2.9 2026.01.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 13 JANUARI 2026 Vergaderzaal 3 1. Agendacommissie 2. Beschikbaar stellen van budget voor Uitvoeringsagenda Programma binnenstad - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Pichel (Fractie Pichel) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. De Jong De voorzitter: Goedenavond, welkom allemaal. We gaan beginnen met de commissievergadering over het beschikbaar stellen van het budget voor het uitvoeringsprogramma binnenstad. Het is een oordeelsvormende vergadering. We zijn inmiddels met voldoende afvaardiging, met quorum, hier vertegenwoordigd. Iedereen welkom, de raads- en commissieleden, de ambtelijke ondersteuning, de wethouder, de bezoekers hier achter ons en de kijkers thuis en de griffie. Voor het verslag is het van belang dat we ons even voorstellen, zodat alle namen vanzelf genoteerd worden. Dan begin ik hier rechts van mij. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier.
De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt.
1
De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda Van den Aardwegh, CDA. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Fractie Pichel. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer De Jong: Hilbert de Jong, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf namens het college. De voorzitter: En Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. Op 9 december is door de agendacommissie besloten om dit voorstel oordeelsvormend te bespreken. De Partij van de Arbeid had een vraag ingediend. Die vraag kreeg voldoende steun en daarom zitten we hier. We beginnen even met het herhalen van die politieke vraag, is de raad het eens met het opheffen van de winkelfunctie en daarmee de mogelijkheid voor creatieve broedplaatsen en kleinere bijzondere winkels in de aanloopstraten of wil de raad deze mogelijkheid behouden? Om die vraag te verduidelijken, wil ik graag ook even met de Partij van de Arbeid starten. Zij komt ook net binnenlopen. Dat is hartstikke mooi. Mevrouw Van den Bergh is ook van harte welkom. Ik heb een verkeerde bril om veraf te kunnen lezen.
U mag wel meteen als eerste de vraag even toelichten, zodat we daar vervolgens op kunnen ingaan. Mevrouw Van den Bergh: Goedenavond, allemaal. Sorry dat ik iets te laat ben, maar ieder geval nog net op tijd om het in te leiden. We hebben dit gedaan omdat dit al langer speelt, het upgraden van onze binnenstad en met name dan ook het winkelbestand. In de stukken staat om toe te werken naar een kleiner kernwinkelgebied. Die discussies zijn ook de vorige periode gevoerd. Daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen, maar wij zouden het jammer vinden dat startende en bijzondere creatieve ondernemers, broedplaatsen, hoe je het wil noemen, de mogelijkheden dan niet meer hebben om te starten en hun bijzondere winkel ook in de in onze binnenstad te kunnen openen. Niet alleen te kunnen openen, maar ook dat het levensvatbaar is op langere termijn. Omdat de kosten, met name de huur, voor hen dan behapbaar is en blijft. Wij hebben in de stukken gelezen dat er ideeën of voorstellen zijn om ondernemers te financieel steunen met faciliteiten om vanuit aanloopstraten, in ieder geval vanuit lagere huur en lagere kosten, te ondersteunen, zodat zij zich kunnen gaan ontwikkelen en door
2
kunnen schuiven naar het kernwinkelgebied, waar de kosten hoger zijn. Wij willen daar wat duidelijkere toelichting op. Betekent dit nu dat in die winkelstraten toch de mogelijkheid blijft bestaan dat startende broedplaatsen, creatieve ondernemers, toch kunnen blijven of in ieder geval kunnen starten? Maar we willen ook graag dat ze daar kunnen blijven. Want een ondernemer maakt een kosten-batenanalyse en die wil zijn kosten graag laag houden. Niet iedere ondernemer wil in het kernwinkelgebied waar de kosten vrij hoog zijn. Er wordt ook in de stukken gesproken dat discounters, ketenbedrijven, zich vestigen, omdat zij kosten wel kunnen dragen. Maar dat is waar wij de discussie over aan willen gaan. Want wij willen die mogelijkheden behouden. Daar willen we veel meer duidelijkheid over en kijken of jullie dat steunen. De voorzitter: Ik probeer het even samen te vatten. Ik hoop dat ik het goed doe. De kernwinkelgebieden worden kleiner. Daar staat u achter. Maar als het kwalitatief hoger wordt, worden ook de huren hoger. Die kunnen die kleine bijzondere winkeltjes misschien niet betalen. En u wilt juist wel dat dit behouden blijft voor onze stad. U wilt daar van de andere partijen ook de mening over horen. Mevrouw Van den Bergh: Wij willen graag een soort balans tussen het kernwinkelgebied, hoe groot of klein dat dan ook moet zijn.
Maar dat niet iedere ondernemer hetzelfde wil, altijd maar naar de top wil en maar onder zware lasten behangen wil worden. Die mogelijkheid moeten zij zeker krijgen, want dat staat ook in de stukken, als hij van waarde met zijn aanbod, dat het ook van waarde is voor ons winkelgebied. De voorzitter: We gaan kijken wie daarop wil reageren of daar nog een verduidelijkende vraag op heeft. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, misschien een ordevoorstel of een voorstel voor de volgorde. Want volgens mij is de aanleiding van collega Van den Bergh een zorg, of in ieder geval een interpretatie van dit raadsvoorstel, wat niet gaat over een visie van, hoe willen we de aanloopstraten of de binnenstad inrichten en wat voor winkeliers moeten waar, maar meer een investering in bepaalde delen van de binnenstad. Dat er wordt gevraagd, er wordt voorgesteld, laten we bepaalde winkels in die aanloopstraten of ondernemers verleiden of stimuleren om toch naar die kant te bewegen.
De zorg, zoals ik het begreep, want ik heb flink zitten zoeken, ik dacht, hoe komen we tot deze politieke vraag, zit hem erin van, kunnen zij dan nog wel daar blijven bestaan? Die vraag had ik ook wel staan van, zou de wethouder daar iets over kunnen zeggen? Omdat ik wel het idee heb dat we met elkaar heel erg van mening kunnen wisselen over hoe we daarover denken, hoe we over het kernwinkelgebied denken of over de visie voor de toekomst, maar de kern van de vraag is volgens mij, is het zo dat het voortbestaan van deze kleine ondernemers en deze broedplaatsen door dit uitvoeringsprogramma in het gedrang komen? Misschien zou de wethouder dan kunnen beginnen om daarop te reageren. Want als die zorg kan worden weggenomen, dan is dat misschien de kern van deze commissie.
3
De voorzitter: Ik was daarnet ook van plan, nog voor mijnheer De Heer de beurt kreeg, dit voor te stellen. Maar ik dacht dat u nog een verduidelijkende vraag had. U wil nog een toelichting daarop geven. Dat mag nog even. Mevrouw Van den Bergh: Daar ben ik voor. In de stukken las ik iets van, mocht er, ik noem het maar in mijn eigen woorden, een screening van ondernemers plaatsvinden, dan is er wel een mogelijkheid voor ondernemers die van waarde. Zij kunnen hun bedrijf blijven uitvoeren in de aanloopstraten waar ze dan zitten. Daar wil ik ook een toelichting op. Is het de bedoeling dat je iedere ondernemer onder de loep gaat nemen? De voorzitter: Dan gaan we eerst bij de wethouder vragen of de veronderstellingen die gemaakt worden correct zijn. Worden de huren hoger, wordt elke ondernemer gescreend, wanneer is een ondernemer van waarde? Dat zijn de vragen die ik er allemaal in terughoor. Aan u het woord. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Het korte antwoord is, er wordt niet gescreend de couleur locale, zoals het wel vaak wordt genoemd, onze lokale winkeliers en de eigenheid in aanloopstraten. Bijvoorbeeld in de Voorstraat zie je dat er veel antiekwinkels zitten die misschien maar 3 dagen van de week open zijn. Voor hen verandert er niets.
En om een groter en breder antwoord te geven, als u mij toestaat, zou ik toch iets van context nog willen schetsen over waar we vandaan komen. Want in 2022 heeft u als raad als eerst het Toekomstbeeld Binnenstad vastgesteld. Dat heette Slijpen aan een diamant. U stelde, we hebben een prachtige historische binnenstad waar enorm veel natuurlijke schoonheid en waarde in zit, maar we zitten ook in een economische realiteit dat het winkelen niet meer vanzelfsprekendheid is. De grote concurrentie is van de onlinemarkt. De enige manier om als centrum relevant te blijven, toekomstbestendig en vitaal te zijn, is als je, je daarop aanpast. Dit betekent dat er nog steeds plek is voor winkels, maar dat het in een veel kleiner gebied is dan vroeger. Een binnenstad heeft alleen aantrekkingskracht als je op beleving inzet. Dit betekent dat je een binnenstad hebt die heel veel verschillende soorten activiteiten aanbiedt en aantrekkelijk genoeg is om daar langer te verblijven. Vanuit die visie heeft u een kernwinkelgebied aangewezen, waarbinnen je vervolgens kan zeggen, dat gebied is niet te groot in omvang, zodat je daadwerkelijk daar alle ketens en winkels die er zijn, kan concentreren en daar een vitaal winkelgebied van kan maken. Dat leest u in dit voorstel, daar waar nu het uitvoeringsinstrument van subsidie aangekoppeld zit.
Want wat je ziet is, u zult zich vast wel een aantal voor de geest kunnen halen, dat er ook best veel winkels zijn waar in het vastgoed niks wordt geïnvesteerd in een kernwinkelgebied. Maar dat er met open plafonds en eenvoudige stellingen voor een eigenaar er een huursom is, maar de is winkeluitstraling minimaal. Het zijn vaak discountketens die financieel dan uitkomen voor een vastgoedeigenaar, terwijl er wel degelijk grotere ketens zijn die een toevoeging zouden kunnen zijn in onze stad, die interesse hebben om in zo'n pand te gaan zitten. Alleen, dat vraagt een vervolginvestering van de vastgoedeigenaar met allerlei eisen rondom duurzaamheid en dergelijke, die dusdanig hoog zijn, dat het vaak een drempel vormt om die investering te starten. Precies voor die gevallen is de subsidieregeling bedoeld, zodat je binnen het kernwinkelgebied op dat soort plekken kwalitatief hoogwaardige winkels kan krijgen in plaats van een overkill aan discounters, wat niet goed doet aan de kwaliteit van je kernwinkelgebied. Daarnaast heb je
4
aanloopstraten. We werken samen in het Binnenstadsbedrijf. Daar heeft u deze periode ook het besluit toegenomen. Dat doen we samen met vastgoedeigenaren, de vertegenwoordiging van de winkeliers, de horeca en de gemeente. Daar hebben we gebiedsprofielen uitgewerkt, ook rondom de aanloopstraten. Onlangs is dat bijvoorbeeld voor Voorstraat West uitgewerkt. Daarbij is bekeken, de aanloopstraat, als je kijkt naar de panden die er zitten, zijn er heel wat panden die zich niet goed lenen voor een winkelbestemming, omdat ze te klein zijn, de toegang niet goed is en tegelijkertijd zijn er nog wel genoeg andere panden in dat gebied die zich daar wel voor lenen. Daar doen we ook een sturingskader op. Dan zeggen we, de plekken waar het niet realistisch is dat er een woning kan komen, kunnen we in een aanloopstraat transformeren naar wonen, zodat het toch nog een goede bestemming krijgt en leven toevoegt. Op die andere plekken willen we vooral de andere functies in het gebied behouden. Dan kunnen daar nog steeds winkels blijven zitten. Door het beleid dat u heeft vastgesteld, is het niet zo dat die gaan verdwijnen. We kunnen ook wel stellen dat met de instrumenten die we nu vaststellen, je op de terrassen, want dit is niet alleen winkelen, een drankje kan doen.
Het is even een bezoek aan het museum brengen, een aantal ketens vinden in een stad die je in elke stad graag wil vinden en die we in Dordrecht nog niet hebben. Ik noem een Dille & Kamille bijvoorbeeld, Søstrene Grene. U kunt er vast zelf ook nog wel een aantal bedenken waarvan u zegt, die zou ik graag in de stad willen zien. Tegelijkertijd zien we ook dat toeristen aan onze stad zeggen, wat waarderen we aan Dordrecht enorm? Dat zijn de lokale winkels. We vinden hier winkels die je niet in een andere stad terugvindt. Als je een sterk kernwinkelgebied hebt, krijg je meer bezoek. Zij gaan weer naar de aanloopstraten. Juist naar de lokale winkeliers. Daarmee zorg je dat je weer meer omzet kan creëren, of meer bezoek, voor de lokale winkels die u zo belangrijk vindt, terecht, en dat je het daarmee ondersteunt met het pakket aan maatregelen wat nu voorligt. Ik hoop dat ik zo voldoende duiding heb kunnen geven, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh, is de vraag beantwoord? Laat ik daarmee beginnen. Is uw zorg weggenomen? Mevrouw Van den Bergh: Niet helemaal. Dat is het altijd met pakketmaatregelen afspraken die je met elkaar maakt. Laat ik het dan even wat concreter maken. Het is wel de toelichting.
Ik begrijp dat het niet helemaal verdwijnt, maar dat toch de kwaliteit van de winkels en van de bedrijven, daar kan ik me op zich iets bij voorstellen, leidend gaat zijn bij de bepaling of je kan blijven zitten of niet. Ik heb nog niet heel duidelijk begrepen of dat zo is. U zegt, in die aanloopstraten is niet ieder pand geschikt om daar een winkel of bedrijfje in te starten. Dat kan beter in een ander gebied plaatsvinden. Dan denk ik, waar hebben we het dan over? Is dat andere gebied dan wel in een aanloopstraat of zit je dan toch dicht tegen het kernwinkelgebied aan? Ik wil even duidelijker weten, wordt de ondernemer toch op kosten gejaagd? Of is zijn positie om de kosten laag te kunnen houden, maar wel kwaliteit te moeten leveren? Daar kan ik me bij iets bij voorstellen. Blijft dat toch bestaan?
5
De voorzitter: Dan gaan we, denk ik, even meer vragen inventariseren. Maar uw vragen zijn met name gericht op de, zoals u het beschreef, creatieve broedplaatsen. Die ondernemers, daar richt de vraag zich op? Of op alle ondernemers? Mevrouw Van den Bergh: Ook op startende, maar zij maken wel een doorgroei door. Je hebt ook ondernemers die geen doorgroei doormaken, maar het uitstekend doen. De voorzitter: En uw tweede vraag was, wat wordt er dan bedoeld met leegstaande panden en de andere bestemming daarvoor? Ik heb overigens wel gehoord dat er verschil werd gemaakt tussen kernwinkelgebied en de aanloopstraat. Daar zat ook een verschil in bestemming. We gaan verder vragen inventariseren. Wie heeft er nog wat vragen of wil iets over het raadsvoorstel kwijt, waar straks de wethouder op kan reageren? Ik ben slecht in namen vanavond. Ik weet het niet. Mevrouw Kamphuis, dank u wel. Aan u het woord. SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Wij van SP zijn van mening, zeker in een tijd van bezuinigen, dat we terughoudend moeten zijn met veel geld uittrekken voor kunst en openbare ruimte. Geld dat we echt beter kunnen besteden aan zaken zoals Wmo en de zorg. Wel denken we dat het goed is om samen met de Joodse gemeenschap op korte termijn een herdenkingsplechtigheid te plaatsen.
Wil de wethouder hier een toezegging voor geven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn denkt de wethouder deze plek te maken? We zijn het niet eens met de ophef van de winkelfunctie in de aanloopstraten en daarmee de mogelijkheid voor creatieve broedplaatsen en kleine winkels. Liever behouden wij dat. De voorzitter: Kunt u nog heel even herhalen waar u een toezegging op wilde hebben? Mevrouw Kamphuis: Op een herdenkingsplek samen met de Joodse gemeenschap en op welke termijn. De voorzitter: Wie volgt? Welke fractie? Dan gaan we naar Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zijn ook wel voor een beperkt kernwinkelgebied dat heel goed onderhouden wordt en van hoge kwaliteit is. We zijn er niet voor om meteen bij alles eromheen te voorkomen dat daar ook nog maar iets van gewinkeld kan worden, want er is heel veel behoefte aan. Het is niet alleen het binnencentrumgedeelte. Maar ik hoor daar de wethouder al over zeggen dat het op zich mogelijk is. Waar we wel een beetje mee zaten, we hebben hier een financieel document en we praten over deze inhoud. Als je naar het financiële document kijkt, hebben we er best wel problemen mee dat de structurele dingen, bijvoorbeeld voor groen heb je onderhoud nodig, gefinancierd moet worden vanuit de reserves.
Dat is iets waar we echt niet voor kunnen staan, voorzitter De voorzitter: En betekent dat ook dat u te zijner tijd met motie op komt? Of is dat nu nog niet ter zake? De heer Roggekamp: Dat zou kunnen, maar dat weet ik nog niet.
6
De voorzitter: Wie volgt? Mevrouw Striebeck van VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Voorzitter. Mijn woordvoering was toch nog een beetje gestoeld op de vraag van de PvdA. Het zal nog een beetje doorklinken daarin, maar er staan ook nog wat andere vragen in. Voorzitter, het college wil het kernwinkelgebied compacter maken en zet daarbij instrumenten in voor verplaatsing en transformatie. Die ambitie begrijpen we en steunt de VSP. Ook de VSP ziet graag dat het kernwinkelgebied compacter wordt. Maar hier zit wel een risico in dat we niet mogen negeren. Voorzitter, een compacter kernwinkelgebied mag niet betekenen dat winkels in de aanloopstraten langzaam worden weggeduwd. Juist daar zit het lokale ondernemerschap, starters, speciaalzaken en winkels met karakter. Dat zijn geen probleemgebieden. Het zijn broedplaatsen voor de binnenstad. In dit voorstel lezen we veel over het aantrekken van onderscheidende kwaliteit, maar te weinig over het behoud van de kwaliteit die er al is. Als we vooral sturen op verplaatsen, ontstaat het gevaar dat we ondernemers kwijtraken die prima functioneren, maar niet passen in een theoretisch kaartje. Compact maken mag geen synoniem worden voor verschralen. Versterken mag geen verkapt verdringen zijn.
De VSP roept het college daarom op om het instrumentarium niet alleen in te zetten voor verplaatsing richting de kern, maar ook voor het versterken van winkels in aanloopstraten die aantoonbaar waarde toevoegen aan hun straat en buurt. Zo houden we niet alleen een sterke kern over, maar ook de levendige straten eromheen. Dat maakt een binnenstad juist zo aantrekkelijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel ook. Dan gaan we naar mevrouw Van Engelen van GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de toelichting van net, want ik probeerde thuis chocola te maken van de politieke vraag. Dat is nu wat duidelijker geworden. In onze beleving is het nog steeds zo, we gaan investeren in het kernwinkelgebied. We hebben het ook met elkaar gehad bij dit proces over de aanknopingspunten. Dan denk ik gelijk aan de Voorstraat West waar je het kernwinkelgebied uitkomt. Je hebt een hele hoop horeca en dan beginnen de kleine ondernemingen en broedplaatsen waar we het nu over hebben. Ik hoor net de wethouder zeggen, die gaan nergens naartoe.
Wij hebben juist het idee, als je het kernwinkelgebied versterkt en de aanknopingspunten daarnaartoe, die binnenstad, trek je helemaal door zodat je een mooi rondje kan lopen en je loopt bij wijze van nooit het centrum uit, dan versterk je de kleine ondernemers door te investeren in dat kernwinkelgebied, waar dan misschien wat grotere ketens tussen zitten. Daar wilde ik nog iets interessants over zeggen, maar dat heb ik even vergeten. In ieder geval dat we het daar niet van me eens zijn. Maar ik had echt nog een heel goed punt. Als ik daarop kom, dan zeg ik het nog even. De voorzitter: Als dat goede punt naar boven komt drijven, dan horen we het graag. Is dat een verduidelijkende vraag? Dan ga ik een beetje op volgorde. Mevrouw Lammens van de VVD was de volgende.
7
Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD wil als eerst de ambtenaren bedanken voor de geweldige Decemberdagen en het terugbrengen van de ijsbaan. Zelfs Kees Thies was lovend. Over de politieke vraag, leuke Dordtse ondernemers moeten kunnen blijven en krijgen kansen in de binnenstad. De wethouder heeft net al gezegd dat hij het daarmee eens was. Het budget voor kunst in de openbare ruimte ter nagedachtenis aan de Dordtse joden op de Grote Markt keuren wij goed. Het moet verplaatsbaar zijn, omdat de herontwikkeling van de Grote Markt nog niet bekend is. Het moet eer doen aan de geschiedenis van deze omgeving. Ook gaan wij akkoord met het verbeteren van de kwaliteit van het horecaconcentratiegebied Scheffersplein. De vergroeningsmaatregelen van de binnenstad in 2026 zijn in lijn met de in 2024 door de gemeenteraad vastgestelde aanpak Vergroening Binnenstad. Daar gaan wij nu ook zeker mee akkoord. Als we kijken naar het groen bij De Witt, daar is een unieke tuin ontstaan wat zeker waarde heeft voor de stad en door de bewoners en mensen wordt gewaardeerd. Het versterken van het ruimtelijk economisch functioneren van het kernwinkelgebied in de binnenstad, zoals in 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld, steunen wij eveneens. Vandaag stond er een stuk in de krant over de winterterrassen.
De Dordtse VVD wil aan de wethouder vragen om te onderzoeken of er mogelijkheden hiertoe zijn. De Dordtse VVD vindt het belangrijk dat de binnenstad aantrekkelijk is. Dit geeft een economische impuls aan de stad. Voor de ondernemers is dit zeer belangrijk. Ook de inkomsten uit parkeergarages geven de stad financiële ruimte. De voorzitter: Dat was de inbreng namens de VVD met ook een vraag over de winterterrassen. Het valt me trouwens wel op dat dat er niet op elkaar wordt ingegaan en dat mag best. We zitten nog maar in de eerste ronde. Maar we gaan naar de volgende. Mijnheer Wringer van Beter voor Dordt. De heer Wringer: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd of ik interrupties krijg. Ik had ook een beetje problemen om de politieke vraag te koppelen aan dit raadsvoorstel. Maar na de uitleg van de wethouder begrijp ik het wel. De couleur locale in de aanloopstraten moet blijven. Ik denk dat het met een sterk kernwinkelgebied nog beter kan worden zelfs. Beter voor Dordt vindt het een uitstekend idee om te investeren in onze binnenstad. Hopelijk kan dit bedrag nog groeien met cofinanciering en subsidies. Doe de investeringen in samenspraak met de ondernemers die we hebben. Over de vergroening, uitstekend. Dat komt ook de hittestress ten goede in de binnenstad.
Maar zorg er wel voor dat ook de terrassen, bijvoorbeeld bij het Stadsklooster, kunnen blijven, zodat de ondernemers daar nog gebruik van kunnen maken. Hetzelfde geldt voor, dat is een beetje een stokpaardje, het stoppen met het weghalen van parkeerplaatsen in de binnenstad om te vergroenen, totdat de nieuwe parkeergarages klaar zijn. De stad moet wel bereikbaar blijven voor ondernemers, bewoners en leveranciers. Verder zijn wij positief over het financieel instrument om verschillende onderscheidende ondernemers naar Dordrecht te halen. De laatste jaren vestigen zich veel ondernemers die aan de onderkant van de markt opereren. Aangezien we wel de ambitie hebben om op de sociaaleconomische ladder te klimmen, moeten we toch wel wat kwaliteit naar Dordrecht halen. Uit de fractie heb ik nog meegekregen over het Joods monument, maak het hufterproof. Dat was het, voorzitter.
8
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wringer. Dan gaan we naar mijnheer De Heer van ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, toch nog iets over het begin van het raadsvoorstel waar wij lazen dat de uitvoering van onze motie uit 2022 om de Joodse cultuurhistorie te betrekken bij de herontwikkeling van de Grote Markt, nu gaat gebeuren. We zijn heel blij om dat te horen, zodat de Joodse gemeenschap die de oorlog heeft overleefd, zelf kan meemaken dat het er straks komt. Dat is goed nieuws. Tegelijkertijd hebben we in de voorbereiding op deze commissievergadering vooral gefocust op de politieke vraag, want er is heel veel te zeggen. De verleiding is groot om het dan over de hele visie te hebben vanuit 2022 en het Slijpen aan de diamant, waar eerder aan werd gerefereerd, er helemaal bij te betrekken. Ik probeer wel wat te trechteren. Dan gaat het mij toch wel over die aanloopstraten. Is het zo dat de ondernemers die er zitten daar dan kunnen blijven? Ik denk vanuit de beantwoording van de wethouder te begrijpen dat het zo is. De enige checkvraag die ik daarbij wil hebben, omdat 4.2, volgens mij, als paragraaf daar de aanleiding voor is geweest, waarin staat, door hen, de ondernemers, te begeleiden naar eventuele doorgroei richting het kernwinkelgebied, is dat dan op basis van vrijwilligheid? Dank u wel. De voorzitter: De vraag wordt genoteerd.
Dan gaan we naar mevrouw Van den Aardwegh van het CDA. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Het CDA is ook voorstander van het verkleinen van het kernwinkelgebied, als we de kwaliteit maar verhogen. We zijn niet tegen creatieve broedplaatsen. Alleen we vragen ons af, als we nu kijken in de aanloopstraten, of het wel allemaal creatieve broedplaatsen zijn, zoals bedoeld wordt met creatieve broedplaatsen. We zouden het fijn vinden als we kritisch blijven kijken wat we onder creatief verstaan. Daarnaast staat het CDA achter het voorstel. We vinden het niet echt een programma, maar meer losse punten. Het sluit goed aan bij het eerdere stuk Slijpen aan een diamant. We vinden sommige bedragen wel fors. We vragen ons dan ook ons af, als we een budget van 100.000 euro zeggen voor horeca, wat dan het aandeel van de horecaondernemers zelf is. Daar zitten we wel een beetje kritisch in. Wat betaalt de gemeente en wat doet de ondernemer zelf? Dan zijn we zeker voor het Joodse monument. Alleen, we vinden het jammer dat er dan staat, er is een budget van 128.000 euro beschikbaar gesteld en dat er dan een slag om de arm gehouden wordt van, is het wel voldoende? Hadden we het dan niet anders moeten reserveren? Dat is wat het CDA daarvan vindt. De voorzitter: Bedankt. Dan mevrouw Van Engelen. Zij weet het weer. Aan u het woord. Mevrouw Van Engelen: Mijn tweede gedeelte weet ik weer.
Ik wil nog even afsluiten met een hoop/wens en een compliment. Ik had het net over het kernwinkelgebied, de verbindingsstukken en de aanloopstraten waar wij wel in geloven. Dan moet je als kleine ondernemer/creatieve broedplaatsen, waar we het vanavond over hebben, hopen dat het werkt en dat mensen vanuit die het kernwinkelgebied met grotere ketens ook naar jou toe komen. Zoals we weten, is het nu overal duur in de binnenstad om ergens te
9
huren en een pand te krijgen. Maar wij hebben k de hoop/wens dat door het kernwinkelgebied en de binnenstad versterken, het misschien in de toekomst wel goedkoper wordt om in die aanloopgebieden te huren of je onderneming te starten. Ik wil even aan het college vragen, is die wens haalbaar en is die hoop terecht? Het compliment dat ik nog wilde geven, we hebben allemaal dit hele proces meegemaakt en in dit raadsvoorstel is heel netjes een voorstel, alles wat de raad wil, zoveel kost het. En ik vind het erg leuk om al onze wensen en plannen daarin terug te zien. Ik bedank de ambtenaren en het college daarvoor. De voorzitter: Dan zitten er hier nog twee fracties aan tafel die misschien nog het woord willen. Mijnheer Aarden van Partij voor de Dieren. De heer Aarden: Dank, voorzitter. Ik val in voor een fractiegenoot die ziek is. Ik heb geen bijdrage, maar ik wil wel zeggen dat we voor het voorstel zijn. De voorzitter: Bedankt. En Fractie Pichel, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik kan best wel kort zijn. Het lijkt ons een prima voorstel. Met betrekking tot de politieke vraag was ook ik even aan het afwachten wat de toelichting van de wethouder zou zijn. Maar dat spreekt helemaal voor zich. Ik snap heel erg de wens om echt te gaan kijken naar het kernwinkelgebied en hoe dat in te richten.
En even aansluitend op wat mevrouw Van Engelen net aangaf om die stroming te krijgen, wat ik afgelopen jaar heel erg mooi vond om te zien, en het is wel een ander soort concept, was dat ze bij Big Rivers op een gegeven moment hadden ingevoerd om mensen te helpen om te leiden door de stad en om te laten zien, als je niet zo kunt lopen, kun je ook zo lopen. Dat zorgde ervoor dat het veel beter verdeeld werd, waardoor er meer bezoekers kwamen, maar het voelde als rustiger. Dat is heel slim aangepakt. Een vergelijkbaar concept is verder voor onze bezoekers in te stellen. Daar zijn de terrassen, daar zijn de winkeltjes, daar zijn de toppers die we kennen, daar zijn misschien de wat onbekende winkels. Op zo'n manier daarover nadenkend, en dat proef ik hier ook een beetje uit, denk ik dat het heel mooi kan gaan in de uitvoering. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de reactie van het college. Dan ben ik benieuwd hoeveel tweede rondes we straks nog krijgen. Aan u het woord. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Laat ik er allereerst beginnen dat het fijn is om te horen dat er zoveel enthousiasme en draagvlak is als het gaat om de voorstellen om uitvoeringsmaatregelen in de binnenstad te treffen. Want er zijn heel veel samenwerkingen opgetuigd, allerlei visies, instrumenten en dergelijke. Het is echt nu tijd om te gaan oogsten, zal ik bijna zeggen.
De schop in de grond in de binnenstad te zetten en zichtbaar die verandering te brengen. Het is fijn om te horen dat daar zoveel draagvlak voor is. Dan heb ik drie onderwerpen gehoord. De eerste was het Joods monument, de tweede de winterterrassen en de derde de aanloopstraten. Die wilde ik alle drie langsgaan. Allereerst voor wat betreft de winterterrassen, winterterrassen zijn mogelijk. De Dordtse VVD vroeg of we zouden willen onderzoeken of die mogelijkheden
10
er zijn. Die mogelijkheden zijn er. Er zitten wel regels aan verbonden en daar zit dan vervolgens een vergunningaanvraag aan vast. Dat is de casus waar u naar refereerde. Dat is een traject dat qua vergunningverlening loopt. Maar het is zeker een toevoeging om ook in de winter horecabeleving te hebben. U zag het tijdens de Dordtse Decemberdagen in de wintertuin ook gebeuren met het Magazijn in dit geval, die daar een winter terras had en hoeveel levendigheid dat in de stad toevoegt. Maar we hebben wel wat kaders waar we op toetsen. Of het veilig is, of het passend is bij de uitstraling van de stad en dergelijke. Dat zijn de randvoorwaarden waaronder we dat soort aanvragen zullen toetsen. Dan het tweede onderwerp, het Joods monument. Allereerst om even in te gaan op de vraag van het CDA over het budget en de slag om de arm die erin zit. Dat zit hem met name in de fase waarin het zit. We hebben nu een budget toegekend op basis van de uitgangspunten die uzelf als raad heeft meegegeven rondom kunst in openbare ruimte. Er ligt nu nog geen ontwerp. Dat is waar u nu in ieder geval budget geeft aan het college, om de start te gaan maken met de uitvoering daarvan. Op basis daarvan kan je dan een voorlopig ontwerp maken, kijken wat de kosten zijn en hoe zich dat verhoudt tot het budget dat u nu meegeeft aan het college daarvoor.
Dat heb ik ook al met de stichting besproken, dat het initiatief bij hen ligt. Er kan misschien vanuit daar gekeken in hoeverre crowdfunding vanuit die hoek een bijdrage kan leveren. Maar het is een gezamenlijk ontwerpproces waar we dan aan gaan beginnen zodra u dit krediet heeft vastgesteld. De vraag van de SP ging over een herdenkingsplek. Bedoelt u dit monument en het proces dat we nu gaan doen? Nadat het krediet verstrekt is, gaan we dat beginnen binnen de randvoorwaarden van het gebied. Maar dat staat ook allemaal in het raadsvoorstel. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft een aanvullende vraag. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik ben heel blij dat het eindelijk gaat beginnen na de motie. Maar mijn vraag is, op welke korte termijn gaan we beginnen met het ontwerp? De heer Burggraaf: Voorzitter, zodra u in de raad het krediet vaststelt, hebben wij op dat moment het budget om daar een start mee te maken. Dan zullen we iemand binnen de organisatie met de stichting verbinden. Dan begint het ontwerpproces. Wanneer het dan daar staat? Dat durf ik niet te zeggen. Maar we gaan dat in ieder geval meteen ter hand nemen. Want ik weet dat, zoals anderen refereerden, de raad daar grote waarde aan hecht en er niet voor niets ooit een motie is geweest waarmee uw raad ons daartoe heeft opgeroepen. Dan de aanloopstraten.
Dat was de vraag van de ChristenUnie/SGP, is dat begeleiden voor doorgroei op vrijwillige basis? Dat is op vrijwillige basis. Het subsidie-instrument is er om in het kernwinkelgebied onderscheidende formules te kunnen realiseren met kwaliteit. Dat kunnen ketens zijn, maar dat kunnen ook lokale zaken zijn die zeer onderscheidend zijn en misschien een goede plek in het kernwinkelgebied zouden kunnen hebben en passen, maar misschien tegen een van die hele hoge investeringsaspecten aanlopen, waarvoor ze dan subsidie kunnen krijgen. In de aanloopstraten zelf, heeft u een bestemmingsplankader. Die bepaalt wat wel en niet is toegestaan. Om bijvoorbeeld Voorstraat West even te pakken, dan laat de begane grond in de plint verschillende bestemmingen toe, behalve wonen. Dat betekent, als daar gewoond gaat worden, moet daar eerst een bestemmingsplanafwijking op worden
11
goedgekeurd. Daar gaan we op toetsen. Dat doen we zeer kritisch. Want we hebben, nogmaals, gezamenlijk met de vastgoedeigenaren, de winkeliers, horecavertegenwoordigers in het Binnenstadsbedrijf met elkaar vastgesteld dat in die straat een gemengd milieu en een aantrekkelijke uitstraling heel belangrijk is. Daar zullen we kritisch op toetsen. Tegelijkertijd is het ook zo, maar dat heeft u al eerder gehoord over een aantal andere thema's, dat we hebben geconstateerd dat onze capaciteit voor handhaving op dit soort dingen, op dit moment, niet goed op orde is. U heeft er al eerder over gecommuniceerd dat, en dat gaat over een breed aantal zaken, niet alleen hierover, maar ook als het gaat om de controle op Bed & Breakfast bijvoorbeeld, op verschillende zaken die u in een huisvestingsverordening heeft vastgelegd, er meer handhavingscapaciteit op nodig is en daar zijn nu de middelen er niet voor. Maar die afweging zal bij de perspectiefnota komen. Dat zal ook voor dit aspect, in de uitvoering, wel een belangrijk element zijn. Tegelijkertijd, even om de positieve kant te benadrukken, het Binnenstadsbedrijf heeft in zijn jaarplan staan om de ondernemers in de aanloopgebieden te gaan coachen.
Daar zit ook positieve inzet richting de aanloopstraten en de creatief ondernemers, winkeliers, die daar zitten te helpen, hoe kunnen ze nog succesvoller daar hun zaak hebben? Dan had ik nog een vraag van GroenLinks, in hoeverre het zo is dat huren in de aanloopstraten mogelijk nog lager zouden kunnen worden. Daar durf ik geen uitspraak over te doen, omdat de gemeente daar niet over gaat. Het zijn de vastgoedeigenaren, die het vastgoed daar bezitten, die uiteindelijk de huursom bepalen. Hoe zich dat gaat ontwikkelen, dat weet ik niet. Het is wel zo, maar dat zei u zelf ook al, dat in de hele aanpak zit in zorgen dat je logische looproutes krijgt. De vergelijking met Big Rivers vond ik ook mooi. Logische gebieden waar mensen met een bepaalde behoefte in de stad, die een bepaalde beleving zoeken, weten, dan moet ik naar die plek in de stad toe. En dat je kan lezen hoe je moet lopen en waar je moet zijn. Daar is het hele investeringsprogramma op gericht. Nogmaals, de overtuiging is, als we dat met focus doen, dan wordt de binnenstad de komende jaren steeds kwalitatief beter. Daarmee ga uiteindelijk ook weer nieuw investeringsvermogen gaat uitlokken. Want als het op bepaalde plekken heel succesvol is, dan wordt het ook weer aantrekkelijker voor andere ondernemers om te gaan investeren in het gebied dat daar direct op aansluit.
Dan kan je een vliegwiel veroorzaken, waarbij niet alleen de gemeente investeert in de binnenstad, maar ook partijen van buiten dat doen. Dat is in een notendop de samenvatting van deze aanpak. Dan heb ik volgens mij alle vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Van wat ik me herinner, zijn alle vragen beantwoord. Maar het is aan u om dat wel of niet te beamen. Dan kunnen we naar de tweede termijn. Deze is normaal gesproken bedoeld om dan het fractiestandpunt weer te geven. Dat is voor een groot deel al gedaan. Heeft iemand nog de behoefte om dat aan te vullen, te wijzigen of om nog iets verder door te vragen? Mevrouw Van den Bergh van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Van den Bergh: Even nog kort een toelichting op de reactie van de wethouder en de reacties van mijn collega's. Het is goed om te horen dat het Binnenstadsbedrijf met ondernemers in de aanloopstraten in overleg is. Ook de mogelijkheid van de coach, als ik het goed heb begrepen. Want ik had in de stukken gelezen dat dat zij er waren om met ondernemers goed contact te onderhouden. Dat was ik daarnet vergeten te vragen.
12
Dat loopt. Dat vinden wij goed. En ook dat de routes voor het winkelend publiek wat helderder worden gemaakt. Dat is al jaren een punt. Het is goed dat daar nu weer opnieuw voortgang in wordt gemaakt. Mijn vraag is alleen nog, hoe is het nu met de leegstand? Is er wel zo veel leegstand? Dat was een tijd geleden wel zo. Nu heb je het Binnenstadsbedrijf, maar hoe staat het met het Ondernemingsfonds? Heeft dat ook nog een rol in het opknappen van het uiterlijk van de binnenstad? De voorzitter: Het opknappen van het uiterlijk van de binnenstad, is dat alleen voor de gemeente of hebben de ondernemers daar in het Ondernemersfonds ook nog een rol in? Mevrouw Van den Bergh: Want dat is nu stadsbreed geworden, maar ik heb daar niks over gelezen in de stukken. De voorzitter: We vragen het de wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, er is een Ondernemersfonds die over verschillende gebieden verdeeld is. Je hebt ook een gebied Binnenstad, waarbij vastgoedeigenaren en de gebruikers een bijdrage betalen. Dat budget gaat naar het Binnenstadsbedrijf toe. Aanvullend heeft u ook vanuit de gemeente een stukje investering erin zitten. Het mooie is dat door het Binnenstadsbedrijf ook vastgoedeigenaren zich zijn gaan verenigen. Zij hebben nu een vereniging van alle vastgoedeigenaren in het binnenstadsgebied. Dat was 1 van de eerste voorstellen waar zij mee kwamen.
Ze zeiden, we willen graag vanuit de vastgoedeigenaren collectief wat doen en investeren vanuit de bijdrage die vanuit het Ondernemingsfonds komt om de kwaliteit in de binnenstad te vergroten. Daar is onlangs de gevelsubsidie uit voortgekomen. Er is een gevelsubsidie met een budget van 75.000 euro. Dat is natuurlijk niet voor 1 gevel. Uit mijn hoofd gezegd was dat een bijdrage van 5.000 euro per pand, waarbij pandeigenaren een subsidie kunnen aanvragen als ze hun pand opknappen en de gevel weer een mooie uitstraling geven. Het antwoord is, ja. Ook het Ondernemersfonds investeert in de verbetering van de kwaliteit van de binnenstad. De voorzitter: Er ging nog een vraag vooraf. Dat ging over hoe het is gesteld met de leegstand in de kernwinkelgebieden. De heer Burggraaf: De leegstand is, volgens mij, redelijk stabiel. We zitten iets onder het landelijk gemiddelde. Tegelijkertijd zijn er wel toonaangevende plekken die een doorn in het oog zijn, omdat het leegstaat. Het feit is dat de V&D en de onderliggende winkelmeters nog steeds geen invulling hebben gekregen. Dat is een hele vervelende plek, zo midden in het kernwinkelgebied. Daar wil je graag doorlopen en leven hebben. Afgezet tegen de benchmark in Nederland, zijn de leegstandscijfers in onze stad niet zorgwekkend.
Tegelijkertijd zien we genoeg plekken waar we wel heel graag die invulling zouden willen hebben, omdat het goed zou doen aan de belevingswaarde en bezoekersaantallen in het kernwinkelgebied. De voorzitter: Mijnheer Wringer, Beter voor Dordt.
13
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik denk dat de wethouder de 5.000 vierkante meter van het ouwe Primarkgebouw er ook wel bij kan tellen. Dat moet ook wel nodig gevuld worden. De wethouder had het over de logische looproutes binnen de stad. Ik heb er al eens een keer eerder vragen over gesteld. Een logische looproute is ook de doorgang in het oude Drievriendenhof naar de Museumstraat, de Nieuwstraat, de Korte Nieuwstraat en om straten meer betrekken bij het kernwinkelgebied. Dat wil dan meegeven aan het college, probeer toch echt in te zetten om de doorgang weer open te krijgen. De deuren zitten er nog. Het is alleen een muurtje omverslaan, zoals ik het kan zien. Ik denk dat je dan een meer logische wandelroute door onze mooie binnenstad krijgt. Dan had ik nog 1 vraag. De wethouder heeft het al een paar keer benoemd, het Binnenstadsbedrijf. Kunnen we daar misschien in de toekomst een RIB over krijgen van de resultaten tot nu toe? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Wethouder, wilt u een muurtje wegslaan om de doorgang weer mogelijk te maken en de resultaten van het Binnenstadsbedrijf. De heer Burggraaf: Voorzitter, zeker. Maar dat hebben we ook al in het antwoord op schriftelijke vragen van Beter voor Dordt eerder laten weten, dat wij positief zouden staan tegenover van het weer ontstaan van een looproute daar. Het is over privaat terrein.
Als het gemeentelijk eigendom was geweest, dan hadden we die gisteren al gemaakt. Maar het is privaat eigendom. We hebben dat ook aangekaart bij de betreffende eigenaar. Het is ook aan die eigenaar om te kijken, hoe gaan ze het weer invullen en is het een voor hen een aantrekkelijke mogelijkheid om dat weer tot stand te laten komen? Dat hebben we niet helemaal in eigen hand. De tweede vraag was over het Binnenstadsbedrijf en wat we daarover naar u toe kunnen sturen. Ik meen mij te herinneren dat al automatisch, vanuit het Binnenstadsbedrijf, jaarlijks berichten naar u toe gaan. Er zit een standaard nieuwsbrief bij van een Binnenstadsbedrijf. Ik kijk even naar rechts, maar zij konden daar ook nog geen antwoord geven. Ik kijk daar even naar. Het Binnenstadsbedrijf echt mee bezig om te zorgen dat alle stakeholders, dat is een Engels woord, maar dat alle partijen die er belang bij hebben, weten welke resultaten het Binnenstadsbedrijf boekt, waar ze mee bezig zijn. Dat doen ze ook heel actief naar de ondernemers. Het is heel belangrijk dat u daar als raad kennis van neemt. Ik ga kijken of ik dat via een RIB ga doen. Dat denk ik niet. Ik zou de voorkeur hebben om dat vanuit het Binnenstadsbedrijf te laten communiceren, zoals we dat naar alle belanghebbenden doen. Dan kunt u ook daar kennis kan nemen. Als er dan vragen over zijn, kunt weet u het college te vinden.
De voorzitter: De toezegging hierop is genoteerd. Wie volgt? Niemand? Mag ik dan voorstellen om over te gaan tot het afronden van deze commissievergadering? We zijn veertig minuten eerder dan had gekund. Maar dat is alleen maar prettig, denk ik. Dan is het even de vraag, wordt dit een hamerstuk, wordt het een stemstuk, bespreekstuk? Ik hoor geen concrete plannen voor moties of amendementen. Kunt u ermee instemmen dat het een hamerstuk wordt tenzij? Als er iets komt, dan wordt het vanzelf anders. En als het tenzij wordt, dan wordt het een bespreekstuk. Doen we dan twee of vijf minuten? Twee. Prima. Dan is ligt het, denk ik, voor nu vast. Allemaal hartelijk bedankt
14
voor zo'n snel overleg. Of hier alles weer netjes mee kan naar de pantry. Misschien nog tot een volgend overleg en anders een hele goede avond. 3. Beschikbaar stellen van krediet anti-graffiti toepassing fietsbrug A16 Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Oosterhout De voorzitter: Goedenavond, we gaan verder met een volgende commissievergadering. Het gaat tijdens deze commissievergadering over het beschikbaar stellen van een krediet anti-graffiti toepassing fietsbrug A16. We hebben voldoende commissie- en raadsleden aanwezig voor het quorum, dus we kunnen ook verder voor deze oordeelsvormende vergadering. Iedereen van harte welkom, alle raads- en commissieleden, de ambtelijke ondersteuning, de wethouder, de griffier, de bezoekers hier achter ons en de kijkers thuis. Voor het verslag is het altijd goed om ons eerst even voor te stellen en dan begin ik hier rechts naast me.
De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP.
15
De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Schalken: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf namens het college. De voorzitter: En ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. We gaan eventjes met elkaar terug naar waarom we hier zitten. Vanavond het politieke debat over het raadsvoorstel om krediet beschikbaar te stellen voor het aanbrengen van een antigraffiti toepassing aan de fietsbrug over de A16. En er zijn een aantal politieke vragen over gesteld. Is het uittrekken van 325 duizend voor verfraaiing van een fietsviaduct over de A16 verantwoord, gezien de huidige situatie en de ombuiging waar we voor staan? Dat was van de heer Klerk. Is het wenselijk om de sociale veiligheid voor fietsers en de uitstraling voor de meer dan 200 duizend dagelijkse passanten te verbeteren door de anti-graffiti toepassing? De heer Kuhlmann had die vraag gesteld. Is het wenselijk om dit krediet te verstrekken uit deze bestemmingsreserve of moet er een andere keuze worden gemaakt? Dat was de heer Van Antwerpen.
En vinden wij als raad dat er voldoende is gekeken naar de alternatieven? En dat was de heer Gorter van de fractie Op Ons Eiland. Ik zie ook dat 2 van de vraagstellers er nu niet zijn, maar ik neem aan dat de mensen uit de fractie dat gewoon overnemen en waarnemen, toch? Op 9 december zijn er ook nog wat technische vragen gesteld en de antwoorden daarop zijn toegevoegd aan de stukken. Dat heeft u allemaal kunnen lezen. En dan is nu mijn vraag, welke fracties willen het woord voeren voor deze eerste termijn? Daarna krijgen we een reactie en daarna bepalen we ons standpunt. Ik zie al heel wat vingers. Laten we gewoon eens een keer aan deze kant beginnen. De heer Bootsman van GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. De eerste politieke vraag van het CDA gaat over, is dit eigenlijk wel met de bezuinigingen handig? Het is duidelijk dat de oplossing effectief kan zijn, maar hij is ook kostbaar. En dat roept ook bij ons vragen op over de balans. Hoe kijkt de stad naar een investering van deze omvang, terwijl op andere plekken onze inwoners de broekriem drastisch moeten aanhalen als gevolg van de ombuigingen? GroenLinks Dordrecht vindt dat we zorgvuldig moeten afwegen waar we geld aan uitgeven en wat het signaal is dat we daarmee afgeven. Het is namelijk belangrijk dat we keuzes maken die recht doen aan de hele stad.
De vraag van de VVD raakt een ander punt, sociale veiligheid. En natuurlijk is het volkomen terecht dat we
16
ons zorgen maken over sociale veiligheid. De recente campagnes van onder andere de Dolle Mina’s en Wij eisen de nacht op laten één ding zien: mensen, en dan met name vrouwen en meisjes, voelen zich lang niet altijd veilig op straat in onze prachtige stad en dat is onacceptabel. Tegelijkertijd twijfelen wij of wat lichte graffiti op een geluidsscherm daadwerkelijk een significante bijdrage levert aan sociale onveiligheid. Voor GroenLinks Dordrecht is het van belang dat we eerst kijken of dit wel daadwerkelijk zo is voor de grootschalige en dure maatregelen nemen. Daarom willen wij oproepen om nog eens kritisch te kijken naar dit idee en een brede afweging te maken. Wat is effectief, wat is proportioneel en wat levert daadwerkelijk een veiliger gevoel op in onze stad? Dank u wel. De heer Van der Net: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ik hoor de heer Bootsman, maar ik hoor hem niet een alternatief aandragen wat we dan zouden moeten gaan doen. We moeten er weer naar gaan kijken, onderzoeken. Dan moet je inderdaad wel gewoon eventjes aangeven wat er dan wel gewenst is. Of dat je het gewoon helemaal niet wil. Dat kan ook, natuurlijk. De voorzitter: Mijnheer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Dat wilde ik eigenlijk bewaren voor de tweede termijn, maar ik heb wel een aantal ideeën.
Je zou de graffiti bijvoorbeeld kunnen laten zitten. Je zou kunnen kijken of het misschien uit te breiden is naar bijvoorbeeld een graffitikunstwerk, wat je vaker ziet in bijvoorbeeld de tunnel onder de N3 door bij het Overkamppark. En wat ons betreft is een van die twee opties beter dan het huidige voorstel. De voorzitter: Gaan we naar mevrouw Van Herwijnen van Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook van mening dat het hier gaat om een aanzienlijk bedrag voor verfraaiing, terwijl tegelijkertijd op andere beleidsterreinen, zoals groen, biodiversiteit en sociale voorzieningen scherpe keuzes moeten worden gemaakt. Dat vraagt om extra zorgvuldigheid. Er is onvoldoende aangetoond dat deze investering noodzakelijk is voor veiligheid of duurzaamheid. Daarom vinden wij het moeilijk te verantwoorden om hiervoor 325 duizend euro vrij te maken in de huidige financiële situatie. En dan voor vraag 2, sociale veiligheid voor fietsers is voor de Partij voor de Dieren van groot belang. Een veilige en prettige fietsroute kan bijdragen aan duurzaam vervoer en minder autogebruik. Tegelijkertijd plaatsen wij vraagtekens bij de effectiviteit van anti-graffititoepassingen als middel om sociale veiligheid te vergroten. De anti-graffiti is vooral gericht op uitstraling en onderhoud en voorkomt niet automatisch gevoelens van onveiligheid of vandalisme.
Wij vinden dat sociale veiligheid vooral gebaat is bij goede verlichting, overzichtelijke inrichting en sociale controle. Als anti-graffiti wordt ingezet, dan moet dat onderdeel zijn van een bredere onderbouwde aanpak en niet als op zichzelf staande maatregel. En daarbij vind ik dat vraag 3 daar ook voldoende is beantwoord. En dan de laatste vraag,
17
omdat er onvoldoende vergelijking is tussen verschillende scenario's en een afweging tussen de kosteneffectiviteit en maatschappelijke meerwaarde ontbreekt, hebben wij geen inzicht om te concluderen dat alternatieven voldoende zijn onderzocht. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we naar de heer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. In de formulering van de eerste politieke vraag is wellicht al wel af te leiden dat het CDA kritisch staat tegenover het vervangen van de windschermen op de fietsersbrug door de Dedot’s. Ondanks dat het aanzicht van de fietsbrug wellicht verbetert, want het is beslist geen lelijke oplossing, is het ook zo dat er over smaak niet valt te twisten. Waarop het CDA vooral kritisch is dat we net een begroting en een perspectiefnota hebben vastgesteld waarin we op veel gebieden in de stad aan het schrapen zijn geweest en er voor sommige Dordtenaren pijnlijke keuzes zijn gemaakt. Voor het CDA getuigt het dan ook niet van goed rentmeester om dan nu wel 325 duizend euro uit een meevaller aan deze windschermen uit te geven. Daarnaast lees ik in de stukken dat het aanbrengen van het windscherm vanaf de brug kan gebeuren zonder dat de weg hoeft te worden afgesloten, omdat de huidige windschermen makkelijk demonteerbaar zijn.
Wij vragen ons dan af, wat is er mis mee om ze eens in het jaar eraf te halen, goed schoon te maken zonder gedoe en de weg af te sluiten? Dan de andere politieke vragen. De vraag van de VVD, de 200 duizend passanten die over de A16 door de entree van de stad komen en dit windscherm zouden zien. We hebben ook gezien dat het windscherm nauwelijks zichtbaar is als je daar recht op afrijdt. In die zin voldoet het daarvoor ook niet helemaal. En wat de sociale veiligheid betreft wordt die meer beïnvloed door goede verlichting en transparante schermen zoals die er nu is. En fin, wat het CDA betreft zijn er veel mooie bestemmingen voor een meevaller en het is ook niet erg om wat vlees op de botten te hebben. En wat de vraag van Beter voor Dordt betreft ten aanzien van alternatieven, dat ligt nu niet voor. Dat vind ik wat prematuur, om daar nu ook daadwerkelijk in deze vergadering een alternatief voor op tafel te leggen. Tot zover. De voorzitter: Gaan we naar de heer Stolk van de VSP. De heer Stolk: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag, is het uittrekken van 325 duizend euro voor het verfraaien van een fietsviaduct over de A16 verantwoord gezien de huidige situatie en de ombuigingen waar we voor staan? Het viaduct vervult een functie, ook zonder verfraaiing.
De vraag is of de investering van 325 duizend euro een aantoonbare meerwaarde biedt, bijvoorbeeld in verkeersveiligheid, duurzaamheid of economische aantrekkingskracht. Vanuit een strikt financieel en maatschappelijk perspectief lijkt het moeilijk te beantwoorden, tenzij er een duidelijk onderbouwing is wat deze verfraaiing bijdraagt aan de bredere doelen, zoals economische ontwikkeling of verkeersveiligheid. In tijden van bezuiniging kan een dergelijke uitgaven leiden tot negatieve beeldvorming, zeker als andere voorzieningen, zorg, onderwijs, sociale projecten onder druk staan. Maar veel inwoners van het stadsbestuur vinden de huidige situatie met graffiti op de schermen langs de fietsbrug storend en onaantrekkelijk en wordt gezien als een negatieve entree voor Dordrecht. En op de tweede vraag,
18
verbeteren van de sociale veiligheid en een uitstraling langs een drukke fietsroute is in principe wenselijk, zeker op een locatie waar dagelijks meer dan 200 duizend passanten komen. Een schone, goed onderhouden omgeving zonder graffiti geeft een gevoel van orde en veiligheid. Dit kan het risico op vandalisme en onveilig gedrag verminderen. Voor een stad als Dordrecht is de entree van de A16 een visitekaartje. Een verzorgde fietsbrug draagt bij aan een positieve indruk voor zowel inwoners als bezoekers. Preventie en kosten, anti-graffiti toepassingen zoals de Dedot’s, kunnen op termijn onderhoudskosten verlagen, omdat schoonmaak en herstel minder vaak nodig is. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stolk. Dan steken we over. De heer Van Antwerpen van Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, in de beeldvormende vergadering werd al opgemerkt door de ambtelijke ondersteuning dat het waarschijnlijk jaren geleden is dat deze fietsbrug schoongemaakt is. Voorzitter, ik ben tijdens het kerstreces er eens overheen gewandeld en ik moet zeggen, dat klopt. Het ziet er werkelijk niet uit. Graffiti aan de binnenkant, aan de buitenkant, stickers die op de wanden zijn geplakt, maar met name en groenaanslag van jaren. Onze inschatting is dat het inderdaad in geen jaren schoongemaakt is.
Begin daar maar eens mee voordat je 325 duizend euro ertegenaan gooit om aanpassingen te gaan doen. Met het schoonmaken vergroot je onzes inziens ook de sociale veiligheid. Wat betreft de financiering, Beter voor Dordt kan zich hier niet in vinden, zoals we dat ook een beetje hebben aangegeven tijdens de beeldvormende vergadering. In het raadsvoorstel staat dat er 325 duizend euro overblijft uit een bestemmingsreserve, waarvan het doel was woningbouw in Amstelwijck mogelijk te maken. Dat heeft onzes inziens niets maar dan ook helemaal niks met graffiti te maken. Als we dan een bestemming zoeken voor die 325 duizend euro, stop die dan in het verbeteren van de bereikbaarheid. Eerder vanavond werd gesproken over de Laan van Londen, de weg die de Amstelwijk ontsluit. Het college had aangegeven daar geen geld te hebben voor snelheidsbeperkende maatregelen. Gebruik daar bijvoorbeeld die 325 duizend euro dan voor. Een andere optie is om die 325 duizend euro in een potje te stoppen voor het doortrekken van de Laan van Londen naar de Simon de Danserweg. Dat was ook een plan om Amstelwijck wat beter te ontsluiten. Dat kon ook niet plaatsvinden, omdat er ook de middelen voor zouden ontbreken. Kort gezegd, voorzitter, wij kunnen niet instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer ’t Lam van de SP. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter.
Ik heb een beetje last van mijn stem, maar ik hoop dat het verstaanbaar wordt. Meevallers bij een project horen te gaan naar waar het geld vandaan is gekomen en in dit geval de reserves. En vervolgens ga je bij de eerstvolgende totaalafweging, de perspectiefnota, een afweging maken tussen nieuwe projecten. En daar zou graffitibestrijding er een van kunnen zijn. Nu gaat het geld naar een project als we instemmen met dit raadsvoorstel dat nog nooit is genoemd als zijnde een noodzakelijk project. Zo maak je als gemeente financieel geen verantwoorde keuze. Als automobilist let je op het verkeer. Ik ben dit weekend ook eens met de auto eronderdoor gereden, het was me namelijk nog nooit opgevallen dat er graffiti op zat,
19
en ik moest goed kijken. Ik werd meer afgeleid door het enorme reclamebord als je vanaf de kant van Breda komt rechts ervan dan door de graffiti. Als je daar graffiti weghaalt. Waarom doe je dat dan niet op andere plekken langs de A16? Want al verder rijdend zag ik op viaducten en onder viaducten ook allerlei dingen aangebracht. En mensen die met de trein naar Dordrecht komen of Dordrecht verlaten en dan op de Oude Maas even naar de binnenstad kijken, zien het bekende Teerlinkpandje, ook geen verfraaiing van de stad. Kortom, we zien de nut en noodzaak van deze investering niet als SP en we vinden dat het geld op een betere wijze besteed kan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van der Net van de VVD.
De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Ik heb dit dossier overgenomen van mijn collega Alexander Kuhlmann en ik vroeg me in eerste instantie af waarom dit nu ook geagendeerd is. En ik hoor nu opeens inderdaad, de verkiezingstijd komt eraan en iedereen begint opeens te denken, dat geld kunnen we beter besteden. Ik sta hier echt van te kijken. Ik denk, de verfraaiing van de entree van Dordrecht op deze manier en dan inderdaad met die Dedot’s een mooi panorama van de skyline van Dordrecht, wat mooier kan je dan nog hebben? De ondernemers daar in de buurt betalen zelf ook nog eens een keertje mee aan dit mooie project, waarbij dan ook wordt aangetoond dat die ook het belang zien van dit idee. En nogmaals, wat iedereen ziet zien ze, maar het is wel de entree van Dordrecht. En als ik daar inderdaad langsrijd, dan vind ik het inderdaad geen gezicht en denk ik dat omdat het geld er is, dat dit gewoon de investering is die nog een keer moeten doen om op die manier inderdaad Dordrecht verder te verfraaien. Het mag wat dat betreft denk ik ook niet echt een verrassing zijn dat wij dit een goed plan vinden en dat we dan ook van mening zijn dat dit terecht als krediet moet worden uitgetrokken, voorzitter. De voorzitter: Bedankt voor uw gloedvolle betoog en bedankt dat het gehoorapparaat uitgezet is. De heer ’t Lam, u heeft een vraag? De heer ‘t Lam: Ja.
Ik wil eens van mijnheer Van der Net weten of het een financieel verantwoord beleid is als gemeente dat op het moment dat iets meevalt, dat je dat onmiddellijk een bestemming geeft die tot nu toe nooit is opgebracht als zijnde een belangrijke wens. Is het niet beter dat je dat geld even opzijzet en dan weer een totaalafweging maakt, bijvoorbeeld voor verkeersveiligheid in de binnenstad, wat ook een belangrijk punt is van de VVD? De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Dat zijn inderdaad de politieke keuzes die gemaakt moeten worden. Maar nogmaals, wij vinden dit als uitstraling voor de stad gewoon, en met die Dedot’s, sorry, wij zijn fan, vinden wij dit wel terecht om dit bedrag, wat er nu eenmaal ook is, hiervoor uit te trekken. En nogmaals, als je gaat zeggen, dan kan je alle projecten op dit moment waar geld over is wel eventjes stopzetten. Want dan wordt er gezegd, we hebben verkiezingen en daarna gaan we het geld weer verdelen. Nogmaals,