3.2 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 8 september 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 8 SEPTEMBER 2021 Voorzitter: Dhr. Merx Commissiegriffier: Dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. De Boer (Fractie Nijhof) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Van Leeuwen (PVV) Dhr. Veldman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Wisker (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Bosua, (mevr. Koets) Portefeuillehouders: Burgemeester Kolff, wethouder Sleeking
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Een goedenavond allemaal, welkom bij de commissie Bestuur en Middelen van woensdag 8 september 2021. Ook alle mensen die thuis meekijken: van harte welkom. We hebben vanavond een niet al te volle agenda, maar dat wil niet zeggen dat we het niet laat hoeven te maken. Ik ga in ieder geval eerst even de namen oplezen van de mensen die op dit moment in de vergadering aanwezig zijn. Dat is de heer Kuhlmann, de heer Bakker, die is van onze griffie, de heer Bosua, de burgemeester, Van Leeuwen, de heer Wisker, mevrouw Van den Bergh, de heer Veldman, de heer ‘t Lam, Wisker, Kruger, De Boer, ‘Teams vergadering 3’ – ik weet niet wie dat is – en de heer Van der Kruijff is inmiddels ook weer thuis aangekomen, zie ik. Dat zijn op dit moment de aanwezigen, nogmaals allemaal van harte welkom. Op enig moment zullen ook de heer Bosua en mevrouw Koets als ambtelijke ondersteuning aanschuiven bij punt 4 en bij punt 5 mevrouw Koets. Zijn er van uw kant op dit moment mededelingen? Ik zie niks. Nou, van onze kant ook niet, ik kijk even naar de overkant. Nee. Dan komen we bij punt 2 op de agenda en dat is het vaststellen van de besluitenlijst van de commissie Bestuur en Middelen van 31 augustus 2021. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: U heeft een opmerking bij de besluitenlijst. Gaat uw gang.
1
De heer Kuhlmann: Nee, ik heb een opmerking bij de agenda, ook onderdeel. Daarnet eventjes passeerde u dat, of misschien ging het te snel voor mij. Maar voor wat betreft het vaststellen van de agenda heb ik een punt. Wat de Dordtse VVD betreft is het niet goed om agendapunt negen, het behandelvoorstel wat het wooncomplex Professor Langeveldlaan in Weerpark betreft, ook wel voorheen bekend als 2F, om dat hier in deze commissie te behandelen. Dat heeft ermee te maken, eerder is het onderwerp ook in de commissie Grote Projecten behandeld. Het past ook bij het begrotingsprogramma wat daarin terug kon. Dus wat ons betreft is dat iets voor die commissie, om het daar bij de behandelvoorstellen te doen of desnoods bij Fysiek, maar niet in deze commissie. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dat is een punt van orde voor straks. We gaan het ook nu niet behandelen, het is een behandelvoorstel. Dus dan zou mijn voorstel zijn: laten we eerst even kijken of er überhaupt mensen het willen behandelen en als het behandeld moet worden, dan in welke commissie. Dan kan iedereen daar ondertussen nog eens eventjes over nadenken.
Zullen we dat zo doen, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Nou, om eerlijk te zijn heb ik daar wel wat moeite mee, omdat of het wel of niet behandeld zou moeten worden, juist degenen die daar goed in zitten, in die commissie Grote Projecten, zouden daar denk ik wat beter geïnformeerd een oordeel over kunnen geven dan wanneer we dat in deze commissie doen. Dus mijn voorstel is niet om hier te beslissen of het besproken moet worden, maar juist om dat daar te doen en het dus gewoon als nieuw behandelvoorstel bij die commissie te zetten. De voorzitter: Helder. Hebben andere aanwezigen daar ook een mening over? Hier of naar de – dat is een simpele vraag – of als behandelvoorstel naar de commissie Fysiek of Grote Projecten? De heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, misschien dacht u hetzelfde als ik, maar dan zou ik echt voor Fysiek kiezen, aangezien we in de commissie Grote Projecten juist met elkaar ook het gesprek hebben gehad dat niet elk deelproject, stemmingsplanwijziging en bouwkavel daar geschikt voor is, voor die commissie. Op zich snap ik de overweging van de heer Kuhlmann, maar dan zou ik echt voor Fysiek kiezen. De voorzitter: Oké, dat is Fysiek. Anderen? De heer van ‘t Lam geen behoefte. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb dat stuk bekeken. Ik zit overigens ook in de commissie Grote Projecten, dus ik ken het ook wel.
Hier zit voor de rest niets inhoudelijks aan in de zin van bestemmingsplannen of functies of weet ik wat allemaal. Het gaat puur over financiering. Aangezien dit de commissie Bestuur en Middelen is heb ik er geen probleem mee om de middelen in deze commissie te bespreken. Dat doen we vaker. De voorzitter: Oké, helder. Mevrouw Kruger was het eens met volgens mij Fysiek. De heer Van Leeuwen eens ook daarmee. Mijnheer ’t Lam eens met Van der Kruijff. Dan lijkt er toch zich een meerderheid af te tekenen voor de … Ja, mijnheer De Boer, Robbert de Boer, Beter Voor Dordt, dat zal inmiddels fractie Nijhof zijn, denk ik. Van der Kruijff.
2
Nou, dat wordt lekker, dan is het … Heb je het bijgehouden, Harco, hoe ongeveer de stemming is verdeeld? De heer Bakker: Ik zou dan voorstellen om het dan volgende week in ieder geval, u kunt nu aangeven: misschien zien wij het als hamerstuk of in het bespreekstuk, maar dat volgende week in ieder geval ook even via de commissie Fysiek na te gaan, dat het daar ook gepasseerd is. Want het gaat er ook om dat we graag voor de komende raadsvergadering dan duidelijkheid zouden willen over of deze leningsovereenkomst aan kan worden gegaan. Dus de commissie Grote Projecten, dat is nog weer later. De voorzitter: Nee, nee, dan wordt het sowieso Fysiek. Zo hebben we dat ook, als het een andere commissie gaat worden dan wordt het Fysiek. Mijn vraag was alleen: heb je een beetje bijgehouden, de meerderheid? De heer ’t Lam is enigszins gekleurd, die zegt een meerderheid voor Van der Kruijff. Maar dat zou zomaar kunnen, ik heb het eerlijk gezegd niet zo snel kunnen bijhouden. Heb je dat bij kunnen houden, Harco? De griffier zit even te tellen. Pauzemuziekje. O jee, dit is echt, mijnheer Kuhlmann, u heeft nou wat veroorzaakt, hoor. De rekenmachine wordt erbij gehaald. 50/50. Nog een keer. Gelukkig hebben we niet zo’n hele volle agenda.
Zal ik zelf ook even mee gaan tellen? Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Ik bedoel, het lijkt wel alsof we een spannende wedstrijd hebben af te gaan, maar volgens mij, dan wil ik ook wel gewoon met de heer Van der Kruijff meegaan. Want als het puur en alleen over de financiën gaat en hij geeft duidelijk aan Bestuur en Middelen, dan zou het hier thuis horen. Gaan we maar weer naar het oudere systeem toe, waar we gewoon met blokken werken, dan heb je dat niet zozeer aan de hand. Maar goed, ik denk dat we het gewoon … De voorzitter: Als u met de heer Van der Kruijff meegaat, dan is in ieder geval de 50/50situatie voorbij en dan … Mevrouw Kruger: Doe maar. De voorzitter: Oké, dan blijft het in deze agenda, gaan we het er straks over hebben, of we het überhaupt willen agenderen en zo ja, met welke politieke vraag. Goed, dan ben ik toch aangekomen, tenzij iemand anders nog iets heeft over de agenda. Niet? 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen 31 augustus 2021 De voorzitter: Dan ga ik toch proberen om de besluitenlijst van de commissie Bestuur en Middelen van 31 augustus 2021 met u vast te stellen. Kan dat, of zijn daar opmerkingen over? Nee, dan is die bij deze vastgesteld. 3. Vragen aan het college
3
De voorzitter: Dan de vragen aan het college. De PvdA heeft een vraag over de veiligheid op straat gesteld aan de burgemeester en de VVD heeft eveneens een vraag over hetzelfde onderwerp en dat betreft straatintimidatie. De PvdA was eerder met het stellen van de vraag, dus dan geef ik eerst het woord aan mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Goedenavond allemaal en voorzitter, wij hebben van diverse vrouwen klachten gehoord, dat als zij ‘s avonds over straat lopen – niet in uitdagende kleding, maar gewoon over straat ergens heen – dat ze lastig worden gevallen door mannen met intimiderende opmerkingen, vervelende opmerkingen, opdringerig en volgen met de auto heel lang. Sommige vrouwen hebben ook foto’s gemaakt van de kentekens van de auto en er is ook een aantal vrouwen, die hebben een klacht ingediend bij de politie over die onveiligheid en met het kenteken erbij.
Maar tot grote verbijstering zei de politie als reactie: “Sorry, wij hebben geen tijd daarvoor, wij hebben geen menskracht en wij kunnen niks doen, ga maar een weerbaarheidscursus volgen.” Onze vraag is dan ook: is dat besproken in de driehoek, dat bepaalde handelingen niet verricht kunnen worden? Weet de portefeuillehouder hiervan? Is dit normaal? Ik kan me voorstellen dat de politie niet overal achtereen kan zijn en ook niet overal op straat kan zijn, maar als er foto’s met kentekens worden gegeven, er filmpjes zijn gemaakt, dan zou ik niet weten waarom er niet iets mee gedaan kan worden. Maar wij willen graag een reactie van de burgemeester. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuhlmann, voordat ik het woord geven aan de burgemeester. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik wilde even nog reageren op mevrouw Van den Bergh, als dat mag. Want dan hebben we dat stukje van mevrouw Van den Bergh afgemaakt. De voorzitter: Ja, heel kort graag, ja. Mevrouw Kruger: Ja. Ik maak even bezwaar, ik sta helemaal achter wat ze zegt, want ook wij hebben mails gekregen, et cetera, et cetera. Maar waar het over gaat is dat deze vrouwen niet in uitdagende kleding zouden lopen.
Het moet niet uitmaken hoe je over straat loopt, vrouwen worden gewoon – niet alleen vrouwen, maar met name vrouwen – worden lastiggevallen op straat. Dus dat wil ik eventjes rechtzetten. Mevrouw Van den Bergh: Ik corrigeerde dat zelf al, want ik dacht al. Maar ik wou alleen even een beschrijving geven, dat mensen gewoon over straat lopen. Maar die kleding heeft er inderdaad niks mee te maken. De voorzitter: Helder. Ik denk ook niet dat mevrouw Van den Bergh zegt dat mensen die in uitdagende kleding lopen wel mogen lastiggevallen worden. De heer Kuhlmann, gaat uw gang.
4
De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD wil dat straatintimidatie stevig wordt aangepakt. Een jaar geleden hebben we daarom opgeroepen om meer te doen aan voorlichting en vooral ook strenger te handhaven, bijvoorbeeld met de inzet van lokagenten en camera’s. Uit de reacties die we toen kregen bleek dat veel mensen in de stad nog denken dat straatintimidatie iets is van Rotterdam of Amsterdam, maar niet voorkomt in ons lieflijke Dordrecht. Helaas, niets is minder waar en elke keer dat het weer gebeurt is het weer een keer te veel. Hoe schokkend, intimiderend en bedreigend straatintimidatie kan zijn blijkt wel uit de beelden van Julia op Facebook. Het filmpje dat zij afgelopen vrijdagnacht maakte spreekt wat dat betreft voor zich. Zij is beslist niet de enige in Dordrecht die dit overkomt. Is de burgemeester daarom bereid om een meldpunt op te zetten waar slachtoffers van straatintimidatie in Dordrecht terecht kunnen? Zodat we tenminste de omvang van straatintimidatie in kaart kunnen brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann, u bent me net voor, want ik zou bijna ingrijpen, omdat het niet de bedoeling is om hele woordvoeringen te doen. Dan geef ik nu graag het woord aan de burgemeester. Burgemeester Kolff: Dank, voorzitter, en dank ook aan mevrouw Van den Bergh en de heer Kuhlmann voor de gestelde vragen.
Voor alle duidelijkheid: ik ben het met hen eens, straatintimidatie en alle vormen van geweld of bedreiging op straat horen niet voor te komen en als ze voorkomen, dan moeten ze worden aangepakt. We hebben daar natuurlijk wel agenten en inzet voor nodig als het gaat om de repressieve kant en er zijn natuurlijk ook andere kanten van dit vraagstuk. Voor alle duidelijkheid: wat mij betreft, straatintimidatie hoort dus niet thuis in ons lieflijke Dordrecht, in iedere vorm – dat ben ik met de heer Kuhlmann eens – die wel plaatsvindt of elke situatie die plaatsvindt die straatintimidatie is, is er één te veel. Vorig jaar heeft de VVD hier ook vragen over gesteld en uit die vragen is voortgekomen dat wij als gemeente een onderzoek aan het doen zijn naar de omvang van dit probleem. Dit probleem komt overigens niet specifiek voor in de prioriteiten die de raad heeft meegegeven voor wat betreft het Integraal Veiligheidsplan. Natuurlijk staat dit er wel in genoemd, maar het is geen topprioriteit, zoals dat heet, zoals bijvoorbeeld woninginbraak of ondermijning dat wel is. Zoals u beseft kunnen wij onze agenten natuurlijk maar één keer inzetten.
Maar we hebben nu, naar aanleiding van vorig jaar, van de vragen van de VVD, gemeend om een enquête te houden bij het bewonerspanel, deze zomer heeft dat plaatsgevonden met een vragenlijst specifiek over straatintimidatie en andere vormen van intimidatie waar personen aan onderhevig kunnen zijn. We hebben focusgroepsgesprekken gepland staan met specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld vrouwen, ouderen, migranten, gehandicapten en ook een enquête in een focusgroepsgesprek met de doelgroep jongeren. Die zijn in het najaar gepland en we verwachten eigenlijk in december daar een helder beeld uit naar voren te krijgen in hoeverre straatintimidatie in onze stad, in onze gemeente een probleem is. Dat betekent niet dat als daar een relatief laag aantal uit naar voren zou komen dat we er niks aan doen, want nogmaals: elke keer dat het voorkomt is er één te veel. Maar om nu in de oplossing te schieten van een meldpunt, daar zie ik eigenlijk niet zoveel in. Dan kom ik ook meteen op de vraag die mevrouw Van den Bergh stelt: wat doet de politie er eigenlijk mee? Ik heb dat vandaag nagevraagd bij de politie. Er zijn
5
recent geen meldingen en geen aangifte bekend, maar als er met duidelijke input aangifte wordt gedaan, zoals bijvoorbeeld filmpjes en foto’s, dan moet dat wel worden opgepakt. Ik zou ook eigenlijk willen zeggen: als er situaties bekend zijn bij leden van de raad of de commissie, die te horen hebben gekregen van de politie ‘daar doen we niks mee’, dan kunt u ze wat mij betreft bij mij op het bureau leggen en dan ga ik met de politie samen na of dat wel of niet tot vervolging zou moeten leiden. Uiteindelijk is het natuurlijk aan het OM als het gaat om een strafbaar feit, om daar wel of niet iets mee te doen. Maar wat mij betreft, als je met dit soort bewijsmaterialen aankomt bij de politie, dan moet daar in ieder geval serieus naar gekeken worden. Nogmaals, als er een signaal is dat dat niet gebeurt, leg het bij mij neer. Een meldpunt, waar de heer Kuhlmann om vraagt, dat lijkt me ten eerste wat vroeg, omdat we eerst eens even de omvang van het probleem in beeld moeten hebben. Ten tweede is de vraag of dat de juiste oplossing is, want je gaat dan wel voor elke vorm van vergrijp straks een apart meldpunt krijgen.
Wat mij betreft is nu juist voor alles wat niet deugt op straat en wat tot strafvervolging zou moeten leiden de politie de aangewezen partij, met ook de juiste opvolging die nodig is als mensen dit doen en ze zich dus ook aan strafbare feiten schuldig maken, dat ze ook daadwerkelijk worden vervolgd. Dus daar zou ik het voor nu bij willen laten, met dien verstande dat eraan wordt gewerkt en dat er dus in december – en er zal ook richting de raad een commissie komen – meer inzicht is in de omvang van het probleem voor wat betreft Dordrecht. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger en daarna mijnheer Veldman. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde vragen aan de burgemeester of hij ook de LHBTI-groep dan mee wil nemen, want dat is ook juist de groep die op straat, niet alleen ‘s avonds, maar ook overdag, behoorlijk lastig wordt gevallen. “We moeten eerst de omvang bekendmaken.” Al in de jaren zeventig, tachtig waren vrouwengroepen op straat actief die daar aandacht voor vroegen en het beeld is niet veranderd. Dus ik denk, de omvang kennen we, maar het gaat er nu om inderdaad: hoe ga je daarmee om en wat gaan we daar voor actie op ondernemen? De voorzitter: Helder. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dank u wel. Ik ben het eens met voorgaande sprekers, dat intimidatie natuurlijk niet kan.
Maar wat mij wel opvalt is, het gaat hier – en de burgemeester noemde dat ook al eventjes – allemaal over hele specifieke groepen: intimidatie die zich richt tot één persoon of tot een groep. Terwijl als ik in de stad loop of fiets of rij ik ook het idee heb dat er gewoon überhaupt intimiderend gedrag op straat plaatsvindt: te hard rijden, te veel herrie maken, verkeersovertredingen die verder gaan dan met een band op de stoep en die voor mijn gevoel overduidelijk de bedoeling hebben om aan de straat en de omliggende mensen te laten zien: wie is hier de baas eigenlijk? Dat vind ik ook intimiderend gedrag, dus mijn vraag aan de portefeuillehouder zou zijn: goed om die focusgroepen te hebben en die aanpak, dat steunen wij uiteraard, maar is dit daar ook onderdeel van? De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Kuhlmann en dan gaan we nog even terug naar de burgemeester.
6
De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb zojuist natuurlijk de burgemeester gehoord en ik wil nog wel zeggen dat ik het jammer vind dat er nu geen prioriteit wordt gegeven aan zo’n meldpunt, juist omdat … Ik ben het met hem eens: het aangifte doen is belangrijk. Alleen we hebben hier te maken met: heel veel vormen van straatintimidatie zijn op dit moment niet strafbaar. Daar komt hopelijk verandering in, maar zover zijn we nog niet. Daarmee verdwijnt het erg uit beeld en ik denk dat zo’n meldpunt – juist ook omdat dat natuurlijk een stuk makkelijker is dan naar het politiebureau gaan en een middag kwijt zijn aan een aangifte doen – echt iets kan toevoegen. Maar ik heb hem ook gehoord. Ik vind het heel goed dat we in december hier verder over komen te spreken, dat lijkt me voor dit onderwerp heel belangrijk. Richting de heer Veldman wil ik nog wel zeggen dat: natuurlijk, het soort gedrag wat hij noemde is ook heel vervelend, maar naar mijn idee is de bedreiging die er uitgaat wanneer je gevolgd wordt ’s avonds laat door een man die fysiek een stuk sterker is dan jij in een auto en die allerlei seksuele opmerkingen roept toch wel van een andere orde dan de voorbeelden die hij noemt, hoe vervelend die ook zijn. Dus wat mij betreft is het terecht dat daar bijzondere aandacht naar uitgaat, juist vanwege de ernst van dat soort ‘…’ specifieke straatintimidatie. Dank u wel.
De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. De burgemeester. O, mijnheer Veldman wil daar nog even op reageren, denk ik. De heer Veldman: Voorzitter, omdat ik zo specifiek word aangesproken. Kijk, het zijn volgens mij twee dingen die allebei ernstig zijn, alleen van totaal verschillende aard. Als je individueel wordt achtervolgd, ik heb dat zelf ook een keer meegemaakt nadat ik iemand had aangesproken op gedrag, dat is heel vervelend en moet niet mogen en daar zou je aangifte van moeten doen. Maar wat ik signaleer dat heeft wel een bredere aard en gaat uiteindelijk iedereen aan. Ik wil het niet ondermijnend noemen, maar ik neem het te vaak waar in de stad. Dat is wat mij betreft ook wel echt iets wat de aandacht verdient. De voorzitter: Helder. De burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Kolff: Dank, voorzitter. Ik heb al het nodige gezegd in de eerste termijn. Mevrouw Kruger vroeg nog of de groep LHBTI hier ook bij dat onderzoek wordt betrokken. Wat mij betreft wel, want dat is inderdaad een doelgroep waar ik ook zelf – dan ben ik misschien formeel niet het meldpunt, maar af en toe denk ik dat wel – waar ik ook zelf uit die groep echt wel eens geluiden hoor dat mensen zich op straat geïntimideerd voelen. Wat mij betreft wordt die groep er nadrukkelijk bij betrokken. De opmerking van de heer Veldman kan ik ook goed plaatsen.
Ik liep vandaag zelf nog door de Prinsenstraat in Dordrecht, de binnenstad in, en ben daar in nog geen twee minuten tijd twee keer enorm geschrokken van iemand die veel te hard door die straat heenreed. Dat is dan inderdaad een andere vorm van afwijkend gedrag, laat ik het maar zo zeggen, maar wel afwijkend gedrag dat ook intimiderend kan zijn of in elk geval buitengewoon gevaarlijk. Maar daar hebben we natuurlijk ook in ons beleid als gemeente – de politie heeft daar natuurlijk ook wel de nodige aandacht voor – ook daarvoor geldt: dit begint natuurlijk bij gedrag van mensen en je kunt niet bij iedere misdraging van elke inwoner of bezoeker van deze stad daar een agent naast zetten of
7
beleid op maken. Dus het zal ook altijd onderdeel blijven van de samenleving, waarbij je natuurlijk uitwassen in ieder geval hoopt aan te pakken. Als mensen aangifte doen vind ik ook dat dat serieus moet worden meegenomen. Ik denk ook dat de heer Kuhlmann gelijk heeft, voorzitter, als we in december of kort daarna, als het rapport opgeleverd is, met elkaar een goed gesprek over kunnen voeren. Ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat het politiek de afgelopen jaren toch wel meer aandacht heeft gekregen en dat dat dus ook in een nieuw Integraal Veiligheidsplan ook wat prominenter naar voren kan komen dan in het huidige. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef mevrouw Kruger nog één keer het woord, want dadelijk ontstaat er een heel debat en dat is eigenlijk niet de bedoeling in het kader van vragen aan het college, maar het is een belangrijk onderwerp … Mevrouw Kruger: Nee hoor, voorzitter. De voorzitter: … dus gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Nou, het gaat mij er meer om dat de heer Kolff nu ook komt met dat we in december dus dat uitvoerig gaan bespreken en dat er een stuk overkomt. Dan wil ik wel even meegeven dat voorheen, dus jaren geleden, waren er wel speciaal opgeleide politieagenten die ook die gesprekken met degenen die daar nadeel van ondervonden konden aangaan.
Ik weet ook dat de desbetreffende persoon die mevrouw Van den Bergh net noemde, die werd inderdaad onheus ook bejegend door politie: ga maar een veiligheidscursus of een weerbaarheidscursus volgen. Dat is altijd goed trouwens, maar in dit geval denk ik dat daar toch ook binnen het politieapparaat wat meer aandacht voor moet zijn, voor deze specifieke gevallen. Dus misschien kunt u dat ook meenemen in dat onderzoek en in het opstellen van dat rapport. De voorzitter: Goed, ik denk dat we dit voor nu voldoende besproken hebben. Ik zie de burgemeester nog in beeld. Nee, niet meer. Dan is denk ik over dit onderwerp alles gezegd voor nu. We komen in ieder geval in december daarop terug, heb ik begrepen, in ieder geval met een rapportage van het onderzoek en dan is het aan u of u dat wil bespreken. Dan gaan wij verder. Zijn er nog anderen die denken: ja, ik heb ook nog een vraag aan het college. Ik heb me wel niet gemeld, maar toch. Nee, dan was dit agendapunt drie. Stukken ter bespreking 4. Instemmen met aanpak Public Affairs Dordrecht - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we nu naar de stukken ter bespreking. Het eerste stuk, dat is agendapunt vier, dat is het instemmen met de aanpak Public Affairs Dordrecht.
De bespreking van dit onderwerp richt zich op de vragen: moeten er extra middelen worden uitgetrokken de lobbykracht van de gemeente te versterken? En: welke rol kan de raad spelen in het lobbydossier? Deze vragen zijn gesteld door het CDA en de PvdA, met voldoende steun van andere partijen. Ik kan me nog herinneren van vorige week dat het CDA de eerste was die zei: daar wil ik het wel eens over gaan hebben. Dus ik wilde
8
graag de heer Van der Kruijff als eerste het woord geven en daarna de PvdA en dan volgen we gewoon het rijtje. Tenzij iemand zegt: ik heb verder niks toe te voegen. Dat mag natuurlijk altijd. Mijnheer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, boven het stuk staat ‘Public Affairs’, maar het gaat grotendeels over het lobbydossier, over onze lobbykracht, over het plan van aanpak over het versterken van de lobbykracht. We hebben daar afgelopen periode als CDA regelmatig aandacht voor gevraagd, omdat wij vinden dat het echt, we zitten in de goeie flow, maar dat het echt nog een tandje beter en een tandje steviger kan en ook moet, gezien de ambities die we in onze stad hebben en de afhankelijkheid en misschien wel de hulp die we allemaal kunnen krijgen vanuit het Haagse, dan wel vanuit het Brusselse. Dus op ons verzoek – en gelukkig met instemming van de meerderheid van de raad – is ook gevraagd om een plan daarvoor, een aanpak en dat is dan dit stuk geworden. Dank daarvoor, want dat geeft een goed beeld. We hebben daar de volgende vragen over. Even los van het stuk, maar ik begin maar even bij het eind: als je kijkt wat het raadsvoorstel is, dat is kennisnemen, instemmen met de strategische dossiers, daar kom ik straks nog even op terug, werken aan de actieagenda. Daar kunnen we wel mee instemmen, kan ik zomaar vast zeggen.
Maar dan komt het, het laatste punt is: in te stemmen met het voortzetten van de huidige beschikbare capaciteit en middelen. Daardoor kan niet ingezet worden op de Europese fondsen. Dat verbaast ons. Het CDA heeft in de raad – maar wij hebben niet als enigen in de raad, er waren meerdere fracties – aangegeven dat er echt verstevigd moet worden op het lobbydossier en dat daar zo nodig ook wel extra middelen voor beschikbaar gemaakt mogen worden, wat ons betreft. Dus het verbaast ons dat er nu raadsvoorstel voorligt om dat in ieder geval nu niet te doen. Er staat ook als argument dat er bij de kadernota geen middelen blijkbaar beschikbaar zijn gesteld, dat is ook niet door het college voorgesteld. Dus dat is mijn eerste vraag: als u weet dat deze vraag vanuit de raad leeft – misschien hadden we het zelf ook moet zeggen bij de kadernota, maar goed, dan bij deze – waarom is er niet om extra middelen gevraagd? Daar komt natuurlijk ook een vraag achter vandaan, als we kijken naar deze actieagenda en wat er extra nodig zou zijn, om hoeveel middelen zou dat dan gaan? Want dat wordt nergens genoemd. Het CDA, we wachten maar even de beantwoording in de eerste termijn nu even af op deze vraag – ik heb straks nog wel een andere vraag, maar op deze vraag – om er in de tweede termijn weer op terug te komen hoe we daarover denken.
Want we zijn wel erg benieuwd naar die middelen en waarom dat niet voorgesteld is. Voorzitter, dan nog een ander punt. Er staat: in te stemmen met de strategische dossiers. Die staan in een bijlage, daar heeft u dan de actuele dossiers. Dat is misschien niet helemaal hetzelfde, maar goed, dat is wat we gehad hebben. Tot onze verbazing staat daar één dossier, namelijk externe veiligheid, waar het gaat om het wegkrijgen van de giftrein door Dordrecht, wat we volgens mij raadsbreed toch echt wel een topdossier vinden, staat er weliswaar als ‘actueel’ genoteerd, maar niet als ‘top’ genoteerd. Dat zou zomaar kunnen, omdat je daar ook, denken wij, ook wel Europese aanpak bij nodig hebt, dat dat te maken heeft met misschien niet het hebben van de capaciteit om richting Europa daarmee aan de slag te gaan. De portefeuillehouder weet dat ik ooit mijn partijgenoot Wim van der Kamp met hem in contact gebracht heeft en die heeft daarop aangegeven dat er nu echt ook wel momentum is om richting Europa actie te ondernemen als je ze over spoorgoederen
9
vervoerd en daar valt het gifvervoer wel onder. Dus ja, het is ‘actueel’, maar volgens mij moet het ook ‘top’ zijn en moeten er ook middelen voor komen en moet er hard op ingezet worden. Tenminste, dat vindt het CDA. Dus wij zijn ook benieuwd hoe de andere fracties dat zien, dat dat dossier dus echt een topprioriteit moet worden en als daar middelen voor nodig zijn, dat we dan ook bereid zijn om die middelen beschikbaar te stellen. Voor zover de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Dan geef ik het woord aan ik vermoed mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van den Bergh: Ik kan direct aansluiten bij de vraag en opmerking van mijnheer Van der Kruijff over het onderwerp externe veiligheid, want ook al ons was opgevallen dat dat niet bij de topprioriteiten hoort, terwijl er heel duidelijk wordt vermeld erbij: dit hindert de gemeente als het te lang duurt, die situatie, dit hindert de gemeente in haar ruimtelijke, economische ontwikkeling, wat een negatief effect teweegbrengt op de sociaaleconomische positie van Dordrecht. Dan denken wij: de sociaaleconomische positie van Dordrecht moet topprioriteit zijn en daarmee ook uiteraard de veiligheid ofwel de onveiligheid van het spoor van de giftige treinen, dat moet topprioriteit zijn.
Dus wij zijn ook zeer benieuwd waarom dat er niet in beland is. Omdat dat te ingewikkeld is, te langdurend, dat weten wij allemaal wel, maar het moet wel onder de aandacht gebracht worden zeker ook van Europa. Het verbaast ons ook dat er geen – dat heb ik al eerder aangegeven – ook geen extra middelen worden gevraagd om die lobbykracht te versterken. Want je zegt zelf: je wilt van Dordrecht zeg maar een stad in Europa, een Europese gemeente. Dat betekent dus dat je Europa en andere grote spelers hard nodig hebt om voor elkaar te krijgen wat je hier wilt. Je bent ook met een sterke groei bezig en dan zijn al die extra fondsen die er zijn en de extra menskracht en steun vanuit andere hogere overheden hard nodig. Dus wat ons betreft moet het topprioriteit hebben, ook de gelden vanuit Brussel. Wij zouden ook wel willen weten, dat konden we zo gauw niet ontdekken in de nota, wel wat voor inspanningen er wel gedaan worden, maar waar subsidies al vandaan worden gehaald. Of zijn die al binnengehaald? Dat we daar een overzicht van krijgen. Want één van de belangrijkste dingen, zegt het dossier ook, het monitoren van de Haagse en Brusselse agenda en om snel te kunnen inspelen. Dan denk ik: dan moet dat ook topprioriteit hebben, zodat je snel inspeelt op ontwikkelingen waar we wat aan hebben. Dus moeten we daar de mankracht en de middelen voor hebben.
Dus wat dat betreft ook een overzicht van de middelen die nog nodig zijn of waar je dat mee kunt versterken. Want als je wilt gaan lobbyen, dan moeten we dat goed doen. Er worden al veel dingen gedaan, maar het kan nog wel een tandje beter. De voorzitter: Een ogenblikje. Mevrouw Van den Bergh, de heer Wisker komt in beeld. Althans, zijn naam komt in beeld. Wilt u mevrouw Van den Bergh een vraag stellen of is dit voor uw woordvoering? Mijnheer Wisker.
10
De heer Wisker: Nee, ik zou graag nadat mevrouw Van den Berg uitgesproken is ook nog wat willen toevoegen. De voorzitter: O, dan moeten nog even geduld hebben, vrees ik. Dus u komt zo aan de beurt. Mevrouw Van den Bergh: Ik wou nog even over, er worden een aantal pijlers ook genoemd vanuit Europa. Wat ons betreft is ook een socialer Europa een belangrijke pijler en een Europa dat dichter bij de burger staan. Dat betreft dan ook onze stad. Maar sowieso, dat Europa dichter bij de burgers komt, dat is wat ons betreft ook een prioriteit. Bij de overzichten van het profiel van Dordrecht in Europa, de technische industrie, de innovatie duurzame inclusieve groei, maar ik zou ook zeggen: de zorgindustrie. Wij hebben ook een belangrijke zorgindustrie en wat ons betreft valt dat ook onder een socialer Europa, maar valt dat ook binnen de lobby die we gaan doen. Wat ons betreft, wij zouden nog een voorstel willen doen: haal eens zo’n Europese club of een lobby of een Europese club die voor ons van belang is, haal dat een keer naar ons toe, zodat we daar ook eens een keer een gesprek mee kunnen hebben, afgezien van onze eigen contacten in Brussel of waar dan ook vanuit je eigen politieke partij. Dat is wat wij in de eerste instantie even wilden zeggen. De voorzitter: Ik dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Dat zijn nogal wat topprioriteiten die u hier op tafel heeft gelegd.
Ik ga inderdaad het rondje afmaken … Even kijken, ik wil nog wel graag, want er zijn een aantal dingen een paar keer genoemd. Mevrouw Van den Bergh heeft ook in haar eigen woorden toch wel een paar punten herhaald die ook de heer Van der Kruijff heeft genoemd. U hoeft dat niet allemaal te herhalen, u kunt ook gewoon zeggen: ik sluit aan bij de vorige sprekers en aanvullend daarop heb ik nog wat. Of: ik ben het helemaal niet eens met die topprioriteit van Van der Kruijff, want die giftreinen, hoe meer hoe beter of zo, weet ik veel. Maar dat mag, maar ga alsjeblieft niet heel veel zitten herhalen, want dat is een beetje zonde van onze tijd. Ik ga het rondje afmaken en dan begin ik bij Beter Voor Dordt. Wie mag ik daarvan het woord geven? De heer Wringer: Dat ben ik, voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Wringer: Volgens mij … De voorzitter: De heer De Boer is tegenwoordig van de fractie Nijhof, die komt als laatste aan de beurt. De heer Wringer: Nou, ik zal niet alles herhalen, maar ook Beter Voor Dordt is natuurlijk tegen de giftreinen en daar moet Europees geld uit komen, dat is duidelijk. We vinden het een ambitieus document, maar ook buiten capaciteit die er ligt.
Daarom vroegen we af: weet het college hoe veel fte’s er bijvoorbeeld in een stad als Breda of Eindhoven werken aan de lobbydossiers, Public Affairs? Daarnaast zijn er in Brussel bijvoorbeeld lobbypartijen die helpen als gemeente of als bedrijf de juiste ingangen te vinden. Is het
11
college daarvan op de hoogte en zouden ze daar tijd en energie in willen steken of niet? Dan wil ik dat graag weten. Verder, als laatste punt. Steden als Breda en Eindhoven hebben hele mooie keurige webpagina’s, precies in welke projecten ze participeren. Dat geeft duidelijkheid en dat zou ik ook graag voor Dordrecht willen zien. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik door naar de fractie van de VVD. Ik denk de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Inderdaad. Dank u wel, voorzitter. In een perfecte wereld waarin iedereen aardig voor elkaar is en Dordrecht in Den Haag en Brussel automatisch de aandacht krijgt die we verdienen zou lobbyen niet nodig zijn, maar in die wereld leven we niet. Het is daarom goed dat er een Public Affairs-aanpak is opgesteld en dat is natuurlijk niet een nieuw onderwerp voor de gemeente, maar wij juichen het toe dat dat wordt geïntensiveerd. Wat ons betreft mag er trouwens nog wel een schepje bovenop. Dan denk ik aan allerlei onderwerpen, maar zeker ook aan de ov-bereikbaarheid van de stad. Anderen hadden het net over het gif eruit. Nou, helemaal mee eens, maar zeker ook extra mogelijkheden om met het spoor, ik denk aan een lightrailverbinding, allerlei andere dingen waar we het eerder ook al met elkaar over gehad hebben en waar het heel belangrijk is om een goede lobby te voeren.
Want goed, als je het hebt over ovverbindingen naar de rest van de randstad en de rest van het land, daar hebben we het natuurlijk niet alleen hier in deze raad over, dat moet besloten worden in Den Haag en bij de NS in Utrecht voor een belangrijk deel. Dat is zo belangrijk, om dat schepje erboven op te doen, omdat naar ons idee Dordrecht te lang onder haar niveau heeft gepresteerd. Andere steden en regio’s hebben in de tussentijd niet stilgestaan en om weer op een passende positie te komen in het speelveld moeten we daarom niet alleen harder lobbyen dan het Dordrecht van een aantal jaren geleden, maar moeten we echt een inhaalspur maken. Dat is de zienswijze van de Dordtse VVD. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u wel. D66 heeft zich helaas af moeten melden. Dan ga ik door naar mevrouw Kruger van GroenLinks, vermoed ik. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik moest even grinniken toen de heer Kuhlmann het had, als we in een perfecte wereld zouden leven, dat we allemaal wat aardiger met elkaar om zouden gaan en dan zou lobbyen niet nodig zijn. Een bijzondere uitspraak van de Dordtse VVD op zich, want juist de marktwerking en het lobbyen is volgens mij één van de speerpunten van deze partij. Maar goed, daar niet toegelaten, heel goed dat hij daar toch ook op die manier eigenlijk naar kijkt.
Wij kunnen ons naadloos aansluiten bij wat mevrouw Van den Bergh al heeft aangegeven en de heer Van der Kruijff ten aanzien van de externe veiligheid, de giftreinen en dergelijke. Wat aanvullend is, is dat het lobbydossier wordt gekwalificeerd als ‘zeer belangrijk, onoverkomelijk’, en toch schuiven we het op de lange baan. Want er wordt gesproken over te weinig en deskundig personeel en daar moet dan een nieuw college zich maar over buigen. Ik denk: er worden ook externen ingehuurd, waarom gaan we daar toch niet wat meer op inzetten en werken we nu al nieuwe mensen in die zich dan volop kunnen inzetten op de verschillende lobbydossiers die nu ook aangedragen zijn? Dan, we hebben het over overheidslobby’s. Er wordt ook wel gesproken dat de raadsleden
12
daaraan kunnen bijdragen, we hebben namelijk ook wel mensen die we kennen in Brussel en dergelijke. Maar waarom niet uit te breiden met bijvoorbeeld nieuwe startups, om die mee te laten denken? Volgens mij bedoelde de heer Wringer ook al een beetje in die richting. Dat willen we toch ook wel graag van de wethouder horen: wat zijn daar de mogelijkheden in? Verder heb ik niet veel op toe te voegen en zal ik me houden aan wat u gesuggereerd heeft, om niet alles te herhalen. De voorzitter: Heel fijn, dank u wel. Hartstikke mooi. Dan gaan we door naar de ChristenUnie-SGP, ik denk de heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, veel dank. In hoofdlijnen ook eens met wat de heer Van der Kruijff aanstipte, maar het brengt mij ook tot een ander en nieuw punt, want waar ontbreekt nou dat gevaarlijk transport in deze lijst? Dat komt volgens mij omdat er maar met drie categorieën wordt gewerkt en die focussen zich allemaal op de korte en op zijn hoogst middellange termijn. In mijn optiek hoort daar echt een vierde categorie bij en dat is de lange termijn. Wat is de inzet van Dordrecht op de lange termijn? Dan bedoel ik dus vijf jaar en verder, of tien jaar en verder.
Welke dossiers zijn wij bereid om tien, twintig jaar lang voor te lobbyen en dan pas resultaat te zien? Voorzitter, dat gevoel bekroop mij ook bij het bespreken van een aantal investeringen die we natuurlijk vanuit de Eneco-gelden gaan doen, bijvoorbeeld de Dordtwijkzone en het Maasterras. Als wij twintig jaar geleden hadden ingezet op een verdiepte N3 of een overdekking ervan, meer hadden gedaan op gevaarlijke stoffen langs het spoor, dan hadden die projecten en die visies die daar nu liggen mogelijk elementen daarvan kunnen bevatten. Nu zijn die varianten niet uitgewerkt, logischerwijs omdat de kans dat dat er nu binnen een paar jaar komt uitermate klein is. Dus mijn voorstel zou zijn dat dit college, met het oog op een nieuw college, aan de raad een lijstje doet toekomen van niet meer dan drie thema’s, waarvan we met elkaar kunnen zeggen: dat zijn de thema’s waar we echt langjarig op inzetten. Natuurlijk moet dat enige realiteitszin hebben, maar het moet echt verder gaan dan het komende halfjaar en dat viel mij vooral op in die drie categorieën. Voorzitter, dan nog tot slot: een half fte op zo’n lijst aan thema’s, dat lijkt me echt te weinig. Uiteraard moet je ook kijken naar je andere ambtelijke capaciteit, projectteams die met grote projecten bezig zijn horen in mijn optiek lobby, zowel ambtelijk als ook politiek, gewoon in hun portefeuille te hebben.
Dus ik mag hopen dat dat gewoon onderdeel is van een standaard werkpakket en takenuitvoering. Maar een half fte, al is het alleen maar voor enige coördinatie, lijkt me echt bitter weinig. Ik denk zelfs met één of twee of drie fte, dat je nog helemaal niet aan Europa toe bent, maar dan is alleen nog maar het Haagse aan de orde, Zuid-Holland en het landelijke niveau. Tot slot, voorzitter, dan rond ik af, dan mis ik nog wel een beetje de inhuur. Wij zijn niet zo heel erg van inhuur normaal gesproken, maar op dit soort thema’s moet je ook gewoon gebruik durven maken van specialistische kennis. Dat moet je gewoon doen. Voorzitter, dan tot slot, want het lijkt allemaal erg kritisch, maar ik ben oprecht verheugd dat we hier nu zo vaak over praten, want mijn fractie en niet in het minst ook mijn persoon hebben zich daar al jarenlang kan ik wel zeggen voor ingezet, dat we dit gesprek voeren. Dat doen we nu, hartstikke goed, ook complimenten aan het college en het ambtelijke apparaat daarvoor. Maar zoals u hebt gehoord: wat ons betreft nog een tandje erbij.
13
De voorzitter: Dank u wel. Hij was al even in beeld, de heer Van Leeuwen van de PVV. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Heel veel dingen zijn al gezegd. Het is bekend dat de PVV op zich geen voorstander is van een Europese Unie, maar die is er nu eenmaal en het zou zeer onverstandig zijn om niet met dit feit rekening te houden. Het zou niet goed zijn om je stad te isoleren van samenwerkingsverbanden die met Europa te maken hebben, of om niet te gaan lobbyen. Wij vinden dat we dit soort dingen dus wel moeten gaan doen. In die zin, we staan wel wat aarzelend tegenover het visiedocument, maar we denken wel dat samenwerking goed is zolang Nederland nog een onderdeel is van de Europese Unie. We hebben wel een paar opmerkingen, die zijn eigenlijk al genoemd door andere partijen, maar ik herhaal ze toch nog maar even heel kort. We vinden dat de giftrein door Dordrecht, dat dat wat het lobbywerk betreft een topprioriteit moet zijn. We vinden inderdaad ook, dat zei mijnheer Kuhlmann van de VVD, dat het openbaar vervoer ook, dat er heel veel voor gelobbyd zou moeten worden om Dordrecht wat meer toegankelijker te maken door middel van het openbaar vervoer. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Ik dank u wel. Dan ga ik door naar de fractie van de SP en volgens mij is dat de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Klopt helemaal, voorzitter. Goedenavond.
Geen herhaling, maar een wat ander geluid van de SP. Het onderwerp lobby hebben we al een aantal maanden geleden een keer aan de orde gehad en wij hebben toen aangegeven als SP helemaal niets te zien in lobby als middel om zaken te regelen. Wij vinden dat objectieve criteria van andere overheden ervoor moet zorgen dat projecten en gelden worden toegewezen aan de gemeente die daar het meest voor in aanmerking komt. Als je dan – maar even kijken naar de politieke vragen die we zouden bediscussiëren – als je dan toch lobby toegepast dan vindt de SP dat de kosten betaald moeten worden uit het budget van het betreffende project. Misschien moet dat budget dan wat hoger worden, omdat je lobbykosten maakt. Tenslotte komen de baten ook ten gunste van het project. Ik begrijp dat er een interruptie is? De voorzitter: Ja, u maakt wat los, de heer ’t Lam. Ik zag als eerste de heer Veldman en daarna de heer Kuhlmann. Dus mijnheer Veldman, gaat uw gang. De heer Veldman: Voorzitter, ik verbaas me wel een beetje over deze inbreng, want ik versta onder lobby bijvoorbeeld ook, ik noem maar een voorstel, dat ambtenaren uit het Dordtse zich melden bij een ministerie als Infrastructuur en Milieu, om aan de ambtenaren daar te vertellen wat voor interessante plannen wij hier hebben.
Als niemand dat doet dan kan ik u vertellen, dan weten ze daar echt niet welke projecten ze hier zouden kunnen uitvoeren. Dus dat moet in mijn optiek echt gebeuren, ambtelijk gewoon contact, en ook dat schaar ik uiteindelijk onder lobby. Daarom heb ik eerder ook wel eens gezegd: als je pas gaat lobbyen als het in de Tweede Kamer ligt, dan ben je echt te laat. Het moet in die ambtelijke stukken van zo’n ministerie en andere ministeries en ook van de provincie en ook van onze omliggende steden moeten onze projecten in de tekst staan, anders komt er geen geld, dan wordt er niks uitgevoerd. Dat
14
is in ieder geval de praktijk zoals ik die ken. De heer Kuhlmann sprak net al over de ideale wereld. Daar hebben we met zijn allen denk ik allemaal verschillende beelden bij en dat gaan we een andere keer wel bespreken, maar so far is die nog niet, in ieder geval. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. U onthoudt het wel, hè mijnheer ’t Lam? De heer ’t Lam: Ik kan hem onthouden. De voorzitter: Ja, hoor. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Misschien wel op een vergelijkbare manier even werd ik geraakt door de woorden van de heer ’t Lam: we moeten eigenlijk maar niet aan een lobby gaan doen. Ik vind dat heel zonde, juist in de wereld waarin we leven, andere steden doen het ook en mijn vraag aan de heer ’t Lam is dan ook: denkt u nu werkelijk dat het slim is, dat onze stad erbij gebaat is dat we als het braafste jongetje van de klas onze mond houden? In de wetenschap dat anderen wel een lobbyen, anderen wel hun beste beentje voorzetten om geld en andere zaken voor elkaar te krijgen in Den Haag en Brussel, en dat wij dan met de handen op de rug moeten wachten? Denkt hij nou werkelijk dat dat een slimme strategie is voor onze stad en de Dordtenaren? De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van der Kruijff die zich nog meldt voor een interruptie. Nou, u maakt echt wat los, mijnheer ’t Lam.
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik denk: dan komt het mooi geclusterd bij elkaar aanvullend. Want ik probeer, ik bedoel, ik kan wel zeggen: ik ben het niet eens met de heer ’t Lam. Zoals hij het zei ben ik het er ook niet mee eens, maar hem om de oren slaan helpt niet zoveel, ik probeer het dan ook te begrijpen. Wat ik dan denk, als ik de heer ’t Lam zo hoor, dat hij bedoelt dat we als gemeenten elkaar niet proberen allemaal te verdringen in de strijd om geld. Alsof je een ander ermee tekort zou doen. Dat is niet primair wat het CDA beoogt, om ten koste van een ander geld te bemachtigen, maar tegelijkertijd: lobby is ook samenwerken met andere overheden. Daarvoor moet je contacten leggen en daarvoor moet je aan tafel komen en daarvoor – zoals de heer Veldman zei – moeten ze weten wat je wil doen, anders gaan ze er niet mee aan de slag. Dus als ik de vraag anders zou formuleren is de vraag aan de heer ’t Lam: is hij het er wel mee eens – of je het nou lobby noemt of niet, dat laat ik dan even een semantische discussie – dat er vanuit onze gemeente aansluiting gezocht wordt in Den Haag, provincie, Rijk, Brussel, Europa, et cetera, om op onze belangrijke dossiers – van woningbouw, van spoorveiligheid, van bereikbaarheid en noem zo maar op, energietransitie, niet onbelangrijk – de aansluiting te zoeken en daar tijd en energie in te steken? De voorzitter: Ik dank u wel.
Dan geef ik toch echt weer het woord aan de heer ’t Lam, die waarschijnlijk nu helemaal overtuigd is en nu een heel ander geluid laat horen. Mijnheer ’t Lam.
15
De heer ’t Lam: Voorzitter, toen we er in maart over spraken zijn al deze vragen niet gesteld en toen heb ik hetzelfde aangegeven. Blijkbaar komt het nu anders over. De heer Veldman heeft het in zijn woordvoering al gezegd, dat het lobbyen onderdeel is van het werk van de ambtelijke organisatie. De SP verstaat onder lobbyen niet dat een ambtenaar, een wethouder of een burgemeester eens een keer naar Den Haag reist, naar het provinciehuis of naar een ministerie, misschien zelfs een keer naar Brussel, om iets onder de aandacht te brengen. Maar wij willen niet dat er specifiek gelden worden uitgetrokken, anderen worden ingezet. Dat is een hele lobbyindustrie waar bedrijven geld aan verdienen om dingen binnen te halen. Dat verstaan wij onder lobby en niet gewoon de belangen van de gemeente ergens verdedigen, want dat is gewoon de taak van het college, dat is de taak van de ambtenaren die met een project bezig zijn. Zo zitten wij erin. Dan vervolg ik mijn betoog, kijkend naar de politieke vragen die er liggen. Ik heb al gezegd: als er sprake is van lobby en er zijn kosten, die komen dan gewoon op het betreffende budget, wat ons betreft.
Verder zouden wij het prettig vinden als er bij alle lobbykosten, omdat je het op het betreffende project zou zetten, ook een soort aanduiding komt, een soort kostensoort, zodat je heel simpel dwars door de begroting en de jaarrekening heen kunt vaststellen aan het eind van een jaar wat er nu aan uitgaven is geweest voor lobby. Zodat we niet zoals bij communicatie maar moeten gissen of dat het anderhalf miljoen of vier miljoen is geweest. Een vraag aan het college is of dat zij dit ook op zo’n manier in hun administratie willen laten verantwoorden. Voorzitter, dan nog de vraag: wat is nou de taak van de gemeenteraad? Dat kwam ook voor in het raadsvoorstel. Nou, ik zei het al: het college kan wel eens op pad gaan, een ambtenaar kan op pad. Het is dus een uitvoeringstaak en de raad is niet een orgaan dat zich bezighoudt met de uitvoering. De raad controleert het college. Dus primair vinden wij dat de raad niet echt een taak heeft ten aanzien van het lobbyen en om vragen te voorkomen: dat wil natuurlijk niet zeggen dat als het over giftreinen gaat en je spreekt iemand van je partij in Den Haag of Brussel, dat je dat niet eens een keer noemt. Volgens mij heb ik alles gezegd wat ik wilde zeggen. De voorzitter: Dan dank ik u wel. Dan ga ik door naar de fractie voor de VSP, de heer Wisker. Gaat uw gang. De heer Wisker: Voorzitter, dank u wel.
Voorzitter, dat is denk ik ook de reden dat ik probeerde ervoor te flippen, want als kleine partij zit je natuurlijk altijd aan het eind van de rit en dan is er al zoveel gezegd dat je bijna niet anders kunt dan in herhaling treden. In grote lijnen zijn wij het met de woordvoering van zowel de heer Van der Kruijff als de heer Veldman eens. Europa is natuurlijk een grote pot met geld en via diverse lobbymechanieken is het mogelijk om daarvan te profiteren. Dan zou je niet goed bij je hoofd zijn om dat niet te doen. Als ik in het stuk echter lees “Om de besluitvorming in Brussel te beïnvloeden”, dan vinden wij 0,5 fte aan personeelinzet wel wat weinig om deze grote schoenen te vullen. Dus uitbreidingen van professionele kracht en middelen is wat de VSP betreft op zijn plaats. Daar wou ik het even bij laten. De voorzitter: Ik dank u wel. Dan gaan we door – we zagen hem al even in beeld – naar de heer De Boer van de Fractie Nijhof.
16
De heer De Boer: Ja, daar is hij wel. Voorzitter, dank u wel. Het is even wennen om als laatste aan de beurt te zijn. Dat ben ik niet gewend. De voorzitter: Ja. De heer De Boer: Maar goed, het is zoals het is. Op zich ben ik wel blij dat ik als laatste mag, zodat ik in ieder geval even aandachtig kon luisteren naar mijn andere collega’s. Ik ben voor het eerst in Bestuur en Middelen en ik weet niet of het zo blijft, maar voorlopig pak ik dit op. Ik heb natuurlijk de stukken gelezen. Een aantal dingen, ik ben het natuurlijk eens met de eerste twee zinnen van mijnheer Van Leeuwen: wij zijn natuurlijk een lokale partij, dus dat is voor ons nummer één. Giftreinen heb ik een aantal keren voorbij horen komen. Wat ons betreft ook zo snel mogelijk de stad uit, maar dat is ook niet iets van vandaag op gisteren, daar hebben we het al heel lang over. Wat mij wel triggert is een punt die gaat over de acties die binnen dit voorstel gedaan zullen moeten worden. Het heeft een beetje betrekking met een ander agendapunt straks die gaat over werkdruk. Er staat wel in de raadsbrief dat er een kanttekening is. Er is een mindere interne capaciteit, waardoor niet alles mogelijk is.
Waar ik dus heel benieuwd naar ben: wat is ‘niet alles mogelijk’? De voorzitter: Sorry, mijnheer De Boer, ik zou bijna zeggen: dit is uw maidenspeech in de commissie Bestuur en Middelen, dus u zou eigenlijk niet geïnterrumpeerd. Maar dat geldt hier helemaal niet. Mevrouw Kruger heeft volgens mij een vraag aan u. Mevrouw Kruger: Gelukkig. Ja, daar had ik even geen erg in, dat het inderdaad een soort van maidenspeech zou zijn, anders had ik u uit laten praten. Maar wat mij triggert, u herhaalt de woorden van de heer Van Leeuwen: we zijn lokaal voor Dordrecht. Maar we leven wel op een eiland, maar dat eiland is gelukkig al jaren geleden ontsloten en zijn er allerlei projecten, de havens en zo, die zeker niet alleen op Dordrecht – ja, voor Dordrecht – maar te maken hebben met de rest van Nederland, maar zelfs buiten Nederland. Dus ook met België en weet ik veel waar nog meer. Dus hoe duidt u dat? “We zijn een lokale partij en dat staat voorop, we zijn lokaal.” Ik snap dat niet zo. De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel. Ik ben heel blij met deze opmerking van mevrouw Kruger, dan kan ik hem in ieder geval uitleggen. Natuurlijk, een lokale partij spreekt voor zich. Wij zijn zeker niet de partij die zegt: alles buiten de stad houden. Ik denk dat dit een heel mooi voorstel is die we ook zeker moeten omarmen, zeker als doorgroeistad en als waterstad.
Maar goed, in hoeverre en welke prioriteit krijgt dit raadsvoorstel? Omdat, wat ik net al zei: er zijn wat interne problemen met capaciteit, er liggen nog ontzettend veel projecten op de plank. Ook een aantal projecten die nog niet zijn afgerond, maar daar hebben we het ook straks over. Dus ik ben even benieuwd: waar voeren we hem in? Er wordt al gezegd: we tillen dit door naar het volgende college. Ergens zou ik zeggen: ja, misschien beter omdat er nog een aantal dingen te doen zijn in de stad. Aan de andere kant, we moeten ook de boot niet missen, want ik heb ook een aantal collega’s gehoord vanavond: we moeten wel aanhaken en we moeten wel ons gezicht laten zien. Dus ik ben even benieuwd naar de prioriteit, hoe belangrijk dit voorstel is.
17
Mevrouw Kruger: Oké, voorzitter. Mag ik nog eventjes? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Oké, sorry, sorry. Ik vraag om toestemming, ik denk dan krijg ik even: ja, dat is goed. Over dat lokaal toch nog een beetje. Want kijk, ook wij zijn een lokale partij, hè? Wij zijn voor de inwoners van de stad en GroenLinks Dordrecht is anders dan GroenLinks Maastricht en Groningen. We heten niet voor niks GroenLinks Dordrecht, net als de Dordtse VVD. Ik hoor u dus ook zeggen aan de ene kant: we zijn wel voor de Dordtse inwoners, maar we vinden het toch ook wel belangrijk dat we contact hebben met de buitenwereld. Dan toch vraagt u zich af, terwijl u alle voorgaande sprekers hebt gehoord: hoe belangrijk is dit dossier nu voor de stad? De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Kruger, dit voorstel is heel belangrijk voor de stad. Mevrouw Kruger: Oké, dank u. De heer De Boer: Volgens mij wordt nu bij een andere commissie, Fysiek, gesproken over woningen bij FC Dordt daar in de omgeving. Het gaat niet alleen om daar over het bouwen, we hebben toch ook een bouwopgave.
Wat we ook moeten zien te voorkomen, ik heb toevallig vandaag nog eventjes een goed contact gehad met een makelaar hier in Dordrecht en ook gevraagd: waar lopen jullie tegenaan en hoe krijgen we het nou hier op de rit, zodat we ervoor zorgen dat onze jongeren, onze starters ook in de stad blijven? Want uiteindelijk denk ik ook dat de jongeren van dit moment, die willen zeker zo’n voorstel zoals dat nu voorligt. Die willen juist in een bruisende stad leven, als belangrijke stad, als aanvoerstad. Dus ik zie echt wel het belang van dit voorstel, ik ben er zeker voorstander van. Alleen er ligt nog zoveel op de plank. De voorzitter: Dat was hem, mijnheer De Boer? De heer De Boer: Ja, dit was hem, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Oké. Ik zie mevrouw Kruger. U wilt nog een vraag stellen, of? Mevrouw Kruger: Ja, nog één korte vraag, voorzitter. Want het is me toch nog niet helemaal duidelijk. Ik hoor verschillende partijen zeggen wat zij dus belangrijk vinden, maar wat vindt nu de Fractie Nijhof, bijvoorbeeld wat voor topprioriteit? Of wat vindt u belangrijk dat zeker in het dossier zou moeten staan? De heer De Boer: Goed, wat ik eigenlijk net al zei. Er wordt eigenlijk gezegd in de kanttekeningen: niet alles is mogelijk.
Ik ben benieuwd: wat is er dan niet mogelijk, wat is er vooral wel mogelijk, wat moeten we vooral nu wel doen en wat kunnen we eventueel misschien wat doorschuiven naar de volgende periode? Mevrouw Kruger: Sorry, maar dan krijg ik geen antwoord. Maar misschien heeft u dat ook nog niet. Wat vindt u belangrijk? U wil weten wat er niet belangrijk is, maar ik vraag
18
me af wat u belangrijk vindt. Want daar gaat het tenslotte om, want u bent de partij ook voor de inwoners van de stad. Wat vindt u voor Dordrecht belangrijk? De heer De Boer: Het is zeker belangrijk dat we in die zin moeten lobbyen, dat is ook gezegd vanavond. Mevrouw Kruger: Maar voor wat? De heer De Boer: Nou ja, lobbyen voor die … Ik heb een aantal punten gelezen in het raadsvoorstel. Nou ja, goed, het is even de vraag of we alles moeten willen. Daar staan een aantal acties in. Ik ben nog heel vers in deze commissie, ik heb de stukken gelezen en ik denk: ik ga eerst eens goed luisteren naar de andere collega’s. Wat ik net al zei: dit is wat mij betreft op dit moment wel een hele belangrijke. Want kunnen nu alles storten op dit voorstel, want ik denk inderdaad dat 0,5 fte dan veel te weinig is. Alleen we hebben zo hard alle mensen al nodig op dit moment voor de andere projecten. Dus ik ben een beetje zoekende: hoe gaan we dit nou verder invliegen en hoe gaan we dit verder uitwerken? Daar ben ik eigenlijk op zoek naar. Mevrouw Kruger: Oké. De voorzitter: Goed. Dan is iedereen in eerste termijn aan het woord geweest.
Er zijn een aantal ideeën gewisseld over wat topprioriteit zou moeten zijn, hoe het zit eigenlijk met de capaciteit, besteden we wel genoeg en hoort dat ook niet al thuis in de lopende dossiers en moet dat ook niet inzichtelijker worden gemaakt? Dan kun je nog redetwisten over wat lobbyen precies is. Is het het op de agenda krijgen van een punt, is dat lobbyen, of gaat het puur om proberen subsidies en andere middelen binnen te halen? Dat is even een grof overzicht van wat er zoal aan de orde is geweest. Ik wil graag het woord geven aan de portefeuillehouder en dat is de heer Kolff, volgens mij. De heer Kolff: Correct, voorzitter. Dank voor het woord. Dank ook aan alle fracties voor de betrokken inbreng op dit dossier, op dit punt moet ik zeggen. Lobby is echt, en zeker vandaag de dag, onontbeerlijk voor een stad en een regio van onze omvang en met de wensen en ambities die we hier hebben. Eerlijk gezegd, toen ik hier zo’n beetje vier jaar geleden kwam lag het qua lobby behoorlijk stil. Mijn beeld was echt dat Dordrecht en ook de Drechtsteden, Zuid-Holland Zuid, erg met elkaar, zichzelf bezig waren en heel weinig met de buitenwereld, weinig langsgingen in Den Haag, niet zichtbaar waren, laat staan in Brussel.
Dat is, wil je je ambities bereiken, zeker op de grotere thema’s zoals woningbouwopgave, hoe ga je om met mobiliteit, hoe ga je om met spoorveiligheid? Dit onderwerp is vanavond al een aantal keren genoemd. Onontbeerlijk, en zeker als je de afgelopen vier jaar ook die wensen hoort die vanuit de politiek en vanuit de samenleving naar voren komen. We hebben de afgelopen jaren daar wel in geïnvesteerd, meer dan voorheen, en ik ben blij te horen dat de politiek bijna unaniem nu ook u zegt: we vinden het zo belangrijk, we vinden het ook zo onontbeerlijk dat daar nog veel meer in moet worden geïnvesteerd. Want dat is het natuurlijk wel een beetje: we hebben 0,5 fte, we hebben ook nog anderhalf fte in de regio, die natuurlijk ook heel veel inzet voor Dordrecht pleegt, maar dat is bij elkaar nog steeds beperkt. Met beperkte capaciteit moet je scherpe keuzes maken en die keuzes zitten niet zozeer op ‘welke dossiers doen
19
we?’, maar wel op ‘waar zetten we dan onze inzet in?’. Die is toch vooral primair binnen Nederland nu, Den Haag en ook de provincie, maar we zouden ook eigenlijk heel graag zoveel mogelijk willen aanhaken op wat er in Europa speelt. Daar is echt veel mogelijk, daar moet je wel in investeren, dat gaat niet met één druk op de knop en ook niet in een paar maanden. Dus daar moet je langdurig in investeren, de weg leren kennen en vervolgens ook de juiste fondsen aanspreken en ook wat te brengen hebben. Dus dat is een kwestie van brengen en halen. Dat is ook de insteek die we met de lobby kiezen ook in Nederland. We vragen niet alleen met een opgehouden hand aan Den Haag om geld of middelen om bepaalde problemen op te lossen, die oplossing draagt ook bij aan Nederland. Dus in zoverre moet het ook interessant zijn voor de politiek in Den Haag om daarop in te haken. We hebben sinds een aantal jaar een uitstekende lobbyist in dienst genomen, iemand die zeer veel ervaring heeft in het Brabantse, die ook lobbyist is geweest van de vijf grote steden in Brabant – Brabant Stad noemde men dat daar – en die ook dus heel veel kennis heeft en heel veel ingangen heeft die erg nuttig zijn voor ons gebied en voor onze dossiers. Eén van u heeft de vraag gesteld: kunnen we niet een overzicht krijgen van de resultaten die dat heeft opgeleverd? Dat kan natuurlijk.