CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 2023.03.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - Concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 april 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 14 maart en Dordtse Dinsdag 7 en 21 maart 2023 Vergaderzalen 1,3,513.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 21 maart 2023 Vergaderzaal 5

1. Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Sportvisie 2030 – Niemand buitenspel in Dordrecht – Raadsvoorstel

Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Van der Spoel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx. Ambtelijke ondersteuning: C. Bokel. Inspreker: R. Weeda, C. Scheepers, M. Reiling, C. Vervoorn. De voorzitter: Geacht aanwezigen, we kunnen beginnen met deze beraadslaging, met dit rondetafelgesprek. Het gaat vanavond over het vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet voor de Sportvisie, maar op dit moment gaat het om een beeldvormende vergadering. Alle raadsleden natuurlijk van harte welkom. Wethouder Merx ook welkom. En ook alle gasten. Met het oog op de vergaderverslagen wil ik aan iedereen vragen zich even voor te stellen en dat de gasten ook meteen even zeggen namens wie, wat ze hier zitten. Ik begin hier rechts van me. De heer Merx: Marc Merx, de wethouder. Mevrouw Bokel: Claudia Bokel, strategisch beleidsadviseur team Sport gemeente Dordrecht. 1

De heer Weeda: Rob Weeda, voorzitter Sportraad Dordrecht. Mevrouw Scheepers: Claudia Scheepers, Sportraad. De heer Van der Spoel: Ik ben Wouter van der Spoel, PvdA. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Reiling: Mart Reiling, TRACK-Landscapes. De heer Vervoorn: Cees Vervoorn, Kenniscentrum Sport en Bewegen. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Wepster: Anneloes Wepster, raadsgriffier. De voorzitter: En ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. En ondertussen is ook nog de heer Uysal aangesloten. Ja je mag je ook nog even voorstellen. De heer Uysal: Abdullah Uysal van GroenLinks Dordrecht. De voorzitter: Oké dan even een korte toelichting, inleiding. We hebben de Sportvisie ontvangen. Die is opgebouwd langs drie thema's. Het gaat om de fysieke infrastructuur voor sport en bewegen. Dat was dan de zogenaamde hardware.

We hebben ook over de orgware en over de software. De org gaat dan om de organisatie en de software gaat meer over de participatie. De drie partijen die voor vanavond zijn uitgenodigd die hebben daar ook heel direct mee te maken, dus die kunnen straks hun visie geven op de visie, op de Sportvisie. Dus daar, er is een heel traject al doorlopen. Al die mensen en meer stakeholders zijn daarin 2

betrokken. De zienswijzen, die hebben we ook kunnen vinden in alle stukken van alle sportvereniging die gereageerd hebben en daar heeft het college ook al op gereageerd. Ik denk dat het goed is om het woord te geven eerst aan de gasten. Ik stel voor dat we beginnen met de Sportraad. Die hebben ook een PowerPoint aangeleverd en die kunnen misschien zeggen hoe ze betrokken zijn en wat ze er sterk aan vinden en waar ze hun bedenking nog hebben. Dat horen we graag. Alle gasten krijgen zo'n tien minuten en daarna kunnen we onze vragen stellen. Zullen we het zo doen dat verhelderende vragen, gewoon om iets te begrijpen, mogen tijdens gesteld worden en daarna de andere vragen. Ja? Dan is het woord nu aan de Sportraad. De heer Weeda: Dank u wel. Ik weet niet wanneer de presentatie in beeld komt. De voorzitter: Ja die zou al klaarstaan, dus die zal zo komen. Ja kijk, daar komt de mijnheer al. De heer Weeda: Ja anders ben ik geheel onthand. Goed. Dit lijkt me de goeie. Dank dat wij hier ons eerder uitgebracht advies nader mogen toelichten. Op welke mag ik drukken? Dank u wel. Even een hele korte inleiding. In september hebben wij bij Deetos een kennismaking gehad met raadsleden. Daar was u niet allemaal aanwezig. Vandaar even heel kort wat wij doen.

Wij als Sportraad adviseren wij het gemeentebestuur, het college, over de sport in Dordrecht en het stimuleren dat mensen meer gaan bewegen. We zijn gestart in deze vorm in december 2016. We bieden gevraagd en ongevraagd advies. Dat heeft u vast wel eens gezien. We adviseren op brede sport en topsport. Het raakt aan een heleboel beleidsterreinen, ruimtelijke ordening, economie, jeugd, welzijn, gezondheidszorg, onderwijs, bestuurlijke zaken. En we bestaan uit zeven tot negen leden. Op dit moment zijn we met z’n zevenen en bijna een achtste erbij uit de medische hoek en we proberen als een expertisecentrum op sporten te opereren. Dan de Sportvisie Dordrecht 2030. Nog enkele suggesties voor verbetering, dus geen bedenkingen, maar wel wat suggesties voor. Wij zijn namelijk zeer blij met de ambities die zijn gesteld. Dat doet, dat is voor een stad als Dordrecht gewoon heel goed. Wij hebben mogen bijdragen aan de Sportvisie. Bijvoorbeeld de bijlage over de maatschappelijke waarde van sport, social return on investment is dankzij onze inspanning daaraan toegevoegd. En op een aantal punten vinden wij alleen dat de uitwerking nog iets concreter kan.

Maar wij zijn gewoon blij met het feit dat er meer gesport moet worden, dat het college dat vindt en ik hoop u als raad straks ook, dat er meer bewogen gaat worden, dat er geld in de sport wordt gestopt, dat het geld zich kan terugverdienen. De maatschappelijke waarde … Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Weeda: Wat zegt u? Mevrouw Stolk: Nee ik zei tegen … De voorzitter: Mevrouw Stolk, even een vraag. Mevrouw Stolk: Mogen wij nu al vragen stellen tijdens deze presentaties of daarna?

3

De voorzitter: U mag vragen stellen over iets wat vertelt wordt wat u niet begrijpt. En andere vragen spaart u nog even op. De heer Weeda: Zijn er ... Ik snap dat het heel moeilijk is, dat het moeilijk is om toe te geven dat u iets niet begrijpt, heb ik ook, dus, maar u mag gewoon ook zeggen ik wil iets duidelijker maken en ik begrijp het wel. Mevrouw Stolk: Nou ja u had, als u één sheet teruggaat als dat mag. De heer Weeda: Ja. Mevrouw Stolk: Op een aantal punten kan de uitwerking nog concreter. Komt u daar nog op terug? De heer Weeda: Ja daar kom ik op terug ja. Mevrouw Stolk: Dan komt u vast wel terug. De heer Weeda: Want hier … De voorzitter: Bedankt. We gaan verder. De heer Weeda: Ja want hier komt de eerste. Bijlage 6, social return on investment is toegevoegd. Dat gaat dat je als je een euro in die sport stopt dan kan je in Dordrecht 2,66 euro terugverdienen. Dat gaat niet allemaal naar Dordrecht, maar als we kijken naar jeugdzorg voor een deel wel. Als het gaat om bijvoorbeeld minder knieprotheses dan gaat dat naar de verzekeringsmaatschappijen en uiteindelijk de premie die we allemaal betalen wordt dan minder. We gaan straks besluiten over miljoenen investeren in de sport, in de accommodaties, in de orgware, de hardware, de software. En wij vinden dan ook als verbeterpunt dat je dan ook de maatschappelijke effecten zou kunnen monitoren.

Als voorbeeld heb ik hier gezegd de vermindering van het aantal knieprotheses als onderdeel van de maatschappelijke waarde. In Dordrecht worden er jaarlijks gemiddeld zo'n 280 protheses geplaatst. Gemiddeld hè, dat is statistiek. Je hebt twee keer zoveel kans als je overgewicht hebt om een knieprothese aangemeten te krijgen. Nou als je dat zou kunnen verminderen, is dat een indicator die toegepast zou kunnen worden. Dan de openbare ruimte. Daar missen wij ook een concretere invulling. Er is een wens tot invoering van de 3-30-300-regel, vanuit ieder huis mag je 3 bomen zien, op 30 meter moet je kunnen bewegen, op 300 meter afstand moeten een openbare ruimte zijn waar je ook kan bewegen. Maar de doelen zijn vervolgens een wettelijke toepasbare sportnorm bij gebiedsontwikkeling en nieuwbouw. Ja daar gaan we als gemeente niet over, dus dat is lastig. Dat is wel een mooi doel, maar wat kunnen wij er als Dordrecht mee? In 2026 is Dordrecht aangesloten als Partner City bij het Active City Model. Dat is ook mooi, maar dat geeft over de openbare ruimte onvoldoende garanties, want dat is een integraal beleid en dan gaat het uiteindelijk om het effect voor je gezondheid en hoe we bewegen. Dat is op zich ook goed, dus dat, we wijzen dat niet af en we zeggen voor de openbare ruimte is dat nog niet strak genoeg.

Is de ruimte om te bewegen dan voldoende beschermd? Er wordt wel aangekondigd een onderzoek om een 4

norm voor sportief bewegen op te nemen in de Omgevingsvisie. Wij pleiten eigenlijk voor een sportnorm. Hebben we al eerder gedaan. Dat je zegt van is er voldoende oppervlak om in de openbare ruimte te sporten. En TRACK-Landscape komt dan straks nog nader terug op bijvoorbeeld hoe je dat zou kunnen inrichten. Dus dat is meer als alleen op 300 meter is een stuk openbare ruimte. En de Omgevingsvisie is ervoor om zo'n norm op te kunnen nemen. Dat is ook een van onze aanbevelingen. Samenvattend, een aantal doelstellingen, ik heb twee voorbeelden genoemd, kunnen scherper, ook voor 2030. Voor 2026 staan er een aantal mooie doelen geformuleerd, maar na 2030 heb je die overall doelstellingen, bij de sportiefste tien gemeenten van Nederland behoren, mooie ambitie, steunen wij ook. Maar hoe gaan we nou aan die knoppen draaien als het niet helemaal gaat lukken in 2027? Dan moet je, je wil in 2030 daar wel komen. Dus maak aanvullend op deze mooie visie een duidelijk en navolgbaar implementatieplan waardoor je ook aan meer knoppen kan draaien als dat aan de orde zou kunnen zijn. Zo wordt de sturing op de doelstelling verbeterd. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank, mijnheer Weeda. Er is een vraag van de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ja, dank u wel. U had het inderdaad over de ambitie van dit college over dat zij tot die top tien van sportiefste steden willen behoren.

Maar in het stuk dat u heeft aangeleverd met de raad geeft u ook heel duidelijk aan dat de ambitie heel goed is, alleen dat NOC*NSF daarvoor een andere maatstaf gebruikt dan Dordrecht in deze visie. De heer Weeda: Klopt. De voorzitter: We gaan, we nemen deze vraag even mee. Nadat we alle … De heer Weeda: Oh, we gaan hem helemaal naar achteren tillen? Ja oké. De voorzitter: Ja. We doen ze even alle drie, want dan kan iedereen meedoen aan het gesprek. De heer Weeda: Ja dat is goed. De voorzitter: Dan gaan we naar de, meer de fysieke infrastructuur. De ongeorganiseerde sport heb ik gelezen. Dat is allemaal onderzocht door TRACKLandscape. Die krijgen dan nu de beurt. Als het goed is komt ook de volgende presentatie. Maar … moeten we ‘…’ even? De heer Reiling: Moeten we hier presenteren? De voorzitter: Ja en u mag staan uiteraard. Ja. De heer Reiling: Oké goed. Goedenavond, ik ben Mart Reiling. Ik ben landschapsarchitect, eigenaar van TRACK-Landscapes, een bureau dat onderzoek doet naar bewegen, sporten en mobiliteit in stad en landschap. Dordrecht heeft ons gevraagd om kansen voor buitensport in kaart te brengen. Letterlijk. En in dit geval hebben we het vooral over de routegebonden vormen van buitensport, namelijk wandelen en hardlopen, 5

maar ook buitenfitness, iets dat sterk in opkomst is. Je ziet in de top drie meest beoefende sporten van Dordrecht dat fitness eigenlijk op nummer één staat. Dat wordt vooral binnen gedaan, maar dat trekt toch ook steeds meer naar buiten. Zeker als je dat aantrekkelijk maakt voor mensen. En heeft toch ook een routegebonden component, want mensen gaan vaak hardlopen en fitnessen tegelijkertijd in de openbare ruimte. Maar iets dat Dordrecht signaleerde is dat 40 procent van de inwoners sport ongeorganiseerd in de buitenruimte en ongeveer 32 procent van de inwoners is lid van een sportvereniging. Dus in zekere zin zou je kunnen zeggen dat de grootste sportfaciliteit die je stad heeft, is de stad zelf. Nou dat is op zich een heel mooie en interessante gedachte. En Dordrecht is vrij uniek in de zin dat ze dit echt op willen nemen in beleid om ook op te komen voor de belangen van die groep sporters. Skeeleren hebben we ook meegenomen in dit onderzoek en ook de wielersport. Ik geloof dat iets van 6 à 7 procent van Dordrechters aan wielersport doen. Skeeleren is kleiner. Maar misschien ligt dat ook wel aan het feit dat die openbare ruimte nog niet zo geschikt is voor de skeeleraar, dus daarmee is die niet minder interessant per se omdat die kleiner is. Wij hebben de kansen voor en de belangen van buitensporters proberen in kaart te brengen.

En daar hebben twee methodes eigenlijk voor gebruikt. We hebben een enquête gedaan onder de inwoners van Dordrecht. Daar hebben zo'n vijfhonderd mensen aan meegedaan. Wandelaars, hardlopers, fietsers, skeeleraars en bootcampers en die hebben letterlijk hun wensen in kaart gebracht zelf. Wat we aan de andere kant gedaan hebben, is op basis van data uit de app Strava, misschien kent u hem wel, in kaart gebracht hoe mensen hardlopen, wandelen, fietsen door Dordrecht en wat zijn eigenlijk de belangrijkste routes voor die mensen en hoe zien die routes eruit en zitten die aantrekkelijk in mekaar, et cetera. Daar hebben we een heel rapport voor gemaakt met allerlei verbetervoorstellen en analyses. Dat ga ik nu niet vandaag helemaal uitgebreid vertellen. Daar heb ik helaas geen tijd voor. Maar een paar highlights daarvan laat ik zien. Belangrijk is de eerste en misschien wel meest basale vraag van de enquête die we gedaan hebben onder de inwoners van Dordrecht is hoe tevreden of hoe prettig vindt u uw omgeving en de routes van de omgeving waar u woont om te wandelen, hardloper, sporten, fietsen, skeeleren of bootcampen. En dan is ongeveer 20 tot 30 procent van de bewoners is volledig tevreden. Dus je zou kunnen zeggen dat is het kleinere deel, dus dat laat zien je hebt wat dit betreft zeker een opgave.

Maar interessant is ook dat het grootste deel van de mensen zegt ik ben het wel meer mee eens dat het aantrekkelijk is of prettig is, maar ik zie wel kleine verbeterpunten, dus het zijn geen hele grote opgaves die ze daarin zien, maar kleine verbeterpunten. Een klein deel, een 20, 30 procent geeft wel aan dat ze wat meer ontevreden zijn. En zeker skeeleraars, dat is de groep die het minst tevreden is eigenlijk over de buitenruimte om te bewegen. Er waren ook niet zo heel veel deelnemers in de enquête die aan skeeleren deden, maar dat zou dus ook kunnen komen omdat misschien wel minder mensen aan skeeleren doen, omdat het vrij moeilijk is om goeie skeelerroutes te vinden bijvoorbeeld. Waar zitten dan die kleine verbetermogelijkheden die veel Dordrechters zeiden dat ze zien. In elk geval één van de dingen waarin veel kansen liggen om de omgeving aantrekkelijker te maken voor mensen zit hem in faciliteiten en voorzieningen, en eigenlijk hele simpele, relatief kleine en niet per se hele dure voorzieningen. Als we de vraag stelden welke voorzieningen gebruikt u niet maar heeft u wel interesse in of gebruik ik wel maar vind ik alsnog onvoldoende aanwezig, dus dat is het antwoord waaruit een behoefte spreekt 6

naar een bepaalde voorziening en we hebben al deze voorzieningen aan mensen voorgelegd, dan is eigenlijk de nummer één voorziening waar de meeste behoefte aan is, is een watertapje. Zo simpel. Dus helemaal niet groot, maar ook de nummers twee tot en met nummers vijf zijn dingen, zitgelegenheid, gemarkeerde routes, informatie over de omgeving en fietsenstallingen. Helemaal geen grote, dure dingen. Eigenlijk relatief simpel, dus je kunt daar direct mee aan de slag en daar hebben heel veel mensen behoefte aan en doe je ze een groot plezier mee. Maar zeker niet alles draait om faciliteiten. Dit is een onderdeel van de enquête waarin we mensen vroegen om hun wensen met betrekking tot buitensporten letterlijk in kaart te brengen. Gedaan door weer die hardlopers, fietsers, wandelaars et cetera. En dan zie je de blauwe stippen dat gaat over faciliteiten, dus plekken waar mensen bepaalde faciliteiten wensten in Dordrecht, maar je ziet de meeste stippen hebben ook heel veel andere kleuren en heel veel stippen gaan uiteindelijk over infrastructuur, paden en wegen, de afwezigheid van goeie wandelpaden of slechte ondergrond van wandel- of fietspaden, frictie tussen gebruikers op wandel- en fietspaden, frictie tussen auto's en fietsers en voetgangers.

En op zich het mooie is als je ziet waar die punten liggen en de wensen die mensen uitspreken, zijn dat heel vaak dingen die ook gewoon in het algemeen in je fietsmobiliteit bijvoorbeeld gewenste verbetering van de openbare ruimte zijn, dus het is ook wat betreft de faciliteiten kun je zeker dingen doen echt gericht op buitensporters, maar als het gaat over de infrastructuur en de routes in je stad moet je gewoon heel goed dat proberen te integreren in je mobiliteitsvraagstukken bijvoorbeeld en die belangen van mensen daarin meewegen. Dit zijn natuurlijk mensen die al aan sporten doen en die spreken hun wensen uit. Dat is wat anders als proberen om mensen die nog niet bewegen in de openbare ruimte aan het sporten te krijgen. Die spreken hun wensen hierin niet uit. En je ziet dat in wijken zoals Wielwijk, Crabbehof, Krispijn was de enquêtedeelname lager, maar daar is sportdeelname überhaupt lager. Sociaaleconomisch iets minder ontwikkelde wijk, laten we het zo zeggen. Daardoor zie je dus ook minder invloed komen in deze enquête, maar dat zagen wij juist als een argument om juist wel op zoek te gaan naar mogelijkheden om daar de buitenruimte aantrekkelijker te maken. Maar dat zou ik dan vooral zoeken in manieren die het laagdrempeliger maken voor mensen om te gaan bewegen. En om hier een voorbeeld te geven.

In de wijk Wielwijk heb je een heel aantal groenstructuren liggen die op zich best heel aantrekkelijk zijn, maar qua routes nog niet erg logisch aan elkaar verbonden zijn en die nu nog niet vanzelfsprekend zijn om met elkaar tot een loopronde te gebruiken, laten we het zo zeggen. Dus wat je hier bijvoorbeeld zou kunnen doen is een bewegwijzerde looproute toevoegen, dat gewoon laat zien aan mensen kijk als je zo loopt kun je 2, 3 of 5 kilometer lopen en dan kom je langs mooie en interessante plekken en dat maakt het makkelijk voor mensen om te denken laat ik eens dat gaan doen. En dat is dus iets wat het laagdrempelig maakt voor mensen om buiten te gaan bewegen. En als volgende interessante mogelijkheid zou je dan bijvoorbeeld beweegfaciliteiten en voorzieningen aan de route kunnen toevoegen, zoals een buitensportplaats met fitness en zeker bij bijvoorbeeld DeetosSnel en de andere wijksportparken, dat zijn interessante plekken om dat soort beweegfaciliteiten in toe te voegen, want dat is al een beetje die sportomgeving. De voorzitter: Mijnheer Reiling. 7

De heer Reiling: Ja? De voorzitter: Kunt u naar een afronding gaan? Het is hartstikke interessant, maar … De heer Reiling: Ja ik ga afronden. Behalve die faciliteiten zijn er ook infrastructurele wensen die mensen hier hadden, bijvoorbeeld de kruising van de Laan van de Verenigde Naties, het verbeteren van de Zuidendijk, aantrekkelijker maken voor fietsers en voetgangers. En dat zijn dingen die kun je hier nog ook in integreren en dan is het en-en. Zo hebben wij zes voorstellen gemaakt, dit is om hem af te sluiten, in verschillende delen van Dordrecht binnen verschillende thema's gericht op verschillende buitensporters, dus gericht op bijvoorbeeld de skeeleraars, een netwerk bedacht voor skeeleraars die de aantrekkelijke routes aan mekaar lussen, maar ook op de Wantijdijk, de meest populaire hardloop- en wandel- en fietsroute, zijn veel dingen te verbeteren. Maar ook in de sportparken zoals Sportpark Krommedijk zijn heel veel mogelijkheden om dat aantrekkelijker te maken voor buitensporters. Dat hebben we allemaal in het rapport bij mekaar gebracht. Dat kun je als naslagwerk natuurlijk helemaal gaan lezen. Ga ik nu niet doen, maar dat zit dus in allerlei verschillende aspecten, voor allerlei verschillende gebruikers verspreid over de stad liggen kansen om dingen aantrekkelijker te maken. Dank u wel.

De voorzitter: Mijnheer Reiling, hartstikke bedankt voor deze presentatie, voor de toelichting en ik begrijp dat het ook verwerkt is in de Sportvisie. Dan gaan we naar de derde gast zeg maar, het Kenniscentrum Sport en Bewegen. En moet ik even zoeken hoor. Daar heb ik de heer Van Moorst en mevrouw Bokel. Mevrouw …: Vervoorn. De voorzitter: Vervoorn. De heer Vervoorn: Maar maakt niet uit hoor. De voorzitter: Oh ja, ik zit … De heer Vervoorn: Ik zal het doen. De voorzitter: De beleidsadviseurs te noemen. Ik ben mis. Excuses. De heer Vervoorn: Nee, nee, maar dat geeft helemaal niet. De voorzitter: Ja dat kan wel eens gebeuren. De heer Vervoorn: Geeft helemaal niet. De voorzitter: Mijnheer Vervoorn, u mag het woord. De heer Vervoorn: Ja ik heb geen PowerPoint. Ik heb maar tien minuten en volgens mij kun je, als we goed ons best doen, minimaal twee uur praten over sport en ik wil u dan ook feliciteren met die Sportvisie. Dat is wel in die zin bijzonder dat niet bij alle gemeenten dit soort zaken zo worden doorgesproken en worden vastgelegd als u heeft gedaan. Ik ken Dordrecht overigens ook als een stad die daar altijd mee bezig is. In 8

tijden van de Sportboulevard heb ik daar ook wat in mee mogen denken vanuit een andere rol. Maar dus ik vind het ook erg leuk om hier te zijn. Ik hoop een goed gesprek te hebben, want ik zou het namelijk niet om te beginnen Sportvisie noemen. U zag mijn voorganger, de ‘…’. U moet het de sport- en beweegvisie noemen. En ik zal u aangeven waarom dat zo is. Sporten, de naam sport heeft op sommige mensen een positief effect en op sommige mensen een negatief effect, want het gaat om op tijd aanwezig zijn, regels voldoen, kantinediensten draaien, brengen, et cetera. En ik weet niet of u recent de enquêtes hebt gelezen waarop NOC*NSF heeft gewezen, namelijk dat sportdeelname teruggelopen is naar 44 procent van de Nederlanders. Dat is heel lang 50 procent geweest en het is weer gedaald naar 44 procent en dat komt omdat, nee dat komt niet, daar ligt een verband tussen het feit dat men sporten als verplichting ziet en liever beweegt vanuit de eigen vrije ruimte en wat men zelf, hoe men zelf wil invullen. En dat is waar mijn voorganger het net ook over had. Al die aanpassingen zijn belangrijk om mensen tot bewegen aan te zetten. En als ze het heel erg leuk vinden, kunnen ze gaan sporten.

Sporten is de competitieve uitsnede van bewegen en er is een bepaald deel van de bevolking die dat wil, maar een ander deel van de bevolking wil ook gewoon bewegen, wil gezond zijn, wil mensen ontmoeten en je ziet dus ook tegenwoordig in de ontwikkeling van nieuwe stadsdelen dat het heel erg gaat, hoe kunnen we die beweegvriendelijk maken. Zodanig dat mensen als ze de deur uitstappen elkaar ontmoeten, één, gezamenlijk iets kunnen doen door bijvoorbeeld bewegwijzerde routes of hoe dan ook, die ook veilig zijn en verlicht. Dat zijn allemaal hele belangrijke zaken in de infrastructuur waardoor mensen veilig met elkaar op stap kunnen gaan in een omgeving die uitdaagt tot bewegen. Nou daar kan je allerlei regels onder leggen, daar kan je alle afspraken onder maken, maar in de praktijk is het vaak moeilijk om die met elkaar te bewaken. Maar dat is wel een belangrijk onderdeel van het hele gesprek, de beweegvriendelijke omgeving, hoe ga je die inrichten als Dordrecht. Vervolgens kan die sport gefaciliteerd worden, kan je nog verder kijken naar topsport, kan je dan kijken naar evenementen, kan je het hele scala aan ontwikkelingen wat je zou willen realiseren in je stad onder de loep nemen, maar probeer met de sport- en beweegvisie mensen in beweging te krijgen, want in beweging krijgen is de eerste opstart, opstap naar sport.

Je kunt daarbij denken aan wat kan het onderwijs daarin betekenen, wat kunnen diverse vaksecties daarin betekenen, wat kunnen wij doen in relatie met de ruimte die buiten Dordrecht ligt als het over fietsen gaat. Als ik ga fietsen op zaterdag dan fiets ik geen 20 kilometer binnen de grens van Heemstede, dan fiets ik 180 kilometer door heel Zuid- en Noord-Holland. Dus wat dat betreft hoe kan je dat aantrekkelijk maken in een nog breder perspectief. En eigenlijk wilde ik vooral met u vanavond de discussie aan of het gesprek aan, hoe kan je dat wat je doet nou nog beter maken, zodanig dat Dordrecht één van die steden wordt waar minimaal 50 procent van de mensen sport en beweegt en misschien nog wel meer. Net werd even gerefereerd aan NOC*NSF door u. Die hebben de lat erg hoog gelegd, in 2030 80 procent van de Nederlanders minimaal 3 keer in de week sporten begeleid door, in al die 3 keren begeleid door opgeleide en daartoe bevoegde kader. Nou dat wordt een hele grote uitdaging. Maar als u die half, het halverwege al zou realiseren zou dat helemaal niet slecht zijn. Maar het geeft wel dat we ermee bezig zijn en dat er iets moet gebeuren om de mensen in beweging te krijgen. Want de gezondheid, obesitas, u kent het allemaal, neemt enorm toe. Is bijna een, zoals Erik Scherder zou zeggen, een epidemie aan het worden. En daar moeten we echt met elkaar wat aan doen.

En deze Sportvisie geeft volgens mij een hele goede aanzet, een 9

vergezicht waar je als stad trots op kunt zijn, maar op basis waarvan je ook het gesprek met elkaar kunt voeren. En ik wil heel graag in dit gesprek meedenken. En wij kunnen vanuit het Kenniscentrum ook allerlei inzichten aanleveren om daarbij te ondersteunen. Maar volgens heeft mij heeft u met Claudia een hele goeie in huis om dat verder te brengen. De voorzitter: Mijnheer Voorn, hartelijk dank voor u woord en uw toevoeging om er ook eens op een iets bredere manier naar te kijken. Dus niet alleen sport, maar ook sport- en beweegvisie. Dan is het nu de beurt aan mijnheer Van Spoel. Die had al een vraag. De heer Van der Spoel: Ja dat klopt en ik heb er nog eentje bijgekregen. De voorzitter: We beginnen met de eerste. De heer Van der Spoel: We beginnen met de eerste. Dat heeft inderdaad te maken met het doel van NOC*NSF en dat wij als gemeente Dordrecht ook als doel hebben om tot die top tien te behoren. Maar als ik dan deze doelstellingen hoor dan is het eigenlijk een utopie om te denken dat we überhaupt die top tien van sportiefste steden gaan bereiken van moeten we dat dan, ja, het is nogal hoog ingezet door het NOC*NSF, dus dan gaan we dat niet zozeer bereiken, dus misschien moeten we dan dat doel wel anders gaan formuleren lijkt mij. De heer Weeda: Weet ik niet. De voorzitter: Even de microfoon. Ja. De heer Weeda: Dat weet ik niet.

Kijk, het doel het NSF, Cees Vervoorn zei het al, is natuurlijk heel ambitieus. Dan moet je drie keer per weg matig intensief bewegen onder een kader wat daarvoor is opgeleid of in ieder geval via een bond een training heeft gevoerd. En dat hebben andere gemeenten die niet op tien willen geraken ook, dus in ieder geval, wij hebben gewoon de vraag gesteld van is dit nou, wat is nou de juiste meting om naar die top tien te komen. Als 80 procent van je bevolking al minimaal één keer per week beweegt, is het natuurlijk al goed en als er een deel daarvan al drie keer per week matig intensief beweegt onder goede begeleiding, dan ben je, dan kom je ook al een end. Dus we zeggen niet dat je het niet haalt als Sportraad met die 80 procent één keer in de week, maar we vragen ons wel af van nou waarom is, wat is de relatie met die NOC*NSFnorm. Dat is eigenlijk wat we als vraag hebben gesteld. NOC*NSF is natuurlijk een instituut op dit gebied. Vandaar. De heer Vervoorn: Als even op inhakend. Ik bedoel de, in topsporttermen, er is nog nooit een hoogspringer hoger gaan springen door de lat lager te leggen. Dus het is logisch dat NOC die ambitie uitspreekt. Nee, maar vaak als je die vergelijking hanteert, begrijpen mensen waar het om gaat.

Het is heel logisch dat NOC als Olympische koepel die lat zo hoog legt om allerlei partijen die daarin bijdragen aan te jagen, wetende dat het heel moeilijk zal zijn om dat te realiseren. Sterker nog, privé zeg ik het is onmogelijk om te realiseren, maar we gaan er wel met zijn allen wat aan doen. En vanuit dat punt vind ik dat de ambitie om bij het team sportiefste steden en dan wil ik sportief definiëren als 10

breder dan louter sportdeelname, een hele goede voor een stad om vanuit te gaan en om te kijken, of je het gaat halen of niet maakt niet uit, maar als je ermee de neuzen dezelfde richting in krijgt, heb je al 10 procent gewonnen en in dat licht denk ik dat die ambitie hartstikke goed is en dat kan je proberen te vangen in afspraken en KPI’s et cetera, maar je kan ook gewoon zeggen we zetten er met elkaar de schouders onder en we gaan dat gewoon zo goed als mogelijk invullen en als blijkt dat we 26 e zijn, maakt niet uit, maar we hebben wel wat bereikt. De voorzitter: Wil iemand hierop reageren? Even via de voorzitter. Ja, mijnheer Katif. De heer Katif: Ja dank u wel voorzitter. Ik werd een beetje getriggerd door het woord dwarsverbanden in sportbeleid door u aangegeven en ik zou graag willen iets meer wat dieper, schuine streep wat uitgebreider op ingaan dan alleen maar dwarsverbanden, want ik zie ze, maar ik zie ze ook tegelijkertijd niet. En u bent … De voorzitter: U wilt graag een compleet plaatje? De heer Katif: Een autoriteit op dat gebied, dus ik wil graag van u het horen. De voorzitter: Zoekt u concrete voorbeelden van wat die dwarsverbanden zijn, moet even invullen? De heer Katif: Nou ja dat weet ik niet, want die dwarsverbanden weet ik niet waar ik … Ik weet niet waar de heer het over heeft, dus daarom vraag ik het ook. De voorzitter: Mijnheer Vervoorn.

De heer Katif: En dan gerelateerd tot sportbeleid zoals wij nu aan het bespreken zijn. De heer Vervoorn: Ja kijk, dwarsverbanden zijn voor mij, sport heeft de vervelende eigenschap dat het niet zo georganiseerd is, maar dat het zo georganiseerd is. Sport is dwarsdoorsnijdend. Als je het hebt over cohesie verhogen, als je het hebt over kinderen uit lage SES-wijken in het onderwijs houden, niet kwijtraken, als het gaat om het tegengaan van eenzaamheid, als het gaat om überhaupt topsport, mensen die willen excelleren met de talenten die ze hebben dat ook te laten doen. Sport kan dat allemaal betekenen, sport en bewegen. En als ik het over dwarsverbanden heb, dan denk ik dat je op zoek moet binnen de gemeente in dit geval naar partnerschappen waar dat, waar die kracht van sport maximaal kan worden benut of waar in ieder geval de awareness kan worden gewekt bij die partijen dat ze daar ook rol hebben en dat ze wel iets kunnen hebben aan bewegen als het gaat om succes in het onderwijs, als het gaat om nou ja al die voorbeelden die ik net noemde en dat bedoel ik eigenlijk met dwarsverbanden. En dan zal je zien dat sport meer is dan de maandageditie in de Volksraad, Telegraaf of het AD, maar dat sport ook iets heel erg belangrijks kan zijn, net zoals kunst en cultuur overigens hoor, maar we zitten hier voor de sport voor een grote gemeente met al zijn problemen.

Ze lossen niet op, maar ze zorgen wel, denk ik voor een versterking van hetgeen je wilt bereiken. Is dat een beetje … De voorzitter: Bedankt. 11

De heer Vervoorn: Ja we kunnen nog allerlei voorbeelden gaan noemen, maar ik denk wel dat … De voorzitter: Dit was genoeg zie ik. Ik had hier eerst een vraag. De heer Van Dam, daarna weer de heer Van der Spoel. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voorzitter. Ik had de vraag aan de heer Vervoorn was het volgens mij. Ik vond het interessant dat u de obesitasepidemie noemde. Ik denk dat je het een pandemie moet noemen, omdat het zo globaal ook verspreid is. Maar wat ik mij afvroeg vanuit uw Kenniscentrum heeft u natuurlijk die Sportvisie gelezen en welke dingen ziet u daarin op het gebied van sport en bewegen waarvan u denkt nou die brengen je echt als stad verder. Wat zijn nou daarin echt de dingen die het grote verschil maken? De heer Vervoorn: Ja ik moet je zeggen ik heb hem globaal doorgelezen hè, want dit, mij werd gezegd de vergezichten te schetsen. Kijk, dan kan je, dan kom je gewoon op de heel voor de hand liggende dingen. Hoe kan de … Mensen meer laten bewegen, gezonder laten eten, een gemeente ervoor te laten zorgen en dat is denk ik de grootste uitdaging om op individueel niveau bijna de boodschap uit te gaan dragen dat een gezonde leefstijl mogelijk is in Dordrecht, dat er een beweegvriendelijke omgeving is waar je, dat er clubs zijn die daarin met je meedenken.

En achter de voordeur bedoel ik dat als je de discussie hebt over al, de pandemie zoals je terecht opmerkt, of u terecht opmerkt, die veelal vanuit de, dat is allemaal populaire praat, dat weet ik wel, maar vanuit de groeiende polarisatie in de samenleving ontstaat, dat je probeert die mensen het gevoel te geven dat ze betrokken zijn, dat bewegen waardevol is, dat je gezond eten helemaal niet zo moeilijk is als je er met elkaar voor gaat en dat moet je denk ik en tegenwoordig is het zo dat als je achter de voordeur bedoelt, bedoel je mee dat je de mensen ook individueel benadert, belangrijk maakt en laat zien dat het werkt in individuele gevallen om uiteindelijk collectief een succes te hebben. En ik lijk wel een politicus, maar ja … Mevrouw …: Zeker. De heer Vervoorn: Ja maar het raakt me. Het raakt me ook. Het raakt me ook, omdat het een enorme uitdaging is. En heel veel aanpakken hebben gefaald. Ik zag toevallig vandaag een foto in de krant van de jaren 60 en de jaren 2020. Daar zie je nauwelijks mensen die overgewicht hebben lopen, terwijl je dat nu aan de lopende band ziet. En dat heeft met veel meer dan meer bewegen te maken. Dat heeft met een hele integrale aanpak van onderwijs, voedingsbeleid, eerstelijns huisartsen te maken. De voorzitter: Bedankt. De heer Vervoorn: En als je die in één lijn krijgt dan denk dat je succes hebt. Sorry, anders ga ik los.

De voorzitter: Ja. Ja u gaat echt los, maar de vraag was of u dat ook terugzag in de Sportvisie, maar u heeft in elk geval uw visie gegeven. Gaan we naar mijnheer Van der Spoel en ja aan de lopende, maar ik zou zeggen op de lopende band, maar ... 12

De heer Van der Spoel: Ja dank u wel voorzitter. Voorafgaand aan mijn vraag voor nu is mijn, uw naam mij even ontschoten … De heer Reiling: Mart. De heer Van der Spoel: Mart. Een vraag voor u. Een vraag aan de commissieleden. Ik wil, jullie vragen eigenlijk allemaal een wielrenner voor te stellen en dan weet ik eigenlijk zeker dat we allemaal aan een wat oudere man denken, misschien wel de wethouder zelf. Die zag ik van de week ook weer op de racefiets. Maar waar mijn vraag naartoe gaat, dat kaartje dat u liet zien, zo gekleurd als dat die was vond ik de buitensport en ik ga het maar gewoon even zo plat zeggen, vond ik vrij wit, de buitensporten waarnaar werd gevraagd. Dus mijn vraag over de mensen die de enquête hebben ingevuld, hebben wij een beeld bij, ja waar zij vandaan komen van origine, laat ik zo zeggen van, want ik heb het idee dat deze buitensporten, we hebben meer dan alleen dit op dit op het eiland, dus vandaar mijn vraag aan u, hoe, wat weten wij over de mensen die zijn ondervraagd van waar zij vandaan komen? De heer Reiling: Nou er is bijvoorbeeld, we hebben wel in kaart gebracht vanuit welke wijken komen die mensen. En je ziet dus inderdaad heel duidelijk dat de wijken waar sportdeelname überhaupt lager ligt en waarschijnlijk bewegen minder gebeurt dat die ook minder deelnemen in de enquête inderdaad.

Dat is een heel moeilijk iets om recht te trekken wat dat betreft. Dat klopt. Vervolgens is er ook in dit onderzoek een selectie gemaakt op een aantal grote routegebonden componenten van de buitensport. Maar er zijn nog veel meer andere vormen die misschien kleiner zijn, maar dan heb je het over het skateboarden, al dat soort straatbuitensporten eigenlijk, die zijn ook heel belangrijk, maar die vragen inhoudelijk wel weer om andere dingen, dus dat paste niet heel erg in dit onderzoek, maar wij hebben een aantal grote groepen gepakt en ik denk dat het belangrijkste onderscheid is, je krijgt nu de antwoorden van mensen die al aan sporten doen als je hen wensen vraagt. Dus daarnaast moet je heel goed bedenken wat zijn de wensen van mensen die nog niet aan dat sporten doen en dat zijn twee verschillende ambities die je ook wel op twee verschillende manieren moet benaderen. Vandaar dat ik ook dat voorbeeld uitlichte, maar ik denk dat dat een belangrijk onderscheid is. Ik denk wel in het onderzoek dat van de groepen die we bevraagd hebben, de mensen die al aan hardlopen, wielrennen, wandelen et cetera doen, hebben we de grootste knelpunten wel echt in beeld gebracht zeg maar.

Als ik zie wat daar aan antwoorden binnenkomt op een gegeven moment herhalen de antwoorden zich die allang heel vaak gegeven zijn zeg maar van de plekken waar mensen echt willen dat de buitenruimte aantrekkelijker moet. Dus ik denk wel dat we daarin echt een goede opgave gevat hebben zeg maar. Maar wie nog niet aan buitensport doet of want et cetera, ja dat is nog heel waardevol om daar nog eens apart naar te kijken en daar zijn ook weer andere onderzoeken in andere steden die daarover gaan et cetera. Die … ik denk dat … De voorzitter: De vragen komen nu goed los. De heer Uysal, daarna de heer Kolkiliç en daarna de heer Noldus. In die volgorde gaan we even … De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: Ja? 13

De heer Tutupoly: Mag ik hier even specifiek nog op ingaan? De voorzitter: Omdat zij ze … een inhaakvraag is goed. Dan draaien we dat om. Ja. De heer Tutupoly: We hadden het eventjes over het bereiken voor mensen daarbij. Alleen, nou ja goed, we horen net eigenlijk al, sporten of sportief bewegen. En als je het even over de buitenruimte hebt, kan ik me zo voorstellen als mensen die misschien wandelen zich niet zozeer zelf misschien als sporters zien, dus bereik je die hier dan mee of mensen die aan het skeeleren zijn of aan het skateboarden zijn die dat misschien hobbymatig doen en die komen dan, daar komt dan uiteindelijk een enquête voorbij en die voelen zich niet geroepen, omdat ze zichzelf niet onder de noemen sporters gaan scharen. In hoeverre bereik je die mensen daar dan? De heer Reiling: In het geval van de enquête bijna de helft van de deelnemers waren wandelaars, dus dat was by far de grootste groep. En dat komt ook een beetje hoe hem uitzet. Hij wordt op de gemeentesite geplaatst en er wordt gevraagd, wandelt, hardloopt of wielrent u weleens en als mensen als eerst lezen wandelen, doen ze daar, voelen ze zich juist wel aangesproken, dus dat die groep onderbelicht is denk ik dat het wel meevalt. Iets wat wel bijvoorbeeld een hele relevant in dezen is, het is een digitale enquête.

Mensen worden gevraagd om dan op hun telefoon in een kaart plekken aan te klikken waar ze wensen hebben. Ja voor iemand van 75 die niet zo digitaal onderlegd is, is dat moeilijk. Dus ik, dat is ook een aanbeveling die in het rapport zit, om de belangen van dat soort groepen nog te behartigen, zijn er zeker andere onderzoeken die laten zien wat ouderen belangrijk vinden in de buitenruimte als het gaat om beweging. Die moet je ook zeker serieus nemen. Ja elke methode heeft z’n voor- en nadelen en z’n beperkingen. Dat blijft altijd, maar daar zijn we ons bewust van, maar het is zeker belangrijk om te nemen, dus zeker ouderen, mensen, allochtone mensen bijvoorbeeld, voor wie zo'n enquête misschien qua taal ook een kleine barrière is of om andere redenen een barrière is, zul je misschien minder bereiken. Ja daar moet je je bewust van zijn, maar ik ben wel ook heel blij met de mensen die we wel bereikt hebben en die heel duidelijk wensen uitspreken die denk ik wensen zijn waar niemand op tegen is bij wijze van spreken, dus waar iedereen blij mee zou zijn als dat zou gebeuren, ook de mensen die niet deelnemen aan de enquête. De voorzitter: We gaan naar de heer Uysal. Bedankt voor het antwoord. Ja. De heer Uysal: Ja dank voorzitter. Ik had ook een vraag aan de heer Mart was het volgens mij hè? Ja. De heer Reiling: Mart. De voorzitter: Ja de heer Reiling.

De heer Uysal: Ja de heer Reiling. Mart. Mart heb ik onthouden. Dat is ook wat makkelijker dan de achternaam. Maar u liet in uw presentatie een percentage zien, namelijk 32 procent van de mensen die nu dus lid zijn in Dordrecht van een sportvereniging. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en ook uit cijfers blijkt ook steeds dat 14

minder mensen lid worden of blijven van een sportvereniging. Ja hoe beoordeelt u die ontwikkeling, ook richting de toekomst. Wat betekent dat voor de verenigingen zelf? Want ja net zoals iedere vereniging leven sportverenigingen ook van hun leden en de contributies die zij betalen en wat betekent dat ook voor de gemeente hoe die dus moeten kijken naar sportverenigingen? De voorzitter: Dus kortom, hoe kijkt u naar de ontwikkelingen met die percentage? Misschien ook wel een mooie vraag om straks door de Sportraad nog te laten beantwoorden. Eerste de heer Reiling. De heer Reiling: Ik denk dat het een hele interessante vraag is, omdat we praten nu over de tegenstelling je bent wel lid of je bent georganiseerd sporter of niet-georganiseerd. Dat is niet zo’n zwart-wit begrip eigenlijk. Het is veel diffuser. Kijk, ik ben officieel geen lid van een sportvereniging, maar ik spreek met mijn vrienden af om te gaan wielrennen met een clubje van twintig die wij gedaan hebben. Ik loop wel eens hard met mensen uit de buurt en dat doen wij dan ook in de omgeving van de sportclubs, daar lopen wij hard.

En daarom zitten er bijvoorbeeld ook voorstellen in om Sportpark Krommedijk veel meer een openbaar sportgebied te maken, zodat ook dat gewoon ongeorganiseerd sporten en het georganiseerde sporten veel diffuser kan plaatsvinden en dan is misschien ook de stap naar eens een keer toch wel lid worden van zo'n sportvereniging misschien ook wel kleiner, maar de sportparken kunnen meer openbaar. Daar ligt denk ik wat dat betreft een kans. Ja. De voorzitter: Bedankt. Er ligt een kans, maar niet per se is zorgelijk. Ik ga eerst nog even naar mijnheer Weeda van de Sportraad. De heer Weeda: Dank u wel voorzitter. Ja als het gaat om lidmaatschap van sportverenigingen is dat natuurlijk in die zin zorgelijk, want sportverenigingen zijn ook een deel van het cement van samenleving, ook als het gaat om de sociale samenhang. Maar wat Mart Reiling zegt is natuurlijk ook waar. Het is ook zeg maar formeel georganiseerd binnen verenigingen en informeel georganiseerd via appgroepjes, vriendengroepjes, dat soort zaken, want ook binnen verenigingen heb je de jaargangen, de jaargang zus en zo die in dat team hebben gespeeld, die jaren bij mekaar blijven, nog een veteranenteam vormen, dus dat is ook binnen een vereniging een soort informele organisatie. Maar waar het gaat om de verenigingssport zien we ook dat corona gewoon zijn sporen heeft nagelaten.

En dat nu, binnensporten is in zijn algemeenheid vaak iets duurder als buitensporten, dat de binnensporten onder druk staan. Ook na de afgelopen energiecrisis die zich nu wat lijkt te stabiliseren, maar de prijzen zijn hoger. Dat zijn dingen waar we met z’n allen de schouders onder moeten zetten. Dat is ook waarvoor in de Sportvisie staat, we moeten het verenigingskader verder professionaliseren, zorgen dat die verenigingen vitaal worden zodat dat ook weer op gang komt. We verwachten dat het tijdelijk is, maar goed, we hebben ook een soort individualisering in de samenleving. Mensen hebben het heel druk met een heleboel dingen. Dus het is makkelijker om op het moment dat jij het kiest op die fiets te springen in plaats van naar een zwembad te gaan die een vereniging in een bepaald tijdvenster maar kan huren, want dat kan niet zomaar. Ja ik heb nu zin om de zwemmen, ik spring erin, dat gaat niet. De voorzitter: Bedankt. U kijkt er dus toch wel echt anders naar. De heer Vervoorn wilde hier ook nog op reageren. 15

De heer Vervoorn: Ja kijk, als je bewegen als belangrijkste doel stelt, dat je een zo groot mogelijk percentage voor je gemeente in beweging krijgt, vanuit gezondheidsperspectief die ouderen die elkaar willen ontmoeten als je die kunt bereiken en in beweging kunt krijgen dan is volgens mij de georganiseerde sport een middel om dat te bereiken en moet nooit een doel op zich zijn. Ik kan me zelfs voorstellen dat je 100 procent van de mensen in Dordrecht in beweging hebt en 0 procent mensen die lid zijn van een vereniging en daar zou je heel erg trots op mogen zijn. Ik wil het niet, want de georganiseerde sport heeft een heel belangrijke rol, maar je moet die georganiseerde sport zodanig ondersteunen als overheid denk ik dat ze die rol die net geschetst wordt ook kunnen pakken, maar daarnaast niet vergeten dat je mensen gewoon in beweging wilt krijgen. De voorzitter: Bedankt. De heer Noldus is aan de beurt.

De heer Noldus: Ja voorzitter, dank. Dank u wel insprekers voor dit gesprek. Vraag in eerste instantie aan de Sportraad denk ik, maar ook aan de rest om daarop te reageren uiteraard. In de Sportvisie gaat het natuurlijk ook uit van een aantal maatschappelijke thema's die voor sportverenigingen ook steeds belangrijker worden en waar vanuit de gemeente ook gevraagd wordt om daar dan ook een bijdrage aan te leven zeg maar in dit, voor deze opgave. Hoe ziet de Sportraad zeg maar de tendens bij verschillende verenigingen in deze opgave, zeg maar om zich breder op de maatschappelijke thema's in te zetten dan alleen het bewegen an sich? Heeft de Sportraad daar een beeld bij? De voorzitter: Daar is meteen een aanvullende vraag bij. Ja. De heer Uysal. De heer Uysal: Ja. Nee, nee. Ja, in navolging van de vraag van de heer Noldus. Wat kan topsport daarin betekenen? We hebben bijvoorbeeld FC Dordrecht hier, een betaald voetbalorganisatie. Die doet ook heel veel maatschappelijke bijdrage, bijvoorbeeld door middel van Energiek Dordt, dus hoe, wat voor rol kan de topsport hierin betekenen? De voorzitter: Oké, we gaan eerst in op de gewone verenigingen. Daarna een stukje top… De heer Weeda: Verenigingen die doen al een heleboel als het gaat om die maatschappelijke rol. Ik noem GSC/ODS die het Walking Football bijna hebben uitgevonden. Ze hebben het niet uitgevonden, maar ze doen het wel.

Dat is en dat trekt gewoon mensen op leeftijd die geen sliding meer op hun wat brozere ledematen krijgen, maar gewoon wel leuk kunnen sporten. Dus als het gaat om maatschappelijk actief zijn er ook allerlei verenigingen die clinics organiseren voor middelbare scholen als het gaat om schaatsen, om zwemmen en soms ook om voetbal. Maar dat is iets ja, veel kinderen voetballen al in de gymles, dus dat is iets waar minder vraag is voor clinics. Ook ouderen kun je dan bij die clinics weer betrekken als het gaat om eenzaamheid, maar ook om die oudere mensen mee te laten bewegen met zo'n clinic. Dat gebeurt ook, dus er zijn een heleboel rollen die zo'n vereniging oppakt en ook al verder ontwikkelt. Dat kan natuurlijk altijd nog beter. Je kan ook als het gaat om kantines, die benutten voor klaverjassen. Dat gebeurt ook al met oud-leden, maar dat zou je ook open kunnen stellen voor anderen. Dus er zijn een heleboel mogelijkheden waar de verenigingen nu al bezig zijn om die 16

maatschappelijke rol in te vullen. Daarbij moet je aantekenen dat het natuurlijk allemaal vrijwilligerswerk is en dat zeg maar door de hogere pensioenleeftijd, het afschaffen van de VUT, het wat minder is geworden en de andere kant is, we leven allemaal langer, we zijn allemaal langer vitaal, dus dat kan je ook benutten en dat wordt ook benut, dus het is niet allemaal negatief. Maar vroeger ging mensen met de VUT, sommigen al met hun 54ste. Ja dan was je nog, kon je nog een heleboel doen en dat is nu minder. Nou als het gaat om Energiek Dordt. Dan zie je dat zo'n betaald voetbalorganisatie ook een heleboel energie kan stoppen in maatschappelijke activiteiten. Die hebben, dat is gewoon maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is natuurlijk een betaald voetbalorganisatie en dat moet je ook doen denk ik als topsportorganisatie om betrokkenheid van de Dordtenaar erbij te halen hè. FC Dordrecht was enige tijd een beetje losgezongen van Dordrecht. Nou dat wordt langzaam weer helemaal beter. Dat is een hele goeie ontwikkeling en dan is die maatschappelijke inzet ook van groot belang om topsport ook de brede ondersteuning van die Dordtenaar te geven. Maar goed, voor een NSC die misschien gaat promoveren wordt dat weer anders, want dat is een echte vrijwilligersorganisatie, dus die hebben hun handen vol als ze überhaupt al promoveren. Mevrouw Stolk: Voorzitter.

De voorzitter: Bedankt. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja de heer Weeda die had het over het meer professionaliseren van sportverenigingen, maar bij heel veel sportverenigingen zijn er natuurlijk, dat weten we allemaal, dat draait op vrijwilligers en bij heel veel zit er een goed bestuur, maar er zijn ook die wat minder goed bestuurd worden. Maar wat bedoelt u precies met het professionaliseren van die sportverenigingen? Want dat is mij niet helemaal duidelijk. De voorzitter: Mijnheer Weeda. De heer Weeda: Dat kan op allerlei niveaus. We hebben nu al in het kader van sportakkoorden zogenaamde vouchers die verenigingen of groepen van verenigingen kunnen aanvragen en dat kan zijn ondersteuning op financieel gebied voor de penningmeester, op bestuurskracht voor besturen, maar ook als het gaat om je kader, om die te helpen met het verbeteren. Het zijn natuurlijk vaak mensen die vrijwilliger zijn geworden, die het spelletje leuk vinden, hun kinderen sporten en die gaan meehelpen, maar die, zij hebben niet per definitie die tactische kwaliteiten. Nou hebben sommige mensen dat van nature en anderen niet, maar je kan een aantal dingen leren. Op dat soort aspecten kan je professionaliseren, maar dat is dus maatwerk. Het is niet een standaardaanpak en dan ben je geprofessionaliseerd als vereniging, dus je moet als vereniging, A, hulp willen ontvangen.

Je moet niet denken van wij weten het het beste want wij doen het al jaren zo en B, dan ook kijken van nou waar zitten bij ons verbeterpunten en daar die hulp voor vragen en dat is de bedoeling. Het is dus echt geen maatwerk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog een aanvullende vraag. De voorzitter: Ja. 17

Mevrouw Stolk: Dank voor uw antwoord. De Sportraad, wij hadden vroeger een Sportraad, die gaf gevraagd en ongevraagd advies aan college en aan raad. Nou krijgen wij heel veel signalen van sportverenigingen die zich niet vertegenwoordigd voelen. En dat is misschien wel even een vraag richting de Sportraad ook, ik weet dat dit een adviesorgaan is voor het college, maar voelt u zich ook vertegenwoordigd naar de verenigingen toe? De heer Weeda: Wij zijn als Sportraad, ik zal even feitelijk antwoorden, als Sportraad adviseren wij over het verbeteren van het sportklimaat in Dordrecht en de beleving van sport en plezier. De voorzitter: Ik breek even in, want dit gaat niet over de Sportvisie zelf. Ja. De heer Weeda: Dus wij zijn niet een vertegenwoordiging van een vereniging, maar wel voor sportbelangen in het algemeen. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, ik snap … De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik snap wat u zegt. De voorzitter: Ja. Mevrouw Stolk: Maar als wij als raad en de ambitie, niemand kan tegen deze ambitie zijn. De ambitie die hier ligt, daar kan niemand tegen zijn.

Alleen waar ik, daarom vraag ik het ook, dat als je die ambitie met elkaar wil bereiken, moet je dat ook met elkaar doen en dan moet zowel de raad, college als de sportverenigingen zich vertegenwoordigd voelen en dat is eigenlijk een beetje waar ik naartoe wil en daarvoor vraag ik hem ook, want als wij deze ambitie waar willen maken, dan zullen we ook de verenigingen, die zouden zich daar ook in vertegenwoordigd moeten worden en dat is misschien iets ook om voor onszelf om eens over na te denken dat een Sportraad er niet alleen is voor het college, maar ook een afspiegeling is van de sportverenigingen, dus daarvoor, maar dank dat ik dat even mag toelichten. De voorzitter: Ja, u mag dat even toelichten. Ik denk wel, een sportvereniging die zich niet vertegenwoordigt voelen, kunnen dat ook aangeven denk ik bij onze raad en er zijn natuurlijk … Mevrouw Stolk: Nou voorzitter, daar wil … De voorzitter: In dit geval. Mevrouw Stolk: Daar wil ik even reageren. De voorzitter: Er zijn in dit geval heel veel reacties van sportverenigingen gevraagd en die hebben we ook allemaal hè, dus we hebben veel meer, veel breder. U mag nog één reactie geven. Prima.

18

Mevrouw Stolk: Ja. Kijk, het is altijd heel makkelijk om te zeggen die kunnen zich dan melden hier bij, dat gebeurt niet. Laat ik daar maar helder over zijn, dat gebeurt niet. Wij worden wel individueel benaderd als raadsleden, maar die gaan niet naar de wethouder toe en zeggen van nou, dat gebeurt gewoon niet. De voorzitter: Oké. Dat neem ik even voor zoals het is. Mijnheer Uysal. Mijnheer Van der Spoel, u was eerder hoor ik.

De heer Van der Spoel: Dat is toch weer die goeie samenwerking op die linkse wolk. Maar in ieder geval, ik wil nog even terug. Ik wil nog even terug naar de vitale sportverenigingen. Ik heb in de visie kunnen lezen dat 30 procent van de verenigingen vitaal wordt, als vitaal wordt gezien, maar ik lees ook in diezelfde visie dat de gemeente sportverenigingen gaat ondersteunen om vitaal te worden of te blijven, maar wel met een gericht driejarig actieplan en een proactieve rol van de vereniging. Als ongeveer een derde nu als vitaal wordt gezien, kunnen wij dan over drie jaar gaan verwachten dat er heel veel verenigingen om gaan vallen of is daar überhaupt een overzicht van, van welke verenigingen nu niet vitaal zijn en moeten wij daar eigenlijk überhaupt wat mee als de raad zijnde? De voorzitter: Wie … De heer Van der Spoel: Aan de Sportraad. De voorzitter: Aan de Sportraad. De heer …: Ja, Sportraad zeer zeker. Zijn vertegenwoordigd. De heer Weeda: Dank u wel. Kijk, als Sportraad vinden wij dat het bewegen en het sporten van belang en dan is de vraag of als een vereniging niet meer zou bestaan of er dan minder gesport wordt. Ik kijk ook nog even wat Cees Vervoorn net zei, dus het is niet per definitie zo dat al die verenigingen maar moeten blijven bestaan.

Niet ieder huis om eens even in een andere vergelijking te trekken, wordt een monument, dus we moeten gewoon kijken, het is een vereniging is en blijft een particulier initiatief. En wat in deze visie staat en dat vinden wij als Sportraad ook wel logisch, je krijgt ondersteuning, maar als je daar zelf niet in meedoet, ja dan wil je ook eigenlijk niet. Je moet de hulp wel, wat ik net ook zei, de hulpvraag wel zelf stellen of met een beetje push hem dan nog stellen, maar je kan niet aan dooie paarden gaan trekken. Zo simpel is het ook. Dus het is niet zo dat wij denken dat er een enorme kalaanslag gaat plaatsvinden over een aantal jaren, maar niet iedere vereniging zal overleven. Er kan ook sprake zijn van fusies of om die verenigingen. Daar is geen peil op te trekken. Maar waar het om gaat, is dat we met z’n allen gaan bewegen, gaan sporten en dat verenigingen daar op dit moment, die 32 procent, een belangrijke rol in spelen. Maar of dat straks anders is, dat is natuurlijk ook een maatschappelijke ontwikkeling. Wij steunen als Sportraad natuurlijk ook die verenigingen, maar ook allerlei andere initiatieven als het gaat om bewegen in de openbare ruimte of elders ook bij commerciële sportaanbieders. Dat blijft ook van belang. Dus het is niet zo dat wij zeggen van nou laat maar gaan. Maar het is ook aan de vereniging zelf hoe ze daarin zitten. 19

De voorzitter: Oké. Er zit dus ook een stuk eigen verantwoordelijkheid. Dan gaan we nu wel naar de heer Uysal. Ja. De heer Uysal: Ja dank voorzitter. Misschien een vraag aan de Sportraad, maar wellicht kunnen de heren links van mij daar ook een antwoord op geven. In de Sportvisie is een kopje opgenomen met specifieke doelgroepen. Dat gaat dus over mensen met weinig leefgeld en mensen met een beperking. En dat is ook een van de opmerkingen die de Sportraad maakt met betrekking tot nadere uitwerking van een aantal punten. Wat zouden we volgens de Sportraad moeten doen, bijvoorbeeld mensen met weinig leefgeld, daarvan zien we en weten we ook dat het eerste waar ze op bezuinigen dat zijn dan cultuur, kunst, evenementen, maar ook sportcontributies. Wat zouden we moeten doen volgens de Sportraad, maar eventueel misschien met aanvulling van de heren links van mij, om mensen met weinig leefgeld ook aan het sport en bewegen te krijgen? De heer Weeda: Kijk, er zijn instrumenten die er al zijn, zoals de Dordtpas, dus er zijn al instrumenten en die moet je ook voor een deel breder onder de aandacht brengen, want niet al die mensen weten dat.

Dat heeft ook te maken met bijvoorbeeld leesvaardigheid of de omgeving waar zij zich bevinden die dat niet ook niet allemaal weten, dus het gaat om hoe krijg je die mensen zeg maar hoe bereik je die mensen goed en als je ze goed bereikt, dan is er ook een grotere kans dat ze aan het sporten gaan en dan zijn er die instrumenten zoals de Dordtpas en een heleboel verenigingen die hebben ook bepaald beleid, een soort hardheidsclausule, waardoor mensen die minder verdienen ook of als ze met een gezin iets willen en dan een heleboel contributie zouden moeten betalen om dat te doen, dus verenigingen zijn op zich ook al voor een deel sociaal, dus die mensen kunnen als het volgens mij of op een heel grote manier wel aan sporten komen, maar je moet ze, willen kunnen bereiken en dan moeten ze enthousiast raken. De voorzitter: We gaan naar … De heer Vervoorn: De heer … De voorzitter: Mevrouw Scheepers wil nog iets toevoegen en daarna mijnheer Vervoorn ook nog even en dan zijn er weer nog een paar vragen. Mevrouw Scheepers: Daarnaast zien we ook zeker mogelijkheden om te kijken of we door verlengde schooldagen op die manier mogelijkheden hebben om ook kinderen van andere gezinnen die dat dus niet zo gemakkelijk kunnen bekostigen, daar mogelijkheden in zien, dus daar zien wij zeker ook kansen.

De heer Vervoorn: Ik wilde inderdaad ook even toevoegen, je hebt natuurlijk het Jeugd Sport & Cultuurfonds dat speciaal is opgericht om mensen die het zich niet kunnen veroorloven, zeker in deze tijden dat die contributies zo extreem hoog zijn voor sommige sporten, om die daarin te ondersteunen. Dat is volgens mij een ondersteuning die drie jaar per individu duurt en dan eindigt het, maar dat geeft je wel drie jaar de tijd om te kijken hoe je dat kunt verlengen op wat voor manier vanuit de gemeente, dan wel vanuit andere fondsen. En wat ik ook wilde aanvullen net is de rol van onderwijs wat je, waar je wat mee kunt, want alle kinderen in Dordrecht komen door het onderwijs. Daar kan je 20

dus iets mee in het licht van ze introduceren, kennis laten maken, schoolcompetities oprichten en wat dat betreft die rol iets versterken van het onderwijs in dezen, al dan niet in samenwerking met verenigingen. De voorzitter: Bedankt voor die toevoegingen. Dan gaan we naar de vraag van mijnheer … Of u had ook nog een toevoeging mijnheer Reiling? De heer Reiling: Ja ik wou daar nog aan toevoegen, ik was vorig jaar in Malmö. Daar hadden ze openbare sportfaciliteiten gemaakt, fitnessfaciliteiten, die precies zijn toegespitst niet op van die gorilla's die zich allemaal op staan te trekken et cetera, maar juist voor mensen die beginnen met bewegen. Daar hebben ze elke dinsdag- en donderdagavond een coach in de openbare ruimte, dat weten mensen, die mensen helpt, vanuit de gemeente georganiseerd, om oefeningen te doen, zodat die niet staan tussen alle fitnessmannen daar in hun eentje en niet weten wat ze met die toestellen aan moeten voorbeeld. Nou dan komen er ineens mensen, moslima's met hoofddoekjes naar dat soort toestellen en vrouwen die daar normaal helemaal niet durven te komen en mensen die helemaal niet zoveel affiniteit hebben met bewegen. Maar dat moet je vanuit de gemeente moet je dat soort faciliteiten maken en organiseren dat daar op vaste avonden iemand staat die dat soort mensen helpt. Heel simpel en het werkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/552/documents/23092