CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05-10 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 10 mei 2022, gemeente Dordrecht55.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Nou, dit zijn wel de onderwerpen waar we voor de toekomst naar moeten kijken. Want vanuit de gemeente, provincie, het Rijk, I&W is daarin voor ons een partner die meedenkt, NS, ProRail, allemaal partijen samen met de werkgeversorganisaties en het onderwijs zijn we aan het kijken hoe we in eder geval nog van A naar B kunnen blijven gaan van nu tot 2030. En daar hoort een heleboel bij, niet per se de auto. Wat overigens niet betekent dat je niet overal moet kunnen komen met de auto, dat moet ik er ook wel even bij zeggen. Er zijn nou eenmaal mensen die zwaar afhankelijk zijn van de auto, dus die moeten sowieso altijd een beetje kunnen doorrijden. Nou, waar gaat het dan over? Bijvoorbeeld betere treinverbindingen en de dedicated goederenlijnen. Dat betekent eigenlijk alleen maar dat je goederenvervoer op een andere manier wil gaan organiseren, zodat het niet meer dwars door de stad heen gaat. Ik probeer het gewoon even wat simpeler te nnaken met wat voorbeeldjes, dan blijft het denk ik beter hangen. Die betere treinverbindingen, dat gaan we vertalen in tien minuten naar de Randstad. Er is het afgelopen jaar al flink op ingezet en er is nu al een verbinding tussen Rotterdam en Dordrecht. En dan kan je zes keer per uur kan je op een trein stappen, wat heel erg helpt. Want het liefste gaat iedereen op de fiets naar het treinstation.

Daar gooi je eigenlijk gewoon je fiets neer, maar eigenlijk zet je hem netjes in de fietsenstalling daar. En dan ren je het perron op en dan ga je het liefst spoorboek-loos reizen. Want dat is toch het beste alternatief wat er is en dat is eigenlijk de enige manier waarop we nnensen kunnen verleiden om uit de auto te stappen. Dat is dat we het reizen met het openbaar vervoer zo makkelijk maken dat het echt een volwaardig alternatief wordt. Nou, daar hebben we nog het een ander in te doen. Zo willen we ook de fietsbereikbaarheid verbeteren in de regio. Je kan overal komen, maar het is niet overal even lekker fietsen. De bordjes staan niet altijd op dezelfde plek. De kwaliteit van de fietspaden zijn niet altijd hetzelfde. Dus de beleving daarvan, die nnag wat verbeteren. En nou, er zijn op dit moment meer elektrische fietsen verkocht dan gewone fietsen in Nederland. En daar ga je sowieso al een enorme range aan bereikbaarheid voor die fiets nnee vergroten. Want waar je nornnaal gesproken vijf kilometer zou fietsen is nu al heel gewoon met een elektrische fiets om 7,5 tot 15 kilometer te fietsen. En dan wordt woon-werkverkeer hier in de regio

57

natuurlijk ineens een stuk aantrekkelijker op de fiets. Het waterbusnetwerk zijn we aan het verbeteren. Een onderdeel daarvan is ook de riviertaxi-pilot. Je ziet hier een mooi plaatje, het is een sea-bubbel. Dat is draagvleugeltechnologie. Dat bootje komt omhoog, dan heeft die minder weerstand en daardoor kan dit ontzettend duurzaam van A naar B varen. En met het regiodealgeld gaan we daar een pilot varen en dan hopen we daarbij een extra stukje van het waterbusnetwerk in te zetten wat er nu nog niet is. Van een dikke waterbushalte naar een oever op een bedrijventerrein bijvoorbeeld. Die laatste stukjes, dat noemen ze de last en de first mile van de nt. En dat mist hier nog. En dan uiteindelijk toch ook de betere verbinding over de weg. Verlichting van die filedruk, dat is vooral heel prettig voor logistiek, maar ook voor die mensen die ik net benoemde die afhankelijk zijn van de auto. Doorstroming op die weg dat zou ons enorm helpen. In de aantrekkelijkheid van dit gebied is dit ook echt een onderdeel waar we aandacht voor moeten hebben. Kijken of het nog een keer goed gaat. Het is echt een topavond. Ja, wat doen we daar dan voor? Ja, we doen een paar dingen, maar het allerbelangrijkste is zo veel mogelijk geld binnenhalen. Want dat zei Olga net ook al: wij hebben allemaal gemeentebudgetten. Daar kunnen we van alles en nog wat mee.

Maar het belangrijkste is dat we gaan opschalen daarin. Het echte geld zit bij Rijkswaterstaat, de provincie, bij de MRA, bij I&W. En NS en ProRail die hebben ook onze hulp nodig om die fondsen te gaan benutten. Dus daar zit de sannenwerking. Wij hebben een gebiedsagenda opgesteld voor de regio, die noennen wij bereikbare regio. Die werken we verder uit, op hoofdlijnen zijn dat onderwerpen waar we met de hele regio aan werken. En het is zo belangrijk, omdat we met de zeven gemeenten hier echt die sannenwerking moeten vinden. Omdat dat fietspad dus niet stopt bij die gemeentegrens. En die A15 gaat ook langs alle gemeenten. Dan hebben we een heel mooi nieuw principe, dat is hier in goed Nederlands uitgewerkt zoals u ziet. Niet helemaal dus, maar die is door het CROW vertaald naar STOMP. En STOMP is een ontwerpprincipe. Als je een nieuwe wijk gaat maken, dan is het goed om veel nneer te gaan kijken naar: hoe ontwerp ik nou de ruimte die er beschikbaar is? Ga ik dat direct geven aan de auto, voor het parkeren? En als er eenmaal parkeerplek ligt in een straat, dan blijft dat honderd jaar liggen, dat wordt nooit meer een speelveldje. Of ga ik nou toch eens even kijken naar hoe ik een straat anders kan gaan inrichten? En dan vanuit het principe, hoe kan ik hier nou prettig lopen, fietsen, een stap trappen, is er ov in de buurt? MAAS staat voor mobility as a service.

Dus wat bij mijn reis past is hetgeen wat ik dan krijg. En dan aan het einde die priveauto. En die priveauto die zal dus altijd moeten blijven. Maar moet die nou per se recht voor je deur staan of nnag daar ook een plek voor groen, fietsen, spelen worden ingeruimd? Nou, dat ontwerpprincipe bij de nieuwe wijken gaat laten zien dat je dan op een heel andere manier je straten gaat inrichten. Ik ben veel te lang bezig, of niet? Ja, precies. En Joey zei net al van: je moet niet te lang blijven praten, anders heb ik maar twee minuten. Nou, en dit ontwerpprincipe kan je ook toepassen als je een straat opnieuw gaat inrichten, omdat hij toch al open moet omdat de riolering eruit moet of omdat de weg anders of opnieuw moet worden onderhouden. En dan is het ook goed om te kijken: deze weg, voldoet die nog wel aan de normen van nu? Of zouden we samen met de straat een andere inrichting kunnen vinden? Dus hier zit ook een groot participatie-element in, omdat je heel graag met bewoners de straat zou willen inrichten. Nou, en dan de laatste had ik al gezegd, daar is gewoon hartstikke veel geld voor nodig. Dus met de regio zitten wij met enige regelmaat in Den Haag, gezellig bij de

58

gedeputeerden. We zitten bij I&W, we trekken heel veel Tweede Kamerleden in lobbytrajecten onze kant op om de Dordtse zaak maar eventjes flink te benadrukken als het gaat over de spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht. En de regiozaak, als het gaat over de Merwede-Lingelijn, als het gaat over de waterbus, als het gaat over de Meerttrajecten op de A15, daar zitten we met Rijkswaterstaat. En op die manier proberen we daar zo veel nnogelijk aandacht voor dit gebied te genereren. En als die aandacht er is, dan konnt op een gegeven moment dat geld vanzelf ook. Nou, dat lijkt me wel een mooie laatste zin. Dan ga ik. Zal ik hem gewoon geven. Kijk eens, Joey.

De heer Reedijk: Goedenavond allemaal, ik ben Joey Reedijk, progrannmamanager van de energietransitie in de regio Drechtsteden. Ook geboren en getogen Dordtenaar, dat is niet belangrijk maar wel leuk. Want het is toch wel een beetje een thuiswedstrijd vanavond, dus dat is prettig. Ik ga even iets vertellen over wat wij doen in de energietransitie. En ik kan me voorstellen, ik heb ook een beetje proberen te luisteren als raadsleden. Ik denk dat het best veel informatie was en dat het allemaal best snel gaat. En dus ik ga proberen om het echt lekker plat en concreet te ma ken, voor zover mogelijk. Even de energietransitie, dat is natuurlijk de klimaatopgave en de opgave om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Nu is de vorige bestuursperiode is vooral benut om onze kaders vast te stellen. Er is een nationaal klimaatakkoord vastgesteld. In dat nationale klimaatakkoord zitten opdrachten voor de gemeente. De belangrijkste dat is dat de hele gebouwde omgeving aardgasvrij nnoet worden en er moet in totaal 35 terawattuur aan duurzanne energie worden opgewekt. Nou, daar hebben wij in de vorige bestuursperiode hebben wij de regionale energiestrategie daarover opgesteld. En in Dordrecht is ook de transitievisie warmte vastgesteld. In die RES is opgenomen hoeveel energie wij willen besparen, hoeveel energie wij willen opwekken en waar onze duurzanne warmtebronnen zitten.

En in die transitievisie warmte, daar is omschreven wat de beste alternatieven zijn voor het aardgas. Nou, dat nnaakt deze bestuursperiode interessant, want dit zou de bestuursperiode moeten zijn waarin we tot resultaten gaan konnen. Kaders en ambities vaststellen, gelukt. Nu echt aan de slag met die uitvoering. Nou, dan eventjes toch snel: wat willen we dan bereiken? De ambities die u hier ziet, of de doelstellingen, dat zijn de regionale doelstellingen die zijn vastgelegd in de regionale energiestrategie. In Dordrecht werkt Joost Leennans, opgavemanager duurzanne stad, die heeft u vast wel gezien, groot en breed. Hij werkt met zijn Dordtse collega's aan deze doelen, om die allemaal te realiseren. Net zoals dat collega's in de andere gemeenten dat ook doen in hun gemeentegrens. Maar om deze doelstellingen te realiseren, daarin zitten een aantal zeer connplexe vraagstukken die voor iedere gemeente in principe voor een groot deel gelijk is. En met name op die vraagstukken worden wij ingezet vanuit de regio. Dus op de complexere overkoepelende vraagstukken, daar proberen we zo veel nnogelijk in regionaal verband naar te kijken. Enerzijds onndat dat natuurlijk gewoon efficienter is, maar anderzijds omdat met name de kleine gemeenten gewoon niet de capaciteit hebben om dat allemaal zelf te doen. Nou, dit spreekt voor zich. Wel belangrijk hetgeen wat eronder staat.

Het is nadrukkelijk ook een nnaatschappelijke transitie. Dus het gaat niet om de technische transitie van energie opwekken en wat woningen verbouwen. Het zit hem met name in alle nnaatschappelijke problematiek die daar ook achter vandaan komt. Dat zien we nu natuurlijk, aan den lijve ondervinden we dat met de stijgende energiekosten. Mensen

59

beginnen gewoon echt in de problemen te konnen. En de energietransitie, het verduurzamen van woningen en het opwekken van duurzame energie zou daarvoor een deel de oplossing kunnen zijn. Nou, dan eventjes dus: wat doen wij nu vanuit de regio, naast die inspanningen die lokaal plaatsvinden? Hier zijn een aantal voorbeelden. Wet abstract, ik ga ze even concreet maken. Het wegnemen van de grootste bedreigingen en knelpunten. Waar moet je dan aan denken? Nou, denk bijvoorbeeld aan alle woningen die verbouwd moeten warden, maar oak bijvoorbeeld het elektriciteitsnet, wat flink verzwaard moet warden am alles aan te kunnen. Dat vergt enornn veel vakmensen am at het werk te kunnen verzetten. Nou, wij kunnen nu voorspellen dat een tekort aan vakmensen, dat gaat gewoon een van de belangrijkste knelpunten zijn in de energietransitie. Nou, dat is nu bij uitstek een vraagstuk wat je in regionaal verband het beste op kunt pakken, omdat je daar de schoolinstellingen bij nodig hebt. We hebben daar een Da Vinci -college voor nodig, maar ook andere opleidingsinstituten. Maar we hebben ook alle bedrijven nodig. Nou, dan kan je dus als iedere gemeente kan je een gesprek aangaan met Da Vinci -college en jouw lokale bedrijven of je pakt hem gezamenlijk. Nou, wij kiezen ervoor am zo'n vraagstuk, am dat gezamenlijk op te pakken. Omdat je daarmee alle partijen beter kunt verbinden.

Een ander voorbeeld van zo'n bedreiging, dan heb ik nneteen de belangrijkste twee te pakken. Het tekort aan vakmensen, dat is de andere belangrijkste bedreiging in de energietransitie dat is echt het energiesysteem. Dus even heel kort, ik hou oak van praten hoar. dus op een gegeven moment moet iemand mij even afkappen. Ik kijk naar links en naar voren. Heel goed, ik doe het echt zo snel nnogelijk, maar dan blijft er wet wat hangen hopelijk. Die opgave, nee, dat komt goed. Die opgave am aardgasvrij te warden, je hebt een aantal alternatieven voor aardgas. Waarvan de belangrijkste hebben oak met elektriciteit te maken. Dus we moeten sowieso elektrisch gaan koken en een warmtepomp vergt oak veel elektriciteit. Dat betekent dat er veel meer elektriciteit over het net moet gaan en dat betekent dikkere kabels en leidingen. Nou, wat een enorme investering is, wat oak niet overal tegelijk kan. Nou, oak dit wat dus gaat spelen in de complete regio is iets waar je goed regie op moet voeren am die knelpunten zo min mogelijk pijn te laten doen. Ik vertel meteen: we gaan de knelpunten niet volledig kunnen voorkonnen. Maar door daar met de verschillende partijen, de netbeheerder, onder andere de gemeente uiteraard en de provincie, am daar goed naar te kijken. Dan kun je de pijn hopelijk verzachten. Ik ga even tempo maken. Het duurzame opwekken sla ik even over.

Ja, wet toch een groat succes en oak wet iets waar we trots op mogen zijn. Dordrecht heeft natuurlijk at jarenlang een warmtenet. Nu is het warmtenet is het goedkoopste alternatief voor aardgas in veel wijken in de Drechtsteden. Nu heeft de samenwerking in de vorige bestuursperiode ertoe geleid dat 6500 woningen inmiddels, dus net werd ongeveer 5900 genoemd, voor 6500 woningen is nu subsidie binnengehaald am die woningen in de komende vijf jaar aan te sluiten op een warmtenet. Nou, dat is een samenwerking geweest tussen de provincie, de netbeheerder, HVC als warmtebedrijf, alle woningcorporaties en alle gemeenten. En dat is een voorbeeld van hoe je met elkaar maak je meer indruk in het Haagse. Dus Dordt is natuurlijk best groat van omvang en zijn echt een kei in die warmtetransitie. Maar in Den Haag bij die ministeries maakt het gewoon meer indruk als je daar namens een regio van 300 duizend inwoners spreekt en laat zien dat die ontwikkeling overal plaatsvindt. Dat is mijn laatste zin hoar. in Den Haag geloven ze wet dat het Dordrecht lukt am dat warmtenet wat uit te bouwen, maar

60

zij zien ook dat het in de kleinere genneenten niet lukt. Nou, ons lukt het wel. In Sliedrecht, Papendrecht, Ambacht en Zwijndrecht ontstaat ook een warnntenet. En nou, daar plukken we dus met zijn alien de vruchten van. Kortom, boodschap eigenlijk die ik hier vandaag in ieder geval wilde duiden: wij worden vooral ingezet op de complexe vraagstukken waar samenwerking heel logisch is. En met zijn alien door die sannenwerking maak je ook nneer indruk naar buiten. Mevrouw Arandjelovi6: Ja, dank je wel. Ik rond hem nog even af. Nog een paar dingen ter afsluiting. Slim samen vooruit, ja, waar richten we ons nou voor de komende periode op? Dus jullie periode, de komende vier jaar. Eigenlijk kan je zeggen: groeiagenda, dus deze opgave moet door en ook naar next level. Dus veel nneer in triple helix verband, de kwartaalbijeenkonnsten zijn daar ook een manier voor. Als het goed is heeft u daar, ik weet niet of dat is, maar heeft u een uitnodiging ontvangen voor de kwartaalbijeenkomst ook van 7 juni. Als dat nog niet zo is, dan ontvangt u die alsnog via de griffie. Want dat hebben we afgesproken en konn daar ook zeker naartoe. En nou goed, vooral die triple helixsannenwerking is een hele belangrijke. En ook om dat op innovatieve manieren te doen, bijvoorbeeld met innovatietafels of een bouwtafel, om ook met die partners tot die versnelling te komen. Dan ga ik nog even verder door.

Kijk, dit gaat ook weer gewoon over geld. Het is een beetje plat, nnaar dat hebben we gewoon ook echt nodig om al die dingen die we hier willen bereiken voor elkaar te krijgen. Er is een nieuwe tranche regiodeal, er zit 800 miljoen in een pot van minister Bruins Slot. Dus daar zijn we mee bezig. Hugo de Jonge heet ook geld voor de woningbouw. Er is een nationaal groeifonds en we gaan ons veel meer ook richten op Europese fondsen. Want daar is nog heel wat te halen verwachten wij. Nou, even wat kader voor hoe we dit doen. Dus we hebben een werkbudget van zo'n 4,3 nniljoen waar we eigenlijk met deze nnensen het programma op draaien per jaar. Dat wordt bij elkaar gelegd door de zeven gemeenten, voor Dordrecht is dat lets minder dan de helft wat jullie daaraan bijdragen. En daarmee runnen we eigenlijk dit gezamenlijke verhaal. Voor de komende periode moeten we dat weer opnieuw gaan bezien van hoeveel daarvoor nodig is en wat je daarin hebt te doen. Dat gaan jullie ook krijgen te zien in het voorjaar. Nu hebben jullie bij jullie stukken de jaarverantwoording van 2021. Nou, dat zal ook wat herkenning opleveren ten opzichte van de presentatie en de aanbiedingsbrief van Kolf naar aanleiding van het monitoringsoverleg. In dit najaar ontvangen jullie ook het uitvoeringsprogramma voor de komende periode, met daarbij ook een voorstel voor de begroting.

De monitor, we maken een keer per jaar een grote monitor. Een resultaat en effectmonitor van wat we hier bereiken en wat in de pijplijn zit. En ook de brief naar aanleiding van het nnonitoringsoverleg, wat aan het begin van de zomer zal plaatsvinden. Dus dit zijn de monnenten waarop ook, ja, jullie als raden, dat doen we dus keer zeven want het is meervoudig lokaal, ook in stelling worden gebracht om ook hier wat van te gaan vinden. En natuurlijk gaan we graag met jullie slim sannen vooruit. Of jullie zijn het eigenlijk voor wie wij het doen. Wij staan tot jullie dienst, zo gezegd. U ontvangt nog een mail met allerlei naslagwerk dingen om daar in te lezen. Kijk ook zeker op de website, daar is het filmpje volgens mij ook te vinden wat natuurlijk jamnnerlijk is gemist. Maar het is echt een heel leuk film pje. En meldt u ook aan voor de maandelijkse nieuwsbrief, want dan blijft u op de hoogte. Nu ben ik echt klaar.

61

De voorzitter: Dank je wel, Olga. We hebben nog dertien minuten, inderdaad. Misschien nog even gelegenheid om wat vragen te stellen. Zijn er nog vragen? Mijnheer Gundogdu van Op Ons Eiland. De heer GOndogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Vraag aan Olga, dan wel de portefeuillehouder. Wij hebben als de regio een opgave voor 25 duizend woningen tot aan 2031. Is daar nog een bepaalde ontwikkeling gaande? Gaan we dat nog halen of krijgen we daar vanuit u nog een aparte rapportage over? Ik ben wel even benieuwd naar het resultaat. Mevrouw Arandjelovi6: Ja, zal ik die nnaar beantwoorden? Ja, of we dat gaan halen weten we denk ik in 2030. Kijk, in dit tempo gaan we dat niet halen. Dus daar moet echt wel een extra versnelling op komen. Vandaar ook dat we dat advies nu aan het inwinnen zijn over: hoe kunnen we onze woningbouwprogrammering nog slimmer in elkaar zetten, nog meer gezamenlijk kijken met de regio of we ook gezamenlijk deals of afspraken kunnen maken met bouwers, ontwikkelaars, om dingen nog slimmer en op een goede manier te doen. Of het mogelijk is, ja, ik denk dat het nog steeds wel kan. Maar het betekent wel echt een stukje slimmer daarin worden en versnelling daarin brengen. En er zal ook financiering voor nodig zijn. Dat laten we op dit moment ook doorrekenen. De heer GOndogdu: En wat betekent daarin de brief van de provincie? De voorzitter: Graag via de voorzitter.

De heer Gundogdu: Gewoon ter aanvulling op die vraag. Van: er ligt een brief van de provincie over het woningbouwprogramma in de regio. En dat fietst door een aantal dingen, een aantal plannen heen. Dus dan ben ik heel benieuwd naar wat dat gaat betekenen. Mevrouw Arand1elovi6: Ja, dat klopt. De provincie heeft een werkwijze waarbij ze kijkt naar wat de behoefte is in een bepaald gebied. En dat baseert ze op, nou ja, eigenlijk op de doorgaande trend uit het verleden. En onndat hier in het verleden niet zoveel werd gebouwd en niet zoveel, is dus die behoefte ook beperkt. Wij zeggen: we hebben dat wel nodig, ook voor de sociaaleconomische sprong. Want ja, dan konn je even in een andere modus. Daar is die lobby ook heel belangrijk voor. De provincie is daar op dit moment, nou ja, nog niet voornemens om daar helemaal in mee te werken. Dat gaat dan vooral ook om de locaties rondom de Merwede-Lingelijn die in het Greene Hart liggen. Maar wat de provincie in ieder geval nu wel heeft gedaan, die heeft gezegd: joh, de plannen rondom de spoorzone, daar geven we zeker green licht voor. Die behoefte is aangetoond en gewoon de plannen voor de komende paar jaren die kunnen ook vooruit. Op dat moment, maar het wordt een beetje een technisch systeem verhaal, gaat je behoefteramingen gaan dan ook omhoog. En dan kom je ook weer hoger in die cijfers uit.

Dus ja, de provincie onnarnnt de ambitie nog niet van die 25 duizend. De voorzitter: Mijnheer Wringer van Beter voor Dordt.

62

De heer Wringer: Ja, dank u, voorzitter. Dank voor de presentatie. Jullie zetten ook in op innovatieve bedrijven richting hier te halen. Zeker in de maritieme sector. Nou, ik was vandaag op de World Hydrogen Summit in Rotterdam, alles over waterstof, 180 bedrijven. Zetten jullie daar ook op in, om dat soort bedrijven richting Dordrecht te halen? Net zoals Groningen dat doet en Rotterdam dus. Mevrouw Arandjelovie: Ik kijk even naar Niek. Ik weet in ieder geval dat we hier zeker ook met waterstof bezig zijn. De heer De Wit: Ja, dank je wel. Een van die road maps die ik net al even aanstipte zeg maar, die ook met ondersteuning van die regiodeal zeg maar tot stand konnen, dus die langlopende innovatieprogramma's. Dat fixeert zich ook op duurzaam varen. Dat kan ook elektrisch zijn, maar dat kan zeker ook met waterstof zijn. Er zijn een aantal partijen, bedrijven uit onze regio, DAAM is daar ook leading in, maar ook een Kudo et cetera die daar wel degelijk mee bezig zijn. Wat we nu aan het proberen zijn is dat we op een aantal van die oeverlocaties, en ik noemde die bijvoorbeeld een peuterlocatie waar we dus bezig zijn om het bedrijf door te verplaatsen naar het Nestelterrein. Daar is overigens ook weer een koppeling te maken met het water, voor aan- en afvoer zeg maar van het papier en plastic recycling.

Maar om op de oude locatie zeg maar weer ruimte vrij te spelen, om daar juist weer maritieme innovatie of maritieme bedrijven naartoe te krijgen. Dus echt werk aan klussers. En daar horen denk ik ook dit soort bedrijven bij die inderdaad sterk innovatief zijn. Maar op dit moment, de eerlijkheid gebied te zeggen dan ook dat op dit moment de ruimte eigenlijk niet voor handen is. Dus ze moeten echt woekeren in die ruimte, zorgen dat sommige bedrijven die op een andere plek dan beter zitten de locatie verlaten. En op die nieuwe locatie zeg maar naar nieuwe profielen bouwen en zorgen dat je daarmee ook dit soort type bedrijven, die echt die keten en die clusters versterken, daar ook een landingsplek krijgen. Dus dat is echt wel ... Maar op dit moment, nogmaals, de ruimte is vrij beperkt. Mevrouw Arandjelovi6: Wilde jij wat zeggen Joey nog? Je moet even aanvullen. De heer Reedijk: Toch wel. Het gaat niet alleen om nieuwe bedrijven, het gaat ook om een nieuwe toepasser. We hebben bijvoorbeeld Pelican Rouge, een koffiebrander. Nou, die gebruiken veel aardgas. Daar wordt wel gekeken: kan aardgas misschien worden vervangen door waterstof? Dus niet per se dat we nu allemaal nieuwe waterstofbedrijven willen aantrekken, maar we kijken wel voor waterstoftoepassingen. Zo wordt er ook een waterstof field lab is naar Dordrecht gehaald, hoe heet die weg, daar naast Ames.

Ik ben heel slecht in namen. Maar we hebben dus een waterstof field lab, dat is een landelijk field lab wat in Dordrecht landt. En dat field lab gaat zich richten op waterstoftoepassing met betrekking tot transport over land, waterstof in transport over water en waterstof in de industrie. En bij die industrie nnoet je dan ook weer denken aan een bedrijf als Corona, wat meetapparatuur maakt. Nou, daar kan weer een innovatie zitten om waterstof goed af te kunnen meten. Want dat is ook weer ingewikkeld. Dus niet per se dat we richten op bedrijven aantrekken, maar we kijken wel naar zinvolle toepassingen van waterstof in de Drechtsteden. De voorzitter: Dank u wel. Vragen? Gaat uw gang.

63

De heer Boone: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik nnag namens Beter voor Dordt ook nog wat opmerkingen en vragen aan u stellen. Nou, allereerst dank voor alle rapportages, zeer systennatisch en grondig wat ons betreft. Grote ambities die wij sterk toejuichen op het gebied van bouwen, wonen, econonnie en werk. Wat we ons wel afvroegen is dat de ambities die er zijn sterk met elkaar verweven zijn. Om maar een voorbeeld te noemen, ik kan me zo voorstellen als de woningbouw achterblijft of sterk achterblijft, dat dat ook grote gevolgen heeft voor bijvoorbeeld kwantitatief en kwalitatief mensen aantrekken in deze regio om aan het werk te krijgen. In hoeverre zijn er rekenmodellen die jullie hanteren om zeg maar te kijken hoe die verschillende deelgebieden met elkaar communiceren? Mevrouw Arandjelovi6: Nou, heel specifieke rekenmodellen hebben we niet. Ik denk ook niet dat dat helemaal rocket science is zeg maar, hoe die aantallen op elkaar aansluiten. Maar wat we wel doen en wat we nu ook zeker de komende periode, dat gaat ook een beetje over dat slimmer worden, in onze woningbouwprogrammering gaan kijken: oke, maar welk woningbouwproduct zet je nou eigenlijk neer? Welke doelgroep trek je daarmee aan of welke doorstroming breng je daarmee op gang? En wat betekent dat dan voor de bevolking die je hier wil houden, dan wel aantrekken in relatie tot de arbeidsmarkt.

Dus op die manier kijken we wel hoe dat op elkaar aansluit. En daar is bijvoorbeeld zo'n initiatief voor een bouwtafel een middel voor, omdat je dan ook met het bedrijfsleven aan tafel en met de ontwikkelaars kan spreken over: ja oke, als dit zeg maar alle plannen zijn, welke zouden dan als eerste moeten oppakken en welke kunnen ook later? Omdat die een vliegwiel kunnen zijn in de hele ontwikkeling. Dus ja, echt een rekenmodel niet, maar we doen er wel echt onderzoek naar. En dat is onder meer het Brinkonderzoek wat we nu aan het uitvoeren zijn, waar jullie ook t.z.t. zeker over geInfornneerd worden. De voorzitter: Dank u wel. U had ook nog een vraag? Ja. Mevrouw Boom: Ja, dank u wel. Nou, dank u wel voor de mooie presentatie en de heldere en compacte jaarverantwoording, moet ik zeggen. Doordat alles zo helder is rijst bij mu j eigenlijk nneer de vraag: we werken heel mooi in regiosamenwerking, daar hebben we een groeiagenda voor opgesteld. En ik hoor van u dat in het najaar het uitvoeringsprogramma komt. Wordt zo'n uitvoeringsprogramma ook doorgerekend naar wat wij vanuit Dordrecht daarin mee participeren, dus dat we daarop kunnen sturen? Mevrouw Arandielovi6: Dat is een goede vraag. Dat is een goede vraag. Want een van de aandachtspunten ook uit de monitoringsbrief was de lokale vertaling van de regionale ambities.

Dus wordt dat gedaan? Ja, ik denk dat dat zeker door Dordrecht ook wordt gedaan. Maar of dat ook zo expliciet en overzichtelijk ook tot u komt, dat weet ik even niet. Dus misschien dat Maarten daar wat over kan zeggen. De voorzitter: De wethouder. De heer Burcigraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat dit een heel ... Dit is eentje die we inderdaad ik denk een halfjaar terug ook al een keer in het monitoringsbrief hebben meegegeven. Dat is dat je ziet dat boven lokaal organiseren je een aantal

64

ontwikkelfases hebt. En de eerste is zorgen dat je met elkaar een goede duidelijke visie hebt, vervolgens dat je hem goed door vertaalt in: wat ga je nou regionaal doen? En de volgende stap is inderdaad cruciaal en dat is: hoe kun je elkaar er ook op aanspreken of ook nou ja, vanuit die zeven verschillende Drechtsteden die je doet ieder je bijdrage levert. En daar heb je wel de vinger op de goede plek dat dat de volgende stap is. En dan niet zo zeer alleen in Dordrecht, ik durf zelf, maar goed ik ben nnisschien wel bevooroordeeld zal ik maar even zeggen omdat ik het van eigen werk bekijk. Maar ik vind dat we daar in Dordrecht echt wel met de monitoring van die vierduizend banen en vierduizend woningen van de afgelopen periode al heel ver zijn. Maar dat het in de regio echt een belangrijke stap is dat ieder individueel dat doet en elkaar daarop aanspreekt en op stuurt. En dat dat de enige manier is om dit ook tot uitvoeren te brengen.

De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Gezien de tijd, nog een vraag dan? Ik heb u al gehad, volgens mu. Nou, ik zie de naam niet, dus vandaar. Maar ja, alstublieft. De heer Roggekannp: Erik Roggekamp, Gewoon Dordt. Bedankt voor de presentatie, dat was best wel verhelderend. Over vervoer had ik alleen een grote vraag. Ik zag hem heel erg toegepast of toegespitst op personenvervoer en dan werk en dat soort verkeer. TerwijI we hebben bij de Dordtse Keel er geInvesteerd in een logistiek centrum, een A16 die behoorlijk vaststaat naar het noord en zuid. Kijken jullie daar ook hoe de Drechtsteden beter ontsloten kan worden naar het westen, naar kant Utrecht en dat soort dingen? Mevrouw Arandjelovie: Volgens mu j is het antwoord ja. Maar Saskia gaat hem even toelichten. Mevrouw Platenkannp: Het antwoord is ja. En dat doen we natuurlijk niet alleen, dat doen we samen met de werkgeversorganisaties. Want daar zitten de grootste belangen. We kijken naar het totaal van het gebied. En we hebben nog een fijne partner hierin, Rijkswaterstaat. Die nnaakt het niet zo heel veel uit, of het nou van werkgevers komen of dat nou van nieuwe bedrijven, oude bedrijven, van toerisme, van wie dan ook komen. Het gaat ze allemaal over doorstroming. En daarin houden we elkaar heel scherp. De voorzitter: Tot half negen toch? Excuses.

Gezien de tijd, we nnoeten om half negen stoppen, wilde ik jullie Niet? 0, vandaar. Nee, ik zat helemaal in paniek. Sorry, we gaan gewoon verder. U bent aan de beurt. Ja, de namen, ik kan ze niet zien dus. Voordat ik mijnheer Hartmeijer het woord geef, de PvdA dat weet ik wel. Maar uw naam. Mijnheer De Vries? Mijnheer Damen, alstublieft. De heer Damen: Ja, een ding ontgaat mij een beetje. Van, er wordt gesproken over het aantrekken van bedrijven, het versnellen van het woningbouwprogrannma, er moet meer mobiliteit komen. Tegelijkertijd hebben we gezegd: de stedelijke bebouwing moeten we beperkt houden. Dus daar zit een behoorlijke spanning in, van: hoe zorg je dat je al die dingen die je meer wil hebben, waarin je wil groeien, dat je die binnen een beperkt stedelijke ruimte realiseert? En voor mu j is dan de vraag van: moet je dan van alles onbeperkt meer willen hebben of moet je daar niet veel strategischer in kiezen? En wat

65

zijn daar dan de keuzes in? Want ik hoor nu alleen maar meer, meer, meer en groeien, groeien, groeien. Dat vind ik een beetje ouderwets. Mevrouw Arandjelovi6: Ja, ik begrijp de vraag. Het woord groeiagenda heeft natuurlijk ook wel een beetje die betekenis, van meer. Maar het gaat uiteindelijk is de bedoeling die erachter zit is die versterking van de sociaalecononnische balans, of de brede welvaart in dit gebied. Het gaat natuurlijk om kwaliteit en om te zorgen dat die balans er is tussen woningmarkt en arbeidsmarkt. En dat het hier, ja, dat die brede welvaart hier versterkt wordt. We hebben wel een onderzoek gedaan even over die ruimte. Want al die plannen, als je dat zeg maar zou plotten op de kaart, past het dan eigenlijk wel? Want dat vergt natuurlijk ook wel wat ruimte. En het antwoord is dan wel ja. Dan lopen we nog wel even tegen wat provinciale regels aan als het gaat om bebouwingscontouren. Maar het kan wel. Er zijn natuurlijk ook forse transformatorlocaties. Er zijn echt wel gebieden die je ook kan transformeren tot woningbouw of met schuifoperaties, bedrijfsverplaatsingen ruimte kan maken. Dus de ruimte op zich is hier wel daarvoor beschikbaar. Maar Niek zit me te wenken. De heer De Wit: Ik ga voor een belangrijk deel ook met u mee hoor daarin. We hadden ooit die ambitie in 2016 van 30 duizend banen erbij.

Dat was vooral ingegeven om een inhaalslag te maken ten opzichte van vergelijkbare regio's. Als je kijkt naar de werkgelegenheidsquote, zeg maar het aantal banen wat we in Dordrecht of in de Drechtsteden hebben Oberhaupt afgezet tegen de potentiele beroepsbevolking, dan bungelen we echt onderaan. En ik ben er echt van overtuigd zeg maar dat die focus even op die aantallen hebben eraan bijgedragen dat we wel in versnelling zijn gekomen. U zag die negenduizend banen erbij, nou, dat is een forse sprong. Dat hebben we in de jaren daaraan voorafgaand nooit met elkaar bereikt. Natuurlijk, we hadden ook de economische groei mee landelijk, dus dat hielp ook wel. Maar tegelijkertijd denk ik ook: helemaal eens. Het gaat niet meer alleen zeg maar om de aantallen, maar het gaat om de kwaliteit van de banen en in hoeverre dat die ook aansluiten bij die toekomstige wenselijke beroepsbevolking die we willen hebben als stad. En daarin zit dan ook het leefklimaat en je woningbouwprogrammering. Denk ook tegelijkertijd, als je kijkt naar toch logistiek. Dat heeft gemiddeld genomen veel ruimte nodig met minder banen. Ik denk dat je ook vooral moet gaan kijken naar zeg maar de binnenstedelijke functies bijvoorbeeld, waar je minder werkplekken of minder vierkante meters per baan voor nodig hebt.

Dat helpt ook alweer in het diversifieren zeg maar, dus het kijken naar de zakelijke dienstverlening, financiele dienstverlening, om die ook te koppelen. Ook in zo'n spoorzonegebied waar we hier zijn. Dus ik sluit eigenlijk wel aan bij wat u zegt. Niet meer alleen op de aantallen zitten maar ook om de kwaliteiten en kijkend ook: wat voor type opleidingsniveau vraagt dat dan? En kan je dat ook weer matchen met je opleidingsaanbod? Die Dordrecht Academy en dergelijke. Dus daar zullen we veel meer accupunctuur aanpak zou je haast zeggen, dus veel meer op de dingen zitten. En die ruimte is maar beperkt, de green fields zoals we die altijd hebben gekend, vrij uitgeefbare terreinen, die zijn gewoon op. Dus je nnoet in die bestaande ruimte gaan woekeren. Dus veel meer in hogere dichtheden denken. Dat is toch een kleine nuance ten opzichte van wat jij aangaf.

66

Mevrouw Arandjelovi6: Ja, heel goed. Maar dat geldt eigenlijk voor de woningbouw hetzelfde. Oak daarin is de ambitie gesteld: 25 duizend. Maar stel nou dat je die sociaaleconomische sprang en die balans ook bereikt met 20 duizend, ja goed, ik zit niet op uw stoel, maar dan kan je ook denken: misschien is dat ook wel goed. De voorzitter: Mijnheer Hartnneijer van SP. De heer Hartmeijer: Ja, dank voorzitter. Ik miste eigenlijk in het verhaal, het was een annbitieus verslag, dat beviel me wel. Aileen het gaat over zon op dak gaat het volgens mij zit er ook in, in de energietransitie. Ik nniste alleen de samenwerking met woningcorporaties, hoe die samenwerking is. Want daar hebben we natuurlijk direct lets over te zeggen in principe ten opzichte van particuliere verhuurders of koop. Mevrouw Arandjelovie: Kan jij daar wat over zeggen, Joey? Zeker, volgens nnij. De heer Reedijk: We zijn in deze regio wel echt gezegend met fantastische woningcorporaties. Dat kan ik vanuit mijn opgave echt met droge ogen zeggen, onndat die hebben echt hun nek uitgestoken in de afgelopen vier jaar. Die warmtetransitie, dus het aardgasvrij maken van de gebouwde onngeving, dat is een ingewikkelde ingreep en ook kostbaar. Dus ik noemde net al: het warmtenet is de goedkoopste oplossing. Maar ook die oplossing is nog behoorlijk duur.

Aileen met nnassa kun je vaak de kosten vaak dempen en dat maakt ook de besluitvorming een stuk makkelijker. Nu hebben die woningcorporaties in de Drechtsteden ongeveer 41 duizend woningen en die kunnen redelijk snel beslissingen nemen. En het is vaak ook gestapelde bouw. Nou, dat zijn allennaal pres. Dus die woningcorporaties, die 6500 woningen die in de konnende vijf jaar warden aangesloten op het warmtenet, dat is 100 procent corporatiebezit. Mogelijk gemaakt dus omdat die corporaties hun nek uitsteken en die investeren echt grove bedragen. Wat het lastige daaraan is, dus ik ben heel blij daarmee. Maar we moeten wel beseffen dat de woningcorporaties, dat is eigenlijk de armste groep van de maatschappij. Dus het is wel bijzonder dat wij nu aan hen vragen am die startfunctie te pakken. Dus de oproep aan u is ook vooral: zorg ook dat de particulieren en maatschappelijk vastgoed er ook achteraan gaat. En wat nu heel urgent is en dat raakt wel waar ook de gemeente een rat heeft, dat is nu de energiearmoede. Dus het zijn ook met name de corporatiehuurders, die krijgen te maken met energiearmoede. Zij hebben minder mogelijkheden zelf am het energieverbruik terug te dringen. Want dat is vaak ook aanpassingen aan het gebouw, het gebouw is niet eens van de corporatie.

En nou, daar zit een rol als gemeente van: kun je nu die corporaties die heel nadrukkelijk hun nek hebben uitgestoken al in de afgelopen jaren, kun je die nu nog steunen am ook daar waar isolatieverbetering nog mogelijk is, am dat mogelijk te maken. Maar ja, waar ik nnee began, de samenwerking met de corporaties is wel iets am te koesteren. Met name in de energietransitie. Ja, punt. Ja, zon op dak konnen we ook te spreken met corporaties. Die hebben natuurlijk ook veel daken, daar kijken we ook naar. Dat is ook weer een bruggetje. Ik gaf net aan: we proberen vanuit de regio een beetje complexe vraagstukken te pakken. Een van de complexe vraagstukken dat is zon op maatschappelijk vastgoed. Dus dat is toch, dat zijn vastgoedeigenaren niet per se met heel veel expertise op dat vlak. Die hebben ietsje nneer hulp nodig, denk ook aan scholen. Nou, daar zou je ook als gemeente, als regio, een rol kunnen pakken am daar

67

te faciliteren en te helpen. Dat is allemaal persoonlijke titel hoor. Maar dan denk ik: zo'n club die heel nadrukkelijk de nek uitsteekt in die hele connplexe warmtetransitie. Nou, als je die dan op zo'n ander dossier tegemoet kan komen, dan denk ik van: dat zou fantastisch zijn. Maar nogmaals, een persoonlijke titel. Mevrouw Arandjelovie: Nou, daar kan ik ook nog wel een kleine nuance dan op maken. Want die corporaties inderdaad, die steken hun nek uit in die energietransitie. Maar ook die corporaties hebben natuurlijk gewoon een budget en kunnen de euro maar een keer uitgeven. Dus geef je hem uit aan de energietransitie of aan woningbouwproductie? Dus dat is ook een vraagstuk wat we gewoon gezamenlijk met de corporaties natuurlijk moeten bespreken. Van: ja, waar zitten die gezamenlijke ambities? En corporaties schaken ook vaak op een ander bord dan de gemeente, maken ook hun afwegingen in een andere setting. Dus ja, die achtergrond moeten we daar denk ik ook in meewegen, van: waar wil je dat die corporatie eigenlijk zijn euro insteekt? De voorzitter: Zijn er nog vragen? Mijnheer Uysal van GroenLinks. De heer Uysal: Ja, dank voorzitter. Een aanvullende vraag met betrekking tot de energietransitie. Uit het coalitieakkoord blijkt dus dat het kabinet haar klimaatdoelstellingen verhoogt en de ambities ook verder worden aangescherpt ten aanzien van 2030.

Ook gezien de ontwikkelingen nu in Oost-Europa maakt denk ik de situatie nu nog nijpender. In hoeverre vertaalt het zich nu in regionaal niveau of op lokaal niveau? Wat betreft de intensivering van de energietransitie. De heer Reedijk: Bedankt, topvraag. Technisch antwoord: we hebben een regionale energiestrategie opgesteld en die moet om de zoveel jaar worden geactualiseerd. Dus we hebben nu de regionale energiestrategie 1.0 en dat moet dadelijk de 2.0 worden, de 3.0, enzovoort. Dat zijn herijkingsmomenten. Dus dat proces dat gaat op een gegeven moment gestart worden. Dan de vraag, en daarom vind ik hem leuk, want ik kan hem gewoon gelijk weer terugkaatsen natuurlijk. Wat gaat dat betekenen voor de regionale ambities? Ja, dat is aan u. U bent nu raadslid, u gaat daarover, u stelt de kaders. Dus als u vindt dat er een tandje bij moet, dan is dat aan u. Nee, maar dit is natuurlijk, kijk, ook de RES 1.0 is op basis van een intensief participatieproces is dat tot stand gekonnen. Dus daar hebben we de inwoners en de andere partijen gesproken, maar ook de politiek heeft zich laten horen. En op basis daarvan is de ambitie vastgelegd zoals die nu is vastgelegd. Als de meerderheid vindt dat er een tandje bovenop moet, ik zou het uiteraard toejuichen ook door de punten die u noennt, dan is dat aan u. Maar die mogelijkheid gaat er zeker zijn. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Boone nog van Beter voor Dordt. De heer Boone: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik werd ook een beetje getriggerd door de centjes. JuHie hebben fantastisch veel geld al binnengehaald. En op het einde van de korte financiele paragraaf triggerde eigenlijk Brussel mij. Er werd geschetst van: we willen meer met Brussel doen. Dus eigenlijk mijn vraag tweeledig. Een: welke verwachtingen heeft u vanuit Brussel ten aanzien van geld? En twee: hoe gaat u het lobbytraject aanvangen in Brussel?

68

Mevrouw Arandjelovia: Nou, dat is ook een goede vraag. En dat zijn we eigenlijk nu echt aan het opstarten. Dus daar is extra budget vrijgemaakt in de regionale begroting om echt iemand ook, zodat hier iennand staat die echt in Brussel gaat lobbyen en daarin gaat netwerken, om dat los te trekken. Een bedrag durf ik daar nu niet aan te koppelen, van: nou, we verwachten dit soort miljoenen binnen te halen. Maar we weten natuurlijk wel dat er, nou ja, flinke bedragen mogelijk zijn en dat andere regio's en provincies dat wel doen. En als wij het niet doen, ja, dan gaat het ergens anders heen. Dus wij hebben daar echt wel kansen die we kunnen benutten. Het staat echt nog even, het is echt nog heel pril dat we dat nog aan het opstarten zijn. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Van Engelen van GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is even oefenen, he, met al die namen. Ja, het zijn er een hoop. Ik had nog een vraag met betrekking tot de woningen. Want in de jaarverantwoording staat bij 'wat willen we bereiken': 25 duizend nieuwe woningen en meer woningen in het hogere segment of marktsegment. Zit er een getal achter het woordje meer of komen die meer woningen uit het hoge segment ook uit die 25 duizend woningen? Mevrouw Arandjelovie: Nou, er zit niet zo zeer echt een kwantitatief getal achter het woordje meer.

Maar de gedachte daarachter is dat als je woningen, he, we willen niet zoals Rotterdam. Rotterdam heeft bijvoorbeeld sociale woningen gesloopt, die had ook een vraagstuk met de sociaaleconomische balans en die hebben sociale woningen gesloot. Zo van: ja, dan komen we op die manier in balans. Nou, dat is hier gezegd: dat willen we niet. Dus als je die balans wil bereiken, dan wil je in het hogere segment eigenlijk relatief meer toevoegen in het hogere segment dan dat je anders zeg maar zou doen als je een evenwichtige toevoeging zou kiezen. Om ook de verhuisbewegingen op gang te krijgen. En dat is ook een van de dingen die we nu laten doorrekenen en berekenen in dat strategisch advies van: ja, waar hebben we het dan over en wat zou dan daarin nodig zijn zodat we daar meer feeling bij krijgen? Wat is dan dat aandeel in het hogere segment wat je hier echt zou moeten toevoegen om die balans te krijgen? Het is onderdeel van de 25 duizend, ja precies. Het is niet nog erbovenop, nee, klopt. Mevrouw Van Engelen: Oke, dus het is onderdeel van de 25 duizend. Maar ik hoar wel, jullie zijn nog op zoek naar die balans. Er kan ook blijken dat het bijvoorbeeld nnaar vijf huizen zijn die in het hoge segment gebouwd hoeven te warden. Mevrouw Arandjelovie: Nou, ik denk niet vijf.

Maar dat verwacht ik niet, omdat we wel nu zien in de huidige woningvoorraad dat het hoge segment daar beperkt in vertegenwoordigd is. En als we ook kijken in het RIGO-onderzoek wat jullie voorgangers hebben ontvangen, dat kunnen we nog wel opzoeken en dat is ook vindbaar op de website, daarin is ook het woonbehoefte onderzocht gewoon in deze regio. En dan zie je ook dat daar eigenlijk een tekort is aan dat hogere segment, wat dan volgens nnij daarin wordt gekwantificeerd als 450. Dus dat is daarin zichtbaar. De voorzitter: Ja, gaat uw gang.

69

Mevrouw Van Engelen: Het hogere segment is boven de 450? Mevrouw Arandjelovi6: Ja, nu ga ik iets gevaarlijks zeggen. Maar volgens mij is dat in het RIGO-onderzoek zijn verschillende segnnenten ingedeeld. En nou, er zit een categorie boven de 350 en boven de 450. Maar ik zeg het nu even uit nnijn hoofd. Mevrouw Van Engelen: We houden het beeldvormend vandaag, dus. Mevrouw Arandjelovi6: Ja, heel goed. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere vragen? Mijnheer Uysal nog van GroenLinks nogmaals. De heer Uysal: Ja, dank voorzitter. In het verlengde van de vraag over de energietransitie. In het kader van werk en economie is het doel om tienduizenden banen te creeren, passend bij het profiel van het bedrijfsleven. Nou nnoet ook het bedrijfsleven een omschakeling maken naar de groene industrie, om het zo te noennen. Wat is het profiel van het bedrijfsleden op regionaal niveau en in hoeverre houdt dat verband met een duurzame, circulaire en groene econonnie? Mevrouw Arandjelovi6: Nou, heren. Het is voor mij ook leerzaam zo'n avond. De heer Ja, dat is een ingewikkelde vraag. Laten we voorop stellen, kijkend ook naar de verduurzamingen en kijkend naar commercieel vastgoed, kantoorvastgoed. Daar liggen gewoon ook plichten inderdaad voor eigenaren om te gaan verduurzamen. Dus per 1 januari aanstaande zullen in ieder geval de gebouwen aan een C-normering moeten voldoen.

Ik weet dat wij als Dordrecht ook hebben gezegd: we willen in ieder geval 20 procent zeg maar van onze bedrijvigheid ook verduurzamen. Dus qua opwek en qua vastgoed. Ik denk dat het ook een ambitie zou moeten zijn die we hier echt doortrekken naar de bedrijventerreinen. Circulair, we hebben daar begin vorige collegeperiode zal ik maar zeggen is er naar gekeken, van: wat hebben wij hier nou voor circulaire bedrijvigheid zitten? We hebben bijvoorbeeld een Koelrek, we hebben een Julianahaven die in de betonketen zit, Janssen Recycling, et cetera. Het zijn bedrijven, nou, Peut is er natuurlijk ook eentje. Het zijn bedrijven die op dit moment zeg maar echt een nationale, bovennationale, afzetnnarkt hebben. Dus je ziet dat de grondstoffen die zij eruit halen, dat zij die ook weer verschepen. Het interessante zou kunnen zijn dat je die erg kan lokaliseren, dus dat je de her-benutting ook zeg maar lokaal kan gaan toepassen. Dus ingewikkelde vragen, want je nnoet echt op bedrijfsprocessen gaan ingrijpen. Ik denk dat dat wel echt een uitdaging wordt nu. En dat je ook die ambitie moet gaan pakken. En ik denk ook, nou, we hebben zeker bedrijvigheid die op dit moment al in die recycling zit die je kan gaan uitdagen daarop. Dus nou, het is echt een hele mooie ambitie om ook nu lokaal in ieder geval voor het eiland van Dordrecht echt beet te gaan pa kken. De voorzitter: Dank u wel.

Volgens mij wil de wethouder nog wat vertellen.

70

De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, in aanvulling hierop, als het puur over circulair gaat. Daar zit een programnna al op, die zit vooral met de bouwsector nu, daar hebben we al goede gesprekken op en concrete projecten. En je zou ook op de bedrijventerreinen, daar wordt nu ook een proef gestart op onder andere Dordtse Kil 3. Waarin ze bijvoorbeeld de afvalstoffen die ze daar hebben als bedrijf, dat je die op het bedrijventerrein zeg maar beter verzamelt. Waardoor je in plaats van afval zeg maar grondstoffen verzamelt. Daar ligt ook nog wel, nou ja, een kans om op die bedrijventerreinen in de onderlinge samenwerking van bedrijven veel meer afstennnning te krijgen als het gaat om energieopwekking en gebruik. Of dat je daar meer een soort ketenverband krijgt. Maar ik denk dat dit vooral, als je het in perspectief plaatst, een programma is waarbij je op de korte termijn dingen kan doen. En zaken die veel meer op lange ternnijn pas kan bewerkstelligen. Want als je het hebt over nieuwe bedrijfsontwikkelingen en dergelijke, ja, dat is niet van vandaag op morgen natuurlijk. Dat is een langzaam transitieproces. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Nogmaals gezien de tijd, dit keer wel goed, mijn excuses van daarnet. Zijn er nog vragen, ook specifiek richting Smart Delta Drechtsteden natuurlijk. We hebben hele goede vragen gehad.

Aileen nu meer specificeren naar het Smart Delta verhaal. Zo niet, dan wil ik eigenlijk naar een afronding gaan. Ik kijk zo, ja. Kunnen we naar een afronding? Twee dingen. Was dit voldoende voor jullie om dit door te sturen richting de raad? Deze raadsinformatiebrief ter kennisgeving. Ja? Voor 31 mei, inderdaad. Nou, oke. En daarbij kreeg ik net wat ingefluisterd. Ik heb half meegekregen dat er op 7 juni een kwartaalbijeenkomst is. Ja, misschien dat je wat extra toelichting erover kan geven? Mevrouw Arandjelovi6: Ja, dat is goed. We hebben, nou ja goed, jullie weten de Drechtraadvergaderingen zijn niet meer. Maar ontmoeting, en niet alleen onder raadsleden, maar raadsleden met bedrijfsleven, onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners, is natuurlijk nog wel heel erg nodig. Dus we hebben kwartaalbijeenkomsten. De eerste daarvan is geweest op 2 november, daar is het Smart Delta merk gelanceerd. 8 nnaart was er een, zeg ik uit mijn hoofd, en 7 juni is de tweede. Die staat in het teken van de Energie Dordt in het stadion van FC Dordrecht. En ja, ik nodig jullie allennaal van harte uit om daar zeker bij te zijn. We hebben daar, nou, daar gaan we ook echt in op de klimaatopgave, onder andere Gerrit Hiemstra zal daar vertellen hoe het ervoor staat. Maar ook verschillende sessies hebben we daar met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen.

En natuurlijk ook de gelegenheid om elkaar te ontnnoeten. En nou ja, vandaaruit ook andere afspraken of acties met elkaar te nemen. Dus 7 juni is die kwartaalbijeenkonnst. Volgens mij via de griffie wordt die ook naar jullie verspreid. En nou, zorg dat je je ook aanmeldt voor onze nieuwsbrief, want dan komt dat ook automatisch bij jullie in de mailbox. De voorzitter: Dat is goed ook voor de regionale kennismaking. De laatste vraag en dan gaan we echt stoppen. Dat is nnijnheer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roogekannp: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. De vraag was meer aan u gericht. Dit is een raadsinfornnatiebrief. We hebben nu dat traject opgestart van beeldvornning, oordeelsvornning en dan naar de raad. Er is zelfs een beeldvornnende

71

bijeenkomst gepland. U zegt van: nnoeten we dit nu doorsturen naar de raad? Het was toch niet de bedoeling dat het ter kennisgeving naar de raad? Oke, dan begrijp ik hem. Want ik had al zoiets van: missen we dan stappen of gaan we toch dingen weer anders doen?

De voorzitter: Nee, echt ter kennisgeving. Want dat heb ik net ook trouwens aangegeven. la? Nou, nogmaals hartelijk dank voor jullie bijdrage en komst. Mevrouw Arandjelovi6: Nou, dank voor jullie aandacht en scherpe vragen. En tot ziens. Nog een opmerking: we hebben voor jullie allemaal zo'n prachtige pin hier liggen bij de uitgang. Dus neenn er een nnee. 4. Beleidsnotitie invoering Ja-la sticker — Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Kruger Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz

De voorzitter: Goedenavond allemaal. Ja, vroeger had ik gezegd: we zitten nu bij de connmissie bestuur en middelen of sociaal ofzo. Maar dat hebben we nu helemaal niet meer. We gaan het hebben over een onderwerp, de ja-ja sticker. Even nog voor het verslag en dergelijke zal ik even uw namen nog opnoemen. En dat is ook voor mezelf om te oefenen. Links begin ik. Mijnheer De Klerk van het CDA. Mijnheer Den Hartog, GroenLinks. Mijnheer Vervoort van de VSP. Mijnheer Groenewege, Partij voor de Dieren. Aan mijn linkerhand zit wethouder Van der Linden. Rechts van mu j zit mijnheer Vullings, onze griffier. Mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Mijnheer Hartmeijer van de SP. Mijnheer Schalken-den Hartog van Beter voor Dordt. Mevrouw Koole-Bruurnnijn van Beter voor Dordt. Mijnheer Den Heijer van de Dordtse VVD. En dan Janine, even je achternaam ben ik nog. Mevrouw Lammers van de VVD. Mevrouw Venderbos van de Partij voor de Dieren. En mijnheer Van Leeuwen van de PVV. Welkom allemaal. Het is voor mij ook de eerste keer dat we het zo op deze manier gaan doen. Voor velen van u ook misschien een eerste keer in de commissie. Deze is oordeelvormend, dus we nnoeten een advies dadelijk meegeven die naar de raad gaat. Het gaat over de ja-ja sticker. En we hebben een beleidsnotitie gekregen over dit onderwerp.

In feite is er al een motie aangenomen op 9 november 2021 over Dordt zegt ja tegen de ja-ja sticker. Nu ligt er een beleidsnotitie over de uitvoering. Want in dit motie stond in feite om die ja-ja sticker per 1 januari 2023 in te voeren. Nou, als we dan de stukken gelezen hebben blijkt dat dat niet haalbaar is. Onder andere omdat er nog het een en ander geregeld moet worden. Bijvoorbeeld de aanpassingen in de gemeentelijke regelgeving, in afvalstoffenverordening, die moet duidelijk omschreven worden. En daarin moet duidelijk omschreven worden wat ongeadresseerd drukwerk nou eenmaal is. Want daar gaat het over. Die ja-ja sticker wil men invoeren om ongeadresseerd reclannedrukwerk, met uitzondering van de huis-aan-huis bladen, in iedereens brievenbus te laten vallen die dat niet wil. Voor ons ligt het stuk waarbij gevraagd wordt om vier punten, om daar akkoord nnee te gaan. Dat is 1, de bekendmaking van het besluit en infornneren van belanghebbende partijen. 2: het aanpassen van de afvalstoffenverordening. 3: de communicatiecampagne voor bewoners in te zetten. En 4: de inregeling handhaving van

72

de processen. Het is oordeelvormend. We hebben afgesproken dat iedere fractie kan een woordvoering houden. Dan gaan we elkaar niet interrumperen. Dan zal de wethouder daarop reageren en dan kunnen we in een tweede term ijn, als er een debat gevoerd moet worden, dan kunnen we dat gaan doen. Deze motie of deze beleidsnotitie is met name ook voorgelegd omdat de motie toen een beperkte meerderheid had, 20 tegen 15. Dus het kan zonnaar zijn dat, ja, er toch nog wat opnnerkingen over zijn. Het kan ook zijn dat we in 10 nninuten klaar zijn, dat u alien zegt in uw woordvoering: nou, hartstikke mooi, we hebben eenmaal besloten, we gaan het doen en met de vier punten zijn we het eens. Dat mag he, daar hoeft geen hele woordvoering over gehouden te worden. Wie mag ik als eerste het woord geven? Wie wil er graag iets over zeggen? Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, we hebben het nieuwe voorstel bekeken, die vier punten. We hebben de vorige keer hebben wij tegen gestemd, maar we gaan nu dat niet meer doen. We zijn niet tegen het voorstel, mits er een duidelijke informatiecampagne komt richting de inwoners. Dat ze echt het gevoel krijgen, de bevolking, dat ze nog steeds reclanne gewoon kunnen ontvangen door nniddel van het initiatief nennen van het plakken van een ja-ja sticker. Dat vinden we wel een hele belangrijke voorwaarde.

Maar als het gebeurt, dan zijn we nu voor. De voorzitter: Dat was kort maar krachtig. Wie mag ik vervolgens het woord geven? Mijnheer De Klerk van het CDA. De heer Klerk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de CDA Dordrecht vindt het voorstel wat nu voorligt een goed voorstel. Destijds stemden wij tegen de motie, onndat we vinden dat inwoners van Dordrecht adequaat moeten worden geinformeerd met betrekking tot gemeentenieuws en dergelijke. En in het huidige voorstel is een uitzondering daarvoor opgenonnen voor huis-aan-huis bladen. Dus dat bezwaar is weggenomen. Wat nog wel leeft, en het wordt onderzocht, dat is: wat is nu uiteindelijk huis-aan-huis reclame of ongeadresseerd reclamedrukwerk, sorry. Ja, daar ben ik wel benieuwd, waar wordt bij aangesloten bij wat voor definities? Van de reclanne codecommissie bijvoorbeeld is het heel makkelijk om iets onder de definitie van een huis-aan-huis blad te laten vallen. Dus dat is nog wel een punt van aandacht. Maar ervanuit gaande dat dat wordt geborgd kunnen we ernnee instennmen. De voorzitter: Oke, dank u wel. Wie mag ik vervolgens? Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter, dank u wel. Ook kort nannens Beter voor Dordt. Akkoord met de punten zoals die hier benoemd worden.

Beter voor Dordt heeft in het verleden ook aangegeven dat we het vooral belangrijk vinden dat mensen de huis-aanhuis bladen blijven ontvangen, dus de weekkrant. En dat is in dit voorstel zo geborgd. Dus prima zo. De voorzitter: Oke. Mijnheer Hartnneijer, SP.

73

De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. Ja, wij hebben voor deze motie gestemd in de vorige periode. Het enige, ja, even in het Engels een loophole is natuurlijk dat bedrijven van ... De voorzitter: Sorry, maar kunt u De heer Hartmeijer: Een loophole, een maas. De voorzitter: Een maas in de wet. De heer Hartmeijer: Dat adverteerders, bedrijven, gewoon van ongeadresseerd gewoon geadresseerd maken. En dan helpt zo'n sticker natuurlijk niet. Want dan gaat die ook bij de nee -nee gaat die gewoon naar binnen. Dus dat, ja, dan helpt zo'n sticker niet dus dan zou je dat misschien op een andere manier moeten aanpakken, gezien het afval. En wat ik ook merk is dat bij een aantal flats is er al een ja-ja sticker, maar in de vornn van een bordje. En door wie of wat is dat, dat is al gewoon beleid blijkbaar. Dus ik ben benieuwd of de woningcorporatie dat initiatief heeft genomen of dat de gemeente daar een hand in heeft. En een vraag waar de sticker te krijgen is. Is dat alleen de VVV, is dat bij de gemeente? Of is dat ook op andere plekken? Dank. De voorzitter: Oke, dank u wel. He!dere vragen. Wie? Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, dank voorzitter. De VVD is anders dan andere partijen gematigd tegen. We hebben ook destijds in de raad ook tegen gestemd.

En ik kan me ook in die raadsbehandelingen was voor andere partijen ook belangrijk dat als we zo'n besluit nemen, dat dan ook aan de voorkant van dat proces ... We hebben het eerder deze avond gehad over de kerstmarkt, dat ook die mensen die daarmee te maken krijgen, de MKB'ers die hiermee te maken krijgen, dat die juist in aanloop naar zo'n besluit daarin meegenomen worden. En dat die ook geconsulteerd worden. En we zien in dit besluit juist dat dat precies de andere kant, of tenminste andersom is. En dat verbaast ons. Dan vraag je aan een VVD'er over extra regulering, dan in principe zou je dan zeggen: wij denken dat mensen daar zelf goede keuzes in kunnen maken. Dus dan zou je zelf de vraag moeten stellen: waaronn doen we dat dan op dit moment? Nou, dan zie je dat er nu een andere systematiek is. En dat zou ertoe kunnen komen dat mensen dus geen sticker hebben hangen op hun brievenbus. En wat vinden wij dan van die mensen? Zijn die mensen dan dom ofzo of zijn het cultuur, wat zijn het, nnilieubarbaren? Of hebben die dan andere redenen, namelijk dat ze graag gewoon zo'n krantje of flyers ontvangen. En waaronn zouden daar dan regulering op toe moeten passen? Zeker als je dan ziet dat 85 procent van die folders ook gerecycled is en op dezelfde wijze als grondstof weer ingezet wordt voor reclanne-uitingen. Dan is een ander punt waar het wringt bij de VVD is ook de coronajaren.

Zo'n flyer is met name voor niet grote winkelbedrijven maar juist de kleine winkeliers. Gewoon die slager, die bakker om de hoek. Ja, die kunnen met goedkope flyers adverteren en niet met die dure advertenties in die krantjes die er nu wel mogen. Dus wie profiteert hiervan, de grote winkelbedrijven. Wie hebben hier een nadeel van, de MKB'ers. En het werkt ook. We hebben stijgende kosten, stijgende inflatie. En ouderen zijn op zoek naar koopjes die staan in dit soort flyers. Die zijn heel laagdrempelig beschikbaar en die ouderen zitten niet allemaal op internet. Dus er zijn

74

heel veel mensen die juist dit doorspitten op zoek naar koopjes, dus het heeft ook echt een uitweg. En het laatste punt waar de VVD kritisch is, is ook het handhavingsaspect. Dat is dat de huidige systematiek wordt de handhaving gedaan door een bepaalde instantie, daar wordt aan gerefereerd in het stuk. In de nieuwe systematiek is dat niet zo, dus zou dat voor rekening moeten komen van de gemeente. Ik zie dat er een budget beschikbaar is gesteld, maar wij vragen ons hardop af of dat genoeg is. Dus dat maakt ons op dit moment gewoon tegen, maar we staan wel open natuurlijk om in de tweede termijn hier nog een mooi debat over te voeren. De voorzitter: Dat is mooi, dat u een open houding heeft. Dank u wel. Mijnheer Den Hartog, GroenLinks. De heer Den Hartoq: Dank u, voorzitter. GroenLinks is voorstander hiervan, met daarbij de opmerking te benadrukken puntje 3, de coninnunicatiecampagne met de inwoners. Het is belangrijk om de inwoners betrokken te houden, dat ze weten wat hun keuze betekent. En dus ook wat de keuze betekent als ze geen sticker plakken. Als het voor iedereen duidelijk is, dan lijkt me dat geen probleem te zijn, want dan gaat het om bewuste keuzes. En dat is wat wij moeten doen, de inwoners serieus nemen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik nog? Mevrouw Pichel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/495/documents/18183