2022-02-22 Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
Een andere uitkomst zou kunnen zijn dat je zegt, die Merwekade wordt inderdaad heel goed bezocht en bediend. Mensen zijn ook blij, want je kan uit de bus stappen de pont op. Dat kon bij de Hooikade bijvoorbeeld niet, want dan moest je negen minuten lopen. Dat is toch voor veel mensen best een issue. Maar we zien ook dat heel veel mensen echt geraakt blijven en geraakt zijn door het verlies van die Hooikade-Veerkadeverbinding. Daar kunnen we een aanbieding op doen. Dat kan binnen de concessie, maar eigenlijk zijn we dan verplicht, vanuit de aanbestedingsregels, om te zeggen, als het een nieuwe verbinding is die nu niet in de concessie is opgenomen, het is een oude verbinding, maar hij zit er nu niet in, dan moeten we misschien opnieuw aanbesteden. Daarom kan ik nu niet het bedrag noemen, en plein public, wat met een potlood is neergelegd. Want dan doen we aanbestedingstechnisch iets niet goed. Ik hoop dat u dat begrijpt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Van der Linden: Toch is het zo. Ik kan dat nu niet doen. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. U had ook nog een derde optie? De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat snap ik wel hoor, dat de wethouder nu geen bedragen kan noemen, want dat kan natuurlijk de onderhandelingen in de weg staan. Dat snap ik ook nog wel.
Alleen u zegt, ik wil voor een zo goedkoop mogelijk tarief goed openbaar vervoer. Je weet, voor een dubbeltje op de eerste rang zitten leidt vaak tot … Maar wat heeft u tot nu toe, want u zegt, we hebben elkaar gezien, volgens mij was dat bij Studio De Witt,
24
gedaan om met Blue Amigo in gesprek te gaan na 6.500 handtekeningen van die petitie? Wat heeft u nu concreet gedaan, bij Blue Amigo, om dat eventueel te herstellen of het gesprek aan te gaan? Kunt u dat aangeven? De heer Van der Linden: Zeker. Met de opmerking die ik heb gezegd over de bedragen. We hebben gezegd, kijk, je ziet wat er gebeurt. 6.500 handtekeningen. Dat zijn er heel veel. Oftewel, die leven in de stad … Ik heb ook gezegd, dat vinden we eigenlijk een goed signaal. Want we hadden dit gesprek … Natuurlijk, we voeren het nu, maar we hadden het ook twee maanden geleden kunnen voeren, want u bent geïnformeerd over de wijzigingen. Er is een presentatie geweest. Goed gesprek om te hebben, zeker gezien het geluid in de stad. Blue Amigo heeft er op gereageerd en zegt, we kunnen heus het gesprek aangaan over die verbindingen. Natuurlijk kan dat. Dat gesprek hebben we. Ik noemde net twee opties. Je kan het binnen de concessie opleveren, of oplossen als blijkt van, die hele verandering heeft helemaal niet uitgewerkt in wat we willen, we doen een aanpassing en het past erin. Je kan het met een nieuwe concessie oplossen. Dat zou kunnen. Als u met zijn allen uitspreekt, ja hoor, wat er ook gebeurt, wij willen de Hooikade oplossen, dan zullen we daarvoor moeten betalen, als het niet in optie A past. Maar dat kan. Of je kan het helemaal zelf organiseren.
Dat kan natuurlijk ook nog. In die bandbreedte zitten we nu. Dat gesprek moeten we hebben. Intussen hebben we natuurlijk ook nog de zomerdienstregeling, die over vijf weken van start gaat. Ik vind, daar is er ruimte voor, dat die zondag … Dat je die gewoon moet realiseren in de zomerdienstregeling. Want het is niet goed uitlegbaar. Het is wel goed uitlegbaar dat je een winter- en een zomerdienstregeling hebt. Maar het is vreemd om dan opeens zes dagen die zomerdienstregeling wel te hebben en die zevende dag niet. Wat mij betreft, ik hoor uw geluid en ik hoor ook de ondersteuning voor de motie, gaan we dat in ieder geval regelen, zodat we ook over die winter daarna het goede gesprek kunnen hebben, wat zien we eigenlijk gebeuren en welk spoor moeten we heen? Dan nog even afrondend over … De voorzitter: Mevrouw Kruger nogmaals, interruptie. Mevrouw Kruger: Voorzitter, heel fijn dat de wethouder nu aangeeft dat die zondagregeling sowieso terugkomt, of tenminste daar lijkt het dan op. Wat ik wel heel vreemd vind, want die is ook gewoon uit de concessie gehaald. Als hij weer terug zou moeten … Of ik begrijp het allemaal niet hoor. Ik bedoel, het zal wel allemaal heel technisch zijn. Maar dat kan kennelijk wel. Dan zo’n zomerregeling moet dan weer op een andere manier, want dat is nou eenmaal uit de concessie gehaald en dat moet opnieuw worden aanbesteed.
Terwijl er liggen antwoorden. Ik vraag me toch af, waarom heeft de wethouder niet met ons vertrouwelijk de antwoorden van Blue Amigo gedeeld met ook de voorstellen in wat mij betreft de prijzen of wat dan ook, zodat we hier wat beter, hoe heet het, onderbouwd hadden kunnen praten, kunnen spreken. Wat we nu niet kunnen. Ook nog even een vraag over u. Ik hoor u zeggen over een busbootverbinding. Dan krijg ik bijna pukkeltjes om te denken van … U had het over dat je kan van de Merwekade beter bus-boot. Is er een connectie tussen Blue Amigo en dat Qbuzz gebeuren of …
25
De heer Van der Linden: Nee. Ik bedoel, de Merwekade, daar is niet voor niks voor gekozen. Als je van A naar B gaat, dan heb je die dikke lijn, waar de heer Noldus het over had. Je hebt natuurlijk ook allemaal dunne lijnen. Die zijn van belang voor die dikke lijnen, want anders ga je wel van A naar B, maar niet naar C of D enzovoorts. Als je met de waterbus van bijvoorbeeld Dordrecht naar Rotterdam gaat en je bent slecht ter been of je hebt geen eigen auto, dan is het wel fijn als je bijvoorbeeld in de bus kan stappen en via een bus naar de Merwekade kan, uit kan stappen en vijftig meter verderop op een waterbus kan stappen. Dat is een voordeel van de Merwekade. Een groot voordeel. Die ketenmobiliteit is veel beter gegarandeerd op Merwekade dan op Hooikade. Blijft staan, je kan willen dat Hooikade bediend wordt, maar dat is echt een voordeel van de Merwekade. Zo zijn er allerlei overwegingen op basis waarvan Blue Amigo een aanbieding heeft gedaan voor Merwekade. Kun je blij mee zijn, kun je vragen bij stellen. Ik zou zeggen, laten we die overwegingen die best positief waren leggen naast de cijfers straks en constateren, het werkt. Heel goed. Dan kun je nog steeds vinden, we willen Hooikade wel bedienen. Dat kan nog steeds.
Maar als blijkt dat ook Blue Amigo tot de conclusie komt dat het eigenlijk te weinig uitwerkt, dan kunnen ze wellicht tot de overweging komen om zelf een aanpassing te doen in de dienstregeling, waardoor je en Merwekade en Hooikade blijft bedienen. Wellicht met een andere frequentie. Dan hoeft het ons ook geen geld te kosten. Dat zou natuurlijk een nog mooiere oplossing zijn. De vrijheid in dat gesprek hebben we, denk ik, wel nodig om verder te kunnen komen. De voorzitter: De heer Oostenrijk, bij interruptie. Of had u nog meer interrupties, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Nee. De voorzitter: Nee? De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik beluister heel duidelijk van de wethouder dat hij met zoveel woorden heeft gepleit voor het opnemen van de Merwekade als verbinding tussen Zwijndrecht en Dordrecht. Impliciet daarmee het laten vervallen van de Hooikade. Het is roerend om te horen van, dat gaan we nu alsnog weer eens even proberen te herstellen. Dat is prachtig. Maar het probleem heeft hem in de kiem gelegen. Zelfs voorafgaande aan de concessieverlening. Want ik kan niet anders concluderen dan dat u gewoon met de wijzigingen ten opzichte van voorheen akkoord bent gegaan. Wat dat betreft zit u in een geweldige achterstandspositie om dit euvel weer recht te trekken. De heer Van der Linden: Ik probeer te begrijpen wat u zegt, maar ik heb geen voorstel gedaan.
Er is een programma van eisen vastgesteld, drie jaar geleden. Daarin stond helder benoemd dat elke regiogemeente bediend moest worden, ook Dordrecht. Dat wij ook hechten aan onze verbindingen. We hebben tegelijk gezien, gelukkig, dat het programma van eisen zodanig was opgesteld dat je niet tien, twintig jaar vastzit aan hetzelfde lijstje met haltes, maar dat je je kan bewegen. Heel goed, want onze stad beweegt ook. We groeien. We hebben plekken waar meer, waar minder mensen komen. Ik hoop dat we door deze concessie op een makkelijke manier ook nieuwe haltes kunnen
26
krijgen. Net zoals er ook haltes kunnen verdwijnen, ook in de regio. Het voorstel wat is gedaan, is niet door mij gedaan, dat is natuurlijk door Blue Amigo gedaan. Blue Amigo heeft gezegd, dit is ons voorstel. We willen Dordrecht vanaf de Merwekade bedienen. Dat is een voorstel wat aan de provincie wordt gedaan natuurlijk, want die houdt de concessie. Ik zit dan in een stuurgroep. In die stuurgroep komt dat dan langs. Dan zeg ik, wat mij opvalt, Hooikade staat er niet op. Ik zou zeggen, als je in Dordrecht rondvaart, het eerste wat je natuurlijk doet, is de Hooikade, want dat is een populaire bestemming, belangrijke bestemming tussen Zwijndrecht en Dordt. Waarom staat hij er niet op? De verplichting, tussen haakjes, is één plek bedienen. In de afweging heeft Blue Amigo gezegd, we kiezen voor Merwekade, want daar heb je meer ketenmobiliteit met onder andere de bus. Daar heb je ook veel meer verbindingen met de andere regiogemeentes. Er is een verschil tussen winter en zomer. In de zomer zien we meer traffic, meer verkeer op Hooikade. Dan zou die goed passen. We hebben daarvan gezegd, ik vind het best een serieus punt, want we zien echt wel dat dit een populaire bestemming is. In het najaar, na de grote vakantie, is daarvan gezegd, we hebben er nog eens naar gekeken, dit is ons voorstel. Daar bent u over geïnformeerd. Nu staan we hier, maar dit had natuurlijk ook eerder gekund.
Wat dat betreft is het goed dat we het erover hebben. Ik zou niet zozeer willen praten over herstel. Ik zou willen zeggen, het is goed dat u aandachtspunten meegeeft, die moeten we denk ik meenemen met de evaluatie van deze winterdienstregeling. Voor de zomer nu gewoon een reparatie toepassen. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ik begrijp, met zoveel woorden, dat in feite de kiem voor de huidige situatie is eigenlijk vastgelegd drie jaar geleden. We moeten nu proberen tot reparatie over te gaan. Het is niet anders. We zullen aan de bak moeten. Dat we is niet de raad, dat bent u als portefeuillehouder. Want wij gaan niet over een concessie. Het college gaat over, laten we zeggen, inbreng in een concessie. U zit met de zware opdracht om deze te verwachten aanneming van de motie dan ook met kracht te verdedigen. De heer Van der Linden: Zeker. Maar een probleem begint altijd waar het hoort te beginnen. Dat zei een bekende filosoof. U definieert het als een probleem. Kijk, we hebben drie jaar terug niet voor niks voor dit programma van eisen gekozen. We, dat is natuurlijk een aantal raden, een aantal raadsleden, een aantal colleges, in samenspraak met de regio en met de provincie.
Wat dat betreft herken ik wel een deel van de verlegenheid die een aantal van u heeft, heel expliciet door de SP, van moeten we niet eens stoppen met die aanbestedingen. Doe het gewoon lekker zelf. Ik ben een groot liefhebber van publieke dienstverlening door de publieke dienstverlener. Natuurlijk zijn we een jaar of twintig geleden … Niet voor niks hebben we besloten in Dordt, ver voor onze tijd allemaal, om het stedelijk openbaar vervoersbedrijf niet meer zelf te exploiteren, maar alsjeblieft ergens onder te brengen waar het kennelijk met meer kwaliteit en meer deskundigheid kon worden gerund. Net zoals we een aantal jaren geleden bijvoorbeeld, heel ander verhaal, ook het havenbedrijf hebben ondergebracht in
27
een samenwerking. Zo gaat dat de komende decennia waarschijnlijk wel meer. Net zoals het ook heel goed mogelijk is, ik ben daar helemaal geen tegenstander van, kan ik u melden, dat een aantal dingen weer teruggaat naar het publieke domein. Omdat we zien, er wordt wel heel makkelijk geld verdiend, of er wordt helemaal niet een betere dienstverlening geleverd enzovoorts. Dit is de overweging. Ik zie dat de voorzitter, ingrijpt. Mag ik nog één opmerking maken? De voorzitter: Ja. De heer Van der Linden: U definieert de rol van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder voelt zich gesteund dan door een uitspraak van de raad. Voelt zich ook gesteund, misschien ook belast, maar ik zou zeggen gesteund, door een uitspraak van mensen uit de stad. 6.500 handtekeningen zijn er veel. Natuurlijk, we weten er niet van hoeveel er uit Dordt komen of uit de regio. Maar dat deze verbinding leeft, is duidelijk. Dat ziet ook Blue Amigo. Dat ziet ook de provincie. Dat helpt mij natuurlijk ook. De voorzitter: Goed. De heer Portier: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik wacht al eventjes. De voorzitter: Ik zou er wel voor willen waken dat we niet te veel in herhaling gaan vallen. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik ga niet in herhaling vallen.
Daarvoor hebben wij net ook aangegeven, daar heeft de wethouder nog geen antwoord op gegeven, over de impact en de redelijkheid op voorhand, want het is natuurlijk al eens vaker gebeurd. Net zoals bij de bus bij de Essenhof, dat hebben we niet als harde eis meegegeven. Dan zou ik het toch op prijs stellen dat als er veranderingen komen in de toekomst dat we de impact daarin meenemen, zodat wij als gemeenteraad … Want u zegt, als ik mij gesteund … Dan voel ik mij gesteund door de raad. Dat wij kunnen zeggen van, we willen gewoon dat je dat als harde eis meeneemt en niet als wensen en bedenkingen. De heer Van der Linden: Nogmaals, ik heb al gezegd, die afspraak is gemaakt met Blue Amigo en met Qbuzz, in dit geval. Het gaat niet meer over Qbuzz, maar daar is ook de afspraak mee gemaakt. Dat heb ik ook besproken met de provincie. Ik zeg van, het is voor ons niet makkelijk. We snappen, als je betaalt dan ga je over dat proces. Maar we willen wel gehoord worden en ook een rol kunnen spelen in de overwegingen. Dan kan nog steeds de uitkomst zijn, we krijgen niet wat we willen. Dat kan. Maar dan kunnen we ook de afweging maken, maak het uitlegbaar. Het is onze stad en onze inwoners. Die hebben recht op goed openbaar vervoer. Het is niet zozeer een wens, het is een recht. We hebben alles wat u heeft gedefinieerd als eis meegegeven.
Ook dat wil niet zeggen dat je het als eis terugkrijgt. Daarover bent u ook geïnformeerd, ook in de befaamde
28
casus. Toen heb ik daar niks op terug gehoord. Dat maakt het natuurlijk ook niet makkelijk dan. Daar gaat het nu niet over, maar dat punt wil ik even maken. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De heer Van der Linden: Mag ik nog even afronden? Over het advies op de twee moties. De voorzitter: Jazeker. Maar ik zie nog een vinger van mevrouw Kruger, of was dat een schijnbeweging? Mevrouw Kruger: Nee, dat was geen schijnbeweging, voorzitter. Ik wilde nog even … Want de wethouder geeft aan dat … Het programma van eisen, wat daar allemaal in stond. Daar stonden duidelijk die twee haltes in. Die refereerde net al aan het gesprek wat we ook met de woordvoerder van Blue Amigo hebben gehad, Studio De Witt, die toen aangaf dat de lijn naar ik meen Sliedrecht eigenlijk had doen te verdwijnen, omdat daar te weinig op stap was. Maar als je toch contact wilde houden met die stad, dan moest je daar wat voor inleveren. Ik denk, als Blue Amigo toch contact met onze stad wil houden, waaruit blijkt dat we twee lijnen hebben die allebei van groot belang zijn, dan doe je toch van alles om dat in stand te houden. In plaats van met een verhaal te komen, waarschijnlijk is de Merwekade met de bus, dat vinden de mensen prettiger. Ik heb nergens een enquête gezien dat de mensen dat prettiger vinden. In die zin … De heer Van der Linden: Maar goed, dat is natuurlijk de rolverdeling. Je hebt een provincie.
Je hebt een aanbieder, die houdt een verhaal. Dat verhaal is overtuigend of niet. De premisse van het verhaal is, reizigers zijn gebaat bij veel verbindingen. Die heb je bij de Merwekade. Bij goede ketenmobiliteit. Die heb je vanaf de landzijde naar de overkant, enzovoorts. Die premisse wil ik testen. Zo meteen gaat blijken of hij klopt. Als hij klopt, dan is de discussie over Hooikade … Gaan we anders voeren dan als blijkt, er klopt helemaal niks van. In beide gevallen kan ook Blue Amigo heel goed luisteren naar wat de stad beweegt en tot zijn eigen conclusies komen. Daar gaan we het nog over hebben. In de tussentijd wil ik die zomerdienstregeling gewoon voor elkaar boksen. Mag ik de moties … De voorzitter: Nee, want er is nog een interruptie van de heer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Dank u, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat hij naar een acht wil en misschien wel naar een negen. Is uitstekend. Maar is de wethouder het met mij eens dat wij met deze beschikbare middelen, die de provincie geeft, hooguit aan een zesje komen? De heer Van der Linden: Niet op voorhand. Kijk, daar waren mevrouw Kruger en mevrouw Stolk bij. Dat gesprek hebben we ook bij de radio even gevoerd van, hoe dat er ligt, niet met een wijzend vingertje hoor, maar wel met zo’n handgebaar, het vriendelijke mes op tafel. Er ligt echter wel een opdracht bij Blue Amigo.
Dit is niet van, weet je wat, we rochelen er even een concessie bij. Dit is een heel zichtbare concessie. De grootste waterconcessie van ons land, uitgevoerd door een partij die heel veel
29
ervaring heeft met watervervoer, of met vervoer over water. De ambitie zal ook niet zijn, is ook niet om er een zesenhalf van te maken. De ambitie is de acht of daaromtrent. De heer Portier: Voorzitter. De heer Van der Linden: Dat hoef ik niet te vertellen, dat hebben ze zelf ook gedaan een paar maanden geleden in de commissie. De heer Van der Klaauw: Voorzitter, wil ik toch nog even op reageren. Maar als je kijkt naar de animo van rederijen om hieraan deel te nemen. Die is minimaal. Dan ligt dat toch ergens aan? Dan is het toch van, wij haken hier af, want wij kunnen het niet doen? De heer Van der Linden: Klopt. De heer Van der Klaauw: De provincie zegt van, dit hebben we beschikbaar. Wij moeten nu als lokale gemeentes uit gaan vechten, wat is nu voor ons het beste? We komen altijd iets tekort. Ik refereer ook even aan mevrouw, van de SP, Stolk. Dat hebben we als eerste dan gehad met de … Nu hebben we weer precies hetzelfde. De heer Van der Linden: Ik kan alleen maar blij zijn dat de provincie heeft gezien, oei, dit gaat niet goed, hier is driekwart miljoen extra. Dat is toch een hartstikke mooi bedrag, zou ik zeggen, voor een concessie die inderdaad ingewikkeld is om te varen. Want kijk, een bus rijden over land, dat de meer partijen.
Maar zoveel passagiers vervoeren over een waternetwerk, ook nog eens met een verduurzamingseis en met lijnen waar veel verkeer op is en lijnen waar minder verkeer op is, dat kunnen niet zoveel partijen. Dat bleek hartstikke moeilijk. Daarom ben ik blij dat het gelukt is. Maar inderdaad, die vragen die u stelt, zijn natuurlijk heel erg logisch. De voorzitter: Ik zie nog één interruptie van de heer Portier. Dan wil ik daarna eigenlijk dat u de moties afwikkelt. Dan gaan we kijken of er een tweede termijn nodig is. Mijnheer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik had twee vragen aan de wethouder naar aanleiding van zijn betoog. Korte vragen. 1. Is het echt een goed idee dat in Den Haag besloten wordt hoe het openbaar vervoer hier geregeld wordt, bij de provincie? 2. Vindt u echt dat een bijzinnetje in een presentatie, niet in een officieel raadsstuk, zonder passagiers te vragen, dat dat adequaat informeren van de raad is over wijzigingen die op stapel staan? De heer Van der Linden: U heeft de neiging soms om what if en retorische vragen te stellen. Kijk, dat is een prima methode. Dat is mooi. Kijk, ik vind dat we er een raadsinformatiebrief van hebben gemaakt, dat is de vorm waarin dit gebeurt. De vorm waarin je zegt van, er komt iets aan, dat heet concessie, het gaat over waterbussen, de provincie betaalt hem, die bussen komen bij ons langs, hier is informatie.
Ik snap heel goed dat u zegt, maar ik wil helemaal geen informatie, ik wil een besluit kunnen nemen.
30
Ik wil kunnen besluiten over iets. In het geheel van de dingen in dit universum is dat niet zo geregeld. Ik snap uw opvatting dat u zegt, eigenlijk wil ik er zelf over kunnen gaan. Goed gesprek waard, maar ik denk, we zitten in een situatie waarin we zitten. Is dat een goed idee? Is het een goed idee als de provincie dit bepaalt? Met zijn allen hebben we gezegd, zo gaan we het doen. Daar hebben we ook mee te dealen. Daar hoort natuurlijk wel iets bij. Een OV-concessie verander je niet elke drie, vier, vijf jaar. Voor de meesten van ons, inclusief mijzelf, is de afgelopen periode er eentje geweest waarin we de busconcessie op land hebben veranderd en die van water. Dat heeft best veel vragen opgeleverd. Ten aanzien van communicatie, ten aanzien van lijnvoering, ten aanzien van … De wenselijkheid van verandering of juist niet. Als je kijkt naar hoe het tien of vijftien jaar geleden ging, ik heb niet een hele historische analyse gemaakt, maar ook toen zijn heel veel vragen gesteld over, moeten we dit wel willen? Hebben we geen andere ‘…’ nodig? Daar laat ik het voor nu bij. Dit is de rolverdeling waarin we nu zitten met elkaar. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: Ik had eigenlijk gezegd dat de wethouder nu die moties ging behandelen, maar u heeft nog een aanvullende vraag? Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ik heb geen aanvullende vraag.
Ik heb nog geen antwoord gehoord op mijn vraag. Namelijk hoe het nu eigenlijk zit als de wethouder in Zwijndrecht schrijft dat Blue Amigo helemaal niet naar de Hooikade wil varen, ook niet voor drie ton extra. Dan hoeft u ook namelijk niet te gaan praten. Dan hoeven we over een motie aan te nemen. Hoe zit het nu? De heer Van der Linden: Ik heb dat artikel al gelezen. Op de kop frons ik even mijn wenkbrauwen, op de inhoud niet. Volgens mij heeft Blue Amigo uitgelegd waarom ze met één halte denken het te kunnen doen. Daar kun je iets van vinden. Maar ze hebben niet gezegd, wij willen het niet doen. Alleen, als je het echt wil, tenzij je tot andere overwegingen komt die we net besproken hebben, dan zul je daarvoor wellicht moeten betalen. Het bedrag, dat is dan vers twee. Maar natuurlijk, ik zeg met een wrang gezicht naar de heer Portier, alles is te koop in die zin. Zo is het ook. De voorzitter: Goed. Zullen we stoppen met de krant leidend te laten zijn voor wat we hier bespreken? Volgens mij wil de raad dat u een gesprek aangaat en wilt u dat zelf ook. Daar komt het eigenlijk op neer. De heer Van der Linden: Zal ik de motie nog even toelichten? Of heeft u daar geen behoefte meer aan? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: De motie vanuit Beter voor Dordt, het is inderdaad in de commissie benoemd. Laten we het koppelen.
Het is op zich logisch om op inhoud onderwerpen met elkaar te willen verbinden. Er zit ook veel chagrijn op. Chagrijn werkt
31
vaak als een hele goede motor voor een goed gesprek. Ik zou het in dit geval willen ontraden, want als je een oplossing wil voor de Hooikade, dan wil je die waarschijnlijk structureel. Dan is de verkoop van een oud schip echt niet de oplossing. Los van het feit dat er inderdaad een negatieve boekwaarde nu op het schip zit. Dat gaat echt niet helpen. Die zou ik willen ontraden. Ten aanzien van de andere motie, die door, als ik goed geteld heb, ik weet niet precies hoe we met het aantal aanwezigen zitten, maar het zal in ieder geval een hele stevige … Zes fracties met een aanzienlijk aantal raadsleden. Velen van u hebben expliciet aangegeven, deze motie gaan we steunen. Op proces is dit een hele goede motie. We gaan het gesprek aan met een geluid vanuit de raad dat hij voldoende bagage meegeeft om dat te arrangeren. Het resultaat, u spreekt zich daarmee ook uit dat er wel een verbinding Hooikade moet komen. Los van wat we in mei of april, of wanneer ook maar, gaan vinden van hoe de Hooikade nu presteert. Dat is natuurlijk een overweging die u zelf moet maken. Het gesprek ga ik sowieso natuurlijk aan. Daar komt zo spoedig mogelijk resultaat op.
Uw raad, in nieuwe samenstelling, zal in mei in de gelegenheid worden gesteld om aan te horen hoe het gaat, mee te geven wat er dan wel of niet goed loopt en ook eisen te stellen ten aanzien van de nieuwe vervoersplannen voor het volgend jaar. De voorzitter: De raad geeft in de motie aan dat dat de inzet moet zijn, dat die Hooikade wel kan. De heer Van der Linden: De inzet, ja. Maar u doet wel zelf ook een uitspraak over wat u vindt. Dat mag natuurlijk helemaal zelf weten. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, nog even reflecterend op de laatste zin van de wethouder. Hij zegt, zo begrijp ik het in ieder geval, dat hij in mei terugkomt met een verslaggeving. Mijn vraag is, waarom pas in mei? Als hij vanmiddag de eerste afspraak gaat plannen, dan hoeft dat toch niet per definitie te resulteren in een verslaglegging in mei? De heer Van der Linden: Het lijkt net alsof u mij ook een toezegging doet, namelijk dat ik in mei terugkom. Er zal in mei wellicht een wethouder zijn die tegen een raad gaat zeggen, beste mensen, hier is Blue Amigo, daar gaan we het gesprek meevoeren. Die afspraak is gemaakt. Waarom kiezen we voor mei? Of met Qbuzz kiezen we voor mei. We hebben nu al zowel bij de waterbusdienstregeling als bij de landbusverbindingsdienstregeling gezien dat de behoefte er heel erg is om op tijd mee te praten.
We hebben vorig jaar in september, oktober een gesprek gehad met Qbuzz. Toen was eigenlijk de grondverf al helemaal opgedroogd voor de buslijnen in de stad. Dat willen we eigenlijk ruim voor de vakantie … April lijkt me net te vroeg. Mei lijkt me ruim op tijd, zodat je nog voldoende input mee kan geven. Ook als je hoort van, dit gaat echt niet lukken, want het is te duur of de lijn is te dun enzovoorts, dan kunnen we ook zelf de afwegingen maken richting kadernota, willen we hier zelf dan wat mee? Dat lijkt mij qua timing perfect. Los van wie er ook gaat staan.
32
De heer Oostenrijk: Maar voorzitter, het wil er bij mij nog niet in dat de wethouder bij voorbaat uitsluit dat hij er veel eerder dan mei uitkomt. Waarom moeten we wachten, moet de gemeenschap wachten in mei om iets te gaan horen? Ik zou zeggen, als hij er binnen een maand uit is, dan zijn de kans een veel groter dat ook die zomerdienstregeling in werking gaat treden zoals we hem willen. Dat wordt in mei veel lastiger. De heer Van der Linden: Wat mij betreft gaan we die zomer gewoon regelen. Die zondag wordt geregeld. Daarmee heb je een zomerdienstregeling die adequaat is. De winter duurt nog vier weken, vijf weken. Dan komen we in mei, afhankelijk van de vergaderagenda van de raad, terug met het gesprek met en Blue Amigo en ook met Qbuzz. Dan kunnen we, aan de hand van de resultaten van ‘…’ seizoen, voldoende input meegeven aan onszelf en aan de concessiehouder om te zeggen, zo willen we het graag zien. Is dat mogelijk? De voorzitter: Maar wat de heer Oostenrijk bedoelt, is als u morgen Blue Amigo spreekt en ze zeggen toe, we gaan ook de Hooikade meteen herstellen, dan hoeft u niet tot mei te wachten om de raad daarover te informeren. De heer Van der Linden: Natuurlijk. Dat gaat best wel lukken, maar dan moet u er echt geld bijbetalen. Dan moet ik toch naar de raad terug met een raadsvoorstel over budget. Ik zou willen dat we juist de opties in het gesprek openhouden.
Het kan heel goed zijn dat Blue Amigo zelf zegt, we hebben er goed over nagedacht vooraf, maar het blijkt, het is veel handiger om het te herstellen. Gaan we doen. Dat kan. Maar het kan ook andersom. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij is het duidelijk hoor. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Het is heel duidelijk, maar ik had toch nog gevraagd, omdat er toch een voorstel was geweest tot verbetering van herstel, die antwoorden liggen er, of u dat niet in vertrouwen met de raad kan delen? De heer Van der Linden: Nee. Mevrouw Kruger: Dat is jammer. Ik vind dat heel vervelend, omdat in Zwijndrecht is dat namelijk wel gedeeld. De heer Van der Linden: Nee, niet. Voor zover ik weet niet. Mevrouw Kruger: Het is zelfs een openbaar stuk. Maar goed, dat is … De heer Van der Linden: Interessant. Ik weet ook niet, dat is de overkant, daar ga ik niet over.
33
Mevrouw Kruger: Het proces is openbaar. De bedragen niet. Dat lijkt me ook helder dat dat niet zo is. Maar wij zouden het denk ik ook heel fijn vinden om ook die informatie verstrekt krijgen. De heer Van der Linden: Die informatie … Kijk, we gaan nog even … Het spijt me, voorzitter. Het begint bij het begin. Het begint bij de constatering, deze raad, het machtigste orgaan van de stad, spreekt uit, beste Blue Amigo, fijn dat je er bent hoor, Hooikade, dat is belangrijk. Dan kunnen we een aantal opties kiezen. Dan kan Blue Amigo zelf zeggen, dat is interessant. We zien dat Merwekade eigenlijk niet goed genoeg werkt, wij gaan ook Hooikade bedienen. Optie 1, kost ons niks, zit gewoon in de concessie. Optie 2, we willen wel een aanbieding doen. Hier is een offerte. Interessant. Op dat moment moeten wij naar de markt. Want het kan best zijn dat, ondanks wat de heer Van der Klaauw terecht opmerkt, het is geen markt waar heel veel bedrijven zitten. Maar het kan natuurlijk best zijn dat iemand anders ook zegt, als er een nieuwe verbinding komt, niet opgenomen in deze concessie, daar wil ik ook mee kunnen aanbieden. Ik bedoel, dan kan ik nu toch geen bedrag noemen? Dat snapt u. Mevrouw Kruger: Voorzitter, als u mij even toch toestaat.
Het gaat niet over de bedragen, het gaat over … Het lijkt wel alsof u niet die briefwisseling, die kennelijk Zwijndrecht wel heeft, of dat procesvoorstel, met ons wil delen. Mogelijk bent u daar zelf niet van op de hoogte, maar misschien kunt u dat wel naar voren halen en het alsnog met ons delen. De heer Van der Linden: Ik ken geen briefwisseling. Ik ken een stuk, waar een aantal opties instaan. Dat ken ik. Die opties zijn … Mevrouw Kruger: Dat stuk willen wij ook. De heer Van der Linden: Dan moet ik de bedragen weggummen en dan hou je niks over. Dan staat er, we kunnen varen van A naar B. Dat kan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Van der Linden: Sorry hoor. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Wij kunnen dat toch in geheimhouding of in vertrouwelijkheid krijgen? Dat is toch niet zo raar? Dan hoef je die bedragen niet … U zegt zelf, het hoogste orgaan dat zijn wij hier. Dan wilt u het niet met ons delen. Dat vind ik wel een hele rare uitspraak. De heer Van der Linden: Ik wil niet iets delen waarvan de markt straks kan zeggen, je hebt iets gedeeld en dat ligt op straat en nu voelen wij ons benadeeld. Dat is toch een hele terechte overweging?
34
Mevrouw Stolk: Nee. Ik vraag aan u, nog een keer via de voorzitter, ik vraag aan de wethouder of hij die bedragen met ons kan delen, in vertrouwelijkheid of geheim, hoe je het ook noemen wil. Wij gaan daar niet mee naar buiten. De heer Van der Linden: Ik wil dat best even navragen, of we dat kunnen arrangeren. Dan kunt u die bedragen wellicht zien. Ik kan het nu niet keihard toezeggen. Maar ik wil dat best nagaan, als u daar prijs op stelt. Maar dat gaat vandaag niet meer lukken, denk ik. Maar ik ga dat even na. De voorzitter: Maar dat is, denk ik, of niet relevant voor het wel of niet vooraf tegen de motie stemmen. Is gewoon een extra vraag van mevrouw Kruger. Volgens mij voldoende behandeld. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Mijnheer Schalken, een tweede termijn? De heer Schalken-den Hartog: Ja, kort. De voorzitter: Ik had het niet verwacht. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Ik had een motie ingediend vanuit Beter voor Dordt. Daar is een reactie op gekomen. Ook gezien de geluiden uit de raad trekken we die motie in. De voorzitter: Dat is motie M3. Dank daarvoor. Zijn er nog andere partijen die behoefte hebben aan een tweede termijn? Zo niet, dan gaan we stemmen op motie M2. Motie M2 van GroenLinks, VSP, SP, D66, CDA en Fractie Nijhof. Ik kijk even of er nog stemverklaringen zijn. Zo niet, dan mag u stemmen. Groen is voor. Rood is tegen.
Iedereen is voor. Hebben we daar zo lang over gepraat? Dan wil ik de gelegenheid geven om, voor zover nodig, even te wisselen voor het volgende agendapunt. Dat gaat over jeugdhulp. De vergadering is voor een heel kort moment geschorst. Schorsing 50.Vaststellen verordening Jeugdhulp Dordrecht – Raadsvoorstel De voorzitter: Goed. We gaan verder. De vergadering is heropend. Agendapunt 50. Gaat over de verordening jeugdhulp Dordrecht. Op 8 februari is de verordening jeugdhulp uitgebreid besproken in de Commissie Sociale Leefomgeving. De commissie heeft besloten dat het onderwerp ter bespreking wordt doorgestuurd naar de raad en heeft daarbij de volgende politieke vraag meegegeven. Vinden wij als gemeenteraad dat wij een verordening hebben die voldoet aan de bedoeling van de Jeugdwet? Dat is natuurlijk een vraag waar je weer van alles aan kan ophangen natuurlijk. Maar u weet allemaal zelf als woordvoerder ook wat er al besproken is in de commissie. Ik zou willen aangeven dat u zich daar toch vooral tot die vraag beperkt. Er is een spreektijd afgesproken van vijf minuten voor de eerste termijn. Eventuele moties of amendementen kunt u dan ook indienen. Als eerste zou ik graag Beter voor Dordt het woord willen geven. De heer Schalken, gaat uw gang.
35
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Vanuit Beter voor Dordt hebben we geen vijf minuten nodig. Zoals u al zei, het is uitgebreid besproken in de commissie. Wij wachten in eerste instantie even eventuele aangekondigde moties en amendementen af en zullen daarop reageren. Dank u. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ik weet niet wat u van plan bent, u gaat de ronde al starten. Wij hebben een amendement aangekondigd. Ik begrijp dat tegenwoordig het gebruik is dat een amendement eerst even wordt ingediend en toegelicht, zodat anderen daarop kunnen reageren. Maar als je daarvan wil afwijken, ik vind het best. De voorzitter: Dat is niet afwijken. Kijk, dat doen we inderdaad. Maar dat doen we alleen op het moment dat dat het enige is wat nog is aangekondigd vanuit de commissie waarover gesproken wordt. Dan wordt het amendement of de motie altijd even eerst ingediend. Maar hier richtte bespreking zich vooral op de vraag, voldoet de verordening aan de bedoeling van de Jeugdwet? Dan kan het natuurlijk zo zijn dat daarbij amendementen en moties worden ingediend. Dat was dan de inbreng van Beter voor Dordt. Gaan we naar de VVD. De heer Kwaak, gaat uw gang. De heer Kwaak: Dank u, voorzitter. Ik hou het iets langer als mijnheer Schalken. Voor ons ligt de verordening jeugd.
Ieder kind heeft eigen behoeften en verdient dezelfde kans op een goede start van het leven. Duidelijkheid is hierin een pre. Ouders hebben hierin de eerste verantwoordelijkheid. Maar wanneer dit ouders niet lukt, moeten zij op een laagdrempelige manier om hulp en advies kunnen vragen. Krachtige jeugdhulp op een laagdrempelige manier, waardoor de wirwar van regels het voor ouders en jeugdigen niet makkelijk is. Zeker moet in de verordening duidelijkheid zichtbaar zijn. Natuurlijk moet ieder behandelplan een einddatum hebben. Maar als het nodig is, kan meer zorg worden ingezet. Maar helaas, door al onze goede bedoelde kaders vallen er nog steeds jeugdigen tussen wal en schip. Voeren wij de Jeugdwet nu wel of niet goed uit? Dat is de politieke vraag. Voldoet onze Jeugdwet eraan? Wij houden ons aan de wetgeving. Maar we weten dat er mazen in de wetgeving zitten. Behoren wat fout gaat, maar honderd procent goedheid is niet haalbaar. Dit probleem is niet alleen in Dordrecht, maar landelijk, voorzitter. De juiste zorg op de juiste plaats, zodat jeugdhulp beschikbaar blijft voor wie het nodig heeft. Dat is het doel van de Dordtse VVD. De verordening jeugdhulp, waarvan de toezegging is voor straks één sociaal domein, waarbij geen verschil is tussen 18-plus en 18-min. Dat is ons doel.
Een verduidelijking van de afbakening van de Jeugdwet en andere wetten is opgenomen in de beleidsregels. Maar schept dit geen discussie tussen hulpvragers en hulpverleners? Al met al is er in de commissie duidelijk besproken wat de wensen zijn. Ik ga de commissie niet herhalen. De opmerkingen zien we veelal terug en opgenomen in de verordening jeugdhulp. Hoewel ik geen jurist ben om te toetsen, ga ik ervan uit dat het goed zit. Ook ben ik benieuwd naar de reactie van de wethouder inzake het amendement wat de Partij van de Arbeid straks gaat indienen. Tenslotte, onze inwoners verdienen eerlijkheid en duidelijkheid.
36
Laten we er samen voor zorgen, nogmaals samen, dat jeugdigen en hun ouders weten waar ze aan toe zijn. Onze pijlen richten op straks één sociaal domein. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar mevrouw Van der Ham namens de CDA-fractie. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Het was een uitdagend proces om te komen tot onze eerste lokale verordening als het gaat over jeugdhulp. Daarbij was ook weleens sprake van teleurstelling. Want hoe moeilijk bleek het om je lokale wensen daadwerkelijk in een verordening verankerd te zien. Ik noem daarbij met name de narratieve, de vraag, voegt de zorg echt iets toe aan de situatie? Dat dat toch jammer is dat dat nu nog niet is gelukt. Maar het is tegelijkertijd een mooie uitdaging aan de nieuwe raad. Datzelfde geldt ook om die verordening op sociaal domein ook echt integraal te gaan maken. Ook dat is ons nog niet gelukt. De nieuwe verordening, zoals hij nu voorligt, kan onze steun krijgen. We zijn blij met de gedane aanpassingen. Op het aangekondigde amendement van de fractie PvdA wachten wij nog even het advies van de wethouder af. De voorzitter: Hartelijk dank. Voor de kijkers thuis, die mevrouw Van der Ham niet zagen, dat was mevrouw Van der Ham. Dat had te maken met de anderhalvemeteropstelling dat zij niet goed zichtbaar was. Dan gaan we naar D66, de heer Tiebosch. Gaat uw gang.
De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. Aanvullend op de woordvoering van de heer Kwaak en de woordvoering van mevrouw Van der Ham. D66 heeft dit ook wel als een heel spannend proces ervaren. Er waren stevige discussies, waarbij de toon, wat D66 betreft, soms echt niet respectvol was. We hebben dat hele traject gedaan, met een juridisch advies, een second opinion en uiteindelijk een constructieve commissievergadering, waarbij onze wethouder toch nog een keer uit zijn rol ging met een scheldwoord, wat ik hem niet eerder zo heb horen zeggen. Maar goed, het geeft ook aan hoeveel spanning dat er op dit hele proces in het ambtelijk apparaat is geweest. Wij denken, ook gezien wat nu de Adviesraad Wmo Jeugd en het Ouderplatform ZuidHolland Zuid als tweede reactie op deze verordening heeft aangegeven, ook met de toezeggingen die er zijn gedaan, dat er goed naar het overgangsrecht wordt gekeken. Dat wij op zoek gaan, op een redelijk snelle manier, om te komen tot één verordening in het sociale domein. Nog wel de behoefte hebben, wij maken dat zelf niet meer mee, maar we denken wel dat de nieuwe raad erbij geholpen is om toch het effect, dat kan dan met narratief evalueren, maar de staat van de stad is daarbij heel erg belangrijk om te zien wat met name die twee Covidjaren voor slachting hebben veroorzaakt bij onze Dordtse jongeren.
We zijn wel blij dat de toelichting bij het nieuwe raadsvoorstel wat genuanceerd is. Dat deze verordening niet zo financieel gedreven is. Bij de eerste versie stond dat heel erg nadrukkelijk erin. Ik zou toch aan de heer Van Verk willen vragen, hij heeft dat amendement formeel nog niet ingediend, maar ik geef hem toch graag eventjes de gelegenheid om met de twee juridische zaken, die wij echt tot uit den treure in de commissie hebben behandeld, waarom hij nu toch nog met variant 3 komt om een
37
aantal artikelen … Ook zo in die rol gaat zitten van, daar gaat de raad niet over en dat is iets van de rechter. Misschien dat u kort kunt toelichten waarom u toch … De voorzitter: Mijnheer Tiebosch, vindt u het goed om die vraag even te bewaren totdat mijnheer Van Verk hem indient? De heer Tiebosch: Maar kijk, dat is goed, voorzitter, dan ga ik nog niet mee. Dat ik eerst op een reactie van de wethouder zitten wachten op dat amendement. Ik ben ook vooral benieuwd waarom de Partij van de Arbeid, na dat hele proces, toch nog met dit amendement komt. De voorzitter: Die begrijp ik heel goed, maar ik wil even de orde bewaken. Want mijnheer Van Verk kan hem zo indienen. U kunt alles aan hem vragen wat u wilt. Daarna kan de wethouder erop reageren. Begrijp ik, maar zo voeren we gewoon een debat. De heer Tiebosch: In ieder geval zullen wij … Kijk, als dat amendement door dan het college wordt omarmd, prima. Maar wij zijn nu wel … Na dat hele proces gaat D66 instemmen met deze verordening. Dat geef ik maar alvast mee. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de heer Burakçin, namens GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, na een lang proces van veel commissievergaderingen en verschillende thema-avonden, ligt voor ons ter bespreking de nieuwe verordening jeugd.
Een zeer belangrijke verordening voor al die kwetsbare gezinnen en jeugdigen die een beroep op ons doen voor de nodige hulp en ondersteuning. Voorzitter, vanaf het begin van dit proces werd ons al vrij snel duidelijk dat het college werkt aan een financieel gedreven en op controle gerichte verordening. De kosten van jeugdhulp liepen op. Moesten we vaker nee verkopen aan de gezinnen en kinderen die om hulp verlegen waren. Opmerkelijk genoeg, voorzitter, kregen wij vaak te horen dat de reden van de kostenstijging te maken zou hebben vanwege de stijging van lichte zorg en ondersteuning, maar nooit helder werd welke vormen daar debet aan waren. Zo nu en dan werden er mondeling wel enkele voorbeelden genoemd, zoals misofonie, huiswerkbegeleiding, paardenfluisteraar. De VVD kwam zelfs met knuffelen van lama’s. Ik heb er nog nooit van gehoord, maar daar kwamen ze wel mee. Of wij dat wel moesten vergoeden? Voorzitter, wat het bijzonder maakt, is dat uit navraag blijkt dat dit soort hulpaanbod nauwelijks het verschil maakt als het gaat om kostenstijging. Maar wel voortdurend naar voren werden geschoven dat afbakening van het jeugdwerk binnen de verordening nodig was om de kosten te kunnen beheersen.
Voorzitter, wat ons betreft doe je kostenbesparing niet door te beknibbelen aan de voorkant, maar juist veel meer te investeren aan de voorkant door het juiste te doen en daarmee voorkomt dat aan de achterkant zwaarder moet worden ingezet, die ons een hoop geld kost. Want voorzitter, als we kijken naar wat de kosten zo opdrijft, dan zien we toch echt dat het ligt aan de kosten die ingezet worden voor de jeugdbeschermingsmaatregelen, zoals een uithuisgeplaatst kind. Om maar een voorbeeld te noemen, voorzitter, een uitgeplaatst
38
kind kan voor de gemeente soms meer dan twee ton per jaar per kind kosten. Dat is nogal wat. Om dat beter te duiden, voorzitter, wil ik toch terug naar dat verschrikkelijke toeslagenschandaal die ons pijnlijk, maar een helder inzicht heeft verschaft in wat daar allemaal heeft plaatsgevonden. We weten inmiddels dat de Toeslagenaffaire niet alleen keiharde discriminatie van de overheid heeft blootgelegd, maar ook dat het leven in armoede, met de bijkomende schuldenproblematiek, stress en gezondheidsklachten, voor de autoriteiten reden kan zijn om kinderen uit huis te plaatsen. Dit soort problemen binnen het gezin wordt gezien als een bedreiging voor de ontwikkeling van een kind, waardoor ze uithuisgeplaatst kunnen worden. Als we met elkaar vaststellen dat er in onze stad nog steeds één op de zeven kinderen in armoede leeft, nog steeds veel mensen bij de gemeente aankloppen met schuldenproblematiek, daklozenopvang uitpuilt omdat vervolgvoorziening tot huisvesting ontbreekt, of in slecht geïsoleerde woningen leven, is er alle aanleiding om aan de voorkant voldoende te investeren om aan de achterkant veel ellende te voorkomen. Voorzitter, voor ons in ieder geval alle reden om juist aan de voorkant vol in te zetten op passende en tijdige zorg, verbetering van bestaanszekerheid en het realiseren van een betaalbare en fatsoenlijke huisvesting voor iedereen.
Kort, voorzitter, nog over het proces. Het college gaf te kennen dat we te maken hadden met een gedegen verordening, omdat deze niet alleen getoetst zou zijn door een onafhankelijke jurist, maar ook op goedkeuring kon rekenen van de Wmo Adviesraad Jeugd en het Ouderplatform. Achteraf, voorzitter, bleek dat de Wmo Adviesraad en het Ouderplatform helemaal niet waren geraadpleegd en zich zelfs genoodzaakt voelden om halsoverkop alsnog advies uit te brengen en verzochten om reparatie van veel onderdelen die in strijd zouden zijn de Jeugdwet. Wat ook zeer opmerkelijk was, was een tweede toets door een onafhankelijk jurist. Wat pijnlijk duidelijk maakte dat de eerst gepresenteerde verordening aan alle kanten rammelde en ook flink gerepareerd moest worden. Wat het helemaal treurig maakt, is dat de toets van de eerste jurist nergens te bekennen is. Op diverse vragen van ons heeft de wethouder aangegeven dat hij er gewoon niet is. We zitten zelfs te twijfelen of de eerste toets wel daadwerkelijk geraadpleegd is en of daar wel voor betaald is, voorzitter. Voorzitter, inhoudelijk nog over de nieuwe verordening. De eerste versie van de nieuwe verordening is dusdanig gerepareerd dat veel onderdelen die in strijd waren met de Jeugdwet eruit gehaald zijn of gewijzigd zijn. Op één onderdeel na.
Dat is de afbakening van de Jeugdwet, wat volgens de onafhankelijk jurist kan leiden tot te veel ruis voor ouders en professionals, waardoor vertraging in hulp optreedt en geen bevoegdheid is van de raad. Daar komt zo meteen de PvdA met een amendement, om in ieder geval dat stuk uit te halen. Wat ons betreft geeft afbakening binnen de Jeugdwet een verkeerd signaal af, omdat elk woord wat te veel in de verordening staat ruis kan veroorzaken en kan leiden tot onder andere vertraging. Voorzitter, volgens mij gaat mijn tijd nu op. Ik heb nog een aantal opmerkingen over onderdelen, zoals de medische toegang. Die zullen we in ieder geval goed gaan volgen, dat dit niet leidt tot nieuwe beoordeling van de toegang. Maar daar heeft de wethouder in ieder geval toegezegd dat hij daar ook op zou letten. Ook nadere regels over draagkracht en draaglast, heeft ook toegezegd dat hij het Ouderplatform erbij zou betrekken. Uiteraard wachten wij met smart af de integrale, allesomvattende verordening sociaal domein die de wethouder heeft toegezegd. Tot zover, voorzitter.
39
De voorzitter: Dank. We gaan naar de ChristenUnie/SGP-fractie. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, dank u wel. Zoals een paar mensen voor mij al zeiden van, dit heeft al een lang traject gehad. Er is veel gesproken over de jeugdverordening. We hebben juridisch advies gekregen. We hebben advies gekregen van de Wmo Adviesraad, van het Ouderplatform. Uiteindelijk heeft dat, samen met de bespreking die we hebben, geleid tot een terechte aanpassing van eerdere concepten van de jeugdverordening. Daar zijn we blij mee. We zijn ook blij met de toezegging dat we nu echt gaan starten met een traject om tot één verordening voor het hele sociale domein te komen. We vragen het college ook om hiervoor tijdig de nieuwe raad te betrekken, maar ook inwoners die hier gebruik van maken, jong en oud, cliëntenorganisaties en de Wmo Adviesraad. Voorzitter, het is al even genoemd dat advies over de afbakening ten opzichte van andere wetten. Daar zal ongetwijfeld de heer Van Verk straks iets meer over duiden, over zijn amendement. Ik wil daar ook wel wat over zeggen. Want er ligt een advies. Een aantal adviezen van AKD is overgenomen. Dit advies heeft het college niet overgenomen. Dat advies zegt eigenlijk klip en klaar dat de afbakening tussen verschillende wetten is geregeld in die wetten zelf. Hoeft niet in een verordening vastgelegd te worden, want dan is het een soort interpretatie.
AKD zegt dan eigenlijk ook dat dit ook niet zozeer bij de raad thuishoort. Voorzitter, u weet dat ik nogal eens wat kritisch ben op de processen, zeker als het om de rol van de raad gaat. Ik vind dat we ook consequent moeten zijn. Als wij in een verordening onze rol als raad specifiek definiëren en zeggen, hier gaan we over, dan moeten we ook durven als we ergens niet over gaan. Daar komt bij dat dit soort dingen dan ook in beleidsregels opgenomen kunnen worden. Ik ben ook heel benieuwd naar de reactie van het college daarop en waarom dat dan niet in beleidsregels overgenomen is. Voorzitter, nog een puntje over de zogenaamde verboden delegatie. In het raadsvoorstel maakte de wethouder daar een opmerking over dat we nog een keer heel goed gaan kijken of dat juridisch allemaal kan en hoe dat dan zit en wat dan wel en niet via nadere regels vastgesteld kan worden als het om het PGB gaat. Wat ons betreft was het juridisch advies van het AKD hierover eigenlijk al wel duidelijk. Maar goed, we wachten even af hoe de wethouder hierin vaart. Ik denk dat het goed is dat we deze discussie dan uiteindelijk gewoon voor eens en voor altijd gewoon heel duidelijk niet meer in deze raad, maar dan in ieder geval in de volgende raad oplossen. Ik hoop dat ik daar dan ook weer een bijdrage aan mag leveren natuurlijk. Dat begrijpt u wel.
Tenslotte voorzitter, we zijn blij dat het narratieve evalueren een plaats gekregen heeft in deze verordening. Ik denk dat het heel goed is dat we ook met de warme data aan de slag gaan. Dat we ook gaan kijken of de opgave die we met elkaar gesteld hebben ook echt uitgevoerd wordt en of alle hulp en ondersteuning die we geven ook iets toevoegt voor jongeren en gezinnen en het netwerk daaromheen. Dat we ook meer zicht krijgen op het verhaal van professionals. Ik zou graag nog hier de toezegging van de wethouder hebben. Wat er wordt gesproken dat er een evaluatief kader vastgesteld moet worden. Dat gaat gebeuren in afstemming met de nieuwe raad. Nog even graag de toezegging dat dat ook echt gaat gebeuren. Want dat biedt volgens mij wel mogelijkheden om komende jaren meer zicht te krijgen op het verhaal van kinderen, ouders en de professionals. Uiteindelijk is het toch onze gezamenlijke opgave om de hulp en ondersteuning te geven die nodig is. Jeugdigen en
40
gezinnen zo te versterken dat ze uiteindelijk zoveel mogelijk op eigen kracht hun leven kunnen leiden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de PVV-fractie. Mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten-Alberts: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden. De jeugdverordening is uitgebreid besproken in de commissie. De PVV kan met een nieuwe verordening instemmen. Wat betreft het aangekondigde amendement van de Partij van de Arbeid wachten wij eerst de woorden van de wethouder af. Dat was het. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de SP, de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, het is belangrijk dat de jeugdhulp goed geregeld is. We weten natuurlijk dat er veel problemen zijn die veroorzaakt worden door marktwerking, overhead et cetera. Ik ben geen specialist op het gebied van deze verordeningen. Ik zit ook niet in een commissie die daarover gaat. Ik heb met belangstelling het verhaal van de heer Burakçin gevolgd. Ik ben blij dat er zeer kritisch naar gekeken is. Ik heb het vertrouwen dat er nu, straks een goede verordening dan ligt, met een dergelijk kritische raad. Waarschijnlijk al dan niet naar aanname van het amendement van de Partij van de Arbeid. Maar die wacht ik even af, evenals het antwoord van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik naar mevrouw Stolk, namens de VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ook kort.
Jeugdhulp is ontzettend belangrijk. Er zijn al heel veel woorden inderdaad, wat de heer Tiebosch ook heeft aangegeven, in de commissie hierover gezegd. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Burakçin, die een vlammend betoog hierover hield. Waar ik nog wel mijn zorgen even over wil uiten, we waren gisteren bij een jongerendebat en dat ging over preventie. De coronamaatregelen hebben we … Tenminste, de coronacrisis hebben we achter de rug. Laten we ook vooral in gaan zetten op preventie, want dat kan ook heel veel geld schelen. Dan kan ook heel veel problemen voorkomen worden. Daar wil ik het even bij laten. Het amendement van de Partij van de Arbeid wacht ik nog even af. Dank. De voorzitter: Dat is een mooi bruggetje naar de heer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik wil eerst even ingaan op het proces. Wij zijn daar niet zo tevreden over. We zijn eigenlijk teleurgesteld. Het proces begon met de gedachte dat elke raad zijn eigen verordening kon opstellen met zijn wethouder, uiteraard ondersteund door ambtenaren. We liggen echt lokaal. De raden werden vervolgens, of de raad werd vervolgens geraadpleegd door een niet gevraagde adviseur. Met de adviezen of de richting die deze raad heeft aangegeven werd feitelijk niets gedaan.
Dordrecht wilde namelijk een minimale verordening in afwachting van een totaalverordening sociaal domein, waarvan we en passant toen hoorden dat dat nog wel drie, vier jaar kan duren, maar inmiddels is daar bestuurlijk op ingegrepen. Wat we wel kregen was een dikke verordening, die eigenlijk onvoldoende juridisch getoetst was. Met een aantal overbodige artikelen die de afbakening regelden met andere wetten.
41
Overbodig, omdat die afbakening in die voorliggende wetgeving al uitputtend is geregeld volgens het advies van de juristen die de raad heeft geraadpleegd. Daarnaast stelden die juristen vast dat de raad er niet over gaat. Het is geregeld in die wetten. Als er discussie over is, dan is het de rechter die een uitspraak doet. Als je het handhaaft in de verordening, dan leg je het vast in de lokale wetgeving. Een verordening is gewoon een wet. Dat betekent dat elke burger daar kennis moet hebben en elke hulpverlener die daarmee gaat werken dat ook moet uitvoeren, die toetsing moet doen op die andere voorliggende wetten of iemand de hulp vraagt daarvoor in aanmerking komt. De gevolgen laten zich raden. Het zal tot vertraging kunnen leiden bij de uitvoering van de hulpverlening dan wel tot eindeloos getouwtrek en discussies tussen hulpverlener en hulpvrager. Dat is iets wat we niet moeten willen in deze stad. Als iemand hulp nodig heeft, moet die hulp geboden worden, zonder dat er eerst allerlei gekissebis zou kunnen ontstaan. Dat wil overigens absoluut niet zeggen dat wij tegen de afbakening zijn als zodanig. Maar leg dat vast in je nadere beleidsregels, waarbij een organisatie kan toetsen of de juiste wet wordt toegepast, of de juiste financiering plaatsvindt.
Laat de SLJ bijvoorbeeld die toets uitvoeren en in discussie gaan met de verzekeringsmaatschappij die valt onder de Zorgverzekeringswet, als het daaronder zou vallen. Maar laat het buiten het circuit van de primaire hulpverlening. Dat is het doel, mijnheer Tiebosch, wat we ons stellen. Laat ouders daar niet mee belast worden. Laat primaire hulpverleners daar ook niet mee belast worden. Laat dat ergens anders. Organiseer dat weg. Maar het mag wel uitgevoerd worden. Natuurlijk, alleen maar goed. Alleen niet in je wetgeving vastleggen. Het hoort er niet in thuis. Het is geregeld in de wetten, leg het niet vast. Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Hartelijk dank. U dient ook een amendement in? Daar zaten heel veel mensen al op te wachten, vergeet u dat niet. De heer Van Verk: Voor de duidelijkheid, dit amendement dienen wij samen in met GroenLinks. De voorzitter: Dat noemen wij dan amendement A1. Hartelijk dank. Dan gaan we naar de fractie Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter ik begreep van mijn collega, Antoinette de Fouw, dat dit uitgebreid aan de orde is geweest in de commissie. Dat het ook wel zeer taaie kost betreft. Dat er ook steeds meer documenten leken te verschijnen. Dat er totaal niet meer duidelijk was wat er precies voorlag ter besluitvorming. We hebben ons maar geprobeerd te beperken tot de verordening.
Laten we daarnaast alle andere documenten maar even los. Die verordening, zoals hij er ligt na wijzigingen van de Wmo Adviesraad en het Ouderplatform, dat geeft ons voldoende vertrouwen om het te kunnen steunen. Goed, wat betreft het amendement wachten we de wethouder even af. Wel een verzoek. Of het wel of niet geamendeerd aangenomen wordt, kan er alsjeblieft, ik wilde bijna zeggen een lekenversie, maar ik bedoel meer een B1-versie gemaakt worden, een begrijpelijk iets, zodat de mensen in de stad die niet thuis zijn in al dat soort ingewikkelde tekst ook gewoon kunnen kijken wat voor hen mogelijk is.
42
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de Fractie Nijhof. Wie mag ik het woord geven? Het is mevrouw Nijhof. Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, ik ga wel gebruikmaken van de vijf minuten, kan ik nu al zeggen. Want misschien is het wel mijn laatste raadsvergadering. De dag dat er aan de andere kant van Europa een oorlogsdreiging is, onze wethouder Heijkoop overigens zijn verjaardag viert, het weleens mijn laatste raadsvergadering zou kunnen zijn na veertien jaar, ligt er op het laatste nippertje de door mijzelf als raadslid zeer gewenste verordening jeugd voor. Eigenlijk zou ik dit moeten kunnen zien als een positief wapenfeit, waarvoor ikzelf als lokaal politicus jaren heb gestreden. De strijd voor een rechtvaardige hulp voor jeugdigen zou eigenlijk vandaag ten einde moeten komen. Maar helaas, niets is minder waar. Want wat ligt hier voor? Waar zou deze verordening aan moeten voldoen? Hoe simpel is het eigenlijk? Een verordening dient direct afgeleid te zijn van de bovenliggende wetgeving. In dit geval de Jeugdwet. Die weer afgeleid is van het Internationaal Kinderrechtenverdrag en de rechten van de mens. De Jeugdwet zegt dat ieder kind tot 23 jaar, dat zorg of ondersteuning nodig heeft, dat van de gemeente zou moeten krijgen. De gemeente is daarin zorgplichtig.
Het Internationaal Kinderrechtenverdrag en het EVRM zegt dat het schenden van een mensenrecht is kinderen uit hun persoonlijke levenssfeer te halen. Kinderen hebben recht op een veilig thuis. Kinderen mogen niet ontheft worden. Een kind hoort thuis in zijn omgeving, met zijn of haar wortels, ouders, opa en oma. Een kind scheiden van zijn netwerk, is schending van een basaal mensenrecht en mag alleen maar in zeer uitzonderlijke situaties gebeuren. De ondersteuning van een kind hoort thuis te gebeuren, niet in een instituut of bij vreemden. Als een kind dan gescheiden moet worden, dan mag dat maar zeer tijdelijk zijn. Het moet door een rechter getoetst en bekrachtigd zijn. Een ouder heeft namelijk het wettelijk gezag en is te allen tijde gezaghebbend en de baas over de opvoeding van het kind. Als de ouder het zelf niet lukt om in de zorgbehoefte van het kind te voorzien, dan is de gemeente het orgaan om te helpen, het kind te helpen. Het kind thuis bij de ouder te ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. De gemeente heeft hier de zorgplicht tot 23 jaar. Ik herhaal dat maar steeds. Ik zal zo uitleggen waarom. Dat is klip en klaar en wettelijk bepaald. Niets moeilijks aan. Ik kan u zo de wettekst voordragen als u dit wilt. Dit is al 7 jaar overigens zo.
Wij hebben hier menig robbertje over gevochten in deze raad, over de juistheid van de verordening, over de daaruit voortvloeiende inkoopkaders, over de miljoenen die ieder jaar bijgepast moesten worden en natuurlijk over de regie. Al ons geld dat wij als gemeente weggegeven hebben aan een inkooporganisatie die vooral veel institutionele zorg inkoopt. Specialistische hulp waar kinderen niet bij hun ouders hulp krijgen. Wij waren als Dordtse raad altijd superkritisch en werden overal als lastig omschreven in de regio. Probeerden het Beleidsrijk Transitie Arrangement te evalueren, wat niet lukte. Probeerden onze controlerende rol te pakken en pakten in ieder geval nu de regie terug. Mogen we nu zelf weten hoe we de Jeugdwet uitvoeren en het Dordtse kind tot 23 jaar ondersteunen. Hebben we hier voor ons een lokale conceptverordening, die een afgeleide zou moeten zijn van die zo duidelijke Jeugdwet. Maar helaas is niets minder waar. Na 7 jaar is er bij mij inmiddels grote ontgoocheling, omdat ik echt dacht dat u zou luisteren, portefeuillehouder, en het juiste zou doen. We hebben er zo vaak in de commissie, in werkgroepen, in de raad en zelfs persoonlijk over gesproken. Nu is deze