2020-12-03 Dordrecht Commissie Grote Projecten.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE GROTE PROJECTEN DORDRECHT D.D. 3 DECEMBER 2020 Voorzitter: Mevr. Koene Griffier: Dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Gündogdu (Beter Voor Dordt) Mevr. Van der Ham (CDA) Mevr. Jager (Fractie Jager) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie-SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Polat (D66) Dhr. Schalken (Beter Voor Dordt) Dhr. Soy (Beter Voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. ’t Lam (D66) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van Verk (PvdA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder P. Sleeking 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: We gaan even de beginsheet eraf halen. Als het goed is dan ben ik in beeld bij u. Dat is mooi. Welkom bij de commissie Grote Projecten van donderdag 3 december 2020. Hierbij is de vergadering geopend. Ik ga eventjes kijken wie er allemaal aanwezig zijn. Ik zit weer op een andere computer, dus dan … O, daar. Zoals altijd, mijnheer Polat, D66. Mijnheer Kuhlmann, VVD. Mevrouw Van der Ham, CDA. Mijnheer Den Boer, dat is de commissiegriffier. De heer Van Verk, PvdA. Mijnheer Schalken, Beter Voor Dordt. Mijnheer Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Klein-Hendriks van de CU/SGP. Mevrouw Jager van de Fractie Jager. Mevrouw Van den Bergh van de PvdA. Mijnheer ’t Lam van de SP.
Mijnheer Wringer van Beter Voor Dordt. Mevrouw Kruger van GroenLinks. Mijnheer Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk van de VSP. Mijnheer Noldus, VVD. Mijnheer Soy, BVD. Mijnheer Van Oosterhout, gezellig, daar zijn we weer. Mijnheer Sleeking namens het college. Dan hebben we ze even gehad. Welkom allemaal. Kan iedereen instemmen met de agenda zoals die voorligt? Mijnheer Schalken kan dat. Ik ga er maar van uit dat wie zwijgt toestemt. Mevrouw Van der Ham is ook akkoord, kijk eens aan. Dat is mooi. Er zijn vooraf geen mededelingen gemeld, maar het kan zijn dat
1
iemand van u toch nog graag op dit moment iets aan de rest kwijt wil. Dan graag even in de chat. Nee, het blijft stil. Dan hebben we punt 1 gehad. Kijk, dat schiet op. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 18 november 2020 De voorzitter: Gaan we naar punt 2, het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 18 november 2020. Vooraf hebben wij geen wijzigingsvoorstellen ontvangen. Ik weet niet of er iemand is die op dit moment nog wat kwijt wil en anders de vraag of u kunt instemmen met de besluitenlijst. Oké. 3. Nieuwe behandelvoorstellen 3.1 Vaststellen bestemmingsplan 2e herziening Smitsweg, locatie West (Wilgenwende) De voorzitter: Gaan we naar punt 3, nieuwe behandelvoorstellen. Er staan 4 stukken op. De eerste is het vaststellen van bestemmingsplan tweede herziening Smitsweg, locatie West (Wilgenwende). Er wordt geadviseerd dit als hamerstuk te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering en die is op 15 december. Iemand die het daar niet mee eens is? Oké. 3.2 Wethoudersbericht met agenderen Transformatieplan 50kV Oranjelaan 1, particulier initiatief De voorzitter: Gaan we naar 2, agenderingsverzoek Transformatieplan 50kV Oranjelaan 1, particulier initiatief. Ik zie mijnheer Kleinpaste. Ik neem aan dat die wat over dit punt wil zeggen.
De vraag aan de commissie is eigenlijk op dit punt in de eerste instantie of u het agenderingsverzoek zelf wil behandelen hier in de commissie Grote Projecten of dat u vindt dat het misschien beter in Fysiek past. Ik wil daar graag even reactie voor op de chat. Even kijken. Fysiek, Fysiek, Fysiek, Fysiek. Dat gaat wel heel snel. Fysiek, Fysiek en Fysiek. Heeft verder nog iemand van wie er net, voorzitter, chatten, daar iets speciaals over of was dat hetgeen wat u kwijt wilde? “Nee, niet speciaal iets, ik wil nog iets kwijt”. Mijnheer ‘t Lam wil nog iets kwijt. Oké, nou, gaat uw gang. De heer ’t Lam: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond. Het maakt ons niet zoveel uit waar het behandeld wordt. Ik zie dat Fysiek de voorkeur heeft, dus dat is prima. Wat de SP betreft hebben we eigenlijk geen behoefte – want dat was ook een vraag, ik weet niet of u dat nog apart aan de orde stelt – of de architect een toelichting moet geven op het plan. Gaan we dat nu in Fysiek eerst vragen of geven we daar nu een mening over? De voorzitter: Ja, dat is een goeie. Want dat zie ik hier niet zo 1, 2, 3 bij staan. Nee. Ik ga dat even, ik kijk even naar de … Is ook voor Fysiek, begrijp ik van de commissiegriffier. Dus die gaan dan de eerstvolgende vergadering, want het voorstel is dan dat het, het hoeft niet 1, 2, 3 besproken te worden, mijnheer ’t Lam.
Omdat als het anders in Grote Projecten besproken zou worden dan kon het in maart, dus dat duurde ook nog even. Dus wellicht dat de commissie Fysiek zelf kan oordelen of zij daar wel of
2
geen gebruik van willen maken en dat u dat dan in Fysiek door de heer Portier bijvoorbeeld in kan laten brengen, wat u nu zelf heeft gezegd. De heer ’t Lam: Oké, dan brengen we dat graag bij Fysiek eerst in, voor de architect uitgenodigd wordt, want daar hebben wij als SP niet zo’n behoefte aan. De voorzitter: Oké, prima. De commissiegriffier van de Grote Projecten is dezelfde als die van Fysiek, dus die heeft het inmiddels genoteerd. Even kijken. Mijnheer Kleinpaste, u bent in beeld. Vindt u – o nee, nou niet meer – ik wou dus zeggen: vindt u het gezellig of had u nog aandacht willen hebben? 3.3 Wethoudersbericht met agenderen Transformatieplan 50kV Oranjelaan 1, particulier initiatief De voorzitter: Punt 3, dat gaat natuurlijk ook over hetzelfde plan. Ik denk dat het verstandig is om die dan ook toe te voegen aan Fysiek. 3.4 Nieuwsbrief Westelijke Dordtse Oever December 2020 De voorzitter: Dan krijgen we het vierde behandelvoorstel, dat is de nieuwsbrief Westelijke Dordtse Oever December 2020. Het voorstel is om dit voor kennisgeving aan te nemen, dat lijkt me ook geen probleem. 4. Termijnagenda commissie Grote Projecten De voorzitter: Gaan we naar punt 4, dat is de termijnagenda van de commissie Grote Projecten. De vraag is of u zich hierin kunt vinden. Eigenlijk alleen maar als u zich niet daarin kan vinden, dat u nu dat even in de chat aangeeft.
Neem ik een slokje water in de tussentijd. Het blijft heel stil, goed. Bij deze. 5. Vragen aan het College De voorzitter: Punt 5 is vragen aan het college. Er zijn vooraf geen vragen aangemeld. Als u alsnog wel een vraag wil stellen dan krijgt u een paar seconden om dat in de chat te vermelden. Nee, ook niet. 6. Vaststellen bestemmingsplan Gezondheidspark West / Middenzone De voorzitter: Dan gaan wij naar punt 6, dat is het vaststellen van het bestemmingsplan Gezondheidspark West/Middenzone. Portefeuillehouder hierbij is de heer Sleeking. In juni 2019 heeft de raad de grondexploitatie, beeldkwaliteitsplan en het programma van eisen en wensen vastgesteld. Vervolgens is het bouwplan van Ballast-Nedam geselecteerd. Het is nu aan de commissie om de raad te adviseren over de afhandeling van het bestemmingsplan waarin het voorgaande is uitgewerkt. We hanteren bij de bespreking de volgorde van de raad en dat betekent dat ik nu als eerste het woord ga geven aan Beter Voor Dordt.
3
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Beter Voor Dordt is verheugd dat een stukje verwaarloosde grond hier wordt ontwikkeld tot een gebied met mooie nieuwe woningen en voorzieningen. Deze woningen zijn hard nodig om Dordrecht op sociaaleconomisch gebied te laten groeien. We vinden het wel jammer dat uit de zienswijze te lezen is dat verschillende partijen participaties anders interpreteren. Beter Voor Dordt kan zich vinden in de beantwoording van de zienswijze en de daaruit voortvloeiende veranderingen in het bestemmingsplan. Commissie Grote Projecten is opgericht om vaart te houden in de uitvoering van woningbouwprojecten. Door een lastig punt als mobiliteit uit het bestemmingsplan te halen en deze verder te ontwikkelen in 2021 kan in ieder geval snel worden gestart met de bouw. Goed te lezen dat de gemeente heeft toegezegd om alle belanghebbenden mee te nemen in de ontwikkeling van het gezamenlijk mobiliteitsplan Middenzone en daarnaast een regionaal mobiliteitsprogramma. Beter Voor Dordt verwacht wel dat dit nog een lastig puntje wordt. Door dit gezamenlijke mobiliteitsplan Middenzone kan de parkeerbalans nog veranderen. We onderschrijven het terugdringen van het autogebruik, maar vragen het college behoedzaam te zijn met het reduceren van het aantal parkeerplaatsen.
Inwoners en bezoekers zijn nog steeds erg gehecht aan hun auto en willen of kunnen soms geen gebruik maken van alternatieven. We verwachten een mooi project dat goed past bij Dordrecht. Het toegevoegde beeldkwaliteitsplan is een mooi ijkpunt om te beoordelen of dit plan past tussen het ziekenhuis en de Sportboulevard. De aanvulling op de milieueffectrapportage, wat lijkt op minder nadelige milieueffecten en de toezegging dat het dak van de parkeergarage een landschappelijke uitstraling krijgt vinden wij goede toevoegingen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik had langzaamaan mijn camera alweer opgestart, want ik denk: nou, gaan we richting einde. Mijnheer Van Verk heeft een vraag aan u. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik hoor – ja, ik ben even je naam kwijt … De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Van Verk: Mijnheer Wringer melden dat hij het een goede zaak vindt dat de mobiliteit uit het bestemmingsplan wordt gehaald. Daar zouden we dan eens op ons gemak naar kunnen kijken. Maar is dat niet een beetje vreemd, om dat eruit te halen? Want mobiliteit is toch één van de kernzaken in een nieuw te bouwen stadswijkje? De heer Wringer: Absoluut, maar om de voortgang te garanderen – en er zijn nog zoveel zienswijzen, van het ziekenhuis, van de Sportboulevard – om dat er even uit te pakken kunnen we wel beginnen met de bouw.
Dus dan gaat in ieder geval de voortgang door. Zo hebben wij het geïnterpreteerd. De heer Van Verk: Voorzitter, maar dat is toch raar? Want als nou blijkt dat het ambitieuze mobiliteitsplan wat daar ligt niet uitgevoerd kan worden, of als blijkt dat bewoners in plaats van één, niet twee, maar wel drie auto’s hebben, dan zijn de woningen, dan zijn de complexen gebouwd, de wegen zijn neergelegd. En dan?
4
De heer Wringer: Daar moeten we natuurlijk nu goed over gaan nadenken, in samenwerking met de verschillende partijen en met de bouwer. Drie auto’s is natuurlijk niet de bedoeling, want we zetten in op autoreductie: meer openbaar vervoer, deelauto’s, misschien het nieuwe station als dat er komt. Maar zoals gezegd: wij vinden dat we vast kunnen gaan beginnen met de bouw, want we willen toch voortgang hebben in deze stad. Dus dat dat mobiliteitsplan iets langer duurt. De heer Van Verk: Voorzitter, nog één keer. U zegt: we zetten in op autoreductie. Nou zit ik bij een partij die in de jaren zeventig de maakbaarheid van de samenleving hoog in het vaandel had staan. Daar zijn wij al aan een aantal decennia geleden van teruggekomen en u gaat er nu van uit dat de bewoners zich laten leiden door de gedachte dat de gemeente minder auto’s wil. Ik denk het niet, maar ik weet niet hoe u daar tegen aankijkt. Of zegt u ‘nee, dan moeten we daar maatregelen bij nemen’? De heer Wringer: Die maatregelen worden genomen. Kijk, een auto is voor heel veel mensen een heel belangrijk iets, want het geeft hun vrijheid. Maar we kunnen wel inzetten op vijftien procent autokorting op minder auto’s. Dat gebeurt dus door een goed openbaar vervoer, goede fietspaden, deelauto’s en al die maatregelen die nu eigenlijk al genoemd zijn in te voeren.
Als dadelijk de bewoners echt allemaal twee auto’s per woning hebben dan hebben we inderdaad een probleem, maar dat moet nu niet de stop zijn om de woningbouw daar een halt toe te roepen. De heer Van Verk: Nee, nou ja, goed. De voorzitter: Eén keer nog, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Eén keer en dan stop ik. Ik vind het een rare gedachte dat je woningen neerzet, straten aanlegt, niet weet wat de mobiliteitsfactor wordt, met als gevolg dat je dadelijk dus een probleem creëert in een wijk zonder dat je dat op kan lossen. We weten bij Oudelandshoek, we weten andere plekken in deze stad waar een hoop gezeur is ontstaan door het feit dat de auto’s niet meer voldoende kwijt kunnen. Ik voorzie dat dat hier ook gaat gebeuren, maar ik begrijp dat u daar een andere mening voor heeft. Dat is dan zo. De heer Wringer: Er is natuurlijk al een parkeerbalans opgenomen. Die kan nog veranderen door het mobiliteitsplan. Dat kan een plus zijn en dat kan een min zijn, dat moeten we nog even uitwerken, in samenwerking met het ziekenhuis, met de Sportboulevard, met de toekomstige bewoners. De voorzitter: Oké. De heer Wringer: Ik ga ervan uit dat we daar volgend jaar in 2021 een goed mobiliteitsplan kunnen neerleggen waar iedereen tevreden over is. De voorzitter: Oké. Mijnheer Wringer, u heeft ook nog een interruptie van mevrouw Stolk.
5
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ik zal niet herhalen wat de heer Van Verk heeft gezegd, want dat ondersteuning volledig. Denkt u niet dat de druk ook op de wijken gelegd gaat worden? Want u zegt: we willen snel gaan bouwen. Natuurlijk willen we snel gaan bouwen, maar als je die zienswijzen ziet van het ziekenhuis en van anderen, dan gaat dat waarschijnlijk nog wel even duren, die gaat die bouw dan wel tegenhouden. Als de mensen in de wijken eromheen ook niet weten wat daar gaat gebeuren dan krijg je daar dadelijk ook allemaal bezwaren op, wat misschien nog wel twee jaar gaat duren. Dus de overlap en zo’n groot project wat we daar neer gaan zetten zou je juist met elkaar moeten combineren en een mobiliteitsplan en het bouwen van die woningen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Wringer: De omliggende woningen in de wijk Sterrenburg, de bewoners zou je er ook bij moeten kunnen betrekken. In het bestemmingsplan staat duidelijk dat ze alle partijen willen betrekken bij dit nieuwe mobiliteitsplan. Dat zal even wat tijd kosten om daar een consensus uit te krijgen waar iedereen tevreden mee is. Ik hoop dat ze snel gaan bouwen, want wij hebben die woningen nodig. Dus ik vind het een goed plan eigenlijk, om het zo te doen.
Want als we nu moeten wachten op het mobiliteitsplan daar hebben we misschien nog wel een vertraging van enkele jaren waar ook weer die woningen in vertraagd worden, als je het allemaal samen wil voegen in één plan. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ben het daar niet mee eens, laat dat duidelijk zijn. Want dat gaat namelijk wel hand in hand met elkaar. Als we al niet het gesprek inhoudelijk kunnen voeren – en misschien gelijk ook een vraag aan de wethouder hoe het daar nu mee staat – het gesprek met het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Maar als je dat niet met elkaar afstemt dan gaat de bouw, doordat je dingen niet goed op elkaar afstemt, juist nog langer duren. Kijk maar naar de zienswijzen die er nu al liggen. Maar laten we het hierbij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, mijnheer Wringer. We gaan naar de VVD. Mijnheer Noldus. Nee, mijnheer Kuhlmann, gezellig. De heer Kuhlmann: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Voor wat betreft de Dordtse VVD is dit een belangrijk plan, die 720 woningen die hebben we broodnodig, die zijn heel hard nodig in onze stad. Ze dragen bij aan de woningbouwambitie en het is ook een kwaliteitsimpuls voor het gebied. We gaan van een troosteloos terrein met allemaal auto’s straks naar een veel betere ontwikkeling.
In dit plan is ruimte voor verschillende doelgroepen en diverse prijsklassen voor wat betreft woningen. Wat ons betreft is voortgang in hoge versnelling zeer gewenst. In de vorige vergadering hebben we insprekers gehoord en ons gevoel is dat de vraag met betrekking tot de evenementen voldoende is beantwoord en onderbouwd, dat dit geen impact heeft op de evenementen op de Sportboulevard die er georganiseerd gaan worden. Dat vinden we belangrijk, want die evenementen die zijn natuurlijk gewoon belangrijk. Dan zijn er twee punten waar we ons op dit moment graag op willen richten. Dat is de bereikbaarheidsopgave en parkeren in de nabijheid van het
6
plangebied. Ik begin met de bereikbaarheidsopgave. Die zorgen die zien we in veel zienswijzen terug voor wat betreft de bereikbaarheid. Volgens het rapport van bureau Goudappel staat zowel de N3 als de Laan der Verenigde Naties in no time vast als er geen aanvullende maatregelen worden getroffen. Wij vinden het dan ook erg belangrijk dat er inderdaad een mobiliteitsplan wordt opgesteld, zodat we gewoon de noodzakelijke upgrade van de openbaarvervoervoorzieningen – denk aan station Leerpark natuurlijk in de toekomst, maar ook de upgrade van de wegen die hierbij hoort – dat we die ook gaan realiseren. Dus dat plan, dat belang zien we in en dat zien we graag snel komen. Dan voor wat betreft het parkeren. Er is natuurlijk al veel gezegd over de garages in dit plan, maar we willen ook graag de aandacht vragen voor het parkeren in het gebied hier omheen. Dat valt weliswaar niet in de contouren van dit bestemmingsplan, maar toch willen we kijken naar de parkeerdruk in de omgeving eromheen. Ik denk dan met name ook aan Sterrenburg-Noord. Wat ons betreft komen we met een aantrekkelijk aanbod aan de mensen in het gebied eromheen, waarbij betaald parkeren een optie is. Maar – en dat zeg ik er wel nadrukkelijk bij – wel voor een laag tarief. Enkele tientjes per jaar. Dus twintig, dertig, veertig euro, in die orde, slechts de administratieve kosten.
Natuurlijk is het altijd aan de bewoners van een gebied zelf of er wel of geen betaald parkeren komt, maar wat ons betreft brengen we ze een aantrekkelijk aanbod waarbij oog is voor ook hun zorgen. Even kijken. Dat was het voor het wat betreft dit onderdeel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. U heeft volgens mij een vraag van mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik hoor de woordvoerder van de VVD vertellen dat er veel zorgen zijn in de zienswijzen over de bereikbaarheid. Hij wijdt er ook enkele zinnen aan. Als die bezorgdheid nu niet weggenomen wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan, betekent dat dan niet – vraag ik aan de heer Kuhlmann – dat deze mensen in beroep gaan en dat daarvan het gevolg is dat mogelijk ook de bouw stil komt te liggen, omdat de bereikbaarheid niet goed en afdoende is geregeld? De heer Kuhlmann: Ja goed, ik ben geen planjurist, dus hoe succesvol hun beroepspogingen zijn. Kijk, iedereen kan altijd bij ieder plan in beroep gaan. Het enkele feit dat er een mogelijkheid is om in beroep te gaan, daar moeten we ons denk ik niet te veel door laten afschrikken. Wat ons betreft is het een afweging, die woningen zijn wat ons betreft broodnodig. Ik heb er ook meteen bij gezegd: ook die bereikbaarheid is van belang.
Laat ik er ook bij zeggen: het is natuurlijk niet zo dat deze ontwikkeling plaatsvindt ergens midden in de Biesbosch, een plek die alleen via een kano en een zandweggetje te bereiken is. Er is al infrastructuur op deze plek, dus dat daar nog wat bovenop moet komen, dat er een plan moet komen, zeker. Maar in alle afwegingen – en met name met het oog op de grote woningnood in onze stad – zeggen wij: we moeten niet wachten met bouwen en hier nu mee verder gaan. Dat is even het antwoord op deze vraag. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van Verk.
7
De heer Van Verk: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Kuhlmann pleiten om het parkeerregime in Sterrenburg-Noord op een aangepaste wijze toe te passen, voor een paar tientjes, zei hij net. Ik neem aan dat hij dan een paar tientjes per halfjaar bedoelt. De heer Kuhlmann: Nee, per jaar, per jaar. De heer Van Verk: Per jaar, ook goed. Eerlijk gezegd vind ik de tarieven al voor belanghebbenden niet zo gek hoog, maar goed. Wij hebben ooit gesuggereerd om te kijken of het niet mogelijk was om het betaald parkeren daar geleidelijk aan in te voeren, waarbij als belangrijkste argument werd gegeven: de mensen die daar nu wonen, die wonen er dikwijls al tientallen jaren, hebben nooit gevraagd om betaald parkeren, hebben ook niet gevraagd voor een ziekenhuis in de buurt en ook niet voor een Sportboulevard. Je zou die mensen vrij kunnen stellen totdat ze verhuizen en zodra er een nieuwe bewoner komt zou die het gewone tarief gaan betalen voor betaald parkeren. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat hoeft allemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Hoe staat u op zich tegenover een dergelijke gedachte? De heer Kuhlmann: Laat ik positief beginnen. Het is denk ik goed om flexibel te denken en te kijken naar verschillende mogelijkheden van: hoe kunnen we wat doen aan de parkeerdruk in het gebied eromheen? Dan heel specifiek de optie die u noemde, daar ben ik niet meteen heel erg van gecharmeerd.
Met name met de gedachte dat het, waarom zou je iemand die er later komt of die er langer zit daar grote verschillen in aanbrengen van wat mensen betalen? Wat ons betreft dan voor iedereen een heel laag tarief, enkel de servicekosten. De heer Van Verk: Oké, even een reden waarom je dat zou kunnen doen. Het is dat de mensen die er al jaren wonen er nooit om gevraagd hebben en de mensen die er komen wonen, die weten dat er een parkeerregime is. Dus die kiezen daar in die zin wel bewust voor, of tenminste, ze weten dat op het moment dat ze daar gaan wonen dat ze een parkeervergunning moeten aanschaffen. Dat weet je van tevoren. Dat is de reden waarom ik zo’n ingroeimodel wel aantrekkelijk vind. De heer Kuhlmann: Ja, nou ja. Goed. Misschien moeten we op een ander moment verder, dit lijkt me misschien iets te ver voor nu. Maar laten we met elkaar constateren dat het goed is om hier flexibel naar te kijken. De heer Van Verk: Mee eens. De voorzitter: Helemaal goed. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Dat was eigenlijk ook een beetje de vraag die ik had, maar een beetje aanvullend daarop. De heer Van Verk geeft aan, omdat via flexibel dat de mensen die daar nu wonen. Laat ik vooropstellen dat ik de VVD altijd aan mijn zijde vind of de VVD mij aan zijn zijde vindt als het over het parkeren gaat.
Alleen je gaat dan betaald parkeren op een plek doen waar al heel veel overlast is, want we weten dat mensen daar heel veel klagen dat de parkeerdruk daar enorm hoog is. Dan gaan we daar betaald parkeren invoeren. Ik zou dan zeggen: laten we daar dan mensen gewoon
8
een parkeervergunning geven en daar helemaal geen betaald parkeren in gaan vullen. Want volgens mij vindt de VVD ook altijd: de auto moet geen melkkoe zijn. Dus laten we daar dan gewone mensen die daar wonen een vergunning geven. De heer Kuhlmann: Ja, misschien zitten we een beetje, gebruiken we andere woorden voor dezelfde gedachte. Met betaald parkeren bedoel ik inderdaad dat bewoners een vergunning krijgen. De enige manier waarop je als bewoner voorrang krijgt op andere mensen is als andere mensen ervoor moeten betalen. Als ik u goed begrijp zegt u: geef die bewoners dan gratis een vergunning. Dat zou ik in de ideale wereld niet zo gek vinden, maar wat ik nu voorstel is: laten we dan mensen gewoon de administratiekosten, dus twintig euro per jaar, dertig euro per jaar. Dat is iets anders dan gratis, maar nog steeds een beetje in dezelfde denkrichting. Volgens mij zitten we niet zo heel ver van elkaar af. De voorzitter: Even, volgens mij is ook dit iets wat we in een later stadium nog zo specifiek zouden kunnen bespreken. Even kijken, ik zie nog mevrouw Kruger. Heeft u een interruptie op de heer Kuhlmann? Want anders kunnen we door. Mevrouw Kruger: In feite heeft u het net ook al gezegd … De voorzitter: Ik hoor u heel ver weg ergens. Mevrouw Kruger: O, wat raar. De voorzitter: En ik weet dat u heel dichtbij zit. Mevrouw Kruger: Ik zal mijn … Ik zie het al, mijn geluid.
Is dit beter? De voorzitter: Ja, helemaal goed. Mevrouw Kruger: Dat was nog een beetje verstopt … De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: … onder mijn grote krullenbos. Nee voorzitter, ik had hetzelfde: ik vond deze discussie iets te ver gaan nu over de parkeertarieven. Want ik denk: ja, dat is leuk, ik woon in de binnenstad en ik woon daar en daar zijn later ook de parkeertarieven verhoogd. Geef mij dan ook maar een parkeerabonnementje omdat ik daar woon. Dus laten we het daar alstublieft nu niet over gaan hebben, gewoon over het centrale plan. De voorzitter: Dan gaan we door. Oké? Mevrouw Kruger: Dank u wel. Jazeker. De heer Kuhlmann: Misschien nog ter informatie voor mevrouw Kruger. Over wat betreft andere delen van de stad wil de Dordtse VVD graag dat die eerste parkeervergunning in prijs omlaaggaat. Dus we vinden ook elkaar daar. Dank u.
9
De voorzitter: Ja, ja, ja. Het is nog geen campagne, mijnheer Kuhlmann. Mevrouw Kruger: … daar zijn wij natuurlijk helemaal niet van, hè? De voorzitter: Wij gaan door, graag. Ik weet niet wat mevrouw Klein-Hendriks hier nog aan toe wil voegen? Of dat ze net als ik gewoon door wil nu. Mevrouw Klein-Hendriks: Toch nog een vraag aan de heer Kuhlmann, want we kunnen het hebben over andere buurten, waar zeker de parkeerdruk groot is en waarbij ik ook met bewoners gewoon door de wijk heen ben gegaan. Dus dat is zo. Maar heeft mijnheer Kuhlmann niet ook misschien een suggestie hoe ermee om zou kunnen worden gegaan in het voorliggende bestemmingsplan? Want daar hebben we het tenminste over. Dan bedoel ik bijvoorbeeld: vindt mijnheer Kuhlmann het niet opmerkelijk dat in de parkeerbalans, zoals die bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan wordt gevoegd – als ik het goed heb begrepen – eigenlijk wel al de korting inboekt die er pas zou kunnen worden ingeboekt op het moment dat er een mobiliteitsplan tussen partijen tot stand is gekomen. Dus eigenlijk nu weer bij het vaststellen van het bestemmingsplan wordt er met een lager percentage parkeerplekken vastgesteld, zo zeg ik het dan maar even, terwijl er nog geen mobiliteitsplan is.
Hoe ziet mijnheer Kuhlmann dat? De heer Kuhlmann: Ik denk daarover het volgende: dat voor deze specifieke locatie, zit natuurlijk naast het ziekenhuis en naast de Sportboulevard. Laten dat nou net locaties zijn die meer dan op een gemiddelde plek in onze stad worden aangedaan door het openbaar vervoer. Dus met dat in gedachte, dat je niet op nul begint, maar specifiek voor deze plek vind ik dat niet zo gek daar al een beetje rekening mee te houden in die parkeernormen. Maar wat ik eerder zei, voor wat betreft dat mobiliteitsplan, ik denk dat ik het niet duidelijker kan zeggen dan dit: hier is nog duidelijk huiswerk voor het college. De Dordtse VVD zal dat scherp in de gaten blijven houden, of daar ook het juiste wordt gedaan op dit punt. De voorzitter: Oké. Ik wil graag verder. Het is wel zo dat door alle interrupties bij u, mijnheer Kuhlmann, mevrouw Van der Ham inmiddels er helemaal startklaar voor zit. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Ik heb hier eigenlijk niet zo heel veel meer aan toe te voegen wat iets zou toevoegen aan de discussie. Dus laat ik stellen dat wij akkoord zijn met het voorstel en dat het wat ons betreft als hamerstuk naar de raad mag. Dank u wel. De voorzitter: Kijk, daar hou ik van. Dank u wel. Mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Mevrouw Van der Ham die was heel erg kort, dus ik probeer nog korter te zijn.
Wij gaan ook als Dordtse D66 akkoord met het bestemmingsplan en laten we het gewoon als hamerstuk schrijven in de raad. Dank.
10
De voorzitter: Nou, ik denk dat dat ongeveer even lang was. Maar heel goed. Mevrouw Kruger, die kan dat ook. Let op. Mevrouw Kruger: Nee hoor, voorzitter, want wij zijn zeker niet zomaar akkoord dat het als hamerstuk naar de raad kan. Want uit de stukken blijkt op dit moment helemaal niet zeker hoe de knelpunten met betrekking tot geluid en mobiliteit kunnen worden opgelost. De geluidsproblematiek wordt bij de ontwikkelaar neergelegd en als het goed is, als de eis goed gehandhaafd wordt dan lijkt het, als je de hoge belasting van de 58 dB die nu gesteld wordt acceptabel vindt, dit probleem is afgedekt. Al moet natuurlijk wel bedacht worden dat het geluidsprobleem met het mobiliteitsvraagstuk samenhangt. Dan komen we dus op wat er net ook al gezegd is: voor de mobiliteit moet nog een plan gemaakt worden. Zowel de geluidsbelasting als de parkeerbehoefte zijn afhankelijk van het plan en van de effecten daarop op het mobiliteitsgedrag. Als het onvoldoende lukt vragen wij ons af: waar komen dan de kosten daarvan in welke vorm dan ook terecht en kunnen er in het bestemmingsplan op dit punt garanties worden gegeven? Dan moet ik ook nog bedenken – ik bedoel, ik heb net de heer Van Verk er al over gehoord en mevrouw Stolk – we hebben eens een tijd geleden al, nog voor coronatijd, een fietstocht gehad in het buitengebied.
Dat ging ook over bouwen, een projectontwikkelaar liet ons echt van alles zien waar gebouwd kon worden. Die benadrukte ook: als er weer projecten zijn, letten jullie in vredesnaam op mobiliteitsplannen, op ontsluitingswegen enzovoort. Want als dat pas later komt, wat in veel gebieden is geweest – ik geloof dat de heer Van Verk daar dus straks ook al iets over heeft gezegd – dan zit je met de gebakken peren en moet je allerlei dingen herstellen. Dus voor wat ons betreft kan het zo niet door en vinden we eerst dat er een goed mobiliteitsplan of een richting van een mobiliteitsplan moet komen. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kruger. Dan gaan we naar mevrouw KleinHendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voor wat betreft geluid sluit ik me aan bij wat mevrouw Kruger zojuist heeft aangegeven. Ik vind het ook echt wel een gemis en ik breng ook in herinnering dat eigenlijk de commissie voor de m.e.r. bij de beoordeling, onder andere van dit bestemmingsplan althans, van de m.e.r.-beoordelingsrapportage heel erg kritisch was. Namelijk ook dat de woon- en leefkwaliteit in dit gebied niet kon worden gegarandeerd. Dat vind ik nog wel, als je daar woningen neer gaat zetten, 700 woningen en meer voor dus nog zoveel meer bezoekers of toekomstige inwoners, vind ik dat niet zo heel erg fijn.
Als ik verder lees na het commentaar ook van de commissie voor de milieueffectrapportage en ik lees vervolgens wat daarmee is gedaan dan raak ik ook af en toe een beetje het spoor bijster. Dan wordt er gerefereerd aan beoordelingsregels die in een bestemmingsplan zouden zijn opgenomen omtrent het aspect gezondheid. Die kom ik in dit bestemmingsplan niet tegen. In dit bestemmingsplan staan geen beoordelingsregels voor spelen en gezond leven. Vind ik toch wel een gemiste kans. Ik zie tegelijkertijd ook bij het bestemmingsplan gevoegd stedenbouwkundig plan. Nou, dat ziet er mooi uit, ook met groen. Wat mij betreft mag de gemeente nog net een tikkie ambitieuzer zijn door ook in bestemmingsplannen duidelijkere regels op te nemen voor het groen, zodat dat niet een ondergeschoven
11
kindje is, maar dat dat ook daadwerkelijk – ook het natuur-inclusief bouwen – ook daadwerkelijk in de regels is verankerd, want dat schept continuïteit, eenduidigheid en duidelijkheid naar ook omwonenden. Over de druk van het parkeren. Als ik de nieuwe parkeerbalans zie dan zijn er relatief weinig parkeerplekken opgenomen. Nu is het ook niet zo dat onze fractie gaat uitdragen dat we steeds meer met de auto moeten gaan, maar toch, de zorgen die er zijn als het aantal bezoekers wat er gaat komen – ook naar de nieuwbouwwoningen – dat zijn er maar een paar. Het zijn er 170 of zoiets. Als wij niet heel snel een mobiliteitsplan hebben dan vrees ik dat er in de toekomst alleen nog maar meer druk naar de omgeving gaat ontstaan, dus ik hoop toch echt dat de wethouder daarop zou willen reageren, hoe die dat ziet. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Oké, dank u wel. PVV is er niet, dacht ik. Nee. Oké, gaan we naar mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, met de vaststelling van dit bestemmingsplan gaan we regelen dat er 720 woningen gebouwd worden en een parkeergarage. Dat vindt de SP een prima plan. Alleen constateren we dat wij bij de totstandkoming van het bestemmingsplan het college op een paar punten niet al te sterk heeft gehandeld.
Dat kan ertoe leiden dat mensen die een zienswijze hebben ingediend die gaan doorzetten en daar straks tegen dat plan in beroep gaan, met de mogelijkheid dat de bouw vertraagd wordt. Dat zou erg spijtig zijn. De punten waarop we vinden dat het college niet zo sterk heeft gehandeld dat zijn de inspraak. Er zijn 2 inloopavonden geweest, daar is geen verslag van gemaakt. Alleen de mensen die schriftelijk daarop gereageerd hebben, hebben daar in de verdere stukken een reactie op kunnen lezen. De mondelinge reacties zijn niet meegenomen en de toegezegde inspraakavond heeft niet plaatsgevonden. Dus bij een toetsing van de rechter is het maar de vraag of dat er inspraak op een goede wijze heeft plaatsgevonden. We vragen daarom aan het college waarom zij zo onzorgvuldig met de inspraak zijn omgegaan. Het tweede punt – dat is ook al door diverse andere sprekers genoemd – dat is de mobiliteit. Dat is nu niet geregeld. Het college heeft eigenlijk anderhalf jaar de tijd gehad om daar een plan voor te maken, maar ze zeggen nu dat ze dat het komende jaar gaan doen. Waarom zou dat het komende jaar wel lukken, terwijl dat het afgelopen anderhalf jaar niet gelukt is? Je kunt wel plannen maken, maar de praktijk kan een stuk lastiger zijn. Het is ook al door verschillende fracties gezegd dat het maar de vraag is of iedereen één of meer auto’s heeft die daar geparkeerd moeten worden.
Het personeel van het ziekenhuis en de Sportboulevard die werken op tijden dat ze veelal met de auto moeten komen omdat er geen alternatieven zijn, dat geldt ook voor bezoekers van deze accommodaties. Voorzitter, als er nou geen mobiliteitsplan komt of het plan wat gemaakt wordt niet werkt, wat zijn dan de gevolgen voor de omgeving? Want terecht werd net al opgemerkt dat het huidige plan afgestemd is op minder parkeerplaatsen dan er nodig zijn. Hoe denkt het college daar mee om te gaan? Of schuift het college dan het probleem door naar een volgend college? Want het zal nog even duren voordat dat probleem allemaal duidelijk is. Dat horen wij graag. Wij denken niet – maar daar kom ik straks nog even op terug – dat dit als hamerstuk naar de raad kan. De voorzitter: Oké. Dank u wel. De VSP, mevrouw Stolk.
12
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van mijnheer ’t Lam. En ook bij mevrouw Klein-Hendriks. Die stipte ook nog een mooi punt aan over dat de gezondheid juist op deze Middenzone, die eigenlijk tussen een ziekenhuis en een Sportboulevard gebouwd wordt, dat dat niet meegenomen wordt in dit plan. Het laatste is toch wel dat je dingen met elkaar en samendoet, om daar een ontwikkeling neer te zetten die door iedereen gedragen wordt. De woorden van mevrouw Kruger, om maar even aan te geven dat we straks achter de feiten aanlopen als er gebouwd wordt en er is geen mobiliteit, dan zijn we nog veel verder van huis. Dus wat ons betreft hoeft dit en kan dit ook niet zo door naar de raad. De voorzitter: Hij zit er al klaar voor. Mijnheer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik kan kort zijn: ik deel de opvatting van alle partijen die zeggen dat dit plan een mooie bijdrage is aan de groei-ambitie die wij hebben geformuleerd. Ik ben het ook eens met de mensen die zeggen: er moet zo min mogelijk vertraging. Of eigenlijk zeggen een aantal mensen: er moet vooral doorgepakt worden, we moeten nu doorstomen. Alleen ik heb toch moeite met het doorstomen met een plan wat eigenlijk niet compleet is. De mobiliteitsfactor, daar hebben we het al een paar keer nu over gehad, die ontbreekt.
Dan zou je denkt: dan ga je veiligheidshalve uit van de oude parkeernorm in de plaats van een nieuw nog te ontwikkelen mobiliteitsplan. Maar waarom zeg ik dit, voorzitter? Een wijk kan je maar één keer bouwen en om die goed te bouwen, dat is al verrekte moeilijk. Fouten die je maakt in een wijk zijn bijna niet te herstellen, behalve tegen hele hoge kosten. Dus je moet goed nadenken voordat je een bestemmingsplan vaststelt waarin een zo belangrijk onderdeel ontbreekt. Dus wat mij betreft moeten we daar toch ook eens in de raad met elkaar over van gedachten gaan wisselen en kijken of er via moties of amendementen wat meer sturing op kan worden gegeven. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste. Even een moment, want ik zie dat mijnheer Kuhlmann nog ‘voorzitter’ roept. Ofwel: die heeft vast nog iets voor mijnheer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb aandachtig geluisterd naar de heer Van Verk en ik deel zijn analyse hoe belangrijk het is om inderdaad vaart te zetten achter de woningbouw. Ik hoor hem ook zeggen: je zou voor wat betreft die mobiliteit, daar zou je inderdaad op moeten terugkomen. Ik ben gewoon even benieuwd hoe hij dat praktisch voor zich ziet. Want zo’n mobiliteitsplan, dat is volgens mij niet, ik doe het niet, maar ik stel me zo voor dat dat niet in een week geschreven is.
Dus hoe zou u dat – ik hoor u zeggen moties – hoe ziet de heer Van Verk dat praktisch voor zich? De heer Van Verk: Voorzitter, als raadsleden hebben we twee instrumenten: amendementen en moties om zaken bij te sturen. Ik kan me zo voorstellen dat je het huidige bestemmingsplan, het bestemmingsplan zoals dat er ligt goedkeurt onder voorwaarde van, bijvoorbeeld. Ik weet niet of dat kan, zou ik moeten uitzoeken, maar je zou een formule moeten zien te vinden waarin je zegt: het bestemmingsplan als zodanig ziet er goed uit, alle toeters en bellen die erbij komen zien er ook prachtig uit. Echt, dat heeft onze volle steun, maar laten we bezinnen voordat we beginnen: laten we dan het
13
mobiliteitsplan zo snel als mogelijk realiseren en opnemen in het nieuwe bestemmingsplan, zodat je dat probleem kan oplossen dan wel weet dat je er niet aan kan voldoen toch wijzigingen op de huidige bestemming zou moeten aanbrengen op voorhand. Want het gaat eigenlijk gewoon over parkeerruimte, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Betekent dat dan – als het mag, voorzitter, als vervolgvraag – betekent dat dat praktisch, dat u via die manier zegt: goed, nog niet dit bestemmingsplan dan vaststellen, nog niet door kunnen gaan, eerst dat mobiliteitsplan opstellen. Begrijp ik u zo goed? De heer Van Verk: Ja, in het uiterste geval zou dat dat kunnen betekenen. Maar waarbij dan wel druk op de ketel wordt gezet door bijvoorbeeld een termijn te gaan stellen aan dat mobiliteitsplan. Ik hoor net dat men daar al anderhalf jaar mee bezig is, het verbaast me dat het er dan nog niet is. Klaarblijkelijk is het dan toch heel erg lastig, maar als we zeggen: binnen drie maanden moet het dan toch een keer op tafel liggen, anders gaan we uit van oude normen. Dan krijg je wellicht een wat andere opstelling van dat bestemmingsplan, maar hebben we wel de zekerheid dat we voldoende parkeerplaatsen hebben en dat de druk op de nabij liggende wijken niet onverwacht hoger wordt en dat mensen daar ook tevreden kunnen parkeren en mensen kunnen ontvangen. De heer Kuhlmann: Ja, dank voor de toelichting.
Ik begrijp beter wat u bedoelde eerder. De heer Van Verk: Oké. De voorzitter: Mooi. Gaan we nu alsnog naar mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn, want Gewoon Dordt herkent zich in belangrijke mate in de woordvoering die de VVD hield en we sluiten ons aan bij de opmerking die de ChristenUnie-SGP maakte over de positie van groen met name in bestemmingsplannen. Dus dat zijn de twee dingen waar ik me graag achter schaar. Voor het overige vindt Gewoon Dordt het een prachtig plan en hopen we ook dat het voortvarend ter hand genomen wordt, want we hebben die woningen hard nodig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jager. Eens even kijken, want mevrouw Jager staat wel bij de … Nee, het lijkt wel alsof ze verdwenen is. Dan wie weet, ze kan altijd nog in de tweede termijn de eerste doen. Dan hebben we iedereen op dit moment gehad, gaan we over naar de wethouder, mijnheer Sleeking, hoe het is met het gesprek met het ziekenhuis, hoe het zit met bepaalde kosten, dat mobiliteitsplan, waarom is dat er nog niet? Volgens mij zijn er genoeg dingen waar u een antwoord op kan geven. Wethouder Sleeking: Dank u wel, voorzitter. De Middenzone van het Gezondheidspark is natuurlijk geen simpele locatie om te ontwikkelen. Helemaal middenin infrastructuur van de N3, Overkampweg en bezoekers van het ziekenhuis en sportaccommodaties.
Dat levert veel verkeer op en dat zal opgelost moeten worden. Dat is nog niet opgenomen in het bestemmingsplan, omdat daar nog allerlei gesprekken rondom lopen, maar voordat de omgevingsvergunning kan worden afgegeven zal dat mobiliteitsplan moeten worden
14
vastgesteld en deel moeten uitmaken van het vergunningstraject rondom de omgevingsvergunning. Dat is een toezegging die ik in ieder geval kan doen, want zonder dat mobiliteitsplan zal er ook geen omgevingsvergunning kunnen worden vastgesteld. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks wil even tussendoor. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de toezegging van de wethouder. Ik zat wel met een schuin oog te kijken naar de regels in het bestemmingsplan en ik zie niet zo heel goed hoe de wethouder die toezegging in verband brengt met de beoordelingsregels in het bestemmingsplan over parkeren, omdat dat nou net niet tot uitdrukking is gebracht, dat in dit geval het mobiliteitsplan moet worden vastgesteld, voordat tot vergunningverlening kan worden overgegaan. Wethouder Sleeking: Voorzitter, dat hangt er mee samen dat er nog allerlei trajecten lopen, onder andere met het Albert Schweitzer Ziekenhuis en met de sportaccommodatie om te voorzien in de parkeervraag. Het Albert Schweitzer Ziekenhuis is zelf ook al enige tijd bezig met een mobiliteitsplan. Zoals u ook uit die presentatie van Ballast-Nedam en de architecten heeft kunnen zien wordt er ook ingezet op een gezonde, nieuwe woonwijk. Zevenhonderd woningen is tenslotte, kun je wel definiëren denk ik als een nieuw woonwijkje.
Daar spelen factoren als gezondheid en een prettig woon- en leefklimaat, een groene omgeving, maar ook het terugdringen van de automobiliteit door de inzet van deelauto’s, het faciliteren van fietsen, de blik gericht op de toekomst daar waar het gaat om de realisatie van een nieuwe stationshalte, precies op het kruispunt tussen Gezondheidspark en het Leerpark in. Het openbaar vervoer dat al aanwezig is, maar dat nog wel kan worden geoptimaliseerd, ook dat moet antwoord bieden op de mogelijkheden en de kaders waar binnen dit bestemmingsplan en straks ook de bouwplannen, de omgevingsvergunning, kunnen worden gerealiseerd. Zonder dat gaat het niet. Vanzelfsprekend moet er ook worden gekeken naar de omliggende wijken, zoals door sommige fracties al is aangegeven. Ik ben het met de heer Kuhlmann eens dat dat moet leiden tot een generiek beleid, waarbij het gaat om overlast in de omliggende wijken te beperken of te voorkomen door introductie van een systeem waarbij de bewoners van die wijken niet worden geconfronteerd met hoge lasten, maar waarbij je in ieder geval stuurt op gebruikmaking van de parkeeraccommodatie zoals die straks wordt gerealiseerd en ook afdoende moet zijn in de parkeervraag in het hele gebied. Of dat iets wordt van bewonersparkeren of een blauwe zone, waarbij de bewoners in dat gebied ontheffing krijgen, dat is denk ik de uitwerking wat later aan de orde komt.
Het gaat er nu om om een bestemmingsplan vast te stellen waarbinnen realisatie van dit bouwplan mogelijk wordt gemaakt en er zijn nog wel allerlei problemen te tackelen. Eén daarvan is het geluid … De voorzitter: Ik ga u heel eventjes onderbreken, want mevrouw Stolk heeft een interruptie. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. De heer Sleeking die heeft het over het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Ik zou graag willen weten hoe de inhoudelijke gesprekken lopen en over een mobiliteitsplan, want het Albert Schweitzer Ziekenhuis heeft een planklaar mobiliteitsplan liggen, dus misschien dat je daar als college ook gebruik van zou kunnen
15
maken hoe zij daarnaar kijken. U heeft het ook over het station. Wat verwacht u wanneer dat station ongeveer gaat neergezet worden? Ik heb gisteren de presentatie gehoord over het lobbyen, maar daar is nog aardig wat werk aan de winkel. Wethouder Sleeking: Ja, dat laatste punt, voorzitter, is er zeker nog werk aan de winkel. Maar het heeft een hoge prioriteit bij het college, langs alle wegen die ons ten dienste staan wordt er ook gelobbyd en ingezet op realisatie van een station Leerpark/Gezondheidspark en het station Amstelwijck en de introductie van een Lightrailsysteem. Wanneer dat precies gerealiseerd gaat worden, daar doe ik nu geen uitspraak over, want dat zou misschien al volgende maand achterhaald gaan worden. Maar het is wel eigenlijk een noodzaak, als je als stad inzet op groei van 120.000 naar 140.000 inwoners, dan betekent dat wat voor mobiliteit. Als je daar geen adequate hoogwaardige openbare voorzieningen bij kunt realiseren dan creëer je enorme problemen rond de infrastructuur in je bestaande stad, dat zal duidelijk zijn. Er zullen dus aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn rondom het openbaar, rondom het stimuleren van het fietsvervoer, deelautogebruik et cetera, om dit ook in goede banen te leiden.
Het is geen eenvoudige opgave, dat realiseren wij ons ook, maar we zijn optimistisch gestemd, daar waar het gaat, want dit project is natuurlijk een onderdeel van de aanvraag in de woningbouwimpuls bij Binnenlandse Zaken. Daar horen wij in februari of dat gehonoreerd gaat worden. Daarnaast loopt natuurlijk het project om in ieder geval ook dat Lightrailsysteem, de realisatie van de twee stations waar wij ambitie voor hebben, om die gehonoreerd te krijgen. We krijgen daarvoor steun, onder andere vanuit die verstedelijkingsalliantie en de provincie die ons daarin steunen, dus we blijven goedgemutst. Betekent niet dat de buit al binnen is, we zullen voluit moeten blijven inzetten op realisatie daarvan, maar voor de stad is dat van buitengewoon groot belang. Gesprekken met het Albert Schweitzer Ziekenhuis lopen. Overigens is dat onderdeel geen voorwaarde om dit bestemmingsplan nu vast te stellen, dat komt ook nog later weer terug bij het tweede traject rondom de vergunningverlening. We hebben u ook toegezegd dat we die gesprekken aangaan en ik ga er ook vanuit dat wij straks tot een adequate oplossing komen voor dat probleem. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u heeft antwoord, neem ik aan? Want u zet uw camera uit. Mijnheer Sleeking, u was gebleven bij vier dingen die u wilde gaan noemen, geloof ik.
Wethouder Sleeking: Nou, ik weet niet of ik vier dingen heb genoemd, maar ik kijk nog wel even verder. Het groen, waar met name vanuit de fractie van de ChristenUnie-SGP specifiek om is gevraagd. Ik had begrepen dat de commissie nogal onder de indruk was bij de presentatie van het plan van Ballast-Nedam en de architecten, hoe zij ook het groen in deze wijk willen gaan versterken. We gaan ook als het gaat om de inrichting van de openbare ruimte intensieve anticipatietrajecten aan met belanghebbenden en geïnteresseerden om te kijken hoe we dat gaan inrichten. Tegelijkertijd lopen er ook trajecten om het Overkamppark, zoals dat nu is, beter te laten aansluiten bij de nieuwe situatie rondom de Middenzone van het Gezondheidspark. Want het Overkamppark, dat moet ook eigenlijk echt het park en het groengebied voor deze wijk worden, dus een betere verbinding en een betere gebruikskwaliteit van het Overkamppark is daarbij wel
16
echt van belang. Ik kijk even, voorzitter, om te zien welke punten ik nog gemist heb. Voortmaken is door enkele fracties genoemd en ik ben blij dat in ieder geval dat ook wordt onderkend en gehonoreerd, om de vaart te houden, we hebben straks ook nog de voortgang van de woningbouwproductie. Dit is natuurlijk dan een heel belangrijk element, meer dan zevenhonderd woningen op deze locatie gaan een belangrijke bijdrage leveren aan de invulling van onze woningbouwambitie, waar we ook de steun van het Rijk bij gevraagd hebben, met een geheel nieuw woonmilieu. Mensen die daar gaan wonen die zullen zich ook realiseren dat ze daar niet zomaar over drie auto’s kunnen beschikken, die parkeerruimte is er niet. In sommige gevallen ook niet voor twee auto’s, denk ik. Maar je ziet natuurlijk wel in toenemende mate – dat zien we ook bij andere projecten, waar we werken met parkeernormdifferentiatie, bijvoorbeeld langs de Spuiboulevard – waar we er soms ook vanuit gegaan zijn dat het autobezit veel hoger zou zijn dan in de praktijk eigenlijk gerealiseerd wordt. Mensen die zo in de buurt van adequaat openbaar wonen die kiezen er gewoon ook vaak voor om de afstanden per fiets af te leggen of om gebruik te maken van deelfietsen. Een belangrijke opgave voor de komende periode ligt ook echt op dat gebied.
We zullen moeten blijven investeren in aantrekkelijke fietsroutes vanuit dat gebied naar de binnenstad, naar het centraal station of naar een ander station en om ook bijvoorbeeld systematieken van deelauto’s te accommoderen en te faciliteren, daar waar wij dat kunnen. Er zijn nog wat problemen op te lossen rondom geluid, de geluidscontouren als het gaat om evenementen rondom de Sportboulevard. Wij hebben nu wel het idee dat we daar met elkaar uit gaan komen, dat er vanuit de Sportboulevard veel minder geluid wordt veroorzaakt dan je op papier zou kunnen aanlijnen. Het is natuurlijk van groot belang dat dit bestemmingsplan straks ook standhoudt, dus er is voor ons alles aan gelegen alle vraagstukken die er nog liggen op een adequate manier in te vullen en uit te werken, want er is niemand bij gebaat dat er straks enorme vertraging optreedt door bezwaarprocedures. Dus wat dat betreft ligt er voor ons ook een grote opgave om de zienswijzen die zijn ingebracht op een goede manier te beantwoorden en te kijken hoe we het probleem kunnen tackelen. De voorzitter: Punt. Wethouder Sleeking: Daarvan zijn er twee van groot belang. Dat is één, het mobiliteitsplan. Dat zal er zijn voor de vergunningprocedure. En de geluidsproblematiek, daarover lopen natuurlijk vanzelfsprekend gesprekken met Rijkswaterstaat, om te komen tot realisatie van het geluidsscherm, wat gewoon noodzakelijk is.
En ook met Ballast-Nedam, om de resterende geluidsproblematiek op een goede manier op te lossen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, dank u wel. Het duurt toch altijd weer even voor dat hele gebeuren aan staat. Ik hoor de wethouder zeggen: alles heeft nog wel met elkaar te maken en voordat er een vergunning verleend wordt dan zal het mobiliteitsplan er zijn. Ik heb al eens eerder gezegd: ik vertrouw daarop. Dan kreeg ik kritiek: hoe kan je nou zomaar de wethouder op zijn blauwe, bruine, groene ogen – ik moet iedere keer weer even kijken – vertrouwen? Ik denk ook niet zozeer dat het altijd om het vertrouwen gaat, als wel dat we weten hoe vaak er dingen gewoon misgaan. Dat er dingen toch op
17
een verkeerde plek neergezet worden, of dat we toch mis gerekend hebben ten aanzien van iets. Dan denk ik: u zegt dan steeds ‘we gaan eruit komen’. Daar ben ik van overtuigd, uiteindelijk. Maar dan moeten we misschien wel weer een heleboel repareren die dan weer fout gegaan zijn, omdat uiteindelijk als bewoners eenmaal bezwaar gaan maken en het blijkt ook terecht te zijn, dan zal er toch iets veranderd moeten worden. Waarom niet ook het bestemmingsplan pas echt neerzetten als het … Hoe noemde ik het nou net? Het mobiliteitsplan – sorry, ik kon er even niet opkomen – het mobiliteitsplan er niet is? Of is er zoiets als wat de heer Van Verk ook daarstraks al aangaf, mogelijk, dat mocht een bestemmingsplan wel goedgekeurd zijn, dat dat afhankelijk dan ook weer is van een goedgekeurd mobiliteitsplan. Ik weet niet of dat mogelijk is, maar want dan kan je dat wat meer met zekerheid zeggen dat het inderdaad altijd goed komt. Wethouder Sleeking: Voorzitter, een bestemmingsplan vaststellen onder voorwaarde, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Mevrouw Kruger: Nee, ik ook niet, maar goed. Wethouder Sleeking: En ik ga al wat jaartjes mee. Maar nogmaals, er kan nooit een omgevingsvergunning straks definitief worden vastgesteld als we de mobiliteit niet goed geregeld hebben. Dus dat zal echt voor dat moment op een adequate manier geregeld moeten zijn.
En gaan zich nog andere problemen voordoen bij de ontwikkeling van dit gebied? Nou ja, ik hoop het natuurlijk niet, maar het valt niet uit te sluiten, want op elk project treden wel eens onverwachte zaken op. We hebben hier in ieder geval ook nog wat munten uit de Romeinse tijd aangetroffen, dat was in ieder geval een plezierige verrassing. Mevrouw Kruger: Zeker. Wethouder Sleeking: Dus je hoopt natuurlijk vooral dingen aan te treffen die ook eens een keer meezitten, misschien ook financieel meezitten. Bijvoorbeeld een mobiliteitsplan waarin ook straks het Albert Schweitzer Ziekenhuis zich goed zal kunnen vinden en de bezoekers van de Sportboulevard, de tarieven die in een later stadium aan de orde komen en dan vervolgens ook nog de problemen tackelen die we niet eigenlijk willen laten ontstaan in de omgeving. Dus … Mevrouw Kruger: Oké, duidelijk. Wethouder Sleeking: … een pakket van maatregelen die we met elkaar nog echt moeten oplossen. Mevrouw Kruger: Voorzitter, mag ik er nog een korte reactie op geven? De voorzitter: Ja, heel kort. Mevrouw Kruger: Dank. Ik had er ook nog nooit van gehoord, dat je dus een bestemmingsplan onder voorwaarde kon goedkeuren, dus daarom dacht ik: wie weet weet ik iets niet wat wel mogelijk is. Maar als u dan zegt: voor die omgevingsvergunning
18
moet dat toch geregeld zijn. Heeft u ook enig idee wanneer dan dat mobiliteitsplan gereed zou kunnen zijn? Want er wordt gesproken over 2023, dan vind ik dat nogal een groot gat met hoe we willen, want ook GroenLinks wil graag dat er snel gebouwd wordt. Zeker het plan wat nu voorligt, wij hebben het groen niet genoemd, omdat dat inderdaad heel fors aanwezig was in het plan, maar is daar een beetje een richting aan te geven? Wethouder Sleeking: Nou, 2023, dat is voor mij veel te ver weg. Mevrouw Kruger: Ja, precies. Wethouder Sleeking: We hebben nu natuurlijk toestemming en vergunning verleend voor het archeologisch onderzoek. We willen eind dit jaar, begin dit jaar beginnen met het bouwrijp maken van dit gebied. Wat mij betreft moet er volgend jaar gewoon dat mobiliteitsplan ook echt zijn, om vertrouwen te hebben dat we dit bestemmingsplan, zoals het nu wordt vastgesteld, waarin ook een bouwplan is verbonden, dat we dat ook echt gaan kunnen uitvoeren. Want anders zijn we onszelf een beetje voor de gek aan het houden, daar heeft ook niemand belang bij. Dus ik zal er in ieder geval op toezien, ik weet niet of collega Rik van der Linden ook meeluistert en kijkt vanavond, maar dat wij in ieder geval gezamenlijk ervoor zullen zorgen dat het mobiliteitsplan er ook echt is en dat er voldoende vertrouwen is dat dat straks ook gaat werken. Mevrouw Kruger: Oké, dank u. Helder.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Deels is mijn vraag al door mevrouw Kruger beantwoord. Ik blijf toch nog een beetje zitten, ondanks dat antwoord van de wethouder, met hoe dat ook nou precies zit in tijd. Ik hoor de wethouder zeggen dat het bouwrijp gemaakt gaat worden, dat de vergunning pas vergeven kan worden als het mobiliteitsplan er is. Maar in de stukken staat ook dat het mobiliteitsplan nog een jaar duurt. Ik heb straks ook een vraag: waarom heeft het inmiddels anderhalf jaar geduurd sinds we de grondexploitatie vaststelden en dat er nog steeds geen mobiliteitsplan is, maar we wel andere ontwikkelingen hebben weten te realiseren, zoals het bestemmingsplan dat er nu ligt? Dus ik vind die tijdsvolgorde allemaal een beetje vreemd. Daarbij komt dat als we nu het bestemmingsplan vaststellen volgens mij die termijn van zes weken gaat lopen, dat mensen die problemen hebben met de mobiliteit in beroep kunnen gaan. Als het dan nog een jaar duurt voor het mobiliteitsplan er is, dan hebben ze niet meer de kans om in beroep te gaan. Dus ik schat in dat iedereen die problemen heeft met mobiliteit en een zienswijze heeft ingediend dus nu binnen zes weken na de vaststelling in beroep gaat, en dat willen we niet met zijn allen.
Wethouder Sleeking: Ja, maar voorzitter, het is voor mij geen uitgemaakte zaak dat het bestemmingsplan geen standhoudt als er nog geen vastgesteld mobiliteitsplan is. Eerst hebben wij een vastgesteld bestemmingsplan nodig, een onherroepelijk bestemmingsplan, voordat de vergunningsprocedure rondom de bouw van de eerste fase gestart kan worden. Laat dat duidelijk zijn. Eerder gaat het niet, want zonder
19
vastgesteld bestemmingsplan kun je niet gaan bouwen, dat risico gaat geen enkele aannemer of projectontwikkelaar of wie dan ook nemen. Dus in die volgorde moeten we blijven werken. Het is ook zaak dat wij alle bezwaren die er zijn ofwel voldoende kunnen weerleggen of dat we voldoende antwoord kunnen geven op vragen die er nog zijn. Daarvoor hebben we ook andere partners nodig, onder andere Rijkswaterstaat, maar zeker de belanghebbenden in dit gebied die er vertrouwen in moeten hebben dat hun belangen straks ook echt voldoende aandacht krijgen in de uitvoering van dit plan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik zit nog, na alles wat ik gehoord heb zit ik toch even met twee vragen. Waarom moet het bestemmingsplan nu vastgesteld worden, terwijl het mobiliteitsplan er nog niet is? Terwijl het mobiliteitsplan vervolgens wel weer een voorwaarde is voor de vergunningsprocedure. Waarom niet in één keer? Maar goed, laten we ervan uitgaan dat dat dan niet in één keer gaat. Stel nu dat het mobiliteitsplan, wat over een halfjaar hoop ik het licht gaat zien, dat daaruit blijkt dat de norm die nu wordt opgenomen, de parkeerbalans die ongeveer uitgaat van één auto, volgens mevrouw Klein-Hendriks, dat dat niet houdbaar is.
Heeft dat dan gevolgen voor het bestemmingsplan? Oftewel, gaan we dan opnieuw kijken naar dat bestemmingsplan en eventueel extra parkeerruimtes toevoegen? De voorzitter: Mijnheer Sleeking. Wethouder Sleeking: Voorzitter, wij zijn … De voorzitter: U bent gereduceerd … O, daar bent u weer. Ik wou net zeggen: u was even gereduceerd tot een cirkel. Gaat uw gang. Wethouder Sleeking: … vanzelfsprekend in gesprek met Ballast-Nedam, maar ook in relatie daarmee met het Albert Schweitzer Ziekenhuis, om vast te kunnen stellen hoe veel parkeeraccommodatie we nou precies nodig hebben. Als de mobiliteitsplannen van dien aard zijn dat je komt tot de vaststelling dat je minder parkeerplaatsen nodig hebt, dan betekent dat natuurlijk wat voor de realisatie van die parkeergarage en dan gaat de teller wel flink lopen. Dat zal natuurlijk ook van invloed zijn op de parkeertarieven die daar vervolgens geheven gaan worden. Dus het is echt van belang dat we daar in goede samenspraak met elkaar uit gaan komen, dus vandaar nu eerst het bestemmingsplan vaststellen en dan vervolgens de rest van het bouwplan invullen, waar de aspecten die vanavond ook aan de orde komen – parkeren, geluid en leefomgeving – eigenlijk centraal staan. Want huizen gaan bouwen op een plek waar straks niemand wil wonen, dat willen we in ieder geval niet.
Dan kunnen we net zo goed die ene Romeinse villa die er misschien nog ergens onder de grond zit gewoon handhaven, dan kan daar nog iemand in een heel dun, duur gebied gaan wonen, hebben we maar een paar parkeerplaatsen nodig. Maar alle gekheid op een stokje, voorzitter, we moeten wel serieus werk maken om A. dit bestemmingsplan niet alleen vast te stellen, maar ook stand te laten houden en te komen tot een ontwikkeling waar vervolgens ook iedereen positief over is en waar mensen ook graag een woning straks willen gaan huren dan wel kopen.
20
De voorzitter: Oké … De heer Van Verk: Een vraag. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, graag even kort, want mevrouw Stolk wil ook nog wat vragen, dus. De heer Van Verk: Ik wil even toetsen of ik het goed begrepen heb, voorzitter. Ik begrijp het goed dat u zegt: we stellen nu het bestemmingsplan vast, op basis daarvan gaan we verder praten naar concrete invulling. Mocht blijken dat de concrete invulling leidt tot het minder plaatsen, dan kan er een probleem zijn, maar dat zit meer in de tariefhoek. Blijkt het op meer plaatsen dan wordt dat probleem opgelost door meer parkeerplaatsen te bouwen. Begrijp ik dat nou goed? Wethouder Sleeking: Ja, ik denk dat die conclusie juist is, want we moeten met elkaar wel de juiste parkeerbalans kunnen realiseren in dit gebied. Want wat wij niet willen – en daar ben ik het van harte mee eens met enkele sprekers vanavond – want wij willen geen probleem voor de toekomst creëren. De omstandigheden moeten zo goed zijn ingeregeld dat het straks ook goed verloopt. Dan nogmaals, het openbaar vervoer en de realisatie van een station zijn daar belangrijke elementen in die we nog niet van vandaag op morgen hebben gerealiseerd, maar waar wel alle inzet vanuit het college opgericht is. De heer Van Verk: Oké, helder. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Stolk.