2.9 2026.06.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 16 JUNI 2026 Vergaderzaal 3 1. Agendacommissie 2. Agenderingsverzoek GroenLinks/PvdA over Huisvesting Arbeidsmigranten Voorzitter: De heer Kolkiliç Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarle (CDA) Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van der Heiden (VVD) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Rudoj (Op Ons Eiland) Mevr. Van Valen (VSP Dordrecht) Dhr. Visser (GroenLinks-PvdA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Zimmeren, dhr. Weber De voorzitter: Beste mensen, we kunnen beginnen. Ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering over de huisvesting van arbeidsmigranten. Ik heet van harte welkom alle raads- en commissieleden, vertegenwoordiging vanuit het college door wethouder Van der Kruijff, hij zit op de publieke tribune, vanuit de ambtelijke organisatie mevrouw Van Zimmeren, zij is programmamanager arbeidsmarkt en menselijk kapitaal, de heer Weber, senior beleidsadviseur wonen, belangstellenden op de publieke tribune en alle kijkers thuis. Voor het verslag vraag ik alle raads- en commissieleden aan tafel om hun fractie en naam te noemen. Ik begin rechts.
Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, GroenLinks-PvdA. O nee, PRO. De heer Visser: Lennart Visser, ook PRO. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Van Aarle: Sander van Aarle, CDA Dordrecht. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. 1 Mevrouw Van der Heiden: Daniella van der Heiden, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Ramon Hartmeijer, Socialistische Partij. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Weber: Nogmaals, Günter Weber, beleidsadviseur wonen, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van Zimmeren: Ingrid van Zimmeren, programmamanager arbeidsmarkt menselijk kapitaal, ambtelijke ondersteuning. De heer Rudoj: Alexander Rudoj, Op Ons Eiland. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP Dordrecht. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP Dordrecht. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: Dank u wel. Deze beeldvormende vergadering is aangevraagd door PRO. En de heer Visser wilde het woord hebben om een korte introductie, oftewel een dankwoord richting de commissie- en raadsleden te geven. En ik geef hem hierbij het woord. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter.
Om daar meteen mee te beginnen, bedankt ook aan iedereen die aanwezig is en die het mogelijk heeft gemaakt. Zeker de griffie ben ik heel erkentelijk en de ambtenarij, die hebben het heel snel opgepikt. Ze waren ook heel erg enthousiast om hiermee aan de slag te gaan, misschien zelfs nog wel enthousiaster dan ik. Dat brengt me ook eigenlijk meteen bij de kern van de zaak. Toen ik hiermee aan de slag ging, werd eigenlijk vrij snel duidelijk dat het arbeidsmigrantenverhaal in Dordrecht en ook de regio toch een beetje een blinde vlek is en dat dat ook gevolgen heeft voor allerlei andere domeinen, zoals wonen, zoals economie, zoals veiligheid. Inderdaad vind ik het heel fijn dat we hier met elkaar over kunnen hebben. Hopelijk kunnen we daarmee, misschien ook met het oog op de toekomst, iets groters in gang zetten. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel. Voor de technische toelichting zijn vanavond mevrouw Van Zimmeren en de heer Weber aanwezig. Zij nemen u dadelijk mee via een presentatie. Mevrouw Van Zimmeren begint en, als het goed is, neemt de heer Weber het halverwege over. 2 Mevrouw Van Zimmeren: Er is een change of plans. Mijnheer Weber presenteert en ik vul aan waar nodig. De voorzitter: Helder. Dan geef ik hierbij het woord aan de heer Weber. De heer Weber: Ik ga eerst proberen de presentatie op het scherm te krijgen.
En dat gaat … De voorzitter: Volgens mij is Clark in de buurt en hij hoort ons anders wel. Clark? De heer Weber: Goed. Waarom dit onderwerp? Er is een agenderingsverzoek van GroenLinks-Partij van de Arbeid, PRO binnengekomen, waaronder ook een aantal technische vragen. Dat was een niet-limitatieve lijst. Iemand heeft zijn microfoon nog aanstaan, geloof ik? Ik hoor heel veel … Met een aantal technische vragen. In deze presentatie gaan we proberen om in ieder geval een behoorlijk aantal antwoorden op die vragen te geven. Er was ook nog een aantal technische vragen van de VVD binnengekomen, die hebben we deels schriftelijk beantwoord en ook deels in deze presentatie verwerkt. Ik hoop dat we daarmee in ieder geval deze beeldvormende sessie goed kunnen vullen. Gelijk de inhoud in: wat is het beeld in Dordrecht qua arbeidsmigranten? Begin dit jaar is er een onderzoek geweest door Companen en bureau Decisio. Ik hoop dat dit beter gaat. Door Companen en bureau Decisio, dat was een onderzoek vanuit de gemeente Sliedrecht over arbeidsmigratie in de Drechtsteden. Daar zijn ook wat cijfers per gemeente in genoemd. Aangezien dat onderzoek heel recent is, van februari 2026, volgens mij? Eind vorig jaar. Ik kreeg het pas te zien in februari 2026, dus redelijk recent. Daar stonden cijfers in die niet tot en met 2025 gingen, maar de onderzoeksgegevens gaan tot en met 2023.
De cijfers die genoemd worden zijn ook nog een beetje met een slag om de arm, vandaar dat er overal circa voor staat. Als we naar Dordrecht kijken en het aantal arbeidsmigranten dat in Dordrecht werkt, dan zijn dat er ongeveer 2880. Dat blijkt uit het onderzoek van Decisio. In welke sectoren werken die? In de logistiek, in de industrie, in de bouw en de zakelijke diensten. Wat opvalt, is dat ongeveer 65 procent van de arbeidsmigranten dat in Dordrecht werkt via een uitzendbureau aan het werk is. Uit het onderzoek bleek ook wel dat Dordrecht de grootste werkplek is in de regio Drechtsteden. Als we kijken naar het aantal arbeidsmigranten dat in Dordrecht woont, dan zijn dat er iets meer dan 2880, geregistreerd. Nee, dat zou dan precies moeten zijn, want die waren geregistreerd, 2945. Uit dat onderzoek van Decisio bleek ook dat meer dan 50 procent van de arbeidsmigranten zich niet formeel inschrijft in de gemeente waar hij of zij woont, dus het aantal niet-geregistreerde arbeidsmigranten zal ook ongeveer zo hoog zijn. Daarmee komen we in totaal op tegen de 6000 arbeidsmigranten die woonachtig zijn in Dordrecht. De conclusie is wel dat er een grote onzichtbare groep aanwezig is door onderregistratie. We weten het niet. We zien ze niet. Ze registreren zich niet, dus daar weten we weinig van. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter.
Ik vroeg me af of u nog iets van duiding kunt geven op de vorige sheet waar het gaat om de sectoren. Voor een deel kan ik me wat voorstellen bij het klassieke beeld, tenminste bij het beeld van arbeidsmigranten van mensen die laaggeschoold werk doen, maar als ik bijvoorbeeld ook zakelijke 3 dienstverlening ertussen zie staan, dan vraag ik me af of van het totaal van die groep daar ook een deel tussen zit van bijvoorbeeld mensen die wat hoger opgeleid zijn en hier andere soorten diensten doen? Of daar wat duiding op gegeven kan worden hoe die groep verder een beetje is opgebouwd. De voorzitter: Mevrouw Van Zimmeren. Mevrouw Van Zimmeren: Dank u wel, voorzitter. Die zakelijke dienstverlening is zo groot, omdat de uitzendbureaus daar ook onder vallen. Dat vertekent het. Iedereen die via een uitzendbureau werkt is zakelijke dienstverlening, dat is het grootste deel van de van de arbeidsmigranten, zo'n 65 procent. Zo wordt dat geregistreerd. Het zijn geen kenniswerkers of zo, het zijn mensen die via uitzendbureaus in de schoonmaak of in de logistieke sector werken. Het blijkt nog niet uit onderzoek in welke sectoren ze via dat uitzendbureau werken. Die informatie kunnen we niet nog niet loskrijgen, nog niet vinden, Decisio ook niet.
Wat we wel zien in deze regio, dat bleek ook uit het onderzoek van de Decisio, is dat die relatief hooggeschoolde arbeidsmigranten op mbo-niveau werken in werk waar we niet voldoende Nederlanders voor kunnen vinden op dit moment. Denk aan de werven, de lassers. Complexe lassers aan de schepen kunnen de werven in Nederland gewoon niet meer vinden. Je ziet heel veel mbo-niveau 3, 4 onder de arbeidsmigranten in onze regio. Dat is echt anders in de Bollenstreek bijvoorbeeld of in West-Brabant bij de boomkwekerijen en dergelijke. Dat is opvallend aan de arbeidsmigranten … Dat kenmerkt de arbeidsmigranten in de Drechtsteden, dus relatief hoog niveau, ook hoger inkomen daarmee en vooral ook nodig voor onze maritieme sector, maritieme maakindustrie. De voorzitter: De heer Kuhlmann, vervolgvraag. De heer Kuhlmann: En sowieso al relatief hoogopgeleid. En daarbinnen, zitten daar ook mensen bij met hbo of een universitaire opleiding? Mensen die bijvoorbeeld bij, ik verzin maar wat, ASML werken en in Dordt wonen of iemand die vanuit Duitsland hier is gekomen, op een ministerie werkt en toevallig in Dordt woont. Mevrouw Van Zimmeren: Zo precies is de informatie niet waar we over beschikken. We moeten het echt doen met de informatie die er is. Die onderzoeksgegevens reiken nog niet zover dat we dat kunnen vaststellen.
Wat we wel weten is dat vooral mbo-niveau 3, 4 nodig is voor onze maakindustrie. De voorzitter: De heer Visser en dan de heer Wringer. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik was eigenlijk wel benieuwd, hebben jullie inzicht in hoe het komt dat er hier in Dordrecht relatief meer arbeidsmigranten wonen dan er werkzaam zijn? Is daar specifieke reden voor? De heer Weber: Waar dat precies aan ligt, dat weet ik niet. Ik weet niet waarom ze in Dordrecht willen wonen en in Rotterdam willen werken. Dat weet ik niet, maar dat is wel de reden. Er zitten ongetwijfeld ook heel veel arbeidsmigranten die niet in de regio Drechtsteden werken maar daarbuiten. In Dordrecht wonen en in Rotterdam werken, dat is ook prima te doen. Ik denk dat daar een deel in zit van het meerdere deel dat in Dordrecht woont. 4 De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Korte vraag. Ongeveer 50 procent is niet geregistreerd. Is dat ook niet verplicht of wel verplicht? Mevrouw Van Zimmeren: Nee, volgens mij is dat niet verplicht. Het is wel zo dat ondernemers die met arbeidsmigranten werken verzocht worden om die mensen ook te stimuleren zich te registreren, maar het is niet verplicht. Je mag hier gewoon wonen en werken als EU-arbeidsmigrant, daar hebben we het dan over. Andere arbeidsmigranten, dat is een ander verhaal, die kunnen hier niet zomaar werken.
De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Even een verhelderingsvraag: hebben we het dan over de registratie in het BRP? De voorzitter: U kunt verder gaan met de presentatie. De heer Weber: Als we kijken naar de onderzoeken die gaan over verblijfsduur in Dordrecht, dan zien we dat er heel veel arbeidsmigranten, het grootste deel eigenlijk, hier korter verblijft dan één jaar. Dat een klein deel één tot drie jaar hier verblijft. En dat ook toch nog een onbehoorlijk deel hier langer dan drie jaar verblijft. Wat we zien is dat die shortstay eigenlijk dominant is. Het kenmerk daarvan is dat er in de shortstayhuisvesting veel wisselingen zijn, dat geeft ook veel druk op wijken. En dat vooral de mensen die hier kort verblijven niet geregistreerd zijn, dat is een kenmerk ervan. Hoe zijn arbeidsmigranten over het algemeen gehuisvest in Dordrecht? We hebben geen grootschalige shortstaylocaties. Er zijn wel een aantal shortstaylocaties, maar dat is lang niet genoeg om al die mensen te huisvesten. Het gros van de huisvesting vindt plaats in particuliere huur en dan vaak meer dan vier, vijf mensen per woning. Er zitten wel een aantal concentraties in Dordrecht qua wijken waar veel arbeidsmigranten gehuisvest worden. Dat is in Krispijn en Oud-Krispijn, in het Centrum en De Staart. De mensen die langer verblijven, vinden vooral huisvesting in de reguliere huurmarkt.
Dat is zowel de sociale huurmarkt, maar vooral de particuliere huurmarkt. De conclusie is dat de huisvesting best wel versnipperd is en ook niet volledig zichtbaar, omdat we het gewoon niet zien en ook niet weten. De voorzitter: De heer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. Die hoor ik, het is niet volledig zichtbaar. Tegelijkertijd zien we dat shortstay bijvoorbeeld ontzettend dominant is. Het lijkt mij dat dan de cijfers ook enorm fluctueren. Gaat het onderzoek ook in op bijvoorbeeld seizoensgebonden werk? Zien we dat veel arbeidsmigranten naar Dordrecht toe komen en bijvoorbeeld rondom de zomer in de bouw? Dat er dan veel meer mensen met een arbeidsmigratieachtergrond hier in de stad zijn? De heer Weber: Die vraag zou ik graag even door willen leiden aan mevrouw Van Zimmeren. 5 Mevrouw Van Zimmeren: We zien we zien niet zo'n heel erg duidelijk seizoenspatroon. Dat zie je wel veel meer in de Bollenstreek en in West-Brabant, omdat het daar echt veel meer aan de tuinbouw en dergelijke gerelateerd is, maar de bouw is hier … Het is wel een van de grotere sectoren, maar hij is niet heel erg dominant of zo. Je ziet wel dat arbeidsmigranten die hier komen vaak ook weer terugkomen, dat is wel kenmerkend voor onze regio.
Dat zie je ook wel bij die werven in de maritieme sector, dat ze een band opbouwen met … Het zijn eigenlijk internationale werknemers en dat ze zo beschouwen. We hebben nationale en internationale werknemers en daar zorgen we ook goed voor. En dat mensen dan ook terug blijven komen, dus dat er een relatie wordt … Dan zijn de periodes kort. Dan gaan ze weer terug naar de familie voor een langere periode. En dan komen ze weer hier en zo wordt wel een band opgebouwd, waardoor de productie wel door kan gaan hier in de regio. Dat is wat we wel zien aan patroon. Niet zozeer in andere sectoren dat we dat patroon heel duidelijk zien, voor zover bekend. De voorzitter: De heer Visser. En dan kom ik richting u, de heer Vroom. De heer Visser: Dank u, voorzitter. Ik zie genoemd dat er heel veel huisvesting is in de particuliere huur. Vaak vier, vijf personen per woning. Hebben we dan ook inzicht in wat voor woningen dat betreft? Laat ik het zo zeggen, er is natuurlijk best wel een verschil tussen 40 vierkante meter en 140 vierkante meter. Hebben we inzichtelijk wat daar een beetje de opbouw van is of in wat voor omstandigheden die mensen wonen? De heer Weber: Het korte antwoord is nee, we hebben dat niet inzichtelijk. Het langere antwoord is: we krijgen natuurlijk wel regelmatig meldingen van overlast.
Dat gaat vaak om te veel mensen in een te kleine woning, waardoor mensen vaak ook buiten overlast veroorzaken, omdat het binnen niet uit te houden is. We weten natuurlijk wel iets, maar dat zijn dan vooral de misstanden die gemeld worden of de overlastmeldingen die er komen. De voorzitter: De heer Vroom. De heer Vroom: Voorzitter, dank u wel. De concentratie, hoe is die bepaald? Daaronder staat natuurlijk: huisvesting is versnipperd en niet volledig zichtbaar, maar er worden daar wel vier verschillende wijken genoemd. De heer Weber: De concentratie zit vooral in die wijken, omdat daar ook heel veel particuliere verhuur voorkomt. Dat is een soort verband dat je ziet. Het zal niet zo zijn dat dat het dat het dat alle particuliere verhuur in Dubbeldam bijvoorbeeld bewoond wordt door arbeidsmigranten. Het is een combinatie van gegevens waardoor je kunt concluderen dat daar waarschijnlijk de concentraties zullen zitten. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Gaat de gemeente in de toekomst wel de inzichten hebben over de leefomstandigheden en het type woningen waar de heer Visser om vroeg door het aannemen van de verhuurverordening eerder dit jaar? 6 De heer Weber: Het korte antwoord is ja. Het lange antwoord is: daar komen we zo meteen in de presentatie nog even op terug. De voorzitter: Dan kunt u verder gaan met de presentatie.
De heer Weber: Er wordt ook altijd wel gezegd dat er druk op de woningmarkt is. Uit het onderzoek van Decisio blijkt dat er in 2035 ongeveer 2000 woningen zijn die gebruikt zouden moeten worden voor short- en midstay voor arbeidsmigranten. Het Dordtse aandeel daarvan zou 900 tot 1100 woningen zijn. Deze cijfers zeggen nog niet echt heel erg veel, want we hebben het over 2035. Dat is nog maar 9 jaar ver weg, dus dat is eigenlijk nog helemaal niet zo ver weg. Dit is ook echt een hele grove inschatting over hoeveel woningen we het hebben die extra nodig zijn en die uit de woningmarkt zouden moeten komen. Dan gaan we over op het hoofdstukje controle en toezicht. Op dit moment is er geen specifiek toezichtregime voor arbeidsmigrantenhuisvesting. Wat de gemeente nu doet, is controleren via de reguliere bouw- en woningtoezicht, bijvoorbeeld bij brandveiligheidscontroles en we treden op bij meldingen van overlast of overbewoning. Er was ook een vraag over of wij het businessmodel van bijvoorbeeld aanbieders van huisvesting toetsen. Dat wordt ook niet gedaan, tenzij er echt sprake is van misstanden. Dan gaan we wel door met onderzoek: hoe zit dat in elkaar en komt dat vaker voor bij deze eigenaar? We hebben ook geen specifiek gemeentelijk beleid gericht op het bestrijden van arbeidsuitbuiting, dat staat hier verkeerd.
We hebben geen beleid gericht op arbeidsuitbuiting, maar juist beleid op het bestrijden ervan. We sluiten wel aan bij de landelijke aanpak via de inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We werken regionaal samen in de veiligheidsketen. En we treden op bij signalen die via zorg- en veiligheidspartners binnenkomen. Dat beleid is natuurlijk beperkt effectief, want we hebben geen integraal beleidskader. We hebben geen registratieplicht. We weten niet precies waar mensen wonen. We gaan alleen af op signalen en het totale zicht op de doelgroep is beperkt. Dat is nu gewoon de situatie. We hebben daar te weinig zicht op en daardoor kunnen we ook niet echt goed controleren en handhaven. De voorzitter: De heer Hoogduijn heeft een vraag. De heer Hoogduijn: Geen specifiek gemeentelijk beleid. Arbeidsmigratie is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Ik zie dat we regionaal samenwerken in de veiligheidsketen, maar ik zie ook, als het aankomt op arbeidsmigratie, veel kansen om dat integraal aan te pakken. Dan zie ik veel raakvlakken met bijvoorbeeld Smart Delta Drechtsteden. Is arbeidsmigratie onderdeel van gesprekken die regionaal bijvoorbeeld via de SDD gevoerd worden? Mevrouw Van Zimmeren: Toevallig, nee, niet toevallig, op 7 mei hebben we een bestuurlijke bijeenkomst gehad met alle wethouders economie, wonen en ruimte in de Smart Delta Drechtsteden met ook Gorinchem en Altena erbij.
We werken ook steeds meer met die gemeentes samen, om het over dit onderwerp te hebben. De provincie was daar ook bij aanwezig, want die hebben we ook nodig om oplossingen te vinden. Twee grote werven, Oceanco en Neptune, waren daar ook bij aanwezig. Als je economische groei en de brede welvaart wilt blijven stimuleren, dan hebben we ook arbeidsmigranten nodig op sommige plekken. Het moet wel goed zijn. De leefbaarheid moet goed zijn. De druk op de reguliere woningvoorraad moet daardoor niet veel hoger 7 worden. Het is ook zoeken naar andere oplossingen samen. En die werven, als eindgebruikers, want zo moet je het ook zien, willen zij ook hun verantwoordelijkheid nemen en die ketenverantwoordelijkheid ook nemen om te kijken: kunnen we op de werven huisvesting organiseren in samenspraak met de gemeenten en de provincie. Het moet wel allemaal kloppen binnen de regels, maar wel vanuit een integraal, regionaal beleidskader, waar je samen per casus naar goede oplossingen zoekt. Zo heeft Neptune bijvoorbeeld op de eigen werf op die manier huisvesting gerealiseerd. Het is ook niet zo dat als mensen hun baan verliezen bij Neptune, dat ze daar meteen uit moeten, als voorbeeld. Het kan ook anders. Ik vind het goed dat je ziet dat de maritieme sector opstaat om de nijpende situatie … Het probleem wordt groter. De aantallen gaan echt stijgen. Alle scenario's doen dit.
Houd er maar rekening mee dat de aantallen gaan groeien. Zij zien ook wel: wij willen gewoon meedenken. Voor ons is die internationale medewerker zo belangrijk. Heel het MKB dat om die werven heen zit, waar heel veel nationale arbeidskrachten, laat ik het zo zeggen, heel veel huishoudens ook door gevoed worden, wil ook hun verantwoordelijkheid nemen om goed voor deze mensen te zorgen. Daar hebben we een mooi voorbeeld van gezien op 7 mei, want toen waren we bij Neptune. Iedereen heeft dat gezien, ook echt de economie. Dat ook de wethouders van economie en wonen met elkaar ook gezegd hebben: we moeten dit vanuit het positieve framen, namelijk economische groei, brede welvaart. Zo willen we het eigenlijk gaan aanvliegen. En willen we gewoon op die manier samen met de provincie, de gedeputeerde was daar ook bij, naar oplossingen gaan zoeken. Daar kregen we toen de handen voor op elkaar, maar dat was eigenlijk voor het eerst dat zoiets plaatsvindt. Vier jaar geleden, rondom de coalitie, verkiezingen, toen kwam het onderwerp even naar boven, maar toen is het eigenlijk weer teruggegaan. En nu zie je: hij is nu weer naar boven gekomen, maar hij kan niet meer terug. Nu moeten we er wat mee. Dat zie ik nu in ieder geval inderdaad op regionale schaal, dit kan je niet lokaal oplossen.
Lokaal kan je handhaven, toezien, dat soort zaken, maar naar oplossingen toe gaan werken dat moet je regionaal doen, ook met de provincie samen. Aan dat traject gaat in ieder geval een vervolg binnen de Smart Delta gegeven worden. De heer Weber: Het korte antwoord was ook ja. Er was ook een vraag over hoe wij contact met de doelgroep hebben en of wij überhaupt contact met de doelgroep hebben? Dat directe contact met de doelgroep is beperkt. Wij krijgen wel informatie via wijkteams, via handhaving, via zorgpartners en meldingen. Ik kreeg net een vraag over de leefomstandigheden en of die bekend zijn, de leefomstandigheden zijn daardoor niet volledig in beeld. Dat weten we gewoon niet. Net heb ik al de vraag kregen, gaat die verhuurvergunning ons helpen? Het korte antwoord is ja. We gaan met de verhuurverordening inzicht krijgen in wie er verhuurt, aan wie er wordt verhuurd, wat er wordt verhuur, tegen welke huur wordt verhuurd en waar risico’s zitten. Omdat we dat inzicht krijgen, kunnen we straks ook veel gerichter beleid ontwikkelen. Kunnen we prioriteiten stellen. Kunnen we ook regionaal afstemmen en misstanden structureel aanpakken. Die verhuurvergunning wordt een belangrijk instrument om niet alleen inzicht te krijgen in de verhuurders van woonruimte en daar grip op te krijgen.
In de verhuurverordening is er een apart hoofdstukje over arbeidsmigranten en die geldt overigens voor heel Dordrecht. Doordat we inzicht krijgen, kunnen we ook veel gerichter beleid ontwikkelen en veel gerichter toezicht en controle doen. 8 De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik heb een tijd in de UK gewoond. En daar hebben ze ook allemaal woningen waar meerdere mensen bij elkaar wonen, studenten, arbeidsmigranten, die geen familie van elkaar zijn. Daar moeten de woningen ook aan extra veiligheidseisen voldoen. Meer brandmelders, vluchtwegen, brandblussers, enzovoort. Komen die eisen ook in de verhuurvergunning terecht of zijn er landelijke eisen op dat gebied of iets van die aard? De heer Weber: Dat zijn de fysieke eisen die normaal gesproken ook in de vergunningen terechtkomen, maar dat zijn vooral de vergunningen waarbij aangevraagd wordt of er in een pand verhuurd mag worden. Dit zijn de panden die al verhuurd worden. Uiteraard zal er ook een brandveiligheidscontroles zijn, maar we gaan vooral met de verhuurverordening het gedrag van de verhuurders beïnvloeden, dat zij zich als goed verhuurder gedragen. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter.
Uit de antwoorden op de technische vragen die we vanuit de VVD hebben gesteld, komt het beeld naar voren in het antwoord dat de gemeente nu niet specifiek monitort op arbeidsmigranten. Wat ik me afvraag aan de hand van die verhuurverordening, er staat bijvoorbeeld in, er wordt duidelijk aan wie er wordt verhuurd, komt daarmee deze specifieke groep beter in beeld? En komt er, wanneer dat nodig is, daarmee ook meer informatie om te handelen, om daar specifieke maatregelen toe te passen? De heer Weber: Ja, want in die verhuurverordening en in de verhuurvergunning is een registratieplicht opgenomen. Dat betekent dat iedere verhuurder van verblijfsruimte zich moet registreren. Verhuur aan arbeidsmigranten zonder registratie is gelijk al een overtreding, dus in die zin krijgen we sowieso inzicht in het aantal geregistreerde verhuurders die zich keurig registreren en waar we in wezen grip op hebben. Er zullen er altijd een paar zijn die zich niet registreren. Zij komen dan misschien een keer aan bod op een moment dat er meldingen komen van overlast of andere meldingen over: er worden hier woningen aan mensen verhuurd en volgens ons heeft die mijnheer geen vergunning. Zonder vergunning verhuren is in principe handhaafbaar. De voorzitter: De heer Kuhlmann, vervolgvraag. De heer Kuhlmann: Ik probeer toch even, er zijn natuurlijk heel veel mensen die een woning huren.
Dat kunnen studenten zijn. Dat kunnen … Gewoon een gezin. Van die hele grote groep zijn natuurlijk de arbeidsmigranten een specifiek deel. Die vergunning is voor al die typen verhuur nodig. Hoe zorgt u, op welke manier krijgt u die specifieke groep in beeld? 9 De heer Weber: Door een registratieplicht in te stellen voor de verhuurders die die verblijfsruimte verhuren aan arbeidsmigranten en daar een vergunning voor moeten aanvragen, dat is hoe we het in beeld gaan krijgen. De heer Kuhlmann: Met uw welnemen, voorzitter, ik begrijp dat afgezien van de corporaties elke particuliere verhuurder aan elk type huurder, ook gezinnen en allerlei andere mensen, die vergunning moet aanvragen. Nogmaals de vraag: hoe krijgt u dan specifiek die groep in beeld? Of is het zo dat er twee type vergunningen zijn, eentje voor specifieke arbeidsmigranten en eentje voor alle andere typen van verhuur? De heer Weber: Er is een verhuurvergunning voor verblijfsruimte aan arbeidsmigranten en er is een verhuurvergunning voor woonruimte in bepaalde wijken voor andere typen verhuur. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Zo’n registratie is natuurlijk wel fijn, denk ik, want we hebben natuurlijk volgens mij nog steeds een tweeprocentsregel voor kamerverhuur in Dordrecht.
We mogen natuurlijk in elke straat maximaal twee procent kamers verhuren om overlast en parkeerproblemen te voorkomen. Heb ik het goed dat je met deze registratieplicht daar ook meer inzicht in krijgt per straat, in hoeveel kamers er worden verhuurd? De heer Weber: In principe krijg je daar meer inzicht in. En ik moet u even corrigeren, het is een drieprocentsregeling inmiddels. Met de laatste wijziging van de huisvestingsvordering is dat gewijzigd naar drie procent, maar dat is maar een kleine correctie. In principe zou je daar meer inzicht in moeten krijgen. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Excuus, dat ik er nog door ga, maar ik zat me af te vragen, je hebt natuurlijk ook de corporaties die volgens mij zijn uitgezonderd van die verhuurvergunning, maar wat nu wanneer iemand die in zo’n woning zit zijn woning onderverhuurd, bijvoorbeeld aan arbeidsmigranten? Komen zij dan ook bij u in beeld of blijft die groep onzichtbaar? De heer Weber: Als degene die de woning onderverhuurt aan arbeidsmigranten zich registreert, komt hij in beeld. Registreert diegene zich niet, dan blijft het onzichtbaar en dan komt het pas tot uiting wanneer daar een melding over komt of als er geconstateerd wordt dat er onderverhuurd wordt aan arbeidsmigranten. De voorzitter: De heer Kuhlmann, een nabrander.
De heer Kuhlmann: Als ik het goed begrijp, is het niet de eigenaar die telt, maar degene die verhuurt? En als degene die verhuurt niet een woningcorporatie is, maar gewoon een huurder in een corporatiewoning, dan heb je alsnog een vergunning nodig? De heer Weber: Nee, de huurder in een corporatiewoning die zijn woning onderverhuurt aan arbeidsmigranten, die is sowieso al in overtreding ten aanzien van de 10 woningcorporatie. De woningcorporatie zal dat niet toestaan. Het gaat om de eigenaar- verhuurder, in dit geval. Stel dat een huurder van een particuliere eigenaar zijn woning onderverhuurt, ook dan is de eigenaar verantwoordelijk voor wat er gebeurt in zijn pand. De heer Kuhlmann: Sorry, dan in dat voorbeeld van iemand die een corporatiewoning onderverhuurt, dan is het aan de coöperatie om daar op te treden, maar we kiezen er als Dordrecht niet voor om zo iemand ook vergunningsplichtig te maken, zodat er geen middel voor de gemeente is om dan op te treden? Of zie ik dan iets over het hoofd? De heer Weber: De corporaties zijn uitgesloten. Die hebben geen verhuurvergunning nodig, want die zijn juist op aarde om woningen te verhuren aan mensen die het zelf niet kunnen regelen. Het gaat hier echt om particuliere verhuur en particuliere eigenaars die verhuren aan arbeidsmigranten of gewoon verhuren.
Dat moet altijd met een verhuurvergunning en zonder vergunning zijn ze daarmee in overtreding. De heer Kuhlmann: Nog een laatste poging. De voorzitter: Laten we even verder gaan met de prestatie. We zijn bijna klaar. We hebben nog ruim drie kwartier de tijd, dus aan het einde van de presentatie kunt u alsnog de vragen stellen. De heer Weber: Ik had alleen nog een samenvattende pagina met dat we niet precies weten hoeveel arbeidsmigranten er zijn in Dordrecht, dat we dat toch moeten inschatten. Dat de huisvesting niet specifiek geregeld is, nu vooral via particuliere verhuur en uitzendorganisaties. We hebben ook de locaties niet volledig in beeld. De aanbieders zijn niet geregistreerd. Het toezicht is beperkt, alleen reactief op basis van bestaande wetgeving. We hebben geen specifiek beleid tegen uitbuiting, dus de effectiviteit van ons beleid is heel beperkt op dit moment. We hebben weinig zicht. We hebben weinig instrumenten. We treden alleen reactief op bij meldingen. We werken wel samen met andere partners. We hebben weinig contact met de doelgroep op dit moment. En we zien de verhuurvergunning echt als doorbraak, want daarmee kunnen we voor het eerst enig inzicht krijgen en ook toezicht en handhaving beter gaan regelen. Dit was de hele presentatie. De voorzitter: Ik wil u bedanken namens de commissie. Zijn er nog vragen? De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Toch nog even naar … Het punt is, ik begrijp natuurlijk dat in de meeste coöperatiecontracten staat dat je niet mag onderverhuren. En dat als iemand dat toch doet, ik denk dat dat in de praktijk wel eens gebeurt in Dordrecht, dat dan die corporatie aanzet is. Alleen wij voeren binnenkort, als de raad ermee akkoord gaat, een nieuw middel in, die verhuurverordening, waarbij ik zou denken: wat is erop tegen om op het moment dat iemand zelf als huurder gaat optreden, geen eigenaar is van een corporatiewoning, maar daar zelf huurt en gaat onderverhuren. Dat diegene, los van of dat dan wel of niet mag, dat je in die situatie ook altijd een vergunning nodig hebt. Als wij opschrijven dat je ook in die situatie een vergunning nodig hebt, dan is het niet alleen 11 die coöperatie die daar in actie kan komen, maar dat wij ook als gemeente een haakje hebben om te zeggen: hier gebeurt wat. Dat mag niet. Of die coöperatie dan wel of niet in actie komt, dan hebben we in elk geval als gemeente ook nog een ding. Dat is even waarom ik me afvroeg of dat er nu in zit. Uit uw antwoord kreeg ik de indruk dat dat nu niet in de regeling zit. De technische vraag is: zou het een idee zijn als we dat erin opnemen? De heer Weber: Ik vind dat eigenlijk geen technische vraag. De voorzitter: Dat bevat eigenlijk een politieke mening. U stelt een politieke vraag. U kunt hem anders stellen.
Denk er even over na. In de tussentijd geef ik de heer Visser het woord. De heer Visser: Dank, voorzitter. De heer Kuhlmann, zijn wonderlijke web van verhuur verordeningen zet me toch aan te denken. Mijn vraag is een klassieker in technische commissies. De verhuurverordening komt eraan als het goed is. Zeker is ook met de toenemende hoeveelheid arbeidsmigranten dat het echt een structureel vraagstuk wordt. Waarvan zeggen jullie op basis van jullie kennis en expertise, wat hebben jullie nog meer nodig om dit in goede banen te leiden? Om ook bijvoorbeeld … Het wordt al makkelijker om te handhaven en toezicht te houden, maar wat hebben we bijvoorbeeld ook nog nodig zodat die mensen bijvoorbeeld niet meer met zijn vieren of zijn vijven in één huis hoeven te zitten? De voorzitter: De heer Weber. De heer Weber: Goede vraag. Kijk, het handhaven en toezichthouden, daar zit altijd een soort negatief aspect aan. We gaan ervan uit dat er misstanden zijn en dat dat heel vaak voorkomt. Wat we nodig hebben is eigenlijk ook een positieve inslag, dat er inderdaad in samenwerking met partijen mogelijkheden worden gecreëerd om arbeidsmigranten netjes en keurig te huisvesten. Dat bijvoorbeeld de werkgevers daar ook een rol in spelen, want die profiteren eigenlijk van de arbeidskrachten. Op dit moment als dat druk geeft op de woningmarkt komt dat eigenlijk op onze maatschappij neer.
Ik weet dat ik me op glad terrein begeef, want het is een politiek verhaal, maar ik denk dat we ook een positief verhaal nodig hebben om ervoor te zorgen dat die arbeidsmigranten netjes gehuisvest worden. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank. Dat is eigenlijk een vervolg op de heer Visser, want ik begrijp hieruit dat er dan geen criteria vooraf geformuleerd worden, of misschien wel, bij de huurvergunning? Dus op basis waarvan je vergund? De heer Weber: Die criteria worden wel in de verhuurvergunning opgenomen. De woonruimtes en de verblijfsruimtes moeten voldoen aan bepaalde minimale kwaliteitseisen. Bijvoorbeeld de hoogte van de huur moet gebaseerd zijn op de puntentelling van het woningwaarderingssysteem. Die voorwaarden zijn wel degelijk opgenomen in de verhuurvergunning. 12 Mevrouw …: Met betrekking tot de vergunning, tot waar strekt de maximale bezetting per woning of kamer? Om hoeveel personen hebben we het dan? En hoe gaat dat gehandhaafd worden? De heer Weber: Ik zeg het even uit mijn hoofd: er moet een privéruimte zijn van minimaal twaalf vierkante meter. Dat is helemaal privéruimte en die mag niet gedeeld worden met iemand. Dat betekent dat er in een woning ook een gemeenschappelijke ruimte moet zijn, bijvoorbeeld een keuken of een woonkamer die gedeeld wordt. Dat zijn zo'n beetje de minimale eisen waaraan het moet voldoen.
Als jij zes eenheden hebt van twaalf vierkante meter met een gezamenlijke woonkamer en een keuken die groot genoeg is om met zijn zessen daar ook te eten, dan voldoet dat aan de voorwaarden. Je kunt niet zeggen hoeveel arbeidsmigranten er per … Woningen verschillen en het aantal arbeidsmigranten zal ook verschillen. De voorzitter: Vervolgvraag. Mevrouw …: Dank u wel, voorzitter. Stapelbedden en dergelijke, jullie doen het echt per vierkante meter? Hoe zit het dan met stellen en dergelijke? Dat kan natuurlijk ook. De heer Weber: Het gaat om twaalf vierkante meter privéruimte per huishouden. De voorzitter: Vervolgvraag. Mevrouw …: Wat is dan een huishouden? Dan betekent het dat je het huis wel erg vol kan zetten, als je het zo bekijkt. De heer Weber: Of je hebt eenpersoonshuishoudens. Je hebt tweepersoonshuishoudens. Je hebt stellen met kinderen, maar de meeste arbeidsmigranten zijn toch alleen. Tenzij ze hier langer verblijven, maar dan zie je dat ze zich in de in de reguliere sector huisvesten en dat ze zelf voor een woning zorgen. De voorzitter: Dan kijk ik rond. Heeft de commissie voldoende informatie? De heer Kuhlmann, laten we het bij een laatste vraag houden. De heer Kuhlmann: Een beetje in het verlengde van wat we eerder ...
Ik ben benieuwd, in de praktijk zie je natuurlijk wel in sommige delen van Dordt, bijvoorbeeld Krispijn, dat er gewoon normale woningen met een tuintje zijn waar op andere adressen een gezin woont en op het ene adres dan acht of tien arbeidsmigranten bij elkaar. Hoe past dat in die vergunning? Kan dat of niet? Dat is natuurlijk een beetje het voorbeeld waarbij iedereen beeld heeft, dat is niet leuk voor de mensen die daar wonen en ook niet fijn voor de voor de buurt. Ook met het oog op die bezetting per woning, per kamer, hoe wordt dat aangevlogen? De heer Weber: Dat wordt ook vanuit de verhuurverordening aangevlogen. Op het moment dat er in een woning … Een verhuurder moet aangeven welke woning hij verhuurt, aan hoeveel personen. Kijk, op het moment dat je in een driekamerwoning twaalf mensen huisvest met twaalf huurcontracten, dan is er iets niet goed. Dan is er iets aan de hand. Dan is er sprake van overbewoning. Als er zes mensen wonen in een zeskamerwoning bijvoorbeeld, dan zou dat prima moeten kunnen. Het hangt af van het 13 type woning en het hangt ook af … Ongetwijfeld zullen er zaken niet zichtbaar worden, maar we proberen gewoon zoveel mogelijk inzicht te verkrijgen met die verhuurverordening. Je moet ook wel een beetje eerlijk blijven toetsen. Soms lijkt het heel veel, maar klopt het toch volgens de voorwaarden. De voorzitter: Ik kijk rond.
Ik wilde richting een afrondende fase. Heeft de commissie voldoende informatie? De heer Visser. De heer Visser: Dank u, voorzitter. Ik was nog wel benieuwd, jullie gaven ook aan dat het met deze doelgroep lastig is of beperkt is. Wat voor initiatieven zijn er of wat voor wat voor hulpmiddelen zouden jullie erbij nodig hebben om dat beter te maken? Mevrouw Van Zimmeren: Er is in ieder geval één initiatief, dat komt vanuit het ministerie van SZW. Dat heet het WIN-punt, dat is het Work in NL punt. Die punten worden via de werkcentra ontsloten, zoals hier aan de overkant van de straat. Dat zijn eigenlijk informatiepunten voor EU-arbeidsmigranten waar zij alle vragen kunnen stellen over werken, wonen, huisartsen, zorgvoorzieningen. Natuurlijk komen arbeidsmigranten niet hier naar de Spuiboulevard, dat WIN-punt gaat met gidsen naar ondernemers toe, naar bedrijven toe waarvan we weten dat daar veel arbeidsmigranten werken, natuurlijk in samenspraak met de ondernemer. Dat is puur informatief richting de arbeidsmigranten, omdat ze ook vaak de weg niet weten naar zorg of voorzieningen, ook niet waar ze recht op hebben of inderdaad wat qua wonen de regels zijn. Dat is in ieder geval iets. In september gaat dat hier open voor de Drechtsteden. Het komt er in elke arbeidsmarktregio. Dat zijn er 35 in Nederland en daar zijn wij er 1 van.
Dat wordt voor de hele Drechtsteden zo ontsluiten en zal vooral outreachend richting de werkplek zijn van de arbeidsmigrant. De voorzitter: Volgens mij heeft u voldoende ruimte gehad om vragen te stellen. De heer Visser, bent u tevreden met de informatie die u heeft gekregen naar aanleiding van uw agenderingsverzoek? De heer Visser: Dat denk ik wel. Ik vond het een verhelderende presentatie. Ik denk zelf, ook als voorstel naar de rest, misschien dat het nog de moeite waard is dat we met elkaar gaan kijken op zo’n locatie? Of hoe zo'n werkgever dat aanbiedt of dat regelt? Dat we een excursie doen, om het zo te zeggen? Dat zou ook een woord kunnen zijn. Ik weet niet hoe de rest van de commissie hier tegenaan kijkt? De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Wat wij weleens met de VVD hebben gedaan, is dat we langs de deur zijn gegaan, bijvoorbeeld in Krispijn, zodat je dan inderdaad een beeld krijgt van welke adressen, wie daar een beetje woont. Ik moet zeggen, we hebben toen niet bij de mensen, de arbeidsmigranten, het is moeilijk om daarmee in contact te komen. Ze doen niet zo snel open. Van omwonenden hoor je dan wel het een en ander, maar ik zou het op zichzelf, ik weet niet hoe makkelijk zoiets georganiseerd kan worden.
Als we bij wijze van spreken achter de voordeur ook, met mensen zelf en met de omgeving in gesprek 14 kunnen gaan, langs die lijn … Ik realiseer me ook, dat is heel moeilijk te organiseren, maar als er met alle ambtelijke kwaliteit die we in huis hebben in Dordrecht zoiets georganiseerd kan zou kunnen worden, ben ik daarvoor, zijn wij daarvoor. De voorzitter: Wilt u daar antwoord op geven? Mevrouw Van Zimmeren: Dan kan ik bijna geen nee meer zeggen, als u dat idee zo introduceert. Dat moet ik even navragen. Ik zou het inderdaad heel graag willen organiseren. We hebben een natuurlijk in de wijken heel veel professionals en gewoon vrijwilligers rondlopen die in contact staan ook met arbeidsmigranten. We moeten wel iets kunnen organiseren volgens mij. Als u dat wenst als commissie, dan ga ik daar in ieder geval een hele serieuze poging toe doen. De voorzitter: De heer Visser. De heer Visser: Dank u. Of hoe anderen ertegenover staan bijvoorbeeld ook, misschien dat bij een werkgever op bezoek gaan in eerste instantie misschien ook makkelijker is? Bijvoorbeeld een van de werkgevers die u noemde die zelf dergelijke woningen aanbiedt of die probeert om die moderniseringsslag te maken. Dat zou mij ook wel de moeite waard lijken. Mevrouw Van Zimmeren: Daar zijn een paar voorbeelden van.
Niet zozeer in Dordrecht zelf, maar dan zouden we bij een andere gemeente binnen de Drechtsteden op bezoek kunnen gaan. Dan zou de gemeente zelf ook kunnen vertellen: wat hebben wij gedaan in dit samenspel om tot een oplossing te komen voor de situatie? Bijvoorbeeld in Hardinxveld-Giessendam bij Neptune Marine, waar huisvesting gerealiseerd is op de werf en waar we onlangs met het bestuurlijk overleg geweest zijn. Dan kan je heel goed kijken hoe zij dat doen en welke verantwoordelijkheid zij dan nemen als eindgebruiker? Waar moeten die ruimtes aan voldoen? Dat zou kunnen. Dan ben ik natuurlijk wel afhankelijk van de bereidheid van de ondernemer om u te ontvangen, maar daar kan ik navraag voor doen. De voorzitter: Mevrouw Vol-van der Holst. Mevrouw Vol-van der Horst: Dank u wel, voorzitter. Wat ik alleen nog mis is de ervaring van de arbeidsmigrant zelf. Ik ben eigenlijk ook wel heel benieuwd hoe zij de huisvesting hier ervaren. Het liefst natuurlijk op verschillende terreinen, want het zal niet overal even soepel gaan. Als dat meegenomen zou kunnen worden in zo'n verkennende excursie, als je het zo wilt noemen, dan zou ik dat heel prettig vinden. De voorzitter: Mevrouw Van Zimmeren. Mevrouw Van Zimmeren: Dan zou het een combinatie zijn eigenlijk tussen de twee ideeën die net kwamen.
De wijk in, want ik denk bij één werkgever zelf met de arbeidsmigranten in gesprek, ik denk dat we hem dan even moeten splitsen in de wijk bij de mensen thuis, in de buurt, in een buurthuis of waar u dan verschillende mensen zou kunnen spreken. En bij een werkgever om te kijken, welke alternatieven kan je aan 15 denken om huisvesting juist uit de reguliere woningvoorraad te halen, maar op andere plekken te realiseren, zoals dicht bij het werk? Daar kan ik inderdaad mijn best voor gaan doen, dat dat gaat lukken. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Voorzitter, ik vond het een hele verhelderende prestatie. Heel erg bedankt ook aan de ambtelijke ondersteuning voor alle informatie gedeeld is met ons. Ik voel zelf op dit moment geen behoefte voor een verdere behandeling en ik kijk uit naar wat voor de rest ook de uitwerking gaat zijn van de verhuurverordening. De voorzitter: Helder, dan is de behandeling van het onderwerp hierbij afgerond. U krijgt een terugkoppeling voor een werkbezoek, hebben we zojuist begrepen. En ik wil hierbij ook de vergadering sluiten en ik verzoek u om uw flesjes en kopjes mee te nemen. Dank u wel. 3. Agenderingsverzoek college over Essenhof: Stand van zaken lopende zaken rondom Essenhof Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr.
De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Graaf (PVV) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Rudoj (Op Ons Eiland) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Visser (GroenLinks-PvdA) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Winters (D66) Portefeuillehouder: M.P.P.M. Merx Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Kooiman, mevr. Schippers. De voorzitter: Goed, beste mensen, het is 21.00 uur en ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering over de stand van zaken van lopende processen rondom Essenhof. Ik heet u als raads- en commissieleden van harte welkom. Ook een woord van welkom richting de wethouder de heer Merx. Op mijn briefje stond dat de burgemeester er mogelijk ook zou zijn, maar hij is er niet en hij is ook echt niet nodig. Van de ambtelijke ondersteuning hebben we hier mevrouw Schippers en de heer Kooiman. Zij zullen zichzelf zo voorstellen, zodat u weet wie is. En voor het verslag doen we zoals altijd een voorstelrondje. Dan hoor ik graag uw naam en de fractie. Ik ga beginnen met de heer Visser. 16 De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Lennart Visser, sinds kort PRO, maar hier is dat nog GroenLinks-Partij van de Arbeid, heb ik vernomen. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt.
Mevrouw De Heer: Elisabeth de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Rudoj: Alexander Rudoj, Op Ons Eiland. De heer Winters: Hank Winters, D66. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP Dordrecht. Mevrouw Schippers: Sanne Schippers, clustermanager. De heer Kooiman: Martijn Kooiman, procesmanager. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De heer Van Soest: Geert van Soest, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben uw voorzitter vanavond. Waarom zitten we hier? In december 2025 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar Essenhof. Deze uitkomsten staan ons waarschijnlijk allemaal nog scherp voor de geest. Daarna zijn meerdere processen opgestart, waaronder een onderzoek naar de verplaatsingen vanaf de Zuidendijk, een onderzoek naar arbeidsomstandigheden en het opzetten van scenario's voor de keldergravenproblematiek. Het college heeft gevraagd u vanavond in de openbaarheid over de stand van zaken te mogen bijpraten. Over de uitkomsten van het onderzoek naar de verplaatsingen vanaf de Zuidendijk wordt u later vanavond in beslotenheid geïnformeerd.
Op mijn briefje staat dat Sanne Schippers en Martijn Kooijman een toelichting gaan geven op de stand van zaken, maar in mijn hoofd zit inmiddels dat de wethouder Merx eerst graag het woord wil. Uiteraard is er bij dit alles ruimte voor vragen. Ik kijk even naar de ambtenaren of het goed is dat tussendoor vragen gesteld worden of dat u het liever aan het einde van het verhaal heeft? De wethouder is waarschijnlijk zo kort dat u geen ruimte heeft om tussendoor vragen te stellen. Hij kijkt bedenkelijk. Misschien, als het nodig is, schroomt u niet. Wethouder Merx, aan u het woord. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank dat u allen vanavond de tijd neemt om u te laten bijpraten over de stand van zaken op Essenhof en in het bijzonder het dossier rond de keldergraven. Voor de raadsleden uit de vorige periode zal dit voor een groot deel een bekend verhaal zijn, maar we hebben veel nieuwe raadsleden en ook enkele nieuwe 17 fracties. Dit is een belangrijk onderwerp en daarom willen wij de nieuwe raad volledig informeren. In december vorig jaar hebben wij de raad, medewerkers nabestaanden en pers geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek van TwynstraGudde naar de keldergraven. Uitkomsten die schokkend waren, waarvan we ook hebben gelijk hebben gezegd: dit had nooit zo mogen gebeuren. Informatie die het vertrouwen in Essenhof onder druk hebben gezet.
Vertrouwen dat je zeker niet alleen met het maken van excuses terugwint, maar we zijn hier heel hard mee bezig. Essenhof is voor veel Dordtenaren een bijzondere plek. Een plek van herinnering, van afscheid en van rust. Juist daarom moeten we hier zorgvuldig, zorgzaam en transparant over zijn. Onze inwoners moeten er vertrouwen in hebben dat hun dierbare hier op een goede plek is. Vandaag willen we u op twee sporen meenemen hoe we dat doen. Allereerst kijken we terug. Wat is er gebeurd? Wat hebben we daarvan geleerd? En hoe werken we inmiddels anders op Essenhof? En ten tweede kijken we vooruit. Hoe gaan we om met de concrete problematiek van de keldergraven? We werken momenteel verschillende scenario’s uit en nemen u graag mee in welke afwegingen er te maken zijn. We doen dat in alle openheid, omdat we het belangrijk vinden om u als raad goed te betrekken bij de keuzes die voor ons liggen. Ons doel is helder: herstel van vertrouwen en het toekomstbestendig maken van Essenhof als een waardige en betrouwbare begraafplaats voor Dordrecht. Dan geef ik graag het woord aan mijn collega's om u verder mee te nemen in de inhoud. De voorzitter: Dank u wel, wethouder, tot zover. We gaan luisteren. De heer Kooiman: Dank u wel. Ik zal me eerst iets uitgebreider voorstellen. Mijn naam is Martijn Kooiman.
Ik ben sinds oktober van vorig jaar betrokken als procesmanager, het is een beetje een ambtelijke term, betrokken bij dit geheel, maar dat betekent wel dat ik eigenlijk ook alle gang van zaken rondom het grote Essenhof-onderzoek heb begeleid en ook alles wat daaruit voort is gekomen. Daar neem ik u even in mee. Zoals ik al zei, als u vragen heeft of dingen die u niet begrijpt, die misschien onduidelijk zijn, stel ze gewoon aan me. Wel een opmerking vooraf, meer een soort van waarschuwing. Je merkt op een gegeven moment zelf dat je blinde vlekken krijgt voor een aantal woorden. Ik ga het herhaaldelijk hebben over lijkvertering en ontbinding, het soort zaken dat op een begraafplaats heel gebruikelijk is. Toch een soort waarschuwing vooraf, want niet iedereen vindt dat altijd even prettig om te horen. Ik zeg het gewoon maar eventjes erbij. Toch een hele korte terugblik naar het grote onderzoek, ik zal het echt heel kort houden. De voorzitter gaf het al aan, het kan u niet ontgaan zijn, maar ik wil er toch een aantal opmerkingen over maken. De terugblik, wat hebben we gedaan? En een aantal zaken waarvan is toegezegd dat we die we verder zouden onderzoeken en die we hebben opgepakt. Dat gaat over het TNO, over de stand van zaken rondom de keldergraven, de scenario's die we aan het opstellen zijn. Mijn collega Sanne Schippers gaat iets vertellen over de organisatie en de cultuur.
Heel kort, 2006 was het moment dat de keldergraven operationeel werden op Essenhof. Ze zijn destijds aangelegd vanuit het idee dat het efficiënt was, zeker in termen van capaciteit. Je kunt kisten op elkaar leggen. Alleen in 2013 werd al snel geconstateerd dat er een probleem was, ik had het al aangekondigd, namelijk dat de lijkvertering niet goed op gang kwam. Dat is een probleem op het moment dat je bij een begraafplaats zit. Dat betekent dat je de mensen niet weg kan halen als de grafrusttermijn is weggehaald, wat betekent dat er geen doorstroom mogelijk is. 18 De voorzitter: De heer Safranti heeft een vraag. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik had een vraag, hoe komen jullie daar dan achter? Doen jullie dan de graven open, naar aanleiding van een signaal of is dat een gebruikelijk iets? De heer Kooiman: Waar dat vooral mee te maken had, dat staat ook in het oude onderzoek, dat had vooral met geur te maken. Eigenlijk het ontbreken van die geur, dat die er niet was. Men had het vermoeden: er is iets niet pluis. Het klopt niet. Dat is inderdaad ook het moment dat de experimenten zijn uitgevoerd, dat er graven opengemaakt zijn zonder toestemming van de nabestaanden. Daar hebben we het uiteraard uitgebreid over gehad. Daar is het onderzoek van TwynstraGudde, het feitenrelaas ook over gegaan. Het college heeft daarop gereageerd.
De wethouder heeft daar net iets over gezegd en excuses gemaakt. En vooral de blik op de toekomst: voorkomen dat dit … Dat dit nooit meer zou mogen gebeuren en de dingen beter doen. Onze leidraad is daar eigenlijk altijd bij geweest, ik vind het belangrijk om dat even te zeggen: zorgvuldigheid, transparantie en zorgzaamheid. Zorgvuldigheid spreekt bijna voor zich, als je het hierover hebt. Alles moet kloppen. We willen geen fouten maken. Transparantie, we doen alles in volledige openheid. Juist datgene wat niet in het verleden is gebeurd dat willen we niet meer laten gebeuren. En zorgzaamheid heeft vooral te maken met respect naar de nabestaanden en ook naar de mensen die zijn overleden. Even een korte terugblik, hoe is dat eigenlijk … De voorzitter: Even een korte vraag van mevrouw Kamphuis. De heer Kooiman: Excuus. Mevrouw Kamphuis: Ik vroeg me af hoe het is gesteld met de nabestaanden, hoe ze ermee om zijn gegaan, dat vraag ik via de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik vermoed dat dat zo meteen … De heer Kooiman: Daar ga ik iets over zeggen zo meteen in mijn verhaal. Een terugblik van de afgelopen 2 en 3 december. Dat was het moment dat de raad ook in een besloten commissie is geïnformeerd en we een aantal sessies hebben gedaan met medewerkers en de nabestaanden, waarna het rapport in de openbaarheid is gekomen. Daar heeft u op 16 december een raadsdebat over gehad.
Een aantal zullen erbij geweest zijn, niet iedereen is erbij geweest. Dat is ook de reden dat we dit nu doen. Op 24 februari en 3 maart is er in besloten commissies iets verteld over de organisatie en de cultuur van Essenhof. Mijn collega Sanne Schippers zal daar zo verder op doorgaan. Contact met nabestaanden, daar vroeg u naar. Met betrekking tot de groep waar de graven open zijn gemaakt, waar de experimenten hebben plaatsgevonden, heb ik contact gehad met een aantal nabestaanden. Sowieso is er tijdens de sessie op 2 december een sessie gehouden voor nabestaanden. Ik ben daar zelf contactpersoon geweest voor eigenlijk iedereen. Mensen die daar behoefte aan hadden konden contact met mij opnemen. En ik heb dat zelf ook gedaan. Ik heb inderdaad met een behoorlijk aantal mensen gesproken. 19 Ik kan daar uiteraard niet in detail op ingaan, wat er in die gesprekken gedeeld is, maar in algemene zin kan ik daar wel iets over zeggen, namelijk dat men het prettig heeft gevonden hoe we het gedaan hebben. Niet om onszelf een schouderklop te geven, maar wel dat we die mogelijkheid hebben gegeven en dat voor heel veel mensen het prima was zo. Dat is denk ik wel een beetje de teneur van alle reacties geweest. Tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds contactpersoon voor mensen. Als er wat als er wat is, dan hebben ze mijn mobiele nummer en kunnen ze mij eigenlijk bellen.
Die lijn is wat ons betreft altijd open, dat hebben we ook gezegd. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook keurig zitten wachten, alleen het punt dat ik wil benoemen staat niet op de lijst. Daarom wil ik hem toch even noemen. Ik had inderdaad op 16 december ook woordvoering hierover gedaan en gevraagd over de situatie van de medewerkers, laat staan de nabestaanden, wat al erg was. Ik had ook vanuit het onderzoek toen ook begrepen dat heel veel medewerkers onwel waren of psychisch niet op dat moment in orde waren. Is daar ook genoeg aandacht aan besteed en wat zijn de gevolgen daarvan? De heer Kooiman: Ik weet zeker dat mijn collega Sanne, zij is de clustermanager van Essenhof, daar zo wat uitgebreider op in zal gaan. Ik kan in algemene zin … U bent me net voor namelijk, het onderdeel TNO-onderzoek, daar ga ik zo wat dieper op in en dat gaat specifiek over de arbeidsomstandigheden en de verbeteringen daarvan. Net zoals het scenario van de keldergravenproblematiek en het onderzoek naar de verplaatsing van de Zuidendijk zelf. Daar zal dadelijk de onderzoeker van Twynstra in het besloten deel iets over gaan vertellen. U heeft gelijk, dat was niet goed. Het rapport had duidelijk ook heel veel aandacht voor het ontbreken van goede arbeidsomstandigheden onder medewerkers. Geen beschermende kleding, onder slechte omstandigheden.
Daarom is ervoor gekozen om geen keldergraven meer open te maken totdat 100 procent duidelijk is onder welke omstandigheden, met welke beschermende middelen de medewerkers die werkzaamheden kunnen verrichten. Dat is waarom de gemeente Dordrecht TNO heeft ingeschakeld. Die gaat metingen doen in keldergraven. Wat treffen we daar aan? Wat is het zuurstofgehalte? Wat voor mogelijk toxische stoffen zijn daar aanwezig? En wat voor beschermingsmaatregelen heb je daarvoor nodig? Op basis van de adviezen van TNO aan de gemeente Dordrecht zullen er voor de medewerkers passende beschermingsmaatregelen worden genomen. Dat onderzoek is een is een maand of twee geleden gestart. De voorzitter: Een vraagje van mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Eigenlijk een vervolgvraag, voorzitter. Die medewerkers die de graven hebben opengemaakt en misschien met die giftige stoffen in aanraking zijn gekomen, houden jullie dan ook de toekomst in de gaten? Zodra dat ze ziek worden dat ze begeleid worden of van tevoren al? De heer Kooiman: Er is aan TNO ook een vervolgvraag gesteld daarover. Dat staat hier niet op het op het lijstje, maar er is wel degelijk ook een vraag gesteld over: wat is dat 20 voor spul geweest? Het is probiotica, dat zijn bacteriën, niemand die het precies weet. Ook dat die vraag hebben we aan TNO gesteld.
Dat is ook eigenlijk in relatie tot de vraag die u stelt, om daar voortdurend … Wat doet dat dan? Je zei, wat zijn mogelijk ziekteverschijnselen et cetera, dat soort zaken. We verwachten overigens niet dat dat het geval is, maar daar is wel aandacht voor. Dat is precies waarom we TNO hiervoor hebben ingeschakeld. Misschien wat meer een algemene introductie, die graven liggen er. De vraag is, hoe gaan we daar überhaupt mee om? We weten dat zeker voor dat deel waar geen beluchting is dat gaat waarschijnlijk om ongeveer 1200 lichamen dat er geen lijkontbinding op gang komt en dat is een probleem. We zijn op dit moment een aantal scenario's op aan het stellen waarin we vanuit de korte termijn en de lange termijn kijken. Ik zal me aan de sheet houden. De korte termijn gaat vooral over dat we nu op dit moment geen graven opendoen. Dat is ook een probleem, want veel mensen, nabestaanden willen soms dat er een crematie plaatsvindt of dat er een herbegrafenis plaatsvindt, dus daar ontstaat een soort van wachtrij waar we mee te maken hebben. De veilige werkprocessen waar we het over hadden, we willen eerst zeker weten dat de medewerkers niet in gevaar komen. Op de lange termijn is het punt dat ik maakte: hoe ziet de toekomst en de beheer van de keldergraven op Essenhof er eigenlijk uit? Hoe ga je dat onderzoeken? Eigenlijk is het uitgangspunt dat alles mogelijk is.
We hebben geen voorkeursscenario. We gaan heel zorgvuldig, aan de hand van een aantal perspectieven, ga ik zo noemen, een weging maken en dat voorleggen aan het college met een advies. Uiteraard zal de raad daar dan in worden meegenomen. Ik zal het zo ook iets over de tijdlijn zetten. Dat doen we niet alleen. We laten ons hier bijstaan door het NFI, wetgeving en eigenlijk alle ervaringen elders met betrekking tot deze problematiek. De perspectieven zijn ook relevant. Ze staan ook eigenlijk bewust in deze volgorde, omdat wij het ethische perspectief by far het belangrijkste vinden. Dat gaat eigenlijk over: je wilt het goed doen. Je wilt eigenlijk met name de wens van de nabestaanden hier het zwaarst in laten meewegen in de keuze die je gaat maken. Juridische arbeidsomstandigheden. Financieel is ook een perspectief, maar staat wel bewust op de zesde plek. Dit zijn allemaal perspectieven waarlangs we gaan wegen. Hoe ziet dat er dan uit? We willen vooral het volle spectrum in beeld brengen. Dat begint eigenlijk met een scenario waarin je helemaal niks doet. Dat is een mogelijkheid, zeer onwenselijk, laten liggen, tot een scenario waarin je probeert alles te doen wat in ons vermogen ligt, waarbij het ook niet ondenkbaar is dat je uitkomt op een combinatie van een aantal scenario's. Dit klinkt allemaal misschien een beetje abstract, maar het is echt een heel belangrijk punt.