2021 - Welstandsnota Dordrecht.pdf
Tekst van het document
De Welstands- en Monumentencommissie toetst deze bouwwerken aan de basiscriteria.
26
Welstandsnota Dordrecht
Basiscriterium 1 / Rela e met de openbare ruimte
Het gebouw in zijn omgeving
Elk nieuw bouwwerk levert een kwalita eve bijdrage aan de stedelijke of landschappelijke ruimte. De eisen zijn hoger naarmate de betekenis van een bouwwerk of zijn omgeving toeneemt. Gebouwen vormen de stad, gevels zijn niet alleen de begrenzingen van het interieur maar vormen ook de wanden van de openbare ruimte. Een bouwwerk dient dan ook een posi eve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de directe omgeving. Het bouwwerk hee een rela e met de openbare ruimte, is niet naar binnen gekeerd of afgesloten van de openbare ruimte. Bebouwing aan pleinen en langs belangrijke routes moet, vooral op de begane grond, een hoge ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit en levendigheid hebben. De toets van de beeldkwaliteit voor gevels aan de openbare of collec eve ruimte is zwaarder dan voor gevels, die grenzen aan het privédomein. Entrees naar parkeergarages, laad- en losvoorzieningen, afval- en materiaalopslag, technische installa es en andere u litaire ruimten grenzend aan openbaar gebied krijgen een hoogwaardige vormgeving en mogen geen nega eve uitstraling hebben. De scheiding tussen openbaar en privégebied moet duidelijk zijn. Erfscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, krijgen een vormgeving die bij de omgeving past, zijn van hoogwaardig materiaal en zorgvuldig gedetailleerd.
Basiscriterium 2 verschijningsvorm
/
Ruimtelijke
inpassing
en
Basiscriterium 3 / Cultuurhistorische context
Elk nieuw bouwwerk hee een eigen iden teit en is onderdeel van een groter geheel. Er moet daarom een evenwicht zijn tussen de iden teit van het gebouw en de samenhang met de bebouwing in zijn omgeving.
Elk nieuw bouwwerk in een context met cultuurhistorische waarde voldoet aan een hoog beeldkwaliteitsniveau, dat recht doet aan de ontstaansgeschiedenis van de plek. Hoe waardevoller een historische plek, complex, pand of element is, des te meer behoud en conservering van belang zijn.
Het bouwwerk past voor wat betre volume, maat, schaal en verschijningsvorm in zijn omgeving en levert een posi eve bijdrage aan het bestaande stadsbeeld. Het bouwwerk past binnen de stedenbouwkundige structuur en hee een architectuur die past bij zijn posi e binnen deze structuur. Het gebouw is soms onderdeel van de con nuïteit van de straatwand, soms is het vormgegeven als object. Daarmee houdt het gebouw afstand van omliggende bebouwing om bijvoorbeeld belangrijke doorzichten en zichtlijnen op waardevolle structuren en gebouwen te respecteren. Bouwwerken op markante plekken binnen de stedenbouwkundige structuur moeten zelf ook markant zijn. Het ontwerp voor het gebouw is aantoonbaar gebaseerd op een analyse van de stedenbouwkundige en architectonische omgevingskenmerken.
De authen citeit en hoofdstructuur van het bestaande gebouw wordt bij renova es gerespecteerd. Dit houdt onder meer in dat de samenhang in het gevelbeeld bewaard blij en zo nodig wordt hersteld. Belangrijk is dat het nieuwe en het authen eke enigszins van elkaar te onderscheiden is. Dit vergroot de afleesbaarheid van de geschiedenis van het gebouw en zijn omgeving en zorgt voor een interessante varia e. Bij verbouw, groot onderhoud van of gedeeltelijke nieuwbouw bij historische gebouwen zijn de historische spelregels voor het ontwerp geen dogma. Le erlijk navolgen van historische s jlen is niet de bedoeling. Wel kan het historische ontwerp inspira e geven voor het nieuwe ontwerp. Behalve behoud en conservering van cultureel erfgoed is er ook plaats voor eigen jdse ontwikkelingen. De ontwerper zoekt hierbij het evenwicht tussen eigen jdse architectuur en iden teit en de samenhang met de historische, stedenbouwkundige en architectonische typologie van het gebied.
Welstandsnota Dordrecht
27
Het gebouw op zichzelf 28
Basiscriterium 4 / Composi e
Basiscriterium 5 / Materiaal, kleur en detaillering
Elk nieuw bouwwerk hee in zijn opbouw een evenwich ge verhouding tussen ordening en samenhang enerzijds en complexiteit en verscheidenheid anderzijds.
Materiaalkeuze, kleur en detaillering van een bouwwerk passen bij het karakter van het gebouw zelf en in de omgeving van het gebouw.
De composi e van een gebouw en een gevel wordt bepaald door een evenwich ge en goede verhouding tussen een duidelijke, begrijpelijke ordening en samenhang aan de ene kant en complexiteit, verrassing en verscheidenheid aan de andere kant. Een goed bouwwerk is evenwich g vormgegeven met goede maatverhoudingen, plas citeit, composi e van de onderdelen en de construc e. De architectuur is consistent in de gekozen bouws jl. Ingrepen aan de bestaande gevel, waaronder nieuwe balkons en luifels of winkelpuien, passen binnen de structuur, maat en schaal van het hoofdgebouw.
De materiaalkeuze, kleur en detaillering ondersteunen en versterken het beeld van een gebouw. De ontwerper stemt zijn keuzes af op de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik van de omliggende gebouwen. Materiaal- en kleurgebruik van toevoegingen moeten gelijk zijn aan die van het hoofdgebouw of er een passend contrast mee vormen. Om een gebouw in de toekomst een zekere beeldkwaliteit te laten behouden kiest de ontwerper voor materialen en detaillering die duurzaam zijn. Verouderingsprocessen hebben op die manier geen of weinig invloed op het beeld of komen het beeld zelfs ten goede.
Welstandsnota Dordrecht
Kleine bouwwerken
4
4.0 Sneltoetscriteria Voor de meest voorkomende kleine bouwwerken (aanbouwen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkappellen, dakopbouwen, nokverhogingen, erfafscheidingen, installa es, rolluiken en reclame) zijn sneltoetscriteria opgesteld. Door de gekozen vorm en inhoud kan snel en eenvoudig worden bepaald of een plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Behalve als toetsingskader voor een bouwplan zijn deze criteria ook nadrukkelijk bedoeld om te worden gebruikt als (ontwerp) uitgangspunt voor een plan. Wanneer een plan aan deze criteria voldoet, is het niet in strijd met redelijke eisen van welstand. De haalbaarheid van een plan is zodoende al van tevoren duidelijk. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situa e waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de basiscriteria en/of de gebiedsgerichte welstandscriteria. Het uitgangspunt van deze criteria is dat het bouwwerk in voldoende mate ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, en hier in voldoende mate op is afgestemd. De sneltoetscriteria gelden niet voor monumenten en in beschermd stadsgezicht.
Onder voorkant wordt verstaan het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied. Onder achterkant wordt verstaan het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied.
Voor bouwwerken die niet vergunningvrij zijn moet een vergunning worden aangevraagd. In eerste instan e wordt getoetst of het plan past in het bestemmingsplan. Wanneer dit niet het geval is, wordt beoordeeld of het plan stedenbouwkundig en planologisch wenselijk is. Plannen die ruimtelijk haalbaar zijn worden getoetst aan redelijke eisen van welstand.
Vergunningplich g of vergunningvrij In beginsel is het bouwen van een bouwwerk vergunningplich g. De afgelopen jaren is echter het bouwen van veel rela ef kleine, en veelal niet vanuit de openbare ruimte zichtbare, bouwwerken vergunningvrij geworden. In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is vastgelegd welke bouwwerken vergunningvrij zijn. Meer informa e hierover kunt u vinden op www. omgevingsloket.nl.
Nieuw beleid is maatgevend De welstandscriteria in de vastgestelde welstandsnota zijn het toetsingskader bij de beoordeling van bouwwerken. Bouwwerken die zijn gemaakt voor de vaststelling van de nota en die niet aan de criteria voldoen hoeven niet te worden verwijderd, maar zijn ook niet langer een precedent.
Voor-, zij- en achterkant Een belangrijk onderscheid bij de sneltoetscriteria is het verschil tussen de naar openbaar gebied gerichte voorof zijkant van bouwwerken en erven, en de niet naar openbaar gerichte achterkant. De redelijke eisen van welstand zijn aan de voorzijde van een gebouw hoger dan die aan de achterzijde.
30
Vergunningvrije bouwwerken worden niet vooraf getoetst aan redelijke eisen van welstand. Wel kan een vergunningvrij bouwwerk achteraf worden aangemerkt als welstandsexces.
Welstandsnota Dordrecht Vaststelling voor- en achterkant
Ambtelijke toetsing of toetsing door de Welstands- en Monumentencommissie De gemeente toetst vergunningplich ge bouwplannen aan de daarop van toepassing zijnde ruimtelijke regelgeving. Een onderdeel daarvan is de welstandstoets, tenzij het plan geheel is gelegen in een welstandsvrij gebied. Een plan wordt getoetst aan de welstandscriteria in de welstandsnota, om zodoende te kunnen concluderen of een plan wel of niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Kleine bouwwerken worden in eerste instan e door een deskundig ambtenaar getoetst aan de sneltoetscriteria. In een enkel geval kan de ambtenaar besluiten de aanvraag voor een kleine bouwwerk voor te leggen aan de Welstandsen Monumentencommissie. De commissie toetst de aanvraag dan aan de basiscriteria en de gebiedsgerichte criteria. De Welstands- en Monumentencommissie toetst bouwwerken ook aan de basiscriteria en de gebiedsgerichte criteria, als voor het betreffende type bouwwerk geen sneltoetscriteria zijn. Afwijken van de welstandscriteria Een klein bouwwerk kan in strijd zijn met de sneltoetscriteria, maar wel een waardevolle en/of kwalita eve toevoeging vormen voor het hoofdgebouw of de omgeving. Of het hoofdgebouw of de omgeving lenen zich juist niet voor het voorgestelde bouwwerk dat past binnen de sneltoetscriteria.
Er is in zo’n geval sprake van een bijzondere situa e en er bestaat gerede twijfel bij de toepasbaarheid van de genoemde criteria. Voor dit soort situa es is er een vangnet: de Welstands- en Monumentencommissie moet
mo veren waarom er een uitzondering gemaakt wordt op de opgestelde criteria. Deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op ar kel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Een voorbeeld hiervan is een aanvraag voor een dakkapel die iden ek is aan eerder geplaatste dakkapellen op hetzelfde dakvlak, maar niet voldoen aan de (nieuwe) sneltoetscriteria. In zo’n geval kan de nieuwe dakkapel, die wel aan de sneltoetscriteria voldoet, het beeld verstoren. De commissie kan dan adviseren de nieuwe dakkapel hetzelfde te maken als de bestaande dakkapellen. Monumenten en beschermd stadsgezicht De Welstands- en Monumentencommissie beoordeelt een klein bouwwerk aan of bij een (rijks- of gemeentelijk) monument of een klein bouwwerk in een gebied met het welstandsniveau intensief (beschermd stadsgezicht). De commissie zal dit doen op basis van de basiscriteria en de gebiedsgerichte criteria en (in het geval van een monument) op behoud van monumentale waarden. De sneltoetscriteria zijn hier niet van toepassing. Geluidschermen Geluidschermen langs het spoor en de snelwegen hebben een grote impact op de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Voor deze voorzieningen zijn aanvullende welstandscriteria opgesteld. De Welstands- en Monumentencommissie toets bouwplannen voor geluidschermen aan de basiscriteria en deze aanvullende criteria.
31
4.1 Aanbouwen Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging aan een gebouw van maximaal één bouwlaag, al dan niet met een kap, die direct tegen de hoofdmassa wordt geplaatst. Een aanbouw is ondergeschikt aan de hoofdmassa en is wat betre materialisering en uitstraling verwant aan de hoofdmassa. Plaatsing en aantal • de aanbouw wordt tenminste 1,00 m. achter de voorgevelrooilijn geplaatst. • een in de (naar openbaar gebied gekeerde) zijerfgrens geplaatste aanbouw wordt geintegreerd met de erfscheiding. Maatvoering • de aanbouw is niet hoger dan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,30 m of hee een kap waarvan de gooten nokhoogte tenminste 2m lager is dan de goot- en nokhoogte van het hoofdgebouw. • de aanbouw is niet dieper dan de diepte van het hoofdgebouw. • de aanbouw is niet breder dan 75 % van de breedte van het hoofdgebouw.
gerichte gevels van de aanbouw zijn voorzien van ten minste 20% aan gevelopeningen. • de indeling, profilering en detaillering van de aanbouw is bescheiden en hee een rela e met die van het hoofdgebouw. Materiaal en kleur • materiaal- en kleurgebruik van de aanbouw zijn afgestemd op die van het hoofdgebouw, met uitzondering van serres, carports en overkappingen.
GSEducationalVersion
Aanbouw plat dak
GSEducationalVersion
Aanbouw op erfgrens Nokhoogte
Vormgeving • de aanbouw hee een rechthoekige pla egrond. • de aanbouw hee een plat dak, een kap met dezelfde dakhelling en uitvoering als het hoofdgebouw of een flauw hellend glazen serredak. • de vormgeving van de naar openbaar gebied gerichte gevels van de aanbouw is afgestemd op de vormgeving van de gevels van het hoofdgebouw. • de in de erfgrens gebouwde en naar openbaar gebied GSEducationalVersion
32
Welstandsnota Dordrecht
Aanbouw zadeldak
4.2 Kozijn- en gevelwijzigingen Van een gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. De sneltoetscriteria hebben als doel dat het bestaande gevel- en straatbeeld niet wordt verstoord als gevolg van de verandering. Maatvoering • de oorspronkelijke hoofdindeling van kozijnen en ramen blij behouden. • de diepte van de oorspronkelijke negge verandert niet of nauwelijks. • De oorspronkelijke profielafme ngen van het kozijn en/of het raamhout veranderen niet of nauwelijks. Vormgeving • de gevelwijziging leidt niet tot een verstoring van de samenhang en ritmiek van de gevel op zichzelf beschouwd, of van de straatwanden. • de gevelwijziging is in overeenstemming met de architectuur en het jdsbeeld van de oorspronkelijke gevel, indeling en detaillering.
Voldoet niet
Voldoet niet
Materiaal en kleur • materiaal- en kleurgebruik zijn niet opvallend of contrasterend en zijn afgestemd op de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw. • gevelopeningen grotendeels invullen met glas (niet blinderen met panelen, schilderwerk en dergelijke).
Voldoet wel
Welstandsnota Dordrecht
33
4.3 Dakkapellen Een dakkapel is een in een schuin dakvlak geplaatste uitbreiding van het hoofdgebouw, die aan alle zijden is omringd door het dakvlak. Een dakkapel is ondergeschikt aan het hoofdgebouw en het dakvlak en is in voldoende mate afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Algemeen • de dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok mits deze een posi eve welstandsbeoordeling hebben gehad. • een dakkapel is niet toegestaan op een aanbouw of bijgebouw.
Vormgeving • de dakkapel wordt plat afgedekt. • de gevelindeling van de dakkapel is afgestemd op de gevelindeling van het hoofdgebouw. • geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten toepassen. Materiaal en kleur • het materiaal- en kleurgebruik van de gevels, kozijnen en profielen van de dakkapel zijn afgestemd op de gevels, kozijnen en profielen van het hoofdgebouw. • glas voert de boventoon in het voorvlak van de dakkapel
Plaatsing en aantal • dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelma g rangschikken op een horizontale lijn. • per woning niet meer dan één dakkapel op het betreffende dakvlak plaatsen. • bij een vrijstaand hoofdgebouw wordt de dakkapel gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de indeling van de voorgevel. Maatvoering • de breedte van een dakkapel bedraagt maximaal 50 % van de breedte van het dakvlak. • de hoogte van een dakkapel bedraagt maximaal 1,75 m. • minimaal 0,50 m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van de dakkapel aanhouden.
34
Voldoet niet
Voldoet niet
0,5 m 0,5 m
H is max. 1,75m
Voldoet niet
GSEducationalVersion
Maatvoering dakkapel
Voldoet wel
Bij enkele afwijkende kapvormen zijn aanvullende criteria van toepassing. Dak met hellingshoek <30° Een zadeldak of lessenaarsdak met een helling kleiner dan 30° is welstandshalve niet geschikt om een dakkapel op toe te passen. Door de flauwe helling komt de bovenzijde van de dakkapel namelijk (bijna) gelijk met de nok. Hierdoor worden het dakvlak en het silhouet van het hoofdgebouw te sterk aangetast.
Geen dakkapel plaatsen ter hoogte van de vliering, maar onder in het dakvlak situeren.
Bij eem mansardekap de dakkapel in het onderste deel van het dakvlak situeren.
Bij een schilddak rondom een dakkapel moet er minimaal 1 meter dakvlak aan weerszijde behouden blijven.
Bij een asymmetrische kap dakkapel niet plaatsen boven in het dakvlak, maar onder in het dakvlak of op het andere korte dakvlak
Bij een flauwe kaphelling (<30 o) is geen dakkapel toestaan.
Geen dakkapel plaatsen op het wolfseind, maar op het zijdakvlak
Zadeldak met wolfseind De beperkte maat van het wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdakvlakken zijn hiervoor meer geschikt. Hoog zadeldak met vliering Plaatsing van een dakkapel hoog in het dakvlak gee een onevenwich g beeld. Bij een hoog zadeldak zijn daarom dergelijke uitbreidingen van de vliering niet toegestaan. Schild-, tent- of piramidedak Het karakter van deze kapvormen, met naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afme ng van de dakkapel. Er dient minimaal 1 meter afstand gehouden te worden tot de hoekkeper. Mansardedak Een dakkapel is toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Het dak sluit aan op de knik van het dakvlak van het hoofdgebouw. De voet van de dakkapel kan aansluiten op de goot van het hoofdgebouw. Asymmetrische hoge kap Twee dakkapellen boven elkaar zijn niet toegestaan.
Welstandsnota Dordrecht
35
4.4 Dakopbouwen
Max. 3,30 m
Een dakopbouw is een op een plat dakvlak geplaatste en daaraan ondergeschikte uitbreiding van een hoofdgebouw. Plaatsing en aantal • het betre de eerste dakopbouw op het dakvlak van het desbetreffende hoofdgebouw. • de dakopbouw wordt geplaatst op een hoofdgebouw met een plat dak. • de dakopbouw is iden ek aan een eerder op hetzelfde bouwblok geplaatste dakopbouw, mits deze een posi eve welstandsbeoordeling hee gehad.
GSEducationalVersion
Dakopbouw met plat dak, terugliggend (min. 1 m.)
Maatvoering • totale hoogte van een dakopbouw met een plat dak is maximaal 3,30 m. • de maximale goot- en nokhoogte van een dakopbouw met kap is respec evelijk maximaal 1,00 m. en 4,00 m. Vormgeving • de dakopbouw is afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw. • elementen in de dakopbouw zoals kozijnen zijn in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel geplaatst. Materiaal en kleur • de dakopbouw is in materiaal en kleur afgestemd op het hoofdgebouw. • toepassing van dichte panelen in naar openbaar gebied gerichte gevels wordt beperkt.
36
Max. 3,30 m
GSEducationalVersion
Dakopbouw met plat dak in verlengde voorgevel
4.5 Nokverhogingen
Hellingshoek dakvlakken gelijk
Max. 1m
Max 1/4 diepte woning
Een nokverhoging is een naar het achtererf gerichte verlenging van het voordakvlak, die in voldoende mate ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en hierop is afgestemd. Plaatsing en aantal • het is de eerste nokverhoging op het hoofdgebouw. • de nokverhoging wordt geplaatst op het dakvlak dat is gericht naar het achtererf. • het dakvlak gericht naar het voorerf- of openbaar gebied wordt doorgetrokken (en dus niet opge ld). • de nokverhoging is iden ek aan een eerder op hetzelfde bouwblok geplaatste nokverhoging, mits deze een posi eve welstandsbeoordeling hee gehad.
Materiaal en kleur • het materiaal- en kleurgebruik van de gevels, kozijnen en profielen van de nokverhoging zijn afgestemd op de gevels, kozijnen en profielen van het hoofdgebouw. • glas voert de boventoon in de (achter)gevel van de nokverhoging. Maatvoering nokverhoging
Maatvoering • de goothoogte van de nokverhoging is gelijk aan de nokhoogte van het hoofdgebouw of lager. • de hellingshoek van het voor- en achterdakvlak van de nokverhoging is gelijk aan de hellingshoek va het vooren achterdakvlak van het hoofdgebouw. • de (achter)gevel van de nokverhoging ligt minimaal ¼ van de diepte van de woning terug ten opzichte van de achtergevel van het hoofdgebouw. Vormgeving • de gevelindeling van de nokverhoging is afgestemd op de gevelindeling van het hoofdgebouw. • elementen in de nokverhoging zoals kozijnen zijn in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel geplaatst.
Welstandsnota Dordrecht
37
4.6 Erfafscheidingen
4.7 Installa es
Een erfafscheiding vormt de grens tussen onderlinge percelen of vormt de grens tussen openbaar gebied en het erf. In geval van naar openbaar gebied gerichte erfafscheidingen zijn de sneltoetscriteria van toepassing. De gemeente stree wil een rommelig straatbeeld door een grote verscheidenheid aan erfafschedingen voorkomen. Erfafschedingen moeten passen bij het karakter van de omgeving.
Installa es zoals airco-units, afvoerkanalen, li behuizingen en dergelijke staan vaak op het dak van een gebouw. Streven van de gemeente is om de impact van dergelijke installa es op het straatbeeld zo veel als mogelijk te beperken.
Maatvoering • de hoogte van een erfafscheiding voor en tot 1,0 meter achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 1,0 meter. • de hoogte van een erfafscheiding vanaf 1,0 meter achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2,0 meter. Vormgeving • de erfafscheiding is in aanzicht rechthoekig. • de vormgeving van de erfafscheiding is afgestemd op de erfafscheidingen van de belendende percelen. Materiaal en kleur • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend en passend in de omgeving. • bij voorkeur wordt een haag, begroeid metalen raster of metselwerk conform het hoofdgebouw toegepast.
38
Plaatsing en aantal • installa es worden bij voorkeur uit het zicht van de openbare ruimte geplaatst. Vormgeving • installa es worden zo compact en terughoudend als mogelijk vormgeven Materiaal en kleur • kleurstelling van de installa e is terughoudend en afgestemd op de omgeving.
4.8 Rolluiken
4.9 Objecten langs auto(snel)wegen
Voor woongebieden is het toepassen van rolhekken en rolluiken vergunningvrij. Voor winkelgebieden geldt dit niet. De gemeente stree er naar dat rolhekken of rolluiken de uitstraling van een winkelpand niet nega ef beinvloeden.
Afleiding kan een veilig gebruik in de weg staan. Tijdens de rijtaak wordt een weggebruiker geconfronteerd met visuele informa e, die deels wel en deels niet relevant is voor de rijtaak. In het laatste geval spreken we van ‘visuele afleiding’. Met dit kader kunnen Rijkswaterstaat (op basis van de Wbr) en andere vergunningverlenende overheden (met name op basis van de Wabo) voor objecten langs auto(snel)wegen beoordelen in hoeverre de verkeersveiligheid in het geding is Het rijk hee criteria opgesteld in verband met de verkeersveiligheid. Het betre voor Dordrecht de A16 en de N3.
Plaatsing en aantal • een volledig gesloten rolluik wordt op minimaal 2,0 meter afstand naar binnen geplaatst ten opzichte van de voorgevel(pui). • een rolluik kan aan de binnenzijde van de voorgevel(pui) worden geplaatst, mits het voor minimaal 70% bestaat uit glasheldere doorkijkopeningen. • een rolluik kan aan de buitengevel worden geplaatst, mits plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is en deze voor minimaal 90% bestaat uit glasheldere doorkijkopeningen; rolkasten en zijgeleidingen hebben minimale afme ngen en worden zorgvuldig in de gevel ingepast of weggewerkt in de detaillering.
Minimaal 2 meter achter pui geplaatst
De criteria zijn te vinden op de website: www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/ 2011/10/12/beoordeling-van-objecten-langsautowegen-en-autosnelwegen Geplaatst achter de pui en voor 70% glasheldere doorkijkopeningen
Materiaal en kleur • Het kleurgebruik is ingetogen of harmonieert met het interieur of met de gevel.
Geplaatst voor de pui en voor 90% glasheldere doorkijkopeningen
Welstandsnota Dordrecht
39
4.10 Reclame Reclame mag geen aantas ng zijn van de lee aarheid of de ruimtelijke kwaliteit. Reclame is niet in strijd met redelijk eisen van welstand als wordt voldaan aan onderstaande sneltoetscriteria. Voor monumenten en het beschermd stadsgezicht historische binnenstad gelden naast onderstaande reclamecriteria, ook aanvullende toetsingscriteria Bij het plaatsen van verlichte reclame is de ‘Richtlijn Lichthinder’ van de commissie lichthinder van de Nederlandse S ch ng Voor Verlich ngskunde (NSVV) van kracht. Algemeen • Reclame is ondergeschikt aan de omgeving of het gebouw waarop het is aangebracht. • Reclame op of aan een gebouw is bij voorkeur mee ontworpen, zodat het er qua kleur, materiaal en vormgeving bij past. • Reclame met of in de vorm van lichtconstruc es en/ of -effecten moeten de architectuur van het gebouw ondersteunen. Het gebouw mag als het ware niet de ondersteuningsconstruc e voor de lich nstalla e gaan vormen. • Op of aan een gebouw of op een par culier terrein mogen alleen reclamedragers worden geplaatst als het een directe func onele rela e hee met de handelsac viteit in het gebouw of op het par culiere terrein. Dit houdt in dat alleen de naam van het bedrijf en/of het daar geproduceerde en/of verkochte hoofdproduct mag worden getoond en bijvoorbeeld niet de naam van toeleveranciers of onderdelen van dat hoofdproduct.
• Losse reclamedragers zijn alleen toegestaan in 40
Welstandsnota Dordrecht
gebieden die als bedrijfsterrein zijn ingericht. Deze beperking geldt niet voor die reclameobjecten in het openbaar gebied welke het college van burgemeester en wethouders (of de gemeenteraad) hee aangewezen om in opdracht van de gemeente door derden te laten exploiteren. Deze objecten staan in de beleidsnota ‘Reclame in Dordrecht’, het zijn: (digitale) billboards, reclamemasten, abri’s, AO- of drievlaksborden, stadspla egronden, telefooncellen en rotondes. • Reclame mag door zijn kleur in combina e met te sterke, alternerende, bewegende of aan en uit knipperende verlich ng het woongenot van omwonenden niet onaanvaardbaar aantasten. • In omgevingen waar winkels, bedrijven en wonen gemengd voorkomen, geldt dat lichtreclames met verlich ng tenminste tussen 22:00 uur en 06:00 uur uitgeschakeld moeten zijn. Dit geldt ook voor lichtreclames of licht uitstralende schermen die binnen staan, maar duidelijk naar buiten zijn gericht. • Herhaling van een reclame-ui ng aan één gevel, bijvoorbeeld meer dan twee maal dezelfde tekst, is niet toegestaan.
• Overgangsbepaling: vanaf de vaststelling van deze richtlijnen voor reclame geldt, dat als de boodschap of de vorm van een reclame wijzigt, voldaan moet worden aan de in deze welstandsnota geformuleerde richtlijnen Plaatsing, aantal en maatvoering • Reclame is alleen toegestaan op gevels die zich richten naar het dichtstbijzijnde openbare gebied. • Reclamevoorzieningen die doorlopen over meerdere panden zijn niet toegestaan. • De maximale breedte voor reclameborden en lichtbakken dwars op de gevel is 0,80 meter.
• De totale oppervlakte van de reclame dient in verhouding te staan tot de schaal en maat van de gevel waarop de reclame is aangebracht. Hierbij moet worden gedacht aan de volgende maxima: - op winkelpanden maximaal 8% van het geveloppervlak, eventueel te verdelen over max. 3 reclames; - op kantoorpanden en bedrijfsgebouwen max. 5%, van het geveloppervlak, eventueel te verdelen over maximaal 2 reclames; - maximale afme ng van een reclamescherm aan een gevel is 7 bij 5 meter. • Reclame mag (voor zover die meer dan 0,15 meter uit de gevel steekt) niet lager worden aangebracht dan: - 4,50 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 0,50 meter langs een rijweg; - 2,20 meter boven een voetpad, voor zover dit geen deel uitmaakt van de hierboven genoemde strook langs een rijweg. • Reclame is niet toegestaan boven de onderdorpels van de ramen van de verdiepingen, voor zover achter die ramen woonruimte is gelegen. • Reclame op bedrijfsgebouwen mag in principe niet op het dak worden geplaatst. Voor reclame die is ontworpen als onderdeel van het gebouw en zorgvuldig is vormgegeven en van beperkte hoogte kan hiervan worden afgeweken. • In het geval dat er sprake is van een prak jk- of bedrijf aan huis zijn bescheiden reclame-ui ngen op woningen toegestaan.
Deze reclames dienen geen grotere oppervlakte te beslaan dan 1,0 m2 en kunnen bestaan uit een bord of losse le ers op eigen terrein of aan de woning. Verlichte of licht uitstralende reclames zijn hier niet toegestaan.
• Individuele reclames op gebouwen die meerdere bedrijven huisvesten zijn in principe niet toegestaan. Van bovenstaand principe kan worden afgeweken in het geval dat (liefst door de verhuurder/beheerder van het gebouw) op het gebouw een plaats wordt aangegeven waar individuele reclames geconcentreerd en in een onderlinge samenhang kunnen worden gepresenteerd. Maar groo e en aantal zullen al jd in rela e moeten zijn tot maat en schaal van de betreffende gevel. De totale oppervlakte van de verzamelde reclame mag niet meer dan 5% van het geveloppervlak bedragen. • Reclamevlaggen zijn onderdeel van de beleving van de hoeveelheid reclame van een bedrijf en trekken de aandacht. Vlaggen dienen derhalve beperkt te worden toegepast of in plaats van andere reclame op het gebouw. Reclame op Industriegebieden, bedrijventerreinen en bij winkelcentra • • Het hee de voorkeur dat in samenhangende commerciële gebieden, zoals een industrieterrein, bedrijfsterrein of winkelcentrum, de in het gebied gelegen individuele bedrijven samen reclame maken in plaats van dat ieder afzonderlijk een vrij in de ruimte staande reclame hee . Dit ter ondersteuning van de uitstraling van het gebied. • Individuele reclamevoorzieningen zijn alleen toegestaan op het eigen gebouw. • Bij individuele reclamevoorzieningen zijn digitale schermen niet toegestaan.
• De maximale hoogte van vrijstaande, gezamenlijke voorzieningen staat in het bestemmingsplan.
Criteria voor digitale schermen, zoals LED en LCD Ook voor LED- en LCD schermen zijn voorgaande sneltoetscriteria van toepassing. LED- en LCD schermen hebben een andere uitstraling en impact op hun omgeving dan gewone reclameborden en hebben daarom een aanvullend toetsingskader. Voor LED- en LCD schermen en andere digitale schermen (al dan niet met bewegende of alternerende beelden) geldt, ook als ze aan de binnenzijde achter een (etalage) raam zijn geplaatst, maar duidelijk op de openbare ruimte gericht: • Digitale schermen mogen alleen worden aangebracht op de begane grond van gebouwen langs de grotere wegen: A16; N3; Rondweg; Laan der Verenigde Na es, Handelskade; Merwedestraat (vanaf de brug naar Papendrecht), Baanhoekweg tot de Baanhoekbrug. • Digitale billboardschermen in het openbaar gebied mogen alleen worden aangebracht langs de wegen, zoals aangegeven in bijlage 4 (routekaart) bij de reclamenota ‘Ruimte voor reclame’ van 2019. • De minimale afstand tussen de digitale schermen dient 500 meter te zijn. • Het scherm dient func oneel bij een gebouw te behoren en niet los in de openbare ruimte te staan, tenzij vallend onder de defini es reclamemasten op Industriegebieden en bedrijfsterreinen. • De maximale hoogte voor digitale reclameschermen aan en gebouw is de eerste verdieping .
• De overgang tussen beelden dient te zijn afgestemd op dynamiek in de omgeving en de maat van het scherm. In het algemeen geldt: hoe groter het scherm, hoe rus ger en vloeiender de beeldovergangen dienen te zijn.
• Alleen digitale schermen met zelfregelende lichtui reding worden toegestaan, door middel van een ingebouwde daglichtsensor en ingeschakelde dimregeling. Daarbij geldt dat de lichtui reding in verhouding moet zijn met reclame-ui ngen in de directe omgeving en het daglichtniveau. • De schermen mogen geen lichthinder veroorzaken voor de omgeving en moeten voldoen aan de Richtlijnen Lichthinder van de Nederlandse S ch ng voor Verlich ngskunde (NSVV). • In omgevingen waar winkels, bedrijven en wonen gemengd voorkomen, geldt dat digitale schermen tussen 22.00 uur en 06.00 uur uitgeschakeld moeten zijn. • Voor digitale schermen met bewegende of alternerende beelden geldt dat: - Het scherm wordt aangebracht op de begane grond(laag) c.q. de onderzijde niet boven de 4,00 meter. - De maat van het scherm in verhouding staat tot de maat van de gevel en maximaal 5% daarvan beslaat. Gevels met veel oppervlak verdragen grotere digitale schermen dan kleinere gevels. De maat hee ook te maken met de stedenbouwkundige situa e: schermen gelegen aan grote openbare ruimtes kunnen meer oppervlak hebben dan schermen in smalle straten. - Er niet meer dan één digitaal display per gebouw wordt geplaatst. - Maximale schermafme ngen: 7,00 meter x 5,00 meter. • In de historische binnenstad en woonwijken zijn digitale schermen niet toegestaan als reclamedrager.
• Bij winkelcentra in de woonwijken kunnen digitale schermen alleen via een afwijkingsbevoegdheid op basis van de vigerende bestemmingsplannen.
Welstandsnota Dordrecht
41
4.11 Geluidschermen Een geluidsscherm is een aarden wal of grondlichaam; een uit één of meerdere materialen samengestelde wand (bijvoorbeeld beton, steen, staal, glas, hout) of een anders samengesteld bouwwerk (met bijvoorbeeld beplan ng) gericht op het beschermen van met name de achterliggende woonbebouwing tegen het geluid van auto’s, trein of industrie. De Welstands- en Monumentencommissie toetst geluidsschermen aan de basiscriteria en onderstaande aanvullende criteria. Algemeen Als het om een uitgestrekter traject gaat verdient het aanbeveling om direct op de context geïnspireerde beeldkwaliteitseisen te stellen. Het ontwerp van een (deel van een) geluidsscherm moet situa ef ontworpen worden. Er is immers een groot verschil tussen een inpassing in een dicht bebouwde wijk of binnen de ecologische hoofdstructuur van de stad. Het ontwerp van een geluidsscherm dient in te gaan op enerzijds de gewenste uniformiteit en con nuïteit van de lange lijn van spoor of weg en anderzijds in te spelen op de verschillen erlangs. Het eiland van Dordrecht is een herkenbare ruimtelijke eenheid, om deze reden dient te worden onderzocht of er een typisch “Dordts scherm” kan worden ontwikkeld. Te denken valt aan een specifieke vorm, gebruik van Dordtse kleuren en/of een herkenbaar onderdeel dat con nu terugkomt bij de verschillende delen van het scherm. 42
Specifiek • Een geluidsscherm hee 2 voorkanten met allebei een eigen gezicht afgestemd op de snelheid van de voorbijganger. • Waar het spoor de hoofdstructuur (wegen/water/groen e.d.) van de stad kruist, zichtlijnen raakt of belangrijke oriënta epunten passeert moeten de visuele rela es herkenbaar blijven en/of herkenbaar worden. • Bij het toepassen van geluidsschermen over grote lengtes is het wenselijk om enige geleding/ritme aan te brengen. Bij hogere schermen een ver cale geleding en over grotere lengte een horizontale geleding. Deze geleding kan worden afgestemd op de snelheid van bewegen langs het scherm (automobilist/treinreiziger en stadsbewoner). • Bij het ontwerp dienen elementen die bij het scherm horen zoals vluchtdeuren en elementen die daar noodzakelijkerwijs later aan worden toegevoegd zoals bebording, verlich ng, camera’s e.d. te worden mee ontworpen, zodat een geheel ontstaat. • Een (hoger) geluidsscherm is niet per defini e het antwoord. Vanuit het func oneren van de stad zijn alterna even voor geluidsschermen (door bijvoorbeeld maatregelen in aangrenzende gevels) mogelijk wenselijker. Dit zal vooraf moeten worden bestudeerd. • De inzet van kunst op cruciale punten in de stad kan een bijdrage leveren aan de inpassing en beleving van geluidsschermen en oriënta e in de stad. Het materiaalgebruik dient contextueel te zijn bepaald.
• Het kleurgebruik dient te leiden tot een rus g beeld, bescheiden ten opzichte van de omgeving. Geen felle, primaire kleuren. De Dordtse kleuren kunnen als inspira ebron dienen.
• Rekening houden met de aanslui ng op reeds bestaande schermen. • Speciale aandacht verdient de inpassing van geluidsschermen in de directe omgeving van sta ons. Sta ons zijn belangrijke knooppunten voor bezoekers. Reizigers moeten op een logische manier hun weg zien te vinden/vervolgen in en rondom de sta ons zonder daarbij gehinderd te worden door fysieke of visuele barrières. • Bij het maken van het scherm dient aandacht te zijn voor het toevoegen van ecologische kwaliteit door het gebruiken van natuurlijk groen. In het scherm zelf of in de berm(en). • De gemeente Dordrecht stree naar een duurzame samenleving en betere woon- en leefomstandigheden voor mens en dier. Om deze reden dient onderzocht te worden welke innova eve ontwikkelingen op gebied van o.a. duurzame energie geïntegreerd kunnen worden in de schermen.
Welstandsnota Dordrecht
43
44
Welstandsnota Dordrecht
Gebiedsgerichte criteria
5
Gebiedstypen Historische binnenstad Historische linten en kernen 19e-eeuws stedelijk weefsel Tuinwijken Wederopbouw - stempelwijken Wederopbouw - stratenwijken Randen van de 19e-eeuwse schil - west Woonerfwijken Wijken na 1990 Dijklinten Industriegebieden en bedrijventerreinen Landgoederen en buitenplaatsen Stedelijke groengebieden Buitengebied Ontwikkelgebieden Beschermd stadsgezicht
46
Welstandsnota Dordrecht
5.0 Inleiding Het welstandsbeleid is gebiedsgericht. De gemeente hee voor het Eiland van Dordrecht vij ien gebiedstypen beschreven. Een gebiedstype is herkenbaar door overeenkomsten in ontstaansgeschiedenis, func onele, stedenbouwkundige en architectonische kenmerken. Per gebiedstype zijn de basiscriteria uitgewerkt naar gebiedsgerichte welstandscriteria. De gebiedsgerichte criteria zijn gebaseerd op de stedenbouwkundige en architectonische karakteris ek van het betreffende gebied. De gebiedsgerichte criteria zijn een aanvulling op de basiscriteria waaraan het bouwwerk moet voldoen. Daarnaast geven de criteria aan welke gewaardeerde karakteris eken uit de omgeving in het ontwerp kunnen worden gebruikt. Indeling in gebiedstypen De gemeente hee op basis van overeenkomsten in ontstaansgeschiedenis, func onele, stedenbouwkundige en/of architectonische kenmerken vij ien gebiedstypen onderscheiden. Ingekleurd op de kaart van het Eiland van Dordrecht levert dit het beeld op van een mozaïek van wijken, buurten en polders. Per gebiedstype is een beoordelingskader opgesteld, waarin de volgende onderdelen aan de orde komen: • Een karakterisering van het gebiedstype, zowel stedenbouwkundig als architectonisch. • Een opsomming van de diverse wijken, buurten en ensembles, die onder het gebiedstype vallen. • Een gethema seerde opsomming van de gebiedsgerichte welstandscriteria.
• Foto’s ter ondersteuning van de tekst. De indeling in gebiedstypen komt meestal niet volledig
overeen met de wijkindeling. Met name de grote wijken op het eiland van Dordrecht zijn vaak opgebouwd uit meerdere gebiedstypen. In de bijlage Wijkbeschrijvingen worden de verschillende wijken beschreven aan de hand van een drieluik: • Achtergrond (de ontstaansgeschiedenis) • Beschrijving (huidige situa e) • Waardering, beleid en ontwikkeling. Afwijken van de gebiedscriteria Zowel het college als de Welstands- en Monumentencommissie hebben de mogelijkheid om, in uitzonderlijke gevallen, af te wijken van de gebiedsgerichte welstandscriteria. Deze afwijkingen zijn uitzonderingen en dienen schri elijk te worden gemo veerd. Het gaat bijvoorbeeld om een gebouw met een bijzondere publieke func e, dat niet voldoet aan de gebiedsgerichte criteria, maar een zodanige kwaliteit hee , ook naar het oordeel van de Welstandsen Monumentencommissie, dat de gemeente toch wil dat het wordt gebouwd. De Welstands- en Monumentencommissie toetst een gebouw, dat valt onder de uitzonderingsclausule, alleen op grond van de basiscriteria. Onder de uitzonderingsclausule vallen gebouwen met een bijzondere waarde, zoals een unieke verschijning, een bijzondere func e of bijzondere architectonische waarde. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt in deze gevallen uiteraard hoog.
De gemeente vindt het redelijk om hogere eisen te stellen aan de zeggingskracht en het architectonische kwaliteit van een gebouw, naarmate het zich sterker onderscheidt van de omgeving.
Historische binnenstad De gemeente Dordrecht hecht veel waarde aan de historie, de ruimtelijke karakteris ek en de beeldkwaliteit van de historische binnenstad. Dit blijkt onder meer uit het Stadsberaad (2013), waarin met een vertegenwoordiging van de inwoners is gesproken over de wijze van bouwen in de binnenstad. Het Stadsberaad hee geleid tot het opstellen van het Beeldkwaliteitplan Binnenstad, dat in maart 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het Beeldkwaliteitplan Binnenstad vormt het toetsingskader voor bouwwerken (grote veranderingen of nieuwbouw) in de binnenstad. De gemeente hee alleen, bij de vaststelling van deze welstandsnota, de basiscriteria in het Beeldkwaliteitplan Binnenstad vervangen door die in deze nota. De basiscriteria in deze nota zijn beter uitgewerkt. Ontwikkelgebieden. Ontwikkelgebieden zijn gebieden die ruimtelijk ingrijpend veranderen en waar veel nieuwbouw komt. De gemeente toetst bouwplannen voor ontwikkelgebieden aan de basiscriteria en aan het beeldkwaliteitplan, als dat door de gemeente is vastgesteld. Wanneer een ontwikkelgebied is voltooid, vervalt het beeldkwaliteitplan als toetsingskader. De gemeente maakt dan nieuwe gebiedsgerichte criteria of gebruikt de criteria van een bestaand gebiedstype.
Voor de ontwikkelgebieden Stadswerven, Leerpark, Gezondheidspark, Amstelwijck, Dordtse Kil IV en de Zeehaven zijn beeldkwaliteitplannen vastgesteld. Welstandsnota Dordrecht
47
De beeldkwaliteitplannen kunnen worden gedownload via de website: www.dordrecht.nl/welstandsnota Dynamiek In de toekomst ontstaan er in de stad en op het eiland nieuwe bouwbehoe en. Soms zal de beeldkwaliteit daarvan afwijken van de omgeving. Grote nieuwe bouwontwikkelingen leiden tot een nieuwe ruimtelijke context. De gemeente hecht er waarde aan dat de ini a efnemer voor deze gebieden een beeldkwaliteitplan maakt. Beeldkwaliteitplannen hebben als doel om een specifieke beeldkwaliteit te realiseren. De gemeente Dordrecht bevordert woningbouw door middel van (collec ef) par culier opdrachtgeverschap. De gemeente stelt per loca e een kavelpaspoort op, dat het toetsingskader is voor het bouwplan. Beeldkwaliteitplannen en kavelpaspoorten worden afgestemd met de Welstands- en Monumentencommissie. Na bestuurlijke vaststelling worden ze vervangen door eventueel de gebiedsgerichte criteria uit de welstandsnota. De basiscriteria blijven al jd van kracht. Voor Wielwijk en de Nieuwe Dordtse Biesbosch is een beeldkwaliteitplan van toepassing voor de herstructurering van onderdelen van het gebied. Waar niet wordt vernieuwd gelden de basis-, sneltoets- en gebiedsgerichte criteria als toetsingskader.
48
Welstandsnota Dordrecht
Weels W elst lssttaan nd dssn no otttaa D Do orrd dre recch ht ht
49 49
Het gebiedstype Historische Binnenstad (bruin) en het beschermd stadsgezicht (arcering)
50
5.1 Historische binnenstad Dordrecht hee een unieke binnenstad, met meer dan 1000 monumenten en één van de gaafste historische stadsgezichten met een bijna nog volledig in tact zijnde middeleeuwse structuur. De stad hee één van de meest geschilderde rivierfronten van Europa. Deze in acht eeuwen gevormde stad, onder prach ge, snel wisselende luchten, is vanwege zijn aantrekkelijke ligging aan rivieren, de roman sche binnenhavens en de prach ge koopmanshuizen hét voorbeeld van een Hollandse stad met een rijk verleden. De rela e van de (deels buitendijkse) ligging aan het water maakt de Dordtse binnenstad uniek ten opzichte van andere Nederlandse steden. Dordrecht koestert dat verleden, maar staat nieuwe ontwikkelingen niet in de weg.
5.1.1 Beeldkwaliteitplan Binnenstad Het huidige kwalita eve beeld van de Dordtse binnenstad, begrensd door de Spuihaven aan de zuid- en oostzijde, de Oude Maas aan de westzijde en de Beneden Merwede aan de noordzijde en de mogelijkheden voor ontwikkelingen komen samen in het Beeldkwaliteitplan Binnenstad (maart 2014) dat voor behoud en versterking ervan moet zorgen. Het document gee een beschrijving van de historische binnenstad, het stedelijk patroon, de bebouwing maar ook van de openbare ruimte. Het is feitelijk een waardebepaling waaraan richtlijnen worden gekoppeld voor behoud, aanpassing en vernieuwing. Het plan wil behalve inspira e ook objec eve maatstaven bieden voor toekoms g handelen in de historische binnenstad. Het Beeldkwaliteitplan beoogt inspira e, historische feiten en ontwikkelingen samen te brengen, opdat recht kan worden gedaan aan de liefde voor de stad die velen voor Dordrecht voelen.
Het beeldkwaliteitplan gaat niet over mooi en lelijk. Het gaat over het bewaren van het rijke historische beeld van de binnenstad van Dordrecht en het bij vernieuwing toevoegen van rijkdom aan dit beschermde stadsgezicht, waar nodig met gepaste bescheidenheid. Wie in de oudste stad van Holland aan de slag gaat, moet zich realiseren dat hij treedt in een langdurige en rijke tradi e van bouwheren, bouwmeesters en ambachtslieden. Het is een voorrecht om daar iets aan toe te mogen voegen. Aanpassingen moeten echter wel passen in hun omgeving of deze zelfs verbeteren. Passende nieuwbouw houdt rekening met de karakteris eken van de loca e: met de korrelgroo e, met de juiste verhoudingen, door vorm, formaat en detaillering. De inten e van de ingreep moet aanvulling en verrijking zijn van het kenmerkende van het gebied.
5.1.2 Toetsing Welstands- en Monumentencommissie Het welstandsniveau is voor de hele historische binnenstad intensief. Bouwplannen binnen het historisch centrum worden door de Welstands- en Monumentencommissie getoetst aan het Beeldkwaliteitplan Binnenstad. In het beeldkwaliteitplan zijn ook basiscriteria opgenomen. Deze vervangen echter die basiscriteria. Het beeldkwaliteitplan Binnenstad (2014) kan worden gedownload via de website: www.dordrecht.nl/welstandsnota In het Beeldkwaliteitplan Binnenstad wordt een aantal richtlijnen gegeven voor wijzigingen in het beeldbepalende dakenlandschap en voor het toepassen
Beeldkwaliteitsplan Binnenstad (2014)
van reclame-ui ngen in de historische binnenstad. Gezien het belang van het zorgvuldig omgaan met dit unieke dakenlandschap en vanuit het besef dat de historische binnenstad extra gevoelig is voor een wildgroei aan reclame-ui ngen, is er voor gekozen hier extra aandacht aan te besteden. De criteria hiervoor zijn te vinden in de hierop volgende paragrafen.
5.1.3 Dakenlandschap beschermd stadsgezicht
in
het
Beleid ter bescherming van het dakenlandschap Het historische dakenlandschap in de binnenstad van Dordrecht is beeldbepalend voor het beschermd stadsgezicht en verdient bescherming. Voor het voortbestaan van panden is het in gebruik zijn en blijven van groot belang. Leegstand leidt tot een versnelde achteruitgang van de bouwtechnische staat. Welstandsnota Dordrecht
51
Behoe e aan buitenruimte, het creëren van een bruikbare zolder en wensen ten aanzien van duurzaamheid, zoals het deels voorzien in de eigen energievoorziening, zijn reële gebruikerswensen. De gemeente komt daarom eigenaren en gebruikers hierin zoveel mogelijk tegemoet. Jaarlijks worden vele vergunningverzoeken tot wijziging van panden in de binnenstad behandeld. Om gewenste voorzieningen in het dakenlandschap eenduidig en transparant te kunnen toetsen zijn er criteria opgesteld. Niet elke ingreep is vooraf in te kaderen, de beschreven criteria zijn daarom kaders waarbinnen ingrepen moeten passen. Daarbij is het mogelijk om vanuit een oogpunt van monumentenzorg en/of welstand in een specifiek geval de kaders te nuanceren. Bij de toetsing wordt de ingreep in het dakenlandschap beoordeeld vanuit de omgeving en op de gevolgen voor het individuele pand, maar ook in rela e tot hoeveel en welke dakingrepen al hebben plaatsgevonden. Een eigenaar moet afwegen welke ingrepen hij het belangrijkste vindt voor zijn gebruiksgenot. De welstandstoets is erop gericht te beoordelen in hoeverre het dakvlak nog belee aar in tact blij . En let wel: een ingreep in een (historisch) dak is al jd maatwerk. Stedenbouwkundige betekenis dakenlandschap in de historische binnenstad De historische binnenstad kenmerkt zich door een grote diversiteit aan bebouwing, func es en architectuurs jlen.
De middeleeuwse hoofdstructuur is nog grotendeels herkenbaar. De radiale routes sluiten aan op verbindingen met de rest van de stad en 52
Welstandsnota Dordrecht
vormen de historische verbinding met het achterland. De structuur wordt ondersteund door historische bebouwing, die in de loop der eeuwen per individueel pand is voorzien van een nieuwe gevel of zelfs geheel is vernieuwd naar de mode van die jd. De belangrijkste verstoringen in de historische stedenbouwkundige structuur zijn het gevolg van het saneringsplan binnenstad van net na de Tweede Wereldoorlog. De kwaliteit van het historisch gegroeide harmonische beeld komt tot uitdrukking in het indrukwekkende dakenlandschap, zoals dat vooral vanaf de toren van de Grote Kerk volop te bewonderen is, maar ook in de skyline vanaf het water. Het dakenlandschap bestaat uit een schakering van in de meeste gevallen steil hellende kappen, vooral zadeldaken en schilddaken, maar ook mansardekappen, bedekt met (rode) gebakken pannen, soms leien, afgewisseld met een kleine hoeveelheid aan pla e daken. De kaprich ng is meestal loodrecht op de straat en volgt het beloop van die straat. De rela eve kleinschaligheid van de bebouwing in de binnenstad is af te lezen aan de kappen, die deel uitmaken van de architectuur van de panden. En het materiaalgebruik van rode gebakken pannen zorgt ervoor dat de binnenstad vanuit de lucht gezien een oranjerode kleur hee . Vele kappen zijn voorzien van (kleinschalige) dakkapellen, dakopbouwen en schoorstenen.
Latere toevoegingen in het dakenlandschap, zoals dakramen, dakinsnijdingen en dakterrassen weerspiegelen de wens van de laatste decennia tot een vergro ng van het gebruiksgenot en de behoe e aan buitenruimte. Criteria algemeen • Ingrepen in het historische dakenlandschap zijn
•
•
•
•
•
alleen mogelijk, indien dit gebeurt met respect voor de kwaliteiten van het historisch gegroeide beeld. Handhaven van monumentale (kap)structuren en de bouwhistorische waarde van de kapconstruc e zijn uitgangspunten bij wijzigingen. De ingreep moet een passende maat hebben ten opzichte van het dakvlak/de dakvlakken waarin deze wordt gedaan. Bij het maken van een voorziening dient vanuit de openbare ruimte een aantrekkelijk beeld te blijven bestaan dat zich naadloos voegt in het historisch gegroeide harmonische beeld. Wijziging van een kapconstruc e alleen ten behoeve van de beloopbaarheid van de zolder of vliering is in principe niet toegestaan. Vanwege de verschillen per pand en ligging kunnen in overleg met monumentenzorg en de Welstandsen Monumentencommissie uitzonderingen worden gemaakt.
Criteria specifiek De criteria geven richtlijnen waaraan de gevraagde ingreep wordt getoetst. De bestaande toestand, de bouwhistorische waarde van de kap en de invloed van de ingreep op het beeld vanuit de openbare ruimte zijn hierbij belangrijke aanvullende toetsingscriteria, waarbij openbare ruimte ruim geïnterpreteerd dient te worden. Voor een toetsing aan de bouwhistorische waarde is tenminste een bouwhistorische opname noodzakelijk. Afvoer, ontluchƟng, beluchƟng Een voorziening voor de afvoer van (rook)gassen of voor de aanvoer van verse buitenlucht hee een bescheiden omvang, wordt in het dakvlak opgenomen en steekt uit dat dakvlak. Van oorsprong zijn deze voorzieningen meestal in metselwerk uitgevoerd, tegenwoordig ook in kunststof of metaal.
Ruimtelijke inpassing • Een voorziening ten behoeve van rookgasafvoer, ven la e etc. moet als regel worden opgenomen in bestaande schoorstenen. • De voorkeur gaat uit naar plaatsing in het achter- of zijdakvlak als die zijde niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. • De voorziening moet een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak en nimmer ten koste gaan van de karakteris ek van de kapvorm en nooit domineren in het silhouet van het dak. • Voorzieningen voor verschillende func es dienen, voor zover technisch mogelijk en we elijk toegestaan, te worden gecombineerd in één allesomva ende voorziening. • De voorziening moet tussen de spanten en gordingen worden aangebracht. • De voorziening mag niet boven vlieringniveau worden aangebracht. • De voorziening is gelijkvormig aan eerder geplaatste gelijksoor ge voorzieningen op het betreffende dakvlak. Verschijningsvorm • Indien opnemen in bestaande schoorstenen onmogelijk is, moeten voor deze voorzieningen nieuwe toevoegingen worden gemaakt die passen bij het karakter van het gebouw. Tot slot wordt ook waarde gehecht aan het bewaren van historische afvoeren of voorzieningen hiervoor, zoals gemetselde schoorstenen die soms zelfs expliciet onderdeel uitmaken van de architectuur. Dakkapel Een dakkapel is een klein uitspringend venster dat het dakvlak onderbreekt, waarbij de hoofdvorm van het
dakvlak grotendeels behouden blij en waarbij de dakbedekking bij voorkeur rondom aanwezig is, bedoeld om de lich oetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Ruimtelijke inpassing • De voorkeur gaat uit naar plaatsing van een dakkapel op het achter- of zijdakvlak als die zijde niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. • Na realisa e van de dakkapel moet de noklijn van het dak waarin de dakkapel is aangebracht, a ankelijk van het straatprofiel, vanaf de weg zichtbaar blijven. • De dakkapel moet tussen de spanten en liefst ook tussen de gordingen worden aangebracht. • De dakkapel mag niet boven vlieringniveau worden aangebracht. • Bij meerdere dakkapellen dient er een tussenruimte van minimaal 50 cm te zijn. • Tussen de nok en de bovenrand van de dakkapel moet minimaal een afstand van 70 cm. worden aangehouden, a ankelijk van de groo e van het dakvlak. • De dakkapel is in principe gelijkvormig en van gelijke hoogte als eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak. • De dakkapel moet een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak en nimmer ten koste gaan van de karakteris ek van de kapvorm en nooit domineren in het silhouet van het dak. • Het totaal van de aanwezige en gewenste voorzieningen mag, a ankelijk van de groo e van het dakvlak, maximaal 1/3 van de lengterich ng van het dakvlak beslaan.
• De dakkapel dient, gerekend ter hoogte van de bovenrand van de dakkapel, een kwart van de lengterich ng van het dakvlak uit de dakranden te
•
blijven. Bij meerdere voorzieningen in hetzelfde dakvlak dient een regelma ge rangschikking op horizontale lijn te worden toegepast, dus niet boven elkaar gerangschikt.
Verschijningsvorm • De dakvorm van de dakkapel is plat of afgeleid van het dak van een oorspronkelijke dakkapel. • De indeling van kozijnen refereert aan die van de gevelramen en kozijnen van het hoofdgebouw. • Bij meer dakkapellen op het dakvlak van één bouwblok (rijenwoningen) aan de voorzijde is er sprake van eenzelfde maatvoering en detaillering voor alle dakranden van de dakkapellen. • Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten. • Materiaal- en kleurgebruik van de gevels en kozijnen zijn in harmonie met de gevels en kozijnen van het hoofdgebouw. • Materiaal- en kleurgebruik van de kap bij een aangekapte dakkapel is gelijk aan de kap van het hoofdgebouw. • De voorkant van de dakkapel bestaat uit kozijnen gevuld met doorzich g glas. • Zijwanden van de dakkapel worden uitgevoerd in een passende kleur en materiaal. Uitzonderingen • In geval van een zadel- of lessenaardak met hellingshoek kleiner dan 30° is een dakkapel ongewenst, omdat het dakvlak en het silhouet te sterk worden aangetast. • Een voor- en/of achterschild van een schilddak kan te beperkte afme ngen hebben om een dakkapel te plaatsen. • In geval van een zadeldak met wolfseind is de vaak Welstandsnota Dordrecht
53
•
beperkte maat van het wolfseind ongeschikt voor de toevoeging van een dakkapel en het tast het silhouet van het dak te veel aan. In geval van een mansardedak is een dakkapel alleen toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Hierbij is onderscheid te maken tussen een schuin afgedekte dakkapel en een dakkapel met plat dak. In geval van een schuin afgedekte dakkapel moet de bovenaanslui ng met het dakvlak op de knik van het dakvlak plaatsvinden.
Dakopbouwen Een dakopbouw is een uitbouw in de kap van doorgaans forse afme ngen ten opzichte van de afme ngen van de kap zelf, bedoeld om het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. De monumentale opzet van een bouwwerk kan hierdoor erns g worden aangetast en is dan ook niet mogelijk. Dakopbouwen zijn in overleg met monumentenzorg en de Welstands- en Monumentencommissie wel mogelijk op een plat dak, door het toevoegen van een tot maximaal volwaardige bouwlaag. Dakterras Een dakterras is een buitenruimte op een plat dak, dan wel een voorziening aan, op of in een hellend dak, om te voorzien in een beloopbare buitenruimte van enige afme ng ten behoeve van de in het pand opgenomen woning(en). Ruimtelijke inpassing • Een dakterras moet een ondergeschikte toevoeging zijn aan en eveneens een ondergeschikte aantas ng zijn van een dakvlak en nimmer ten koste gaan van de karakteris ek van de kapvorm en nooit domineren in het beeld van het dak. • De voorkeur gaat uit naar situering van een dakterras 54
Welstandsnota Dordrecht
•
•
•
aan de achter- of zijkant van een pand, als die zijde niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Indien het dakterras aan, op of in een hellend vlak wordt geplaatst moet het tussen de spanten worden aangebracht. Situering in een zone tot 2 meter achter de voorgevel is niet toegestaan, om het dakterras vanuit de openbare ruimte zo min mogelijk zichtbaar te maken. De begrenzing van het dakterras op een plat dak dient ten minste zo ver van de gevels terug te liggen als de we elijk vereiste doorvalbeveiliging hoog is.
• •
•
•
de groo e van het dakvlak. Bij meerdere dakvensters dient er een tussenruimte van minimaal 50 cm te zijn. Het dakvenster moet een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak en nimmer ten koste gaan van de karakteris ek van de kapvorm en nooit domineren in beeld van het dak. Het totaal van de aanwezige en gewenste voorzieningen mag, a ankelijk van de groo e van het dakvlak, maximaal 1/3 van de lengterich ng van het dakvlak beslaan. Het dakvenster dient een kwart van de lengterich ng van het dakvlak uit de dakranden te blijven. Oppervlakte maximaal 1,30 m2 per dakvenster. Bij meerdere dakvensters bij voorkeur één, maximaal twee verschillende modellen toepassen. Bij meerdere voorzieningen in hetzelfde dakvlak een regelma ge rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt.
Verschijningsvorm • Het dakterras hee doorgaans een rechthoekige vorm in harmonie met de pla egrond van het pand. • De begrenzing wordt gevormd door een kwalita ef hoogwaardige doorvalbeveiliging of afrastering in een neutrale kleur en materiaal.
• •
Dakvenster Een dakvenster is een in het dakvlak opgenomen en niet of nauwelijks uit het dakvlak uitstekende voorziening, bedoeld om de lich oetreding te verbeteren, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blij en doorgaans dakbedekking rondom aanwezig is.
Verschijningsvorm • Het dakvenster hee een rechthoekige ver kaal gerichte vorm. • Bij meer dakvensters op het dakvlak van één bouwblok (rijenwoningen) is er sprake van één model, maximaal twee. • Eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden kozijn en profielen. • Onopvallend en niet contrasterend kleurgebruik. • Gebruik van natuurlijke materialen.
Ruimtelijke inpassing • De voorkeur gaat uit naar plaatsing van het dakvenster op het achter- of zijdakvlak als die zijde niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. • Het dakvenster moet tussen de spanten en gordingen worden aangebracht. • Het dakvenster mag niet boven vlieringniveau worden aangebracht. • Tussen de nok en de bovenrand van het dakvenster dient minimaal een pan te resteren, a ankelijk van