CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 2023.03.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - Concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 april 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 14 maart en Dordtse Dinsdag 7 en 21 maart 2023 Vergaderzalen 1,3,513.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De voorzitter: Mijnheer Vervoorn, u mag nog één zin daaraan toevoegen, want we gaan naar de volgende vraag. De heer Vervoorn: Ja ik weet niet hoe dat in de gemeente Dordrecht is, maar daar heb je voor precies voor die functie heb je natuurlijk de buurtsportcoaches die in het leven zijn groepen en die in ieder geval de grote steden die ik kan overzien een enorm belangrijke rol spelen daarin. De voorzitter: Bedankt. Gaan we naar de heer Noldus en na mijnheer Noldus heeft ook mijnheer Tutupoly een vraag. De heer Noldus: ja voorzitter, dank. Een vraag richting de heer Reiling, eigenlijk over de sport in de openbare ruimte ook een vervolg. U heeft een aantal keren aangegeven, bijvoorbeeld ook dat skeeleren achterblijft. Die zag ik niet heel erg terug in het lijstje waar het dan precies in zit. Wij … Is daar een nadere duiding op, want ik kan me voorstellen en die stond volgens mij niet in het lijstje, dat dat juist heel erg te maken heeft met ondergrond en aaneengesloten routes met een bepaalde ondergrond. Dat is denk ik het belangrijkste wat je nodig hebt en een vervolgvraag daarop. We hadden een vraag. U gaf aan dat, leg het vast in verschillende beleidsdocumenten, verschillend beleid dat je de openbare ruimte betrekt.

Heeft u daar een aantal voorbeelden voor? Vooral wetende dat het hier in Dordrecht ook vooral gaat om binnenstedelijke verdichting, dus openbare ruimte is per definitie in het geding. De vete tussen voor ruimte tussen verschillende mobiliteitsvormen zijn an sich al spannend. En dan sport met een bepaalde vrijheid ook nog. Dus ik ben niet naar wat, ja korte toelichting daar nog op. En wellicht dat … De voorzitter: Mijnheer Noldus, kunt u de vraag nog even samenvatten, want ik ben het een klein beetje kwijt. Dat zou mij helpen. 21

De heer Noldus: Ja. Waar is voor skeeleraars behoeft aan en welke beleidsuitgangspunten zouden we mee moeten nemen, vooral in het kader van binnenstedelijke verdichting voor sport in de openbaar ruimte? De voorzitter: Dank je wel. Nu is die helder. Dank. De heer Reiling: Ja het skeeleren is een hele leuke. Kijk als er in Nederland 3 centimeter ijs ligt, dan wagen we met miljoenen tegelijk ons leven om te kunnen schaatsen, maar skeeleren is in principe vrijwel dezelfde beweging. En dat kun je eigenlijk altijd doen in theorie, maar dat doet bijna niemand en hoe komt dat, je hebt hele goeie, gladde en hele veilige routes nodig en die zijn er bijna niet. En voor zo ver ze er zijn, moet je ze maar net weten te vinden en met mekaar weten te lussen op een zodanige manier dat je een volledig aantrekkelijke ronde kunt maken. We hebben een hele inventarisatie gemaakt van Dordrecht welke wegen zijn al wel goed skeelerbaar en welke niet en dan blijken er soms een paar aansluitingen te missen waar het asfalt gewoon slecht is, die je dan misschien het asfalt moet verbeteren en vanuit fietsmobiliteit is ook gewoon wenselijk dat dat asfalt verbeterd wordt, dus dat moet toch sowieso wel gebeuren.

Zo hebben een aantal bewegwijzerde rondes voorgesteld die je daaroverheen aan zou kunnen leggen waar je mensen laat zien, kijk, als je dit rondje maakt, is allemaal prachtig asfalt, kom je weer terug bij je huis. En zo zou je in Dordrecht een netwerk kunnen maken voor skeeleraars, maar geen stad in Nederland of in de wereld heeft dat, dus wat de impact daarvan kan zijn, dat weten we gewoon niet. Maar ik zou het vooral doen. Het is niet duur, niet moeilijk. De heer …: Kom je in de top tien. De heer Reiling: Ja. De voorzitter: Bedankt. We gaan … Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk wil hier nog even op reageren. Ja, tuurlijk. De heer Reiling: Oh ja, er was nog een vraag. Mevrouw Stolk: Ja het is een aanvullende vraag op wat de heer Noldus zegt, sporten in de openbare ruimte, maar waar we natuurlijk ook naartoe willen is, ten minste, het college wil daar naartoe, naar sport, open sportparken. Heeft een van jullie daar ervaring mee, want heel veel verenigingen die zijn ook bang … De voorzitter: Mevrouw Stolk, het spijt me heel erg, maar die komt volgende keer aan bot, de open sportparken. Dus laten we die vraag ook even voor de volgende keer bewaren. Gaan we naar de heer Tutupoly. De heer Noldus: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Hij weet daar juist wat over te zeggen.

22

De heer Noldus: Voorzitter. Voorzitter. Mijn vraag over de inpassing in het beleid, vooral binnenstedelijke verdichting. Ik ben benieuwd of daar nog een tip over is wat we daar ook mee kunnen nemen. De heer Reiling: Ja ik denk dat je bepaalde normen met betrekking tot bewegen en sport wel kunt toepassen. Ik ben niet zo van de norm van 3 bomen per en dan 300 meter tot zo'n parkje en 300 meter tot dat, want dan denk ik heel erg nou dan gaat het ook om hoeveel losliggende wandelpaden liggen er in die parken, van welke kwaliteit, wat voor voorzieningen bijvoorbeeld, maar bijvoorbeeld als je het hebt over gewoon beweegvoorzieningen zoals een openbare fitnessplek kun je zeggen nou binnen een straal van een kilometer moet er altijd vanaf elke voordeur zo'n plek zijn en als we ergens gaan verdichten, moet dat ook in een plan zitten bijvoorbeeld. Een zekere hoeveelheid losliggende wandelpaden in een wijk kun je gewoon denk ik vrij harde normen voor bedenken. Ja ik denk dat er op een aantal aspecten zijn er wel dingen te bedenken waarvan je zegt dit zijn gewoon onderdelen die moet je gewoon altijd meenemen. Een bewegwijzerde wandel- en hardlooproute van 5 kilometer, watertapjes, openbare toiletten, de verlichting. De voorzitter: Het is helder.

Maar dan gaan we … Mijnheer Vervoorn wilde hier ook nog iets aan toevoegen? De heer Vervoorn: Ja het is een heel goed voorstel, maar ik weet in de Sportraad Amsterdam heeft ook een norm, een sportnorm vastgesteld met betrekking tot nieuwbouw, afstand en hoeveel groen moet er per zoveel. Het leuke is dat en daar komen we bij de vrijblijvendheid van adviezen, dat is geloof ik de enige stad die dat heeft, maar de gemeente houdt zich er niet aan. Dan heeft het weinig impact. En ik denk dat je het met elkaar moet vastleggen dat als je de sportieve gemeente wil worden, dat Dordrecht dan ook gaat handelen naar een dergelijk advies. Dus per vijftig huizen minimaal een voetbalveldje en twee zwembaden. Ik kom uit het zwemmen, dus maar nee. Maar even zonder gekheid, dus dat, je zou echt een slag slaan als je dat met elkaar durft vast te leggen, want ik vind dat mensen die komen wonen recht hebben om ook te kunnen recreëren dicht bij het huis. En als je hebt over verdichting schrik ik ervan, want ik weet dat dat haaks op elkaar staat De voorzitter: Ja die begrijp ik. Dan ronden we dit af en ik hoop, het zal vast meegenomen worden. Gauw naar de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja ik had twee vragen voor de Sportraad eigenlijk. Er werd net even al genoemd eventuele kaalslag van de verenigingen en dat er een verantwoordelijkheid ligt ook bij de verenigingen.

Ik wilde die vraag ook eigenlijk stellen van wat ligt, welke verantwoordelijkheid ligt er ook bij voor de gemeente? Want ik kan me voorstellen dat daar ook een verantwoordelijkheid ligt, bijvoorbeeld snelheid en afwikkeling van vragen en wensen die er liggen. Dat was er eigenlijk één. En vraag twee was, we zien ook bij die Sportvisie, daar wordt de sporttrack wil men behouden voor Dordrecht, maar ziet de Sportraad ook nog kansen gerelateerd hieraan? Bijvoorbeeld om maar iets te noemen, opleidingen voor topsporters om dat hierheen te halen of iets dergelijks? Wat is jullie kijk daarop?

23

De voorzitter: Dus de verantwoordelijkheid van de gemeente en de kansen voor topsport. De Sportraad. De heer Weeda: Het college stelt in deze Sportvisie voor om een heleboel geld zeg maar beschikbaar te stellen om ook de accommodaties te verbeteren, want dat is ook een langgekoesterde wens van sportverenigingen om daar ondersteuning bij te krijgen. Dat is van belang, want als je je accommodatie veroudert dan ben je ook minder aantrekkelijk voor leden. Dus dat is een hele goeie, die hele sportparken, die, ja wat gerenoveerd moeten worden zal ik maar zeggen, vernieuwd, dat is van belang. Dat heeft natuurlijk meer als een jaar op zich laten wachten helaas, maar dat is een hele goeie die er nu in zit om nu door te pakken en gelijk ook energiezuinig. Dat heeft dan ook te maken met de kosten die lager worden, dus er zijn zeker kansen en de gemeente pakt die verantwoordelijkheid ook. Als het gaat om vrijwilligers is dat een verantwoordelijkheid van de gemeente. Die kan nog helpen bij, ik noem het maar het professionaliseren waar we het net over hadden. Maar voor de rest als het om accommodaties gaat, dan doet de gemeente, waar het ook een verantwoordelijkheid is van de meeste verenigingen die op een sportpark zitten met een eigen clubhuis, doet de gemeente een belangrijke stap om daar subsidiemogelijkheden voor de renovatie beschikbaar te stellen, als de raad daarmee akkoord gaat.

Dat is aan u. Daar wou ik het even bij laten. Een andere vraag is, even … De heer Tutupoly: Dat is ten aanzien van die shorttrack, topsport. De heer Weeda: Nee, topsport, dat gebeurt ook al. Er is een regionaal trainingscentrum. Daar zitten op dit moment volgens mij vijf sporten, shorttrack, waterpolo, korfbal, ijshockey, korfbal heb ik genoemd, in ieder geval vijf sporten waar de gemeente al geld insteekt om topsporters op te leiden en dat leidt bij een aantal sporten ook al tot resultaat, dus de gemeente doet al een boel als het gaat om topsport. Nou en ook voor die, als ze minder breed de sporten, het kader bijvoorbeeld, het trainingskader gaan we verder gaan professionaliseren, verbeteren, leidt dat ook weer tot meer kans op doorgroei naar zo'n RTC of naar een RTC in een andere sport, maar dat is dan niet in Dordrecht op dit moment. Maar als we denk ik, maar daar ga ik niet over, als de gemeente kansen ziet om nog een andere sport toe te voegen aan dat RTC, als dat kansrijk is en de bonden doen mee en de verenigingen, nou dan zal dat zeker gebeuren. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we naar de vraag van mijnheer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Dank voorzitter.

Ja ik heb eigenlijk een paar aanvullende vragen nog eigenlijk, maar een van mijn belangrijkste vragen is, komt eigenlijk over, zou ik ook denken aan de Sportraad, maar misschien ook wel aan de anderen, en dat gaat onder andere over de vijf beleidsuitgangspunten waar we van uitgaan en dat is dat de huidige capaciteit van het sportareaal behouden wordt en dat dat verder ontwikkeld wordt. We hadden het net eerder hadden we het ook over verschillende wijken, verschillende sportdeelnames en dan hebben we het indirect dus ook over de verdeling van sport over onze stad, want de afstand tot iets en de zichtbaarheid ervan bepaalt ook deels de deelname aan sport, heb ik wel eens eerder begrepen. Maar wat ik ook terugzie in zo'n, in het stuk bijvoorbeeld is een eventueel voorstel om de tennisverenigingen uit Centraal Dordrecht meer te clusteren. Hoe rijm ik dat soort van 24

met elkaar? Past dat bij die uitgangspunten? Heeft dat een soort synergistisch effect? Of hoe moet ik dat zien ten opzichte van die beleidsuitgangspunten? De voorzitter: Wie wil als eerste … De heer Van Dam Timmers: Dat is eigenlijk één, maar ik heb een paar aanvullend, maar misschien is het goed, want deze staat wel echt los. De voorzitter: Mevrouw Stolk wil hier iets … Mevrouw Stolk: Nee hoor. De voorzitter: Nee? Mevrouw Stolk: Nee ik durf niet meer. De voorzitter: Dat geloof ik niet dat u niet meer durft. Wie wil als eerst reageren op hoe verhoudt het een en ander zich tot de uitgangspunten van de Sportvisie? Mijnheer Vervoort. De heer Vervoort: Ja, nee even toelichten. Bedoel je dat, clustering, A, nabijheid is een groot goed, maar clustering leidt tot grotere afstanden. Is dat wat je zegt? Dat zou een contradictie kunnen zijn. Ja ik weet ook niet precies. Kijk, verenigingen hebben het moeilijk zat en we hadden het er net over, op het moment dat samengaan leidt tot een betere service of een beter aanbod naar je sporters moet je het nastreven. Als dat alleen betekent dat er van de 25 tennisverenigingen of 5 maar 1 overblijft heb je natuurlijk een probleem. Dus daar, in termen van nabijheid en bereikbaarheid, zichtbaarheid en dus deelname.

Ja en ik kan daar niet één, twee, drie een oplossing voor bedenken anders dan dat je het altijd in al je afwegingen als raad, als gemeente, maar ook als vereniging zelf in het belang van je leden moet meenemen. Want het één kan, het één sluit in principe een beetje het andere uit, want ik kan me voorstellen je niet vijf satellietparken houdt voor één vereniging, tennisvereniging bijvoorbeeld. De voorzitter: Mijnheer Weeda, wilde u daar ook kort op reageren of? Ik dacht het even te zien, maar. De heer Weeda: Ja heel kort nog even op de vraag van nou de hoeveelheid capaciteit. Dat was een belangrijke vraag van de heer Van Dam Timmers. Er is een afwegingskader in de Sportvisie als de capaciteit onvoldoende zou zijn.

Wij hebben als Sportraad ook de vraag gesteld van kijk als er meer mensen gaan bewegen en ook meer mensen gaan sporten dan kan het zijn dat de huidige normen die de bonden hanteren om sporthallen, voetbalvelden, om die te plannen, want daar hangen gewoon werknormen onder, als dat dan niet meer voldoet omdat de gemiddelde Dordtenaar zeg maar meer sport als de gemiddelde mensen uit Tilburg of Arnhem bijvoorbeeld, ja dan betekent dat dat die normen niet meer kloppen dat je toch met de groei van het aantal inwoners tot 140.000 inwoners en het feit dat mensen meer dan gemiddeld sporten, want we gaan naar die top tien toe, dan kan het dus zijn dat je in 2028-‘29 toch aan de grenzen zit van wat de capaciteit op kan vangen. Nou dan is dat afwegingskader zit in die Sportvisie om te bepalen en dat is dan ook aan de raad van er moet een sportveld of een hal bij komen. 25

De voorzitter: De wethouder krijgt ook even de kans om hier inhoudelijk iets op te reageren. De heer Merx: Nou ja puur technisch. We hebben niet opgeschreven dat in dit geval ‘…’ en DLTC ‘…’ gaan fuseren. We hebben, wat we hebben probeert te schetsen is dat we in Dordrecht een beperkte ruimte hebben en dat er op een gegeven moment bepaalde belangen, zoals in dit geval bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Spoorzone, kan gaan conflicteren met de plek waar op dit moment deze verenigingen zitten. Daar is op dit moment nog helemaal geen sprake van dat die weg moeten. Wat we alleen hebben gezegd is als het zo mocht zijn, dan zijn de belangen, we gaan A, niet inleveren op het aantal vierkante meter, B, mocht het zo zijn, dan tellen de belangen van zowel de ontwikkeling van de Spoorzone als die in dit geval van deze sportverenigingen, even zwaar en zoeken we naar een maatoplossing. Dus als we de suggestie gewekt hebben dat deze fusie of wat dan ook op sprong staan dan is dat onjuist. Die wil ik dan ook even weg, anders gaan we dadelijk de hele tijd discussiëren over iets wat we zo in ieder geval niet bedoeld hebben. De heer Van Dam Timmers: Nee. Dank voorzitter.

Dat is, als ik het programma zo lees is dat wel de suggestie die gewekt wordt en natuurlijk ook in eerdere Spoorzoneplannen staat dat ook op die schetsplaatjes, dus er is wel degelijk een suggestie vanuit dat soort plannen dat Dordt-West in dat kader minder sport krijgt. De voorzitter: Maar we ronden dit even af. De heer Van Dam Timmers: Nee dat snap ik. De voorzitter: Die suggestie is dan nu weggenomen. De heer Van Dam Timmers: Nou die suggestie staat opgeschreven, voorzitter, dus die is niet weggenomen. Het is gewoon beeldvormend ben ik gewoon benieuwd, dat is mijn aanvullende vraag dan ook, de verdeling van sport over de stad gaat het dan eigenlijk over en dat zat hem meer ook in die eerdere vraag over welke sportdeelnemers hebben we. En dan probeer ik ook richting de Sportraad te kijken van ja hoe is die verdeling dan nu in dit stuk en draagt dit stuk bij aan een goeie verdeling? Dat is eigenlijk een beeld voor, een beeld wat ik me probeer te vormen. De heer Weeda: Ja op dit moment denk ik dat de verdeling die is zoals die is.

Dat is zo gegroeid en wij hebben geen plannen om behalve als er echt een grote nieuwbouwwijk komt om daar ook, dat is ook ons pleidooi voor een sportnorm, een fysieke sportnorm die niet geïntegreerd is in Active City of maar gewoon zegt zoveel vierkante meter, zoveel, wat de heer Cees Vervoorn ook zei, zoveel zwembaden bij wijze van, zoveel skeelerbanen. Dat zou je moeten willen bij een nieuwbouwontwikkeling en dan kan je die verdeling ook handhaven. Nu hebben we gewoon een ambitie om tot 140.000 inwoners te groeien, maar we hebben gewoon de Dordwijkzone of hoe heet het tegenwoordig, XXL-sportpark, vind ik zelf wat minder, maar de Dordwijkzone waar die sportparken in liggen en nog een paar lokale kleinere sportparken. We hebben met Movado, Wieldrecht, ja en dat blijft en 26

de afstanden die er zijn, die zijn in mijn beleving, als Sportraad, overbrugbaar op de fiets, eventueel met de brommer. Liever niet. Maar. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, u had nog een paar vragen dacht ik te zien? Kunnen die … De heer Van Dam Timmers: Nee ik had eigenlijk nog één korte vraag en dat dat ging met name over de communicatie en wat daarin door de insprekers of de insprekers van het grootste belang eigenlijk wordt gezien. Ook omdat dit eerder in dit soort processen wel eens wat minder soepel is gegaan. Dus wat zijn eigenlijk best practices zeg maar van elders die we wellicht in Dordrecht ook vanuit de gemeenteraad kunnen toepassen? De heer Vervoorn: Best practices met betrekking tot? De heer Van Dam Timmers: Communicatie richting de inwoners, maar ook richting sport en sportvereniging. De heer Vervoorn: Ik denk dat je dan met de collega-wethouders van vergelijkbare steden moet gaan praten. In die zin, Dordrecht is uniek met zo'n grote stad naast zich en dan ook nog de ambitie die Dordrecht heeft en volgens mij is het altijd iets waar je, niet wat schuurt, maar waar je naar elkaar kijkt. Maar ik kan me voorstellen dat het in Veenendaal gebeuren veel dingen, in Noord-Holland, Alkmaar gebeuren veel dingen waar je kunt kijken in hoeverre daarmee met dat soort zaken wordt omgegaan.

En als je, je hebt de vereniging van Sportgemeenten waar je deze vraag ook neer kan leggen. Dat is een onderdeel, een sub-clubje van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten die je denk ik ook verder kunt helpen met deze vraag als het gaat om een benchmark of best practices of überhaupt het vinden van collega's om het gesprek eens mee aan te gaan. De voorzitter: Oké. Ik zie dat meer mensen daarnaar gaan zoeken. Zijn er nog meer vragen op dit moment? Zo. Dat is precies mooi op tijd om rustig af te kunnen ronden. Ik wil nog even toevoegen dat DLTC binnenkort ook nog met een zienswijze komt en dat die ons nog wordt toegestuurd. Dat wordt dan de elfde. Er stonden er al tien. Hierna volgt nog een tweede beeldvormende commissievergadering. Opnieuw dus beeldvormend en vragen die daarover gaan kunnen vooraf worden opgestuurd. De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: Ja? De heer Tutupoly: Wat is DLTC? De heer …: Dordte Lawn Tennis Club. De voorzitter: Ja, heel goed hoor. Want ik wist het ook niet. Ik ga even verder over de technische vragen. Volgende keer gaat het over de vitale sportparken, wat we daarnet al zeiden en over de VHP, het Verenigingshallenplan. Die vergadering vindt plaats op 28 maart. Er worden ook weer, mag ik nog heel even de aandacht, er worden ook weer gasten uitgenodigd. Deze keer Bureau Sport en Ruimte en daarnaast ook Drijver en Partners.

Die kunnen daar ook toelichtingen over geven. Dus technische vragen, het is 27

echt het verzoek om die vooraf al te stellen schriftelijk, zodat de vergadering des te vlotter kan verlopen. Dan even de vraag. Was dit als inventarisatie genoeg om inderdaad ook naar het tweede deel van beeldvormend te kunnen gaan? Ja? Dat is mooi om vast te stellen. Dan kunnen we volgende keer naar het tweede deel. Dan hartelijk dank aan alle gasten en aan alle mensen die hebben meegedaan.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …. april 2023. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/552/documents/23092