CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05-24 Notulen Dordtse Dinsdag (1).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 5 juli 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 10, 17, 24 mei en 14 juni 202254.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

58

ontwikkelaar geen harde toezeggingen gedaan, maar er is wel medewerking toegezegd. En er is een voorkeur uitgesproken om aan te sluiten bij het woonbestemmingsplan Stadswerven. Voorzitter, het proces is goed verlopen. Volgens het project van de ontwikkelaar zullen flinke wijzigingen plaatsvinden aan het pand en wij zien daar ook geen probleem in. Dat is in het verleden ook mogelijk geweest bij het stadsarchief, enzovoort. Dank. De voorzitter: Dank u wel. U stemt daarmee zeg maar vooralsnog in. Dan ga ik naar mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. De PvdA kan instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Nou, mijnheer Struijk. Ja jongens, dadelijk zijn we om half negen al klaar. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, korter dan mijn buurman dat kan ik het niet maken denk ik. Er zijn hele mooie dingen al gezegd waar ik van harte mee kan instemmen, met name ook het proces zoals dat gegaan is. Ik heb het van nabij meegemaakt, ik vind dat de ontwikkelaar heel ver gegaan is. De inspraak, het compromis wat er uiteindelijk uitgekomen is. Ja, dan ben je nooit helemaal tevreden, maar ik denk dat dit een heel mooi compromis is. Ik wil nog wel een opmerking maken over wat de inspreker de vorige keer zei. Hij had het over van: ja, nu komt er een woontoren. Nou, ik fiets elke dag langs de Overkampweg, dat vind ik woontorens.

Ik vind dat je dit 50 kV gebouw met aanbouw geen woontoren kunt noemen. Dus dat vond ik wel een beetje overdreven. En ook de inkijk, als je op een balkon gaat zitten dan kijk je recht naar voren normaal gesproken, tenzij je een bepaald type bent. Dus ik denk dat de inkijk best wel mee zal vallen. En waarschijnlijk gezien de ligging van de huizen ten opzichte van de zon in Schaarweide hebben ze allemaal hun terrassen tegen de schuur aan, zodat ze richting hun eigen huis kijken. En dan zit je keurig buiten zicht. Dus wat ons betreft is dit een prima plan en ik hoop dat er zo snel mogelijk gebouwd kan gaan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Dan toch maar het eerste afwijkende geluid. Wij zijn tegen dit plan. En daarbij hebben we een aantal overwegingen. Wij vinden echt dat het plan zoals het hier ligt op dit perceel niet past, te krap is en problemen veroorzaakt. We hebben ook moeite met het feit hoe dit monument precies wordt veranderd, aangepast. We zijn niet tegen het feit dat monumenten soms kunnen verbeteren, beter kunnen worden door er wel iets aan te doen. We hebben wel behoefte aan een afwegingscriterium of aan een wegingskader waarlangs je ook over monumenten op die manier kunt nadenken. Want ieder gebouw is wellicht uniek, dat staat ook in het antwoord van het college.

Maar het unieke van gebouwen mag niet tot willekeur in het aanpassen van een bestemmingsplan of in het omgaan met monumenten leiden. Dus we hebben wel degelijk behoefte aan een wegingskader. Gaan we het rondje afmaken of gaan we het debat beginnen? De voorzitter: Ik denk dat er een interruptie is.

59

De heer Van der Kruijff: Ja, ik had namelijk een vraag. Aan wat voor afwegingskaders denkt u? Kunt u een paar voorbeelden geven waar dit aan zou moeten toetsen? De heer Kleinpaste: Nou ja, ik heb niet heel concreet nagedacht over hoe we het afwegingskader zouden moeten formuleren. Maar het verbaast mij dat er bijvoorbeeld een pandje op de Kalkhaven staat waar geen millimeter in veranderd mag worden, terwijl er ook monumenten zijn waarin een hele forse uitbouw mag worden gepleegd. En ik ben niet tegen de uitbouw van monumenten. Er zijn monumenten in Nederland en in Dordrecht waar dat heel goed gebeurd is. Maar ik vind wel dat we moeten nadenken over de wijze waarop we dat doen. Je kunt denken aan bij gelijkvormige gebouwen of gebouwen met eenzelfde historie, dat je ook in de aanpassingen een zekere gelijkmatigheid toepast. Dus als je lange extra gevelopeningen toestaat in het kV-13 gebouwd, dan is dat misschien ook handig in het kV-50 gebouwd of in het kV-150 gebouw. Dus je kan kijken of je vanuit de historie van panden of hun oude functie ook kunt bedenken of je in het aanpassen van de monumenten daar een lijn trekt. De voorzitter: Dat was een verhelderende vraag, die sta ik toe. Maar we gaan niet nu, die discussie gaan we dadelijk doen toch. Ja, die gaan we dadelijk doen, want anders hebben we niets meer te bediscussiëren. Mijnheer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Ik wou er een slotopmerking bij maken wat ook in onze afweging heeft meegespeeld. Wij vonden echt, en dat vinden we een gemiste kans in de manier waarop de planvorming is gegaan. Was dit gebouw gelijktijdig ontwikkeld met bijvoorbeeld de aanleg van Schaarweide, dan hadden die plannen veel beter op elkaar afgestemd kunnen worden. En dan was er een betere situatie ontstaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik moet het even uit mijn hoofd doen, want mijn verbinding begeeft het al de hele avond. Dus ik hoop dat ik alles weet. Wij kunnen sowieso instemmen met dit plan. Wel een aantal opmerkingen daarbij, ten eerste met betrekking tot de inspreker die hier is geweest. Dan denk ik dat daar heel goed naar geluisterd is, de aanpassingen zijn gedaan. Ik denk dat dat goed is gegaan. En vooral, wij zijn natuurlijk niet bij dit hele proces betrokken geweest. Maar van wat we zo hebben gelezen en hebben gehoord merken we dat eigenlijk de argumenten die zijn gegeven, ja, niet heel veel draagkracht hebben. De argumenten die worden gegeven, om als voorbeeld te geven geluidsoverlast. Ja, ik denk dat geluidsoverlast met 12 verdiepingen net zoveel is als met elf verdiepingen, dus dat zijn niet de juiste argumenten. Maar ik denk wel dat het goed is om deze insprekers gewoon de kans te hebben gegeven dat ze gehoord worden.

En de plannen zijn natuurlijk ook wel degelijk gewijzigd naar aanleiding van de insprekers. Een opmerking waar ik me iets minder in kan vinden, dat heeft te maken toch wel met het ontwerp. Dat is misschien een beetje het esthetische van het stukje van de aanbouw. Ik weet niet of dat helemaal het definitieve plan is, maar ik vond dat niet geheel passen bij het gebouw. En nogmaals, misschien zijn dat de tekeningen die ik tot dusver heb gezien en heb ik niet het hele plan gezien. Maar daar zou ik esthetisch toch misschien nog heel scherp naar kijken om het iets beter aan te laten sluiten dan wat ik nu heb gezien. Maar verder steun. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Noldus.

60

De heer Noldus: Ja, dank voorzitter. Voor mij ook vanavond geen hele andere toon die eerder is gehoord hier. Dus ik ga me aansluiten bij een aantal andere sprekers. Het was wat ons betreft een goed plan zoals het voorligt. Zonder duurzame invulling van dit pand, ja, is er ook eigenlijk geen toekomst voor de monumenten als er geen direct gebruiksdoel op zit. Inspraak ging ook vooral over bouwhoogte. We hebben daar een paar maanden geleden ook al gezegd in een consulterende ronde nog in de oude raad dat het ontwerp en het doel niet per sé beter lijkt geworden nu er een laag af is. Maar wel in die zin te prijzen voor het hele participatieproces, ook wat hier al een paar keer benoemd is, waarbij de ontwikkelaar, gemeente en de bewoners elkaar hebben gevonden en ook echt verschillende toegiften gedaan zijn. Inclusief die set back, waardoor de optische hoogte nog iets lager is dan die 20 meter die op het hoogste punt bereikt wordt. Dus daar ook wederom complimenten voor. Nou, de invulling met de woningbouw lijkt ons een hele logische en nodige ook in de ambitie die we voorstaan. En in dat kader hebben we aangegeven is juist ook het missen van die extra laag op zich een gemis. De voornaamste zorg die wij nog zien is het risico dat de ontwikkeling na het eventueel vaststellen van het bestemmingsplan alsnog langdurig in de ijskast komt.

Volgens mij zijn we vooral gebaat bij een ontwikkeling die echt van start gaat. En niet alleen een bestemmingsplan wat gewijzigd wordt. Dus ook eigenlijk de vraag aan de wethouder, aan het college: welke instrumenten kunnen we ook inzetten om binnen de procedure of binnen de plannen sturend dan wel dwingend hierop bij te helpen? Want dat is eigenlijk het voornaamste risico wat wij daar nog bij zien. En voor de rest een positief plan. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer had een verhelderende vraag. De heer Van der Meer: Ja, een verhelderende vraag aan mijnheer Noldus. Waardoor in zijn ogen zou het in de ijskast belanden, dit project? De heer Noldus: Nou, ik heb niet direct een reden waardoor ik denk dat het in de ijskast gaat belanden. Maar het is best wel een complexe ontwikkeling, dat hebben we in de toelichting ook gehoord twee of drie weken geleden. Qua bouwnormen, we zitten ook in een redelijk gekke woningmarkt met ook een gekke crisis op verschillende fronten. Ook qua bouwkosten, qua energie, et cetera. Dus er zijn best wel wat dingen waarvan ik zeg: nou, dat zijn wel wat spannende aspecten. Het zou wel belangrijk zijn dat na het vaststellen van het bestemmingsplan ook echt snel een ontwikkeling hier krijgen. Want bij een leegstaand monument wordt niemand er beter van, of het bestemmingsplan nu wordt aangepast of niet. De heer Portier: Voorzitter.

De voorzitter: Ook een verhelderende vraag? De heer Portier: Ja, even aan mijnheer Noldus. Ja, het is een plan van een projectontwikkelaar. Kijk, wat wij nu doen is het bestemmingsplan vaststellen. Maar u beseft toch wel dat als de projectontwikkelaar denkt van: nou, ik kan nog beter twee of drie jaar wachten. Dan is dat gewoon een feit. U beseft toch wel dat we daar als gemeente eigenlijk weinig aan kunnen doen. Ja, of we zouden zelf dingen moeten gaan ontwikkelen. Maar zelfs als we dat zouden doen moeten we ook nog kijken of er inderdaad een aannemer beschikbaar is. Dus er kunnen altijd tegenslagen zijn. Ziet u dat

61

anders? Ziet u middelen waarmee we vast zouden kunnen leggen dat het binnen een x tijd ontwikkeld zou moeten worden? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Nee, voorzitter, ik zie daar precies de achtergrond van de vraag zoals we hem stellen. We zien dat precies zo. Ja, nee, punt. De voorzitter: Nou ja, dan ga ik u toch ook toestemming geven, mijnheer Gündogdu. Gaat uw gang. Verhelderende vraag. De heer Gündogdu: Verhelderend, voorzitter. Dank u wel. Ja, mijnheer Noldus noemde dat in een bijzin, maar gaf u zojuist aan dat u het enorm jammer vond dat de ontwikkelaar een bouwlaag eraf heeft gehaald van dit gebouw? Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Nou, in die zin dat zowel esthetisch als qua het aantal woningen wat er in past, dat hebben we een paar maanden geleden gezegd, dan lever je daar natuurlijk wel wat op in. Esthetisch is overigens een opvatting daarin. Dus dat is niet per sé beter geworden, hebben we ook een aantal maanden geleden aangegeven. Wel te prijzen voor de mate waarin de participatie en de bewoners in de samenwerking daar ook echt in gehoord is. En de ontwikkelaar daar invulling aan heeft gegeven. De voorzitter: U heeft het goed gehoord. Dat was hem, mijnheer Noldus? Mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten: Ja. Nou, persoonlijk vind ik de aanbouw zoals die op papier staat foeilelijk, maar daar gaat de raad niet over.

Ik hoop en verwacht dat er voor de huidige buurtbewoners de vleermuizen een andere oplossing gevonden kan worden. En daarom kunnen wij verder instemmen met het plan. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren is voorstander om bestaande leegstaande bebouwing slim te benutten. En het transformeren van dit 50 kV gebouw is hier dan ook een goed voorbeeld van. Het herbestemmen van dit gemeentelijke monument zorgt ook voor het behoud van een cultuurhistorisch pand voor de lange termijn. Er zijn wel twee punten die de Partij voor de Dieren graag in het project terug zou willen zien, die helaas binnen de huidige wet- en regelgeving niet binnen een bestemmingsplan te regelen zijn. Allereerst zien wij binnen dit plan graag een combinatie van betaalbare huur- of koopwoningen in het duurdere segment. En ook hadden wij gehoopt op wat meer ambities als het gaat om natuur-inclusief bouwen. En het doel van natuur-inclusief bouwen is niet alleen om die biodiversiteit om de omgeving te behouden, maar ook te beschermen en zelfs te verbeteren. Wij hopen dan ook dat de ontwikkelaar samen met de ecoloog komt met voor deze locatie passende maatregelen. We waren bijvoorbeeld erg enthousiast door de maatregel om van de toegepaste verlichting, om zo lichtverstoring te voorkomen. En we vragen dan ook aan de

62

ontwikkelaar, ik had gehoopt dat die erbij was, om deze zaken serieus te overwegen bij de verdere ontwikkeling van het plan. Dank u wel. De voorzitter: Ik weet zeker dat de ontwikkelaar het gehoord heeft. Hij zit rechts van u. Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. In het plan zoals het nu op tafel ligt wordt het gemeentelijke monument natuurlijk uiteindelijk aangetast. Met name vanaf de westelijke kant gezien zie je straks heel weinig meer van dat gemeentelijke monument. Dat is op zich een verliespunt. Maar daar staat tegenover dat er nu iets met dat gebouw gaat gebeuren. En het alternatief om er geen woningen in te maken roept de vraag op: wat gaat er dan met dat gebouw gebeuren? En de kans op verloedering lijkt ons dan erg groot. Gegeven een keuze voor om er woningen te maken zien wij niet een alternatief waarbij geen enkele uitbouw nodig is. Wij hebben een zeer nadrukkelijk een compliment voor de wijze waarop met de bewoners van Schaarweide in gesprek is getreden en aanpassingen zijn gedaan. Daar is ook uit het oogpunt van behoud van het monument en de zichtbaarheid daarvan beter geworden.

En daarom kunnen we met enige aarzelingen instemmen met de wijziging van het bestemmingsplan, met daarbij wel de opmerking aansluitend bij mijn linkerbuurvrouw dat de aanpassing aan de groene omgeving en de biodiversiteit daar met natuur-inclusief bouwen heel erg belangrijk is. Maar ik heb in de eerste beeldvormende bespreking begrepen dat de ontwikkelaar daar ook heel nadrukkelijk oog voor heeft en vorm aan wil geven. En ik juich dat heel erg toe. Dat zou bij al dit soort projecten zonder meer vanzelfsprekend moeten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Nou, er is al heel veel gezegd, ik zal het kort houden. Ook wij zijn voorstander voor dit project. Het is een mooi binnenstedelijk ontwerp. We hebben de woningen nodig. Ja, wat misschien nog een opmerking is, is dat de zijkant van de balkons die het dichtstbijzijnd bij de tuinen zitten met ondoorzichtig glas. Dan moet je echt over de leuning hangen om de tuinen in te kijken. Misschien is dat nog een optie. Wij hopen ook dat dit project snel van start gaat, niet dat het een ANWBkantorenproject wordt, wat al jaren leegstaat en nog niet ontwikkeld is. Dus we hopen dat het snel gebouwd gaat worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij iedereen gehad. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor ergens voorzitter.

Ach. De heer Stolk: Ja, ik was iets later binnen. De voorzitter: Ja, sorry, gaat uw gang. Ik was even in de veronderstelling dat iedereen die het woord wilde voeren hier zat. Maar gaat uw gang, mijnheer Stolk. De heer Stolk: Altijd het laatste en misschien wel het beste. Voorzitter, de VSP heeft het plan van de 50 kV besproken in de fractie. Alles afwegende vinden wij het project uitstekend. De projectontwikkelaar heeft veel moeite gedaan om de omwonenden

63

tegemoet te komen. De laatste inspreker van vorige week heeft nog aangegeven dat het goed leven was met dit gebouw. De VSP kan dan ook de vraag om een woonlaag eraf te halen niet honoreren, wat toen gevraagd is. Er is een onderzoek geweest naar de overschrijding van de geluidsnorm. Maar ook uit dat rapport blijkt dat dat heel minimaal is. De VSP hoopt dat de bouw dan ook snel kan beginnen. Het proces heeft lang maar zorgvuldig plaatsgevonden. Tot zover. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Mag het een punt van orde zijn dat ik het heel prettig zou vinden als de VSP dan ook gewoon aan tafel zit. Ik vind het heel fijn als de vergadering gewoon om deze tafel plaatsvindt. De heer Stolk: Moet ik dan naast mijnheer Merx zitten? De voorzitter: Ja, mijnheer Stolk. Komt u maar hier bij mijnheer Merx zitten. De heer Stolk: Ik kom eraan, ik zal mijn zwaailicht opzetten. De voorzitter: Nou, ondertussen is mijnheer Stolk onderweg om hier gezellig naast mij te komen zitten. Ik zal ook even wat ruimte maken voor u. Dan is het woord aan de wethouder. Er zijn toch wat vraagjes tussendoor geslopen, in ieder geval veel instemming. Rustig, rustig, rustig. Het is wel een belangrijke persoon, maar toch maar gewoon mijnheer Stolk. Goedenavond. Er zijn wat opmerkingen gemaakt.

Over het algemeen instemming, alleen Gewoon Dordt zegt hier: sorry, wij kunnen hier toch niet mee leven. De heer Kleinpaste: Een minderheidsstandpunt is er ook een. De voorzitter: Zeker, dat is ook belangrijk. En wat punten gemaakt over de planschade. Even kijken, het risico dat het lang gaat duren. Nou ja, de combinatie van betaalbaar en duurzaam en inclusief bouwen. Nou, dat soort zaken. Misschien dat u daar even op kan ingaan. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nou ja, misschien om maar met de vraag van de VVD te beginnen, van: hoe kan je de realisatie versnellen? Nou ja, dat is in ieder geval vanavond gebeurd, constateer ik. Want ik heb geturfd en zie dat eigenlijk alle partijen op Gewoon Dordt na het plan ondersteunt. Dus dan kan die ook snel worden vastgesteld. En ik heb begrepen dat de ontwikkelaar ook van plan is om het, nou ja, om ook dan voortvarend in de uitvoering te gaan, wel nog steeds ook in goed harmonie en overleg met de omgeving. Dus ja, daar hebben we verder geen sturingsmiddelen op. En de markt blijft natuurlijk in die zin op het moment even onzeker, maar er zijn geen signalen dat het voortvarend opgepakt wordt. En in dezelfde zorgvuldigheid, zoals u allen hier ook benoemd heeft van: het participatietraject en dergelijke.

En ik denk dat dat een goede is om met elkaar ook hier inderdaad vast te stellen, want dat geeft ook een voorbeeld naar buiten naar andere partijen die ontwikkelen in de stad. Hoe je toch tot mooie plannen kan komen in goed overleg met de buurt en tegelijkertijd ook het feit

64

dat je niet altijd iedereen tevreden kan stellen ook niet een project in de weg wil zitten. Want dat hoor ik ook wel een aantal opmerkingen hier van: ja, hoe kunnen we nou binnenstedelijk bouwen en ook wel vaart maken? Ja, ik denk dat daar vooral essentieel is met elkaar de komende vier jaar dat er oog is voor een participatietraject waarin er goed gesproken wordt met de buurt en transparant wordt opgehaald welke belangen er zijn. Maar we ook met elkaar vaststellen dat het niet zo hoeft te zijn dat je een plan uitvoert waarbij altijd iedereen die een mening heeft ook eraan voldaan kan worden. Er is een weging van belangen, dat heb ik ook een aantal van u horen zeggen. En uiteindelijk moet je dat vooral, nou ja, weet dat je alle belangen in zicht hebt en dat je het uitlegbaar kan laten zien hoe je die weegt en waarom je tot een besluit komt. En daar ook niet te lang mee te dralen. Want hoe langer ontwikkelingen lopen, hoe groter het risico ook weer is dat er weer nieuwe omstandigheden ontstaan waardoor een heel mooi plan misschien later minder mooi kan worden, omdat kostenstijgingen er zijn waardoor je misschien ergens weer op zou moeten bezuinigen bijvoorbeeld. Dus dat zou even mijn algemene reflectie zijn. En dan nog even wat concrete vragen. Er werd nog gevraagd door de Partij voor de Dieren en GroenLinks in hoeverre natuur-inclusiviteit nog een onderdeel is.

Ik heb begrepen dat dat gewoon een onderdeel is, dat hoorde ik volgens mij GroenLinks al zeggen, van het programma van eisen van de ontwikkelaar. Ik had nog een vraag genoteerd van het CDA over hoe het zit met de planschade. Nou, daar is een onderzoek door de ontwikkelaar op uitgevoerd waarbij naar voren kwam dat er geen planschade is. Tegelijkertijd staat het natuurlijk ieder vrij om, als ze daar anders over denken, dat wel nou ja daar een claim toe in te dienen. En dan vervolgens is het risico voor de afhandeling daarvan aan de ontwikkelende partij. Dus dat risico ligt verder niet bij de gemeente. Even denken hoor. Nou, volgens mij heb ik dan alle vragen die er nog waren beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Ja, volgens mij ook. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik wil even het standpunt van mijnheer Kleinpaste aanvliegen, gebruiken als aanvliegroute om een vraag te stellen aan de portefeuillehouder. Mijnheer Kleinpaste geeft aan dat hij eigenlijk een beleidsstuk mist hoe wij omgaan met monumentale gebouwen. Wat zou wel mogen, wat zou niet mogen? Hij zoekt een bepaald kader. En we kunnen ons natuurlijk allemaal nog de discussie rondom de Museummuur herinneren, waarbij we ook heel veel weerstand hadden in ieder geval in de stad en ook in deze gemeenteraad.

Maar zou het college bereid zijn om een notitie ons toe te laten komen waarbij er een richtlijn is hoe we, ook in het verleden, omgaan met dit soort initiatieven in gemeentelijke monumenten? Rijksmonumenten zou ik zeggen, maar ja, dat heeft een ander traject. Ik ben daar wel benieuwd naar. De voorzitter: De wethouder. Een afwegingskader waar mijnheer Kleinpaste om vraagt. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Kijk, we spreken met een mond, dus namens het college kan ik hier antwoord op geven. Maar even om scherp te maken, de portefeuille is zo dat monumenten bij collega Van der Linden zit. Maar los daarvan, kijk, elk monument in de stad is uniek. En er is een welstands- en monumentencommissie die beoordeelt of bepaalde ingrepen in een monument acceptabel is. En daar wordt goed historisch onderzoek naar gedaan, ook naar de achterliggende verleden van een pand hoe die is ontstaan, hoe die in zijn omgeving zit et cetera. En daar wordt gewoon per monument ook inzichtelijk en transparant een weging in gemaakt wat wel en niet

65

passend is. En dan zie je heel vaak afwegingen als past het binnen hetzelfde bouwprincipe, kan je ziet hetgeen wat nieuw wordt gebouwd of dat ook echt goed onderscheiden is van hetgeen zeg maar de oorspronkelijke monument was. Nou ja, dat soort aspecten worden daarin afgewogen. Ja, en om daar dan vervolgens zo’n soort generiek kader op te maken doet eigenlijk geen recht aan al die unieke monumenten. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Zonder in detail te gaan of om voorbeelden te gaan noemen over gebouwen waar dan dat historisch onderzoek misschien toch niet zo adequaat is uitgevoerd als je zou wensen, denk ik dat het van belang is om toch de willekeur die ontstaat op het moment dat je zegt dat ieder monument uniek is wat in te kaderen en toch te proberen met elkaar tot een kaderstelling te komen op dit punt. Juist om ook te voorkomen dat ook de welstandscommissie, ook een subjectief gegeven, daar zo doorslaggevend in is. Ik denk dat het heel goed is om er ook politiek over na te denken hoe je daarmee echt wil omgaan en hoe je toch iets van een beleidskader kunt maken om met dat beleidskader in de hand iets beters te kunnen zeggen over monumenten dan dat we vanuit de politiek op dit moment kunnen doen. De heer Gündogdu: Daar sluit ik me volledig bij aan. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu sluit zich daar volledig aan.

En mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Ja, bij dit punt aansluitend. Ik heb wel enig begrip voor het idee dat elke situatie uniek is. We hebben bij dit monument bijvoorbeeld in de discussie net ook betrokken de kans dat er niks mee gebeurd en dat het gaat verloren. Dus dat is in deze situatie een overweging die meeweegt en in andere situaties wellicht niet. Dus ik heb daar wel begrip voor. Maar daar zit wel een andere kant aan, namelijk dat je dan wel de ruimte moet hebben om er een politieke discussie over te voeren. En dat het advies van de welstandscommissie niet zonder meer als het hoogste oordeel beschouwd moet worden. Maar dat dus in die zin ook van het college gevraagd kan worden om daar een oordeel over te hebben en ook de raad een oordeel over kan hebben. De voorzitter: Goed, voordat we zo dadelijk helemaal afwijken van het punt waar het over ging vanavond, namelijk dit bestemmingsplan, zou mijn voorstel zijn. Mijnheer Kleinpaste, mijnheer Gündogdu en mijnheer Van der Meer. De welstandscommissie adviseert volgens mij, als ik het goed begrepen heb. Is het misschien een idee om eens een keer in een beeldvormende bijeenkomst met de welstands- en monumentenclub hierover van gedachten te wisselen.

Van: hoe doe je dat nou eigenlijk? Waar weeg je dat nou aan af? Wat zijn nou je beoordelingskaders? Hoe doe je dat nou eigenlijk? Als u daar behoefte aan heeft, dan kunnen we dat met u organiseren. En dan kunt u daarna, aan de hand van wat u dan gehoord heeft, de afweging maken of u nog extra instrumenten nodig heeft. Ik ga eerst naar mijnheer Kleinpaste, want die heeft dit allemaal aangezwengeld. De heer Kleinpaste: Het lijkt mij best nuttig om zo’n beeldvormende bespreking weer te hebben met de monumenten- en welstandscommissie. Vooral met het onderdeel

66

monumenten dan, zeg ik er maar meteen bij. Dat laat onverlet dat ik denk dat het heel goed is om met de politiek na te denken over dat wat we met monumenten willen en hoe we ermee omgaan. De voorzitter: Ja, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik zou om te beginnen met uw voorstel voor hernieuwde kennismaking zeker willen instemmen. En op basis daarvan wellicht van gedachten wisselen over een volgende stap. De voorzitter: Mijnheer Portier en dan mijnheer Van der Kruijff en dan nog mijnheer Van der Meer. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, het liefst had ik dat we nu weer gewoon de politieke ronde zouden doen. Maar goed, dan toch weer even hierop reagerend. Om te beginnen denk ik dat ik geen enkele behoefte heb aan een toetsingskader. Want het is zo algemeen dat het niets zegt en toch weer geïnterpreteerd moet worden. Of je probeert voor alle mogelijke situaties regels vast te leggen en te bedenken van: als dit, dan dat. Als zus, dan zo. En dat in honderden pagina’s lang, want er zijn heel veel unieke situaties. Het is gewoon een illusie om te denken dat je alles in stukken vast kan leggen en dat je nooit of te nimmer ergens een subjectieve afweging zal hebben. Dus wat dat betreft, ja, moeten we maar enigszins vertrouwen op de monumentencommissie die we hebben. Wat mij betreft mogen ze best een keer uitleggen van hoe ze tot afwegingen komen.

Maar als u denkt, mijnheer Kleinpaste, dat er een stuk gemaakt kan worden waarin je zinnige regels vast kan leggen van hoe dit soort zaken beoordeeld kunnen worden, dan daag ik u uit om met een initiatiefvoorstel te komen. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, om te beginnen wil ik wel aansluiten. Ik denk dat het goed is, en een ander zei het ook al, dat we dan inzoomen op de monumenten. Dus hoeft geen kennismaking, maar vooral de manier van werken, hoe dat gedaan wordt. En dan ook als aanvullende vraag, want mijnheer Kleinpaste die gebruikte het woord willekeur. En het woord willekeur is de andere kant van dezelfde medaille die we soms maatwerk noemen. En volgens mij heb je bij monumenten heel vaak ook maatwerk nodig. En dat voelt soms hetzelfde, want maatwerk en willekeur zijn volgens mij bijna hetzelfde. En daar kun je een interessante discussie over beginnen. Daarom zou ik ook eens willen vragen, als dan toch de monumentencommissie ons komt toespreken, of ze ook eens van die gedachte ernaar willen kijken, wat zij doen vanuit de gedachte, hoe je het nou kan ervaren als maatwerk of willekeur. De voorzitter: Ja, helder. De heer Kleinpaste: Ik sluit me geheel bij de woorden van mijnheer Van der Kruijff aan als het gaat om dat willekeur en maatwerk heel dicht bij elkaar liggen en ik echt wel op zoek ben naar maatwerk.

Maar soms heb je daar toch iets van een kader nodig. Zonder uiteindelijk een heel lang boekwerk vol met regels.

67

De voorzitter: Goed. Ik ga nog even naar mijnheer Van der Meer en daarna mijnheer Gündogdu wilde volgens mij nog wat zeggen. De heer Van der Meer: Mijn opmerking was dat binnenkort afhankelijk van wanneer de omgevingswet van kracht wordt die welstands- en monumentencommissie overgaat in een commissie ruimtelijke kwaliteit. En ik zou in overweging willen geven om dat als moment te gebruiken om over de invulling van de taakstelling te praten. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, ja. De heer Kleinpaste: Ik zou die overweging eigenlijk los willen laten, omdat ik voorzie dat de omgevingswet nog even op zich laat wachten. De voorzitter: Goed. En dan mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Nou, ik wilde een opmerking maken richting mijnheer Portier. Want hij wilde vorig jaar zo ongeveer een revolutie ontketenen in het Dordtse toen het ging over de Dordtse Museummuur. Dus flauw. De voorzitter: Goed, dan gaan we even terug naar het onderwerp. Ik stel voor dat de griffie met een voorstel komt, gehoord dit hebbende, na de agendacommissie over hoe met de monumentencommissie hier te betrekken in deze discussie. En dan kunt u daarna zelf beslissen hoe u hiermee verder gaat.

Dan geef ik nog even het woord aan de wethouder en dan geef ik nog het woord aan mijnheer Kleinpaste hoe hij de rest van de raad gaat overtuigen om toch niet in te stemmen met dit bestemmingsplan. Mijnheer de wethouder. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Het enige wat ik nog toe wil voegen is dat ik een ieder aanraad om ook nog even de welstandsnota op te Googelen en te lezen. Want daar staat ook het nodige over, nou ja, de weging rondom monumenten. De voorzitter: Kijk, dan heeft u nog huiswerk ook. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ja, dat is dan in ieder geval niet uit geciteerd in de beantwoording van de technische vragen. Maar de vraag van u was hoe ik de rest van de raad ga overtuigen dat die ene tegenstem het verschil zou moeten kunnen gaan maken. Ik ben bang dat, ik kan ook mijn knopen tellen, dat dat onbegonnen werk is. Ik wil wel ook gezegd hebben dat het feit dat we tegen dit plan zijn niet betekent dat we niet geen waardering hebben gehad voor de participatie of voor de wijze waarop de projectontwikkelaar dit plan heeft gelanceerd. Waarbij ik me zelfs aansluit bij de woorden van de VVD dat ik het oorspronkelijke plan eigenlijk kwalitatief beter vond dan die met die set back en dat soort zaken. Onze weerstand zit echt in het feit dat we denken dat dat perceel te krap is voor de ontwikkeling die we er nu op toepassen.

We hadden in het verleden andere keuzes kunnen worden gemaakt, die zijn helaas niet gemaakt. Wij weten ook dat we het moeten doen vanaf nu de toekomst in. Dus wij weten dat een tegenstem het verschil niet gaat maken. Maar daarmee verandert die stem niet.

68

De voorzitter: Helder. Dan kijk ik nog een keer rond of iemand nog iets wil bediscussiëren of zegt. Nee, dan is de vraag: is het een hamerstuk of een bespreekstuk? Wie wil het bespreken? Mijnheer Kleinpaste, denk ik. De heer Kleinpaste: Nee hoor, het zal een hamerstuk met een stemverklaring zijn. De voorzitter: Zullen we dat dan zo besluiten met elkaar? Hamerstuk met stemverklaring in ieder geval van de fractie Gewoon Dordt. Dan dank ik u voor uw inbreng en dan wens ik u een hele fijne avond. Het was een genoegen om uw voorzitter mogen te zijn. VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 2 DORDRECHT D.D. 24 mei 2022 Vergaderkamer 3 Voorzitter: mevr. Kruger Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz 2. Zienswijze Begroting 2023 en Jaarrekening 2021 diverse Gemeenschappelijke regelingen - Raadsvoorstel De voorzitter: Want de deur gaat sluiten. De heer …: Iedereen is er. De voorzitter: Iedereen is er, dat is fijn. Welkom allemaal hier aan tafel en voor de kijkers thuis bij deze boeiende avond over de gemeenschappelijke regelingen. Nou kom op jongens, hartstikke serieus. Voor ons ligt het raadsvoorstel zienswijze financiële stukken van de gemeenschappelijke regelingen, zeven stuks welteverstaan. Daar kom ik strakjes op terug.

De gemeenschappelijke regelingen van de Dienst Gezondheid en Jeugd die is er tussenuit gehaald en die vindt vanavond in vergaderzaal 5 plaats. Dus mocht u nog denken van, oh dan zit ik verkeerd, dan kunt u nog eventjes van kamer wisselen. De heer Van der Spoel bedenkt zich. Oké, gaan we nu beginnen. Eventjes voor … Ik ga toch … Ik wou eigenlijk iedereen vragen zelf zich voor te stellen. Maar om te oefenen in de namen, om die is een beetje te gaan onthouden, ga ik het allemaal voorlezen. Van de SP de heer Okkerse. Van de Partij voor de Dieren de heer Venderbos-Lambinon. Ik raakte door die tweede naam raakte ik in de war. Van de ChristenUnie/SGP de heer Droog. Van Beter Voor Dordt de heer Wringer. Van het CDA de heer Van Dam-Timmers, heel goed. Daarnaast zit de ambtelijke ondersteuning, mevrouw Goutziers. Links van mij wethouder Peter Heijkoop. Rechts van mij de griffier, de heer Vullings. Dan hebben we de heer Uysal van GroenLinks Dordrecht. De ChristenUnie/SGP, mevrouw Nieuwland-Van den Bosse. Van de V… Dordtse VVD moet ik zeggen, de Dordtse VVD. Ja, dat is erin geramd hoor. Mevrouw Boom-Vos. Van de PvdA, de Dordtse PvdA, de heer Van der Spoel. Van DENK de heer Kolkiliç. Van … Zeg ik het goed, Kolkiliç? Dank. Van Gewoon Dordt de heer Roggekamp. Van de PVV de heer Van Leeuwen en we hebben van de SVP de heer In ’t Veld. Een hele club bij elkaar.

Oké, voor ons liggen de, heb ik al net gezegd, de gemeenschappelijke regelingen, zeven stuks. En het is vanavond oordeelsvormend. Dus dat betekent in feite, technische vragen zijn uit den boze. Die had u al van te voren kunnen stellen. En gaat het nu meer om echt de inhoud van kunt u zich vinden in de

69

zienswijzen die u aangeboden zijn of heeft u daar nog opmerkingen over? Ik wilde voorstellen, we hebben zeven gemeenschappelijke regelingen, om die even stuk voor stuk de ronde te laten gaan. U kunt natuurlijk allemaal uw eigen zienswijze indienen. Maar ik wil toch wel eventjes, omdat we met een grote groep ook zijn, mocht er al iets gezegd zijn waarvan u denkt, nou ja, daar ben ik het eigenlijk wel mee eens, sluit gewoon aan en neem gewoon een volgende regeling om dan het woord te doen. Let ik een beetje op of iedereen wel aan de beurt komt. Is gewoon een voorstel. De heer Heijkoop: Voor iedereen gaat zoeken, hier zijn er dus zes, geen zeven. Eentje bij de buren. De voorzitter: Oh ja, ja, ja, ja. Dank voor de steun, ja. U heeft zich goed voorbereid. De heer Heijkoop: Ja, ja, u had het over zeven. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, even een vraag. Aan deze kant, voorzitter. De voorzitter: Oh ja, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Het is voor ons even nog wennen aan de nieuwe systematiek. Kunnen we wel of niet interrumperen zeg maar tijdens de woordvoering van andere partijen? De voorzitter: Nou er is … Het voorstel ligt eigenlijk dat er de eerste termijn niet geïnterrumpeerd wordt. Maar mocht er nou een korte, verduidelijkende vraag zijn, dan wil ik daar niet van weerhouden, want anders wordt het ook zo’n saai rondje van iedereen roept maar.

Dus dan is dat gewoon, dan zijn we er eerder denk ik doorheen. Aangeschoven is nog de heer Tutupoly van Op Ons Eiland. Ja. De heer Tutupoly: En voorzitter, ik had al gelijk even een vraag. De voorzitter: Dat mag. De heer Tutupoly: Ten aanzien van de stukken die voorliggen. De vraag was eigenlijk of dat niet in minimaal twee keer gesplitst zou kunnen worden? Want er zijn wel erg veel stukken en ook met een nieuwe raad. Ik begrijp ook dat er meerdere partijen daar wat meer moeite mee hebben gezien de aantal bijlagen en dergelijke die bij dit agendapunt liggen, of dat niet beter opgesplitst zou kunnen worden, zodat ook, ja, de nieuwe leden ook de mogelijkheid hebben om dat goed te kunnen voorbereiden. Want het is eigenlijk voor iedereen nieuw. De voorzitter: Ja. Nee, ik snap uw vraag. Ik vond het zelf ook een behoorlijke hap. Ook al ben ik dan niet nieuw en ik hoef hier alleen maar voor te zitten, ik hoef verder geen oordeel te vormen of opmerkingen te maken. Ik snap zeker uw punt. Ik heb ook uw vraag al van te voren gelezen. We hebben er ook antwoorden op gekregen wat de reden is waarom dat dat nu zo voorligt. En dat heeft toch met fatale data te maken. Mocht … Als we het zouden op willen splitsen dan moet dat op andere data gebeuren die eigenlijk al heel vol zijn.

En we moeten dan toch voor de vergadering van juli ergens of juni, één van die twee was het, de raadsvergadering, moet dan toch alles gereed zijn. En ja, we

70

hebben nog toch ook aardig wat stukken voorliggen. Dus het idee was om dat nu wel zo te doen. U heeft ook al de gelegenheid gehad bij, dat was in Sliedrecht meen ik, waar alle gemeenschappelijke regelingen ook gepresenteerd zijn en waar u ook allen van had kunnen, ja, deelnemen en vragen kunnen stellen. Ja, en ik denk, als we het nu zo bekijken. We gaan gewoon aan het werk, en lukt het niet, er is altijd nog een mogelijkheid om dadelijk aan het eind de keuze te hebben, één, van mijn part allemaal te zeggen van daar moeten we toch nog wat dieper op in. Dan heeft u wel drie andere fractie no… Of twee andere fracties nodig om … Toch drie. De heer Vulling: Twee anderen. De voorzitter: Twee anderen. Met zijn drieën moet je zijn om dat dan te agenderen. Plus er moet een duidelijke politieke vraag zijn. Daarnaast heb ik nog een ander voorstel, zoals het in de afgelopen jaren ook geweest is. Elk jaar komen de gemeenschappelijke regelingen naar de commissies, en dan kan je er één of twee per keer doen, die dan nog eens expliciet gaan uitleggen wat ze doen en, ja, hun stand van zaken geven, zodat we er nog wat dieper op in kunnen gaan. En dat zou nu mijn voorstel zo zijn, om dat ook de komende periode te doen en nu gewoon aan de gang te gaan met wat er voor ons ligt.

Ik weet niet, kunt u zich daarin vinden? De heer Tutupoly: Nou ik had nog even één andere opmerking daarbij, als ik ook even kijk naar de stukken van Gevudo. Daar stonden wat data in die eigenlijk ook al inmiddels in het verleden liggen. Want volgens mij had je de tijd … Had de raad de tijd om voor de zeventiende geloof ik input te leveren. En er zou gisteren een beslissing genomen worden. Dus dan denk ik van, ja, de raad moet volgens mij volgende week pas bijeen komen. Dus dan stel ik me … Ja, dan vraag ik me eigenlijk af, wat doen die stukken nu op de agenda als we er toch geen input meer op hebben. De voorzitter: Ja, goede vraag. Ik … We komen zo nog bij de Gevudo terecht, dus ik denk dat we daar dan even dat stuk apart even bekijken hierop. Kunt u zich daarin vinden? Mooi. Dan beginnen we nu met de eerste gemeenschappelijke regeling die hier voorligt, dat is de gemeenschappelijke regeling sociaal. Wie mag ik daar het woord over geven? We hebben daar een zienswijze van gekregen van het college. U hoeft niks te zeggen, want als u het er helemaal … U zich erin kunt vinden, dan gaan we gewoon door naar de volgende gemeenschappelijke regeling. De heer Van Leeuwen: Ja, voorzitter, toch nog een vraag … De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Toch nog een vraag erover.

Ik twijfel even of het een technische vraag is, maar ik zal hem zodanig stellen dat hij niet technische lijkt, laat ik het even zo zeggen. Nee, maar zonder gekheid. Er wordt een … Nou, op 1 januari 2022, het is een vraag aan de wethouder, is de Wet inburgering van kracht. Het is belangrijk dat mensen die hier komen wonen zo snel mogelijk gaan werken. We hebben het hier over rechten en plichten. Het hebben van werk is essentieel om goed te integreren in de maatschappij. Ik weet dat de wethouder dit ook belangrijk vindt. Ook is duidelijk dat veel mensen een stapje moeten worden geholpen om aan de slag te gaan. Belemmeringen om aan het werk te gaan moeten worden opgelost. Maar tegelijkertijd oefent de sociale

71

dienst ook controle uit of dit ook echt gebeurt. Kan de wethouder wat zeggen over het resultaat van de inspanningen die vanuit de sociale dienst worden gedaan? En ik heb het dan niet over cijfertjes, want dan zou het een technische vraag kunnen zijn, maar meer het beleid zeg maar waar de wethouder dan aan denkt. Hoe werken wij hier zeg maar in dit verband? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Dat lijkt me een heldere vraag. Is er nog iemand anders die nog een aanvullende vraag wil stellen of een heel andere opmerking wil maken? Dan geef ik het woord aan de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, maar het gaat over de Wet inburgering. Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten daarvoor verantwoordelijk. Wij laten dat uitvoeren onder regie van de sociale dienst Drechtsteden, evenals de andere zes Drechtstedengemeenten. Het eerlijke antwoord is dat we nog niet zo heel veel resultaten hebben, in die zin dat de eerste trajecten zijn opgestart. Je kunt ook onderscheid maken in de bemiddeling richting de opleiding. Er zijn verschillende routes die variëren van echt zelfredzaam worden tot echt een onderwijsroute, wellicht zelfs richting hoger onderwijs. En een ander deel van de ondersteuning gaat ook over het ontzorgen van de inburgeraars, waarmee je ook voorkomt dat ze in de schulden geraken. Het is best wel een heel interessant onderwerp.

Ik heb het toevallig van de week ook met een landelijk magazine over gesproken die ook heel erg benieuwd waren naar de eerste bevindingen, ook hier in Dordrecht. En toen heb ik aangegeven van nou, we hebben wel een leuk gesprek gehad en dat zal ook wel ergens landen, maar ik heb gezegd dat het vooral interessant is om na de zomer hier nog eens met elkaar over te spreken. En eigenlijk zou ik dat aanbod ook aan u willen doen, om u over deze nieuwe wet, want hij is echt nog helemaal vers van de pers, eens bij te laten praten na de zomer, omdat we dan de eerste trajecten echt goed hebben opgestart. En niet alleen gezinsherenigers, maar ook echt nieuwe inburgeraars die het traject zijn doorlopen. En we hebben ook zeer recent hebben we de onderwijsroute gegund aan een onderwijspartij hier in Dordrecht. Dus daar kunnen we dan ook de eerste bevindingen van delen. Dus wat mij betreft zou dat een oplossing zijn. Maar uiteindelijk gaat uw raad over haar eigen agenda. Maar dat lijkt mij meer recht doen aan dit toch wel interessante onderwerp, want dat deel ik zeker met u. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u zich hierin vinden, mijnheer Van Leeuwen? De heer Van Leeuwen: Op zich natuurlijk wel. Ik denk dat de wethouder dan ook over een maand of vier, daar hebben we het dan eigenlijk over, vier-vijf maanden, dat de wethouder ook wat cijfertjes heeft zeg maar. Instroom, uitstroom, enzovoort.

Dank u wel. De heer Heijkoop: Ja. De voorzitter: Iemand anders nog over deze gemeenschappelijke regeling? Dan zet ik daar een vinkje achter als zijnde besproken. Gaan we over naar gemeenschappelijke regeling op ons lijstje nummer drie, de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Boom-Vos: Nou wij willen eigenlijk ten eerste de ambtelijke ondersteuning bedanken voor alle zienswijzen. Dat gaf mij een heleboel goed gevoel dat daar al met

72

veel expertise naar gekeken was en ontzorgen. Zoals mijnheer Tutupoly ook zei, het was best wel veel werk. Dus dat ten eerste. En over deze regeling wil ik eigenlijk zeggen dat we het ermee eens zijn en akkoord gaan. De voorzitter: Dat is mooi. Iemand anders nog? Want laten we ook afspreken, als u geen opmerking heeft dan gaat u ermee akkoord. De heer Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Ja, voorzitter, dank u wel. Op zich kunnen we ons hier heel goed in vinden. Waar ik wel naar zit te kijken is van, er is een evaluatie van de Wet veiligheidsregio geweest, en ik zie eigenlijk niet terug of dat gevolgen gaat hebben voor wat wij in de komende periode ook kunnen zien of wat er aan gebeurd is. Dus ik was eigenlijk wel benieuwd of daar al vooruitzichten op zijn of … Ja, ik haal het hier in ieder geval niet uit, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Oké, misschien kan de wethouder daar iets over zeggen. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, deze vraag heeft toch wel een hoog technisch karakter. Ik kan daar niet zo iets op zeggen. Ik weet niet op welke wijze die evaluatie terugkomt? Ik weet niet of de ambtelijke ondersteuning hier wat over heeft? Ik wil je ook niet in de verlegenheid brengen hoor, Eveline. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Ik wil wel wat aangeven. De heer Heijkoop: Ja? Mevrouw Goutziers-Leidekker: Ik wil wel wat aangeven.

Maar ik geef ook aan, ik ben degene die het geheel regisseert, dus echt technisch antwoord is van de accounthouder. Maar de Wet veiligheidsregio’s die is natuurlijk geweest ook om te evalueren van toen de 25 veiligheidsregio’s gestart waren van, hoe werkt dat, functioneert dat? Moeten dat ook bijvoorbeeld meer of minder regio’s zijn of andere verantwoordelijkheden? En daar is natuurlijk toen het hele coronaproces ook tussendoor gekomen. Dus toen hebben ze ook gelijk dat meegenomen. En zover ik weet is er niet direct een wijziging ten opzichte van onze veiligheidsregio. Maar als dat aan de orde is, want het is vrij recent allemaal opgeleverd, dan komt ongetwijfeld uw kant op. En de burgemeester is ook de voorzitter van de veiligheidsregio, dus die is helemaal ook echt van alles op de hoogte en de connecties. Dus ik zou zeggen van, als u meer wilt weten, ja, dan wat u al eerder zei hij van een thema-avond kunt u erover, of deze GR, vragen. De voorzitter: Ja, naar tevredenheid? Dan hebben we al twee thema-avonden. Gaan we over naar de gemeenschappelijke regeling van de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Ook daar zijn we het allemaal mee eens, zoals het bij ons voorligt. Dan ga ik over naar de gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening Drechtsteden. Heeft daar iemand vragen, opmerkingen bij? Nou dat gaat vlot.

Dan krijgen we de gemeenschappelijke regeling, even kijken, Wegschap Tunnel Dordtse kil en de gemeenschappelijke regeling Kiltunnel. De heer Wringer, gelukkig. De heer Wringer: Ja, de Dordtse Kiltunnel die is natuurlijk al wel toen hij gebouwd werd beloofd dat hij ooit eens een keer tolvrij zou worden. Zit dat er in de toekomst in? Dat is misschien ook wel weer een technische vraag misschien, maar …

73

De voorzitter: Nou we hebben toch tijd zat nu, dus … De heer Wringer: Precies. De voorzitter: Tenzij die laatste natuurlijk heel veel stof nog doet opwaaien. Maar misschien kan de wethouder daar iets over zeggen. De heer Heijkoop? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, het zou interessant zijn om eens een thema-avond over de Kiltunnel te … Nee, dat is flauw, dat is flauw. Nee, maar … Nou nee, dat is echt, dat zal ik doen. Dat zal ik u zelf niet willen aandoen, ook gezien de drukke agenda. Het is trouwens voor de andere onderwerpen vind ik het echt heel verstandig om dat wel te doen. Ik loop al een poosje mee, maar ik heb nog steeds wel in GR-enland dat ik af en toe denk van jemig hoe zit het allemaal? Dus ik kan me bij uw raad helemaal voorstellen dat je af en toe denkt van, welke gemeente, welke bevoegdheden, welke taken en dergelijke? En dan helpt zo’n thema-avond meer dan om dat te doen langs de behandeling van de zienswijze. Maar het gaat over de Kiltunnel inderdaad. De wens van menigeen in de Hoeksche Waarde en Dordrecht dat die ooit nog eens tolvrij wordt. Dat gaat de komende tijd niet gebeuren. Wel is er vanuit ik meen de rijksoverheid de wens om op termijn wel naar een tolvrije tunnel te komen.

En we hebben daar wel van gezegd, volgens mij staat het ook in de zienswijze, dat we daar dan graag op willen worden meegenomen, ook waar het gaat voor de consequenties voor de gemeente Dordrecht en de Hoeksche Waard, omdat wij fors hebben geïnvesteerd. Maar het is niet … Het ligt niet in de rede om de komende jaren werk te maken van het tolvrij maken van de tunnel. Dus dat zie ik niet op de korte termijn gebeuren, maar wie weet op de langere termijn. De voorzitter: De heer Wringer, naar tevredenheid. De heer Wringer: Nou, tevredenheid. Ja, jammer dat het niet eerder kan, maar … De voorzitter: Ja, misschien als we het toch nog eens goed gaan bestuderen het stuk vinden we nog wat mogelijkheden, je het weet maar nooit. De heer Wringer: Je weet nooit, inderdaad. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ja, ik wil graag nog een vraag stellen over de zienswijze. Daarin … U refereerde er net ook al aan, aan het rekeningrijden wat mogelijk wordt geïntroduceerd en wat dan ook impact heeft op de tolheffing. Nu staat daarin dat er geluiden zouden zijn dat er mogelijk eerder, namelijk al in 2026, rekeningrijden zou geïntroduceerd kunnen worden. Het is misschien een beetje vermenging van professie, maar ik werk bij het ministerie van financiën en ik geloof niet dat dat überhaupt realistisch is.

Dus ik wilde nog even navragen van of jullie daar nog even naar zouden kunnen kijken of die vraag inderdaad, nou ja, wel terecht is of dat dat eigenlijk überhaupt niet aan de orde is. Maar mogelijk hebben jullie andere signalen, dat kan natuurlijk. De heer Heijkoop: Nou ja, dit is een terechte vraag. En ik denk dat u er inderdaad meer van af weet. Maar dit is de zienswijze van uw raad en daarom stelt u ook deze vraag aan

74

de directie van de Kiltunnel om juist hier ook wat meer informatie op te krijgen. We weten wel dat op het moment dat je dit echt consequent wilt doorvoeren in heel het land, gaat gewoon … Heeft het enorme forse financiële consequenties. En daar zijn ze bij het ministerie van financiën meestal niet zo heel erg dol op. Dus ja, er moet uiteindelijk ook een dekking worden gevonden en dat zal dan via het rekeningrijden gaan, meen ik. Maar in deze zienswijze stelt u in ieder geval de vraag om een goede analyse te krijgen van joh wat staat er te gebeuren de komende periode. En dat lijkt me alleen maar verstandig, ja. De voorzitter: Ja, ga uw gang. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ja, is het dan misschien ook mogelijk om dan ook te vragen wat de consequenties zijn als het later ingevoerd zou worden? Aangezien dat misschien een iets realistischer scenario is? Dus eigenlijk een soort van voor alle scenario’s wat dat voor impact zou hebben? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, als deze suggestie van mevrouw Nieuwland gedeeld wordt in de raad, en ik kijk even of er een … Dat we dat kunnen doen. Dan kunnen we daar de zienswijze, uw zienswijze, natuurlijk ambtelijk op laten aanpassen. En dat u hem dan enigszins geamendeerd in de raad krijgt. En dan kunnen we dat daarin opnemen. Dus wat mij betreft is dat prima om te doen.

En als dat wel gedeeld wordt vanuit … Ja hoor, ik zie … Daar gaan we gewoon voor zorgen. En mochten mensen er nog spijt van krijgen, dan kun je het altijd weer terug amenderen, maar ik verwacht dat dat niet gebeurt. De voorzitter: Kijk, hebben we toch nog een stuk … Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel. De voorzitter: Hebben we toch nog een stuk over de Kiltunnel, dank. Gaan we door naar de laatste gemeenschappelijke regeling van dit lijstje, en wel de gemeenschappelijke regeling vuil… De gemeenschappelijke vuilverwerking Dordrecht en omstreken, gemeenschappelijke regeling Gevudo. Wie mag ik daar het woord over geven? De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja goed, zoals ik eigenlijk aan het begin van de vergadering al begon, vraag ik me eigenlijk af wat we hier aan het bespreken zijn. Er is input gevraagd van de raad eventueel. Maar dat zou dan voor de zeventiende geloof ik moeten plaatsvinden, afgelopen … Of de negentiende. Maar volgens mij zijn de beslissingen als het goed is gisteren genomen. Ja, de raad komt pas volgende week bijeen. Dus ik vraag me eigenlijk af, waarom dit stuk op de agenda als we er toch niks mee kunnen? De voorzitter: Ja, goede vraag. Misschien heeft de wethouder daar een antwoord op. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik vrees dat het dan wel weer een beetje een technisch antwoord wordt. Want Gevudo heeft nadrukkelijk ook samenhang met HVC.

En dit loopt in die zin daarop vooruit. En omdat er op Gevudo op zichzelf niet zo heel veel te melden is, meen ik dat collega Burggraaf hier al iets over heeft ingebracht. En daarom ligt hier eigenlijk geen concrete zienswijze voor. In die zin is het niet zo … Ja, is het gewoon niet

75

zo heel erg spannend. En uw raad heeft in het verleden gevraagd om alle zienswijzen in één keer te bespreken, en daarom is die ook op deze manier gewoon bijgevoegd. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nou goed, ik … Kijk, ik kan me voorstellen dat het allemaal gezamenlijk behandeld wordt. Alleen als we dan iets gaan bespreken, dan moet er ook, ja, iets te halen vallen zal ik maar zeggen. Als we dan input willen leveren, dan moet iets mee kunnen gebeuren. En op het moment dat we hem op de agenda zetten maar er kan niks meer mee, ja, dan vraag ik me eigenlijk af, wat zijn we hier eigenlijk aan het doen? Zeker als ik kijk naar al die vele zienswijzen die we nu hebben. Nu komt er een stuk op de agenda waar we eigenlijk geen input op kunnen leveren. En ja, dan kan de heer Burggraaf daar misschien zelf al input op hebben geleverd, maar volgens mij, op basis van de stukken, wordt er gevraagd of de raad daar in ieder geval op wil anticiperen. En dat zou dan eigenlijk voor de zeventiende of de negentiende moeten zijn, dus dat is al geweest. En de beslissingen gister ook. Dus nogmaals, ja, dan blijft eigenlijk toch mijn vraag staan, waarom staat het op de agenda als we er niks mee kunnen? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik snap de vraag van de heer Tutupoly.

En dit lijkt me ook wel eigenlijk een interessante vraag om even in de auditcommissie ook aan de orde stellen, waar het gaat over de planning en control cyclus en wanneer je een zienswijze en dergelijke agendeert. En op die manier denk ik dat je dit in de toekomst kan voorkomen. Want ik snap uw punt. Ik denk dat het in deze daar niet zoveel … Nou ja, op zich dat dat niet zo heel veel uitmaakt. Maar uiteindelijk is het wel prettig als uw raad gewoon tijdig in positie is om eventueel bedenkingen mee te kunnen geven of complimenten, pluimen, zorgen. Nou ja, wat er allemaal ook kan zijn. Dus ik denk dat dat … Misschien is dat aardig, verstandig om dat ook nog eens even via de auditcommissie, dat is denk wel een goede plek daarvoor om dat nog eens even aan de orde stellen. Van joh, hoe willen we de zienswijze ook goed in de P&C-cyclus verankerd hebben. Want dat is eigenlijk elke periode wel weer een beetje een zoektocht, dus ik begrijp uw vraag. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ja, dit is denk ik ook een stukje beroepsdeformatie, zoals mijn buurvrouw. Vanuit mijn professie zijn we gewend dat als de raad er nog geen besluit over heeft genomen, dat we een zienswijze onder voorbehoud toesturen. En dat zou je denk ik via de auditcommissie kunnen doen.

Maar dat wordt vaak gedaan, dat je onder voorbehoud van besluit van de raad alvast een zienswijze om de data goed te krijgen. De voorzitter: Mooi advies. En dan inderdaad via de auditcommissie kunnen we dat bespreken om dat voortaan zo te doen. Zeker. De heer Wringer. De heer Wringer: Ja. Dank, voorzitter. Naast de problemen met de data en het inleveren van de zienswijze, staat er ook dat de beperkte omvang van de risico’s op de ontwerpbegroting. Gevudo is nog steeds de grootste aandeelhouder van HVC. Daarnaast hebben we een riante garantiestelling aan HVC. HVC heeft steeds meer commerciële activiteiten die zich ontwikkelen. Ik vind het een beetje, ondanks de datums … Ik vind dat er toch iets van gezegd moet worden door het college zeg maar over het risico en, ja, ervan.

76

De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, in het verleden zijn hier inderdaad in de zienswijze ook al nodige opmerkingen over opgenomen. Het is wel zo dat het risicoprofiel van HVC ontwikkelt zich niet per se negatief. Ik denk dat daardoor ook ervoor gekozen is om geen zienswijze uit te brengen. In het voorstel is ook al aangegeven dat op het moment dat je de zienswijze inbrengt, dat je dat ook vooral doet als je zorgen hebt over forse afwijkingen of iets dergelijks. Dus dat is denk ik de afweging geweest. Maar zeker voor de HVC geldt wel, dat is echt wel een heel interessante, ja, in de eerste plaats een heel interessant bedrijf hier in deze stad. Maar ook al waar het gaat over uw duurzaamheidsambities en het feit ook inderdaad hoe ze gefinancierd zijn. Want de heer Wringer heeft inderdaad wel een punt dat zij een hoge, nou ja, een hoge schuldpositie heeft. Wel zeer te verantwoorden. En we zijn er eigenlijk vanuit de gemeente ook wel content mee hoe zij zich hierin manifesteren. Want wij hebben een warmtenet wat in ontwikkeling is, waarop vele duizenden huizen op zijn aangesloten. En waar de gemeente eigenlijk, nou ja, niet of nauwelijks aan hoeft bij te dragen. En de HVC kan daar gewoon heel veel zelf doen.

Maar dit lijkt mij echt bij uitstek een, nou ja, ook een onderwerp wat je tijdens een thema-avond, al dan niet gecombineerd met één van die andere onderwerpen, voor zover u dat nog niet gedaan heeft. Want HVC is echt wel één van de meest interessante bedrijven op ons eiland. De voorzitter: Ja, dat kan ik alleen maar beamen. En ik weet nog dat we de vorige periode zouden we dit ook nog als thema doen, en die is volgens mij er toen bij ingeschoten. Dus misschien moeten we die wel als eerste agenderen als HVC ertoe is om dat te presenteren. Heeft iemand nog een vraag? De heer Wringer. De heer Wringer: Ja. Dank, voorzitter. Inderdaad HVC is een verdomd interessant bedrijf. En ik kan me herinneren dat we daar de vorige periode een keer op bezoek zijn geweest. En misschien is dat voor de nieuwe raadsleden ook wel weer eens een keer interessant. De voorzitter: Nou, we maken er een heel mooi thema van. We gaan én op bezoek en we hebben het er daar gelijk over. Ik bedoel, dat is vergaderen op locatie. Dat zou zomaar kunnen. De voorzitter: Nou ja, des te meer omdat … U ontvangt binnenkort het nieuwe politieke hoofdlijnenakkoord. En het nieuwe college en formerende partijen hebben echt wel forse duurzaamheidsambities. Gaan daarin echt wel een stap verder. En dat … En daarin speelt HVC ook een belangrijke rol.

Dus ook in dat oogpunt is het gewoon heel interessant om met de raad raadsbreed daar ook kennis van te nemen van die ambities en ook hoe wij daar als gemeente ons, nou ja, toe kunnen verhouden. Want we hebben denk ik veel met elkaar te doen ook op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: Oké. Ja? Sorry. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja, als we het dan toch even over HVC gaan houden of gaan hebben en dat we gaan kijken van wat het bedrijf eigenlijk voorstelt. In het verleden hebben we

77

het er natuurlijk ook wel eens over gehad om andere huisvuil … Afvalverwerkers zal ik maar zeggen, uit te nodigen om eens te kijken van wat de zienswijze van HVC nu eigenlijk is op een bepaald gebied en hoe andere afvalverwerkers daar tegen aankijken. Volgens mij is die bijeenkomst toen nooit geweest. Om eventjes aan te geven, als we het hebben over zaken als het ophalen van afval, als we het hebben over bijvoorbeeld nascheiding, waar bijvoorbeeld Rotterdam het één en ander mee doet. En we hebben eigenlijk altijd maar de mening van HVC gehad en eigenlijk nooit eens een keer een afvalverwerker daarover gesproken. En daar hebben we het weleens over gehad met de raad, om eens te kijken hoe anderen daartegenaan kijken, om niet uitsluitend de mening van de afvalverwerker zelf alleen maar te krijgen, maar ook van andere soortgelijke bedrijven. Dus dat zou ik dan eigenlijk wel graag mee willen nemen. De voorzitter: Ja, ik weet niet … U wilt daar nog wat op zeggen? De heer Heijkoop: Ja, de heer Tutupoly geeft eigenlijk alleen maar aan waarom het zo ongelofelijk interessant is, want het gaat ook inderdaad over afvalverwerking en dergelijke en de vormen van voorscheiding, nascheiding. Maar goed, het is goed om hier wel vast te stellen, uw raad is de baas. En als uw raad zich op een bepaalde manier wil laten informeren door bepaalde partijen, ja, dat staat dat u natuurlijk vrij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/455/documents/18045