aandachtspunt met mogelijk effecten. Effecten op trillingen, geur en stof Boringen in de grond ten behoeve van het aanleggen van warmtetechnieken kan trillingen veroorzaken, welke schade kan geven aan dijken, gebouwen en woningen. Dit is vooral aan de orde bij monumenten met een oudere fundering.

Ook zijn er boringsvrije zones aangewezen voor drinkwaterwinning waar het niet mogelijk is om te boren. Echter zijn deze effecten van tijdelijke duur. Bij de aanleg van het warmtenet kan door graafwerkzaamheden mogelijk stofvorming en geur ontstaan. Dit zijn tijdelijke en kleine effecten, die tevens te beperken zijn. Conclusie De aanleg van het warmtenet volgens het Warmteprogramma Dordrecht heeft naar verwachting beperkt effect op de gezonde stad. Er zijn effecten te verwachten ten aanzien van geluid, luchtkwaliteit en bodem.

26

Deze effecten zijn echter naar verwachting klein of met maatregelen te beperken waardoor er geen aanzienlijk negatieve milieueffecten worden verwacht.

3.4.2 All-electric Ruimtelijke consequenties Voor het bouwen van naar verwachting 300 transformatorhuisjes in de gemeente Dordrecht ten behoeve van verzwaring van het elektriciteitsnet is materieel nodig. Dit is ook aan de orde bij het aanleveren van warmtepompen en airco’s. Deze oplossingen kennen daarnaast ook emissies bij de gebruiksfase. Warmtepompen en airco’s kennen een geluideffect. In veel gevallen kunnen de nieuwe transformatorhuisjes worden aangesloten op het huidige elektriciteitsnetwerk (kabels in de grond). Effecten op spelen, bewegen, ontmoeten Er zijn geen negatieve effecten te verwachten bij all-electric warmtetechnieken voor de gezondheid van inwoners ten aanzien van de mogelijkheden voor spelen, bewegen en ontmoeten. Effecten op luchtkwaliteit Tijdens de aanlegfase van met name transformatorhuisjes is er mogelijk lokaal een effect ten aanzien van luchtkwaliteit door de uitstoot van bouwverkeer. Dit is echter een tijdelijk klein effect. Dit effect is niet aan de orde als gebruik wordt gemaakt van elektrisch materieel. Effecten op omgevingsveiligheid en zelfredzaamheid Er zijn geen negatieve effecten te verwachten bij all-electric warmtetechnieken op het gebied van omgevingsveiligheid. Een mogelijk aandachtspunt is de veiligheid rondom transformatorhuisjes.

Afhankelijk van de grootte en spanning van de transformatorhuisjes en de effecten vanuit veiligheid, geluid en magneetvelden kan het nodig zijn een bepaalde afstand aan te houden tussen gevoelige functies en transformatorhuisjes, behalve de situaties die bij wetgeving hiervor zijn uitgezonderd. Uit onderzoek moet naar voren komen hoeveel deze afstand precies moet zijn en hiervoor zijn ook richtlijnen bepaald zoals de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Verder zijn geen andere veiligheidsrisico’s aan de orde 3. De aanleg van all-electric oplossingen met zwaar materieel kan veiligheidsrisico’s met betrekking tot de bouwplaats (opengebroken weg) meebrengen. Hiervoor zullen standaard veiligheidsmaatregelen worden genomen om de risico’s voor arbeiders en omwonenden te minimaliseren. Geluid Bij warmtepompen en airco’s die worden gebruikt voor verwarming (en mogelijk ook verkoeling) is een geluideffect te verwachten. In landelijke wetgeving is bepaald dat warmtepompen en airco’s maximaal een geluidsbelasting van 40 dB op de perceelsgrens mogen hebben. Dit geldt voor nieuwbouw én bestaande gebouwen. Een geluidonderzoek kan in beeld brengen wat de geluidbelasting is en of maatregelen nodig zijn om deze geluidbelasting te beperken.

In gebieden zoals de binnenstad en Schil, waar dicht opeen is gebouwd en sprake is van historische, gehorige, panden kan dit geluideffect negatieve gevolgen hebben. In het buitengebied is een stiltegebied aangewezen waarbij het beschermingsregime de geluideffecten beperkt. Ook is er sprake van een cumulatief effect als meerdere buitenunits worden geplaatst.

3

In onderzoeken wordt ook ingegaan op de milieu impact door het lekken van koudemiddelen bij all-electric warmtepompen. Echter is dit afhankelijk van het gebruik van de warmtepomp en wordt een afname verwacht in het gebruik van deze specifieke koudemiddelen in de toekomst. Daarom is dit aspect niet meegenomen in deze aanmeldnotitie. Zie bijvoorbeeld: TNO: Milieuprestatie warmtepompen vrijwel altijd beter dan cv-ketel

27

De geluidbelasting van warmtepompen en airco’s is een aandachtspunt bij verdere uitwerking. Wanneer deze oplossing op wijkniveau wordt toegepast kan met het geluideffect rekening worden gehouden. In individuele situaties is het vooral een eigen verantwoordelijkheid. De wetgeving vormt daarbij bescherming. Op basis van een geluidonderzoek kunnen mitigerende maatregelen worden voorgeschreven, bijvoorbeeld voor de ombouw of over een strategische plaatsing om geluideffecten te verminderen. Ook worden deze systemen steeds geluidluwer. Ook zijn er geluideffecten tijdens de aanleg van de elektrische infrastructuren te verwachten. Dit zijn tijdelijke geluideffecten door graafwerkzaamheden en het gebruik van zwaar materieel. Deze overlast is echter van korte duur en zal voornamelijk plaatsvinden tijdens werkuren. Effecten op bodem en explosieven De verwachting is dat de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, bij het plaatsen van nieuwe transformatorhuisjes, effecten geeft op de bodem. Wanneer graafwerkzaamheden nodig zijn wordt de grond geroerd en moet rekening gehouden worden met bodemverontreiniging. Dit is op een aantal plekken in de gemeente Dordrecht aanwezig. Van belang is dat deze verontreiniging niet verder kan verspreiden en er geen nieuwe verontreinigingen ontstaan.

Vereiste vanuit de wetgeving is om de bodem te onderzoeken waarmee de effecten op de bodem worden beperkt en bijvoorbeeld mitigerende maatregelen worden genomen. In de bodem bevinden zich ook niet-gesprongen explosieven. Voor activiteiten in de bodem is nader onderzoek nodig naar de risicogebieden voor explosieven. Dit is een aandachtspunt met mogelijk effecten. Effecten op trillingen, geur en stof Er zijn bij de all-electric oplossingen geen effecten te verwachten ten aanzien van trillingen, geur en stof. Bij de aanleg kan door graafwerkzaamheden mogelijk stofvorming en geur ontstaan. Dit zijn tijdelijke en kleine effecten, die tevens te beperken zijn. Conclusie Er zijn effecten te verwachten ten aanzien van gezonde stad bij all-electric oplossingen volgens het Warmteprogramma Dordrecht. Er zijn beperkt effecten ten aanzien van luchtkwaliteit en bodem welke met maatregelen te beperken zijn. Er zijn effecten ten aanzien van geluid bij warmtepompen, maar deze worden beperkt door wetgeving. Daardoor kan geconcludeerd worden dat deze milieueffecten naar verwachting niet aanzienlijk negatief zijn.

3.4.3 Andere hybride en lokale gasvrije opties Ruimtelijke consequenties Voor het aanleggen van collectieve oplossingen zoals een lokaal bronnet, energy-hub, WKO, geothermie of groengas is materieel nodig. Ook kan het nodig zijn om graafwerkzaamheden uit te voeren. Ten aanzien van geothermie en groengas zijn er geen bronnen voorzien, maar betreft het transporteren/aanvoer vanuit een andere bron. Verder kennen deze oplossingen emissies op gebied van luchtkwaliteit en geluid. Effecten op spelen, bewegen en ontmoeten Er zijn geen effecten te verwachten bij andere hybride en lokale warmtetechnieken voor de gezondheid van inwoners ten aanzien van de mogelijkheden voor spelen, bewegen en ontmoeten. Effecten op luchtkwaliteit

28

Vanuit luchtkwaliteit zijn de technieken ten aanzien van groengas van belang. De uitstoot en verbranding heeft een geur en effect op de luchtkwaliteit door het verbranden van natuurlijke materialen zoals pelletkorrels. Bij verbranding van pelletkorrels komt fijnstof vrij. Groengas is in het warmteprogramma van gemeente Dordrecht als optie meegenomen als alternatief, er wordt niet bewust voor gekozen. Het is alleen aan de orde bij opt-out en als collectieve oplossing. Op die manier zijn de effecten te minimaliseren. Ook is in het warmteprogramma geen biomassacentrale (bron) voorzien op het eiland, in lijn met RES. Effecten op omgevingsveiligheid en zelfredzaamheid Er zijn geen effecten te verwachten voor deze andere hybride en lokale gasvrije opties op het gebied van externe veiligheid. Een aandachtspunt is de veiligheid rondom (buurt)batterijen. Vanuit nieuwe lokale wetgeving wordt de omgeving tegen deze effecten beschermd. Verder zijn geen andere veiligheidsrisico’s aan de orde. De aanleg met zwaar materieel kan veiligheidsrisico’s met betrekking tot de bouwplaats (opengebroken weg) meebrengen. Hiervoor zullen standaard veiligheidsmaatregelen worden genomen om de risico’s voor arbeiders en omwonenden te minimaliseren. Effecten op geluid Bij buitenunits ten behoeve van WKO-systemen wordt een geluideffect verwacht. Ook kan sprake zijn van een cumulatief effect van buitenunits.

Voor deze systemen bepaald de wetgeving dat deze niet meer geluidbelasting dan 40 dB op de perceelsgrens mogen geven. Wanneer deze systemen worden geplaatst kan een geluidsonderzoek hier inzicht in geven. Daaruit kan volgen dat de geluideffecten via maatregelen moeten worden beperkt. Dit geluidseffect verdient aandacht bij de verdere uitwerking. Ook zijn er geluideffecten tijdens de aanleg van de elektrische infrastructuren te verwachten. Dit zijn tijdelijke geluideffecten door graafwerkzaamheden en het gebruik van zwaar materieel. Effecten op bodem en explosieven Als het nodig is om infrastructuur in de grond aan te leggen ten behoeve van deze individuele en collectieve oplossingen dan moet rekening gehouden worden met bodemverontreiniging. Dit is op een aantal plekken in de gemeente Dordrecht aanwezig. Van belang is dat deze verontreiniging niet verder kan verspreiden en er geen nieuwe verontreinigingen ontstaan. Vereiste vanuit de wetgeving is om de bodem te onderzoeken, waarmee de bodem wordt beschermd en bijvoorbeeld maatregelen zoals sanering nodig zijn. Daarnaast spelen in de binnenstad ook problematieken bij funderingen en ligt dit buiten de waterkering. WKO is een aandachtspunt voor explosieven. In de bodem bevinden zich ook niet-gesprongen explosieven. Voor activiteiten in de bodem is nader onderzoek nodig naar de risicogebieden voor explosieven.

Dit is een aandachtspunt waarbij mogelijk effecten zijn. Effecten op trillingen, geur en stof Er zijn bij deze oplossingen geen effecten te verwachten ten aanzien van trillingen, geur en stof. Bij de aanleg kan door graafwerkzaamheden mogelijk stofvorming en geur ontstaan. Dit zijn tijdelijke en kleine effecten, die tevens te beperken zijn. Conclusie Andere hybride en lokale gasvrije opties volgens het Warmteprogramma Dordrecht hebben naar verwachting alleen beperkt effect op de gezonde stad. De effecten op luchtkwaliteit en bodem zijn naar verwachting klein of met maatregelen te beperken waardoor er geen aanzienlijk negatieve milieueffecten worden verwacht.

29

3.4.4 Isolatie Effecten op gezonde stad Bij het isoleren van gebouwen worden geen emissies verwacht, behalve in de aanlegfase bij het aanvoeren van de materialen. Wanneer dat laatste niet gebeurt met elektrisch materieel kan sprake zijn van een effect. Echter is dit een tijdelijk effect. Een ander aandachtspunt vormt de luchtkwaliteit binnen in de gebouwen. Voorwaarde bij isolatie is voldoende ventilatie. Dit kan betekenen dat mechanische ventilatie moet worden geïnstalleerd, wat een bron van geluid kan zijn. Echter is dit effect van mechanische ventilatie vergeleken met andere geluiden minimaal. Andere aspecten zoals veiligheid en bodem zijn niet van toepassing. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma voor isolatie leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het doel gezonde stad.

3.5 Vestigingsklimaat Effecten op vestigingsklimaat Ten aanzien van de doelen voor vestigingsklimaat zijn geen negatieve effecten te verwachten. De binnenstedelijke bedrijventerreinen zijn al aangesloten op het warmtenet. Voor de andere bedrijventerreinen moet een keuze gemaakt worden tussen individuele of collectieve all-electric oplossingen. In de rest van Nederland moeten ook werklocaties van het gas af en dit heeft niet direct invloed op de aantrekkingskracht of vestigingsklimaat. Ook wordt bij de aanleg van de warmtetechnieken werkgelegenheid gecreëerd. Conclusie De activiteiten in het Warmteprogramma van gemeente Dordrecht leiden naar verwachting niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten op het vestigingsklimaat.

3.6 Klimaatbestendigheid Effecten op waterveiligheid Ten aanzien van de waterveiligheid zijn de waterkeringen in Dordrecht van belang en hun functie om het water tegen te houden. Voor alle warmtetechnieken in het Warmteprogramma van Dordrecht geldt dat deze de waterkeringen niet mogen aantasten, omdat dan de functie van de waterkeringen kan worden verstoord. Hiervoor zijn in de ruimtelijke regelgeving beschermingszones vastgelegd waarbij voorwaarden worden gesteld aan het roeren van de grond in waterkeringen. Het waterschap moet ook formeel instemmen met de activiteiten (vergunningprocedure). Door dit beschermingsregime zijn geen negatieve effecten te verwachten. Effecten op wateroverlast Het grote aantal transformatorhuisjes dat moet worden aangelegd geeft effecten op de klimaatbestendigheid. De transformatorhuisjes komen regelmatig in de plaats van groen wat effecten geeft op de waterberging en wateroverlast. Het regenwater kan op die plaats niet meer infiltreren in de bodem. Huidig beleid van het waterschap is om voor het toevoegen van verharding compensatie te realiseren. Hiervoor zijn verschillende maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld een groen dak op een transformatorhuisje. Op kleinere schaal speelt dit ook bij de bouw van de hulpwarmtecentrale, waarmee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45629