2022-09-06 Notulen Dordtse Dinsdag Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG CTOO GEMEENTE DORDRECHT D.D. 06 september 2022 Vergaderzaal 3 (Hugo Muys van Holy) Voorzitter: dhr. Van Leeuwen Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevrouw Pichel (FvD) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Stolk (VSP) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) 1. Opening en mededelingen De voorzitter: Mensen, iedereen welkom bij het CTOO-overleg van 6 september 2022. Eens even kijken hoor. We hebben een agenda gekregen. Straks dan gaan we onder andere naar de ambtenaren luisteren die ons iets gaan vertellen over de financiële stukken. 2. Aanwijzen voorzitter CTOO De voorzitter: Het eerste punt wat op de agenda staat, is het aanwijzen van een voorzitter. Ikzelf ben persoonlijk in de hele vorige periode voorzitter geweest. Zelf zou ik me willen kandideren voor een volgende ronde. Dan is natuurlijk meteen de vraag van, waarom? Ik vind het openbaar onderwijs ontzettend belangrijk. Dat ieder kind gewoon zichzelf kan zijn. Dat ieder kind, uit elk sociaaleconomisch milieu een veilige plek heeft binnen het openbaar onderwijs, vind ik een hele belangrijke. Deze commissie houdt toezicht op die identiteit, op een stuk veiligheid, op de vrijheid van leerlingen.
Houdt ook toezicht op hoe het met de financiën geregeld is. Wij kijken naar of de continuïteit van het openbaar onderwijs is gewaarborgd, hier in Dordrecht. Vanuit die optiek zou ik me opnieuw willen kandideren. Vandaar. Staan jullie achter mijn kandidaatstelling, vraag ik maar eventjes. Vreemd om het over jezelf te vragen, trouwens, maar goed. De voorzitter: Of zijn er anderen die zich ook kandideren, uiteraard? Klopt. De heer Safranti: Gekker nog, ik wilde je voordragen. De voorzitter: Dank je wel. De heer Stolk: Ik sluit me erbij aan.
1
De heer Katif: Ik ook eigenlijk. Mevrouw Kruger: Het lijkt mij een goede continuïteit. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Vol-van der Holst: Gewoon eens met de voorgaande sprekers. De voorzitter: Dank je wel. De heer De Heer: Ik zit aan tafel, maar de eerstvolgende raadsvergadering word ik pas officieel aangesteld als CTOO-lid. Ik ben nu ter vervanging van Jan Willem. De eerstvolgende ronde doe ik officieel mee. Ik onthoud me van stemming. De voorzitter: Dat was het. Bedankt voor het vertrouwen hierin. Hartstikke goed. Mevrouw Pichel: Ik ben het ook eens. De voorzitter: Hartstikke goed. Ik keek jullie nog aan, maar ... Mevrouw Boom-Vos: Een officieel moment Dan. De voorzitter: Heel goed. Mevrouw Boom-Vos: Je bent vanaf nu de voorzitter. Alsjeblieft. De voorzitter: Dat is heel goed. Daar wilde ik ook net naar vragen. Prima. Hartstikke goed. Goed, dan kijken we even met elkaar naar de agenda voor vandaag. Eens even kijken. 3. Jaarstukken Stedelijk Dalton Lyceum SDL 2021 Stichting Openbaar Onderwijs De voorzitter: We zijn inmiddels aangekomen bij punt 3, maar eerst wil ik vragen of iedereen zich kan vinden in de agenda, die nu voorligt. Ik kijk even iedereen aan. Ja. Hartstikke goed. Dan stellen we hem bij deze vast. Dan gaan we naar de stukken ter bespreking. Er zijn, even voor het beeld van mensen, drie organisatie die wij controleren als CTOO.
OPOD, dat is het openbaar basisonderwijs, bestaande uit een aantal scholen uiteraard. Het Stedelijk Gymnasium, Johan de Witt, is de tweede. De derde is het Dalton, voortgezet onderwijs. Meer organisaties zijn er niet. Het zijn alleen maar die drie organisaties. Elk jaar leveren de organisaties een jaarverslag in. Dan kijken we terug naar het vorig jaar. Wat de baten en lasten zijn geweest. Elk jaar krijgen we ook een begroting, een vooruitblik voor de komende jaren. Op grond van die stukken kunnen we afleiden van ... Proberen we af te leiden of het goed gaat, in financieel opzicht, met de organisaties. Daarnaast hebben we ook onze informatie vanuit de inspectie. We krijgen ook regelmatig een inspectierapport. Dan kijken we ook van, joh, staan daar rare dingen in? Moeten we ergens op gaan letten als het gaat om die organisaties? Verder is er in principe elk ... Of nee, laat ik het even anders zeggen. We sturen ook een vragenlijst naar de verschillende organisaties. Die vullen ze in. Die worden door ons gecheckt. Het
2
doel van de controle, misschien wel goed om te zeggen, of van toezicht, beter gezegd, is niet om heel precies te kijken naar elk eurootje wat er allemaal gebeurd is, of heel precies te kijken naar elke beleidsregel, maar we kijken naar het grote plaatje. We staan op afstand. De organisaties hebben een eigen raad van toezicht. Wij toetsen eigenlijk marginaal. Wat ik net zei in mijn woordvoering, we kijken naar de continuïteit. Als die gewaarborgd is, dan is het wat ons betreft goed. Goed, dan staan er drie stukken ter bespreking op de agenda. Ik wil eigenlijk voorstellen dat we beginnen bij het Dalton. Ik wil dan een van de heren het woord geven. De heer ...: Dan, sorry hoor. Voordat je het woord geeft. Ik wilde wat vragen. Het is puur voor mezelf dan. Waarom staat bijvoorbeeld een SKOBA er niet bij? De voorzitter: Sorry? De heer ...: SKOBA, waarom staat die er niet bij? De voorzitter: Hele goede vraag. SKOBA is vanaf 1 januari 2022 gefuseerd met de OPOD. Die zijn nu verenigd in één organisatie. Ik kom zo nog heel even ... Ik heb zelf wat opmerkingen over toezeggingen die we gedaan hebben, eind vorig jaar, ook aan de raad. Daar kom ik dan zo even op terug. Maar die zijn één organisatie geworden. Goede vraag. Heren, wie van jullie gaat het woord nemen? De heer Bomius: Het Stedelijk Dalton pak ik. Dank u wel, voorzitter.
Ik heb een memo opgesteld voor u en daarin een samenvatting gegeven van datgene wat er in de jaarstukken te zien is en een afweging. Daarin een voorstel gemaakt, waarin ik eigenlijk aangeef aan u dat de continuïteit op basis van de stukken die voor u ligt ... Dat die continuïteit eigenlijk gewaarborgd is. We kunnen stellen dat het Stedelijk Dalton de laatste jaren aan een verbeterslag is gaan werken, zeker op financieel gebied. Dat daarmee ook wel een stuk kou uit de lucht is, om het zo maar te noemen. Dat er genoeg uitdagingen liggen als het gaat om onderwijs en personeelstekorten en op middellange termijn ook als het gaat om huisvesting. Maar goed, dat is denk ik een gesprek wat we misschien hier kort hoeven aan te stippen en wellicht u in het relatiegesprek met Stedelijk Dalton nog naar voren kan laten komen. Al met al zien we dat de financiële cijfers, financiële kaders eigenlijk een positief beeld schetsen, waarbij mijn collega wel aangeeft, als het gaat om de risicoparagraaf, dat die dat concreter en scherper zou kunnen opgesteld worden door deze stichting. Is overigens in lijn ook met de constatering bij de andere stichtingen, dat dat net een wat breder integraal beeld zou mogen opleveren, zodat dat wat meer zegt. Het blijft nu toch wel een beetje in algemeenheden. Dat is de algemene schets.
Mijn advies zou dan ook zijn om het relatiegesprek dat u gaat voeren met het Stedelijk Dalton vooral op de relatie en op de inhoud, samenwerking, versterking ... Om hem op die manier in te steken, in te richten. Het is aan u, maar gezien het algehele beeld lijkt me dat een interessante opening, zeker ook als nieuw CTOO-orgaan of -samenstelling. Is dat voor nu even een algemene aftrap? De voorzitter: Wat mij betreft wel. Ik heb nog wel een vraagje. Je bedoelt waarschijnlijk, als je het hebt over die risicoparagraaf, daar staan inderdaad een aantal risico’s in vermeld. Jij geeft ook aan in je stuk van, dat ze niet gekwantificeerd zijn. Eigenlijk staan ze er wel, maar je weet niet wat het financiële risico is voor de organisatie, dat ook in
3
combinatie met het weerstandsvermogen. Je hebt geld op je balans staan, maar uiteindelijk kun je niet echt beoordelen of dat voldoende is om de risico’s te dekken. Dat even ter ... Wat zegt het eigenlijk? Dat klopt. De heer Bomius: Verder ben ik het eens met je idee dat het goed gaat met het Dalton, wat dat betreft. We zijn er inmiddels een aantal keren ook geweest, de afgelopen jaren. Laat ik het zo zeggen, maar ook als je naar de cijfers kijkt, denk ik van, er is betrekkelijk weinig op aan te merken. Wel op bladzijde 5 staan er een aantal, 5 en 6 van de adviezen, aanbevelingen voor het gesprek. Ik denk dat dat een aantal belangrijke opmerkingen zijn. Bij de risicoparagraaf, die benoem je dan bijvoorbeeld. Eens even kijken hoor. De leerlingenaantallen. Want er is sprake van een kleine leerlingendaling, tenminste betrekkelijk klein bij het Dalton. Hoe gaat dat de komende jaren zich voortzetten? Kan er iets tegen gedaan worden door meer leerlingen te werven, laat ik het zo zeggen? Hoe zit het met de samenwerking met andere onderwijsorganisaties in Dordrecht? De voorzitter: Daar wordt natuurlijk over gerept ook in de stukken, dat ze inzetten op die samenwerking, maar dat dat er niet van gekomen is. Wat voor u interessant is, is dat er een nieuwe bestuurder gestart is deze maand, 1 september officieel.
Die kan natuurlijk wel zijn visie geven op de stukken die er nu zijn, maar heeft er geen bijdrage aan geleverd. Maar goed, kijkend naar de toekomst is het natuurlijk wel een interessante gesprekspartner, lijkt me. Ook de ontwikkelingen die reeds bij het Stedelijk Dalton, als het gaat om leerlingenaantallen, in is gezet, kijkend naar hun taak die ze hebben rondom vorming van het ISK-onderwijs, zowel voor Oekraïne als voor regulier ISK, dat is een lastig te peilen lijn. Dat staat ook in het stuk. Maar goed, toch ook wel interessant van, wat doet dat met het algehele beeld en bijvoorbeeld met het aantrekken van personeel en dat soort zaken en het behoud. Kijkend ook naar de kwaliteit die ze daarop leveren. Dat zijn zaken die u zeker mee kunt nemen in dat gesprek. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Ik had eigenlijk een vraag over het lerarentekort, wat we op dit moment landelijk weten. Maar u gaf net aan dat dat in dit geval goed gedekt is. Ik wilde vragen, waar zit die positiviteit in dan? Maar u schudt nee. De heer Bomius: Dan heb ik mij verkeerd uitgedrukt. Kijk, ik weet, we weten dat eigenlijk allemaal, dat is landelijk, ook in Dordrecht, een probleem, wat we over de gehele lijn weten. Maar dan praat ik ook voor OPOD, nu Nestas. Bij het Johan de Witt weet jij dat beter, Mart, maar dat mag jij dadelijk toelichten. Het wordt allemaal net aan, net niet gehaald.
Het is net wel gelukt of op één of twee formatieplaatsen niet. Op zo’n organisatie is dat nog wel te overzien. Met kunst- en vliegwerk haal je het wel. Maar er moet niemand ziek worden, zwanger worden of wat dan ook. Zonder waardeoordeel uiteraard. Maar dan komen we al in de problemen. Bij het Stedelijk Dalton zie je bijvoorbeeld dat juist NT2-docenten, die echt heel hard nodig zijn om ISK-onderwijs vorm te geven, heel moeilijk te vinden is. Duitse leraren, dat weten we ook al langer natuurlijk, dat dat een moeilijke groep is om te hebben, te houden. Hier ligt zeker wel een uitdaging voor het onderwijsbestuur, zoals dat ook in Nederland gebeurt. Dan is ook wel de vraag van, hoe werken wij in Dordrecht aan die gemeenschappelijkheid? Hoe kunnen we daarin ondersteunen? Dat zit toch in de bredere ondersteuning. Zij zijn zelf echt aan zet, als het
4
gaat om het hebben en houden van docenten. Met name dat laatste, het houden van. Dat is belangrijk om daar beleid op te hebben. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Even in aanvulling op die, want daar weet ik ook, die ISK, daar zijn echt tekort aan docenten. Want degene die ook op de ISK zitten, krijgen relatief weinig Nederlands. Ik denk dat dat echt een groot aandachtspunt is, zeker met alle voorspellingen wat je ook in de stukken leest van, er wordt al gesproken over doorstroom naar het reguliere onderwijs. Maar dat is wel een probleem, denk ik. De voorzitter: Ik denk dat we dat ook inderdaad mee moeten gaan nemen in het gesprek wat we volgende maand hebben. Absoluut. Nog andere mensen die ... Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Eigenlijk twee vragen. Even specifiek over jullie evaluatie. Fijn dat die erbij zat. Voor mij is dit nieuw. Dan is het altijd wel fijn om wat mensen met expertises ... Even hun mening te horen. In jullie aanbevelingen om volgende maand, op 11 oktober, in het gesprek mee te gaan, geven jullie mee van, neem ook de aanbevelingen van de inspectie mee. Ik kon die niet zo snel in hun jaarstukken vinden. Hoe zou ik weten wat de inspectie heeft aanbevolen? De heer Bomius: Ik vond het zelf een beetje flauw om die op te lepelen vanuit het inspectierapport. Ik denk dat het een open vraag kan zijn.
Je kunt als onderwijsinstelling een inspectie zijn als echt een scherpe inspecteur. Je kunt het ook als een kans zien. Dat laatste zou mijn aanbeveling zijn, zeker omdat hier ook een nieuw bestuurder zit. Meer in de kansenvraag van, vertel eens wat over dat inspectiebezoek. Want ik neem aan dat er ook nog een ander bijzit, bij het gesprek. Dat niet alleen de bestuurder er koud in het gesprek zal zitten. Meestal zit daar een teamleider of iets dergelijks bij. Ik zou hun uitdagen en uitnodigen om vooral iets te vertellen over ... Het is een positief inspectierapport. Maar wat staat er dan precies in en wat ga je ermee doen? Dat zou mijn advies zijn. Mevrouw Boom-Vos: Mag ik nog een vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Ja, uiteraard. Mevrouw Boom-Vos: Dank je wel. Even voor die inzichten erin. We hadden het net over teruglopend leerlingenaantal bij Stedelijk Dalton. Dat zag ik bij Johan de Witt ook. Volgens mij wel, zag ik dat, twintig of dertig minder. Dat het een tendens is binnen het voortgezet onderwijs? Is die conclusie ... De heer Bomius: Ja, is een vertaling van een demografisch beeld. Wij denken te zien, ik ga me er niet echt aan wagen, dat het over een X-aantal jaren op dat gebied weer een stukje stijgt. We hebben echt niks te maken met leerlingen die we verliezen uit de regio of die juist van de regio naar het Dordtse gaan. Dat is zo’n klein groepje.
Dat is echt op zo’n groot aantal te verwaarlozen. Het gebeurt wel, maar niet veel.
5
De heer De Koning: Overigens, voor het Johan de Witt, ik heb even niet naar de andere stukken scherp gekeken daarin, zie je wel dat de daling van leerlingen minder sterk is dan dat ze hadden verwacht. Nog steeds een daling, maar minder groot dan verwacht. De heer Bomius: In het verleden heeft het Dalton echt marktaandeel verloren. Dat valt nu op deze cijfers wel mee, maar in het verleden, pak hem beet, twee, drie jaar geleden, zag je echt wel dat ze meer verloren dan de overige voortgezet onderwijsscholen. Daar hebben ze wel wat actie op gezet. Positieve PR, uitstraling, ga zo maar door. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Even ter aanvulling, want ik had diezelfde vraag ook. Want het is natuurlijk wel belangrijk om te weten waarom er een daling is. Demografisch, daar kan je zo weinig aan doen. Er is wel iets aan te doen, maar ik bedoel, ga ik niet meer over. Maar ik zou het heel vervelend vinden als scholen dan ook ... Wil je daar de strijd mee aangaan met elkaar om ... Als alle scholen normaal draaien, ook al is er een daling, de ene zal wat meer hebben, dat je elkaar zodanig gaat beconcurreren dat bepaalde scholen leeg gaan lopen of zo. Daarom is het wel, denk ik, heel belangrijk om te weten waarom en wat er dan aan gedaan wordt. De voorzitter: Die vraag nemen we ook mee. De heer Bomius: Zou ik doen, ja. De voorzitter: De heer Safranti, u had een vraag? O, niet.
Ik dacht, oké ... De heer Stolk: Ik heb nog een korte vraag. De voorzitter: Dan eerst even ... Volgens mij zat je al ... De heer Stolk. De heer Stolk: Een heel korte vraag even. Dat is meer ... Hoe zit het? Dalton Lyceum, is dat van de Overkampweg of is het van het Leerpark of is het van allebei? Dat is eigenlijk de enige vraag. De heer Bomius: Dat is alles bij elkaar. Het is Overkamp, het is Kapteynweg en het is Leerpark. Dan heb je nog Eulerlaan waar ISK apart is gesitueerd. Die valt wat minder op, maar dat is een prachtig oud gebouw waar nog prima onderwijs gegeven kan worden. Er zijn zelfs vier locaties. De heer Stolk: Nog even een kleine toevoeging. Is het dan ook, als u zegt, verbinding met andere scholen. In het Leerpark ken ik het, Dalton en, wat is het, Insula. Is dat de verbinding waar samenwerking moet plaats gaan vinden? De heer Bomius: Dat sluit een beetje aan op de vraag van mevrouw Kruger ook. Dat klopt, maar dat is eigenlijk de enige echte malse samenwerking, productieve samenwerking. Ontstaan omdat het moest. Nu omdat het bevlogenheid met zich meebrengt. Vanuit het coalitieakkoord is er een wens en een verwachting om een visie
6
voortgezet onderwijs op te stellen. Dat is eigenlijk een uitstekend product om samenwerking voor een lange termijn met elkaar af te stemmen. Daar wordt op ingezet. De voorzitter: Dank je wel. De heer Katif. De heer Katif: Dank je wel, voorzitter. Ik vroeg me even af, uit de stukken blijkt namelijk dat er ... Daar hebt u het over gehad. De grootte van het bestand van de leraren. Tegelijkertijd hebben we het over lerarentekort. Hoe verhouden zich die twee dingen met elkaar? De heer Bomius: Kijken of ik de vraag goed begrijp. Het is een groot bestand, maar dan nog, het organiseren op een voortgezet onderwijs gaat niet alleen om het zwikje aan docenten, maar ze kijken ook specifiek, voor welke vakken hebben we die docenten nodig? Daarin zit wel de uitdaging. Er zijn een aantal tekortvakken. Overschotvakken, dat is dan ook weer het andere uiterste. Maar zij kijken ook van, hoe kunnen we bijvoorbeeld bepaalde docenten doorontwikkelen van eerstegraads naar tweedegraads, of ook in een ander vakgebied scholen, zodat ze ook die lessen kunnen geven. Maar over de gehele linie gesproken, is het allemaal net aan. Er is geen overschot. De heer Katif: Voorzitter, een aanvullende vraag. Ik werd getriggerd namelijk in de stukken ten aanzien van het woord soberheid. Dat triggerde mij. Dan denk ik, wat? Het bleef gewoon een soort open vraag voor mij.
Daarom vroeg ik naar die verhouding, hoe zit dat dan? Je hebt een hele grote organisatie met heel veel mensen. Tegelijkertijd kom je mensen tekort. Hoe ga je dat dan op lange termijn in principe oplossen? Want het is, als je twee of drie leraren weg laat gaan en aan de andere kant ben je gewoon bezig om mensen binnen te halen. Die verhouding, daar was ik op zoek naar. Tegelijkertijd het woord soberheid. Dat triggerde mij. De heer Bomius: Interessante vraag om mee te nemen, denk ik. Ik heb er wel een visie op, maar dat is niet mijn rol. De heer Katif: Ik wil dat wel graag horen namelijk, dan kunnen we het meenemen. De heer Bomius: Kijk, volgens mij zeggen zij van het woord soberheid, laat ons ons doen waar we in origine voor zijn. Niet te veel nieuwe ontwikkelingen. Het moet te doen blijven, ook gelet op de werkdruk. Laat ons die focus aanbrengen. Dat kan een visie zijn. Dat kan een beeld zijn om op die manier het bij elkaar te houden. Je kunt ook iets anders bieden. Kan je er ook een andere keuze in maken, volgens mij. Volgens mij is dat wat zij met soberheid, met betrekking tot het personeelsbestand, bedoelen. De voorzitter: Bedankt. Nog andere mensen die een vraag willen stellen? Niemand? Dan denk ik dat hier wel genoeg over gezegd is. 4. Jaarverslag 2021 Stichting Johan de Witt-gymnasium De voorzitter: Kunnen we door naar het ... Verslag en begroting, sorry.
Het is van het Stedelijk Gymnasium.
7
De heer De Koning: De volgende VO-school in het rijtje. Wat betreft het Johan de Wittgymnasium hebben jullie als CTOO begin dit jaar een bezoek al gebracht aan de school, waardoor er nu geen bezoek meer gepland staat. Ook geen bespreking van deze stukken. Daarom zijn er ook geen agendapunten of bespreekpunten opgenomen, behalve nog weer wat aandachtspunten om ook in een volgend gesprek wat in 2023 of misschien zelfs ’24, kijk ik even richting de griffie, zal plaatsvinden, om dat dan mee te nemen. Tegelijkertijd, ik zie ook wel in de gesprekken die tot nu toe zijn geweest, dat steeds dezelfde punten weer terugkomen. Dat zie ik ook nu weer. Het Johan de Witt zit heel ruim in hun jasje, financieel. Dat is positief. De continuïteit van het onderwijs loopt daardoor geen gevaar. Of in die zin, het loopt zelfs gevaar om door het ministerie teruggefloten te worden, omdat zij een te grote reserve aanhouden. Dat is echt de andere kant van het spectrum van hoe je risico’s kan lopen op financiën. Ik verwacht overigens dat het Johan de Witt daarin voor nu even een risico heeft genomen, omdat zij geconfronteerd werden met een heel grote bijdrage uit het Nationaal Programma Onderwijs, die op hun reserve is gezet. Waardoor het vrij makkelijk over de limieten heengaat die het ministerie stelt als wat je als maximale reserve mag aanhouden.
En het Johan de Wit heeft op zich ook wel, afgelopen jaren, die reserve goed ingezet. Ze hebben grote investeringen gedaan op ICT. Er staan nog een aantal investeringen op gepland, op datzelfde vlak. Ze hebben met de cao’s een behoorlijke stijging in kosten gezien van personeel. Tegelijkertijd staat er ook een aardige vergoeding tegenover. Die vind ik een beetje flauw, dat ze die zelf zo noemen. Maar je ziet het wel aan beide kanten van de balans terugkomen. Verder zien we vooral dat Johan de Witt de ruimte ook pakt om te investeren in het verstevigen van hun onderwijsconcept. Waar we net zagen bij het Dalton Lyceum dat er op de basis wordt teruggekeken, is het Johan de Witt juist zich heel erg aan het profileren met allerlei extra vakken, buiten het reguliere curriculum om. Met echt een stukje profilering van wat je als gymnasium ook als school in de stad kan betekenen. Een stukje maatschappelijke impact, maar ook wat extra vakken die niet in het reguliere programma terug hoeven te komen, die zij toch aanbieden aan hun leerlingen. Dat is ook een van de punten die zij in hun campagne voor leerlingen terug laat komen. Dat is wel een van de verklaringen ook waarin je ziet dat het aantal leerlingen toch relatief gunstig verloopt voor het Johan de Witt-gymnasium, ondanks dat hij wel met een daling te kampen hebben.
Zij hebben overigens een aantal grote groepen leerlingen in de bovenbouw die nu afzwaaien. Dat wordt niet meer gecompenseerd met de aanwas, waardoor je sowieso met krimp te maken hebt. Maar uiteindelijk zie je wel dat de leerlingen die er komen meer zijn en ook wel later via zijinstroom nog bij het Johan de Witt terechtkomen. Daar gaat eigenlijk alles wel positief. Het enige echte risico wat ik voorzie, is dat zij te lang met die reserve blijven zitten en dat ze op een gegeven me terug moeten betalen aan het ministerie. Dat is, in die zin, nog niet eens een financieel risico voor het Johan de Witt, want ze zullen nog voldoende overhouden. Maar het is wel zonde als je middelen hebt die je kunt investeren in je personeel, in je leerlingen, in de school en dat niet doet. Tot zover de introductie. De voorzitter: Ik denk wel dat je, wat mij betreft, erg volledig bent geweest. Zijn er nog mensen die je vragen over hebben? We zijn er natuurlijk een paar maanden geleden geweest. Ik heb zelf best wel een goede indruk gekregen. Misschien dat er nog mensen zijn die vragen hebben? Mevrouw Kruger.
8
Mevrouw Kruger: Ik heb een vraag. Dank u wel. We hadden het net bij het Dalton over het ISK. Want ik neem aan dat onder de Oekraïners en andere vluchtelingen best wat mensen zullen zijn die mogelijk voor een Johan de Witt, gymnasiale opleiding kunnen. In hoeverre gaat het Johan de Witt ook daarin mee te draaien? Als ik zie wat voor reserves dat ze hebben, kunnen ze misschien daar nog iets mee doen. De heer De Koning: Niet zozeer of die reserves daarvoor ingezet kunnen worden, maar dat is eventjes een ... Op zich een goede open vraag, denk ik, om vast te houden. Voor zover ik weet, zijn alle scholen uiteindelijk ... Kunnen leerlingen van een ISK ontvangen, als ze de ISK-periode hebben doorlopen. Ik heb geen aantallen in hoe de verdeling vervolgens is naar de voortgezet onderwijsscholen in Dordrecht. Dat durf ik niet te zeggen. Ik vind het wel een interessante inderdaad om daar eens naar te kijken met de extra ondersteuning die zij op zich aan hun leerlingen nu ook al bieden vanuit de NPOmiddelen, of zij daar dan wellicht ook iets in kunnen betekenen. Goed punt. Ik heb geen cijfers paraat verder, maar ... De voorzitter: ‘...’ De heer De Heer: Dank u wel, voorzitter. Ik was even nieuwsgierig geworden doordat ik las dat bij het Johan de Witt ook de verplichte ouderbijdrage wegvalt. Er is ervoor gekozen om daar een vrijwillige ouderbijdrage van te maken. Een mooie ontwikkeling.
Ik was benieuwd of daar iets van context bij is. Of dat misschien ook een trend is die richting andere scholen ook zo verloopt. De heer De Koning: De trend is in die zin dat het een verplichting is. Ze mogen geen verplichte ouderbijdrage meer vragen. Wat ze wel via de vrijwillige ouderbijdrage proberen, vind ik eigenlijk zelf nog wel een wat meer zorgelijke zelfs. Ik zou hem niet gelijk als positief bestempelen. Maar het is wel de vraag hoe ze daar vervolgens mee omgaan. Er kan rondom een vrijwilligheid wel nog steeds een bepaalde sociale verwachting achter zitten die toch behoorlijk verplichtend uitpakt. Dat zou ik nog wel als een aandachtspunt meenemen in een volgend gesprek. De voorzitter: Even een vraag. Ik dacht wel dat ze de kostprijs van een studiereis, gewoon bijvoorbeeld naar Berlijn of Londen, of weet ik veel wat, Italië, in rekening kunnen brengen bij de leerlingen, toch? Eén op één, alle kosten. De heer De Koning: Dat kan wel, maar volgens mij mogen financiën nooit een reden zijn om niet deel te kunnen nemen aan dat soort activiteiten. De voorzitter: Helder. Nog iemand anders die een vraag wil stellen? Niemand? Dan sluiten we dit punt ook af. Het voorstel is om dan geen gesprek meer aan te gaan in dit kalenderjaar, want we zijn er een keer geweest. Ik zit natuurlijk wel met twee vragen die we kunnen stellen.
Bij voorstel is dan om een brief te sturen, waarin we die vragen stellen. Is iedereen het ermee eens? Die vraag over die ISK, in combinatie met die vraag over die reserves die wat hoger zullen zijn. De vraag over die vrijwillige ouderbijdrage, hoe het daar precies mee zit, denk ik. Ja? Iedereen mee eens? Ja. 5. Jaarstukken 2021 Openbaar Primair Onderwijs Dordrecht Nestas (OPOD)
9
De voorzitter: Dan gaan we naar de laatste. Dat is dan het OPOD. Misschien een heel klein inleidinkje aan de voorkant. OPOD en SKOBA zijn gefuseerd, per 1 januari 2022. Er zijn wat verhitte discussies in de raad aan voorafgegaan, in de commissie. Laat ik het zo zeggen, er is toen beloofd dat we op enig moment, wat mij betreft is nu dat moment aanwezig, of binnenkort het moment aanwezig, om eens terug te kijken naar hoe het met het personeel is gesteld. Er waren toen wat onzekerheden van, hoe gaat een nieuwe, gefuseerde organisatie om met het personeel van katholieke zijde, maar ook van openbare zijde? Een katholiek deel is gefuseerd met een openbaar deel. Hoe zit het daarmee? Dat is even een vraag die ik dan ook wil ... Misschien dat jullie er iets over kunnen zeggen? Maar die we, wat mij betreft, ook in de gesprekken aan de orde willen stellen, over twee maanden. Dan wil ik een van jullie weer het woord geven. De heer Bomius: Terechte vraag hoor. Als ik daar gelijk op inzoom. Het personeel, dat zit hem daarin dat er zorgen waren over het verplicht moeten werken ... Want je hebt natuurlijk vrijwillige mobiliteit binnen een organisatie en verplichte mobiliteit. OPOD is van 16 scholen naar Nestas 24 scholen gegaan. Waarbij OPOD, de D staat voor Dordrecht, alleen in Dordrecht zat en SKOBA ook scholen buiten Dordrecht heeft. Dat geldt nu ook voor Nestas.
Enerzijds die mobiliteit onderling. Kan jij verplicht worden gesteld om ... Je werkte op een openbare school, je moet naar een katholieke school en andersom. Het tweede was, kan je gedwongen worden om niet in Dordrecht, maar voor de regio of in de regio gesitueerd te worden? Ook hier speelt natuurlijk ook wel weer een belang rondom personeelstekorten. Ik ben ook wel heel benieuwd naar de reactie vanuit de bestuurlijke laag over dit stukje. Omdat dit eigenlijk een situatie 2022 is, is dit niet in de stukken van ’21 opgenomen en in het verslag, maar wel heel actueel. Een terechte vraag om daar zeker aandacht aan te besteden. Algemene beeld OPOD heeft u kunnen lezen. Financiële situatie is gezond. Zij komen overigens uit een zeer penibele situatie, pak hem beet, een jaar of zes, zeven geleden. Die tijden zijn voorbij. Dat gaat dan heel snel. Wat we hebben kunnen lezen, is dat OPOD bereid is en bereid is geweest om vooral te investeren in kwaliteit. Het is aan u misschien nog wel de vraag, wat is dan die kwaliteit? Wat brengt dat dan eigenlijk voor de organisatie? Daarvan zou je kunnen zeggen, dat komt niet overdreven naar voren in het strategisch beleidsplan, in het jaarverslag. Dat zou er best weleens te maken mee kunnen hebben dat het over heel veel scholen gaat. Het gaat over 16 scholen. Iedere school is anders.
Waar ben net 4 scholen Stedelijk Dalton en 1 school Johan de Witt, gaat het over 16 basisscholen. Ga dat maar eens generiek beschrijven. Daar zou best weleens een vraag over kunnen komen, of daar kunt u best een vraag over stellen. Topkwaliteit streven zij na. Ik weet inmiddels wel een beetje hoe zij dat vorm willen geven. Met kwaliteitsmedewerkers, met beleidsmedewerkers die over de scholen heen kijken. Maar het is best wel interessant om daar nog eens even specifiek op door te vragen, op welke metingen dat wordt gedaan. Dan zou u in uw achterhoofd kunnen houden, Nestas heeft 7 DLP-scholen, Dordtse Leerprogrammascholen. Dat is best wel een grote groep. Dat kan interessant zijn om daar de kruisbestuiving te zoeken van, hoe brengt u in kaart dat ... Doet u de goede dingen en doet u de dingen goed? Die vraag zit erachter. Vorige week noemden wij het meetbaar en merkbaar. What’s in a name? Maar goed, volgens mij is daar een gemeenschappelijk belang bij. Dan is er verder ook nog hier iets over bevlogen professionals, waarbij het lerarentekort als absolute prioriteit wordt aangeduid en zij eigenlijk heel erg inzetten op goed werkgeverschap. Ik weet niet of u dat ook zo eruit heeft gehaald, maar dat lees ik wel terug. Aantrekkelijk maken met een academy.
10
Begeleiding startende leerkrachten. Het binden van stagiaires, zijinstromers. Met name dat stukje startende leerkrachten is, denk ik, in elk gesprek wat u voert, die begeleiding, hoe geeft u dat vorm? Daar zit namelijk wel de sleutel om goede professionals te houden en te binden aan je organisatie. Dat geven landelijke cijfers ook terug. Daar zijn stichtingen en scholen echt zelf aan ... Die staan daar echt zelf aan de lat. Financieel gezien, het resultaat was voordelig. U weet inmiddels dat er ook het een en ander aan financiële middelen voor scholen binnenkomt, vanuit allerlei subsidies. Een hele goede vraag die hierin is opgesteld van, hoe houdt u nog overzicht op dat verhaal? Hoe brengt u daar een strategische keuze in aan? Dat geef ik verder nog mee. Dat is dan ook een stukje toekomstgericht. Dat is die derde ambitie eigenlijk. Heel interessant natuurlijk, hoe dat dan zich verhoudt in deze nieuwe organisatiestructuur, na de fusie, die zij hebben opgericht. Dat is interessant, denk ik. Ook omdat hier een nieuwe bestuurder, naast de bestuurder die er al was, is aangetreden. Nieuwe koers. De voorzitter: Dank je wel. Iemand anders nog een vraag. De heer Katif. De heer Katif: Dank je wel, voorzitter. Weer word ik getriggerd door het woord strategisch koersplan. Er werd gesproken over ’22-’26. Die heb ik niet gezien. Wellicht dat hij ...
Ik weet niet wanneer hij beschikbaar is? Is hij beschikbaar? Dan zou je daaruit alle ideeën kunnen distilleren vanuit een toezichthoudende taak, zoals wij die hebben. De heer Bomius: Ik heb het nog niet gezien. Ik weet dat ze ermee bezig zijn. Ik ben eind juni uitgenodigd voor een strategische beleidssessie bij Nestas. Dat ging heel erg over inclusief onderwijs. Dat is een belangrijke pijler. Maar het pakketje ligt nog niet op het matje. Zeer terechte vraag. 2022 heeft nog een aantal maanden, maar eigenlijk zou je hier al wel wat willen doen. Ik ga ervan uit dat ze die koers al hebben ingezet, maar het is goed als we dat kunnen lezen. De voorzitter: Dank je wel. Nog iemand anders die een vraag heeft? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik zit even te denken, omdat ... Dank u. In het stuk staan over die aanbevelingen voor het gesprek, wordt ook duidelijk genoemd de ouderbetrokkenheid en ook de opvallende afwezigheid van de jeugdzorg en het sociale wijkteam. Als ik dit in dit stuk lees, denk ik, mis ik eigenlijk ook wel bij het voortgezet onderwijs, want ook daar is het juist belangrijk, zeker op het Leerpark, om daar een soort centrum te hebben waar leerlingen gewoon kunnen binnenlopen. Is dat iets om dat ook echt nog nadrukkelijk te benoemen in het gesprek of komt daar nog iets van? De heer Bomius: Goede vraag. Mijn advies zou zijn om het inderdaad bij beiden te vragen.
Maar bij het primair onderwijs kunnen we er steviger naar vragen, omdat we dat vast hebben gelegd in de onderwijsvisie, samen met de bestuurder. Die stevige afspraken hebben we eigenlijk nog niet met het voortgezet onderwijs, maar dat willen we natuurlijk wel doen. De voorzitter: Helder. Dank je wel. Nog iemand anders? De heer Katif met nog een vraag.
11
De heer Katif: Een nabrander. Er wordt ook gesproken over risicoscholen, of risicoschool. Hoe worden wij namelijk als CTOO überhaupt op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen rondom zulke scholen, of een school? Dat vind ik nog wel een ... De heer Bomius: De term risicoschool is misleidend. Ik ga proberen dat goed uit te leggen. Een risicoschool is een school waarbij je van tevoren, op basis van cijfers, zegt, dit kan een school zijn die mogelijk risico’s heeft met hun doelgroep op leerachterstanden. Dat doen we op die openbare cijfers vanuit het CBS. Dat zegt helemaal niets over de kwaliteit van de school. Dat kan een uitstekende school zijn. Sterker nog, een topschool zijn. Omdat daar bevlogenheid is, men weet wat daar gebeurt. Dat hoeft niet te betekenen dat de resultaten top zijn. Wel als je hem misschien in het kader van de doelgroep of de omstandigheden vestigt. Dat zou een risicoschool kunnen zijn. Een andere risicoschool zou kunnen zijn, als het een negatief kwaliteitskader vanuit de inspectie heeft opgeleverd. Als deze school een onvoldoende heeft gekregen door de inspectie, met een stempel, aangeduid, deze school, hier hebben wij zorgen over, onvoldoende, risicoschool. Dan heb je het wel over kwaliteit. Dat is verwarrend. Dat is misschien wel iets om nog even naar te vragen.
Maar in Dordrecht praten we met name, als het gaat om risicoscholen, over de kwetsbare groep die daar aanwezig is. Dan blijven we weg van de kwaliteit van de scholen, want dat is niet aan anderen om te bepalen, maar dat is een open gesprek, wat mij betreft. De heer De Koning: Nog aanvullen daarop. Als er inderdaad door de inspectie iets wordt geconstateerd, dan begreep ik zonet dat u als raad daar ook over wordt geïnformeerd als CTOO, vanuit de inspectie? Ik zie geknik bij de griffie. De voorzitter: Mevrouw Van Poppel, u had nog een vraag, of niet? O, op die manier. Maar dan sluit ik dit punt af. Ter informatie 6. Brief aan gemeenteraad inzake openbaar onderwijs in de gemeente De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt. Eens even kijken. Punt 6, een brief aan de gemeenteraad inzake openbaar onderwijs in de gemeente Dordrecht. Er is een brief binnengekomen, is een al wat oudere brief, van een aantal maanden geleden, van de Vereniging Openbaar Onderwijs, waarin wij worden gefeliciteerd met onze aanstelling. Hartstikke mooi natuurlijk dat ze dat doen. Ik stel voor deze brief ter kennisgeving aan te nemen. Ja. 7. Aankondiging nieuwe voorzitter College van Bestuur Stedelijk Dalton Lyceum De voorzitter: Dan, punt 7, aankondiging nieuwe voorzitter College van Bestuur Stedelijk Dalton Lyceum. Mevrouw Van der Krogt is op 1 september, dacht ik, met pensioen gegaan.
Op dit moment is er iemand anders daar begonnen in die functie, als voorzitter van het College van Bestuur. Dat is de heer Rob Bijeman in ieder geval. Die is nu net een kleine week van start gegaan. Ook dit wil ik ter kennisgeving aannemen, denk ik, deze mededeling, wat mij betreft. Tenslotte
12
8. Rondvraag De voorzitter: Goed, zijn we bij punt 8. Rondvraag. Iemand nog iets voor de rondvraag? Dan begin ik even met geen opmerkingen of een toevoeging of wat ook. De heer De Heer? Niet. Mevrouw Van der Holst? Katif? Safranti? De heer Safranti: Buiten dat ik je wil feliciteren niks. De voorzitter: Dank je wel. Dat is heel aardig. Dank je wel. Het eten staat al klaar inderdaad. Mevrouw Van Poppel? Griffier niet? Mevrouw Kruger niet. Mevrouw Boom niet. Mevrouw Pichel niet. Prima. 9. Sluiting De voorzitter: Dan zijn we bij de sluiting. Ik sluit de vergadering. Dank u wel.
13
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG VRAGENHALFUUR GEMEENTE DORDRECHT D.D. 6 september 2022 Vergaderzaal 1 Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz Vragenhalfuur De voorzitter: Beste mensen, we gaan starten. Welkom allemaal bij dit eerste vragenhalfuurtje na het zomerreces. Fijn dat iedereen er is en welkom ook aan iedereen die op een andere manier met ons meeluistert. Het vragenhalfuurtje, wellicht is het overbodig dat ik het vertel, maar we behandelen hier tijdens dit vragenhalfuurtje vragen van fracties aan het college die politiek van aard zijn en zeker niet technisch zijn en over een actueel onderwerp gaan. Voor vandaag hebben we vier vragen. De afspraak is dat de indiener zelf één minuut de tijd krijgt om de vraag nog een keer toe te lichten. Iedereen heeft al kennis kunnen nemen van de vraag, dus de vraag hoeft niet meer opnieuw te worden gesteld. We zijn op tijd begonnen, we hebben zo’n zeven tot zeven en een halve minuut per vraag. Het mag ook korter. Dan heb ik de eerste vraag van vanavond is een vraag van Gewoon Dordt en … Mevrouw Wepster: Ik heb een verzoek of eerst even, of deze wat naar achter, want Rik is er nog niet.
De voorzitter: Ik krijg een verzoek om de eerste vraag, de vraag van Gewoon Dordt van de heer Kleinpaste, om die later aan de orde te laten komen omdat de heer Van der Linden nog niet binnen is en die wilde de vraag graag zelf… Hij had geen laadplek, ja dat zou zomaar kunnen. Dat herken ik ook wel, hoor, als we het daarover hebben. Dan wachten we even op de heer Van der Linden en dan gaan we naar de volgende vraag. Dat is een vraag van de PvdA en volgens mij gaat mevrouw Schnabel die vraag nog toelichten. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. In het NOS-nieuwsbericht van afgelopen zaterdag staat dat steeds meer mensen uit de schuldhulpverlening dreigen te vallen door hoge energiekosten. De prijzen zijn zo hoog geworden dat het voor mensen heel moeilijk is om nog aan die verplichtingen te kunnen voldoen. Wij vroegen ons af, kunt u vertellen in hoeverre dit ook in Dordrecht het geval is en wat hier aan gedaan wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vraag. Vanuit het college geef ik denk ik de heer Heijkoop het woord. Gaat uw gang. Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter dank u wel. Mevrouw Schnabel wijst op een zeer terecht punt. Een grote zorg in deze moeilijke tijden voor veel inwoners met lage inkomens en zeker mensen ook die in schuldtrajecten zitten.
Wij als gemeente proberen mensen te stabiliseren en vanuit die stabilisatiefase uiteindelijk ook te werken aan de schuldsanering. Om het te stabiliseren moet er wel een bepaald evenwicht zijn tussen
14
inkomen en uitgaven. Waar u op doelt is dat dat evenwicht eigenlijk gewoon wegvalt omdat er fors hogere uitgaven zijn, met name door die energiekosten. Binnen Dordrecht hebben nu al een paar inwoners die op het randje lopen. Er is nog niemand uitgevallen. We hebben iedereen nog wel binnenboord kunnen houden door heel creatief te kijken naar of je de schuldregeling kan aanpassen, of op andere manieren te kijken om ieder geval via bijzondere bijstand iets te doen. We zetten alles in om dat voor elkaar te krijgen, maar dit moet niet al te lang duren. Dus we zijn ook wel in gesprek met de NVVK, de landelijke koepel waar het gaat over schuldhulpverlening en ook wel met de Haagse politiek om hier wat meer verlichting in te geven. Want zeker met de huidige trend die gaande is, verwachten wij uiteindelijk dat wij het als gemeente niet meer kunnen bolwerken om uiteindelijk die balans te blijven behouden. Maar een heel concreet antwoord vraag, op dit moment zijn er nog geen mensen die uit de schuldregeling zijn gevallen. We zullen er ook alles aan doen dat te voorkomen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Voldoende antwoord op uw vraag, mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Ja, ik had nog een kleine aanvullende vraag. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Ik vroeg me af, mensen, die zeg maar buiten de Sociale Dienst om in de schuldhulptraject vallen, zijn die ook in beeld? De voorzitter: Wethouder, misschien nog een reactie daarop? Wethouder Heijkoop: Ik denk dat u dan doelt op private bewindvoerders en dergelijke. Ja, dat is een stuk kwetsbaarder, zeg ik heel eerlijk. Mij bereiken ook wel signalen van bewindvoerders die soms ook wat onzorgvuldig omgaan bijvoorbeeld met de energietoeslag. Die hem dan apart gaan houden waardoor er een disbalans ontstaat op de andere uitgaven. Daar zitten grote zorgen. Een deel van de bewindvoering doen we inmiddels ook zelf bij de Sociale Dienst. We hebben een aantal jaren geleden bewindvoerders in dienst genomen en dat loopt heel goed. Dan kan je veel beter de vinger aan de pols houden en ook andere instrumenten vanuit de Sociale Dienst inzetten. Maar wij hebben niet een volledig beeld op alle bewindvoerderstrajecten en formeel heeft de gemeente die rol ook niet. De rechter moet uiteindelijk bewindvoerders ook toetsen, maar hier zit wel degelijk een grote zorg. Voorzitter: Dank u wel. Ik denk zo voldoende, mevrouw Schnabel? Dan heb ik de volgende vraag en die komt vanuit GroenLinks, ook met betrekking tot de energiearmoede. De heer Burakçin, gaat uw gang. De heer Burakçin: Ja voorzitter, dank u wel.
Het kabinet heeft recent bekend gemaakt dat vanaf 2023 ingegrepen gaat worden om de koopkracht te herstellen en heeft extra geld toegezegd voor de gemeentes om vanaf volgend jaar mensen te helpen met bijzondere bijstand. Wij denken dat dat voor veel mensen te laat zal zijn. Daarom ook de volgende vragen. Is het college bereid, vooruitlopend op het extra geld van het Rijk, om met eigen middelen individuele mensen te helpen met bijzondere bijstand zodat het
15
later gecompenseerd kan worden met de extra bijdrage van het Rijk? De tweede vraag gaat over de energietoeslag. Inwoners van onze stad waarvan het inkomen onder de 120 procent van het wettelijk sociaal minimum ligt, krijgen binnenkort een extra energietoeslag toegekend. Onze gemeente heeft bij een eerdere toekenning ervoor gekozen om de toeslag op te rekken naar 130 procent van het WSM. De vraag is dus, is het college bereid om deze inkomensgrens wederom te verruimen naar minimaal 130 procent en mogelijk naar 140 procent van het WSM? De voorzitter: Dank voor de toelichting op uw vraag. De heer Heijkoop, denk ik. Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel. Ik moet de heer Burakçin een klein beetje corrigeren op zijn eerste zin. Het kabinet heeft nog niets bekendgemaakt. Er zijn wat coalitiefracties in Den Haag die hebben gelekt naar de media. Dat is net iets anders dan dat het kabinet echt al pakket heeft bekendgemaakt. Desalniettemin wijst het er wel degelijk op dat er een fors koopkrachtpakket komt waarbij er ook wat abstract wordt gesproken over flankerend beleid vanuit de gemeente. Nou is het zo dat ik wel zeer sterke signalen heb, dat gemeenten inderdaad voor de jaren 2023 en 2024 extra middelen krijgen, die ze kunnen inzetten om ook dit leed te verzachten. Wellicht ook via de bijzondere bijstand.
Het kabinet is er ook eigenlijk wel veel aan gelegen, en dan kijken ze ook herhaaldelijk naar de gemeenten om ook dit jaar nog iets te doen. Zelf krijgen ze niets voor elkaar. Hun uitvoeringsorganisaties kunnen pas in actie komen vanaf volgende kalenderjaren. Gemeenten zijn daarin flexibeler en wij kunnen via de bijzondere bijstand al het nodige doen. Ik zeg u toe dat wij dat ook gaan doen. Ik voel in ieder geval voldoende comfort dat het geld er ook komt en wij zullen dat ook doen door de bijzondere bijstand, waar je in principe criteria hebt, om daar toch nog veel meer maatwerk toe te gaan passen. Ook mensen met hogere inkomens die aantoonbaar in zwaar weer zijn beland doordat de uitgaven op geen enkele manier meer in relatie zijn te brengen tot de inkomsten, dat we daar gaan ondersteunen. Tegelijkertijd kunnen we niet iedereen helpen. We gaan echt goed kijken naar waar is de nood het hoogst. Mensen die zich melden die er echt doorheen zakken, gezinnen die het niet meer bolwerken, die gaan we helpen. En naar de toekomst toe gaan we ook wel kijken of we de bijzondere bijstand op onderdelen moeten gaan bijstellen. Maar ik heb al wat financiële vingeroefeningen gedaan en dan gaat het echt over enorme bedragen. Op het moment dat de groep tot 120, 130, 140 procent WSM zich gaat melden en je gaat met wat percentages rekenen. Dus we moeten daar wel zorgvuldig mee omgaan.
Maar ik zeg u toe, inderdaad, dat wij al dit jaar het nodige gaan doen. Dat is ook het bruggetje naar de energietoeslag. U heeft begrepen dat aan gemeenten gevraagd is om een extra tranche over te maken. Dat hebben we al gedaan voor alle mensen die het eerste bedrag van 800 euro hebben gekregen. De tweede tranche hebben zij ook ontvangen. Tegelijkertijd hebben we nog geen besluit genomen over die extra doelgroep. Het Rijk vraagt ons om deze regeling uit te voeren voor de doelgroep tot de 120 procent van het Wettelijk Sociaal Minimum. In het algemeen bestuur hebben we besloten voor de zomer om in Dordrecht, in de Drechtsteden iets extra’s te doen tot 130 procent Wettelijk Sociaal Minimum. De financiële consequenties daarvan dragen wij zelf als gemeente, en die overstijgen het miljoen, dat gaat echt over best wel fors geld. Aanstaande donderdag spreken wij opnieuw in het algemeen bestuur en dan gaan we ook over die groep opnieuw een afspraak maken. Ik hoop dat we daar in gezamenlijkheid uitkomen, maar het zal ook zomaar kunnen dat misschien een aantal gemeenten binnen de Drechtsteden
16
daar wat andere keuzes in gaan maken, maar dan hebben we het over 130 procent WSM. Ik ben wel eerlijk naar u, dat tot 140 nog verder verruimen, dat heeft zulke enorme financiële consequenties, dat kunnen wij op dit moment echt niet dragen. Maar ik zeg u wel toe, alle middelen vanuit het Rijk die hiervoor bedoeld zijn zullen wij sowieso voor deze doelgroep inzetten. Deze gemeente kennende doen wij echt nog wel wat extra’s, zeker ook omdat er volop middelen vanuit het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld. Binnen twee weken ligt denk ik al volgende week in het college komt er ook voorstel armoede naar toe daar toch ook weer op verschillende minimaregelingen toch ook weer het nodige te doen. De voorzitter: Dank u wel wethouder Heijkoop. Voldoende antwoord op uw vraag? Prima. Ik zie dat wethouder Van der Linden binnen is en dan ga ik terug… De heer Wringer: Voorzitter, mag ik nog een korte vraag stellen over dit onderwerp? Over de armoede? De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. De heer Wringer: Ik heb vanochtend de Burap doorgenomen en daar staat, u heeft al een paar keer gemeld de bijzondere bijstand, daar zit een potje van 124.000 euro in, waarbij maar 6.000 euro maar gebruikt is. De andere 118.000 zal volgens mij terugvallen in de algemene middelen. Is het niet beter om gewoon dat potje te houden en daar de Dordtse minima mee te ondersteunen? De voorzitter: De wethouder.
Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter we gaan alle potjes nog eens goed op een rij zetten. Ook vanuit het coalitieakkoord zijn er verschillende potjes, potjes op armoede, potjes op minimaregelingen. We willen het allemaal met elkaar in verbinding brengen. De energietoeslag waar ik net aan refereerde is ook een vorm van bijzondere bijstand. Daar lopen we een groot tekort op en uiteindelijk moeten we met u als raad gaan spreken ook bij de voorbereiding, bij de begroting 2023- wat uiteindelijk onze inzet wordt. Als het gaat over middelen die geoormerkt zijn voor deze doelgroep, dan ben ik het met u eens dat ook voor deze doelgroep moeten behouden. Maar in zijn algemeenheid denk ik dat we als gemeente echt kunnen stellen dat we onze riemen vast moeten houden want de afgelopen weken zijn er heel veel zaken in de versnelling gekomen, en niet op de goede manier. Dus ik denk dat u een terecht appel doet om die middelen te behouden en wij zullen daar in het college ook over spreken, ook met u, raad, en van daaruit ook onze inzet voor de komende jaren bepalen. De voorzitter: dank u wel voor die nadere toelichting en ook voor de gestelde vraag. Zoals ik al zei, wethouder Van der Linden is binnen en we zouden beginnen met de vraag van Gewoon Dordt, de heer Kleinpaste die gaat een toelichting geven op die vraag. De heer Kleinpaste: Dank u wel voorzitter.
In de kortst mogelijke samenvatting is er een uitspraak van de Hoge Raad, die zegt een plek waar je een elektrische auto kunt opladen is eigenlijk primair een parkeerplek en als je parkeergeld betaalt, dan is dat oké. Dan mag je er staan en dat leidt tot het fenomeen laadpaalkleven. We hebben daar drie
17
vragen over gesteld. De vraag is of het college daar een opvatting over heeft en of het college met Gewoon Dordt van oordeel is dat laadpaalkleven ongewenst is omdat hierdoor de druk op de beschikbare laadpalen enorm negatief wordt beïnvloed terwijl één op de drie nieuwe auto’s tegenwoordig al een stekker heeft. En kan, en/of wil het college de gemeenteraad een voorstel doen, hoe dit fenomeen is aan te pakken? Door het bijvoorbeeld in de APV daadwerkelijk te verbieden zodat laadpalen effectief en efficiënt gebruikt kunnen gaan worden. De voorzitter: Dank voor de toelichting op de vraag. Ik ga naar wethouder Van der Linden. Wethouder Van der Linden: Ja dank, dank voor de vraag. Ja, laadpaalkleven is inderdaad een woord dat sinds een paar jaar opkomt en we hebben ook kennisgenomen van het Artikel. Als je kijkt naar de cijfers die we kennen vanuit de laadpaalexploitanten dan is het nu in Dordt geen groot probleem. Natuurlijk, af en toe is er een auto die staat wat langer dan dat hij aan het laden is, maar tot nu toe is het geen heel groot thema bij ons. We houden het wel uitdrukkelijk in de gaten want, zoals u zelf al zei in de inleiding, de parkeerruimte is natuurlijk beperkt bij ons en de parkeerdruk is groot. Ook op die plekken waar geen laadpaal staat. Dus dat willen we wel voorkomen.
Is het nou in de toekomst een groter het probleem? Gek genoeg niet alleen, want we gaan toe naar een situatie waarin auto’s ook energie terugleveren aan het net en dat zou je ook kunnen gaan winnen met elkaar. Dan blijft wel de vraag, dan blijft het uitgangspunt dat je wel voldoende demand moeten hebben tussen de gevraagde parkeerruimte en het gebruik. Dus op dit moment zou ik niet willen adviseren om dit in de APV te reguleren. Tot zover. De voorzitter: Dank voor het antwoord. Vraag voor u voldoende beantwoord, of… De heer Kleinpaste: Hij is voor nu voldoende beantwoord en we gaan er eens even rustig over nadenken wat we ermee kunnen. Wethouder Van der Linden: Daar was u al mee bezig, zag ik. Ik zag het gebeuren. De voorzitter: Hartstikke goed. Als de vraag zou voor iedereen zo voldoende is beantwoord, dan ga ik naar de laatste vraag. Die is van Beter Voor Dordt en de heer Wringer gaat er een toelichting op geven. Gaat uw gang. De heer Wringer: Ja, dank u voorzitter. We lazen in het Algemeen Dagblad dat er geen elektrische pont komt tussen Dordrecht en Werkendam. Dat vinden wij erg jammer, maar wat heeft dat betekend voor de continuïteit van de verbinding en eventuele financiële consequenties voor onze stad. Wanneer kunnen we een plan verwachten voor een elektrische of misschien wel een waterstofveerpont. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van der Linden.
Wethouder Van der Linden: Dank u wel. U doet de woordvoering vanuit uw fractie wel recht, inderdaad. Ik moest even aan een voorganger denken, zeker, u kent hem allemaal nog. U begint met er komt geen elektrische pont, maar dit is wel de ambitie van het vorige maar ook van dit college om de pont te verduurzamen. En dat kan inderdaad heel
18
goed elektrisch, dat weten we ook van allerlei andere verbindingen. Deze is niet zo klein als heel veel andere pontjes en ook niet zo groot als heel veel anderen, maar het moet gewoon kunnen. Waterstof zou ook een optie kunnen zijn, daar zijn natuurlijk ook wel ervaringen mee. Dat gaan we uitwerken. Om even bij het begin te beginnen, hoe zit het met de continuïteit? Die is geborgd. Amigo voert de dienst uit tot we kunnen afronden. Dat gaan we ook doen, want dat is een afspraak die we hebben gemaakt bij het aangaan van het contract. Er komt een elektrische pont, ja die komt niet, dus dan ontbind je de samenwerking. Dat gaan we netjes doen naar allebeide partijen, met een advocaat er bij die ook voor ons in beeld gaat brengen wat de consequenties zijn. Intussen gaan we wel nadenken over hoe gaan we hierin verder. Er zijn allerlei opties, qua techniek is de wereld natuurlijk twee, drie jaar verder. We kunnen natuurlijk ook nadenken over de samenwerking die we dan op willen tuigen, of dat we misschien zelf een aantal dingen willen organiseren. Dat zal denk ik eind van het jaar, of heel misschien begin 2023 zijn dat we daar met of een RIB of een raadsvoorstel kant komen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Voldoende beantwoord voor u? De heer Wringer: Ja, we wachten de informatie af. De voorzitter: Dank u wel.
Zijn er nog andere mensen die daar nog een vervolgvraag op hebben? Je hebt nog een vraag? Wethouder Merx heeft nog een vraag, dat is heel bijzonder. We hebben nog wat tijd, dus als we de vraag kunnen afronden zoals die gesteld was door Beter Voor Dordt, dan ga ik nog even naar de heer Merx. Ga uw gang. Wethouder Merx: Ja, dank u wel voorzitter. Mijn vraag is eigenlijk gericht aan alle raadsen commissieleden. Binnenkort start de Sportweek waar wij als Dordrecht een van de vier gaststeden zijn. Er zijn een paar congressen die ongelooflijk interessant zijn voor u, maar waar nog niet zo heel veel mensen zich hebben aangemeld. Dat kan ik me helemaal voorstellen, u heeft allemaal in reces gezeten, met andere dingen bezig geweest. Maar ik wil u graag oproepen om naar het programma te kijken, dordtsport.nl. De griffie heeft het ook rondgestuurd en meldt u zich aan als u ook maar enige interesse heeft in sport -en dat heeft u, dat weet ik- voor congressen en andere aangelegenheden. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Mooie oproep, wat mij betreft wel buiten de orde van dit vragenhalfuurtje. Ook richting uw collega’s, dit is niet de bedoeling van het vragenhalfuurtje. Maar de vraag die ligt er nu. We zijn nog ruim op tijd. Ik dank u voor uw aandacht en wens u een goede vergaderavond.
19
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING DORDTSE DINSDAG VAN BEANTWOORDEN ARTIKEL 40 VRAGEN M.B.T. WEIZIGT, RV INZET AV GERESERVEERDE MIDDELEN DORDTS LEERPROGRAMMA, GEMEENTE DORDRECHT D.D. 06 september 2022 Vergaderkamer 1
10.Beantwoorden artikel 40 vragen PvdA, SP, GroenLinks en VSP Herinrichting Weizigtpark – Antwoordbrief artikel 40/41 Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: dhr. Boom Verslag: NotuBiz Insprekers: dhr. Steeg, mevr. Smeele, dhr. Kuhlmann, dhr. Fraterman, mevr. De Mul, mevr. De Boer, mevr. Bouma De voorzitter: En zo zit iedereen me vol spanning aan te kijken. Goedenavond dames en heren. Deze commissie gaat over even kort gezegd het Weizigtpark. En er is van alles en nog wat ik u wil meegeven et cetera, maar we beginnen natuurlijk even om alle namen te noemen van degene die van plan zijn om woordvoeringen te doen. Nee, ik begin met iets anders, want naast mij zit voor de gelegenheid Boom - het is leuk bij het Weizigtpark - een nieuwe commissiegriffier, Hessel Boom. Het is je eerste kunstje vanavond, dus we gaan het hem lekker moeilijk maken gelijk. Nee, maar daar is hij wel tegen bestand denk ik, maar het is toch fijn dat je erbij bent, en de reden waarom is dan weer minder fijn. Maar goed, het is goed dat we ... We hebben vanmiddag kennisgemaakt dus we hebben het een beetje voorbereid, dus we hopen dat we ook weten wat we vandaag gaan doen. Links. Ik ga even eerst met de politici beginnen, want er zitten drie dames die gaan inspreken. Zitten er dan in de buitenring nog mensen die actief deel gaan nemen? Nee? Oké prima.
Dan zijn dit de namen die voor het verslag handig zijn voor de griffie en de notulist. Er zijn vandaag zes insprekers en die hebben we verdeeld in twee groepjes van drie. De eerste drie dames zitten links en die zal ik zo meteen introduceren. En de toelichting voor waarom we deze vergadering hebben is dat PvdA, SP, GroenLinks en VSP vragen gesteld hebben, alsmede ook de Partij voor de Dieren vragen gesteld hebben. En de antwoorden gaven hun aanleiding om dit te willen bespreken in een beeldvormende sessie. En de politieke vragen die daarbij gesteld zijn ga ik even … Het is een heel verhaal dus ik moet af en toe heel even omslingeren. Moet de gemeente bij herinrichting een standaard bekendmaking maken op locatie plaatsen, en moet de gemeente bij aangevraagde kapvergunningen informatieve linten om de betreffende bomen hangen? Nou, deze twee vragen, daarop is het geagendeerd. Ik kan u wel vertellen dat in de vragen die gesteld zijn deze vragen al beantwoord zijn dus … Nee, wij agenderen hier een onderwerp aan de hand van politieke vragen en dit zijn de vragen die vanuit de agendacommissie zijn doorgegeven als zijnde op basis waarvan we dit bespreken.
Er zijn verder een heleboel vragen gesteld en de beantwoording … Mag ik even mijn verhaal afmaken? De beantwoording van alle vragen die gesteld zijn, dus zowel die van de PvdA, VSP, SP en GroenLinks als die van de Partij voor de Dieren - dat waren er een heleboel daar zijn antwoorden op. Ik verwacht dus dat u nieuwe vragen zult stellen en niet deze vragen, want die zijn al gesteld. Dus u komt met nieuwe vragen, en nou ja goed, dat dus,
20
die nog niet gesteld zijn in ieder geval. Is dat zo duidelijk, mijnheer Damen? Wilt u even uw microfoon aanzetten, alstublieft? De heer Damen: Ik ben het volledig niet met u eens. Ik vind dat alle vragen die al gesteld zijn en waarop antwoorden gegeven zijn door het college dat die ook aan de orde zijn. De voorzitter: Een beeldvormende sessie is ervoor bedoeld om een beter beeld te krijgen van een situatie. En u heeft al een heleboel vragen gesteld waardoor u al een beter beeld van de situatie heeft gekregen. Mijn verzoek is dus om u te beperken tot vragen die nog niet gesteld zijn. Daar is een beeldvormende sessie voor. De heer Damen: Ja, en als ik niet tevreden ben met de antwoorden die ik gekregen heb dan kan ik daar ook een beter beeld over willen. De voorzitter: Dan kan u die vraag opnieuw stellen, krijgt u waarschijnlijk hetzelfde antwoord, maar prima dat kan u doen. Dus iemand vragen? Mijnheer Hartmeijer? De heer Hartmeijer: Ja, ik heb nog wel op basis van de antwoorden die we van het college gekregen heb ik nog wel vervolgvragen, dus nieuwe vragen aan de wethouder. Dus dan is het even de vraag de structuur van de vergadering, want we hebben ook vragen van de Partij voor de Dieren over communicatie. Dus wat is even handig om het misschien even in tweeën te splitsen, want ik hecht wel waarde aan een beetje structuur in de vergadering.
De voorzitter: Nou, ik eigenlijk helemaal niet, zoals u merkt, dus we gaan … Nee, prima. Maar we beginnen zoals altijd met de insprekers. Die heb ik aangekondigd, dus daar nemen we eerst de tijd voor en vervolgens schakelen we dan over op het stellen van nieuwe vragen die nog niet gesteld zijn, en die een vervolg kunnen zijn natuurlijk van de vragen die u al wel gesteld heeft. Ik vraag u alleen om de vragen die al gesteld zijn niet te herhalen. En als u dat wel wil doen, prima, alleen ik ben bang dat u dan dus hetzelfde antwoord krijgt. Dat is het eigenlijk. En ik hou er rekening mee dat bij een beeldvormende sessie in principe geen wethouders aan het woord komen. Die zijn wel aanwezig dus ze luisteren mee, maar dat is niet de opzet van een beeldvormende sessie. Goed, over naar de insprekers. Verdeeld zoals ik zei in twee groepjes van drie. En nu heb ik niet de namen, een-twee-drie bij de hand. Ik weet dat het mevrouw Smeele is. Ik weet dat het mevrouw De Boer is, en Bouma. Klopt. Ja, excuus. Ik moet dat echt eventjes opzoeken en dat stond hier niet. U had ook een voorkeursvolgorde heb ik begrepen? Ik dacht dat mevrouw Smeele zou beginnen. En ik wil u vragen om goed te luisteren. We gaan eerst de drie insprekers aan het woord laten en u kunt dan daarna vragen aan hun stellen.