2022-05-24 Notulen Dordtse Dinsdag (1).pdf
Tekst van het document
37
kunnen maken en dan verder te kunnen gaan met de uitvoering. Maar er hangt nog heel veel af van de gemeente, het is grond van de gemeente. Dus ja, daar doen wij niks als u het geen goed idee vindt. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Er werd al een heel klein beetje op ingegaan maar bij de vorige sheet was ik inderdaad wel benieuwd of er iets te zeggen was over de formele verdeling van de bevoegdheden tussen Rijkswaterstaat, waterschap en gemeente. Bedoel, het is grond van de gemeente begreep ik net dus daar zal een invloed liggen. Maar hoe dat formeel zit is wel in dat proces van belang lijkt me. De voorzitter: Ja, voordat we de vraag beantwoorden want ik denk dat u klaar bent met de presentatie, klopt dat? Mevrouw Groot: Ja. De voorzitter: Oké, nou dan wil ik u in ieder geval bedanken voor de presentatie en dan lijkt het me een goed plan om door te gaan naar de vragen. Wilt u ook deze vraag beantwoorden of één van uw collega’s? Mevrouw Groot: Ja, ik kan er wel op ingaan. Gemeente is inderdaad eigenaar van de grond en daarmee bevoegd gezag voor vergunningen. Ik geef even Aletta het woord als het mag over het bestemmingsplan, of Ehsan. De heer Nouzari: We hebben even uitgezocht of een bestemmingsplan wijzigingsprocedure nodig is. Dat is nou ja volgens onze specialisten niet nodig. Ik hoor graag of dat toch anders ligt.
Maar we hebben wel, ik moet dit, want dit kende ik voorheen niet maar nu wel, we hebben wel een verklaring van geen bedenking nodig. Dat vraagt dus om een enige mate van bestuurlijk commitment waar we dus aan willen werken. Maar een bestemmingsplan wijzigingsprocedure is niet nodig. De voorzitter: Is uw vraag beantwoord? De heer Kleinpaste: Voor nu wel. De voorzitter: Ik geef eerst het woord aan de heer Struijk, daarna komt de heer Kuhlmann aan de beurt. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Mogelijk aanvang 2024 zag ik staan. Ik ben heel benieuwd hoelang het traject duurt en of tijdens dat hele uitvoeringsproces de toegankelijkheid gewaarborgd is, of beperkt. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Groot. Mevrouw Groot: Ja, hoelang het duurt, weten we nog niet echt. Wel dat we de uitvoeringstermijn zo kort mogelijk willen laten zijn maar we hebben nog niet alle randvoorwaarden daarvoor duidelijk. Met dit soort dingen speelt altijd seizoenen waarin
38
wel of niet gewerkt kan worden in zo’n gebied. Toegankelijkheid voor de bewoners en de recreanten naar de Zuileshoeve is denk ik gewoon een eis dus daar moeten we voor zorgen. Verdere toegankelijkheid voor recreanten is denk ik wel iets waar we ook met u graag over in gesprek gaan en wat wij denk ik heel belangrijk vinden maar waarvan ik niet weet of het alle tijden volledig, dat hebben we, die uitvoeringstermijn dat gaat richting contractvorming als we naar uitvoering gaan dus dat is nu nog iets te vroeg in het proces om dat echt te zeggen. De heer Nouzari: Kijk, we zullen ook naar een opdrachtnemer uiteindelijk als het zo ver komt voor een realisatie ook dat als eis of in ieder geval een hele strenge wens meegeven om te kijken van nou hoe kunnen we, met de ervaring die aannemers hebben zo veel mogelijk die bereikbaarheid en toegankelijkheid waarborgen tijdens een realisatieproces. Maar of we dat 100% kunnen doen dat, ja om de verwachtingen te managen, wil ik zeggen nee. Dat is een heel rooskleurig beeld en niet realistisch. Maar we willen het wel maximaliseren, uiteraard, en voor sommigen, zoals Susanne het al zei, is het gewoon een eis, dat moet gewoon. Voor sommige mensen moet het gewoon bereikbaar en toegankelijk blijven. De heer Struijk: Heel kort aanvullend, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Struijk: Ik wil dan wel graag even benadrukken dat het wel belangrijk is dat het niet alleen voor degene die in die hoeve willen zijn maar ook voor de rest, het is namelijk een heel populaire wandel- en fietsroute en dat betekent als die niet toegankelijk is dat de druk op de andere routes gaat toenemen. Het is wel een heel belangrijk punt. De heer Nouzari: Nee zeker, als het zo ver komt, zullen we ook met specialisten vanuit de gemeente ook in gesprek gaan om te kijken van oké waar liggen dan mogelijke knelpunten daarin. Die zullen wij dan ook zeker meenemen. Maar ja, we moeten eerst op dat punt nog komen voordat we tot dat soort onderwerpen komen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuhlmann, gaat u. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD heeft een aantal vragen voor Rijkswaterstaat. Wij kijken ook kritisch naar deze plannen. Om te beginnen, de huidige inrichting van Hel en Zuilespolder levert een belangrijke bijdrage aan de groene recreatieruimte voor onze stad.
Hoe zit het met de toekomstige eindsituatie? Er is in de presentatie iets over gezegd maar het is voor ons erg belangrijk: blijft het gebied net zo toegankelijk voor recreanten als dat nu zo is? of wordt het op den duur toch meer een soort vissenkraamkamer, een stiltegebied waar mensen bij uitzondering welkom zijn? Vermindert het aantal wandelpaden? Wat voor ons ook van belang is, want duurt natuurlijk even voordat we bij die nieuwe eindsituatie, voorgestelde eindsituatie zijn en in de tussentijd zitten we dan met een periode van graafwerkzaamheden en dan moet de natuur herstellen stel ik mij zo voor. Hoelang duurt het voordat de definitieve eindsituatie is bereikt en het gebied in de tussentijd overhoop ligt? als we dan bij die eindsituatie zijn, wie gaat het gebied beheren? Is dat Rijkswaterstaat, is dat Staatsbosbeheer, is dat de gemeente Dordrecht? Bij wie ligt, komen die kosten te liggen? En hoe compenseert Rijkswaterstaat de ondernemers, Dordtse ondernemers van de bed
39
and breakfast in de Zuileshoeve voor de tijd dat het gebied overhoop ligt en hun bed and breakfast daardoor een stuk minder aantrekkelijk is. hun klanten komen immers voor de mooie omgeving. Dan is de Hel en Zuilespolder überhaupt wel zo’n geschikte locatie voor die vissenkraamkamer in de wetenschap, misschien heeft u daar ook wel over gelezen, dat er een visserijbedrijf is dat zonder quota mag vissen in de Biesbosch en de Nieuwe Merwede. Dat betreft onder andere de vangst van bootvissen, dat zijn jonge vissen die worden gevangen om te worden uitgezet in commerciële vijvers om daar te groeien tot volwassen vissen die tegen betaling kunnen worden gevist. In dat verband klinkt een, ja zo’n vissenkraamkamer in de Hel en Zuilespolder misschien een beetje als een school bouwen naast een coffeeshop, misschien niet zo’n goed idee. Dan is het goed om te kijken van ja zijn er alternatieven. U noemde ook de gebieden van Staatsbosbeheer en dan verbaast me dat eigenlijk dat dat zo snel van tafel wordt geveegd want ja goed Staatsbosbeheer is natuurlijk een organisatie die ook, zou ik denken, veel belang hecht aan biodiversiteit, aan de mooie natuur, nou daar werkt u hard voor. Daar heeft u enthousiaste plannen voor. Dus dat, waarom dat dan niet kan dat is toch wel een beetje gek en op dezelfde manier zou je misschien ook nog iets breder kunnen kijken. Ik zag u in de presentatie vooral de.
De voorzitter: De heer Kuhlmann, ik hoor u heel veel dingen zeggen en ook veel vragen stellen. Ter bevordering van de beantwoording van die vragen, kunnen we het zo doen dat, ik hoor dat u veel wilt weten, even per vraag stellen en dan kunnen beantwoorden? De heer Kuhlmann: Nee hoor, prima. De voorzitter: We gaan ervoor zorgen dat het wel wordt beantwoord maar anders komen zij misschien niet tot een antwoord toe dus ik stel voor om eerst de vraag te stellen die u belangrijk vindt. De heer Kuhlmann: Ja, ik heb zojuist een aantal vragen, belangrijke vragen gesteld. De voorzitter: Met welke vraag gaan we beginnen? De heer Kuhlmann: Laten we dan bij de eerste beginnen. Hoe het zit met de toekomstige situatie, of er dan voldoende gelegenheid is om te recreëren en dat we toch niet het risico lopen dat je er niet in kan. De voorzitter: Dank u wel. Is er voldoende ruimte voor recreatie? De heer Nouzari: Zoals Susanne ook al tijdens de presentatie zei, we weten dat voor de gemeente een belangrijke eis is. Ik heb zelf ook het eiland van Brienenoord ook niet voor niets als voorbeeld genoemd. We hebben ook eerder met een gemeente samengewerkt voor een natuurgebied. Vanuit hun was recreatie ook een belangrijke eis, wij weten dat het voor de gemeente Dordrecht ook zo is.
Wij streven er dus ook naar om zoveel mogelijk recreatieve voorzieningen te behouden en ook waar dat mogelijk is samen met de gemeente te stimuleren. Dus wat ons betreft blijft het nog steeds een recreatief gebied. Susanne zei het zelf ook al, het is niet de bedoeling dat het gebied straks alleen maar natuurgebied wordt waar niemand kan komen. Dat is niet ons uitgangspunt en ook niet die van u als gemeente. Dus dat is een harde eis waar wij gewoon rekening mee houden en waar wij ook in de variant zoals die erbij ligt ook rekening mee houden.
40
De voorzitter: Dank u wel. Misschien de volgende vraag? De heer Kuhlmann: Hoelang duurt het voordat de eindsituatie er is, beoogde eindsituatie? Mevrouw Groot: De eindsituatie denken we aan een termijn van ongeveer tien jaar maar al veel eerder begint er van alles te groeien en is het gebied heel interessant. Dus het is niet een kale moddervlakte tot we tien jaar verder zijn. Al na een maand zult u zien dat er van alles op komt en dat ontwikkelt in de tijd, dat is een proces. Maar het gaat heel snel. De heer Nouzari: Ik wil deze ook nog even nuanceren. De afbeeldingen die ik heb laten zien van het eiland van Brienenoord, dat waren afbeeldingen van ongeveer na een jaar van realisatie. Dus u kunt al zien dat na een jaar er al heel veel groeit en het al heel erg groen is. Alleen wanneer we het heel ecologisch gaan bekijken, wanneer is natuur echt volledig ontwikkeld? Is biodiversiteit vergroot? Dan hebben we het wel over een periode van tien jaar, ja. Maar voor recreatie zult u zien dat het een kortere periode is. De voorzitter: Klopt het dat ik vier vragen hoorde in totaal? Komen er nog twee vragen achteraan? De heer Kuhlmann: Ik heb er meer. De voorzitter: Ik geef u er op dit moment nog twee en dan gaan we door naar de volgende. De heer Nouzari: Ik wil even tussendoor.
Als de heer Kuhlmann nog meer vragen heeft die vandaag niet beantwoord kunnen worden, u mag mijn contactgegevens, u kunt mij benaderen en dan kunnen we per mail uw verdere vragen beantwoorden als u dat wilt. De voorzitter: Dank u wel. Gaat uw gang, de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja goed, de compensatie voor de ondernemers in de Zuileshoeve. Op welke manier wil Rijkswaterstaat dat doen? Mevrouw Groot: Ja, daar gaan we met ze over in gesprek. Wij bieden compensatie, natuurlijk, als wij mensen belemmeren om te kunnen doen wat ze daar moeten doen, willen doen. We hebben daar nog geen afspraken over gemaakt maar we hebben bijvoorbeeld voor komende week nog weer een gesprek gepland staan dus dat stemmen we wel met ze af. De voorzitter: Dank u wel. Uw laatste vraag voor nu even. De heer Kuhlmann: Voor nu, dan toch waarom niet in de gebieden van Staatsbosbeheer? Daar geldt al voor dat die er zijn, die hebben al zo’n natuurbestemming. Het lijkt me zo voor de hand liggend om daar te kijken. Mevrouw Groot: Ja, daar hebben we ook echt naar gekeken. U zei dat we daar makkelijk van af waren gestapt. Dat is niet hoe het is gegaan. Wat wel zo is, is dat de natuurdoelen
41
die daarop liggen ons wel erg beperken in wat er kan voor de waternatuur. Dus in de Otterpolder kunnen we ook deels waternatuur maken maar wel rekening houdend met de bestaande sloten en de bestaande polderstructuur wat dus betekent dat er geen getijdengeulen zouden kunnen komen. Dat is mooi als aanvulling maar niet genoeg dus als we de Otterpolder zouden inrichten, hebben we nog steeds of de Noordbovenpolder of de Hel en Zuilespolder nodig. Iets dergelijks geldt ook voor de Thomaswaard, ook daar zouden we maar zeer beperkt aan onze doelen tegemoet kunnen komen. dus het is mooi voor erbij maar niet voldoende en daardoor hebben we toen gezegd toen het voor Staatsbosbeheer in de planning niet uitkwam, dan is het nu niet de moeite waard. De heer Kuhlmann: Heeft u ook gekeken naar bijvoorbeeld, u noemde het eiland in Rotterdam, we hebben in Dordrecht denk ik iets redelijk vergelijkbaars, namelijk het Duivelseiland. Dat ligt nog iets verder richting de zee, dus nog meer eb en vloed. In uw kaartje keek u alleen maar oostelijk terwijl we ook nog een westoever hebben. Mevrouw Groot: Het gebied wat is aangegeven in de hele kaart waar we mee begonnen, dat is het gebied waar we de opgave hebben liggen. Dus binnen dat gebied, binnen die begrenzing hebben we die zestig hectare nodig. De heer Kuhlmann: Maar goed, u gaat toch over heel Nederland? De voorzitter: De heer Kuhlmann.
Ik ga heel even door naar de volgende. Dank u wel. Een aantal mensen die een vraag willen stellen. Ik heb de heer Van der Meer, ik heb mevrouw Koole, ik heb de heer Den Hartog, ik heb de heer Cobben, ik heb er nog meer. Ik ga eerst even deze mensen af. U komt vanzelf aan de beurt als er daarna nog tijd is dan kunt u misschien nog. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de presentatie. Een spannend plan zou ik willen zeggen. Ik vind het heel goed, want u vroeg ook naar een eerste indruk, ik vind het heel goed dat er geïnvesteerd wordt in vergroting van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Die is de laatste decennia enorm aangetast dus daar moet echt iets aan gebeuren. Ik heb desondanks voor een uiteindelijke afweging een aantal concrete vragen. Eerste is eigenlijk de vraag die ligt voor het verhaal waar jullie mee begonnen want jullie startten eigenlijk met de mededeling: we moeten zestig hectare getijdennatuur hebben. Ik wil graag een kleine toelichting op de vraag: waarom zestig hectare? Waarom zestig hectare getijdennatuur nodig is om de vereiste bijdrage aan die normen van de kaderrichtlijn te geven? Zijn er geen andere opties om meer natuur toe te voegen? Dat is één. Twee, over de keuze van het gebied.
In het begin van de varianten nota staat heel duidelijk dat de bedoeling is om de natuur te vestigen op plekken waar het zoveel mogelijk natuur toevoegt om het zo maar te zeggen. Dus een netto toename van natuur moet zo groot mogelijk zijn. De Hel en Zuilespolder, ten minste zoals hij er in mijn beeld uit ziet inclusief de bomen aan de rand, is al deels natuurgebied wordt in elk geval zo beleefd. Dus kunt u toelichten waarom dat toch de meeste toegevoegde waarde heeft? Ik heb in een eerdere discussie wel eens gesuggereerd om inderdaad een industrieterrein om te zetten tot, want dat levert meer nettowinst voor de natuur op. De voorzitter: Wellicht kunt u zich beperken tot de open vraag in plaats van suggesties.
42
De heer Van der Meer: Drie. Het gaat niet alleen om, hoe heet het, biodiversiteit maar ook om verontreiniging te reduceren. Het gebied waar het over gaat, is met PFAS verontreinigd en in de nota staat zelfs: daardoor is de grond niet bruikbaar. Dat roept om een vervolg toelichting van hoe kan daar mee worden omgegaan en is het toch bruikbaar te maken of ligt daar echt een beperking? Vier. De voorzitter: Zullen we hem hier heel even, want we hebben nog heel veel mensen met vragen. Mogen we eerst deze drie vragen beantwoorden? Als we dan nog tijden hebben dan pakken we de vierde. Of was vier de allerlaatste? De heer Van der Meer: Nee. Ik heb er nog drie. Mevrouw Groot: Ik kan ze ook niet allemaal onthouden. De voorzitter: Nee, de eerste, de zestig hectare. Ik denk dat het duidelijk is. Mevrouw Groot: Die kaderichtlijn wateropgave hebben we met zijn alle vastgesteld dus Nederland heeft zich een bepaald doel gesteld en dat afgesproken met Europa. We zien in de loop van de jaren dat we het niet halen en er is hier in de omgeving al wel van alles gedaan maar wat het waterlichaam scoort op allerlei punten nog vrij slecht. Dus toen is een aantal jaren terug gezegd: nou, er moet echt nog wel grootschalig iets bij. Dat is dan op die zestig hectare gesteld. Dus waar die zestig hectare exact vandaan komen, kan ik u niet zeggen.
Het is ook niet gedefinieerd er moet zoveel geul en zoveel oever komen. dat is vrij in te vullen maar er moet echt een aanzienlijk oppervlak aan hoogwaardige getijdennatuur bij. De voorzitter: Wat wilt u vragen? De heer Van der Meer: Nou ja, waren getijdennatuur? Mevrouw Groot: Omdat dit een heel uniek intergetijden zoetwatergebied is. Dat vinden we bijna nergens in Nederland. Dat was ooit, kwam dat veel meer voor, voor de afsluiting van de deltawerken voor alle indammen en alle harde oevers die we hebben gemaakt. Er is nog een beetje en we willen dat heel graag versterken dat dat waterlichaam weer iets natuurlijker wordt. Dit is het type natuur dat hier past en dat is uniek. Dat kan bijna nergens en hier kan het wel. De voorzitter: Uw tweede vraag ging over natuur. Mevrouw Groot: Ja, de toegevoegde natuurwaarde. Nou, dat punt begrijpen we, natuurlijk. In die zin zou de Noordbovenpolder de voorkeur hebben omdat dat nu agrarisch gebied is. Het is geen optie. We moeten daar gaan onteigenen om het mogelijk te maken, nou dat is een keuze die we eigenlijk niet willen maken. Dus vandaar dat we dan toch alles afwegende, we kunnen hier wel degelijk natuurwaarde toevoegen. Liever zouden we nog meer natuurwaarde toevoegen. En een industrieterrein omvormen, ja dat kunnen wij niet als Rijkswaterstaat over oordelen.
Als u een industrieterrein beschikbaar stelt dan vinden wij dat heel interessant. De heer Van der Meer: Oké, dan zal ik iemand anders vragen over stellen.
43
Mevrouw Groot: Dan heeft u gevraagd naar de vervuiling. Ons doel is niet de chemische waterkwaliteit te verbeteren. Wij kijken echt naar ecologie, wetende dat het gebied vervuild is. Dat geldt helaas voor een heleboel gebieden in Nederland. Dus het is niet zo dat we daaraan voorbijgaan maar het is wel zo dat we zeggen toch ook hier beter wel iets doen dan niks doen omdat we zeggen ja het is nou eenmaal vervuild water. De vervuiling in de bodem die onderzoeken we en we bepalen per locatie waar we iets gaan doen wat we met de grond die we afgraven kunnen. De verwachting is dat we die wel in het gebied zelf mogen gebruiken. Daar ligt het nu ook al, het gebied staat nu ook in contact met de rivier, alleen niet vaak, alleen bij extreem hoog water. In 1995 is het voor het laatst helemaal onder water gegaan. Dat contact van de bodem met de rivier is er, nou dat wordt wat meer dus we onderzoeken wat het effect daarvan is maar in dat kader kan de grond uit de polder ook wel weer in de polder worden hergebruikt, waarschijnlijk. Dat onderzoeken we dus nog. De voorzitter: Zijn deze drie vragen voldoende beantwoord? De heer Van der Meer: Nee, die laatste nog niet. Want in feite staat in het stuk van de verontreiniging die er nu is, ligt boven de interventiewaarde. Voor stikstof geldt een soortgelijk probleem.
Het mag misschien juridisch allemaal wel maar het draagt toch niet bij aan een verbetering van de milieukwaliteit om het zo maar eens te zeggen. Is dat, waarom is dat niet een punt dat ook op de agenda staat? Dat hoort wel bij die kaderrichtlijn water om de chemische kwaliteit van het water te vergroten. Waarom wordt dat niet meegenomen? Mevrouw Groot: Ik kan dat zelf niet helemaal exact beantwoorden. Het is dus voor ons niet de opgave dus er is in dit geval geen budget voor. De voorzitter: Aan wie zou die vraag gesteld kunnen worden als jullie daar geen antwoord op weten? Mevrouw Groot: Dat kunnen we wel binnen Rijkswaterstaat. De heer Van der Meer: Ik zou daar graag meer inzicht in hebben, hoe we dat op termijn omdat het ook heel, het is tenslotte betreft een probleem kan worden. Sluit overigens ook aan op één van mijn volgende vragen. Twee volgende vragen. De voorzitter: Mag ik heel even nog andere mensen het woord geven? Want anders komt echt, even kijken naar de tijd, als er nog tijd is, kom ik echt bij u terug maar ik heb echt heel veel handen gezien. Is dat oké? We gaan deze vraag noteren. De heer Van der Meer: Ik vind mijn vraag heel belangrijk natuurlijk. De voorzitter: Dat snap ik. Dat snap ik. Er komt straks nog iemand anders van uw partij aan de beurt. Mevrouw Koole, ik geef u graag het woord. Mevrouw Koole: Dank u wel, voorzitter.
Ja, ik wilde eigenlijk nog ook eventjes een stapje terug want het lijkt nu net alsof de gemeente Dordrecht positief staat tegenover deze plannen. Waar is dat precies op gebaseerd? Eigenlijk heeft de ambtelijke organisatie meegewerkt aan het beantwoorden van vragen en daar mag men natuurlijk niet uit
44
concluderen dat de gemeente ook positief staat tegenover deze plannen. Zeker gelet op het feit dat bestuurlijk nog geen standpunt is ingenomen. Dus ja, nogmaals waar is dat op gebaseerd? De heer Nouzari: Dat klopt. In de variantennota staat ook een voetnoot dat het beeld zoals dat in de variantennota wordt geschetst vooral in samenwerking is ontstaan op ambtelijk niveau en dat daar op ambtelijk niveau positief op is gereageerd maar dat betekent niet dat het bestuur op bestuurlijk niveau daar ook zo even positief op wordt gereageerd. Zoals ik ook al zei in mijn deel van de presentatie, een van de doelen voor de komende tijd is bestuurlijk commitment en dat betekent gewoon toenadering zoeken tot het bestuur, tot de raad onder andere om te kijken waar daar de belangen en de wensen liggen zodat we daar ook iets meer kunnen om uiteindelijk dat commitment te realiseren. Maar wij zijn er ook van bewust dat het niet betekent dat omdat op ambtelijk niveau positief op wordt gereageerd dat dat op bestuurlijk niveau hetzelfde is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koole: Oké, dank u wel. Ja, aanvullend heb ik dan toch ook nog een vraag want in het rapport is te lezen dat er draagvlak is vanuit de omgeving, dat die positief reageert. Wij vragen ons wel af met welke partijen jullie dan gesproken hebben want ons bereiken geluiden wat het tegenovergestelde is.
als ik daar een voorbeeld van mag geven, als we zien de boer die zijn koeien laat grazen. Wat ook wel leuk is om te vertellen, in Dordrecht is het hot op dit moment de korte voedselketen. Nou, als deze koeien daar aan bijdragen dan is dat absoluut een feit want het vlees van deze koeien wordt verkocht binnen Dordrecht. Dus deze boeren worden eigenlijk ook weer van het land gestuurd. Dus dat is een punt. Maar inderdaad de B&B is ook al een aantal keer aan bod geweest. Dus nogmaals, waar zit het draagvlak voor deze plannen precies? De heer Nouzari: Ja, het draagvlak is altijd een heel ingewikkeld concept. Als in u zult vast als raad daar ook ervaring mee hebben met ruimtelijke projecten. Je krijgt nooit iedereen mee. Er zijn altijd tegenstrijdige belangen of dat is met ons met bepaalde ondernemers in het gebied of met u als gemeente en ons als Rijkswaterstaat. Als wij nu kijken naar bijvoorbeeld stichting het Wantij, is een heel goed voorbeeld, die waren eerst heel kritisch op ons als Rijkswaterstaat zijnde. Als u nu kijkt op de blog en op de website zijn ze best positief over de wijzigingen die wij aangebracht hebben aan de plannen, het feit dat we een luisterend oor hebben gegeven en ons daar ook op hebben aangepast. Diezelfde houding hebben wij ook richting de B&B en andere pachters en de boeren waar u het over heeft.
Kijk, wij zijn nog bezig dus Susanne zei het ook al over B&B, daar gaan nog gesprekken mee plaatsvinden om te kijken waar we elkaar tegemoet kunnen komen, hoe we ze ook kunnen helpen. Dat is onze houding. Wij zijn er heel goed van bewust dat ruimtelijke plannen directe impact kunnen hebben op de levenskwaliteit van mensen. Zij dat de bedrijfsvoering, zij dat gewoon levenskwaliteit. Het is onze opgave om daar de mensen zo goed mogelijk in bij te staan en hun belangen te inventariseren en daar zo goed mogelijk rekening mee te houden. Maar op dit moment zijn wij nog bezig en ja er zijn op dit moment partijen die vrij kritisch in de race staan, ja. Ja, dat is helaas altijd zo bij ruimtelijke ontwikkeling en we doen ons best om dat een plekje te geven. De voorzitter: Is uw vraag zo beantwoord?
45
Mevrouw Koole: Ja, laatste vraag want als we het hebben over die boeren, specifiek deze van met die koeien op dat land. Is daar uiteindelijk ook een compensatie voor als er geen andere oplossing voor komt? De heer Nouzari: Nou, er zijn sowieso wetten die ons verplicht stellen als overheid zijnde of als overheidsorganisatie zijnde om mensen te compenseren of bedrijfsvoeringen te compenseren als dat niet anders kan. We proberen eerst wel middellijk daaruit te komen. maar mensen zijn altijd tot een zekere hoogte beschermd door de wet, zeker ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga eerst nog even naar de heer Den Hartog, dan de heer Cobben en dan kom ik bij de overige vingers. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Mijn dank voor de presentatie uiteraard. Die was heel helder. Daar stond ook in een aantal dingen die mee zijn genomen vanuit de gemeente. Ik ben bij die voorlichtingsavond ook geweest en ik zag een ding niet de revue passeren en dat is eigenlijk de mogelijke invloed van de belendende stort van Troost in Stedendijkpolder. Ja, dat is eigenlijk een stort geweest over een aantal decennia, die is niet gesaneerd. Geconstateerd is dat tot op vandaag, de dag van vandaag, ja, de stoffen doorsijpelen in grondwater en oppervlaktewater. Dat betreft stoffen die soms persistent zijn, dus niet worden afgebroken, en soms ook kankerverwekkend.
Ik hoorde u net zeggen van: ja, wij laten eigenlijk die chemische waterkwaliteit even voor wat het is, we gaan voor de ecologie. Het toeval wil dat ik ecoloog ben en dat is een-en-een met elkaar verbonden. Dus je kunt niet het ene zonder het andere doen. Die chemische waterkwaliteit heeft invloed op de ecologie. En mijn vraag is: is daar onderzoek naar gedaan in hoeverre dat wegsijpelende gifstoffen uit die stort van Troost van invloed is als je water laat overstromen in het gebied? Mevrouw Groot: Ja, daar is onderzoek naar gedaan. En wij zijn daar ook naar aanleiding van de vragen op de informatieavond nog even wat dieper in aan het duiken. In eerste instantie is onze verwachting, maar dat zijn we dus aan het toetsen, momenteel is het een polder en is de waterstand vrij laag kunstmatig. Dat water wordt daar uitgemalen. Daardoor is er nu meer aanvoer van grondwater uit polder Stedendijk dan dat er komt na de inrichting, waar wij de waterstanden eigenlijk omhoog gaan brengen. Dus naar verwachting wordt het minder, de aanvoer van het vervuilde grondwater. En daarmee hopelijk geen belemmering, maar daar kijken we dus nog wel even wat beter naar. De voorzitter: Wil u daar nog wat op aanvullen? De heer Den Hartog: Ja, graag. De hoop deel ik ook, maar is er een manier waarop we dat kunnen monitoren dat dat daadwerkelijk gebeurt? Mevrouw Groot: Misschien wel.
Ik denk dat we dat mee moeten nemen, dat we dat even moeten bespreken. De voorzitter: is dat iets wat u schriftelijk gaat terugkoppelen of kunnen we op een andere manier een terugkoppeling krijgen? Mevrouw Groot: Wat u wil, ja. We kunnen nog een keer komen, we kunnen alle vragen schriftelijk beantwoorden en terugkoppelen. Wat u wil.
46
De voorzitter: Wat zou u tevreden stellen in deze? De heer Den Hartog: Ja, ik zou dat wel graag schriftelijk willen zien. De voorzitter: Oké, dan gaan we dat doen. De heer Den Hartog: Sorry, voorzitter, ik heb nog een hele korte vraag en dat is eigenlijk dat ik iets niet helemaal goed begreep, denk ik. Er wordt gesproken van dat er nog gesproken wordt met de uitbater van de horecagelegenheid daar voor een wandelroute, welke route te bepalen. Tevens zag ik ook in het plaatje dat die rij knotwilgen moet verdwijnen. Die staan natuurlijk langs een van de twee te onderzoeken wandelroutes. En in een eerder concept, een eerdere variant, heb ik een mogelijkheid gezien dat die bomen wel konden blijven staan. Bestaat die mogelijkheid nog steeds? En zo niet, waarom kon dat wel in de ene variant en nu niet meer? Mevrouw Groot: Ze kunnen niet blijven staan. Dat kon eigenlijk nooit, omdat het wandelpad wat er nu ligt te laag is. Dus we gaan dat ophogen. Dus wat we kunnen doen is de bomen her-planten en dat is de optie geweest. En het is een keuze of we daar een wilgenlaan willen in de Getijdenpolder. Strikt landschappelijk gezien past dat slecht. Vanuit de waarden die de polder nu heeft is dat misschien wel gewenst. Dus dat is gewoon een keuze van: gaan we die knotwilgen langs het wandelpad herplanten? Of zeggen we: nee, in de getijdenatuur hoort geen bomenlaantje, dus dat zetten we elders.
Dat is een keuze en daar mag u ook uw voorkeur in uitspreken en dan doen we gewoon wat de meeste mensen willen. De voorzitter: Is die zo beantwoord? Oké. Dan geef ik graag het woord aan mijnheer Cobben. De heer Cobben: Dank u, voorzitter. U begon met het verhaal dat dit allemaal noodzakelijk is in verband met de Europese kaderrichtlijn water. En u gaf ook al de indruk dat dit plan gaat gebeuren, zo leek het wel een beetje. En ja, wij zijn er hier nogal kritisch op, de Europese kaderrichtlijn water verplicht lidstaten om plannen te maken. Maar lidstaten hebben daar hele grote mate van vrijheid in. En als u zegt: dit moet van Europa. Dan is dat niet zo. Dit is omdat Nederland dat graag wil, dat in een plan heeft gestoken en naar Europa heeft gestuurd. Maar het kan ook anders, die hoeft niet van Europa. En dat brengt mij op de vraag van: ja, wat is nou eigenlijk precies het doel? Want u haalt de waterkwaliteit en natuurontwikkeling door elkaar. De Europese kaderrichtlijn water gaat echt alleen over de waterkwaliteit. Ik begrijp dat u ook natuurontwikkeling wil doen, maar daar passen andere kapstokken bij. De bestemming van het terrein op dit moment is recreatie. En dan verbaast het me als u dan geen kano’s wil. Dus ja, dat zijn wat ons betreft dingen die niet helemaal in orde zijn.
En als ik dan terugkom op de waterkwaliteit … De voorzitter: Heeft u een concrete vraag voor deze mensen? De heer Cobben: Ja, er zijn op het eiland van Dordrecht al heel veel polders ontpolderd. Kleine gebiedjes waar koeien liepen die in de natte natuur. Met deze polder zou hetzelfde gaan gebeuren, dat is eigenlijk meer van hetzelfde. Wij kunnen ons niet goed voorstellen dat het echt een significant effect gaat hebben op de waterkwaliteit. En de
47
vraag is van: gaat u dat nog kwantificeren wat kwantitatief het effect is op de waterkwaliteit? Of dat meetbaar is en of de kosten daartegenover staan. Want wij missen een maatschappelijke kostenbatenanalyse voor dit project. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Groot: Ja, ik wil hier wel op reageren. De kaderrichtlijn water is wel degelijk zowel chemische als ecologische waterkwaliteit. Dus het gaat wel echt om de kwaliteit van het waterlichaam, ook voor ecologie en biodiversiteit. Dus dat is wel onze opgave. Wij hebben inderdaad zelf de plannen gemaakt en naar Europa gestuurd van: dit is wat we daaraan willen verbeteren. Daarmee hebben wij ons wel gecommitteerd. Dus wij zijn ook wel van plan ons daaraan te houden. En dat betekent dat we voor 2027 de waterkwaliteit van dat lichaam, de ecologische kwaliteit, verbeterd moeten hebben. Dat meten we door te kijken naar soorten die er voorkomen. En momenteel scoren we ronduit slecht. Of nee, dat is niet waar. We scoren niet meer slecht, we scoren matig op een heleboel onderdelen. En dat moet eigenlijk allemaal naar goed, dus dat moet omhoog. En dat hopen we hiermee in ieder geval deels te bereiken en het liefst helemaal, dat monitoren we. De heer Cobben: U zegt: wij hopen. De voorzitter: Via de voorzitter graag.
De heer Cobben: Voorzitter, Rijkswaterstaat geeft aan dat zij hopen met dit plan de waterkwaliteit te verbeteren. Maar ik zou zeggen: als men zo’n plan maakt, dat men dan van tevoren een analyse moet hebben gedaan in welke mate de waterkwaliteit dan gaat toenemen. En die informatie mis ik, dus die zou ik graag willen ontvangen. Mevrouw Groot: Nou, we hebben gekeken wat er ontbreekt in het gebied aan locaties voor de soorten die we zoeken. Dus wat is er nodig aan habitat, aan geulen, aan overstromingsvlaktes? En daar komen we aan tegemoet. Dus die onderbouwing is er. Ja, die staat in de variantennota. Ik kan niet garanderen dat het ook lukt. De voorzitter: Dan was er denk ik nog een stukje over de financiële. Heeft u daar al een antwoord op gekregen? De heer Cobben: Ja, de data-analyse. Er zijn kosten, maatschappelijke kosten. Het verlies van een stuk omgeving met koeien waar een collega hier al over sprak. Onteigeningskosten … De voorzitter: Graag even kort. Ik wilde een antwoord laten geven of ze een beeld hebben van de kosten. Mevrouw Groot: Nou, maatschappelijke kosten hebben we natuurlijk getracht in beeld te brengen met de hele afweging. Een deel daarvan zit nog in uw antwoord in hoeverre u het een goed plan vindt of niet. Ja, het budget van Rijkswaterstaat dat hiervoor is vastgesteld, dat durf ik niet te zeggen hoe dat is afgewogen.
48
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even kijken, ja, er zijn veel vragen. Ik heb mijnheer Kleinpaste, ik heb mevrouw van Herwijnen, ik heb mijnheer Groenwege. Ik zie daar ook allemaal handen. En ook nog een vraag. De heer Kleinpaste: Ja, ik heb een korte vraag. Dat valt mee, hè. Een heel ander onderwerp, maar ik was heel benieuwd. Want er wordt ingegrepen in het stromingsgebied en de stromen gaan ook heel anders lopen. Is er nagedacht over het effect op open wateren, voor zwemmen eventuele risico’s die er zouden kunnen gaan ontstaan. De voorzitter: Heeft u de vraag begrepen? Mevrouw Groot: Niet helemaal, denk ik. De voorzitter: Zou u de vraag even kunnen herhalen? De heer Kleinpaste: Nou, er zijn nogal wat zwembeoefenaren die in open water zwemmen. En de stroming in dit hele gebied gaat danig veranderen. En ik ben benieuwd naar de risico’s voor deze zwemmers. Mevrouw Groot: Ja, in de polder zelf zijn in principe geen zwemmers toegestaan. Daar komen ballenlijnen of balken of iets dergelijks. Op de Merwede als daar gezwommen zou worden, daar verandert de stroming doordat wij die opening maken. Nou, daar hebben we ook aan gerekend voor de scheepvaart, voor de veiligheid. Ik vermoed dat er op plekken waar we daar risico’s zien waarschuwingen geplaatst gaan worden. Maar ja, we hebben het nog niet gehad over zwemmers in de polder.
De heer Kleinpaste: Dan gaan we toch een leuk nieuw onderwerp in. De voorzitter: Ja, heel fijn. Mevrouw Van Herwijnen, gaat uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dank u wel, voorzitter. Er werd aangegeven dat deze plannen in principe passen binnen het bestemmingsplan, binnen het geldende bestemmingsplan. Zwart wit gezien zou dat inderdaad wel zo zijn, alleen hoofdbestemming is nu recreatie. Dat betekent dus dat recreatie rechtstreeks is mogelijk gemaakt. Is het dan niet logischer als je natuur gaat realiseren, dat het dan een natuur bestemming is met eventueel daarbij mogelijke recreatie? De heer …: Ik denk dat dat aan u is als gemeente. Misschien een heel stom antwoord. Ja, ik denk dat het een inschatting is die u zelf moet maken als gemeente. Mevrouw Van Herwijnen: Ik begreep dat die conclusie al was getrokken. De heer …: Nou, nee. De conclusie is getrokken, we hebben puur gekeken: is er een bestemmingsplanwijziging procedure juridisch nodig, ja of nee? En het antwoord is nee. Kijk, als u een andere bestemming wil geven aan het gebied, ja, dat is dan aan u als gemeente natuurlijk. Maar dat streven wij niet na als Rijkswaterstaat zijnde.
49
De voorzitter: Ik denk dat het ook duidelijk mag zijn voor de groep hier dat deze beeldvorming ook bedoeld is om te kijken of er draagvlak is. Dus u mag daar inderdaad kritisch op zijn, maar dit zijn natuurlijk niet plannen die al in steen gebeiteld zijn. Dus neem dit dan inderdaad mee. Mevrouw Van Herwijnen: En mag ik daar nog eventjes op aanvullen? Want ik bedoel, jullie zijn opdrachtgever. Dus de opdrachtgever kan ook vragen om een bestemmingsplanwijziging, als ze vinden dat er eventuele bestemmingen mogelijk zijn in het huidige bestemmingsplan die ze niet daar graag willen hebben. Zoals bijvoorbeeld kanoën, ik noem maar eventjes wat. Dus als opdrachtgever kan je natuurlijk ook verzoeken tot een bestemmingsplanwijziging. De heer …: Ja, wil u daar iets mee zeggen? Mevrouw Van Herwijnen: Nou, mijn vraag was: is daarover nagedacht, ja of nee? De heer …: Nee, we hebben alleen maar juridisch gekeken. En als het antwoord nee is, dan willen we het ook niet moeilijker maken dan het is. Daar komt het eigenlijk op neer. De voorzitter: Dank u wel. Nee is ook een antwoord inderdaad. Mijnheer Hartmeijer wil graag nog. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. Ik sloeg nog even aan op de oever van de WantijWest. Ik begreep dat daar een dam moet komen.
Maar zijn daar verder nog plannen voor die oever om te ontwikkelen? Of wat is het effect van een dam? Dat zat wel heel kort in de presentatie, maar ik heb dat even niet meer helder voor me. Ook omdat dat gebied ook wel door buurtbewoners, die grasoever wordt wel gebruikt om te recreëren. Dus daar zit misschien een probleem of een potentieel probleem. Mevrouw Groot: Nou, wij doen dus juist alleen iets in het water, omdat er inderdaad op de oevers eigenlijk geen ruimte voor is. Dus we maken in het water een vooroever, zodat er tussen de bestaande oever en de rest van het Wantij een natuurlijke zone ontstaat. Dus dat is de bedoeling. De voorzitter: Is uw vraag zo beantwoord? De heer Hartmeijer: Dus de verdere grasoever blijft in principe intact? Dat begrijp ik zo, ook in de toekomst. In ieder geval voor nu. Mevrouw Groot: Ja, daar doen wij niks aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik maak even zo hier het rondje, ik probeer iedereen af te gaan die nog een vraag heeft inderdaad. Want ik zag hier handen. Ja, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor deze toelichting. Een tweetal concrete vragen. Eentje daarvan is: we hebben een prachtig mooie zwemplas in de Merwelande en regelmatig komt het voor dat er niet mag gezwommen worden vanwege kwaliteit van de zwemplas. En u gaf zojuist in uw presentatie aan dat de ingreep die u
50
voorstelt zal bijdragen aan de waterkwaliteit. Kunnen we dan aannemen dat de problemen die dan nu ontstaan, dat dat voorgoed is verholpen? Dus dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is eigenlijk, zijdelings is dat ook wel gesteld door mijn collega’s maar ik wil hem nog even nader specificeren. Wat heeft u concreet, dit is een soort zienswijze, wat heeft u nou concreet van ons nodig? Want ik wil dat goed kunnen duiden voor mijzelf. Wil u informatie ophalen of bent u al, als ik u hoor zeggen dat deze plannen al redelijk zijn uit gekristalliseerd, wil u dat wij als raad daar een klap op geven? Wat wil u concreet van ons? De voorzitter: U wilde eerst de vraag beantwoorden? Mevrouw Groot: Ja, voor de zwemplas. De zwemplas wordt doorgespoeld met schoon water. Dus daar is een constante stroom vanuit de polder naar de zwemplas en weer terug. Die route maken we veel korter. Dus er kan makkelijker schoon water naar de zwemplas toe en er weer uit. Daarmee zal er minder vaak die vervuiling, die blauwalgengroei, optreden dan nu. Maar waarschijnlijk niet nooit, nee. De tweede vraag is iets waar wij ook nog over in gesprek zijn hoe het vervolg plaats moet vinden.
De ambtelijke organisatie wil graag een gesprek met de wethouder, wanneer die er is, om af te spreken van: hoe gaan we eigenlijk verder? Want net kwam het ook al ter sprake, van: ja, u presenteert het alsof dit het plan is en het allemaal in kannen en kruiken is. Ja, het is ons plan in overleg met een heleboel partijen. Maar wij kunnen dit natuurlijk niet besluiten. Dus op de een of andere manier hebben we daar Dordrecht bij nodig. Maar het is wel ook aan u en de wethouder om dat verder in te richten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even, mijnheer Klerk, gaat uw gang. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. In het begin van de presentatie benoemde u de Zuiderhoeve, dat die niet stonden te springen om de plannen. Waar zien die bezwaren op? Is dat alleen de bereikbaarheid tijdens de periode van aanleg? Of kunt u daar iets over zeggen? Mevrouw Groot: Ja, het is de periode van aanleg, dat de polder gewoon niet aantrekkelijk is. In hun verwachting. En plus dat het ook wel in hun idee een tijdje zal duren voordat dat weer wel het geval is. En ja, ze denken gewoon niet daarna nog heel veel jaren daar te werken. Dus zij hebben heel erg het gevoel dat alles waar ze de afgelopen jaren voor hebben gewerkt in het water valt zodra we daar beginnen met de werkzaamheden. En dat er niet echt een periode daarna meer is.
Dat is misschien niet per sé de werkelijkheid, maar dat is wel nu hoe zij het zien. De voorzitter: Is dat een antwoord op uw vraag? De heer Klerk: Ja, dank u wel. En ja, in hoeverre is er wel goed overleg met hen over dat dat, is dat goed overleg of hoe is dat? Mevrouw Groot: Dat was tot nu toe heel beperkt, omdat ze het zodanig niet zien zitten dat ze er niet over in gesprek wilden. Ze zijn bij de informatieavond geweest en we hebben dus voor volgende week een afspraak staan. Dus ik hoop dat daar een verbetering is. Maar ja, het raakt hen heel erg.
51
De heer Klerk: Dank u wel. De voorzitter: Ik geef het woord aan mijnheer Groenewege en daarna kom ik bij u. De heer Groenwege: Ja, de mevrouw van de Rijkswaterstaat gaf in het begin van haar presentatie aan, of tijdens haar presentatie, dat de natuurdoelstellingen vanuit Natura2000 en die vanuit de kaderrichtlijn water niet hetzelfde zijn en ook soms botsen. En ik was daar eigenlijk wel benieuwd naar van hoe dat zit. Kunt u daar meer informatie over geven? Mevrouw Groot: Ja, ik ben geen ecoloog, ik ben weer hydroloog. Maar er zijn bijvoorbeeld in de Otterpolder en ook in de Thomaswaard, gebieden iets verder naar het oosten, doelstellingen voor graslanden, stroomdal graslanden met bepaalde soorten en bepaalde vogels die daarbij horen. En die houden niet van overstromingen, dus daar zit wel een strijd. Wij zoeken echt die getijdenatuur, dat verschil in waterstand. En dat geldt bijvoorbeeld wel voor allerlei rietvegetaties, waar ook Natura2000-doelen voor zijn. Maar die doelen liggen niet op de polders waar we ook hebben gekeken. De voorzitter: Uw vraag is beantwoord? Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel. Ik heb drie korte vragen. Wie gaat het gebied beheren in de toekomst? Wat als de gemeente nee zegt, wat gebeurt er dan? Kunt u zonder akkoord van de gemeente verder gaan? En de derde vraag heeft betrekking op die oevers langs het Wantij.
Dat is een buurt waar ook een groot probleem is met zwerfafval. En het gebeurt dus wel eens dat er via het gras uiteindelijk zwerfafval in het water belandt. Als die oeverbescherming er komt, blijft het afval dan daar makkelijk achter hangen? Creëren we een soort van hangplek voor zwerfafval? De voorzitter: De vraag is duidelijk, denk ik. Wie gaat hem beantwoorden? Mevrouw Groot: Ja, het beheer ligt in principe bij de gemeente als eigenaar van de polder. Daar gaan we over in gesprek hoe we dat vormgeven. Het zou ook voor de gemeente een heel nieuw beheer zijn, want een dergelijk gebied heeft u nog niet. Dus dat is ook iets waar partijen met meer ervaring bij betrokken zouden moeten worden. En daar gaan we over in gesprek hoe we dat vorm moeten geven, hoe dat zit met budget. De tweede vraag. De voorzitter: Vraag twee was: als er geen akkoord is. Mevrouw Groot: Dat durf ik u niet te zeggen. En u vroeg over: kan het dan wel doorgaan? En dan denk ik: willen en kunnen zijn hier dan wel twee dingen. Dat scenario hebben wij niet uitgedacht. De heer Kuhlmann: Ik doel specifiek op bestuursdwang. Als u dan de Rijksoverheid waar u onderdeel van bent kan natuurlijk bepaalde dingen opleggen. Maar dat is in ieder geval nu niet iets wat u voor ogen heeft? De voorzitter: Deze vraag was via de voorzitter, maar het antwoord was nee. Het antwoord was nee. Uw laatste vraag.
52
Mevrouw Groot: Ja, dat is denk ik een goed punt wat u aankaart. Dat zou wel, daar zal het makkelijker in blijven hangen. Het is ook een kans om het makkelijker op te ruimen. Dus misschien kunnen we daar wel iets mee. Dus ik neem hem mee als aandachtspunt. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Kuhlmann? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik heb nog een resterende vraag, de rest is inmiddels beantwoord. En ik heb wel een papierprikker voor mijnheer Kuhlmann. De laatste vraag die ik heb die betreft de financiering van het geheel. Ik lees in de variantennota dat het budget voor alle varianten niet toereikend is. Dus mijn vraag is eigenlijk: hoe realistisch is dit hele plan en waar moet het geld vandaan komen? Wat er nog niet is, kennelijk. De heer …: Kijk, voor het kaderrichtlijn waterprogramma heeft elke regio vanuit Rijkswaterstaat, want West-Nederland Zuid is niet de enige met kaderrichtlijn waterprogramma. Hebben we budgetten toegerekend gekregen voor tot aan 2027. Zo hebben we ook voor de Sliedrechtse Biesbosch een budgettering gemaakt. En voor zover ik weet, zoals het er nu bij ligt, gaat het op zich nog goed. Ik moet verder dan nog in die variantennota kijken waar u dan precies op doelt, dat wij dan niet genoeg hebben. Want mijn beeld is wat anders. Maar op dit moment in ieder geval voor de planstudie hebben we genoeg.
En we zijn daar ook natuurlijk aan het kijken waar we kunnen optimaliseren en kosten kunnen besparen voor een mogelijke realisatie. Maar u mag er wel vanuit gaan dat wij niet iets op tafel gaan leggen wat wij niet kunnen betalen. Dat is vanzelfsprekend. De heer Van der Meer: Anders gezegd: u zorgt dat het betaald wordt. De voorzitter: U had nog een vraag, mijnheer Van der Meer. De heer …: Jazeker, ja. De voorzitter: Was uw vraag zo beantwoord? Dank u wel. Zijn er nog andere vragen? We zijn redelijk binnen de tijd. De heer Groenewege: Mag ik nog een korte vraag stellen? De voorzitter: Ja, natuurlijk. De heer Groenewege: Misschien een wat schurende vraag. Maar u zei in uw presentatie dat u niet tot onteigening over wil gaan. Waarom niet? De heer …: Heel simpel. Stel dat u eigenaar zou zijn van een perceel in het gebied en ik zou u gaan onteigenen. En ik zou u dus dwingen, het is ook een vorm van respect, zo zien wij het in ieder geval voor nu. Wij willen natuurlijk altijd middellijk eruit komen. Luisteren naar waar uw zorgen, uw gevoelens liggen. En op basis daarvan handelen op een manier die voor u in dat gebied, nou ja, op uw verblijfskwaliteit, uw belangen, uw leven, het minste impact heeft. In dat opzicht proberen we met stakeholders om te gaan zoals we ook zelf behandeld willen worden. En dat is eigenlijk een meer intrinsieke motivatie om het niet te doen.
Maar kijkend naar de toekomst, je kunt ook de vraag stellen van: wat gaat er dan gebeuren als mensen niet meewerken? Ja, dat weten we op
53
dit moment niet. Dat zal dan op dat moment een afweging zal er gemaakt moeten worden, misschien ook samen met de gemeente, dat weten we niet. Maar daar kunnen we nu geen verder antwoord op geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een handje omhoog gaan. Mevrouw Koole. Mevrouw Koole: Dank u wel, voorzitter. Wat ik niet helemaal terug nog heb kunnen vinden in de stukken en ook niet in de presentatie heb gehoord, echt het effect op de bestaande natuur. U heeft natuurlijk wel iets genoemd over de bomen, hè. Ik las wel iets over bevers. Maar als we bijvoorbeeld gaan kijken naar het vrij grote grasland wat daar aanwezig is, met bloemen en met kruiden, daar leven natuurlijk een heleboel insecten. Nou, ik hoef niet uit te leggen dat het heel slecht gaat met de insecten. Dus wat gebeurt er als dat onder water komt te staan? Is daar, ja, zijn daar andere mogelijkheden die jullie daarvoor willen creëren? Mevrouw Groot: Wij zijn geen ecologen. Nou, dat grasland zoals het er nu is, dat zou hier verloren gaan. Behalve in dat stukje polder wat we behouden. Elders in het gebied is het er wel nog. Dus eigenlijk de kans voor getijdenatuur is hier uniek en de kans voor grasland niet. Dus het is niet minder waard of iets, maar het is hier echt een kans om die getijdenatuur te creëren. Mevrouw Koole: Dat begrijp ik, alleen … De voorzitter: Via de voorzitter graag. Mevrouw Koole: O, sorry.
De voorzitter: Had u een aanvullende vraag? Kunt u hem heel kort stellen in het kader van de tijd? Want ik heb nog een vraag die komt. Mevrouw Koole: Nou, ik bedenk me dus dat echt dat leefgebied verdwijnt. Dus de insecten die daar leven verdwijnen dus ook. Dus het is ook niet zo dat die even verder vliegen naar een ander stuk waar bloemen staan. Mevrouw Groot: Dat weet ik niet in hoeverre die mobiel zijn. Maar de Otterpolder aan de andere kant van het Moldiep biedt het leefgebied nog wel bijvoorbeeld. Dus er is wel heel nabij en ook verder weg is het leefgebied er nog wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, aansluitend een aanvullende vraag. Ik denk dat de aandacht voor insecten inderdaad heel erg belangrijk is in het kader van biodiversiteit. En jullie hebben het steeds over doelsoorten. Ik weet niet precies wat die doelsoorten zijn. Maar voor zover insecten daar niet nadrukkelijk in zitten zou ik er erg voor pleiten om daar toch heel kritisch naar te kijken. Want dat is het begin van veel voedselketens, dus heel essentieel.
54
De voorzitter: Dank u wel voor deze suggestie. De allerlaatste vraag of er nog vragen zijn. Ik kijk nog even rond. Nog een vraag, mijnheer Cobben. Laatste vraag voor vanavond. De heer Cobben: Ja, nu het toch nog even kan. U wil graag getijdenatuur ontwikkelen, omdat dat hier kan. Dat is een van de weinige mogelijkheden. Maar realiseert u zich dat door uw plannen het verschil tussen hoog en laag water gaat afnemen? De waterberging neemt toe, dat is gewoon een natuurkundig aspect. Dat is al eerder gebeurd. Langs het Wantij zijn al verschillende polders ontpolderd, waardoor de stroomsnelheid in het Wantij enorm is toegenomen. Maar het verschil tussen hoog en laag water is afgenomen. Dat gaat hier ook door gebeuren. En ja, ik zou willen adviseren: ga dat in kaart brengen. Maar ik vraag me af of jullie daar al naar hebben gekeken. Mevrouw Groot: Ja, daar hebben we naar gekeken. En uit de modelberekeningen blijkt niet dat dat verschil af zou nemen. Ik weet niet waar u op doelt met het Wantij. Dus dat is misschien wel interessant om daar dan iets meer van te weten. De heer Cobben: Het Wantij is de rivierarm waar het getij door binnenkomt. Mevrouw Groot: Ik weet niet dat daar het getij is afgenomen door ingrepen. De heer Cobben: Ja, dat is een logisch gevolg van die ontpoldering.
De voorzitter: Is er een duidelijke vraag wat ze zouden kunnen beantwoorden? De heer Cobben: Ja, mijn vraag was of dit aspect is onderzocht. En volgens mij geen duidelijk antwoord. Mevrouw Groot: Nou, het aspect is onderzocht. En wij zien geen afname in de getijdenslag. De voorzitter: Is dat rapport beschikbaar? Is dat mogelijk om dat in te laten zien? Mevrouw Groot: Ja, het is nog concept. Maar als het is vastgesteld, dan kunnen we dat zeker leveren. Als er andere ervaringen zijn in het Wantij, dan heb ik daar heel erg graag de onderbouwing van. Want dit is wel belangrijk dat die getijdenslag intact blijft. Dus dat willen we niet doen. De voorzitter: En binnen welke termijn kunnen we dat verwachten. Mevrouw Groot: Dat rapport? De heer …: Dan moeten we even kijken. Er lopen nog verschillende onderzoeken en elke hebben een andere deadline. Dus daar moeten we dan nog even op terugkomen. De voorzitter: Oké. Dus wellicht kunt u deze vraag ook nog bewaren voor een volgende keer. Ik wilde eigenlijk gaan afsluiten, mijnheer Kleinpaste. Maar is die heel snel binnen tien seconden?
55
De heer Kleinpaste: Hij is binnen tien seconden, het is namelijk geen vraag maar een opmerking. Ik wou de voorzitter een compliment geven voor het in goede banen leiden van deze bespreking. De voorzitter: Dank u wel, dat was niet makkelijk. Bij deze als laatste opmerking. Er zijn twee vragen gesteld waar schriftelijk op gereageerd zal worden, dat hebben we genoteerd. Dus dat komt eraan. En daarbij de opmerking voor het vervolg hiervan dat college en raad, ja, nog afspraken gaan maken over het vervolg. En ik wil u allemaal bedanken voor uw aanwezigheid en uw inzet. Dank u wel.
4. Vaststellen bestemmingsplan 2e herziening Stadswerven, locatie 50 kV gebouw - Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Merx Raadsgriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Met uw welvinden wil ik graag beginnen aan het laatste punt van vanavond. En voordat ik begin heet ik u eerst allemaal welkom, ook nog de kijkers thuis die deze vergadering vanuit huis bijwonen. Ik maak even een rondje. Als de woordvoerder van de partij zich even voor wil stellen. In ieder geval bij dit onderdeel, bij oordeelsvormend, is er maar één woordvoerder per partij. Het maakt niet uit met hoeveel mensen u aan tafel zit. Wel de voorkeur dat elke partij die het woord wil voeren in ieder geval aan deze tafel zit. Dus als er partijen zijn met meerdere mensen aan tafel en daardoor andere mensen op de publieke tribune moeten zitten die het woord willen voeren, dan verzoek ik u eventjes daarvoor te wisselen. Maar ik zie geen mensen nu dringend opstaan en zeggen: ja, dan ga ik zitten. Het hoeft niet. Nee hoor, het hoeft niet. Want ik zie niemand op de tribune opstaan die zegt: ik wil hier graag gaan zitten, want ik wil het woord voeren. Dus blijf lekker zitten. Ik begin rechts, even graag voorstellen de woordvoerders. Dus degenen die niet het woord voeren die hoeven even niets te zeggen. De heer Portier: Ja, rechts maar eigenlijk ook links.
Ronald Portier, Socialistische Partij. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff van het CDA. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, CDA. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP.
56
De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De voorzitter: En dan hebben we iedereen gehad. En de wethouder. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De voorzitter: Kijk eens aan. Nou, dank u wel. We gaan het hebben over het raadsvoorstel bestemmingsplan tweede herziening Stadswerven, locatie 50 kV gebouw. Er hebben deze maand twee beeldvormende sessies plaatsgevonden. De toelichting op het plan op locatie door de projectontwikkelaar en een hoorzitting belanghebbenden. En er zijn nog een aantal technische vragen van Gewoon Dordt en DENK beantwoord. Met alle informatie die nu voor handen is, is het nu aan de raad om te oordelen. Nou, ik help u even herinneren hoe we dat hebben afgesproken. De eerste termijn maak ik een rondje, ik stel gewoon voor dat ik weer dezelfde route volg. Met iedere fractie even kort toelichten wat het oordeel is of het voorlopig oordeel van de fractie. Dus geen enorme woordvoering, maar gewoon kort even toelichten: nou, wij zijn tegen of voor om die en die reden.
Dan kan de wethouder daarop reageren en dan gaan we lekker met elkaar in debat om elkaar te overtuigen van een anders gelijk. En dan gaan we aan het eind van de vergadering concluderen waar dat toe gaat leiden. Wordt dit een hamerstuk naar de raad of wordt het een bespreekstuk? En als het een bespreekstuk wordt, dan zijn het minimaal drie partijen die dat willen bespreken. En dan ook graag met een politieke vraag of even een motie of amendement of wat u ook allemaal in gedachten heeft. Nou, nu ben ik weer lang genoeg aan het woord geweest. En ik geef gauw het woord aan mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. De voorstellen rond het bestemmingsplan en de plannen van de ontwikkelaar hebben een flinke ontwikkeling doorgemaakt. In eerste instantie werden we geconfronteerd met een nogal hoog en groot en ingrijpend gebouw, wat ook redelijk dicht of liever gezegd onredelijk dicht op dat van de bewoners uit zou komen. We hebben gezien dat er in goed en veelvuldig overleg flinke aanpassingen zijn gedaan. Ergens blijft het jammer dat een monument, dat dat toch in ieder geval aan een kant flink zichtbare wijzigingen worden aangebracht. Aan de andere kant zien we ook dat er gewoon woningen nodig zijn in Dordrecht. We zien ook dat aan de bezwaren van de bewoners voor een flink deel tegemoet is gekomen. Dat ging met name ook over de hoogte.
We zien dat die hoogte nu zodanig is vastgelegd dat die zichtlijn zeg maar beperkt blijft tot, even uit mijn hoofd, 17 meter. En dat er in tegenstelling tot andere bestemmingsplannen niet in de hoogte afgeweken kan worden door het college. Al met
57
al lijkt het ons een heel redelijke compromis en kunnen wij vooralsnog instemmen met het voorstellen voor de wijziging van het bestemmingsplan. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar uw buurman, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, toeval wil dat mijnheer Portier al datgene wat ik wilde vertellen precies heeft gedaan. Dus dank u wel. De voorzitter: Nou, hartstikke goed. Dat gaat mooi. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij mogen oordeel vormen na presentatie en inspraak. En dat wil ik op drie punten doen. Het gaat namelijk over de aanpassing van het monument, het gaat over de hoogte en het gaat ook over het participatieproces. Die drie delen hebben we eruit gehaald. En voor het CDA is de aanpassing van dit monument acceptabel. Laat ik dat maar met de conclusie beginnen. De vraag is wel voorbij gekomen: vind je überhaupt dat monumenten aangepast mogen worden? Daar ging ook de technische vraag over die ik heb gezien. Het CDA vindt dat dat kan, want hiermee kan je ook monumenten behouden. Want wat kan je anders met zo’n gebouw? En we willen er ook op wijzen dat het ook al op andere plekken is gebeurd in Dordt. Kijk bijvoorbeeld naar ons museum waar een hele aanbouw heeft aan plaatsgevonden. Kijk naar Kunstmin, waar een toneeltoren bovenop is gebouwd.
En wellicht kunt u er nog een aantal verzinnen waarbij dat gebeurd is. Het stadshuis hoor ik hier rechts naast me. Nou kijk, een derde. En wij vinden het hier ook heel netjes gedaan, er is ook zorgvuldig naar gekeken. De op- en de aanbouw is zodanig gedaan dat je het onderscheid tussen oud en nieuw heel goed ziet en toch vormt het een geheel. Dus onze complimenten daarvoor, dat is fraai gedaan. Dan de hoogte, het pand wordt hoger en is dat dan acceptabel? De insprekers vinden van niet, hebben we vorige week gehoord. Want die zijn bang dat ze er qua inkijk op achteruit gaan. Dat begrijpen we ook en mogelijk is dat ook zo. Toch vindt het CDA dat als we het algemeen belang moeten afwegen tegen het individueel belang in deze, dat we hiermee moeten instemmen. Als we in Dordt veel woningen willen bouwen, en dat willen we, en we willen niet in de polders bouwen en we willen dat binnen de bebouwde kom oplossen, dan zullen we hier en daar de hoogte in moeten. En dat zal op meer plaatsen gaan gebeuren, schatten wij zo in. En wij vinden dat het hier op een acceptabele manier plaatsvindt. Dus we kunnen daarmee instemmen, al begrijpen we de individuele bezwaren. We begrepen vanuit de insprekers, daar kwam het woord planschade nog voorbij. Daar hebben we vanuit het college niet zoveel informatie over gehoord, dus ik heb er dan toch nog wel een vraag bij deze aan het college over.
Hoe groot zij de kans inschatten dat we hier planschade zouden moeten betalen. En of dat zo is, of dat voor risico van de projectontwikkelaar is of voor ons als gemeente. Dan het laatste punt, voorzitter, dat gaat over het participatieproces. Nou, wij vinden dat als we alle participatieprocessen doen zoals het hier is gegaan, dat we het in Dordt heel goed doen. Onze complimenten daarvoor. Al beseffen we dat de uitkomst niet voor iedereen tevredenstellen zal zijn, wij denken niet dat dat aan het proces gelegen heeft. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar uw buurman. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Ik had vorige week natuurlijk een schriftelijke vraag gesteld en daarop heb ik antwoord gekregen. Vanuit de gemeente is er aan de