23133 Toegankelijkheidsrapport Bereikbaarheid_v3.pdf
Tekst van het document
Rekenkamercommissie
Richting geven aan bereikbaarheid Onderzoek naar de sturing op bereikbaarheidsbeleid Rekenkamercommissie Dordrecht
Rekenkamercommissie
Rekenkamercommissie
Richting geven aan bereikbaarheid Onderzoek naar de sturing op bereikbaarheidsbeleid
Rekenkamercommissie Dordrecht
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
2
Rekenkamercommissie
Colofon Rekenkamercommissie Dordrecht: Ester Hilhorst Laurent Staartjes Secretariaat RKC Postbus 8, 3300 AA Dordrecht rekenkamercommissie@dordrecht.nl dordrecht.nl/rekenkamercommissie Twitter Facebook Instagram
@RKCDordrecht www.facebook.com/rekenkamercommissiedordrecht @rkcdordt
Mara Damen | Secretaris Tel: 078 7704984 E-mail: m.damen@dordrecht.nl Sylvia Khadjé | Bestuursassistent Tel: 078 7704998 E-mail: s.khadje@dordrecht.nl
Dit onderzoek is uitgevoerd door:
Auteurs
Ester Hilhorst en Laurent Staartjes
Opdrachtgever
Rekenkamercommissie Dordrecht
Publicatiedatum
9 mei 2023
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
3
Rekenkamercommissie
Inhoudsopgave DEEL I Conclusies en aanbevelingen 6 1. Conclusies en aanbevelingen 11 1.1 Achtergrond 11 1.2 Geen integraal mobiliteitsbeleid, geen SMART beleidsdoelen 11 1.3 Invloed gemeente en raad beperkt, Groeiagenda 2030 leidend 12 1.4 Uitvoering grotendeels effectief, effecten niet te beoordelen 13 1.5 Aanbevelingen 14
DEEL II Onderzoeksbevindingen 16 1. Inleiding 17 1.1 Aanleiding 17 1.2 Doel en vraagstelling 17 1.3 Normenkader 17 1.4 Onderzoeksopzet 18 1.5 Leeswijzer 18
2. Beleidsvorming 18 2.1 Inleiding 18 2.2 Rollen van de gemeenteraad 19 2.3 Rol gemeente bij mobiliteit en bereikbaarheid 21 2.4 Mobiliteitsdoelen gemeente en regio anno 2018 23 2.5 Mobiliteitsdoelen gemeente en regio anno 2022 26 2.6 Doelen in de P&C-cyclus 30 2.7 Oordeel RKC 32
3. Invloed regionale samenwerking 2018 - 2022 34 3.1 Inleiding 34 3.2 Beleidsruimte in 2018 en rol van de Drechtraad 34 3.3 Verandering in regionale samenwerking 2018 – 2021 35 3.4 Samenwerking sinds 2021 36 3.5 Dordtse dinsdag: versterken rol van de raad 37 3.6 Oordeel RKCEnergieloket Dordrecht 39
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
4
Rekenkamercommissie
4. Realisatie gemeentelijke doelen 2018 - 2022 40 4.1 Inleiding 40 4.2 Uitvoering van de maatregelen: Coalitieakkoord 2018-2022 40 4.3 Uitvoering gebiedsontwikkelingen, casus Spoorzone 41 4.4 Uitvoering van het parkeerbeleid 43 4.5 Uitvoering bereikbaarheid van de stad, casus Waterbus 44 4.6 Moties van de raad op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid 45 4.7 Realisatie beleidsdoelen, monitoring en info aan de raad 46 4.8 Beoordeling verantwoordingsinformatie 47 4.9 Oordeel RKC 51 Bijlage 1: Deelvragen 54 Bijlage 2: Normenkader 55 Bijlage 3: Onderzoeksopzet en verantwoording 56 Bijlage 4: Lijst met geïnterviewde personen 58 Bijlage 5: Lijst met geraadpleegde bronnen 59 Bijlage 6: Subdoelen bereikbaarheid omgevingsvisie 60
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
5
Rekenkamercommissie
DEEL I: Conclusies en aanbevelingen en reactie college (Bestuurlijke nota)
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
6
Rekenkamercommissie
Gemeentebestuur Retouradres: Postbus 8
3300 AA DORDRECHT
Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan
T 14078
de voorzitter van de Rekenkamercommissie dhr. S.J. Oostlander Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
F (078) 770 8080 www.dordrecht.nl
Contactpersoon S.A. Pons T (078) 770 4203 E sa.pons@dordrecht.nl
Datum
4 april 2023
Ons kenmerk Betreft
Bestuurlijke reactie op rekenkameronderzoek 'Sturen op bereikbaarheid
DOSSIER
Dordrecht'
Geachte heer Oostlander, Hartelijk dank voor uw rapport inzake het Rekenkameronderzoek naar de bereikbaarheid van Dordrecht. Met uw onderzoek heeft u inzicht gegeven in de wijze waarop de raad effectief kaders kan stellen en controle heeft bij het bereikbaarheids- en mobiliteitsbeleid. Wij hebben kennisgenomen van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Hierbij ontvangt u onze reactie op uw onderzoeksrapport. We zijn blij met de timing van uw onderzoeksrapport en met het belang wat hierin uitgedragen wordt voor het onderwerp bereikbaarheid. We hebben grote ontwikkelambities voor onze stad en daarin is bereikbaarheid een belangrijk thema. Wij hebben ons in de voorbije periode gericht op het opstellen een nieuw integraal Mobiliteitsplan, waarvoor de startnotitie in maart 2023 is vastgesteld door de gemeenteraad. Op dit moment wordt gewerkt aan de verdere uitwerking hiervan en uw aanbevelingen aan de gemeenteraad – zoals u hieronder terug zult zien – passen goed in dit traject. Voordat we verder op deze individuele aanbevelingen ingaan, gaan wij echter eerst in op de meer algemene conclusies uit het rapport. Er zijn namelijk drie deelconclusie waar wij een kanttekening bij plaatsen. De eerste deelconclusie (paragraaf 5.2) schrijft dat er op dit moment geen integraal mobiliteitsbeleid en geen SMART beleidsdoelen zijn.
U geeft daarbij aan dat de Koersnota Mobiliteit alleen in algemene zin richting geeft aan de koers van Dordrecht op mobiliteit. Wij delen deze opvatting niet. De Koersnota Mobiliteit is een integrale visie en fungeert vanaf 2018 ook als beleidskader. Daarna is zij verwerkt in de Omgevingsvisie 1.0. Wij onderkennen hierbij dat de in 2018 geformuleerde beleidsdoelen (grotendeels) kwalitatief zijn. De tweede deelconclusie waar we een kanttekening bij plaatsen is opgeschreven in paragraaf 5.4. Uw observatie dat de Raad niet vraagt om en geen sturingsinformatie krijgt over bijvoorbeeld het parkeerbeleid en deelmobiliteit is ons inziens een observatie die onvoldoende recht doet aan de feitelijke situatie. Er zijn vanuit het college regelmatig raadsinformatiebrieven over diverse
Pagina 1/4
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
7
Rekenkamercommissie
Datum
4 april 2023
Ons kenmerk
parkeeronderwerpen1 en deelmobiliteit aan de gemeenteraad toegezonden. Dit betrof zowel gevraagde als ongevraagde informatie. De laatste kanttekening die willen wij plaatsen betreft uw conclusie in paragraaf 5.3. Hierin schrijft u allereerst dat in de regio sinds 2021 wordt gewerkt binnen de Smart Delta Drechtsteden en dat deze nieuwe regionale samenwerking (inhoudelijk) de invloed van de raad op haar eigen mobiliteitsbeleid beperkt. Deze beschrijving lijkt de impliceren dat de regio inhoudelijk ons lokale beleid voorschrijft en de invloed van de raad beperkter is geworden dan vroeger. Dat is ons inziens niet juist. Wij stellen lokaal ons eigen beleid vast en de lokale raden hebben meer invloed in de besluitvorming over regionale thema's dan vroeger. Tevens schrijft u in deze paragraaf en overige delen van het rapport dat sinds 2021 wordt gewerkt binnen de Smart Delta Drechtsteden, zonder Drechtraad en met Dordrecht als centrumgemeente voor de ruimtelijk economische taken (Groeiagenda 2030). Dit is in grote lijnen juist, maar we willen hierbij wel graag een nuancering meegeven. Sinds 2019 wordt op deze onderwerpen meervoudig lokaal samengewerkt, sinds 2021 is hiervoor het communicatiemerk Smart Delta Drechtsteden gelanceerd en sinds 2022 wordt gewerkt zonder Drechtraad en Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD).
In het rapport staat tevens een aantal keer aangegeven dat uit het rapport Deetman blijkt dat Dordrecht onvoldoende vormgaf aan haar 'rol als centrumgemeente'. Dat is echter een opmerking die betrekking heeft op de periode vóór 2021 toen Dordrecht nog geen centrumgemeente was. Hieronder gaan we puntsgewijs in op de aanbevelingen uit paragraaf 5.5: Aanbeveling 1: Vraag het college om betrokken te worden bij de voorbereiding van het integrale Mobiliteitsbeleid. We onderschrijven deze aanbeveling en willen graag dat gemeenteraad betrokken is bij het nieuwe mobiliteitsbeleid. Met het vaststellen van de Startnotitie Programma mobiliteit 2040, de sessie over mobiliteit en ruimte aan de hand van het Serious Game Mobipolis in maart 2023 en de op te stellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteit die eind tweede kwartaal 2023 naar de raad gaat, agenderen wij dit onderwerp op korte termijn. Aanbeveling 2: Vraag aan het college (rekening houdend met de groeiambitie, de klimaatdoelen, regionale afspraken en technologische ontwikkelingen), wat naar verwachting de mobiliteitsbehoefte is van de toekomstige inwoner en hoe het college daar via de verschillende modaliteiten op in wil zetten. We onderschrijven deze aanbeveling. Een goede prognoses van de toekomstige mobiliteitsbehoefte maakt onderdeel uit van de analyses voor het nieuwe mobiliteitsplan.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar parkeerbehoefte, groei OV reizigers, groei fietsersstromen en het verwacht autogebruik en de doorstroming op het hoofdwegennet. Hierbij wordt samengewerkt met RWS en NS. De aanpak krijgt vervolgens vorm langs verschillende beleidslijnen. Van het stimuleren van gewenst modaliteiten, tot het ontmoedigen van andere.
1
Voorbeelden van recente (parkeer gerelateerde) actieve informatie richting de Raad zijn: de
Parkeergarage Veemarkt “Houd centrumparkeren aantrekkelijk!”. Het stoppen met cashbetaling voor het parkeren op straat. De ”parkeerproblemen in Dordtse binnenstad”. Vragen “burgervriendelijk parkeerbeleid”. Het invoeren van “betalen per minuut in de parkeergarages”.
Pagina 2/4
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
8
Rekenkamercommissie
Datum
4 april 2023
Ons kenmerk
Aanbeveling 3: Vraag het college ook welke ruimtelijke consequenties dit heeft en tot welke keuzes per deelgebied die zou moeten leiden. Durf als raad keuzes te maken: niet alles kan overal. In de huidige deelnota’s staan al normen voor bijvoorbeeld de afstand tot parkeerhubs, autoluwe zones, deelmobiliteit, laadpalen, parkeernormen, groen en doorgaande fietsroutes. Bij integraal mobiliteitsbeleid worden deze met elkaar in verband gebracht, rekening houdend met de ruimtelijke implicaties, de afstand tot voorzieningen en de mogelijkheden voor (kwetsbare) doelgroepen. Dit kan tot nieuwe keuzes van de raad leiden. We onderschrijven deze aanbeveling. De ruimtelijke consequenties krijgen vorm in het nieuwe mobiliteitsplan, in gebiedsgerichte deelprojecten en in de Omgevingsvisie. In het nieuwe mobiliteitsplan wordt bijvoorbeeld tevens een verkeersstructuurplan opgenomen en worden verschillende vervoerswijzen integraal bij elkaar gebracht. We zijn ons ervan bewust dat hierbij keuzes gemaakt moeten worden op verschillende locaties in de stad: welke vervoerswijze krijgt waar prioriteit? Aanbeveling 4: Vraag het college om bij de vaststelling van het integrale mobiliteitsbeleid een voorstel te doen voor bijbehorende SMART beleidsdoelen waarmee de raad via de P&C-cyclus inzicht krijgt in hoe de bereikbaarheid in en van Dordrecht zich ontwikkelt. We onderschrijven deze aanbeveling.
In het op te stellen nieuwe Mobiliteitsplan worden de beleidsdoelen herijkt gericht op de opgaven van morgen. We kiezen graag met de raad de kwalitatieve en kwantitatieve definitie van deze doelen, om effectief bij te kunnen sturen op het gevoerde beleid. Bij de uitwerking worden deze doelstellingen volgens de SUMP methodiek zo SMART mogelijk gemaakt met indicatoren waarop monitoring kan gaan plaatsvinden in de P&C-cyclus. Het college zal hierbij een onderscheid voorstellen tussen “output” en “outcome” doelstellingen. Wij willen hierbij wel meegeven dat meer grip op de beleidseffectiviteit niet één op één gekoppeld is aan een SMART formulering. Zeker wanneer de raad en het college bewust inzet op integraal beleid en beleid gericht op het “Daily Urban System”. Aanbeveling 5: Geef het college de opdracht om minimaal eens per twee jaar deze doelstellingen te meten en stel daar ook budget voor beschikbaar. We zijn ons er van bewust dat monitoring een belangrijk onderdeel van een programma is. Op basis van de doelstellingen en bijbehorende indicatoren die in het mobiliteitsplan vastgelegd worden, komen wij met een voorstel wat een geschikte interval is om te evalueren. Voor ons staat de toegevoegde waarde van de monitoring voorop, het moet de raad in staat stellen om bij te sturen. Het kan zijn dat hiervoor een andere interval meer op zijn plaats is.
Aanbeveling 6: Jaarlijkse voortgangsnota op mobiliteitsdoelen - Vraag het college om één keer per jaar een voortgangsnotitie op te stellen waarin het college inzicht geeft in hoe de mobiliteitsdoelen en -opgaven zich ontwikkelen. - Bespreek deze informatie tijdens een Dordtse Dinsdag met de portefeuillehouder. Betrek hierbij ook de voortgang op de centrale doelen van de Groeiagenda (10.000 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen in 2030). - Stel op basis van de informatie waar nodig beleidsdoelen en/of uitvoeringsplannen bij. We verwijzen hierbij naar het antwoord op aanbeveling 5.
Wij danken u voor het onderzoek.
Pagina 3/4
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
9
Rekenkamercommissie
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
10
Rekenkamercommissie
Conclusies en aanbevelingen 1.1
Achtergrond
De bereikbaarheid van Dordrecht is belangrijk. Inwoners willen snel van en naar huis kunnen reizen. Scholen, winkels en ziekenhuizen moeten goed bereikbaar zijn. Ook ondernemers willen dat hun klanten en bezoekers hen goed kunnen bereiken. Voor alle verplaatsingen kun je in Dordrecht kiezen uit een breed pakket aan mogelijkheden. Naast auto en fiets is er het OV en kan er zelfs gekozen worden voor een boot. Duidelijk is dat burgers zich vaak en meer dan ooit verplaatsen. Niet alleen met de auto maar ook met de fiets. Het vorige college had ambities op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid opgenomen in het Coalitieakkoord 2018-2022: Dordrecht, een stad waar je bij wilt horen. De RKC van Dordrecht wil weten hoe effectief het gevoerde beleid was in de afgelopen collegeperiode en welke lessen dat oplevert voor de ambities van het nieuwe college, zoals opgenomen in het Politiek Akkoord 2022-2026: Samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht. De centrale onderzoeksvraag van het rekenkameronderzoek luidt: Hoe kan de gemeenteraad in de gemeente Dordrecht effectief kaders stellen en controleren op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid?
1.2
Geen integraal mobiliteitsbeleid, geen SMART beleidsdoelen
Bevindingen Dordrecht beschikt op dit moment niet over een allesomvattend overkoepelend beleidsstuk voor het mobiliteit & bereikbaarheidsbeleid. In 2018 gaf de Koersnota Mobiliteit in algemene zin richting aan de koers van Dordrecht op mobiliteit. In 2021 doet de Omgevingsvisie dit. Op dit moment is de gemeente bezig een integrale visie op te stellen in een nieuw mobiliteitsplan dat het gehele grondgebied bevat. In verschillende deelnota’s zijn de doelstellingen uitgewerkt. De afgelopen jaren heeft de gemeente Dordrecht de doelen op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid in zowel de overkoepelende beleidsdocumenten als in de coalitieakkoorden vrijwel altijd kwalitatief omschreven. Slechts incidenteel wordt in het beleid zelf harde doelen genoemd met een bijhorend tijdschema. Bij veruit de meeste beleidsdoelen is niet geoperationaliseerd wat hier onder valt en wanneer het bereikt moet zijn. Dit heeft als consequentie dat het niet mogelijk is om op voorhand in te schatten in hoeverre de voorgenomen acties bijdragen aan het behalen van deze doelen en welke concrete veranderingen het gemeentebestuur voor ogen heeft. Ook is het niet mogelijk om de effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen. Ten slotte bieden de kwalitatief geformuleerde doelen (mede door de veelheid ervan) geen kader voor nieuw beleid of voor gebiedsgerichte invullingen.
Met andere woorden: het is onduidelijk welke kaders de raad heeft gesteld, waar het college rekening mee moet houden en waar het college op afgerekend kan worden. Hoe beïnvloedt dit de rol van de raad De taak van de raad is om kaders te stellen en te controleren. De raad heeft ook een volksvertegenwoordigende rol. Om deze taken goed in te kunnen vullen moet de raad beschikken over voldoende informatie en sturingsmogelijkheden. Bereikbaarheid en mobiliteitsbeleid kenmerkt zich door een sterke technische benadering, en is verspreid over diverse domeinen zoals economische zaken, ruimtelijke
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
11
Rekenkamercommissie
ordening en milieu. Een integrale benadering waarin duidelijk zichtbaar wordt hoe maatregelen in verschillende sectoren met elkaar samenhangen is daardoor noodzakelijk. Bereikbaarheid wordt als randvoorwaardelijk beschouwd voor diverse andere doelstellingen zoals op het gebied van woningbouw. Ook voor deskundigen is het niet eenvoudig om de samenhang tussen de verschillende beleidsvoornemens en maatregelen te ontwaren. Het gegeven dat veel maatregelen op het gebied van bereikbaarheid sterk samenhangen met regionale afspraken maakt het extra gecompliceerd. De keuze van gemeente Dordrecht om te werken met algemene en kwalitatief omschreven doelstellingen en het beleid uit te werken in verschillende deelnota’s, woningvisies en verkeersstructuurplannen, maakt het voor de gemeenteraad moeilijk navolgbaar in hoeverre afzonderlijke (vaak kostbare) maatregelen concreet bijdragen aan de gewenste doelen.
1.3
Invloed gemeente en raad beperkt, Groeiagenda 2030 leidend
Bevindingen Vanaf 2021 wordt gewerkt binnen de Smart Delta Drechtsteden, zonder Drechtraad en met Dordrecht als centrumgemeente. Daarvoor was Dordrecht onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GR) met een Drechtraad waarin alle fracties waren vertegenwoordigd. In 2018 is de regionale samenwerking geëvalueerd in het rapport “Verstandig versterken” van Berenschot. Uit de evaluatie blijkt dat in de praktijk de deelnemende gemeenten nog steeds gingen over het eigen beleid, dat zij lokale opgaven regelmatig leidend lieten zijn, dat er geen uitvoering werd gegeven aan de strategische plannen en dat Dordrecht onvoldoende vormgaf aan de rol van centrumgemeente. Uit het rapport van Berenschot blijkt dat de samenwerking ook op ruimtelijk-economisch gebied onvoldoende publieke waarde opleverde. De huidige vorm van regionale samenwerking heeft als doel om de focus meer te leggen op de (lokale) uitvoering van de regionale afspraken. Dit betekent dat in de huidige bestuursperiode de afspraken die regionaal zijn gemaakt minder vrijblijvend zijn: ze moeten worden opgevolgd door lokale uitvoering, iets dat in de vorige regionale samenwerking achterbleef. Bij uitvoering gaat het hier met name om het vertalen van regionaal beleid in lokaal beleid, via collegeregelingen. De afstemming van gemeentelijke (deel)beleid met (boven)regionaal beleid is in Dordrecht goed georganiseerd.
De ambitie van Dordrecht om te groeien met 10.000 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen in de periode 2016-2030 is leidend voor het lokale mobiliteitsbeleid. De ambities uit de Groeiagenda 2030 komen zichtbaar terug in de verschillende beleidsnota’s voor het mobiliteits- en bereikbaarheidsthema’s. In de Omgevingsvisie 1.0 wordt toegelicht hoe het beleid aansluit op de regionale doelstellingen en hoe de verhouding tussen de gemeente en de partners en overheden binnen de regio ligt. Hoe beïnvloedt dit de rol van de raad De goede afstemming van gemeentelijk beleid met (boven)regionaal beleid is in Dordrecht een tweesnijdend zwaard. Het draagt er zorg voor dat (boven)regionale afspraken in Dordrecht ook uitgevoerd worden. Tegelijkertijd beperkt de nieuwe regionale samenwerking (inhoudelijk) de invloed van de raad op haar eigen mobiliteitsbeleid. De uitgangspunten van de Groeiagenda 2030 zijn leidend (meer woningen, meer arbeidsplaatsen). De mobiliteitsopgave is daaraan ondersteunend.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
12
Rekenkamercommissie
De nieuwe regionale samenwerking versterkt in theorie (procesmatig) wel de invloed van de raad. In 2018 vond de besluitvorming op mobiliteitsthema’s nog plaats door de Drechtraad. In 2022 is de gemeenteraad van Dordrecht het orgaan dat de besluiten neemt. In de praktijk is deze invloed beperkt. Afspraken zijn vaak al (boven)regionaal gemaakt en de uitvoering is een verantwoordelijkheid van het College van B&W. De besluiten die de gemeenteraad neemt zijn vaak dienend aan het nakomen van deze afspraken. De gemeenteraad van Dordrecht controleert portefeuillehouders die deelnemen aan een bestuurlijke werkgroep op de progressie die gemaakt wordt en stelt jaarlijks de nodige (financiële) middelen ter beschikking om de vereiste lokale inzet mogelijk te maken (budgetrecht). In de huidige systematiek ligt het moment om te sturen op mobiliteit en bereikbaarheid bij het bespreken van de P&C-stukken. Hierop wordt door de portefeuillehouders ook actief op aangestuurd. In het gesprek met de raad werd aangegeven dat de gelegenheid om dit te doen rondom de begrotingsvergadering beperkt is omdat er in korte tijd veel besproken moet worden. Daarbij merkt de RKC op dat de verantwoordingsinformatie de raad zeer beperkt handvatten biedt om te controleren en kaders te stellen. De raad gaf in het groepsgesprek aan hier ook niet actief om te vragen.
De raad kan ervoor kiezen om toekomstige opgavenbladen (waarin de regionale strategie doorvertaald wordt in lokaal beleid) en monitoringsinformatie niet meer als hamerstuk te behandelen, maar (op een ander moment dan de behandeling van de P&C-stukken) als bespreekstuk. Ook kan de raad vragen om periodieke bespreking van de mobiliteitsdoelen, de voortgang en de sturingsmogelijkheden van raad. Dit kan de sturingsmogelijkheden die de raad heeft doen verbeteren.
1.4
Uitvoering grotendeels effectief, effecten niet te beoordelen
Bevindingen De Groeiagenda en (boven)regionale afspraken bepalen in belangrijke mate hoe het lokale mobiliteits- en bereikbaarheidsbeleid eruitziet. De uitvoering (vertalen van regionaal beleid in lokaal beleid) is overwegend effectief, in de zin van dat de maatregelen aansluiten bij de kwalitatief geformuleerde doelstellingen. De rol van de raad is hier gering. De raad vraagt om en krijgt voortgangsinformatie over de uitvoering van specifieke projecten en moties. De raad vraag niet om en krijgt geen sturingsinformatie over bijvoorbeeld het Parkeerbeleid en deelmobiliteit. Hoe beïnvloedt dit de rol van de raad Omdat er geen SMART-doelstellingen zijn en omdat de effecten van beleid niet in beeld gebracht worden, kan de RKC niet beoordelen of de bereikbaarheidssituatie van en in Dordrecht zich ontwikkelt zoals was beoogd. De beschikbare verantwoordingsinformatie betreft met name regionale informatie en heeft beperkt relatie met gemeentelijke doelen. De gemeenteraad heeft ook in de eigen begrotingsindicatoren doelstellingen opgenomen die buiten de eigen invloedssfeer vallen (zoals ov-gebruik). Het biedt de gemeenteraad geen handvatten voor controle en (bij)sturen. De raad lijkt sterker in te zetten op de volksvertegenwoordigende dan op de kaderstellende en controlerende rol.
Dat betekent dat de raad in actie komt wanneer zij signalen ontvangen dat er problemen zijn met de bereikbaarheid (zoals congestie) en vervolgens van het college verlangt dat dit probleem wordt opgelost. De kracht van de Groeiagenda 2030 is dat die richting geeft aan het beleid van de gemeente Dordrecht. De keerzijde is dat de raad de grip op besluiten die betrekking hebben op mobiliteit en bereikbaarheid is verloren en dat de effectiviteit op het gebied van bereikbaarheid niet vastgesteld kan worden. Bereikbaarheid is ofwel randvoorwaardelijk voor de regionale woningbouwopgave ofwel vloeit
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
13
Rekenkamercommissie
voort uit (boven)regionale afspraken ten aanzien van terugdringen autoverkeer ofwel is volledig afhankelijk van private en publieke partners (zoals openbaar vervoer). De raad kan de grip gedeeltelijk herpakken met het vaststellen van nieuw integraal mobiliteitsbeleid dat nu wordt voorbereid. Bij dat integrale beleid horen ook SMART beleidsdoelen waarop het college afgerekend kan worden.
1.5
Aanbevelingen
Voorgaande conclusies leiden tot aanbevelingen op het gebied van het vaststellen van integraal mobiliteitsbeleid, het vaststellen van SMART doelstellingen en het beschikbaar stellen en bespreken van verantwoordingsinformatie. Integraal mobiliteitsbeleid met gebiedsgerichte keuzes De gemeente Dordrecht kent een veelheid aan doorgaans kwalitatieve doelstellingen over aspecten van mobiliteit en bereikbaarheid. Dit is zowel bij de kaderstellende als bij de controlerende rol van de raad een probleem: de raad kan de effectiviteit van het gevoerde beleid niet beoordelen en de raad kan bovendien op basis van het huidige beleidskader geen richting geven aan of prioriteren als het gaat om deelbeleid of gebiedsgerichte uitwerkingen. Alles lijkt belangrijk en alles lijkt overal te moeten kunnen. Dit terwijl de Omgevingswet vraagt om gebiedsgerichte, realistische keuzes. Het ontbreekt in de gemeente Dordrecht aan integraal mobiliteitsbeleid, waarbij ook per deelgebied verschillende normen of kaders kunnen gelden. Dat wordt momenteel ambtelijk (als uitwerking van het Politiek Akkoord 20222026) wel voorbereid volgens het principe van STOMP (stappen, trappen, OV, MaaS, Privéauto). Aanbevelingen aan de raad: -
-
Vraag het college om betrokken te worden bij de voorbereiding van het integrale mobiliteitsbeleid. Vraag aan het college (rekening houdend met de groeiambitie, de klimaatdoelen, regionale afspraken en technologische ontwikkelingen), wat naar verwachting de mobiliteitsbehoefte is van de toekomstige inwoner en hoe het college daar via de verschillende modaliteiten op in wil zetten. Vraag het college ook welke ruimtelijke consequenties dit heeft en tot welke keuzes per deelgebied die zou moeten leiden. Durf als raad keuzes te maken: niet alles kan overal. In de huidige deelnota’s staan al normen voor bijvoorbeeld de afstand tot parkeerhubs, autoluwe zones, deelmobiliteit, laadpalen, parkeernormen, groen en doorgaande fietsroutes. Bij integraal mobiliteitsbeleid worden deze met elkaar in verband gebracht, rekening houdend met de ruimtelijke implicaties, de afstand tot voorzieningen en de mogelijkheden voor (kwetsbare) doelgroepen. Dit kan tot nieuwe keuzes van de raad leiden.
Vaststellen SMART doelstellingen die inzicht geven in effectiviteit van beleid De huidige doelstellingen in de P&C-cyclus geven geen inzicht in de effectiviteit van beleid. Bovendien biedt de huidige verantwoordingsinformatie onvoldoende handvatten voor de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Een belangrijke graadmeter voor de raad is de signalen die zij ontvangen van partijgenoten of wijkbewoners.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
14
Rekenkamercommissie
Aanbeveling aan de raad: -
-
Vraag het college om bij de vaststelling van het integrale mobiliteitsbeleid een voorstel te doen voor bijbehorende SMART beleidsdoelen waarmee de raad via de P&C-cyclus inzicht krijgt in hoe de bereikbaarheid in en van Dordrecht zich ontwikkelt. Geef het college de opdracht om minimaal eens per twee jaar deze doelstellingen te meten en stel daar ook budget voor beschikbaar.
Jaarlijkse voorgangsnota op mobiliteitsdoelen De beschikbare (veelal regionale) verantwoordingsinformatie biedt de gemeenteraad geen handvatten voor haar kaderstellende en controlerende rol. Aanbeveling voor de raad: -
-
Vraag het college om één keer per jaar een voortgangsnotitie op te stellen waarin het college inzicht geeft in hoe de mobiliteitsdoelen en -opgaven zich ontwikkelen. Bespreek deze informatie tijdens een Dordtse Dinsdag met de portefeuillehouder. Betrek hierbij ook de voortgang op de centrale doelen van de Groeiagenda (10.000 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen in 2030). Stel op basis van de informatie waar nodig beleidsdoelen en/of uitvoeringsplannen bij.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
15
Rekenkamercommissie
DEEL II: Onderzoeksbevindingen (Nota van Bevindingen)
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
16
Rekenkamercommissie
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De bereikbaarheid van Dordrecht is belangrijk. Inwoners willen snel van en naar huis kunnen reizen. Scholen, winkels en ziekenhuizen moeten goed bereikbaar zijn. Ook ondernemers willen dat hun klanten en bezoekers hen goed kunnen bereiken. Voor alle verplaatsingen kun je in Dordrecht kiezen uit een breed pakket aan mogelijkheden. Naast auto en fiets is er het OV en kan er zelfs gekozen worden voor een boot. Duidelijk is dat burgers zich vaak en meer dan ooit verplaatsen. Niet alleen met de auto maar ook met de fiets. Het vorige college had ambities op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid opgenomen in het Coalitieakkoord 2018-2022: Dordrecht, een stad waar je bij wilt horen1. De Rekenkamercommissie van Dordrecht (RKC) wil weten hoe effectief het gevoerde beleid was in de afgelopen collegeperiode en welke lessen dat oplevert voor de ambities van het nieuwe college, zoals opgenomen in het Politiek Akkoord 2022-2026: Samen bouwen aan een sterk en groen Dordrecht2.
1.2
Doel en vraagstelling
Het doel van het onderzoek is inzicht verkrijgen in effectiviteit van het bereikbaarheidsbeleid in de periode 2018-2022 met specifieke aandacht voor de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. De centrale onderzoeksvraag van het rekenkameronderzoek luidt: Hoe kan de gemeenteraad in de gemeente Dordrecht effectief kaders stellen en controleren op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid? Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden zijn deelvragen geformuleerd. Deze zijn te vinden in bijlage 1.
1.3
Normenkader
De bevindingen zijn getoetst aan een normenkader dat is opgenomen in bijlage 2. Het normenkader volgt de verschillende stadia van de beleidscyclus: beleidsvorming & opdrachtverstrekking, uitvoering & realisatie, bijsturing (voorbereiding op de Omgevingswet) en informatievoorziening aan de raad. We hanteren de volgende kleurcodering om weer te geven hoe er wordt gescoord op de toetsingscriteria: : er wordt voldaan aan de norm, er is geen of weinig verbeterpotentieel; : er wordt voldaan aan de norm, maar er is verbeterpotentieel; : er wordt niet voldaan aan de norm, verbeteringen zijn noodzakelijk; : de prestatie is ondermaats en verbeteringen zijn dringend nodig;
1
https://raad.dordrecht.nl/Documenten/Coalitieakkoord-Gemeente-Dordrecht-2018-2022.pdf
2
https://cms.dordrecht.nl/Bestuur/Overzicht_Bestuur/Politiek_akkoord_2022_2026_Samen_bouwen_aan_een_sterk_en_groen_Dordrecht
N.t.b.
: niet te beoordelen.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
17
Rekenkamercommissie
1.4
Onderzoeksopzet
Om de centrale onderzoeksvraag en de deelvragen te beantwoorden zijn verschillende onderzoeksmethoden ingezet. Aan het begin van het onderzoek zijn diverse relevante documenten geraadpleegd. Daarnaast zijn interviews afgenomen bij verschillende ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen en met betrokkenen bij de regio en de provincie die relevant zijn bij de realisatie van mobiliteitsdoelstellingen. Om een indruk te krijgen van het perspectief van inwoners en andere betrokkenen, zijn trends, inwonersonderzoeken en prognoses geanalyseerd. Tot slot is er een raadsessie gehouden om de input van de raad op te halen. Het conceptrapport is beschikbaar gesteld voor ambtelijk wederhoor. Voor meer informatie over deze onderzoeksmethoden wordt verwezen naar bijlage 3 met de onderzoeksopzet en verantwoording.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het mobiliteitsbeleid van de gemeente Dordrecht dat sinds 2018 is vastgesteld en de relatie met het beleid van de regio, de provincie en andere stakeholders op het gebied van bereikbaarheid. Hoofdstuk 3 is een hoofdstuk zonder normenkader. Het beschrijft de manier waarop de regionale samenwerking in de periode 2018-2022 zich heeft ontwikkeld en hoe dat van invloed is geweest op de beleidsruimte van de gemeenteraad. Hoofdstuk vier gaat over de manier waarop door de gemeente Dordrecht uitvoering is gegeven aan het mobiliteitsbeleid en wat daarvan de resultaten en effecten zijn. Het beschrijft ook de informatievoorziening aan de raad en hoe de raad daarmee haar kaderstellende en controlerende taak kan invullen. In hoofdstuk 5 staan de conclusies en aanbevelingen. Een uitgebreide toelichting op de deelvragen, het normenkader, de onderzoeksopzet, de interviewlijst en de lijst met geraadpleegde bronnen staan in de bijlagen.
2.
Beleidsvorming
2.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft antwoord op de volgende deelvragen: 1 2 3 4 5
Wat is de rol van de gemeente op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid? Wat waren de doelen van de gemeente Dordrecht en de regio in 2018? Wat zijn de doelen van de gemeente Dordrecht en de regio anno 2022? Wat zijn de doelen in het Politiek Akkoord 2022-2026? Wat betekent het Politiek Akkoord 2022-2026 voor de rolneming van de raad op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid?
Dit hoofdstuk start met een paragraaf over de rollen van de gemeenteraad (kaderstellen, controleren en volksvertegenwoordigen). Daarna worden deelvragen elk in een paragraaf beantwoord (paragraaf 2.3 tot en met 2.5, waarbij paragraaf 2.5 ook ingaat op het Politiek Akkoord). Paragraaf 2.6 gaat vervolgens in op de doelen in de P&C-cyclus omdat uit de interviews en deskresearch is gebleken dat daar de daadwerkelijke sturing en controle door de raad plaatsvindt. Dit hoofdstuk sluit af met het oordeel van de RKC over de beleidsvorming op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid op basis van het normenkader.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
18
Rekenkamercommissie
2.2
Rollen van de gemeenteraad
De raad heeft globaal drie rollen: de kaderstellende rol, de controlerende rol en de volksvertegenwoordigende rol. In de volgende tabel worden deze rollen kort toegelicht. Tabel 2 1 Korte beschrijving rollen gemeenteraad Rol
Definitie
Volksvertegenwoordiging
Oren en ogen openhouden voor wat er leeft in de samenleving en wensen en behoeften onder de aandacht brengen van het college en de organisatie. Er kan spanning ontstaan tussen individuele belangen en het algemeen belang.
Kaderstellen
Richtinggevende rol. Het stellen van kaders waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de gemeente besturen. Het is de taak van de raad om op hoofdlijnen doelen te bepalen en daarop te sturen. Hierbij worden ook financiële middelen beschikbaar gesteld door de raad.
Controleren
Controleren van de wijze waarop het college zijn taken verricht. Bij collegeregelingen gaat het vooral om controleren vooraf, namelijk richting geven aan de invulling die het college geeft. Het gaat ook om controleren achteraf: wordt het beoogde effect bereikt? Daarvoor is het belangrijk dat het college de raad op het juiste moment van de juiste informatie voorziet. Hierdoor is het bovendien van belang dat de raad (mede) de agenda bepaalt. Vooraf kan de raad aangeven wanneer hij geïnformeerd wil worden over bepaalde onderwerpen. De raad moet vervolgens ook daadwerkelijk in stelling komen.
Een belangrijke manier om te sturen door de raad is door budgetten voor de lokale inzet vrij te maken. Vaak gaat het om het gelijktijdig vaststellen van beleidskaders en een uitvoeringsbudget. Bij (grootschalige) gebiedsontwikkelingen gaat het om het vrijmaken van budgetten voor verschillende fases: de verkenningsfase, de planfase en/of de realisatiefase. De uitvoering wordt in belangrijke mate gecontroleerd tijdens de P&C-cyclus. Een gemeenteraad moet dan beschikken over goede indicatoren om te kunnen toetsen of de voorgenomen en uitgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben gehad. Voor de uitvoering van die verschillende rollen heeft de raad een aantal instrumenten tot zijn beschikking. Die staan in onderstaande tabel. Voor de volksvertegenwoordigende taak zijn geen aparte instrumenten beschikbaar maar kan de raad alle instrumenten inzetten.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
19
Rekenkamercommissie
Tabel 2 2 Instrumenten van de gemeenteraad ten behoeve van invulling rollen Ten behoeve van Kaderstelling
Instrument
Wettelijke basis
Budgetrecht
Art. 189 GemW
Verordenende bevoegdheid
Art. 127 Grondwet
Initiatiefvoorstellen
Art. 147a lid 2 en 3 GemW
Amendementen
Art. 147b GemW
Moties Beleidskaders en overige kaders Controle
Mondelinge vragen
Art. 155 lid 1 GemW
Schriftelijke vragen
Art. 155 lid 1 GemW
Interpellaties
Art. 155 lid 2 GemW
Technische vragen
Art. 155 lid 1 GemW
Informele of onderhandse vragen
Art. 155 lid 1 GemW
Raadsonderzoeken of -enquêtes
Art. 155a lid 1 GemW
Budgetrecht/financiële controle in bredere zin
Art. 189 en art. 213 GemW
Rekenkamerfunctie
Art. 182 GemW
Instelling van en controle op verbonden partijen
Artikel 160 lid 2 GemW
Verplicht doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek
Art. 213a GemW
Passieve en actieve informatieplicht van college en burgemeester Algemene ondersteuning
Art. 169 en 180 GemW
Raadsgriffie
Art. 100 lid 1 GemW
Ambtelijke bijstand
Art. 33 lid 1 GemW
Fractieondersteuning
Art. 33 lid 2 GemW
Vanuit de beleidstheorie van het interbestuurlijk samenspel geeft een gemeenteraad beleidskaders mee aan het college. Dit kan via de reguliere P&C-cyclus, bijvoorbeeld door middel van het budgetrecht, maar ook op eigen initiatief van de raad, door het aanpassen van beleidskaders via moties en amendementen en door het indienen van initiatiefvoorstellen. De raad geeft (eventueel in samenspraak met het college) uitgangspunten, randvoorwaarden en doelen mee aan het beleid en maakt afspraken over de monitoring van de voortgang. Het college zorgt voor een verdere invulling van te behalen doelen en houdt de gemeenteraad aan de hand van vooraf afgestemde indicatoren en terugkoppelmomenten op de hoogte. De raad vraagt tijdens de uitvoering actief informatie op en beoordeelt deze, als onderdeel van de controlerende rol. Het college beschikt over voldoende en effectieve monitoringsinstrumenten (informatiehuis-
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
20
Rekenkamercommissie
houding) om de raad van de juiste informatie te voorzien. Om grip te ervaren heeft de raad niet alleen inzicht nodig in voorgang en doelen maar ook in handelingsperspectief: welke keuzes zijn mogelijk en welke dynamiek brengen die keuzes met zich mee? Dit vraagt niet alleen van het college maar ook van de raad een actieve houding om die informatie tijdig beschikbaar te krijgen. Het is daarbij belangrijk dat de gemeenteraad een kaderstellend document met concrete en toetsbare ambities vaststelt.
2.3
Rol gemeente bij mobiliteit en bereikbaarheid
Wettelijke grondslag van de gemeentelijke taak De taak van de gemeente op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid kent een wettelijke grondslag: de gemeenteraad stelt volgens de Wet ruimtelijke ordening de bestemmingsplannen vast voor het gehele grondgebied van de gemeente en moet daarbij in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening houden met de bereikbaarheid. De Planwet verkeer en vervoer bepaalt dat het gemeentebestuur zorgdraagt voor een samenhangend verkeers- en vervoerbeleid dat richting geeft aan de door het gemeentebestuur te nemen beslissingen over verkeer en vervoer. Dit beleid dient volgens de wet rekening te houden met nationaal en provinciaal beleid en het beleid van naburige gemeenten. Daarnaast zijn gemeenten op grond van de Wegenwet belast met het aanleggen, onderhouden en beheren van straten, wegen, voetpaden en fietsroutes binnen de gemeentegrenzen.
Bereikbaarheid in de stad: de gemeente is aan zet Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid en daarnaast ook van de ruimtelijke inrichting en het locatiebeleid. Het gaat om een autonome taak, waaraan gemeenten zelf invulling mogen geven. De afstemming met de regio is hierbij wel van belang. Provincies en stadsregio’s kunnen een stimulerende rol spelen.
Sterke afhankelijkheid van medeoverheden en landelijke opgaven De autonomie van een gemeente bij het opstellen van mobiliteit en bereikbaarheidsbeleid wordt beperkt. Dit komt doordat een gemeente sterk afhankelijk is van medeoverheden in het maken en realiseren van bereikbaarheidsbeleid. Er bestaat bij Rijk én gemeenten de behoefte aan integrale gebiedsontwikkeling, waarbij belangen als locaties voor woningbouw, werken, bereikbaarheid, leefbaarheid, water en natuur op een goede manier met elkaar matchen. Op regionaal niveau stellen Rijk en regio’s (provincies, stadsregio’s en gemeenten) samen integrale gebiedsagenda’s op. Die zorgen ervoor dat de investeringen elkaar versterken. Zo krijgt de prioriteitsstelling door zowel Rijk als regio samenhang en ontstaat meer draagvlak voor besluiten.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
21
Rekenkamercommissie
Bereikbaarheid van de stad: de gemeente is afhankelijk van anderen Voor de autobereikbaarheid van Dordrecht is het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) belangrijk. De MIRT heeft niet alleen betrekking op de autobereikbaarheid maar gaat ook over de spoorwegen, fietsinfrastructuur en vaarwegen. In het MIRT werken Rijk en decentrale overheden (provincies, vervoerregio’s, waterschappen) samen om de concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland duurzaam te ontwikkelen. In het MIRT-overleg spreken Rijk en regio af welke opgaven zij gaan oppakken. Het gaat om verbreding van wegen, onderhoud en bijvoorbeeld nieuwe op- en afritten. Gemeenten zitten niet zelf aan tafel bij deze overleggen. Dordrecht ligt in de MIRT-regio Zuidwest-Nederland. De focus in dit gebied ligt op het verstedelijkt gebied tussen Leiden, Den Haag, Delft, Rotterdam en Dordrecht, het stedelijke deel van het Groene Hart en de Zuidwestelijke Delta. Voor het OV is de provincie aan zet. De concessie Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem (2019-2026) regelt het openbaar vervoer per bus in Dordrecht en omgeving. Ook de spoorlijn Dordrecht - Geldermalsen (MerwedeLingelijn) hoort bij deze concessie. De concessie heeft een looptijd van 8 jaar. Het maximaal aantal jaar dat deze concessie verlengd kan worden bedraagt 7 jaar, mits aan enkele voorwaarden wordt voldaan.
De gemeente Dordrecht heeft in 2016 enkele uitgangspunten voor de concessie meegegeven aan de provincie, zoals duurzaam vervoer en goede bereikbaarheid. De provincie is eveneens de opdrachtgever van de waterbusdienstverlener. Als het gaat om het landelijk spoornet wordt de dienstverlening door de NS uitgevoerd. Hier gaat het Rijk over.
Relatie met ruimtelijke en economische inrichting, klimaat en bijvoorbeeld arbeidsmarkt Bereikbaarheid gaat in de praktijk niet alleen om het aanleggen, beheren en onderhouden van lokale wegen. Bereikbaarheid heeft veel raakvlakken met de ruimtelijke inrichting, economische ontwikkeling, klimaatbeleid en werkgelegenheid binnen gemeenten. Het rapport “toegang voor iedereen?” van PBL laat zien dat bereikbaarheid ook van invloed is op de ontplooiingskansen van individuele bewoners3. Gemeenten kunnen hiervoor doelen (vereisten) voor het bereikbaarheidsniveau van publieke voorzieningen vaststellen. Beleid op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid heeft van nature samenhang met klimaat, milieu, ruimtelijke inrichting en economische ontwikkeling. Zowel de Planwet Verkeer en Vervoer als het Klimaatakkoord vereisen dat deze aspecten betrokken worden bij gemeentelijk beleid.
Hoe Europa en het Klimaatakkoord zorgen voor nieuw gemeentelijk mobiliteitsbeleid In het Klimaatakkoord hebben gemeenten afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot van mobiliteit te reduceren. Beleid over vervoershubs, laadpaalstrategie en autoluwe binnensteden zijn voorbeelden van mobiliteitsbeleid dat voortkomt uit het Klimaatakkoord. Een van de afspraken is een landsdekkend geheel van regionale mobiliteitsprogramma’s, in lijn met de Europese Sustainable Urban Mobility Plans (SUMP). Dordrecht heeft op dit moment niet een dergelijk integraal mobiliteitsbeleid. Dit beleid wordt anno 2022/2023 ambtelijk wel voorbereid op basis van STOMP: Stappen, Trappen, OV, MaaS en Particuliere auto. Via een dergelijk beleid geeft de gemeenteraad richting aan alle inspanningen om, bij een toenemend aantal inwoners en binnen de kaders van het Klimaatakkoord, aan stedelijke mobiliteitsbehoeften te voldoen. 3
https://www.pbl.nl/publicaties/toegang-voor-iedereen
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
22
Rekenkamercommissie
2.4
Mobiliteitsdoelen gemeente en regio anno 2018
Inleiding In de periode 2018 – 2022 was het beleid ten aanzien van mobiliteit en bereikbaarheid verspreid over meerdere op zichzelf staande documenten. Als richtinggevend overkoepelend beleidsstuk fungeerde de Koersnota Mobiliteit die in 2018 is vastgesteld. In 2021 is met de Omgevingsvisie een stap gezet naar een volledig integraal beleidsdocument. In deze paragraaf worden de verschillende beleidsstukken die in 2018 van kracht waren besproken, met daarin genoemde doelen en beleidsvoornemens. Achtereenvolgens komen aan de orde: vigerend gemeentelijk beleid dat al vóór 2018 van kracht was, vigerend regionaal beleid van vóór 2018, het coalitieakkoord 2018-2022 en nieuw beleid dat in 2018 is vastgesteld. Vigerend gemeentelijk beleid van vóór 2018 In 2018 was het Regionaal Mobiliteitsplan 2012 - 2022 “Op één kompas varen” -vastgesteld door de Drechtraad op 4 december 2012- het vingerend regionaal mobiliteitsplan. Het centrale doel van dit plan was: het realiseren van een goede balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. De regio zoekt ‘het juiste evenwicht’ tussen maximaal bewegen en minimale overlast van deze mobiliteit. De centrale doelstelling is in verschillende thematische doelstellingen vertaald: • • • •
Versterken van het regionale openbaar vervoer; Het optimaal benutten van het hoofdwegennet; Verbeteren van de verkeersveiligheid; Versterken van het benutten van de bestaande infrastructuur (vraagbeïnvloeding).
Per doelstellingen zijn diverse ambities en actiepunten genoemd. Om de positie van de fiets te versterken wordt de Waterbus naast vervoer over water vooral beschouwd als “een drijvend fietspad” en kunnen mensen de fiets gratis meenemen waardoor de verwachting is dat de afstand die gefietst kan worden ‘fors groter wordt’4. Het Mobiliteitsplan Dordrecht 2005 was in 2018 nog het vigerende gemeentelijke mobiliteitsbeleid. Het Mobiliteitsplan Dordrecht beoogt een antwoord te bieden op de opgaven die vanuit een toenemende (auto-)mobiliteit op Dordrecht afkomen. De hoofddoelstelling van het mobiliteitsplan is het verbeteren van de bereikbaarheid en het handhaven van de leefbaarheid. Op stadsniveau is een stelsel van hoofdwegen en secundaire wegen vastgesteld, waarbij gemotoriseerd verkeer zo vlot mogelijk naar wegen van een hogere orde afgewikkeld dient te worden. In het mobiliteitsplan wordt een duidelijke keuze gemaakt voor het versterken en verbeteren van de radialen naar de binnenstad. Het Mobiliteitsplan Dordrecht maakt keuzes die gelden tot en met 2012.
Belangrijkste keuze is dat in woongebieden leefbaarheid de prioriteit krijgt en in bedrijvengebieden bereikbaarheid De Fietsnota Dordt 2012-2022 “Dordt fietst door” (met een jaarlijks uitvoeringprogramma) heeft als doelstelling dat de gemeente Dordrecht wil dat in het jaar 2024 het aandeel fiets in de ‘modal split’ is gestegen van 21% naar 30%. Daarvoor zet de gemeente in op zeven speerpunten: Speerpunt 1: Een compleet fietsnetwerk met snelle fietsverbindingen voor forenzen; Speerpunt 2: Aantrekkelijke stad-landverbindingen voor recreanten; 4
Pagina 23; Op één kompas varen. 2012
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
23
Rekenkamercommissie
Speerpunt 3: Aanpak objectieve en subjectieve verkeersonveiligheid; Speerpunt 4: Het versterken van de fiets in de mobiliteitsketen; Speerpunt 5: De kwaliteit van en hoeveelheid aan fietsenstallingen; Speerpunt 6: Aanpak fietsendiefstal; Speerpunt 7: Promotie: fietsen is leuk, snel, goedkoop, gezond, sportief en duurzaam. Vigerend gemeentelijk beleid van vóór 2018 In 2017 is de Groeiagenda 2030 vastgesteld in de Drechtraad als gezamenlijk ambitiedocument voor de regio Drechtsteden. Alle lokale raden hebben bij besluitvorming over de ‘Toekomst Regionale Samenwerking’ bekrachtigd dat het koersdocument de basis zou blijven voor de bovenlokale inzet. De Groeiagenda is feitelijk een regionale agenda5. Er zijn drie speerpunten: Goed wonen, Goed werken en Goede bereikbaarheid. De concrete doelen voor de regio als geheel zijn: • • • •
25.000 nieuwe woningen in 2030 (waarvan 10.000 in Dordrecht); 30.000 extra arbeidsplaatsen in 2030 (waarvan 4.000 in Dordrecht); Goede bereikbaarheid via weg, spoor en water; Energieneutraal in 2050;
De mobiliteitsopgave is dienend aan de andere opgaven: De regio kan zich alleen ontwikkelen indien de verbindingen voor woon-/werkverkeer en goederenvervoer goed functioneren. De bereikbaarheid moet beter per weg, over het spoor en over het water. Hotspots worden met elkaar en CS verbonden (binnen 10 minuten bereikbaar) en het autogebruik wordt teruggedrongen ten faveure van het openbaar vervoer (weg en water). Het ruimtelijk-economisch versterken van het stationsgebied Dordrecht CS heeft prioriteit en draagt op essentiële wijze bij aan de aantrekkingskracht van de Drechtsteden. De regionale streefwaarden op het gebied van mobiliteit zijn6: • • • • • • • • • • •
5 6
Reisafstand tussen hotspots en CS én hotspots onderling maximaal 10 minuten; Minder sterke groei autobezit dan in rest Nederland; Hogere binding eigen inwoners/bezoekers aan ov-voorzieningen; Betere beoordeling bereikbaarheid (auto + openbaar vervoer); Lagere filedruk; Intercitykwaliteit naar Brabantse stedenrij op niveau 2015; Intercitykwaliteit naar Rotterdam op niveau 2017; Intercitykwaliteit naar Roosendaal en verder op niveau 2017; Vergroten openbaarvervoerpotentie binnen 800 meter van station Dordrecht Centraal; Jaarlijks 300.000 extra gebruikers Waterbus (niveau 2009); Duurzamer en schoner vervoer.
In het volgende hoofdstuk wordt hier uitgebreider bij stil gestaan. Drechtsteden (2017): Groeiagenda 2030; Ons bod aan de provincie.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
24
Rekenkamercommissie
Coalitieakkoord 2018-2022: Bereikbaarheid i.r.t. vestigingsklimaat, groei en leefbaarheid Het coalitieakkoord 2018-20227 van de gemeente Dordrecht noemt de volgende ambitie op het gebied van bereikbaarheid: “Een stad waar reizigers langs heldere routes en met betrouwbare reistijden makkelijk in en uit kunnen reizen, is een stad waar bedrijven zich willen vestigen en mensen willen wonen en werken. Bij een verdere verstedelijking is het van belang kwaliteiten van Openbaar Vervoer, auto en fiets zo slim mogelijk te combineren. Een fijnmazig OV-netwerk in de stad, meer vervoer over water, en ruimte voor de fiets zorgen ervoor dat voor kortere afstanden de auto niet nodig is. Dat houdt de stad én de regio bereikbaar en leefbaar.” In het coalitieakkoord wordt dit verder uitgewerkt met achttien afspraken die betrekking hebben op de OV-knooppunten, de bereikbaarheid van de binnenstad, de verkeersveiligheid van specifieke weten of knooppunten, busvervoer, parkeerplaatsen en parkeertarieven en OV-gebruik (onder andere stimulering via de Dordtpas). De afspraken zien zowel toe op concrete maatregelen, als toekomstige onderzoeken (onder meer naar de doorstroming in de binnenstad) en inspanningen die het college wil doen op het gebied van lobby.
Vastgesteld beleid in 2018: Koersnota Mobiliteit Dordrecht 2018 Eind 2018 stelt de gemeenteraad van Dordrecht de Koersnota Mobiliteit Dordrecht: een stad in beweging vast8. Het doel van de Koersnota is richting te geven aan een realistisch, vernieuwend en ambitieus verkeer- en vervoerbeleid, welke de ruimtelijke en economische agenda van de stad en de ambitie voor een maritieme topregio ondersteunt. Het college omschrijft de koersnota als ‘een kaderstellend document dat het strategisch beleid van de stad ten aanzien van mobiliteit verwoord en op hoofdlijnen weergeeft’.9 In de nota wordt al gekeken naar de (komende) integrale Omgevingsvisie. Het uitgangspunt van de Koersnota is (in lijn met de regionale Groeiagenda 2030) dat de stad zal groeien. Dat betekent meer werk, meer voorzieningen, meer woningen en meer verplaatsingen. De gemeente wil daar op vlot op kunnen anticiperen en de gewenste ruimtelijk-economische groei faciliteren. Als missie wordt genoemd dat de gemeente Dordrecht kaders biedt, landelijke richtlijnen uitwerkt en zorgdraagt voor de infrastructuur. Zij doet dit zodanig dat alle Dordtenaren en bezoekers van de stad de maximale keuzevrijheid hebben om verplaatsingen te maken. Deze keuzevrijheid wil de gemeente blijven stimuleren.
In deze nota zijn de volgende vijf stedelijke ambities genoemd: onderscheidende economie, aantrekkelijke verblijfsgebieden, integraal, efficiënt en rendabel, kansen voor mensen en toekomstbestendig. Deze ambities hadden een relatie met de ambities uit het coalitieakkoord van 2014- 2018. Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor groei. Mobiliteit is geen doel op zichzelf meer. Volgens de nota vraagt dit om een vorm van bereikbaarheid en mobiliteitssysteem die aansluit bij zowel de ruimtelijke economische als de duurzaamheidsagenda van Dordrecht. De bijhorende strategie zet in op:
7 8 9
https://raad.dordrecht.nl/Documenten/Coalitieakkoord-Gemeente-Dordrecht-2018-2022.pdf https://www.dordrecht.nl/pls/idad/!mozEgemMbScherm1.toonDossier?F_DOS_VOLGNR=2134876&F_TAB=DOC&F_NOCACHE=28273868&F_ TERUGKEERNAAM=&F_TERUGKEERURL=#top Dit blijft onder meer uit de antwoorden op ingediende zienswijzen waarin gevraagd werd om een meer gedetailleerde uitwerking van thema’s. zie bijvoorbeeld de reactie college op zienswijze fietserbond.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
25
Rekenkamercommissie
1. 2. 3. 4.
Versterken netwerken; Beter verknopen; Slimmer organiseren; Samen realiseren.
Uitwerkingen van de Koersnota zijn te vinden in andere documenten, zoals de Fietsnota ‘Dordt Fietst verder’, de Nota Parkeren, de Nota Laadpalen (hoe en waar inwoners oplaadpunten voor elektrisch vervoer kunnen aanvragen) en de Routekaart zero-emissiezone stadslogistiek
2.5
Mobiliteitsdoelen gemeente en regio anno 2022
In deze paragraaf komt aan de orde welke beleidsnota’s en uitwerkingsplannen zijn vastgesteld in de periode 2018-2022 en welke doelen en ambities op het gebied van bereikbaarheid en mobiliteit daarin zijn opgenomen. Deze paragraaf sluit af met de doelen op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid zoals die in het Politiek Akkoord 2022-2026 staan. Verkeerstructuur- en vervoersplannen Gemeente Dordrecht beschikt over meerdere verkeersstructuurplannen die de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid waarborgen in de verschillende delen van de gemeente. De belangrijkste die is vastgesteld in de periode 2018 – 2020 is volgens de geïnterviewde ambtenaren en bestuurders het Verkeerstructuurplan Spuiboulevard (Schil-West) uit 2020. Dit plan kan volgens betrokkenen als voorbeeld dienen voor toekomstige plannen. Het structuurplan richt zich op het gebied Schil-West dat in de toekomst volledig getransformeerd zal worden tot woongebied. De verwachting is dat het gebied uitgebreid zal worden met ongeveer 1.000 woningen en dat heeft gevolgen voor het verwacht aantal verkeersbewegingen in het gebied.
De opgave van het verkeersstructuurplan is “Hoe houden we het centrum bereikbaar voor bewoners en bezoekers?” In het plan staan onder meer achttien concrete deelprojecten genoemd die voortvloeien uit het verkeersstructuurplan en die de gemeente de komende jaren moet gaan realiseren zoals “Aanpassen bushaltelocaties ten behoeve van busroutes via P+R/Transferium Weeskinderendijk” en “Herinrichten Spuiboulevard tussen Johan de Wittstraat en Achterom om deze vrij te maken van auto’s en meer ruimte voor de fiets en voetgangers te creëren.” Aan dit plan lag een Strategisch mobiliteitsrapport ten grondslag dat eveneens in 2020 is gepubliceerd. Daarin is door een extern onderzoeksbureau doorgerekend welke mobiliteitsstrategie de voorkeur heeft voor het gebied op basis van de doelen die zijn genoemd in de Structuurvisie 2040 (waarin Schil-West aangewezen is als ‘levendig centrum’) en de Gebiedsvisie Spuiboulevard e.o. (hierna: Gebiedsvisie). In de Gebiedsvisie staat een vijftal doelen, waaronder “Zorgdragen voor een uitstekende bereikbaarheid voor auto, OV en fiets, inclusief parkeren.” In de Gebiedsvisie is een achttal pijlers voor de ontwikkeling van Spuiboulevard benoemd waarvan er twee direct betrekking hebben op mobiliteit. Het gaat om de ambitie om het autogebruik in het gebied te laten afnemen en minder ruimte voor parkeren te hebben.
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
26
Rekenkamercommissie
Agenda Deelmobiliteit Dordrecht In 2021 heeft de gemeenteraad de Agenda Deelmobiliteit vastgesteld. Het doel is om Dordrecht bereikbaar te houden en tegelijkertijd de binnenstad autoluw te maken en het vervoer te verduurzamen. Deelmobiliteit wordt in dat opzicht gezien als een goed alternatief voor de privéauto. Het streven is om het aanbod deelmobiliteit te laten groeien maar wel onder voorwaarden. Voor de deeltweewieler streeft de gemeente naar een beschikbaarheidsgarantie. Daarnaast stelt de gemeente kaders aan onder meer het aantal aanbieders en aantallen voertuigen. Evenals de locaties waar deze worden aangeboden. Voor de deelauto is de ambitie om in 2025 200 deelauto’s actief te hebben in Dordrecht. In 2030 moet dit aantal gegroeid zijn naar 400. Daarnaast moet 2/3e van alle nieuwe toe te voegen deelauto’s volledig elektrisch zijn. Van de huidige fossiel aangedreven deelauto’s moet in 2030 75% vervangen zijn voor elektrische exemplaren. Opgaveblad Bereikbaarheid en Mobiliteit geeft vijf kernopgaven voor lokale inzet In 2019 is het Opgaveblad Bereikbaarheid en Mobiliteit door de gemeenteraad van Dordrecht, als hamerstuk, vastgesteld met daarin de volgende vijf kernopgaven om de lokale inzet voor de Groeiagenda 2030 te waarborgen10: 1. Verbeteren bereikbaarheid over weg, spoor en water; 2.
Terugdringen autovervoer ten faveure van het openbaar vervoer en de fiets (meer ruimte voor de fiets) en aansluiten bij de mobiliteitsalliantie; 3. Verbinden (economische) hotspots met elkaar en OV; 4. Versterking regio functie stationsgebied Dordrecht; 5. Aanpak congestie snelwegen (A15, A16). In de begeleidende brief worden deze kernopgaven omschreven als ‘het beleid op hoofdlijnen’ een ‘momentopname’ en doen deze volgens de wethouder ‘niet altijd recht aan alle grote en kleinere inspanningen die door de opgaveteams en gemeenten zelf worden geleverd om concreet resultaat te bereiken’. In hetzelfde besluit heeft de raad toen bepaald dat de jaarlijkse begroting als richtinggevend kader wordt gebruikt voor de lokale inzet op de Groeiagenda 2030. Van gemeenten wordt daarin het volgende verwacht: “Investeren in de Waterbushaltes in de eigen gemeente ligt binnen het mandaat van de gemeenteraad. De regio stelt in samenwerking met de vervoerder en de Provincie een realisatiestrategie op en adviseert over eenheid en uitstraling die het gebruik van de Waterbus kunnen stimuleren. Uitvoering is een keuze van de gemeente. Hetzelfde geldt voor investeren in de bewegwijzering van snelfietsroutes. Provincie en regio adviseren maar de uitvoering van de aanpassingen doen gemeenten zelf.
Gemeenten wisselen kennis uit met omliggende regio’s zoals Alblasserwaard/Vijfherenlanden en de BAR- gemeenten en vergroten hiermee de kansen om allianties te maken buiten Drechtsteden. Deze contacten kunnen we benutten in lopende lobby trajecten. Gemeenten hebben elk hun eigen bereikbaarheidsparagraaf opgesteld in diverse beleidsstukken voor het onderliggend wegennet waarin OV en fiets worden gestimuleerd.”
10
https://www.dordrecht.nl/pls/idad/!mozEgemMbScherm1.toonDossier?F_DOS_VOLGNR=2496685&F_TAB=DOC&F_NOCACHE=45268267&F_ TERUGKEERNAAM=&F_TERUGKEERURL=
STUREN OP BEREIKBAARHEID | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
27
Rekenkamercommissie
Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden: uitwerking van de Groeiagenda 2030 Tabel 2 1 Regionale opgave Opgave 1: Gebruik van fiets Opgave 2: OV-Netwerk: spoorverbindingen en stations Opgave 3: OV-Netwerk: regionaal busvervoer Opgave 4: OV-Netwerk: vervoer over water Opgave 5: Netwerken: multimodale overstapplaatsen (hubs) Opgave 6: Slimme mobiliteit en informatievoorziening Opgave 7: Wegverkeer: bereikbaarheid A15-corridor Opgave 8: Wegverkeer: bereikbaarheid A16 Opgave 9: Wegverkeer: bereikbaarheid N3