CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02-15 Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving - vastgesteld.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 15 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 33: Vastgestelde Besluitenlijst en Notulen Commissie Fysieke Leefomgeving24.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24

op mijn lijstje alleen ... We hebben alle vragen voor mevrouw Pols gehad. Heb ik op mijn lijstje alleen nog mijnheer Struijk. Voor wie heeft u een vraag?

De heer Struijk: Dank u wel. Laat ik nou toevallig een vraag hebben voor mijnheer Schippers. Die ik ook

De voorzitter: Nou, dan bent u geexcuseerd bij dezen. De heer Struijk: Hartelijk wil bedanken. Ik had ook vragen voor de heer Barone en mevrouw Barone, maar die zijn inmiddels gesteld. De vraag voor mijnheer Schippers die zou mijnheer Gundogdu heel graag gaan stellen, maar die had ik al op mijn lijstje staan min of meer dezelfde.

De voorzitter: Ja. U was nog niet aan de beurt geweest. De heer Struijk: En hij is eigenlijk dus ook voor mevrouw Pols bedoeld, dus als mijnheer Schippers niet goed kan beantwoorden, dan kan mevrouw Pols het wellicht aanvullen. Wat is nou de achtergrond, is dat nou bekend, waarom er nu in hun gevallen gewerkt wordt met die twintig jaar in plaats van dat er geen ternnijn genoemd wordt? Dat is eigenlijk de vraag. Aanvullend daarop, en hij is een beetje net al gesteld hoor: is er niet ook gewoon een nnogelijkheid dat die t.z.t. stilzwijgend verlengd wordt? Of is het rucksichtslos twintig jaar en dat is het? Dat waren eigenlijk mijn vragen.

De voorzitter: Mijnheer Schippers. De heer Schippers: Ik heb een aantal weken geleden contact gehad met de wethouder op uitnodiging sannen met de schipper van het patrouilleschip wat ook in de Riedijkshaven ligt en daar kregen wij inderdaad de periode van twintig jaar te horen. Ja, dat was enigszins verrassend en meer verrassend is het eigenlijk dat de motie die ging eigenlijk over het behoud van het historisch erfgoed en of wie dat er dan eigenaar is over twintig jaar dat maakt eigenlijk niet zo gek veel ult. Als er een nieuwe eigenaar zou zijn, dan is het behoud van het erfgoed eigenlijk dat is het belangrijkste. Ja, daar verandert eigenlijk niets in. Het is het zicht op de haven net zoals dat je een gebouw ergens neerzet wat mooi is of niet mooi, maar dat staat er gewoon voor honderd jaar of honderden jaren zoals er in Dordrecht blijkt. Dus de Vertrouwen die is al bijna honderd jaar en die wordt alleen maar historischer. Dus als je dat zicht wil behouden, dan is een periode van twintig jaar, ja, prima, en stilzwijgende verlenging ook prima, maar ja het klinkt toch in elk geval anders als permanent.

De heer Struijk: Ja. Voorzitter, als het mag? Maar ... De voorzitter: Ja, dat mag. De heer Struijk: Waar ik eigenlijk nou benieuwd naar ben: is er ook uitgelegd waarom er gekozen is voor die twintig jaar?

De heer Schippers: Er is aangegeven dat een schip verplaatsbaar is, en dat blijft die ook natuurlijk. Dat is wat mevrouw Barone ook net zei: je kunt ook een vergunning

25

verlenen permanent met daarin een clausule dat als de gemeente andere plannen heeft met de ligplaats dat er gewoon verkast kan worden, maar dan dat er wel redelijke alternatieven geboden worden. Maar dat is hetzelfde als je dat voor twintig jaar doet of permanent. Daar zien we het verschil eigenlijk niet echt in.

De heer Struijk: Nee. Maar er is dus niet gezegd: wij doen het nu op deze manier, want.

De heer Schippers: Nee. De heer Struijk: Die uitleg is er eigenlijk niet geweest? Oke. De heer Schippers: Nee. De heer Struik: Dat wilde ik even horen. De heer Schippers: Ja. De heer Struijk: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. Ik zie dat nnijnheer Gundogdu ook gereageerd heeft en ik neenn aan dat u hier verder dat u het er helemaal nnee eens bent hoe het bij mijnheer Struijk de vraagstelling was en dat u daar verder zelf niet meer op in hoeft te gaan?

De heer Giindogdu: Inderdaad, voorzitter. De voorzitter: Oke. Dank u wel. Nou ja, dank u voor de toelichting en voor het beantwoorden van de vragen. We zijn aan het einde van de vragen gekonnen, dus als u verder wilt blijven kijken bent u van harte welkonn. Ik ga het woord eerst geven zo meteen aan de drie fracties die vragen gesteld hebben, die een politieke vraag hebben aangedragen. Daarna kunnen de andere fracties erop aanvullen. Ik zou u wel willen verzoeken om voor deze laatste avond voor de verkiezingen elkaar het licht in de ogen te gunnen. Dus niet in je uppie een halfuur doorpraten, want dan is er voor de rest geen ruimte meer, en dat zou heel jammer zijn. Ik wou een beetje op tijd proberen af te ronden vandaag. Dus wees vriendelijk voor elkaar, zou ik zeggen. Ik geef eerst het woord aan de VVD, dan aan de Fractie Nijhof en dan aan Gewoon Dordt. Wie is er van de VVD? Mijnheer Den Heijer, gaat uw gang.

De heer Den Heijer: Ja. Dank, voorzitter. Ik neem het ter harte dat we een beetje vriendelijk en lief tegen elkaar gaan doen vanavond. Maar ...

De voorzitter: Ja, en kort. De heer Den Heijer: Dat moet helennaal goed komen. We het over een nnooi onderwerp vanavond. Twee stukken bij elkaar gekoppeld, maar uiteindelijk gaat het over onze historische binnenstad, onze mooie binnenstad, de gezellige binnenstad. Ja, afgelopen jaren ook ons echt hard gemaakt om meer mogelijk te nnaken op het water.

26

Afgelopen raad werd ik ook weleens ongeduldig genoemd. Maar ja, dat is soms ook gewoon zo. Ik ben ook blij, en dat ook met veel mede-indieners, u weet ook dat Beter Voor Dordt ook destijds een annendement gesteund heeft. Destijds was dat Herman van der Graaf die ook echt een hart voor de zaak heeft. Nou, dat resulteert in veel meer aanlegsteigers. Ja, hoe mooi is dat nou eigenlijk, dat je gewoon lekker een koffietje kunt pakken in het centrum, lekker kunt winkelen en dat je gewoon op die manier het centrum kunt bereiken? Ik vind het heel bijzonder en ik ben blij dat we die stap maken. Ik zou ook het college uitdagen: hoe denkt het college eigenlijk op korte ternnijn nog meer te kunnen realiseren? Dus dat we ook echt nu die stappen door gaan zetten. Want dit is een eerste mooie stap, maar er zit denk ik nog veel meer in het vat. Dan vraag ik me ook af bij de extra ligsteiger: dat is nu voor rondvaartboten, maar ik hoar ook binnen die kringen: ja, maar wij willen niet onbedoeld passantenboten eruit werken. Of dit is niet de bedoeling. Hoe lossen we dat nou op? Kunnen we nou ook ervoor zorgen dat dan die nieuwe steigers die er komen dat die voldoende zijn ook voor passanten? Dan wil ik even over het raadsvoorstel zelf. Ik vind dat eigenlijk een heel erg moeilijk leesbaar stuk over de havenverordening. Ik vind het vrij technisch.

Ze doen ook net alsof het ook een soort technische wijziging is, terwijI er wel gewoon best wel politiek geladen voorstellen in staan. Met veel begripsonnschrijving en weinig argumentatie. Ik zou het college willen uitdagen: ja, overtuig ons dan ook vandaag. Weet je, het is echt Ik vind dit stuk, ja, eigenlijk moet je daar gewoon niet mee aan komen zetten. Er zou veel meer onderbouwing in nnoeten zitten. Want als we nou kijken bijvoorbeeld naar die bewoners van die historische woonschepen. Nou, dan gaan we nu van vijf jaar naar twintig jaar. Nou ja, waarom twintig jaar? Ik zou het niet weten. Is dat lang? Is dat kort? Inderdaad, net de inspreker ook: hoe gaan we daar dan na die twintig jaar daarmee am? Ik zou bijna zeggen: ja, de inflatie is heel laag, of tenminste inflatie loopt bijzonder op, anders zou ik bijna zeggen: koop gewoon het stukje water en woon daar dan bovenop en dan regelen we het echt goed. Maar dat is nu niet echt meer een aantrekkelijke optie, dus dat zeg ik ook gekscherend, voorzitter. Dan met die vergunningen. Dan gaan we iets reguleren.

Ja, ik vraag me dan af, maar ik hoar hier alleen maar voorstanders ook in de sector zelf, maar gewoon als een goed geaarde liberaal en een VVD'er: ja, waaronn reguleren we iets en lossen we dan een probleem op? Want ja, doen we het voor de beheersing? Doen we het voor de veiligheid? Doen we het voor dat ze met een vaarbewijs gaan varen of voor de controleerbaarheid? Ja, zit er een hele erge ontwikkeling in het afgelopen jaar? Is er een toename geweest en is dat nog beheersbaar dan? En hoeveel mistanden zijn dan tot dusver geconstateerd? Want ik Ja, ik constateer eigenlijk dat we hartstikke leuke ondernenners hebben die dat harstikke goed doen. Nou, doen die al niet voldoende am dat te waarborgen en is daar dan een vergunning voor nodig? En wat !evert dat dan op dit moment op? Ik wil eigenlijk ook nog een ander punt maken en dat valt echt ook binnen de havens, is dat we afgelopen januari ook opgeschrikt zijn door een enornne, ja, voorzitter, excuseer, maar het is echt een idioot geweest. Die is met tachtig kilometer per uur dwars door de Voorstraathaven heen gesjeesd met zijn boot. Ik wil eigenlijk ook aan het college vragen: wat is daar nou mee gebeurd? Hoe pakken we zo iemand aan? Hoe kunnen we

De voorzitter: Ja, maar

27

De heer Den Heijer: In de toekomst voorkomen? De voorzitter: Ja. De heer Den Heijer: Ik zou daar eigenlijk wel wat opvolging op willen. In ieder geval wat informatie van het college, en anders als dat nu ... Als ik het college er nu mee verras, misschien wat

De voorzitter: Ja. De heer Den Heijer: Informatie per mail. De voorzitter: Ja. De heer Den Heijer: Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Ja. Prima. Maar die laatste vond ik nou eigenlijk gewoon meer een vraag voor vragen aan het college en niet bij dit raadsvoorstel zozeer. Dus u fietst hem er leuk in, maar

De heer Den Heijer: Maar het legt volgens mu j het dilemma nu bloot: er wordt veel meer op dat water gedaan. Dat is ook iets waar ik voor...

De voorzitter: Ja, ja. De heer Den Heijer: Stander van ben. De voorzitter: Oke. De heer Den Heijer: Maar dat leidt weer tot excessen. En wat doen we daar dan tegen? Dat is eigenlijk

De voorzitter: Ja, het is op het randje. De heer Den Heijer: De vraag die ik stel. De voorzitter: Laten we het zo maar stellen dan. De heer Den Heijer: Ja. De voorzitter: Oke. Nou, dan geef ik nu het woord

Oh, wacht even. Mijnheer Jansen die heeft een vraagje voor u. En mijnheer Van der Meer ook. Mijnheer Jansen wilde niet interrumperen, dat vond hij niet nodig, maar hij heeft wel een vraagje aan u. Gaat uw gang, nnijnheer Jansen.

De heer Jansen: Ja. Een hele korte. Allereerst: ik zou bijna wel geinterrunnpeerd hebben toen de heer Den Heijer begon over de vergunningen en de regulering. Het verbaast me natuurlijk niets dat de nnarktwerkpartij daar niet helemaal voor is, maar volgens mij heeft de heer Barone die vraag ruinnschoots en heel duidelijk en helder

28

beantwoord. De vraag die ik aan de VVD heb, is: u wilt steigers voor passanten, u wilt meer steigers voor eigenlijk voor van alles en nog wat. Maar volgens mij wil de VVD ook nog steigers om terrasjes op te laten bouwen. Ik vraag me af of we wel genoeg water hebben voor alle steigers die u in het water wil gaan neerleggen. Of nnoeten we ook een paar steigers op land plaatsen?

De heer Den Heijer: Ja, ik ben blij dat u gewoon de optimistische noot te pakken heeft dat we met man en macht er alles aan doen om die stad een stuk gezellig te maken en dat u eigenlijk het probleem voor de toekomst al wel ziet: stel nou dat dat dan goed gaat. Ben ik met u eens. Er zijn natuurlijk hele mooie plekken waar dat zou kunnen. Bijvoorbeeld bij de Kalkhaven is dat bijvoorbeeld een idee wat onderzocht wordt. Dat lijkt me niet echt een locatie waar je per se zo'n passantensteiger zou hoeven neerleggen, maar wel een hele mooie plek waar je bijvoorbeeld terras op water zou kunnen doen of bij Dok in de Spuihaven. Is niet per se een hele geschikte plek misschien voor een passantensteiger, maar wel een hele geschikte plek om mooi terras op water te doen en meer met dat water te doen. Dus ja, ik zie nog niet echt het probleem dat dat elkaar nu bijt, maar als dat in de toekomst het geval is, moeten we dat op dat moment bezien. De voorzitter: Prima. Geef toe, nnijnheer Den Heijer, het was een leuke invulling. Terrassen op het land voor alle dingen die je erop wil doen. Mijnheer Van der Meer heeft nog een vraag aan u. De heer Van der Meer: Ja. Dank, voorzitter. Ik ben natuurlijk ook erg voor een gezellige stad. In nnijn ogen zou dat een zekere balans vergen. U bent ...

Of de heer Den Heijer is geloof ik erg tegen allerlei reguleringen of de mogelijkheid voor de regulering en bijsturing door het college, maar hij wil wel meer ruinnte voor pleziervaart en al dat soort dingen en meer ruimte voor terrasjes. Dat vraagt toch op een gegeven moment in een drukke binnenstad die hopelijk, volgens hem zeker, nog drukker wordt om een zekere balans om de leefbaarheid te handhaven? Ook om milieukwaliteit te handhaven, om de veiligheid te handhaven. Dus hij stelt wel retorische vragen over: waar is die regelgeving eigenlijk allennaal voor nodig? Maar ik wil graag van hem horen hoe je daar nou toch een goede balans in vindt, want niks regelen dat zal zelfs hij niet willen, denk ik. De voorzitter: Goed. Is de vraag duidelijk? De balans. De heer Den Heijer: Ja, voorzitter. Ik kan de denklijn van GroenLinks tot op zekere hoogte goed volgen, maar ik wil eigenlijk wel benadrukken dat ik dit ook zeg om gewoon een voorbeeld te stellen. Dat je niet zonnaar kan stapelen met regulering zonder gewoon fatsoenlijk dat te onderbouwen naar de read. Als ik dit raadsvoorstel lees, dan zie ik die onderbouwing niet. Ik hoor het nu van de inspreker, en dat is wellicht overtuigend genoeg voor ons om daar toch voor te stennmen. Ik hoor het ook graag van het college.

Het kan niet zo zijn dat we allennaal nieuwe regulering verzinnen voor problemen waarvan ik nog geen onderbouwing of argumentatie heb gezien of dat ook echt daadwerkelijk een probleem is op dit moment. Ik wil voorkonnen dat we ... Stel je voor dat we dit een aantal jaar geleden hadden gedaan. Toen we alleen nog de Dordter Vaar

29

hadden rondvaren, en dat we toen die regulering hadden toegepast, omdat we bang waren dat het anders te veel zou worden. Nou, dan hadden we misschien alleen een keer in de zoveel jaar onze Koninklijke hoogheid op zijn boot rondgevaren, maar dan had het voor de rest van de stad veel minder geweest. Dus ik wil voorkomen dat we te snel naar dit soort middelen grijpen, maar ik laat me graag overtuigen om het toch wel te doen, onndat ik die lijn van GroenLinks goed kan volgen.

De voorzitter: Oke. Dank u wel. Ik wil graag door naar de volgende, mijnheer Van der Meer, als u het goed vindt. U krijgt vast nog wel meer antwoorden op vragen te horen waarvan u er nog meer nnee kunt en dan hebben we straks als het goed is ook nog wel even een debatje met z'n alien.

De heer Van der Meer: Goed, hoor. De voorzitter: Als we daar de tijd nog voor hebben natuurlijk. Ik geef nu graag het woord aan de Fractie Nijhof.

De heer Gandogdu: Voorzitter, ik ga het heel kort proberen te houden. De voorzitter: Ah, dat zou fantastisch zijn. De heer Giindogdu: Ja. Ja. We hebben een politieke vraag gesteld, voorzitter, en, nou ja, de insprekers hebben dat gedeeltelijk beantwoord. Kijk, die motie die we ooit eens hebben ingediend dat ging uiteindelijk heel duidelijk over die rechtszekerheid, he. Met name over ons cultureel erfgoed. Dat willen we behouden voor ons stad. Nou, we zijn geprezen met al onze wateren op ons eiland. Wat wij dus wel duidelijk missen, en dat is gedeeltelijk ook zojuist in mijn vraagstelling naar voren gekomen, is: wat is nou de afweging geweest van het college om die rechtszekerheid om te, nou ja, vertalen naar, om te vormen na twintig jaar in plaats van die rechtszekerheid wel degelijk te geven? Daar zijn we wel benieuwd naar. En in hoeverre dat het college van mening is dat hierbij een dergelijke motie is afgedaan. Want wij denken dat we dan echt op twee sporen zitten: dat van het college en dat van de raad. Dus ik ben benieuwd naar de reactie van het college hierop.

De voorzitter: Dank u wel. Dat was hem? De heer Giindogdu: Ja. De voorzitter: Prima. Gewoon Dordt. Mijnheer Kleinpaste. En houd u de klok in de gaten, alstublieft.

De heer Kleinpaste: Eens even kijken waar de klok is. De voorzitter: Op uw computer misschien. Onderin. De heer Kleinpaste: 21 punt 21 bovenin. Nee, dat klopt. Ja, voorzitter. In grote lijnen herken ik veel in het betoog wat de heer Den Heijer ook al heeft afgestoken. Ook voor ons geldt dat de verordening zoals die ligt wel wat technocratisch van aard is en heel erg

30

juridisch technisch is dichtgespijkerd, terwijI ik ook eigenlijk wel een heel goed gehold betoog van het college wil hebben over wat ze nou eigenlijk met al die havens en met al dat water om en op ons eiland zouden willen gaan doen. Dus iets meer naar die politieke duiding en die politieke lading toe. Als ik dan kijk naar de rechtszekerheid voor de historische woonschepen, ja, dan lijkt twintig jaar een hele lange periode, nnaar het blijft een tijdelijkheid, en dat is nog altijd een situatie die voor hen dan verschilt ten opzichte van iemand die gewoon kiest om zijn hutje op de straat te hebben staan en die gewoon veel meer zekerheid heeft. Dus dat vind ik heel erg jammer. Als ik dan ook terugdenk naar het begin van dit weerbarstige dossier, het is altijd lastig om over individuele situaties te spreken, dat doen we liever niet in zijn algemeenheid, den ken we wel, dan is wat mij betreft nog steeds blijft aan mij het gevoel knagen: waarom zou die Res Nova nou niet gewoon in dat hoekje waar ze al jaren liggen goed kunnen blijven liggen? En hoe kun je nou de regels zo voor je laten werken dat dat mogelijk wordt? Die vraag blijft mij bezighouden, ook omdat ik in heel veel andere steden ook historische woonschepen zie liggen die voor een deel op veel drukkere locaties liggen met veel meer geluidsoverlast en met veel meer hinder.

Dus die vraag blijft bij mij knellen: is er nou niet echt een nnouw aan te passen om te zorgen dat daar waar het ooit begon dat het daar nog steeds mogelijk wordt en dat iemand kan blijven wonen in de buurt waar ze ook geworteld en gehecht zijn inmiddels? Dus die vraag blijft mij bezighouden. Datzelfde geldt voor het vertrouwen in de Riedijkshaven over ons evenzeer. Dus daar blijven we dan nnee bezig en dat brengt ons Ik bedoel, we zouden eigenlijk moeten toejuichen dat er heel veel mensen op historische woonschepen willen wonen en dat dat bijdraagt aan een stuk sociale controle, aan een stukje sociale veiligheid in de diverse havens die we hier hebben. Dus ik vind dat we met elkaar nog veel langer en veel breder kunnen nadenken over hoe we daar meer mogelijkheden kunnen creeren en dat veel meer kunnen benutten, want het past gewoon heel erg goed bij Dordrecht om daar nog iets meer een visie op te ontwikkelen dan dat we op dit moment al hebben. Als het gaat om de toevoeging van aanlegsteigers en als het gaat om het meer faciliteren van nog meer toerisme, rondvaart en dat soort zaken, dat zijn dingen die zijn heel goed voor het toerisme in de stad en voor de ontwikkelingen op en om het water, dus dat juichen we alleen nnaar heel erg toe. Goed dat de heer Barone ook een pleidooi houdt voor nnodernere vornnen van voortstuwing van al die boten en het elektrisch varen.

Dus daar moeten we zeker nog eens even heel goed naar kijken. Voor het overige, nou ja, ik hoop dat we straks misschien nog wat uitwisselen met elkaar. Er zitten een boel goede raakvlakken wel in die verordening, maar stel hem wat minder juridisch, stel hem wat politieker en stel wat meer dat dat toekonnstbeeld van dat wat we met elkaar in deze stad willen bereiken dat zou mij echt een lief ding waard zijn. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dit gaat de goede kant op op die manier, want dan is er misschien straks toch inderdaad nog wel tijd om toch even met elkaar wat dingen te wisselen. Zijn er nog mensen, fracties die hierop ook iets willen zeggen? We hebben er drie gehad. Even kijken. Mijnheer Portier en ... Eerst mijnheer Portier. Dan mijnheer Van der Meer, mijnheer Oostenrijk en mijnheer Struijk. Mijnheer Portier.

De heer Portier: Ja, voorzitter. Blij dat een aantal stappen genomen worden en een oplossing, in ieder geval voor de Res Nova. Over het algemeen geldt voor historische

31

vaartuigen die een vergunning krijgen dat ik denk dat het om het vaartuig moet gaan en dat je daar zekerheid aan moet geven, omdat je anders toch op een bepaald moment kansen hebt dat, ja, het financieel of wat dan ook niet meer vol te houden is. Want het is natuurlijk altijd zo, ook waar huizen staan en je hebt als gemeente plannen, kun je altijd onteigeningsprocedures doen en er zijn altijd voorwaarden die je aan een vergunning kan verbinden. Op grond van het opzegbare zou kunnen zijn. Maar ik vind in principe zouden vergunningen verbonden moeten zijn aan het vaartuig en permanent moeten zijn. Ik denk dat, nou ja, als andere niet met een amendement komen, dan zal ik daar in ieder geval met een amendement komen op dit punt. Dank u wel.

De voorzitter: Dat is dan alvast aangekondigd. Even zien. Wie was er dan? Mijnheer Van der Meer, u wilde een tweede ronde? Nou, heel kort dan. De heer Van der Meer: Nee, nee. Ik heb het woord nog niet gevoerd. Ik heb alleen even geinterrumpeerd een keer. Ik wou daar het ... De voorzitter: Oh ja, dat is waar. Ja. De heer Van der Meer: Ik wilde nog een opmerking maken. Er zijn een aantal dingen gezegd over historische schepen en over aantallen aanlandplaatsen. Daar ga ik niet verder op in. Er is gevraagd door een aantal collega's om nneer visie. In mijn beleving hebben we in het kader van de havenvisie, binnenhavenvisie daar al uitvoerig over gepraat en dat blijft zich hopelijk ontwikkelen. Het gaat nu om een verordening en ik denk dat we in de verordening het heel goed is dat daar een aantal instrumenten in gedefinieerd worden, dat wordt een beetje technisch natuurlijk, om te zorgen dat bepaalde dingen goed gaan verlopen. Ik vind daar dus om die reden een aantal verbeteringen in zitten. Wat ik vooral nog nnis in die verordening is inderdaad het punt wat de heer Barone ook al heeft aangekaart, namelijk het fossielvrij varen. Dat zou door de verordening nog wat scherper aangezet kunnen worden. Ik wil graag aan de wethouder vragen hoe hij denkt Of hij denkt en hoe hij denkt dat op dat punt beleid gevoerd kan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Sorry dat ik dacht dat u al het woord gehad had, maar dat we zijn alweer een ronde verder. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja. Dank u, voorzitter. Als het gaat om de verordening oftewel de eerste wijziging daarop, daar kunnen we ons eigenlijk wel in vinden. Ik deel wel zeker het technocratisch gehalte, maar ik vrees dat je daar niet echt aan ontkonnt. Maar als daar nog wat verbeterpunten in zitten, dan staan we daar voor open. Nog wel even over ... En daar wil ik graag een reactie van de wethouder over, en daar is al eerder naar gevraagd, naar die twintig jaar. Aan de ene kant inderdaad nog weer even toegelicht waarom die twintig jaar geldt, maar ook, en dat vind ik nog intrigerender, waarom dat gekoppeld zit aan het eigenaarschap. Oftewel, ik kan me van de twintig jaar misschien niet voorstellen, maar dat eigenlijk de ligplaats vervalt bij verkoop van een schip daar kan ik me nog veel minder van voorstellen. Dus graag een toelichting van de wethouder daarop. Als het gaat om de raadsinformatiebrief over het steiger- en halterplan Halteerplan, daar staat onder andere, en dat is vrij prominent, het fenonneen

32

participatie. Nu kennen we gelukkige participatietrajecten en ongelukkige participatietrajecten, en gisterenavond mocht ik mee aanwezig zijn bij de discussieavond over de Wolwevershaven. Nou, die noem ik maar even geen gelukkig participatietraject. Mogen we ervan uitgaan dat, en ik heb wat dat betreft het vertrouwen in de nu fungerende wethouder daarover, mogen we ervan uitgaan dat dat participatietraject ook een traject is waar ook belanghebbenden ook een echte rol krijgen? Specifieke vraag aan de wethouder.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. Dan wil mijnheer Struijk nog kort lets zeggen en mijnheer Nederhof. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u zeer, voorzitter. Nou, ik ben het eens met de heer Den Heijer en een paar anderen die het inmiddels ook al gezegd hebben: het is een heel erg technisch verhaal, maar gelukkig begrepen de meeste van ons toch wel ongeveer wat de bedoeling was. Ook wij zijn wel blij dat er meer aanlegplaatsen komen, dat het ook niet ten koste gaat van de beroepsvaart van de binnenvaart. Ik vind wel, en mijnheer Van der Meer die stipte dat ook eventjes aan, we moeten wel de leefbaarheid een beetje in het oog houden. Ongetwijfeld zal de heer Den Heijer niet vinden dat straks geen water meer zichtbaar nnag zijn, onndat er overal steigers moeten liggen, maar, ja, ergens moeten we wel een klein beetje de balans vinden. Nu zie je soms op een mooie zomerse dag als je aan het Wantij zit daar ongeveer een file aan bootjes voorbijvaren. Nou, files op de weg zijn we gewend, op het water vind ik het eigenlijk een treurig gezicht. Dus ja, het is effetjes mooi zo, misschien nog iets meer erbij, maar dan zou het wat ons betreft wel mogen stoppen. Nog een opmerking over dat drijvende terras in de Binnen Kalkhaven. Of dat echt een goede vondst is, dat vragen wij ons ook wel af.

A) is het nodig? En b) hoe zit het met de veiligheid? Lijkt ons ook best wel een beetje tricky. De voorzitter: Ja. De heer Struijk: Er komen behoorlijk wat schepen in de Binnen Kalkhaven, dus ja De voorzitter: Ja. De heer Struijk: Laten we daar nog maar heel eventjes mee wachten, zou ik zeggen. Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Oke. Dank u wel, mijnheer Struijk. Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U bent de laatste. Dan gaan we naar de wethouders. De heer Nederhof: Prima. Komt ie. Ja, even kijken. Wij kunnen instennmen met het vaststellen van deze verordening. Nou, de vraag waarom twintig jaar, schip of eigenaar is als langsgekomen. Willen we ook graag weten. Wat betreft de Res Nova is natuurlijk voor ons kan hij daar blijven liggen. Er wonen meer mensen op schepen in binnenhavens en het gaat bij de Res Nova alleen maar over geluidsoverlast van het

33

straatverkeer. Dat is eigenlijk, ja, een beetje bizar om daar nou een heel schip voor weg te nnoeten halen. Ik heb nog een algemene opmerking, voorzitter, en dat is eigenlijk dat valt ook onder die verordening: in de Dordtse zeehavens, dat is in beheer door de haven van Rotterdam, vinden wij dat daar een grote oud ijzerbak met veel geluidsoverlast en opslag van bergen grond en kolen, bulkopslag, is ook erg dicht bij woonwijken. Waarom nou niet naar die Maasvlakte? Waarom geen containeroverslag? Of heeft de gemeente hierover niets te vertellen? Dat is mijn grote vraag aan de wethouder in zijn algemeen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Ik heb begrepen dat voor het college Maarten Burggraaf antwoord gaat geven, omdat mijnheer Stam verhinderd is. Mijnheer Burggraaf, ik zou zeggen De heer Burggraaf: Ja. De voorzitter: Gooi hem erin. De heer Burggraaf: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb drie thema's opgeschreven. Dat is de havenverordening, steigerhanteerplan en nog wat vragen met betrekking tot de Res Nova. Om maar even te beginnen met de havenverordening. Een aantal partijen die zeggen: ja, het is nu wel een erg technisch stuk. Had daar niet nog lets meer duiding bij gekund? Nou, ik ben het wel met die observering eens en dat is wel een verbeterslag voor een volgende keer bij een voorstel. Ik zal daar zo nog wel een toelichting op geven. Ik ben het niet eens met een aantal opmerkingen die zeggen: ja, waar is nou de visie op het geheel? Want daar heeft u juist die havenvisie of binnenhavens eerder op vastgesteld en daar is dit vervolgens de technische uitwerkingsslag van. Er zijn hele duidelijke annbities en visies neergelegd die u vervolgens nu ook terugziet in het steiger- en hanteerplan. We hebben in het college gezegd: ja, we hebben nu die havenvisie, maar we moeten het nu ook gaan uitvoeren en dat willen we graag met grote voortvarendheid doen.

Ik ben er blij nnee dat het is gelukt om ook juist in overleg met de ondernemers, het Klein Schippersgilde heeft u al gehoord, die veel kenners hebben van het water, dat we in gezamenlijkheid kunnen kijken naar: hoe kunnen we toch nog het komend jaar al ... Voor het komend vaarseizoen wat extra faciliteiten realiseren voor die passanten en de rondvaartboten? En tegelijkertijd, dat is inderdaad een opmerking wat het CDA maakte, ook wel zorgen dat, nou ja, op heel veel plekken daar kan het, want daar is al een keer eerder een steiger verleend of het zijn plekken waar verder niet veel in de omgeving ook woningen en dergelijk zit, dus nou die slag kunnen we dan maken, maar ook voor die tweede stap daar ook goede participatie met de omgeving voor op te zetten. Dus dat is de tweede fase die we organiseren. Dat gaan we natuurlijk in, nou ja, op een zorgvuldige nnanier met de omgeving vormgeven en met, nogmaals, ook de ondernemers die de dagelijkse ervaring met het water hebben en daar ook kennis van zaken hebben. Dus die combinatie nnaken we. Dan voor die havenverordening de vragen die onder andere door de Dordtse VVD en Gewoon Dordt zijn gesteld: ja, maar waarom worden er dan nu extra regels ook bijvoorbeeld rondom de commerciele vaart gesteld? Ik heb die wel goed terug gehoord, ook in de bijdrage van het Klein Schippersgilde. Dat was ook de overweging van het college.

Dat is ook wat we nastaan op het moment dat we regels invoeren, dan

34

gaan we ook met de partijen die het raakt vooraf een soort consultatie doen om te kijken: ja, wat is de kennis in de markt? Waar loop je tegenaan? Hoe kunnen we dat het beste vormgeven? Zo is dit proces ook geweest. Daar komen we tot de conclusie dat je wel nnoet zorgen dat je inderdaad dingen niet dicht regelt, want we moet zorgen dat er vernieuwing blijft, dat er nieuwe partijen ook op dat water hun diensten kunnen aanbieden, want, nou ja, tien jaar geleden was er nog niks en nu ... Hoe kan je dat water in die stad of die stad vanaf het water heel goed beleven? Voor bewoners heel belangrijk, voor bezoekers, wat uiteindelijk ook weer toeristen en omzet voor onze horeca en winkels geeft. Dat wil je natuurlijk in de toekomst zo optimaal nnogelijk ook kunnen laten meegroeien, maar wel op een verantwoorde manier. Dat vraagt gegeven het feit dat er sprake is van open water, van smalle stukken, ja, vraagt wel een aantal zorgvuldige regels eronnheen om te zorgen dat er ook een hoge kwaliteit aan aanbieders zitten die daar ook op een verantwoorde nnanier mee omgaan. Dus dat is de balans die we gezocht hebben. Dat zit hem ook wel in de doorvertaling en de mate van regulering, he. Dus we hoorden daar al wat voorbeelden van: wat voor voorwaarden stellen we dan? Nou ja, dat zit dan inderdaad in de vornn van verzekering, veiligheid, et cetera.

Dat is een hele lijst, maar dat is gewoon een uitvoeringslijst. Ik zou zeggen: leg dat niet vast in deze verordening zoals we dat nu inderdaad ook niet hebben gedaan, maar laat dat een uitvoeringsstuk zijn wat erachter zit wat zich ook, ja, mee kan bewegen en ademen zeg maar met nieuwe ontwikkelingen in de markt. Met dat aspect zou ik ook de oproep van GroenLinks: ja, kunnen we nou niet in die verordening nog meer ambitie leggen in het fossielvrij varen? Ja, dat zou ik toch willen ontraden, want ik vind het wel een hele belangrijke ambitie. We hebben ook bijvoorbeeld op ons economisch beleid hebben we er ook innovatie op duurzaam varen, dus dat is echt ook wel eentje waar we de stip op de horizon hebben staan, maar je nnoet het wel in de juiste snelheid doen. Want als je nu zou gaan zeggen dat iedereen elektrisch nnoet gaan varen, nou, we hebben nog niet eens laadvoorzieningen liggen en de techniek zit daar ... Die gaat snel, maar nou ja je hebt ook nog schepen waar je investeert die dat nog niet hebben, dus dat vergt gewoon een, nou ja, een fasering en ingroeimodel. Dan zou ik er niet voor zijn om dat nu aan de voorkant al meteen heel scherp in zo'n verordening te zetten, omdat je daarmee juist die ontwikkeling, ja, in dat gebied op slot zet.

Ik ben het wel eens met de oproep die gedaan werd door het Klein Schippersgilde om te zeggen: ja, kijk nou als je die steigers gaat aanleggen waar je ook nog met laadpaalvoorzieningen kan werken. Nou, dat vergt natuurlijk wel een investering, dus die kunnen we heel mooi meenemen in fase 2 die we al hebben geduid, waar we bij u terugkomen als we dat verder hebben uitgewerkt en dan ook een uitvoeringsplan onderligt. Daar kunnen we ook in opnemen: nou, op welke plekken zou dan een laadinfrastructuur haalbaar zijn? En wat is dan de investering die er benodigd is? Dan kunt u daarover oordelen of u daar het budget ook voor wil geven in die omvang. Even kijken, hoor. Dan waren er nog de vraag voor het steiger- en hanteerplan: ja, leggen jullie dan uiteindelijk voldoende plekken aan voor passanten en rondvaartboten? Nou, dat hebben we dus inderdaad in die fase 1 bekeken hoe we bij de Appelsteiger meteen meer plek voor de rondvaarten kunnen nnaken, de connmerciele vaart, en dan voor passanten weer meer plek nnaken onder andere op de Potkade bij de grote kerk en zo gaan we dat bij fase 2 ook doen, kijken: waar kunnen we de nnaximale capaciteit creeren? En u daar ook inzicht in geven wat daar het maximaal haalbare is. Want natuurlijk uiteindelijk is ook de ruimte op het water een keertje eindig. Maar de

35

ambitie ligt er om het zo optimaal mogelijk op een veilige manier te kunnen gebruiken. Even kijken. Dan is de vraag met betrekking tot de havenverordening nog over. De twintig jaar termijn voor varende woonschepen, waarbij een aantal aspecten werden bevraagd. Een daarvan even los van, ga ik zo op de termijn in, was: ja, waarom vergunt u op de persoon en niet op een schip? En hoe zit het nou op het moment dat het schip verkocht wordt? Hoe loopt het dan met die vergunning? De reden dat het een persoonsgebonden vergunning is, is omdat uiteindelijk iemand aanspreekbaar nnoet zijn voor die vergunning en de verplichtingen en de rechten die daaruit voortvloeien. Dat kan, ja, richting een mens, een persoon, maar niet richting een schip. Dus dat maakt dat een vergunning per definitie persoonsgebonden is. Is het dan vervolgens zo dat als iemand die vergunning krijgt en het schip verkoopt dat die dan vervolgens die vergunning niet krijgt? Nou, dat is in het kader van behoorlijk bestuur gelijk behandelen van gelijke gevallen zou dat als dat de enige wijziging is, dat dan ook die vergunning wederom verstrekt wordt. Dus he, daar zit in die zin geen onzekerheid in.

De termijn van twintig jaar die hebben we, omdat, en dat heb ik ook in het gesprek proberen uit te leggen die we hadden met schippers van Vertrouwen en Vos in de Riedijkshaven, die zitten erin omdat uiteindelijk ook meet er ruimte op het water schaars is. Dan hebben we bijvoorbeeld de Wolwevershaven als een haven voor wonen in uw havenvisie vastgelegd. De Riedijkshaven, ja, daar is ook van gezegd dat is een haven die zich heel goed leent voor rondvaartboten, personenvervoer, dergelijke schepen. Nou ja, dat als je daar in de toekonnst nog ruimte wil hebben om ook daar nog nneer plek voor te bieden, dat daar de Riedijkshaven goed voor is en dat zolang die niet optimaal benut wordt, je hem ook prima voor bewoning kan aanbieden.

Daar hebben we ook sannen met de schippers naar gekeken: nou, hoe kunnen we dat zo meteen voor de Riedijkshaven ook perspectief blijven dat ze daar langer kunnen blijven liggen? Nou, en daar is achterweg gekonnen om die twintigjarige termijn neer te leggen zodat je op die manier, he, dus de Wolwevershaven daar krijg je een onbepaalde tijdvergunning, want hetzelfde bij de Biesbosch plek, omdat dat een vaste bewoningsplek is en op een andere locatie waar je in de toekomst nog zou willen, nou ja, ook nog andere opties zou willen hebben om, nou ja, zeg er konnt op een gegeven moment nieuwe behoefte aan commerciele vaart, dat je daar dan plek ook voor hebt en dat je de ruimte hebt om het te doen. Je zou Je kan het risico lopen op moment dat je zegt: nou, we doen het altijd voor onbepaalde tijd, ja, dan ben ik het ook eens als de inbreng is geweest: nou, dan kan het zijn dat je naar een andere plek moet, als je maar een volwaardig alternatief geboden wordt. Dat betekent ook dat je best wel veel ruimte meet reserveren op je water nu al om voor dat soort gevallen ook in de toekonnst alternatieven te kunnen bieden, he. Want als je anders, ja, heel veel nieuwe vergunningen voor boten gaat verlenen, ja, dan op een gegeven moment zit je ook vast in je ruinntegebruik en verlies je flexibiliteit. Dat is de afweging geweest achter deze termijn. Even kijken.

Waren er nog andere punten met betrekking tot de verordening? Volgens mu j had ik ze dan allemaal gehad. Dan hadden we alleen nog de vraag met betrekking tot de Res Nova. Nou, ik constateer dat we daar in goed overleg zijn en nu al meerdere sessies gehad hebben met mevrouw Pols en de heer Barone. Dat we daarin met elkaar ook echt goed alle expertise hebben gedeeld. Vanuit de eigenaren van Res Nova is ook een eigen deskundige ingeschakeld om eens te kijken: hoe zit dat geluidsvraagstuk nou? Daar zijn we gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat de enige mogelijkheid om op die plek te laten liggen zou zijn als je een

36

geluidsscherm op die plek zou leggen. Ja, en daarvan hebben we geconcludeerd: dat is stedenbouwkundig op die plek geen realistische optie en hebben we met elkaar geconcludeerd dat bij de Erasmus ook een goede plek zou kunnen zijn waarvan de bewoners ook zeggen: nou, daar zouden we ons ook wel als een prettige woonplek vinden als we perspectief hebben dat we daar gewoon definitief kunnen verblijven. Dat is de reden dat we hebben gezegd: nou, we gaan in dat traject volop verder am te kijken welke zaken daarvoor nog verder uitgezocht moeten warden am het op die plek mogelijk te kunnen maken. Dus dat is denk ik ook, dat was een vraag van Beter Voor Dordt: moet dit op het overdrachtsdossier staan voor de volgende raad? Dat zou ik zeker ook adviseren vanuit het college, want het is nog niet definitief. Dus dat traject lopen we nog door, maar ik constateer

De voorzitter: De griffier noteert het. De heer Burggraaf: Dat we dat in goed overleg met elkaar doen en dat stap voor stap uitwerken.

De voorzitter: Er zijn inmiddels vijf

Ik hoop dat dit het verhaal was, want er zijn ondertussen weer vijf of zes vragen opgedoken. Ja, ik wil u wel even waarschuwen, leden van de connmissie, dat we dus al door de tijd heen zijn eigenlijk. Dus houdt u het vooral kort. Even kijken. Wie was de eerste? Dat was mijnheer Portier. Volgens mij.

De heer Portier: Ja, voorzitter. Ik houd het altijd kort, zoals u weet. De voorzitter: Dat was al een zin teveel. De heer Portier: Toch even nog over die twintig jaar en de argumentatie van de wethouder: ja, misschien dat we over twintig jaar die ruimte weer nodig hebben. Ja, het kan ook zijn dat we de ruimte over tien jaar weer nodig hebben, dus zou het dan niet logischer zijn zal ik maar zeggen am het eerder niet aan een ternnijn te verbinden, maar aan voorwaarden waaronder de gemeente de vergunning zou kunnen beeindigen? Jets anders is: ja, hoe ziet u dat eigenlijk in vergelijking met een waning? Want als je een stuk grand verkoopt waarop een waning gebouwd wordt, ja, dat is ook schaarse ruimte, he, waar misschien op een bepaald moment de gemeente weer wat anders wil. Kijk even naar de woningen die nu in de spoorzone zitten, die we eigenlijk willen gaan slopen en waar we toch actie ondernemen am die weer in bezit

De voorzitter: Dit noemt u kort? De heer Portier: Ja, ik vind dat lastig als we voort drie uur achter mekaar, dus De voorzitter: Ja, ja, ja. Oke, dat was een vraag. Wethouder, heeft u er een antwoord op?

De heer Burggraaf: Oh, Ja, sorry. De voorzitter: Ja, we doen ze gewoon een-voor-een.

37

De heer Burggraaf: Ik dacht u gaat ze eerst alle vijf De voorzitter: Oh. De heer Burggraaf: Ja. De voorzitter: U wilt ze allemaal horen? Mag ook. Mag ook. Dan gaan we gewoon door. De heer Burggraaf: Nou ja, u bent de voorzitter, dus ik volg gewoon uw De voorzitter: Ja. Nee, mu j maakt het niet uit. De heer Burggraaf: Orde van vergadering. De voorzitter: Als u zegt ik kan ze alle vijf onthouden, vind ik het best. Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja. Dank u, voorzitter. Ik had nog even een korte vraag. Twintig jaar eigenaar, niet de twintig jaar op het schip. Daar is de vergunning voor. Maar als er na twintig jaar Na negentien jaar een andere eigenaar is, krijg ik dan weer twintig jaar? Dat is een hele simpele vraag. Maar goed, ik heb niet zo ver doorgeleerd. De andere vraag die ik nog beantwoord wil zien over de zeehaven, wat is daarop uw antwoord? Over de overlast en wat voor invloed wij daarop hebben, op die haven? Of valt dat net zoiets als onder het busvervoer onderweg, de waterbus? Of wij daar ook allemaal steeds meer invloed op hebben? Graag daar nog een antwoord op. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Oke. Mijnheer aindogdu. De heer Giindogdu: Voorzitter, dank je wel. Heel kort.

Hypothetisch gezien zou dus het Vertrouwen wat toch wel ons historisch erfgoed is over twintig jaar weg moeten gaan uit de Riedijkshaven? Als ik het goed begrijp? Daar wil ik een antwoord, of dat ja of nee is. De voorzitter: Oke. Dan nnijnheer Kleinpaste nog. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat een geluidsscherm dan de enige oplossing was om binnen de normen te geraken bij de Res Nova. Ik ben onmiddellijk met hem eens dat dat stedenbouwkundig volstrekt ongewenst is. Ik bedoel, daar geen misverstanden over. Maar volgens mu j zijn er wel degelijk meer opties dan alleen maar te kiezen voor dat geluidsscherm. U kunt ook kiezen voor een dertig kilometerzone maken van dat stuk van ... Hoe heet het daar achterom? Spuiboulevard. Je kunt kiezen om met de bewoners tot overeenstemming te komen dat er geen claim komt voor de geluidsoverschrijdingen die er zijn. Er zijn echt wel meer wegen op dat punt die naar Rome leiden, dus ik blijf daar wel zoeken naar: laat de regels voor je werken en wat zou je daarin dan nog kunnen betekenen? Want dat geluidsscherm de enige optie is, wil er bij mij nog even niet in.

38

De voorzitter: Rome is een eind weg. Nou kijk ik eventjes het rijtje langs en wit ik graag even van mijnheer Van der Meer weten of ik u nou vergeten ben in dit rondje of dat uw berichtje aan het einde van het vorige rondje zat. De heer Van der Meer: U bent mu j vergeten, maar dat is in dit geval De voorzitter: Oh, wat ernstig. De heer Van der Meer: Dat is in dit geval helemaal niet erg, want ik hoef mijn vraag niet meer te stellen. Dank u wel. De voorzitter: Oke. Nou, gelukkig. Dan is het woord weer aan de wethouder. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ja, en ik voel de zware verantwoordelijkheid om nu geen enkele vraag te vergeten, want ... De voorzitter: Ja. De heer Burggraaf: Die verantwoordelijkheid heb ik net op mu j genomen. De voorzitter: U vroeg er zelf om. De heer Burggraaf: Ik begin even met die laatste voor de Res Nova. Dan deel ik de vragen die de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt stelt. Dat is ook echt de wijze waarop we nu de afgelopen twee/drie maanden met elkaar om de tafel hebben gezeten met de eigenaren van Res Nova.

Kijken naar: maar zijn er dan echt geen andere mogelijkheden? Ja, dan kom je tot de conclusie dat een dertig kilometerzone invoeren dat scheelt echt, nou, even los van of je dat in dit gebied met alle doorrijroutes zeg maar voor de hulpdiensten, nou als we dat even terzijde sluiten en je zou het kunnen doen, dan scheelt dat dusdanig weinig decibel dat je er dan nog niet bent. Dat we moeten concluderen dat er niet andere opties zijn als: nou, we schrijven ergens een claim weg of lets dergelijks. Dus we hebben echt daar op alle nnogelijke creativiteit gezamenlijk ook met de eigenaren naar gekeken. Ik zou echt willen vragen om daarin, en ik heb de insprekers daar ook in gehoord, en ook in de gesprekken duidelijk was dat we ook tegen elkaar hebben gezegd: ja, het is ook heel fijn om gewoon perspectief op een nieuwe plek te hebben en dit hoofdstuk te kunnen afsluiten. Ik zou toch willen vragen om daar die ruimte ook echt te geven om in alle focus en in rust met elkaar verder gaan uitwerken de alternatieve plek bij de Erasmus waar dat soort problennatieken niet spelen. Dan voor wat betreft de Riedijkshaven: ja, kijk ...

Want daar werd gevraagd: moeten ze dan daaruit weg? Nou, dat heb ik ook met de schippers besproken, we gaan met elkaar kijken: op welke plek kan je in de haven liggen? En kunnen we daarnnee optimaal ook gebruiken voor de rondvaartboten, voor de cruiseschepen, et cetera? Ja, en dan is voor nu het perspectief niet dat ze daar snel weg moeten. Dat was nnijn enige punt. Alleen je moet jezelf gewoon afvragen: hoeveel flexibiliteit wilt u de stad nog gunnen naar de toekonnst toe? Of zegt u: nee, ja, die ruinnte die vergeef ik. En er zit wonen en dan maakt een ontwikkeling daar Geeft dat dan een beperking zeg maar in de ontwikkeling verder van die haven? Een verschil

39

tussen een woonhuis en een woonschip is dat je, ja, een varend woonschip hebt. Dus je kan een huis kan je niet zo makkelijk zeggen: nou, we tillen hem op en we zetten hem vijfhonderd meter verder weer op zijn plek. Met een varend woonschip kan dat wel. Dus dat is het verschil tussen een huis en een varend schip. Dan de vraag over de overlast met betrekking tot open overslag. Ja kijk, het deel van de haven daar, we hebben het nu echt over de binnenhavens, dat is dan de haven meer voor cornmerciele doeleinden bij de westelijke Dordtse oever. Dat is in beheer van het havenbedrijf Rotterdam. Daar hebben we ook wel regelmatig gesprekken mee. Dus we hebben dat, nou ja, gedelegeerd, ik weet niet of dat helemaal het goede woord is, nnaar we hebben het in beheer gegeven aan het havenbedrijf. Mij zijn geen klachten over overlast van deze activiteiten bekend. Er zijn ook mensen die zeggen: we vinden het een mooi gezicht, want je ziet daarmee dat er een haven is en dat daar dingen gebeuren. Maar ik wil best daar bij een eerstvolgend overleg met het havenbedrijf nog eens even naar vragen: nou, wat zijn nou de toekomstperspectieven van die plek en wat zijn nou de ervaringen in de omgeving van die activiteiten daar?

De voorzitter: Punt. De heer Nederhof: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Nederhof, heel kort. De heer Nederhof: Ja, voorzitter. Er zijn geen

Het is niet bekend dat er overlast van lawaai is. Nou, wethouder Van der Linden is zeker al diverse malen in gesprek geweest met verladers en overladers van het oud ijzer, want er is wel degelijk overlast geweest. Maar dat terzijde. Het gaat er mu j om dat de genneente Dordrecht heeft dus geen invloed op de activiteiten in die havens. In die verordening zitten daar heus wel mogelijkheden in om wat je wil toestaan of niet. Want petroleumhaven konnt langs en allerlei dingen. Kijk, als we daar ook al geen invloed meer op hebben. Daarom zeg ik als u zegt: dat is nnooi om daar langs te rijden. Nou, bergen grond en kolen en een hoop oud ijzer, dat is fantastisch, maar het is niet wat zo dicht bij een woonwijk een fraai gezicht is. Maar als u daar geen invloed op hebt, ik ben benieuwd waarom niet.

De heer Burggraaf: Nou, voorzitter. Dat heb ik niet gezegd. Daar is invloed op, want we hebben als het gaat om de verlening van de omgevingsvergunningen en de milieucategorie-eisen en bestemmingsplan, et cetera daar hebben wij natuurlijk gewoon kaderstellend invloed op als gemeente. Activiteiten die daar plaatsvinden, vinden plaats binnen de kaders die we hebben vastgesteld voor dat gebied. Ja, er kunnen geen activiteiten plaatsvinden die buiten die kaders plaatsvinden. Dus daar ligt je harde invloed. Nogmaals, met het havenbedrijf hebben we regelmatig gesprekken over de ontwikkeling van het bedrijventerrein waarin we met elkaar kijken: nou, wat zijn onze werkgelegenheidsambities? Welke economie toegevoegde waarde zien we daar ook die goed past bij de regio? We zijn onder andere met ze in gesprek om eens te kijken: kan je daar niet een containerterminal hebben zodat je ook wat meer vervoer van de weg af kan halen, bijvoorbeeld van het Dordtse Kil 4 Distripark en de andere bedrijven en het via het water kan doen zodat je op die manier uiteindelijk een bijdrage levert aan je uitstoot en je verkeersbewegingen? Dus dat soort gesprekken hebben we absoluut met

40

het havenbedrijf. Daarom zeg ik u: ik wil dit aspect zeg maar van dit stukje terrein bij mijn eerstvolgende overleg met het havenbedrijf ook best eens even op tafel leggen: nou, wat zijn voor dat stukje nou de toekomstperspectieven?

De heer Nederhof: Nou ja, dat is ... Voorzitter. Dat is wat ik net ook in het eerste verhaal heb gezegd: waarom geen containeroverslag? Want dat is wat u zegt ook de weg wordt ontlast en het spoor. Dus wat dat betreft zitten we op een lijn, maar ik ben blij dat De voorzitter: U bent het met elkaar eens. De heer Nederhof: U nu toegeeft. Dank u wel daarvoor. De voorzitter: Prima. Beiden bedankt. U was aan het einde van het verhaal ook? De heer Burggraaf: Ja, volgens mij wel. Ja. De voorzitter: Prima. Uitstekend. Dan wordt u alien bedankt. Even kijken, hoor. Is er nog ... Even zien. Iedereen is geweest. Ja, we kunnen blijven vragen stellen tot half twaalf of tot half een of half twee vannacht, maar daar ziet deze voorzitter niet zo veel in. Even kijken, hoor. Volgens mu j hebben we iedereen gehad nu. Dat zijn oudere Is er nog iennand die nog heel dringend lets moet vragen? Dan dit zijn allemaal oudere berichten. Oke. Als er nog iemand lets heel dringends heeft, dan kan die dat nu melden. Anders dan gaan we dit afronden. Mijnheer Oostenrijk zegt: driewerf, nee. Nou, dank u wel, nnijnheer Oostenrijk. Daar ben ik erg blij mee. De vraag is: wat gaan we hiermee doe? We hebben twee dingen. We hebben een RIB en we hebben een raadsvoorstel. Wij zijn van mening dat de RIB prima ter kennisname naar de raad kan. Is iemand het hier niet mee eens? Daar is iedereen het blijkbaar mee eens.

Dat is een gelukje. Nu is de vraag: het raadsvoorstel, kan dat als hamerstuk naar de raad? Als er nu al moties of amendementen worden aangekondigd, wordt het automatisch een bespreekstuk. Als er fracties zijn die moties overwegen, gaat het wel als hamerstuk naar de raad, maar kan er in de raad nog een bespreekstuk van gemaakt worden. Dus ik wil graag weten wie er moties of amendementen wil aankondigen. Ik zie op mijn scherm verschijnen dan men het wil hameren. Nou, dat lijkt me prima. Mijnheer Portier overweegt een amendement, maar de discussie kan beperkt worden. Dan is het al een bespreekstuk, als le nu een amendement aankondigt. Oke. Dan beperkt de discussie zich tot het amendement. U bent de enige. De rest wil het allemaal hameren. Maar het is u goed recht om een amendement in te dienen, dus ik zou zeggen: zorg dat het er op tijd is dan. Mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Portier overweegt het nog. Mijnheer Oostenrijk, u wilt nog wat zeggen?

De heer Oostenrijk: Ja. Voorzitter, over het punt wat de heer Portier inbrengt. Ik ben van mening dat zolang er geen amendement op tafel ligt, blijft het een hamerstuk. Dus om bij voorbaat al het nu al als een bespreekstuk De voorzitter: Nee, maar hij overweegt het nog. Eerst kondigde die aan dat hij dat ging doen, maar hij overweegt het nog. Dus dan wordt het gewoon een hamerstuk.

41

De heer Oostenrijk: Oke. De voorzitter: En pas als het amendement binnen is, dan De heer Oostenrijk: Juist. De voorzitter: Ja. Als hij De heer Oostenrijk: Dat was nnijn punt. De voorzitter: Hem indient, dan wordt het een bespreekstuk. De heer Oostenrijk: Ja. De voorzitter: En dan beperkt zich de bespreking tot het annendement. Gaan we niet het hele dingetje overdoen. Ik vond het trouwens best een goed gesprek. Er is heel veel stof gewisseld en ook met de insprekers. Dat was erg plezant. Oke. Dan den kik dat we hier eruit zijn en dan zijn we een beetje later, kwartiertje, maar we gaan toch even tien minuten pauze houden. Dan zie ik u onn tien over tien terug. Tot straks.

28.Vaststellen bestemmingsplan "12e Herziening Dubbeldam, locatie Oudland" — Raadsvoorstel De voorzitter: Ik neem aan dat iedereen weer aanwezig is. Dan gaan we door met agendapunt 28. Portefeuillehouder is wethouder Burggraaf. Vorige week hebben we het sprekersplein gehad over het bestemmingsplan 12e Herziening Dubbeldam, locatie Oudland. Naar aanleiding daarvan heeft het college nog een memo naar de commissie gestuurd. Deze is aan de stukken toegevoegd. Het is nu aan de connnnissie om zich inhoudelijk over het bestemmingsplan uit te spreken. Willen de fracties die dit willen bespreken dit even aangeven in de chat, alstublieft? Aileen mijnheer Van der Meer? Dat is rustig dan. Ik zou zeggen mijnheer Van der Meer, gaat uw gang.

De heer Van der Meer: Ja. De voorzitter: Ja. De heer Van der Meer: Vaak zelf nnee. Maar ... De voorzitter: Koploper De heer Van der Meer: Voorzitter, het plan heeft nnooie elementen in zich. Daar zal ik geen tijd aan besteden op dit late uur. We maken ons zorgen over twee punten, met name over de geluidsbelasting die deels het gevolg is van te hard en te luidruchtig rijden op de wegen in de onngeving. Daarnaast dragen, begrijp ik, ook enkele bedrijven bij aan de geluidsbelasting. De voorkeursnorm van 48 decibel voor dit plan is opgehoogd tot 55. Dat valt binnen de wettelijk toegestane verhoging, maar is natuurlijk desondanks uit gezondheids- en leefbaarheidsoogpunt ongewenst. Ik wijs naar de brede discussie over geluid die we hier in deze connmissie onlangs hebben gevoerd. Er is ook toen toegezegd

42

dat er een nieuw geluidsplan voor de gemeente zou komen en daarom is het verontrustend dat in de nota zienswijzen het woord plan Oudland staat dat het treffen van maatregelen om de geluidsbelasting verder te beperken niet aan de orde is. Alsof we niet naar de voorkeursnorm of zelfs lager dan dat zouden moeten streven. Graag een reflectie van de wethouder hierop. Dan nog een klein ander punt, dat gaat over de ontsluiting. Als ik de stukken lees, lijkt de gekozen oplossing voor de ontsluiting vooral ingegeven door wat praktisch is tijdens de bouwfase, terwijI de bewoners die daar ook bezwaren tegen hebben aangediend natuurlijk vooral met de gebruiksfase te maken hebben. Klopt mijn indruk dat het vooral door die argumentatie is onderbouwd en kan dat niet anders? Mag ik er tenslotte vanuit gaan dat met groenvoorziening de overlast van koplampen in de woonkamers wordt voorkonnen? Als de wethouder positief reageert op al deze punten, dan hebben wij geen problemen met dit bestemmingsplan. Dank u wel.

De voorzitter: Oke. En ik ben ontzettend blij dat alle mensen die zich nnelden in de chat nu al aangeven dat ze het heel kort gaan houden. Oh ja, mijnheer Kleinpaste zegt: mogelijk heel kort. Nou, we gaan het toch proberen. Mijnheer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Ja, dat mogelijk heel kort werd ook ingegeven doordat je nooit weet hoe je nog op anderen moet reageren. Nee, voorzitter.

De voorzitter: Oke. De heer Kleinpaste: In die zin kort. Het is een nnooi

Ik sluit me aan bij de vraag van mijnheer Van der Meer over die ontsluiting die inderdaad ingegeven lijkt door de bouwfase en niet door de uiteindelijke gebruiksfase, dus kijk daar nog een keer goed naar, zou ik het college willen nneegeven. Voor het overige, ik bedoel natuurlijk heb ik ook goed geluisterd naar de insprekers, maar is het vaak zo dat die insprekers zelf ook in huizen wonen die ooit nieuw zijn gebouwd en toen waren er weer anderen die daar nieuwe planologie ook voor bestaande onnwonenden ook hinder, ook een uitzicht wat verandert. Dan staat er zo fraai: er is geen recht op het uitzicht. Nee, dat is er inderdaad niet, maar je kunt er zo goed mogelijk rekening nnee proberen te houden. Mijn indruk is in zijn algemeenheid bij dit plan dat het heel evenwichtig is ingepast, dus wat ons betreft zouden we dat zo in gang moeten kunnen zetten.

De voorzitter: Prima. Dank u wel. Mijnheer Oostenrijk. Ook kort. U geeft het zelf aan. De heer Oostenrijk: Inderdaad kort. Dit traject heeft inmiddels al een behoorlijk lange voorbereidingstijd gehad en de CDA-fractie is eigenlijk wel tevreden hoe het college met de vraagstukken en de zienswijzen is onngegaan. Ook de memo van de wethouder die heeft ons wat dat betreft ook wel redelijk gerustgesteld. Laat er maar snel gebouwd worden.

De voorzitter: Dank u. Mijnheer Nederhof, ook kort. De heer Nederhof: Ja, zeker. Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben natuurlijk ook de insprekers gehoord. Er waren hoofdzakelijk bezwaren over verkeerslawaai en privacy.

43

Dat is logisch. Ja, goed. Die weg die ligt al een poosje van het verkeerslawaai te wachten alleen een voetbalvereniging voor en ik denk zelf dat met de bouw zij minder verkeerslawaai zullen ervaren van die weg. Het is alleen, ja, de soort geluidswerende nnaatregelen en voor de privacy hoop ik echt wel dat het college daar serieus mee aan het werk gaat. Dus wij vinden verder het bestemmingsplan oke.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja. Dank u, voorzitter. Voorop: jammer dat geconstateerd nnoet worden dat op het gebied van de connnnunicatie met de inwoners van de zienswijzen niet alles goed gegaan is. Dat was in ieder geval de indruk van de indieners van die zienswijzen. Dus dat wilde ik eventjes genoennd hebben. Ik hoop dat we daar lering uit trekken. Je hoort dit wel vaker. Verder kunnen we ons wel vinden in de reactie van de wethouder op de door de inspreker gemaakte opmerkingen. We denken dat behoorlijk tegemoetgekomen is aan de wensen van de inwoners van Vissertuin onder andere. Tien meter in plaats van vijftien meter hoog en ook, de heer Van der Meer die zei het ook al, we gaan ervan uit dat de beplanting het probleem van lichtinval door de koplampen de wereld uit helpt. Dat nnensen liever uitkijken op een sportveld dan op woningen dat snappen we, maar goed we hebben nu eenmaal nieuwe woningen nodig en dit is een mooi plan. De afstand tot die nieuwe woningen is eigenlijk best wel riant, zelfs al is het 45 in plaats van 50 meter, als je het vergelijkt met heel veel andere plaatsen. De eerste opmerking van de heer Van der Meer over geluidsoverlast wat betreft de provincie weg moeten we wel erkennen dat dat eigenlijk helemaal losstaat van dit project.

Als daar veel te hard gereden wordt, dan moet daar ergens anders over gesproken worden en moeten daar maatregelen tegen genomen worden. Wat ons betreft verder uitstekend en zo snel nnogelijk bouwen. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. De voorzitter: Ik had u de heel avond nog niet gezien. De heer Noldus: Ik zwaai vriendelijk. Ik ga me kortheidshalve ook aansluiten bij al de eerdere sprekers. Helemaal eens met de heer Oostenrijk: mooi plan. Er is een goed voortraject geweest ook in deze comnnissie, met de bewoners, met de verschillende initiatiefnemers, dus wat dat aangaat complimenten. Ik sluit me ook helemaal aan bij de opmerking van de heer Struijk, dat is ook de primaire opmerking die ik wil ma ken. We hebben vorige week insprekers gehad in de connmissie en dan is het vervelend onn te moeten constateren dat zij over hun zienswijzen niet geInformeerd zijn, dat ze uit de krant moeten vernemen wat de reactie van het college is. Dat is dan natuurlijk vanuit de media nnisschien wat ongelukkig geformuleerd of wordt het ongelukkig geinterpreteerd. Dat verdient wat ons betreft echt verbetering. Dat mensen die een zienswijze indienen daar ook tijdig over geinformeerd worden wat dan de beoogde reactie is daarop. Dus daar ook echt een verzoek richting het college om daarnnee aan de slag te gaan. Richting GroenLinks: nou, we wachten even de opmerking vanuit het college af. Uiteraard is een lagere geluidsbelasting beter, maar we zijn met z'n allen ook dat we

44

hier woningen graag willen realiseren, het liefst zo snel en zo veel nnogelijk en vaak ook nog in zo goedkoop nnogelijke prijsklassen en ja, dat past ook nog in een kader waarin keuzes gennaakt nnoeten worden. Dus wat ons betreft aan de slag met het plan. Mooi plan. Deze ontwikkeling is heel hard nodig en ziet er ook heel mooi uit en qua proces een mooi voorbeeld hoe het kan. Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/403/documents/31127