CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05-10 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 10 mei 2022, gemeente Dordrecht55.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

De voorzitter: Sorry. Mijnheer Merx van de Dordtse VVD. De heer Merx: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, die schulden dat intigreert wel. Een op de vijf problematische schulden van ... Maar is dat over alle inkomensgroepen? De heer Meinster: Ja. De heer Merx: Maakt dat nog verschil, of ...

95

De heer Meinster: Ja. Deze statistieken zijn in ieder geval over alle inkomensgroepen. Maar het risico op schulden is bij mensen met een laag inkomen in die zin wel veel groter. De heer Merx: Ja, de mogelijkheid om het af te betalen zeg nnaar waarschijnlijk. De heer Meinster: Ja, die mogelijkheid is er bij de groepen met een hoger inkomen. Dus de mogelijkheid om het niet af te betalen en dus het risico op het ontstaan van die problennatische schulden zoals ze hier zijn gedinieerd, ja, dat zit echt bij de groep lage inkomens, zoals ik ze heb laten zien, 100 tot en met 150 procent van het sociaal minimum. De heer Merx: En u liet net een sheet zien waarin Ja precies, die, helemaal goed. Huishoudens met een inkomen tot 101 van het wettelijk minimum, en het gaat over armoede. Is dan de suggestie die hiervan uitgaat dat 101 procent, dat al deze mensen die hier genoemd staan, dat percentage, dat die in armoede !even? Of ... De heer Meinster: Nee, dat niet. Het risico op armoede is bij deze groep het grootst. Dus het is niet, ja, voor elke voordeur te bepalen, is hier armoede? Want ja, het is afhankelijk van heel veel factoren. Stel dat iemand een laag inkomen heeft, een AOWuikering, nnaar wel een afgelost koophuis heeft. Ja, dan hoeft daar geen armoede te zijn, in die zin dat het inkomen laag is, nnaar de vaste lasten ook gewoon minimaal zijn.

Dus dat Ja, het lastig om dat echt in kaart te brengen voor Dordrecht, Oberhaupt voor Nederland, wanneer je dan spreekt van laag inkomen of armoede. Dus daaronn waarschuw ik ook daarvoor dat het niet gelijk staat aan elkaar. Maar wat we zeker weten is dat het risico op problemen gewoon groot is bij deze groep inwoners. De heer Merx: Dank u wel. En een vraag, maar kom je waarschijnlijk straks op terug, en dat is de oorzaak van de schulden? Maar dat hoort waarschijnlijk bij de schuldhulpverlening hoofdstuk. De heer Meinster: Ja, dat ... Die komt straks inderdaad nog voorbij. De heer Merx: Oke, dan konn ik daar straks De heer

Ja, dank u wel.

Voorzitter?

De voorzitter: Ja, ik heb u gezien. Mijnheer De Vries was als eerste van de Verenigde Senioren Partij. De heer De Vries: Voorzitter, dank u wel. Is dat cijfer van 14 procent voor CrabbehofZuidhoven niet enigszins geflatterd? Ik vind dat er een wezenlijk verschil is tussen Crabbehof zelf en Zuidhoven. Als je aan de ene kant van de Thorbeckeweg kijkt naar de rechterkant. Ik denk dat daar veel nneer armoede is als je aan de linkerkant kijkt waar de torenflats staan en de riante villa's. De heer Meinster: Ja, ik denk dat u gelijk heeft.

96

De heer De Vries: Want dat zou eigenlijk betekenen dat Crabbehof dan zo'n beetje in de top staat als je dat specifiek gaat bekij ken. De heer Meinster: Ja. Ja, klopt. Het CBS houdt daar geen rekening mee. We kunnen dit model ook niet verder De heer De Vries: Maar als het CBS daar geen rekening mee kan houden, kan Dordrecht daar toch wel rekening mee houden? De heer Meinster: 3a, zeker. 3a, ja. De heer De Vries: Dat was mijn vraag. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste van Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: 3a, voorzitter, ik had eigenlijk een vraag bij het volgende plaatje dan weer, onndat ik nieuwsierig ben ... Hier staat problematisch zo prachtig tussen haakjes. Is er een uitsplitsing te geven of denkbaar, waarbij er een inzicht ontstaan tussen problematische schulden en schulden die op zich niet tot echt relevante problemen leiden? De heer Meinster: Ja, dat ... Het staat wel in de afbeelding. Ik heb hem niet heel uitgebreid toegelicht. Maar in de rechterbalk daar staat die uitsplitsing gegeven. Dus het NIBUD weet dat van de 2,8 miljoen huishoudens die nnoeite hebben met het betalen van die rekeningen, ja, dat daar verschillende, ja Of dat de ernst wisselt in die categorieen. Dus de bovenste balk, 200.000 huishoudens, die zitten echt in hulpverlening. Dus dat zijn de huishoudens die al hulp krijgen.

En de groepen daaronder, lijkt qua kleur overigens niet heel logisch, want hij loopt van licht naar donker. 3e zou het eigenlijk andersom verwachten. Maar de groep daaronder, ja, dat, die 614.000 huishoudens, die lopen risico op schulden, die hebben hebben eigenlijk hulp nodig. En daar is de uitdaging om de inwoners te bereiken. De voorzitter: Is daarnnee uw vraag beantwoord, mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja. Nee, het geeft een beeld, en tegelijkertijd zat ik nog door te denken, en hebben we dat dan voor Dordrecht ook specifiek in kaart? Maar dat volgt vanzelf denk ik. De heer Meinster: Ja, dat antwoord kan ik al geven. Zo specifiek hebben we het voor Dordrecht niet in kaart. Dit is echt landelijk onderzoek. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Safranti van DENK. De heer Safranti: Ja. Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, als ik deze sheet zo'n beetje bekijk en de inleiding van de wethouder heb gehoord, dan denk ik, ja, hoe kan het zo zijn dat het dan zover is gekomen? Zeker als ik terugkijk naar de sheet hiervoor en als

97

ik ook kijk wat er ... En hoeveel er geInvesteerd is de afgelopen is de krachtwij ken of de vogelaarwijken, hoe je het ook wilt noemen. Juist in, ja, juist in die donkerblauwe gedeelten. Is daar dan geen les uit getrokken? Er is enorm in geInvesteerd en dan zie je dat we na tien jaar of over tien jaar nog steeds hetzelfde beeld hebben. Dat is eigenlijk ook de vraag richting niet de wethouder, nnaar naar mijnheer

De voorzitter: Mag ik u wel verzoeken cm informerende vragen te stellen? Deze Een klein beetje politiek. Maar ik laat het even aan de wethouder over. Mijnheer Martens hoeft hier geen antwoord op te geven. De heer Heijkoop: Ja, dit is een terechte vraag. En dit is helaas Helaas is armoede ook niet lokaal onn te buigen. We hebben vier jaar geleden al met elkaar gedeeld dat armoede lets is van gisteren, van vandaag en helaas ook van morgen. En dat blijkt ook uit deze cijfers. We zien wel dat een aantal buurten, wijken, zich positief hebben ontwikkeld. Met name Krispijn staat er echt beter op dan twintig jaar geleden. Tegelijkertijd was de vraag van de heer De Vries spot on, want de Crabbehof vind ik echt onze grootste zorgwijk op dit moment. Daar gaat het niet goed, daar moet echt aandacht naar uitgaan. Ook omdat armoede nneer is dan alleen een tekort aan inkomen. Het gaat ook over de kwaliteit van de woningen in een wijk. En dan zie dat in Crabbehof hebben we daar ook wel wat zorgen. Als je kijkt naar de energielabels daar en je kijkt waar nu veel kosten voor ... In huishoudens waar die gemaakt worden, dan gaat het ook daarover. Dus we moeten daar vol mee aan de bak. Maar als het echt gaat, zeg ik richting de heer Safranti, van hoe kunnen we armoede verbeteren? Ik heb daar een poosje terug ook nog met het nninisterie van Sociale Zaken over gesproken.

En bijvoorbeeld kinderarmoede, daar zijn annbitieuze doelstellingen op. Het gaat over miljarden. En dat zit bij de rijksoverheid. Dan moet je echt structureel werk nnaken van een forse verhoging van het minimumloon. En er zijn nu afspraken over gemaakt in het regeerakkoord, maar dat moet verder onnhoog, dat is niet toereikend. Daaraan gekoppeld zullen ook de uitkeringen moeten stijgen. En er moet wat gebeuren in het fiscale systeem, zodat werken ook loont. Als dat soort grote systeemwijzigingen worden doorgevoerd en parallel daaraan ook het toeslagensysteem wordt verbeterd, dan zal je zien, dat heeft echt forse impact op deze cijfers. Wat wij lokaal kunnen doen en waar we ons vooral voor inzetten, is onn de armoede die in onze stad is, om dat voor onze inwoners zo dragelijk mogelijk te maken, dus met goed flankerend beleid. Dus zorgen dat mensen die in de schulden zitten, dat we die snel in beeld krijgen, kunnen helpen, zodat die schulden niet oplopen. En door hele toegespitste voorzieningen aan te bieden waarmee mensen bijvoorbeeld een zorgverzekering kunnen betalen, waarmee kinderen kunnen sporten. En op die manier kinderen die in armoede leven niet te laten vereenzamen of erbuiten te laten vallen. Dat kunnen wij vooral doen als gemeente. Daarvoor nnoeten wij ens in blijven zetten.

Maar heel eerlijk, als het gaat over het inkonnen van mensen, daar kunnen wij niet zoveel aan doen. Daar kunnen wij niet zoveel aan doen. We kunnen ... De bijstandsuitkering verstrekken wij, nnaar dat is gewoon een uitvoeringswet. En daaraan gekoppeld kun je wat doen met persoonlijk minimabudgetten. Ik ga het niet te technisch nnaken. Maar daar houdt het qua inkomensbeleid wel een beetje bij op, want dat moet echt landelijk gebeuren.

98

De voorzitter: Beantwoordt dit uw vraag? Dank u wel, wethouder. Mevrouw Vol van Partij voor de Dieren. Mevrouw Vol -van der Hoist: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder inderdaad. U zegt over de inkomsten dat u daar weinig aan kan doen. Maar is er dan een mogelijkheid om te onderzoeken of het basisinkomen toch niet ingevoerd kan worden? De heer Heijkoop: Ja. Ja, voorzitter, het basisinkomen is weleens onderwerp van gesprek, in ieder geval ook aan de landelijke tafels. Want er zijn bepaalde politieke groeperingen die geloven daar heel nadrukkelijk in. GroenLinks heeft er een aantal keer aandacht voor gevraagd. Die heeft ook een keer een initiatiefvoorstel ingediend in de Tweede Kamer. Het kabinet heeft daar gewoon een hele strakke lijn dat ze dat niet toestaan. De Participatiewet biedt geen ruimte om een basisinkomen te verstrekken. Natuurlijk is de bijstandsuiterkering een vorm van een basisinkomen. Er zijn wel een aantal gemeenten die hebben daarmee geexperimenteerd. De gemeente Groningen heeft dat bijvoorbeeld gedaan. De gemeente Utrecht heeft een vornn van een basisinkomen toegepast. Dat is ook geevalueerd en dat laat tot wisselende beelden zien. Ik voorzie niet dat er op korte termijn ruimte komt om daar echt werk van te nnaken. Pilots zijn ook gewoon niet toegestaan.

Wat je wel kan doen, waar je wel Wat je wel Wat wel gemeentelijk beleid kan zijn, is dat je via ... Dat je mensen aan het werk helpt en dat je daar wel een bepaald comfort geeft aan mensen dat zij die stap naar werk durven zetten. Maar daar hoort geen basisinkomen bij, daar hoort gewoon een fatsoenlijk loon bij. En we hebben in dit land het wettelijk minimumloon en dat is dan wel de basis van waaruit je vertrekt. Want dat basisinkomen ligt wel beduidend lager nog dan het nnininnumloon. De voorzitter: Ja? Kunnen wij hiermee voldoende dit eerste deel afronden en gaan we door in de presentatie? De heer Meinster: Goed. Dan kijken we naar de minima-effectrapportage van het NIBUD. Het zal een , ja, een begrip zijn wat bij sommigen al bekend is, de MER. Voor anderen licht ik hem even toe. Het is een rapport wat door het NIBUD op ons verzoek, of op verzoek van de Sociale Dienst, in kaart brengt hoe de, ja, de situatie voor huishoudens in de Drechtsteden in Dordrecht is, met alle regelingen die er zijn lokaal en landelijk, zoals zij gebruik zouden nnaken van alle voorzieningen die er zijn, hoe komen deze groepen die ik net ook heb laten zien, de groepen 100 tot en met 150 procent van het wettelijk sociaal minimum, hoe komen die dan rond. En de uitkomsten van de laatste MER, die is vorig jaar september opgeleverd, ja, die waren eigenlijk heel positief.

Maar dan begin ik gelijk met een grote kanttekening dat er sinds het doorrekenen door het NIBUD, de zonner vorig jaar, ja, is er gewoon ontzettend veel veranderd. Dus alles wat wij nu uit die MER kunnen halen, ondanks dat daar heel veel goeds in lijkt te staan voor Dordrecht, is het gewoon niet nneer actueel. Dus dat is echt even een waarschuwing. Er wordt gewerkt aan een nieuwe MER. Dus daar is het NIBUD nnee bezig en die volgt binnenkort. Ja, ook daar blijft het constant de vraag, hoe actueel is het? We blijven ook een beetje achter de feiten aanlopen, gezien de wereldwijde ontwikkelingen en de stijgende inflatie. Bijna dagelijks is er wel weer nieuws over stijgende prijzen en,

99

ja, dat blijft de uitdaging met zo'n doorrekening. Dus er volgt een actuele versie en voor nu doen we het even met de MER zoals die in septennber vorig jaar ook is gedeeld met de raad. Ja, daarin zegt het NIBUD, er is een ruinnhartig nninimumbeleid. Dus dat betekent dat, ja, alle huishoudens voldoende hebben om rond te konnen. En met uitzondering van het gezin met oudere kinderen, is er ook voldoend om sociaal te participeren. Dus gewoon om mee te doen in de nnaatschappij met de kosten die daarvoor nodig zijn. Dus dat huishouden met het gezin met oudere kinderen, dat is gewoon een aandachtspunt wat zij alvast meegeven. Dat komt nu dus iets te kort. Een belangrijke tweede voorwaarde, of eigenlijk een belangrijk aandachtspunt daarbij is ook dat van alle regelingen die er zijn gebruik wordt gennaakt. Dus dat is iets waar ik straks ook nog op terugkonn. Maar het blijven modellen met berekeningen die uitgaan van in die zin ideale situaties, waarbij mensen die recht hebben op voorzieningen alles weten te vinden en alles aanvragen. Dus dat is een tweede kanttekening. En dat is ook waaronn die toeleiding zo belangrijk is. Inwoners wijzen op de voorzieningen die er zijn. De mogelijkheden om daar gebruik van te maken en ervoor te zorgen dat ze dat dus ook doen. Dus dat we dat zo laagdrennpelig mogelijk maken.

Dat is een van de belangrijkste adviezen die het NIBUD eigenlijk alle gemeenten meegeven, zorg ervoor dat je vindbaar bent. Nou, de MER komt straks nog even terug. Ik ... Nog een korte blik op de ontwikkelingen die verder nog een rol spelen. Dus zoals gezegd komt er een actuele MER waarin zo goed als mogelijk wordt geactualiseerd de situatie zoals die nu is. En ja, die situatie bestaat ook uit een aantal complicerende factoren. Dus de oplopende inflatie noemde ik at. Dat zorgt dit jaar, maar waarschijnlijk ook volgend jaar, gewoon voor een dalende koopkracht. Daarnaast zijn de economische vooruitzichten door de oorlog in Oekraine gewoon onzeker. Niet alleen vanwege stijgende grondstofprijzen en energieprijzen. Dat bepaalt wet voor een groot deel die onzekerheid. Maar ook, ja, alles wat daar onnheen hangt en door wordt veroorzaakt. Dan zien we daarnaast dat de coronasteunmaatregelen worden afgebouwd. Dus dat is natuurlijk al ruim aangekondigd. Maar dat betekent volgens het CBS en een verzekeraar Atradius dat we ook kunnen rekenen op gewoon een toenemend faillissementen van ondernemers die in de afgelopen twee jaar de crisis hebben kunnen overleven dankzij de steunmaatregelen die er waren, nnaar nu die maatregelen wegvallen, ja, gewoon aangewezen zijn op hun eigen nniddelen en daardoor niet altijd levensvatbaar nneer zijn.

Dus we houden rekening met een stijgend aantal faillissementen en de gevolgen daarvan. Nou en tot slot een wat positiever punt in die zin, de arbeidsmarkt die blijft aantrekken. Dat heeft ook weer nadelen natuurlijk, omdat, ja, het vinden van geschikte nnensen is daardoor voor het bedrijfsleven soms wat lastiger. Maar het biedt wet kansen voor de nnensen die nu niet werken, bijvoorbeeld omdat ze daarvoor te weinig aandacht kregen. Dus de minder kansrijke groepen op werk, de nnensen die er nu nog zien die niet werken, die hebben Of kunnen meer aandacht krijgen om aan het werk te konnen. En dat past ook bij de dating die we zagen bij het aantal bijstandsgerechtigden of het aantal inwoners in die groep 100 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dus het zou kunnen dat die groep verder daalt door deze ontwikkeling. Dan ga ik naar de beleidsmiddelen. Maar ik zou even een tussenstop maken om te kij ken of dat er vragen zijn over deze MER en ontwikkelingen. Ja.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/495/documents/18183