CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad 21 september 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 oktober 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 8 en 14 september, de Auditcommissie van 14 september en de Raadsvergadering van 21 september 202136.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Je zou denken soms, je kunt er garen bij spinnen, als een andere problemen heb, kun je zelf groeien. Maar vinden het erger dat gewoon het aanzien van de politiek en het stadsbestuur hieronder leidt. Het gaat over onderling gedoe in plaats van focus op de zaken die onze inwoners, bedrijven, verenigingen en instellingen van ons verwachten. Juist daarom, het is een feit dat de stad de komende zes maanden bestuurd moet worden, door bestuurd moet worden. Er is continuïteit nodig. En wat het CDA betreft met een college dat dat stabiel en daadkrachtig gaat uitvoeren. Die gaat uitvoeren wat deze raad beslist, zoals dat overigens ook de afgelopen 3,5 jaar het geval was. Dat levert natuurlijk wel een aantal vragen op. De eerste, heeft dit college nog de steun van de meerderheid in deze raad. Want uiteindelijk worden wethouders benoemd door meerderheid in deze raad. Wij zijn benieuwd vandaag te horen of de meerderheid van de raad dat ook vindt dat dit college door kan. Uiteraard tot de volgende verkiezingen, want dan hebben we weer een nieuw moment. En de tweede vraag, is het voor de door het college van burgemeester en wethouders vorm te geven stabiele daadkrachtige bestuur gewenst om de portefeuille van de heer Sleeking op te vullen met een nieuwe wethouder, of kan het ook met één mannetje, het zijn mannetjes, minder.

Of misschien zelfs wel beter dan in plaats een nieuwe erbij te benoemen. Ik zal die vragen één voor één even langslopen. Voorzitter, eerste punt. Dat ging over, is er vertrouwen? Aangezien het CDA coalitiepartij is, is het niet primair aan ons om een uitspraak te doen over het vertrouwen in een college waar wij onderdeel uitmaken van de coalitie. En als we een antwoord moeten geven, kunt u dat antwoord wel verwachten, ja, dat vertrouwen we. Maar we zijn de minderheid van de raad als coalitie. En wij hopen dat de raad ook dat vertrouwen blijft houden wat ze ooit bij meerderheid heeft uitgesproken. En niet zozeer omdat het CDA nou in dat college zit, maar omdat wij denken dat het voor de slagkracht en de continuïteit en het aanzien van het stadsbestuur niet goed zou zijn om zes maanden voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen het college op de schop te gooien. En dat gaat niet alleen

25

over bestuurskracht, maar daar komen ook andere vragen bij aan de orde. Als er dan een college doorgaat met één man minder, kunt u dan behalve dat u de bestuurskracht en de continuïteit kunt garanderen, ook de, ja, het spijt me, mevrouw Koene, maar ik heb er geen ander woord voor dan Engels, anders moet u me even helpen, de checks and balances, heet dat in jargon. Dat de checks and balances met vier wethouders geregeld kan blijven worden. Want er komt natuurlijk wel veel bij minder mensen te zitten die ook onderling een controlerende taak hebben af en toe als het gaat over plannen en je moet kijken of dat financierbaar is, dat de één de ander blijft controleren. Lukt dat nog? Er werd terecht ook aandacht voor gevraagd in de raadsinformatiebrief die we vanuit het college ontvangen hebben. Dus dank voor het punt, dit is een terecht punt. Dus wij horen daar ook ooit nog wel geluid over. Voorzitter, zoals gezegd, het CDA denkt dat we nu in de periode zitten waarin het vooral uitkomt op daadkrachtige uitvoering. De heer Gündogdu zij dat net ook al, gaat het wel lukken met een wethouder minder? Voorzitter, we hebben net de raadsinformatiebrief werkdruk met elkaar aangenomen. En natuurlijk kunnen we met zijn allen, even los dat we een half jaar voor de verkiezingen zitten, nog heel veel initiatieven gaan bedenken.

De indruk van het CDA is dat op het moment de bottleneck niet zit in of je nou vier of vijf wethouders in een college hebt zitten, maar dat de bottleneck op het moment zit bij de slagkracht in het ambtelijk apparaat, zoals u zelf ook in uw raadsinformatiebrief met ons gedeeld heeft. Dus we moeten ook wel nadenken, en ook de heer Gündogdu zou ik dat willen meegeven, en de fractie Nijhof, om daarover na te denken, als je met al die nieuwe initiatieven komt, is dat dan ook haalbaar qua uitvoering. Het CDA heeft ook heel veel wensen. Hoe vaak hebben we niet gezegd dat we een sportvisie willen? Hoe vaak hebben we niet gezegd dat we een snellere woningbouw willen? Hoe vaak hebben we niet gezegd dat er op een aantal vlakken waar het gaat om verkeer en de aanpak van de verkeersonveilige situaties dingen sneller moeten? Tegelijkertijd hebben wij niet de indruk dat die bottleneck nu zit in een man meer of minder in het college, maar dat als je daar ergens een rem ervaart, dat die rem zit op de uitvoeringskracht van het ondersteunend ambtelijk apparaat. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Gündogdu, fractie Nijhof. De heer Gündogdu: Ja, ik wil mijnheer Van der Kruijff bedanken voor deze toelichting. Want eigenlijk snijdt u de discussie over het functioneren van het college ook aan. Dat heeft u ook gedaan met die brief die u naar de raad heeft gestuurd.

Wat u eigenlijk zegt, is dat de ambtelijke druk dat is een bottleneck. En dan zegt u eigenlijk dat de sturing van het college op prioriteiten richting de ambtelijke organisatie niet goed zou zijn georganiseerd, dat is wat ik u hoor zeggen. Althans, dat is mijn interpretatie. Dan vraagt u ook ons om als raad het vertrouwen te hebben in dit college voor het vervolg in deze periode. Dus ik ben benieuwd hoe u dat allemaal wilt duiden. Dus mannetje meer of minder, daar gaat het ons echt niet om. Maar juist die sturing waarvan wij het idee hebben, nou die college die heeft dus de vinger op de zekere plek dus niet weten te leggen de afgelopen 3,5 jaar. De heer Van der Kruijff: U legt mij nou woorden in de mond die ik niet uitgesproken heb. Volgens mij gaat de sturing vanuit het college hoofdzakelijk naar behoren. En ook wij hebben daar weleens op onderdelen kritiek op gehad. Dat heeft u vaak genoeg

26

gehoord, dat hoef ik nu niet te herhalen. Feit is, wat het college ons zelf meldt. En de vraag is of dat met sturing te maken heeft of dat er ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen. En dat laatste denken wij. Waardoor alles wat we als raad … De politiek is geduldig hè. Wij kunnen hier eindeloos met elkaar vergaderen, en al onze initiatieven die we willen opschrijven, dat doen we in coalitieakkoorden, dat doen we in kadernota’s, dat doen met moties en amendementen als fracties allemaal. Op een gegeven moment houdt het wel op wat een ambtelijk apparaat kan verstouwen, is gebleken. Daar zit een grens aan. En wat we uit de raadsinformatiebrief begrijpen is dat nou nog een tandje strakker geworden, onder andere door alle aandacht en andere manier van werken vanwege corona. Doordat we de gemeenschappelijke regeling … Nou, u heeft het allemaal zelf ook kunnen lezen in die raadsinformatiebrief. Ja, dat heeft niet alleen met sturing van een college te maken, dat heeft vooral met sturing vanuit onze raad te maken en welke prioriteiten wij meegeven.

Daarom heb ik net ook een stemverklaring afgelegd dat ik het verontrustend vind, en dan is het net verwoord voor dat ik er eigenlijk ook wel boos over ben, dat als er zo’n raadsinformatiebrief over werkdruk komt en we bespreken dat in de commissie bestuur en middelen en we vragen dan welke prioriteiten worden er dan gesteld, dat het college daar dan geen goed antwoord op heeft en dat we ook als raad niet in worden meegenomen om die prioriteiten mee te kunnen bepalen. Maar dat is de interactie tussen raad en college. Maar dat wordt niet meer of minder met vier of vijf man. Dat is hoe je werkt met elkaar. De voorzitter: Dit was de reactie van de heer Van der Kruijff op uw interruptie. Ik weet niet of u nog een keer wilt interrumperen? Voor nu even niet. Anderen? De heer Van Verk: Ja, voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Als ik de heer Van der Kruijff zijn beantwoording beluister dan bekruipt mij het gevoel, en als u het me weg kan nemen dan zou dat prettig zijn, maar dan bekruipt mij toch wel het gevoel dat er iets in de sturing niet in orde is. En wij hebben dat hier al meer in de raad en in de commissie gewisseld. Wij vragen ons af of de sturing vanuit het college naar het ambtelijk apparaat op orde is.

Los van het feit dat er inderdaad capaciteitsproblemen zijn in het ambtelijk apparaat, hebben wij ook weleens de indruk dat er onvoldoende sturing wordt gegeven en onvoldoende wordt gedaan aan prioriteitenstelling. Deelt u die opvatting? Of is dat een verkeer voorstelling van zaken naar aanleiding van uw antwoord? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het is niet mijn dominante opvatting dat dat in het college fout gaat. Wij zien op onderdelen dat dat niet goed gaat. En op die onderdelen stellen we dat ook in commissies en raadsdebatten aan de orde. Dat doen wij, dat doet u overigens ook, en vele andere fracties met ons. Dat we af en toe zeggen, stel andere prioriteiten, of gaat het allemaal wel tegelijk of kan dat niet een tandje meer of minder? Dat is overigens ook heel boeiend om daar een debat met elkaar over te gaan voeren. Wij vinden het alleen niet het hoofditem nu van een duidingsdebat, want dat heeft niet te maken met het uiteen vallen van Beter Voor Dordt, het heeft niet te maken met vier of vijf wethouders verder voor het komende half jaar in ieder geval. Als je denkt in een

27

volgende raadsperiode dat je daar belangrijkere stappen in wilt zetten, dan zul je dat weer in raadsprogramma of een coalitieakkoord of weet ik hoe dat tegenwoordig allemaal kan, afspraken over moeten maken. Maar dat denken wij nu niet een half jaar voor de verkiezingen nog even te moeten gaan doen. Voorzitter, één laatste … De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Laatste punt. En de heer Merx stipte dat ook aan. Want toen stelde ik de vraag van, is er nog vertrouwen breed? Tot onze tevredenheid, mag ik ook wel zeggen, is het de afgelopen 3,5 jaar echt stukken beter gelukt dan in de periode daarvoor, om constructief en in een open relatie met ook oppositiepartijen en tussen oppositie- en coalitiepartijen in deze raad, samen te werken. Wat het CDA betreft blijven we dat doen, en dat zal de komende half jaar eens te meer nodig zijn. Ik heb begrepen dat dat, nou de raad geloof ik niet, maar een aantal mensen wat nederiger moeten gaan gedragen. Daar voel ik me dan weer niet zo in aangesproken. Maar weet wel dat we een open relatie en een debat en een dialoog met alle fracties in deze raad aan willen gaan. De voorzitter: Dank. Nederigheid is niet per se een slechte eigenschap natuurlijk. Dank, heer Van der Kruijff. Volgens mij hebben we dan daarmee uw termijn gehad. Gaan we naar D66. Ik denk dat ik het woord mag geven aan de heer Polat. Gaat uw gang.

De heer Polat: Dank, voorzitter. Voorzitter, D66 is een liberale middenpartij. Ons doel is met onze liberale waarden de inwoners van onze stad optimaal te dienen. Daarom hechten we heel veel belang aan samenwerking op inhoud. De vraag die nu voor ons ligt, is of we ermee kunnen instemmen of het college door kan gaan met vier wethouders of vijf wethouders tot de verkiezingen in 2022. Voorzitter, D66 is voorstander van een stabiel bestuur met daadkracht om de uitdagingen in de stad het hoofd te bieden. Dordtenaren moeten te allen tijde terecht kunnen bij een goed bestuur. Dat is hard nodig, omdat het aanzien van de politiek in de oog van de kiezers is gedaald. Recent onderzoek van Ipsos heeft aangetoond dat slechts zes van de tien mensen in Nederland nog vertrouwen hebben in de politiek. Hier wordt het gewoonweg niet beter op. D66 heeft de voorkeur uitgesproken voor een vijfde wethouder, omdat wij denken dat de Dordtenaren beter worden gediend met vijf wethouders in plaats van vier. Recentelijk hebben we in de raad kunnen zien wat de consequenties zijn wanneer een wethouder de taken overneemt van zijn collega. Bovendien is de wethouder die vertrekt verantwoordelijk voor het personeel waar de werkdruk hoog is, de woningbouw die hier en daar hapert en cultuur. Drie hele belangrijke dossiers. D66 maakt zich dus terecht zorgen.

Voorzitter, nu ligt er een raadsinformatiebrief van de burgermeester, van u, dat het college in staat is om de taken zo te herverdelen dat ze met vier wethouders daadkrachtig kunnen optreden. Met enige twijfel, maar toch gaan wij akkoord en we delen die beargumentatie in de brief. D66 rekent er dan ook op dat Dordtenaren en de raad geen hinder ervaren van een college wat met minder capaciteit meer portefeuilles moet uitvoeren, dat dit voornemen geen extra vergadertijd kost van de raad en dat het college transparant blijft in haar handelen en verantwoording voor alle portefeuilles aflegt aan de raad, zoals de raad dat mag verwachten. Dank.

28

De voorzitter: Hartelijk dank. Ik kijk even rond. Geen vragen, opmerkingen in uw richting. Dan gaan we naar GroenLinks. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ja, een duidingsdebat omdat er zo op het laatste moment van een periode nog veel lijkt te gaan veranderen in de samenstelling van het college. De verhoudingen tussen oppositie en coalitie lijken opeens te zijn omgedraaid. Bestuurskundig en politiek gezien mogelijk een interessant probleem. Maar voor de uitvoering en goed besturen van de stad kan dit anders uitpakken dan dat we allemaal voor ogen hebben. Verlamming, terughoudendheid, en ja, daar zit niemand op te wachten. De insteek van GroenLinks Dordrecht is dan ook dat de voortgang van het bestuur en van de stad voorop staat. Dat we een verstandige keuze maken of de zittende wethouders de taken van de heer Sleeking kunnen overnemen of dat er alsnog een wethouder gevonden moet worden. Om onze duiding te geven, zullen we ingaan op de brief van 5 september van de coalitiepartijen, want daar hebben we wel wat vragen over. We hadden gehoopt dat de brief die we op 14 september hebben gehad, waarin de uitgangspunten voor de herverdeling van de portefeuilles worden geschetst, deze vragen en zorgen zouden wegnemen. Maar helaas, wij lezen algemene zinnen dat het één en ander gewaarborgd wordt, dat er rekening wordt gehouden met.

En ja, maar hoe dan? Want ik haal je de koekoek dat je rekening met en dat je het één en ander waarborgt. Dus, voorzitter, de resterende tijd voor deze bestuursperiode zou te kort zijn voor het aanstellen van een nieuwe wethouder. Het lijkt te moeilijk om iemand in te werken. Ja, dat kan zo zijn, maar je zou ook kunnen denken aan interim wethouder, tijdelijk aan te stellen wethouder, die gewoon een goede bestuurder is en de resterende maanden, plus de maanden die het formeren van een nieuw college kost, en zoals dat landelijk nu gaat, zou dat ook lokaal wel eens een afspiegeling kunnen zijn, laten we het niet hopen, maar een maand of zes meer zou zijn, dat die wethouder deel uitmaakt van het college. Even heel populair gezegd, Piet verdwijnt, maar de ambtenaren niet. En die ambtenaren kunnen mogelijk wel wat aansturing gebruiken. Het financiële aspect, voorzitter, dat vinden wij niet relevant. Wij hebben gewoon een goed bestuur voor de stad nodig. En of er wel of niet een vijfde wethouder nodig is, willen we laten afhangen van de antwoorden op onze vragen. We willen graag weten hoe het college denkt de resterende periode in te vullen, welke prioriteiten zij aangeven. Zij moeten immers het werk gaan uitvoeren. Waarin wij het belangrijk vinden dat het belang van de stad voorop staat. Er moet een optimale oplossing worden gevonden.

Een vervanging van de heer Sleeking wordt niet nodig geacht voor deze korte termijn. Geldt deze opvatting, na alle woordvoeringen gehoord te hebben, nog steeds? Hoe worden de lopende dossiers van de heer Sleeking verdeeld? Of welke manier ziet men dat het staande beleid uitgevoerd blijft worden? Wat worden de prioriteiten? Heb ik net al gezegd. Er moet worden doorgepakt. We hebben nu een periode gehad waarbij corona vaak als excuus, geldig of niet, gebruikt werd om aan te geven dat bepaalde zaken vooruitgeschoven worden. We willen niet dat er over een paar jaar gezegd wordt, ja sorry, maar het één en ander komt door het wegvallen van de heer Sleeking en we konden het toch niet aan. Wij vragen dan ook of het college bereid is aan de bel te trekken wanneer men zich heeft verkeken en toch de steun zou kunnen gebruiken wanneer eruit komt dat we geen vijfde wethouder nemen. Of op signalen van de raad adequaat te reageert wanneer gevraagd wordt om meer inzet. We zijn benieuwd hoe het college aankijkt tegen het feit dat er nu

29

een minderheid in de coalitie is ten opzichte van de oppositie in getal. De formule van een minderheidscollege hoeft volgens GroenLinks geen probleem te zijn. Sterker nog, het kan de raad meer in positie brengen. Bent u hier misschien ook op deze manier positief over gestemd? Ik zeg duidelijk, in getal, want in principe heeft de afsplitsende partij, fractie Nijhof, aangegeven zich volledig aan het collegeakkoord te zullen gaan houden. En dan zouden we de verhoudingen nog steeds hetzelfde zijn. Voor zaken die niet in het coalitieakkoord staan, ja, kan iedere collegepartij ook van een andere mening zijn toegedaan, dus ook de fractie Nijhof. Zoals we de afgelopen periode ook hebben meegemaakt van de andere partijen als het CDA, VVD, ChristenUnie en SGP. Was het niet vaak, toch leek er in deze periode meer bereidheid tot samenwerking tussen coalitie en oppositie en was er duidelijk meer dualiteit. Dan heb ik nog een laatste vraag aan het college. Stel dat er toch gekozen moet worden voor vervangen van de heer Sleeking, heeft het college een idee waar deze wethouder dan vandaan zou moeten komen? Moet dit bijvoorbeeld iemand zijn uit de huidige partijen in het college of kan dit ook iemand vanuit de oppositie zijn? Het gaat er immers om dat we het beste met de stad voorhebben. De heer Van der Kruijff: Voorzitter.

Mevrouw Kruger: En niet dat we dossiers doorduwen of vertragen tegen beter weten in. De voorzitter: Dank, zeg ik tegen mevrouw Kruger. U heeft een interruptie van de heer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Ja, het volgende. U vraagt aan het college van hoe, wie, of waaraan een eventuele vijfde wethouder zou moeten voldoen. Maar het college stelt natuurlijk geen vijfde wethouder aan, laat staan dat zij een profielschets gaan opstellen. Als dat al zou moeten komen, moet dat vanuit deze raad komen en zal één van onze raadsleden met de voordracht moeten komen. Dus het zou logischer zijn als u die vraag hier in de raad stelt dan aan het college. Mevrouw Kruger: Nou, dat klopt. Maar kijk, ik geef ook al aan van, het college gaat nu … Komt met een voorstel voor de herverdeling van de portefeuilles. Die hebben dus zicht op wat er nodig is. En dat is eigenlijk mijn onderliggende vraag. Het klopt dat de procedure zoals u zegt klopt. Maar ik zou graag ook … Misschien heeft het college een idee daarover. Ik bedoel, we hebben nu duidelijk een brief gekregen dat het niet nodig is. Maar gehorende toch onze zorgen en, ja, vragen die we hebben, kunnen ze zeggen, nou als we bij nader inzien is het toch op bepaalde portefeuilles wel nodig dat we versterking hebben.

Nou ja, dan kunnen wij ook meteen, als er dus een nieuwe wethouder moet komen, de profielschets daar duidelijk op afstemmen. De voorzitter: Dank. Anderen nog? De heer Gündogdu, gaat uw gang. Interruptie op mevrouw Kruger hè. De heer Gündogdu: Ja, op mevrouw Kruger inderdaad. Nou, mevrouw Kruger, u geeft terecht aan …

30

De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, ik … Sorry dat ik u onderbreek. Ik heb het nu een aantal keer opgemerkt, ik zeg het toch even. Zou u via de voorzitter collega raadsleden willen aanspreken, want dat valt in het debat. De heer Gündogdu: ‘…’ aankijken. De voorzitter: Nou, u hoeft me niet aan te kijken. Maar u zegt, voorzitter, en dan gaat u … Dan zegt u, mevrouw Kruger zegt dit en dat, bedoelt zij zus en zo. Begrijpt u? De heer Gündogdu: Excuses, voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Gündogdu: Voorzitter, via u, ik wil even toelichting geven op hetgeen wat mevrouw Kruger zojuist terecht aangeeft. We zijn afgesplitst en we vormen nu een fractie Nijhof, waarbij we dus ook vanaf het begin aan duidelijk hebben aangegeven, wij steunen het coalitieakkoord op hoofdlijnen. Maar u heeft me zojuist ook horen vertellen dat wij uit dat akkoord, nou ja, veertig punten, en dat zijn echt niet de kleinste, minste punten, waarvan wij dus het idee hebben dat die nog echt wel doorgepakt dan wel doorontwikkeld zouden moeten worden. Dus er kan nog behoorlijk wat vuurwerk verwacht worden in de komende maanden. De voorzitter: En uw vraag is, ziet u dat ook? Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Ja, ik zit ook te wachten op een vraag. De heer Gündogdu: Dit was even een toelichting op hetgeen wat u tegen ons aangaf.

De voorzitter: Ik weet wel dat mevrouw Kruger niet zo’n fan is van vuurwerk, dus … Mevrouw Kruger: Nee, nou dat in de eerste plaats. Dank, want dat zou ook een reactie geweest zijn. En in de tweede plaats. Ja, ik denk dat u misschien onderstreept van wat ik al zeg van, u houdt zich aan het collegeakkoord en in het collegeakkoord staan een aantal punten. Ja, of het er nou veertig zijn of hoeveel er ook doorgepakt moeten worden. Ja, dat gaan we gewoon doen met zijn allen denk ik. De voorzitter: Dank. Andere interrupties, opmerkingen, vragen in de richting van mevrouw Kruger? Dat is niet het geval. Gaan we naar de ChristenUnie/SGP-fractie. De heer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, collega raadsleden, gezamenlijk bekleden wij een hoog ambt en vertegenwoordigen samen de inwoners van onze prachtige stad Dordrecht. Oudste stad van Holland, rijk aan historie en naar wij hopen, voorbereid op een goede toekomst. Het is aan ons allen, ieder voor zich, maar juist ook aan het collectief van de raad van de stad, om de stad daarop voor te bereiden, te zorgen dat onze inwoners een stil en gerust leven kunnen leiden. Het goede te zoeken, zodat onze inwoners in vrede kunnen leven. En nee, dat doen wij niet alleen. Velen buiten de raad zetten zich daarvoor in. Wij dragen als gekozen vertegenwoordigers wel

31

een extra verantwoordelijkheid. Wij gezamenlijk zijn het hoogste orgaan van de stad. Op ons rust de taak verantwoord en stabiel bestuur mogelijk te maken. Wij doen dat allemaal en één voor één. En, zo is mijn stellige overtuiging, om het goede te zoeken voor onze stad. En in die zoektocht mag het knetteren en knisperen en wringen en wrijven, maar we doen het wel samen. En als ik mij niet vergis, zijn we er als collectief, in ieder geval in deze periode, doorgaans in geslaagd besluiten te nemen die op een ruime steun konden rekenen met ons 39. En voorzitter, als ik zo vrij mag zijn, juist de momenten waarin het spant en waar de vanzelfsprekendheid eraf ging en waarin van iedereen een extra mijl werd gevraagd, die momenten hebben naar mijn opvatting het leven van ons alleen verrijkt. En het is mijn stellige overtuiging dat we dat met elkaar kunnen voortzetten. Niet alleen vandaag, maar ook daarna. En voorzitter, om de gebeurtenissen in de raad, met name in een deel van de raad, daarover is al veel gezegd. En ik realiseer me terdege dat er wellicht pijn zit, frustratie en verdriet. En ik voeg daaraan toe dat ik vooral hoop dat het voor ons alleen louterend werkt dat het collectief van de raad hiervan sterker wordt en dat het inhoudelijk verrijkt.

Het geeft immers een extra aanleiding om naar elkaar te luisteren, elkaar op te zoeken, elkaar werkelijk te verstaan in drijfveren en doelen. En naar mijn overtuiging geldt dat niet alleen in de raad, maar ook het college. Voorzitter, wethouder Sleeking neemt vandaag afscheid, en daarvoor past alleen respect. De mede door ons gezonde brief aan de raad maakt helder wat onze gedachten zijn over de invulling en omgang met deze vacature. Ik wijd daarover daarom nu ook niet uit, maar wil goed luisteren naar de gedachten die daarover verder in deze raad leven. En de recente brief van het college over die invulling voegt daaraan nog enkele waardevolle elementen toe. De heer Van der Kruijff memoreerde al de checks and balances. Voorzitter, tot slot, als collectieve raadsleden dragen we gezamenlijke verantwoordelijkheid voor stabiel en vertrouwenwekkend stadsbestuur, voor zorgvuldige en inhoudelijke besluitvorming, voor een respectabel aanzien van de raad. Daarvoor is gisteravond door velen in onze stad gebeden bij de jaarlijkse kroonbede, dit opdat het onze stad en haar inwoners goed gaat en zij in vrede zullen leven. Want in de vrede van de stad zult u vrede hebben. Tot zover. De voorzitter: Dank u zeer. U heeft iedereen stil gekregen, waarvoor dank. Dan ga ik door naar de PVV-fractie. De heer Van Leeuwen, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, zes leden van de fractie Beter Voor Dordt verlieten die fractie bijna twee maanden geleden. Tevens verlaat de heer Sleeking het college vandaag op 21 september 2021. Het college komt met het voorstel om de weggevallen wethouderspost niet meer in te vullen de komende acht maanden, totdat er een nieuw college is. Zes maanden tot de verkiezing en twee maanden formatietijd. Daarbij zou de verantwoordelijkheid om tot deze keuze te komen volgens het college hiervoor primair bij het college liggen. Dit lijkt juist, maar de PVV voelt zich genoodzaakt om hier wel wat kanttekeningen bij te zetten. Het college houdt nog maar de directe steun over van veertien raadsleden. De leden van de fractie Nijhof hebben in april 2018 wel hun handtekening gezet onder het coalitieakkoord. Maar als die fractie een wethouder wordt geweigerd, dan is het voorstelbaar dat de leden van de fractie Nijhof zich niet meer gebonden achten. Immers, loyaliteit werkt twee kanten op. Straks wil ik graag vragen aan fractie Nijhof, zeg maar, hoe ze hiernaar kijken. Wat is

32

nu de positie van de PVV? Allereerst zullen wij elk voorstel van het college op inhoud beoordelen. We gaan het college niet expres proberen te laten struikelen. Maar anderzijds zullen we ook niet proberen in het zadel te houden expres met dat doel. We kijken … Elk voorstel bekijken we op inhoud. Dan over de wethouderspost die de fractie Nijhof wil … Ik kan me vanuit hun optiek goed voorstellen dat als je een fractie van zes leden hebt, dat je vertegenwoordigd wilt zijn in het college. Vooral ook om nog dingen voor elkaar te krijgen de komende zes maanden die je de afgelopen jaren niet kon realiseren. Gaat de PVV zo’n wethouder in het college helpen? Ja, voor de PVV is het probleem dat Beter Voor Dordt, waar eerst dus de leden ook in zaten, vrijwel nooit de samenwerking heeft opgezocht met de PVV de laatste 3,5 jaar. Dit betekent praktisch gezien dat wij helaas ook de leden van de fractie Nijhof onvoldoende kennen. En wij vinden wel dat als je een wethouder ondersteunt, moet je niet alleen weten wat hij of zij wil, de inhoud, maar ook hoe hij of zij het gaat doen. Omdat wij gewoon de leden van de fractie Nijhof onvoldoende kennen op dit moment, zijn we ook niet in staat om hen aan … Of één van hen aan een wethouderspost te helpen. Wel staan we positief tegenover de fractie Nijhof om te komen tot meer samenwerken.

Iets wat met Beter Voor Dordt nooit of moeizaam van de grond is gekomen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Geen vragen, opmerkingen, interrupties. Dan gaan we naar de SP-fractie. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, de fractie van Beter Voor Dordt is uiteen gevallen. En een direct gevolg hiervan is dat de coalitie niet langer beschikt over een meerderheid. Voor ik op de gevolgen daarvan inga, wil ik een algemene politieke opmerkingen maken. Voorzitter, de crisis in Beter Voor Dordt mag geen volledige verrassing zijn. De BVD is groot geworden met één cruciaal issue, het tegenhouden van het bouwen in de polders. Daarnaast was natuurlijk de onvrede over hoe de PvdA jarenlang de stad geregeerd had. Beide issues zijn verdwenen. Niemand wil, behalve de ‘…’ natuurlijk, de polders nog vol bouwen. En de PvdA is inmiddels zowel in houding als in omvang een zeer een bescheiden partij in onze stad geworden. Voorzitter, als socialist wil ik mijn kanttekening zetten bij het verschijnsel plaatselijke politieke partij. De indruk wordt gewekt dat in onze stad of in andere steden en plaatsen waar een Beter voor X, een Gewoon Y, een plaatselijk Belang of een Lijst Z actief is, iedereen dezelfde belangen zou hebben en dezelfde maatschappelijke ideeën. Belangen, tegenstellingen en ideologische verschillen worden zo verdoezeld.

De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Kort een interruptie. We moeten hier het hele debat niet over voeren. Maar ik wil wel even kwijt dat de heer Portier van de SP volgens mij ook wel weet dat inmiddels in Nederland ten minste één derde van alle raadszetels wordt bemenst door mensen van lokale partijen en in twee derde van de colleges in Nederland wethouders van lokale partijen zitten.

33

De heer Portier: Voorzitter, ik hoor geen vraag dus ik vervolg mijn betoog. Voorzitter, de tegenstellingen verdoezelen, betekent in de praktijk de bestaande machts- en inkomstenverhouding in stand houden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ideologisch gezien de VVD, hoewel bij lange na niet de grootste partij, het stadsbestuur domineerde. Wat resulteerde in een beleid dat vooral in het belang was van de hoge inkomens, de vastgoedondernemers, de projectontwikkelaars en ook volop steun gaf aan privatisering en marktwerking. Als SP zijn we dan eerlijk gezegd ook niet bedroefd over de huidige ontwikkelingen. Natuurlijk houden wij ook niet van het beeld van ruzie maken en crisis wat nu opgeroepen is, maar er zijn nu naar ons idee wel openingen voor een aantal koersveranderingen. Meer aandacht voor sociale woningbouw, een eerlijke verdeling van lasten, weg met het betalen van grof afval en de plannen voor Diftar met al het extra zwerfvuil dat het met zich meebrengt. Behoud van groen, bomen en de natuur in onze stad. Als raad zijn we nu aan zet. Als SP hopen we in constructieve samenwerking met andere partijen een aantal verbeteringen voor onze inwoners erdoor te krijgen. Wij verwachten dat de wethouders de besluiten van de raad naar eer en geweten uit zullen voeren.

En die mogen wat ons betreft dan ook hun werk afmaken tot er na de verkiezingen weer een nieuw college zit van een hopelijk heel andere samenstelling. Op het laatste moment een nieuwe wethouder erbij halen, lijkt ons zinloos. Dus wat ons betreft gaat de huidige ploeg in deze samenstelling tot aan de verkiezingen en een klein stukje daarna verder. Dank u wel. De voorzitter: Dank aan de heer Portier. Dan gaan we naar de VSP-fractie. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. Voorzitter, de politiek, zowel landelijk als zeker ook lokaal, laat zich de laatste tijd niet van haar beste kant zien. Hoewel er door politici hard wordt gewerkt om het beste te doen voor het land en de stad en de burgers, zijn het vaak de negatieve incidenten die de meeste aandacht krijgen en dat bevordert niet het vertrouwen in het bestuur van stad en land. Voorzitter, de toeslagenaffaire, de kwestie rond functie elders voor Omtzigt, de treuzelende en falende aanpak op woningbouwgebied, klimaatproblematiek, stikstof, enzovoort, het formatieproces dat geen meter opschiet, terwijl het land schreeuwt om maatregelen op belangrijke dossiers, om maar een paar dingen te noemen, plaatst de politiek in een slecht daglicht. Om dan maar niet te spreken over overstappende bewindslieden die voor andere beter betaalde banen gaan. Persoonlijke ambities boven het belang van stad, land en burger.

Voorzitter, ook de Dordtse politiek heeft met het huidige college, naar de mening van de VSP, aan gezag en vertrouwen ingeboet. Het uiteenvallen van Beter Voor Dordt is de meest zichtbare uiting daarvan. Al hebben diverse lokale zaken ook bijgedragen aan het negatieve beeld. Een voorbeeld, bijvoorbeeld de rioolkasaffaire en het parkeerbeleid bij het Albert Schweitzer ziekenhuis. Vele zittingsperiodes heeft Beter Voor Dordt als grootste partij in de coalities de toon kunnen zetten. Echter in de huidige coalitie waar zij niet de meerderheid hebben, heeft Beter Voor Dordt zich moeten conformeren aan een beleid dat werd gedicteerd door de overige rechtste coalitiepartijen. De gevolgen voor Dordrecht van deze wankele coalitie is wel dat er beleid is ontwikkeld dat niet of minder past bij de behoefte van de Dordtse gemeenschap. Om maar eens een voorbeeld te noemen, het woningbouwbeleid, al eerder genoemd. Er is een woningnood in

34

Nederland en ook in Dordrecht. Wachttijden van zeven jaar voor betaalbare woningen voor starters, mensen met een laag inkomen. En Dordrecht zet in op woningen bouwen in het duurdere segment. De VSP is van oordeel dat op woningbouwgebied dit college een asociaal beleid heeft gevoerd dat niet past bij de behoefte van de markt. Voorzitter, Beter Voor Dordt is gedurende deze zittingsperiode in de gemeenteraad uitgedund van acht naar één raadszetel. De verhalen komen nu naar buiten en onderstrepen het gevoel dat de VSP al de hele zittingsperiode heeft gehad. Te lang op het pluche blijven zitten en aan de macht blijven en daarvoor als raadslid tegen je wil en geweten in meestemmen met de coalitie. Dat leidt altijd tot een drama, zoals thans aan de orde is. En dit is niet de eerste keer in de Dordtse politiek waar afscheiding veelal het gevolg zijn van te strakke coalitieafspraken. Voorzitter, de VSP wil ondanks deze crisis dat Dordrecht tot aan de verkiezingen in maart 2022 goed bestuurd wordt. Het lijkt de VSP om allerlei redenen niet verstandig om gezien de korte periode tot de verkiezingen een nieuwe wethouder te benoemen als opvolging van de heer Sleeking. Denk daarbij aan de inwerkperiode voor een nieuwe wethouder in de vele moeilijke dossiers en de mogelijke wachtgelduitgave door het nu benoemen van een nieuwe wethouder. Geld dat we in de toekomst wel beter kunnen gebruiken.

Om diezelfde redenen pleit de VSP ervoor, ook voor wethouder Stam, niet te vervangen. De VSP acht het in de nog resterende periode tot de verkiezingen geen probleem om de lopende zaken af te wikkelen door de vier resterende wethouders. Zij moeten toch volledig op de hoogte zijn van de dossiers die onder de verantwoordelijkheid van wethouder Sleeking vielen. De VSP doet een beroep op de coalitie en de rest van de gemeenteraad om nu de coalitie in de raad geen meerderheid meer heeft, gezamenlijk in goed overleg de besluiten te nemen die noodzakelijk zijn voor de bestuurlijke continuïteit, tot aan de verkiezingen van 2022. Mocht het noodzakelijk zijn, dan kunnen we als 39 raadsleden zelf … 39 raadsleden ook zonder inbreng van het college zelf het initiatief nemen tot naadzakelijke belangrijke besluiten die we dan kunnen nemen. Dat was de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Het leidt niet tot interrupties of vragen, dus u was glashelder. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Naar aanleiding van het Afghanistandebat in Den Haag, sprak de NRC afgelopen zaterdag over het circus van de Haagse politiek. Er vonden telkens nieuwe voorstellingen plaats met weinig tot geen betekenis voor de burgers en met het groeiende gevaar dat het aanzien van de politiek en van de democratie verder afbladdert.

Voorzitter, in deze gemeenteraad vinden dezelfde voorstellen hier plaats. In plaats van een serieuze gemeenteraad voor de stad van 120.000 inwoners in een regio van 400.000 inwoners, bedrijven wij de afgelopen jaren een vorm van dorpspolitiek. Zestien leden van verschillende partijen zijn de afgelopen jaren gewisseld van zetel of vertrokken uit de raad vanwege conflicten. In een aantal gevallen worden daarbij ruzies openlijk uitgevochten via de pers. Voor sommigen misschien smullen, maar voor de meeste mensen een bevestiging van het negatieve beeld dat er al bestaat over de politiek en politici. Het tast de betrouwbaarheid aan van het democratisch stelsel. Democratie is immers niet de tucht van de meerderheid, maar het respect voor de minderheid en daar ruimte aan bieden. Kortom, de raad van Dordrecht doet volop aan het circus mee. En daarbij geeft het met enige regelmatig een

35

slechte voorstelling. De afgelopen zomer mochten we getuigen zijn van twee voorstellingen waarbij twee belangrijke partijen uit elkaar vielen. Wij veroordelen dergelijk gedrag. Het is volstrekt ondoordacht en onverantwoord. Ondoordacht vanwege het feit dat de ruzie makende leden niet hebben kunnen of willen overzien wat de gevolgen van hun handelingen zijn. Het college verliest de afgesproken steun in de raad in een tijd waarin een stad worstelt met een aantal grote maatschappelijke vraagstukken. Niet alleen wonen, maar ook de coronacrisis is nog steeds niet voorbij. De concrete gevolgen daarvan zullen pas de komende tijd voelbaar en zichtbaar worden. Dit alles maakt de handelswijze volstrekt onverantwoord. En daarmee diskwalificeert men zich als betrouwbare partner van wie dan ook. Dat in ieder geval is het oordeel wat wij geven aan alles wat er de afgelopen tijd gebeurd is. Voorzitter, een dergelijk pijnlijk oordeel heeft echter weinig tot geen betekenis voor de burgers van deze stad. Het doet echter wel iets met het vertrouwen in het stadsbestuur. De stad moet voort, en juist de positieve ontwikkelingen kunnen en mogen niet stoppen. Daarvoor is een volledig operationeel college nodig. Het is immers niet zo dat wethouder Sleeking voor Piet Snot vier jaar in het college een stoeltje warm zat te houden.

Hij had een omvangrijke portefeuille met belangrijke dossiers die wel moeten worden voortgezet. Ruimtelijke ordening is het dossier dat een centrale rol speelt in de ontwikkeling van de woningbouw. Een topprioriteit van elke gemeente, dus zeker ook voor Dordrecht. Op personeelszaken doen zich ook de nodige problemen voor, waardoor nu al dossiers naar achteren dreigen te worden verschoven. Dit is echter geen oplossing voor een probleem dat kan leiden tot de algehele stagnatie. Een nieuw personeelsbeleid gericht op het aantrekkelijk maken om te werken voor deze stad, moet ontwikkeld worden. Op cultuurgebied zien we nieuw beleid zonder geld. Daarvoor moet een wethouder worden aangesteld die realistische voorstellen aan de raad doet. En in de nasleep van de coronacrisis is een volwaardige portefeuillehouder voor de binnenstad meer dan noodzakelijk. Het betuigt daarbij van weinig realiteitszin om te veronderstellen dat er slechts een half jaar sprake van een gemankeerd college. Na 16 maart zal er gedurende een aantal maanden onderhandeld moeten worden over een nieuw college. Gezien de te verwachten versplintering zou daar wel eens sprake kunnen zijn van een college dat uit meer dan vijf partijen zal bestaan. Dit zal de onderhandeling op zijn minst compliceren en dat kost tijd. Misschien wel tot aan volgend jaar toe.

Tot slot zijn wij van mening dat er oog moet zijn voor de overbelasting van bestuurders, terwijl de stad iedere dag weer een toegewijde bestuurskracht vraagt. Het te zwaar belasten kan leiden tot gezondheidsproblemen op termijn, zeker met het oog op de komende verkiezingen. Wij kiezen er niet voor om bestuurders te zien omvallen onder de last van hun verantwoordelijkheid. Om deze reden spreken wij onze voorkeur uit om de vacature van de vijfde wethouder wel te vervullen. We willen daarbij oog hebben voor de ongewenste financiële bijeffecten. Om deze te voorkomen zijn er twee opties. De collegepartijen stappen over hun schaduw heen en zoeken een oud-wethouder van deze stad om de komende tijd tijdelijk een portefeuille waar te nemen. Of er wordt gezocht naar een rasbestuurder in het land met een grote kennis van ruimtelijke ordening die de portefeuille kan waarnemen. De optie met vier wethouders door te gaan is voor ons niet onbespreekbaar overigens. Wij twijfelen echter of er wel voldoende capaciteit is om daar goed invulling aan te geven, gelet op onze ervaringen van de afgelopen jaren. Overbelasting ligt daarbij zeker op de loer. Een goede bewaking daarvan door het

36

presidium daarvan achten wij urgent om tijdig te kunnen ingrijpen wanneer zich dit zich fout manifesteert. Binnen een dergelijke verdeling van vier wethouders zouden wij graag zien wat dat college voornemens is te doen tot 16 maart. Wij verwachten een soort werkprogramma waarbij wordt doorgewerkt aan de belangrijkste zaken van de stad. Het feit dat het college zelf gaat over de verdeling kan ons maar weinig boeien. Juist vanwege haar minderheidspositie is het van het grootste belang dat er voldoende vertrouwen bestaat binnen de meerderheid van de raad in de verdeling, waardoor het college zijn werk zo goed als mogelijk kan blijven doen. Wij verwachten dan ook een voorstel daartoe in de komende gemeenteraad van 12 oktober. Kunt u ons dat toezeggen? Tot zover. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Eén vraag aan de heer Van Verk. Hij wijst op het feit dat het college ook na de verkiezingen nog enige tijd bezig zal moeten zijn in afwachting van nieuwe onderhandelingen. Maar is het niet zo dat als je een wethouder aan wilt stellen, dat je ook tijd nodig hebt om die te zoeken. Dus die begint ook niet op 1 oktober. Dus dat doet dan weer af aan de tijd die hij zit. De heer Van Verk: Nou ja, voorzitter, zoals ik al aangaf, zoek vooral in beperkte kringen van oud-wethouders dan wel rasbestuurders.

En ga niet zoeken eindeloos naar iemand waarvan je denkt van nou, die past wel. Nee, zoek een bestuurder die gelijk in kan schuiven in het college, kennis heeft van zaken en weet wat besturen is. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Heeft de heer Van Verk iemand op het oog? De heer Van Verk: Ik heb best wel een paar namen in mijn hoofd die dat zouden kunnen doen, maar ik vind het niet gepast om die hier te noemen. De heer Portier: Dat verwacht ik ook niet. De voorzitter: Dank. Dan mevrouw Koene nog. Interruptie op de heer Van Verk. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Ja, omdat de heer Van Verk zegt van, nou ik zou wel een paar namen weten. Maar de heer Van der Kruijff heeft volgens mij vandaag al eerder gezegd dat het aan de raad is om eventueel voorstellen daartoe te doen. Dus nou, ik bedoel, houd het open, mijnheer Van Verk, dan … Zal ik gelijk door … De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik had nog … De voorzitter: De heer Van der Kruijff heeft nog een interruptie. Gaat uw gang.

37

De heer Van der Kruijff: Ik heb nog een interruptie op de heer Van Verk inderdaad. Want die eindigde met dat hij een voorstel van het college verwacht over de portefeuille-indeling. En dat, nou ja, dat wil ik niet steunen. Niet omdat ik niet geïnteresseerd ben en het niet belangrijk vind. Maar ik denk, het klopt gewoon formeel niet dat dat een voorstel is. Tegelijkertijd vind ik wel dat het college dat aan de raad hoort mee te delen. En dat het ook goed is, want dat doen we altijd als we mededelingen krijgen, dat we het erover kunnen hebben en gewoon een politieke opvatting kunnen uiten. Natuurlijk kan dat, maar dat is wat anders dan een voorstel. De heer Van Verk: Voorzitter, een reactie daarop. Ik ben me heel goed bewust van het feit dat het college … Dat het een bevoegdheid is van het college om zijn portefeuilles te verdedigen. De brief van de burgemeester begint ook met die zin van, ondanks dat het een bevoegdheid van het college is. En dat zet gelijk ook de toon wat mij betreft. Want ik denk dat er maar één baas is in deze stad en dat is volgens mij de gemeenteraad. En gezien de belangrijkheid van de huidige situatie en het verdelen van een loeizware portefeuille over vier wethouders waarvan in ieder geval één wethouder al zwaar belast is, vind ik wel degelijk een zaak van de raad om daar een oordeel over te vellen in de vorm van een raadsvoorstel.

Buiten dat denk ik dat het ook van belang is voor het college om te weten of zij voldoende vertrouwen … Of de raad voldoende vertrouwen heeft dat zij nog het komend halfjaar door kunnen gaan. En daarvoor wil ik willen pleiten, misschien wel als uitzondering op de regel, dat het college wel degelijk een voorstel doet in de richting van de raad om de portefeuilleverdeling voor te leggen en een werkprogramma wat zij de komende maanden nog willen doen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: En toch op het gevaar af dat ik opeens niet nederig ben en wel arrogant, want dat moesten we allemaal niet zijn, heb ik begrepen. Maar ik ben het er gewoon procedureel echt niet mee eens. En ik ben het helemaal met u eens dat we het er hier over moeten hebben. Maar voor je het weet komt er een raadsvoorstel en dan gaan we het allemaal met elkaar nog lopen amenderen ook, en volgens mij werkt dat zo niet. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik constateer dat er verder geen vragen, opmerkingen richting de heer Van Verk zijn. Dan gaan we inderdaad door naar de fractie Gewoon Dordt. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Even om mee te beginnen, checks and balances, dat zou je zomaar als controle en evenwicht kunnen vertalen. Goed. Ja, ik bedoel echt nadrukkelijk iets mooiers is er niet. Maar goed.

Voorzitter, de noodzaak om dit duidingsdebat met elkaar te hebben, is het opstappen van zes raadsleden van Beter Voor Dordt, die inmiddels door het leven gaan als fractie Nijhof. Hierdoor heeft de coalitie geen meerderheid meer, die sowieso al krap aan was sinds de komst van de heer Van de Klaauw naar onze partij. Belangrijk hierbij is dat deze laatste al voor zijn komst heeft aangegeven de punten uit het coalitieakkoord blijvend te steunen, en dat

38

hebben wij als Gewoon Dordt onderstreept, omdat ook wij dat belangrijk vinden. Van de zes opstappers begrepen wij in eerste instantie dat ook zij dit zouden blijven doen. Tenminste, zo stond het in hun verklaring die op 20 juli is verstuurd naar ons als collega raadsleden. Ik citeer, zij, de zes dus, blijven zich committeren aan het geldende coalitieakkoord. Op 30 augustus werd ik in de middag gebeld door een lid van de fractie die toen nog geen naam had. De fractie dus, dat lid wel. En daarin klonk toch iets anders. Het zou namelijk minder vanzelfsprekend zijn dan zoals wij het hadden begrepen. Al snel kwamen wij tot de conclusie dat de leden van de fractie Nijhof zichzelf in het college hadden bedacht, dat gonsde zo hier en daar. Want ja, zij waren nu natuurlijk de grootste partij. En dan zou de heer Gündogdu alsnog wethouder kunnen worden, wat niet lukte toen hij nog bij Beter Voor Dordt zat. Oh ja, en de positie van wethouder Stam stond wat hem betreft ter discussie, want ja, die heeft nog maar één zetel achter zich. En dit komt allemaal over als dat je al wisselgeld wilt, terwijl je nog niet één streep hebt verdient om op te staan. Even een stukje terug, voorzitter. Dat het zo te zeggen personeelsmanagement binnen Beter Voor Dordt al jaren te wensen overlaat, was voor iedereen die in de politiek zit of er tegenaan schuurt, vrij duidelijk.

Het is dan ook logisch dat er onrust ontstaat, dat mensen zich niet meer veilig voelen en onzeker worden over hun positie binnen een partij of om zich heen gaan slaan uit onmacht. Toch hebben deze zes mensen elkaar wel door dit alles gevonden en hebben zij samen actie ondernomen. Wat wij bij Gewoon Dordt overigens niet begrijpen, is dat je met zes man-vrouw opstapt, in plaats van dat je het vertrouwen opzegt in die ene die er dan nu nog zit, maar dat zal onze logica zijn. Niet dat de coalitie dan nog een meerderheid had gehad overigens. We begrijpen ook niet dat je in paniek moet raken dat na vandaag nog maar vier wethouders actief zijn. Bij de commissies over de kadernota stond op de agenda de naam van wethouder Sleeking alle keren in combinatie met een andere portefeuillehouder. Je streept dus vanmiddag overal de naam Sleeking weg en dan lijkt alles opgelost. Gisteren kregen we een raadsinformatiebrief over de herverdeling van de portefeuilles, en daar trekken we de conclusie uit dat het ook ongeveer zo zal gaan. Daarnaast, een wethouder maakt onderdeel uit van een college dat met elkaar besluiten neemt. Dat doet niemand alleen, en wij hebben daarom weinig zorgen over de continuïteit in het bestuur.

Wat wij wel willen benadrukken, voorzitter, is dat we van de coalitie die er nu is, daar is hij, mijnheer Van der Kruijff, een nederige houding verwachten in de resterende periode tot een volgend college zal aantreden. Want met 14 mensen tegenover 25 kan dat volgens ons ook niet anders. En daarmee bedoelen we nadrukkelijk dat er dus niet hoog van de toren geblazen kan worden met nieuwe ideeën, et cetera. Wat betreft de uitvoering van het coalitieakkoord ligt dat natuurlijk anders, want dat ligt vast. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Bij interruptie, de heer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter, mevrouw Koene heeft het over 14 tegen 25. Maar is er eigenlijk nog wel sprake van een verdeling in oppositie en coalitie? En moeten we niet gewoon kijken op wat voor onderwerpen bepaalde partijen elkaar kunnen vinden dan wel niet kunnen vinden? Wat vindt u daarvan, mevrouw Koene?

39

Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, dat ben ik sowieso altijd al met de heer Portier eens, of met wie dan ook die vindt dat eigenlijk de raad met elkaar moet bepalen wat voor een programma er gedraaid wordt en waar we het met elkaar wel of niet over eens moeten worden. Oftewel, niet werken met een coalitieakkoord. Maar goed, het coalitieakkoord ligt er nog en degenen die het vertegenwoordigen, dat zijn er veertien. En nou ja, en dat blijven nog steeds naar onze mening zeven gedogers. Dus in die zin is voor het coalitieakkoord nog steeds een meerderheid, alleen met nieuwe plannen, mochten die er zijn. Want we verwachten daar ook niet al te veel van gezien de periode. Ik bedoel, dat wijst de praktijk nou eenmaal uit altijd het halfjaar voor de verkiezingen. Ja, nou ja, goed. Is het … Zijn het er dus 25 dan toch nog wel in de oppositie. Maar gewoon … Weet je, voorzitter, weet u, we zijn gewoon met 39 raadsleden, dus in feite zijn er gewoon 39 fracties. De heer Merx: Voorzitter? De voorzitter: De heer Merx. De heer Merx: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vroeg me toch … Want ik blijf een beetje ook op die nederigheid hangen.

Is het niet zo dat wij allemaal net zo nederig of net zo min-nederig of hoe dan ook als raadsfracties moeten zijn? Ik bedoel, ik voel me echt niet geroepen dat wij als de Dordtse VVD nu ineens achteruit knikkend hier de raadzaal verlaten en niks meer aan de orde mogen stellen of zo als wij er iets van vinden. Want dan kan ik nou gewoon beloven, en dat is niet lelijk bedoeld ofzo, maar dat gaan we echt niet doen. Dus ik vroeg eventjes … Ik vraag me af, wat bedoelt u nou met die nederigheid? Want … Ik snap wel, wij zijn, wat ik al gezegd heb, ons als geen ander bewust dat we een, als coalitie, een minderheid hebben en dat dat niet geruststellend is. En dat we daar met elkaar aan moeten werken, met zijn allen aan moete werken. En zoals we dat altijd gedaan hebben volgens mij ook, maar goed. Maar die nederigheid, ik weet niet wat u van mij gaat vragen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nou, dan ga ik een poging doen om dat uit te leggen. Ik denk dat als je een coalitie bent met 14 leden en er dus 25 geen lid zijn van een coalitie, die 25 ook kunnen zeggen vandaag, hé zoek het lekker uit, we sturen jullie allemaal weg. Dus in die zin proberen wij duidelijk te maken dat het voor de coalitie wellicht gepast is om wat nederigheid te betrachten. Want dankzij de gratie van 25 anderen kunnen jullie dan blijven zitten. Is dat duidelijk, voorzitter.

De heer Merx: Nee, maar dan is het heel duidelijk, want u redeneert vanuit macht. De voorzitter: De heer Merx. De heer Merx: Dan kennelijk. En dat heeft ook met die nederigheid te maken. Nee, maar we zijn ons, en ik denk iedereen, ervan bewust dat de coalitie een minderheid heeft en dat we in alle gevallen, zoals de heer Portier dat zei, met elkaar zullen moeten gaan zoeken naar een meerderheid als er een situatie als zodanig zich voordoet. Maar dat

40

heeft voor mij niks te maken met nederigheid, dat heeft gewoon te maken met respect voor elkaar, zoals we dat altijd hebben geprobeerd uit te dragen. En dat vind ik eigenlijk wel belangrijk dat we dat allemaal naar elkaar doen. Mevrouw Koene: Oké, voorzitter. Nou dan is dat helder, dan … Dat is bijvoorbeeld dan ook niet de categorie geweest dat je met vier coalitiepartijen moties en amendementen hebt ingediend in de loop van de periode, waarmee je dus de oppositie confronteert enzovoort, dat getuigt dan weer van weinig respect. Maar ik heb er geen zin om hier een soort catfight met mijnheer Merx te voeren. Dus ik wil eigenlijk vragen of ik gewoon mijn betoog kan vervolgen. De voorzitter: Dank. Volgens mij was u ook richting het eind van uw betoog? Of … Mevrouw Koene: Bijna. Ik vraag dus net of ik mijn betoog mag vervolgen. De voorzitter: Wat mij betreft wel. Mevrouw Koene: Oké. De voorzitter: Maar ik zie ook een vinger van de heer Gündogdu. Mevrouw Koene: Oh ja. De voorzitter: Maakt u eerst uw betoog af inderdaad. Mevrouw Koene: Oh nou dat is aardig. Gewoon Dordt zal de coalitie zoals altijd kritisch volgen en denkt tegelijkertijd, zoals altijd, constructief mee. Vooral omdat onze inwoners en ondernemers het verdienen dat wij zorgvuldig omgaan met wat er in de stad nodig is en wat er moet gebeuren.

Dat is een verantwoordelijkheid die niet alleen bij de coalitie ligt, die ligt gewoon bij ons allemaal. Dat was hem wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Gündogdu voor een interruptie. De heer Gündogdu: Voorzitter, via u. Mevrouw Koene, ik wil toch even iets recht zetten. U heeft zojuist even mijn naam genoemd. Nou en terecht dat u dat noemt. Maar wel voor de helderheid, uw helderheid, dit is natuurlijk inside informatie, maar wij zijn als fractie niet uit Beter Voor Dordt gestapt om coûte que coûte mij als portefeuillehouder op die positie te zetten. Dat u dat maar weet. Dus er liggen veel meer andere zaken aan de orde, maar dat ga ik u nu natuurlijk niet vertellen. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik kan me er zomaar een voorstelling bij maken. Maar ik hoor geen vraag dus ik laat het hierbij. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in de richting van mevrouw Koene? Dat is niet het geval. Dank. Dan gaan we naar fractie Jager. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter.

41

De voorzitter: Laat u uw licht er eens over schijnen. Mevrouw Jager: Mijn licht erover laten schijnen. Nou ik heb niet zo’n heel gemaakt hoor. Ik denk, er komen al twaalf ontzettende verhalen langs, dus ik houd het eventjes bij waar het eigenlijk over gaat, wat we ervan vinden om vier wethouder door te gaan in het komende half jaar. En het lijkt mij geen slechte zaak. Want op dit moment vervangen ze elkaar op bepaalde portefeuilles. En als je een goede verdeling weet te maken tussen de vier op de portefeuilles waar ze toch al mee werken, dan denk ik dat het niet zo’n probleem moet zijn. Wat wel van belang is, is of de wethouders zelf van mening zijn dat ze dat pakket aan kunnen en dat er dus grote aandacht is voor de communicatie tussen de wethouders. Want eerlijk gezegd heb ik het idee dat het daar nog wel eens een klein beetje aan geschort heeft de afgelopen tijd. De coalitieafspraken worden gehonoreerd, dus ook met een minderheidscoalitie kan er nog steeds gewerkt worden. Alleen zal er dus gewoon vanuit de raad steun moeten worden gezocht voor bepaalde besluiten en dat is niet anders. Maar dat lijkt me ook wel spannend voor een poosje. Nederig hoorde ik net langskomen. Nou ik geloof inderdaad met mijnheer Merx mee dat nederig nou niet bepaald iets is waar we allemaal mee moeten zijn. Ik hoorde ook, 39 partijen in de raad.

Ja, Mark Rutte heeft weleens gezegd op het verhaal dat iemand hem gaf van, er moet een kiesdrempel komen. Toen zegt hij nou, van mijn part zitten er 150 partijen in de raad. En dat is natuurlijk ook zo, want in principe wordt iedereen in persoon gekozen dus maakt het ook niet zo uit. Ook hier hebben wij allemaal één stem. En als we het ergens over eens zijn met een meerderheid, dan gaat door en als we het niet eens zijn, gaat het niet door. In dat opzicht is er niks veranderd. Dus het belangrijkste punt is dat we elkaar in elk geval respectvol en waardig bejegenen. Dat vind ik het aller belangrijkste. Dat had ik al gezegd, een minderheid dat lijkt me weleens spannend voor een poosje. Ik zou niet weten waarom je wethouder Stam zou willen vervangen. Ik zie dat niet. Ik heb ook gehoord van, wat nou als er nog één opstapt. En dan heb ik zoiets van, ja, als-dan-verhalen zitten we daarop te wachten op het moment? Ik heb zoiets van, als dat gebeurt dan zien we dat op dat moment en dan moeten er misschien andere dingen gebeuren. Maar voor het moment heb ik er geen bezwaar tegen als de wethouders met zijn vieren doorgaan, mits zij zelf vinden dat dat kan. En hier laat ik het gewoon even bij. De voorzitter: Hartelijk dank, mevrouw Jager. Geen vragen in uw richting, u was helder. En dan gaan we tot slot naar de fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof.

Mevrouw Nijhof: De huidige coalitie stelt voor om de vrij gekomen wethouderspost van de heer Sleeking niet in de vullen en de portefeuille onder de vier zittende wethouders te verdelen. Dat zou wel even kunnen voor dat laatste half jaar. Het zou overigens sowieso een langere tijd worden dan een half jaar, want rekening houdend met het politieke landschap, hebben al eerder mensen gezegd, van volgend jaar, zal er net zoals zich nu in Den Haag voordoet, heel moeilijk een meerderheidscoalitie te vormen zijn. Dit gaat tijd kosten. En wij moeten ons daarom echt afvragen of wij het verantwoord vinden dat belangrijke zaken die onze inwoners direct raken, kunnen blijven liggen. Wij van fractie Nijhof hadden het zeker graag anders gezien en wijten deze ontstane situatie aan de niet verantwoorde opstelling van de vertrekkende wethouder die schijnbaar geenszins van plan was om een opvolger op tijd netjes in te werken in zijn dossiers. Wethouder

42

Sleeking noemde ons onlangs onvolwassen en bestuurlijk onverantwoordelijk door op te stappen uit zijn partij. Maar juist hij is degene die in dezen verzaakt heeft om de stad van een goede opvolger en overdracht van zijn portefeuille te voorzien. Wat overigens één, met nadruk op één, van de redenen voor ons was om juist op te stappen. Om maar met de heer ‘…’ te spreken, na hem de zondvloed. Het zou raar zijn dat wij nu een andere mening zouden zijn toegedaan dat het verantwoord is om met vier wethouders verder te gaan. Wij kunnen dat ook beargumenteren, en niet alleen vanuit het dossier vanuit de vertrekkende wethouder. Des te meer omdat de werkdruk van het ambtelijk apparaat groot is, en nog meer werk verdelen doet de werkdruk alleen maar toenemen. De bestuurlijke planner is zojuist, hebben ook anderen gezegd, onder druk van de raad ingetrokken. Vooral om het feit dat veel zaken doorgeschoven worden onder het mom van corona en werkdruk. Als we zien wat er de laatste 1,5 jaar aan zaken is doorgeschoven, vinden wij dat voorstel van vier wethouders houden, onverantwoord naar de stad. Er zijn zeker op het gebied van ruimtelijke ordening veel problemen en zorgen die nu om aandacht vragen. Er zijn ook achterstanden ontstaan op kunst en cultuur en zeker op personeelsgebied.

Er wordt geen actief grondbeleid gevoerd waar we momenteel, zoals vele andere steden, te kampen hebben met een enorme woningbouwopgave en een gigantische woningnood. Daarbij komt dat er lijsten van moties en toezeggingen zijn in de dossiers van de andere collegeleden, die niet uitgevoerd of vooruitgeschoven zijn. Hoe kunnen er dan taken naar deze collegeleden doorgeschoven worden? En onder wie zouden de zaken dan verdeeld moeten worden? De heer Kolff heeft hier al een brief over gestuurd, maar deze is vaag. En wij vragen meer duidelijkheid over de verdeling. Wij vragen ons namelijk af hoe beschikbaar die andere vier wethouders dan zo zijn en hoe belast zij zijn en hoe zij naast hun dossiers er überhaupt er iets bij kunnen hebben? Wij hebben één wethouder die grote delen van de week niet in Dordt is, omdat hij de gevolgen van de toeslagenaffaire in Den Haag poogt in goede banen te leiden. Er is een wethouder die het al jaren niet lukt om met een sportparkenvisie te komen of met een goed zwerfafvalbeleid, en het niet lukt om tot samenwerking te komen met zijn collega wethouders op het grondstoffenbeleid. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, ik hoor een aantal dingen gezegd worden door mevrouw Nijhof. En dan denk ik, misschien is het niet voor alles nu de plaats en het moment.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/347/documents/12953