CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 7 juli 2021 - getekend.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 7 juli 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 19: Vastgestelde Besluitenlijst en Notulen Commissie Sociale Leefomgeving31.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTERAAD DORDRECHT 2 1 SEP. 2021 Agendapunt : 2__ Bijlage nr. :

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 7 juli 2021 Digitaal Voorzitter: dhr. Tiebosch Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakcin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop Opening

1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkorn bij deze laatste commissievergadering van Sociale Leefomgeving voor het zomerreces en nou, anderen doen het niet, maar ik doe het wel. Voor de zekerheid en voor de volledigheid herhaal ik toch nog even de belangrijke afspraken voor het digitaal vergaderen. Als je niet aan het woord ben dan zet je camera en microfoon uit. Als je wil interrumperen of het woord wil ik dan geef je het aan in de chat en bij de spreekpunten hanteren we de sprekersvolgorde van de raad, tenzij een onderwerp door een bepaalde fractie is geagendeerd, dan starten we met die fractie en daarbij stel ik graag voor dat fracties die eveneens het woord willen voeren dit alvast aankondigen in de chat. Ga ik de namen even noemen van de mensen in de Teams-

deelnemerslijst om vast te stellen wie er allemaal vanavond deelnemen aan de vergadering en graag wil ik de bevestiging als je naam wordt genoemd middels beeld en geluid. Mevrouw Van Benschop.

Mevrouw Van Benschop: Ik ben er. De voorzitter: Fijn. De heer De Boer van Beter Voor Dordt. De heer De Boer: Voorzitter, goedenavond.

De voorzitter: Goedenavond. De heer Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, goedenavond, ik ben er ook. De voorzitter: Goedenavond. De heer Burakgin, GroenLinks. De heer Burakgin: Ja, aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Fijn. De heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ja, alles staat aan. Ik ben er ook, voorzitter. De voorzitter: Geweldig. Fijn. Mevrouw Nijhof van Beter Voor Dordt. Mevrouw Nijhof: Ik ben er, voorzitter. De voorzitter: Fijn. Goedenavond. Mevrouw Rutten-Alberts van de PVV. Mevrouw Rutten-Alberts: Goedenavond, voorzitter. Ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Stevens van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Stevens: Goedenavond, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Stolk van de Verenigde Senioren Partij. Mevrouw Stolk: Goedenavond, voorzitter. Ook aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Dan hebben we de heer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Aanwezig. De voorzitter: Hebben we de heer Bosman van de ChristenUnie/SGP. De heer Bosnnan: Ja, aanwezig. Goedenavond allennaal. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Dam Timmers van CDA. De heer Van Dam Tinnnners: Ja, zeker aanwezig. Goedenavond, voorzitter en alle anderen.

De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Striebeck, ook van de Verenigde Senioren Partij. Mevrouw Striebeck: Goedenavond, voorzitter. Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. En dan hebben we ook de wethouders Heijkoop en de wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Goedenavond.

2

De voorzitter: Goedenavond. De heer Heijkoop: Goedenavond. Goedenavond. De voorzitter: Nou, goedenavond allennaal en nou, wethouder Heijkoop, fijn dat u er weer bent. Van harte gefeliciteerd met de geboorte van uw dochter Isabel. Nannens de gehele Commissie Sociale Leefomgeving echt fijn dat u vanavond weer in ons midden bent, we hebben u gemist. Vooral ook even in de gemeenteraad. Ik heb geen afnneldingen ontvangen. Mededelingen. Ik heb de volgende mededelingen. Er zijn wat nazendingen verstuurd die nnogelijk betrokken kunnen worden bij de connmissievergadering van vanavond, zoals de beantwoording van de artikel 40 vragen van Beter Voor Dordt over de

Inkomenstoets Jeugd, behorende bij agendapunt 11, nagestuurd op woensdag 7 juli vandaag. Alsnnede ook de raadsinformatiebrief van de Dienst Gezondheid en Jeugd over

het Rapport Inspectie, nagestuurd gister 6 juli en wordt opgevoerd in het agendadeel Commissie Sociaal op 31 augustus. Ook de memo Maatwerk GH Drechtsteden, nagestuurd gister 6 juli, toegevoegd aan agendapunt 4. De beantwoording van de Adviesraad Wmo

en Jeugd door het college over de eigen bijdrage, over de crisisopvang, nagestuurd maandag 5 juli, toegevoegd aan agendapunt 13 en de verslagen van de Werkgroep GH Sociaal, behorende bij agendapunt 4, nagestuurd op verzoek van de heer Van Verk op woensdag 7 juli vandaag. Nou, gezien de actualiteit van deze onderwerpen en het felt dat dit de laatste commissievergadering is voor het zomerreces zijn deze stukken via de griffie verspreid. Ik weet niet of iemand anders nog mededelingen heeft. Dat is niet het geval. Dan gaan we verder met het punt over het vaststellen van de agenda. Nou ja, zoals vooraf afgesproken sluiten we deze vergadering uiterlijk om 23 honderd uur, elf uur, en om de

vergadertijd voor u in de gaten te houden stel ik voor de agendapunten als volgt te behandelen. Een, we starten met de bespreking van het raadsvoorstel over de gemeenschappelijke regeling Sociaal, gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Daarna staat opnieuw het raadsvoorstel Wijziging verordening beschermd wonen en opvang op

de agenda en ook de moties en toezeggingen staan ter akkoord ter bespreking geagendeerd. En tot slot attendeer ik u graag op het raadsvoorstel van de Startnotitie van het Verenigingshallenplan 2.0. Dat is opgevoerd in het agendadeel van deze

comnnissievergadering. Dit document staat vooralsnog vanavond niet ter bespreking geagendeerd, omdat we het stuk nog niet op tijd hadden ontvangen. De pauze vindt op een natuurlijk moment plaats. Ik hoop dat we dat rond kwart voor 10 kunnen doen. En nnijn vraag aan de commissie, of de comnnissie hiermee de agenda vast kan stellen. Oke, dan gaan we dat zo doen.

2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving 29 juni 2021 De voorzitter: Dan gaan we naar de besluitenlijst van de Commissie Sociale Leefomgeving van 29 juni. Vooraf zijn er geen wijzigingsvoorstellen ingediend. De vraag is of de comnnissie kan instemnnen met de besluitenlijst van 29 juni jongstleden. Nou, dat is het geval. Dank u wet.

3. Vragen aan het College

3

De voorzitter: Dan gaan we verder met punt 3, vragen aan het College. Daarvoor hebben we een vraag van Beter Voor Dordt aan wethouder Van der Linden en wie van Beter Voor Dordt mag ik daarvoor het woord geven? Mevrouw Nijhof, u heeft het woord. Mevrouw Nijhof: Ja, dank u wel. Voorzitter, portefeuillehouder, gisteren ontvingen wij alien het bericht dat de jeugdbescherming wederom onder verscherpt toezicht is geplaatst

in onze regio. Een hoogleraar Pedagogiek zei in haar reactie de kwaliteit van de jeugdbescherming is in 30 jaar nog nooit zo slecht geweest en geeft daar ook argumenten bij waarom dit zo is. Voor de jeugdbeschermingsketen, maar ook voor ouders en kinderen is dit dramatisch. Wat gaat u hieraan doen? U koopt innmers de jeugdbescherming in. We hebben kortgeleden ook zelfs een gesprek gehad met de jeugdbescherming. Wat betekent

dit volgens u bijvoorbeeld voor de Stichting Jeugdteams, de sociale wijkteanns en de verdere uitvoering van de Jeugdwet voor onze inwoners? Want dat is hiernnee verbonden. Dan heb ik nog een tweede vraag die daaraan gekoppeld kan worden. Kortgeleden hebben wij dus de jeugdbescherming in onze comnnissie gaat en zij vertelde over de hoge caseload en over taken die ze eigenlijk niet uit konden voeren omdat deze qua tijdsinvestering zeer groot zijn, zoals het begeleiden van bezoeken van pupillen en het vervoeren van pupillen.

Ook gaven zij hiervan een oplossing aan waar de SO naar zou gaan kijken, namelijk uitbesteding van die taak aan een andere organisatie, zoals dat in andere regio's het geval zou zijn. Nou, onze vraag is nu, zeker nu ze opnieuw onder verscherpt toezicht zijn gesteld en dat is niet voor niks, dat heeft ook heel erg met die taakuitvoering te maken. Wat heeft u met deze, nou ja, laten we zeggen, opmerkingen gedaan van de jeugdbeschermers zelf en heeft de SO hier inmiddels iets mee gedaan? Tot zover.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nijhof. Wethouder Van der Linden, kunt u hier antwoord op geven? De heer Van der Linden: Ja, goedenavond allemaal. Ja, nou, de vragen die zijn helder en die vloeien ook wel voort uit bespreking die we in januari hebben gehad, denk ik. Daar was ook een aantal dingen wel Nou ja, aan het gebeuren waarvan we zeiden van ja, hier moeten we echt veel meer aan doen. Het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschernnd is toen ook wel over tafel gegaan. Inmiddels is dus oordeel gevormd over 8 van de 12 regio... Of over 4 van de 12 regio's, die staan nu onder verscherpt toezicht. Onze regio, he, onze Zuid-Holland Zuid-regio maakt deel uit van de grotere regio Zuidwest en daarover wordt geschreven dat een hoop dingen beter zijn gegaan, maar er was wel veel caseload. In totaal waren in januari en ik ga even citeren, was voor 347 kinderen in heel Zuid-Holland geen passende hulp en inmiddels geldt dat nog voor 61 kinderen. Dat is dus een forse verbetering, maar het is nog steeds niet voldoende, want die 61 kinderen, daar is nu nog geen passende hulp voor en voor onze regio gaat het op dit moment om 20 kinderen. Dat is ook fors minder, want dat waren er 96, dus er is veel gebeurd, maar we zijn er nog niet. Er worden ook een aantal opties beschreven voor verbetering en ja, die kun je niet zomaar organiseren.

Een van de opties is meer kleinschalige voorzieningen treffen in je eigen regio. Nou, daar zijn we natuurlijk al mee bezig, alleen dat heb je niet van de ene op de andere maand of kwartaal geregeld. Dus ik heb hier gisteravond de raadsinformatiebrief in het onderliggende rapport doen toekomen. Gisterenavond is dat bekend geworden. Ik denk dat het verstandig is om, ja, u gaat over uw eigen agenda

4

hoor, am dit te agenderen, zodat we ook even kunnen kijken wat is er positief gegaan in januari, want dat zijn best veel dingen, maar ook welke knuppels er nog liggen en waar gaan wij zelf het verschil maken. En wij is dan regio Zuidwest, de hele grate regio, maar ook Zuid-Holland Zuid. Ik denk dat wij een aantal stappen wel verder hebben gezet, maar ook op een aantal stappen nog wat meer kunnen doen. De tweede vraag die u stelde, daar ben ik, we hebben morgen AB en dan wil ik daar eventjes op terugkomen, want ik heb daar geen concrete teruginfornnatie over op dit moment, maar daar konn ik nog even schriftelijk op terug. Ja? De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Nou, dan kijken we even met uw laatste woord ja of mevrouw Nijhof dat voor dit moment acceptabel vindt. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Eigenlijk niet, eerlijk gezegd, want wat de wethouder toch wel echt vergeet hierbij te zeggen is dat dit verscherpte toezicht eigenlijk een voortvloeisel is uit een eerder inspectierapport van 2019, dat hebben we ook al eens besproken in onze raad, waardoor eigenlijk gesteld wordt dat de kwaliteit van de jeugdbescherming, dat werd toen al eind 2019 extreem en gevaarlijk laag gevonden en dan gaat het over de deskundigheid van de medewerkers, hebben we het specifiek over en ook over de aansluiting bij de gemeente.

Dit is het inspectierapport wat daarop gevolgd is, waar eigenlijk de conclusie uit getrokken is dat er niets verbeterd is. Vandaar ook dat ik in mijn, laten we zeggen, toelichting op de vraag ook zei dat, er zijn een aantal deskundigen die zeggen dat eigenlijk

de jeugdbeschernning in al die jaren, 30 jaar tijd, nog nooit zo laag van kwaliteit is geweest. Dus ik vind dat wij dat niet moeten onderschatten en ja, u noennt wat cijfers en u noennt wat kinderen, maar er staan ook heel andere dingen in die rapportage met betrekking tot de waarheidsvinding in rapporten en de uitvoering van maatregelen die,

laten we zeggen, hieraan ten grondslag liggen en ik denk dat wij die echt nnoeten bespreken, want wij kopen de jeugdbeschernning in en wij zijn dus ook wel degelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van dit stuk van het donnein De voorzitter: Nou, oke, dank u wel, mevrouw Nijhof. U geeft eigenlijk aan dat u toch nog een wat ander antwoord wil van het college op deze vraag. We gaan hier vanavond op dit onderdeel niet met elkaar in debat, dus ik kijk even of de wethouder Van der Linden bereid is am hetgeen wat u nog verder heeft gevraagd of hij bereid is dat nog even verder te bekijken en dan deze connnnissie van antwoord te voorzien, am daarmee dan met elkaar het goede gesprek aan te gaan. Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Nou, vraag 2 heb ik al gezegd, daar kom ik op terug en voor het avenge, mevrouw Nijhof weet als geen ander hoe het in de jeugdbeschermingsketen werkt en weet ook dat wij voor een deel afhankelijk zijn van grate landelijke partijen en die willen allennaal, allennaal, zoveel nnogelijk naar nul uithuisplaatsingen en die willen kleinschalige voorzieningen. Daar zijn we knetterhard mee bezig, daar lopen we ook op onderdelen op voorop en het rapport is verder snoeihard en heel duidelijk over de hele keten in Nederland. Wij maken deel uit van een van de regio's die nu onder verscherpt

toezicht staat, maar ook binnen die regio zitten echt grate verschillen in een aantal afspraken en ook in hoe het gaat, maar daar komen we na het reces dan op terug. En vraag 2 ga ik dus nog verder beantwoorden en ik wil wel melden dat de SOJ zich hier wel op een goede nnanier in dat regionale overleg nnanifesteert, want wij hebben daar echt

5

wel een aantal stevige dingen neergezet. Ik kom terug op vraag 2 en nou, daarna gaan we ermee verder. De voorzitter: Nou, dank u wel, wethouder. Mevrouw Nijhof: Mag ik toch nog ...? De voorzitter: Ja, u mag nog een aanvullende vraag stellen. Mevrouw Nijhof: Ja, wat ik heb gevraagd, wat betekent dit volgens u bijvoorbeeld voor de Stichting Jeugdteams, want de wethouder die doet hier alsof de jeugdbeschermingsketen een los stuk is van de keten van de jeugdhulpverlening. Dat is niet zo. Het zit op dit

moment echt zo in elkaar dat er getracht wordt om OTS'en en uithuisplaatsing te voorkomen en dat stukje ligt echt bij de Stichting Jeugdteams. Wat dit rapport zegt is dat de zaken die op dit moment door de jeugdbescherming gedraaid worden eigenlijk gewoon

kwalitatief heel erg laag zijn en dus uiteindelijk op de borden terechtkomen van de Stichting Jeugdteams en daar wil ik graag een antwoord op. We hebben ook, ik weet niet meer precies in welke maand, op een gegeven moment een voorlichting gehad over huiselijk geweld, waar ook het dwangkader een rol in speelt en de jeugdbescherming was er op die avond niet aanwezig, maar er waren wel sociaal wijkteammedewerkers die zich met het vraagstuk huiselijk geweld en dat soort zaken mee bezighouden, die ook zeiden wij hebben daar te weinig expertise in, dus wij willen daar dan de jeugdbescherming bij invliegen, die helemaal niet in dat stuk van het domein horen. Die vertelden ook dat de jeugdbescherming aan het loket zit, aan de voorkant zit. Dan hebben we hier dus te maken met jeugdbeschermingsorganisaties die zelf eigenlijk de expertise niet lijken te hebben, dat zegt ook eigenlijk de rapportage, die hebben wij nu gekoppeld aan onze wijk- en jeugdteams en ik vind dat wij echt wat dat betreft een antwoord nnoeten vinden op hoe

we dat beter organiseren en ook hoe we de Stichting Jeugdteams in dit geval in beschernning nemen hiertegen. Want op dit moment is het zo dat de zaken die mislopen op de borden terechtkonnen van Stichting Jeugdteams. De voorzitter: Volgens mij, mevrouw Nijhof, lijkt het me voor dit onderdeel heeft u daar voldoende toelichting gegeven. We zitten bijna op het punt denk ik dat we dit rapport bijna als bespreekpunt in deze commissie gaan behandelen, zodat ook alle andere fracties daar lets over kunnen zeggen, maar ik vind het toch zinvol dat de wethouder Van der Linden nog een keer een reactie kan geven. Volgens mu j heeft hij de toezegging al gedaan om daar na het reces op terug te komen, maar u, wethouder, u kunt nog een keer een reactie geven op het laatste deel wat nnevrouw Nijhof heeft ingebracht. De heer Van der Linden: Ja, dank, voorzitter. En er zaten eigenlijk een hele serie vragen in, waarvan wij voor een deel inderdaad aan zet zijn. En dat zijn we ook, dat doen we ook in de nieuwe inkoop, in het segment 6 heet dat dan. We zijn ook al een tijdje bezig met

veilig groeien, zowel aan de voor- en aan de achterkant en die samenwerking te verbeteren en te intensiveren, dus daar kom ik eigenlijk gewoon dan in dat hele kader op terug, denk ik. Anders wordt het nu wel een erg discussie los van de agenda.

6

De voorzitter: Nou, uw toezegging en ook de vragen van nnevrouw Nijhof zijn door de commissiegriffier genoteerd, dus daar komen we na het reces in deze commissie op terug. Dank u wel. Dan gaan we door met de vragen van de VSP, ook aan wethouder Van der Linden en wie mag ik daarvoor het woord geven? Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, u heeft het al aangegeven, daar kom ik straks op terug bij de nieuwe behandelvoorstellen, want we hebben natuurlijk vanmiddag de vragen binnen gekregen van de artikel 40 vragen van Beter Voor Dordt, dus die gaat even over, daar konn ik dadelijk op terug. Ik heb dan nog een vraag aan wethouder Heijkoop, mag die er gelijk achteraan? De voorzitter: Ja hoor. Mevrouw Stolk: Meer vragen voor wethouder Van der Linden. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Oke. Ja, voorzitter, deze vraag is gisteren ook gesteld in de Drechtraad van wethouder Heijkoop, maar wij vinden deze vraag te belangrijk en willen hem hier graag nog een keer stellen en ik ken wethouder Heijkoop goed en ik weet zeker dat hij bereid is daar hier nog een keer een toelichting op geven, want ik wil mijn collega's hier niet van onthouden op deze vraag. De Centrale Raad van Beroep heeft recent een uitspraak gedaan dat het resultaatgericht indiceren van begeleiding en huishoudelijke hulp

niet meer mag. Wat heeft dit voor gevolgen voor Dordrecht en natuurlijk ook de Drechtsteden? Voor wat betreft de uitvoering, wordt hier ook op de inkomenstoets toegepast? Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Prima, nnevrouw Stolk. Ik was gister ook in de Drechtraad, dus ik heb het antwoord van portefeuillehouder Heijkoop daar al gehoord, maar ik geef graag wethouder Heijkoop hier in deze commissie nog een keer de gelegenheid om het antwoord nog een keer te geven. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, dit is inderdaad een regionale aangelegenheid, de Wmo. Tegelijkertijd zijn we met elkaar ook wel in transitie, dat was gisteren trouwens ook duidelijk voelbaar op inhoud en sfeer in de Drechtraad. Ja, uw vraag

is een hele wezenlijke. Het resultaatgericht indiceren is een van de grate wetgevingstrajecten die nu landelijk loopt, tezamen ook met de discussie over het abonnementstarief. Dat zijn twee grate trajecten die veel impact hebben op gemeenten en ook de betaalbaarheid van de zorg. De Drechtsteden was de eerste regio, waren de eerste gemeenten die over zijn gegaan op het resultaatgericht financieren en dat is bij ons ook goed gegaan, in tegenstelling tot in veel andere regio's waar het toch tot nnisstanden heeft geleid en die misstanden hebben er vervolgens weer toe geleid dat er rechtszaken zijn aangespannen en dergelijke. Wij hebben in onze regio dat nooit bij de hand gehad. Sterker nog, wij verkeren in de situatie dat we een hoge klanttevredenheid kunnen laten zien, tevredenheid bij de aanbieders en dat u als Drechtraad, als raad, er ook met deze maatregel, met dit beleid eigenlijk, in geslaagd bent am de kosten te beheersen. De wetgever, het kabinet, wil ook eigenlijk in lijn met hoe wij het in de

7

Drechtsteden doen, dit wettelijk netjes verankeren, dat ze dit zou kunnen doen, omdat het enerzijds de kwaliteit blijft in orde en anderzijds blijven de kosten beheersbaar. Maar dat is wel spannend, want er zijn nu veel discussies. U refereert al aan een gerechtelijke uitspraak en ook in Den Haag ligt het wel verdeeld. Dus we gaan dit heel nadrukkelijk met aandacht volgen. Op het moment dat het ook in onze regio gaat spelen, dan zal ik u

daarover infornneren, maar nogmaals, in de afgelopen jaren is daar nooit lets van gebleken. Sterker nog, het is altijd positief ervaren, maar het kan wel wat betekenen en ik heb gisteren ook al een getal genoemd. Stel dat dit echt niet nneer mag, dat het hele resultaatgerichte financieren van de baan gaat en dat het weer een beetje ouderwets p maal q, dus uurtje factuurtje, dan zijn de financiele consequenties lopen voor Dordrecht in de miljoenen. Voor de regio, tussen de 5 en de 10 miljoen zou het zomaar over kunnen gaan, dus we blijven dit met belangstelling volgen. Wij hebben onze aanpak ook getoetst en wij zijn ervan overtuigd dat het goed is, wat we doen. Wij vinden het heel belangrijk dat de zorg voor iedereen beschikbaar blijft, op een zo hoog mogelijk niveau en dat doen we vanuit een goede relatie met de zorgaanbieders, maar ook wel vanuit de scherpte op

de kostenbeheersing, maar ik zeg u in ieder geval nadrukkelijk toe dat we dit met belangstelling zullen blijven volgen. Sterker nog, wij spreken ook echt wel met het kabinet en kabinetsleden hierover ook om onder de aandacht te brengen dat we het kind met het badwater niet nnoeten weggooien, want dat zou ook heel erg jammer zijn. Nognnaals, dat ze ook enorme financiele consequenties hebben. Tot zover. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik nog een aanvullende vraag stellen aan de wethouder? De voorzitter: Dat mag u, mevrouw Stolk en dan ga ik daarna nog even vragen wat de heer Van Verk en mevrouw Nijhof graag hier op dit punt nog willen meegeven. Mevrouw Stolk: Ja, dank, wethouder en ja, dank ook dat u dit nog een keer wil toelichten in de commissie, terwijI u de vraag gisteren al gehad heeft. We hebben het al eens gehad

over het klanttevredenheidsonderzoek van de sociale dienst. Daar heb ik wel eens aangegeven van ja de slager keurt zijn eigen vlees. Kunt u ons garanderen dat niet die inkomenstoets en dat wat u zegt nu, dat die centrale raad op die manier induceert? Niet dat we dadelijk voor een felt komen te staan wat nu eigenlijk een beetje aan de hand is met de inkomenstoets bij jeugd, want daar ben ik wel een beetje huiverig voor, als u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: Gaat uw gang, wethouder. De heer Heijkoop: Ja, wij passen geen inkomenstoets toe, dat mag ook niet. Er zijn inderdaad gemeenten die dat wel aan het verkennen zijn, dat heeft er ook mee te maken

eigenlijk met het inkomensafhankelijk maken van bepaalde voorzieningen, waar we trouwens wel voor zouden zijn dat hogere inkomens een hogere bijdrage betalen en lagere inkomens juist wat meer worden ontzien. Dat is ook de wens die veel gemeenten hebben en waar het gaat over de clientervaringen, de klanttevredenheid. Nou, ik heb gisteren ook aangegeven in de Drechtraad dat we nog wellicht voor het reces of anders heel kort erna, zullen we de laatste rapportage naar u toe sturen en dan kunnen we daar ook met elkaar over in gesprek gaan. Als u aangeeft van ja ik zie daar dingen in staan die toch bepaalde zorgen oproepen dan kunnen we daar natuurlijk ook in de Dordtse raad in toenemende

8

mate bij stilstaan, omdat u straks veel meer dan nu als okale raad ook aan zet bent waar het gaat over de beleidsregels en verordeningen, ook op het gebied van de Wmo. Mevrouw Stolk: Dank je we. De voorzitter: Dank u we, wethouder. Meneer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Even naar aanleiding van het betoog van de heer Heijkoop, ik begrijp dat de wetgeving in de maak is. Nou, dat proces kan zeker gezien het felt dat we geen kabinet hebben we enige tijd duren. De uitspraak van de rechter is er volgens mu j nog niet, maar as er een rechterlijke uitspraak ligt, dan kunnen wij die toch niet negeren? Dan zullen we daar toch aan moeten voldoen? U knikte ja, dus ik neem aan dat u ook ja bedoelt. De voorzitter: Nou, laten we even kijken wat wethouder Heijkoop ervan vindt. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik heb niet helemaal, de jurisprudentie heb ik niet helemaal paraat. Kijk, een gerechtelijke uitspraak kan ook weer, dat kan bijdragen aan de jurisprudentie, maar het kan ook juist uitnodigen om bijvoorbeeld in hoger beroep te

gaan. Ik weet niet om welke gemeenten het gaat, maar uiteindelijk toch uit te kristalliseren waar dit over gaat en wat de wetgever bedoelt. Maar ik ben het volledig met u eens dat de uitspraak van de rechter is gewoon leidend in dit land en op het moment dat met elkaar vastgesteld is dat dit, mevrouw Nijhof heeft daar ook al kennis van rondom

jeugd, ja, daar moet de gemeente zich gewoon gelijk ook toe verhouden. Het is de bedoeling dat we met elkaar de wet uitvoeren en vanuit de sociale dienst is men zeer betrokken en volgt men dit echt op de voet, want wij willen de wet behouden, maar wij willen ook onze goede dienstverlening behouden en op het moment dat die ontwikkelingen er op dit vlak zijn, zal ik u er zeker over informeren. Ik ga me daar ook alweer wat meer over laten informeren, in de zin van in de regio heeft collega Paans de Wmo en ik zeg u ook gewoon heel eerlijk, op de laatste ontwikkelingen ben ik gewoon niet helemaal bijgepraat. Ik weet we van dat het ook juridisch speelt, maar ik denk dat het belangrijk

is, dat heb ik net ook tegen mevrouw Stolk gezegd, dat wij ook lokaal in onze gemeenteraad na de zomer in toenennende mate het gesprek hierover gaan voeren, onndat de implicaties ook steeds meer lokaal zichtbaar zullen zijn.

De heer Van Verk: Oke. De voorzitter: Mevrouw Nijhof, heeft u daar nog iets op toe te voegen? Mevrouw Nijhof: Ja, ik heb daar wel iets aan toe te voegen. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is op de Wmo-begeleiding, zeg maar. Dat is de hoogste beroepsrechter die daarvan gewoon gezegd heeft het mag niet. Het mag dus niet. Je moet in uren en in

minuten indiceren. Dat is een bindende uitspraak die gedaan is, dus ik wil hier echt bestrijden dat hier weer, net zoals er iedere keer rondom die inkonnenstoets bijvoorbeeld allerlei dingen gebeuren waardoor gezegd wordt van ach ja misschien kunnen we daar toch nog wel iets anders van maken binnen een verordening, maar in dit geval is het zo dat de Centrale Raad van Beroep al in 2016 een uitspraak heeft gedaan over hoe de

9

indicaties gesteld nnoeten worden. Heel duidelijk, heel duidelijk en hier mogen geen nadere regels aan toegevoegd worden die bijvoorbeeld inkomen betrekken bij de indicatie en daarbij is er nu dus gesteld dat er niet resultaatgericht geindiceerd mag worden. Dat mag ook niet als nadere regel toegevoegd worden. Dus ik, en dat wil ik

De voorzitter: U wil graag dat hetgeen wat u net heeft betoogd, dat dat ook door wethouder Heijkoop nog een keer wordt bevestigd? Mevrouw Nijhof: Ja. Ja, dan had ik nog een tweede opmerking naar meneer Heijkoop toe, want we weten dat de wetgever gezegd heeft dat er in de Wmo het inkomen nooit betrokken mag worden bij He. Daarom is dat amendementstarief gesteld. Nou is het zo als ik als raadslid inwoners in Dordrecht heb waarin het inkomen wel betrokken is bij de indicatie, dan wil ik graag aan u vragen waar ik die mensen naar toe kan verwijzen om uiteindelijk, laten we zeggen, het onderzoek op een normale manier uit te laten voeren zonder dat het inkomen daarin betrokken wordt. De voorzitter: Nou, dat is volgens mu j een hele heldere vraag, waar mensen misschien ook echt op zitten te wachten en wethouder Heijkoop, misschien heeft u het antwoord niet paraat, dan komt u er nog op terug, maar anders dan geeft u antwoord op wat u op dit moment daarop kan antwoorden. Uw microfoon alstublieft.

De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel, excuus. Ja, mevrouw Nijhof snijdt gewoon echt een aantal hele actuele politieke vraagstukken aan. Draagkracht staat in de Wmo, maar draagkracht, dat heeft de rechter ook uitgesproken, gaat niet over de financien, dus dat je het financieel kan dragen. Dat hebben een aantal gemeenten wel geprobeerd te betogen omdat zij zagen dat hele hoge inkonnens in toenemende mate de gemeente de huishoudelijke hulp lieten betalen. Wij hebben bijvoorbeeld een relatief forse stijging gezien in relatief welvarende buurten en dat dat als onmenselijk werd geacht vanuit de schaarse beschikbare middelen, maar het gebeurt niet in de Drechtsteden. Wij houden ons echt aan de wet. Wij vinden wat van de Wmo-abonnementstarieven en als, de VNG

vindt dat ook, en we pleiten ervoor om dat af te schaffen en om het eigenlijk rechtvaardiger te maken en inkomensafhankelijker, zoals het vroeger ook was, maar dat doen wij niet. Als u dat wel tegenkomt dan mag u ze naar mij doorsturen. Dan mag u zeggen van stuur een mail naar de wethouder en dan ga ik daarnaar laten kijken. Het

andere punt wat u maakt over het resultaatgericht financieren, daar hebben in het verleden een aantal genneenten stevige tikken op de vingers gekregen. Wij hebben naar aanleiding van die uitspraak ook echt onze werkwijze daarop getoetst en hebben we gecheckt van hoe zit dat en voldoen wij daaraan? Dan gaat het erover wat heb je in het ondersteuningsplan vastgelegd? Hoe ga je om met indicaties? Welke afspraken maak je over de kwaliteit en dienstverlening? En hoe wij werken, dat is altijd wetgevingsproof geweest en daarom heeft ook het kabinet wel met ons gekeken van joh, hoe doen jullie dat dan en hoe zouden we dat dan ook in een wet kunnen verankeren? Wat daar gebeurt,

bij de Drechtsteden, dat vinden wij een interessante werkwijze, omdat zij ook vanuit macro-economisch perspectief dat beheersbaar houden van de kosten heel belangrijk vinden, gezien de vergrijzing en dergelijke. Dus ik durf echt de stelling aan dat wij de wet niet overtreden in onze regio. Wel dat wij het heel nauwgezet volgen en ik heb ook afgelopen week nog even gesproken met het hoofd Wmo van de sociale dienst en ja, wij 10

zijn wel bezorgd. Wij zijn wel bezorgd over hoe dit verdergaat en op het op moment dat het gewoon duidelijk is dat het er echt anders uitziet, dat het niet nnag, dan zal ik naar u

toe gaan met een voorstel om het te wijzigen en dan zullen ook de financiele consequenties neerslaan in onze begroting en moeten we daar gewoon netjes ons beleid op aanpassen.

De voorzitter: Nou, dank u wel, wethouder. Fijn dat u op zo'n duidelijke vraag van

mevrouw Nijhof zo'n duidelijk antwoord geeft. Volgens mij voor dit moment echt voldoende behandeld. Dank u wel.

Stukken ter bespreking 4. Kennisnemen van Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging) — Raadsvoorstel

De voorzitter: Dan gaan we verder met de stukken ter bespreking en we beginnen met het raadsvoorstel nummer 4, raadsvoorstel Kennisnemen van het Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Dit raadsvoorstel is op 22 juni besproken in de gemeenteraad. De fracties van de Partij van de Arbeid en de SP hadden ieder een amendement ingediend en de Partij van de Arbeid had daarnaast ook nog een motie ingediend. Vervolgens heeft er op 29 juni jongstleden een technische sessie plaatsgevonden, waarin verdiepende vragen zijn beantwoord. De commissie heeft verzocht een nieuw overzicht van wettelijke en niet wettelijke taken aan te leveren om de beleidsruimte van lokale genneenten te duiden. Dat document heeft de connmissie op dinsdag 6 juli per e-mail ontvangen, is toegevoegd aan de stukken. Op pagina 3 van het raadsvoorstel heeft het college onder vervolg op het raadsbesluit ter overweging een aantal vragen opgenomen en daarnaast kan de bespreking ingaan op de wensen, bedenkingen en tekstuele opmerkingen waaronder u het college toestemnning kan verlenen om de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden aan te gaan. En volgens mij is het goed om de heer Van Verk van de Partij van de Arbeid, omdat u ook de indiener bent van het amendement en de motie en onndat ook de SP op dit moment niet aanwezig is, om u als eerste het woord te geven. Gaat uw gang.

De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Wij hebben inderdaad een amendement en een motie ingediend, die acht ik bekend. En wij hebben met belangstelling vorige week de bijzonder nuttige technische sessie bijgewoond van mevrouw Marsman-Smid en daaruit begrepen wij dat we feitelijk niet kunnen spreken van een wettelijke en niet wettelijke taken, maar eigenlijk van beleidsarme en beleidsrijke zaken. Beleids... Niet beleidsarm, maar beleidsrijk, ja, daar kunnen we ook van spreken, maar binnen de beleidsrijke zaken heb je beleidsruimte, vrije ruimte en je hebt een aantal zaken die gewoon moeten. Bijstandsuitkering nnoet je uitkeren, zit geen beleidsruimte in, is dus ook geen vrije beleidsruimte, maar een hele hoop andere zaken die mevrouw Marsman ons heeft doen toekomen in die notitie, daar zit beleidsvrije ruimte in. Nou, als ik dat zo hoor dan denk ik van oke, daar in de beleidsvrije ruimte zou je nnaatwerk kunnen hebben. Verder vult zij aan dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling je een aantal taken zou kunnen toedelen. De dagelijkse zorg voor de uitvoeringsorganisatie, dat lijkt me logisch, het opstellen van de begroting en het financiele jaarverslag. Eigenlijk gaf zij aan bijvoorbeeld

11

de bepaling van de prijzen van verschillende maatwerkproducten. En inhoudelijk zal de organisatie zich dan moeten toeleggen op het uitvoeren van de wettelijke taken waarin geen beleidsruimte zit. Nou, deze 4 organisatorische elementen vornnen tevens de belangrijkste taken van dat bestuur en inhoudelijk dienen zij datgene te doen wat de wet voorschrijft. Vraag aan de wethouder is of deze waarneming die ik daarbij doe wel klopt. Als u nou deze gedachte verder zou uitwerken en het werk in de vrije beleidsruimte

eigenlijk voor elke gemeente afzonderlijk ondergebracht zou kunnen worden bij de verantwoordelijkheden van die gemeente. Dat betekent dus dat het maatwerk daarin bevindt en dat die onderdelen niet gedelegeerd gaan worden naar de gemeenschappelijke

regeling. Nou, om dat goed te kunnen beoordelen zou je eigenlijk een totaaloverzicht moeten hebben van die beleidsvrije ruimte. Mevrouw Marsnnan, of mevrouw SnnidMarsman, heeft een niet-uitputtende lijst toegezonden die overigens al 3 kantjes omvat, waarin ik ontdekte dat we veel meer beleidsvrijheid ruimte hadden dan ik ooit gedacht

had. Nou, als je dat nu verder uitwerkt, dan leidt dat volgens mu j tot een aantal bevindingen. Dan is het stemgewicht in het bestuur niet meer zo relevant, want in dat constructief liggen de beleidsvrije ruimte in het maatwerk, in de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke genneentes. Twee, in de verordening moet je dan wel goed regelen welke

zaken dat dan zijn. In de verordening voor de GRD, maar ook in de afzonderlijke verordeningen die gaan over die beleidsvelden en als je daarvan uitgaat dan doemt wel de vraag op wat dan nog de nneerwaarde is van een GR met 7 wethouders, want ja, er is niet zoveel ruimte waarin zij zich kunnen bewegen. Dat leidt dan wel bij nnij tot de vraag welke motieven er nou op de achtergrond spelen waarom dat allemaal zo nodig moet worden gedaan. En dat is een vraag richting de wethouder, dat is ook de reden waarom ik de verslagen hebt opgevraagd, want ik krijg daar geen duidelijk antwoord op. En laat ik daarbij helder en duidelijk zijn, de liefde voor de SDD, dat warme gevoel wat elke wethouder heeft, dat geloof ik onmiddellijk, want de SDD is een verschrikkelijk goede dienst, maar dat is bestuurlijk en politiek gezien nou niet het meest bijdehante gevoel, de

liefde. Bestuurlijk en politiek gezien moet je eigenlijk gewoon vrij zakelijk zijn en in bestuurlijk en politiek opzicht gaat het eigenlijk altijd maar om een zaak: welke invloed kan ik uitoefenen op de gang van zaken binnen een bepaald donnein? Nou, als oprecht de nnening is dat de gemeenteraden vooral aan zet moeten komen, dan moet je die ruimte voor die gemeenteraden optimaliseren en dan moet je die van de GR nnininnaliseren. Dan

is een discussie over 80, 20% vind ik niet relevant, want uiteindelijk zou het generieke deel best wel eens 80% kunnen worden, want ik sluit helemaal niet uit dat alle 7 de gemeentes, belangrijke onderdelen nu in die beleidsruimtevrije ruimte zitten, dat ze daarvan zeggen misschien op verschillende toonhoogtes en met verschillende nuances, maar die brengen we wel onder in die gemeenschappelijke regeling als maatwerk. We zijn dan ook voornemens om als dit verhaal een beetje hout snijdt en ik hoor dat graag van

de wethouder, dan zijn wij van mening om een amendement op te stellen waarin we vaststellen dat de te ontwikkelen GR team geoptimaliseerd beleidsvrije ruimte moet bieden aan de gemeenteraden en een geminimaliseerd pakket moet hebben voor wat betreft het gemeenschappelijke generieke gedeelte. En ik zou nnijn collega's willen vragen hoe zij daarin staan.

De voorzitter: Nou, dank u wel, meneer Van Verk. Ik heb nog geen andere woordvoerders in de chat gezien. Ik zou me ook kunnen voorstellen hoor dat u zegt van nou op de

12

woordvoering van de heer Van Verk en de concrete vragen die hij heeft gesteld, dat we eerst eventjes naar wethouder Heijkoop gaan. Zodat hij in ieder geval daar het antwoord op kan geven en dat u vervolgens verder kunt gaan. Oke, ik zie toch een aantal... De heer Heijkoop: 3a, voorzitter. De voorzitter: Ja, wethouder Heijkoop, ik denk dat het goed is dat u op specifieke vragen van de heer Van Verk, dat u daar alvast antwoord op geeft en dan ga ik zo nneteen verder met de rest van de commissie. Dat scheelt misschien toch al denk ik in het begin at, nou ja, in ieder geval klare taal, hoop ik. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik wil even inderdaad ingaan op de vragen van de heer Van Verk. Ik denk dat hij in zijn betoog wel degelijk de essentie te pakken heeft en ook wel de onderliggende vraag stelt van waarom willen we dit, waarom doen we dit, waarom willen andere gemeenten dit? Nou, we hebben hier natuurlijk al meer met elkaar over gesproken en gemeenten willen graag meer ook lokaal kunnen verschillen van elkaar. De

genneente Hardinxveld bijvoorbeeld spreek dat altijd heel nadrukkelijk uit van ja wij ervaren armoede niet als een maatschappelijk vraagstuk, dus wij willen eigenlijk niet dat sociale en regionale beleid ook in onze gemeente hebben, wij willen andere keuzes nnaken bijvoorbeeld op het gebied van ouderen, waar zij weer veel mee van doen hebben. Nou,

dat is op zich een hele terechte, denk ik, wens en wij hebben met elkaar uiteindelijk vastgesteld van nou laten we dan ook kijken of we daar meer recht aan kunnen liggen. En die beleidsvrije ruinnte en die keuzes maatwerk, die nnogelijkheden zijn er inderdaad volop, maar het is wel goed om ons te realiseren dat maatwerk wordt ook beprijsd en uiteindelijk de voorwaarden voor dat maatwerk, worden wel degelijk ook in het geheel gemaakt. Want je wil niet, dat is nannelijk altijd een belangrijk uitgangspunt geweest, dat de uitvoerbaarheid van regelingen en de robuustheid van die sociale dienst als geheel, dat die onder druk komt te staan onndat, met alle respect, kleinere genneenten allennaal hele cornplexe wensen hebben, waardoor de machine vastloopt. Dan zou je echt de vergelijking kunnen trekken met een belastingdienst die elke keer regelgeving op regelgeving op regelgeving, nieuwe wensen vanuit de Kamer, het wordt zo complex en dan komt de uitvoerbaarheid en de robuustheid in het geding. Dat willen we voorkomen, dus we hebben wel degelijk spelregels, dus er is heel veel mogelijk en is vooral heel veel mogelijk als je bereid bent onn onbeperkt ook de portemonnee trekken, maar je streeft wel degelijk naar een robuust deel met elkaar te doen, want dat konnt de uitvoeringskracht ten goede.

Als we dan even door exerceren ook naar de positie van Dordrecht, dan ben ik er wel van overtuigd dat het generieke deel, dus wat je met elkaar doet, dat dat ook heel dicht zou liggen in de meeste gevallen bij wat Dordrecht wil. Dordrecht heeft natuurlijk de meeste clienten en de Participatiewet zelfs meer dan de helft, in de Wmo ook natuurlijk 40% van de clienten en dat is ook voor een deel vertaald in het stenngewicht. Die discussie hebben

we met elkaar gevoerd, zal straks ook nog wel even terugkonnen en je probeert uit eindelijk anderen ook te overtuigen. Een, twee of drie gemeenten, het liefst natuurlijk unaniem, om met elkaar het beleid vast te stellen wat wel dicht zal leggen bij de wensen die ook vanuit Dordt worden aangegeven. Want heel eerlijk, als Hardinxveld allerlei ideeen heeft, dan zullen zij toch wel flink aan de bak nnoeten om daar ook draagvlak voor te vinden. Maar dat kan, want voor een goed inhoudelijk plan is altijd draagvlak, of het nou

13

vanuit een kleine gemeente komt of vanuit een grote gemeente, dus in die zin is dat gelijkwaardigheid. Tegelijkertijd moet je daar wel met elkaar over eens zijn. Dus dat is even over de sociale dienst en de liefde. Ja, ik zit op dit moment ook nog wel een beetje op een roze wolk, maar dat voelt toch wel anders dan de liefde die ik voor de sociale dienst heb. Hoewel ik daar heel veel mensen hard zie werken en heel veel professionaliteit zie

en heel veel betrokkenheid bij de doelgroep, ben ik het echt volledig met de heer Van Verk eens dat je als lokale raad vooral zal moeten kijken naar van hoe zit het met onze invloed op dat beleid. En die sociale dienst die moet vooral excelleren in dat goed uitvoeren

van het beleid en eventueel het voorbereiden van het beleid, maar je moet daar echt rationele afwegingen in maken, want in de toekomst kunnen er weer andere mensen zijn, andere bestuurders, kunnen er andere situaties zijn. Kan er misschien een nieuwe toetreder komen. Er kunnen gewoon zaken veranderen en de Dordtse raad zal altijd, doen wij ook als Dordts college, dan is dit echt het moment om even heel rationeel en goed te kijken naar wat hebben wij nodig van die sociale dienst? Hoe zitten wij in de wedstrijd en dat gaat prima samen met de positieve bewoordingen die ook gisteren in de Drechtraad

zijn uitgesproken, zowel vanuit het bestuur als vanuit de raad, voor het daadwerkelijk functioneren van diezelfde sociale dienst. Tot zover. De voorzitter: Wethouder, durft u het nog aan om nog specifiek te reageren op die vraag over die GR met die 7 wethouders en dat stenngewicht? Ik heb u daar wel heel veel omtrekkende beweging over horen zeggen, maar niet echt heel concreet. De heer Heijkoop: Ja, dit bedoel ik niet flauw, voorzitter, maar nnijn zoon kwann net even naar beneden, precies bij dat punt, dus ik heb het gewoon even gemist. Zou u de vraag even kunnen reproduceren? Dan ga ik daarop in. De voorzitter: Volgens mu j heeft de heer Van Verk eigenlijk het verhaal genoemd van waarom moet je nou dan specifiek als dat allemaal zo is met die beantwoording, zoals dat vorige week door mevrouw Smid-Marsman is aangegeven, ook met al die verschillende verordeningen die er per raad komen. Waarom moet je dan een GR optuigen met 7 van die wethouders en is dat stenngewicht in zo'n bestuur, hoe relevant is dat dan eigenlijk nog? De heer Heijkoop: Ja. 3a, voorzitter. Het zijn twee punten. Eerst op een wat abstracter niveau. De gemeenten willen met elkaar deze GR blijven vormen, met name de 6 andere gemeenten. Want Dordrecht heeft ook nadrukkelijk de optie van de servicegemeente op tafel gelegd.

De andere gemeenten willen echt heel graag eigenaar blijven en dat heeft enerzijds positief ingestoken te maken met het feit dat zij heel tevreden zijn over de dienstverlening. Anderzijds, ze geven aan van nou we willen daar ook gewoon van blijven en het heeft ook gewoon bijna existentieel met hun bestaansrecht te maken. Op het moment dat zij, voor een deel zit hun zelfstandigheid in de gezamenlijkheid en daarom vinden ze het heel belangrijk om daarbij te blijven. Als het gaat over het stemgewicht, we zijn nu echt op een moment aangekonnen dat je de spelregels bepaalt voor de toekonnstige samenwerking en wellicht voor misschien wel weer 10, 15 jaar. Net als we de afgelopen 15 jaar de GR op een bepaalde manier hebben ingericht. Er is heel veel, dat heb ik net ook geprobeerd te betogen, er is heel veel ruimte voor maatwerk en voor het keuzes maken, maar de spelregels waaronder het maatwerk tot stand kan komen en daar zit ook

14

wet wat spanning bij kleinere genneenten, want die spelregels worden wel degelijk bepaald ook in het AB. Daar ga je wet degelijk met elkaar bespreken van dat maatwerk, wat is het effect op de uitvoering, op de uitlegbaarheid, is het juridisch houdbaar, is het ... Dat soort zaken. Is het betaalbaar? En daaronn is het wet degelijk belangrijk dat je in dat AB goede

afspraken maakt daarover en bij bepaalde voorstellen, ja, die lopen natuurlijk nog wet steeds via dat AB. Als we kijken naar de participatie met name, de bijstandsverstrekking, ook de uitwerking van de Participatiewet en delen van de schuldhulpverlening. Ja, dat is echt voor een groot deel ook nog wet aan het AB en dan ben ik ook wet van mening dat dat soort vraagstukken ook met name ook in Dordrecht speelt. Dus daaronn hebben wij toch wet heel stevig het gesprek gevoerd, ook over die stemverhoudingen en vind ik ze in wezen redelijk, maar het korte antwoord is stemverhoudingen zijn van belang omdat een deel van de spelregels wordt gemaakt in dat AB en dan wit je gewoon een goede positie hebben.

De voorzitter: Oke, dank u wet. Dan ga ik verder met de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wet. Ja, ik zit nog een beetje te kauwen op wat de heer Van Verk voorstelt. Het mooie daarvan vind ik dat hij hem helemaal vanuit de

inhoud aanvliegt. Dat we daarnnee zouden kunnen voorkonnen dat we het over stemverhoudingen hebben, dat het meer over de macht gaat dan over waar het daadwerkelijk omgaat. Ik heb eigenlijk nog twee vragen ook over, een beetje naar aanleiding van de reactie van de wethouder. De eerste vraag is, ik snap de redenering dat

we zoveel mogelijk beleidsruimte willen hebben, dus eigenlijk begrijp ik het een beetje goed van niet 80 standaard en 20 maatwerk, maar het liefst net andersonn. Gewoon zoveel nnogelijk die beleidsvrije ruimte en de nnogelijkheid am daar als lokale gemeente zelf over

te gaan. Even een vraag misschien aan de heer Van Verk van zijn wij in staat am die beleidsvrije ruimte dan ook helemaal op te vullen? Want we hebben natuurlijk ook wet eens debatten gehad in de raad waaruit bleek dat we ook wet eens moeite hebben am echt goede en duidelijke kaders te stellen, dus dat is eigenlijk de eerste vraag. Dus zijn wij, dat is de vraag niet alleen aan de heer Van Verk, maar misschien ook aan ons allemaal, van zijn wij in staat am ook echt dat beleid te vullen en daarin duidelijke richting te geven?

En de tweede vraag, ja, dat is een beetje naar aanleiding van hoe je dan zo'n genneenschappelijke regeling nnoet invullen. Ik denk dat het op zich een heel aantrekkelijke gedachte is ...

De voorzitter: Maar misschien, meneer Boersnna, het is prima natuurlijk dat u zo'n vraag stelt, maar het is altijd wet fijn als u zelf ook at een bepaalde mening heeft hoe u denkt dat dat zou gaan. De heer Boersma: la, dat is goed. Ik kan er wet iets over zeggen. Wat ik zei, ik ben nog een beetje aan het kauwen, ook he. Ik ben niet helemaal scherp vanavond, dus ik vind het ook wet eens lastig am dan even zo'n vergezicht dan helennaal concreet te maken. Ik denk namelijk dat er wet een risico inzit als we zoveel mogelijk beleidsvrije ruimte willen hebben in relatie tot, wat ik ook weleens geconstateerd heb, dat we het ook wet moeilijk vinden am soms gewoon heel duidelijk dat beleid met elkaar op te stellen en te fornnuleren. Dat is een. En twee, zit ik ook nog wet een beetje te twijfelen van zijn het dan toch niet heel veel dingen die, waarvan je kan zeggen nou de beleidsvrije ruimte, maar wat blijkt

15

als je gewoon alles bij elkaar legt, dat die 7 gemeenten helemaal niet veel van elkaar afwijken. Moet je dan per se daar al die ruimte voor bieden of kun je ook met elkaar afspreken om best wel een aantal onderwerpen waar we gewoon het eigenlijk over eens zijn, die we dan toch gewoon in een soort format, niet een standaardformat, maar die we gewoon in een gezamenlijk format kunnen gieten. Dus dat is even nnijn standpunt voorlopig, en tweede is, ik denk dat een kleine GR heel erg aantrekkelijk is. Ik snap ook de redenering dat andere gemeenten daar toch graag over willen gaan. Ik ben wel heel benieuwd hoe de heer Van Verk dat dan iets concreter voor zich ziet, hoe je dan zo'n GR inricht. Binnen de wet heb je gewoon de mogelijkheid, je hebt gewoon een nnaximaal aantal eden voor DB. Dus je kan ook zeggen we kiezen er voor veel minder, maar hoe gaan we dat dan praktisch vormgeven? Gaan wij als Dordt bijvoorbeeld zeggen nou ja dan

nemen we genoegen met een voorzitter en voor de rest sturen wij op inhoud? Of willen we dan toch wel een beetje invloed houden in dat kleine AB of DB wat er is? Dat laatste zou overigens wel nnijn voorkeur hebben dan, maar misschien denk ik daar dan weer net iets te veel uit mijn hoofd. Tot zover. De voorzitter: Nou, meneer Van Verk, u heeft nu een paar concrete vragen gekregen van meneer Boersma. Goed om daar even antwoord op te geven en dan ga ik zo verder met de heer Van der Net. De heer Van Verk: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag was of wij in staat zouden zijn om alles op te vullen. Nou, de lijst die wij hebben ontvangen van mevrouw Smid-Marsman die is at niet uitputtend, dus ik zou graag een totaaloverzicht willen hebben waar dan die beleidsruimte zit, die vrije beleidsruimte, om dan vervolgens met elkaar en het college vast te stellen welke zaken het verstandiger is om toch over te dragen, om welke reden dan ook, maar welke zaken je heel nadrukkelijk wel binnen je eigen bevoegdheden wil houden. Dus een heel concreet antwoord kan ik daar niet opgeven omdat die lijst niet uitputtend is, maar zijn een aantal zaken waarvan ik denk nou het beleid rondom de Participatiewet waarin je wel of niet verplicht arbeid moet verrichten, iets wat de heer Van der Net altijd met voile borst roept, dat is een zaak die je nou lokaal kan regelen blijkt.

Dat soort discussies denk ik dat die ook lokaal thuishoren, maar je zal met elkaar moeten gaan kijken welke je weg kan strepen en welke je nadrukkelijk wel gezamenlijk wil doen. De volgende vraag was, als nu blijkt dat we met alle 7 de gemeentes en ik geef nu maar een voorbeeld waarin dat niet aan de orde is, maar het zou zomaar kunnen. De Wet inburgering zit ook bij deze trits. Stel je voor dat je allemaal, alle 7 gemeentes, zegt van nou dat wil ik toch eigenlijk op dezelfde manier doen, met dezelfde soort financiering, bla, bla, dan maak je een nnodelverordening, die allennaal aannemen en het is een onderdeel

van het generieke werk, van de generieke uitvoering, omdat het een eenduidige verordening is, maar zou in de loop van de jaren blijken dat de gemeente zegt van ja, maar bij nader inzien zou ik het toch op een aantal zaken wat afwijken, dan blijft die mogelijkheid wel behouden. Je doet iets gezamenlijk, maar je blijft de mogelijkheid behouden om als raad in de loop van de tijd op details te gaan afwijken. Dan zijn daar natuurlijk spelregels voor, de heer Heijkoop gaf dat al aan, en dan zou een AB dat moeten beoordelen en daar met een advies voor komen, maar het gaat eronn dat je als gemeente wel die beleidsvrijheid blijft houden. Nou, en hoe zou dan die GR ingericht moeten worden?

Ik denk dat qua inrichting, dus qua vertegenwoordiging, het niet wezenlijk hoeft af te

16

wijken van wat er nu wordt voorgesteld. 7 of 8 wethouders die gezamenlijk bij elkaar konnen om een aantal stukken te bespreken, een aantal besluiten te nemen, maar alleen het aantal besluiten wat ze moet nemen is een stuk beperkter. De tijd die ze erin hoeven te investeren is ook een stuk beperkter, scheelt een hele hoop bestuurlijke drukte, want ze hoeven misschien maar in plaats van elke maand nu nog maar een keer in de 3, 4 maanden bij elkaar te komen op een moment dat bijvoorbeeld de P&c-cyclus draait. In die zin zal er dus een wat lichtere vorm hebben, maar wel met een wat vertegenwoordiging betreft, wat mu j betreft hetzelfde. Daarbij vind ik net als u dat Dordrecht een hele dikke vinger in de pap mag hebben. De heer Boersma: Nou, dat waren drie vragen met hele duidelijke beantwoording, ja. De voorzitter: Heeft u antwoord gekregen? De heer Boersma: Heel goed. Fijn. Bedankt. De voorzitter: Ja? Oke. Dan ga ik verder naar de heer Van der Net. De heer Van der Net: Ja. Ik zou bijna zeggen zucht, collega Boersma, dat volgens mu j ook at zo uitte. Wat mu j in ieder geval wel opvalt inderdaad dat dus dat AB met betrekking tot die spelregels best wel belangrijk zijn. Dus dan blijft het in ieder geval zaak ook om richting de onderhandelingen wel te gaan voor het maxinnale resultaat.

Wat er vorige week werd uitgelegd was dus dat elke gemeente een eigen verordening maakt en daar zit dan ook de ruinnte natuurlijk, ten eerste dat je soms beleidsruimte at hebt in de wettelijke taken, maar daarnaast heb je dan ook nog buitenwettelijke taken waar je zeker natuurlijk apart iets van kan vinden binnen een verordening. Dus ja, als dat inderdaad op die manier gaat,

dan hebben we wat dat betreft at aardig wat invloed vanuit de Dordtse raad. Aan de andere kant, die spelregels en dat maatwerk, dat gaat met name toch ook wel weer om financien en dat vind ik toch eigenlijk best wel heel erg belangrijk en ja, ik luister altijd even goed wat de wethouder dan ook zegt over de liefde en de wens om samen te werken. Mijn conclusie is eigenlijk simpel, zoals meestal, de andere gemeentes moeten natuurlijk

wel sannenwerken, want anders dan kunnen ze het niet. Ze kunnen het niet alleen. Wij kunnen het wel alleen en ze willen op dat punt wel graag toch ook invloed blijven houden, die begrijp ik ook, maar goed, dat geef ik ook de wethouder in de onderhandelingen mee. Wij willen ook veel in Dordrecht en onze belangen zijn groot, veel groter dan die van de anderen. Dus daar zit dan toch wel de druk op. Ik wit even nog een concrete vraag richting de wethouder, voorzitter. Klopt het dus dat wij inderdaad in onze eigen verordening binnen de ruimte van de wettelijke taken die er zijn, daar heb je beleidsruimte sonns in, dat bij binnen de verordening daarover gaan en dat we vanzelfsprekend ook er met betrekking tot de extra eisen en maatwerk, dat we dan ook in onze eigen verordening kunnen bepalen. Dat is even een concrete vraag richting de wethouder, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, nnisschien is het goed als u op deze concrete vraag even een antwoord geeft gezonder op andere dingen niet in te gaan. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, de raad stelt de verordening vast en die kan de verordening ook annuleren en als de Dordtse raad een verordening vaststelt dan kan dat

17

nnaatwerk zijn. Tegelijkertijd, als een gemeente, bijvoorbeeld Zwijndrecht zegt dat vinden wij eigenlijk een goede verordening, dan heb je ook wel gewoon met elkaar kun je stellen, dan is dat ook wel het beleid voor de regio, om het zo maar te zeggen. Daar probeer je natuurlijk alle collega's ook in mee te nemen, maar heel concreet: ja.

De voorzitter: Oke, dank u wel. Meneer Van der Net. De heer Van der Net: Ben ik daar? Ja, daar ben ik. Ja, nou ja, meestal krijgen we een heel betoog van de wethouder, maar een simpel ja lijkt me inderdaad in deze nneer dan voldoende en wat ik gezegd heb over het stemgewicht binnen het AB, dat is wat dat betreft duidelijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van der Net. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, wij vliegen het toch wel iets anders aan dan de fracties hiervoor, want door de recente ontwikkelingen rond de Verordening Jeugd en Verordening Opvang en Wonen en de wijze waarop wij als raad grip hebben op onze verordening geeft ons dat best wel bedenkingen. Wat namelijk blijft is, hoe je het ook wendt of keert, dat het college nadere regels in de verordening kan inbrengen die onzes inziens niet voldoende, soms niet voldoende, getoetst worden aan wat daarvan het gevolg is voor inwoners, maar die vooral getoetst worden op financiele efficientie, soms voorbijgaand aan de opgave om maatwerk te bieden. Als wij dus niet oplettend genoeg zijn als raad, als wij die verordening vaststellen, dan besluiten we ze toch zo maar soms over een verordening met regels die ofwel onwettig zijn, of ofwel onbedoelde gevolgen voor de inwoner hebben.

Wat daardoor vooral erg belangrijk blijkt te zijn is dat de raden, want ik wil, maar goed, in ieder geval, ja wij zijn het grotendeels eens met de vorige sprekers als het gaat om dat het eigenlijk helennaal niet zoveel uitnnaakt hoe die stemverhoudingen zijn. Want eigenlijk gaat het erover dat je als raad zeker weet dat jij die verordening die je vaststelt een verordening is die jij de juiste gevolgen vindt hebben voor je inwoners. Even kijken. Wat daardoor erg belangrijk blijkt te zijn, want dat zit natuurlijk ook in het hele stuk rondom de optuiging van deze GR, is dat de raden geen adviesorgaan hebben, dat vervolgens voor dat we iTherhaupt naar zo'n verordening kijken en die voorbij laten gaan in de commissie of in de raad en die vaststellen. Dat daar eigenlijk voor ons althans geen adviesorgaan is dat kijkt naar of het nou wel zo wenselijk is dat die nadere regel, die beleidsruimte, op die manier opgevuld wordt. Of dat dat toch perverse gevolgen voor de inwoner heeft.

Dus aan de discussie zouden wij toe willen voegen dat wij eigenlijk wel willen stellen dat naast wat er nu voorligt, dat we echt uitgewerkt zouden willen zien, even afgezien van het optuigen van de GR, maar als het gaat om, laten we zeggen, het vaststellen van de verordening het ook juist uitvoeren naar de maatschappelijke opgave die we gewoon hebben, door de verordening vast te stellen, dat wij heel graag toch een nader uitgewerkt plan zouden zien van een raadadviesorgaan wat specifiek is voor de raad, niet voor het college, want het college heeft een adviesorgaan, waar wij in ieder geval gebruik van kunnen maken op het moment dat dit soort belangrijke besluiten ons passeren. Nou, dat is eigenlijk even ... Ik ben, wat dat betreft heb ik ook de vraag aan de portefeuillehouder hoe hij dat ziet in dit geval, want we hebben natuurlijk de afgelopen ja... Dus eigenlijk gewoon kortgeleden een tweetal gevallen op ons bord gekregen. Ik zeg even de kwestie rondom de inkomenstoets die wij zelf niet in de verordening hadden ingebracht en de rest van de gemeenten wel,

18

dat is dan ook een vraag en de kwestie met opvang en wonen, wat we zouden gaan behandelen en waarin 6 gemeenten zeggen nou wij doen dat leuk, die 5 euro vaststellen. TerwijI de crisisopvang overigens bij ons in Dordrecht is en vervolgens zeggen wij ho, maar dat was een nare regel die wij heel ongewenst vinden. Hoe kijkt de wethouder hiernaar?

De voorzitter: Voordat we naar de wethouder gaan, meneer Van Verk heeft u een interruptie op mevrouw Nijhof? De heer Van Verk: Nou, ik heb meer een vraag ter nadere duiding. Ik hoor haar met veel elan pleiten voor een adviescommissie. Ik zou van mevrouw Nijhof, aan mevrouw Nijhof

willen vragen of ze dat wat nader kan duiden. Is dat zoals de Wmo Adviesraad een commissie van ervaringsdeskundigen en mensen die betrokken zijn bij het werk, betrokken zijn geweest bij het werk of is dat meer een adviescommissie van echt deskundigen op het terrein van het sociaal domein? Ja, en ik vind de vraag aan de wethouder, die zal misschien een nieuwsgierigheid bevredigen, maar ik vind hem niet relevant, want als wij als raad vinden dat we dat nnoeten hebben dan doen we het gewoon.

De voorzitter: Nou, volgens mu j is het wel zou dat als de wij het gewoon willen dan zouden volgens mij alle genneenteraden het moeten willen.

De heer Van Verk: Nee, dat is de adviescommissie van gemeenteraadsleden, die advies zou nnoeten kunnen geven aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Dat is een wezenlijk andere dan dat mevrouw Nijhof bedoelt. Ik zou overigens mee willen geven dat Oberhaupt een adviescommissie voor het sociaal donnein in zijn algenneenheid is misschien wel een goede zaak als je kijkt naar hoeveel werk er eigenlijk in de konnende jaren nog bij gaat komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/303/documents/12629