CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2a Toelichting - Bijlage 28 Biodiversiteit OER en BP.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Ontwerpbestemmingsplan Maasterras 2023 - Raadsinformatiebrief12.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In tabel 4.7 worden de effecten op de aanwezige beschermde en overige soorten beschreven. Tabel 4.7 Effecten of beschermde en overige soorten.

Soort(groep) Vleermuizen

Vos

Effecten op aanwezige soorten Beschermde soorten Gedurende het gebiedsdekkend vleermuisonderzoek zijn passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis aangetroffen. Als gevolg van het planvoornemen kunnen potentieel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing of bomen worden beschadigd en vernield. Door verwijdering van potentiële vliegroutes en foerageergebied kunnen individuen van vleermuizen worden verstoord. Overige soorten Er bevindt zich een vossenburcht in het bosschage in vak K. Het bosschage wordt verwijderd en het leefgebied van de vos wordt vernietigd.

Blad 23 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Algemene broedvogels Egels, muizen en kleine marterachtigen Vlinders, libellen, bijen, hommels, kevers en overige insecten Kleine watersalamander, bruine kikker

4.2.5

In de bomen in vak I en de bosschages in vak K en R is leefgebied aanwezig voor diverse broedvogels. Dit gaat verloren. De bosschages in vak K en R vormen geschikt leefgebied voor kleine landzoogdieren. Dit gaat verloren. Het gras met bloemen in vak I en de bosschage in vak K en R vormen geschikt leefgebied voor diverse insecten soorten. Dit gaat verloren. De ondiepe greppel in lijn L vormt geschikt leefgebied voor algemene amfibieën als de kleine watersalamander en de bruine kikker. Dit gaat verloren.

Ontwikkelveld M7/M8 Effecten op aanwezige groenstructuren Binnen ontwikkelveld M7 vallen vak P en O uit figuur 3.1. Vak O betreft een waterlichaam met een brede rietkraag, grote bomen en een bosschage met takkenrillen. De vijver blijft bij voorkeur behouden, maar wordt mogelijk aangepast. Het omliggende groen blijft bij voorkeur grotendeels behouden, maar moet mogelijk heringericht worden in verband met ophoging van het maaiveld. Vak P betreft een bosschage met bomen en struiken. Dit bosschage wordt verwijderd. Ontwikkelveld M8 grenst aan vak M uit figuur 3.1. Vak M betreft een oude spoorbaan met kruidenrijk grasland met een grote diversiteit aan kruiden. Dit wordt verwijderd. Effecten op aanwezige soorten In tabel 4.8 zijn de effecten op de aanwezige beschermde en overige soorten beschreven. Tabel 4.8 Effecten of beschermde en overige soorten.

Soort(groep) Vleermuizen

Amfibieën – bruine kikker en kleine watersalamander Algemene broedvogels Egels, muizen en kleine marterachtigen Vlinders, juffers,

libellen, bijen,

Effecten op aanwezige soorten Beschermde soorten Gedurende het gebiedsdekkend vleermuisonderzoek zijn passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis aangetroffen. Als gevolg van het planvoornemen kunnen potentieel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing of bomen worden beschadigd en vernield. Door verwijdering van potentiële vliegroutes en foerageergebied kunnen individuen van vleermuizen worden verstoord. Overige soorten In en om het waterlichaam in vak O kunnen amfibieënsoorten zoals bruine kikker en kleine watersalamander voorkomen. Indien de vijver wordt aangepast en het omliggende groen wordt heringericht, dan wordt dit leefgebied (tijdelijk) aangetast of gaat (tijdelijk)verloren. De bosschages in vak O en P vormen geschikt leefgebied voor diverse broedvogels. Indien hier nesten aanwezig zijn, gaan deze grotendeels verloren. De bosschages in vak O en P vormen geschikt leefgebied voor egels, muizen en kleine marterachtigen. De takkenrillen in vak O vormen potentieel geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen en muizen. Dit gaat grotendeels verloren. Het kruidenrijke grasland in Vak M kunnen ook muizen en kleine marterachtigen voorkomen. Dit leefgebied gaat eveneens verloren. Het water en omliggende vegetatie in vak O vormen geschikt leefgebied voor diverse libellenen juffers.

Overige insectensoorten kunnen eveneens voorkomen in

Blad 24 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

hommels, kevers en overige insecten

de groenstructuren in vak O. Dit gaat waarschijnlijk deels, en mogelijk geheel verloren. Vak P en het kruidenrijke grasland in Vak M vormen geschikt leefgebied voor diverse insectensoorten. Dit gaat verloren.

Blad 25 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

5

Doelsoorten en 6V-methode voor Maasterras

5.1

Beschrijven van doelsoorten Doelsoorten vanuit de effectbeschrijving Uit de beoordeling van de effecten van het voorkeursalternatief komt naar voren dat voor enkele beschermde soorten aantasting niet uit te sluiten is. Voor deze soorten wil de gemeente Dordrecht maatregelen treffen binnen de ontwikkeling van Maasterras. Deze soorten worden opgenomen als ‘doelsoorten’ voor Maasterras (zie figuur 5.1). Dit betreft:  Huismus  Gierzwaluw  Gewone dwergvleermuis  Ruige dwergvleermuis  Laatvlieger  Vos  Bunzing  Rivierrombout

Figuur 5.1 van linksboven naar rechtsonder: huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, vos, bunzing en rivierrombout

Aanvullende doelsoorten De doelsoorten zijn verder aangevuld aan de hand van het reeds aanwezige biotoop, het biotoop dat op deze locatie ontwikkeld kan worden en de in het Handboek Natuurinclusief aangegeven stedelijke soorten (zie figuur 5.2). De gekozen doelsoorten betreffen:  Egel  Atalanta  Aardhommel  Rosse metselbij

Figuur 5.2 van links naar rechts: egel, atalanta, aardhommel en rosse metselbij.

Blad 26 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

5.2

Introductie van de 6V-methode De 6V-methode is een manier om de natuurwaarde van een gebied te bepalen, waarbij gebruik wordt gemaakt van doelsoorten. De waarde van een gebied voor een doelsoort wordt bepaald aan de hand van de zes V’s. Hoe meer V’s een gebied omvat, hoe hoger de waarde van het gebied voor de doelsoort. Het streven is dat elk ontwikkelveld voldoet aan minimaal vier V’s. Hierbij moeten de overige V’s bij voorkeur in aangrenzende ontwikkelvelden aanwezig zijn. De zes V’s betreffen:  Voedsel  Veiligheid  Voortplanting  Verblijven  Variatie  Verbinden

5.3

Mogelijke inrichtingsmaatregelen Inrichtingsmaatregelen die genomen kunnen worden om te voldoen aan de V’s betreffen het creëren van habitat (onderdelen) voor de doelsoorten, en voldoende geschikte groenverbindingen behouden en/of realiseren in het plangebied en met omliggende gebieden. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van mogelijke maatregelen. Voor meer voorbeelden zie ook de handreiking natuurinclusief bouwen en ontwerpen van de gemeente Dordrecht. fauna voorzieningen Er kunnen diverse typen fauna voorzieningen gerealiseerd worden, zoals vleermuiskasten en kasten

vogels (bijvoorbeeld huismussen, gierzwaluwen, mezen, huiszwaluwen, spreeuwen). Dit kunnen zowel inbouwvoorzieningen in gebouwen zijn als losse kasten aan gebouwen. Daarnaast kunnen kasten aan bomen worden gehangen en kunnen diverse andere typen verblijfsvoorzieningen gerealiseerd worden zoals faunatorens, paalkasten, tillen en ECOlumns (zie figuur 5.3). Insectenhotels kunnen ook nuttig zijn, mits juist uitgevoerd, op de juiste plek geplaatst en met voldoende voedsel in de nabijheid.

Blad 27 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Figuur 5.3 boven - van links naar rechts: vleermuiskast, huismuskast, gecombineerde vleermuis/huismus kast, grote kraamkast voor groepen vleermuizen. Onder - Voorbeelden van faunatorens. Links: ECOlumn. Rechts: Faunatoren Boxmeer.

Groen daken, groene gevels en geveltuinen Realiseer groene daken en groene gevel(delen) (zie figuur 5.4). Bij groene daken kan gekozen voor

een sedum dak, maar ook voor een dak met een kruiden- en bloemrijke samenstelling. Bij groene gevels kan gekozen worden voor jaarrond groene soorten zoals klimop die beschutting bieden aan diverse soorten. Daarnaast kunnen er delen met nectarrijke bloem- en/of besdragende soorten worden gerealiseerd die voedingsbronnen vormen voor diverse soorten vogels en insecten. Geveltuinen met inheemse bloemrijke beplanting kunnen ook een waardevolle toevoeging zijn voor de biodiversiteit (zie figuur 5.5).

Figuur 5.4 Links: Een groene gevel met een combinatie van (jaarrond) groene planten en bloemdragende planten. Midden en rechts: Twee bloemrijke groene daken met elk een andere vegetatie samenstelling.

Blad 28 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

figuur 5.5 voorbeelden van geveltuinen. Kruidenrijk grasland Overal waar grasperken worden gerealiseerd kan kruidenrijk grasland met inheemse soorten ingezaaid worden. De keuze van het zaaimengsel kan afgestemd worden op gebiedseigen soorten en op lokale bodemeigenschappen (zie Gemeentemengsels (cruydthoeck.nl)). Zorg hierbij voor een diversiteit aan soorten, nectarrijke soorten en soorten met diverse bloeiperiodes, zodat jaarrond bloemen aanwezig zijn. Juist maaibeleid is van essentieel belang voor biodiversiteit (zie: De Vlinderstichting | Kleurkeur). In deze grasvelden kunnen tevens insectenhotels geplaatst worden (zie figuur 5.6).

Figuur 5.6. Drie varianten van insectenhotels. Gevarieerde groengebieden De biodiversiteit van groengebieden wordt bevorderd door variatie aan te brengen in structuur, soorten en leeftijd van de vegetatie (zie figuur 5.7). De structuur van beplanting bepaald voor een groot deel de variatie in flora en fauna. In bosschage, parken en groenstroken kan gelaagdheid gerealiseerd worden door het aanplanten van, of proactief beheren op, het ontstaan van een kruid-, struik-, en bomenlaag. Dergelijke gelaagdheid brengt meer structuur en variatie aan in vegetatie en leefgebieden voor fauna, wat een positief effect heeft op de biodiversiteit. Door te kiezen voor een diversiteit aan soorten, en te beheren op diversiteit in leeftijden, wordt meer variatie ingebracht, wat de diversiteit van fauna bevorderd. Maak gebruik van zaad-, noot-, bes- en bloemdragende bomen, struiken en planten, evenals van nectarrijke soorten.

Blad 29 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

figuur 5.7 Links: impressie van een park met een bloem- en kruidlaag, een struiklaag en bomenlaag (bron: nlbloeit.nl). Rechts: impressie van een half verhard wandelpad met omzoomd door gelaagde vegetatie. Structuren van takken en stenen Plaats takkenrillen en takkenhopen in groene zones (zie figuur 5.8). Dit vormt leefgebied voor diverse soorten zoogdieren, insecten, reptielen en amfibieën. Daarnaast kunnen steenhopen, stenen stapelmuren en/of schanskorfen gerealiseerd worden, welke habitat vormen voor diverse soorten, zoals reptielen en insecten. Kunstwerken en ecoduct Kunstwerken als bruggen en het ecoduct kunnen natuurinclusief uitgevoerd worden met geïntegreerde voorzieningen voor diverse soorten. Denk bijvoorbeeld aan vleermuisbruggen of bruggen met voorzieningen voor vogels. Daarnaast kunnen inheemse bloem- en kruidenrijke groenstroken op het ecoduct en eventueel overige brugdekken of verbindende structuren gerealiseerd worden. Dit biedt voedsel en habitat voor diverse soorten insecten. Dergelijke

bloemstroken fungeren als ‘’insectensnelweg’’. Insecten kunnen beperkte afstanden afleggen, waardoor dergelijke verbindingszones zeer waardevol zijn. Het ecoduct kan in potentie habitat vormen en een belangrijke verbindingsfunctie gaan vervullen voor diverse soort(groep)en zoals insecten, zoogdieren en vogels, mits juist uitgevoerd. Hierbij is het van belang dat er gevarieerd en beschutting-biedend groen aanwezig is, voldoende bloem- en kruidenrijk grasland gerealiseerd wordt, en er kunnen mogelijk verblijfplaatsen in de vorm van bijvoorbeeld takkenrillen, takkenhopen en/of stenenhopen aangelegd worden. Tevens kan er dood hout op het ecoduct gelegd worden (bijvoorbeeld wat vrijkomt bij kapwerkzaamheden), wat habitat vormt voor onder meer diverse soorten insecten, mossen, paddenstoelen.

Blad 30 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Figuur 5.8 Boven: twee varianten van een takkenril. Links is de takkenril gecombineerd met een aarden wal en vegetatie. Midden: twee varianten van takkenhopen voor onder meer marterachtigen. Onder: stapelmuur van losse natuurstenen & een schanskorf met bloemperk.

Natuurlijke poelen Er kunnen waar mogelijk natuurlijke (amfibieën)poelen gerealiseerd worden (zie figuur 5.9). Dit vormt leefgebied voor amfibieën zoals bruine kikker en kleine watersalamander. Teven vormt het foerageergebied voor onder meer gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Dergelijke poelen moeten wel voldoen aan bepaalde voorwaarden om ecologisch waardevol te zijn.

Blad 31 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Figuur 5.9. Links en midden: twee voorbeelden van natuurlijke poelen. Rechts: voorbeeld van een amfibieënpoel.

Blad 32 van 32

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

5.4

Kansen voor implementatie van V’s per deelgebied In deze paragraaf is beschreven hoe en waar de zes V’s voor de doelsoorten gerealiseerd kunnen worden (zie tabel 5.1). Tabel 5.1 Beschrijving van de kansen voor realisatie van de 6 V’s voor doelsoorten voor het Maasterras te Dordrecht. Soort Huismus

Voedsel Habitat voor prooidieren in struweel, groenstroken en kruidenrijk grasland. Planten en struiken met zaden en vruchten. Kansen met name in M3/M4 & M7/M8.

Veiligheid Voldoende jaarrond groene hagen, struweel en overig opgaand groen. Kansen met name in M3/M4 & M7/M8.

Gierzwaluw

Creëer habitat van prooidieren (insecten). Zorg voor voldoende beschikbaarheid van insecten in de lucht. Kansen in vrijwel alle ontwikkelvelden.

Zorg voor veilige verblijfplaatsen en aanvliegroutes ernaartoe. Kansen in alle ontwikkelvelden met bebouwing.

Gewone dwergvleerm uis

Foerageergebieden met (deels ondiep) open water en/of luwte tussen/langs opgaand inheems groen in M1, M7 en mogelijk in andere ontwikkelvelden.

Laatvlieger

Foerageergebieden met (deels ondiep) open water en/of luwte tussen/langs opgaand inheems groen. Voldoende (half)open plekken met inheemse kruiden in

Realiseer veilige vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen. Verlichtingsplan aanpassen op aanwezigheid vleermuizen. Kansen in diverse ontwikkelvelden. Realiseer geschikte foerageergebied en veilige vliegroutes tussen foerageergebied en verblijfplaatsen. Kansen in diverse ontwikkelvelden.

Voortplanting Voortplantingslocaties in combinatie met voldoende eiwitrijk voedsel voor jongen en beschutting direct naast voortplantingsplaats. Kansen met name in M3/M4 & M7/M8. Broeden in Nederland. Realiseer locaties voor nesten in combinatie met voldoende voeding voor de jongen. Kansen in M3/M4 en M7/M8.

Realiseer voldoende geschikte locaties voor paarverblijfplaatsen. Kansen in M3/M4 & M7/M8.

Voldoende locaties voor paarverblijfplaatsen in hoogbouw (meer dan 18 meter) in M3/M4, M5 & M7/M8.

Verblijven Nestlocaties en slaapplekken in/aan gebouwen en groen, zoals huismussentillen. Kansen met name in M3/M4 & M7/M8.

Variatie Voldoende foerageergebied, nestlocaties, plekken voor zandbaden en water voor waterbaden. Kansen met name in M3/M4 & M7/M8, M2.

Verbinden Geschikte groengebieden die habitat in en tussen M3, M4, M7 en M8 met elkaar verbinden. Mogelijk ook kansen op ecoduct tussen M5 en M7.

Verblijfplaatsen in (oude) gebouwen, onder dakpannen, dakgoten, in gaten en neststenen in/aan gevels. Moeten 3 meter naar beneden kunnen vallen onder verblijf. Kansen in M3/M4 en M7/M8. Kasten, inbouwvoorzieningen in M3/M4, M7/M8. Mogelijk (paal)kasten elders.

Voldoende groene omgevingen waar insecten op afkomen binnen plangebied. Voldoende waterlichamen om uit te drinken tijdens vlucht. Variatie in nestelplekken. Kansen in alle ontwikkelvelden. Realiseer voldoende variatie in foerageergebied en type verblijfplaatsen (oriëntatie, type voorziening, hoogte, etc.). Kansen in diverse ontwikkelvelden.

Realiseer voldoende uitvliegruimte en voldoende voedsel om broedplaatsen met foerageergebieden te verbinden. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Kasten, inbouwvoorzieningen in M3/M4, M7/M8

Realiseer voldoende variatie in foerageergebied en type verblijfplaatsen. Kansen in diverse ontwikkelvelden.

Vliegroute Weeskinderendijk in M4 en langs bomenrijen en andere geschikte lijnvormige structuren in diverse ontwikkelvelden. Mogelijk ook op ecoduct.

Vliegroute Weeskinderendijk in M4 en langs bomenrijen en andere geschikte lijnvormige structuren in diverse ontwikkelvelden. Mogelijk ook op ecoduct tussen M5 en M7.

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Soort

Ruige dwergvleermuis

Voedsel M1, M7 en mogelijk in andere ontwikkelvelden. Foerageergebieden met (deels ondiep) open water en/of luwte tussen opgaand groen in M1, M7 en mogelijk andere ontwikkelvelden.

Vos

Voldoende habitat voor prooidieren (konijnen, muizen, vogels, vogeleieren, reptielen, amfibieën en insecten). Kansen in groenstructuren binnen diverse ontwikkelvelden.

Bunzing

Voldoende habitat voor prooidieren (konijnen, muizen, vogels, vogeleieren, reptielen, amfibieën en insecten). Kansen diverse ontwikkelvelden.

Egel

Voldoende habitat voor prooidieren (rupsen, naaktslakken, kevers, regenwormen, etc). Kansen in alle ontwikkelvelden.

Veiligheid

Voortplanting

Verblijven

Variatie

Verbinden

Realiseer geschikte foerageergebied en veilige vliegroutes tussen foerageergebied en verblijfplaatsen. Kansen diverse ontwikkelvelden. Geschikte groenstructuren van voldoende grootte en veilige migratieroutes. Is waarschijnlijk lastig te realiseren binnen huidige ontwerp. Nadere beoordeling van concrete kansen en mogelijk, ontwerpaanpassing nodig.

Locaties voor paarverblijven in ontwikkelvelden met geschikte bomen.

Verblijfplaatsen in boomholtes, boomkasten en overige voorzieningen in diverse ontwikkelvelden met bomen. Komt voor in bebouwing en paalkasten. Vergraafbare grond in beschutte groenstructuren om burcht(en) en holen te graven. Is mogelijk lastig te realiseren. Nadere beoordeling van concrete kansen en mogelijk, ontwerpaanpassing nodig.

Realiseer voldoende variatie in foerageergebied en type verblijfplaatsen. Kansen in diverse ontwikkelvelden.

Vliegroute Weeskinderendijk in M4 en langs bomenrijen en andere geschikte lijnvormige structuren in diverse ontwikkelvelden. Mogelijk ook op ecoduct. Verbindende groenstructuren voor migratie door het gebied en naar groenstructuren buiten gebied. Is waarschijnlijk lastig te realiseren. Nadere beoordeling van concrete kansen en mogelijk, ontwerpaanpassing nodig.

Veilige migratieroutes en voldoende geschikte dekking biedende groenstructuren (o.a. braamstruweel, éénstijlige meidoorn, gewone vlier, kruidachtigen). Kans bij diverse ontwikkelvelden en bij ecoduct in M6. Voor veilige migratie. Voldoende beschutting in de vorm van struweel en overige bedekking op grondniveau. Kansen in vrijwel alle ontwikkelvelden.

Vergraafbare grond in beschutte groenstructuren om kraamburcht(en) te graven. Aanwezigheid van voldoende voedsel en beschutting. Is mogelijk lastig te realiseren. Nadere beoordeling van concrete kansen en mogelijk, ontwerpaanpassing nodig. Voldoende geschikt struweel en marterhopen. Kansen met name in M1, M7, mogelijk M3/M4, M5.

Plekken voor kraamverblijven en voldoende voedsel en beschutting voor jongen. Kansen in vrijwel alle ontwikkelvelden.

Voldoende geschikte structuren als struweel en marterhopen. Kansen met name in M1, M7, mogelijk M3, M4/M5.

Rommelhoekjes en plekken om nest van bladeren, mos of ander materiaal te maken onder (braam)struiken of takkenhopen of in egelhuizen. Ook tijdens winterslaap. Kansen in vrijwel alle ontwikkelvelden.

Diverse habitatonderdelen dienen aanwezig te zijn, met voldoende variatie, en geschikte verbinding met nabijgelegen groengebieden. Is waarschijnlijk lastig te realiseren. Nadere beoordeling van concrete kansen en mogelijk, ontwerpaanpassing nodig. Voldoende van verschillende benodigde habitatonderdelen binnen plangebied. Kansen in diverse ontwikkelvelden.

Voldoende variatie aan verschillende habitatonderdelen. Rommelhoekjes, grasland, migratiemogelijkheden. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Realiseer voldoende verbindende groenstructuren in en tussen de groengebieden in diverse ontwikkelvelden. Ook met geschikte groenstructuren in de omgeving. Kansen binnen M1, M5, M7 en ecoduct in M6. Voldoende doorgangen op grondniveau om tussen habitatonderdelen te verplaatsen. Voorkom dichte erfscheidingen tot op grondniveau waar mogelijk. Openingen in erfafscheidingen (egelwegels). Kansen in alle ontwikkelvelden.

Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht

Soort Rivierrombout

Voedsel Habitat voor kleine prooi insecten zoals muggen, vliegen, juffers etc. Mogelijk kansen in M1, M2 en M7

Veiligheid Uitsluip locatie op zandstrand M2. Mogelijk ook kansen voor geschikte oevers in M8.

Voortplanting Paren en ei-afzet gebeurd bij het wateroppervlak. Mogelijk kansen in M2 en M8.

Verblijven Uitsluip locatie op zandstrand M2. Mogelijk ook kansen voor geschikte oevers in M8.

Atalanta

Voldoende (nectarrijke) voedselplanten als koninginnenkruid, klimop, distels en vlinderstruik. Kansen voor kruidenrijk grasland en overige planten in alle ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Voldoende veilige plekken met waardplanten, voedselplanten, zonnige rustplekken. Juist maaibeleid is ook belangrijk. Kansen in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Voldoende plekken met waardplanten en zonnige rustplekken voor vlinders. Kansen in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Aardhommel

Voldoende voedselplanten. Vliegt vroeg in het jaar, dus vroegbloeiende soorten (wilg, witte dovennetel, longkruid, hondsdraf, paardenbloem, etc). Kansen voor kruidenrijk grasland in alle ontwikkelvelden en op ecoduct in M6. Voldoende voedselplanten (longkruid, aalbes, kruisbes, witte dovennetel, hondsdraf, witte klaver, wilg, etc). Kansen voor kruidenrijk grasland in alle ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Voldoende veilige verblijfplaatsen, en voedselplanten. Juist maaibeleid is ook belangrijk. Kansen in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Voldoende waardplanten voor ei-afzet en rupsen. Waardplanten betreffen grote brandnetel en soms kleine brandnetel, hop en glaskruid. Kansen in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6. Plekken voor voortplantingsnesten zoals spouwmuren of oude muizennesten. Voldoende voeding voor larven in de vorm van stuifmeel. Kansen in alle ontwikkelvelden. Plekken voor broedcellen in structuren zoals oude kevergangen, kieren en gaten in huizen, houten structuren en rietstengels. Maakt ook gebruik van insectenhotels, mits juist geplaatst en uitgevoerd. Vochtige grond/modder voor afsluiten van broedcellen. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Voldoende holtes voor broedcellen en overwintering. Maakt ook gebruik van insectenhotels, mits juist geplaatst en uitgevoerd. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Rosse metselbij

Voldoende veilige verblijfplaatsen, en voedselplanten. Juist maaibeleid is ook belangrijk. Kansen in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6.

Plekken voor nesten zoals spouwmuren of oude muizennesten. Plekken voor overwintering in composthopen of hopen bladeren. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Variatie Diverse habitatonderdelen realiseren, zoals zandstranden, oevers met gladde basaltblokken, ruigte, grasland, lichtrijke bosschages met open plekken. Kansen in M2 en mogelijk in M1, M7 en M8. Habitat voor alle levenscycli (ei-afzet, rupsen en verpopping en vlinders). Kansen voor waardplanten, kruidenrijk grasland en zonnige rustplekken in diverse ontwikkelvelden en op ecoduct in M6 Voldoende variatie aan benodigde habitatonderdelen zoals nestelruimtes en voedselplanten. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Verbinden Meer zandstranden en andere geschikte oevers voor uitsluipen en overig leefgebied realiseren. Is echter waarschijnlijk lastig te realiseren in plangebied. Mogelijk kansen in M8.

Voldoende variatie aan benodigde habitatonderdelen, zoals voortplantingscellen en voedselplanten. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Zorgen dat rosse metselbijen geen grote afstanden hoeven af te leggen, met name tussen verblijf en voedselbron. Zorg voor zo continue mogelijke aansluiten van geschikte groenstroken. Kansen in alle ontwikkelvelden.

Zorgen dat vlinders geen grote afstanden hoeven af te leggen door zo continue mogelijke aansluiten van geschikte groenstroken. Kansen in alle ontwikkelvelden. Zorgen dat aardhommels geen grote afstanden hoeven af te leggen, met name tussen verblijf en voedselbron. Zorg voor zo continue mogelijke aansluiten van geschikte groenstroken. Kansen in alle ontwikkelvelden.

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM T. 06 55 49 48 90

www.anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29558