2a Toelichting - Bijlage 4 Bouwhistorisch onderzoek Weeskinderendijk 213.pdf
Tekst van het document
OUWHISTORISCH ONDERZOEK
Dordrecht
Weeskinderendijk 213 20 juni 2023
COLOFON Onderzoek: Object: Kantoor, zagerij en houtloods Type onderzoek: Bouwhistorische opname/verkenning Datum onderzoek: juni 2023 Doel:
Het in kaart brengen van (mogelijk) aanwezige historische informatie en het
bepalen van de cultuurhistorische waarden ervan
Datum rapportage:
20 juni 2023
Versie: 1.0
Opdrachtgever:
2
Gemeente Dordrecht
Afdeling: Stadsontwikkeling Contactpersoon: Mevrouw C. Weijs Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT Bouwhistorisch onderzoek:
MoNed bureau voor bouwhistorisch onderzoek
Contactpersoon:
R. Boter (Bouwhistoricus B.N.B.)
Beschuitsteeg 8 2312 JV LEIDEN Redactie: Ideletter Contactpersoon: I. Leendertse Bouwkundige tekeningen:
MoNed bureau voor bouwhistorisch onderzoek
Copyright ©: Leiden, 2023
Op dit document berusten auteursrechten. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van Bouwhistorisch bureau MoNed te Leiden. Archiefmateriaal en afbeeldingen van derden zijn uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van het bouwhistorisch onderzoek. Auteurs en bronvermeldingen worden hierbij zo goed mogelijk vermeld. Mochten er onbedoeld auteursrechten zijn geschonden dan verzoeken wij u contact op te nemen met MoNed bureau voor bouwhistorisch onderzoek te Leiden.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
BOUWHISTORISCH ONDERZOEK
Dordrecht
Weeskinderendijk 213 20 juni 2023
De ‘s-Gravendeelsedijk met een deel van het Papegat in de 17e eeuw door Willem van Drielenburgh. Bron: The National Gallery Londen; inv. NG960
AFBEELDING (boven): De oude houtzagerij en het kantoor/woonhuis (links) tussen 1926 en 1938. Bron: RAD; 552_802686 AFBEELDING (onder): Het interieur van de oude houtzagerij voor de brand in 1948. Bron: RAD; 552_802685
INHOUDSOPGAVE 0
INLEIDING
6
1
SAMENVATTING
8
2
ALGEMENE GEGEVENS 10
3
ARCHIEFONDERZOEK 3.1 Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis 3.2 Geschiedenis van het object
BOUWHISTORISCHE OMSCHRIJVING 4.1 Inleiding 4.2 Stedenbouwkundige situatie 4.3 Omschrijving kantoor (1938) 4.4 Omschrijving houtloods (1947-1948) 4.5 Omschrijving zagerij (1948) 5 BOUWFASERING
12 29
4
36 37 46 54 62 80
6
WAARDESTELLING 6.1 Algemeen 88 6.2 Contextuele waardestelling 90 6.3 Interne waardestelling 92
7
TOT SLOT
8 BRONNEN / LITERATUURLIJST
100 101
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
5
INLEIDING In opdracht van de gemeente Dordrecht is bouwhistorisch onderzoek verricht naar het industriecomplex van de voormalige houtzagerij C. Berger en Zonen aan Weeskinderendijk 213 te Dordrecht. Deze firma kocht het geheel in 1926 en was de laatste in een lange geschiedenis van houtzagerijen op deze locatie. In 2021 kwam het complex leeg te staan. De gemeente Dordrecht heeft besloten tot herontwikkeling van het terrein. Uit vooronderzoek (bouwhistorische Quick Scan) van collegabouwhistoricus mevrouw C. Weijs van de gemeente Dordrecht, Vakteam Erfgoed, blijkt dat de cultuurhistorische waarden van het complex zich beperken tot: 1. Een kantoor; 2. Een fabriekshal (zagerij); 3. Een houten loods; 4. Het terrein. 6
Het voor u liggende onderzoek betreft een bouwhistorische opname en heeft tot doel de bouwhistorische of cultuurhistorische waarden gedetailleerd in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek 2009. Deze zijn opgesteld door, onder andere, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Stichting Bouwhistorie Nederland (SBN). Op woensdag 31 mei 2023 is door ondergetekende een bezoek gebracht aan het adres. Tijdens het onderzoek waren de meeste ruimten toegankelijk. Een klein deel van de houtloods was niet te betreden. De in dit rapport opgenomen tekeningen dienen slechts voor het inzichtelijk maken van de bouwfasering en de bouwhistorische waardering van het onderzochte complex. Leiden, 20 juni 2023 R. Boter bouwhistoricus, (Bond van Nederlandse Bouwhistorici)
1 2 3 4 5 6 7 8
Kantoor (1938) Zagerij (1948) Houtloods (1947-1948) Garage (1947) Kantoor (1971-1975) Mothok (1970) Slijperij (1985) Loodsen (1970-1985)
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
7
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
1 8
SAMENVATTING De stad Dordrecht kent een lange en rijke geschiedenis in de houthandel, die zij dankt aan de toekenning van het stapelrecht voor hout in 1304. Veel van de activiteiten in deze handel speelden zich af rond het Papegat, de balkhaven bij de Oude Maas, waar zich vanaf de 16e eeuw ook het onderzochte complex ontwikkelde. Aan de zuidoostzijde van het Papegat, de huidige Weeskinderendijk, werden in 1652 de wind-houtzaagmolens De Leeuw en de Kapraven gebouwd. In het lager gelegen ingepolderde terrein bevond zich het bijbehorende balkengat. In 1868 en 1870 liet de daar toen gevestigde firma F. en A. Van der Linden de twee molens afbreken en vervangen door een stoomhoutzagerij. In september 1926 werd de houtzagerij het eigendom van de firma C. Berger en Zn. uit Rotterdam, die in 1938 het voormalige woonhuis met theekoepel liet afbreken voor de bouw van het huidige kantoor met schaftlokaal, magazijn en wachtruimte naar het ontwerp van de architecten Adr.C. en W. Lengkeek. Vervolgens werd in 1947 de huidige houtloods annex garage gebouwd. Na de verwoestende brand van mei 1948, die de oude zagerij en verschillende loodsen in de as had gelegd, verrees de huidige zagerij, die kleiner was en enigszins was verplaatst. In datzelfde jaar werd de open houtloods van 1947 met vier balkvakken verlengd.
Enige tijd later, in 1959, werd een bouwvergunning verleend voor het verwijderen van enkele binnenwanden in het kantoor en het plaatsen van een overkapt bordes en een trap aan de noordgevel, waarbij de hoofdentree in de zuidgevel kwam te vervallen. Ook werden de eerste drie vakken van de open houtloods dichtgemaakt. Vanaf de jaren ’70 zijn de gebouwen nog verschillende keren gewijzigd. Zo verdwenen bijna alle indelingen van het kantoor en werd er een nieuwe inwendige trap geplaatst. De houtloods werd verder dichtgezet en het voormalige balkengat werd rond 1967 gedempt, waarna op die plaats nieuwe loodsen werden bijgebouwd. De cultuurhistorische waarde van het complex wordt bepaald door de elementen, structuren en bouwwerken die bijdragen aan de afleesbaarheid van de geschiedenis van het gebied als onderdeel van de Dordtse houtindustrie. Het geheel heeft een hoge algemene cultuurhistorische, een hoge stedenbouwkundige, een
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
hoge bouwhistorische (de zagerij) en een hoge gebruikshistorische waarde. De ligging van het terrein met zijn niveauverschillen heeft eveneens een hoge cultuurhistorische waarde. De bouwwerken die nog in hoge mate verwijzen naar de ontwikkeling van de houtbewerking ter plaatse, die teruggaat tot de 16e eeuw, zijn het kantoor, de zagerij en de houtloods. Zij hebben een hoge cultuurhistorische waarde, met name vanwege hun massa, gevels (het kantoor en de zagerij), dakafwerking en constructie. De hoge cultuurhistorische waarde van het interieur beperkt zich slechts tot de zagerij, waar zich nog de oorspronkelijke machinekelder, lorriebanen en hijskraan bevinden. De toegang tot het terrein, de verdichting van het balkengat en de grote loodsen van XXB doen afbreuk aan de historische context en hebben een indifferente cultuurhistorische waarde.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De zagerij na 1948 met een van de werknemers van C. Berger & Zonen Bron: RAD; 552_802692
9
10
2
AFBEELDING boven: Fragment van de plattegrond van de gemeente met de locatie van het pand daarop aangegeven Bron: Gemeenteatlas 2023
ALGEMENE GEGEVENS Provincie: Zuid-Holland Gemeente: Dordrecht Plaats: Dordrecht Kadastrale gemeente: DDT00 Kadastrale sectie en nummer: K | 9335 Hoofdadres: Weeskinderendijk 213 Postcode: 3314 CN Monumentenstatus: Geen
AFBEELDING p. 11: Kadastrale kaart van de huidige situatie met het terrein en de belendende percelen Bron: Kadaster
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
11
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
12
3
AFBEELDING: Kaart van de omgeving van Dordrecht rond 1600 met de “Weeskinderen weyde” die ten dele later als Papegat werd afgegraven. Een deel van het gebied was toen al in gebruik voor de houthandel. Bron: https://dordrechtplattegronden.nl/ 1] Bron: RAD; inventarisnummer 200; Gemeente Dubbeldam 2] Bron: Als boven
ARCHIEFONDERZOEK 3.1 Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis Tot de grenswijziging van 1871 behoorde het onderzochte gebied tot de gemeente Dubbeldam, een voormalige ambachtsheerlijkheid in de Dordtse Waard die omstreeks 1282 ontstond.1 In 1421 werd het gebied getroffen door de Sint Elisabethsvloed. Pas aan het einde van de 16e eeuw werd onder leiding van de Dordtse burgemeester Arend Corneliszn. van der Mijle, begonnen met het inpolderen ervan. Daarbij werden hoofdzakelijk zomerdijken toegepast. Deze dijken liggen lager dan winterdijken en zorgen ervoor dat de uiterwaarden van rivieren in de zomer droog blijven, zodat vee er kan grazen. Langs de Oude Maas ten zuidwesten van Dordrecht lag de “Weeskinderen weyde”, een stuk land dat volgens de stadskaart van Jacob van Deventer in 1545 al bedijkt was. Burgemeester Van der Mijle kreeg van de graaf van Holland toestemming om een dijk aan te leggen langs de Dubbeldamse weg die in 1589 eerst een zomerdijk kreeg en in 1603 een winterdijk.2
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
De huidige Weeskinderendijk was hier een onderdeel van en doorkruiste de Weeskinderenpolder. Het noordelijk deel werd verder bedijkt en op de kaart van Symon Janszn. Indervelde en Daniël Schellincx van 1611 vermeld als “kercken Lant”. Mogelijk komt hier de naam ‘Pape(n)gat’1 vandaan, zoals dit deel binnen de dijken tot ver in de 19e eeuw bleef heten. Het betrof een zogenoemde balkhaven die beschreven werd als “Bergenissen van Luiks hout”.2 De Maas was een van de belangrijkste vaarrouten voor de zogenoemde houtvlotten die vanuit Duitsland naar Dordrecht werden gevaren.3 De in Dordrecht verkochte boomstammen werden vanaf hier verder getransporteerd naar verschillende streken. Het hout werd tijdelijk opgeslagen in de balkhaven, zodat het scheepsverkeer niet werd gehinderd. Op historische kaarten van Dordrecht stonden in de 16e eeuw al enkele molens weergegeven ten zuiden van de stad en uiteindelijk zou Dordrecht meer dan 121 (officieel) geregistreerde molens4 kennen, waaronder circa vijftien molens rondom het Papegat.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De kaart van 1611 door Symon Jansz. Indervelde en Daniël Schellincx met de nieuwe bedijking van de voormalige “Weeskinderen weyde” geeft de eerste contouren weer van het Papegat, hier het Kercken Lant genoemd. Bron: https://dordrechtplattegronden.nl
1] Noot: Paap is een mild scheldwoord voor een rooms-katholieke geestelijke. 2] Bron: Grol C.J.P. en J. Zondervan-Van Heck; 2009; ‘Draaiende wieken, stappende paarden, Molens op het Eiland van Dordrecht’, jaarboek 2009 Historische Vereniging Oud-Dordrecht 3] Bron: Haneca, K; Historisch bouwhout uit Vlaanderen: Import uit noodzaak; KNOB 2013 jaargang 3; p. 168. 4] Bron: www.molendatabase.org
13
G eschiedenis van de houthandel in Dordrecht
14
1] Bron: www.geheugen.delpher.nl 2] Bron: T. Visscher; 1995; De houthandel van Dordrecht, In: W. van Wijk (red.); Dordrecht in de kaart gekeken; p. 1 3] Bron: Visscher; p. 10
In 1220 had Dordrecht van graaf Willem I als eerste plaats in Holland stadsrechten toebedeeld gekregen. De stad verkreeg vanaf 1299 verschillende stapelrechten, wat inhield dat alle schippers hun koopwaar, al of niet van overzee, in de stad moesten uitladen en te koop aanbieden.1 In 1304 kreeg Dordrecht het stapelrecht voor hout.2 Dit hield een enorme impuls in voor de handel, die tussen 1350 en 1450 een hoogtepunt bereikte, ook wel Dordrechts Gouden Eeuw genoemd. Voor meer dan zeshonderd jaar zou de handel in hout een belangrijk onderdeel van de Dordtse welvaart betekenen. Deze bood de stad op veel manieren werkgelegenheid, met name in de houtzagerij, de scheepsbouw, de kuiperij, de schrijnwerkerij en voor de sledenaren, die het hout op sleden vervoerden die door paarden werden getrokken.3 De grote Elizabethsvloed van 1421 maakte aan deze rijkdom voorlopig een einde omdat een groot deel van het Dordtse achterland als afzetgebied verloren ging.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
Met de inpoldering van het Oude Land en Dubbeldam tot het Eiland van Dordrecht vanaf het begin van de 17e eeuw werd het tij gekeerd. In de tolregisters is te lezen dat in 1660 een record aantal van 41 houtvlotten naar Dordrecht werd vervoerd.1 De vlothandel van over de Waal met name bereikte in 1720 zijn top.2 Het vervoer van hout over de Neder-Rijn was inmiddels als gevolg van de vergroting van de houtvlotten minder aantrekkelijk geworden. In deze periode telde de stad meer dan dertig werkende houtzaagmolens, waarvan dertien paltrokmolens en voor het overige stellingmolens.3 Alleen in de Zaanstreek (256 molens) en in Amsterdam (83 molens) bevonden zich toen meer houtzaagmolens.4 In Dordrecht werd vooral Noordeuropees en Duits hout verhandeld. 5 Het Duitse hout betrof in eerste instantie bomen die gekapt waren in het achterland van Wezel en de Lippe-streek. Later kwam het uit het Main- en Neckargebied, het Zwarte Woud en de
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: Plan van een houtvlot uit 1782 van A. van Hoey van Ooster Bron: Gelders Archief; 813
1] Bron: S. Heijdeman; 2014; Essay ‘Vlotjes’; p. 2 2] Bron: W. Frijhoff e.a. red.; 1998; Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813; p. 155 3] Bron: www.molendatabase.org 4] Bron: www.zaanwiki.nl 5] Bron: Als boven
15
16
AFBEELDINGEN: Drie gravures van 1785 uit een serie van vier over de Rijnse houthandel naar Dordrecht door K.F. Bendorp Bron: RAD; 551_15493, 551_15494 en 551_15496
omgeving van de Saar en de Moezel. Ook hout dat in de omgeving van Luik en verder gelegen streken werd gewonnen kwam via de Maas de stad binnen. Het ‘Noorse’ hout was in de 18e eeuw flink in prijs gestegen en daarom minder aantrekkelijk geworden.1 Veel van het aangevoerde hout werd doorverkocht naar Frankrijk.2
1] Bron: Frijhoff; p. 156 2] Bron: Visscher; p. 12 3] Bron: Frijhoff; p. 157 4] Bron: Frijhoff; p. 158 5] Bron: Visscher, p. 7 6] Bron: Visscher; p. 8
Het is niet geheel duidelijk hoe het de Dordtse houthandel en de houtmolens verging na de economische recessie van rond 1750 die was ontstaan door het (tweede) stadhouderloze tijdperk en de oorlog met Frankrijk. Wel is bekend dat de vlotvaart daarna in heel ons land afnam, maar dat andere regio’s daarbij zwaarder werden getroffen.3 Toch bleef Dordrecht in de houtveiling een belangrijke positie innemen, met name waar het de handel in Duits eikenhout betrof. De firma Boonen & Van Eijsden was in de 18e eeuw de belangrijkste commissionair voor de verkoop van het aangevoerde vlothout uit Duitsland4 en vanaf 1809 Boonen en Van Hoogstraten & Zonen. 5 In de houtveiling via de verschillende commissionairs en handelshuizen gingen tussen 1772 en 1775 zelfs recordbedragen om.6 Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
17
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
circa 1550
circa 1592
circa 1600
circa 1611 18
circa 1619
circa 1625
AFBEELDINGEN: Het Papegat door de eeuwen heen Bron: https://dordrechtplattegronden.nl
1] Bron: www.nl.wikipedia.org 2] Bron: www.geheugen.delpher.nl 3] Bron: Visscher; p. 14 4] Bron: Heijdeman; p. 4
Tijdens het Congres van Wenen van 1815 dat na de val van Napoleon werd gehouden werd het stapelrecht wereldwijd afgeschaft.1 Daarmee verloor de stad Dordrecht haar monopoliepositie in de houthandel. In de 19e eeuw namen de spoorwegen het traditionele vervoer over water steeds meer over en verschoof de houtproductie steeds verder naar de landen van herkomst.2 Intussen werd het op de Waal, de Rijn en de Merwede zo druk met stoomschepen, dat er voor de houtvlotten veel minder plaats was.3 De vlothandel bleef tot in de 20e eeuw bestaan, al namen de omvang van de vlotten en het aantal vaarten flink af. In 1952 bedroeg de maximale omvang van een houtvlot nog maar 150 bij 27/35 m, waar die eerder wel 300 x 80 m kon bedragen. Het aantal vlotvaarten was in de jaren ’50 gedaald naar slechts 25 per jaar. Het laatste commerciële houtvlot bereikte Dordrecht in 1968.4 De houthandel had zich inmiddels sinds de tweede helft van de 19e eeuw in de richting van de Oude Maas verplaatst door de aanvoer over zee van Amerikaans ‘spruce’- een verzameling van vuren houtsoorten -, ‘Pitch pine’ en ‘Oregon pine’ hout.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
circa 1832
circa 1860
circa 1908
circa 1923
circa 1947
circa 1973 19
Dordrecht werd in 1860 door de Staatsspoorwegen aangewezen voor de opslag van dwarsliggers (bielzen) voor het spoor. Daarvoor verrees een creosoteerinrichting bij het Papegat aan de Weeskinderendijk. De dwarsliggers werden daar behandeld met creosootolie om langer mee te kunnen gaan. Later verhuisde deze bedrijvigheid naar de nieuwe Zeehaven.1 Vanaf het begin van de 20e eeuw werd het meeste in Dordrecht verhandelde hout in het land van herkomst gezaagd en gedroogd. Er vond een omgekeerde beweging plaats: niet langer werd het Rijnse hout in Dordrecht verhandeld, maar voer het Amerikaanse Pitch Pine in de richting van Duitsland. Intussen was de houthandel in de stad na de Eerste Wereldoorlog een verder aflopende zaak geworden.2 Tegenwoordig telt de stad nog slechts een handjevol houthandels en herinnert er verder weinig aan het verleden van de succesrijke houthandel, of het moet in straatnamen als Houttuinen en Houthaven3 zijn.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDINGEN: Het Papegat door de eeuwen heen Bron: https://dordrechtplattegronden.nl
1] Bron: Visscher; pp. 14-15 2] Bron: Visscher; pp. 16-17 3] Bron: Visscher; p. 2
20
AFBEELDING: Detail van een 17e eeuwse kaart (tweede helft) van C. van Nispen uit de collectie Bodel Nijenhuis met de verschillende molens rondom het Papegat Bron: RAD; K81-74
De eerste betrof een volmolen (op wind) aan de noordzijde van het Papegat die er al vóór 1628 moet hebben gestaan.1 In 1644 kregen de heren Jacob Trip de Jonge en Johannes Norenborch (of Neurenberg), die eigenaar werden van de volmolen, toestemming om ook een getijde-volmolen te plaatsen aan het Papegat.2 De stroming die de getijden van de rivier veroorzaakten bracht het molenrad in beweging. Trip en Norenborch hoefden geen vergoeding te betalen, maar werden wel verantwoordelijk voor het uitbaggeren van het Papegat. De uitkomende klei werd gebruikt voor het maken van baksteen. Hiervoor diende de ‘Steenplaets” aan de noordzijde van het Papegat die nog lang in gebruik bleef.
1] Bron: www.molendatabase.org; databasenummer 11157 2] Bron: Grol 3] Bron: Schipper, J.; 1992; Houten pakhuizen en schuren gebouwd in de Zaanstreek in de periode 1600-1940; p. 2 4] Bron: www.molendatabase.org; databasenummers 2341 en 2342
Met de uitvinding van de wind-houtzaagmolen in 1592 door Cornelis Corneliszn. van Uitgeest,3 nam ook het transport van gezaagd hout naar Dordrecht toe. In 1652 werden aan de zuidoostzijde van het Papegat, ter plaatse van de huidige Weeskinderendijk 213, twee houtzaagmolens gebouwd, de paltrokmolens De Leeuw en De Kapraven.4
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
Tot in de 19e eeuw volgden meer houtzaagmolens: • Het Oudmanhuis / Het Oude Mannenhuis (1662-1885); • De Zwaan I (1664-1679); • De Zwaan II (1679-1783); • De Zwaan III (1783-1889); • De (Jonge) Ruiter (1677/1711-1900); • Het Spinnenwiel (1681-1854); • De Clundert/ De Kleine Noordsche Boer (1700-1895); • De Lattenzager (1717-1826); • De Vlasbloem (1854-1918). Enkele van de molens brandden af of werden vervangen door een nieuwe. Naast de houtzaagmolens stonden hier ook een pelmolen De Pel(l)ikaan (1784-1923) en de drie oliemolens De Witte Aerend (1689-1832), Het Anker/De Sprokkelaar(1691-1887) en Willem I/ De Wever (1832-1885). De molens stonden, logischerwijs, op de dijken rondom het Papegat met voldoende ruimte ertussen ten behoeve van de Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: Plattegrond van het Papegat van 1742 met de verschillende molens en de loactie van het onderzochte terrein Bron: RAD; 552_231594
21
22
AFBEELDING: De verschillende molens aan de zuidzijde van het Papegat met v.l.n.r: Stellingmolen de Anker, paltrokmolens De Kapraven (pijl), De Leeuw (pijl) en Het Oudmanhuis en stellingmolen Het Spinnenwiel Bron: RAD; 552_314984
1]Noot: Hierop groeide hout dat onder meer gebruikt werd voor het maken van bezems en gereedschap. 2] Hoope, Ir. C.; 1991; Encyclopedie van de Zaanstreek; p. 340
windvang. Het grootste deel van het lager gelegen gebied tussen de dijken bestond, naast enkele rietvelden en een hakbos,1 uit balkengaten met daartussen de vaarrouten. Iedere zaagmolen had een of meer balkengaten die nodig waren voor het wateren van de boomstammen, een proces dat minimaal twee jaar duurde en waarbij de boomsappen werden uitgespoeld, zodat het hout minder kwetsbaar was voor houtrot of insecten. Een essentieel bijgebouw van een molenbedrijf was de houtdroogloods. Dergelijke loodsen hadden geen afgesloten wanden, zodat ze ook niet onder de term pakhuis vielen,2 zoals bij de pel- of oliemolens. Ze waren uitsluitend bedoeld om het natte, gezaagde hout op een natuurlijke wijze te drogen. Dit diende langzaam te gebeuren om te voorkomen dat het hout ging scheuren. De planken werden daartoe op elkaar gestapeld met smalle latjes ertussen.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
23
AFBEELDING: “Kaarte Vertoonende de situatie van de Erven, Thuijnen, Huijsingen, Lootsen, Balkgaten en Gors of Slikken, voornamelijk van Daniel en Jan De Heere en Van Adriaan de Leeuw, zoo als die op heden door hun gebruijkt en bezeten worden, gelegen in ‘t Papegat even buijten de Stad Dordrecht” van Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023 februari 1772 door Jan van Linden Govertsz. Bron: RAD; 552_231595
24
AFBEELDING: Uitsnede van de kadastrale minuut van omstreeks 1832 van het Papegat Bron: RCE; MIN08038A01
Na de Franse bezetting van 1794 tot 1814 en de Belgische onafhankelijkheid van 1830 begon ons land halverwege de 19e eeuw met een industriële inhaalslag, nadat het al meer dan honderd jaar had achtergelopen op Engeland. De uitvinding van stoomkrachtmachines legde de basis voor een grote modernisering in een relatief korte tijd. In 1860 kwam de Spoorwegwet van Van Hal, waarna het spoornetwerk tussen Rotterdam en Breda met overheidssteun werd gerealiseerd.1 Vanaf het eiland IJsselmonde werd in 1861 een brug over de Oude Maas gebouwd die net buiten de gemeentelijke grenzen van Dordrecht aan land kwam ten noorden van het Papegat. Om dit gebied bij Dordrecht te betrekken werd er tot 1866 onderhandeld met de gemeente Dubbeldam, waarna de annexatie een feit was.2
1] Bron: Kooij, P. en V. Sleebe; 2000; Geschiedenis van Dordrecht van 1813 tot 2000; p. 387 2] Noot: Uiteindelijk zou Dubbeldam in 1970 volledig worden geannexeerd.
Op verschillende plaatsen, zoals aan het Papegat, werden in de tweede helft van de 19e eeuw de windmolens vervangen door stoommolens. Enkele molens werden slechts ‘verstoomd’: ze werden alleen ontdaan van de wieken en de raderen werden in gang gezet door stoommachines. Andere molens werden Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
volledig afgebroken, waarna een geheel nieuwe stoomhoutzagerij het landschap gingen bepalen. Het eerste traditionele bedrijf dat overging op het gebruik van stoom was de firma F. en A. van der Linden die in 1868 molen De Leeuw afbrak voor de bouw van een nieuwe stoomzagerij. Twee jaar later liet de firma ook De Kapraven afbreken.1 Toevallig waren dit dus de twee houtzaagmolens die hier bijna 200 jaar geleden voor het eerst gebouwd werden. In de decennia daarna volgden de andere molens en na 1900 stonden aan het Papegat alleen nog houtzaagmolen De Vlasbloem en de pelmolen De Pelikaan overeind. Deze laatste draaide na een sneeuwstorm niet meer op wind en werd op de romp na onttakeld. De romp zou tot 1959 de laatste verwijzing zijn naar de windmolens aan het Papegat, dat overigens vanaf 1873 de Weeskinderendijk was gaan heten.2 De aanblik van het gebied veranderde ook door de intensivering van de industrie, zoals de bouw van een beetwortelsuikerfabriek3 die in het midden van het Papegat ter plaatse van de rietvelden kwam te staan. Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: Een foto uit 1861 met de aanleg van de spoorbrug over de Maas en in de achtergrond de vele molens rond het Papegat Bron: https://beeldbank.zaanschemolen.nl/ 0020437
1] Bron: Kadaster; Leggerartikel_DBD00_922_REEKS1) 2] Bron: Mevrouw J. Hoevenberg, Gemeente Dordrecht, Vakteam Erfgoed; Programma van Eisen voor cultuurhistorisch onderzoek Weeskinderendijk 2023-04 3] Noot: Deze staat plaatselijk ook wel bekend als de Beeënfabriek.
25
26
AFBEELDING: Het Papegat in 1939 met op de voorgrond het onderzochte terrein met de oude gebouwen en het balkengat Bron: RAD; 555_16140
1] Noot: Zie pagina 19
Als gevolg van het toenemende autoverkeer werd in 1939 parallel aan de spoorbrug een tweede brug aangelegd waarmee de autoweg aan de Dordtse zijde van de Oude Maas in de richting van het zuiden afboog en over het midden van het Papegat kwam te liggen, de huidige Hugo de Grootlaan. Op dat moment waren er nog maar enkele balkengaten en houtzagerijen aanwezig. Steeds meer andere fabrieken en ook woningen kwamen langs de noord- en oostzijde van de Weeskinderendijk te liggen, zoals is weergegeven op een kaart van de gemeente Dordrecht van 1947.1 Uiteindelijk zou het onderzochte terrein van houtbedrijf C. Berger en Zn. met één balkengat overblijven dat omstreeks 1967 gedempt werd. Het terrein werd ingericht met verschillende pakhuizen en loodsen.
AFBEELDING p. 27: De Weeskinderendijk aan het begin van de 20e eeuw Bron: RAD; 555_12893
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
27
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
circa 1832
DJ 1878
DJ 1899
DJ 1900
DJ 1908
DJ 1916
DJ 1928
DJ 1948
28
DJ 1917
AFBEELDINGEN: De kadastrale hulpkaarten met de globale verandering van het onderzochte terrein en de bebouwing. De kadastrale hulpkaarten werden gemaakt naar aanleiding van wijzigingen in erfgrenzen. Eventueel werd de nieuwe bebouwing aangegeven, maar niet altijd, zoals ook hier het geval is. De datering is daarom niet leidend voor de bebouwing. Het dienstjaar (DJ) geeft het moment weer waarop de kaart vervaardigd is. Dit is in de meeste gevallen een à twee jaar na de daadwerkelijke verandering.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
DJ 1952
DJ 1984
3.2 G eschiedenis van het object De houtzagerij met de loodsen, het erf en het balkengat dat volgens de kadastrale minuut in 1832 het eigendom was van de firma F. en A. van der Linden ging vele jaren later via een openbare veiling op 29 september 1926 over naar houthandel C. Berger en Zn. uit Rotterdam.1 Zowel de firma Van der Linden als de nieuwe eigenaren verbouwden de zagerij meerdere keren, breidden die uit en lieten panden aanbouwen en afbreken. Na de overname in 1926 liet C. Berger en Zn. de voormalige woning met de theekoepel aan de dijk in 1938 afbreken en liet hij een nieuw kantoor met schaftlokaal, een magazijn en een wachtruimte bouwen naar het ontwerp van architectenbureau Adr. C. en W. Lengkeek uit Hillegersberg.2 Na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, werd door timmerman/architect A. Boogertman te Dordrecht een vergunning aangevraagd voor de bouw van een garage van circa 7,5 x 7 m (b x d) met daarachter een 23 m lange open houtloods voor het opslaan en drogen van meubelhout aan de Weeskinderendijk.3 De open bekapping werd samengesteld met houten stijlen op betonnen poeren en een eenvoudige gordingenkap. Al in april
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING boven: De houtzagerij (links), het voormalige woonhuis (midden) en de houtloods tussen 1926 en 1938 Bron: RAD; 555_701328 AFBEELDING onder: Scan van de bouwvergunningstekening van 1938 t.b.v. het nieuwe kantoor Bron: RAD; inventarisnummer 9328 bouwdossiers; 5850g
1] Bron: Kadaster; Afschrift openbaar register - Hyp4 deel 788 nummer 94 reeks DORDRECHT 2] Bron: RAD; inventarisnummer 9328 dossier bouwdossiers; 5850g 3] Bron: RAD; inventarisnummer 9328 bouwdossiers; 5850k
29
30
AFBEELDING boven: De vergunningstekening ten behoeve van de houtloods en de garage van 1947. Bron: RAD AFBEELDING onder: De vergunningstekening van 1948 voor het vergroten van de loods van 1947. Bron: RAD
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): De entree aan de oostzijde van het kantoor dat toen nog een toegang had in de zuidgevel. Bron: RAD; 552_802693 AFBEELDING (onder): De nog open houtloods van 1947. Bron: RAD; 552_802689
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
31
32
AFBEELDING (boven): Het interieur van de nieuwe zagerij ter plaatse van de lorriebaan in het midden. Bron: RAD; 552_802691 AFBEELDING (onder): De andere zijde van het interieur met links op de achtergrond de nog aanwezige hijsinstallatie. Bron: RAD; 552_802690
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
1948 vroeg de houthandel toestemming om de houtloods met vier bintvakken te verdiepen, waardoor deze een lengte van 33 m kreeg. In de nacht van vrijdag 21 op zaterdag 22 mei 1948 werd de houthandel getroffen door een grote brand.1 De zagerij van 1868, die verschillende malen was verbouwd, gedeeltelijk afgebroken en vergroot, brandde volledig af, evenals de loodsen en het opgeslagen hout. Het kantoor en een ketelhuis bleven gespaard. Ook de open houtloods van 1947 bleef buiten het bereik van het vuur. Voor de bouw van een nieuwe zagerij werd kort na de brand, te weten in juni 1948, vergunning aangevraagd naar het ontwerp van de eerdergenoemde Boogertman. Het nieuwe bouwwerk werd in baksteen opgetrokken en voorzien van ijzeren spanten waarop dakplaten van bimsbeton werden aangebracht.2 Voor deze prefab betondaken werd lava- en/of puimgesteente fijngemalen en met zand en cement tot cassetteplaten gevormd. Het nieuwe bouwwerk was kleiner dan zijn voorganger die ook dichter op het kantoor stond. Aan de westzijde stond een voormalige slijperij die de brand vermoedelijk overleefd had. Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De bouwvergunningstekening van 1948 voor de bouw van een nieuwe zagerij Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer 9328 dossier 5850m
1] Bron: De Dordtenaar d.d. 22 mei 1948; p. 4 2] Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer 9328 dossier 5850m
33
34
AFBEELDING: De bouwvergunningstekening voor de aanpassingen van het kantoor van 1959 Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer 9328 dossier 5850q en 5850r
1] Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer 9328 dossier 5850q en 5850r 2] Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer 9328 dossier 5850V
In 1959 volgde een verbouwing1 aan het kantoor door aannemersbedrijf A. van Herwijnen uit Dordrecht. Hierbij werden enkele binnenwanden verwijderd en werd aan de noordgevel een trap met een portiek gemaakt. De hoofdentree aan de zuidgevel kwam daarmee te vervallen. Daarnaast werden de drie vakken van de open houtloods achter de garage dichtgemaakt. Wanneer de overige buitenwanden van de houtloods werden gesloten is niet bekend, maar aannemelijk is dat dat in het laatste kwart van de 20e eeuw plaatsvond. In 1968 werd aan de dijk tussen het kantoor en de houtloods een vrijstaand bouwwerk van een bouwlaag geplaatst ten behoeve van de uitbreiding van het kantoor.2 In 1971 en 1975 werd dit deel uitgebreid en verbouwd.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
Nadat het vervoer van hout vrijwel alleen nog maar over de weg plaatsvond, raakte het balkengat buiten gebruik en werd het rond 1967 gedempt. In de jaren ’70 en ‘80 werd het vrijgekomen terrein volgebouwd met grote houtloodsen. In 1970 volgde aan de westzijde van de zagerij de bouw van een nieuw mothok, een vierkant gebouw waarin het afgezogen zaagsel werd opgeslagen. Als laatste werd in 1985 ook de slijperij aan de westzijde van de zagerij vernieuwd.1 Bouwdossiers van latere aanpassingen zijn niet meer voorhanden in de archieven. In 2021 staakte de firma C. Berger en Zn. haar activiteiten en kwam het complex leeg te staan.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De houtzagerij (rechts) tussen 1948 en 1967 met links een nieuwe droogloods (inmiddels verdwenen) en daarachter het kantoor. Op de voorgrond nog ten dele het balkengat. Bron: RAD; 552_352918
1] Bron: RAD; bouwdossiers; inventarisnummer A21 dossier 34030
35
36
4
A FBEELDING: Satellietfoto van de huidige stedenbouwkundige situatie Bron: Google Earth
BOUWHISTORISCHE OMSCHRIJVING 4.1 I nleiding In de omschrijving wordt gebruik gemaakt van de verschillende windstreken of worden de onderdelen aangeduid door de toevoegingen ‘voor’, ‘links’, ‘achter’ en ‘rechts’, gerekend vanuit de positie staand voor en kijkend naar het onderdeel. In de stedenbouwkundige situering wordt ingegaan op het gehele complex. Aangezien de grote loodsen van na het dempen van het balkengat omstreeks 1967 dateren, hebben deze nauwelijks enige cultuurhistorische waarde. Daarom worden slechts de zagerij, het kantoorgebouw en de houtloods bouwhistorisch omschreven.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
4.2 Stedenbouwkundige situatie Het complex is gelegen aan de zuidoostzijde van het Papegat, een omdijkt gebied uit de 16e eeuw dat gebruikt werd als balkhaven. Vanaf de 17e eeuw ontplooiden zich hier industriële activiteiten en ontstonden bouwwerken rondom de dijk die vooral gericht waren op de houthandel. In de tweede helft van de 19e eeuw, vermoedelijk na het annexeren van dit stuk grond in 1866, kreeg de volledige dijk de naam Weeskinderendijk, naar de oorspronkelijke weide waarvan het Papegat onderdeel uitmaakte. De meeste windhoutzaagmolens die er stonden verdwenen door de snel veranderende 19e eeuwse industrialisatie. In de tweede helft van de 20e eeuw verlandden ook de meeste balkengaten van de verschillende bedrijven. Het laatste balkengat behoorde tot het hier onderzochte complex en werd rond 1967 gedempt, waarna verschillende grote stalen loodsen op de vrijgekomen grond werden gebouwd. De oudere bouwwerken van 1938 (het kantoor) en 1947 (de houtloods) stonden op het hogere gedeelte aan de dijk. Aan de oostzijde, haaks op de Weeskinderendijk, staat de stenen garage met daaraan de inmiddels gesloten houten droogloods van 1947 die in 1948 werd verlengd. Aan de westzijde van het complex staat de stenen fabriekshal van 1948 die als zagerij diende. Daartussenin is evenwijdig aan de Weeskinderendijk het kantoor (1938) gelegen.
Zowel de garage, het kantoor als de zagerij staan met de zuidgevel in de rooilijn. Aan de oostzijde van het kantoorgebouw, eveneens in de rooilijn, staat nog een bouwwerk dat aansluit op de garage. Het is niet bekend wanneer dit bouwwerk is geplaatst, maar gezien het materiaalgebruik vermoedelijk in het derde kwart van de 20e eeuw. Het terrein wordt ontsloten door een brede toegang tussen het kantoor en de zagerij. Voor de verbouwing van het kantoor van 1959 bevond de toegang zich aan de oostzijde van dit gebouw.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
2
3 1
AFBEELDING: Schematische weergave van het terrein met: 1 Het kantoor 2 De houtloods 3 De zagerij
37
38
AFBEELDING (boven): De entree van het terrein met het kantoor van 1938 AFBEELDING (onder): De andere zijde van de entree met de zagerij van 1948
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Het terrein gezien vanaf de entree met verschillende nieuwe loodsen AFBEELDING (onder): Het terrein gezien vanaf de westzijde
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
39
40
AFBEELDING (boven): Links het kantoor van 1938 met op de achtergrond de zagerij AFBEELDING (onder): Het kantoor van 1968 aan de dijk
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): De houtloods van 1947 en rechts het kantoor van 1968 AFBEELDING (onder): De loods tegenover het kantoor van 1947
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
41
42
AFBEELDING (boven): De houtloods aan de oostzijde van het terrein AFBEELDING (onder): De loodsen op het voormalige balkengat
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Het resterende deel van het terrein tussen de houtloods en de huizen aan de oostzijde AFBEELDING (onder): De loodsen achterin het terrein
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
43
44
AFBEELDING (boven): Het mothok (het hoge gebouw links) met rechts ervan een travohuis AFBEELDING (onder): De Weeskinderendijk met links de gevels van de slijperij en de zagerij
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Het kantoor van 1968 aan de Weeskinderendijk AFBEELDING (onder): De hoek van de Weeskinderendijk met links het complex en rechts de rijtjeswoningen
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
45
46
AFBEELDING: De noordzijde van het kantoor van 1938
4.3 O mschrijving k antoor (1938) 4.3.1 Exterieur
AFBEELDING: De trap en het overkapte bordes van 1959
Bouwmassa Het bouwwerk heeft een oppervlakte van circa 4,6 x 11,8 m en bestaat uit één bouwlaag onder een zadeldak. Een deel met een breedte van circa 3,5 m aan de westzijde is circa 1,2 m hoger, waardoor hier sprake is van een kleine zolder. Het kantoor staat met de lange zijde (zuidgevel) in de rooilijn langs de dijk en wordt ontsloten aan de noord- en oostgevelzijde. Gevels (algemeen) De vier gevels zijn opgetrokken met oranjerode vormbakstenen in standaard Waalformaat (21 x 10 x 5 cm; 10 L + v = 66cm), aangebracht in halfsteens verband.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
Tot een hoogte van circa 1 m bevindt zich een trasraam dat met een paarsrode steen is opgemetseld. Op de hoek- en eindoplossingen zijn koppen toegepast. Bij de gevelopeningen ontbreken rollagen en is er vermoedelijk sprake van een stalen latei in de circa 40 cm brede spouw. Aan de onderzijde zijn bakstenen toegepast als lekdorpel. Met uitzondering van een venster in de oostgevel en de zuidgevel zijn geen verstoringen waargenomen in de gevels, waarbij aangenomen mag worden dat de gevelindelingen tot de oorspronkelijke fase (1938) behoren. Alle vensters zijn aan de buitenzijde voorzien van kunststof rolluiken en aan de binnenzijde overwegend dichtgezet. Aannemelijk is dat zich hiertussen nog de oorspronkelijke vensters bevinden. Passend bij de overwegend traditionele bouwstijl van het bouwwerk worden de langsgevels afgesloten met ruim overkragende houten goten die voorbij de kopgevels uitsteken. Deze laatste zijn uitgevoerd als puntgevels en worden afgedekt met oranjerode keramische eindpannen.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De oostgevel is, met uitzondering van een rond venster onder de nok, gesloten en gaat verder schuil achter begroeiing.
47
48
AFBEELDING: De zuidgevel met verschillende aanpassingen in het metselwerk waar zich eerst de toegang bevond (Zie de archieffoto op p. 31)
Noordgevel De gevel wordt gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door de dichte begroeiing die tegen het pand aan staat. Op circa 2,7 m vanaf de oostgevel bevindt zich een toegang tot de oorspronkelijke kantoorruimten. Deze wordt voorafgegaan door een trap langs de gevel en een overdekt bordes dat in 1959 werd aangebracht. Links van de entree bevindt zich een groot venster waar oorspronkelijk de keuken achter lag en rechts daarvan is een klein toiletraam. Rechts van de entree, in het midden van de totale gevel, is een groot venster aangebracht. De laatste 3,5 m aan de oostzijde is circa 1,2 m hoger en voorzien van een venster op de begane grond. Oostgevel Met uitzondering van een rond venster onder de nok is deze gevel geheel gesloten. Zuidgevel Het hoge deel aan de linkerzijde heeft zowel op de begane grond als op de zolderverdieping drie kleine, naast elkaar geplaatste vensters, Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
waarvan die op de begane grond nog slechts aan de binnenzijde te zien zijn. Deze dateren uit de oorspronkelijke bouwfase. In het lage deel is sprake van drie vensters. Rond het middelste venster is het metselwerk aangepast. Links van het venster is een brievenbus aanwezig. Archieffoto’s laten hier de oorspronkelijke hoofdingang tot de kantoorruimten zien. Het middelste van de drie vensters was oorspronkelijk ontworpen als toegang tot de kantoorruimte vanaf de straatzijde. Westgevel De gevel flankeert de toegang tot het terrein en is op de begane grond ingedeeld met een toegangsdeur aan de rechterzijde en een enkel venster links daarvan. Dit betrof oorspronkelijk (1938) de toegang tot een schaftlokaal die zich in de noordoosthoek van het pand bevond met een trap naar de kleine zolder erboven. Deze situatie was blijkens de vergunningstekeningen ook in 1959 nog aanwezig, waardoor aangenomen wordt dat het raam met de borstwering later in de 20e eeuw is aangebracht. Onder de top van de gevel is een rond venster geplaatst.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De westgevel is behalve van een rond venster onder de nok voorzien van een deur en een venster ter plaatse van een vervallen deur.
AFBEELDING: De borstwering onder het venster is aangepast.
49
50
AFBEELDING: De voormalige indeling van het kantoor heeft plaatsgemaakt voor een grote ruimte. Rechts de toegang in de noordgevel.
Dakafwerkingen De dakschilden zijn afgewerkt met onverglaasde, rode, verbeterde Hollandse dakpannen. Langs de randen zijn eindpannen toegepast en bij opgaand metselwerk lood. De nok is voorzien van gemetselde vorsten.
4.3.2 Constructie Kelder en/of fundering Uit de tekeningen blijkt dat het pand geen kelder heeft en gefundeerd is op staal. Hiervoor is een betonnen voet van 1 m breed aangelegd op circa 2 m diepte onder het maaiveld. De opgaande wanden zijn hier in kalkzandsteen uitgevoerd. Wand-, vloer- en dakconstructies Het pand heeft een gestapelde constructie en een opzet met één beuk. Enkelvoudige balklagen worden gedragen door de noord- en zuidgevels. De nog aanwezige tussenwand die bovendaks uitsteekt en het dak opdeelt in een hoog en een laag zadeldak, wordt in de Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): De grote ruimte vanaf de hal gezien AFBEELDING (onder): De hal met de keuken en de oorspronkelijke vensters
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
51
52
AFBEELDING (boven): De hal met de keuken, het toilet en de trap naar de zolderverdieping AFBEELDING (onder): De kleine zolder
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
Begane grond
Zolderverdieping
begane grondvloer gedragen op een stalen ligger die in het midden extra ondersteund wordt met een poer. De toegepaste grenen houten balken hebben een afmeting van 8 x 18 cm. Op de balklaag rust de dakconstructie die bestaat uit driehoekspanten waarop een midden- en een nokgording rusten.
4.3.3 Interieur Indeling Van de oorspronkelijke indeling is niets meer over. Slechts de hierboven benoemde binnenwand is nog aanwezig; deze deelt het interieur op in twee ruimten. De ruimte aan de oostzijde is klein en bestaat inmiddels uit een keuken, een toilet en de trap naar de zolderverdieping erboven. Deze verdieping is niet ingedeeld. Elementen en afwerkingen Alle elementen en afwerkingen dateren uit een zeer recente periode.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De plattegronden van de huidige situatie van het kantoor
53
4.4 O mschrijving houtloods (19471948) 4.4.1 Exterieur Bouwmassa De houtloods annex garage betreft een langgerekt bouwwerk van circa 7 m breed en 40 m diepte. De loods bestaat uit een enkele bouwlaag onder een flauw hellend zadeldak. Aan de oostzijde is het gebouw in een latere fase (datum onbekend) circa 3 m uitgebouwd met een diepte van circa 13 m. Dit deel heeft een lessenaarsdak dat onder de dakrand van de houten loods eindigt. Gevels De loods was oorspronkelijk geheel open ten behoeve van het bergen en drogen van het gezaagde hout. De eerste drie vakken aan de zijde van de garage aan de Weeskinderendijk die tegelijkertijd gebouwd is, zijn in 1959 gesloten. De overige vakken zijn in verschillende latere perioden dichtgezet. Niet alleen het verschil in (geschilderd) hout verwijst hiernaar, ook is er verschil in (moderne) gehengen van de deuren en de bevestiging van latten te zien, bijvoorbeeld in de toepassing van koploze spijkers en nieten. Aan de oostzijde zijn bij het dichtzetten ook OSB platen gebruikt. Alleen de top van de kopgevel (noord) dateert vermoedelijk van 1948, toen de loods (1947) met vier vakken werd verlengd. Deze wand bestaat uit verticale, geschilderde grenen houten delen die met messing en groef in elkaar gezet zijn.
54
Dakafwerkingen Het zadeldak is hoofdzakelijk afgewerkt met rode, onverglaasde Mulden (dak)pannen. Aan de oostzijde zijn ook ten dele sneldek pannen toegepast van de firma RBB/ Cauwenbergh. De nok is voorzien van vorstpannen die gemetseld zijn aangebracht.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023 Begane grond houtloods
AFBEELDING (boven): De houtloods van 1947 AFBEELDING (onder): De verlenging van de houtloods van 1948
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
55
56
AFBEELDING (boven): De voormalige open houtloods AFBEELDING (onder): De oostgevel van de houtloods met een kas
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
1
2
3 AFBEELDINGEN: 1] De gele houten delen zijn eenvoudig vernageld. 2] De witte houten delen zijn geniet. 3] De moderne bevestigingen en gehengen 4] Ook bij de witte delen is sprake van moderne afwerkingen.
4
AFBEELDING (onder): De kopse gevel aan de noordzijde met het oorspronkelijke houtwerk
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
57
58
AFBEELDING: De eenvoudige houten constructie
4.4.2 Constructie Het pand is gefundeerd door middel van betonnen poeren waarop grenen houten dekbalkgebinten staan. De stijlen zijn breder uitgevoerd en groen geschilderd, terwijl de dekbalk en het korbeel smaller en niet geschilderd zijn. De verbinding van de dekbalk met het korbeel is gepend (pen-en-gatverbinding) uitgevoerd, met tand en zonder toognagels. Aan de onderzijde is het korbeel aan de stijl genageld. De dekbalk is in de stijl ingelaten en met stalen nagels bevestigd. Hierop is de koppelingsbalk gelegd die de gebinten in de lengterichting koppelt. Op de dekbalken zijn driehoekspanten aangebracht die ter plaatse van de nokbalk halfhouts bevestigd zijn. De schoren die de stijlen ondersteunen komen in het midden van de dekbalk samen en zijn door middel van een stalen trekstang gekoppeld met de nokbalk. De verbindingen van de grenen houten constructiedelen zijn hoofdzakelijk gepend en voorzien van stalen stripijzers die door middel van moeren bevestigd zijn. Halverwege de spanten is een gording aangebracht die, samen met de nok- en koppelingsbalk, de grenen houten sporen met de panlatten draagt. Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Het driehoekspant op de dekbalk
59
3 AFBEELDINGEN: 1] De verbinding van de dekbalk in de stijl 2] De verbindingen van de spanten en schoren 3] De sporen met panlatten en sneldekkers
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
1
2
60
AFBEELDING (boven): Het interieur is met moderne elementen afgewerkt en ingedeeld. AFBEELDING (onder): De garage in het midden van de loods
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
4.4.3 Interieur Indeling Oorspronkelijk (1947/1948) was de houtloods niet ingedeeld en volledig open, zodat het gezaagde hout goed kon drogen. Inmiddels zijn er, toen de buitenwanden werden geplaatst, ook enkele houten schotten aangebracht, die de lange loods in verschillende ruimten verdelen. Deze hebben geen noemenswaardige historische kwaliteiten. Elementen en afwerkingen Er zijn geen noemenswaardige historische elementen of afwerkingen aangetroffen.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De achterste balkvakken aan de noordzijde van de loods
61
62
AFBEELDING: De zagerij van 1948 vanuit het oosten gezien
4.5 O mschrijving z agerij (1948) 4.5.1 Exterieur Bouwmassa Het bouwwerk heeft een rechthoekige massa en een oppervlakte van circa 15 x 25 m (b x d), en staat evenwijdig aan de Weeskinderendijk. Het is voorzien van een zadeldak met een aanzethoogte van 4,7 m en een nokhoogte van 9,7 m. Aan de westgevel is een voormalige slijperij van circa 7,2 x 10 m (b x d) aangebouwd die bestaat uit een bouwlaag met een plat dak. Dit is in 1985 vervangen door het huidige dak.
1] Noot: Bij een Engels verband is iedere laag voorzien van drie strekken en een kop.)
Gevels (algemeen) De gevels zijn opgetrokken met roodbruine vormbakstenen (20,5 x 10 x 7 cm; 10 L + v = 84 cm) die in een enigszins opmerkelijk metselverband met een platvolle voeg zijn aangebracht. De lagen worden om en om afgewisseld met een Engels verband, te weten drie strekken en een kop, en een strekkenlaag.1 Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
64
AFBEELDINGEN: De noordgevel van het pand
Dit geeft in de kopse gevels een enigszins vreemde hoekoplossing. Aan de ene zijde wordt gestart met koppen die worden afgewisseld met drieklezoren in de strekkenlaag. Het verband eindigt, gezien de breedte, op de andere hoek met een strek en een kop, en de strekkenlaag is voorzien van koppen in plaats van drieklezoren. Bij de langsgevels gaat dit wel goed omdat ze zijn ingedeeld met vijf penanten die circa 10 cm uit de gevel staan. Noord- en zuidgevel De beide langsgevels zijn nagenoeg identiek. Door de circa 40 cm brede penanten is iedere gevel in zes muurvelden ingedeeld. Gezien de industriële functie zijn de velden gesloten en alleen aan de bovenzijde voorzien van openingen voor daglichttoetreding. De openingen zijn ingedeeld met drie prefab betonnen vensters met zes ruiten. Alleen aan de zuidzijde is in het meest westelijke muurveld in een latere fase een opening aangebracht met twee naar binnen draaiende garagedeuren. Deze zijn, gezien het hoogteverschil, aan de binnenzijde voorzien van een betonnen talud. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten met een Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Detail van de betonnen ramen AFBEELDING (onder): De zuidgevel
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
65
66
AFBEELDING: De oostgevel met links de nog enige entree
40 cm uitkragende betonnen goot die gewapend is. De goot lijkt, gezien het ontbreken van naden, in het werk gestort te zijn en wordt gedragen door de muren en de penanten. Oostgevel De puntgevel is op de begane grond asymmetrisch ingedeeld met drie brede openingen die voorzien zijn van dubbele stalen schuifdeuren op een doorlopende stalen geleiderail. Boven de openingen is een stalen afdak aangebracht ter voorkoming van inregenen. Op de hoek van de oostgevel en de noordgevel wordt een eveneens stalen draaideur aan het zicht onttrokken door de begroeiing. Deze deur was bedoeld voor het naar binnen en buiten rijden van de boomstammen op een zogenoemde lorriebaan: een rails met daarop een wagen (lorrie) voor het verrijden van de zware boomstammen. Aan de binnenzijde zijn de gevelopeningen, met uitzondering van die aan de linkerzijde, in een latere fase met kalkzandsteen dichtgezet. Gecentreerd onder de nok zijn zes betonnen vensters met zes ruiten aangebracht met gemetselde tussenpenanten van een steen breed. Hierboven bevindt zich een Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
smalle, doorlopende betonnen lekdorpel. Net boven het midden van de dorpel is een betonnen ring in het metselwerk opgenomen die, samen met een stalen ring in de nok, als houder voor een vlaggenstok diende. De puntgevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met het betonnen dak. Westgevel De gevel komt voor een groot deel overeen met de oostgevel. Op de noordhoek bevindt zich een toegangsdeur met een schuifdeur ernaast. Op de begane grond is in het midden van de gevel een klein stalen luik aangebracht waarvan de functie niet bekend is. De zuidelijke helft van de gevel wordt in beslag genomen door de uitbouw van de slijperij. Onder de nok zijn twee in plaats van drie vensters, zoals bij de oostgevel, geplaatst.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De westgevel met de aanbouwen
67
68
AFBEELDING: De dakafwerking met de lichtstraat van 1948
Dakafwerking Het betonnen dak is bedekt met grijze bitumen banen die van de nok naar de goot zijn aangebracht. Aan weerszijden van de nok is in het midden van de dakschilden een betonnen lichtstraat opgenomen. Uit de archiefstukken blijkt dat deze lichtstraten oorspronkelijk niet in het plan waren opgenomen, maar tijdens de bouw in 1948 alsnog zijn aangebracht. Het dak is later opnieuw afgewerkt met bitumen.1
4.5.2 Constructie
1] Noot: Op archiefmateriaal is te zien dat er oorspronkelijk teksten op geschilderd waren.
Net als de overige panden is de zagerij gefundeerd op staal. Hierbij is een gewapende betonnen voet op circa 70 cm onder peil ter plaatse van de dijk en 130 cm onder peil aan de andere zijde aangebracht. In het midden van de ruimte is een waterdichte betonnen machinekelder aangebracht van circa 5,5 x 9 m en een diepte van 2,75 m. De lorriebaan langs de noordgevel ligt op circa 1,5 m diepte en is gemaakt van beton dat, evenals de kelder, in het werk is gestort. Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven en onder): De Hollandse vakwerkspanten van 1948 waaraan verschillende geleiderails bevestigd zijn
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
69
70
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023 De stalen dakspanten liggen op de gemetselde penanten.
De kapconstructie bestaat geheel uit staal en is opgetrokken met vijf vakwerkspanten met een rechte rand aan de onderzijde. Gezien het stavenpatroon gaat het hier om een V-spant, ook wel Hollandse spant genoemd, die na 1920 veel werd toegepast bij platte en flauw hellende zadeldaken.1 De stalen onderdelen zijn aan elkaar bevestigd met bouten. Op de stalen spanten zijn stalen I-profielen als gordingen toegepast. Daarop zijn de bimsbetonplaten geklemd. Aan de stalen constructie bevinden zich verschillende restanten van geleiderails. Aan de noordzijde, naast de verdiepte lorriebaan, is nog een hijskraan aanwezig die eveneens gekoppeld is aan de stalen constructie.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: Detail van de betonnen dakelementen die verankerd zijn aan stalen gordingen
1] Bron: Oosterhoff, J. e.a.; 1988; Bouwtechniek in Nederland, deel 1, constructies van ijzer en beton; p. 116
71
72
AFBEELDING (boven en onder): De hijskraan van 1948
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
4.5.3 Interieur De zagerij heeft geen indeling in verschillende ruimten. Wel is er sprake van twee lorriebanen; de baan langs de noordgevel is verdiept aangelegd. Deze is nog ten dele aanwezig. Van de tweede lorriebaan, ongeveer in het midden van de zagerij, resteert alleen een betonnen strook. De machinekelder in het midden van het pand, tussen de twee lorriebanen in, is afgedicht met smalle balken, die ongetwijfeld de trillingen dempten. De balken zijn door middel van een losse veer met elkaar verbonden. De kelder was te bereiken via een eenvoudige ladder.1 Op de vloer stonden de machines, waaronder een lintzaag die halverwege de lorriebaan stond. Inmiddels resteert van de machines alleen een hijskraan met een capaciteit van 8 ton (zie onder Constructie) aan de westzijde van de verdiepte lorriebaan.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING: De hal vanuit het noordwesten gezien
1] Noot: Inmiddels zijn de ladders niet meer begaanbaar en is de kelder volgestort met afval.
73
74
De hijskraan naast de verdiepte lorriebaan
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): De hal vanaf de noordoostzijde gezien AFBEELDING (onder): De hal gezien vanaf de entree
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
75
76
Bouwhistorisch De verdiepte lorriebaan met daarachter de deuren in de westgevelonderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): De westgevel met links het betonnen talud en de dichtgemaakte lorriebaan (pijl) AFBEELDING (onder): De slijperij
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
77
78
AFBEELDING: De apparatuur en de afzuiginstallatie dateren vermoedelijk van 1970.
Vermoedelijk is de zagerij in 1970 aangepast en opnieuw ingericht, na het verdwijnen van het balkengat rond 1967 en het aanbrengen van een mothok in 1970. De tweede lorriebaan is volgestort met beton en in de zuidgevel is een garagedeur aangebracht met een betonnen talud; het beton is hier over de lorriebaan heen gestort. Een voormalige opening tussen de zagerij en de slijperij is hiervoor verplaatst, wat te zien is aan de kalkzandsteen waarmee de sparingen zijn dichtgezet. Ook de sparingen in de oostgevel zijn vermoedelijk rond 1970 dichtgezet. Tegen de zuidelijke muur staan restanten van de elektriciteitsvoorzieningen en een modernere stof-afzuiginginstallatie voor het zaagsel die eveneens van 1970 zal dateren, gezien de bouw van het mothok in dat jaar. Met uitzondering van de bovengenoemde houten vloer, de lorriebanen en de hijskraan zijn er geen noemenswaardige afwerkingen of elementen meer aanwezig in het interieur.
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
AFBEELDING (boven): Het luik in de vloer bij de verdiepte lorriebaan AFBEELDING (onder): Het dikke vloerhout met de losse veren
Bouwhistorisch onderzoek • Weeskinderendijk 213 te Dordrecht • 20 juni 2023
79
5 80
BOUWFASERING Op basis van de in het archief aangetroffen informatie (Hoofdstuk 3) en bouwhistorisch onderzoek ter plaatse (Hoofdstuk 4) is de bouwfasering samengesteld. Deze wordt hieronder beschreven en aangevuld met faseringsplattegronden. Er wordt op gewezen dat het onderzoek, ondanks de daarvoor aangebrachte kijkgaten, een verkennend karakter heeft als gevolg van de aanwezige afwerkingen. In de fasering wordt dan ook de meest logische benadering van de aangetroffen gegevens aangehouden. Na eventuele verwijdering van de niet-monumentale afwerkingen kunnen deze aannames worden bevestigd of bijgesteld door middel van diepgaander onderzoek ter plaatse. Fase 1 1938 In 29 september 1926 werd de houtzagerij op het terrein van Weeskinderendijk 213 het eigendom van de houthandel C. Berger en Zonen uit Rotterdam. Deze firma liet in 1938 het voormalige woonhuis afbreken voor de bouw van het huidige kantoor met schaftlokaal, het magazijn en de wachtruimte naar het ontwerp van architectenbureau Adr.C. en W. Lengkeek uit Hillegersberg. De volgende elementen en structuren van deze bouwperiode zijn in de huidige situatie nog aanwezig: • De vier buitengevels van het kantoor; • De meeste gevelindelingen met (vermoedelijk) de kozijnen en vensters; • De entreedeuren in de noord- en westgevel; • De dakafwerkingen; •