CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2a Toelichting - Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Maasterras zonder de Tuinbuurt.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Ontwerpbestemmingsplan Maasterras 2023 - Raadsinformatiebrief29.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Dordrecht Ondergronds 148 Dordrecht Ondergronds

Weeskinderendijk e.o., plangebied Maasterras, gemeente Dordrecht Een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend, inventariserend veldonderzoek door middel van boringen

M.C. Dorst

Archeologie Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300 Postbus 8 3300 AA Dordrecht www.dordrecht.nl/archeologie

Weeskinderendijk e.o., plangebied Maasterras, gemeente Dordrecht

Vakteam Erfgoed /

Dordrecht Ondergronds 148

Weeskinderendijk e.o., plangebied Maasterras, gemeente Dordrecht Een archeologisch bureauonderzoek M.C. Dorst

2022 Gemeente Dordrecht Vakteam Erfgoed/Archeologie

Colofon

ISSN: Tekst: Inhoudelijke toetsing: Redactie: Afbeeldingen: Vormgeving: Drukwerk: Uitgave:

1876-2379 M.C. Dorst J. Hoevenberg J. Hoevenberg Gemeente Dordrecht, Vakteam Erfgoed/Archeologie, tenzij anders vermeld. M.C. Dorst n.v.t. Gemeente Dordrecht, november 2022

Gemeente Dordrecht Cluster Ruimtelijke Kwaliteit / Vakteam Erfgoed / Team Archeologie P: Postbus 8, 3300 AA Dordrecht T: (078) 7708223 E: monarch@dordrecht.nl W: www.dordrecht.nl/archeologie.nl / www.facebook.com/DordrechtOndergronds © Gemeente Dordrecht, 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch databestand of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave dient men zich tot de uitgever te wenden.

Inhoud 1 Inleiding

5

1.1 Onderzoekskader

5

1.2 Administratieve gegevens

5

2. Gegevens plan- en onderzoeksgebied en geplande werkzaamheden

7

2.1 Plan- en onderzoeksgebied en huidige grondgebruik

7

2.2 Geplande werkzaamheden

8

3. Bureauonderzoek

11

3.1 Geologie, landschappelijke ontwikkeling

11

3.2 Bekende historische en archeologische ontwikkeling

16

3.3 Geo-archeologische verwachting

32

5. Veldwerk

41

5.1 Methoden

41

5.2 Onderzoeksresultaten

42

5.2.1. Bodemopbouw

42

5.2.2. Archeologie

48

6. Samenvatting, Conclusies en Aanbevelingen

51

Bronnen

59

Begrippen en afkortingen

65

Bijlage 1: boorbeschrijvingen

67

3

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

De laat 16e-eeuwse balkenhaven Papegat in de periode 1950-1959, na circa 350 jaar nog steeds in gebruik als houtopslag voor het houtverwerkende bedrijf Berger (RAD inventarisnr. 552_800101).

4

1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader Tussen januari en oktober 2022 is in het plangebied Maasterras in de gemeente Dordrecht een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen uitgevoerd. Dit gebeurde in het kader van een herinrichtingsplan voor dit gebied; het omgevingsplan Maasterras. Dit plan betreft een ingrijpende herinrichting en voorziet onder andere in de bouw van verschillende meerdere hoogbouwcomplexenappartementen. Door de gemeente Dordrecht is een archeologisch vooronderzoek bestaande uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen verplicht gesteld (Hoevenberg 2021, archeologisch advies 21A221). Voorafgaand aan het veldwerk is in januari 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd op basis waarvan een geo-archeologische verwachting is opgesteld. Vervolgens is deze getoetst door middel van een verkennend, inventariserend booronderzoek. Dit document is de rapportage van het bureauonderzoek en het booronderzoek in het overgrote deel van het plangebied; op de locatie van een woonwagencentrumkamp aan de Brands Buysstraat was nog niet toegankelijk voor booronderzoek. In het advies is opgenomen dat dit deel van het booronderzoek nog uitgevoerd moet worden.

1.2 Administratieve gegevens Aard onderzoek:

Projectcode: ARCHIS: Periode: Uitvoeringsperiode veldwerk: Gemeente/wijk: Straten/toponiem:

Provincie: Kaartblad: RD coördinaten :

Opdrachtgever: Contactpersoon: Uitvoerder: Medewerker: Bevoegde overheid: Autorisatie onderzoek: Autorisatie rapport: Status rapport: Archivering:

bureauonderzoek en verkennend, inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (protocol 4003, BRL 4000, v4.1, KNA v4.1, 2018) DDT 2022-1 onderzoeksmeldingsnummer 5145909100 Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd tussen januari en oktober 2022 Dordrecht / Industriegebied-West en Oud-Krispijn Laan der Verenigde Naties-hoek Zuidendijk, deel van de A16, Diepenbrockweg, Weeskinderendijk en het parkeerterrein Weeskinderendijk Zuid-Holland 44A noord: 104.293 / 424.930 oost: 104.860 / 424.617 zuid: 104.115 / 423.961 west: 103.823 / 424.308 gemeente Dordrecht, projectmanagement dhr. P.F. van Deursen, projectdirecteur Spoorzone dhr. D.H. van de Rijdt, senior-adviseur planjuridische zaken gemeente Dordrecht, cluster ruimtelijke kwaliteit, vakteam erfgoed dhr. M.C. Dorst (senior KNA-prospector, actorregisternummer 44280884) gemeente Dordrecht dhr. J. Booij (clustermanager) mevr. J. Hoevenberg (senior KNA-archeoloog, actorregister nummer 59356510) goedgekeurde definitieve versie, d.d. 7-11-2022 digitaal: archief Vakteam Erfgoed/archeologie E-depot Nederlandse Archeologie http://www.dans.knaw.nl) Analoog: Stadsdepot gemeente Dordrecht (Dordrechts Museum/collectie archeologie)

5

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

6

2. Gegevens plan- en onderzoeksgebied en geplande werkzaamheden 2.1 Plan- en onderzoeksgebied en huidig grondgebruik Het plan- en onderzoeksgebied ligt grotendeels in het Industriegebied-West en voor een klein deel in de wijk Oud-Krispijn in de gemeente Dordrecht (afb. 1 en 2). Voor de herinrichting van dit gebied is het omgevingsplan Maasterras opgesteld; dit is het plan- en onderzoeksgebied. Het beslaat een gebied dat ten tijde van het onderzoek bestaat uit woningen, bedrijven, kades, een parkeerterrein, onbebouwde groenstroken en verschillende wegen waaronder de A16 met de tunnelingang Oude Maas en de oprit naar de brug over de Oude Maas (afb. 2). Het onderzoeksgebied meet circa 900 x 580 m en heeft een oppervlak van circa 34 ha. Het gebied zal heringericht worden. Hierbij zal bestaande bebouwing en infrastructuur (grotendeels) worden gesloopt waarna er nieuwbouw van voornamelijk wooncomplexen zal plaatsvinden. De exacte aard van de herinrichtingswerkzaamheden is nog niet bekend.

Afb. 1. De ligging van het plangebied (rood) in de gemeente Dordrecht (Dorst 2021, vakteam erfgoed).

7

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 2. Het plan- en onderzoeksgebied in detail (Dorst 2021, vakteam erfgoed).

2.2 Geplande werkzaamheden Het gebied zal heringericht worden, waarvoor het plangebied naar aard van de invulling en het tijdsbestek is onderverdeeld in verschillende zones (afb. 3, linksboven).1 Hierbij zal bestaande bebouwing en infrastructuur (grotendeels) worden gesloopt waarna er nieuwbouw zal plaatsvinden. Dit zal bestaan uit een gevarieerde, stedelijke mix van woningen, voorzieningen, cultuur en bedrijvigheid. Hieronder zijn een groot aantal hoogbouw-woonappartementencomplexen (afb. 3, onder). De exacte aard (en locaties) van de herinrichtingswerken zijn nog niet bekend. Wel is zeker dat, gezien de aanwezige bodemverontreinigingen de bodemingrepen beperkt zullen worden tot een minimum. Grote delen van het gebied zullen voor de aanleg van de nieuwe bebouwing eerst worden opgehoogd. De hoogte van het maaiveld in het onderzoeksgebied varieert sterk tussen circa 2,8 m + NAP ter hoogte van de woningen op de Weeskinderendijk (= hoogte van dijk) en circa 0 m NAP ter hoogte van de bedrijven aan de Edisonstraat in het zuiden (= hoogte maaiveld van Zuidpolder).

1

8

Informatie uit het concept ontwikkelingsplan voor het Maasterras, uitgevoerde ontwikkelvisie door architectenbureau Mecanoo. Interne, gemeentelijke presentatie d.d. 7-10-2021.

Afb. 3. Linksboven: een globaal herinrichtingsplan voor het plangebied Maasterras met de verschillende deellocaties. Rechtsboven: het plangebied met aanduiding van de aard van de te bouwen elementen. Onder: een sfeerimpressie van de voorgestelde (geplande) herinrichting (concept-ontwikkelplan door Mecanoo; interne, gemeentelijke presentatie d.d. 7-10-2021).

9

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

10

3. Bureauonderzoek 3.1. Geologie en landschappelijke ontwikkeling Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Dordrecht is te zien dat er in het onderzoeksgebied sprake is van een grote variatie aan afzettingen (afb. 4). In het midden en zuidelijke deel zijn stroomgordelafzettingen aanwezig van de oudere stroomgordel Uitwijk. Deze rivier stroomde van oost naar west door het plangebied. Het is mogelijk dat deze rivier (hier) een oudere geulfase betreft van de jongere Dubbel-stroomgordel; dit zal verderop nader worden besproken. Voor de oeverwalafzettingen geldt een hoge verwachting op aanwezigheid van behoudenswaardige resten uit de Late Middeleeuwen tot 1421. Op 2,4 km ten zuidoosten van het onderzoeksgebied zijn, op de locatie Gezondheidspark (Karel Lotsyweg) op de zuidelijke oeverwal ook bewoningssporen uit de IJzertijd, Romeinse periode en de Vroege Middeleeuwen aanwezig.2

Afb. 4. Het onderzoeksgebied (blauwe kaderlijn) weergegeven op een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart (2009) van de gemeente Dordrecht. In groen is het jongere, laatmiddeleeuwse komklei-op-veenlandschap te zien. In roze is de verwachte breedte van de stroomgordel van de Dubbel weergegeven. De gestippelde rode zone geeft de maximale breedte van de oeverzone (kronkelwaardafzettingen) van de Dubbelstroomgordel aan. De afzettingen van de oudere stroomgordel Uitwijk / oudere geul Dubbel is aangegeven in paars/blauw. De omkaderde rode vlakken betreffen in de tekst besproken, geoarcheologisch onderzochte locaties, onder vermelding van de gemeentelijke projectcode (De Boer et al., 2009, kaartbijlage 3, bewerkt door: Dorst 2022).

2

Hos & Dorst, 2010 (DDT 0604, Archis zaaknr. 2126999100), Dorst 2011 (DDT 0901, Archis zaaknr. 2228029100), Dorst & Bosman 2013 (DDT 1008, Archis zaaknrs. 2308049100 en 2377150100), Dorst et al, in prep. (DDT 2020-8, OZ-meldingsnr. 4904934100, onder andere met data over IJzertijd en Vroege Middeleeuwen).

11

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Rondom het onderzoeksgebied zijn in het verleden verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. Op basis hiervan kan een accurater beeld worden gepresenteerd van de loop van de Dubbelgeul, de breedte van de oeverwallen en de diepteligging hiervan (afb. 5). Deze reconstructie van de Dubbelloop wordt besproken op basis van de oudere onderzoeken.

Afb. 5. Het onderzoeksgebied (rode kaderlijn) op de kadastrale kaart met daaromheen weergegeven de resultaten van verschillende archeologische onderzoeken in de omgeving. Tussen de twee blauwe lijnen is de jongste geul van de rivier de Dubbel tot 1421 te zien. Aan weerszijden daarvan een smalle oeverwal (groenen lijnen). Met paarse lijnen zijn de oudere geulafzettingen van de Uitwijk stroomgordel of oudere Dubbelfase weergegeven. In oranje lijnen zijn de archeologische onderzoekslocaties aangegeven op basis waarvan deze reconstructie is gemaakt (Dorst 2022, vakteam erfgoed).

In 2014 is in de Frans Lebretlaan op 340 m ten zuiden van het onderzoeksgebied de breedte van de Dubbelstroomgordel gekarteerd tijdens een booronderzoek (afb. 4 en 5, DDT 12025).3 De Dubbel had hier een breedte van circa 165 m en aan weerszijden smalle oeverwallen met een breedte van circa 30-40 m (afb. 6). Aan de noordzijde zijn dieper gelegen oudere restgeul- en oeverwal/komafzettingen van de rivier aanwezig; hier is sprake van een (lichte) binnenbocht. 3

12

Dorst & De Boer 2014.

De oeverwalafzettingen zijn op de noordoever aanwezig vanaf 2,42 m – mv en op de zuidoever vanaf 2,9 m – mv (resp. 1,82 m en 2,98 m – NAP). Deze oeverafzettingen zijn slechts tot 50 cm dik. In de zuidelijke oeverzone zijn hierop vermoedelijke, antropogene ophogingen (dijk/kade/woonheuvel) aangetroffen.

Afb. 6. Een geologisch bodemprofiel over de Dubbel-stroomgordel ter hoogte van de Frans Lebretlaan, vakteam erfgoed projectcode DDT 1202-5 (voor locatie, zie afb. 5). In het midden is de (rest)geul van de Dubbel te zien. Aan weerszijden de oeverzones. In het oosten zijn de afzettingen in de noordelijke oeverzone hooggelegen door de aanwezigheid van een oudere geulfase in de ondergrond. In het westen is de zuidelijke oeverzone (vermoedelijk) tot een vergelijkbare hoogte opgehoogd, door de aanleg van een dijk/kade/woonheuvel (uit: Dorst & De Boer 2014, afb. 16, bewerkt door Dorst 2022).

De Dubbel liep vanaf hier in noordwestelijke richting en sluit aan bij het deel dat in 2018 is gekarteerd ter hoogte van de Spieghelstraat (DDT 1809) en ter hoogte van de Willaertstraat in de Componistenbuurt (DDT 2021-12). Tijdens het begeleiden van een rioolvervangingsproject zijn op de oostelijke oeverwal van de Dubbel bewoningssporen en vondsten uit de Late Middeleeuwen aangetroffen (Spieghelstraat, DDT 1808).4 Op basis van deze vondst is vervolgens is het gehele omliggende gebied door middel van boringen gekarteerd (DDT 1809).5 De Dubbel maakt ter hoogte van de rotonde Hugo de Grootplein een nogal scherpe bocht waarbij een deel van de oostelijke oeverwal geheel is geërodeerd; de jongste geul is scherp in het komklei-op-veenlandschap ingesneden. Ter hoogte van de hoek Spieghelstraat-Vlietweg is wel een oeverwal aanwezig met daarop bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen die mogelijk te relateren zijn aan het pre-1421 dorp/ambacht Dubbeldam. De oeverwal is hier niet of maar licht geërodeerd door het water van het Bergsche Veld. De afzettingen van de (oostelijke) oeverwal liggen namelijk hoog, op circa 1 m – NAP (1,1 m – mv). Deze oeverwal heeft een maximale breedte van 73 m.

4

Dorst 2018.

5

Dorst 2018a.

13

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Ter hoogte van de hoek Weeskinderendijk-Vlietweg is sprake van een laaggelegen komkleiop-veenlandschap, namelijk op 2,56 m – NAP (4,4 m – mv, zie afb. 5, DDT 1113).6 De westelijke oeverwal van de Dubbel is in december 2021 gekarteerd in enkele straten van de Componistenbuurt, direct ten zuiden aangrenzend het onderzoeksgebied (afb. 5, DDT 2021-12 en afb. 7). De grens van de Dubbelgeul ligt ongeveer ter hoogte van de Willaertstraat en ten westen hiervan is sprake van een oeverwal die in noordelijke richting steeds breder wordt. Ter hoogte van de Diepenbrockweg, de zuidgrens van het onderzoeksgebied, is deze zelfs breder dan 200 meter. Het pre-1421 landschap (jongste oeverwal) is hier aanwezig vanaf 1,3 m – mv (1,4 m – NAP). Ook zijn hier aanwijzingen voor de aanwezigheid van ingravingen/ophogingen uit de Late Middeleeuwen. Het in 1421 verdronken landschap is hier vermoedelijk ook slechts licht geërodeerd door het water van het Bergsche Veld.7

Afb. 7. Een bodemprofiel over de westelijke oeverzone van de Dubbel-stroomgordel op de locatie van de Diepenbrockweg tussen de Van Blanckenburgstraat (west) en de Willaertstraat (oost) . Anders dan aan de Frans Lebretlaan is de restgeulafzetting hier in de westzijde van de geul gelegen. In de top van de westelijke oeverwalafzettingen zijn twee antropogene ingravingen/ophogingen aanwezig (uit: Dorst 2021, afb. 12, bewerkt door Dorst 2022).

14

6

Dorst & De Boer 2012, boring 35, hier is wel een detritusrijke restgeulafzetting aanwezig, vermoedelijk een middeleeuwse sloot.

7

Dorst 2021.

Het verdere verloop van de Dubbelgeul in noordwestelijke richting (het onderzoeksgebied) is hier moeilijk in te schatten. Op basis van de onderzoeken zou deze als een zeer smalle geul tussen de Weeskinderendijk Beneden en de bebouwing aan het Hugo de Grootplein 1 (voormalige Nederlands meetinstituut NMI) in noordwestelijke richting kunnen hebben gelopen. Het lijkt echter waarschijnlijker dat de jongste Dubbelgeul vanaf hier in westelijke richting naar de A16 stroomde. Deze aanname wordt verderop nader besproken. Op basis van de bodemgegevens in het omliggende gebied kan een gespecificeerde inschatting gemaakt worden van de bodemopbouw in het onderzoeksgebied (zie ook afb. 24). De bodemopbouw in het onderzoeksgebied zal er, van onder naar boven, naar verwachting als volgt uitzien. -

-

-

-

-

8

Direct ten zuiden van de Weeskinderendijk Beneden kunnen diepergelegen geulen oeverwalafzettingen van de oudere Uitwijk stroomgordel / oudere geulfase van de Dubbel aanwezig zijn. De datering van deze afzettingen is niet bekend, maar deze dateren vermoedelijk van vóór de IJzertijd (mogelijk uit de periode Neolithicum – Vroege Bronstijd (5300-1800 vóór Chr.)8; ze zijn gelegen onder de oeverwalafzettingen van de jongste Dubbelgeul. De top van deze oudere afzettingen is aanwezig vanaf 2 m – NAP (ca. 1,8 m – mv). Deze stroomgordelafzettingen zijn naar verwachting aanwezig binnen de zone tussen de Weeskinderendijk Beneden en de lijn Van Blanckenburgstraat-Oude Maas (zie ook afb. 24). Op/in de bovengenoemde oudere stroomgordelafzettingen zijn stroomgordelafzettingen van de jongste Dubbelgeul aanwezig. Dit kunnen zowel oeverwal- als geulafzettingen zijn. De oeverwallen zullen direct aan weerszijden van de jongste Dubbelgeul liggen, maar de exacte ligging en loop in het onderzoeksgebied is onbekend. De noordelijke oeverzone/-wal kan een breedte hebben tussen circa 30-200 meter en kan aanwezig zijn vanaf 1,1 m – NAP. Echter, aangezien deze oeverzone binnen het sterk opgehoogde Weeskinderendijk deel aanwezig is, gaat het hier om een diepte van circa 3,55 m – mv. Ook de zuidelijke oeverzone/-wal kan in het onderzoeksgebied zeer breed zijn; tot meer dan 200 meter.

Dit is omdat ook hier, diepergelegen geulafzettingen van de oudere stroomgordel Uitwijk aanwezig zijn (zie hierboven). In dezelfde zone is in de periode (IJzertijd?- Middeleeuwen tot 1421) sprake van een hooggelegen oeverzone waarvan de afzettingen aanwezig zijn vanaf tenminste 1,4 m – NAP. Echter, ook hier is het gebied waarbinnen de oeverzone aanwezig is, met een gevarieerde dikte opgehoogd. De diepteligging vanaf maaiveld is voor deze zone niet goed aan te geven. De locatie en loop van de jongste Dubbelgeul tot 1421 binnen het onderzoeksgebied zijn onbekend. Restgeulafzettingen in deze geul zijn aanwezig in de zone direct ten noorden van de Weeskinderendijk Beneden / achtergevel Hugo de Grootplein 1. Echter, ca. 50-75 m ten zuiden hiervan zijn deze niet aangetroffen. Dit zou betekenen dat de geul hier slechts een breedte had van circa 50-75 m, wat merkwaardig zou zijn. Een andere mogelijkheid is dat de jongste Dubbelgeul vanaf dit punt in westelijke richting stroomde. De afwezigheid van een herkenbare restgeul kan betekenen dat dit de locatie van de dam in de Dubbel is; de afzettingen/verlengde van de jongste geul zijn dan ten westen van deze dam niet herkenbaar/te onderscheiden van de oudere geulafzettingen waarin deze ingesneden is. Deze suggestie wordt nader besproken in paragraaf 3.3 geoarcheologische verwachting.

In de noordelijkste en zuidelijkste delen van het onderzoeksgebied zal sprake zijn van een lagergelegen komklei-op-veenlandschap. Dit pre-1421 landschap zal dieper aanwezig zijn dan 1-3,4 m – NAP (op locaties waar geen sprake is van Nieuwe Tijd ophogingen). Op bovengenoemde afzettingen is een pakket afzettingen van het zoetwatergetijdengebied Bergsche Veld/de Biesbosch aanwezig; het zogenoemde Merwededek. Dit is afgezet tussen circa 1425/1426 en 1603/1617. Het water hiervan heeft het oudere, pre-1421 landschap geërodeerd. De mate van erosie verschilt sterk

Dorst 2022, gemeentelijke projectcode DDT 2021-7. Op de locatie geluidschermen N3Gezondheidspark is de oudste fase van de Dubbelgeul door middel van 14C-dateringen geïnterpreteerd gedateerd in de periode Neolithicum – Vroege Bronstijd (5300-1800 vóór Chr.).

15

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

-

3.2

per locatie en er kan op voorhand geen goede inschatting van gemaakt worden. Ten slotte is er in het onderzoeksgebied nog sprake van zones die in de Nieuwe Tijd zijn vergraven of juist opgehoogd. Het gaat hier om enkele gegraven havens en verschillende dijken/kades die zijn aangelegd. Deze worden hieronder geïnventariseerd en besproken.

Bekende historische en archeologische gegevens

In het verleden zijn bij verschillende onderzoeken op de oeverwallen van de Dubbel bewoningssporen aangetroffen. De oudste dateren uit de periode Vroege en Midden IJzertijd, de Romeinse periode en de Vroege Middeleeuwen. Sporen en vondsten uit deze perioden zijn bekend van de zuidelijke oeverwal van de Dubbel op de vindplaats Gezondheidspark op de hoek Amnesty Internationalweg - Karel Lotsyweg op circa 2,4 km ten zuidoosten van het plangebied.9 Deze IJzertijd/Romeinse periode-vindplaats bestaat uit een gevarieerd sporen- en vondstencomplex. Er zijn enkele, in-situ staken/palen, een liggende paal en enkele scherven uit de Vroege-Midden IJzertijd aanwezig,10 en hiertussen ligt op hetzelfde niveau een vondstcomplex uit de Romeinse periode tussen de 1e en 3e eeuw. Het IJzertijd en Romeinse vondstmateriaal en sporen bevinden zich in/op dezelfde geologische afzetting. Het bevindt zich dieper gelegen in het pakket oeverwalafzettingen en zijn aanwezig tussen circa 1,8 en 2,9 m – mv (circa 2 – 2,8 m – NAP). De IJzertijd/Romeinse vindplaats is deels afgedekt door een pakket jongere, post-romeinse oeverwalafzettingen. Het Romeins materiaal betreft een “puur” Romeins vondstcomplex met daarin slechts enkele fragmenten inheemse keramiek. Er kan mogelijk sprake zijn van een villa-terrein. Er zijn echter geen baksteen-/tufsteenmuurfunderingen van bebouwing gevonden.

Er zijn enkele houten staken en drie kleinere palen gevonden die mogelijk met dit Romeinse vondstcomplex geassocieerd kunnen worden. De vondstlaag is aangetroffen in een overgangszone tussen het hogere deel van de oeverwal en de geul van de Dubbel, afgedekt door een jongere, oeverwalafzetting uit de late Romeinse periode en begin van de Vroege Middeleeuwen. Het vondstcomplex is aaneengesloten aanwezig over een lengte van circa 35 m en heeft een breedte van circa 16 m. Deze zone kan geïnterpreteerd worden als een getijden-oeverzone; een gebied dat wisselend met het getij droog lag of onderwater stond. Het vondstmateriaal dat hier gevonden is, is hier waarschijnlijk deels door dump (van afval) en verlies (bij betreding) terecht gekomen.11 Het materiaal lag dus in een getijden-oeverzone met een diffuse overgang en dikte; soms is het materiaal (lokaal) in een dik opgestapelde laag van ca. 10 cm dik aanwezig en soms meer verspreid in een laagdikte tussen 50-60 cm. Er is veel keramiek, dierlijk bot, meerdere munten, relatief veel sieraden, zoals fibulae, een hanger/oorbel, ring, persoonlijke verzorgingsvoorwerpen zoals een scheermesfragment, pincet en make-up spatula en verschillende (o.a. ongebruikte) gereedschappen en een leren schoenfragment gevonden. Daarnaast is er ook veel bouwmateriaal aanwezig waaronder dakpannen en vloertegels.

Vermoedelijk was op deze locatie sprake van een woonlocatie uit een lange periode tussen de 1e - 3e eeuw. Dit kan gezien de bouwmaterialen en de aard van de vondsten wijzen op het terrein van een villa. Er zijn echter geen sporen gevonden van (in-situ) huispalen/ muren/uitbraaksporen. Dit bouwwerk lag vermoedelijk ten zuiden van het opgegraven deel. De top van de hogere oeverwal is hier echter geheel geërodeerd door het water van het Bergsche Veld in de periode tussen 1425/1426 en begin 17e eeuw. De getijden-oeverzone waarin de vondsten zijn aangetroffen zou een locatie geweest kunnen zijn waar mogelijk platbodemschepen geladen en gelost werden. Op basis van de aard van de vondsten en een bodemmicromorfologisch onderzoek kan in ieder geval gesteld worden er sprake was van menselijke betreding.12 9

11

Proefsleuvenonderzoek: Dorst & Bosman 2013 (DDT 1008, Archis zaaknr. 2377150100), Opgraving Gezondheidspark 2020: Dorst et al, in prep. (DDT 2020-8, Archis OZ-meldingsnr. 4904934100). Groningen University, CIO analysenummers GrM 25560 en 25561, resp. 756-419 BC en 388-207 BC, onderzoek DDT 2020-8, Dorst, et al, in prep. Archis OZ-meldingsnr. 4904934100). Dorst & Bosman, 2022 (DDT 2020-8, Archis OZ-meldingsnr. 4904934100).

12

Dorst & Bosman, 2022 (DDT 2020-8, Archis OZ-meldingsnr. 4904934100).

10

16

Vermoedelijk is er op deze locatie sprake van bewoningscontinuïteit vanaf tenminste de Romeinse periode. Op dezelfde zuidelijke oeverwal is circa 100 m ten westen van de Romeinse vindplaats een begraving uit de Vroege Middeleeuwen; tussen 416 en 540 ná Christus gevonden.13 Deze was aanwezig ter hoogte van het latere kerkhof van het ambacht Wolbrantskerke/Kruiskerke dat hier in de late middeleeuwen ontstaan is. De oudste, houten kerk dateert uit de periode 1025 - 1028, maar in deze constructie waren ook zware, houten palen hergebruikt die dateren uit de 8e – 9e eeuw.14 Vanaf de late 10e en begin 11e eeuw werd begonnen met het in cultuur brengen van het veenlandschap in dit gebied. Waarschijnlijk dus (ook) deels door mensen die hier al sinds eeuwen aanwezig waren. Hierdoor werd een groter areaal geschikt werd voor grootschaliger bewoning en landbouw en ontstond uiteindelijk in 1283 een zeer uitgestrekt bedijkt gebied; de Grote Waard. De aanleg van kaden en dijken langs de rivieren in dit rondom bedijkte gebied was waarschijnlijk een eerste noodzaak om het land te beschermen tegen overstromingen. Vervolgens zijn ook achter- en zijkaden (zijdewindes) en uitwateringssluizen aangelegd. De ontginning en de ermee gepaard gaande ontwatering hadden inklinking van het klei-opveenlandschap tot gevolg, waardoor het land binnen de Grote Waard steeds lager kwam te liggen.

De waterbeheersing werd dus steeds belangrijker, de rivieren moesten buitengehouden en gecontroleerd kunnen worden en regenwater moest adequaat worden afgevoerd. De kleinschalige bewoning gedurende de Vroege en Midden IJzertijd, Romeinse periode en Vroege Middeleeuwen op de locatie Gezondheidspark veranderde vanaf het begin van de 11e eeuw. De oudst gedateerde middeleeuwse bebouwing betreft een houten kerkje uit de periode 1025-1028. Dit was mogelijk al een vervanging van een oudere kerk/kapel op dezelfde locatie of direct omliggend gebied. Het is gelegen op een lage, opgeworpen heuvel op de overgang van de hogere oeverwal naar het daarachter gelegen, zuidelijke komgebied. Rondom het kerkje was een kerkhof aanwezig. Tussen 1321 en 1350 is de houten kerk (deels) vervangen door een bakstenen kerk, waarbij de kerkheuvel nogmaals is opgehoogd. Van deze bakstenen kerk was alleen de fundering van de toren en een deel van de westelijke zijgevel en funderingshout van de zuidgevel bewaard gebleven. Op basis hiervan kan afgeleid worden dat er sprake moet zijn van een erosie van het pre-1421 (cultuur)landschap van circa 80-100 cm. Het kerkhof uit deze tweede kerkfase werd uitgebreid en was voorzien van een ringsloot. Op het hogere deel van de zuidelijke oeverwal zijn meer sporen van middeleeuwse bewoning aangetroffen.

Het gaat onder andere om drie houten duikers die een verbinding vormden tussen de Dubbel en het water in de achterliggende perceelsloten. Het is mogelijk dat hier bovenop sprake was van een lage kade/dijk, echter de aanwezigheid hiervan is op deze locatie niet met zekerheid vastgesteld. Ook in de noordelijke oeverzone zijn duikers aangetroffen. Daarnaast zijn er op de zuidelijke oeverwal ook andere bewoningssporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van huizen. Er zijn echter nergens funderingen of palen van huisplattegronden aangetroffen. Er kan gesuggereerd worden dat deze oorspronkelijk op lage woonheuvels of een kade lagen en dat deze grotendeels zijn geërodeerd. Wel zijn er verschillende palen, staken, beschoeiingen, (mest)kuilen, ambachtelijke afvalkuilen en sloten aanwezig en een grote hoeveelheid vondsten en huishoudelijk afval. Dit laatste was voornamelijk als een weggeworpen of ingespoelde laag in de oeverzone van de Dubbelgeul aanwezig. Alle resten behoorden tot het in 1421 verdronken bebouwing van het dorp/ambacht Wolbrantskerke/Kruiskerke.15

13

14 15

Groningen University, CIO analysenummer GrM 25080. Dit graf is al opgegraven in 2006 (Hos & Dorst, 2010, DDT 0604, Archis zaaknr. 2126999100), maar pas in 2020 door middel van C14-analyse gedateerd. Momenteel worden aanvullend nog een isotopenanalyse en een DNA-analyse uitgevoerd. De resultaten worden besproken in: Dorst et al, in prep. (DDT 2020-8, Archis OZ-meldingsnr. 4904934100). Dorst & Bosman 2013, 56-61. Hos & Dorst 2010 (Dordrecht projectcode DDT 0604, Archis zaaknr. 2126999100), Dorst 2011 (Dordrecht projectcode DDT 0901, Archis zaaknr. 2228029100), Dorst en Bosman 2013 (Dordrecht projectcode DDT 1008, Archis zaaknr. 2377150100).

17

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Het laatmiddeleeuwse bewoningslint strekte zich ook in (noord)westelijke richting uit. In de wijk Zuidhoven, op 1,5 km ten zuidoosten van het plangebied zijn op beide oeverwallen ook (sterk geërodeerde) bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen aangetroffen.16 En ook direct ten zuiden van het onderzoeksgebied zijn bij booronderzoeken aanwijzingen gevonden voor laat-middeleeuwse bewoning. Aan de Frans Lebretlaan gaat het om een vermoedelijk ophogingspakket (dijk/kade/woonheuvel, afb. 6) en in de Diepenbrockweg gaat het om vermoedelijke ingravingen/ophogingen met daarin baksteenfragmenten (afb. 7). De vindplaats aan de Frans Lebretlaan ligt op circa 370 m ten zuiden van het onderzoeksgebied (afb. 4, DDT 1202-5).17 Hier is door middel van een raai boringen over de Frans Lebretlaan de Dubbelgeul met beide oeverwallen gekarteerd. In de zuidelijke oeverzone - bestaande uit een komafzetting - is een pakket donker-bruingrijze, sterk humeuze klei met plant- en houtresten, kleibrokken, zandbrokken en een fragmentje bouwpuin aangetroffen (afb. 6). De top van deze vermoedelijke ophoging ligt op 1,7 m – mv (1,78 m – NAP, boring 40). Het kan gaan om een dijk/kade of een woonheuvel/hil. Naar verwachting is de gehele zuidelijke oeverzone met mogelijk antropogene ophogingen ook aanwezig in het onderzoeksgebied (afb. 4 en afb. 5).

Op de noordelijke oeverwal zijn tijdens een booronderzoek aan de Lebrethof op een diepte van ca. 1 m – mv (ca. 1,57 m – NAP) houtskool en een fragment onverbrand bot gevonden (afb. 4, DDT 0405).18 De vindplaats Componistenbuurt ligt direct aangrenzend ten zuiden aan het onderzoeksgebied (afb. 4, DDT. 2021-12). Hier zijn in/op de top van de zuidelijke oeverwalafzettingen in twee boringen (B1 en B3) archeologische indicatoren/sporen aangetroffen. In boring 1 was tussen 2,26 en 3,4 m – mv een vermoedelijke ingraving aanwezig met daarin een fragment baksteen. Het ingravingsniveau van dit spoor ligt rond de 1,9 m – mv (1,48 m – NAP). Het spoor heeft een jongste opvulling die bestaat uit afzettingen van het Bergsche Veld; dit is mogelijk een dijksloot. In boring 3 is tussen 1,7 en 2 m – mv een rommelig pakket met een fragment baksteen aanwezig. Dit kan een restant van een ophogingspakket zijn, maar ook een cultuur-/ akkerlaag of een opvulling van een ingraving. Het is aanwezig vanaf circa 1,44 m – mv (1,43 m – NAP). Net als de bewoningssporen die aan de Spieghelstraat zijn aangetroffen in de noordelijke oeverzone, kan het hier gaan om bewoningssporen die behoren tot het in 14211424 verdronken ambacht Dubbeldam, dat vermoedelijk in dit gebied lag.

Op de hoek Spieghelstraat-Vlietweg zijn in 2018 tijdens een archeologische begeleiding bewoningssporen en vondsten uit de Late Middeleeuwen gevonden. Ook deze locatie ligt direct ten zuiden, aangrenzend tegen het onderzoeksgebied ter hoogte van de Weeskinderendijk (afb. 4, DDT 1808).19 Hier zijn in de top van de oeverwal op een diepte tussen 1,1 en 1,5 m – NAP (vanaf ca. 1,1 m – mv) ingravingen (sloten/kuilen) en in-situ gelegen bakstenen aangetroffen. In de ingravingen was een grote hoeveelheid baksteenfragmenten aanwezig. Op de bakstenen waren geen mortelresten aanwezig en omdat er ook ongebakken klei en sterk versinterde en deels verglaasde baksteenfragmenten aanwezig waren, is het mogelijk dat hier sprake is van een locatie waar bakstenen geproduceerd werden. Ook de in situ naast elkaar gelegen bakstenen kunnen hierop wijzen. Tevens is er huishoudelijk afval gevonden zoals dierlijke botresten en keramiek, waaronder een versierde vuurdover. Het materiaal kan gedateerd worden tussen circa het midden van de 13e eeuw en 1421. Mogelijk was hier in deze periode, in de directe omgeving een huis/boerderij aanwezig waar (ook) bakstenen geproduceerd werden. Op basis van een kaart uit 1540 zou mogelijk opgemaakt kunnen worden dat hier in de buurt het in 1421-1430 verdronken ambacht Dubbeldam gelegen was.

Op die kaart uit 1540 staat ter hoogte van het onderzoeksgebied de gereconstrueerde Dubbel aangegeven met daarbij getekend een schutting met de beschrijving: “Schuttinge genoemt Dubbeltdam “(afb. 8). Dergelijke schuttingen waren vissteken en de beschrijving is mogelijk ook gebruikt voor beschoeiingen en palenrijen die in het zoetwatergetijdengebied ‘t Bergsche Veld waren ingeslagen om de stroomsnelheid te verminderen en de aanslibbing van grond te bevorderen.

18

16 17 18

Dorst 2020, DDT 1812, Archis OZ-meldingsnr. 4698174100. Dorst & De Boer, 2014. Borsboom, 2004.

19

Dorst 2018.

Het ambacht Dubbeldam wordt in de bronnen vermeld vanaf 1310 tot 1425/1430.20 De beschrijvingen in de geschreven bronnen zijn echter nogal summier; alleen dat er sprake is van huizen met erven op een dijk en van timmeringen, een midsloot, een sluis (waarschijnlijk in de dam in de Dubbel).21 Deze dam zal ergens in de directe omgeving aanwezig zijn geweest en het is goed mogelijk dat deze binnen het onderzoeksgebied lag. Een aannemelijke locatie hiervoor is het gebied tussen de Brandts Buysstraat en het pand van het voormalige NMI aan het Hugo de Grootplein 1, in het verlengde van de Weeskinderendijk, oostzijde (afb. 24). Ten westen van deze lijn lijkt de restgeulvulling van de jongste Dubbelgeul afwezig en dit kan veroorzaakt zijn door de ligging van de dam in de Dubbel. Deze zal dan in de ringdijk van de Groote Waard aanwezig zijn geweest, welke dan naar verwachting onder de Weeskinderendijk oostzijde zal liggen. Opvallend is dat er in 1425 en mogelijk zelfs in 1430 nog sprake is van bewoning in Dubbeldam; blijkbaar had men hier niet direct veel last van de twee St. Elisabethsvloeden in de periode 1421-1424. Dit blijkt ook uit het feit dat er sprake is van niet-geërodeerde sporen in de top van de noordelijke oeverzone direct ten oosten van de Weeskinderendijk aan de Spieghelstraat.

Afb. 8. Een uitsnede van de zogenoemde “reuzenkaart” van (vermoedelijk) Cornelis Schilder uit 1540. Het betreft de periode waarop het buitengebied nog grotendeels onderwater stond; het zoetwatergetijdengebied ‘t Bergsche Veld. Daarnaast zijn hierop ook gereconstrueerde, pre-1421 zaken aangegeven zoals de ligging van rivieren en de locaties van ambachtskerken en -grenzen. In rood is bij benadering de locatie van het onderzoeksgebied aangegeven, ter hoogte van de Dubbeldam-schutting (RAD inventarisnr. 552_299001, bewerkt door Dorst 2022, vakteam erfgoed).

Door (illegale) moernering22 en een veranderende waterhuishouding in de rivieren, onder andere door de aanleg van de dammen, kwamen de buitendijken van de Grote Waard extra onder druk te staan. Het drooghouden van de waard bleek uiteindelijk niet mogelijk en mede ten gevolge van de St. Elisabethsvloeden 1421-1424, overstroomden grote delen. Door dit zoute water konden er in de lagere delen van het overstroomde landschap, met name in de riviergeulen en de sloten, brakwaterkokkels leven. Deze komen vaak in grote aantallen in de bovenste, sterk organische opvullingen voor. Aangezien het milieu kort daarop weer verzoette,

20 21 22

‘t Jong & Dorst 2009. En mondelinge mededeling, met dank aan dhr. H. ‘t Jong. ‘t Jong & Dorst 2009, 157-158. Moernering is het afgraven van het veen voor brandstof (turf).

19

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

zijn deze kokkels niet volgroeit en komen ze voor in levenshouding.23 Gezien de (brakkeof) mariene oorsprong kan deze laatste opvulling met brakwaterkokkels gerekend worden tot de Formatie van Naaldwijk. Als gevolg van de overstromingen werd de landbouwgrond economisch onbruikbaar en uiteindelijk als verloren beschouwd en opgegeven. Tijdens of direct na de overstromingen tussen 1421-1424 werden de nederzettingen verlaten, al lijkt Dubbeldam tot mogelijk 1430 nog (deels) bewoond. Toen ook de dijk langs de Merwede tussen Woudrichem en Werkendam in 1425/26 doorbrak, veranderde de Grote Waard in een ondiep zoetwatergetijdengebied, het Bergsche Veld/de Biesbosch.24 Alleen de stad Dordrecht bleef droog en was gedurende deze periode een eiland in dit binnenwater. In de periode dat het gebied onder water stond, is een fijn gelaagd pakket grijze klei en zand afgezet; het zogenoemde Merwededek. Op de oudste bekende kaarten uit de 16e eeuw is te zien dat het onderzoeksgebied rond het midden van de 16e eeuw vermoedelijk nog geheel onder water stond (afb. 8). In de daaropvolgende decennia zal het meer en meer opslibben en uiteindelijk in een semi-permanent droog schorren- en slikkengebied veranderen. In 1560 is de locatie van het onderzoeksgebied (deels?) weer droge grond, vermoedelijk nog wel onbedijkt en onbebouwd.

Vermoedelijk direct ten zuiden van het onderzoeksgebied was wel bebouwing aanwezig dat (op kaarten) genoemd staat als Nadorst, waarschijnlijk een verbastering van “de nederste mijl”, zoals dit gebied al op een kaart uit 1537 staat aangeven.25 Soms staat het als één enkel huisje aangegeven, soms als twee huizen, maar ook als/met molen en mogelijk met steiger/veerdienst. De huidige locatie hiervoor zal ergens ter hoogte van de Mijlsehaven en hoek ‘s Gravendeelsedijk-Laan der Verenigde Naties liggen (afb. 9, links). In 1603 wordt de Oud Dubbeldamse polder gerealiseerd; het noordelijk deel van het onderzoeksgebied valt hierbinnen; de bedijkingen van de huidige Weeskinderendijk behoren tot deze inpolderingsfase (afb. 9, rechts). Het deel van het onderzoeksgebied staat hier aangegeven onder de naam Kerckenlant. Vermoedelijk is het aangelegd als een balkenhaven; aan de Oude Maaszijde is een uitwateringssluis (Sluys) aangegeven van de voormalige Boerenkil die mogelijk in de 16e –eeuw is aangepast tot verdedigingslinie. Deze kil was de uitwateringsvliet van de Oud Dubbeldamse Polder. De balkenhaven lijkt te zijn onderverdeeld in vier delen, gescheiden door kades. De oostelijke bedijking hiervan is dan een voortzetting op/van het restant is van de bedijking van de Groote Waard (afb. 24 en 25).

Het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied lijkt op de kaart uit 1611 ook al van een lage kade voorzien, mogelijk als voorbereiding op de nieuwe bedijking van de polder De Mijl, die later opgenomen is in de bedijking van de Zuidpolder. De grond aan de Oude Maaszijde staat vermeld als “4 mergen Strepenlants”.

23 24

25

20

Het gaat om de tweekleppige Cerastoderma glaucum die worden aangetroffen alsof ze in leven waren; dus in een kolonie waarin vrijwel alle exemplaren met gesloten kleppen aanwezig zijn. De Biesbosch is een restant van dit getijdensysteem. Recente info mbt doorbraak Merwededek: Van Heeren 2021. Zie op: http://www.dordrechtplattegronden.nl. Kaart zonder bronvermelding. Het ambacht De Mijl lag grotendeels in de Hoeksche Waard en deels ook in Dordrecht. Het is later door de Dordsche Kil doorsneden. De nederste mijl refereert aan de zuidrand van het ambacht.

Afb. 9. Links: het onderzoeksgebied (rood) bij benadering weergegeven op een kaart van Pieter Sluyter uit 1560 (NA, inventarisnr. 4.VTH-1895A, bewerkt door Dorst 2022, vakteam erfgoed). Rechts: het onderzoeksgebied (blauw) weergegeven op een uitsnede van een kaart van Symon Jansz Indervelde en Daniel Schellincx uit 1611. Vermoedelijk net ten zuiden van het onderzoeksgebied was bebouwing aanwezig dat bekend stond onder de naam Nadorst.

Vanaf 1617 valt het onderzoeksgebied binnen het nieuw ingepolderde gebied. Het behoort deels tot de Oud Dubbeldamse polder (1603, noord) en de polders De Mijl/Zuidpolder (1617, zuid). Het balkengat Kerckenlant is nu aangegeven met twee verbindingen met de Oude Maas, de noordelijke is de uitwateringssluis van de Oud Dubbeldamse Polder en de zuidelijke is de inlaat van de haven met balkengaten met de naam Papegat (afb. 10).

Afb. 10. Het onderzoeksgebied (rood) weergegeven op een kaart uit 1617-1619 van F. en J. Symonsz. van Jansz & Schellincx. De locatie ligt binnen de polders Oud Dubbeldamse polder (1603) en De Mijl (voor 1611?) of Zuidpolder (1617). Vermoedelijk bestaat het in eerste instantie (vrijwel) geheel uit onbebouwde landbouwgronden. In het uiterste zuidoostelijk deel is mogelijk nog een kreekrestant aanwezig (RAD inventarisnr. 552_300308, bewerkt door Dorst 2021, vakteam erfgoed).

21

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Op een kaart van Van Nispen uit de periode rond 1691-1700 en een (gekopieerde) kaart uit 1742 van landmeter Matthijs de Vries is dit specifieke ambachts-/industriegebied binnen het plangebied in detail weergegeven (afb. 11). Op de kaart van Van Nispen (ná 1684 en vóór 1700) is het latere Papegat te zien als water (Houtplaets) met een open verbinding met de Oude Maas, waarover een brug (Draaijbrugh). Ten noorden daarlangs ligt een rechte watergang, de sluisvliet/Boerenkil van Oud Dubbeldam die via een sluis verbonden was met de Oude Maas (Sluijs vant Oudelant). Direct ten noorden langs de sluisvliet lag een steenplaats; een locatie waar bakstenen geproduceerd werden. Deze genoemde veldnamen lijken direct te verwijzen naar geografische elementen in het pre-1421 cultuurlandschap. In welke mate deze nog overeenkomen is onbekend. Opmerkelijk is dat de vermelde steenplaats op slechts 300 m ten noordwesten ligt van de archeologische vindplaats Spieghelstraat (afb. 4, DDT 1818) waar aanwijzingen zijn gevonden voor baksteenproductie in de periode vóór de St. Elisabethsvloed van 1421. Op de dijk rondom het Papegat zijn veel molens aanwezig. Ook zijn er in andere delen van het onderzoeksgebied een aantal molens aanwezig. De locaties van de molens zijn weergegeven in afbeelding 25; deze zijn overgenomen uit de molendatabase:26 Het gaat om de volgende molens: A.

Run- en oliemolen de Hoop/de Bakker (1658-1672, 1680-1866) B. Zaagmolen Clundert/Kleine Noordsche Boer (1700-1895) C. Oliemolen de Witte Arend/Willem de Eerste/de Wever (?-1832) D. (getijden)volmolen Weeskinderendijk/Pelikaan (1628-1780, 1780-1928) E. Zaagmolen de GrooteNoordsche Boer (1680-1867) F. Zaagmolen de Leeuw (1652-1868) G. Zaagmolen Oudemanhuis (1662-1886) H. Zaagmolen het Spinnewiel/de Vlasblom (1650-1854, 1854-1918) I. Zaagmolen de Kapraven (1699-1870) J. Oliemolen de Lattenzager (1717?-ca. 1870) K. Oliemolen de Valk of Uil (1658-1873) L. Oliemolen de Haan (1670-1811) M. Oliemolen den Anker/Sprokkelaar (1691-1887) N. Zaagmolen de Ruyter (1684-1900) O. Oliemolen de Zeelt (1688- 1922) (niet op afb. 11, wel op afb. 25) P. Molen Kalkoen of Oranjeboom of Kalkoor (1684-1924) (niet 11, wel op afb. 25) Q. Trasmolen Oude Zager/Goede Verwachting (1666/1843 of 1857) X. Zaagmolen de Zwaan (1664-1849)

26

22

Zie voor overzicht op: www.molendatabase.org / www.allemolens.nl en Grol & Zondervan-van Heck, 2008.

Afb. 11. Boven: vrijwel het gehele onderzoeksgebied (rood) weergegeven op een uitsnede van een kaart van Van Nispen (ná 1684 en vóór 1700, RAD inventarisnr. 552_308048, bewerkt door Dorst 2022, vakteam erfgoed).27 Onder: een tekening van het Papegat door landmeter Matthijs de Vries uit 1742 (RAD inventarisnr. 552_231594, bewerkt door Dorst 2022, vakteam erfgoed).

Deze situatie blijft in zijn kern bestaan tot in de late 19e eeuw. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 is een vergelijkbaar inrichtingsbeeld te zien (afb. 12). Veel van de oudere molens zijn nog steeds aanwezig. Rondom de 17e –eeuwse steenplaats zijn nu twee nieuwe steenplaatsen aanwezig en hierop zijn ook de locaties van de steenovens weergegeven (afb. 12, in paars, kadastrale perceelsnrs. 86, 89 en 90). In blauw is de ligging van de sluisvliet en in oranje de locatie van de sluis naar de Oude Maas weergegeven. In groen zijn delen van dijken binnen het onderzoeksgebied aangegeven. De (basis)ouderdom hiervan verschilt en is aangegeven in afbeelding 24 en 25.

27

De kaart is zonder datum, de genoemde periode is de periode waarin hij officieel actief was als landmeter.

23

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 12. Het onderzoeksgebied (onderste deel bij benadering) weergegeven op de kadastrale minuut van 1811-1832. Hierop is het ambachts-/industrieterrein rondom het Papegat in detail te zien (Beeldbank RCE, kaarten MIN08038A01 (boven) en MIN08038B01 (onder.Het gedetailleerde kadastrale blad van De Mijl van dit deel van het onderzoeksgebied is niet bewaard gebleven), bewerkt door Dorst 2021).28 De bedijkingen zijn in groen aangegeven, de Sluisvliet van de Oud Dubbeldamse Polder in blauw, de uitwateringssluis in oranje. Daarnaast verwijzen de letters naar de locaties van de in de tekst vermelde molens. De locaties van de steenovens zijn in roze omcirkeld en de locaties van de omliggende steenplaatsen en de bijbehorende zelling aangegeven.

Op een zeldzame foto is deze vroeg-19e-eeuwse situatie nog grotendeels herkenbaar (afb. 13).

28

24

https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/detail/a76c87a2-94d7-11e5-aff3-3be32047117a/media/47de1a40-7c67bf4d-88ba-0a56cbd0dcba?mode=detail&view=horizontal&q=Dubbeldam%20%20minuutplan&rows=1&page=5&fq%5B%5D =search_s_head_collection:%22Kadastrale%20kaarten%201811-1832%22&sort=order_s_objectnummer%20asc

Afb. 13. De inlaat van het Papegat in de periode 1855-1865, waarschijnlijk gezien vanaf de stelling van de molen de Vlasblom in noordelijke richting. Rechts is de ‘s-Gravendeelsdijks te zien met de brug over het Papegat en daarachter de molen de Pelikaan. De op de kadastrale minuut aangegeven balkengaten langs de ‘s-Gravendeelsedijk lijken hier al niet meer in gebruik en de doorvaarten langs de ‘s-Gravendeelsedijk zijn dichtgeworpen. (RAD inventarisnr. 552_319769).

Tegen het einde van de 19e eeuw en begin 20e eeuw worden de meeste molens gesloopt (afb. 14). Delen van het Papegat blijven echter wel tot circa 1960 in gebruik als balkengat, onder andere voor houthandel Berger aan de Weeskinderendijk noordzijde, direct ten oosten van de oprit naar de verkeersbrug over de Oude Maas. Andere, dichtgeworpen delen langs de ‘s-Gravendeelsedijk/Weeskinderendijk zuidzijde waren in gebruik als groenzones waar groenteveilingen werden gehouden.

25

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 14. Boven: het Papegat gezien vanaf de Weeskinderendijk (oostzijde) ter hoogte van de molen den Anker in noordelijke richting, in de periode vóór 1895. De molen links is de molen Pelikaan en rechts daarvan de molen de Kleine Noordsche Boer. Op de voorgrond rechts de loods van de houtzaagmolen de Ruyter (RAD inventarisnr. 555_17000). Onder: de molen de Ruyter op de Weeskinderendijk (oostzijde) gezien in noordoostelijke richting, tussen 1889 en 1899 (RAD inventarisnr. 552_404988).

In 1868 wordt een voormalig balkengat in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied uitgegraven tot de Spoorweghaven, bij de aanleg van de spoorlijn Dordrecht-Rotterdam (afb. 15).

26

Afb. 15. De aanleg van de Spoorweghaven en de spoorlijn Dordrecht-Rotterdam in 1869, gezien in oostelijke richting. Op de achtergrond zijn van links naar rechts te zien: de 18e-eeuwse villa Rozenhof, de molen Oranjeboom en de buitenplaats Weizigt met links de orangerie en rechts het koetshuis (RAD inventarisnr. 552_330878).

Vanaf begin 20e eeuw worden er op de Weeskinderendijk (noord en oost) woningen gebouwd (afb. 16). Een deel hiervan, namelijk het hofje Willem I aan de Weeskinderendijk noord is in 1936 alweer gesloopt om plaats te maken voor de pijlers van de verkeersbrug over de Oude Maas. Aan de Weeskinderendijk zuidzijde (huidige Weeskinderendijk Boven/Beneden) zijn dan nog wel enkele bedrijven gevestigd zoals de Ozon wasserij (afb. 17, afb. 18). Direct ten zuiden van de Weeskinderendijk is in 1938 het Sportfondsenbad gebouwd (afb. 19).

Afb. 16. De inlaat van het Papegat in de periode 1930-1939 gezien vanaf de brug in de ‘s-Gravendeelsedijk in oostelijke richting. Links zijn de woningen op de noordelijke Weeskinderendijk te zien en rechts, gescheiden door de voormalige doorvaart in het Papegat het terrein van de groenteveiling aan de voormalige dijk van de Zuidpolder (de huidige Weeskinderendijk boven/beneden). Voor het fotostandpunt en richting zie afb. 17, nr. 1 (RAD inventarisnr. 552_319769).

27

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 17. Het onderzoeksgebied (grotendeels) op een kadastrale kaart uit 1939. Het gebied ten zuiden van het Papegat is slechts minimaal ingericht; er zijn enkele nieuwe wegen aanwezig, het Sportfondsenbad aan de Brandts Buysstraat en de Christelijke Bewaarschool aan de Rijksstraatweg (RAD inventarisnr. 552_160163).

Afb. 18. Het zuidelijk deel van het Papegat in 1935 gezien vanaf de knik in de ‘s-Gravendeelsedijk in zuidoostelijke richting. Het pand op het aangeplempte deel van het balkengat is het kantoor van de groenteveiling. Rechts daarvan de bedrijven aan de Weeskinderendijk (boven/beneden) met onder andere de wasserij Ozon met de hoogste schoorsteen. Geheel rechts kijkt men de kaarsrechte met bomen omzoomde Rijksstraatweg in. Voor het fotostandpunt en richting zie afb. 17, nr. 2 (RAD inventarisnr. 552_360074).

28

Afb. 19. Een deel van het onderzoeksgebied in 1939, gezien ter hoogte van de hoek Weeskinderendijk Boven/Beneden-Hugo de Grootlaan-Brandts Buysstraat in westelijke richting met zicht op het nieuwe Sportfondsenbad. Voor het fotostandpunt en richting zie afb. 17, nr. 3. (RAD inventarisnr. 555_14827).

In 1938 wordt de verkeersbrug naar Zwijndrecht aangelegd; als oprit hiernaartoe wordt de Hugo de Grootlaan aangelegd. Bij de aanleg hiervan wordt onder één (genoemd wordt de eerste) pijler van het viaduct een baksteen fundering aangetroffen (afb. 20). In het bijschrift wordt vermeld dat het gaat om de sluis van de polder Oud-Dubbeldam (1603) en dat het is aangetroffen onder de eerste pijler van de oprit naar de verkeersbrug. Aangenomen kan worden dat hiermee de zuidelijkste pijler wordt bedoeld; ter hoogte waar de Hugo de Grootlaan over de Weeskinderendijk Beneden gaat (afb. 25). Het is echter onduidelijk waar deze sluis een verbinding tussen zou moeten zijn en daarbij staat deze ook nergens op kaarten op deze locatie aangegeven. In theorie zou dit ook de fundering kunnen zijn van de middeleeuwse sluis in de dam van de Dubbel, wat echter onwaarschijnlijk is. De locatie ligt wel in het veronderstelde verlengde van de loop van de Dubbel, maar vermoedelijk te ver naar het westen; de dijk/dam/sluis is aannemelijk aanwezig ter hoogte van de Weeskinderendijk oostzijde. Het kan ook zijn dat het de fundering van iets anders is en in de Nieuwe Tijd gedateerd kan worden. Het zou bijvoorbeeld ook een brug over de dijksloot van de bedijking van de polder Oud-Dubbeldam kunnen zijn of een deel van de bebouwing van/of behorende tot de zaagmolen De Leeuw.

29

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 20. De aangetroffen fundering tijdens de aanleg van een pijler van het viaduct naar de verkeersbrug naar Zwijndrecht in 1938. Volgens de beschrijving zou dit onder de eerste pijler liggen en zouden dit de fundamenten van de sluis van de polder Oud-Dubbeldam zijn. De locatie, aard en ouderdom van deze sluis(?)fundering is echter onzeker (RAD inventarisnr. 555_15217).

Gedurende, met name in de begindagen, van de Tweede Wereldoorlog hebben er binnen het onderzoeksgebied verschillende gevechtshandelingen plaatsgevonden en zijn er bombardementen uitgevoerd (afb. 21 en 22).

Afb. 21. Het onderzoeksgebied (groene kaderlijn) met daarop de risicogebieden (rood gearceerd) en verdachte locaties (paars gearceerd) op aanwezigheid van munitie uit de Tweede Wereldoorlog (geo-informatiesysteem Drechtsteden Drechtmaps, 2022).

Met name het noordwestelijk deel van Brands Buysstraat, de oprit naar de verkeersbrug Hugo de Grootlaan en het aangrenzende deel van de A16 (toen nog Mijlweg) zijn risicogebieden.

30

Hier lagen destijds verschillende stellingen aan weerszijden van de (voormalige) Mijlweg/ Rijksstraatweg en dit was de oprukroute van het Duitse leger richting de stad en de strategis is niet bekend of deze bij latere herinrichtingen zijn onderzocht op explosieven. Voor de locatie van de tunnel van de A16 en de luchtinlaat hiervan ter hoogte van de Brandts Buysstraat 1 is dit laatste wel aannemelijk.

Afb. 22. De beschadigde achtergevel van de Christelijke Bewaarschool aan de Mijlweg 1 in mei 1940, gezien vanaf de ‘s-Gravendeelsedijk. Direct achter deze school aan de Mijlweg lagen verschillende stellingen van het Nederlandse leger om de opmars van de Duitsers te stoppen (RAD inventarisnr. 555_13782).

In de jaren ‘50 van de vorige eeuw wordt de zuidwestelijke hoek van het onderzoeksgebied ingericht als bedrijventerrein. Dit gebied aan de straten Ampèrestraat, Edisonstraat, Voltastraat, Wattstraat is nog steeds in gebruik als bedrijventerrein De Put (vanwege de lage ligging). Het gebied tussen de Weeskinderendijk Beneden en de Hugo de Grootlaan was in de jaren ‘50 en ‘70 in gebruik als sportterrein/tennisvelden Fluks. Tussen de jaren ‘70 en ‘80 zijn alle balkengaten en havens (Spoorweghaven en restanten van het Papegat) gedempt en ingericht als respectievelijk parkeerterrein en bedrijventerrein. In 2009 zijn in het gebied binnen de Weeskinderendijk en de Hugo de Grootlaan nog een aantal woningen gebouwd aan de rondgetrokken Brandts Buysstraat. Dit is de bebouwingssituatie die tot op heden bestaat (afb. 23).

31

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

Afb. 23. Links: de huidige bebouwingssituatie met in rode kaderlijn het plan- en onderzoeksgebied Maasterras (Google Maps. 2022). Rechts: een schetsontwerp voor het Omgevingsplan Maasterras met een globale indeling in de verschillende (gebruiks)zones; NS/Parkeerterrein (Maaspark), Weeskinderendijk, Brandts Buysstraat, A16 cover, De Put en langs de Oude Maas de Handelskade (plot M6) en het Waterfront (plot M1).

3.3. Geo-archeologische verwachting Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek kan een gebiedspecifieke, archeologische verwachting opgemaakt worden. Deze is hier onderverdeeld in verschillende perioden op basis van de geologische afzettingseenheden en aard van de archeologische resten. De te verwachten archeologische waarden zijn onderverdeeld op basis van de scheidende periode in bewoning waarin het gebied tussen 1421/circa 1430 en circa 1560 (vermoedelijk) geheel onder water stond. Archeologische verwachting vóór 1421/circa 1430 Direct ten zuiden van de Weeskinderendijk Beneden kunnen diepergelegen geul- en oeverwalafzettingen van de oudere Uitwijk stroomgordel / oudere geulfase van de Dubbel aanwezig zijn. De datering van deze afzettingen is niet bekend, maar de diepere niveaus van deze afzettingen dateren waarschijnlijk van vóór de (Vroege?) IJzertijd; ze zijn gelegen onder de (oeverwal- of geulafzettingen van de jongste Dubbelgeul. De top van deze oudere afzettingen kan, aanwezig zijn vanaf 2 m – NAP. In theorie is het mogelijk dat het hogere niveau van deze afzettingen behoort tot de jongere Dubbelgeul, maar dan wel aan de buitenzijde van de afdamming van de Dubbel.

Deze aanname wordt gesuggereerd door de merkwaardige grens tussen de jongste Dubbelgeul met een zeer dikke laag zwarte restgeulvulling en “schone”, grijze, zandige (actieve) geulafzettingen ten westen daarvan. Deze scherpe grens loopt vanaf circa de achtergevel van de bebouwing aan het Hugo de Grootplein 1 (voormalige Nederlands meetinstituut NMI) en het huis aan de Diepenbrockweg 116 (afb. 24). Ten zuidoosten hiervan is de jongste Dubbelgeul duidelijk en scherp herkenbaar aan de restgeulvulling. Ten noordwesten hiervan lijkt deze afwezig. Dit suggereert dat de middeleeuwse dam in de Dubbel ergens op deze lijn verwacht kan worden. Ter ondersteuning hierop; deze ligging van de dam in de Dubbel ligt ongeveer in de lijn van de Sluisweg-Hoge Bakstraat, die gezien wordt als het laatste restant van de ringdijk van de middeleeuwse Grote of Zuid-Hollandse Waard. De dam in de Dubbel zou dan in de bedijking van de Grote Waard liggen met ten oosten hiervan de waard en ten westen hiervan buitendijks gebied, met Dubbel en Oude Maas (afb. 24).

32

Binnen deze te verwachten locatie voor een dam met sluis is in het verleden één boring gezet ter hoogte van de kruising Weeskinderendijk – Weeskinderendijk Beneden.29 Het gaat om boring 9, welke op een diepte van 1,2 m – mv gestaakt is op iets ondoordringbaars.

Afb. 24. Een overzicht van de verwachte geologische en archeologische elementen binnen het onderzoeksgebied voor de periode vóór 1421-1430. Binnen de paarse lijnen zijn naar verwachting oudere stroomgordelafzettingen van de Uitwijkse Stroomgordel aanwezig, maar ook het buitendijkse/-damse verlengde van de jongste, middeleeuwse Dubbelgeul. Ten noorden en zuiden hiervan, binnen de groene lijnen zijn naar verwachting de hogere oeverzones van de jongste Dubbelgeul gelegen. Hier kunnen ook bewoningssporen uit de periode van vóór de Late Middeleeuwen aanwezig zijn. Indien de dijk/dam met sluis in het hier aangegeven traject aanwezig is, dan kan in de oeverzone ten oosten hiervan bewoning uit de Late Middeleeuwen verwacht worden. Het zal gaan om bebouwing behorend tot het ambacht Dubbeldam. De Dubbelgeul ten oosten van deze lijn vormt dan mogelijk de haven van dit ambacht (Dorst 2022, vakteam erfgoed).

29

Dorst 2018a, zie ook afbeelding 4, DDT 1809.

33

plangebied Maasterras, Dordrecht Ondergronds 148

De veronderstelde, oudere Uitwijkse stroomgordelafzetting is binnen het plangebied dus mogelijk moeilijk of niet te onderscheiden van de (mogelijke) jongere, buitendijkse Dubbelgeul die hier ingesneden of als voortzetting van aanwezig kan zijn. Zoals hierboven al gesteld, zal ook de jongste Dubbelgeul in het plangebied aanwezig zijn. De zuidelijke insnijdingsgrens is aangetroffen ter hoogte van het huis aan de Diepenbrockweg 116 en de noordelijke insnijdingsgrens is aanwezig ter hoogte van de Weeskinderendijk 181, tegenover de Coornhertstraat (afb. 24). Omdat deze ter hoogte van de hoek Weeskinderendijk – Weeskinderendijk Beneden niet aanwezig is (onverstoord kom-/oeverafzetting-op-veen), zou dit betekenen dat de jongste Dubbelgeul, indien het deze noordwestelijke verlengde zou hebben, hier slechts een breedte hebben van circa 50 meter. Dit lijkt merkwaardig smal. Een westelijker verlengde van de jongste Dubbelgeul, richting de A16 lijkt aannemelijker. De (abrupte?) afwezigheid van de kenmerkende zwarte restgeulvulling in westelijke richting is (nog) moeilijk te interpreteren, maar kan veroorzaakt zijn door de aanwezigheid van een dam. Voorlopig kan er dus geen goede inschatting gemaakt worden van het verlengde van de jongste Dubbelgeul ten westen van de lijn Diepenbrockweg 116 en de Weeskinderendijk 181.

Aan weerszijden van de jongste Dubbelgeul zijn jongere oeverwal-/ komafzettingen aanwezig. De oostelijke oeverzone/ -wal kan, afhankelijk van de ligging en loop van de jongste Dubbelgeul een breedte hebben tussen circa 20-30 meter. De afzettingen hiervan zijn aanwezig vanaf tenminste 1 m – NAP (afb. 24). De westelijke oeverzone/ -wal is in het onderzoeksgebied mogelijk ook breed, maar dit is mede afhankelijk van het verlengde van de jongste Dubbelgeul in (noord)westelijke richting. De westelijk, hogere oeverzone kan een breedte hebben van circa 150 tot meer dan 200 meter. De jongste oeverwalafzettingen zijn hier aanwezig vanaf circa 1,5 m – NAP. De exacte breedtes van de hogere oevers zijn niet aan te geven zolang het verlengde van de jongste Dubbelgeul niet duidelijk is. Voorlopig kan alleen gesteld worden dat de hogere oeverzones van de jongste Dubbelgeul aanwezig zullen zijn binnen de in afbeelding 24 aangegeven groene, onderbroken lijnen; de verwachte grens van de overgangen naar de lagergelegen komgebieden. In deze oeverafzettingen kunnen (dieper gelegen) ook bewoningssporen aanwezig zijn uit de periode tussen de IJzertijd en de Vroege Middeleeuwen. Het kan hierbij gaan om woonlocaties waarvan de sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn tussen circa 2 – 2,8 m – NAP (mogelijk tussen 1,8 en 2,9 m – mv voor niet-opgehoogde delen). De kans hierop is middelmatig.

Hoger gelegen/in de top van de afzettingen in deze oeverzones kunnen bewoningssporen aanwezig zijn uit de Vroege, maar voornamelijk uit de Late Middeleeuwen; vanaf circa het begin van de 11e eeuw tot 1421, en specifiek voor deze locatie mogelijk tot 1430 of later. Ergens in (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied wordt het ambacht Dubbeldam gesitueerd. De te verwachten archeologische complexen op de oeverwallen kunnen bestaan uit dijken met duikers, resten van huizen/boerderijen al dan niet op opgeworpen woonheuvels of hillen en, hoewel niet bekend uit historische vermeldingen kan er ook sprake zijn van een kerk met kerkhof. Daarnaast zalhier een dam (met sluis) in de Dubbel aanwezig zijn. De aanwezigheid van te verwachten, middeleeuwse bewoningssporen is afhankelijk van de locatie van deze dam. Het is mogelijk dat het oostelijk deel van de Weeskinderendijk in oorsprong deel uitmaakte van de ringdijk van de Grote Waard (afb. 24). Indien dit zo is, dan kan het zijn dat de dam met sluis hierin is opgenomen en dat het gebied ten westen hiervan buitendijks gebied was. Eventuele bewoningssporen van het ambacht Dubbeldam zullen dan ten oosten van deze dijk en dam gezocht moeten worden. Voor wat betreft de westelijke oeverzone gaat het hier dan om de driehoek tussen de westzijde van de Diepenbrockweg-rotonde Hugo de Grootplein-hoek Weeskinderendijk/Weeskinderendijk Beneden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29535