2020.12.08 Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 8 DECEMBER 2020 Voorzitter: mevr. Jager Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gündogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartog (PVV) Dhr. Jansen (PvdA) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie-SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Portier (SP) Dhr. Soy (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie-SGP) Dhr. Timmer (GroenLinks) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder R. van der Linden 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Kan die? Ja? Goedenavond, dames en heren, van harte welkom bij deze commissievergadering van de commissie Fysiek. Onze portefeuillehouders vanavond zijn mijnheer Van der Linden en mijnheer Burggraaf. Voor het verslag van vanavond vraag ik de griffier om eerst even alle namen te noemen van de mensen die in deze vergadering aanwezig zijn. Gaat uw gang. De heer Den Boer: Dank u wel, voorzitter.
De aanwezigen op dit moment: de heer Kuhlmann van de VVD, de heer Timmer van GroenLinks, de heer Loekemeijer van D66, de heer Hartog van de PVV, de heer Chapel van het CDA, de heer Van der Meer van GroenLinks, de heer Kleinpaste - Gewoon Dordt, de heer Gündogdu – Beter Voor Dordt, mevrouw Klein-Hendriks – ChristenUnie-SGP, mevrouw Jager is uw voorzitter vanavond. De heer Jansen - Partij van de Arbeid, de heer Struijk – ChristenUnie-SGP, wethouder Van der Linden, de heer Stolk van de VSP, de heer Noldus van de VVD, de heer Portier van de SP, wethouder Sleeking en als laatste wederom de heer Oostenrijk van het CDA.
1
De voorzitter: Dank u wel. Dan moeten we de agenda vaststellen. Kan de commissie instemmen met de voorliggende agenda? Zo niet, dan zie ik dat graag op de chat, als iemand dat niet kan. Mijnheer Kleinpaste heeft een opmerking over de agenda. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad toch even een opmerking over de agenda, want bij het punt ‘Vaststellen verordening parkeerbelasting’ staat wel dat het mede op ons verzoek geagendeerd is. Dat klopt, alleen wilden wij het heel graag naar Bestuur en Middelen hebben. Ik verzet me hier dan maar uiteindelijk niet tegen, maar ik had in de hele mailwisseling bij de totstandkoming van deze agenda – en ik wil dat toch opmerken – niet het gevoel dat de commissie over haar eigen agenda ging. Dus ik vind het jammer zoals het gelopen is. De voorzitter: Waarvan akte, het is genoteerd. Verder nog iemand opmerkingen over de agenda? Nee? Dan stellen we hem toch zo vast. Er zijn vooraf geen mededelingen aangemeld. Is er nog iemand vanuit de commissie of het college die hier een mededeling wil doen? Ik zie dat mijnheer Gündogdu ook aanwezig is nu, als ik het goed heb. Ik zie verder geen opmerkingen of mededelingen. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 24 november 2020 De voorzitter: Dan gaan we verder naar het vaststellen van de besluitenlijst. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend.
Kan de commissie instemmen met de besluitenlijst zoals die voorligt? Geen berichten, dus dan gaan we ervan uit dat de besluitenlijst, dat iedereen daar zo mee instemt. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Vragen aan het college, dat is het volgende agendapunt, 3. Iemand van Beter Voor Dordt heeft vragen aangemeld over de kap van bomen voor het project De Valk op het Leerpark. Portefeuillehouder is mijnheer Heijkoop. Eén moment. Ik heb even nagevraagd hoe het zit, omdat wethouder Heijkoop hier natuurlijk niet is. Maar mijnheer Van der Linden antwoordt voor wethouder Heijkoop. Ik zou zeggen: wie van Beter Voor Dordt? Ik denk mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mag ik die het woord geven? Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Excuses voor het beeld, want ik zit te pielen met mijn telefoon. Ik heb helaas een probleem met mijn pc, vandaar dat ik nu mijn telefoon gebruik. Maar in ieder geval, de vraag. Wij hebben vorige week tijdens de commissie Grote Projecten enkele vragen gesteld over de bomen waar nu het project 2F wordt gerealiseerd, het project ook De Valk. Wij hebben geen reactie van de heer Heijkoop kunnen krijgen, vandaar dat we dat nu ook in deze commissie stellen. Bij het project De Valk zijn nu inmiddels bomen gekapt. Daar balen wij enorm van, want er is al relatief weinig groen in die omgeving.
We waren vooral benieuwd even of de gemeente deze bomen nu heeft
2
gekapt of dat Heijmans dat heeft gedaan, want net als velen, denk ik, van u vinden we dat ook echt zorgvuldig moet omgegaan worden met de bomenkap. Want immers ook, het project De Valk adverteert met wonen in een parkachtige omgeving, maar ja, waar blijft straks al dat groen? Dus dit is even een vraag die we aan het college willen voorleggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gündogdu. Ik zou dan graag even het woord geven aan wethouder Van der Linden hierover. Wethouder Van der Linden: Ja, goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Wethouder Van der Linden: Dank u wel. Ja, het klopt, er zijn zeven bomen verwijderd als ik het goed begrepen heb. Als de nieuwe woningen zijn gerealiseerd zullen er nieuwe bomen worden geplant, namelijk zeven grotere bomen en zes wat kleinere, dus er komen er meer voor terug. Tijdens de bouw is dat niet zo goed mogelijk vanwege werkzaamheden. Er is ook nagedacht over het tijdelijk verplaatsen van deze bomen. Vanuit kostenoverwegingen is daar niet voor gekozen en voor een deel ook omdat deze bomen heel moeilijk solitair uit elkaar te halen waren, omdat ze dicht op elkaar stonden. Tot zover, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende vraag. Dat is de vraag van de VVD, mijnheer Kuhlmann heeft vragen aangemeld over het invoeren van een daltarief in de gemeentelijke parkeergarages.
Mijnheer Kuhlmann, verwoordt uw vraag. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. De Dordtse VVD wil graag dat mensen verantwoord inkopen kunnen doen in de Dordtse binnenstad. Vanwege de coronaepidemie is het van groot belang om de drukte te vermijden door het bezoek in de daluren aantrekkelijker te maken en via bemiddeling van de brancheorganisatie in retail heeft de Dordtse VVD gevraagd of Q-Park, de beheerder van de Drievriendenhof-garage, een daltarief wil invoeren. Dat willen ze doen, als het technisch mogelijk is dan geldt over een paar dagen dat als iedereen die die parkeergarage inrijdt tussen 10:00 uur ‘s morgens en 12:00 uur ’s middags, maximaal 3 uur parkeren, een lager daltarief betaalt. Een vraag aan het college is dan of het college bereid is om dit goede voorbeeld vanuit de markt te volgen en ook in de gemeentelijke parkeergarages binnen enkele dagen een laag daltarief voor die daluren in te voeren. Het lijkt me een goed plan, het heeft de steun van de binnenstadondernemers verenigend in de POBD. Dus mijn vraag is: ik hoop dat de wethouder hiermee aan de slag wil gaan. De voorzitter: Er voordat de wethouder gaat antwoorden is er een interruptie van mijnheer Jansen. Gaat uw gang, mijnheer Jansen. Mijnheer Jansen, u bent in beeld, maar we horen u niet. De heer Jansen: Nou gaat het beter, als het goed is, denk ik. De voorzitter: Ja.
3
De heer Jansen: Even uitklappen. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het motief van de heer Kuhlmann onderschrijven wij. Dat is natuurlijk logisch. Het is een goed motief, het spreiden van de bezoekersaantallen naar rustigere tijden. Is de heer Kuhlmann het met mij eens dat je eenzelfde effect kunnen bereiken door het in de spitstijden iets duurder te maken om te parkeren? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Als ik daarop mag reageren. De voorzitter: Jazeker. De heer Kuhlmann: Dat zou een denkrichting kunnen zijn. Wat alleen een heel ongelukkig effect daarvan zou zijn is dat het dan vervolgens op straat goedkoper is parkeren dan in de parkeergarages. Nou weet ik dat de parkeerdruk in de Dordtse binnenstad, in het centrum, erg hoog is. Dus dat zou ik de bewoners van de binnenstad niet aan willen doen. Dit lijkt me een beter voorbeeld en ik zou denken: als een commerciële uitbater van een parkeergarage die uiteindelijk als doel heeft om gewoon geld te verdienen aan parkeren dit kan doen, waarom zou de gemeente dan niet kunnen volgen? Maar laten we horen hoe de wethouder reageert. De voorzitter: Nou, dat wou ik nou zeggen. De wethouder, uw reactie graag. De heer Van der Linden: Dank u wel. Inderdaad, wij hebben in de afgelopen tijd natuurlijk ook een aantal weken een daltarief ingevoerd bij een deel van de garages.
Dat was ten tijde van de eerste golf, zoals u misschien nog weet. Ik hoor dit voor nu en dat vind ik een interessant initiatief. Er zitten natuurlijk altijd twee kanten aan, want aan de ene kant wil je eigenlijk geen te drukke binnenstad, aan de andere kant is het natuurlijk wel fijn als er geboodschapt wordt, als er boodschappen worden gedaan, dat dat zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd. Een beetje tweezijdig. We hebben wel de gewoonte om, als dan een verzoek komt, om dat via het platform te doen en ook via de portefeuillehouder. Dus mij zijn daar geen signalen van bekend, maar we zullen even laten nagaan hoe dit zit. De voorzitter: Dank u wel. Goed, dan gaan we door naar de volgende vraag. Mijnheer Loekemeijer van D66 heeft vragen aangemeld over de optie van geluidsschermen langs de N3 die energie opwekken. Mijnheer Loekemeijer, we horen het graag. De heer Loekemeijer: Goedendag, voorzitter. Ja, ik had een vraag, bijvoorbeeld onder andere Heijmans kwam daar net ook al even voorbij, die is daar al vrij ver in, in de ontwikkeling van geluidsschermen die stroom opwekken, omdat we daar zonnepanelen in plaatsen. Bij Uden is zo’n scherm gerealiseerd, wat al 50-60 huishoudens van stroom voorziet.
Gezien de eerdere discussies ook over de ruimte die schaars is en hoe gaan we die vullen met het opwekken van energie, leek mij dit een mooi alternatief om energie op te wekken, zonder dat dat maar een vierkante millimeter extra terrein kost. Ik vroeg me af of het college daar naar die mogelijkheid heeft gekeken en eventueel mee heeft
4
genomen bij het opknappen van de N3, om daar geluidsschermen neer te gaan zetten wat ook meteen energie opwekt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar de wethouder voor een antwoord hierop. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Dit is inderdaad een idee dat al eerder is besproken, ook met Rijkswaterstaat. Het hangt ook altijd een klein beetje af van de hellingshoek en van de richting waarin zo’n scherm staat, of dat een optie is. Maar wij zien daar wel mogelijkheden voor. Wij willen ook graag een zo groen mogelijke uitstraling van deze geluidsschermen. Dus binnenkort zal de aanbesteding starten en er is meegegeven, ik heb de wettelijke tekst niet hierbij me, maar het is wel meegegeven om met slimme oplossingen te komen. Daar hoort ook bij ook dat ze energie kunnen opwekken. Daarnaast zouden we graag een groene uitstraling willen zien, dus het is even kijken hoe de reacties zijn binnenkort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we nog vragen van mijnheer Soy van Beter Voor Dordt over Rijksmiddelen om wegen veiliger te maken. Gaat uw gang, mijnheer Soy, of mijnheer Gündogdu, wie van de twee? De heer Gündogdu: Dat zal ik zijn, voorzitter. De heer Soy is vanavond helaas verhinderd. De voorzitter: Oké. De heer Gündogdu: Voorzitter, een vraag aan het college.
We hebben recent begrepen dat er behoorlijk wat middelen richting de diverse gemeenten komen voor wegenonderhoud. Helaas hebben wij in het Dordtse behoorlijk wat wegen die slecht onderhouden zijn. Dat gaat om ruim honderd miljoen euro aan toekomstige investeringen die er gedaan moeten worden. Dus wij waren benieuwd in hoeverre wij gebruik kunnen maken van die Rijksmiddelen. Dus dat is mijn eerste vraag. Mag ik daarachter gelijk een tweede vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Nou, vooruit, voor deze keer. De heer Gündogdu: Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Niet te lang, hè? De heer Gündogdu: Nee, nee, ik hou hem kort. De voorzitter: Oké. De heer Gündogdu: Voorzitter, we hebben vernomen dat vanwege de coronacrisis de bereikbaarheid van onze bedrijventerreinen flink wordt versoberd en wij zijn benieuwd: hoe garandeert het college dat medewerkers werkgevers op de bedrijventerreinen nog voldoende kunnen bereiken? Met name ook de vraag: in hoeverre het college bij deze besluitvorming is betrokken geweest en voordat er überhaupt akkoord is gegeven
5
richting Qbuzz van deze versobering er contact of afstemming is geweest? We zijn benieuwd naar de reactie van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En we zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. Gaat uw gang. Wethouder Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Twee vragen. De eerste ging over Rijksmiddelen en die hebben te maken met beheer en onderhoud, maar dan vooral met verkeersveiligheid. Bij zulke middelen is het altijd zaak dat je ook cofinanciering regelt. Deze regeling is een aantal maanden geleden, of eigenlijk al bijna tien, elf maanden geleden aangekondigd. Het heeft heel lang geduurd dat die beschikbaar kwam, maar die tijd hebben we goed gebruikt door goed te kijken naar: waar zitten onze eigen knelpunten op dit gebied waar we al niet middelen voor hebben gereserveerd? Kunnen we middelen vrijspelen om een zo hoog mogelijke bijdrage van het Rijk binnen te halen? Dat is gelukt, we hebben in totaal drieënhalve ton op projecten waar we zelf ook geld naast hebben gelegd, dus dat is een mooi resultaat. De tweede vraag, die hoor ik nu net voor het eerst. Er is inderdaad een aanpassing in de dienstregeling van Qbuzz, in heel de regio en ook voor een deel in onze stad. Dat heeft te maken natuurlijk met reizigersaantallen en een aantal andere factoren, als gevolg van de coronacrisis. Wij zijn betrokken geweest bij de voorbereiding daarvan.
We zien ook wel dat dit een noodzakelijke maatregel kan zijn om wel de bedrijfsvoering overeind te houden en ook te garanderen dat toch plekken bereikbaar blijven. In hoeverre vooraf overleg is geweest kan ik u niet zeggen, maar daar wil ik wel even naar laten kijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu: Dank je wel. 4. Vaststellen Verordening parkeerbelastingen Dordrecht en Parkeerverordening Dordrecht De voorzitter: Dan waren dit de vragen en dan gaan wij over naar agendapunt 4, het vaststellen van de verordening parkeerbelastingen Dordrecht en de parkeerverordening Dordrecht. Belastingen en de verordening. Voor dat we dat gaan doen wil ik u even iets meegeven. Ik neem aan dat u allen de verslaglegging en de stemresultaten van de gemeenteraadsvergadering aangaande dit onderwerp teruggelezen heeft en u allen dus weer helemaal fris weet hoe en wat we allemaal al besproken hebben en hoe de stemmingen verliepen. Ik verzoek u dan ook om niet in herhaling te vallen uit eerdere commissievergaderingen en gemeenteraad en wilt u alstublieft de chatbalk alleen gebruiken om te communiceren met de voorzitter, de griffier of de technicus? Niet om onderlinge discussies te starten of een oordeel te geven ergens over. Vraag dan gewoon het woord. Reden voor mijn verzoek is de snelheid waarmee het verzoek om het woord bij andersoortig gebruik uit beeld verdwijnt.
Als men onderlinge discussies start dan is die vraag van ‘voorzitter, mag ik het woord?’ al boven uit de vergaderchat verdwenen eer dat er iets mee gedaan kan worden. Dan wil ik verder nog even kwijt dat interrupties niet bedoeld zijn om je eigen spreektijd uit te breiden. Wel om vragen te stellen aan de woordvoerder of uw opinie te toetsen aan die van de woordvoerder, maar dus niet om je
6
eigen spreektijd of je eigen standpunt nog een keer te vertellen. Ga daarbij niet uitweiden, maar hou het alsjeblieft kort en bondig, want de spreektijd per fractie op dit onderwerp is maar 2 minuten. In de gemeenteraad hebben we er zo lang over gedaan dat we er 30 bladzijden verslag over hadden en dat wou ik deze keer proberen te voorkomen, want dan zitten we er om 01:00 uur nog en dan hebben we het laatste onderwerp nog niet eens gedaan. Daar zit een presentatie bij, dus die wou ik toch wel op tijd laten beginnen. Ik zou zeggen: de vragen bij de politieke vragen bij dit onderwerp waren gesteld door de VVD en een vraag van GroenLinks. De vraag van de VVD was: is het wenselijk dat de tarieven voor een tweede parkeervergunning en POET – daar heb ik naar moeten zoeken – Parkeer Op Eigen Terrein-vergunning in strijd met de wens van de meerderheid van de raad, aangenomen amendement op 28 mei 2019, extra verhoogd worden met indexatie? Dat was de vraag van de VVD. De vraag van GroenLinks is: sporen de wijze waarop dit aan de raad wordt voorgelegd en/of de stappen die vooruitlopend op het raadsbesluit zijn gezet wel met de rol en de verantwoordelijkheden van de raad? Ik zou eerst het woord willen geven aan mijnheer Kuhlmann van de VVD en vervolgens aan mijnheer Van der Meer van GroenLinks. Daarna gaan we met de andere fracties in beraad hierover.
Nou ja, met zijn allen natuurlijk, maar daarnaast zijn de anderen aan de beurt. Eerst mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD vindt dat onze medeDordtenaren zelf het beste weten welk vervoermiddel ze willen kiezen. Soms kies je ervoor om te lopen, soms pak je de trein, soms is je auto het handigst en op andere momenten is het misschien lekker om een stukje te fietsen. Voor de Dordtse VVD is de auto een volwaardige keuze en beslist geen melkkoe om de gemeentefinanciën te spekken. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat wij met belangstelling naar de voorgestelde nieuwe parkeertarieven kijken en daar is in onze ogen wel wat vreemds mee aan de hand. Amper anderhalf jaar geleden wist de Dordtse VVD namelijk met steun van Beter Voor Dordt, D66, PVV en de VSP te voorkomen dat een plan werd ingevoerd van het college waar het tarief voor de tweede parkeervergunning en een POET-parkeervergunning – een vergunning voor Parkeren Op Eigen Terrein – in één klap werd verhoogd naar € 180 per halfjaar. Die meerderheid heeft zich toen duidelijk uitgesproken. Geen verhogingen in één keer, maar duidelijk voorspelbare stappen. In het eerste jaar werd het tarief verhoogd naar € 120,90, in het jaar daarna – dus 2021 – € 140 per halfjaar, in het jaar daarna – 2022 – € 160 per halfjaar en in het jaar daarna vanaf dat moment € 180 per halfjaar.
Ik zou zeggen: duidelijker kan de raad zich niet uitspreken. Handig voor onze stadsgenoten met zo’n vergunning, dat ze weten waar ze aan toe zijn en natuurlijk ook handig voor de wethouder, die precies op de cent nauwkeurig weet wat de wens van de raad is. Het ergert me dan ook dat de wethouder zich hier weinig van lijkt te hebben aangetrokken en er doodleuk in plaats van € 140, € 142,25 van maakt. Ik denk: dan zijn we ook met z’n allen een lekker betrouwbare overheid op die manier voor alle stadsgenoten met zo’n vergunning. Die mensen hadden helemaal niet gerekend op die opslag van de wethouder. Dan vind ik het nog stuitender eigenlijk, het bericht dat namens de wethouder is gestuurd, dat die opslag zonder akkoord van de raad al in rekening is gebracht bij deze mensen met die vergunningen. Om het dan nog erger te maken wordt er schaamteloos bij vermeld namens de
7
wethouder: “Het verschil terugbetalen aan de vergunningshouders is een intensieve, kostbare operatie.” Ik snap eigenlijk eerlijk gezegd niet waarom de wethouder het hier op aan heeft laten komen door zo ontzettend laat dit voorstel naar de raad sturen. De wethouder wist namelijk volgens mij ook al maanden geleden dat na 31 december 2020 het jaar 2021 start. Het voorstel zelf lijkt me nou ook weer niet zo heel ingewikkeld om op te stellen. Laat ik dan ook glashelder zijn … De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann … De heer Kuhlmann: Ja? De voorzitter: Ik was net even te laat na uw laatste zin, u begon net weer aan de volgende, maar er is een interruptie van mijnheer Kleinpaste. Gaat uw gang, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik geef dat inderdaad aan door mijn camera aan te zetten, want mijn chat doet het niet. De voorzitter: Ja, ik heb het gezien. De heer Kleinpaste: Ik wou de heer Kuhlmann van de VVD vragen of de VVD haar weerstand tegen indexatie nou ook op alle andere terreinen gaat toepassen, want indexatie is op zich natuurlijk een logisch instrument. Dus ik begrijp de ergernis van de heer Kuhlmann op dat punt niet helemaal. De heer Kuhlmann: Het gaat hier sowieso al om een flinke verhoging. Daar hebben we met zijn allen lang over gesproken en uiteindelijk hebben we gezegd: ja, het wordt steeds flink verhoogd.
Ten opzichte van vorig jaar wordt het nu met bijna € 20 verhoogd. Dan lijkt me dat al voldoende verhoging om er dan nog een schep bovenop te doen. Volgens mij hebben we het zo niet met elkaar afgesproken. Dat is wat ik erover te zeggen. Als u het goed vindt, voorzitter, ga ik verder met mijn woordvoering. De voorzitter: Nou nee, dat vind ik niet goed. Nee, we willen graag de vraag van GroenLinks er gelijk achteraan hebben, zodat iedereen gewoon in de woordvoering op allebei kan reageren. Dan bent u weer als eerste aan de beurt, maar we willen eerst de vraag van GroenLinks even horen. Met uw welnemen. De heer Kuhlmann: Nou ja, ik heb nog een heel klein stukje. Als ik straks weer opnieuw mijn woordvoering mag … De voorzitter: Nou, ja … De heer Kuhlmann: … verder mag. De voorzitter: Ja …
8
De heer Kuhlmann: Ik begrijp u, kunt u het even toelichten, de vergaderorde? Want ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat ik nu aan de beurt was voor mijn woordvoering en daarna anderen. De voorzitter: We hebben het net nog even overlegd. Het is handiger als we voordat iedereen zijn mening gaat geven, dat we alle twee de vragen nog even gehoord hebben, dus … De heer Kuhlmann: Ah, oké. De voorzitter: Maar als u zegt … De heer Kuhlmann: Dan heb ik dat verkeerd begrepen. De voorzitter: … ik ben er met anderhalve regel uit, dan mag het ook, hoor. Dan slaan we u straks gewoon over. De heer Kuhlmann: Nou nee, dan heb ik hierbij de vraag, denk ik, goed toegelicht. De voorzitter: Oké, prima. Daar ging het om: om toelichting op de vraag. Dan zou ik nu aan mijnheer Van der Meer willen vragen om zijn vraag even toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Hoewel de heer Kuhlmann daar ook al het één en ander over gezegd heeft: er ligt nu een raadsvoorstel waarin tarieven voor onder meer de vergunningen worden voorgelegd. Dat moest met voorrang behandeld worden, omdat invoering op een later moment, bijvoorbeeld per 1 februari, tot terugbetaling zou nodigen en dat zou tot extra kosten leiden. Dat is een gevolg van het feit dat het college al uitvoering heeft gegeven aan het voorstel voordat de raad daarover heeft besloten.
Dat is natuurlijk, in mijn ogen, formeel niet correct. Maar er is meer aan de hand. Door deze handelswijze kan de raad nu niet meer, zonder onnodige extra kosten, tot andere tarieven besluiten. Vraag aan de wethouder is hoe hij deze gang van zaken wil verantwoorden en de vraag aan de andere fracties is uiteraard hoe zij deze gang van zaken beoordelen. Ik zal mijn reactie op de vraag van de heer Kuhlmann straks geven. De voorzitter: Dat lijkt me helemaal prima. Dan gaan we nu gewoon maar beginnen met het feit dat iedereen even zijn mening mag geven. Beginnen we weer bij mijnheer Kuhlmann. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik zal natuurlijk niet herhalen wat ik zojuist gezegd heb. Ik wil nog even samenvatten hoe de VVD kijkt naar deze gang van zaken. Het is de gemeenteraad die de tarieven bepaalt en als de wethouder denkt dat hij alvast een hoger tarief in rekening moet brengen dan is dat voor zijn risico. Het is aan de wethouder om met een oplossing te komen voor de – in mijn ogen – door hemzelf gecreëerde problemen. Voor mijn part gaat hij de komende weekenden bij alle 800 gedupeerde vergunninghouders langs om daar in een envelopje die € 2,25 in de bus te doen. We kennen de adressen, het is een beperkt gebied, alleen het betaal-parkeren-
9
gebied en ik weet ook nog eens dat de wethouder een liefhebber van fietsen is in onze mooie stad. Samengevat wil de Dordtse VVD dat het gewone tarief van € 140 in rekening wordt gebracht – waar de raad zich voor heeft uitgesproken – en willen we dat de wethouder ervoor zorgt dat het verschil wordt terugbetaald aan de gedupeerde vergunninghouders. Tot slot nog een opmerking over de parkeergarages. De parkeerdruk in de straten van onze binnenstad is gigantisch hoog. De Dordtse VVD wil daarom dat er zoveel mogelijk bezoekers van de binnenstad worden verleid om hun auto te parkeren in één van de parkeergarages in plaats van op straat. Zo blijft er meer ruimte over voor de bewoners van de binnenstad. We willen dat het prijsverschil voor bezoekers groter wordt tussen parkeren op straat en de garages en zijn daarom eigenlijk niet zo blij met de verhoging van het tarief van de gemeentelijke parkeergarages. De wethouder heeft – ik zei er net al iets over – ruim de tijd genomen met zijn voorstel voor deze nieuwe parkeertarieven. Ik snap dan eigenlijk ook niet waarom hij die tijd niet heeft gebruikt om juist met een goed voorstel te komen om dat prijsverschil tussen de garages en straat te vergroten.
Voor nu laat ik het hierbij, maar ik zeg alvast dat de wethouder bij de aankomende bespreking van de EPV van de Dordtse VVD een stevig gesprek kan verwachten over verlaging van de tarieven in de parkeergarages. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. Hier zat ook uw reactie op de vraag van GroenLinks in verweven, of? De heer Kuhlmann: Ja, zeker, zeker. Ik denk dat dat, duidelijker zou ik hem nu niet kunnen geven. De voorzitter: Prima, uitstekend. Mijnheer Kleinpaste wil iets zeggen graag. Gaat uw gang. Niet? De heer Kleinpaste: Ik ben mij niet bewust dat ik … De voorzitter: O, oké. Uw dingetje ging knipperen. De heer Kleinpaste: O, excuus. De voorzitter: Nee, dat geeft niet, hoor. Even kijken. Dan hebben we nu, even zien, mijnheer Van der Meer van GroenLinks. U kunt ook reageren op het verhaal van mijnheer Kuhlmann, onder andere nu. De heer Van der Meer: Ik hoor allemaal vreemde geluiden, ik weet niet waar die vandaan komen, maar goed. De politieke vraag die de heer Kuhlmann gesteld heeft, daar kan ik eigenlijk kort over zijn. In het coalitieakkoord, waar vaak terug naar verwezen wordt, staat dat de parkeertarieven geïndexeerd worden. Wat ons betreft ligt dat inderdaad voor de hand, de heer Kleinpaste wees daar ook al op.
Sterker nog, uit het oogpunt van sturende werking van de parkeertarieven op het mobiliteitsgedrag – dat voor ons ook heel belangrijk is – hebben wij eerder al gepleit voor een snellere verhoging van het tarief voor de tweede parkeervergunning. Van daaruit hebben wij ook
10
geen enkel probleem met de indexering van dat bedrag. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Mijnheer Stolk, dank u wel voor de hulp en de opmerking, maar het was reeds, we hadden het opgemerkt. Het is al verholpen nu. Even zien, hoor. Dan is aan de beurt wat mij betreft D66. Wie is de vertegenwoordiger van D66 vandaag? Kan ik dat zien? Dat is mijnheer Loekemeijer, gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Goedenavond. In principe zijn wij het eens met wat al eerder gezegd is door de VVD. Wij zijn, tenminste op het punt van dat wij wel benieuwd zijn waar deze indexering nou vandaan komt en hoe dat nou precies zit als je een tarief verhoogt, want daar gaat ook nog een indexering op moeten. Waar komt dat vandaan en wat wordt er dan geïndexeerd? Daar zijn wij wel benieuwd naar. Verder zijn wij het ook eens met de opmerking van de VVD over het verschil tussen de parkeergarages en parkeren op straat en dat wij dat het liefst zo groot mogelijk zien. Wat ons betreft zouden we liever dan verhogen op straat in plaats van verlagen in de garages. Maar dat zijn de twee punten waar wij graag wat zouden willen horen van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Loekemeijer. Dan gaan wij nu over naar het CDA, mijnheer Oostenrijk, denk ik. Het blijft heel stil. De heer Oostenrijk: Daar komt hij, voorzitter.
De voorzitter: Oké, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik kan kort zijn. De CDA-fractie die kan instemmen met de strekking van het raadsvoorstel. We kunnen ons vinden in de nu voorgestelde stapsgewijze verhoging van de parkeerbelasting voor een tweede bewonersvergunning. Ook kunnen we instemmen met het voorgestelde scenario als het gaat om het aanpassen van de tarieven in 2021 voor kort parkeren. Wij zien dat in lijn met hetgeen wat daarover al in het coalitieakkoord staat beschreven en wij vinden die geringe verhogingen – want we hebben het over zeer geringe verhogingen – acceptabel. Daarnaast – en dat vinden wij helemaal prettig – wij zijn erg verheugd dat de regeling voor het mantelzorg-parkeren nu in de verordening wordt opgenomen. Een langgekoesterde wens van het CDA. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. Dan gaan we door naar de ChristenUnieSGP. Mijnheer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. Mijnheer Kuhlmann: Als u het goed vindt. Ik had nog een vraag aan de heer Oostenrijk van het CDA.
11
De voorzitter: Gaat uw gang. Mijnheer Kuhlmann: Ik hoorde hem zeggen dat het om een zeer geringe verhoging gaat. Het gaat om € 20 per jaar die nu omhooggaat. Of nee, € 20 per half jaar, € 40 per jaar. Ik weet niet, vindt hij dat werkelijk een geringe verhoging? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, vindt u het een geringe verhoging? Uw microfoon staat niet aan. De heer Oostenrijk: Nu wel, ja. De voorzitter: Ja, nu wel. De heer Oostenrijk: In het licht van wat er allemaal al eerder is gediscussieerd over dit thema vinden we dat redelijk. We vinden het aan de andere kant populistisch om, zoals de heer Kuhlmann heeft gesuggereerd, om de wethouder met € 2 bij al die bewoners langs te sturen. Dat is natuurlijk ook, het is grappig, hoor. Maar het was natuurlijk van de gekken, € 2 aan noodmaatregelen toepassen, dan hebben we het inderdaad over een gering effect op die eerder afgesproken bedragen. Dus wij vinden dit acceptabel. De voorzitter: Dat is helder. Mijnheer Kuhlmann, uw antwoord. Mijnheer Kuhlmann: Ja, daar moeten we het dan maar even mee … De voorzitter: Ja? Mijnheer Kuhlmann: … doen. Wij denken daar verschillend over. De voorzitter: Ja, maar u moet het er voor nu inderdaad heel even meedoen. Even zien, hoor. Dan gaan we door naar de ChristenUnie-SGP. Ik denk mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dat klopt, voorzitter. Dank u wel. Ik kan ook relatief kort zijn.
Als ik gewoon kijk ook naar het amendement van destijds, wat onder andere, wat in elk geval door de Dordtse VVD is opgesteld, dan wordt daar een half jaar een andere verhoging, een stapsgewijze verhoging voorgesteld en zou dat op € 140 per half jaar komen. Het is duidelijk dat dat amendement is opgesteld tegen het prijspeil van mei/juli 2019. De fractie ChristenUnie-SGP sluit zich dan ook aan bij datgene wat vorige sprekers al hebben aangegeven, zoals door GroenLinks is aangegeven. We sluiten ook aan bij de suggestie van D66 om niet zozeer de parkeertarieven garages te verlagen, maar het parkeren op straat misschien eerder te verhogen. En sluit ook aan bij de opmerking van het CDA, dat het blij is dat de mantelzorgregeling is opgenomen in de parkeerverordeningen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klein-Hendriks. Begrijp ik het nu goed, mijnheer Gündogdu, dat ik in het rijtje gewoon de Beter Voor Dordt helemaal vergeten was? De heer Gündogdu: Ja.
12
De voorzitter: Klopt dat? De heer Gündogdu: Ja, dat klopt. De voorzitter: Wat een schandaal. Nou, ik zou zeggen: gaat uw gang. Ja, ik heb een heel mooi lijstje voor mijn neus en daar ben ik naadloos van GroenLinks naar D66 gegaan. De heer Gündogdu: U bent met de VVD begonnen, vandaar denk ik. De voorzitter: Dat zal het zijn. Gaat uw gang, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ook wij gaan het kort houden, wij als mede-indiener van het amendement van enige tijd geleden. Wat was nou de geest van het amendement? Dat was: wij willen een stapsgewijze verhoging van de tweede vergunning en niet in één keer een enorm bedrag, want dat willen we onze inwoners niet aandoen. Nu, met dit raadsvoorstel zien we dat dat inderdaad ook zo geschiedt in het voorstel. Zij het zo dat er een prijsindexatie vervolgens erbij komt van 1,59%. Zoals we dat ook eerder met elkaar hebben bediscussieerd op diverse portefeuilles zijn wij van mening dat die prijsindexatie, hoe gering of groot dat ook is, dat dat immers hoort bij dit voorstel. Dus wat dat betreft vinden wij dat geen halszaak vanuit Beter Voor Dordt. Een ander punt die we ook willen meegeven aan de portefeuillehouder, we hebben in het verleden vaak gesproken over per seconde parkeren in de parkeergarages en zijn dus benieuwd in hoeverre wij daar binnenkort ook een concreet voorstel van kunnen en mogen ontvangen.
Hier wilde ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wat is iedereen lekker kort en bondig vandaag, ik mag dat wel. Dan gaan we nu over naar de vertegenwoordiger van de PVV op het moment. Dat is, even zien, hoor … Mijnheer … Achternamen. De heer Hartog: Ja voorzitter, ik kan het heel kort houden, want wij als PVV … De voorzitter: Mijnheer Timmer, hè? De heer Hartog: Nee, Hartog. De voorzitter: Mijnheer Hartog, gaat uw gang. De heer Hartog: Wij sluiten ons aan bij de woordvoering van de VVD, dus wij houden het heel erg kort. De voorzitter: O, dat is fijn. Dank u wel. Dat is zeker kort. De volgende op mijn lijstje is de VSP. Mijnheer Stolk. Toch? De heer Stolk: Ja, goedenavond. Ik hou het ook kort. Wij houden ons ook bij het standpunt wat de VVD heeft verteld. Dus bij deze.
13
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat mijnheer Oostenrijk nog iets wil zeggen en daarna mijnheer Kleinpaste. Maar mijnheer Oostenrijk was eerst. De heer Oostenrijk: Voorzitter, mijn reactie die was bedoeld als vraag aan de heer Gündogdu, maar u zag even mijn vraag niet. De heer Gündogdu, wordt die vraag nu na het toepassen van de 1 minuut-tarifering in parkeergarages. Hij zal zich herinneren dat de CDA-fractie daarover verschillende keren al over heeft gevraagd, met vervolgens de mededeling van de wethouder: dat gaan we toch echt niet doen. Dus ik ben erg benieuwd of nu in één keer de wind anders waait. De voorzitter: Waait de wind anders, mijnheer Gündogdu? De heer Gündogdu: Zeker niet, voorzitter. Leuk dat mijnheer Oostenrijk daar ook even op aanstipt. Volgens mij hebben we dat diverse keren geroepen bij monde van mijn collega Soy, hebben we dus juist, als je dus bewoners of parkeerders wil verleiden om te parkeren in parkeergarages, dat dit bij uitstek een heel mooi instrument zou kunnen zijn om dat in te voeren. Wij hebben daar diverse keren met elkaar van gedachten gewisseld en ook op het bordje van het college neergelegd. Wij gaan ervan uit dat dat op enig moment tot een voorstel leidt. Dus de wind is niet anders gaan waaien. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter.
Ik was gewoon even nieuwsgierig naar de opvattingen van de VSP, want in mei 2019, toen het amendement tegen de extreme prijsverhoging parkeervergunningen voorlag van de VVD toen stond hij nog haaks op de VVD, want hij stemde tegen. Dus wat heeft de VSP doen besluiten om het nu helemaal met de VVD eens te zijn? De voorzitter: Nou, dan zullen we hopen dat mijnheer Stolk daar licht over kan laten schijnen. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik hoop het ook. In ieder geval, wat wij ondersteunen ten aanzien van de VSP of van de VVD is dat het bedrag wat we per half jaar moeten verhogen, dat dat ook op de manier gaat zoals we het afgesproken hebben en dat we niet de indexering erbovenop doen. Ik denk dat je dat pas over 2, 3 jaar moet doen, als die fasering is gestand gehouden. Het andere dat ben ik even kwijt, wat de doelstelling daarvan is, van de vraag. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: De doelstelling van de vraag was: wat heeft de VSP van mening doen veranderen? Want als u in mei 2019 gewoon had ingestemd, dan hadden we deze discussie vandaag überhaupt niet gehad, want dan hadden we op dit soort dingen al een meerderheid gehad destijds. Een aanvullend amendement was er nodig om toch hier te komen waar we nu zijn.
14
De heer Stolk: Ja, ik begrijp het. Ik kan daar niet nu in die zin op antwoorden, omdat het mij niet helemaal helder is. Maar als dat zo is dan, dit is op het ogenblik de mening van ons en het is geen verdraaiing van toen niet en toen wel. Maar in ieder geval, we staan dus eigenlijk achter het standpunt wat er nu verkondigd is. Ik hoop dat dat voldoende is. Anders kan ik het niet verklaren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stolk. Mijnheer Kuhlmann, u wilde nog een interruptie plegen. De heer Kuhlmann: Ja, tenminste, het is niet mijn gewoonte om tweedegraads interrupties te doen, maar in dit geval dat het misschien dan helpt om iets van helderheid te krijgen. Er is misschien enige spraakverwarring. Er was destijds al ter sprake van drie verschillende, of meer dan drie zelfs, maar drie in dit verband relevante amendementen. De eerste die heeft het niet gehaald, die ging inderdaad over die POETvergunningen, om te zeggen: laten we die helemaal niet verhogen. Dus ook niet in stapjes. Daar was geen meerderheid voor. De heer Kleinpaste heeft inderdaad gelijk dat als de, op één stem verschil, dat als de VSP toen voor had gestemd dan hadden al die mensen met die POET-vergunning überhaupt geen verhoging gehad. Maar goed, dat is inmiddels een gepasseerd station.
De VSP heeft later, toen er werd gestemd over een amendement om het dan in plaats van in één klap in stapjes te verhogen heeft de VSP daar toen voor gestemd, net als de andere partijen die ik net eerder noemde in mijn woordvoering. Dus op die manier zie ik wel consistentie in de stem van de VSP. Maar het was natuurlijk jammer, als de VSP anders had gestemd in de eerste instantie, was er überhaupt geen verhoging geweest voor die POET-vergunningen. Maar goed, dat daar even over. De voorzitter: Dat geldt natuurlijk ook voor andere partijen, mijnheer Kuhlmann. Als er maar één meer … De heer Kuhlmann: Ja, hoor. Nee … De voorzitter: Als die voorgestemd hadden was het ook niet gebeurd. De heer Kuhlmann: Absoluut, absoluut. Maar goed, bij de GroenLinks, daar verwacht je een andere houding hiervan, dat is niet zo gek. Vandaar dat … Maar goed, genoeg hierover. Dank u wel. De voorzitter: Oké, prima. Even kijken, hoor. Mijnheer Kuhlmann hebben we gehad. Dan gaan we nu naar de SP, naar mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik zal het ook kort houden. Het bevreemdt mij in ieder geval dat er na bonussen gecommuniceerd wordt tarieven doorgegeven worden, terwijl de raad zich nog niet heeft uitgesproken. Dat mag volgend jaar in ieder geval niet meer gebeuren.
Voor de rest, als ik ga kijken naar wat er is vastgesteld over die verhogingen in stapjes, dan worden daar een aantal tarieven genoemd en daar wordt niet gezegd: prijspeil dit en het wordt nog geïndexeerd. Dus wat dat betreft kan ik meevoelen met wat de heer Kuhlmann zegt. Tenslotte denk ik dat – nog twee laatste opmerkingen – ik
15
denk dat we een keer naar de hele tarievenstructuur moeten kijken, want het is wel heel erg gedetailleerd en verschillende tariefjes, verschillende tarievengebieden, iedere postzegel heeft weer een ander tarief. Daarnaast vind ik inderdaad, parkeren op straat is gewoon ontzettend goedkoop in Dordrecht en als we willen bevorderen dat mensen niet rondjes gaan rijden in de stad, op zoek naar een plekje op de straat, maar gewoon regelrecht in de parkeergarage gaan dan kunnen we beter het op straat wat duurder maken. Daar wou ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, u had nog een vraag aan mijnheer Portier? De heer Portier: Ja, ik wilde mijnheer Portier vragen of die het dan wel met mij eens is dat als we die tariefstructuur gaan bespreken, dat we dat dan gewoon overlaten aan Bestuur en Middelen? De heer Portier: Ja, mij maakt het eerlijk gezegd niet zo heel veel uit, maar logischer lijkt mij inderdaad om het in Bestuur en Middelen te bespreken. De voorzitter: Het wordt genoteerd. U laat het hierbij, mijnheer Portier? Dit was het? De heer Portier: Ik laat het hierbij. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Gaan we nu naar de Partij van de Arbeid. Ik denk mijnheer Jansen. Klopt dat? De heer Jansen: Correct. De voorzitter: Oké, gaat uw gang. De heer Jansen: Correct, mevrouw de voorzitter. We kunnen het kort houden. Ook wij maken ons zorgen over de volgorde.
De raad heeft zich er niet over uitgesproken en toch alvast doorgevoerd. Ook dat zien wij in de toekomst graag anders. Ik vond het fijn om ook van de VVD te horen dat ze graag het verschil tussen op straat en de parkeergarage wat willen vergroten, dus ik zou zeggen: het tarief op straat wat omhoog, zoals D66 ook al voorstelde. Ja, daar kunnen we ons wel bij aansluiten. Voor de rest wachten we graag de beantwoording van de wethouder af op de vragen van de heer Van der Meer van GroenLinks. De voorzitter: Dank u wel. Dit was hem? De heer Jansen: Dit was hem. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de laatste, dat is Gewoon Dordt. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik heb er al eerder over gemopperd, ik zag geen infrastructurele of fysieke vragen bij deze twee vragen staan. Maar kort en bondig: we waren net zo verbaasd als GroenLinks over de volgorde der dingen. We maken er geen halszaak van en de wethouder hoeft zeker niet op de fiets langs al die huishoudens
16
om € 2 te gaan brengen. De indexering, het staat gewoon niet helemaal goed in dat amendement wat destijds is aangenomen. Er staan wel tarieven in, er staat niet in dat we het wel of niet zouden gaan indexeren. 2 jaar niet indexeren lijkt mij dan ook weer iets waar we, zou ik niet doen. Dus ik kan me wel voorstellen dat er wel geïndexeerd is, ook omdat het in het college-akkoord staat. Wij waren destijds al helemaal niet zo voor heel grote veranderingen in deze hele systematiek, dus zoals het nu is gegaan: het verdient wellicht niet de schoonheidsprijs. Ik wou nog één pleidooi – even in antwoord op de mensen die roepen: maak het parkeren op straat maar duurder – toch willen geven. In deze tijd, van een pandemie, van een tobbende binnenstad zou ik er niet voor pleiten om parkeren op straatniveau duurder te maken. Ik zou daar echt mee wachten, om de straat en de stad zo aantrekkelijk mogelijk te houden. Want die binnenstad heeft het al zwaar genoeg. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat iedereen dat laatste kan beamen zonder daar verder welke consequentie dan ook aan te verbinden. Dank u wel. Dan heeft iedereen zijn zegje kunnen doen en dan mag nu de wethouder dat doen. Pardon. Eén momentje. Momentje nog, mijnheer Van der Linden. Er zijn op het laatste moment nog twee interrupties. Mijnheer Van der Meer en mijnheer Oostenrijk. Eerst mijnheer Van der Meer, gaat uw gang.
De heer Van der Meer: De heer Kleinpaste maakte een opmerking over de tarieven voor parkeren op straat in relatie tot corona. Op zichzelf kan ik me daar wel iets bij voorstellen. De heer Kuhlmann heeft net ook iets gezegd over eerder in de vragen die hij aan het college stelde over het zorgen voor meer spreiding en dat soort dingen in coronatijd. Maar het gaat hier natuurlijk om het principe en het lijkt mij dat het idee van parkeren op straat verhogen, is mijn vraag aan de heer Kleinpaste, of hij dat in zijn algemeenheid niet een goed idee vindt, even los van de coronasituatie? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, op alle andere momenten wel een goed idee of niet? De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik neem aan dat de heer Van der Meer mij inderdaad wil vragen of ik het wel een goed idee vind in algemene zin. In algemene zin vind ik dat we de prijzen van de openbare ruimte, een goed idee is om dat ook dan met een tariefstijging te doen, want je neemt met je auto een stuk van die publieke ruimte in en het kan bijdragen aan gedragsbeïnvloeding. Daar had ook die andere opmerking – ‘in pandemietijd’ – van mij mee te maken, want als je het nu zou doen dan wordt de verleiding weer groter voor huishoudens om het gewoon thuis te laten bezorgen, dan hoef je zelf geen parkeergeld te betalen immers. Dat is slecht voor de binnenstad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer: Helder.
De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, u had ook nog een opmerking. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dat is een reactie op hetgeen wat de heer Kleinpaste en eigenlijk ook de heer Portier heeft gezegd over het overhevelen van dit onderwerp naar
17
Bestuur en Middelen. Ik ben het daar hartgrondig oneens mee, omdat als je het tarievenverhaal naar Bestuur en Middelen overhevelt dan hevel je in feite ook het hele parkeerbeleid over naar Bestuur en Middelen. Je kan dat niet scheiden, het hele parkeerbeleid is een fysiek ding en afgeleid daarvan hangen daar tarieven aan vast. Maar er is een samenhang tussen de ruimtelijke voorziening die je wilt treffen en de gevolgen daarvoor in financiële zin. Dus je kan dat niet scheiden, dat nog even als reactie op de beide heren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Portier wil daar nog graag op reageren. Gaat uw gang. De heer Portier: Voorzitter, ik vind de argumenten van de heer Oostenrijk overtuigend, dus ik ben om. De voorzitter: Nou, dat is prettig om te horen. Gaat uw gang. Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste, dit was hem? De heer Kleinpaste: Ja. De voorzitter: Neem ik aan? Ja? Prima. De heer Kleinpaste: Maar ik wil even reageren op de heer Oostenrijk, daartoe voel ik mij uitgenodigd. Iedere indeling die je maakt in deze drie commissie-structuur is arbitrair, maar het gaat hier om gemeentefinanciën. Daarbij vond ik het principieel juist om dat bij Bestuur en Middelen te doen, dat heb ik ook al eerder in de mailwisseling over de agendering aangegeven. Ik sta nog steeds achter. De voorzitter: Nou, dat mag. Want je mag ook in deze commissie van mening verschillen. Zo eenvoudig is dat.
Maar we gaan niet nog een keer heen en weer, hè? Mijnheer Oostenrijk, laatste keer. De heer Oostenrijk: Laatste opmerking, voorzitter. Als je het zo benaderd als het gaat over het inzetten van gemeentelijke middelen dan betekent het dat we onze commissie kunnen opdoeken, want wij hebben het continu over gemeentelijke middelen. Dus dat leidt tot een hele nieuwe bezinning over onze structuur in onze commissies. De heer Kleinpaste: Dat zou mij een lief ding waard zijn. De voorzitter: Nu sluiten we dit af en nu ga ik dus toch echt naar de reactie van de wethouder, met excuses dat u alsnog toch even moest wachten. Gaat uw gang, mijnheer Van der Linden. Wethouder Van der Linden: Dank u wel. Nou, ik vind het wel een interessant gesprek, hoor, waar deze discussie nou thuishoort. Dus ik heb met belangstelling zitten luisteren, dank u wel. Dank voor de reacties en duidelijkheid ook over waar u naartoe wil. Allereerst, inderdaad, het is waar: deze keer lag de verordening vrij laat bij u en dat is niet de bedoeling. Ik heb het even nagezocht: vorig jaar lag die er twee weken eerder en dat is eigenlijk veel handiger, want dan kun je behandelen en de mensen informeren
18
iets na elkaar doen. Dus we zullen er wel voor zorgen dat het volgend jaar niet weer gebeurt. Mocht u overigens van mening zijn dat de tarieven toch anders moeten, dan ga je natuurlijk gewoon terugbetalen, dat is duidelijk, op één of andere wijze. Dat is wel een operatie, maar dat is dan onze schuld, zeg maar even. Dan even een paar opmerkingen over indexeren. De heer Loekemeijer vroeg: waarom indexeren we eigenlijk? Dat is in feite door een aantal van u al wel aangegeven: we indexeren bijna alle kosten die we maken. Dat gaat ook om riool, het gaat ook om afvalstoffen, het gaat eigenlijk om alle gemeentelijke dienstverlening waar kosten voor in rekening worden gebracht indexeren we. Voor parkeren doen we dat soms in stapjes, omdat wij bijvoorbeeld parkeertarieven in de garages niet met één of twee cent willen verhogen. Maar daar hebben we op zich een methodiek voor die we al jaren zo toepassen en we proberen een beheerste kostenontwikkeling door te maken met elkaar.
Dan is er een vraag gesteld, een paar vragen eigenlijk over: er zou toch ook nog iets gebeuren met wel of niet met prijsverschil, garage-parkeren, straat-parkeren? Hoe zit het met betalen per minuut en hoe zit het eigenlijk met überhaupt de prijsontwikkeling? Het klopt dat we daar, in ieder geval over de tariefdifferentiatie, zijn we over aan het nadenken en binnenkort – en ik zou zeggen eerste kwartaal, maar eerder begin januari dan eind maart – wil ik een raadsinformatiebrief uw kant op sturen met onze overwegingen ten aanzien van tariefdifferentiatie. Daar horen een paar dingen bij. We zien natuurlijk dat het betaald-parkeren-gebied wat groter is geworden, dat er ook meer gebieden zijn waar het zou kunnen gaan plaatsvinden op enig moment. Dat rechtvaardigt een gesprek over tariefdifferentiatie. Maar hebben ook gezegd: we willen eigenlijk straatparkeren/garage-parkeren, het verschil iets groter maken. Daar kun je verschillend naar kijken, dus we zijn aan het kijken wat voor redelijke tariefverschillen dat dan op zou kunnen leveren. Een andere vraag die vorig jaar en het jaar daarvoor een paar keer gesteld is en kort bediscussieerd is bij de behandeling van de EPV-mening ging over betalen per minuut. Daar horen technische aanpassingen bij, die kunnen we nu maken.
Daar hoort ook wel een opvatting bij over wat voor tarieven dat moet opleveren, want het levert ook een omzetverschil op, dus daar wil ik ook binnenkort, ook waarschijnlijk het eerste kwartaal, met een stuk uw kant op komen. Even kijken, ik denk dat ik dan de concrete vragen heb beantwoord. Dank voor de opmerkingen nog die zijn gemaakt over mantelzorg en een aantal anderen dingen die zijn verwerkt. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann, u heeft iets te zeggen. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, ik heb een vraag aan de wethouder. Ik hoor hem zeggen dat indexeren heel normaal is eigenlijk, alles wordt geïndexeerd. Dat dat dan dus ook geldt voor de parkeertarieven. Dan vind ik het eigenlijk vreemd dat aan de ene kant het tarief voor de eerste parkeervergunning, dat is dit jaar in 2020 € 60 per halfjaar en dat blijft ook € 60 per halfjaar. Dat vind ik een hele verstandige, goede beslissing van de wethouder. Maar dan wordt daar niet geïndexeerd en voor die tweede parkeervergunning, waar we nou heel expliciet met elkaar de stappen al hebben afgesproken, wordt het daar wel geïndexeerd. Althans, daar wil hij wel nog die extra prijsverhoging doorvoeren. Dus dat vind ik dan eigenlijk een hele onlogische keuze. Waarom laten we het niet gewoon bij voor die tweede parkeervergunning en die POET-
19
vergunning ook bij het bedrag wat we hebben afgesproken? Wat al natuurlijk een flinke verhoging is, laten we dat niet vergeten. De voorzitter: Dat is de vraag: waarom laten we het daar niet bij? Prima. Wethouder, mijnheer Van der Linden, wat is daarop uw antwoord? Wethouder Van der Linden: We laten het daar niet bij vanwege wat we net hebben gezegd, hebben geconstateerd. De indexering vindt op bijna alle dienstverleningen plaats en dat het eerste tarief zestig euro blijft is mede dankzij discussie in het college, waarbij gezegd is inderdaad enerzijds: waarom doen we het niet, want we indexeren toch bijna alles? En anderzijds ook wel de opvatting bij collega’s was: ja, maar dit is ook wel een beetje ingewikkeld. Dus daarom zijn we op dit midden uitgekomen. Soms is het prima om in het midden uit te komen, mijnheer Kuhlmann. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan heb ik nog een interruptie voor u. Hier kunt u het even mee doen, mijnheer Kuhlmann? Ja. De heer Kuhlmann: Ik denk dat ik het hiermee moet doen. De voorzitter: Ja, het is niet anders, ik ben er ook bang voor. Mijnheer Oostenrijk, u had ook nog een interruptie. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dat gaat over de opmerking van de wethouder dat blijkbaar het minutensysteem invoeren nu blijkbaar kan.
Dat verbaast me in die zin dat wij met anderen herhaalde malen daarnaar gevraagd hebben, naar die mogelijkheid. In mijn herinnering heeft u toen gezegd: ja, maar dat kost gigantisch veel geld, dat kost tonnen, dat gaan we dus niet doen. Wat is nu de reden waarom het nu klaarblijkelijk wel zou kunnen? Even los van de tarifering ervan, want dat is een ander verhaal. Het gaat nu over de technische aanpassing. Wethouder Van der Linden: Nou … De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van der Linden: Dank u. Dat zou ik even moeten nazoeken in de verslaglegging, want ik weet niet precies meer hoe het geformuleerd is. Volgens mij was het zo dat het technisch wel aanpassingen zou noodzakelijk maken en dat dat geld zou kosten, maar wij denken dat het op deze manier op dit moment wel zou moeten lukken. Die kosten, ik heb ze niet in mijn hoofd, maar die zijn ook weer niet zo verschrikkelijk schokkend. Uiteindelijk is het een afweging die u ook in uw raad kan maken. Als u zegt ‘het kost me te veel moeite of te veel geld’, dan moeten we het niet doen, maar in ieder geval is het technisch te doen. Dus wat dat betreft zouden we daar het komende jaar een beweging op kunnen maken en bijvoorbeeld per 1 juli laten invoeren. Alleen er zitten natuurlijk wel een aantal consequenties in ten aanzien van tarifering en daar moet je goed naar kijken en daar moet je ook even de tijd voor nemen.
Dus als ik u het eerste kwartaal blij kan maken met een raadsinformatiebrief daarover dan is dat tijdig genoeg. En ik realiseer mij niet dat ik heb gezegd dat het onmogelijk zou zijn of zo, in
20
mijn herinnering is dat nooit zo gewisseld. We hebben wel een aantal keer het gesprek gehad over: wat moet er dan technisch gebeuren? Maar dat is het enige wat ik mij herinner. Maar dat kunnen we even nazoeken. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk wil daar nog even op reageren. De heer Oostenrijk: Ja, kort, voorzitter. Het blijft mij verbazen dat wij met anderen herhaaldelijk die vraag hebben gesteld en nu toch een ander antwoord krijgen als destijds. Dus het lijkt me goed dat de wethouder nog wel eens even de beantwoording destijds nagaat, of dat dan zoveel anders was als nu. Laat onverlet dat wij met genoegen de voorstellen van de wethouder tegemoet zien. Wethouder Van der Linden: Nou, dat wilde ik u nog vragen: u bent toch wel blij met mijn opmerking? De voorzitter: Nou, dat wou ik nou als voorzitter net even zeggen: het antwoord is beter dan het geweest is in het verleden, wees daar dankbaar voor. Ja toch? Of het nou helemaal goed is, dat weet ik ook niet, maar ik hoor wel dat het beter is dan het geweest is. Dank u wel, dat was het. Mijn vraag aan de commissie is, als niemand daar verder iets over te zeggen heeft, of de commissie van mening is dat wij het uit en te na voldoende besproken hebben.
Waarop de vraag volgt: kan het als hamerstuk naar de raad of moet het als bespreekstuk? Dat wil ik, is er iemand die vindt dat het als bespreekstuk naar de raad moet? Dan wil ik dat graag in de chat zien. Ik zie nergens langskomen dat iemand het wil bespreken. Ik zie alleen maar berichtjes ‘hameren, hameren, hameren’. Ik denk dat we dat dan maar moeten gaan doen, dat lijkt mij een uitstekend plan. Ik had ook wel het idee dat we er vandaag echt behoorlijk over hebben kunnen praten. Dus het wordt een hamerstuk, mijnheer de griffier. Dan stel ik voor dat we op dit moment gewoon even pauze houden. Dat is wel lekker voordat we aan de presentatie beginnen, dus iedereen kan eventjes koffie halen. Dan gaan we om – even kijken, hoor – 21:25 uur verder. Met uw welnemen. Schorsing De voorzitter: Zo, daar zijn we weer na de pauze. 5. Toelichting op en verkenning van besluitvorming Omgevingswet De voorzitter: We gaan verder met de toelichting en verkenning van de besluitvorming op de Omgevingswet. In de eerste helft van het volgende jaar krijgt de raad een aantal concrete raadsvoorstellen voorgelegd rondom de bevoegdheden van de raad onder de Omgevingswet. Daar kan de raad namelijk nog keuzes in maken. Vooruitlopend op die raadsvoorstellen verkennen we vanavond die bevoegdheden en keuzes met elkaar.
Programmamanager mevrouw Emma Forsten zal zo de aftrap doen, daarna neemt planjurist Dirk Van de Rijdt u mee in een concrete Dordtse casus, waarna planjurist Vanessa van Veer afsluit met een stukje toegepaste theorie. Voor ik het woord geef aan mevrouw Forsten wil ik even memoreren dat dit waarschijnlijk haar laatste optreden is
21
voor de commissie Fysiek, want mevrouw Forsten gaat met pensioen. Dus ik zou zeggen: we zullen u missen, maar gaat u vooral uw gang nu met uw introductie. Mevrouw Forsten: Bedankt. Deze presentatie is dus een opmaat voor alle voorstellen die u volgend jaar voorgelegd gaat krijgen. We gaan een presentatie doen aan de hand van casussen, om het echt heel erg behapbaar te maken. In het begin zou ik eerst nog even een paar dia’s willen laten zien over de basis van alles. Dus ik weet niet waar de presentatie gebleven is. Ja, en dan de eerstvolgende dia graag. De volgende. Ja, dit plaatje kent u allemaal, dat hebt u al een paar keer gezien: het is de beleidscyclus. De beleidscyclus is de basis voor eigenlijk alles wat we doen en loopt van de kaders, van de omgevingsvisie via beleidsdoorwerking naar de uitvoering. Het grijpt allemaal in elkaar en zo moet je straks ook kijken naar de bevoegdheden. Als bijvoorbeeld de kaders van een omgevingsvisie heel erg scherp zijn, dan heb je misschien wel wat minder bevoegdheden nodig in het kwadrant van de uitvoering. Alles heeft eigenlijk met alles te maken en dat proberen we straks ook een beetje uit te leggen. Mag ik de volgende dia? Ook dit plaatje kent u al, als het goed is. In dit schema is aangegeven hoe de bevoegdheden van de raad en college veranderen. De belangrijkste verandering zit hem in het programma.
Nu worden programma’s, zoals bijvoorbeeld het rioleringsplan, vastgesteld door de raad. Straks is dat niet meer het geval, dan is het college bevoegd. Maar de raad en het college kunnen natuurlijk wel afspraken maken over hoe met die bevoegdheden omgegaan wordt. Een andere grote verandering zit hem in de vergunningverlening. In principe is het college bevoegd als het gaat om afwijkingen van het omgevingsplan, maar ook daar kunnen dingen anders geregeld worden. Hoe dat uitpakt, dat gaat Dirk nou vertellen. Volgende dia en ik geef graag het woord aan Dirk. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijdt, gaat uw gang. De heer Van de Rijdt: Ben ik te verstaan nu? De voorzitter: U bent te verstaan, maar we hebben geen plaatje meer. De heer Van de Rijdt: Nee, ik kon blijkbaar niet allebei tegelijk, dus ik probeer opnieuw de dia. De voorzitter: Prima. De heer Van de Rijdt: Is nu weer alles te zien? De voorzitter: En u bent te verstaan. De heer Van de Rijdt: Kijk, hartstikke mooi. Dan gaan we naar de volgende dia. Dat mooie schema wat Emma net liet zien, dat willen we eigenlijk aan de hand van een concrete casus wat meer tot leven brengen, hopelijk. Dat willen we eigenlijk doen aan de hand van de ambities die geformuleerd zijn voor het Maasterras, dus de grote ontwikkelingen aan de spoorzone, met name gericht op woningbouw en nieuwe arbeidsplaatsen.
Centraal staat er in de vraag: welke instrumenten heeft de raad onder de Omgevingswet om in een gebiedsontwikkeling te kunnen sturen? We hebben
22
daarvoor een fictieve casus gekozen. We zitten dan begin 2022, de Omgevingswet is dan als het goed is in werking getreden en dan komt er een bouwaanvraag binnen. Die moet volgens de omgevingswet snel, eigenlijk binnen 8 weken, afgehandeld worden. In die fictieve casus is een groot ontwikkelaar, die heeft een perceel op het oog, een oud bedrijventerrein, wat hij opgekocht heeft, of althans een optie op heeft. Heeft een architect een mooi ontwerp laten maken, om daar heel snel maximaal 500 woningen te bouwen, maar die ontwikkelaar wil wel snel duidelijkheid, anders gaan ze verder kijken. Het college is dan in de eerste instantie aan zet – daar komt die vergunningaanvraag binnen – en die willen heel graag medewerking verlenen, omdat dit initiatief goed past in de ambities voor het Maasterras. Voor goed begrip, in begin 2022 heeft de gemeenteraad nog geen nieuw omgevingsplan vastgesteld, daar is nog tot 2029, zelfs tot 2030 de tijd voor. We hebben alleen een tijdelijk omgevingsplan, wat eigenlijk via het overgangsrecht de oude bestemmingsplannen zijn die dan het omgevingsplan worden. Dus daar zitten nog geen regels in voor het Maasterras. Dan komen we bij de vraag: hoe kan in zo’n casus de raad nou nog invloed uitoefenen onder die Omgevingswet? Hoe loopt dat? We willen eigenlijk even de instrumenten aflopen.