3.2 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 8 september 2021.pdf
Tekst van het document
Dat is nu niet een vraag geweest, dus dat is ook niet opgeleverd als zodanig. Maar een voorbeeld is natuurlijk de Regiodeal die we recent hebben binnengehaald van 22,5 miljoen euro voor onze regio. Dat is nou echt een voorbeeld waarbij lobby, lobbykracht en op de juiste momenten op de juiste plekken zijn, aanhaken bij de actuele dossiers die men in Den Haag ook van belang vindt en dat daar heeft gewerkt. Dat is dus echt loon en eer naar inzet. Dan even ten aanzien van het stuk wat er nu ligt. Dat is eigenlijk tot stand gekomen op basis van de vragen vanuit het CDA, vanuit de heer Van der Kruijff. Die heeft gezegd: we zien dat er meer op lobbygebied gebeurt dan voorheen, maar we vinden het zo’n belangrijk onderwerp, we willen dat ook politiek verankeren. Daarom is het stuk wat er nu ligt eigenlijk een soort status quo. De huidige inzet op lobby wordt daarmee verduidelijkt en inzichtelijk gemaakt en ook de thema’s die belangrijk worden gevonden staan vermeld, waarbij u als raad ook kunt zeggen: ja, dat vinden wij ook belangrijke thema’s en ja, wij vinden het ook goed dat de huidige inzet plaatsvindt. Als ik u zo beluister, dan zegt u: we willen eigenlijk veel meer inzet. En vergelijk dat dan ook eens met andere steden, daar is ook om gevraagd. Bijvoorbeeld de vergelijking met Breda en Eindhoven.
Ik heb dat net even nagegaan: in Breda zitten er op die lobbydossiers – en dan heb ik het dus niet over wat de SP bedoelt vanuit de projecten zelf, maar echt vakmensen, lobby is een vak, dus er is echt een lobbyafdeling – in Breda bestaat die uit zes fte en in Eindhoven uit negen. Waarbij er twee mensen in Eindhoven voor Den Haag actief zijn richting Den Haag en zeven op Europa. In Breda geldt dat met die zes dat ook twee op Den Haag en werken en vier op Brussel. Dat betekent dus dat dat een grotere, professionelere lobbyorganisatie, binnen de eigen organisatie is daar actief mee aan de slag gegaan. Daarvoor geldt heel simpel: hoe meer je daarin investeert, hoe groter ook het rendement. Dat is dus ook echt een politieke vraag, waarvan ik blij ben nogmaals dat u die lijkt te gaan beantwoorden van: ja, we willen daar meer op inzetten. Maar dat is nu niet mogelijk, omdat we die middelen niet hebben en die uit de politiek ter beschikking moeten worden gesteld. We hebben daar ook afspraken over natuurlijk. Uw eigen raad heeft afspraken met het college over hoe extra geld moet worden ingezet. Nou, dat doe je niet zo even ad hoc, dat doe je of bij een kadernota of bij een begroting. Dus daar moeten afspraken over worden gemaakt, zeker
20
als het structurele inzet betreft en dat betreft dit. Dus dat leek ons, gezien het moment dat dit ter sprake kwam, het meest logisch om dat bij de komende coalitieonderhandelingen te betrekken en ook inzet te maken misschien wel van de verkiezingen. De vraag is naar voren gekomen: om hoeveel middelen gaat het dan? In ieder geval de wensen die we nu hebben, waarvan we bij punt vier, daar heeft de heer Van der Kruijff ook van gevraagd: hoezo stemmen we in met die beperkte capaciteit? Dat heeft te maken met de huidige status quo. Als u die zou willen uitbreiden en u wilt zeg maar een minimumniveau in Europa inzetten, dan heeft u het over ongeveer 200.000 euro extra. Maar als je het niveau wil bereiken wat de andere steden – in Brabant bijvoorbeeld – doen, dan zou je meer moeten inzetten. Nogmaals, hoe meer je daar inzet, hoe groter ook de kans op rendement. Dus dan heb je het toch over een bedrag van ergens tussen de twee en de vijf ton structureel per jaar. De vraag kwam ook op, en dat komt waarschijnlijk uit de bijlage waarin de onderwerpen waarop gelobbyd wordt zijn genoemd: waarom is het wegkrijgen van de spoortreinen – met name de goederentreinen met name met gevaarlijke stoffen – geen topprioriteit? Dat is toch denk ik een vergissing, dat is wel wat ons betreft een topprioriteit, wat betreft het college.
Alleen de aanduiding in dit toch wat technische document is nu ‘actueel’ en niet ‘top’ en dat ‘top’ slaat op het feit dat we op dit moment niet aanhaken op de Europese inzet die daarvoor mogelijk zou kunnen zijn. Maar wel dat het dus wat ons betreft een langjarige inzet vergt van onze lobbyisten en ook die mensen die vakinhoudelijk daar mee bezig zijn om die gevaarlijke stoffen en die goederentransporten uit onze stad weg te krijgen. Ik wil daar ook bij aantekenen dat dat echt een dossier is wat zeer nauw samenhangt met bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Maasterras, van de Weeskinderendijk en de ontwikkeling van de spoorzone op het gebied van woningbouw. Omdat juist de urgentie die daarop kleeft – op het een bijdrage leveren aan woningbouw – ervoor kan zorgen dat ook de urgentie op het wegkrijgen van dit soort gevaarlijke stoffen uit de stad ook groeit. Zo werkt het ook in Den Haag, als men uiteindelijk doorheeft: oké, die stad is ambitieus, daar wordt gebouwd, daar wordt ontwikkeld, daar komen mensen wonen. We moeten ook daarvoor dan investeren om dat mogelijk te maken en daarvoor zijn die giftige en die gevaarlijke stoffen een belemmering. Dus hoe hoger die belemmering wordt, hoe groter de urgentie daarop wordt en daarmee hangt het ook heel erg nauw samen.
Ik heb volgens mij antwoord … Mevrouw Kruger: Voorzitter? Burgemeester Kolff: … gegeven op hoe het met andere steden zit. Ik heb dus vooral aangegeven, voorzitter, dat ik buitengewoon blij ben met de reacties vanuit de commissie, omdat dat aangeeft dat eigenlijk iedereen wel inziet hoe belangrijk dit is en dat je hier ook eigenlijk echt meer in zou moeten en willen investeren. Nogmaals, we zijn al een aardig eind op weg, maar het moet eigenlijk nog veel meer, wil je onze resultaten bereiken. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Ik had u al gezien, hoor. Mevrouw Kruger: O, oké. Nou, voor het geval u me per ongeluk toch niet zag denk ik: ik laat even geluid horen. Ik vraag me af, de heer Kolff zegt net hoe belangrijk het is de goederentreinen, de giftreinen, dat daar nu dus ook al over gesproken wordt in Brussel
21
en overal en dat het een onderdeel wordt van de verkiezingen, dat het een onderdeel kan worden van collegeonderhandelingen. Maar dan zijn we gewoon toch alweer een maand of negen verder. Als het zo belangrijk is en men is er nu actueel mee bezig, waarom komt het college dan toch niet met een verzoek om daar nu al op te acteren? Want ja, vooruitschuiven, ik noemde het net ook al, het lijkt er wel op, want het wordt allemaal goed neergezet, weinig en niet altijd overal op allerlei plaatsen voldoende deskundig personeel. Waarom schuiven we dat dan op de lange baan? Waarom niet nu al daar toch wat meer op inzetten? De voorzitter: Gaat uw gang en dan geef ik dadelijk … Of mijnheer Veldman, heeft u over hetzelfde onderwerp een vraag? De heer Veldman: Voorzitter, exact hetzelfde, alleen nog misschien ietsje scherper. Kijk, in het huidige coalitieakkoord staat dit punt gewoon opgenomen. Daarom vind ik het ook goed dat er al meer is dan vier jaar geleden, dus dat is chapeau. Maar wat mij betreft echt niet stoppen. Het tweede: er is gewoon noodzaak en urgentie. In Den Haag is een formatie die niet wil vlotten, maar laten we dan van die ellende een deugd maken om nog alle dingen die we voor elkaar kunnen boksen te doen en niet te wachten tot volgend jaar maart. Want ik schat in dat er dan toch wel een kabinet is in Den Haag. De voorzitter: De portefeuillehouder.
Burgemeester Kolff: Nou ja, even voor de duidelijkheid: we zitten op dit dossier, er wordt gelobbyd op dit dossier. Maar wel met de capaciteit die we nu hebben. Dat is dus, daarmee voldoen we ook gewoon aan de uitgangspunten zoals die in het coalitieakkoord zijn verwoord, want er is veel meer op ingezet dan in de periode daarvoor. Alleen ik hoor u zeggen, en dat is een politieke uitspraak en dat hoor ik bijna alle commissieleden zeggen, op enkele na: er moet meer op worden ingezet en het liefst zo snel mogelijk. Daar ben ik alleen maar blij mee, dus ik juich dat toe. Maar dan hoop ik wel dat u als politiek ook beseft dat daar dan dus capaciteit voor nodig is en dat daar dus ook geld voor nodig is, en daar bent u van. Wij hebben daar afspraken met elkaar over gemaakt in deze gemeente – dat geldt voor alle gemeenten – hoe die gelden ter beschikking komen. Ik kan niet toveren, ik kan een beetje goochelen, maar niet toveren. Dus als u zegt: we hebben daar extra geld voor over en dat geef ik u nu. Ja, ik neem het graag in ontvangst. Maar dan moet u ook nog even met de wethouder Financiën in gesprek. Maar we hebben gewoon met elkaar afspraken in deze gemeente over hoe die P&C-cyclus in elkaar steekt.
Het eerstvolgende moment om extra ergens in te investeren – en dat is nooit een vraag geweest, hoor, dat komt nu op en daar ben ik blij mee – dat is natuurlijk wel bij het eerstvolgende logische moment daartoe. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Ik geef u nog één interruptie en dan maken we even opnieuw het rondje en dan komen we tot een conclusie hoe we hiermee verder gaan. Mevrouw Kruger: Voorzitter, als mijnheer Kolff aangeeft blij te zijn met het geluid uit de raad, dat er toch meer op ingezet moet worden. Het is natuurlijk hartstikke leuk, we
22
kunnen natuurlijk makkelijk zeggen: doe maar. Maar dan zou het gewoon ook heel fijn zijn als het college komt met een bepaald voorstel. U gaf aan: twee ton is leuk als we die erbij krijgen, maar als we heel veel meer willen dan moet het vijf ton zijn, of wat dan ook. Ik heb daar echt geen inzicht in, van wat, hoeveel fte en hoeveel het dan moet gaan kosten, dus dan zou ik graag ook wel – zeker op dit stukje, over die veiligheid – zou ik gewoon daar een separaat voorstel voor willen krijgen, zodat ik ook weet waar ik over praat. Burgemeester Kolff: Maar voorzitter, even voor de duidelijkheid … De voorzitter: Gaat uw gang. Burgemeester Kolff: Dit is bij uitstek een politieke vraag: hoeveel heeft de raad over voor lobby? Ik heb u een vergelijking gegeven hoe dat in Breda en Eindhoven is georganiseerd. Ik weet inmiddels ook hoe het bij ons is georganiseerd, dat is wat kariger, maar in elk geval meer dan voorheen. Het is dus echt aan u als raad om te zeggen: wij hebben er dit of dat voor over. Maar zonder dat u middelen, laat ik het zo zeggen, zonder dat u extra middelen ergens vandaan tovert betekent dat ook ergens anders een politieke keuze wat u dan niet meer doet. Mevrouw Kruger: Uiteraard. Burgemeester Kolff: Dat is niet aan mij als burgemeester om daar iets van te vinden. Ik krijg van u middelen toebedeeld om bepaalde inzet te plegen. Die plegen we dan zo optimaal mogelijk.
Als u zegt ‘wij vinden lobby zo belangrijk worden, daar willen we echt meer in investeren’, dan juich ik dat doe en dan is het aan u om met een voorstel te komen: wij willen daar zoveel extra in doen en dat gaat ten koste van iets anders. Mevrouw Kruger: Nee. Voorzitter, mag ik nog één keer toch een poging wagen? De voorzitter: Nou ja, volgens mij is het antwoord helder. Het is … Mevrouw Kruger: Nee, mij niet. De voorzitter: Nou, dan kunt u het nog één keer proberen, maar ik denk dat de portefeuillehouder heeft gezegd: het is aan ons, aan de raad, om te beslissen of wij extra middelen hiervoor vrij willen maken en hoeveel wij daar dan voor over hebben. Dan zijn er een aantal momenten in het jaar waarop je dat kan bewerkstelligen. Mevrouw Kruger: Nee, dat klopt. Dat stukje snap ik ook. Het gaat er alleen mij nog steeds om: stel dat we het lobbydossier, die veiligheid, nemen en met de spoorzone. Dan moet er toch inzicht zijn: welke capaciteit hebben we nu en welke capaciteit zouden we nodig hebben? Want het hoeft niet op alle dossiers, het hoeft niet meteen het grote totaalpakket te zijn van bijvoorbeeld Brabant. Maar ik zou dan toch willen weten: welke stappen moeten we zetten en wanneer moeten we dan iets gaan ondernemen? Want: doe maar een dotje, dat …
23
Burgemeester Kolff: Voorzitter, dat kunt u echt uit dit document halen. Want wij hebben in dit document aangegeven, bij beslispunt vier, waar de heer Van der Kruijff ook even over viel en dat begrijp ik, hebben we gezegd: dit is de status-quo, dit is als we het nu doen zoals we het doen. Dan is er inzet op dat dossier, maar wil je een beter resultaat behalen, dan moet je langjarig inzetten in Europa. Je gaat ook niet met één dossier naar Europa toe, je gaat als stad naar Europa toe en daar presenteer je je, zal ik maar zeggen, daar zoek je je weg en daar laat je allerlei dossiers landen. Dus je kunt ook niet zeggen: ik ga even op één dossier in Europa inzetten en dat kost ons laat ik maar zeggen in een jaar 50.000 euro. Zo werkt het echt niet, dan moet je … Mevrouw Kruger: Nee. Nou, goed. Burgemeester Kolff: … zetten. Dus dat is ook echt iets, als je dat wilt uitbreiden, voorzitter, om dat structureel uit te breiden en dat zou dus echt iets zijn voor een bredere afweging ten opzichte van andere financiën. Mevrouw Kruger: Oké. De voorzitter: Ja, en ook ten opzichte van de verschillende onderwerpen die zijn genoemd: de ene wil het in openbaar en de volgende in giftreinen, de ander in tunnels en de volgende weer daarin.
Dus daar zullen we als … Burgemeester Kolff: Ik wil kort, als u het mij toestaat, nog één opmerking maken, want ik bespeur dat ik een vraag van de heer Veldman nog niet helemaal heb beantwoord. De voorzitter: De lange termijn? Burgemeester Kolff: Die constateerde inderdaad in het document korte termijn en middellange termijn. Voor een deel is dat waar en voor een deel is dat niet waar. Want middellange termijn, dat staat tussen haakjes, dus daar wordt ook de lange termijn mee bedoeld. Het is nu eenmaal zo, en we kunnen daar ook niet omheen, dat de meest effectieve lobby wel aansluit bij de politieke realiteit, zowel in Den Haag als in Europa. Die is nu eenmaal er eentje van op zijn hoogst de middellange termijn. Dus wil je de beperkte middelen die we hebben zo effectief mogelijk inzetten, dan zit je toch vooral aan die korte en middellange termijn, waarbij ik het met de heer Veldman volmondig eens ben dat je als gemeente zelf wel een aantal dossiers moet hebben die je de komende twintig of misschien wel dertig jaar in het achterhoofd hebt zitten als de primaire dossiers waar je resultaten op wilt boeken. Ik denk dat we die allemaal kennen, die dossiers. De voorzitter: Helder. Dan ga ik even kort voor de tweede ronde, of dit aanleiding geeft tot nadere bespiegelingen, meningen en voorstellen hoe hiermee verder.
Dan begin ik bij de heer Van der Kruijff, die daarstraks ook heeft aangegeven: ik wil graag in tweede termijn nog even terugkomen op een aantal punten. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. De beantwoording van de portefeuillehouder – waarvoor dank – heeft veel duidelijk gemaakt, waarom dat zo
24
gekomen is. Het was inderdaad ons verzoek dat we dit beeld krijgen en uiteraard een meerderheid van de raad, want dat kunnen we nooit alleen, maar we hebben het wel in gang gezet. Dus dank daarvoor, en ook dat er meer kan en mogelijk is. Kijk, het verbaast me een beetje, de zin die staat in het raadsvoorstel bij ‘Hoe wordt dit betaald?’: “In de kadernota was er in de breedte geen ruimte voor nieuw beleid.” Dus ja, dat ligt bij de raad en daar hebben we het inderdaad nu besloten. Als de portefeuillehouder zegt: nou, we hebben minimaal twee ton extra nodig, maar misschien wel richting de vijf ton. Dan is het natuurlijk wel een hele moeilijke vraag aan mij als raadslid of ik nou bij wijze van spreken zou moeten amenderen of een motie gaan opstellen of hoe we dat ook moeten doen, om dan een bedrag van twee of vijf ton precies te gaan noemen. Maar ergens in die bandbreedte, laat ik voor het CDA spreken, zijn we wel bereid om bij de komende begroting middelen beschikbaar te stellen.
Maar dan krijg ik toch wel graag, mevrouw Kruger vroeg daar ook om, dan krijg ik toch wel graag enig inzicht als we bijvoorbeeld kijken richting Europa, want ik heb de indruk dat het daar vooral over gaat, dan laat ik maar eens even mijn favoriet punt, wat ik net ook noemde, waar we echt meters moeten maken en waarvan ik overigens ook echt denk, dat wordt ook steeds gezegd: langjarig moet je daarmee aan de slag, want dat is niet zomaar binnen één, twee, drie jaar gebeurd. Als je echt met dat goederenvervoer aan de slag wil en dat vervoer van gevaarlijke stoffen en giftige stoffen er overheen, is echt een langjarig topprioriteitproject wat je heel volhardend moet gaan doen. Ik krijg uit deze antwoorden de indruk dat we dat op het moment niet met die intensiteit kunnen doen vanwege de beschikbare capaciteit als we het hadden willen doen. Om maart even dat dossier als voorbeeld te nemen, want ik denk inderdaad, als het over woningbouwsubsidies gaat of andere dingen, dat het inderdaad meer middellange termijnvraagstukken zijn, maar om even dit als voorbeeld te nemen. Dan is het ook een beetje een gewetensvraag aan de portefeuillehouder.
Als wij dan bij wijze van spreken die twee ton zeggen, zegt hij dan ‘nou, dan kunnen we er wel langjarig mee aan de slag, als je dat structureel regelt’? Hij mag van mij ook nog best even één, twee, drie weken de tijd nemen om dat ook te laten uitzoeken, hoor. Het hoeft niet allemaal ad hoc nu in deze vergadering. Of zeg je dan: nou, dan heb ik daar wel drie of vier ton structureel per jaar voor nodig, maar dan maken we ook echt een goede kans. Er zit natuurlijk ook wel een analyse achter, het is niet alleen maar lobbyen omdat we denken dat het belangrijk is, er zit een rendementsvraag achter. Denken we echt, als we er op die manier mee aan de slag gaan – garanties hoef ik niet, het is een inschatting – dat we ook een goede kans maken of dat het ook reëel is om te denken dat je dan ook het beoogde resultaat wel eens zou kunnen gaan halen. Ik weet dat dit een heel ingewikkeld dossier is, maar ik vind het toch altijd wel een gewetensvraag. Want we moeten ook geen geld over de balk gooien als je heel eerlijk bent allemaal denkt: het is toch onhaalbaar. De voorzitter: Ik maak even, beste mijnheer Kolff, even het rondje af. Mevrouw Van den Bergh wilde ook nog even wat zeggen en de heer Veldman ook. Dus mevrouw Van den Bergh, gaat uw gang. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ik heb al eerder aangegeven: ook de PvdA wil meer investeren in lobbyen.
Maar om zomaar met getallen, wat nu over de tafel is gegaan in
25
deze commissie, en wel met een mondelinge onderbouwing, dat vind ik eigenlijk toch dat dat zo niet moet. Wij zien graag toch … Kijk, wat ons betreft hoeft het niet te wachten op de coalitie-onderhandelingen, dat kan ook best een tijd duren. Er kan best een nieuw voorstel komen met duidelijk aangegeven wat dat met die giftreinen, maar ook met anderen, wat je het meest effectief kunt doen met een bepaald bedrag en waar dat door gefinancierd wordt. Wij vinden dat dat wel duidelijk onderbouwd moet worden en niet zomaar met een amendement dit regelen in de komende raad. Tenminste, dat is zo mijn eerste reactie. De voorzitter: Helder. De heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, ik zou gewoon de portefeuillehouder een vraag willen stellen.
Is het college bereid om voor de begrotingsbehandeling met een raadsinformatiebrief dan wel een raadsvoorstel te komen, waarin wat we hier vanavond hebben gewisseld – en of dat dan twee, drie, vier of vijf ton moet zijn, dat is mij om het even – naar de raad te komen, zodat we dan bij de begrotingsbehandeling dat ook financieel kunnen afhechten? Want dat is dan ook wat mevrouw Van den Bergh zegt, ik snap ook wel dat naar aanleiding van één commissievergadering het beeld misschien nog niet helemaal scherp genoeg is, maar er is veel gewisseld, ik proef ook bij de portefeuillehouder wel wil en waardering, maar ook dat hij zegt: er ligt ook wel een bal bij de raad. Maar dan lijkt mij een voor de hand liggende vervolgstap: college, kom met een verhaal, met desnoods twee scenario’s erin en dan kan de raad daar een klap op geven en ook bepalen hoe en wat. Is het college dat bereid? De voorzitter: Dan gaan we door. Dan gaan we naar de heer Wringer. De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Ik had ook nog een vraag gesteld. Er zijn Europese en Haagse lobbyclubs waar je kan aansluiten. We hoeven niet alles zelf te doen in het begin. Het is natuurlijk hartstikke mooi als je het allemaal zelf kan.
Is het college bereid om te onderzoeken of er misschien een externe partij is die ons zou kunnen helpen om meer inzicht te krijgen, misschien sneller toegang tot Europese fondsen? Daar zou ik wel graag een antwoord willen weten. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik hoor vrijwel unaniem, behalve dan de SP, pleiten voor meer middelen. Bedragen tussen de twee en vijf ton. Dat is natuurlijk structureel, dat moeten we wel even realiseren. Want je gaat niet een medewerker aanstellen voor één jaar. Vervolgens legt iedereen de bal weer bij het college neer die met een voorstel moeten komen. Als andere partijen dan zo graag willen dat dit gerealiseerd wordt, dan hoor ik ook graag van die andere partijen waar ze die twee tot vijf ton vandaan halen, zodat we dat netjes tegen onze burgers kunnen zeggen en die bal dus hier niet terugspelen bij het college. Ik vind dat merkwaardig. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Kruger.
26
Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik ondersteun helemaal het verzoek van de heer Veldman. Even als reactie op de heer ’t Lam. Ik denk als wij heel goed kunnen uitleggen wat voor meerwaarde het heeft en wat het ons oplevert, dus niet alleen wat het ons kost, maar vooral ook oplevert, denk ik dat we een heel goed verhaal hebben. Die verhalen hebben we ook al als we kijken naar wat er in de regio gebeurt met de Regiodeal en zo zijn er ook binnen het onderwijs verschillende projecten die op Europa gericht zijn. Dus in die zin kan het ook heel veel opleveren en ik denk dat wij daar gewoon eens met zijn allen wat meer aan moeten gaan staan. Ik vind dat we daar veel te bescheiden in zijn, ik vind ook het college toch een beetje terughoudend erin. We geven aan wat belangrijk is, maar toch: laten we het maar aan het nieuwe college overlaten. Ik denk dat we er gewoon nu op moeten acteren. Dus eens met het voorstel van de heer Veldman: kom met een goed stuk. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Boer heeft aangegeven dat hij het eens is met mevrouw Van den Bergh en het voorstel van de heer Veldman. Dan geef ik tot slot het woord aan de portefeuillehouder. Gaat uw gang. Burgemeester Kolff: Dank, voorzitter. Nogmaals blij met de geluiden die ik uit de commissie hoor. Even het punt van mevrouw Kruger, dat ze het college terughoudend vindt. Ik herken dat gewoon niet.
We zijn meer dan ooit bezig met lobby binnen de middelen die we daartoe hebben gekregen vanuit de raad. Ik ben niet de hele dag bezig met: hoe kan ik meer middelen bij de raad lospeuteren? Ik ben gewoon aan het werk met de middelen die ik heb en dat proberen we zo goed mogelijk te doen met de mensen die we hebben. Ik ben alleen maar blij dat het wordt gezien en dat het wordt erkend en dat ook de winst die we voor de stad daarmee kunnen bereiken, dat die ook wordt erkend. Wat mij betreft omarm ik het voorstel van de heer Veldman volledig, dat we dus in het licht van de begrotingsbehandeling met een voorstel gaan komen om structureel extra middelen in te zetten. Ik zal ook daartoe dan met twee scenario’s werken. Eentje van de minimale variant zoals we die nu ook in dit voorstel hebben aangeduid. Nou heb ik dan over ongeveer een bedrag van twee ton om de eerste basisstappen in Europa te kunnen zetten. Dan zal ik ook een voorstel uitwerken waarin een soort plusvariant zit en ook duidelijk maken wat je dan vervolgens voor die beide bedragen kunt verwachten en wat je dan krijgt. Daarbij zal ik ook nog wel duidelijk maken – en een aantal van u heeft daaraan gerefereerd – de link die je kunt leggen met bestaande lobbykantoren dan wel het inhuren van externen.
Alleen ik ben wel wat betreft langjarige lobby wel wat terughoudend met externe inhuur, omdat je dan ook maar zelf heel weinig opbouwt als organisatie en ook wat het collectieve geheugen, de contacten die je legt richting de keyspelers in Den Haag en Europa, die zijn dan ook wat fluïde. Dus daar moet je rekening mee houden. Het is gewoon goed als je jezelf serieus neemt als stad en als regio om daar zelf in te investeren. Ik … echt volmondig. Dus een toezegging richting de heer Veldman, zijn voorstel wat betreft … honderd procent. De voorzitter: Helder. De toezegging is genoteerd. Dank van de heer Veldman. Mevrouw Kruger wilde nog iets zeggen, maar kunt u het alstublieft nu kort houden? Want ik wil dit onderwerp nu echt afronden.
27
Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, uiteraard. Dank voor de toezegging. Het was zeker niet mijn bedoeling om te zeggen dat het college helemaal terughoudend is, dus dat het niets doet. Want dat blijkt wel, maar het zou nog wat meer steviger kunnen acteren. Wij hebben gelukkig ook wat lokale partijen die niet alleen landelijk gelieerd zijn, maar ook naar Europa toe. Ook die moeten we dan denk ik maar eens wat beter gaan inzetten. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. We hebben een toezegging genoteerd, er komt een voorstel met een minimum en een uitgebreidere, zeg maximumvariant wat we kunnen verwachten op het Europese dossier en wat dat gaat kosten. Dan is het aan de raad om te kijken of ze dat geld ervoor over hebben en waar we dat dan vandaan gaan halen. Ondertussen ligt er wel een raadsvoorstel dat nu eigenlijk zegt, en dat is het laatste punt, in te stemmen met het voortzetten van de huidige beschikbare capaciteit en middelen en daardoor kan niet ingezet worden op de Europese fondsen. U kunt met dit voorstel bij wijze van spreken nu instemmen en daar andere gedachten over hebben bij de begroting. Dus dat zou mijn voorstel zijn aan u. Anders moet dit voorstel geamendeerd worden, terwijl we die toezegging hebben liggen.
Wat is uw gedachte daarbij? Kunt u daar … Burgemeester Kolff: Voorzitter, kan ik daar nog heel kort wat op zeggen? Want ik denk dat u het juiste voorstel nu doet. Want de vraag was ook: breng een raadsvoorstel in met eigenlijk de status quo. Wat doen we nou eigenlijk en kunnen we dat als raad ook bekrachtigen? Vervolgens komt daar de vraag uit voort: we willen eigenlijk meer erop investeren. Dat hebben we nu toegezegd, dus dat komt richting de begroting. Dus uw voorstel lijkt mij de meest zuivere. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh zegt: dat kan toch met die toezegging erbij? Ja, dat kan niet in dit raadsvoorstel, want dan moet het hele verhaal weer terug of we moeten het amenderen, want dat heeft het college al gepasseerd en dan krijgen we een hele hoop gedoe wellicht in de raad over iets wat u nu eigenlijk met elkaar heeft binnengehaald. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Het is een beetje een lastige inderdaad. Kijk, formeel is het ook niet zo dat we nu besluiten of we moeten gaan amenderen dat we extra geld beschikbaar stellen, want dat gaan we pas besluiten nadat we de toegezegde notitie van de portefeuillehouder krijgen. De voorzitter: Precies.
De heer Van der Kruijff: Dus ik denk dat we voor nu dit wel zo kunnen aannemen als raad, als we daar gewoon een stemverklaring bij afleggen dat we nog voor de begroting kijken dat we in tegenstelling tot een voorstel of een aanvulling, dat klinkt dan beter dan tegenstelling, of aanvulling op dit voorstel toch versnelling erin kunnen brengen. De voorzitter: Precies. Dat zou denk ik, als onafhankelijk neutraal voorzitter, een heel goed voorstel zijn. Kunt u allemaal daarmee leven? Nou, wie zwijgt stemt toe. Ja, ja, ja. Nou komen alle ja’tjes binnen. Hartstikke goed. Dan gaan we dat zo doen. Hij komt als
28
hamerstuk met een stemverklaring in de eerstkomende raad. Dan is het inmiddels 21:30 uur. Wethouder Burggraaf heeft zojuist … We moeten wel eventjes de portefeuillehouder bedanken voor zijn beantwoording en dergelijke. Wethouder Burggraaf heeft aangegeven: ik moet nu naar de commissie Fysiek. Hij is dus inmiddels al vertrokken, want dat was alweer eventjes geleden. Er staat nu Smart City op de agenda, maar ja, dat is zijn onderwerp. Dus ik wilde eigenlijk voorstellen dat we nu dat even wisselen met het actualiseren van de bestuurlijke planner inclusief de raadsinformatiebrief thema werkdruk. Tenzij u zegt: nou, dan komt dat helemaal in de war, want er zijn andere collega’s van mij die dat onderwerp zouden doen. Kunt u hier met dit voorstel instemmen? Ja. Oké, dan gaan we dat zo doen. Dan hoop ik dat we daar iets minder tijd voor nodig hebben dan het wel heel belangrijk onderwerp, het is overigens ook niet minder belangrijk, maar de lobby. En dat we daarna even kunnen pauzeren om dan met de Smart City verder te gaan. 6. Actualiseren bestuurlijke planner 2021/2022 - Raadsvoorstel 7. Raadsinformatiebrief Thema werkdruk - Raadsinformatiebrief De voorzitter: De punten 6 en 7 dus. Actualiseren bestuurlijke planner 2021-2022, raadsinformatiebrief Thema werkdruk. Deze worden dus in samenhang besproken.
De aanleiding voor de bespreking is de raadsinformatiebrief over de werkdruk en de vragen die hier ook in de commissie zijn gerezen naar aanleiding van de uitvoeringscapaciteit van het gemeentelijk apparaat. Overigens geef ik u mee dat de commissie Fysiek ook de bestuurlijke planner bespreekt, maar dan specifiek op de agenda van Fysiek en dat betreft bouwen. Dus daar hoeft u vanavond geen woordvoering over te doen, dat doen uw collega’s. Wie mag ik hier als eerste het woord over geven? Nou, dan zijn we daar heel snel mee klaar. Ah, nee toch. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik kan het kort houden. Beter Voor Dordt vindt natuurlijk een goede werk-privébalans belangrijk voor alle werkenden. We kunnen dan ook instemmen met de voorgestelde gewijzigde bestuurlijke planning, zolang er maar geen conflicten ontstaan door bijvoorbeeld het mislopen van cofinanciering of deadlines die daardoor niet gehaald worden. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Ik dank u wel. Dat is instemming. Dan mevrouw Van den Bergh, volgens mij. Gaat uw gang. Mevrouw Van den Bergh: Dank, voorzitter. Even heel kort een opmerking over met name de werkdruk van de ambtenaren die er is en misschien nog wel zal toenemen, gezien de toenemende werkzaamheden op allerlei andere fronten.
Maar wij willen toch even een signaal afgeven, ik denk dat je dan ook goed moet bekijken waar je extra menskracht vandaan kan halen. Maar dat het … Wacht even, ik zie dat … Ja. Maar wij vinden niet dat je al te gemakkelijk verzoeken uit de raad of verzoeken uit de stad, dat dat vertraagd wordt of op de achtergrond. Want je wil juist de stad meer betrekken en ook de raad kan voor bepaalde opdrachten zorgen en situaties laten uitzoeken, al of niet via de griffie. Ik vind niet dat je daar al te gemakkelijk moet zeggen: dat geven we dan even minder prioriteit en dat moet wat later, al die termijnen moeten allemaal wat
29
langer. Wij willen dat er op een andere manier naar gekeken wordt, want ook de verzoeken uit de raad en uit de stad zijn ook belangrijk. De voorzitter: Helder. Dan ga ik door naar de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u wel, voorzitter. Bij de vorige bestuurlijke planner hebben wij als SP al aangegeven dat wat ons betreft dat instrument afgeschaft kan worden. Dat vinden we nog steeds, want wat heb je nou aan een planner waar meerdere met de raad gemaakte afspraken niet opstaan? Ik noem een enkel voorbeeld: de toekomst van handhaving, de standpuntbepaling over een leegstandsverordening, het proces voor de ontwikkeling van bouwtreinen. Waar blijven die stukken, vraag ik aan het college, en waarom staan ze niet op die planner? Enkele van de net genoemde stukken stonden er de vorige keer ook al niet op en die heb ik toen ook aangehaald, maar nog steeds kwamen ze niet op de planner voor. Dan de werkdruk. Wij hebben geen enkele twijfel dat ambtenaren niet hard werken, dus daar geen enkele kritiek op. Maar het college geeft aan dat de werkdruk te hoog is en dat moeten wij dan maar aannemen, want er zit geen stuk bij waaruit blijkt wat de aanwezige capaciteit op de verschillende organisaties of onderdelen is en wat er nodig is.
Dus waar knelt het nu? Een vraag aan het college: had het college toen ze deze raadsinformatiebrief schreven die informatie wel en als die informatie beschikbaar was, waarom is die niet bij de stukken geleverd, zodat we inzicht krijgen in de werkdruk? Waar zit die werkdruk dan precies? Dan is natuurlijk de vraag: is het wel een capaciteitsprobleem of maakt het college verkeerde keuzes? Wij denken dat het laatste ook zeker aan de hand is. Om te beginnen zouden we van veertig formatieplaatsen voor communicatie terug kunnen naar tien en dan kunnen er dertig mensen inhoudelijk aan het werk gaan. Ook snappen wij niet, voorzitter, dat er werk blijft liggen, terwijl de ambtelijke dienst met een drieluik – een document van maar liefst 94 pagina’s – komt voor de komende verkiezingsprogramma’s. Wie gaf daartoe opdracht en waarom? Die opdracht hebben wij nooit in de bestuurlijke planner gezien. Waarom, voorzitter, verschijnen er persberichten kort na collegevergaderingen over raadsvoorstellen en raadsinformatiebrieven die de raad veelal wat later krijgt? De pers kan die informatie toch uit die stukken halen? Stop met dit overbodige werken. Voorzitter, dan tenslotte lezen we in de raadsinformatiebrief dat schriftelijke vragen van de raad langer op een antwoord moeten wachten. Ook moties en toezeggingen worden met vertraging uitgevoerd, lezen we.
Het lijkt wel een soort staatsgreep waarbij het Dordtse college wettelijk vastgestelde regels buiten werking stelt. Natuurlijk zal geen enkel goed functionerende fractie hiermee instemmen. Mevrouw Van den Bergh zei het wat minder scherp, maar die drong er ook al op aan dat de raad en de stad gewoon antwoord moet krijgen op vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wat is het? Het stuk, de raadsinformatiebrief is het, die we hebben gehad over de werkdruk is naar aanleiding van een presidiumvergadering geweest en daarbij zou het nader uitgewerkt worden, omdat een aantal dingen wat in de vertraging … Niet alles dan in de vertraging zou kunnen, gezien de werkdruk. Nou vind ik het stuk wat we gekregen hebben als raadslid me weinig op weg helpen in de keuzes die we dan moeten gaan maken. Dus als ik
30
ergens lees staat er vooral dat gekeken wordt naar onderwerpen waarvan het juridisch dan wel bestuurlijk niet mogelijk of wenselijk is om deze door te schuiven. Vervolgens heb ik er een bijlage bij met een bestuurlijke planner waarvan ik het ook deels wel overigens met de heer ’t Lam eens ben, dat ik me ook zo langzaam meer en meer af begin te vragen in hoeverre je daar nou nog op kunt bouwen. Maar goed, dan krijgen we er een bestuurlijke planner bij die bulkt van de gele en de blauwe en de groene balken, waar ik dan zelf moet gaan proberen de gemaakte afweging af te leiden of iets bestuurlijk dan wel juridisch niet onmogelijk was. Ik zou dan verwachten, zeker op de hele grote dossiers waar het bijvoorbeeld gaat over woningbouw of de energietransitie of het armoedebeleid, we hebben een aantal grote dossiers, het zijn er natuurlijk veel meer, waar we op aanzetten dat dat gewoon in categorieën wordt aangegeven: welke kunnen we gewoon doorzetten en welke zetten we wat meer om of rond? Zit dat in cultuur of zit dat in sport of zit dat ook in woningbouw? Dat je daar enige, ik noem het maar geaggregeerde informatie over krijgt en die heb ik helemaal niet. En dat we ook als raad daar nog een opvatting over kunnen hebben als we zouden moeten kiezen tussen vertraging in woningbouw of sport of cultuur of energietransitie of veiligheid of weet ik welk onderwerp, dat we kunnen meedenken.
Want het is echt een politieke vraag: wat schuif je een half jaar op? Feitelijk zeg je gewoon: we doen er niks meer aan tot aan de volgende verkiezingen, want daar komt het op neer met een half jaar. En waarmee niet? Die informatie heb ik nu gewoon niet. Dus ja, ik heb nu allemaal stukken gehad, maar ik ben er eigenlijk niet heel veel wijzer van geworden, behalve dat ik nu een beetje het generieke idee heb dat er een heleboel het komende halfjaar tot aan de verkiezingen niet meer gaat gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, de heer Van der Kruijff verwoordt precies ook wat wij constateerden. We vroegen ons ook af of die bepaalde maatregelen nu, die getroffen worden, of dat nou werkelijk iets oplost. Ook nog eventjes over die artikel 40-vragen en dergelijke. Dat het vertraging oploopt snappen we allemaal en ook dat de werkdruk groot is. Ten aanzien van coronamaatregelen en zo zijn er aparte dingen bijgekomen, maar wij hebben bijvoorbeeld nog artikel 40-vragen van maart liggen en die zijn nog niet beantwoord, dus ik vind dat dan toch wel maart, september, het duurt wat langer dan zes weken, een groot verschil in. Ik onderschrijf verder de hele woordvoering van de heer Van der Kruijff. De voorzitter: Dank u wel. U was dan wel niet in beeld, maar onmiskenbaar was het uw stem, dus we weten zeker dat u het was.
Mevrouw Kruger: Nee, Ik zal nog even terugkomen. Ik ga gelijk weer weg. De voorzitter: Oké. Dan mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel. Ik onderschrijf ook de woordvoering van de heer Van der Kruijff en hetzelfde ook van mevrouw Kruger. Inderdaad, wat kan gewoon even opschuiven en wat niet? Dat is eigenlijk, we hebben het over prioritering, maar waar wij ook benieuwd naar zijn is: hoe is de achterstand ontstaan? Er wordt
31
aangegeven dat corona een oorzaak zou kunnen zijn, maar ik heb een klein onderzoekje gedaan: in andere gemeentes is er natuurlijk ook corona geweest en daar is ook een achterstand, maar niet zo heel veel zoals hier geschetst wordt. Achterstanden zijn natuurlijk niet van de laatste tijd. Er liggen nog steeds dossiers en ook toezeggingen van onderwerpen en dossiers die nog niet of niet adequaat zijn opgepakt. Nou ja, de vraag is logisch, denk ik, ook wat de rest al vraagt: hoe gaan we dit probleem aanpakken? Als laatste wil ik toch aanstippen, ook door het werk van onder andere mij, uit de partij Beter Voor Dordt wordt er nu gesproken over het doorgaan met vier wethouders. Nou ja, wat we wel belangrijk vinden is: dit dossier Personeelszaken is wel echt één van de belangrijkste dossiers van wethouder Sleeking. Hoe kunnen we ervan uitgaan dat dit dossier de nodige aandacht gaat krijgen nu het college deze portefeuille wil verdelen onder de overige wethouders? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Daar krijgen we nog een heel duidingsdebat over op 21 september over uw laatste vraag, dus ik stel voor dat we daar dan even op wachten. De wethouder. Volgens mij is er niemand meer die nog het woord wil, is alles gezegd wat er gezegd moest worden, concludeer ik daaruit. Dan geef ik graag het woord aan de heer Sleeking. Wethouder Sleeking: Ja, voorzitter.
Ik heb een deel van de discussie gemist, denk ik, omdat ik onderweg was van het stadskantoor naar elders, omdat we eerst een fysieke bijeenkomst hadden. Volgens mij staat nu op de agenda de bestuurlijke planner, klopt dat? De voorzitter: Ja, dat klopt. Dan zal ik u even op weg helpen, want ik zag u op een gegeven moment in beeld komen. Ik weet niet wie u gehoord heeft nog. Wethouder Sleeking: Ik heb een stukje van de heer Van der Kruijff gehoord. De voorzitter: Oké. Dan, even kijken. De PvdA, die vindt toch dat er toch wel de vragen uit de stad – ik sla hem even plat – en uit het ambtelijke apparaat toch ook wel beantwoord moeten worden, dat dat niet allemaal kan blijven wachten. De heer ‘t Lam heeft de hele bestuurlijke planner ter discussie gesteld, wat hem betreft kan dat ding naar het ronde archief, want er staat een hele hoop niet op wat er wel op moet staan en ook niet duidelijker wordt waar het nu knelt.
Waar zit dan precies die werkdruk? Is het een capaciteitsprobleem of zijn het verkeerde keuzes? Hoe zit het dan met die moties en toezeggingen? De heer Van der Kruijff heeft aangegeven, voor zover u dat nog niet hebt meegekregen dan, dat de stukken hem niet echt helpen in de afweging van: welke keuzes zijn er dan gemaakt? Want het overzicht wat erbij zit geeft een hele hoop kleuren, maar geeft niet aan welke overwegingen of welke argumenten eraan ten grondslag liggen op welke stukken er vertraging komt. De heer Van der Kruijff geeft aan: eigenlijk zou de raad daar ook iets over moeten vinden. Als er keuzes gemaakt moeten worden doen we het verkeer niet, maar de woningbouw wel, of andersom. Daar zou de raad iets van moeten vinden. Nou, en de heer De Boer heeft u dan in ieder geval gehoord, dus dit was even een bloemlezinkje van wat er zo gewisseld is. Maar de heer ‘t Lam had bijvoorbeeld heel veel vragen, die heb ik niet allemaal genoteerd. Maar als er een hele belangrijke tussen zit gaat hij die beslist herhalen.
32
Wethouder Sleeking: Voorzitter, allereerst: het college spreekt met één mond, maar is collega Burggraaf de eerste portefeuillehouder als het gaat om de bestuurlijke planner. Ik begrijp dat hij niet meer aanwezig is of dat u wellicht dit heeft gecombineerd met agendapunt zeven, rondom het thema werkdruk, de raadsinformatiebrief. De voorzitter: Ja, klopt. Wethouder Sleeking: Oké. Wij hebben natuurlijk het afgelopen jaar, verschillende van de commissieleden hebben er opmerkingen over gemaakt, gezien dat de coronacrisis toch wel een behoorlijke extra druk heeft gelegd op de hele ambtelijke organisatie. Dat had in veel gevallen ook te maken met privéomstandigheden, thuisomstandigheden, uitval, noemt u maar op, inzet elders. Er is natuurlijk ook vanuit het college regelmatig overleg geweest met de ambtelijke organisatie, met name met de directie, om te vragen: hoe gaat het, is er van werkdruk sprake, hoe kunnen we eraan tegemoetkomen? Daar komt natuurlijk ook nog bij de hele transformatie van de regionale organisatie, wat allemaal binnen een tijdvak van een jaar moet gebeuren. Daar zijn voor een deel wel extra mensen voor aangetrokken, maar ik moet u zeggen: de spoeling en de vijver waaruit nieuwe mensen betrokken moeten worden is ook wel dun. Er zit ook druk op als het gaat om het aantrekken van nieuwe mensen die ook meteen kunnen inspringen.
Er is hier en daar ook wel wat verloop geweest van mensen die al dan niet naar aanleiding van de coronacrisis een mooie betrekking buiten Dordt hebben gevonden. Dat gunnen we die mensen natuurlijk ook, is soms ook eervol om te zien als ze een tijd voor Dordt gewerkt hebben, wat dat voor nieuwe mogelijkheden biedt. Tegelijkertijd moeten we wel zo reëel zijn dat we onze ambtelijke organisatie ook niet over de kop willen laten werken. Er liggen enorme ambities, een enorme opgave, daar komen soms nog al dan niet ad-hoc zaken bij die ook opgelost moeten worden. Verzoeken uit de raad of extra onderzoeken, noemt u maar op. Op een gegeven moment bereik je toch wel een beetje de bovenkant van de emmer en dreigt die over te gaan lopen, dus dan moet je ook wel echt maatregelen nemen om te voorkomen dat mensen ook echt gaan uitvallen, langdurig gaan uitvallen en daarin keuzes maken. Er zijn er een aantal aan u voorgelegd. Ten aanzien van de bestuurlijke planner en al die kleuren, daar ligt natuurlijk een afweging achter van: hoeveel uitstel kan dat vragen, kan dat vergen, wat zijn de consequenties daarvan, hoe erg is het als bepaalde onderdelen wat worden uitgesteld? Ook gezien de druk die er niet alleen is, maar ook gezien de uitgesproken ambitie. Dat leidt tot dit model, tot dit keuzemodel, eigenlijk om tot enige lucht in de organisatie te komen.
Daar zitten enkele onderdelen bij die de raad ook raken, maar ik ben het wel met u eens dat als er zaken uit de raad aan de orde worden gesteld of uit de stad aan de orde worden gesteld die enige urgentie vragen, dan moet daar altijd ruimte voor gevonden worden. Desnoods maar door het inhuren van nog wat extra mensen, als die te vinden zijn. De vraag van mevrouw Kruger zal ik doorgeven, want als er vragen uit maart zijn gesteld en nog niet beantwoord, dat is gewoon te lang. Daar moet in ieder geval dan het tussenbericht gekomen zijn met de redenen waarom dat vertraagd is geraakt, want daar zijn gewoon met de raad termijnen voor afgesproken waarin de vragen beantwoord moeten worden. Dus het is complex, maar wij hebben een gemeentesecretaris en de top van de organisatie ook in de verschillende sectoren van mensen die echt alert zijn en ook in de coronacrisis de contacten warm hebben
33
gehouden met alle medewerkers, juist om te voorkomen dat er sprake is van uitval. Er is echt heel veel werk verzet, waar ook vanuit het college toch wel veel waardering voor is. Omdat ondanks corona, ondanks het feit dat het stadskantoor soms bijna helemaal leeg stond, toch heel veel van de werkzaamheden gewoon zijn doorgegaan en soms ook echt in lastige situaties. Als u nadere toelichting wil op onderdelen waarvan u vraagt ‘wat is nou de afweging geweest om dat die en die kleur te geven?’, dan moet ik die vraag toch echt even terugnemen en vragen of daar op onderdelen nog een nadere toelichting kan komen, want dat kan ik u zo ook niet zeggen. Ik denk dat wij in alle zorgvuldigheid, we hebben er in het college ook enkele keren over gesproken, dat je niet zomaar dingen kunt gaan doorschuiven of de raad ook kan vragen om bijvoorbeeld wat minder vragen te stellen of genoegen te nemen met langere termijnen, omdat er ook gewoon vaste afspraken zijn gemaakt die ook reglementair vastliggen en je daar ook zoveel mogelijk aan moet voldoen. En daar waar het niet kan, dan moet dat ook ruiterlijk worden erkend en aangegeven. Bijvoorbeeld met een tussenbericht dat zaken soms wat langer gaan duren. Dus ik kan het ook niet mooier maken dan het is. Er wordt enorm veel werk verricht.
Dat ziet u natuurlijk lang niet allemaal, maar als je ziet wat achter de schermen allemaal rondom die transformatie in het Drechtstedenverband gebeurt, daar neem ik echt mijn petje voor af. Die complimenten verdient ook met name onze gemeentesecretaris en de mensen die in dat hele project meteen betrokken zijn. We hebben een uitermate professionele organisatie, ik heb dat vaker gezegd, waar je eigenlijk nooit vergeefs een beroep op doet. Maar alles heeft zijn beperkingen en dat geldt dus ook voor onze medewerkers. Nou denk ik niet dat ik aan alle vragen helemaal een antwoord heb gegeven, voorzitter, maar ik wilde toch in ieder geval deze gevoelens met u delen. De voorzitter: Ik dank u wel. Ik zie de heer ’t Lam en dan de heer Van der Kruijff. Mijnheer ’t Lam, gaat uw gang. De heer ’t Lam? Ja, daar is hij. De heer ’t Lam: Even de knopjes … Ik zit me ook af te vragen wat ik met dit antwoord van het college moet. Voorzitter, ik heb het wat scherper gesteld misschien dan mijnheer Van der Kruijff, die gaf ook aan: ja, we hadden toch wel een andersoortige RIB verwacht na de melding in het college dat er sprake was van werkdruk. Ik heb gezegd: waar zit dan de pijn? En inderdaad, wij kunnen nu geen keuze maken als raad. Dat mensen hun best doen, zoals de wethouder vertelt, dat heb ik al gezegd: daar twijfelen wij helemaal niet aan bij de SP.
De wethouder noemt de transformatie als een extra probleem wat zich voordoet. Toen we eraan begonnen een aantal maanden geleden heb ik de vraag gesteld – en dat was dan aan collega Burggraaf, maar de wethouder zei het al: het college spreekt met één mond – zijn we wel besteld qua formatie voor die transformatie? Nee, dat konden we allemaal aan. Maar nu blijkt het een probleem te zijn. Ik heb ook, en toen was de wethouder er nog niet, dus dat is ook alweer lastig, maar ik zal die vraag dan maar herhalen: is er wel sprake van een capaciteitsprobleem? Waarom hebben we 34 communicatiemedewerkers? Daar zouden er 30 van aan de uitvoering kunnen werken. Waarom krijgen we een drieluik van 94 pagina’s, wethouder? Een drieluik die nooit in de bestuurlijke planner heeft gestaan. Wie gaf daartoe opdracht en waarom? Ik heb een aantal stukken genoemd uit de bestuurlijke planner die ook de vorige keer al genoemd zijn, die er niet op stonden. Die staan er wederom niet op, dus
34
wat heb je aan zo’n planner? Waarom staat bijvoorbeeld de toekomst van handhaving er niet op, de standpuntenbepalingen voor de leegstandsverordening, het proces voor ontwikkeling van bouwterreinen? Kortom, dat gaan we niet allemaal herhalen. Een kleine bloemlezing van wat ik gezegd heb waar de wethouder niet op is ingegaan, omdat hij het niet gehoord heeft. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp, en daar ga ik ook geen woord van afdoen, als de wethouder, de heer Sleeking zegt dat hij een compliment maakt aan de ambtelijke ondersteuning, die allemaal hard aan het werk zijn en goed hun best doen en ook goede resultaten bereiken. Want daar ging het eigenlijk niet om en daar wil ik hem ook best in ondersteunen. Maar wat de vraag natuurlijk ook is – en de heer Sleeking gaf aan dat niet direct paraat te hebben, maar het eventueel nog wel na te kunnen sturen – wat nou precies de afwegingen zijn en wat er nou vertraagd is en wat niet en welke afwegingen daarbij gemaakt zijn. Dan verbaast het me eerlijk gezegd toch ook wel een beetje, want je zou dan toch verwachten dat in het college dat toch wel een majeur agendapunt geweest zou moeten zijn. Als je het over dossiers hebt, welke in de vertraging gezet worden en welke volle kracht doorgezet moeten worden en wat daar eventueel nog een beetje tussenin.
Dus als je daar geen herinnering aan hebt, dan maak ik me toch ook wel een beetje zorgen over hoe die afweging dan in het college gemaakt is over de prioriteiten die gesteld moeten worden. Maar goed, ik noteer graag de toezegging, of wat is het, de bereidheid was het. Maar het zou mooi zijn als we het in een toezegging kunnen vertalen van de wethouder om dat nou gewoon eens met de raad te delen: wat nou de gemaakte afwegingen zijn, wat er doorgaat, wat in de vertraging gaat, welke risico’s we daarbij lopen. Want dat zie je echt allemaal uit de bestuurlijke planner niet terug, zodat we als raad daarin kunnen meedenken en eventueel misschien ook wel tot andere inzichten komen en daar ook nog wel een dialoog over kunnen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef nog een keer het woord aan de heer Sleeking. Gaat uw gang. Wethouder Sleeking: Voorzitter, kijkend naar de totale bestuurlijke planner, dan zie je dat hier en daar de uitvoering een kwartaal opschuift. Dat lijkt me op zich niet onoverkomelijk.
Wij hebben dit stuk binnen het college niet tot in de details besproken, dat gebeurt natuurlijk ook met individuele portefeuillehouders binnen de portefeuilles om te kijken: welke onderdelen zijn nu echt urgent en welke verdragen nog wel enig uitstel of iets meer tijd om tot uitvoering te komen? De toekomst van handhaving, daar hebben wij in het college een besluit op genomen en dat komt ook naar de raad toe, hoe de aanbesteding van handhaving gaat verlopen. De leegstandverordening komt aan de orde als het gaat om de Visie Binnenstad. Die is ook voor het najaar toegezegd en in dat verband zal één van de instrumenten de leegstandverordening aan de orde komen. De voorzitter: Nog een keer … Wethouder?
35
Wethouder Sleeking: Ik zal in het college aangeven, voorzitter, dat er toch op dit schema behoefte is aan wat meer duiding, op basis waarvan gekomen is tot deze keuzes. Omdat het schema op zich natuurlijk wel kwantitatief aangeeft tot welke vertraging dat hier en daar gaat leiden, maar niet welke afweging eraan ten grondslag ligt. De voorzitter: Sorry, ik moet u even onderbreken, want de heer Van der Kruijff had een interruptie. Dus ik moet hem even de gelegenheid geven. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch een vraag. Ik hoor de wethouder zeggen: in de bestuurlijke planner zie ik dat er hier en daar een dossier een kwartaal is opgeschoven. Ik word er niet helemaal wijs uit, eerlijk gezegd, maar ik heb wel de RIB goed gelezen, de raadsinformatiebrief, en daar staat gewoon over bestuurlijke maatregelen dat er met name is gekeken naar de invulling van de bestuurlijke planner, waarbij alle onderwerpen na de zomervakantie – daar staat nogal wat, hoor – alle onderwerpen na de zomervakantie met twee kwartalen worden doorgeschoven. Dat heeft u naar de raad gestuurd. Dan staat daarachter als uitzondering: “Behalve de onderwerpen waarbij het juridisch of bestuurlijk niet mogelijk of wenselijk is om deze door te schuiven.” Dus dat is echt wat anders dan hier en daar een dossier een kwartaal doorschuiven. Tenminste, dat staat in de RIB, ik lees hem gewoon voor.
Wethouder Sleeking: Ja, dat loopt volgens mij niet helemaal synchroon met het schema zoals ik dat nu voor me heb, waar ik toch in heel veel gevallen of dezelfde planning aangehouden zie of het verschuiven van een kwartaal. Dus misschien is dat iets te zwartwit ook geformuleerd. Maar op onderdelen is dat inderdaad zo, ja, en dan leidt dat tot het opschuiven van tot wel twee kwartalen. Maar nogmaals, ik zal met name op die onderdelen dan het verzoek terugleggen om dat wat nader te duiden. In hoeverre dat nou verantwoord is, wat daar de consequenties van zijn en welke afweging daaraan ten grondslag ligt. En toen viel het geloof ik stil. De voorzitter: Ja. Nee, sorry, ik zat hier prachtige volzinnen te produceren, maar ik had de camera en de microfoon niet aanstaan, dus die blijven gewoon hier. Mevrouw Kruger, ik hoor: u maakt van de gelegenheid gebruik. Dus gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja, tuurlijk. Ik denk: u blijft weg, dan kom ik wel in beeld. Nee, even aan de heer Sleeking. Het is echt dat wij vanaf maart vragen hebben liggen en daar hebben we ondertussen geen bericht van gekregen van: goh, sorry, of wat dan ook, het duurt wat langer. Nou kan het zijn … Wethouder Sleeking: Wat voor vragen waren dat? Kunt u dat even duiden? Mevrouw Kruger: Dat is van de muur. Dan weet u al meteen, denk ik, wat ik bedoel. Van de muur bij het Augustijnenkamp.
Daar heb ik geen officiële antwoorden op gekregen. En we hebben vanaf het loket bij de NS, het verdwijnen van het loket, hebben we al vanaf maart vragen liggen. Misschien zijn ze gewoon in de massa verdwenen, maar het lijkt me toch wel fijn om dat nog te krijgen.
36
De voorzitter: Ja, maar voordat elke fractie dadelijk zijn boodschappenlijstje gaat doorgeven aan de wethouder verzoek ik dat allemaal even op de mail te zetten. Daar waar u denkt: ik zit al een half jaar op antwoorden te wachten. De heer ’t Lam. Die had ik zojuist gemist, mijn excuses. De heer ’t Lam: Dat maakt niet uit, voorzitter, ik meld me wel weer. Ik zal dan niet gaan noemen op welke antwoorden wij nog zitten te wachten, vanaf februari. Misschien dat het college een systeem kan aanleggen, welke vragen er zijn en welke ze nog moet beantwoorden. Ik schrik ook een beetje van hoe dat de wethouder vertelt hoe dat dat gaat met die bestuurlijke planner. Die bestuurlijke planner is ooit ingesteld voor ik in de commissie zat. Ik had begrepen dat dat een instrument van de raad is en het college neemt er niet eens de moeite voor om dat een keer integraal te bespreken, dat doen ze even af met wat ambtenaren. De wethouder leest nu een lijstje voor waar andere dingen opstaan dan mijnheer Van der Kruijff en ik hebben. Kunnen we niet gewoon het onderwerp bestuurlijke planner, daar een punt achter zetten vanavond en eens wachten tot we een fatsoenlijk lijstje hebben waar we wat mee kunnen en inzicht hebben waar nu de problemen zitten, zodat we keuzes kunnen maken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. Wethouder Sleeking: Ja, voorzitter, er lag wel een vraag in verscholen.
Dat is aan de raad, denk ik, die dit instrument heeft ingesteld. Ik heb niet gezegd dat in het voorstel wat aan de raad is gestuurd niet in het college besproken is, maar we hebben daar niet per regel met elkaar besproken wat daar de consequenties van zijn. Er zijn ook zaken die binnen de reguliere PO’s van de wethouders besproken worden in relatie tot de bestuurlijke planner, waar die regelmatig ook geagendeerd staat. Zoals dat ook hoort, om daar juist inzicht te geven wanneer de raad bepaalde voorstellen kan verwachten, zodat het ook kan worden ingepland via de griffie. Dus, voorzitter, ik kan het nu ook niet mooier maken dan het is, dus ik neem de opmerkingen mee terug en zal vragen ook aan collega Burggraaf om hier wat nadere toelichting op te verzorgen. De voorzitter: Helder. Ik heb een toezegging genoteerd dat u ons gaat laten aanleveren een overzicht van: wat zijn nou eigenlijk de gemaakte afwegingen, welke risico’s zijn daarbij – dat gaat over de bestuurlijke en juridische dingen waarschijnlijk – en welke keuzes zijn er vervolgens gemaakt en wat zijn dus die afwegingen daarbij geweest? Daar liep een andere discussie doorheen en dat was de discussie over het nut nog van deze bestuurlijke planner, als een aantal commissieleden constateert dat deze gewoon niet volledig is.
Dat is een andere discussie die we misschien wel, als dat overzicht met de keuzes er is, die we dan daarin kunnen meenemen. Want het heeft niet zo heel veel zin als een aantal leden constateert dat die niet compleet is, want wat moet je er dan mee? Dus ik wilde voorstellen aan u allen dat wij aan de wethouder vragen wanneer hij denkt dus zijn toezegging gestand te kunnen doen, wat voor termijn dat ongeveer is. Dan gaan we uit van de nieuwe termijn, dus niet dat we deze in die bestuurlijke planner opnemen en dan twee maanden erbij, of twee kwartalen erbij plussen. Dus wanneer kunnen we die ontvangen? Om het dan tegelijkertijd daar nog eens een keer met elkaar te hebben over het nut en de noodzaak en de actualiteit van de bestuurlijke planner. Is dat een voorstel wat u kan overnemen?
37
Wethouder Sleeking: Ten aanzien van een termijn moet ik hem echt even terugleggen, want we moeten even kijken hoeveel werk hieraan verbonden is. Binnen een week of vier, vijf moet het denk ik toch wel lukken om met die onderbouwingen te komen, want die zal ook op onderdelen beschikbaar moeten zijn, want anders zou zo’n overzicht ook niet tot stand gekomen kunnen zijn. Dus dat is een kwestie van het verzamelen, denk ik, van afwegingen die zijn gemaakt en met name ook de risico’s die ermee gemoeid zijn. De voorzitter: Kunnen we dan aanhouden dat in de maand oktober, medio oktober het overzicht er is? Wethouder Sleeking: Ja, dat is voor mij makkelijk gezegd, maar ik zal erop aandringen dat dat dan ook rond die datum gebeurt. De voorzitter: Oké. Dan is de vraag: wat doen wij met dit voorstel nu? Er ligt een toezegging. We hebben, zoals ik het zie – dat was ook geen raadsvoorstel, dat was een raadsinformatiebrief – niet gezegd dat we hoeven hier ook niet mee in te stemmen, we kunnen het ter kennisgeving aannemen met inachtneming van de toezegging die is gedaan. Dus dat zou mijn voorstel zijn. Hoe denkt u daarover? Ik zie de heer ’t Lam: “Deze gaat dan niet naar de raad, neem ik aan?” Nou ja, goed, hooguit als ter kennisname. Ik zie u wel praten, maar ik hoor u niet, mijnheer ’t Lam. U moet even het geluid aanzetten. Ja. De heer ’t Lam: Ja, ik doe mijn best.
Laten we weer eens fysiek gaan vergaderen, dan hebben we dat probleem niet. De bestuurlijke planner was volgens mij een stuk wat dan via de raad ging, maar in deze vorm kan het toch niet naar de raad? Moeten we dat dan niet gewoon aanhouden, totdat we een fatsoenlijk antwoord hebben van het college? Want anders kunnen we alleen maar tegenstemmen. De voorzitter: Ja, maar u hoeft hier niet over te stemmen, is mijn stelling, want het is geen raadsvoorstel. Het is een raadsinformatiebrief en het is een hulpmiddel wat wij hanteren in de raad. Daar hebben wij met elkaar een oordeel over en dat was mijn voorstel, dat gaan we de volgende keer dan bespreken als die actualisatie er is: wat hebben we aan een planner die niet accuraat en niet up-to-date is? Maar het is geen raadsvoorstel, dus we hoeven er ook niet over te stemmen. De heer ’t Lam: Dus die bestuurlijke planner komt niet in de raad zoals de vorige keer? Want toen heeft het CDA zelfs een amendement ingediend. De voorzitter: Ik zie hier geen raadsvoorstel, dus ik … O, wacht even. Jawel. Sorry, ik ben hier abuis. Jazeker. Ja, ja. “Geen wensen en bedenkingen te maken ten aanzien van de geactualiseerde bestuurlijke planner.” U heeft helemaal gelijk, de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Wij hebben wel wensen en bedenkingen. Het CDA en nog wat andere fracties.