2022-01-18 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
En ook zeker voor somnnige eigenaren, als je maar een pandje hebt, dan nnoet je natuurlijk geld kunnen verdienen om het te kunnen onderhouden. Als er leegstand is, dan heb je dus geen geld meer om je pand te onderhouden. Dus daar nnoet je af en toe op zoek naar andere oplossingen, dus ik denk dat daar zeg maar de winst in zit, voor de hele stad, voor de sfeer en voor de uitstraling. Ervan uitgaande dat die krimp doorzet en dat denkt iedereen, dat denk ik
21
niet maar dan denken de grote kennis. Dus ja, dat is even nog mijn visie daarop. En verder, ja, dat hele plan hebben we natuurlijk aan meegewerkt en ja, ik bedoel, ik ben het daar voor 90 procent mee eens en het staat gewoon goed en duidelijk beschreven. Ik bedoel, dus ja, dat.
De voorzitter: Prima. Ik denk dat het ook wel handig is om dan te kijken met elkaar van wie welke vraag beantwoordt. Ik wil de commissieleden, want ik zie een hele rij, wel vragen om niet naar de bekende weg te vragen maar naar een nieuwe weg. Mevrouw Kruger gaat dat nu doen. Mevrouw Kruger: Een nieuwe weg. Nou, dat wordt spannend. Ik ben uiteraard zeer nieuwsgierig met welke 10 procent de heer Van Pelt het niet mee eens is maar dat komen we later nnisschien nog wel te weten. Waar het over gaat, mijn vraag die was meer over, ik hoor dus wonen in de binnenstad, en in hoeverre denken de heren dat wonen en de reuring in de binnenstad die we ook willen hebben, want we hebben het niet alleen over de retail en alles wat er nu gebeurt, kleiner winkelgebied, maar ook over evenementen en dergelijke, hoe denkt u dat dat samen moet gaan? Want u noemt nu wel net de Vleeshouwersstraat, dat is inderdaad een prachtig voorbeeld dat dat wel kan, maar als er dus nneer nog gewoond gaat worden, Grote Markt is ook nog in ontwikkeling en noem alles maar op, hoe ziet u dat? De heer Van Pelt: Ja, ik denk als je in het centrum woont dan moet je natuurlijk accepteren dat er af en toe evenementen zijn en moet je accepteren dat er horeca is. Ja, dan moet je ook accepteren dat er af en toe iemand 's avonds, 's nachts voor je deur staat te kotsen bij wijze van spreken.
Ja, anders moet je in een buitenwijk gaan wonen, ik denk dat je daar niks aan kan doen. Je wil die reuring in de stad, dat zoeken mensen op, op bepaalde plekken. Ja, er zijn genoeg mogelijkheden denk ik in Dordrecht om ook rustig te wonen. Mevrouw Kruger: Ja, oke, ik snap wat u zegt maar ik mag, ik zie mevrouw Koene alweer nee schudden dus ik mag er verder niet nneer op reageren. Misschien heeft de heer Van Loon hier nog een visie op? De voorzitter: Zo, die is helemaal uitgenast. Nou, mijnheer Van Loon? De heer Van Loon: Nou, ik wilde even inderdaad vragen of ik nnocht reageren maar ik deel die nnening en daarnaast is het zo dat ik ook denk dat de toekonnstige bewoner van die binnenstad van Dordrecht, dat dat veelal, en dat blijkt uit de praktijk, jonge mensen zijn, vaak mensen die samenwonen, ongeveer een derde van die groep heeft nog een bezit van een auto en verplaatst zich op andere manieren, en die kiezen specifiek voor die stad. En het is eigenlijk wat jij ook zegt Bas, dat is, mensen kiezen voor een stad met alle plussen en minnen daarbij. Dus ik denk dat dat eigenlijk vraag en aanbod in die zin aansluit. Als dat een antwoord is op uw vraag, nnevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Nou, dank u wel, nnijnheer Van Loon. De voorzitter: Sjonge jonge jonge, wat zijn we weer blij met elkaar. Mijnheer Merx?
22
De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de insprekers ook. Het spreekt nnij wel erg aan, de gemengde functies. En wat de heer Van Pelt zegt, ja, je moet gewoon daar accepteren als je daar gaat wonen dat er een bepaalde reuring is en misschien eens een keer een kots voor je deur. Maar hoe kun je daar als ontwikkelaar, als ontwikkeling of als gemeente op sturen? Want wij vinden dat allemaal maar tegelijkertijd nnaken we mee dat er voetbalvelden moeten verdwijnen en nnisschien nog wel meer velden omdat mensen last hebben van wat er in hun onngeving gebeurt, terwijI dat er al was. De heer Van Pelt: Dat is een ingewikkelde vraag, ik bedoel, je moet alle twee doen, ik bedoel, je moet en aan de randen bouwen, maar dat is mijn mening, en binnenstedelijk maar op een gegeven moment houdt het ook wel op binnenstedelijk. Er zijn best wel wat grote plannen nu maar daarna ben je wel grotendeels klaar dus je zal ook de randen op moeten zoeken. Ook daar is die vraag naar want mensen hebben niet allemaal zin om in de binnenstad te wonen, om die herrie mee te maken maar hebben gewoon gezinnen en die willen ook gewoon in een buitengebied wonen. Dus ja, ik Het is niet of, het is en -en lijkt mu. De heer Merx: Ja, bedankt voor het antwoord maar dat was niet helennaal mijn vraag. Sorry, voorzitter. De heer Van Pelt: Oke.
De voorzitter: Nee, maar nnijnheer Merx De heer Merx: Mijn vraag was, hoe kun je als ontwikkelaar daarop sturen, dat de juiste mensen daar komen wonen? De voorzitter: Mijnheer Merx, ik gaf u niet het woord. Een vraag heb ik gezegd. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, dank. Dit is een zeer aangelegen thema maar ik stel toch een andere vraag en die gaat over, in de visie wordt gesuggereerd dat woningbouw in de binnenstad zich met name zou moeten richten op publiek wat de extra reuring kan waarderen. Tenminste, zo lees ik het. Oftewel, mensen die beter tegen de herrie kunnen dan nu. Dat is een. En twee is dat er een analyse is van een sociaaleconomische positie van, nee, dat is geen vraag, dit is even een korte inleiding, mevrouw de voorzitter, dat er een analyse is van een sociaaleconomische positie van de bewoners van Dordrecht, die is lager dan landelijk, behalve de inwoners van de binnenstad.
En daaraan dan gekoppeld de analyse dat het slecht gaat met de winkels, roept dus bij mij de vraag op hoe verstandig is het dan om te kiezen voor woningbouw in de binnenstad die zich met name zal richten op mensen met een sociaaleconomisch wat minder gunstige positie als je de winkels wil versterken onder andere? Oftewel, kiezen we met deze visie voor de juiste insteek op het woningbouwprogrannnna? De heer Van Pelt: Goeie vraag, ik denk eigenlijk, kijk, als je ziet naar de huren en naar de verkoopprijzen in de stad, dan moet je aardig goede portemonnee hebben inmiddels,
23
dus ja, de arme jonge persoon, die komt niet zo snel in de stad terecht, denk ik. Het zijn misschien tweeverdieners, het zijn mensen die al een inkomen hebben, en een goed inkomen. Daarnaast zullen die andere mensen er ook zijn. Daarbij ook nog denk ik niet dat alleen de mensen die in het centrum wonen ook in het centrum winkelen, het is juist ook de bedoeling natuurlijk dat mensen van buiten Dordrecht naar Dordrecht komen, maar ook hier gewoon in de wijk wonen. Lijkt mij. Ik weet niet hoe Pieter dat ziet? De voorzitter: Mijnheer Van Loon. De heer Van Loon: Ja, nou ja, ik begrijp de vraag in die zin maar volgens mij het grootste probleem wat eronder ligt, als we bijvoorbeeld kijken naar de Grote Markt, daar is een Action gevestigd en nog een aantal winkels, die vallen straks bij deze visie buiten het kernwinkelgebied, daar ga je iets oplossen. Dus ik denk dat de leegstand met name op de verkeerde plekken dus echt buiten dat kernwinkelgebied, dat je daar een antwoord voor nnoet hebben. En hoe de markt zich dan verhoudt, ja, geen idee maar dat gaan we straks wel ontdekken. Primair is het er ons om te doen geweest om die leegstand in kaart te brengen en daar oplossingen voor te bedenken, en dan maar even straks kijken wat de markt doet. Kunt u daarmee leven? De voorzitter: Oke, dank u wel. Ik heb de heer Merx daarnet bijna de nek omgedraaid blijkbaar.
Mijnheer Merx, u wilde uw vraag nog een keer herhalen begrijp ik. De heer Merx: Ja, dat klopt want nnijn vraag was, en mijnheer Van Pelt gaf een antwoord maar misschien had die nnijn vraag niet goed begrepen, dat kan, ik ben soms onduidelijk. Hoe stuur je erop als ontwikkelaar om De voorzitter: Misschien heeft u gewoon even een ander idee van uw vraag, mijnheer Merx. Ik bedoel, dat u niet hoort wat u wilt horen. De heer Merx: Maar als u er niet doorheen praat dan wordt mijn vraag ook duidelijker denk ik. De voorzitter: Mijnheer Merx, ik ben de voorzitter, niet u. Dus ik geef u al de gelegenheid omdat u mij appt, gaat uw gang. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Van Pelt of mijnheer Van Loon, wat kun je doen als ontwikkelaar of als genneente om te sturen dat de juiste mensen daar konnen wonen en dat je niet al een jaar later gezeur hebt dat er mensen voor de deur kotsen of 's avonds laat nog geluid ma ken. Is dat te sturen? De heer Van Pelt: Dat is denk ik niet echt een vraag aan een ontwikkelaar, ik bedoel, wij zijn geen politici, wij zijn geen waakhond, ik bedoel, wij bouwen woningen, appartementen of winkels maar handhaving is natuurlijk lets anders. Dus, maar misschien begrijp ik de vraag weer niet goed, dat kan ook maar De heer Merx: ...wel een keer want ik durf hem niet meer opnieuw te stellen. Dank u wel.
24
De heer Van Pelt: Oke. De voorzitter: Nou, nnisschien moet u er even over nadenken, mijnheer Merx, en dan als u dalijk een nnanier heeft om hem wel te stellen, dan doen we dat gewoon nog even. Eens even kijken, dan hebben we nnijnheer Polat, heeft een vraag. De heer Polat: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb een heel korte vraag. Mijnheer Van Pelt, u zei daarnet: ik ben 90 procent eens met het voorstel. En ik ben heel erg benieuwd waar u niet mee eens bent, die 10 procent? De heer Van Pelt: Ja, maar dat zijn hele kleine invullingen, dat is denk ik niet heel erg belangrijk voor het grote geheel hoor, voor het grote plaatje waar jullie straks uiteindelijk je eigen visie op moet neerleggen. Ik bedoel, dat is minimaal. Ik denk dat het niet heel interessant is. Dat gaat over welk hoekje en welke bestemming, dat is voor nu niet interessant. De heer Polat: U bent het dus grosso modo bent het eens met het voorstel? De heer Van PeIs: Ja, grotendeels, ja. De heer Polat: Helemaal goed. De heer Van Pelt: Ja. De voorzitter: Voor 90 procent dus. De heer Van Pelt: Ja. De voorzitter: Oke. Mijnheer Merx, wilt u nog een poging doen? Anders ga ik dit blokje afsluiten. De heer Van Pelt: Misschien kan Pieter hem helpen? De heer Van Loon: Nou ja, ik moet eerlijk zeggen dat ik de vraag goed gehoord heb nnaar ook niet helemaal 100 procent begrepen heb. Misschien dat dat nog ...
De heer Merx: Komt wel, ik ga wel mailen, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Goed zo. Ondanks dat ik geen blijdschap zie moeten we het daar nnaar even mee doen. Mijnheer Veldman nog een afsluitende vraag? De heer Veldman: Nou ja, voorzitter, ik wilde de heer Merx een beetje helpen door de connectie te leggen tussen zijn vraag en mijn vraag want het gaat uiteindelijk om hetzelfde want de visie suggereert wel degelijk dat je met woningbouwprogrammering kan sturen wie er in de binnenstad komen wonen en dat het op de een of andere manier bijdraagt aan de betere appreciatie van de reuring, appreciatie, dus de gewenstheid. TerwijI mijn stelling, en daar verschilt mijn partij met de VVD, eigenlijk zegt: een van de kernkwaliteiten van de huidige binnenstad is het toch wel mooie balans tussen hele
25
rustige plekken en reuring. Dus, maar goed, dat is meer een politiek debat maar die vragen die zitten dus heel dicht op elkaar en de visie lokt die ook uit. Dus vandaar dat ik ze wel logisch vind aan de vastgoedmens.
De voorzitter: Ja, maar die zijn niet specifiek van de woningbouw. Maar goed, mijnheer Van Pelt, nog een laatste poging doen? De heer Van Pelt: Nou ja, op zich begrijp ik die vraag wel, en die mix nnoet natuurlijk ook gewoon aanwezig zijn, maar de ene locatie, op een drukke locatie, op de Voorstraat straks in de winkels, dan ga je niet een oud stel neerzetten, of die gaan daar niet kopen, die gaan daar niet huren, nee, wie komt daarop af, daar komt gewoon een een persoon, jonge persoon of een jong stel op af, dat gaat ook automatisch. Dus je hebt overal verschillende soorten aanbod, je hebt hele dure woningen, goedkope woningen en daar komen die mensen vanzelf naartoe, denk ik dan. En de gemeente moet inderdaad zorgen dat die mix in balans is, maar dat kan niet ontwikkelaar doen. Wij gaan niet in ons eentje bepalen dat daar alleen maar dure woningen in komen. Nee, dat kan, dat wordt mogelijk onndat we bepaalde onngevingsvergunningen krijgen. De voorzitter: Oke. Ik denk dat dit voor nu even voldoende is. Mijnheer Polat had nog een vraag en die is inmiddels beantwoord. Dan wil ik graag dit blokje afsluiten. Iedereen weet jullie te vinden, mijnheer Van Loon en mijnheer Van Pets, dus eventuele extra vragen of extra uitleg, daar kunnen jullie contact over leggen. Goed, gaan wij naar het volgende blokje, dat is ook een klein blokje, en dat zijn de heer Steegh en mevrouw Van Ansem.
Ik geef eerst het woord aan mijnheer Steegh. Ik zet even mijn klokje want u heeft maximaal vijf minuten. De heer Steegh: Oke, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Even kijken, daar gaat die. De heer Steegh: Geacht... Ja, ik mag beginnen neem ik aan? Geachte commissieleden, graag reageren wij als Bomenridders Dordrecht op het toekonnstbeeld voor de binnenstad. Wat ons betreft is de toekomst al lang begonnen. We nnoeten in het kader van klimaatverandering en toenemende hittestress en wateroverlast in de stad haast maken met ontstenen en vergroenen. Zeker ook om verder verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen. In de visie zoals die voor ons ligt komt vergroening aan bod onder de kopjes Statenplein, de gastvrijheid en route station naar de binnenstad, maar verder nog nauwelijks concrete suggesties. In 4.2 staat wel dat in het kader van de binnenstadvisie het volgende beleidskader wordt opgesteld: opstellen van een integraal groenplan waarin de vergroeningskansen staan benoemd, in het groenplan is ook aandacht voor de uitvoering en financiering daarvan. Als Bonnenridders zouden wij graag een rol spelen bij de ontwikkeling van dat groenplan en eventueel ook bij de uitvoering daarvan. We hebben nannelijk legio ideeen om de stad te vergroenen. We zullen dit gezien de beperkte spreektijd illustreren aan de hand van een klein gebied in de binnenstad.
Er wordt in het toekomstbeeld binnenstad nadrukkelijk gesproken over de rode loper vanaf de Johan de Wittstraat richting het centrum. Maar er is natuurlijk ook een rode loper van de waterbus naar de binnenstad, en ook die route vraagt om
26
vergroening. Neem het Otto Dickeplein, waar in vroeger dagen de gasfabriek stond. De grond is in 2020 schoon verklaard. Je zou daar in het verlengde van de Noordendijk in een cirkel leilindes kunnen plaatsen met centraal een in potentie nnonumentale boom en bankjes zodat nnensen daar zomers in de schaduw kunnen zitten. Ook zou je de plantvlakken met vlindervriendelijke beplanting uit kunnen breiden zonder het evenementenkarakter van het plein aan te tasten. Bomen in de Torenstraat zouden een welkome aanvulling zijn op deze nu erg stenige straat. Bomen kunnen ook helpen de maxim umsnelheid van 30 kilometer af te dwingen. Bij de Nieuwkerk zouden veel meer kleinere boompjes kunnen worden gepland zodat je met een klein bos, een soort tiny forest, een koelteplek creeert daar. Er zijn veel spelende kinderen daar. Tussen de Torenstraat en de Nieuwkerkstraat ligt nog een stenen speelplein voor kinderen, dat nnoet veel groener kunnen. Ik noem u deze op zich kleine voorbeelden om het allemaal wat concreter te maken anders blijft het hangen in abstracte principes. Want zou het niet prachtig zijn als de Merwekade een wandelpronnenade wordt als onderdeel van de route vanaf de waterbus naar de binnenstad? Auto's naar de parkeergarage en in plaats daarvan boompjes planten en bankjes.
Bewoners in dit gebied nnogen wel laden en lossen natuurlijk voor boodschappen en andere zaken maar zijn verder aangewezen op de fiets en op een hopelijk gratis shuttlebus. Datzelfde geldt voor de Kuipershaven, geen auto's maar groen, zo krijg je niet alleen minder stenen maar ook een veel mooier aanzicht van dit verblijfsgebied, ook goed voor het toerisme. De Voorstraat Noord en de Rietdijk, als fietser nnoet je zeker op de Voorstraat Noord door de smalte van de weg vaak noodgedwongen achter de paaltjes uitwijken voor auto's om ongelukken te voorkomen. Overigens is dat uitwijken illegaal omdat je dan rijdt in het voetgangersgebied en er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Dus ook hier auto's naar de parkeerga rage en voor de fietsers op diverse plaatsen gratis stallingen. We denken dat er in de binnenstad nog tat van andere mogelijkheden zijn om Dordrecht groener, koeler, klimaatbestendiger, gastvrijer en veiliger te maken. Slijpen aan een diamant gaat altijd gepaard met materiaalverlies, denk daarbij vooral aan de auto die niet meer voor de deur staat. Maar dit nadeel weegt wat ons betreft niet op tegen alle voordelen. De Bomenridders Dordrecht zijn graag bereid samen met bewoners, gemeente en andere belanghebbenden stapsgewijs een inventarisatie te maken van plekken die vergroend kunnen worden, om te beginnen in de binnenstad maar uiteraard ook daarbuiten.
Aansluitend zien wij vraag een meerjarenplan met daarin doelen voor biodiversiteit, ontstening prive en openbare ruimtes, bomen en boomspiegels, wateropvang en natuurinclusiviteit. Alleen zo zal de binnenstad klaar zijn voor de toekomst. Dank u voor de aandacht.
De voorzitter: Goede timing. De heer Steegh: Het paste toch? De voorzitter: 0, wat zegt u, mijnheer Steegh? De heer Steegh: Dat het toch paste binnen de vijf minuten? De voorzitter: Jazeker, u had nog een halve minuut over.
27
De heer Steegh: Oke. De voorzitter: Maar die hoeft niet ingevuld te worden. De heer Steegh: Nee, dat hoeft ook niet, ik heb mijn verhaal verteld. De voorzitter: Prima. Mevrouw Van Ansem, u mag nu inspreken en dan krijgen we daarna de vragen. Mevrouw Van Ansem: Dank u wel, voorzitter. Graag wil ik als secretaris van het bewonersplatform Binnenstad in een oprichting reageren op het gemeentelijk visiedocunnent, slijpen aan een diamant. Even voor wie ons nog niet kent, het bewonersplatfornn Binnenstad heeft circa twintig leden verspreid over de binnenstad, bewoners die er al wonen en vaak al heel lang. En overigens zijn dat er heel veel. Onze doelstelling is om vanuit een positieve en proactieve grondhouding vanuit het belang van de bewoners in de ontwikkelfase van nieuw beleid en nieuwe plannen mee te denken over de gewenste ontwikkeling van de binnenstad. Het is een tweeledige doelstelling, enerzijds gaat het am inhoudelijke bijdrage vanuit het platform aan plannen en beleid, en anderzijds gaat het am het bevorderen van bewonersparticipatie in het algemeen. Afgelopen jaar hebben we zelf een binnenstadvisie opgesteld, op basis van onze kennis, ervaringen, problennen en wensen, en deze vastgelegd in zeven thema's die momenteel verder warden uitgewerkt. Onze bewonersvisie is naar we begrijpen meegenomen als input voor de gemeentelijke binnenstadvisie, dat is een mooi begin.
We zien veel inhoudelijke overeenkomsten en de gemeentelijke visie is door ons dan ook overwegend positief ontvangen. Op drie onderdelen willen we echter graag dat de visie wordt aangepast. Als eerste missen we het onderdeel participatie, waarover in het kersverse beleidskader participatie is geschreven dat de gemeente Dordrecht die belangrijk vindt. In de gemeentelijke binnenstadvisie wordt weliswaar het bewonersplatform genoemd, wordt verzocht naar een connectie met het Binnenstad Bedrijf en zijn bewoners als uitvoerende partij opgenonnen bij een aantal projecten in het projectenoverzicht, waarvan er veel al in voorbereiding zijn, maar dat is echt niet voldoen. Participatie van bewoners moet starten bij het opstellen van beleid, en niet pas bij het presenteren van door het college vrijgegeven uitvoeringsplannen. Dan zijn de majeure besluiten namelijk al genomen. Draagvlak van partijen organiseer je niet achteraf door inspraak op uitgewerkte plannen maar door samen te werken aan de voorbereiding ervan. Bij de voorstellen voor de herinrichting van de Grote Markt en het Statenplein is dit bijvoorbeeld alweer niet gebeurd. En naast de opgesomde projecten wordt er door de gemeente ook nog gewerkt aan bestemmingsplannen en aan beleid op het gebied van horeca, evenementen, verkeer en parkeren, vergroenen en dergelijke, zonder daar op een actieve manier bewoners bij te betrekken.
Ons dringende verzoek aan de gemeente is dan ook am in het toekomstbeeld binnenstad Dordrecht expliciet vast te leggen dat bewoners vroegtijdig warden betrokken bij het opstellen van al het voor hen relevante beleid, de bestennmingsplannen en de uitvoeringsplannen. En daarbij ook aan te geven op welk moment en in welke mate bewoners invloed krijgen op de plannen. Vervolgens hebben we nog twee inhoudelijke opmerkingen, wat betreft de Grote Markt is onze overtuiging dat de beoogde kwaliteitssprong op deze locatie niet bereikt wordt door het voorstel uit de visie, de opgave is breder. Oak het wooncomplex
28
tussen de Grote Markt en de Tolbrugstraat waterzijde en het erachter gelegen groene verblijfsgebied zullen moeten worden aangepakt. Onoverzichtelijk groen, een akelige steeg, bergingen, plinten en vieze onderdoorgangen in het woonconnplex vormen een onaantrekkelijk en sociaal onveilig geheel dat ook uitstraalt op de Grote Markt. Bewoners en stad zijn alleen gediend bij een aanpak die al deze onderdelen in sannenhang verbetert. Ons verzoek is dan ook om in overleg met omwonenden en andere betrokken partijen, waaronder uiteraard de eigenaar van het bedoelde wooncomplex, de opgave voor deze locatie te verbreden. Wat betreft het kernwinkelgebied wordt in de visie benoennd dat er meer reuring moet zijn in de avonduren, onder andere ten behoeve van sociale veiligheid, en dat in het belang van andere functies dan winkels toeneemt. Desondanks wordt gekozen voor aaneengesloten winkelfronten. Hiermee blijft het een onaantrekkelijk en onveilig gebied in de avonduren, voor zowel binnenstadbewoners als binnenstadbezoekers die hier te voet of op de fiets doorheen moeten. Ons verzoek is dan ook om op te nemen dat er op zijn minst in het kernwinkelgebied op nnaaiveldniveau verspreid enige publieksgerichte en straatgerichte functies worden gepland die overdag bijdragen aan een aantrekkelijk winkelklimaat en ook nog in de late avonduren geopend blijven en bezoekers trekken.
In de notitie die is toegezonden aan de leden van de commissie hebben we nog enkele wensen genoteerd met betrekking tot verkeer, parkeren en horeca, omwille van de tijd benoem ik die nu niet. Tot slot, in de uitvoering moet de visie zich bewijzen, het budget is beperkt en de lijst van projecten is groot. De prioritering, de fasering, de volgorde en de sannenhang van maatregelen en plannen en hun effecten vragen doorlopende aandacht. Bijvoorbeeld parkeerplaatsen alleen opheffen als er een passend alternatief is, toegangsstraten alleen afsluiten als daarmee geen andere straten overbelast worden, bewonersparkeren pas beperken nadat het bezoekersparkeren is teruggedrongen, et cetera, et cetera. Wij zijn benieuwd naar de verdere uitwerking van de visie, leveren daar als bewonersplatform graag onze bijdrage aan en dringen met klenn aan op een actieve inzet van de gemeente op brede participatiemogelijkheden voor de binnenstadbewoners die het aangaat. Dank u we!.
De voorzitter: Dank u wel. Ik heb u iets meer tijd gegeven want ik denk, u spreekt namens de bewoners in de hele binnenstad, dan mag dat. Mevrouw Van den Bergh heeft een vraag aan u. Mevrouw Van den Bergh: Ja, goedenavond. Ik was even getriggerd door uw opmerking over het kernwinkelgebied, en dat ook daar bewoners bij betrokken moeten worden en dat er meer publieksfuncties, publieksvriendelijke functies, zodat er ook 's avonds en zeg maar dat er meer levendigheid is in de binnenstad, dat er dan ook nnensen zijn. En dan denk ik, onndat anders te veel alleen de klemtoon ligt op winkelen en dat sluit op een gegeven moment. Waar denkt u dan aan als Waar moet ik dan aan denken, wat bedoelt u? Mevrouw Van Ansem: Nou ja, het gaat mij vooral om veiligheid, het is nnijn eigen ervaring maar echt niet alleen van mij. Loop s 'avonds van het station naar de binnenstad toe en je voelt je daar absoluut niet prettig en niet veilig. Mevrouw Van den Bergh: Nee, dat klopt.
29
Mevrouw Van Ansenn: En dan zei u voor mij nog de plekken waarvan ik denk, daar kan ik in elk geval naartoe buiten deze coronatijd post, vervolgens de MacDonald's en dan 't Peerdt op het Statenplein of de Klander Muelen, het gaat er vooral om dat je als je daar loopt, dat je je veilig genoeg voelt. Dus dat er plekken zijn waar mensen aanwezig zijn, waar je eventueel naartoe kan. Dat kan dus horeca zijn die overdag open is en ook 's avonds, maar dat kan wellicht ook een werkplaats of een culturele functie zijn die overdag en 's avonds open is en waar nog tot laat in de avond mensen kunnen zijn. Mevrouw Van den Bergh: Oke, bedankt. De voorzitter: Oke, dank u wel. Even kijken, volgens mu j gaan we naar mijnheer 't Lam. Ja, daar bent u. De heer 't Lam: Er ging even lets niet goed aan mijn kant, voorzitter. Ik heb aan beide insprekers een vraag, ik wil beginnen met mijnheer Steegh. Als ik hem goed begrijp dan wil hij op diverse plekken meer groen, meer bomen, enzovoorts, zien te realiseren. Kan ik dat ook uitleggen als dat hij het autoluwe gebied zou willen vergroten dus bijvoorbeeld de hele Voorstraat, de Wijnstraat, langs de Oude Maas, het liefst zou inrichten als autoluw gebied om daar ook meer groen aan te brengen? Stel ik gelijk de vraag aan mevrouw Van Ansem, voorzitter? De voorzitter: Doe maar, ja.
De heer t' Lam: Dan is mijn vraag aan mevrouw Van Ansum, die nadrukkelijk aangeeft dat er toch weinig aan participatie is gedaan tot nu toe, of misschien ook een beetle omdat dat niet goed door de raad in de startnotitie is geregeld, maar mijn vraag is, bij de stukken zit ook een document waarin is aangegeven hoe er negentien gebieden ingericht zouden moeten gaan worden in Dordrecht, in de binnenstad. En daar is bij ieder gebied aangegeven wat de vastgoedsector en de ondernenners ervan vinden, en ik vind geen mening van de bewoners. Mijn vraag is dan, bent u er niet bij betrokken bij die negentien gebieden? En zo nee, wat vindt u daarvan? En zo ja, wat is dan uw standpunt als u er wel bij betrokken was, omdat het er niet bij staat, kunnen we dat dan ontvangen? Dank u wel. De voorzitter: Eerst beginnen we met mijnheer Steegh. De heer Steegh: Dank u wel. Ja, het is voor de Bomenridders niet een doel op zichzelf dat de binnenstad autoluw wordt, maar we zien dat nu in de binnenstad wel heel veel ruinnte, en er is niet veel ruinnte, in beslag wordt genomen door vrijwel permanent stilstaand blik. TerwijI de binnenstad wel degelijk risico's loopt ook wat hittestress betreft, om last te hebben van te weinig groen. In het verleden was de binnenstad aanzienlijk groener dan die nu is, en dat zouden wij graag voor een deel teruggedraaid willen zien. De voorzitter: Oke. Mevrouw Van Ansum.
30
Mevrouw Van Ansum: Ik heb eerlijk gezegd niet alle stukken bekeken die bij de visie zijn meegezonden. Er is mu j dus ook niks bekend over de uitwerking van negentien gebieden en we zijn er als bewoners in elk geval niet bij betrokken geweest. De voorzitter: Oke. Mijnheer 't Lam, dat is helder denk ik? De heer t' Lam: Duidelijke antwoorden, voorzitter, volgende week komen we erop terug. De voorzitter: Ja, prima. Gaan we naar mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had een vraag aan de heer Steegh. De Bonnenridders zijn best wel bekend aan het worden, komt overal wel voor. U geeft zelf ook aan graag mee te willen doen aan de ontwikkeling aan het groenplan. Bent u daar ook al door benaderd door de genneente, of moet u zichzelf aanmelden in het kader van de participatie? De heer Steeqh: Nou ja, wij zijn redelijk goed in staat, voorzitter, om de wegen te vinden en we hebben ook de nodige contacten inmiddels in de organisatie. Maar nee, het antwoord is nee, we zijn niet specifiek benaderd op het plan voor de binnenstad en dat zouden we dus graag wel willen doen. Mevrouw Kruger: Helder, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, dank. Ik heb ook aan beide een vraag.
De eerste vraag aan de heer Steegh, moet ik uw betoog nou vooral zo opvatten dat u allerlei goede suggesties heeft om extra groen toe te voegen of moet ik uw betoog vooral opvatten in de zin van dat u de aanvullingen die het college hiernnee voorstelt, gewoon eigenlijk nog veel en veel te weinig vindt? Ik zit een beetje over de weging. Want ik waardeer uw inbreng zeer, maar is het nu zeg maar van een 7 naar een 8 of probeert u het van een 4 naar een 7 te krijgen? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag aan mevrouw Van Ansum is of zij mu j kan uitleggen wat het horecaconcentratiebeleid nu zou moeten beogen wat voorgesteld wordt in de stukken, en of het bewonersplatform of het platform Binnenstad daar dan ook een nnening over heeft en zo ja welke? De voorzitter: Zo, mijnheer Veldman, daar kunnen we een avond mee vullen. Mijnheer Steegh als eerste. De heer Steegh: Dat zal ik niet doen, voorzitter. Kort samengevat komt het wat ons betreft erop neer dat het helaas nog eerder een 4 is dan een 7, en dat het dus inderdaad eerder van een 4 naar een 7 zou moeten dan van een 7 naar een 8. We hebben het idee dat er echt nog veel te weinig nagedacht is over de essentiele rol van het groen en de bonnen in de binnenstad voor de leefbaarheid van die binnenstad en de toeristische aantrekkelijkheid daarvan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Ansum.
31
Mevrouw Van Ansum: Op zich hebben we als bewonersplatform niet zoveel moeite met wat er in de visie staat over horeca, het gaat er alleen wel om hoe zorgvuldig je omgaat als gemeente met veranderingen en uitbreiding van de horeca of het gebruik van terrassen, et cetera. En daarin is ook weer van belang dat je omwonenden die daarmee te maken hebben, dat je die betrekt bij veranderingen op dat gebied en dat je zorgvuldig bekijkt op welke vlakken in de stad je iets kan handelen, om het maar zo te noemen, en welke plekken je bewust rustig moet houden. Er moeten verschillende plekken zijn in de binnenstad, rust en reuring, op sommige plekken heeft geluid ook veel meer effect dan op andere. Dus het is vooral van belang hoe je een en ander verder uitwerkt en betrek daar vooral ook omwonenden bij. En ga er niet vanuit dat omwonenden niet betrekken zorgt dat je geen bezwaren krijgt. Want dat kom ik nogal eens tegen, mensen vooral niet informeren want daarmee voorkom je bezwaren, dat vind ik een zeer slecht uitgangspunt. De voorzitter: Mevrouw Van Ansum, helaas is onze ervaring dat als bewoners er niet bij betrokken worden, er alleen maar veel meer bezwaren zijn. Mevrouw Van Ansum: Precies. De voorzitter: Ja. Dus even kijken, we hebben mijnheer Wringer die heeft nog een vraag. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Van Ansum.
Participatie aan de voorkant door bewoners is natuurlijk ontzettend belangrijk, dat is net ook al bevestigd. Uw club bestaat op dit moment uit twintig leden. Kunt u uw club laten groeien? Hoe groter uw club, hoe groter uw stem is, en ziet u daar nog een rol voor de gemeente in om u daarbij te helpen? Mevrouw Van Ansum: Nou, wat ons zou helpen is als we meer aan het werk zijn met de gemeente samen, want op zich is beleid op binnenstadniveau best iets abstract en hoe concreter je kunt zijn over de dingen waar je nnee bezig bent, hoe meer mensen geInteresseerd raken. Verder is het zo, we hebben nu twintig leden maar ikzelf ben bijvoorbeeld secretaris van bewonersoverleg in het Hofkwartier, dus daar hangt dan weer een club achter die we kunnen raadplegen en die we kunnen betrekken. Dat geldt voor meerdere leden van het bewonersplatform. Er zijn natuurlijk verschillende bewonersorganisaties in de verschillende buurten, en die connecten we ook door middel van het platform. Dus we hebben een groter bereik dan die twintig mensen. Maar hoe meer we mogen meedenken en ook wij zijn bezig met een groenplan, dus ik ga zeker de Bonnenridders opzoeken, overigens ook niet door de gemeente gevraagd om daarover mee te denken dus we zitten wat dat betreft in hetzelfde schuitje, maar dat willen we heel graag doen want ik denk dat de plannen dan alleen maar beter worden. De heer Steegh: Dank u wel.
De voorzitter: Ik zie in mijn chat dat de heer Naaktgeboren namens de organisatie heeft de Bomenridders genoteerd, en ik ga er gewoon vanuit dat die nu gaat chatten dat die ook het bewonersplatform Binnenstad genoteerd heeft. Ik zie het nog niet staan maar ik
32
ga ervan uit dat dat wel gaat gebeuren. Even kijken, ik word erop gewezen, als vanzelf, zegt de heer Naaktgeboren, ik word erop gewezen dat de heer Van Loon zijn hand opgestoken heeft. Mijnheer Van Loon is niet nneer aan de beurt dus helaas, dit gaat aan u voorbij. Wij gaan verder met de volgende insprekers, zei ik heel streng. Dat is namens de POBD eerst de heer Van Pelt, dat is een andere nnijnheer Van Pelt overigens, nnijnheer Arien Van Pelt, dan krijgen we mijnheer Gravendijk, de kwartiermaker van de POBD namens de horeca, en de heer Stoel namens de CVAH ofwel namens de markt om het even kort te zeggen. Ik geef eerst het woord aan de heer Van Pelt, gaat uw gang. De heer Van Pelt: Ben ik duidelijk te horen voor u allen? De voorzitter: Zeker. De heer Van Pelt: Oke. Ik denk voor de notulen wel handig als de opnnerking van de heer Bas Van Pelt in ieder geval echt onder zijn naam komen te staan, want anders word ik met pek en veren de stad uitgejaagd. De voorzitter: Dit vind ik nou weer jammer, deze opmerking, nnaar goed, gaat uw gang. De heer Van Pelt: Nee, wij gaan goed met elkaar om maar hij heeft een ander standpunt geuit dan die van de ondernemers. Ik ga inzoonnen op dit document en dat is een belangrijke eigenlijk want dat is aan de basis waar wij hebben samengewerkt met de groep.
Dat is, met de groep binnenstad Dordrecht, want daar zijn we ruime tijd geleden aan begonnen, het is een samenwerking die nodig is voor de stad, gezannenlijk optrekken en belangrijke thema's oppakken. Het is ook een sannenwerking die we als zeer positief ervaren en door de gehele ontwikkeling met corona kwam direct al het aller nnoeilijkste onderwerp op tafel, en dat is de toekomstige invulling van de binnenstad van Dordrecht. In uw stukken zit dus het document eindrapport toekomstige invulling binnenstad, en over dit stuk hebben wij als POBD lang meegedacht en gediscussieerd, samen dus met vastgoedeigenaren en gemeente. Het is een document geworden waarin wij de aandacht nog even willen vestigen op de zogenaamde kleine letters. Samengevat komt het erop neer dat wij het als POBD voor 90 procent eens zijn met dit rapport. Het percentage heeft u al eerder gehoord net in de presentatie, en ik zal nog even erop wijzen waar hem dat zit. Voor onze achterban willen wij namelijk de gemeenteraad vragen om het document, eindrapport toekomstige invulling binnenstad Dordrecht, nog eens een keer goed te bestuderen en mee te nemen in uw beslissingen. Met name punt 7.2, 8.1 en 19 nnoeten in onze ogen goed worden vertaald naar het einddocument, slijpen aan een ruwe diamant. Omdat in dit stuk blijkt alsof er concessies was op alles, alleen in onze ogen op een paar essentiele onderdelen niet.
Die onderdelen zijn bij 7.2, voorstel west en midden Grote Spuistraat, 8.1, dat is Voorstraat, Wijnbrug, Nieuwstraat en Steegoversloot, en 19 is het Vriesestraat deel [...] Lenghenstraat. Op dit punt is er geen consensus tussen de partners in het Binnenstad Bedrijf Dordrecht, en van de drie partijen, vastgoed, gemeente en ondernemers, zijn vastgoed en gemeente het met elkaar eens en heeft de vertegenwoordiging van de POBD een ander standpunt. De vertegenwoordiging van de POBD kan zich niet vinden in de toewijding van de kleur bruin, inclusief wonen op de begane grond. Haar standpunt is dat de situatie moet blijven bestaan zoals deze nu is. Diversiteit in commerciele functies nnaar geen wonen
33
op de begane grond. Onderdelen die wij graag terug zouden krijgen van u naar Bureau Binnenstad Dordrecht om daar met elkaar een gewogen beslissing te nemen. De POBD pleit ervoor om wonen in de gebieden 7.1, 8.2 en 19 niet toe te staan. Deze aanloopstraten zijn de straten die Dordrecht uniek maken en die sfeer en beleving toevoegen aan de binnenstad. Dit is de plek waar je sfeervolle unieke winkels vindt. De verscheidenheid aan winkels maakt de Dordtse binnenstad juist aantrekkelijk voor bewoners, de bezoekers van buiten de stad en toeristen. Wonen in de overloopgebieden zorgt nu al voor een uitermate rommelig straatbeeld, gedomineerd door fietsen, wat we nu al op de Voorstraat West zien. Hierdoor verliezen de straten kracht en sfeer en wat ook een negatieve uitstraling heeft op het kernwinkelgebied. Als we uitgaan van een compacte binnenstad zouden juist de panden in de overloopgebieden beschikbaar nnoeten blijven voor de winkels die dichter naar het centrum zouden moeten verhuizen. Grote leegstaande panden vinden al een andere bestemming en dit brengt ons bij het laatste belangrijk punt, de leegstandcijfers die nu in de stukken vermeld staan zijn niet meer actueel. Wij zijn van nnening dat de doelstelling van 25 procent afname in de winkelruimtes in de afgelopen twee jaar al bijna gerealiseerd zijn of het komende jaar gerealiseerd worden in de plannen die er nu liggen.
Wij pleiten ervoor om op korte termijn de actuele situatie in kaart te brengen, te kijken naar een betere invulling van grote leegstaande panden in het kernwinkelgebied, en geen wonen toe te staan in die overloopgebieden. Bewonen zorgt in onze beleving niet voor dynamiek in de stad, dat werd tijdens de lockdown wel duidelijk. Dank u.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Pelt. Mijnheer Gravendijk. De heer Gravendijk: Ja, bedankt voor de ruinnte, echter denk ik dat hier een misverstand is. Ik ben ondersteunend aan alle partijen in dit proces, echter schaar ik muj achter de tekst van de heer Arien Van Pelt en heb ik verder geen spreektijd nodig. Dank u wel. De voorzitter: Helemaal goed. Kijk, dan schieten we een beetje op. Maar dan hebben we nog wel mijnheer Stoel en die heb ik Ja, ik heb hem nou oak zelfs een beetje in beeld want daarstraks was het heel erg donker maar nou kunnen we weer zien hoe die eruitziet. U moet alleen nog even uw nnicrofoon aanzetten, mijnheer Stoel, en dan heeft u het woord. Ik hoar u nog niet. En nou lijkt die helemaal verdwenen. Eens even kijken waar die is gebleven. Mijnheer Stoel, hij is nog wel in de vergadering. Mijnheer Polat, zeg het eens, u heeft mijnheer Stoel verstopt of ... De heer Polat: Nee dat heb ik niet gedaan, voorzitter, maar ik had wel een vraag voor de heer Arien Van Pelt maar dat is eigenlijk hierna neem ik aan. De voorzitter: Nou, dan doen we die in de tussentijd en dan gaan we even kijken daar konnt mijnheer Stoel weer, wacht even. De voorzitter: Hoor ik u nu, mijnheer Stoel? Nee, nu weer niet, u zet uw microfoon De heer Stoel: Hoort u me nou?
34
0,
De voorzitter: Ja, nu wel. Ja. De heer Stoel: Oke. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Stoel: Oke. Wat ik in het hele rapport mis eigenlijk, en daar is al over gesproken, dat is een stappenplan. Dus in het hele rapport staat dat er een bepaalde gang van zaken is en dan denk ik bijvoorbeeld aan een stappenplan van, hoe ga je om met het Huis van de Regio? Ga je dat als eerste bouwen of ga je dat afsluiten? Ga je eerst de parkeergarage Weeskinderendijk bouwen voordat je andere parkeergarages daarvoor gaat bouwen? Hoe gaat u om met het openbaar vervoer in het huidige coronatijdperk? Ja, er wordt wel geroepen: ja, de autonnobiliteit neemt af. Maar in het huidige coronatijdperk, en jammer genoeg waarschijnlijk ook in de toekomst, zullen mensen toch huiverig blijven voor het openbaar vervoer. Om dan te zeggen: nou, we gaan elke twee, tweeenhalve minuut een bus laten rijden van Weeskinderendijk naar de stad, dat lijkt me in de huidige tijd, en ik denk dat je het mee moet nemen ook naar de toekonnst, lijkt het me niet echt reeel meer. Dan wil ik, waar het dan voornamelijk om gaat wat ons betreft is het Statenplein, daar lees ik van, dat moet dan vergroenen. Nou, ga nou eerst eens even na wat je met het Statenplein wil.
Wil je daar een markt hebben, wil je dat vergroenen, wil je daar evenementen hebben? Nou, als je de markt wil hebben, dan zal je in samenwerking met die markt zal je best wel een gedeelte kunnen vergroenen maar het grootste gedeelte zal toch ter beschikking moeten komen van de markt. Wil je evenementen daar hebben, dan zal je daar ook voor een gedeelte misschien kunnen vergroenen maar ook dan blijft het natuurlijk in stand. En als je daar de markt weghaalt, dan lijkt nnij dat echt een historische fout als je dat zou doen want dat betekent dan in onze ogen de doodsteek voor de winkels in de binnenstad die rond dat gebied zitten en uit het verleden heeft dat natuurlijk al bewezen. De markt die stond vroeger op de Grote Markt, die is daar weggegaan, nou, je ziet wat ervan over is, wat we er nu van nnoeten nnaken. Zelfs het Scheffersplein is natuurlijk de aanloop door de Voorstraat West en de Voorstraat Noord, is natuurlijk afgenomen. Daar staan wel hartstikke nnooie terrassen maar terrassen gaan mensen een paar uur zitten en dat heeft niet echt een doorloopnnogelijkheid. Dus het lijkt mu j verstandig om heel voorzichtig om te gaan met die locatie van die markt. Kijk, en moet er een andere locatie komen en die wordt gevonden in de binnenstad, zullen wij het goed invullen, maar het gaat wat ons betreft ten koste van de reuring rondom het Statenplein. En dan heb ik het over reuring.
Nou, reuring wordt er dan gezegd van, dat moet er komen, er nnoeten evenementen, er moet reuring komen. Elke vrijdag en zaterdag heeft u daar reuring, elke vrijdag en zaterdag !open er rond de 20.000 mensen in dat gebied. Nou, dat lijkt mu j voldoende reuring. En als je die 120 ondernemers weghaalt om af en toe een evenennent toe te passen, lijkt mu j geen verstandige beslissing. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag eerst de heer Polat gelegenheid om een vraag te stellen. De heer Polat: Dank, voorzitter. Mijnheer Van Pelt, Arien Van Pelt, die zei: de actuele situatie in de kaart brengen. Die 25 procent waar in de visie wordt uitgegaan, dat is al
35
gerealiseerd. En ik heb begrepen dat dat gewoonweg landelijk van 40 procent uitgegaan wordt. Denkt mijnheer Van Pelt ook dat het gewoonweg naar 40 procent moet gaan? De heer Van Pelt: Nou ja, wat wij in ieder geval willen aangeven is dat er al een hoop ruimtes verdwenen zijn, de Perry Sport ruimte of boven de Perry Sport, zo zijn er nog meer locaties te benoennen. Wij zien ook in de Voorstraat West dat er al diverse locaties gewoon andere doeleinden hebben dan beoogd zijn in het plan zoals het nu zou moeten zijn. Dus ik denk, als je dat allemaal bij elkaar optelt en vervolgens ook nog kijkt naar de winkels die je een plekje in het centrum zou kunnen gaan geven met de juiste begeleiding die in dat rapport staat, dan denk ik dat je daar een enorme slag kan maken met een centrum krachtiger maken. De heer Polat: Dank. De voorzitter: Oke. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Ik had een vraag ook aan Arien Van Pelt. Heb ik nou goed begrepen dat je zegt: nou, in die bepaalde gebieden, ik noem ze allemaal niet even op, 7.2 en dat soort dingen, daar moet je juist het wonen zeg maar niet in de plaats van winkels. Begrijp ik dat je daar niet moet, in de plint dan, in de plint niet laten wonen. Laat dat toch ook detail zijn of andere specifieke functies.
Begrijp ik nou goed dat het ook voor Voorstraat Noord en Voorstraat West geldt dat je zegt, nee? Want daar wil ik even toelichting op want waarom wil je het daar dan wel zeg maar de winkelfunctie laten wonen en in die andere gebieden niet? Dat wil ik even van je weten. Dank. De heer Van Pelt: Wij hebben gekeken naar de kaart die er staat in dat eindrapport, de toekonnstvisie, de toekonnstige invulling binnenstad. En daar denken wij dat de gebieden die wij nu hebben aangegeven, dat dat voldoende basis is voor de kern. Op de Voorstraat Noord is men al gewend onn met de situatie te werken dat er ook veel wonen tussen zit. Dat is een ander soort gebied als dat we hebben vanaf het gedeelte waar je niet nneer met de auto mag rijden. Dus voor ons zit daar wel een grens, en dat is eigenlijk ook waarom de keus daarvoor is. En wij denken ook dat met de hele ontwikkeling bij het stadhuis, wonen en alles, er ook een soort andere toegangspoort naar de stad bij konnt. Waardoor wij het belangrijk vinden dat dat gedeelte van de Voorstraat ook niet gelijk een soort van wonen wordt. Mevrouw Van den Bergh: Oke, bedankt. De voorzitter: Oke. Dan gaan we naar mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter, dank. Ook een vraag aan Arien Van Pelt over eigenlijk hetzelfde.
Ik vroeg me af, is dat met wonen en winkelen nou echt zo of -of, zeg maar of wonen of winkelen? Want als ik bijvoorbeeld Grotekerksbuurt voor de geest haal, daar zitten best wel wat winkels maar daar wordt ook heel erg intensief gewoond, dat is een beetje ongelukkig uitgedrukt maar daar wonen heel veel mensen is mijn beeld. TerwijI dat, kijk, het is natuurlijk een van de nnooiste stukjes van Dordt, dat nnag helder zijn,
36
maar die combinatie van functies, vind ik daar eigenlijk op een vrij natuurlijke manier samengaan. En, nou ja, vandaar dus de vraag: zou dat op een dergelijke manier niet ook op locaties kunnen waar u de vinger bijlegt? De heer Van Pelt: Het hangt ook helemaal vanaf wat je in zo'n gebied hebt zitten aan winkels. Het voorbeeld Vleeshouwersstraat werd al genoennd, nou ja, dat ziet er inderdaad mooi uit maar daar zul je ook zien dat er weinig connmercieel verkeer is. En een Vreeken's Zaden is zo'n specialistisch bedrijf, die zal, als die duizend meter verderop gaat zitten, zal die ook nog zijn specifieke klanten kunnen beogen. Maar je zult ook in dat gebied zien dat er veel winkels zitten die echt belang hebben bij een duidelijke loop, en bij hun etalages waarin je ziet dat wonen daartussen een hele andere dynamiek gaat geven. Dus vandaar onze zorg. De voorzitter: Oke. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, we haken allemaal op hetzelfde puntje aan, ik heb daar ook een vraag over aan de heer Arien Van Pelt. Ik begrijp heel goed dat in die winkelstraten er belang bij is am ook daar reuring te houden voor de winkels die dan achterblijven eventueel.
Maar ik begreep in de binnenstadvisie dat de aanleiding ook is am te beogen dat in de binnenstad, de leegstand die daar nu is, kleiner wordt doordat je ook zaken zou verleiden zich te verplaatsen naar die binnenstad. Daar heb ik u nu niet over gehoord. Ik ben benieuwd hoe u vanuit de ondernemers daar nou tegenaan kijkt, hoe bereid ondernemers zijn of hoe kansrijk dat is, al dan niet met enige financiele prikkel en hulp en begeleiding, te gaan verplaatsen am de leegstand in de kern binnenstad, zeg ik dan maar even, op te lossen? De heer Van Pelt: Ik heb dat wel meegenonnen in mijn verhaal net. De heer Van der Kruijff: 0. De heer Van Pelt: Juist de winkeliers van buiten het centrum naar het centrum toe willen trekken. Bereidheid, dat is een interessante, die is nog niet genneten. Maar ik denk wel dat je met de juiste tools, dus een transitiecoach, financiele middelen am te helpen, dat je daar een goed project van kan maken am ondernemers naar zo'n gebied toe te trekken. Daarbij zullen die ondernemers ook nog de keus willen hebben, wil ik gelijk van een locatie buiten de stad op een hele dure A-locatie zitten of wil ik rustiger starten en wat voorzichtig. En dat zijn allemaal keuzes die volgens mu j in dat palet horen. De heer Van der Kruijff: Oke, dank u wel. De voorzitter: Oke, dan wil ik ook dit blokje afsluiten.
En dan heb ik even een vraag of u, of er iemand is die behoefte heeft aan een korte pauze want anders dan gaan we gewoon door. Mevrouw Kruger is meestal degene, en door. Mijnheer Den Heijer is als eerste dus we gaan door. Helemaal goed. Dan komen we aan bij de heer Baaij namens Dordrecht Marketing, die ik de hele avond al heel geInteresseerd in beeld heb gehad. Gaat uw gang, u heeft vijf nninuten. Als u uw microfoon aanzet dan horen we u ook. Ja.
37
De heer Baaii: Dank u wel, voorzitter. Ik ben ook zeer geinteresseerd en zeer vereerd dat ik hier vanavond ook wat mag zeggen, al moet het op afstand. Ik ben het voor ongeveer 91,32 procent met het rapport eens, dan weet u dat ook nneteen, dan kan iedereen zijn percentages noemen. Ik heb het ongeveer even uitgerekend maar ik weet niet per se of het dezelfde procenten zijn als de heren Van PeIs maar dat zal blijken als mensen daar doorvragen. Vergeef mij het grapje. Het gaat eigenlijk best goed met de binnenstad van Dordrecht. In 2015 werden wij genomineerd als beste binnenstad, en wonnen we uiteindelijk net niet omdat Rotterdam ons voorbleef maar versloegen we wel steden als Leeuwarden, Nijmegen en Utrecht. Dat betekent, en dat wil ik wel even in herinnering roepen, dat wij als stad voor onze ontwikkeling een enornn goede uitgangspositie hebben. Maar dat betekent ook dat we een aantal dingen moeten bewaken. De heer Polat vroeg net naar de 25 procent en de landelijke 40 procent, die doe ik er even tussendoor. Dat komt omdat bij die landelijke 40 procent, daar zit ook Hoogeveen bij, en die moeten veel verder terug in winkelaanbod dan wij. En of het nou 20 of 25 procent is, daar kun je over steggelen, maar er zal wel een stuk verkleind moeten worden. Maar het kan minder dan op andere plekken omdat wij een enorme voorsprong hebben in vergelijking met andere steden.
En ik vind dat we uit moeten gaan van onze eigen kracht. Dus wat ik nog graag even met u wil delen is wat volgens nnij de binnenstad van Dordrecht nou eigenlijk onderscheidt van andere binnensteden en waarvan het belangrijk is dat we dat overeind houden. En dan hebben we het over het niet-havengebied, een historische binnenstad. We hebben als stad, en dat vind ik heel belangrijk want dat kom ik in de rapporten te weinig tegen, heel veel wat ik noem, couleur locale aanbod. Specifieke winkels die je ergens anders niet vindt en is ontzettend belangrijk voor de aantrekkelijkheid van die binnenstad. Dat moeten we steunen, dat moeten we overeind houden. We hebben evenementen, we hebben cultureel aanbod, we hebben veel antiekwinkels, galerieen, wat ik noem, ambachtelijke creativiteit en die dingen zijn belangrijk. En over die evenementen wil ik wel even wat zeggen, ja, die brengen ook voor sommige mensen voor hun gevoel wel eens overlast met zich mee waar we overigens denk ik in Dordrecht op een hele zorgvuldige wijze mee omgaan, maar die hebben ook een grote economische, sociale en maatschappelijke functie. Een aantal dingen zijn belangrijk daarbij in de doorontwikkeling van de binnenstad.
Evenennenten vergen ook ruimte, dus bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, als wij evenementenstad willen blijven, ik denk dat we dat moeten willen, betekent dat dat wij ons de vraag moeten stellen: wat is de consequentie van deze ingreep voor evenementen en wat willen we daarmee? Wat ook belangrijk is, is wel professionaliseren, daar ben ik het mee eens, ook doorontwikkelen, maar wat wij moeten behouden is waar we altijd goed in zijn geweest en dat zijn evenementen die voortkomen uit de stad en daarmee verbonden zijn. Onze vrijwilligerscultuur die niet met name genoemd wordt in het rapport, daar wil ik toch wel graag een lans voor breken omdat die de evenementen in Dordrecht heel bijzonder ma ken. Als corona een ding heeft aangetoond, dan is het het belang van toerisme, cultuur, evenementen en de vrijetijdseconomie, levendigheid, economie, sociaal maatschappelijk belang, en dat draagt bij aan het draagvlak voor en het behoud van voorzieningen en daarmee de kwaliteit van de binnenstad. Ik denk dat we dat onszelf enorm bewust moeten zijn en in die zin heeft corona wel dingen zichtbaar gemaakt die mogelijk anders minder zichtbaar waren geworden. Waar ik ook graag een lans voor wil breken is toch nneer
38
mogelijkheden voor jongerenhuisvesting in de binnenstad. Daar praten we al jaren over, er zijn nog discussies geweest of jongeren dat wel of niet willen. Ik ben voor de heer Merx als die mu j vragen wil stellen daarover, ook buiten de vergadering beschikbaar. Maar ik denk dat er een grote belangrijke belangstelling is voor jongeren om in die binnenstad te wonen en dat we met elkaar moeten kijken waar we die mogelijkheden kunnen creeren. Wat we overigens ook zien is, en in die zin laten we de doelgroepen bij ons zoeken die bij ons passen en ons niet aanpassen aan onze doelgroepen maar uitgaan van onze eigen kracht. Wij zien ook, en zagen dat afgelopen zomer, steeds nneer groepen jongeren die een dagje naar Dordrecht te komen. Dus wat je ziet is dat ook dat specifieke aanbod van onze stad, historie, cultuur, evenementen en ook wat meer diepgang, ook jongere doelgroepen aansporen. Er zijn nog twee dingen die ik echt even met u wil delen en ik wil proberen een vraag van de heer Merx te beantwoorden. Een, we zien nu dat er een aantal grote culturele voorzieningen zitten aan met name de oostkant van de stad. En ik pleit al een aantal jaren voor het aanleggen van wat ik noenn, en dat is een fysieke ingreep, de cultuurboulevard.
Die het Energiehuis, Kunstmin via het Dordrechts Museum naar de binnenstad met elkaar verbindt, waar mensen voor hun gevoel veilig kunnen wandelen, veilig kunnen fietsen. Om daarmee ook die binnenstad actief te verbinden met een ander deel van de binnenstad want zo beschouw ik die gebieden wel. Dat schiet nu tekort. En met name de Sint-Jorisweg is dan nnisschien een uitdaging maar ik denk echt dat we met elkaar moeten kijken wat we daar kunnen doen. Ik las in het rapport iets over de Spoorzone. Ik wil graag zonder at te zeer een waarschuwend vingertje op te steken wel aandacht vragen voor het feit dat we er goed op moeten letten dat die Spoorzone een aanvulling is op wat onze binnenstad te bieden heeft en niet, want dat is een hele gennakkelijke reflex in ontwikkeling, ook een concurrent wordt voor die binnenstad. Dus het lijkt me heel wezenlijk dat we ons daar met elkaar van bewust zijn, dat op dat gebied op een geweldige manier ontwikkelen maar met name op een zodanige manier dat het ook echt een aanvulling is. De heer Merx stelde een vraag aan vastgoed en die zei: hoe kunnen mensen van vastgoed en de gemeente beinvloeden wie daar komen wonen? En daar zijn twee antwoorden op, op die vraag. Het eerste antwoord is: dat kunnen ze niet. Het tweede antwoord is: dat kunnen ze wel maar niet alleen.
En ik denk dat de vraag, welke nieuwe inwoners je aantrekt voor die binnenstad, afhankelijk is van de sfeer van de binnenstad, de uitstraling van de binnenstad, het imago van de binnenstad, het type activiteiten wat we er doen, programmering in cultuur. Dat betekent dat als wij daar gezamenlijk als partijen in deze stad sturen op een specifiek beeld, dat je juist daarmee, en niet met individuele woningontwikkelingen, kunt sturen welk type mensen je naar je binnenstad trekt. En dat dat dan ook de mensen kunnen en zullen zijn die daar een goede plek in vinden. Heb ik nog een zin over, nnevrouw voorzitter, mag het nog of is mijn tijd al op? De voorzitter: Nou, uw tijd was al op maar omdat u de vraag van nnijnheer Merx ging beantwoorden dacht ik, ja, nou ga ik even niet ingrijpen want anders dan heb ik het helemaal gedaan.... De heer Baaij: Nou, dan laat ik het hierbij, dank u wel, voorzitter. De voorzitter:
heeft, gaat uw gang.
39
De heer Baaii: Nee, dank u wel, voorzitter, dan laat ik het even hierbij. De voorzitter: Oke, prima. Dan ga ik even kijken want of er iemand een vraag nog heeft hierover. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik heb tot dusver de avond vooral geInteresseerd geluisterd maar de heer Baaij hield een pleidooi voor een aspect in het plan waar ik zelf bij het lezen toch een beetje de wenkbrauwen bij fronste, dus daar wil ik wil wat meer duidelijkheid over hebben. Die cultuurboulevard, hoe ziet u dat nou concreet voor zich en gaat dat nu ook echt heel veel mensen trekken die dan te voet, te fiets of anderszins van het Energiehuis naar andere culturele voorzieningen gaan? Want ik merk bijvoorbeeld op dat van het Dordrechts Museum naar Het Hof van Nederland, gepoogd wordt om een logische verbinding te maken, terwijI ik me afvraag of er veel mensen behoefte hebben aan die verbinding? Dus wat is precies die toegevoegde waarde? De heer Baaij: Die toegevoegde waarde zit op een aantal punten, overigens, dat er veel mensen zijn die niet twee nnusea op een dag bezoeken, nnijnheer Kleinpaste, dat klopt. Dus dat mensen of voor Het Hof kiezen of voor het Dordrechts Museum, dat klopt wel. Dat maakt niet, dat neemt niet weg dat die verbinding belangrijk is.
Ik denk dat dat wel degelijk, zeker ook bij de ontwikkeling die de horeca in Dordrecht aan het doormaken is een enorme toegevoegde waarde kan hebben. Er is nog een andere reden waarom het van belang is, omdat er in deze visie, maar ja, ik kon niet alle onderwerpen behandelen, ook gesproken wordt over hubs. Met name verkeersconcentraties, parkeren, mensen opvangen aan de randen van de stad. Dat betekent dat je moet zorgen dat die mensen vervolgens ook op een plezierige manier, niet alleen met openbaar vervoer want niet iedereen wil in de bus stappen, er zijn ook mensen die willen fietsen, die willen wandelen, die willen andere dingen doen, dat je een, zoals je dat ook wil doen tussen het station en de binnenstad, een rode loper maakt van dat gebied naar het centrum. En die rode loper, als je nu kijkt naar de Sint-Jorisweg, ik hoef u dat als Dordtenaar niet uit te leggen, is dat niet echt een plek waar je nou eens voor je plezier, althans, waar veel mensen niet voor hun plezier langs gaan wandelen of fietsen. Dus ik denk dat het er zo wel kan bijdragen aan een verbinding tussen Kunstmin, Energiehuis en die binnenstad en de horeca en dus ook het leven wat zich daar 's avonds afspeelt, maar ook van toegevoegde waarde is voor de verkeersbewegingen van mensen die daar hun auto's parkeren, met de boot aankomen of andere dingen komen doen.
Heb ik daarnnee uw vraag beantwoord? De heer Kleinpaste: Ja zeker, dank u wel. De voorzitter: Oke. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb de volgende vraag aan de heer Baaij, hij is natuurlijk ook van marketing en als we het over de binnenstad hebben gaat het ook niet alleen over de bewoners uit onze stad, uit onze wijken en uit de regio maar we krijgen natuurlijk ook heel veel toeristen van verder weg allemaal naar onze stad. We hebben met elkaar regelmatig gewisseld dat de verbinding zeg maar tussen
40
ons mooie historische havengebied en de binnenstad veel beter zou kunnen en moeten. Om daarmee ook te bereiken dat daar zowel de mensen die nog eens lekker op een terrasje zitten, gaan shoppen of andersom, mensen die op een terrasje zitten ook nog eens naar dat havengebied gaan omdat de route natuurlijk wordt. Heeft u nu het idee met wat in deze visie voorgesteld wordt, daar voldoende aandacht en oplossing voor geboden wordt of is daar meer voor nodig?
De heer Baaij: Ik denk dat er nog, laat ik het zo zeggen, ik denk dat er een aantal stappen gezet worden. Maar als u mij vraagt: kan er meer? Is mijn antwoord: ja, er kan meer. Wat al een aantal jaren mijn stokpaardje is, zeg ik maar even tegen u, is dat je met beperkte ingrepen in de stad, door middel van nudging aan mensen duidelijk kunt maken waar verbindingen zijn tussen het ene gebied en het andere. Wat interessant is, is als je nu aan het einde van de Voorstraat, Augustijnstraat bij Steegoversloot, en je gaat daar staan en je gaat kijken wat toeristen doen, dan zie je dat die daar stil gaan staan, wat verbaast om zich heen kijken, ik chargeer een klein beetje, dat vergeeft u mij, en zich vervolgens omdraaien omdat door wijzigingen in bijvoorbeeld de manier waarop er geplaveid is bij hen de indruk ontstaat dat ze een ander gebied ingaan. En ik denk dat wij, overigens met alle respect voor de prachtige manier waarop we ook de openbare ruimte hebben ingericht in Dordrecht. Maar zoals je bijvoorbeeld in Boston heb je de Golden Mile, dat is niet meer dan zo'n breed dingetje wat aangeeft hoe de verbindingen lopen.