2a Toelichting - Bijlage 28 Biodiversiteit OER en BP.pdf
Tekst van het document
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER
projectnummer 0473236.100 definitief 22 november 2023
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER
projectnummer 0473236.100 definitief 22 november 2023
Auteurs D. Bostrom M. Poelman D. Albrets
Opdrachtgever Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Gecontroleerd:
datum 22 november 2023
beschrijving definitief
vrijgave
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
De opgave: Ontwikkeling Maasterras Omgevingseffectrapport Maasterras Ecologisch onderzoek bij het OER Doelen voor ecologie Leeswijzer
1 3 3 3 4
2
Beleid en achtergrondinfo
5
2.1 2.2 2.3
Nationaal beleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
5 5 6
3
Huidige situatie
7
3.1 3.2 3.3 3.3.1
Huidig ruimtegebruik Groenstructuren Soorten Conclusies nader soortgericht onderzoek
7 7 14 16
4
Voorkeursalternatief en effecten
17
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5
Beschrijving van het voorkeursalternatief Effecten op aanwezige groenstructuren en soorten Ontwikkelveld M1 Ontwikkelveld M2 Ontwikkelveld M3/M4 Ontwikkelveld M5/M6 Ontwikkelveld M7/M8
17 20 20 21 22 23 24
5
Doelsoorten en 6V-methode voor Maasterras
26
5.1 5.2 5.3 5.4
Beschrijven van doelsoorten Introductie van de 6V-methode Mogelijke inrichtingsmaatregelen Kansen voor implementatie van V’s per deelgebied
26 27 27 33
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
1
Inleiding
1.1
De opgave: Ontwikkeling Maasterras Aan de westkant van de gemeente Dordrecht ligt een gebied dat voornamelijk in gebruik is als bedrijventerrein, met enkele braakliggende terreinen, grenzend aan de Oude Maas. Dit gebied wordt ook wel het Maasterras genoemd.
Figuur 1.1 Begrenzing en ligging van het plangebied voor Maasterras
De gemeente Dordrecht wil het Maasterras herontwikkelen tot een gemengd woon-werkgebied. Met de herontwikkeling moet ook de uitstraling van het gebied als entreelocatie verbeteren. Het gebied moet een kwaliteitsimpuls krijgen en tegelijkertijd een belangrijke bijdrage leveren aan de woningbouwopgave van de stad. Het gebied moet ruimte bieden aan circa 2.000 tot 4.000
Blad 1 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
woningen en circa 25.000 m2 – 70.000 m2 bedrijvigheid. Dordrecht zet voornamelijk in op verdichting langs het spoor, in de omgeving van de stations. Hiervoor is de Ontwikkelvisie Spoorzone opgesteld. Maasterras is hierin opgenomen. De volgende stap is het opstellen van een bestemmingsplan voor Maasterras. Deelgebieden In de Ontwikkelvisie Spoorzone is een eerste uitwerking voor het Maasterras gemaakt. De herontwikkeling is in deze visie opgedeeld in negen deelgebieden (zie ): M1 Maaspark/parkeergarage, M2 Waterfront, M3 Weeskinderdijk West, M4 Weeskinderdijk Oost, M5 Brands Buysstraat, M6 Overkapping A16, M7 De Put, M8 Handelskade en M9 afrit 21.
M2 M1 M3 M4 M6
M8
M5 M7
M9
Figuur 1.2 Deelgebieden programma Maasterras 2022-2032 (bron: Mecanoo, 2021)
Blad 2 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
1.2
Omgevingseffectrapport Maasterras Voor Maasterras wordt de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen en een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER onderzoekt de effecten van de ontwikkeling op de leefomgeving. Het MER kijkt verder dan alleen de milieueffecten. Aspecten zoals werkgelegenheid, gezondheid en klimaat krijgen ook een plek in het MER. In plaats van MER wordt dan ook gesproken van een Omgevingseffectrapport (OER). Het OER onderzoekt alternatieven voor Maasterras. Voor de ontwikkeling zijn drie stedenbouwkundige alternatieven opgesteld. Het OER toetst deze alternatieven op de effecten op de leefomgeving. Voor de toetsing wordt gebruik gemaakt van de zeven doelen die de gemeente Dordrecht in de Omgevingsvisie beschreven heeft. Deze doelen en de onderliggende aspecten vormen het beoordelingskader voor het OER. Dit ecologisch onderzoek beschrijft de aanwezige ecologische waarden en de impact van het voorkeursalternatief voor Maasterras op groenstructuren en biodiversiteit. Biodiversiteit is één van de doelen uit de Omgevingsvisie. Het gaat binnen dit doel onder andere om het behoud en de inzet op de verbetering van de biodiversiteit. Niet alleen voor beschermde soorten, maar in het algemeen. Speciale aandacht is er voor de groen blauwe structuur binnen de stad.
Dit levert niet alleen een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit, maar ook aan de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de stad. Het OER onderzoekt en beoordeelt daarom de (mogelijke) effecten op biodiversiteit en de kansen om biodiversiteit te verbeteren met de ontwikkeling van Maasterras.
1.3
Ecologisch onderzoek bij het OER Dit onderzoek beschrijft de aanwezige ecologische waarden in en direct rond het plangebied van Maasterras. Het ecologisch onderzoek bestaat uit een inventarisatie van de aanwezige groenstructuren binnen het plangebied. Voor soorten is voor een deel van de ontwikkeling (M1 tot en met M5) een natuurtoets uitgevoerd. Op basis van deze natuurtoetsen zijn ecologische vervolgonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn als bijlage bij dit ecologisch onderzoek opgenomen. Het doel van dit onderzoek is om enerzijds te beoordelen wat de impact van de ontwikkeling van Maasterras op ecologische waarden is. Anderzijds kijkt dit onderzoek naar de mogelijkheden om binnen de ontwikkeling van Maasterras actief in te zetten op doelsoorten. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op het Groenbeleidsplan van de gemeente Dordrecht.
1.4
Doelen voor ecologie De gemeente Dordrecht heeft in de Omgevingsvisie 1.0 zeven doelen voor de leefomgeving geformuleerd. Biodiversiteit is één van de doelen. Het OER gebruikt deze zeven doelen als beoordelingskader. Elk doel is hiervoor opgedeeld in aspecten. Voor biodiversiteit zijn de aspecten beschermde natuurgebieden, soorten en groenblauwe structuur opgenomen. Dit rapport heeft betrekking op de laatste twee aspecten van het doel Biodiversiteit.
Blad 3 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Soorten Minimale kwaliteit Geen achteruitgang (van beschikbaar leefgebied) van beschermde soorten Geen achteruitgang (van beschikbaar leefgebied) van overige soorten (bijv. Rode Lijst soorten, soorten die typisch voor Maasterras zijn en zeldzame soorten) Afname invasieve exoten (conform Unielijst) Inzet op voorzien van 6 V’s voor minimale twee doelsoorten per deelgebied
Optimale kwaliteit Verbetering (van beschikbaar leefgebied) van de beschermde soorten Verbetering (van beschikbaar leefgebied) van de overige soorten Geen aanwezigheid invasieve exoten (conform Unielijst) Inzet op voorzien van 6 V’s voor minimale vier doelsoorten per deelgebied
Groenblauwe structuur
1.5
Minimale kwaliteit Kwantitatief Uitbreiding naar minstens 40% groenblauw binnen ontwikkelvelden Behoud van oppervlakte groenblauw in overig gebied Toename van aantal groenblauwe verbindingen tussen ontwikkelvelden en met omgeving Behoud van huidig oppervlakte aan kroonbedekking van de bomen Toename van aantal watergangen inclusief natuurvriendelijke oevers
Optimale kwaliteit Kwantitatief Uitbreiding naar 40% groenblauw met hoge ecologische kwaliteit binnen ontwikkelvelden Behoud van oppervlakte groenblauw in overig gebied Toename van aantal kwalitatief hoogwaardige groenblauwe verbindingen tussen ontwikkelvelden en met omgeving Toename van oppervlakte aan kroonbedekking van de bomen (20%), mede ter vergroting van het aantal koelteplekken met schaduw Toename van aantal kwalitatief hoogwaardige watergangen en -inclusief natuurvriendelijke oevers
Kwalitatief Geen negatieve effecten op kwaliteit bomen Geen negatieve effecten op kwaliteit leefgebieden
Kwalitatief Verbetering kwaliteit bomen Verbetering kwaliteit leefgebieden (zie ook onder het aspect soorten)
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 beleid en achtergrondinformatie ten aanzien van ecologie. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving. In hoofdstuk 4 is het voorkeursalternatief (Masterplan) voor Maasterras beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de doelsoorten, de 6V-methode en mogelijke maatregelen voor ecologie binnen Maasterras.
Blad 4 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
2
Beleid en achtergrondinfo
2.1
Nationaal beleid Wet natuurbescherming De Wetnatuurbescherming is sinds 1 januari 2017 van kracht in Nederland. De Wet natuurbescherming is in de basis op te delen in drie bescherming regimes. Dit betreft: Soortbescherming (Artikel 3.1 Vogelrichtlijn, Artikel 3.5 Habitatrichtlijn en Artikel 3.10 Nationaal beschermde soorten), Gebiedsbescherming (Artikel 2 Natura 2000 en NNN) en tot slot Artikel 4 Houtopstanden (voormalige boswet). Eveneens zijn alle in het wild levende planten en dieren in Nederland beschermd onder Artikel 1.11 Zorgplicht. wetten.nl - Regeling - Wet natuurbescherming - BWBR0037552 (overheid.nl) Omgevingswet De wet natuurbescherming wordt opgenomen in de Omgevingswet die in januari 2024 in gaat. Hierbij komt een sterkere nadruk te liggen dan momenteel het geval is op het zorgdragen voor algemene soorten middels de algemene zorglicht. Agenda natuurinclusief De Agenda Natuurinclusief is opgesteld door 5 partijen: het Interprovinciaal Overleg, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschappen NL en het Ministerie van LNV. Het richt zich op het versterken van de natuur overal in Nederland. De Agenda Natuurinclusief wil hierbij de samenhang en integratie vinden met andere inspanningen en maatschappelijke domeinen. Dit moet leiden tot een meer natuurinclusieve samenleving en een basiskwaliteit natuur. Home - Agenda natuurinclusief
2.2
Provinciaal en regionaal beleid Contouragenda natuurinclusief Zuid-Holland De Contouragenda is een uitwerking van de verkenning natuurinclusief Zuid-Holland. Het geeft invulling aan natuurinclusief werken en ontwikkelen in Zuid-Holland en een steeds betere samenwerking tussen biodiversiteit en andere ontwikkelingen. Het behandeld natuurinclusief werken in diverse domeinen; toekomstbestendig bouwen, energie, financiële sector, infrastructuur, natuurinclusieve landbouw, onderwijs & bewustwording, recreatie & toerisme, water, gezondheid en economie & industrie. Er wordt gewerkt aan het realiseren van Basiskwaliteit Natuur. Met de Basiskwaliteit Natuur wordt gezorgd dat algemene soorten algemeen blijven. Daarnaast geeft de provincie met haar 40 icoonsoorten invulling aan soortenbescherming. Met een recente wijziging van de omgevingsverordening zet de provincie in op verdere stimulering van biodiversiteit. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het volgende artikel toegevoegd aan de Provinciale Omgevingsverordening: Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit): een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. contouragenda_natuurinclusief_zuid-holland_februari_2023.pdf
Blad 5 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
2.3
Gemeentelijk beleid Visie groenblauw eiland van Dit is een uitwerking van de ambities voor groen en blauw in Dordrecht.
Dordrecht
bijlage-2-GroenBlauwEiland-Rapport-v2.pdf (dordrecht.nl) Groenblauwprogramma Dordrecht Dit programma is een uitwerking van de Visie Groenblauw eiland van Dordrecht, waarin vier thema doelen zijn uitgewerkt die vanuit de Omgevingsvisie zijn benoemd (aantrekkelijke, klimaatbestendige, gezonde en biodiverse stad). In het Groenblauwprogramma zijn de doelen concreter gemaakt en voorzien van een visie voor groenblauw, regels voor inrichting en beheer (beleid- en beheeruitgangspunten) en eenmalige acties (maatregelen). Hieronder valt ook biodiversiteit. Dit plan is recent vastgesteld. 211125_Groenblauwplan Dordrecht.pdf. Handboek natuurinclusief bouwen Dit is een naslagwerk voor de gemeente, bedrijven en particulieren omtrent natuurinclusief bouwen. Het borgt dat biodiversiteit een volwaardige plaats krijgt in beleid en bouwplannen. 20220504_Handboek_Natuurinclusief bouwen en ontwerpen_LR (002).pdf Ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR) In het KOR staan een aantal opgavenprincipes voor de openbare ruimte. Biodiversiteit is één van deze principes. Over natuurinclusief bouwen staat onder meer het volgende in het KOR: “Gebouwde voorzieningen/constructies in de openbare ruimte dragen daar waar mogelijk bij aan het vergroten van biodiversiteit. Denk daarbij aan gemetselde kademuren gevoegd met een specie die kans geeft aan specifieke muurvegetaties.
In kademuren (oeverzwaluw-/ijsvogelwand), onder bruggen of in nutsvoorzieningen opnemen van nestelmogelijkheden voor vogels/vleermuizen/insecten. Bruggen aan weerszijden van het water voorzien van een faunapassage, opnemen van passages onder verharding etc.” Raadsinformatiebrief over de Kwaliteit van de Openbare Ruimt, document naam in oude RIS_ grac.2008is0733a.pdf Welstandnota hierin staan gegevens die nodig zijn voor de welstandstoets, oftewel de criteria voor het toetsen van bouwwerken. Voor het stedelijk groen en het buitengebied beschrijft de nota de volgende aanbeveling: “Bouwwerken zijn bij voorkeur natuurinclusief ontworpen, dat wil zeggen dat in het ontwerp maatregelen zijn geïntegreerd om de lokale biodiversiteit te versterken”. 2021 - Welstandsnota Dordrecht.pdf
Blad 6 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
3
Huidige situatie
3.1
Huidig ruimtegebruik Het Maasterras is een gebied binnen de bebouwde kom van Dordrecht. Het totale plangebied beslaat circa 50 hectare. Het gebied heeft verschillende functies zoals bedrijventerreinen met een diversiteit aan panden, kantoorpanden, woonwijk, woonwagenkamp, parkeerterrein, een rangeerterrein en sportvelden. In het plangebied zijn op diverse plekken opgaande begroeiingen aanwezig. Dwars door het plangebied loopt de snelweg A16. Deze weg ligt deels ondergronds en grotendeels bovengronds. De westgrens wordt gedeeltelijk gevormd door de oever en kade van de Oude Maas. Op één plek is een grote poel aanwezig die omgeven is met enige rietvegetatie. Verspreid over het plangebied zijn vergeleken met de omgeving relatief veel groene structuren aanwezig. De omgeving wordt ten westen van het plangebied gekenmerkt door de rivier de Oude Maas en overige bedrijventerreinen. Ten oosten en zuiden van het plangebied zijn voornamelijk grote woonwijken aanwezig. Aan de noordgrens van het plangebied grenzen meerdere spoorlijnen met daarachter wederom grote woonwijken met verspreid een enkel bedrijf.
3.2
Groenstructuren In onderstaande paragraaf is beschreven welke groenstructuren in het plangebied aanwezig zijn (zie figuur 3.1). In tabel 3.1 is per structuur (vak of lijn) een omschrijving van de biodiversiteitwaarde gegeven middels een globale beschrijving van de aanwezige biotopen en soort(groep)en.
K
Figuur 3.1 Groenstructuren in plangebied Maasterras Dordrecht. De kleuren in de figuren zijn slechts bedoeld om onderscheid te maken in begrenzingen.
Blad 7 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Tabel 3.1. Een globale omschrijving van de biotopen en soort(groep)en per vak of lijn en structuur, welke een indicatie geven van de biodiversiteitswaarde. Vak/lijn Beschrijving biotopen en soort(groep)en Vak A Strook met een redelijk wat biodiversiteit. Binnen deze strook zijn inheemse boomsoorten aanwezig, waaronder grote volwassen witte abelen. Verder naar het westen staan veldesdoorn, gewone esdoorn, iep en zomereik. Langs het hek bij het spoor is verruiging met bosrank en braam aanwezig. In de struiklaag groeit onder andere kornoelje en langs de keermuur staan berk, krent, meidoorn en grauwe wilg. Onder de abelen is extensief beheerd gras aanwezig met onder meer brede wespenorchis. Het vak vormt biotoop voor diversen vogelsoorten. Vogels vinden er voedsel, voortplantingsplaatsen, veiligheid en verbinding (4 V’s). De grote abelen vormen mogelijkheden voor foerageergebied, vliegroute en mogelijke verblijfplaats voor vleermuizen. De ruigere delen hebben potentie voor kleine land-gebonden zoogdieren zoals egel en kleine marters. Ook kunnen er waarschijnlijk algemene muizensoorten voorkomen. Tot slot is er biotoop voor diverse insectensoorten, met name blad zuigende en blad etende insecten, minder voor nectar etende soorten. Lijn B Naast en door het Vak A ligt lijn B als lijnvormig element. Deze lijn bestaat grotendeels uit een rij Italiaanse populieren.
Deze rij kan gebruikt worden als vliegroute door de lokale populatie vleermuizen. Vogels kunnen eveneens gebruik maken van de bomen om er te nestelen of te rusten. Vak C In het meest noordelijke deel van het onderzoeksgebied ligt Vak C. Dit is een vak waarin diversen kruiden aanwezig zijn, waaronder beemdkroon, peen, duizendblad, rolklaver, biggenkruid, margriet, bijvoet, vijfvingerkruid, honingklaver, kaasjeskruid, gele mosterd, walstro, knoopkruid, nachtschade, teunisbloem en klein glaskruid. Dit is biotoop voor verschillende (beschermde) vlinders en overige insecten. Vak C is een afgesloten terrein waardoor het mogelijk geschikt is voor vogels zoals de witte kwikstaart Vak D Hier is voornamelijk Reuzenberenklauw aanwezig. Vak E Vak E betreft een gebied met voornamelijk ruigten en struwelen. Hier groeien soorten als schietwilg, gewone esdoorn, braam, bosrank, gewone vlier, vlinderstruik en grauwe wilg. Tevens staat er een enkele grote populier. In combinatie met de oude gebouwen in de directe omgeving vormt dit geschikt biotoop voor de huismus. Daarnaast zijn de bomen en struwelen in het gebied geschikt voor struweel vogels, kleine zoogdieren en nectar- en bladinsecten. Vak F Dit vak ligt naast de snelweg. Er is een wadi met diverse kruiden aanwezig. Het vormt geschikt biotoop voor diverse bijen, hommels en vlinders.
Vak G Dit vak bestaat uit een dijklichaam met bomenrijen bestaande uit Hollandse lindes. De dijk wordt extensief beheerd waardoor een rijke kruidenvegetatie aanwezig is. De bomen bieden geschikt nestbiotoop voor algemene vogels zoals duiven en eksters. De bomen zijn eveneens geschikt voor blad etende en nectar etende insecten. De bomenrijen vormen tevens een lijnvormig landschapselement dat dienst kan doen als vliegroute voor vleermuizen. Vak H Dit gebied bevat een dijklichaam met bomenrijen van gewone esdoorns. Verder heeft het bergelijkbare kenmerken als vak G. Vak I Dit vak bestaat uit een bosschage waar onder andere liguster groeit. Dit is een geschikt biotoop voor broedvogels, insecten en kleine landzoogdieren. Vak J Dit vak bestaat uit een bosschage met volwassen bomen, waaronder populier, valse acacia en gewone esdoorn. Dit bosschage vormt geschikt biotoop voor vogels, insecten en kleine landzoogdieren. Vak K Hier is een groensingel van volwassen bomen aanwezig met onder andere de witte paardenkastanje, schietwilg, haagbeuk, veldesdoorn, es, taxus (groot volwassen individu), eik, iep en zoete kers. De struiklaag is goed ontwikkeld. Er groeit onder meer liguster, kornoelje en meidoorn. Er zijn essen aanwezig, waarbij essentaksterfte is vastgesteld.
Het gebied heeft een relatief hoge biodiversiteit en vorm geschikt biotoop voor vogels, blad etende en nectar etende insecten en kleine landzoogdieren zoals muizen en egels. Lijn L Dit vak betreft een greppel met ondiep water. Het vormt geschikt biotoop voor onder andere kleine watersalamanders en insecten.
Blad 8 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Lijn M
Vak N Vak O
Vak P
Vak Q Vak R Vak S
Vak T
Lijn U Vak V Vak W
Lijn X Vak Y
Dit vak betreft een oude spoorbaan, het gebied is grotendeels verhard. Er groeit een grote diversiteit aan kruiden, waaronder beemdkroon, peen, duizendblad, rolklaver, biggenkruid, margriet, bijvoet, vijfvingerkruid, honingklaver, kaasjeskruid, gele mosterd, walstro, knoopkruid en nachtschade. Deze omgeving is geschikt voor diverse soorten bijen, hommels en vlinders. Dit vak ligt tussen de A16 en de Weeskinderendijk beneden. Het bevat een bosschage van struiken en grote volwassen bomen van soorten als populier, valse acacia en gewone esdoorn. Het vormt geschikt biotoop voor struweelvogels en kleine landzoogdieren. Hier is een waterlichaam met een brede rietkraag aanwezig welke geschikt biotoop vormt voor vissen, amfibieën, insecten (libellen) en water-, moeras-, rietvogels. Dit vak bevat tevens grote bomen en een bosschage met takkenrillen. Vak O vormt geschikt biotoop voor vleermuizen (met name verblijfplaatsen), vogels, insecten, amfibieën en kleine landzoogdieren. Dit vak bestaat uit een bosschage met bomen en struiken. Het vorm geschikt biotoop voor vogels en kleine landzoogdieren. Door de ligging tussen de oprit van de A16 en de laan der Verenigde Naties ligt het geïsoleerd. Dit vak ligt langs de A16 en bevat een extensief onderhouden berm met kruidenvegetatie. Het vorm geschikt biotoop voor insecten en kleine landzoogdieren.
Dit vak ligt naast vak Q en bestaat uit een bosschage met volwassen bomen. Hier groeien zomereik, gewone esdoorn, es, populier en valse acacia. Het vormt geschikt biotoop voor insecten, vleermuizen (verblijfplaatsen), vogels en kleine landzoogdieren. Dit vak betreft een groenstrook met diverse bomen en struiken. De bomen zijn voornamelijk ruwe berken en sierperen bomen. De struiklaag bestaat uit inheemse en uitheemse soorten waaronder sering, sneeuwbes, Portugees laurier, klimop, liguster en hazelaar. Vak S heeft een matige functionaliteit m.b.t. biodiversiteit doordat het een smalle strook betreft met een hoge mate van verstoring door mensen, honden en katten. Dit vak ligt in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. Het vak bestaat uit een bosschage met voornamelijk de boomsoorten veldesdoorn, zomereik, es en gewone esdoorn. De struiklaag bestaat vooral uit verjonging van de aanwezige bomen. Dit vak vormt geschikt biotoop voor vogels, kleine landzoogdieren, amfibieën en insecten. Dit vak betreft een watergang met een rietkraag welke geschikt biotoop vormen voor vogels, amfibieën en insecten. Dit vak ligt langs de laan der Verenigde Naties ligt. Het bestaat uit een vochtige berm met rijke kruidenvegetatie. Het vormt geschikt biotoop voor insecten en kleine zoogdieren. Tevens zijn er muizen aanwezig welke voedsel vormen voor kleine marters uit nevenstaande bosschage.
Dit vak bestaat uit een bosschage met bomen zoals veldesdoorn, zomereik, es en gewone esdoorn. De struiklaag bestaat vooral uit verjonging van de aanwezige bomen. Dit vak vormt geschikt biotoop voor vogels, kleine landzoogdieren, amfibieën en insecten. Langs de randen van het vak is kruidenvegetatie aanwezig. Het vak ligt vrij geïsoleerd door omliggende wegen en een watergang. Dit leidt tot veel verkeersslachtoffers onder zoogdieren. Aan de zuidzijde van dit gebied ligt het aantal slachtoffers lager door de aanwezigheid van een geluidscherm langs de weg. Dit vak bestaat uit een watergang met oevervegetatie wat geschikt biotoop vormt voor diverse vogels, amfibieën, vissen en insecten. Hier ligt een speeltuin. Binnen het vak staan verschillende kleine en grote bomen. Tevens ligt er intensief en extensief onderhouden gazon. Door de hoge mate van menselijke verstoring is de bijdrage aan de biodiversiteit gering. De bomen vormen geschikt biotoop voor algemene vogels en insecten.
Per deelgebied In tabel 3.1 is een inschatting gemaakt (op basis van luchtfoto’s) van het aandeel groen en water per deelgebied van Maasterras.
Blad 9 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Tabel 3.1 Inschatting van het aandeel groen en water per deelgebied Deelgebied M1 M2 M3 M4 M5 M6 M7 M8 Totaal
Aandeel groen en water 15% 50% <5% 10% 50% 60% 30% <5% 25 à 30%
Verbindingen Zoals weergeven in figuur 3.3 is te zien zijn er in het plangebied diverse verbindingen voor fauna aanwezig. Om te kunnen bepalen wat er qua natuurwaarde aan verbindingen in het plangebied vernield wordt, zijn de diverse verbindingen in het plangebied nader beschouwd. De in het plangebied aanwezige verbindingen zijn verdeeld en genummerd. De corresponderende nummers per verbinding zijn weergeven in figuur 3.3.
Figuur 3.2 Verbindingen in het plangebied.
Per verbindingsnummer is een korte beschrijving gegeven met onderbouwing in tabel 3.2. In de toekomstige situatie is het van belang dat aanwezige geschikte verbindingen in het plangebied gewaarborgd worden of verbeterd gerealiseerd worden.
Blad 10 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Tabel 3.2 Beschrijving verbindingen in het plangebied. Nr. 1 2 3
4 5
6
7
8
9
10
11
Beschrijving Groenstrook bestaande uit diverse soorten inheemse bomen met ondergroei van bosrank en braam. Geschikt als verbinding van vogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en diverse soorten insecten. Bomenrij met extensief kruiden/graslandschap. Geschikt als verbinding van stadsvogels, vleermuizen en vliegende insecten. Wegens gebrek aan voldoende ontwikkelde dekking (veiligheid) is de verbinding niet geschikt voor grondgebonden fauna. Grote populierenrij met weinig ondergroei. Geschikt als verbinding voor vleermuizen, stadsvogels en vliegende insecten soorten. Voldoende dekking en ondergroei ontbreken in desbetreffende verbinding om geschikt te zijn voor verplaatsing van grondgebonden fauna. Vochtige greppel met aanwezigheid van diverse soorten inheemse bomen en dicht struweel bestaande uit onder andere braam. Zeer geschikte verbinding voor amfibieën, (vliegende) insecten, grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels en vleermuizen. Groenstrook met diverse ruigte kruiden op voedselarme grond (rangeerterrein trein). Verbinding is geschikt voor diverse soorten (vliegende) insecten. Weinig dekking en opgaande vegetatie van voldoende omvang. Derhalve niet geschikt als verbinding van grondgebonden zoogdieren, vogels en vleermuizen. Spoortalud bestaande uit diverse grassen en ruigte kruiden. Afwisseling aan dekking. Sporen van konijnen aangetroffen.
Door voldoende dekking en variatie is de verbinding geschikt voor diverse soorten fauna. Dit betreft grondgebonden zoogdieren, vogels, (vliegende) insecten, amfibieën en vleermuizen. Gebied 7 betreft de oeverzijde langs M2 en M8. De verbinding is rijk begroeid tussen oeververharding en het aanwezige zandstrand. De begroeiing bestaand uit een variatie van opgaande vegetatie waaronder exemplaren van wilgenroosjes, moerasandoorn, ruigte kruiden, (lage) houtopstanden en braamstruweel. De verbinding is aan weerzijde omsloten en derhalve minder geschikt. Indien aansluiting op groengebieden verbeterd wordt, is het geschikt als verbinding voor vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels, diverse insecten en amfibieën. Verbinding aan weerzijde van de weg. Door aanwezigheid van de weg is gebied ontsloten voor grondgebonden fauna. De verbinding bestaat uit een bomenrij van gewone esdoorn en een ondergroei van grassen en ruigte kruiden. Lokaal is dichtere begroeiing van onder andere liguster aanwezig. De verbinding is met name geschikt voor vleermuizen, algemene broedvogels en vliegende insecten. Verbinding bestaat uit een bomenrij met een kale ondergroei. De ondergroei bestaat hoofdzakelijk uit grasland. Aan de lager gelegen zijde (zijde parallel aan de A16) zijn diverse kruiden en meer dekking aanwezig.
De bomenrij is geschikt als verbinding voor algemene stadsvogels en vleermuizen. De lager gelegen dekking is beperkt geschikt voor (vliegende) insecten, grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door de aanwezigheid van het wegennetwerk rondom, is de verbinding ontsloten voor grondgebonden fauna. Verbinding bestaande uit dichte bosschage. Bosschage bestaat uit diverse inheemse houtopstanden met een dichte ondergroei. Aan weerzijde van desbetreffende bosschage zijn groenstroken aanwezig bestaande uit grassen en diverse ruigte kruiden. De verbinding is zeer geschikt voor vleermuizen, algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en diverse soorten insecten. Groenstrook aan zuidzijde van deelgebied M5. De groenstrook betreft leefgebied van diverse soorten grondgebonden zoogdieren, amfibieën en algemene broedvogels. Het betreft een dichte bosschage bestaande uit diverse inheemse bomen met een ontwikkelde (dichtbegroeide) ondergroei en vochtige greppels. Door het omliggende wegennetwerk is het gebied relatief afgesloten. Het biedt een geschikte verbinding voor vleermuizen, algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en diverse soorten insecten. De verbinding met andere gebieden en verbindingen is een verbeterpunt.
Blad 11 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
12
13
14
15
16
17
18
Verbinding bestaat uit een groenstrook met een talud. Op het (hoger gelegen) horizontale vlak zijn diverse inheemse stadsbomen aanwezig. De ondergroei op desbetreffend vlak wordt intensief beheerd bestaat uit eenvoudig graslandschap begroeid met soorten als brede weegbree en engels raaigras. Op het naastgelegen talud wordt minder intensief bemaaid en zijn diverse ruigtekruiden aanwezig. Het horizontale vlak ik geschikt als verbinding voor vleermuizen en algemene stadsvogels. Het talud is geschikt als verbinding voor kleinere soorten grondgebonden zoogdieren, amfibieën en diverse soorten insecten. De verbinding betreft een dichte bosschage met een ontwikkelde ondergroei van braamstruweel en diverse kruiden en hagen. In het gebied is oppervlakte water aanwezig in greppels. In de bosschage is een ontwikkelde strooisellaag aanwezig welke in potentie fungeert als leefgebied van diverse soorten fauna. Het gebied is geschikt als leefgebied van grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels, vleermuizen, amfibieën en diverse soorten insecten. Het gebied is echter omsloten door het aanwezige wegennetwerk waardoor het alleen geschikt is als verbinding van vliegende insecten, algemene broedvogels en vleermuizen. De verbinding is gelegen langs de oostzijde van de geluidswand langs de A16.
De verbinding is variabel bestaande uit dichte begroeiing van inheemse bomen met een dichte ondergroei. Lokaal zijn dichtere plekken aanwezig welke overgroeid zijn door klimop. De verbinding is geschikt voor diverse soorten grondgebonden zoogdieren, insecten, algemene broedvogels, amfibieën en vleermuizen. De verbinding betreft de groenstroken aan weerzijde van aanwezig fietspad. Halverwege de verbinding is een brug aanwezig waar geen begroeiing aanwezig is. Lokaal is lage begroeiing aanwezig langs de geluidswand. Aan de oostzijde van het aanwezige fietspad zijn bosschages aanwezig bestaande uit diverse inheemse bomen en diverse kruiden. Door het aanwezige wegennetwerk is het gebied relatief omsloten en beperkt geschikt als verbinding van grondgebonden fauna. De verbinding is geschikt voor algemene broedvogels, vleermuizen en vliegende insecten. De verbinding betreft een bosschage met dichte ondergroei. De bosschage bestaat uit diverse inheemse bomen, kruiden en struweel. Aan de zuidzijde is een watergang aanwezig. Langs de watergang is oeverbeschoeiing afwezig en is lokaal oevervegetatie aanwezig. De verbinding is zeer geschikt voor grondgebonden zoogdieren, amfibieën, insecten, algemene broedvogels en vleermuizen. De verbinding is aan de noordzijde, westzijde en oostzijde omsloten door het aanwezige netwerk.
Richting het noorden en het oosten is het gebied alleen geschikt als verbinding voor algemene broedvogels, vleermuizen en vliegende insecten. De verbinding bestaat uit een bosschage met dichtere ondergroei en direct langs de omliggende wegen is intensief bemaaid grasland aanwezig. De groenstroken langs de weg zijn wegens gebrek aan dekking en omsluiting door het wegennetwerk niet geschikt als verbinding van grondgebonden fauna. Het betreft een dichte bosschage bestaande uit diverse inheemse bomen en ondergroei van kruiden en klimopbegroeiing. Het gebied is aan de westzijde verbonden met de groenstrook langs de geluidswal. Het is geschikt als leefgebied van grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels, vleermuizen en diverse soorten insecten. Door aanwezig wegennetwerk is het aan de noordzijde en oostzijde omsloten en niet geschikt als doorgaande verbinding van grondgebonden fauna. Het is geschikt als verbinding van vleermuizen, algemene broedvogels en vliegende insecten.
In de toekomstige situatie is het van belang dat er voldoende geschikte verbindingen voor diverse soorten aanwezig zijn. Indien aanwezige verbindingen gebrekkig blijken, kan verplaatsing van soorten worden vermoeilijkt dan wel onmogelijk gemaakt. Een gebrek aan geschikte verbindingen zorgt ervoor dat maatregelen ten behoeve van verblijfplaatsen, veiligheid, voedsel, voortplanting en variatie geen effect hebben. Het is derhalve van belang dat de te realiseren verbindingen in de toekomstige situatie van voldoende kwaliteit zijn om dispersie van soorten te faciliteren. De te realiseren verbindingen, dienen aan te sluiten op in de omgeving aanwezige verbindingen om aansluiting op groen(blauwe) dooradering binnen de gemeente Dordrecht zoveel mogelijk te behouden. Om de aansluiting zo goed mogelijk te kunnen faciliteren, zijn de verbindingen in de directe omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt en nader beschouwd. De verbindingen in de directe omgeving van het plangebied zijn op kaart weergeven in Figuur 3.4.
Blad 12 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Figuur 3.3 Relevante verbindingen in de directe omgeving van het plangebied.
Na realisatie van de herinrichting, is het van belang dat de te realiseren verbinding in het plangebied, op minimaal vergelijkbare wijze of beter aansluiten op de verbindingen in de directe omgeving. Om de aansluiting te versoepelen is van de vier belangrijkste verbindingen in de directe omgeving een nadere beschrijving weergeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Beschrijving verbindingen in de directe omgeving van het plangebied. Nr. 1
2
3
Beschrijving Groenverbinding langs de Erasmuslaan. De verbinding bevindt zich tussen de wegen langs bebouwing. De verbinding bestaat uit een bomenrij bestaande uit een afwisseling van diverse inheemse en uitheemse bomen. Het betreft eveneens een variatie aan loofbomen en naaldbomen. De ondergroei is vrijwel geheel intensief bemaaid grasland met plaatselijke dichte heesters. Door afwezigheid van voldoende dekking op de ondergroei, is de verbinding niet geschikt voor grondgebonden fauna. Dit is een verbeterpunt, echter bevindt de verbinding zich buiten de scope van het plangebied. De verbinding is in potentie en geschikte groene dooradering in het deelgebied van de gemeente Dordrecht. In huidige functie is het geschikt als verbinding voor algemene broedvogels, vleermuizen en in beperkte mate voor vliegende insecten. De verbinding betreft een bomenrij met dichte ondergroei ten noorden van de Weeskinderendijk Boven. De ondergroei is zeer dicht met hagen. Onder de hagen zijn open ruimtes aanwezig waardoor dispersie van grondgebonden fauna mogelijk is. Door aanwezigheid van voldoende dekking en diversiteit in dichtheid en hoogte van begroeiing, is het geschikt als verbinding van grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels, amfibieën, diverse soorten insecten en vleermuizen. Groenverbinding langs de Frans Lebretlaan. De verbinding bevindt zich tussen de wegen langs bebouwing.
De verbinding bestaat uit een bomenrij bestaande uit een afwisseling van diverse
Blad 13 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
4
3.3
inheemse bomen waaronder ruwe berk. Het betreft jonge aanplant. De ondergroei wordt niet intensief bemaaid en is voorzien van een centrale strook bestaande uit kleurrijke bloembollen. Door afwezigheid van voldoende dekking, is de verbinding niet geschikt voor grondgebonden fauna. De verbinding heeft ruimte voor verbetering voor verbindingen van soorten, maar is in de huidige status geschikt als verbinding voor vleermuizen, algemene stadsvogels en bepaalde vliegende insecten soorten welke baat hebben bij bloembollen. Het betreft een groen/blauwe verbinding ten noordoosten van de Laan der Verenigde Naties. De verbinding bestaat uit drie te onderscheiden componenten. Dit betreft een dichte bosschage met ontwikkelde ondergroei, een naastgelegen extensief beheerde grasstrook en een waterrijk component. Langs het watercomponent is een oever aanwezig met een flauw talud. De omliggende begroeiing bestaat onder andere uit schietwilgen, rietvegetatie en graslandschap. De verbinding is geschikt voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, algemene broedvogels, diverse soorten insecten en in beperkte mate voor amfibieën. De beperking voor amfibieën komt voor uit de breedte en diepte van de watergang in combinatie met afwezigheid van ontwikkelde water/- en oevervegetatie en lokale aanwezigheid van oeverbeschoeiing.
Soorten Rode lijst In de omgeving van het plangebied zijn rode lijst soorten bekend voor te komen. Om een beeld te verkrijgen van de in de omgeving aanwezige rode-lijst soorten is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Bij de NDFF-uitvraag is een zoekgebied aangehouden van drie kilometer vanaf het plangebied. De data is opgevraagd op 30 oktober 2023. De gehanteerde data is maximaal vijf jaar oud. De in de omgeving van het plangebied bekende rode-lijst soorten zijn weergeven in tabel 3.4. De soorten zijn ingedeeld in de soortgroepen: flora, mossen, schimmels, grondgebonden zoogdieren, vogels, reptielen, vissen, vlinders, libellen, weekdieren en overige ongewervelden. Tabel 3.4 Rode lijst soorten bekend uit de omgeving. Bron: NDFF d.d. 30-10-2023. Soortgroep Flora
Mossen Korstmossen Schimmels
Mogelijk aanwezige rode-lijst soorten Akkerleeuwenbek, amandelwolfsmelk, beemdkroon, bevertjes, blauw walstro, bolderik, bosaardbei, bostulp, brede orchis, brede waterpest, duifkruid, franse silene, gegroefde veldsla, gele kornoelje, gewone agrimonie, gipskruid, gladde ereprijs, gulden boterbloem, gulden sleutelbloem, heemst, kamgras, kattendoorn, klein schorrenkruid, kleine ratelaar, knolsteenbreek, knopig doornzaad, korenbloem, kortarige zeekraal, melkkruid, moeraskruiskruid, moeraswespenorchis, oosterse morgenster, oot, polei, rapunzelklokje, rode ogentroost, ruige rupsklaver, ruige weegbree, ruw parelzaad, schijnraket, schorrenzoutgras, selderij, sikkelklaver, slanke mantelanjer, spits fonteinkruid, steenanjer, stekelbrem, stengelloze sleutelbloem, stinkende kamille, tripmadam, veldsalie, vleeskleurige orchis, waterdrieblad, waterscheerling, wild kattenkruid, wilde kievitsbloem, witte munt, zacht vetkruid, zomerklokje. Grijze bisschopmuts, klein gezoomd vedermos. Bleke knoopjeskorst, gemarmerd vingermos, gewoon schorsmos, groen schorssteeltje, groene waterstippelkorst, klein schorssteeltje, lindeschildmos, oranje boomzonnetje, purper geweimos, zwart leermos en zwarte grafkorst.
Blauwe korstzwam, bloemaardster, boomgaardvuurzwam, donsvoetbundelzwam, gewone morielje, kapjesmorielje, paarsstelschijnridderzwam, populierleemhoed, pruikzwam, spechtinktzwam, tijgertaaiplaat, trechtercantharel en vingerhoedje.
Blad 14 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Reptielen Vissen Vlinders Libellen Weekdieren Overige ongewervelden
Bunzing, haas, konijn, wezel. Blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, boomvalk, brilduiker, draaihals, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, gele kwikstaart, goudplevier, graspieper, graszanger, grauwe vliegenvanger, grote lijster, grote mantelmeeuw, grote stern, grutto, hop, huismus, huiszwaluw, keep, kemphaan, klapekster, kleine zilverreiger, kneu, koekoek, kraanvogel, kramsvogel, kwak, kwartelkoning, matkop, middelste zaagbek, nachtegaal, oeverloper, ortolaan, paapje, pijlstaart, porseleinhoen, ransuil, ringmus, roerdomp, slobeend, smient, snor, spotvogel, steenuil, steltkluut, tapuit, torenvalk, tureluur, veldleeuwerik, velduil, visdief, watersnip, wielewaal, wilde zwaan, wintertaling, woudaap, wulp, zeearend, zomertaling, zwarte mees en zware stern. Muurhagedis. Spiering. Bruin blauwtje, groot geaderd witje, grote vos, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, oranje zandoogje en rouwmantel. Rivierrombout. Gesnaveld tonnetje, getijdeslak, kleine kartuizerslak, platte schijfhoren, vergeten schorshoren en wijngaardslak. Huiskrekel, hydroptila, leptocerus, limnephilus, psychomyia, stenophylax en vierlijneendagsvlieg.
Wet natuurbescherming Uit literatuuronderzoek van Tauw (2022) komen verschillende beschermde soorten naar voren die op basis van verspreidingsgegevens en biotoop mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen (bijlage A). De mogelijke beschermde soorten zijn te vinden in onderstaande tabel. De soortgroepen die hier onder vallen zijn flora, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-4), vogels waarvan nesten jaarrond beschermd zijn afhankelijk van ecologische factoren (categorie 5), vogels-in gebruik zijnde nesten, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen, overige ongewervelden (zie tabel 3.5). Tabel 3.5 Beschermde soorten bekend uit de omgeving op basis van literatuuronderzoek (bron: Tauw, 2022). Soortgroep Flora Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen
Vogels-jaarrond beschermde nesten Vogels-jaarrond beschermd: afhankelijk van ecologische factoren Vogels-in gebruik zijnde nesten Amfibieën Reptielen Vissen Vlinders Libellen
Mogelijk aanwezige beschermde soorten Ruw parelzaad, kleine wolfsmelk en tonghaarmuts Bever, boommarter, noordse woelmuis, otter, steenmarter en waterspitsmuis Gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis Boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, sperwer, slechtvalk, ransuil, roek, slechtvalk en steenuil. Diverse soorten (Bijlage A: onderzoek Tauw paragraaf 3.6.4.2) Diverse algemene soorten zoals meerkoet, houtduif en zwarte kraai Alpenwatersalamander en rugstreeppad Muurhagedis Grote modderkruiper en houting Grote vos, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart Beekrombout en rivierrombout
Blad 15 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Overige ongewervelden
Platte schijfhoren
Door Tauw is gekeken naar de diverse deelgebieden en de geplande ingrepen. Op basis van het aanwezige habitat is geconcludeerd dat de aanwezigheid van diverse soorten broedvogels met jaarrond beschermde nesten, vleermuizen, vaatplanten, nachtvlinders, libellen en reptielen, niet op voorhand kan worden uitgesloten. In tabel XX is de mogelijke aanwezigheid van desbetreffende soorten per deelgebied overzichtelijk weergeven. Tabel 3.6 Overzicht per fase en deelgebied welk onderzoek nodig is. (Bron Tauw, 2022). Soort Fase 1 (M3/4) Fase 2 (M1) Fase 3 (M5) Fase 4 (M2/7/8) Ruw parelzaad x x x1 x Kleine wolfsmelk x x x1 x Vleermuizen (verblijfplaatsen) x x x x Vleermuizen (foerageergebied) x x Vleermuizen x x x x (vliegroute) Huismus x x Gierzwaluw x x Slechtvalk x Ransuil x x x Buizerd x x Sperwer x x Boomvalk x x Grote gele kwikstaart x Teunisbloempijlstaart x2 x x2 x2 Rivierrombout x Muurhagedis x3 1: Alleen indien open plekken in wegbermen aanwezig zijn 2: Op deze plekken dient eerst geïnventariseerd te worden waar waardplanten voorkomen 3: Ook dient de spoorlijn tussen de bronpopulatie en deelgebied M1 onderzocht te worden
3.3.1
M6 x1 x1
Zuid x1 x1 x x
x x x
x2
x2
Conclusies nader soortgericht onderzoek Voor het soortenonderzoek is een uitgebreide rapportage als afzonderlijke bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan (bijlage 27). Uit de verschillende nadere onderzoeken is gebleken dat de bunzing, huismus, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rivierrombout en de vos aanwezig zijn in het plangebied. Het is van belang dat er rekening wordt gehouden met desbetreffende soorten in de inrichting van het gebied in de toekomstige situatie. Voordat werkzaamheden worden uitgevoerd, waarbij mogelijk effect is op de aanwezige beschermde functies, dient een ontheffing voor de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Om effecten zoveel als mogelijk te voorkomen zijn mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk.
Blad 16 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
4
Voorkeursalternatief en effecten
4.1
Beschrijving van het voorkeursalternatief In deze paragraaf volgt een korte beschrijving van de beoogde ontwikkelingen binnen het gekozen voorkeursalternatief voor de ontwikkeling van het Maasterras in Dordrecht. Woningen en niet-woonfuncties De voorkeursalternatief gaat uit van circa 3.500 woningen in heel Maasterras. Het aantal woningen is bepaald aan de hand van de stedenbouwkundige inrichting en een standaard oppervlakte van 100 m2 per woning. Tabel 4.1 toont de verdeling van de woningbouwaantallen over de deelgebieden. Tabel 4.1 Programma voor woningen en niet-woonfuncties per ontwikkelveld van het Maasterras Deelgebied M1 M3/M4 M5 M7/M8 Totaal Woningen 1.660 540 1.300 3.500
Voor het programma aan niet-woonfuncties wordt in totaal uitgegaan van ca. 60.000 m2 bvo. Hierbij is in het programma onderscheid gemaakt naar detailhandel/horeca, zorg, onderwijs en bedrijvigheid/kantoren. Tabel 4.2 Programma voor niet-woonfuncties per ontwikkelveld van het Maasterras BVO per categorie M1 M3/M4 M5 M7/M8 Bedrijvigheid 500 m2 1.150 m2 14.150 m2 Dienstverlening 1.400 m2 1.600 m2 1.000 m2 2 Cultuur 400 m Kantoren 8.100 m2 2 2 Detailhandel 350 m 1.000 m Horeca 600 m2 9.400 m2 Zorg 3.100 m2 Onderwijs 3.300 m2 4.950 m2 Kinderdagverblijf 1.400 m2 650 m2 2 2 2 Totaal: 350 m 4.000 m 19.000 m 30.100 m2
Totaal 15.800 m2 4.000 m2 400 m2 8.100 m2 1.350 m2 10.000 m2 3.100 m2 8.250 m2 2.050 m2 53.450 m2
3D-impressie In figuur 4.1 is een 3D-impressie van het voorkeursalternatief opgenomen van ontwikkelveld M1M8. De figuur geeft een indruk van de dichtheid en hoogbouw binnen het ruimtelijk raamwerk. De figuur toont naast de ligging van de woningen ook de ligging van niet-woonfuncties binnen Maasterras.
Blad 17 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Figuur 4.1 3D-impressie van het Masterplan met de ligging van woningen (witte blokken) en niet-woonfuncties (gekleurde blokken) (bron: Mecanoo, 2023)
Stedenbouwkundige opzet en groen Figuur 4.2 geeft de stedenbouwkundige principes van het voorkeursalternatief weer van ontwikkelveld M1-M8, met daarin de grote structuren zoals de groenblauwe structuur, de bouwkavels, verbindingen en parkeerhubs. Er zijn 1.900 parkeerplaatsen in 3 parkeerhubs beoogd; 390 parkeerplaatsen in de hub in M1, 910 parkeerplaatsen in de hub in M5 en 600 parkeerplaatsen in de hub in M8. Figuur 4.3 geeft de beoogde groen-blauwstructuur weer van ontwikkelveld M1M8.
Blad 18 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Figuur 4.2 Stedenbouwkundige principes voorkeursalternatief Maasterras (bron: Mecanoo, 2023).
Figuur 4.3 Beoogde groen-blauwstructuur van Maasterras.
Blad 19 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Beoogde ontwikkelingen per ontwikkelveld In tabel 4.3 is per ontwikkelveld globaal aangegeven welke ontwikkelingen er plaatsvinden. Tabel 4.3 Beoogde ontwikkelingen per ontwikkelveld. Deelgebied Beoogde ontwikkelingen M1 De ontwikkelingen in M1 zijn beperkt tot de aanleg van de parkeergarage en de M2 M3/M4
M5
M6 M7
M8
4.2
inrichting als park en evenemententerrein. In M2 zijn geen grote ingrepen voorzien. De gemeente wil hier een verblijfsplek langs het water creëren, met eventueel een halte voor de watertaxi. Bestaande bebouwing wordt gesloopt en aanwezige groen wordt verwijderd. Volledige herontwikkeling met voornamelijk hoogbouw voor woningen en aan het oosten van M4 bedrijven en cultuur. Rondom en tussen de bebouwing zijn groenstructuren beoogd. De brug en het woonwagenkamp worden gesloopt. De groenstructuur wordt grotendeels verwijderd. In de toekomstige situatie worden woningen gerealiseerd. Aan de westkant en oostkant worden zorginstellingen, onderwijsgebouwen en bedrijven gerealiseerd. Tevens wordt er groen aangelegd. Er wordt een geluidsscherm aangelegd en een ecoduct over de A16 gerealiseerd. Per saldo vind hier een uitbreiding van de groenstructuur plaats. Bestaande bebouwing wordt gesloopt. Groenstructuren worden deels verwijderd. Er worden voornamelijk woningen gerealiseerd, deels als hoogbouw. De vijver blijft waarschijnlijk behouden, maar wordt mogelijk aangepast. Het omliggende groen blijft mogelijk grotendeels behouden, maar moet mogelijk heringericht worden in verband met ophoging van het maaiveld. Bestaande bebouwing wordt gesloopt. Vormt in het ontwerp samen met M7 een woonblok. In het noorden is hoogbouw met een niet-woonfunctie beoogd.
Er zijn nauwelijks groenstructuren aanwezig in dit ontwikkelveld.
Effecten op aanwezige groenstructuren en soorten In deze paragraaf is per ontwikkelveld een globaal overzicht gegeven van de effecten van de beoogde ontwikkelingen voor het Maasterras op aanwezige groenstructuren en op beschermde en overige soorten.
4.2.1
Ontwikkelveld M1 Effecten op aanwezige groenstructuren Binnen ontwikkelveld M1 vallen vak A, B, C en D uit figuur 3.1. De rij met inheemse boomsoorten aan de oostzijde (vak A/B) blijft grotendeels behouden. Verder is er in het oosten onder de abelen extensief beheerd gras met onder meer brede wespenorchis aanwezig, wat grotendeels behouden blijft. Tevens bevinden zich ruigte, struiken en extensief beheerd gras in Vak A. Het veld met gras en kruiden in het spoorvak aan de noordkant (vak C in figuur 3.1) wordt aangetast door de aanleg van de parkeergarage. Aan de westkant (vak D) is de reuzenberenklauw aangetroffen. Deze invasieve exoot kan bij de herinrichting van dit gebied verwijderd worden.
Blad 20 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Effecten op aanwezige soorten In tabel 4.4 zijn de effecten op de aanwezige beschermde en overige soorten beschreven. Tabel 4.4 Effecten of beschermde en overige soorten.
Soort(groep) Vleermuizen
Huismus
Algemene broedvogels
Egels, muizen en kleine marterachtigen Vlinders, bijen en overige insecten
Flora
4.2.2
Effecten op aanwezige soorten Beschermde soorten De bomenrij aan de zuidoost kant (vak A/B) kan door lokale populaties van beschermde vleermuizen gebruikt worden als vliegroute en/of als verblijfplaats. Indien de bomenrij behouden blijft worden de functies voor vleermuizen niet permanent verwijderd. Mogelijk is er wel sprake van tijdelijke verstoring. De groenstrook en beplanting is geschikt foerageergebied van de huismus. Potentieel aanwezige individuen van de huismus kunnen worden verstoord als gevolg van het planvoornemen. Overige soorten In vak A/B is leefgebied en potentieel broedgebied aanwezig voor algemene broedvogels. Algemene vogels worden mogelijk aangetast indien de bomenrij en/of ondergroei in vak A/B wordt verwijderd. In vak C is potentieel broedgebied aanwezig voor grond-broedende vogelsoorten zoals de witte kwikstaart. Dit biotoop wordt aangetast bij de aanleg van de parkeergarage. Naast bomen bevinden zich ruigte, struiken en extensief beheerd gras in Vak A, waar kleine zoogdieren als egels, kleine marterachtigen en algemene muizensoorten gebruik van kunnen maken. Bij aantasting van deze groenstructuren wordt (leefgebied van) deze soorten eveneens aangetast. Er is leefgebied aanwezig voor diverse vlinders, bijen en overige insecten in de ondergroei in vak A/B. Bij aantasting van deze ondergroei worden diverse insectensoorten aangetast.
Diverse insectensoorten maken gebruik van het gras met kruiden in het spoorvak aan de noordkant (vak C). Het (leefgebied van) deze soorten gaat verloren door de aanleg van de parkeergarage. Er wordt groen verwijderd, waardoor de aanwezig flora deels verdwijnt.
Ontwikkelveld M2 Effecten op aanwezige groenstructuren De bomenrij in M2 is voor een deel gekapt voor de herinrichting van de Laan der VN. Vanuit Maasterras zijn geen ingrepen in de groenstructuur voor M2 voorzien. Voor de aansluiting van de Stadsbrug op de Weeskinderendijk-Oost is mogelijk kap van één of twee bomen noodzakelijk. Het aanwezige gras wordt (deels) verwijderd voor de aanleg van de verblijfsplek. Het zandstrand wordt mogelijk aangetast door de aanleg van de halte voor de watertaxi. Effecten op aanwezige soorten In tabel 4.5 zijn de effecten op de aanwezige beschermde en overige soorten beschreven. Tabel 4.5 Effecten of beschermde en overige soorten.
Soort(groep) Huismus
Effecten op aanwezige soorten Beschermde soorten Gedurende het onderzoek naar de huismus zijn door NWC 3 individuen van de huismus aangetroffen in het deelgebied. Er is één nestlocatie vastgesteld en een nestlocatie wordt verwacht in een aanwezig scharnier. Gedurende de diverse inventarisaties door Antea Group zijn in desbetreffend deelgebied geen individuen van de huismus aangetroffen. Het deelgebied is op basis van de onderzoeken in
Blad 21 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Rivierrombout Vleermuizen
Algemene broedvogels Vlinders, libellen, kevers & diverse overige insecten Flora
4.2.3
gebruik geweest voor nestlocaties en leefgebied van de huismus. Door verwijdering van de groenstructuren en amovatie van de bebouwing worden nestlocaties en leefgebied van de huismus vernield. Binnen M2 is leefgebied aanwezig voor de rivierrombout op en nabij het zandstrand en de gladde basaltblokken. Dit wordt aangetast door de realisatie van een halte voor een watertaxi en mogelijk ook door de aanleg van de verblijfsplek. De oever en aanwezige groenstructuren zijn geschikt als foerageergebied en als vliegroute van vleermuizen. De gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis zijn bekend in de omgeving. Als gevolg van het planvoornemen kunnen passerende en foeragerende individuen van vleermuizen worden verstoord. Door verwijdering van groenstructuren gaat geschikt foerageergebied van vleermuizen verloren. Overige soorten In de bomenrij in M2 broeden mogelijk algemene broedvogelsoorten. Indien deze bomenrij behouden blijft, worden geen nesten vernietigd. Binnen het groen in M2 komen diverse insectensoorten voor. Het leefgebied van deze insecten wordt waarschijnlijk aangetast door de realisatie van de verblijfplek en/of de halte voor de watertaxi. Diverse plantensoorten worden aangetast bij verwijdering van groenstructuren door de realisatie van de verblijfplek en/of de halte voor de watertaxi.
Ontwikkelveld M3/M4 Effecten op aanwezige groenstructuren Binnen ontwikkelveld M3 valt vak F uit figuur 3.1. Dit betreft een wadi met diverse kruiden. Deze groenstructuur wordt verwijderd. Binnen ontwikkelveld M4 vallen vak E en een deel van H uit figuur 3.1. Tevens grenst het aan vak G. Vak E betreft ruigte met struweel en een enkele grote populier. Deze groenstructuur wordt verwijderd. Vak H en G betreffen dijklichamen met bomenrijen en extensief beheerd kruidenrijk grasland. De groenstructuur in vak H wordt verwijderd en de groenstructuur in vak G blijft behouden. Effecten op aanwezige soorten In tabel 4.6 zijn de effecten op de aanwezige beschermde en overige soorten beschreven. Tabel 4.6 Effecten of beschermde en overige soorten.
Soort(groep) Huismussen
Vleermuizen
Effecten op aanwezige soorten Beschermde soorten In desbetreffende deelgebieden zijn 10 nestlocaties van de huismus aangetroffen evenals essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus. Desbetreffende beschermde functies worden beschadigd en vernield als gevolg van het planvoornemen. In deelgebied M4 is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Eveneens zijn passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen in desbetreffende deelgebieden. Als gevolg van het planvoornemen wordt desbetreffende verblijfplaats vernield en kunnen aanwezige individuen worden verstoord en gedood. Door uitvoer van werkzaamheden kunnen in de omgeving aanwezige individuen van vleermuizen worden verstoord. Overige soorten
Blad 22 van 32
Ecologisch onderzoek Maasterras Onderzoek en beoordeling van de ecologische waarden ten behoeve van het OER projectnummer 0473236.100 22 november 2023 Gemeente Dordrecht
Vlinders, libellen, bijen, hommels, kevers en overige insecten
Algemene broedvogels / struweelvogels Egels en muizen en bunzing.
De groenstructuur binnen vak F betreft een wadi met kruiden. Dit is geschikt leefgebied voor insecten zoals vlinders, libellen, bijen en hommels. Dit biotoop wordt verwijderd. De ruigte met struweel en de bomen in vak E, en de bomenrij met kruidenrijk grasland in vak H vormen geschikt leefgebied voor diverse nectar en blad etende insecten soorten, zoals vlinders, bijen, hommels en kevers. Dit biotoop wordt verwijderd. De ruigte met struweel en de bomen in vak E, en de bomenrij in vak H vormen geschikt leefgebied voor diverse vogelsoorten. Deze groenstructuren worden verwijderd. De ruigte met struweel in vak E vormt geschikt leefgebied voor kleine zoogdieren zoals egels, kleine marterachtigen en muizen. Dit biotoop wordt verwijderd. Het extensief beheerde kruidenrijke grasland in vak H is mogelijk eveneens geschikt als leefgebied voor muizen. In deelgebied M4 is een individu van de bunzing op
beeld vastgelegd gedurende nader onderzoek middels cameravallen. Door verwijdering van de groenstructuren en gebrek aan geschikte verbindingen in de omgeving, wordt het leefgebied van de bunzing vernield. De verwijdering van leefgebied kan leiden tot het doden van desbetreffend individu. Flora
4.2.4
Diverse plantensoorten worden aangetast bij verwijdering van de groenstructuren.
Ontwikkelveld M5/M6 Effecten op aanwezige groenstructuren Binnen ontwikkelveld M5 vallen vak I, K, R en lijn L uit figuur 3.1. Vak I betreft een grasveld met volwassen bomen. Vak K betreft de grootste groenstructuur in het plangebied met een bosschage met boom-, struik- en kruidlaag en een vrij hoge biodiversiteit. Vak R betreft een bosschage met diverse boomsoorten en een struiklaag. Lijn L betreft een greppel met ondiep water. Deze groenstructuren worden allemaal verwijderd. Binnen ontwikkelveld M6 vallen vak N, J, en Q uit figuur 3.1. vak N en J betreffen bosschage met volwassen bomen en struweel. Vak Q betreft extensief onderhouden berm met een kruidenrijke vegetatie. In M6 worden geen groenstructuren verwijderd. Effecten op aanwezige soorten