3.2 2023.03.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 7 maart 2023 Vergaderzaal 1 – Johan de Witt 1. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Van der Kruijff Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop, wethouder T. de Jonge De voorzitter: Goedenavond, allemaal, mag ik stilte in de zaal, alstublieft. Dank u. Welkom bij het vragenhalfuur van vandaag, dinsdag 23 maart. Ik, dat is Wim van der Kruijff, vervang vandaag de heer Schalken als voorzitter, omdat hij namens de DOC mee is naar het bezoek aan onze zusterstad Dordrecht in Zuid-Afrika. We hebben vandaag twee vragen. Ik start maar gelijk met de eerste. Die is afkomstig van een Fractie van Waardhuizen. Als ik het goed heb is het de heer Marco Stam die de vraag gaat stellen. Kunt u uw vraag toelichten? De heer Stam: Jazeker, voorzitter. Uitrol warmtenet. In de pers is twee weken geleden een artikel verschenen met de kop, energiebedrijven staken aanleg warmtenetten om nieuwe wet. Meer dan de helft van de projecten in ons land zijn hierdoor al stilgelegd. De investeringen lijken door de nieuwe wet onrendabel. Fractie van Waardhuizen zou graag het volgende van het college willen weten.
Is het college op de hoogte van de nieuwe wetgeving? Is de investering voor HVC via de eigenaren dan nog wel rendabel? Wat zijn de consequenties van deze wet op de uitrol van het warmtenet en Dordrecht? Hoeveel aansluitingen zijn er inmiddels op het warmtenet? Wat is de planning voor 2023? De voorzitter: Dank u wel. Dan schat ik zo in dat mevrouw De Jonge naam college deze vraag gaat beantwoorden. Klopt dat? Mevrouw De Jonge: Ja, dat klopt helemaal, voorzitter. De voorzitter: Graag. Mevrouw De Jonge: Ik ga mijn uiterste best doen daarvoor. Inderdaad, we hebben het hier over de Wet collectieve warmte, de Wcw in afkorting bekend. Die kennen wij inderdaad als college en zeker ook omdat we natuurlijk actief zijn in onze G40 en via daar weer een mooi lijntje hebben naar de VNG-commissie die hier ook voor aan tafel zit. We hebben ook via die weg juist ook veel geprobeerd invloed uit te oefenen. In die zin zijn wij als Dordrecht ook wel blij eigenlijk met wat er in de wet staat, namelijk dat als gemeente mag je straks kavels uit gaan geven aan warmtebedrijven. Wij zijn wel blij dat
1
het in publieke handen moet, want het is toch wel een belangrijke voorziening in je maatschappij dat mensen erop moeten kunnen vertrouwen dat dat warmtebedrijf wel functioneert naar maatstaven van de maatschappij en niet naar winsten of andere rendementen. Dat is eigenlijk ook gelijk een beetje het antwoord op uw vraag van, de onrust die nu ontstaat is met name bij al die private investeerders die die warmtebedrijven nu en die warmtenet aan het aanleggen zijn die dat inderdaad doen met investeringen waarop gewoon een rendement gedraaid moet worden. Met de nieuwe wetgeving moeten zij binnen zeven jaar wat ze hebben overdragen aan uiteindelijk een publiek warmtebedrijf. Dat kan ik me ook wel voorstellen, als je dan geïnvesteerd hebt, dat zeven jaar wel een beetje kort is. Blijkbaar hebben ze niet zo heel veel vertrouwen in het bedrag dat ze gaan krijgen van het publieke warmtebedrijf als dat het wordt overgenomen. Maar dat geldt niet voor onze HVC. HVC is al een overheidsonderneming, zoals dat zo mooi heet. In handen van gemeenten. Daarmee is het al een publiek warmtebedrijf. Voor de toekomst heeft dat geen invloed. Daarmee staat ook niet de investeringen die HVC al gedaan heeft of nog moet gaan doen onder druk wat betreft rendement en terugverdienmogelijkheden. Voor de situatie hier in Dordrecht en Drechtsteden zijn wij met deze wet vooralsnog content.
U vraagt ook, hoe gaat het met warmtenet? Inmiddels zijn er 7.000 aansluitingen in Dordrecht al gerealiseerd. We hebben met hen afgesproken richting ‘25 door te groeien naar de 10.000. Dat zal niet elk jaar netjes 1.000 zijn, maar in orde van grote willen we komende jaren 3.000 aansluitingen hebben en zo langzaamaan doorgroeien met hen richting 2040 om dan, waar het van toepassing is, de huizen en gebouwen op warmte te hebben aangesloten. Ik hoop dat ik u hiermee gerustgesteld heb. De voorzitter: Dan kijk ik maar even naar de heer Stam of dat zo is, of heeft u nog aanvullende vragen of bent u voldoende beantwoord zo? De heer Stam: Gerustgesteld is wat anders, maar voor nu wel voldoende antwoorden De voorzitter: Kijk ik nog even de zaal rond of iemand anders nog een vraag heeft. Niet? Dan gaan we door naar de tweede vraag en die komt van de heer Jan van Dam Timmers van het CDA. Die gaat over de nachtopvang van daklozen. Ook de vraag aan de heer Van Dam Timmers of hij zijn vraag kort wil toelichten. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. In de vorige raadsperiode is de eigen bijdrage van 5 euro per nacht in de nachtopvang en de 24-uursopvang van het Leger des Heils afgeschaft.
Als CDA-fractie hebben wij signalen dat het op dit moment spaak loopt en dat de doorstroming van mensen zonder dak boven het hoofd, mede door het gebrek aan die eigen bijdrage in de kostprijs niet zo lekker loopt. Hierdoor ontstaat er een situatie waarin doorstromen naar andere woonvormen financieel en misschien ook gevoelsmatig niet aantrekkelijk is. Niet doorstromen geeft capaciteitsproblemen, omdat er in de huidige tijd wel ook veel nieuwe mensen, ook jonge mensen, een beroep doen op de nachtopvang en 24-uursopvang. Daarom hebben we eigenlijk twee vragen. Herkent het college deze signalen dat het ontbreken van die eigen bijdrage problemen lijkt te geven bij de doorstroming? Zo ja of nee, wat gaat het college eraan doen om daar wel achter te komen of dit op te lossen? Is het college bereid om dit breder te onderzoeken en de gemeenteraad hierover te informeren?
2
De voorzitter: Dank u wel. Dit lijkt me een vraag in de portefeuille van de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Dat is correct, voorzitter. Evenals de analyse van de heer Van Dam. Wij herkennen dat signaal dat het afschaffen van de eigen bijdrage door de raad in 2021 ertoe geleid heeft, waar toen al wel wat zorgen over waren, toch tot een soort perverse prikkel. Je ziet een bepaalde ongelijkheid tussen de verschillende soorten opvang, omdat hier de eigen bijdrage is weggevallen. Dat maakt ook dat mensen zich daar ... Dat er toch een economische prikkel is om wat we toen hoopten dat dat niet zo was, maar dat toch wel zo blijkt te zijn, om zich dan toch aan te melden. Het vermindert inderdaad ook de doorstroom. Je ziet echt dat het effect heeft. Leger des Heils heeft daar ook de vinger bijgelegd. Die waren destijds ook al ... Hadden ook al negatief erop geadviseerd. We hebben toen wel met de gemeenteraad afgesproken dat we dat een kans zouden geven, maar dat we wel op termijn daarop terug zouden komen als het inderdaad dit effect zou hebben wat u zojuist in uw vraag beschrijft. Wat willen we daaraan doen? In het volgende kwartaal, de komende maanden zullen wij al met een voorstel uw kant op komen.
We willen daar graag met u een beeldvormende sessie over organiseren dat u beeld krijgt bij de problematiek en wat de effecten zijn van die eigen bijdrage, wat uiteindelijk ook zal moeten resulteren in een voorstel om die eigen bijdrage wellicht terug te laten keren. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken wat de effecten zijn van die bijdrage op netto inkomen en wat ook de prikkels zijn voor dakloze mensen om al dan niet bepaalde keuzes te maken om door te stromen. Dat zullen wij ook betrekken bij de informatie die wij vanuit het college u doen toekomen. Wij hopen ieder geval voor de zomer dat gesprek met het kunnen voeren en ook voor de zomer u een voorstel te doen kunnen toekomen waarin u een besluit neemt over de eigen bijdrage. De voorzitter: Ik ga eerst maar even terug naar de heer Van Dam. Dan kom ik zo bij u, mijnheer Portier. Is er voldoende beantwoord? De heer Van Dam Timmers: Ja, voorzitter, ik hoor een aantal toezeggingen. Dat is mooi. Ik hoop dat die ook genoteerd worden. De voorzitter: Dank u. Ik zag de heer Portier zijn hand opsteken. Aan u het woord. De heer Portier: Voorzitter, in vervolg of ter verduidelijking, het wordt nu inderdaad op de eigen bijdrage gegooid, zal ik maar zeggen, dat mensen niet doorstromen.
Is er niet ook een probleem dat mensen geen plek hebben om naar door te stromen? Ligt het inderdaad aan de eigen bijdrage? De extra toestromen die er is, is dat inderdaad van mensen die eerder gewoon dan maar buiten liepen, waarbij het eigenlijk positief zou zijn dat ze nu in ieder geval onder een dak slapen. Heeft de wethouder daar cijfers over? Is daar naar gekeken? De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, als de heer Portier stelt dat er meer redenen zijn waarom die doorstroming niet goed loopt, dan heeft de heer Portier daar volledig gelijk in. Ik spitste mijn antwoord toe echt op de vraag van de heer Van Dam Timmers. Je merkt dat de huidige inflatiecrisis, de wooncrisis, de asielcrisis en de GGZ-crisis, je kunt ze echt alle 4 noemen, allemaal een enorme uitwerking hebben op het opvangvraagstuk. We slagen er redelijk goed in toch op onderdelen om mensen nog te laten doorstromen. Ook op
3
korte termijn zullen we weer naar buiten treden met een voorziening waarbij mensen de volgende stap kunnen zetten. Alleen je merkt dat de druk op de daklozenopvang onverkort groot blijft. Dat kunnen we niet allemaal oplossen. We zien dat de eigen bijdrage daar ook een rol in speelt, maar we zullen zeker die andere factoren daar nadrukkelijk in meenemen. De toezegging mag genoteerd worden. Maar ik kan u ook zeggen dat in het programma dat voortkomt uit de visie van opvang naar wonen dat we dit ook al hebben vastgelegd dat we hier mee aan de slag wilden gaan voor de zomer. Daarin zal het ook worden meegenomen. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende beantwoord? De heer Portier: Voor mij is dat nu voldoende. De voorzitter: Goed. Wordt gevolgd, gezien alle toezeggingen. Dan zijn we daarmee gekomen aan het einde van het vragenhalfuur, wat geen halfuur is. Dank u wel. 2. Vaststellen integraal beleidsplan en verordening Sociaal Domein – Startnotitie Voorzitter: De heer Struijk Commissiegriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Boersma (CU/SGP) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Portier (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Mevr.
Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop Ambtelijke ondersteuning: mevr. Verkade Gastsprekers: mevr. Zebel-Aantjes, mevr. Faneyte, mevr. Siebelt, mevr. Van der Waal, mevrouw De Kruijff, Mevrouw Spruit. De voorzitter: Ik ga ze niet apart noemen. Klopt. Er zat hier een gongetje. Beste mensen, volgens mij is het half acht. Wij zijn hier vanavond bijeen in verband met een raadsvoorstel Vaststellen integraal beleidsplan en verordening Sociaal Domein. Deze
4
avond hebben we een rondetafelgesprek. Het is beeldvormend. Ik heet hartelijk welkom wethouder Van Benschop namens het college. Dan hebben we mevrouw Dorrit Verkade. We hebben zes gasten aan de tafel, twee keer drie. Nu zitten er drie mensen naast mij. Dat zijn Vanessa Zebel-Aantjes, Giselle Faneyte en mevrouw Lian Siebelt. Straks bij het tweede rondetafelgesprek krijgen we mevrouw Jessica van der Waal, mevrouw Angelique de Kruijff en mevrouw Femke Spruit. Die zullen zich vast en zeker dan nog wel apart voor gaan stellen. Dat lijkt me makkelijk beter om het straks te doen dan nu. De dames naast mij wie wie is, dat zult u zo meteen horen als we het voorstellingsrondje doen. Welkom de mensen die op de tribune zitten. Ook van de Wmo-raad heb ik gehoord dat er mensen aanwezig zijn. Welkom aan de kijkers thuis. Volgens mij heb ik dan iedereen wel gehad, want de pers zie ik op dit moment niet, maar mocht die nog binnenkomen dan is die ook hartelijk welkom natuurlijk. We gaan eerst maar het voorstellingsrondje doen. Ik ga van links naar rechts. Voor degene die dan aan het eind aan de beurt zijn, het is dan de bedoeling dat u even het knopje van uw microfoon indrukt en uw naam noemt. Dan zien ook de mensen thuis wie u bent. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. Mevrouw Verkade: Dorrit Verkade, ambtelijke ondersteuning.
Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks.
5
De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. Mevrouw Siebelt: Lian Siebelt, netwerkregisseur Kansrijke Start, als gast. Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik ben Vanessa Zebel, jeugdprofessional bij het Sociaal Wijkteam van Dordt Sociaal. Mevrouw Faneyte: Giselle Faneyte van het jongerenwerk R-Newt, ook aangesloten bij het Sociaal Wijkteam. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik mag vanavond voorzitter zijn. Korte toelichting op de reden van deze vergadering die volgt op de technische briefing die vorige week geweest is over de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dit rondetafelgesprek dat is bedoeld om met de maatschappelijke partners in gesprek te gaan over de resultaten van de evaluaties en de inhoudelijke uitgangspunten van de startnotitie. We krijgen 2 gesprekken die elk 45 minuten mogen duren. Tijdens die gesprekken mag u gerust vragen stellen. U heeft allemaal gezien bij de stukken de factsheets over de drie betrokken wetten: de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ook van de Wmo en jeugd is er een schriftelijk stuk geweest waar u kennis van hebt kunnen nemen. Ik ga nu als eerste het woord geven aan mevrouw Dorrit Verkade, die zal u bekend zijn, want die was vorige week ook aan tafel. Die gaat een korte aftrap geven en eventjes beschrijven hoe het verder gaat deze avond.
Misschien ook nog een toelichting geven op de startnotitie. Mevrouw Verkade. Mevrouw Verkade: Dank je wel, voorzitter. We zitten hier naar aanleiding van de evaluatie die we hebben gedaan, ambtelijk maar ook gesprekken met de partners gehad in de stad. Zijn twee bijeenkomsten geweest in het Onderwijsmuseum in oktober 2022 en naar aanleiding van de startnotitie die voorligt met uitgangspunten. We zijn in opmars naar een integraal beleidsplan. We moeten daarvoor keuzes maken. Aan de hand van dat beleidsplan en die keuzes zullen we uiteindelijk vervolgens de technische dingen vastleggen in de verordening, de integrale verordening. De scoop waar we hiervoor aan tafel zitten is behoorlijk groot, drie wetten. U heeft drie factsheets gekregen. De participatie van de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet. Dat zijn de drie wetten waar wij verantwoordelijk voor zijn als gemeente, in het Sociaal Domein. Maar elke wet heeft zo zijn eigen kaders en die zitten elkaar soms weleens in de weg. Past niet helemaal. Wat we met dit beleidsplan ook beogen, is dat dat wat meer integraler met elkaar samen mag werken. Daar gaan we het vandaag ook over hebben. Het streven van deze wet is wel ... We kunnen ook wel zeggen dat er overlap in zit. Het gaat echt om kansengelijkheid, mensen zelfstandig mee laten doen aan de samenleving en ondersteuning bieden als dat echt niet lukt.
Het gaat niet alleen over dat strakke wettelijke kader, het gaat ook echt over het rijke voorveld. Daar hebben we het ook twee weken geleden over gehad, want vorige week was ik op vakantie. Toen zaten we hier niet. Het was een weekje ervoor. Maar het gaat ook over het rijke voorveld in Dordrecht, met al die actieve inwoners. Het gaat over mantelzorgers, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen. Het bestrijkt echt een heel groot gebied. Daarnaast gaat het ook over hele belangrijke keuzes die gemaakt moeten worden, want het gaat steeds meer
6
knellen in het Sociaal Domein op financieel gebied, maar ook wat betreft het personeel. Daar hebben het ook over gehad in het kader van de Wmo, maar dat geldt gewoon over de drie wetten totaal zeker. Ik zal nu snel toch even de uitgangspunten van de startnotitie nog kort toelichten. Misschien handig voor degene die het niet meer heel erg op zijn netvlies heeft staan, maar ook voor de professionals aan tafel dat het weer even fris voor ogen is. De eerste is bestaanszekerheid vormt de basis. Dat komt ook omdat in Dordrecht hebben we best wel grote problematiek op het gebied van armoede en schulden. Doen we ook heel veel voor en dat willen we ook voor het komende beleidsplan als basis nemen. Het is essentieel bestaanszekerheid om te kunnen bijdragen, te ontwikkelen en in verbinding te staan met anderen. Dan gaat het voldoende inkomen, een woning en je toegang tot zorg. Een ander uitgangspunt is normaliseren, want we hebben allemaal te maken met tegenslag, met verdriet en dat verbindt ons ook met elkaar. Niet alles hoeven we te problematiseren of te etiketteren. Er zit een glijdende schaal in en daar mogen we het met elkaar ook al hier over hebben. We hoeven niet overal een individuele maatwerkvoorziening voor toe te passen, maar waar doen we dat wel, waar doen we dat niet? De volgende is meer inzet op preventie en sociale cohesie.
Dan is het ook echt belangrijk om te kijken, wat is typisch Dordts, wat ik net al zei, wat is de problematiek in deze stad en hoe gaan we onze preventie richten? Sociale cohesie, want we hebben eenmaal een heel rijk voorveld met rijk ... Veel vrijwilligers, veel initiatieven in de stad. Dat we extra willen inzetten op laagdrempelige ontmoeting, ontmoetingsplekken, mensen elkaar daar kunnen vinden, want dat is de basis van elkaar helpen. Tot slot, passen en betaalbare hulp met een integrale blik. Want hoe kunnen we nog beter het perspectief van de Dordtenaar voorop zetten met een zorgvraag en de regie en de financiële vraagstukken daaraan ondersteunend laten zijn, in plaats van de schotten voorop. Dat we dat leidend kunnen laten zijn, het perspectief van de bewoner. Dat even kort over de uitgangspunten. De keuze voor de genodigden aan tafel, misschien is dat ook wel goed om te zeggen. Dit zijn echt professionals met kennis van Dordrecht en de inwoners. Ze zijn direct betrokken bij de uitvoering, direct contact met inwoners. Ze ervaren letterlijk wat werkt en wat niet werkt. Daar kunt u ze op bevragen. Hen kun je vragen naar dat snijvlak van die wetten waar ze tegenaan lopen en naar die genoemde uitgangspunten: bestaanszekerheid, normalisering, preventie en sociale cohesie en passende hulp met een integrale blik. Dat even in een sneltreinvaart. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verkade. Inderdaad, het was twee weken geleden, niet één week. Ik heb ook van een week vakantie genoten, alleen vakantie vergeet je altijd weer snel. Zo lijkt het wel een beetje. Dan gaan we nu naar de professionals. We zijn natuurlijk heel benieuwd wat zij eigenlijk vinden van deze startnotitie, wat ze als knelpunten misschien ervaren daarin. Het eerste gesprek zal gaan over kinderen, over gezin, over jongeren en over jongvolwassenen. Ik weet niet of jullie zelf een bepaalde volgorde in gedachten hadden, maar in ieder geval is het de bedoeling dat jullie alle drie eventjes, voorstellen hoeft niet meer, want dat is al gebeurd, al mag je best nog een keer je naam noemen, maar gewoon uit de praktijk kom maar eens eventjes met wat verhalen. Gelijk maar even de vraag, u vindt het vast niet erg als tussendoor een vraag gesteld wordt, het verheldering. Geen probleem. Mag ik met u beginnen? Prima. Dan ga ik het woord geven aan mijn buurvrouw. Die gaat haar kennis met ons delen. Luister goed.
7
Mevrouw Faneyte: Ik zal het meteen weer opnieuw vertellen. Mijn naar is Giselle Faneyte. Ik ben jongerenwerker in Dordt-West. Wat ik voornamelijk ... Wat de kenmerken zijn van knelpunten? Wat we hebben gemerkt is eigenlijk wat de nasleep heeft gehad van corona. We zien dat er heel veel isolement is geweest op het gebied van cohesies in de wijken. Jongeren komen niet echt mee samen. Als straatwerker ben ik voornamelijk ook vaak op straat. Ik spreek jongeren aan. Is meer vraaggericht en niet echt aanbodgericht. Dan ga je ook met jongeren aan de slag om te gaan kijken waar zij behoefte aan hebben en ook ondersteuning aanbieden. Kijken waar de kansen voor hun zijn, waar we hun in kunnen motiveren. Dat er vaak wel ... Wat ik als jongerenwerker heb gemerkt, is dat de motivatie na de nasleep van corona wel heel erg laag lag en dat wel ... Hoe zal ik het zeggen? Het heeft ervoor gezorgd dat de samenhorigheid een beetje is verdwenen uit de wijken en dat wij daar toch wel als jongerenwerk heel erg op kunnen inspelen. Dat was voor mij toch wel ... Dingen die wij hebben geobserveerd. Daarnaast doen we ook gewoon hartstikke hard ons best om de jongeren toch wel een hart onder de riem te steken om daar op zelfontplooiing in te werken, te ondersteunen en dat zij uiteindelijk wel gewoon zelf rolmodellen kunnen worden voor die wat jongere kinderen in de wijk.
Dat we daarop gaan hameren of inwerken. De voorzitter: Mijnheer Van Dam, u heeft een vraag. Daarna mijnheer Portier. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik heb een verhelderende vraag. U heeft het ... Dank voor uw verhaal. U heeft het over jongeren en dat u op straat bezig bent en dat u zegt van de saamhorigheid lijkt verdwenen. Er wordt heel vaak heel algemeen over jongeren gesproken. Maar er zijn natuurlijk ook jongeren waar het wel goed mee gaat. Hoe zijn die verhoudingen een beetje ten opzichte van elkaar? Want het is voor mij moeilijk om daar een beeld van te vormen. De voorzitter: Mevrouw Faneyte, u mag antwoorden. Mevrouw Faneyte: We hebben bijvoorbeeld projecten als het Matti-systeem. Dan gaan we eigenlijk met jongeren waar het heel goed gaat, proberen we die te combineren met jongeren waarvan het minder gaat om die bij elkaar te brengen. Dat jongeren eigenlijk ... Ze zitten eigenlijk in elkaars leefwereld. Ze kunnen elkaar ook beter begrijpen. Om die samen bij elkaar te brengen met bepaalde projecten proberen we ervoor te zorgen dat zij dat eigenlijk met elkaar samen gaan oppakken. De voorzitter: Mijnheer Van Dam, voldoende dit antwoord? De heer Van Dam Timmers: Toch niet helemaal. Ik bedoel, ik ben zelf niet heel oud. Ik heb nooit met jongerenwerk in die zin te maken gehad. Ik ging gewoon naar de sportvereniging toe bijvoorbeeld.
Geldt dat ook voor deze jongeren of zitten deze jongeren daar helemaal niet in die wereld? Mevrouw Faneyte: Nog een keer? De heer Van Dam Timmers: Wat ik bedoel te zeggen, u staat natuurlijk op straat, maar ik was gewoon benieuwd van, waar komen deze jongeren terecht? Komen die bijvoorbeeld dan bij een sportvereniging terecht, waarbij ze anderen weer ontmoeten? Want u heeft
8
het bijvoorbeeld over eenzaamheid. Dan heb je natuurlijk jongerenwerk, maar er is natuurlijk nog veel meer in onze stad. Ik was een beetje benieuwd, hoe loopt dat dan ... Mevrouw Faneyte: Hoe we ze bij elkaar verbinden? De heer Van Dam Timmers: Ja, hoe hangt het samen of niet samen misschien? Mevrouw Faneyte: Het is namelijk straatwerk. We gaan ook langs het Leerpark hier in Dordrecht. We proberen dan eigenlijk in contact te komen met jongeren door ook al activiteiten te organiseren waar jongeren op afkomen. Het zijn ook jongeren die bijvoorbeeld bij een vereniging zitten, die het ook gewoon leuk vinden om bij ons activiteiten bij te wonen. Door met dit soort jongeren in gesprek te gaan, die eigenlijk gewoon wat meer perspectief hebben, ook aan hun vraag van, hoe zou jij het vinden om als rolmodel te kunnen fungeren binnen jouw wijk? Op het momoment als je dat gesprek met hun aangaat, denken zo van, is goed, leuk. Ik vind het leuk om eigenlijk als rolmodel te kunnen staan. De meeste van de jongeren kennen elkaar ook allemaal. Zo ontstaat er eigenlijk een projectje. Bijvoorbeeld, ik ben ook Next Up-coach. Dan gaan we eigenlijk met dit soort jongeren aan de slag. Dan krijgen ze een budget vanuit Next Up. Dan kunnen ze zelf een projectje opzetten. Vanuit dat projectje gaan ze zelf aan de slag, zelfontplooiing en ze kunnen het eigenlijk gewoon voortzetten.
Worden voetbaltoernooien georganiseerd, worden game nights georganiseerd, waarvan je toch ziet dat jongeren uit alle maten van de maatschappijen toch wel bij elkaar komen, maar elkaar toch wel kunnen ondersteunen hierin. De voorzitter: Mijnheer Portier, ik heb u gezien, maar mevrouw Schnabel heeft misschien een aanvullende vraag hierop? Niet. Dan mag mijnheer Portier eerst. De heer Portier: Mevrouw, ik heb twee vragen. Eentje is van, als u de jongeren bij elkaar wilt brengen, zijn er voldoende plekken waar dat kan? Op wat voor plaatsen doet u dat? Tijdens de coronatijd heb ik ook wel jongeren gezien die gewoon onder de brug over het Wantij zaten, want ze mochten tijdens een lockdown nergens anders heen. Maar waar brengt u ze nu bij elkaar? Het tweede is, u zegt ook van, jongeren hebben vaak geen motivatie meer. Waar blijkt dat uit? Wat zeggen ze dan waarom ze geen motivatie hebben? Hoe slaagt u er dan in om dat weer te verbeteren? De voorzitter: Waar brengt u die jongeren bij elkaar en hoe krijg je ze gemotiveerd? Waar blijkt uit dat die motivatie ontbreekt? Mevrouw Faneyte: Ik zal op uw eerste vraag antwoord geven. Waar brengen we de jongeren bij elkaar? We zijn ook heel veel in samenwerking met scholen, zoals R-Newt at school. Dat is eigenlijk dat wij met de scholen samenwerken.
Dat scholen ons een lokaal aanbieden waar wij eigenlijk met bepaalde projecten aan de slag kunnen met jongeren. Op het moment dat jongeren dan ook op school een naschooltijdse activiteit kunnen ervaren, zijn ze ook sneller geneigd om daarop aan te sluiten. Wijkcentra, bibliotheek biedt ook gewoon een warme plek aan. Eigenlijk door heel Dordt proberen wij deze jongeren bij elkaar te brengen.
9
De voorzitter: De tweede vraag ging over de motivatie waar dat uit blijkt dat ze die niet hebben. Mevrouw Faneyte: Dat merk ik heel erg als je bijvoorbeeld kijkt naar leerlingen uit groep acht, als voorbeeld te nemen. Op het moment dat zij eigenlijk de transitie moesten maken van groep acht naar het eerste jaar, kwamen ze eigenlijk niet in contact met leeftijdgenoten. Ze hebben ongeveer twee jaar thuisgezeten. Nadat ze twee jaar thuis hebben gezeten, waren ze eigenlijk al zo gewend om in een digitale wereld te leven dat bij elkaar komen eigenlijk niet echt zeer vanzelfsprekend was. Maar je merkte ook gewoon dat ze niet echt weten welke kant ze op moesten. Vandaar dat ik echt wel merkte dat de motivatie er niet was. Maar nu dat wij eigenlijk met activiteiten met vraaggericht bezig zijn met die jongeren van, wat wil jij eigenlijk doen, wat wil jij bereiken, waar wil jij naartoe, wat lijkt jou leuk om te doen, fat je ze in principe wel gewoon zou kunnen motiveren hierin. De voorzitter: Genoeg, mijnheer Portier? De heer Portier: Voor nu even genoeg. De voorzitter: Dank je wel. Je had wel een vraag, mevrouw Schnabel? Dan mag u die stellen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dank u wel ook voor uw verhaal. Ik vroeg me af, u geeft aan dat u veel eenzaamheid tegenkomt.
Zijn er ook nog specifieke andere problematieken die u op straat tegenkomt? De voorzitter: Andere problematieken dan eenzaamheid? Mevrouw Faneyte: Ja, zeer zeker. Volgens mij gaf de heer Portier dat net aan dat je zag dat tijdens de corona jongeren heel erg op straat ging hangen, onder de brug, in het park. De problematieken die daarin zijn ontstaan is eigenlijk drugsgebruik onder de jongeren. Was toen destijds zeer toegenomen. Ook het handelen in vape pennen, snus, wat enorm populair werd bij jongeren. Dat we dat nu wel echt een beetje in het vizier hebben van waar dat vandaan komt en wie, wat, hoe laat en wanneer? Als jongerenwerker ben je ... Ik ben preventief aanwezig op straat. Dan probeer je wel altijd het gesprek met hun aan te gaan van, hoe kom je hieraan of hoe kom je aan een vape pen? Zijn je ouders hiervan op de hoogte? Dat je ook gewoon ... We proberen als jongerenwerkers ook gewoon bij ouders over de vloer te komen om daar ook wel te kunnen kijken. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, was dat voldoende? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Nog een kleine aanvulling. Hoe gaat het dan in zijn werk als jullie bijvoorbeeld achter complexe problemen komen? Is het dan bijvoorbeeld makkelijker om met het ... Hoe schakelen jullie dan? Mevrouw Faneyte: Nog een keer?
10
Mevrouw Schnabel: Als jullie bijvoorbeeld in contact met de jongeren achter complexe hulpvragen komen, hoe schakelen jullie dan met zorgorganisaties? Mevrouw Faneyte: Op het moment dat wij een gesprek aangaan met de jongeren, gaan we al kijken van, kunnen wij de jongeren laagdrempelig begeleiden? Op het moment dat wij zien van, dit is iets wat bij een netwerkpartner ondergebracht zou moeten worden, zijn wij ook degene die met ouders en met jongeren een gesprek proberen aan te gaan van, dit moet ik eigenlijk uitzetten bij een andere netwerkpartner, bijvoorbeeld bij Veilig Thuis of bij het wijkteam. We proberen wel altijd gewoon met onze netwerkpartners te kunnen schakelen, zodat we de jongeren en ouders daar zo goed mogelijk bij kunnen ondersteunen. De voorzitter: Voldoende? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. U gaf net aan, corona is eigenlijk wel een trendbreuk geweest bij veel jongeren. Gelukkig zitten we in een jaar nu alweer dat het redelijk normaal gaat voor de jongeren. Wat is vanuit uw kennis en ervaring ...
Wat zou u aanbevelen? Denkt u, met onze gewone, huidige aanpak die we altijd al gedaan hebben dan komt dat vanzelf wel weer op het juiste niveau? Of bent u van mening dat we de komende twee, drie jaar echt extra aandacht vanwege die trend, vanwege die coronalittekens moeten geven? Hoe zou u dat doen? De voorzitter: Hoelang nog aandacht voor naweeën van corona? Mevrouw Faneyte: Ik denk, als ik vanuit mezelf zou kunnen kijken en hoe ik dat met jongeren ervaar, ik heb de vraag toevallig ook vandaag digitaal uitgezet. Is wel fijn dat u dat vraagt. Ik heb vandaag digitaal aan jongeren gevraagd van, wat ervaren jullie eigenlijk nu, wat is de nasleep voor jullie geweest en hoe gaan jullie ermee om? Wat is de vraag voor jullie, wat zouden jullie heel graag terug willen zien in Dordrecht? Je hebt natuurlijk wijkcentra waar voornamelijk veel ouderen op afgaan, maar in diezelfde wijkcentra zie je niet echt dat het bijvoorbeeld een talentencentrum is waar jongeren bijeen kunnen komen, ondersteuning kunnen krijgen en eigenlijk ontwikkeld kunnen worden. Als ik zou zeggen van, wat zou er voor deze jongeren nodig zijn, dan zou het voor mij, uit mijn perspectief, zou zijn een vaste plek waar jongeren naartoe kunnen, waar ze eigenlijk ondersteuning in zouden kunnen krijgen en zeker op het gebied van talentontwikkeling.
De voorzitter: Mevrouw Boom, helder? Mevrouw Boom-Vos: Het is altijd moeilijk, maar dank u wel voor uw antwoord. Het moet even bezinken. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel. Ik zit de hele tijd te denken, terwijl u het hebt over de jongeren waar u dingen voor wil doen ... Dan denk ik van, een heleboel dingen die u zegt gelden ook voor ouderen. Is er weleens over gedacht of wordt erover gedacht om wat dat betreft ouderen en jongeren bij elkaar te brengen en bijvoorbeeld projecten te
11
hebben waarbij jongeren dingen kunnen leren van ouderen, ook gewoon praktische dingen. Is daar iets mee of zit het in de pen om dat eens te gaan doen, of is het iets waar helemaal niet aan gedacht wordt? Omdat een heleboel van de problematiek die ik over jongeren hoor, die hoor ik ook van ouderen heel veel. Ik denk, dat zou een mooie oplossing kunnen zijn voor een aantal zaken als je ze bij elkaar brengt. Wordt daar weleens over gedacht? De voorzitter: Dank u wel. De vraag is denk ik helder. Jongeren en ouderen bij elkaar brengen, omdat ze wat heel veel dingen betreft hetzelfde probleem hebben. Mevrouw Faneyte: Daar wordt zeer zeker aan gedacht. Zeker als een project zoals next Up. Ik ben zelf een Next Up-coach. Dat betekent dat ze eigenlijk een project gaan neerzetten voor een ander. Dat doen ze eigenlijk door bij elkaar te komen. Daar werken ze tachtig uur aan. Door tachtig uur eraan te werken kunnen ze iets voor een ander doen. Wat doen de jongeren dan? Ze zijn nu bezig met een project waarvan jongeren eigenlijk met zijn allen pannenkoeken gaan bakken in het bejaardenhuis, voor de ouderen. Ze gaan bijvoorbeeld ook gewoon een bingoavond houden, georganiseerd door jongeren. Ze doen in principe best wel dingen die gericht zijn op ouderen, maar ook om die ouderen en de jongeren bij elkaar te kunnen brengen.
De voorzitter: Mevrouw Jager, dat was niet helemaal wat u bedoelde, zo te zien. Mevrouw Jager: Dat is precies niet wat ik bedoel. Mevrouw Faneyte: Excuses. Mevrouw Jager: Ik bedoel eigenlijk meer van, bij wijze van spreken, ik zeg het even heel simplistisch, dat is ook niet precies wat ik bedoel en zo het zou moeten zijn, aar ouderen die goed vogelhuisjes kunnen timmeren die dat aan jongeren leren. Zo simpel. Iets wat ouderen goed kunnen, wat iemand in zijn beroep gedaan heeft of hobby gedaan heeft die dat aan jongeren kan leren, zodat die praktische vaardigheden op kunnen pakken die is van een oudere leren. Want dat is voor die ouderen ook erg prettig om jongeren wat te kunnen leren. Niet alleen om pannenkoeken gebakken te krijgen, maar ook om gewoon echt dingen waar ze wat aan kunnen hebben te leren, over machines en weet ik veel, allerlei dingen. Dat is meer wat ik bedoelde. Niet alleen maar van ... Er zijn een heleboel oudere mensen die heel veel in hun mars hebben en die dat nergens kwijt kunnen. Dat zou misschien wel leuk zijn om dat bij elkaar te brengen. De voorzitter: Kunt u kort zeggen of dat van toegevoegde waarde zou zijn voor jongeren? Mevrouw Faneyte: Ik snap uw vraag, maar dan zou het ook wel moeten zij van, is het aan de jongeren van nu, de gen Z, dat zij daar behoefte aan hebben. Want die jongeren zitten best wel ... Het is een hele andere generatie.
Die zijn echt bezig met digitaliseren. Die leven eigenlijk best wel in een digitale wereld. Om die dan samen te gaan brengen met ouderen, ik vind het een heel prima idee vanuit mezelf, maar de vraag is nog steeds, hebben de jongeren daar ook gewoon behoefte aan? Ouderen, ik snap dat zij daar ook wel behoefte aan hebben. Maar om die twee bij elkaar te kunnen brengen, het lijkt me best wel een moeilijke klus. Het zou wel een vraagstuk kunnen zijn dat we bij de
12
jongeren zouden neerleggen van, zou je dat willen doen? En waar gaan we die ouderen vinden die daarin geïnteresseerd zijn om dat te kunnen doen? De voorzitter: Mevrouw Jager, in ieder geval aan de tweede tafel straks dan komen ook mensen die met ouderen te maken hebben. Misschien dat daar de vraag beantwoord wordt. Maar u mag nog ... Ik stel voor dat dat dan de laatste vraag is, want dan gaan we naar de tweede spreker. Mevrouw Jager: Een kleine laatste opmerking. Je hoort heel vaak dat ouderen digitaal niet vaardig zijn. Dan denk ik van, dat is precies iets wat de jongeren ze mee zouden kunnen helpen. De voorzitter: De wisselwerking, de ouderen leren de jongeren vogelhuisjes maken en als compensatie ... Mevrouw Faneyte: Dat zou inderdaad als compensatie zo wel kunnen zijn. Dan zouden we wel moeten kijken in welke hoeken zouden we moeten kijken, met wat voor ouderen zouden we kunnen werken? Mevrouw Zebel-Aantjes: Zou ik daarop mogen reageren?
De voorzitter: Ja, u mag reageren. Misschien is het gelijk een goed idee dat u de rol van mevrouw Faneyte over gaat nemen, want we hebben ongeveer een kwartiertje gehad en als jullie elk een kwartier, dan zijn we precies drie kwartier bezig. Ga uw gang, mevrouw Zebel. Mevrouw Zebel-Aantjes: Als ik mag reageren op het stukje ouderen en jongeren, vanuit onwijs wordt het namelijk wel gedaan. Jongeren die op speciaal basisonderwijs bijvoorbeeld zitten of op een niveau één of een entree, die worden gekoppeld aan een stageplek, een leerplek. Toevallig hier in Dordrecht heb je de bierbrouwerij, wordt gerund door oudere vrijwilligers die met pensioen zijn en die willen jongeren die op wat manier ook vastlopen, in de knel zitten of gewoon niet verder kunnen in het stukje onderwijs naar werk helpen ze daarbij. Dat geven ze ... Hoe kom je op tijd je bed uit om naar je werk te gaan? Hoe plan je? Sociale vaardigheden, hoe vraag je iets als je iets niets begrijpt of iets ... Dat wordt eigenlijk allemaal via die kant ook geleerd. Dat is dan via het onderwijs. Weldegelijk wordt dat gedaan. Alleen is niet alleen vanuit een andere hoek, het onderwijsstuk is dat. Mevrouw Jager: Dat is wel wat ik bedoel. De voorzitter: Dan is uw vraag toch beantwoord, mevrouw Jager. Mevrouw Zebel, dan kunt u verder gaan met uw verhaal. Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik ben verbonden aan het Sociaal Wijkteam Centrum.
Dat is een wijkteam van 0 tot 100. Ik doe het stukje ... De jeugd eigenlijk van min 9 tot 18-plus, eigenlijk 18. Wat ik doe, bij ons komt een breed scala aan hulpvragen, kan laagdrempelig zijn, heel makkelijk, maar ook heel ingewikkeld. Waarbij ik met name
13
denk ik tegenaan loop, als je over de knelpunten hebt, is als ik bijvoorbeeld de 18minners neem, die 18 gaan worden en er moet ... Er loopt hulp. Het gaat op zich redelijk goed met die hulp of niet, maar eigenlijk zou er vanuit onze kant nog iets langer in nodig zijn, dan kan dat vaak niet, omdat ze de 18 jaar hebben bereikt. Hebben we wel ... Bij ons komt dan wel de Wmo ... De sociale dienst kunnen we dan ook invliegen gelukkig, maar soms dekt dat niet altijd de lading en heeft soms een jeugdige gewoon veel meer nog nodig dan het op dat moment kan gaan krijgen. Dan kunnen wij wel jeugd doen met een half jaar verlengen, maar dan is 18,5 en dan moet je loslaten. Soms is een achttienjarige niet ... Voor de wet is hij volwassen, maar misschien sociaal-emotioneel gezien nog helemaal niet. Dat vinden wij wel een lastige, want dan moet je gewoon gaan afsluiten wat je eigenlijk helemaal niet wil. Bij de ene kant wel, bij de ander niet. Wat wij ook wel zien, is meer een tendens. Ik werk hier nu drie jaar binnen Dordrecht. In coronatijd ging het eigenlijk op zich wel redelijk, maar daarna kregen wij te maken met heel veel jeugdigen met een depressie. Wat zich uit in bijvoorbeeld anorexia, boulimia, eetstoornissen, war gewoon echt heel moeilijk te behandelen is. Wat ook best wel lastig is om de juiste hulp daarvoor te regelen.
Daarna zijn wij ook jongeren waar het thuis misschien al niet zo'n hele warm thuis hebben, die dan ook naar buiten gaan daar hun vrienden ontmoeten, erkenning krijgen en daardoor met verkeerde kinderen omgaan, mensen ontmoeten, onderwijs niet goed loopt. Die daarin vast kwamen te zitten. Het wijkteam is dan ... Als ze bij ons dan gaan komen met een hulpvraag dan de zorg te regelen, te kijken wat is er nodig en hoe gaan we dat organiseren? Waar wij tegenaan lopen zijn lange wachtlijsten. Een voorbeeld, voordat ik op vakantie ... Ik heb een week vakantie gehad voordat ik ... Een jeugdige die bij ons kwam, zou ik een vraagverheldering krijgen. Die zouden wij met ouders en met de jeugdige gaan kijken, wat is er met hem aan de hand? Wat is er nodig? Toen kreeg ik eigenlijk een noodoproep van, mijn dochter moet opgenomen worden, want die is verslaafd en die moet een detox krijgen. Maar Rotterdam wil haar niet opnemen, want de financiën zijn niet geregeld. Dan krijg je een echte noodkreet van zo’n moeder van, hoe kan het dat de financiën niet ... Mijn kind heeft hulp nodig. Daarvan hebben wij gelukkig wel kunnen regelen van, dat meisje zat bij De Hoop ... Dat we dat wel hebben kunnen regelen dat ze daar terecht kan. Want het plaatsje was ... Want als dat geld niet geregeld wordt, kon zij ook gewoon echt daar niet komen in Rotterdam. Dat is ook niet gelukt.
Maar wij hebben wel met elkaar kunnen overleggen met De Hoop van dat ze daar kon gaan blijven. Hoop is ook natuurlijk voor verslaving. Dat is voor ons wel het meest lastige. Soms moeten je financiën geregeld zijn en dan pas kan je wat doen. Dat is voor ons altijd wel een spanningsveld. Daarbij zijn er genoeg andere zorgaanbieders, maar er zijn ... Ze kon bijvoorbeeld naar Yes, We Can, maar dat is twintig weken wachttijd. Die heb je niet, twintig weken, als het echt heel crisis is. Dat zijn voor ons denk ik wel de meeste knelpunten. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor heel veel knelpunten, heel concreet. Ik zit me gewoon even af te vragen, als we nu zo'n nieuw plan krijgen, u heeft dat denk ik ook doorgenomen, worden de wachtlijsten dan korter, worden jongeren die 18 worden nu wel geholpen? Of worden ze niet in de steek gelaten? Dat is een beter
14
woord. Moet de financiën nu niet meer eerst geregeld zijn? Valt het allemaal weg nu of wat is uw gedachte erover? Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik denk dat we ... De voorzitter: U heeft de vragen op een rijtje, denkt u? Het waren drie vragen, volgens mij. Mevrouw Zebel-Aantjes: Wij zeggen altijd financiën heb je altijd, maar het gaat ook gewoon denk ik om hoe je dingen organiseert. Wij coördineren ook heel veel en gaan altijd kijken met elkaar, we hebben we bijvoorbeeld heel veel kennis in huis en we hebben ook een expertiseteam bijvoorbeeld, als je een knelpunt hebt, dan ga je met hun in overleg, wat zou de beste route kunnen zijn? We werken ook met de Wmo van, een jeugdige wordt 18-plus, dan moet je eigenlijk al op tijd bij zo'n ... Wil je het vervolg ... Dan kan je ook snel met Wmo, met sociale dienst schakelen van, wat is er nodig? Snelle samenwerking of sneller de mensen betrekken die er nodig zijn, dat is denk ik heel erg belangrijk en dat gebeurt ook. Met R-Newt hebben wij bijvoorbeeld ook een samenwerking. Wij hebben hier een tijdje in de coronatijd de jeugdigen die hier in het park overlast ... Dan ga je met elkaar samenwerken, ook met de gemeente. Je hebt natuurlijk altijd een wachtlijst, maar ik weet niet of geld alles oplost, maar misschien betere ... Dat je met elkaar gaat samenwerken.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar draagt dit nieuwe plan bij aan de oplossingen die gezocht worden? Mevrouw Zebel-Aantjes: Ja, dat denk ik wel. De voorzitter: Genoeg? Dan heb ik mijnheer De Heer gezien en mevrouw Schnabel en daarna volgens mij mijnheer Burakçin. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Dank u wel ook voor de uitleg. Een beetje aanvullend op wat mevrouw Van Vugt ook vroeg, dragen inderdaad de uitgangspunt bij aan de knelpunten die u op dit moment of tot de oplossing van de knelpunten die u nu ervaart? Vooral die eerste, dat eerste knelpunt, een jongere wordt bijna 18 en dan moet er opeens afgebouwd worden of er moet gestopt worden. Is natuurlijk heel ingewikkeld, kan ik me voorstellen. U noemt ook, het kan een halfjaar worden verlengd. Maar goed, dan is dat halfjaar op een gegeven moment toch ook over en dan? Ik vraag me dan even af concreet, hoe ziet u dat voor zich? Als alles mogelijk was, wat zou dan uw ideale situatie daarin zijn? Want je kunt het natuurlijk niet eeuwig blijven oprekken. Mevrouw Zebel-Aantjes: Ten eerste moet je eigenlijk heel streng zijn. Op het moment dat een jeugdige 18 wordt, moet je eigenlijk wel van tevoren, dat staat ook in de notitie dat je met 16 jaar eigenlijk al een plan moet hebben van, wat als je 18 wordt? Daarbij zou ik persoonlijk, daar heb je ook petities voor, dat je gewoon de leeftijd op kan schroeven, als het nodig is.
Dat zou in mijn ogen wel mooi zijn dat je wat meer daarin vrijheid hebt. Niet iedereen ... Niet elke achttienjarige ... Niet iedereen heeft dat nodig, maar soms zijn er echt wel uitzonderingen waarvan je dan denkt, hier zou ik toch echt wel iets langer in willen zitten.
15
De voorzitter: Mijnheer De Heer, nog een vervolgvraag? De heer De Heer: Ja. Voorzitter, korte vervolgvraag. Hoever zouden we dat moeten kunnen oprekken? Is dat dan tot 19, 20, 21? Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik zit aan 23 te denken. De heer De Heer: 23? Mevrouw Zebel-Aantjes: Ja. De heer De Heer: Heel concreet. Helder. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel. Ik vroeg me af, in hoeverre ... Hoe groot zijn eigenlijk de administratieve lasten die u ervaart? Mevrouw Zebel-Aantjes: Hoog. Voor elke nieuwe aanmelding ... Hoe moet ik het uitleggen? Voor elke nieuwe aanmelding die we bijvoorbeeld bij een zorgaanbieder doen, dat kan van alles zijn, hebben we altijd weer een evaluatieverslag nodig. Moet je altijd weer typen. Je moet altijd weer een beschikking afgeven. Dat houdt in dat je toestemming voor die financiën moet geven. Dat geeft soms echt wel een hoop werk. Want soms dan kan het ook zo zijn dat je de eerste maand dit hebt afgegeven en dan blijkt het niet te werken of dan is iets anders nodig en dan moet je weer iets doen. Ik moet zeggen, we hebben het afgelopen jaar wel een verzwaring van administratie gekregen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, aanvullend nog? Mevrouw Schnabel: Jazeker. Dank u wel.
Want uit ervaringsverhalen blijkt het zo te zijn dat ongeveer dertig procent van de tijd aan administratieve lasten gebruikt wordt. In ieder geval, ik snap dat u dat ... Maar ligt dat hoger? Wat ik eigenlijk wil zeggen is, gaat het meer in administratieve lasten bijna zitten dan dat het in de zorg ... De voorzitter: Geeft u maar antwoord, als u kunt. Mevrouw Zebel-Aantjes: Het is wel meer dan dertig procent. De voorzitter: Mijnheer Burakçin, u had ook een vraag? De heer Burakçin: Ja, dat klopt, voorzitter. Ligt eigenlijk in het verlengde van mijnheer De Heer over verlengde jeugdhulp. Je kan tot 23 jaar jeugdhulp verlengen, maar daar moeten dan echt redenen voor zijn. Daar hebben wij vorige periode al diverse vragen over gesteld, want waarschijnlijk ligt dat bij ons in onze regio in ieder geval niet hoog, die aanvragen. Maar nou hoor ik u zeggen van eigenlijk, het zou mooi zijn om dat wel te verlengen. De vraag aan u is van, wat zijn de redenen dan, terwijl u wel inziet van dat het eigenlijk mooi zou zijn dat het vaker verlengd wordt, waarom dat dan niet voorkomt of waarom dat niet gedaan wordt? Wat zijn de redenen daarvoor.
16
De voorzitter: Mevrouw Zebel. Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik denk dat je heel veel dingen bij ons dan zelf houdt, dat we dan toch voor elkaar krijgen om iets te regelen. Ik heb nu bijvoorbeeld een collega die heeft een jongen die 18 wordt en het gaat gewoon echt niet oké thuis, maar je hebt niet zomaar plek. Er zijn geen woningen. Begeleid wonen bijvoorbeeld is al lastig. Hij is al 18, naar een zorgaanbieder, want dan ga je weer op de Wmo uitkomen. Die heeft minder financiën dan bijvoorbeeld de Jeugdwet. Dan worden de vragen daarin ook heel anders. Je moet echt wel heel kritisch zijn wil je verlengde Jeugdwet. Dat is maar voor een halfjaar. Deze jongen kan echt niet meer thuisblijven. Dan moet je ... Dan ga je kijken naar, is er binnen het netwerk iets? Dan is het leuk voor even, maar niet voor altijd. Dat netwerk is oké of wat is er dan wel? Dat wordt echt soms wel heel lastig, want niet alleen de huisvesting, maar ook de school gaat vaak niet goed. Er gebeurt zoveel. Er zijn natuurlijk wel het JOR bijvoorbeeld, Jongeren op de Rit heb je. Maar die hebben ook niet ... Er is soms gewoon geen basis. Dan is het gewoon heel lastig. Deze jongen wordt nu 18 en mijn collega heeft zoiets van, jeetje hij wordt 18 en eigenlijk heb ik ook niet heel veel meer om hem te begeleiden, maar er moet wel meer gebeuren. Dat is gewoon een best ...
Want uiteindelijk de sociale dienst kan wel een Wmo afgeven, maar die gaat niet begeleiden. Dat doen wij wel. Dat maakt het soms lastig. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Burakçin? De heer Burakçin: Eigenlijk niet. Mijn vraag is, u noemt allerlei redenen om wel verlengde jeugdhulp, hoe heet dat, in te stellen, want dat biedt namelijk veel meer mogelijkheden voor zo’n jeugdige om toch bepaalde zaken geregeld te krijgen. Want na de achttiende raken ze ... Het gezin dat raakt eigenlijk die jeugdprofessional kwijt, of wat dan ook. Dan krijgt hij bepaalde dingen niet voor elkaar en dan is die overgeleverd aan de Wmo. Maar mijn vraag is meer van, waarom wordt het dan niet gedaan? Als bijvoorbeeld redenen ertoe zijn dat zo'n jeugdige veel beter af is met verlengde jeugdhulp en de cijfers wijzen uit, daar hebben we naar gevraagd vorige periode, dat in onze regio, in ons gebied in ieder geval het niet vaak toegewezen gekregen krijgt. Wat is daar dan de reden voor? De voorzitter: Heldere vraag, denk ik. Verlengde jeugdhulp is goed, maar gebeurt niet in de praktijk. Mevrouw Zebel-Aantjes: Ik denk dat het vroeger meer gebeurde, want we hebben ook de opdracht gekregen dat wij minder verlengde jeugdhulp mogen bieden als een jeugdige 18 wordt. Dat is ook een ... Maar het gebeurt wel. Alleen ik weet dan niet hoe de cijfers ...
De voorzitter: De laatste vraag, wat mij betreft, van mevrouw Vol, tenzij mijnheer Portier een hele korte heeft, want we moeten ook nog naar de derde spreker. Maar mevrouw Vol is eerst. De heer Portier: Maar dit is een hele korte. De voorzitter: Mevrouw Vol is eerst.
17
Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is, is dat onze taak? Maar kunnen wij die leeftijd opkrikken? Hebben wij dat recht? Mevrouw Zebel-Aantjes: Dat is wettelijk vastgelegd. Mevrouw Vol van der Holst: Dat dan niet? Mevrouw Zebel-Aantjes: Nee, dan zou de overheid iets daarin moeten doen. Het is wettelijk vastgelegd. We hebben ons gewoon aan wetten en regels te houden. Met 18 is het eigenlijk klaar. Wij zijn vrijwillige hulpverlening. Net zoals bij de gedwongen hulpverlening, bij de ondertoezichtstelling, als je 18 bent is het gewoon klaar dan word je losgelaten. De voorzitter: Misschien dat mevrouw Verkade daar even op in kan gaan? Mevrouw Verkade: Het klopt dat wij gewoon de jeugdhulp kunnen verlengen tot 23. Dat is echt zo. Mevrouw Zebel-Aantjes: Begeleid wonen. Mevrouw Verkade: Het blijkt wel ... Ik vind het wel zelf ook interessant om te horen dat in de praktijk voor jou het echt wel moeilijk is om na 18 die beslissing te mogen nemen en die afweging te maken. In de praktijk gaat het hier ook gewoon om een ... Ik weet niet, volgens mij zei jij dat net, dat het ook echt gaat om de samenwerking tussen de sociale dienst en Stichting Jeugdteams als onderdeel van het wijkteam en Dordrecht Sociaal in deze gemeente. Dat die om de tafel gaan zitten bij zeker multiproblem-casussen bijvoorbeeld, of lastige jeugdzorgcasussen, die overlap, dat het Wmo ...
Soms kan dat ook passend zijn, alleen moet je met elkaar wel dat gesprek aangaan als twee partners. Dat stond in 2015 echt in de kinderschoenen en we zien daar nu verandering in komen. Dat is ook wel onderdeel van die startnotitie, die passende hulp met een integrale blik. Daarmee wil ik niet zeggen dat dit soort dingen niet meer gebeuren, maar wel dat we het voor ogen hebben. Ik schrik ook dat het nog zo hardnekkig is. Ik ben zelf accounthouder van Dordrecht Sociaal hoor. Ik vind het best wel pittig. Maar dit is iets waar we wat aan moeten doen. De voorzitter: De intentie is er, alleen de uitwerking is nog voor verbetering vatbaar? Mevrouw Zebel-Aantjes: Blijkbaar, ja, zeker. De voorzitter: Mijnheer Portier had een ultrakorte vraag. Mevrouw Vol-van der Holst: Maar ik had nog een aanvullende ... De voorzitter: Dan mag u eerst. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel. Begrijp ik wel goed dat de verlenging tot 23 jaar is? Niet 18,5 zoals ik van u ...
18
Mevrouw Zebel-Aantjes: Er kunnen wel verlengingen plaatsvinden. Dat is bijvoorbeeld bij begeleid wonen. Maar als je echt gewoon regulier ... Doen wij eigenlijk nooit de verlenging tot 23. Mevrouw Vol-van der Holst: Dan heb ik nog een vraag. Sorry. De voorzitter: Dat is dan echt de allerlaatste. Mevrouw Vol-van der Holst: Dat denk ik wel. Waar ik zelf uit eigen ervaring mee te maken heb gehad, is dat mijn zoon was ouder dan 18, dat je dan als ouder helemaal nergens mee terecht kan. Kan daar nog iets mee gedaan worden? Want als je zoon niet wil, dan houdt het op. Dat vind ik echt heel heftig. De voorzitter: Mevrouw Verkade kan daar denk ik beter op antwoorden. Mevrouw Verkade: Dit zijn van die kaders die vasthangen aan wetten. Op het moment dat je dan over die 18 jaargrens heen dondert gelden er ineens andere regels. Daar denk ik dat we met elkaar echt nog wel het gesprek over kunnen voeren van, welke afspraken kunnen we buiten die kaders maken in samenwerking tussen partners? Hoe kunnen we ouders niet laten vallen van een jongere die ouder wordt dan 18, of wat dan ook? Vergis je niet, we kunnen wel steeds zeggen we moeten verlengen, verlengen, verlengen, maar we moeten ook scherp blijven. Het is nou eenmaal zo dat tarieven tussen jeugdhulp en Wmo verschillen gigantisch. Je duikt qua tarieven echt naar beneden na aantal uren hulp et cetera.
Het is ook goed, die jongeren worden volwassen, om ze vanaf hun 16 e al voor te bereiden dat dat gaat komen, want als je alleen maar gaat opplussen, dan hebben we een ander probleem. We moeten echt naar het probleem, wat is hier aan de hand met die jongere, wat heeft hij daadwerkelijk nodig, is het nog zo dat hij zoveel jeugdhulp nodig heeft? Want dat doen ze natuurlijk als professionals wel, want hier wordt ook echt gedoeld op de uitzonderingen. Dan moeten we het ook wel ... Want we halen er nu een casus uit, wat natuurlijk heel schrijnend is en waar professionals gigantisch veel tijd mee kwijt zijn. Maar ik denk dat er ook veel te winnen is in overleg tussen die organisaties en dan de ouders niet te laten vallen, ondanks dat het wettelijk kader dat anders zegt. De voorzitter: Mijnheer Portier dan die ultrakorte vraag. De heer Portier: Heel korte vraag. U zegt van, wij hebben te horen gekregen dat we minder moeten verlengen. Wie heeft dat gezegd? Waar komt dat vandaan? De voorzitter: Goede vraag. Mevrouw Zebel-Aantjes: Wij hebben vaak overleg en vorig jaar wilden wij een verlenging doen en daarvan werd gezegd van, dat is niet bedoeling. Wij willen echt naar minder. Dat komt bij ons dan vanuit de stichting. Ik ga ervanuit dat dat van hoger af dan gedaan wordt, vanuit de gemeente. De voorzitter: Ik denk dat inderdaad u die mevrouw nu een beetje in verlegenheid brengt.
Dat moeten we ook maar niet willen. Om des tijds wille, sorry mevrouw Schnabel, maar we hebben nog een spreker en de klok die gaat door en straks is er een volgende vergadering, wil ik mevrouw Siebelt het woord geven.
19
Mevrouw Siebelt: Dank je wel, mijnheer de voorzitter. Mijn achtergrond is, ik werk momenteel deels als netwerkregisseur Kansrijke Start voor de gemeente Dordrecht. Ik ben verloskundige en van origine kinderverpleegkundige. Echt vanuit het medisch geboortezorgveld. Deels werk ik ook voor het verloskundig samenwerkingsverband hier in de regio. Dat wil zeggen dat ik de soort professionals ondersteun vanuit de verloskundige eerste lijn, kraamzorgorganisaties en het Albert Schweitzer ziekenhuis. Alles wat met moeder-kind daar te maken heeft. Dat met elkaar proberen we integraal zorg te geven, vorm te geven. Eigenlijk merk je dan al heel gauw dat je dat niet moet beperken tot het medische domein en dat dat veel verder gaat en dat rondom zwangere en jonge gezinnen er nog veel meer partners betrokken zijn, ook uit het Sociaal Domein. Van daaruit is eigenlijk mijn volgende rol ontstaan en ben ik nu als netwerkregisseur al die ketenpartners medisch en Sociaal Domein met elkaar aan verbinden in een scoop van min 10 maanden tot ongeveer 2 slash 4 jaar. Ik zeg daarbij ook min 10 maanden, omdat we starten met een zwangerschap min 9 maanden, maar we zijn echt aan het kijken, ook hier in de gemeente specifiek van, hoe kunnen we dan al voor de zwangerschap, in de vruchtbare levensfase kijken hoe mensen zo gezond mogelijk zwanger kunnen worden en hoe we ze al kunnen ondersteunen.
Als we daar al zien dat er sociale kwetsbaarheden zijn, kunnen we dan de mensen daar misschien al ondersteunen, zodat zij op moment dat ze zwanger worden toch in een zo goed mogelijke context en gezinssituatie, woonsituatie verkeren, zodat dat kind een gezonde zwangerschap mee kan krijgen en ook opgroeien vanaf de geboorte in een zo goed mogelijke situatie. Dat is ook wat we met het actieprogramma Kansrijke Start proberen te doen. Dis vanuit landelijk VWS een actieprogramma wat iedere gemeente hoort op te nemen. We zijn daar als Dordrecht al jaren heel actief in en ook al wel heel integraal bezig met verschillende zorgprofessionals en ook met de ouders zelf om te zorgen dat kinderen al voor de geboorte of in ieder geval met de geboorte zo goed mogelijk starten, want daar heb je de rest van je leven gewoon heel erg veel profijt van. De winst op preventie, hoe eerder je dat doet, hoe meer dat loont. Dat gaat iedereen steeds meer zien en dat maakt ook wel dat wij gewoon echt vanuit de gemeente gewoon heel veel ruimte krijgen om met elkaar als partners daarop in te zetten. De knelpunten die we daar wel bij ervaren is sowieso het domeinoverstijgend werken vinden we lastig. Dan heb je het wel echt over de zorgprofessionals die gewend zijn vanuit hun eigen, in dit geval ook vaak medische blik te kijken.
Want je ziet dat de zwangere en de aanstaande ouders die komen heel vaak bij een verloskundige terecht zonder dat er nog een sociaal probleem is, zonder dat er ondersteuning is uit het Sociaal Domein. Daar wordt eigenlijk voor het eerst dan ontdekt dat het misschien niet helemaal goed gaat. Dat zwangeren psychische problematiek krijgen, soms ook gewoon puur door die hormonen. Maar dat je eigenlijk al ziet aankomen van, dit wordt na de bevalling echt nog wel even spannend. Hoe ga jij dat kind opvoeden? Maar ook dat je gaat merken van, hier is huisvestingsproblemen. Je komt in de kraamweek thuis bij mensen en je schrikt je een ongeluk wat je daar aantreft. Daar wordt opeens van alles gesignaleerd, maar wel vanuit een medische blik. Verloskundigen en kraamverzorgenden moeten echt nog wennen van, daar moeten wij wat mee, want anders gebeurt dat nu niet. Dat is wel iets wat nog vrij onbekend is en wat dan vervolgens ook in het vervolgtraject met jeugdgezondheidszorg en met even later ook weer de dagverblijven die het dan ook wel oppikken heel lastig is om die verbinding met elkaar te leggen, omdat ze dat gewoon niet gewend zijn. Dat stukje integraal is echt nog wel een uitdaging. Daarin zien we ook
20
wel het knelpunt tussen gemeente ... De grens van, wat wordt door de gemeente betaald en ondersteund en vanuit die wet- en regelgeving en wat vanuit de zorgverzekeraar? De zorgverzekeraar die zit er heel erg op, zo efficiënt mogelijk je spreekuurcontroles doen, doe het in tien minuten. Vraag vooral niet verder. Kijk gewoon of die bloeddruk goed is en dan kan die mevrouw weer naar buiten. Terwijl als je gaat vragen aan die mevrouw, maar hoe gaat het echt met jou? Waar heb je last van? Of als die mevrouw geen Nederlands spreekt van, ga eens een tolk inschakelen en praat gewoon eens met die mevrouw in haar eigen taal hoe het met er is, in plaats van dat je alleen maar vraagt, heb je buikpijn en die mevrouw kan alleen maar zeggen, ja of nee pijn. Dan kom je er helemaal niet achter hoe het eigenlijk echt met haar gaat en in wat voor situatie zij eigenlijk thuis verkeert. Daar zien we echt nog wel knelpunten dat er nog heel veel winst te behalen is om het medisch en het Sociaal Domein met elkaar beter te verbinden en om ook die bewustwording, stukje bestaansonzekerheid, waar jullie het over hebben, dat zijn gewoon ook echt allemaal termen die helemaal nog niet geland zijn in die hoek. Daar denk ik echt wel dat we nog meer op kunnen inzetten. De voorzitter: Mijnheer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk een korte vraag.