2020-12-03 Dordrecht Commissie Grote Projecten.pdf
Tekst van het document
En dan is het niet eens erg als het wat duurder is, die betalen rustig € 1000 voor een vrije sectorhuurwoning, het liefst nog met wat zorg erbij ook. Ik ben het met u eens, zouden we, ook het RIGO zegt dat wel, dat daar eens naar gekeken moet worden. Maar tegelijkertijd zegt het RIGO dat te zien is dat de meeste ouderen wonen in een knappe
41
eengezinswoning en die gaan er pas uit, of met de voeten naar voren of als ze mobiliteitsproblemen krijgen. Ja, dat is het onderzoek. Lees het na en ze zien die verschuiving gewoon. Ik zie dat ook al in mijn omgeving. Oudere mensen verhuizen niet zo makkelijk, dat weet u ook. De voorzitter: Oké. Even kijken. Heeft u nog een vervolgvraag, mevrouw Stolk? Dan is dit uw kans. Prima. Nee, ik zie al dat de camera uitgaat. Dan hebben we nog een vraag van mevrouw Klein-Hendriks en dan wil ik daarna echt verder. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik stel hem toch. Los van de vraag, de belangrijkste vraag is natuurlijk: bouwen we wel voor de juiste segmenten? Sluiten vraag en aanbod aan? Maar de opmerking van de heer Van Verk is toch een beetje dat de starter op de woningmarkt te luxe eisen stelt. Ik denk dat dat echt niet het geval is. Natuurlijk wil ik niet verwijten dat we hier in algemeenheden praten of zoiets, maar ik denk het niet. Maar ik heb wel de vraag, naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Verk: we bouwen voor leegstand op het moment dat we kleinere woningen bouwen. Vind ik een opmerkelijke uitspraak, maar wat vindt de heer Van Verk er dan van dat bijvoorbeeld aan de stationszijde, daarachter, dat daar gewoon heel veel woningen gebouwd gaan worden die we studentenwoningen noemen, die een vloeroppervlak hebben van – nou, wat zou het zijn – 20, 30 m².
Op het Gezondheidspark, waar we net het bestemmingsplan van hebben behandeld, dat ging uit – bij een stedenbouwkundig plan dat ik me herinner – van woningen van circa 60 m². Vindt eigenlijk heer Van Verk dat dan vergeefs? De heer Van Verk: Woningen van 60 m² zijn echt het minimum. Die bouw je inderdaad of voor de sociale huursector, of voor jonge starters, maar dat zijn echt minimale omvangen. De woningen, de studentenwoningen. U zei, welke wijken had u het over? Want dat verstond ik niet helemaal. Mevrouw Klein-Hendriks: Achter het station, aan de stationszijde. Naast het park. Thure, Thure … De voorzitter: Thureborgh. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Van Verk: Studentenwoningen is wel een heel ander deel van de markt. Dat kan je niet vergelijken met de reguliere woningmarkt. Studentenwoningen hebben dikwijls gezamenlijke voorzieningen. Hoeft niet, maar hebben dat. Elke student weet dat hij daar tijdelijk woont, namelijk totdat zijn studie is afgerond. Als je dat weet kan je langer en beter op zo’n plek zitten dan wanneer je denkt: hier moet ik de rest van mijn leven zitten. Dat is toch echt een andere perceptie. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel.
42
De voorzitter: Oké. Mijnheer Van Verk, volgens mij heeft u alles inmiddels drie keer kunnen zeggen wat u wilde zeggen. Dat is hartstikke fijn, heel goed. Goed gedaan. Gaan wij over naar Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet heel erg in de herhaling vallen, er is heel veel gezegd. Gewoon Dordt sluit zich in grote lijnen aan bij de woordvoering van twee coalitiepartijen, namelijk het CDA en de ChristenUnie-SGP en ook de vragen die ze hebben gesteld. Ik sluit me ook aan bij de opmerkingen die de heer Van Verk heeft gemaakt over het RIGO-rapport, omdat ik wel benieuwd ben hoe dit college dat RIGOrapport ook duidt en leest en of daar een aanpassing uit zou kunnen voortvloeien. Want de grote zorg die ook door meerdere partijen wel is geuit is dat met name dat segment starters, mensen in hun eerste baan, jongeren nog – ik bedoel, net na de studiefase, het zijn nog steeds jongeren – slecht aan de bak kunnen komen in Dordrecht en dus uitwijken naar andere steden, terwijl we juist die groep heel graag willen vasthouden. Ik ben het ook niet eens met de heer Van Verk waar hij denkt dat die groep te luxe eisen zou willen gaan stellen. Op dat punt klonk mijnheer Van Verk bij mij een beetje als ‘opa vertelt’. Dat vond ik wel jammer. Maar in hoofdlijnen dus aansluitend bij ChristenUnieSGP en het CDA.
Verder gewoon heel benieuwd of met name ook het RIGO-rapport leidt tot nieuwe inzichten bij het college en of het college heeft nagedacht over een soort actieplan ‘Betaalbaar wonen’. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we alle partijen gehad. Ik maak jullie er in ieder geval wel op attent, dat krijg ik net ook van de commissie door, dat in januari het RIGOrapport in de commissie Fysiek wordt toegelicht. Dat geeft u wellicht een kans om dan de discussie van vanavond en die van de woonvisie tegelijk in één keer nog over te doen, maar ik wil u wel even verzoeken om nu de wethouder even aan het woord te laten en even te beperken wat betreft interrupties. Het is 22:45 uur en we kunnen 3 keer allemaal hetzelfde doen, dat heeft niet zoveel zin. Mijnheer Sleeking, u kan dat heel kort, compact en vlot. Let op. Wethouder Sleeking: Daar spreekt enig optimisme uit, voorzitter. Ik ben het met u eens dat we er wel voor moeten waken dat we bij elke bespreking van de monitor weer op nul beginnen en elke keer weer de principiële discussie met elkaar aangaan, eigenlijk het startpunt de woonvisie. Ik kan voor een groot deel eigenlijk, want wat dat betreft heeft de heer Van Verk het mij wel makkelijk gemaakt, waarvoor dank, voor een groot deel naar zijn beantwoording op allerlei kritische vragen beantwoorden. Want dat is natuurlijk wel de spijker op zijn kop.
We komen uit een situatie waarin er eigenlijk in onze stad nauwelijks of niets werd gebouwd, vanuit een enorme crisis rond 2008/2010. Betekent dat we in die tijd de hele planvoorraad opnieuw moesten gaan opbouwen, enorme verliezen hebben genomen. Dus we komen uit een tijd van stilstand en we proberen naar een tijdperk te komen waarin we een continue bouwstroom op gang krijgen, om juist al die pieken en dalen daaruit terug te dringen. Van zachte naar een harde planvoorraad. We zijn daar goed mee bezig, want ik ben eigenlijk best wel tevreden met de realisatie zoals we die tot nu toe tot stand hebben gekregen. In oktober zijn er nog 241 woningen gerealiseerd, betekent dat we nu op ruim 1400 zitten. We zitten dus nu al voor dit jaar boven het aantal waarvan we de ambitie hadden. Woningen worden
43
gebouwd voor de vraag. Elke woning die in Dordt wordt gebouwd wordt afgenomen. De vraag is gewoon enorm. Dat is ook één van de oorzaken van het prijsopdrijvend effect op dit moment. Er zijn 2 belangrijke effecten – die zijn ook al geconstateerd, staan ook in het stuk – dat zijn die bouwkosten, 15%. De schaarste aan woningen drijft die prijzen op, dat is een logisch effect wat je ook overal in het land ziet. Niet voor niks willen we naar een hogere bouwproductie toe. 4000, dat wordt dan wel wat, dat gaat wat langer duren dan oorspronkelijk gepland. Maar er zal echt nog een behoorlijke plancapaciteit aan moeten worden toegevoegd om die continue bouwstroom ook echt op gang te houden. Daarvoor hebben we ook de provincie nodig, daarvoor hebben we ook het Rijk nodig, doen we ook een beroep op de woningbouwimpulsen. Bouwen we dan nog steeds in het goede segment? Ja, dat denk ik wel, want we hebben met elkaar besloten dat we deze lijn inzetten en ook volhouden. Dat betekent ook dat daardoor de doorstroming in Dordrecht op gang komt. Eén van de effecten die we nu zien, dat er een behoorlijk aantal woningen is bijgebouwd en ook tegelijkertijd het aantal inwoners krimpt. Wat is daarvan de oorzaak? Helemaal precies – want ik heb ook om die analyse gevraagd – is dat nog niet weer te geven. Eén, de instroom van buiten, bepaalde groepen, migranten, die wat minder zijn geworden.
Er is hier en daar in de wijken gesloopt, in de sociale woningbouw. De afspraak was: we gaan niet slopen voordat er zekerheid is dat er gebouwd gaat worden. Ook daar zit altijd een periode tussen. Dat heeft ook een tijdelijk effect in de bevolkingsgroei, maar in ieder geval heeft dat geen grote gevolgen op onze begroting en meerjarenbegroting waar vanuit het CDA naar werd gewezen. Ook dat staat toegelicht in dit stuk. We hebben ook in de meerjarenbegroting geen volledige winst gepakt op die ambitie. Dat zit daar gematigd in. Er staan natuurlijk nog wel wat projecten op de rol, met name als het gaat om de groepen die net ook zijn genoemd: de studenten, sommige starters, eengezinshuishoudens. In het Leerpark en onder andere achter het Weizigtpark, bij Thureborgh. 2F, daar was een concrete vraag naar. Ook dat heeft te maken met oplopende bouwkosten. Bij de uiteindelijke doorrekening bleek dat het plan financieel gewoon niet haalbaar was, dat het vele miljoenen hoger uitkwam dan waarmee rekening gehouden werd. Vandaar ook dat de vergunning is ingetrokken en men nu volop bezig is om tot een aangepast plan te komen dat men nog dit jaar wil indienen. Dus de ambitie blijft, maar het programma zal worden aangepast.
De vraag is natuurlijk wel, en dat is natuurlijk ook wel een kardinale vraag: hoe ver wil je gaan als je kwaliteit wilt toevoegen? De heer Van Verk noemde een minimale oppervlakte van 60 m². Dan heb je het inderdaad over kleine appartementen, appartementen of studio’s, of hoe ze het ook gaan noemen, in het Leerpark en achter het Weizigtpark, die zullen nog kleiner worden. Maar ook daar zal vraag naar zijn. Versnelling, kunnen we nog meer versnellen? Dordrecht loopt voorop, voorzitter, en dat durf ik echt wel hardop te zeggen, met het uit de kast trekken van alle instrumenten die maar denkbaar zijn. Als het gaat om de vorming van bestemmingsplannen waarover we met elkaar gesproken hebben, het gaat om de fast lane-aanpak, de samenwerking met marktpartijen, het gaat om verkorten van vergunningprocedures. Wij lopen daarin voorop. Het ligt niet aan de gemeente dat trajecten langer duren dan noodzakelijk. Dat zit vooral in de uitvoering. Je ziet ook dat de uitvoering van bepaalde projecten op dit moment stagneren. Eén voorbeeld heb ik al eerder genoemd, van de Spuiboulevard, waar Van Pelt plannen heeft om dat te gaan ontwikkelen. Ook hij is aangelopen tegen hoge bouwkosten en is nog steeds op zoek naar een aannemer, kennelijk, die dat dan daar zo wil gaan realiseren.
44
Eén opmerking uit het RIGO-onderzoek. Die nemen we ons natuurlijk ter harte, want mocht blijken op enig moment dat, en dat is nu nog niet aan de orde, want wij zien nog geen directe effecten van de coronacrisis op de woningbouwmarkt. Al eerder gezegd: de vraag is hoog en blijft hoog. Ook projecten op Stadswerven en dure projecten, daar is op dit moment echt nog voldoende vraag naar, geldt ook voor de appartementen aan het Overkamppark bijvoorbeeld, woningen in Krispijn. Ze gaan als zoete broodjes over de toonbank en die leiden voor een deel tot doorstroming. Want een groot deel van die bewoners, van die nieuwe woningen, die komt uit Dordrecht. Dat zijn vaak starters, jonge mensen die al een tijdje hebben zitten wachten op een woning, die gelukkig dan ook kennelijk graag in Dordt blijven wonen. Dat zijn voor een deel ook ouderen die doorstromen, een eengezinswoning achterlaten in wijken als Dubbeldam en Sterrenburg, waardoor je ook die doorstroming krijgt. Dordrecht is en blijft een stad met een groot potentieel aan goedkope woningen. Niet iedereen is daar kennelijk nog steeds van overtuigd, maar dat is echt zo.
Die balans die proberen we beter te krijgen door juist aan de bovenkant van de markt meer woningen te realiseren voor die doelgroep, omdat we die ook vast willen houden en omdat we ook voor de stad een gezondere financiële basis, sociaaleconomische basis willen realiseren. Volgens mij is er … De voorzitter: Mijnheer … Ja, ik zit altijd bij u te wachten op de punt, maar die komt nooit. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoorde wethouder Sleeking zojuist antwoorden op de vraag die ik had gesteld: hoe kunnen we nu versnellen? Als ik goed geluisterd heb, heb ik hem hoorde zeggen: goed, het ligt niet aan de gemeente, de gemeente doet zo snel als het kan. Er zijn andere oorzaken waardoor het soms langer duurt, maar niet de gemeente. Dan ben ik toch benieuwd, want we hebben natuurlijk de stukken gelezen. Wat dit college, deze wethouder zelf heeft meegestuurd is het stuk van het interview met de heer Adema, die schrijft dat 70% van de aanlooptijd voor wat betreft bouwprojecten bestuurlijk is. Hij schrijft natuurlijk over de zaken landelijk, maar dan wil ik toch nog even doorvragen. Ik weet, er zijn situaties waarbij er ook in Dordrecht – bij bouwaanvragen en zo – blijkt soms wel min of meer standaard een verlenging wordt gezegd: nee, we kunnen het nu nog niet behandelen, we nemen nog even wat extra tijd.
Zegt de wethouder nou echt: er is helemaal niets te doen? Want ik begrijp, ik zie het niet verkeerd, hoor: ik denk dat de wethouder het beste voor heeft, versnelt waar hij, ik wil hem niet wegzetten als iemand die een beetje aan zit te sukkelen. Maar mijn vraag is: is er nou echt niet iets wat we beter, wat we sneller kunnen doen? Kan hij niet iets verzinnen? Wethouder Sleeking: Nou ja, voorzitter, misschien als we onze grondprijzen gaan halveren of de grond gratis gaan weggeven, dan zal er misschien nog sneller gebouwd gaan worden. Maar A. is dat lastig, denk ik, te realiseren. Het is ook niet iets wat wij ambiëren, komen wij ook al snel in de knoei met ongeoorloofde staatssteun bijvoorbeeld. Maar mij wordt verteld, ik ga ervan uit – het wordt me ook voorgehouden en ik weet ook welke instrumenten we daarbij inzetten en welke energie erop wordt gezet – dat wij landelijk vooroplopen en dat ik me dus als gemeente Dordrecht niet herken in dat beeld, dat het aan de gemeente zou liggen. Niet voor niks hebben wij ook
45
deze commissie Grote Projecten ingesteld, waar we volgens mij oorspronkelijk hadden afgesproken dat de fractievoorzitters daar de lead in zouden nemen. Maar goed, als de fracties daar een andere keuze in maken dan zijn ze daar natuurlijk vrij in. Ik zie mevrouw Koene nee schudden, maar volgens mij was dat stilzwijgend in het begin zo. Maar goed, dat maakt niet uit, als er mensen zijn die er continu … De voorzitter: Nee, mijnheer de wethouder, daar ga ik u toch wel even in de rede vallen. Dat het nou zo is dat er een commissie Grote Projecten is en ineens allemaal fractievoorzitters dachten dat zij dat dan alleen maar konden doen, dat is wat anders. Maar iedereen die actief is binnen de Dordtse politiek is welkom in deze commissie. Wethouder Sleeking: Oké. Het gaat erom, voorzitter, dat de continuïteit gewaarborgd is, dat we niet elke keer het verhaal met elkaar in moeten gaan delen, dat je weet wat er speelt, waar we tegenaan lopen. Dat zijn vooral uitvoeringsproblemen. Als een bouwaanvraag niet compleet is dan moet die worden aangevuld. Dat is soms een reden waarom bouwvergunningen worden aangehouden, omdat de gegevens die ontbreken echt nog moeten worden aangevuld.
Maar als wij straks een planvoorraad hebben van 4400 – want wij gaan ervan uit dat 10% in de praktijk niet gerealiseerd wordt – dan zitten we echt mooi op koers en dan hebben we nog een mooie slag te slaan volgend jaar om de planvoorraad nog verder uit te breiden. Er staan natuurlijk een paar projecten op stapel waarin die planvoorraad ook echt een harder effect gaat krijgen. Amstelwijck is 1, Middenzone/Gezondheidspark is 2 en zo hebben we aan de Noordendijk ook nog 1, het OMC-terrein ook nog. Dan gaat het wel aardig aantikken en dan gaan de aantallen ook wat harder groeien. Overigens, ook uw opmerking dat naarmate de huizen duurder worden meteen mensen een hogere ozb-aanslag krijgen, die klopt volgens mij niet, omdat daarmee het omslagbedrag dan telkens ook wordt aangepast. We weten dus niet automatisch dat naarmate de huizen in Dordrecht gemiddeld duurder worden, dat wij veel hogere ozb-inkomsten kunnen inboeken. Dat gaat alleen maar als het aantal woningen wordt uitgebreid of als de gemeenteraad besluit om de ozb-tarieven percentueel verder te verhogen. Maar dat doen we volgens mij niet. De voorzitter: Laten we dat nu op dit moment even ook laten voor wat het is.
De heer Kuhlmann: Even … Pardon, voorzitter, want ik wil wel eventjes … De voorzitter: Want de ozb is namelijk … Nee, mijnheer Kuhlmann … De heer Kuhlmann: Er worden woorden in mijn mond gelegd … De voorzitter: Oké, maar graag wel kort en compact … De heer Kuhlmann: Heel kort, heel kort. De voorzitter: … want u bent erg breedsprakig, krijg ik van een aantal mensen ook via de chat te horen. Het is prima dat u zich met verve inzet voor uw verhaal, maar het kan allemaal wel even wat efficiënter. Gaat uw gang.
46
De heer Kuhlmann: Voor wat betreft de ozb, ik heb het niet over de opbrengst voor de gemeente, maar gewoon wat mensen merken aan wat ze moeten betalen. Dan is het simpelweg zo – dat kan de wethouder natuurlijk ook niet ontkennen – dat op het moment dat de huizenprijzen stijgen en daarmee de waarde van de woning en de ozbwaarde, dat daarmee het bedrag wat je moet betalen aan de gemeente ook omhooggaat voor die individuele woningeigenaar. Dat zegt nog niets over wat dat dan voor de gemeentekas is, daar heb ik het helemaal niet over gehad. En over die versnelling, wat mij betreft, daar vraag je natuurlijk niet om: ben je het beste jongetje van de klas? In het land der blinden is éénoog koning, dat weten we allemaal. Misschien doen we het beter dan andere gemeenten. Mijn vraag ging er vooral om: kan het nog beter dan dat we nu doen? Dan ben ik eigenlijk een beetje teleurgesteld als het antwoord is: ja, het enige wat ik kan bedenken is de prijzen voor de grond omlaag gooien. Maar goed, laat ik het hierbij houden, dan kunnen we door. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Fijn. Dank u wel. Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Ik werd toch wel enigszins getriggerd door wat wethouder Sleeking aangeeft, dat ten aanzien van die vergunningverlening.
Ik vind het echt te kort door de bocht om te denken dat het alleen komt door uitgestelde beoordeling van stukken die nog moeten worden aangeleverd. Het eerste wat er gebeurt als je een vergunningaanvraag indient is een brief dat men het niet gaat redden binnen de tijd, met zes weken uitstel. Dat is een beetje het standaardbeleid. Dat zijn natuurlijk echt wel dingen waar we wat mee zouden kunnen doen, maar dat is een gesprek wat wij elders moeten gaan voeren, denk ik, en niet ten aanzien van de bouwmonitor. Dank u wel. De voorzitter: Oké, mijnheer Sleeking, wilt u … Wethouder Sleeking: Ja, voorzitter, als dat … De voorzitter: … gaan afronden? Want u heeft nog 2 minuten. Wethouder Sleeking: Als dat zo zou zijn dan moeten we misschien kijken of de capaciteit bij de omgevingsdienst moet worden uitgebreid, als dat inderdaad het argument is. Zo wordt het niet bij mij gebracht. Voorzitter, de sociale woningbouw, ik denk dat het goed is om dat in een later stadium met collega Stam nader te bespreken. Er lopen projecten in Dordt-West met wat grotere aantallen woningen die nu op gang komen, ook in Krispijn, Crabbehof, ook daar de Colijnstraat. Wij hebben alles op orde gebracht, inclusief bestemmingsplan. Het wachten is dan wel op de corporatie die ook wat vaart moet maken om die woningen echt te gaan realiseren.
Voorzitter, de indexering, ik begrijp dat sommige partijen, of de meeste partijen er wel begrip voor hebben dat dit een soort van autonome ontwikkeling is, waarbij wij moeten aansluiten. Dit is ook meer bedoeld als een sondering naar de commissie en als dat noodzakelijkerwijze tot een raadsbesluit moet leiden dan gaan we dat natuurlijk doen. Maar dit is wel voor een deel een autonome ontwikkeling en ik wil er wel op wijzen dat bijvoorbeeld de hypotheekgarantie, de nationale hypotheekgarantie, nu al op € 325.000 zit, omdat dat wordt begrepen als een betaalbare woning. Ik begrijp best dat sommige mensen er
47
anders naar kijken, maar € 325.000 is de grens voor de nationale hypotheekgarantie en een betaalbare woning. Ik kijk nog even, voorzitter, wat ik nu nog heb weggelaten waar echt nog antwoord op moet komen. Waar moet ik … De voorzitter: Mijnheer Sleeking? Wethouder Sleeking: Ja? De voorzitter: Ik heb in ieder geval – sorry, ik zat even met mijn microfoon te jeweetwellen – mevrouw Klein-Hendriks heeft in de chat gezegd dat ze ook nog gevraagd had om een reactie over alvast groen aanleggen, verdichten en over modulair bouwen en prefab. Wethouder Sleeking: Ja, dat is een terechte vraag. In sommige gebieden bestaat natuurlijk zo’n groenstructuur al. Als je kijkt naar Amstelwijck, daar begin je natuurlijk in een gebied waar al een fantastische omgeving is. Daar hoef je wat dat betreft niet veel meer aan te doen, alleen zoveel mogelijk rekening houden met het groen dat er is. Op het gebied van het Gezondheidspark, daar zien we in de omgeving natuurlijk wel veel groen. Het lijkt mij lastig om in een gebied waar je zo’n intensief bouwprogramma gaat realiseren, om daar al groen aan te leggen, nog voordat er daar de eerste paal de grond ingaat. Dus we moeten kijken waar dat dan mogelijk is. Ik weet dat ze dat voorheen bij De Hoven, daar achterin, daarna pas dat appartementencomplex gerealiseerd is.
Het is altijd prettiger natuurlijk als je in een omgeving komt waar al groen aanwezig is, dat maakt de omgeving ook leefbaarder. Dat gaat in Wielwijk ook lukken met het doortrekken van het park, dat gaat eigenlijk in gelijke tred met de realisatie van dat gebied. Hoe sneller je dat kunt doen, hoe beter het is en hoe prettiger ook de woonomgeving daarmee wordt. Even kijken. Dit heb ik allemaal gehad, dat heb ik ook gehad. Bouwen voor eigen inwoners, heeft de SP gevraagd. Voorzitter, het blijkt natuurlijk uit, omdat we vanuit een periode van stilstand komen, waarin heel veel mensen denk ik hebben gewacht op een woning, dat juist de woningen die nu zijn of worden gebouwd veelal worden betrokken door Dordtenaren. Dat is fijn voor onze eigen inwoners. Als we nog wat meer willen gaan groeien dan moeten we ons echt wat actiever gaan richten ook op de markt buiten Dordt, daar ligt natuurlijk ook een taak voor Dordrecht Marketing en voor de ontwikkelaars, om daar ook echt werk van te gaan maken. Dat zullen we ook zeker gaan doen. Die heb ik ook gehad. Wat hebben we nog meer? Groen, sneller. Ja voorzitter, u moet me maar aangeven wat er nog ontbreekt. De voorzitter: Ik wou net inderdaad vragen: is er nog één van de commissieleden die nog iets gemist heeft, waar nog een antwoord op moet komen of een reactie op moet komen? Dan wil ik dat graag nu in de chat hebben.
Zo niet, dan denk ik dat we op dit moment op dit punt voldoende met elkaar gesproken hebben over de bouwmonitor. Voortgangsmonitor, heet die dan officieel. Oké, er komt niks in de chat, dus uiteindelijk is iedereen tevreden, mijnheer Sleeking. Dat is nog eens fijn. Wethouder Sleeking: Dat is heel geweldig. De voorzitter: Ja, hè?
48
8. Rondvraag De voorzitter: Dan sluit ik hierbij dit punt af en dan gaan wij over naar de rondvraag. Of iemand daar iets voor heeft. Ik zie alsmaar dingen voorbijkomen van mijnheer Den Boer die iets zit te doen, maar dat maakt verder niet uit. Oké, niemand voor de rondvraag. 9. Sluiting De voorzitter: Dan sluit ik hierbij de vergadering. Weliswaar iets te laat, maar nog steeds netjes. Welterusten.
49