CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 2025.10.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 512.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 28 OKTOBER 2025 Vergaderzaal 5 2. Agenderingsverzoek college aan agendacommissie over Werksessie mediabeleid Dordrecht Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Paans Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: Wethouder R. van der Linden De voorzitter: … van de griffie. Dan gaan we eens eventjes ons best voor doen. Goed. Is altijd spannend. Hij moet ook zijn best doen, maar dat fluisteren we hem eventueel nog in. Ik ben Irene Koene, maar dat ging u vast wel zelf verzinnen. Waarom zitten we hier bij elkaar? Dat is omdat in 2024 het concept mediabeleid aan de raad is voorgelegd. En toentertijd was er onvoldoende steun. En daarom is er op 17 februari van dit jaar een commissie geweest en is aan de hand van stellingen het een en ander besproken van wat de raad ook mee wil geven aan dat college als nieuwe kaders. En aan de hand daarvan zou een conceptvisie opgesteld worden. En deze conceptvisie wil het college nu met u bespreken in een consultatiesessie. En zo moet er uiteindelijk een gedragen raadsvoorstel komen.

Dat zou mooi zijn. Ik ga even heel streng aangeven dat het doel van deze vergadering vooral is, bent u akkoord met de beschreven uitgangspunten? Dat is één vraag waar ik van u al een antwoord op wil hebben. En de tweede is, wat mist u in de doorkijk naar het beleid of welke aandachtspunten wilt u meegeven? Verder kunt u van alles nog wat vinden, maar deze twee vragen, daar gaat iedereen een antwoord op geven. En aan de hand daarvan wordt dat weer meegenomen en wordt er een definitief voorstel gemaakt. Ik zou zeggen, wie wil als eerste het antwoord geven op deze twee vragen? De heer Oostenrijk: Ik heb eerst een vraag. De voorzitter: Vertel.

1

De heer Oostenrijk: Over welk deel van de media gaat dit stuk, oftewel waar heeft de gemeente nu hier wel een rol, taak, bemoeienis mee en waar niet? Want we kennen natuurlijk tal van mediagroepen die betrekking hebben op het Dordtse, waar natuurlijk de gemeente geen fluit over te zeggen heeft. Over welk deel van de media hebben we het nu? De voorzitter: Dat is een goede vraag, de heer Oostenrijk. Ik denk dat het met name erom gaat dat het mediabeleid van de gemeente op zich het grotere geheel is van hoe je als gemeente om wil gaan of wat je voor een idee hebt bij hoe je omgaat met de media. En daar kunnen verschillende partijen onder gehangen worden. Maar ik kijk gewoon gelijk naar rechts en daar gaat de wethouder dan een nog beter antwoord op geven. De heer Van der Linden: Ik vind het eigenlijk al een heel adequaat antwoord. U zou als aandachtspunt kunnen hebben, richt je in je beleid vooral op de media waar we invloed op hebben, bijvoorbeeld door advertenties of door subsidiebeleid. Als u de notitie gelezen heeft, en dat heeft u denk ik, dan gaat het ons er ook om dat we het Dordtse publiek goed kunnen informeren en hoe dat gebeurt. Er zijn allerlei media waar wij nul bemoeienis mee hebben. Wij willen gewoon zorgen dat de Dordtse inwoner zich geïnformeerd voelt en ook dat we als politiek bevraagd kunnen worden door de media.

En of er door één, twee of tien mediasoorten en media aantallen gebruikt worden, daar gaan we op zich niet over. Als u zelf als raad gaat vinden, wij vinden het wel fijn als het mediabeleid zich daar wat nauwer, duidelijker over uitspreekt, dan moet u dat melden en dan gaan we ons daartoe verhouden. Maar ik zou eigenlijk in principe geen onderscheid willen maken tussen iemand met een twitteraccount, iemand met een krant, iemand met een tv-station, iemand met van alles wat of iemand die zich over een poosje meldt en zegt, ik ga iets heel anders doen en daar ga ik van allerlei dingen bij verzinnen. Het gaat om de media die we in onze stad hebben of die zich buiten onze stad bevinden en daar over Dordt schrijven. De voorzitter: En dat stond ook heel keurig in de conceptvisie. Ik zag de heer Katif, zo tussen alle anderen door. Toch maar niet? De heer Wringer: Voorzitter, even een andere vraag. Hartstikke mooi dat u invalt als voorzitter, maar uw partij heeft altijd al een sterke mening over het mediabeleid. Hoe gaat u dit inbrengen? De voorzitter: Sorry, maar dat vind ik echt gewoon niet kunnen deze vraag. Ik ben de voorzitter, ik ben een technisch voorzitter. Punt. De heer Wringer: Maar ik wil het alleen maar ..., omdat u ook uw mening kan uiten. De voorzitter: Ik hoef mijn mening niet te uiten, ik heb geen mening, ik ben technisch voorzitter. De heer Katif.

De heer Katif: Nog een keer. Ik ben helemaal in de war, voorzitter. Laat ik beginnen met de uitgangspunten, voorzitter, zijn op zichzelf prima. Onafhankelijke journalistiek en divers, toegankelijk aanbod, betrouwbare informatie, ruimte voor kwaliteit, voor talentontwikkeling zie ik, hoe de gemeente zelf wordt als

2

partner benoemd met rollen als subsidieverlener, facilitator, noem het. Belangrijk in ieder geval. Er wordt duidelijk gezegd dat er geen inhoudelijke bemoeienis is met de journalistieke inhoud, dat is goed. De journalistiek moet vrij zijn en ook als het betekent dat de gemeente kritisch belicht moet worden. Toch als Beter voor Dordt hebben we een aantal punten die aandacht verdienen binnen zo’n conceptvisie. Ten eerste, voorzitter, de visie erkent dat de onafhankelijke journalistiek cruciaal is, maar doet weinig om de positie te versterken. In Dordrecht zien we dat er nog veel te weinig journalisten die bij raadsvergaderingen aanwezig zijn. Er is er eentje die ik altijd zie, dat is geen journalist, maar meer een podcastmaker, hoe je het ook noemen wil. Maar ik ben altijd blij als ze er is. De voorzitter: Mijnheer Katif, wilt u ietsje beter in de microfoon? Misschien kan die een klein beetje naar u toe. De heer Katif: Of zal ik even iets harder praten? Dat heb je met die kleine mensen, die hebben niet zo'n een zware stem. Waar zal ik … Zal ik halverwege weer … Hartstikke mooi. Er zou meer aandacht mogen zijn voor de ondersteuning van de onderzoeksjournalistiek, zonder daar in te grijpen op de inhoud, maar dat heb ik net even aangegeven. In de tweede plaats, voorzitter, de positie van Dordrecht binnen de streekomroep.

Er wordt gesproken over samenwerking in regionaal verband, maar nergens is vastgelegd dat Dordrecht zelf een herkenbare plek behoudt in dat geheel. Wij vinden, als Beter voor Dordt, het belangrijk dat de Dordtenaar moet zich kunnen herkennen in de berichtgeving, met een duidelijke focus op onze stad. Ik lijk bijna SDW Dordt. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde even vragen aan de heer Katif, u zegt, ik snap dat de inwoners van Dordrecht duidelijk willen zien wat er voor media gemaakt wordt voor en over Dordrecht, maar wat heeft een locatie waar het zich afspeelt daarmee te maken? Want u geeft aan van, dat staat erin, dat hoeft niet per se in Dordrecht te zijn. U vervolgt dan met, maar de Dordtenaar wel. Ik snap dat verband niet zo helemaal. De heer Katif: Een Dordtenaar kan best geïnteresseerd zijn in wat aan de buitenkant van het eiland gebeurt, maar persoonlijk vind ik het heel prettig als ik gewoon nieuws vanuit mijn eigen omgeving krijg, hoor, beluister. Dat vind ik prettig. Maakt me niet uit waar de omroep zelf zit of gehuisvest wordt, dat interesseert me niet. Ik bedoel, als maar Dordrecht centraal staat, dat is eigenlijk de … Is dat voldoende, mevrouw Kruger? De voorzitter: Gaat u door. De heer Katif: Daarnaast wordt, voorzitter, gesproken over digitaal bereik, vooral onder jongeren, wel genoemd wordt, maar niet uitgewerkt.

En dan zou ik wel graag zien dat die uitgewerkt wordt. Jongeren halen hun nieuws nauwelijks meer uit de traditionele lokale omroepen, maar dat snappen wij. De kranten worden ook niet gelezen. Er moet een plan komen om via de digitale platforms, podcasts, sociale media beter aan te sluiten bij de doelgroep. En ik

3

heb het niet alleen over jongeren, maar ook ouderen, want die zijn juist niet voor internet, maar eerder via de radio en televisie. Voorzitter, en het derde aandachtspunt die wij graag in willen brengen, is gelijkheid van toegang. Niet alleen de gevestigde media, maar ook de kleine en de nieuwere initiatieven moeten eerlijke kansen krijgen op samenwerking, subsidiëring gaat natuurlijk even naar het provinciale, en de advertentieruimte. Dat versterkt de diversiteit, wat de gemeente zelf als uitgangspunt heeft benoemd, namelijk in de conceptvisie. Voorzitter, ten slotte is er iets aan structuur, aan borging? Want dat is nog heel belangrijk, namelijk wij als overheid. Hoe wordt dit beleid straks geëvalueerd? Want als zoiets uitgevoerd wordt, moet je weten of dat wel effectief of niet is? We hebben het vanmiddag gehad over doelmatigheid, ook iets waar we over nagedacht hebben. Het zou logisch zijn, voorzitter, om elke twee jaar te bekijken of de doelen, dat is een iets wat wij meegeven, maar dat is aan de wethouder om daar een iets over te zeggen, zoals diversiteit, bereikbaarheid, onafhankelijkheid daadwerkelijk worden behaald. Dat zijn eigenlijk de drie punten waar ik graag een antwoord op wil hebben. Tot zover, voorzitter, de bijdrage van Beter voor Dordt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter.

Uitgangspunten kan ik eigenlijk vrijwel volledig onderschrijven. Ik zit wel met de vraag. Er worden twee dingen gesteld. Er moet een regionale, professionele omroep komen en we gaan in het Dordthuis die omroep en mogelijk meer, persafdelingen faciliteren. Dan gaan we ons wel bemoeien met hoe het veld in elkaar zit. En hoe krijgt dat handen en voeten? Hoe zorgen we dat er een goede regionale omroep tot stand komt, zonder inhoudelijke bemoeienis uiteraard? En wie gaan we een ruimte bieden in het Dordthuis? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: We hebben nu twee partijen gehoord die het eens waren met de principes, als ik het goed heb begrepen. En ik ga me daarmee aansluiten. En dat is niet goed. Want als iedereen het eens is met de principes, dan zijn ze te lauw. We moeten ook in het mediabeleid scherpe keuzes kunnen maken en daar moeten dan soms ook scherpe en pijnlijke principe aan ten grondslag liggen. Ik denk dat dat in de richting van de uiteindelijke visie wel een tandje scherper mag en dat je daar ook dan keuzes op kan baseren. En een paar vragen om daar richting aan te geven vanuit de Partij voor de Dieren is bijvoorbeeld, er wordt in die conceptvisie benoemd dat wij als gemeente subsidieverlener zijn, dat dat een van onze rollen is.

Hoe bepalen we dan het budget en hoe verdelen we het geld in die rol als subsidieverlener? Dat kan niet echt, denk ik, met de huidige principes die genoemd staan. Dat moet echt een tandje scherper. Ook wat de wethouder zei over, we hebben aandacht voor alle media die binnen de gemeentegrenzen zich afspelen, vind ik een heel goed principe. Maar dan is wel de vraag, hoe verdelen we uiteindelijk de aandacht in ons beleid over die verschillende media? Daar moet je uiteindelijk ook keuzes in maken, want je kan niet alles doen. Als laatste, denk ik, is het goed om te zeggen dat wij het oneens zijn met Beter voor Dordt dat Dordrecht centraal zou moeten staan in de streekomroep. Ik denk dat de streekomroep daar vooral zelf invulling aan zou moeten geven. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis.

4

Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. In principe ben ik het eens met de Partij voor de Dieren, alleen ik heb nog wel een kanttekening qua krantenmedia. Als er een heel belangrijk bericht is, dan wordt het premium en dan kunnen de mensen die geen krant hebben of een abonnement dat niet lezen. Mijn vraag is om een divisie erbij te zetten, als het echt belangrijk is voor geheel Dordrecht en omstreken, dat dat gewoon openbaar moet. Dank u wel. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons wel vinden in het concept. Alleen als ik naar de uitgangspunten kijk, zijn wij van mening dat daar de lokale relevantie niet duidelijk zichtbaar is, diversiteit en inclusie niet duidelijk zichtbaar is en de transparantie en de verantwoording niet duidelijk zichtbaar is. Ik vind er wel een aantal goede punten staan, maar ik mis er heel veel. En waarbij de allerbelangrijkste, vind ik, de lokale relevantie uitgangspunt nummer 1 moet zijn. Die moet bovenaan staan. Dat vind ik het allerbelangrijkste. En dat vind ik in het stuk niet duidelijk naar voren komen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, even over de relatie tussen, laten we zeggen, het Dordtse belang in dat mediageweld en de regio.

Toen dacht ik, kan je niet een model ontwikkelen, net zo goed als dat je dan het NOS Journaal hebt en het nieuws uit de regio, zodat dan ook, laten we zeggen, in de uitingen vrij duidelijk is wanneer je … En ik heb het nu even over het luister- en kijkgedeelte, want in het leesgedeelte is het wat anders. Maar dat je dan wat helderder ook als Dordtenaar het beeld hebt van, jongens, als ik nieuwsgierig ben naar Dordts nieuws, dan wil ik dat ook op herkenbare momenten tot me kunnen nemen. Niet dat je dan een mengeling hebt, want dat kan ook. Dat is het NOS Journaal. Want dat kan uit de hele regio komen die de streekomroep bestrijkt. Want de ervaring die ik heb met anderen is op het moment, dat zit ook onder de vlag van RTV Dordt, dat er iets over Ridderkerk wordt gezegd, dan haak ik af, want mijn belangstelling gaat niet naar Ridderkerk. Los van dat het Ridderkerkse misschien ook prachtig is, maar daar gaat niet de belangstelling naar uit van de Dordtenaar in zijn algemeenheid, is mijn stelling. Een duidelijke herkenbaarheid in mediaverschijningen, want het woord RTV Dordt staat er niet in. Maar we hebben de meest nauwe betrekkingen op RTV Dordt, omdat we subsidieverlener zijn. Dat zou in ieder geval, voor zover het RTV Dordt betreft, een wens zijn om dat dan ook in die streekomroep op die manier te vertalen. De heer Gorter: Voorzitter? De voorzitter: De heer Gorter.

De heer Gorter: Mag ik het CDA erop wijzen dat per 1-1-2028 RTV Dordrecht niet meer bestaat? Dat alles nu gericht is op een streekomroep, dat is de wet. De lokale omroep verdwijnt. Dat u Ridderkerk nieuws hoort, dat heeft u zelf goedgekeurd, want RTV Ridderkerk is samengevoegd in het district waar ook Dordrecht bij zit. Dat is de wet. Kunnen we niks aan doen. De heer Oostenrijk: Maar, voorzitter, dat heb ik ook niet beweerd. Ik heb alleen aangegeven dat het in die nieuwe context handig zou zijn om herkenbaar de momenten

5

te kunnen vinden waarin daar het Dordrechtse nieuws dan ook te beluisteren, te bekijken valt. Dat heb ik beweerd. En natuurlijk, ik snap best dat het in het kader van die streekomroep een plek moet krijgen, maar dan wel een herkenbare plek. Dat heb ik willen aangeven. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik zit even te denken, de heer Oostenrijk kijkt nog lineair, denk ik, niet via YouTube, naar RTV Dordrecht. Wat heel veel mensen doen natuurlijk is inderdaad, tenminste zoals ik het zeker doe, is dat ik het gewoon via YouTube kijk. En dan als er iets over Ridderkerk staat wat mij niet interesseert, hoef ik daar niet naar te kijken. Wat ik wel even wil opmerken, is dat in dit stuk natuurlijk die regionale omroep, die komt eraan. Dat is van belang. Wat ik wel mis in dit stuk is van, wat gaan we dan ook als Dordrecht, als we nog wat extra's willen, met die regionale omroep doen? Daar is nogal een belang bij. Voor de rest, ik sluit aan bij Beter voor Dordt dat met name de jeugd natuurlijk beter betrokken moet worden, of je dat via Instagram doet of via TikTok. Mijn kinderen kijken met name nieuws tegenwoordig via Instagram. En die krijgen op die manier wel het nieuws binnen. Dat is ook wel van belang. Staat ook in het stuk natuurlijk, maar ik wil het nog wel even benadrukken, dat we de jeugd inderdaad op die manier moeten bereiken.

Voor de rest kunnen wij als VVD hier wel akkoord mee gaan, met deze uitgangspunten. Nogmaals, de subsidie en het geld, daar moeten we het dan nog een keer over gaan hebben, maar het is een visie. De voorzitter: De heer Gorter wilde wat vragen aan de heer Van der Net? De heer Gorter: Ik ben net nog een punt vergeten. Mag ik die nog toevoegen? De voorzitter: Vooruit. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Wat momenteel heel erg in is, is burgerjournalistiek. Het betrekken van de burger van Dordrecht bij de journalistiek. Zie je dat heel veel omroepen YouTube en dat soort kanalen burgerjournalistiek ontwikkelen. Dat brengt a. de boodschap veel makkelijker, ook van de burger naar ons toe en andersom. En dan hoop je dat dat ervoor zorgt dat ook mensen beter gaan luisteren. Niet alleen maar omroepen die zenden, maar ook luisteren. Dat doe je met burgerjournalistiek. De voorzitter: Ik zie allemaal handjes omhooggaan. Maar mag ik eerst vragen, wat is burgerjournalistiek? De heer Gorter: Dat is de informatie die door een burger op een mediadrager wordt gezet. Niet vanuit journalistiek oogpunt, degene die daar het vak geleerd heeft. Maar dat de burger tijd en ruimte krijgt, bijvoorbeeld bij een streekomroep, bijvoorbeeld op YouTube, bijvoorbeeld op dat soort media. Heb ik niet gezien. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis.

6

Mevrouw Kamphuis: Ik heb een vraag, via u voorzitter, aan de heer Gorter. Die burgers kunnen ook onwaarheden vertellen, want die heb je er ook bij. Is het dan niet volgens uw principe dat ze ook een perskaart moeten hebben, ja of nee? De heer Gorter: Dank u wel. Even via de voorzitter, een perskaart krijg je niet zozeer, want daar heb je een opleiding voor nodig om zo'n School voor de Journalistiek gedaan te hebben, wil je überhaupt een perskaart krijgen. Maar ook journalisten vertellen niet altijd de waarheid. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik sla toch wel even aan, dat klopt dat er inderdaad heel veel mensen zijn die ook denken dat ze journalistje kunnen spelen. Maar daar zitten ook wel heel veel hele vreemde mensen tussen die inderdaad de meest rare dingen zeggen. Ik wil toch wel even waken om dit in het mediabeleid op te nemen. Op YouTube kan je inderdaad alles neerzetten, maar ik weet niet of dit thuishoort in het mediabeleid van Dordrecht. De voorzitter: We gaan het zien of het uiteindelijk erin landt. Even kijken, wie wilde nog meer het woord voeren? De heer Droog. De heer Droog: Wij kunnen ons als ChristenUnie/SGP vinden in de uitgangspunten. We zijn het wel eens met het raamwerk wat neergelegd wordt.

Maar we willen ons wel aansluiten bij het punt dat ook gemaakt is door mijn buurman, door de heer Groenewege, inderdaad, met betrekking tot het budget, hoe dat bepaald wordt, wat geven we uit en wat krijgen we ervoor? Vinden we wel een belangrijk punt. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ik schrijf ze ook even op. Even om mij heen kijken. Mevrouw Kruger, enige behoefte om iets toe te voegen aan dit gesprek? Prima. In dat geval, en hij is alweer terug ook, ga ik het woord geven aan de wethouder voor een reflectie. De heer Van der Linden: Dank, voorzitter. Een korte reflectie. Dat is een toezegging. Ik heb eigenlijk best vaak gehoord, we onderschrijven de richting, de inhoud en ook wel de principes. Dit is ook niet bedoeld om politiek te doen. We halen nu gewoon op en de reflectie is dat we voldoende basis hebben om hiermee verder te gaan. We zullen bij de uitwerking ook wat duidelijker opschrijven hoe de wet in elkaar zit, waar ook nog wat onzekerheden in zitten, want financiën zijn nog onduidelijk en zo. Maar ook dat bij een streekomroep lokale binding een wens is die we echt goed mee willen nemen. En daar hecht iedereen aan, ook RTV Ridderkerk, ook RTV Altena. Iedereen hecht natuurlijk ook aan zijn eigen geluid. Maar die streekomroep kan ook meer doen dan dat. En dat is het dilemma wat gezocht wordt en waar ook invulling aan wordt gegeven.

Dat is ook trouwens een van de redenen geweest om deze wetswijziging te doen, ook het Rijk hecht aan lokale identiteit. De verschillende media zijn benoemd, dat gaat van TikTok tot en met mensen die zichzelf burgerjournalist noemen. Als zodanig gaan wij niet zeggen, u mag geen burgerjournalist zijn of u mag niet op TikTok. Gaan we allemaal niet doen. Wij hebben ons eigen informatiebeleid richting de media en we willen ons ook verhouden tot de media die zich in Dordt aandienen. Wij hebben heel weinig middelen

7

denk ik om zelf te zeggen, wij willen graag naast dat er een krant is ook nog een andere krant, daar gaan we zelf in investeren. Dat gaan we denk ik niet in het voorstel zetten. Heb ik ook niet letterlijk horen zeggen. Maar de stimulering van lokale media, onze middelen daartoe zijn beperkt. We kunnen wel zo duidelijk mogelijk omschrijven wat wij zelf aan informatie verspreiden en hoe we om willen gaan met media. Dat kunnen we heel goed doen. Ik denk dat dat eigenlijk de opmerkingen waren die ik nu wil maken. En ik kijk ook even naar rechts, maar ik denk dat dit alles is wat we ook goed kunnen meenemen. Dank daarvoor. U had nog een opmerking over premium, enzovoorts. We hebben nu ook al, als er zich iets voordoet in de stad of op het eiland of daaromheen, zelf natuurlijk onze eigen informatiekanalen. Die blijven. Dat blijven we sowieso doen. Dat een krant iets schrijft over een verkeersongeval en daar misschien iets van achter een betaalmuur zet, dat is dat. Maar als zich in de stad allerlei ontwikkelingen voordoen waarvan we zelf als gemeente vinden, daar moeten onze inwoners iets over weten, dan geven we daar zelf of een persbericht over uit of een nieuwsbericht of via u communiceren we met de stad. Dat doen we sowieso en dat zal zo blijven. De voorzitter: De heer Oostenrijk heeft een nabrander. De heer Oostenrijk: Eigenlijk een vervolgvraag over dat financiële aspect.

Wij zijn nu subsidieverstrekker aan RTV Dordt, dat gaat straks inderdaad veranderen. Wordt dan in de uitwerking waar u het over heeft, wethouder, duidelijk hoe zich dat straks gaat verhouden? De heer Van der Linden: Uiteraard. Daarbij geldt ook dat de financiering wat anders gaat worden. Er zit vanuit de wet ook een financieringsbron achter hoe hoog die wordt en welke voorwaarden daarvoor gelden. Dat is nog niet duidelijk, want die wetswijziging loopt nog. Maar natuurlijk gaan we ons op een goede manier verhouden tot het geld wat we zelf hebben en hoe wij dat gaan besteden. De voorzitter: Dat klinkt als een punt. Dames en heren, de wethouder geeft aan tevreden te zijn met uw inbreng en neemt dat mee. Mocht u vannacht om 3.00 uur wakker worden en denken, dat ben ik nog vergeten, mail hem dan vooral, want dan gaat hij dat alsnog toevoegen. Bellen niet. Zullen we afspreken dat we wachten op het raadsvoorstel dat gaat komen en dat we dan kijken of we een beeldvormend, oordeelvormend of wat dan ook gaan doen? Akkoord? Dan wens ik jullie een fijne avond. 3. Beantwoorden door college van artikel 40-vragen RvO van dhr. Kuhlmann (fractie VVD) inzake Onze stad schoon houden, geen troep op straat Antwoordbrief artikel 39/40 Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Den Boer en de heer Paans Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Bootsman (GroenLinks)

8

Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Mevr. Redko (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Fokkens Overige aanwezigen: mevr. Kolk, dhr. Balisteri De voorzitter: Goedenavond, dames en heren welkom bij de commissie die gaat over de beantwoording van de artikel 40-vragen inzake Onze stad schoon houden, geen troep op straat. En ik moest controleren of er een quorum is. Dat is er. Dat is ook op zich wel bijzonder, want er is niet echt een raadsvoorstel. Maar goed, daar hebben we het straks dan nog over. Welkom aan u allen. Ik zal even beginnen bij het voorstellen van een van de insprekers van de twee, want die andere is er nog niet. Die kan nog binnenkomen. Mevrouw Kolk, welkom. Dan ga ik gelijk even een ronde maken. Mijnheer Klerk van het CDA. Mijnheer De Feijter, CU/SGP. Mijnheer Bootsman van GroenLinks. Mijnheer Kolkiliç van DENK. Mijnheer Damen van de PvdA. Mijnheer 't Lam van de SP. Mijnheer Stolk van de VSP. En mijnheer De Vries van de VSP. Mijnheer Tutupoly van Op Ons Eiland. Mijnheer Aarden van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Redko en mevrouw Pichel namens Forum voor Democratie. Mijnheer Kuhlmann namens de VVD. De heer Schalken, Beter voor Dordt. En we hebben twee man sterke griffie zitten vanavond. En dat zijn de heer Paans en de heer Den Boer. En mijn naam is Irene Koene. Waarom zitten we hier? in de agendacommissie van 7 oktober is besloten om de antwoorden op de artikel 40-vragen die gesteld waren, met de titel Onze stad schoon houden, geen troep op straat, oordeelsvormend te bespreken. Dit waren vragen over het gebruik van de gele zakken voor het inzamelen van plastic, blik en drankkartons. Goedenavond, de heer Balisteri. De volgende inspreker heeft zich aangediend. U mag hier plaatsnemen, zo aan tafel, als u uw jas heeft uitgedaan. Mijnheer Kuhlmann heeft het initiatief genomen om dit onderwerp te agenderen en die heeft twee politieke vragen geformuleerd. En dat zijn, is het wenselijk om de gele zakken te gebruiken voor plastic afvalinzameling in Dordrecht? Dat zou u allen met een ja of een nee kunnen beantwoorden. Dan is de volgende vraag, geeft het college voldoende urgentie aan het uitfaseren van de gele zakken in alle wijken van Dordrecht? Dat zijn de twee vragen waar ik zo meteen van u een antwoord op wil krijgen, na de bijdrage van de insprekers. En omdat de ene al net iets uitgeruster is dan de andere, geef ik in eerste instantie het woord aan mevrouw Kolk.

U mag de microfoon aanzetten met dat knopje in het midden. Gaat uw gang.

9

Mevrouw Kolk: Dank u wel. In de wijkraad Krispijn houd ik me bezig met het afval. Samen met HVC en de gemeente Dordrecht zijn we in het vierkant Krispijn een huis-aan-huisactie begonnen over onder andere hoe en of de mensen hun afval scheiden. Hierbij is gebleken dat een groot deel van de mensen zich ergert aan de gele zak en deze ook vaak niet gebruiken, omdat er nadelen aan kleven. Zoals dat het stinkt als je de zak binnen hebt hangen en deze maar één keer in de week opgehaald wordt. Deze geluiden komen ook uit Crabbehof, waar er zo'n zelfde actie is geweest. Ook buiten deze acties hoor je van mensen dat ze zich vreselijk ergeren aan deze zakken. Ze worden opengepikt door vogels, opengescheurd door katten en mensen maken ze open om er statiegeldblikjes en flesjes uit te halen. Gevolg dat er rondom de zakken veel afval ligt, dat met een beetje wind de hele wijk door waait. Fijn voor de ratten, die we dan ook steeds vaker zien. Op straat geeft het een lelijk beeld. Zakken aan palen of op een hoop en niet alleen op de dag dat het opgehaald wordt, maar de hele week. Zodra ze opgehaald zijn, hangen ze er weer. En je zal maar net bij zo'n paal met kroon wonen, gezellig uitzicht op een gele zak en een raam openzetten wil je ook niet meer. Ik denk dat het probleem ook redelijk makkelijk is op te lossen. PBD gewoon bij het restafval en bij de HVC scheiden.

Of overal containers, bovengronds, ondergronds of rolcontainer, dan liggen, hangen ze in ieder geval niet meer op straat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zullen we eerst beide insprekers doen en daarna vragen stellen? Is misschien handiger, want dan zit er eventueel een overlap in. En ik denk dat hij inmiddels op adem is gekomen. Goed zo. De heer Balisteri, gaat uw gang. De heer Balisteri: Goedenavond en hartelijke dank dat ik hier vanavond mag inspreken. Mijn naam is Remy Balisteri en ik zit hier eigenlijk vanuit mijn hoedanigheid als ondernemer in de toeristische sector, met name in de binnenstad. Ik spreek een beetje namens mezelf, maar ik ben ook in contact gekomen, onder andere met Alexander Kuhlmann, over de ervaringen die verschillende gasten in onze stad hebben. Het gaat inderdaad om de inzameling van allerlei plastic verpakkingen, maar daarmee samenhangend ook de uitstraling van onze stad. Vanuit de toeristische hoek zijn er wel enkele wezenlijke nadelen aan de huidige wijze van inzameling, die ook weer gevolgen hebben voor het imago dat de stad heeft en daarmee ook het visitekaartje dat we afgeven, alsmede de aantrekkingskracht van onze stad. Als ondernemer in de Dordtse binnenstad zie ik eigenlijk dagelijks hoe verschillende gasten onze stad ervaren, het prachtige historische centrum, de monumentale gevels, de terrassen, de oude binnenhavens.

Maar gelijktijdig zie ik ook afvalzakken die soms al dagen buitenhangen, halfopen gescheurd zijn, vogels die daarin pikken, verpakkingen die daaruit waaien. En dat schept een beetje een vreemde tegenstelling. Wat ik heel veel hoor van gasten uit binnen- en buitenland, wat een mooie stad. En tegelijkertijd, hoe kan dit? Ik heb foto's doorgestuurd waarin je bijvoorbeeld het straatbeeld in de Hofstraat ziet, wat een van de charmantste straatjes van de stad is, ook een verzamelpunt van allerlei afval. En dat ziet er op heel veel dagen in de week niet uit. Dan heb je in een schitterende stad met een prachtig decor, heb je een sfeer die misschien wel meer lijkt op verloedering. En dat is spijtig. Dat tast de uitstraling van de stad aan en dat heeft ook gevolgen. Ik denk ook dat het niet nodig is, omdat er voldoende logische alternatieven zijn om het afval op een andere wijze in te zamelen. Dat kan in ondergrondse containers, dat kan anderszins. Maar het alternatief is volgens mij niet duurder en misschien wel logischer. En ik denk

10

dat het goed is, ik hoorde owat de inspreker zegt, juist in de buurten moet het er ook netjes uitzien. Maar ons toeristische hart, de binnenstad van Dordrecht, heeft niet alleen een functie voor de inwoners, maar is ook een wezenlijk onderdeel van de uitstraling die onze stad heeft op gasten van buitenaf. Ik denk dat het goed is om de binnenstad te prioriteren en daar waar we ons visitekaartje afleggen niet alleen te zorgen voor mooie en gastvrije stad, maar ook te zorgen voor een schone stad. Een van de sterke eigenschappen die we als stad hebben, is de geschiedenis en ik denk ook onze gastvrijheid. En daar is de openbare ruimte onlosmakelijk mee verbonden. Ik denk dat het geen luxe is, maar dat het noodzakelijk is om te investeren in een schone, openbare ruimte, want de gasten in onze stad onthouden niet alleen maar wat ze zagen, maar ook hoe ze in die stad werden verwelkomd. En daarbij speelt een schone en uitnodigende openbare ruimte mijns inziens een sleutelrol. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Ook al zo netjes binnen de tijd. Hartstikke goed. Dank u wel. Wie heeft er een vraag aan een van de insprekers? Ik zie eerst de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag. Bedankt aan de insprekers sowieso. En wij horen dat het heel veel gaat over verrommeling van het straatbeeld.

Komt dat ook omdat mensen die zakken niet op de juiste tijd naar buiten gooien? Hoe zien de insprekers dat? De heer Balisteri: Deels. Maar het moment dat zo'n zak er hangt, ook op de juiste tijd, zo'n vogel weet volgens mij niet hoe laat dat opgehaald wordt. Die verloedering begint op het moment dat je ze ophangt en het daarmee speelbal wordt van vogels, van ratten, van wind. En dan kunnen mensen zich heel keurig aan al die regels houden, maar dan blijven al die factoren alsnog ervoor zorgen dat het verloedert. Volgens mij is het punt de wijze van inzameling. En ongetwijfeld is er een heleboel te verbeteren in hoe mensen dat aanbieden, maar dat is hier eigenlijk niet het punt. Want dat is met andere manieren van afval inzamelen ook. En daar speelt die overlast en die verloedering veel minder. De voorzitter: Mevrouw Kolk nog een aanvulling of dekt dit de lading? Mevrouw Kolk: Dit dekt zeker de lading. Maar mensen hebben ook geen zin om die vuilniszak bij zich te houden. En dat snap ik heel goed. Als ze ze gewoon gelijk kwijt kunnen, is dat veel beter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag daarna de hand van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb om te beginnen twee vragen voor de heer Balisteri, voor wat betreft de impact die dat zwerfafval uit de gele zakken heeft op de beleving van de binnenstad. U gaat met heel veel bezoekers door de stad heen.

En het college heeft in de antwoorden op mijn vraag van afgelopen zomer geantwoord dat dat eigenlijk geen negatieve impact heeft op de beleving van de binnenstad. Is dat iets wat u herkent of waar u toch anders naar kijkt? De heer Balisteri: Dank voor uw vraag. Daar kijk ik wel anders naar. Anders had ik me natuurlijk ook niet aangemeld om in te spreken op deze avond. Het is natuurlijk zo dat je

11

als stad een visitekaartje aflegt en dat leg je af met een heleboel factoren. Dat is gastvrijheid, dat is de historie, dat is de activiteiten die mensen kunnen doen. En mensen ontvangen in een stad waar veel afval ligt, heeft impact op de ervaring. Ik weet niet exact hoe, want je maakt impact waarschijnlijk meetbaar. Er is natuurlijk geen onderzoek gedaan. Er zullen geen onderzoeken zijn waaruit blijkt dat dit afval negatieve impact heeft. Dat niet. Maar het tegenovergestelde kan ook niet waar zijn. Dat kan ook geen positieve bijdrage leveren. De heer Kuhlmann: Er zijn geen mensen die na afloop van de rondleiding zeggen … De voorzitter: Uw volgende vraag is? De heer Kuhlmann: We vonden het zo leuk, dat afval. En de volgende vraag heeft betrekking op voor wat betreft het alternatief. En ik weet, volgens mij bent u ook actief in Gorinchem? En op een bepaalde locatie bij het Gorinchemmuseum dat staat helemaal vol met allemaal ondergrondse containers. Er stond laatst een stukje over, volgens mij, ook in het historisch tijdschrift van Dordrecht, als voorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet.

Ik ben benieuwd, hoe kijkt u daarnaar? Denkt u dat die ondergrondse containers, als je daar heel veel extra van in de binnenstad zou plaatsen, of dat een goed idee is of niet? Of wat heeft u daar als gedachte bij? De heer Balisteri: Dat hangt er volgens mij heel sterk van af waar je die neerzet. Er was in dat historische blaadje wat ophef over een container die pal voor de Catharijnepoort staat, wat dan een beetje in de straat zat. Maar volgens mij staat dat ding er ook al jaren. Dat afvalpunt in Gorinchem is eigenlijk aan de achterzijde van een pand bij een parkeerveld. Dat staat dan relatief gunstig. En je goed moet nadenken waar je die dingen neerzet. Maar het grote voordeel is dat het afval er in ieder geval in zit en dat het er niet naast zwerft. Je hebt afval in een stad. Op een bepaalde manier moet je daar iets mee. Je kunt niet een stad hebben, zoals op een ansichtkaart. Ik bedoel, daar wonen mensen en daar leven mensen. En ik denk dat de impact van een container waar afval in zit veel positiever is dan een zak waar afval uitwaait. De voorzitter: U had twee vragen en die heeft u gesteld. De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Kolk. Want u bepleit, als ik het goed heb verstaan, van, neem de drempel zo weg en zorg dat mensen hun zakken niet bij zich hoeven te houden.

Nu weet ik dat in het verleden is er een pilot geweest, in ieder geval in Crabbehof. Ik weet niet precies wat de dekking was, maar waarbij mensen een grijze container om moesten ruilen voor een oranje container. Daar werd het PMD afval in verzameld. En de grijze container kon je naar een afvalput in de buurt brengen. Bent u bekend met die pilot en denkt u dat dat een verbetering zou zijn voor de situatie? Mevrouw Kolk: Nee, ik ken niet deze precieze pilot. Ik weet wel dat er een pilot is geweest. Ik denk niet dat als je de ene afvalbak in gaat ruilen voor de andere dat dat heel veel uitmaakt. Tenminste, die tweede afvalbak voor restafval is dan ook gewoon een container waar je wat in kan gooien.

12

De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Klerk: Ik was zelf ook onderdeel van die pilots en vandaar dat het me wel … En ik weet dat op een gegeven moment, toen die ingevoerd werd die pilot, dat mensen hun grijze container in moesten leveren, was daar heel veel ophef over. Toen uiteindelijk de pilot succesvol bleek, maar toch werd beëindigd, was daar nog meer ophef over. Ik vraag me af, omdat we het uiteindelijk hier hebben over een andere manier van afval, hebben we het over bronscheiding of nascheiding? Die discussie ligt nu niet op tafel, denk ik. Maar vraag ik me af in hoeverre dat een oplossing zou kunnen zijn? Vandaar dat ik die vraag stel. Dan is de bereidheid van mensen … Want restafval langer bij je in het huishouden levert minder overlast op dan vaak PMD, waar voedingsresten in zitten. Mevrouw Kolk: Mee eens. Ik denk dat dat inderdaad misschien een goede oplossing zou kunnen zijn. De voorzitter: Dan gaan we nu naar mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is inderdaad wel een beetje in het verlengde van wat de heer Kuhlmann net zei aan de heer Balisteri. U hoeft mij niet te overtuigen. Ik vind het inderdaad ook niet een manier om afval te verzamelen. Volgens mij deden we dat heel lang geleden ook allemaal op straat. En dan ga ik natuurlijk een beetje mijn leeftijd verklappen.

Maar daar hebben we op een gegeven moment wat anders op verzonnen en nu gaan we het weer doen. Maar hij gaf in zijn woordvoering aan, er zijn alternatieven. Hij had net al iets genoemd. Maar ik ben ook benieuwd wat in zijn ogen die alternatieven zijn of zijn ervaring daarin. Want we zien ook inderdaad in de beantwoording van schriftelijke vragen, onderzoek naar dit, onderzoek naar dat. Maar waarom zouden we weer allemaal opnieuw onderzoek moeten gaan doen als er wellicht in andere steden goede alternatieven voorhanden zijn? Daar ben ik even benieuwd naar of hij daar iets concreter in kan zijn, in de alternatieven. De heer Balisteri: Vooropgesteld ben ik geen expert in afvalinzameling. Ik ben van een heleboel markten thuis, maar het lijkt me dat de afvalinzameling, 1, moet faciliteren dat iedereen die afval wil weggooien dat dat kan. Wat ik slim vind aan de ondergrondse containers, is dat ze aan de achterkant hier ook nog zo'n mini werpdingetje hebben, dat je daar ook het een en ander in kan gooien. Ik denk dat het voornaamste is, er is altijd een factor gedrag, dat is een heel ander verhaal. Maar iedereen die zich aan de regels houdt, zou niet voor zwerfafval moeten zorgen. Dat gebeurt nu natuurlijk wel.

Op het moment dat je daar een andere voorziening in hebt, in de vorm van een ondergrondse container of een bovengrondse container, een kliko, dat zal misschien in de binnenstad niet direct voor de hand liggen, dan neemt daarmee gewoon het zwerfafval af en ook het aanzicht van de stad wordt daarmee gewoon fraaier. Er zullen ongetwijfeld een heleboel wijzen voor zijn, maar in ieder geval moet de kern daarvan zijn dat iedereen die zijn afval volgens de regels wil weggooien, dat je die faciliteert, zodat dat niet leidt tot verloedering. De voorzitter: De heer Damen.

13

De heer Damen: Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag voor beide insprekers. De ondergrondse containers, of soortgelijke voorzieningen, zouden heel goed kunnen helpen voor allerlei afval en zullen ongetwijfeld leiden tot minder rotzooi op straat. Maar dan nog zie je dat waar er ondergrondse afvalcontainers staan er toch veel rommel omheen ligt. Hebben de beide insprekers ook een mening over het zonder pasje gebruik kunnen maken van de afvalcontainers, zodat iedereen die wat weg wil werken, wat groter is, dat ook meteen kwijt kunnen? De voorzitter: Mevrouw Kolk. Mevrouw Kolk: Daar ben ik een groot voorstander van. Dat roep ik al heel lang. Want je moet het mensen makkelijk maken om hun rommel kwijt te kunnen en niet moeilijk met een pasje. Ik woon in een wijk waar heel veel arbeidsmigranten wonen die geen pasje hebben of het niet snappen of het kwijt zijn of wat dan ook. En die willen wel naar de container lopen om het afval ernaast te zetten. Je maakt mij niet wijs dat ze niet bereid zijn om het erin te gooien als die open zou zijn.

De heer Balisteri: Daar sluit ik me wel bij aan. Zelf woon ik in de binnenstad. En ik weet niet precies hoe de toewijzing gaat wie en welke container iets mag weggooien, maar het dichtstbijzijnde bij mijn huis, daar mag ik niet en een stukje verder mag ik dan weer wel. Ik kan me voorstellen dat als je het met een pasje doet, waarom de restricties per bak? Maak het per postcodegebied. Heel 3311. Maar nog beter zou natuurlijk zijn, want wat de andere inspreker ook wel aangeeft, mensen die afval naast een vuilnisbak zetten, zullen waarschijnlijk het ook wel erin gedaan hebben als dat makkelijker was. Ik zie er geen enkel voordeel in om dat een gesloten systeem met pasjes te laten zijn. De voorzitter: De heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, mijn vraag gaat over, de heer Damen heeft de vraag gesteld en ik heb twee uitstekende antwoorden gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Daar houden we van. Wie heeft er nog een vraag? Nee? Dan dank ik beide insprekers. En dan mogen jullie op de publieke tribune plaatsnemen en worden jullie even geruild met een wethouder en een ambtelijke ondersteuner. Nee, toch? Nee. De wissels bij FC Dordt zijn tegenwoordig gesponsord, maar deze dan nog weer niet. Welkom, mevrouw De Jonge. En helaas heb ik u niet op mijn blaadje staan. De heer Fokkens: Fokkens. De voorzitter: De heer Fokkens, namens de ambtelijke organisatie.

Ik moet even inventariseren, want u heeft net een aantal dingen gehoord. Heeft u er behoefte aan om dit eerst mee te nemen naar uw fractie of zegt u, we kunnen het hier nu gelijk ook wel met elkaar over hebben en de vragen beantwoorden die er liggen? Ja. Dan gaan we daarmee beginnen? Wie wil als eerste de antwoorden geven? De heer Kuhlmann zelf. Gaat uw gang.

14

De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. De reden dat we dit hebben geagendeerd is dat we eigenlijk wel teleurgesteld waren in de antwoorden van het college. Bijvoorbeeld de opmerking dat die gele zakken geen negatieve impact hebben op de beleving van de binnenstad. We denken daar echt anders over. Ook voor heel Dordrecht denken we dat die plasticinzameling met gele zakken als standaard methode, dat we daar echt zo snel mogelijk mee moeten stoppen. En wat we op dat vlak jammer vinden, is dat we eigenlijk het idee hadden dat in het antwoord wat we in 2024 kregen, dat we daar … Werd er toen in die brief van 17 september van het college beloofd om een onderzoek te gaan doen naar alternatieven. En in 2025 dat we dan naar andere inzamelmethodes zou gaan. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Mijn vraag aan de heer Kuhlmann, aan welke alternatieven de VVD denkt? De heer Kuhlmann: Goede vraag. Wat ons betreft zijn er een aantal alternatieven. Het hangt een beetje van de locatie af. Je ziet gelukkig is er al sommige wijken overgestapt. En als je kijkt naar Stadspolders en Dubbeldam, daar wordt met een extra kliko het plastic afval opgehaald. Dat gaat daar redelijk, omdat de meeste mensen daar wel een redelijke tuin hebben. En daar zit een soort opt-outsysteem.

Op het moment dat dat ingevoerd is, van de handvol mensen die echt wel willen vasthouden aan die gele zakken, die kunnen dat. Wat ons betreft is dat een goede manier. Maar goed, niet iedereen heeft natuurlijk een grote tuin. Bij hoogbouw kun je ook denken aan, wat net al even voorbijkwam, een extra ondergrondse container waar je dan je zak in kan doen op ieder moment dat die niet buiten aan het hangen is. Specifiek voor de binnenstad … De voorzitter: De heer Schalken nog een keer. De heer Kuhlmann: Maak ik nog even af, het antwoord. Vinden wij het ook de moeite waard om te kijken naar nascheiding. En ik weet, Beter voor Dordt heeft daar natuurlijk eerder ook al nadrukkelijk voor gepleit en zeker voor wat betreft de binnenstad, waarbij mensen geen tuin hebben en je met alle monumenten ook zegt van, dat is logisch om daar niet heel veel extra bakken neer te zetten, vinden wij. En ik kan me voorstellen dat Beter voor Dordt nog een stap verder gaat. Maar wat ons betreft is het ten minste de moeite waard om dat serieus te onderzoeken van, is nascheiding daar iets handigs? De voorzitter: Punt. De heer Schalken. Hoeft u niet meer? Ik zag eerst net de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag aan de heer Kuhlmann. Hij had het over inderdaad straks extra kliko’s in Stadspolders, ondergrondse of bovengrondse containers bij hoogbouw.

Maar gebeurt dat nu niet al gewoon allemaal, gezien de uitvoering van het grondstoffenplan? De heer Kuhlmann: Nee, dat gebeurt niet. Helaas niet. Ik kan u vertellen, in het merendeel van de wijken van Dordrecht gebeurt dat niet. In Sterrenburg gebeurt dat niet, in Zuidhoven gebeurt dat niet, in de 19e-eeuwse Schil gebeurt dat niet, De Staart

15

gebeurt dat niet, in Krispijn, u heeft het net gehoord, gebeurt dat niet, Land van Valk, Crabbehof. Ik kan heel lang doorgaan. Allemaal wijken waar er nog steeds met die gele zakken wordt gewerkt. Dat is eigenlijk om dan … Ik kijk meteen naar de voorzitter natuurlijk. De tweede vraag voor vanavond, geeft het college voldoende urgentie aan het uitfaseren van die gele zakken? Nee, wat ons betreft niet. We hebben het er in 2024 over gehad. Het is ook, meerdere partijen hebben dit punt wel eerder gemaakt en het duurt, het duurt en het duurt en het duurt. Wat dat betreft zou ik eigenlijk heel graag vanavond de toezegging willen van de wethouder ... De voorzitter: De heer Kuhlmann, bent u nog aan het antwoorden op de heer Bootsman of bent u heel erg nog uw eigen verhaal aan het doen? Want ik heb nog een aantal interrupties namelijk. De heer Kuhlmann: Dit is het onderdeel van het antwoord, maar als ik weet niet of de heer Bootsman op deze manier tevreden is? De voorzitter: Mijnheer Bootsman, bent u tevreden? De heer Bootsman: Ja, ik ben op zich wel tevreden. Nog even een checkvraag. De Dordtse VVD vindt dat het college meer urgentie moeten geven aan het invoeren van het grondstoffenplan, want daar zitten dit soort veranderingen ook gewoon al in. De heer Kuhlmann: Nee, ik heb het specifiek over dit punt, het uitfaseren van die gele zaken. De voorzitter: De heer Tutupoly.

De heer Tutupoly: Voorzitter, dank u wel. Het ging eventjes over, ik hoorde de VVD zeggen, in ieder geval het voorbeeld noemen van de containers in de Stadspolders en eventueel nascheiding, dat het een mogelijkheid zou zijn. Maar tegelijkertijd hoor ik eigenlijk de heer Kuhlmann ook zeggen dat het verschillend kan worden behandeld bij verschillende wijken. Nou snap ik dat het misschien zou kunnen gelden voor het centrum, maar is het dan de bedoeling om dat per wijk gewoon verschillend te houden of zouden we dan liever over kunnen gaan, volgens de heer Kuhlmann, naar één systeem in heel Dordrecht? De voorzitter: Daar gaat de heer Kuhlmann heel compact antwoord op geven. De heer Kuhlmann: Wij zijn voor maatwerk per buurt. Er zijn nu eenmaal verschillen. Dus het is heel goed. En ik snap, want volgens mij heeft Op Ons Eiland ook weleens eerder nadrukkelijk gepleit voor nascheiding, dat zou je ook inderdaad in heel de stad kunnen doen. Maar wat ons betreft is het iets om … In elk geval voor wat betreft de binnenstad is de casus zo helder, dat je hebt daar met de redenen die ik eerder noemde, er zijn geen tuinen, erzijn hele smalle straatjes vol met mooie monumenten en prachtige etalages, dan is het niet handig om daar heel veel extra ondergrondse containers te zetten. Het idee van nascheiding vinden we heel sterk daar.

De voorzitter: Ik zag daarnet ook aan de rechterkant de heer Damen, volgens mij.

16

De heer Damen: Ik ben een beetje verbaasd over dit pleidooi voor nascheiding. We hebben een afvalstoffenplan waarin die ondergrondse containers voor papier, plastic en drinkpakken is opgenomen. En het introduceren van nascheiding gaat ongetwijfeld weer jaren duren. Wat schieten we ermee op, met dat idee op om die nascheiding te introduceren? De heer Kuhlmann: U refereert volgens mij uit het plan uit 2021 en daarvoor. Het is denk ik niet verboden om continu na te blijven denken over hoe we dan de zaak op een goede manier kunnen doen in onze stad. Het lijkt me ook niet verkeerd om per wijk of per buurt te kijken wat het beste werkt. Dat is ook niet zo heel uitzonderlijk. Dat doen we nu ook al. Er zijn verschillen. En dat gebeurt ook in andere steden. Ik zie eigenlijk geen probleem. De voorzitter: De heer Schalken zag ik nog. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Bij mij kwam net een concreet idee naar boven dat het wellicht een idee is dat Beter voor Dordt, samen met andere partijen die eerder ook al voor het nascheiding pleiten, samen met de VVD een soort van oproep gaan doen om in ieder geval voor die binnenstad en die Schil, ook inderdaad om onze stad aantrekkelijk te houden, over te gaan op nascheiding. De heer Kuhlmann: U bent me iets voor. Met permissie van de voorzitter, ik wil eigenlijk om twee toezeggingen vragen.

Het ene is dat we de toezegging dat we in het kalenderjaar 2026 in heel Dordrecht, in alle wijken stoppen met de gele zakken als standaard afvalinzamelingsmethode voor het plasticafval. En de tweede toezegging waar ik om vraag, is dat het college een onderzoek gaat doen naar nascheiding in de binnenstad, meteen met een plan daarbij. En dat is misschien niet exact wat u vraagt, maar wellicht kunnen we elkaar goed vinden. Voor nu is dit mijn signaal richting de wethouder. En laten we kijken wat dat oplevert en waar we elkaar vervolgens kunnen vinden in de verdere samenwerking. De voorzitter: De heer Tutupoly had ook nog een interruptie. De heer Tutupoly: Dat was even nog een aanvulling op mijn vorige vraag. De heer Kuhlmann gaf eigenlijk als antwoord dat je maatwerk moest gaan leveren. Tegelijkertijd, als ik even naar de Stadspolders kijk, dan hebben bewoners gewoon vier containers staan. En dan maakt het niet zoveel uit hoe groot je tuin is, maar ze staan er. Ze staan ook vaak in de weg. Waarom wil de heer Kuhlmann eigenlijk een verschil hebben in wijken? Want hij noemt eigenlijk zelf al, Sterrenburg heb je dat niet. Waarom zouden we die lijn dan niet door willen trekken? De heer Kuhlmann: Ik snap inderdaad dat nascheiding zou je inderdaad ook voor heel de stad kunnen doen. Dat is natuurlijk de lijn die de heer Tutupoly voorstelt. En dat is een redenering die valt te volgen.

Aan de andere kant is het zo dat we daar nu in Dordrecht geen ervaring mee hebben. En het lijkt ons heel verstandig, zeker voor de binnenstad, waar de casus, de argumenten het sterkst zijn, om daar ook serieus naar te kijken. En als je vervolgens daar tot de conclusie komt van, dat is goed om daar te doen, dan kun je natuurlijk met die ervaringen vervolgens ook naar andere wijken kijken. Want als het daar werkt, waarom zou het dan niet ook in andere wijken kunnen werken?

17

De voorzitter: Een kleine aanvullende vraag van de heer Tutupoly. Daarna gaan we naar de heer Klerk. De heer Tutupoly: Is de heer Kuhlmann zich ervan bewust dat bijvoorbeeld HVC in Alkmaar wel gewoon nascheiding doet, zodat die ervaring er eigenlijk al is? Zodat je dat niet weer hier opnieuw met een pilot hoeft te doen. De heer Kuhlmann: Nee, zeker. Ik ben me ervan bewust dat nascheiding is niet een of ander gek iets als we dat zouden doen in Dordrecht of daarmee dat gaan uitproberen. Dat we dan iets heel vreemds doen. Maar dat gebeurt inderdaad in andere gemeenten ook. Om terug te gaan op het onderwerp van vanavond, onze grootste ergernis zit hem in die gele zakken en het afval wat daaruit ontstaat. De voorzitter: Maar dat had u al inderdaad gezegd. De heer Kuhlmann: Vandaar dat we voor nu focussen op die wijken … De voorzitter: Heel goed. De heer Kuhlmann: Waar er nog met gele zakken wordt gewerkt. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Het verbaast me even hoe breed de discussie dan weer wordt getrokken, terwijl we het over gele zakken hebben. Ik hoorde de heer Kuhlmann zeggen dat de argumenten voor de binnenstad het sterkste zijn. Dat waag ik te betwijfelen.

Want ik kan me best voorstellen dat een gele zak tot overlast leidt, maar er zijn veel meer wijken waar misschien wel het probleem, dat hebben we ook van mevrouw Kolk gehoord, net zo groot is. Maar hoe ziet de heer Kuhlmann … Dat is mijn vraag, een beetje lange inleiding, sorry, voorzitter. Hij vraagt om een toezegging om nascheiding te onderzoeken aan de wethouder. Dan hoop ik dat de wethouder die niet te makkelijk geeft. Want hoe kijkt de heer Kuhlmann naar mensen die in de binnenstad wonen die wel heel bewust, vanuit duurzaamheid, met het milieu bezig zijn en gewoon bereid zijn om te scheiden zoals dat nu gaat? En dan hebben we het over het middelzak, daarvoor zitten we hier, maar niet over een discussie over nascheiding. De heer Kuhlmann: In eerste plaats wil ik even iets corrigeren. Het is niet zo dat het probleem van zwerfafval uit gele zakken dat dat erger is in de binnenstad dan in andere wijken. Elke wijk, elke buurt waar dat speelt, trekken we ons aan en willen we graag oplossen. Dat is het eerste. Het verschil wat ik noemde en waar net op teruggekomen werd, is voor welke alternatieve kiezen we? Dat lijkt me ook logisch om het daarover te hebben, want we willen het afval … Het laatste wat we willen is dat mensen het gewoon uit het raam gooien. Als je het niet meer met een gele zak ophaalt, dan moet je daar iets anders voor in de plaats hebben, een alternatief.

Er zijn verschillende alternatieven voor. Twee daarvan worden ook al gewoon op dit moment in Dordrecht gebruikt, die oranje kliko's en ondergrondse containers. Maar helaas nog niet overal. En specifiek voor de binnenstad geldt dat dat een lastig gebied is, omdat twee van die alternatieven die je

18

kunt bedenken, namelijk die oranje kliko's en die ondergrondse containers, dat daar wat nadelen aan zitten. Eén, mensen hebben geen tuin. En twee, het zijn kleine straatjes, het heeft een heel monumentaal karakter. Dat is echt anders dan in de rest van de stad. Vandaar dat ik zeg, voor de binnenstad is die casus voor dit specifieke alternatief, nascheiding, sterk. Vervolgens uw andere vraag wat betreft, hoe zit dat dan met mensen die nu netjes aan het scheiden zijn? Het blijft natuurlijk, welke methode je ook kiest, het wordt ook bij nascheiding uiteindelijk gescheiden. Het levert hetzelfde eindresultaat op. En wat heel belangrijk is, als je kijkt naar mensen die begaan zijn bij het milieu, denk ik, dat is mijn ervaring, die zijn doorgaans ook heel erg begaan bij het directe milieu, je eigen leefomgeving en hoe de straten eruit zien, of daar wel of geen zwerfafval uit die gele zakken komt. Dat is voor ons een hele belangrijke. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde er eigenlijk eventjes op inhaken dat de heer Kuhlmann daarnet zei dat de gemeente Dordrecht daar weinig ervaring mee heeft, met nascheiding. Maar ik ben van mening dat we ook eens goed moeten kijken naar andere positieve ervaringen. Bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam laat weten positief te zijn over het nascheiden. Machines doen dit namelijk secuurder dan bewoners.

Nascheiden levert meer resultaten op in het scheiden van PMD afval en de overlast is aanmerkelijk minder. Volgens het CBS in 2023 zijn er 86 gemeentes die nascheiding gebruiken, met redelijk grote gemeente bijvoorbeeld Aalsmeer, Alkmaar, Delft, Den Haag, Groningen, Haarlem, en zo kan ik nog wel even doorgaan, Leeuwarden, Leiden. De voorzitter: En wat is uw concrete vraag aan de heer Kuhlmann? De heer De Vries: Hoe hij daarover denkt? En dan wilde ik eigenlijk ook nog eventjes iets grappigs vertellen. In het Grondstoffenplan Dordrecht 2021-2030 staat, voorzitter, door het verhogen van de inzamelfrequentie verwachten we dat de overlast die ontstaat door het eerder aanbieden van de zakken aan de haken fors zal verminderen. Bij hoogbouw met inpandige containers verminderen we de overlast daar waar mogelijk door inwendige containers te plaatsen. Maar voor veel bewoners is de werkelijkheid echter heel anders. Er is een visie vastgesteld, maar ik denk dat er uit voortschrijdend inzicht blijkt dat het huidige afvalbeleid niet naar behoren werkt. De voorzitter: Maar u bent een interruptie aan het doen op de heer Kuhlmann en ik heb niet echt … Behalve dan, hoe denkt u daarover? Volgens mij had hij dat al aangegeven. Maar de heer Kuhlmann denkt daar misschien anders over.

De heer Kuhlmann: Laat ik de heer De Vries geruststellen en zeggen dat de argumenten voor het gebruik van nascheiding, zijn denk ik goede argumenten. En het is denk ik goed dat hij het noemt. Wat niet specifiek naar ons toe … Zou ik zeggen, de Dordtse VVD is niet de grootste tegenstander van nascheiding in deze zaal. Maar er zijn misschien anderen die goed geluisterd hebben en die u heeft mee kunnen krijgen. Dat hoop ik. De voorzitter: De heer Kuhlmann, ik mag denk ik wel concluderen dat uw bijdrage in ieder geval erop zit en ik dan toch weer even herhaal dat wij hier twee vragen moeten beantwoorden. En dat is, is het wenselijk om de gele zakken te gebruiken voor plastic

19

afvalinzameling in Dordrecht? En twee, geeft het college voldoende urgentie aan het uitfaseren van de gele zakken in alle wijken van Dordrecht? Ik zou graag een spreker willen hebben die daar een antwoord op gaat geven. De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Wat de politieke vragen die gesteld zijn betreft, het CDA snapt die vragen en snapt ook en ontkent zeker niet dat er overlast is met gele zakken. En die zijn voor ons niet heilig. En ook in andere wijken is het een relevant probleem. De laatste vragen focussen zich vooral rond de binnenstad. En ik benoemde net in een vraag aan een van de insprekers al van, er is ook weleens een succesvolle pilot geweest waarbij er een grijze container werd ingewisseld voor een oranje container, wat heel goed werkte en ook zichtbaar aan de leefbaarheid in de wijk bij heeft gedragen. Alleen we hebben nu ook een grondstoffenplan in Dordrecht. En uiteindelijk valt of haakt dit hierin. En als we het probleem echt serieus willen aanpakken, kiest het CDA het liefst voor een integrale aanpak. Dan zouden we de discussie breder moeten voeren hoe een en ander uitwerkt.

Dan kijken we niet alleen naar de oranje zak in de binnenstad, maar ook naar bijvoorbeeld overlast met volle glascontainers in de binnenstad, waardoor er heel veel naplaatsingen zijn, de dumpingen van groot huishoudelijk afval en dan ook nog eens gestaafd met cijfers van wat nu daadwerkelijk de grootste overlast en hinder oplevert. Want daar stelt het CDA wel de vraag, is dat nu de gele zak? Ten aanzien van de politieke vragen, voor ons is die gele zak niet heilig, maar ik denk ook dat we voor een bredere evaluatie van het grondstoffenbeleid zouden moeten pleiten. Ik weet niet wanneer dat zou moeten. Daar zijn mensen die daar meer verstand van hebben. En het antwoord op de tweede vraag heb ik daarmee ook wel gegeven, van die urgentie. Ik vind die vraag wat ongemakkelijk. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, de heer Klerk geeft aan dat de gele zak niet heilig is, maar dat we eerst een evaluatie moeten afwachten. Wat ziet de heer Klerk voor mogelijke andere oplossing om van die overlast af te komen? De voorzitter: Nee, dat gaan we nu niet doen, want we zitten al bijna 22.15 uur. We hebben tot 22.30 uur. En ik denk dat dat echt te breed is voor de concrete vragen die gesteld zijn. De heer Klerk: Maar ik kan wel op de gele zakken het focussen, heel kort. De voorzitter: Graag. De heer Klerk: Ik heb hem benoemd namelijk al.

De voorzitter: Maar graag. Maar jullie zijn allemaal heel erg breed aan het gaan, vandaar dat ik het even probeer te beperken. En dat gaat u heel erg goed doen. De heer Klerk. De heer Klerk: Voor mij zou het een heel mooi scenario zijn, en dan even breder getrokken, niet alleen de binnenstad, van ruil die gele grijze container maar in voor een oranje container. Ik denk dat je dan een groot deel van de overlast … Heb ik ervaren ook toen ik in een wijk woonde waar die pilot werd uitgevoerd, dat het echt werkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44119