CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 2025.02.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 519.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

De voorzitter: Er was een ... De heer Gorter: Nee, het gaat niet over ... Kan het zijn dat de mensen thuis de presentatie niet zien? Want ik krijg allerlei meldingen binnen. Ze horen ons wel, ze zien ons wel, maar ze zien niet de presentatie. De voorzitter: Dat moet bij Clark zijn natuurlijk. Even Clark bellen. Er wordt even gebeld. De heer Gorter: Graag. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Dreuning: En mensen willen erkenning van hetgeen wat ze aan ons teruggeven. Ze willen dat ze gehoord worden bij klachten en meldingen. En dat betekent dat wij met onze eigen gemeente, maar ook de mensen op het klantcontactcentrum van HVC aanwezig moeten zijn, weten welke vragen gesteld worden voor Dordt en ook daarop de juiste antwoorden kunnen geven. Dan hebben we de aanpak van openbare ruimte. En daar is het woord dat we daar standaard centraal zetten, is dat de aanpak zichtbaar moet zijn. Proactief en zichtbaar. Dat betekent dat we een aanpak van bijplaatsingen en schone aanbiedlocaties hebben. En we hebben de vorige keer bij elkaar gezeten en daar werd al aangegeven dat een aanpak altijd een tijdelijke aanpak is. En dat er daarna iets nieuws verzonnen moet worden, omdat aandacht hetgeen is wat daadwerkelijk het effect oplevert. En aandacht met één element kan je niet vasthouden. Je moet steeds nieuwe dingen bedenken. We doen onafhankelijke metingen in de openbare ruimte.

En daarnaast meten we de klachten van de inwoners en we meten de resultaten van de kwaliteit van de grondstoffen. De onafhankelijke metingen huren we een bureau voor in. En die meet gewoon, hoeveel bijplaatsingen zijn er? Hoeveel ligt er naast de container? Wat voor soort spul ligt er naast de container? En hoe verhoudt zich dat in de tijd? De afvalcoaches heb ik al genoemd. En uiteraard hebben we ook specialistische handhaving, waar nodig, en werken we samen met HVC om, als er bijplaatsingen zijn, ook daadwerkelijk snel genoeg op te ruimen. De voorzitter: Even heel kort. Ik krijg net het antwoord van Clark dat er in deze vergaderkamer en 5 wordt er niet gestreamd. Betekent dat er helemaal geen uitzending is. De heer Gorter: Voorzitter, ik krijg wel door dat men de sprekers ziet. Naar mijn idee wordt er wel gestreamd. De voorzitter: Wel gestreamd, ja. De heer Gorter: Maar de presentatie is niet te zien. U vertelt uw verhaal prachtig, maar niemand kan het volgen. De voorzitter: De stukken zitten erbij. We hebben het doorgegeven.

21

De heer Kuhlmann: Misschien is het goed richting de mensen die nu aan het kijken zijn om te wijzen op de website van de gemeenteraad Dordrecht. Het is even zoeken, maar daar is deze presentatie te vinden. Wie kijkt bij de Dordtse Dinsdag van 11 februari in zaal 3, daar is deze presentatie terug te vinden. De voorzitter: Volgens mij heeft iedereen die nu kijkt dat gehoord, mijnheer Kuhlmann. En op dit moment kunnen we daar niks aan veranderen. Het is voor de griffie om te kijken. Gaat u door weer. Mevrouw Dreuning: Ik raad het ook iedereen aan om te kijken, want het is best een mooie presentatie. De heer Gorter: Voorzitter, dat denk ik ook, want daarom komen er vragen. Mevrouw Dreuning: Communicatie-uitingen. Het is belangrijk dat wij zoveel mogelijk mensen bereiken. En dat is op het afvalonderwerp niet anders dan op alle onderwerpen in de gemeente, we weten dat we niet altijd alle inwoners van Dordrecht bereiken. Daar zijn wij ons van bewust. Dat krijgen we ook, met alle effort die we doen, niet altijd voor elkaar. Maar we proberen wel zoveel mogelijk mensen te benaderen. En daarom gaan we ook met aandacht voor doelgroepen en de wijken om met communicatie. Dat betekent dat we daar waar mogelijk de wijkambassadeurs inschakelen.

Dat we op meerdere platforms aan communicatie gaan doen, individueel, analoog in de bus, met de afvalcoaches de straat op, daadwerkelijk in het krantje, digitaal, op allerlei manieren communiceren. Dat we in onze communicatie, daar waar mogelijk, gebruikmaken van plaatjes, zodat mensen die de taal niet altijd helemaal machtig zijn wel uitgelegd krijgen van wat in principe de bedoeling is. We proberen zoveel mogelijk communicatie ook in zoveel mogelijk talen, die relevant zijn, te verspreiden. En daar waar het nodig is, zetten we maatwerk in voor de kwetsbare buurten. En dan de keuzes die we gemaakt hebben en die voorliggen in het recycleplan, in de implementatie van het recycletarief. De eerste is geen keuze, maar dat is een insteek die wij gemaakt hebben voor het recycleplan, is dat we het recycletarief invoeren op basis van volumefrequentie. Dat betekent dat er afgerekend wordt per keer dat je een bak of een zak aanbiedt. En niet per kilo. Dat je daadwerkelijk zelf in de hand hebt wanneer je je bak aanbiedt of een zak aanbiedt, dan weet je dat er een rekening komt. En dan maakt het niet uit of er iemand anders nog een zak in jouw bak gestopt heeft, et cetera. Er is geen invloed van buitenaf op de rekening die er komt. Daarnaast zijn de volgende keuzes gemaakt. Het vastrecht is voor iedereen gelijk. De verschillen zitten in het aanbiedgedrag.

Waar we nu intuïtief een verschil gemaakt hebben tussen een- en meerpersoonshuishoudens, met de gedachte eenpersoonshuishoudens bieden waarschijnlijk minder afval aan, zetten we dat nu om in een systeem waarin we zeggen, het vastrecht is voor iedereen gelijk en we gaan inderdaad registreren. Als je minder afval aanbiedt dan wordt je afvalstoffenheffing lager dan wanneer je meer afval aanbiedt. En dat betekent ook dat een gezin dat goed scheidt goedkoper uit kan zijn dan een eenpersoonshuishouden dat dat niet doet. De andere keuze die we gemaakt hebben, we houden de hoogte van het variabele tarief laag. In vergelijking met de meeste gemeenten is de insteek, en die neem ik dadelijk met jullie mee, dat we de variabele tarieven relatief laag houden in vergelijking met andere gemeenten in Nederland.

22

In onze regio zijn die tarieven overigens wel redelijk de norm, de lagere tarieven. We brengen de ledigingen achteraf in rekening. Dat betekent op het moment dat de afvalstoffenheffing de deur uitgaat, ik verwacht dat dat eind januari, begin februari is, dat we in eerste instantie alleen het vastrecht in rekening brengen. En in het jaar erna brengen we het vastrecht van het volgend jaar in rekening, plus de afrekening van de ledigingen van het afgelopen jaar. Er zijn locaties waar registratie nog niet mogelijk is. We hebben nog een aantal flats waar er inpandig wordt ingezameld, het restafval. En daar is nog geen registratie op, op die containers. Die mensen blijven, net als nu, een ongedeeld tarief betalen voor hun afvalstoffenheffing. En we hebben de keuze gemaakt om maximaal 1 extra bak aan te laten bieden voor restafval. Dat gaat over de bakken aan huis. Dat gaat niet over het aanbieden van zakken. Maar als mensen bakken aan huis hebben, we hebben een aantal mensen die hebben een extra bak, dat mag in de toekomst er maar 1 zijn. En dan betalen ze een extra ledigingstarief voor het hele jaar. En daarnaast betalen ze per aanbieding van de bak, net als alle andere bakken.

Wat betekent dit voor onze inwoners? Als we kijken naar de effecten voor inwoners, en dat zien we ook in andere gemeenten, dan zien we dat onze inwoners beter zullen gaan scheiden, want voor de grondstoffen hoeven ze geen extra rekening te betalen en voor het restafval wel. Het betekent ook dat onze inwoners in de toekomst volle bakken en volle zakken zullen gaan aanbieden. En dat betekent ook dat ze minder vaak gaan aanbieden. Dat is ook iets wat er gebeurt. Wat we ook zien in andere gemeenten, omdat een bak van 140 liter aanbieden goedkoper is dan een bak van 240 liter aanbieden en een zak van 30 liter goedkoper is dan het aanbieden van een zak van 60 liter, is dat sommige mensen heel bewust de keuze maken om over te stappen op een kleinere bak of zak en alleen maar kleinere aan te bieden. En dan ga ik jullie nog heel eventjes, want dan wordt het wat duidelijker, meenemen met een voorbeeld rekening, rekentarief. En dan doe ik het even zo. En dan moet u mij even ten goede houden, want de begroting van het volgend jaar en de tarieven van volgend jaar hebben we nog niet. Het rekenvoorbeeld is, als wij op dit moment een recycletarief zouden invoeren, dan hebben we de begroting 2025. En we hebben daar een besparing op het totaal van de kosten, omdat we door de invoering van het recycletarief ook daadwerkelijk gaan besparen op ingeboekt.

Dan zou dat betekenen dat we 19,2 miljoen in zijn totaliteit moeten opbrengen vanuit de afvalstoffenheffing. Als wij dan uitgaan van een tarief van 1,50 euro voor een 60 liter zak, dan betekent dat 65 cent voor een 30 liter zak. Dat betekent 3,50 voor een 140 liter container. En dat betekent 6 euro voor een 240 liter container. Als we dat uitrekenen met het aantal verwachte ledigingen dat daar uitkomt, betekent dat de kosten van het vastrecht teruglopen naar 310,86 euro. Dat betekent ook dat de verhouding tussen vast- en variabel recht ... Uit het vastrecht halen we 88 procent van de totale kosten en uit het variabel recht halen we dan bijna 11,5 procent van de totale kosten. Door de verhouding vast-variabel op dit moment zo neer te leggen dat het grootste deel uit het vastrecht blijft komen, creëren we wel de mogelijkheid voor mensen om hun eigen afvalstoffenheffing te beïnvloeden. En houden we het risico op onderdekking enorm klein, omdat we nog niet weten exact wat het gedrag van de inwoners gaat worden. We weten nog niet wat het exacte aanbiedgedrag gaat worden. Dan blijft het risico heel erg klein. En zorgen we er ook voor dat de drempel voor het aanbieden van een bak of een zak, dat de weerstand tegen het tarief minder hoog wordt. Maar we zien ook wat het effect is voor de inwoners.

23

Want als we de tabel eronder zien, en ik zorg dat u daar hier de pdf van krijgt, dan hoeft u dit niet nu over te schrijven, maar dan krijgt u daar ook het plaatje van, dat in dit voorbeeld ziet u in de groene velden dat het voor zowel de inwoners die nu een eenpersoonsheffing betalen als de inwoners die nu een meerpersoonsheffing betalen in dit aanbiedgedrag gunstiger uitkomen dan de huidige afvalstoffenheffing. En in de gele cellen betekent het dat de mensen die u nu een eenpersoonsheffing betalen iets duurder uit zullen komen, maar de mensen die nu een meerpersoonsheffing betalen nog steeds goedkoper uit zullen komen dan nu. En alleen in de rode cellen kom je daadwerkelijk onder alle omstandigheden ook duurder uit. Dit geeft een klein beetje aan, met welk aanbiedgedrag er veranderingen ten opzichte van de huidige eenpersoons- en meerpersoonstarieven optreden. Dan hebt u een beeld van wat een vast-variabel tarief zou kunnen betekenen. Die doe ik niet. Dan die. En dat was wat mij betreft de presentatie. Ee staan open voor vragen. De voorzitter: Dat vermoeden had ik al dat dat zo was. De heer Hartmeijer steekt als eerste zijn vinger op. En die heeft een vraag, neem ik aan. De heer Hartmeijer: Dat klopt, voorzitter. Dank voor het woord. Een vraag over de modellen die gehanteerd worden bij recycletarief, die gaan over het scheiden.

Want die modellen duiden dan in theorie op een vermindering van restafval. Dat zou je kunnen interpreteren als een succes van goede scheiding. Dan zie je zo'n staatje waarop staat, restafval 5 procent naar beneden. We zijn goed aan het scheiden. Maar professor Gradus, de man schijnt een expert te zijn op het gebied van afvalverwerking, zegt, een groot deel van dat restafval is in die modellen onvindbaar. Dat restafval is feitelijk natuurlijk niet onvindbaar, maar dat wordt ergens gedumpt of dat zit tussen het gescheiden afval, waardoor je feitelijk niet optimaal aan het scheiden bent. De vraag is, wordt er niet te veel vanuit die modellen geredeneerd? En hebben we ook niet een soort ... Dit soort nadelen worden dan niet meegerekend? Dat is eigenlijk de vraag. Mevrouw Dreuning: Onze professor Gradus is een econoom. Dat is geen afvalexpert. Het is een econometrist. En hij is sterk voorstander van nascheiding. Hij lobbyt sterk voor de nascheiding. Maar een punt wat hij heeft, is wel een terecht punt. En dat is niet vanwege de conclusie die u trekt, die terecht is, maar er is inderdaad minder afval in gemeenten die een goede scheidingsprikkel hebben ingevoerd. En dat kan op verschillende manieren. Maar de totale hoeveelheid afval loopt terug. Echter, dat is het andere deel van het verhaal, en dat er vertelt hij er niet bij, er is een periode waarin er weerstand is.

Op het moment dat mensen moeten wennen en er weerstand is, dan vinden er meer bijplaatsingen plaats, dan vinden ze ook ontwijkmogelijkheden in andere stromen plaats. Maar die periode is relatief kort. Die periode duurt zo ergens maximaal negen, tien, elf maanden. Als we daarna meten in gemeenten die een tariefprikkel hebben ingevoerd en gemeenten die geen tariefprikkel hebben ingevoerd, dan zijn de grondstoffen in de gemeenten die een tarief prikkel hebben ingevoerd, voor zowel gft als pbd schoner dan de gemeenten die geen tariefprikkel hebben ingevoerd. Het verdwijnt in ieder geval niet in de grondstofstromen.

Als we kijken naar de totale hoeveelheid afval die wordt ingezameld in de vorm van bijplaatsingen en in de vorm van dumpingen, waarbij wij een verschil maken, een

24

bijplaatsing staat naast een ondergrondse container en een dumping in het buitengebied of een industriegebied, dan loopt ook die totale hoeveelheid afval niet op. Waar gaat het dan wel naartoe? Want we weten het niet exact, maar als we de best educated guess moeten hebben, er is een hele hoop bedrijven die nog meeliften bij het huishoudelijk afval. En op het moment dat er een tariefprikkel wordt ingevoerd, is dat voor hun financieel niet meer aantrekkelijk, want dan moeten ze er ook voor gaan betalen en kunnen ze niet meer profiteren van dat verhaal. Dat afval verdwijnt. Daar gaat een deel van het afval naartoe. En er zijn ook mensen die een commerciële container ergens hebben. En die het huishoudelijk afval in de commerciële container gaan wegbrengen. Dat zijn mensen die een bedrijf aan huis hebben of het meenemen naar het werk en daar wat ... En dan hebben we nog een derde categorie. En ik hoop altijd dat dat de grootste categorie is, maar ik weet dat dat naïef van mezelf is. Mensen gaan ander gedrag vertonen bij de aankoop en vermijden ook een deel van het afval. We zien dat de totale hoeveelheid afval in die gemeenten echt terugloopt. Ze halen ook echt minder afval op. Restafval en grondstoffen bij elkaar is minder. Maar we halen het niet terug in die categorieën die u net noemde. De conclusie is juist, maar de verklaring niet helemaal.

De voorzitter: Dat is een uitgebreid antwoord in ieder geval, heer Hartmeijer. Ik zag de heer Gorter, die had een vraag. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik krijg net de actuele cijfers van Zwijndrecht. Die hadden 230 kilogram afval per inwoner. Dat hebben ze terug kunnen brengen naar 105 kilo. Dat is 55 procent minder afval. Als ik dan naar uw tariefstellingen kijk en u neemt een relatief groot gedeelte in het vast bedrag op. Bent u niet bang dat u de prikkel bij die inwoner weghaalt? Want ik kan me alleen maar een prikkel voorstellen als iemand het in zijn portemonnee merkt, als het financieel merkbaar is. Ik vind het zo'n zeker bedrag en zo'n relatief klein bedrag wat variabel is, ben ik bang dat die Dordtenaar zegt, die paar euro meer maakt me ook niet uit. Waarom is er niet gekozen voor een kleiner bedrag als vast tarief en de prikkel vergroten met een variabel tarief? Of is dat politiek? De voorzitter: Is de prikkel groot genoeg? Ik vind het een technische vraag dit. De heer Gorter: Dank u wel. Mevrouw Dreuning: In de presentatie die ik de vorige keer heb gegeven tijdens de sessie zat er een correlatiewolk. Ik weet niet of u zich die nog kunt herinneren. En de correlatiewolk in Nederland, daarin hebben zich alle gemeenten geplot die een recycletarief hebben ingevoerd in Nederland.

En dan hebben we naast elkaar neergezet wat het effect is op het restafval en wat het tarief is per 100 liter. En wat uit die correlatiewolk blijkt, is als je een hoog variabel tarief hebt, dan heb je inderdaad een lage hoeveelheid restafval. Aan die kant om werkt de correlatie wel. Maar als je een laag variabel tarief hebt, hoeft dat niet te betekenen dat je niet hetzelfde succes hebt op je gescheiden inzameling. Met een laag tarief kun je dezelfde resultaten halen als met een hoog tarief. En het meest duidelijke voorbeeld dat wij in Nederland hebben, is inzameling van statiegeld op blikjes. 10 cent waar mensen 20.000 uur in de apparaten blikjes gaan gooien. Het kopen van een plastic zakje, wat 5 cent in de winkel kost. Laat maar zitten. Ook kleine financiële prikkels in Nederland werken. En we zien dat

25

ook gemeenten die een laag variabel tarief hebben ingevoerd dezelfde stappen kunnen zetten. En volgens mij is het in Zwijndrecht niet hoger dan bij ons. De heer Fokkens: Een kleine aanvulling. De voorzitter: Nog een aanvulling. Is goed. De heer Fokkens: In Zwijndrecht is het tarief niet 1,50, maar 1,70. Vrijwel gelijk. En daar kunnen ze deze resultaten mee halen. Met 1,50 is de prikkel vrijwel gelijk. Ik verwacht dat in Dordrecht het redelijk dezelfde kant uit kan gaan. Alleen het moet zich ook in een aantal jaar bewijzen. We gaan nog bezig met de begroting van volgend jaar en we kijken, samen met de beslissingen die nog gemaakt worden, welke tarieven dan haalbaar zijn. De voorzitter: Maar goed, we gaan niet de discussie hier voeren of dat u dat gelooft, ja dan te nee natuurlijk, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Nee, daar gaat het mij niet om. Ik bedoel eigenlijk meer, er zijn vanuit 2024 weer nieuwe ervaringscijfers, die toch wel allemaal dezelfde kant uitwijzen. Dat het effect ervan er gewoon is. En dan eigenlijk wat ik wil zeggen, ik vind dat die bewoner te weinig beloond wordt voor zijn werk om te scheiden. Want dat bedoel ik eigenlijk te zeggen. De voorzitter: Maar uiteindelijk is er dan toch weer de politieke discussie, die we dan dadelijk gaan voeren, mijnheer Gorter. Wie? De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Eigenlijk een verhelderende vraag.

Een klein jaar geleden hadden wij het over het grondstoffenplan. We hadden een RIB gekregen, medio september 2023 of iets later, waarin heel duidelijk stond, de afvalscheiding stijgt in Dordrecht van 48 procent naar 56. Hiermee staat Dordrecht nu in de top 5 van de best scheidende, zeer sterk stedelijke gemeente. Echter kijk ik nu naar de bijlage. En er zit een kopje afvalscheiding in Dordrecht en vergelijkbare grootstedelijke gemeenten 2023. Dan zie ik ons op plek 15 terugkomen. Hebben wij het in een jaar tijd zo slecht gedaan? Kunt u daar wat over zeggen? De voorzitter: Ik zie dat er iemand antwoord zal gaan geven. Gaat uw gang. De heer Fokkens: Die vergelijking was gebaseerd op gemeenten zonder recycletarief. En gemeenten met recycletarief doen het beduidend beter als gemeente Dordrecht. Een aantal gemeenten in Brabant, Limburg vallen eronder. En dat zijn die gemeenten die u in dat staatje, ga ik vanuit, ziet. De voorzitter: Ik heb zo'n idee dat eigenlijk het Nederlandse antwoord is dat u appels met peren vergelijkt, mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ik vergelijk geen appels met peren, voorzitter. De voorzitter: Dat zeg ik niet.

26

De heer Kolkiliç: Het staat ook zelfs ... In het jaarverslag van de HVC staat ook dat wij het slechter doen als andere gemeenten. Maar dit heeft niks met tariefprikkel te maken. Het gaat over afvalscheiding. De voorzitter: Wie? Wie kan ik ... U kunt hem altijd nog eventjes indienen natuurlijk, de vraag, mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ik zal hem anders even technisch ... De voorzitter: De heer Stolk heeft een vraag.

De heer Stolk: Ik heb een korte vraag. Er werd de begroting vertoont van een 19 miljoen. Dat is dadelijk als er op deze manier gewerkt wordt. Maar is er ook iets te zeggen over wat de kosten nu zijn? Kunnen we hier ook dezelfde kosten ... Of is dat hoger of lager? De voorzitter: Met die 19 miljoen die er nu staat van ... Die stond er net. Maar uw vraag was, of dat te vergelijken ... Sorry? De heer Stolk: Hoe is het op dit moment? Is het hetzelfde bedrag? Kunnen we daar vanuit gaan? Of zit er meer winst in of zit er minder winst in? Of welke voegen dan ook. Mevrouw Dreuning: De begroting die u net zag, die 19,6 miljoen, dat is het huidige bedrag onder de huidige omstandigheden. Wij weten nog niet exact wat de begroting voor het komend jaar doet. Wij hebben op de huidige begroting de tariefprikkel uitgelegd. Wat we wel hebben meegenomen, is dat we ... Wat we wel weten, is dat in het nieuwe systeem je bespaart op de verwerkingskosten. En daarvan hebben we in ieder geval die 4 ton al in dat voorbeeld meegenomen. De voorzitter: Wie? De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Ik las, als het goed is, in het voorstel dat het verbranden van afval duurder is dan het hergebruiken.

Is dat sowieso het geval of is dat het geval nadat er een verbrandingsbelasting is ingevoerd? Mevrouw Dreuning: Het ligt een heel klein beetje aan de recyclemethode, maar over het algemeen is het zo dat voor bijna alle grondstoffen geldt dat recycling goedkoper is dan verbranding. We hebben een aantal stromen die we gescheiden inzamelen, maar dat doen we met name vanwege de volksgezondheid, zoals bijvoorbeeld chemisch afval en asbest, waarbij de recyclekosten hoger liggen dan het verbranden van restafval. Maar het verbranden van restafval is een zeer dure methode in zijn algemeenheid ten opzichte van recycling. De voorzitter: Nog een vraag, mijnheer Van Pelt? De heer Van Pelt: Ja. Ik ben wel even nieuwsgierig hoe dat met dat recyclen dan zit. Want die grondstoffen worden aangeleverd, die worden neem ik aan dan doorgespeeld naar een industrie die daar weer nieuwe producten van maakt, stel ik me zo voor. Is dat

27

dan iets wat in de regio gebeurt, in het land of gaat dat, wat je ook weleens leest, naar Azië wordt dat verscheept en daar doen ze er dan mooie dingen mee. Is daar een beetje zicht op hoe dat loopt, dat proces? Mevrouw Dreuning: Ja, over het algemeen is daar heel goed zicht op. Ik zal niet zeggen dat er niet nog eens ergens ... Maar er is een wereldmarkt. En de wereldmarkt bepaalt wel wat de kosten voor recycling met zich meebrengt. Het is niet zo dat het in een hele kleine omgeving wordt bepaald of het een opbrengststroom is of dat hij een kostenstroom is en hoe hoog dat prijspeil op dit moment ligt. De voorzitter: Terug naar Dordrecht weer vanuit de wereldhandel. De heer Gorter nog? De heer Gorter: Ja, even voor mijn beeldvorming. Die 19 miljoen gaat toch alleen over het restafval? Totale afval? Kunt u aangeven wat dan het deel is wat dan betrekking heeft op het restafval? De voorzitter: Van die 19 miljoen, bedoelt u? De heer Gorter: Van die 19 miljoen, over welk deel hebben we het dan waar we deze misschien wel heel ingewikkelde materie voor in het leven gaan roepen? Mevrouw Dreuning: Zo werkt het recycletarief niet, want ik begrijp waar de vraag vandaan komt. We hebben niet een recycletarief dat we alleen op de kosten van het restafval zetten. Het is niet zo dat we de keuze maken om de kosten van het restafval separaat in rekening te brengen, specifiek aan de inwoners.

We hebben de totale kosten die in de afvalstoffenheffing zitten. En omdat we op de totale kosten zeggen, wij willen graag met een prikkel onze inwoners bewust maken van het feit dat we grondstoffen moeten scheiden en minder restafval moeten aanbieden, kiezen we ervoor om een deel van de totale kosten middels het restafval bij de inwoners in rekening te brengen. Het is niet zo dat die 1,50 toe te rekenen zijn aan alleen maar het restafval of dat dat het hele restafval bedraagt. Die link tussen de kosten ... Het gaat over de totale heffing. En in die totale heffing kiezen we ervoor om een deel van de kosten in de tariefprikkel te stoppen. De voorzitter: De heer Stolk. Ik zie de heer Gorter nog steeds nadenken. De heer Stolk. De heer Stolk: Het gaat toch even over voor- of nascheiding. We hebben het vorige keer, een maand geleden gehad en toen waren er echt deskundigen die zeiden, het is misschien wel beter om toch eens een keer na te denken over nascheiding. Nou is dit hele traject ... Vanaf ‘21 tot ‘25 loopt dat nu. Maar wat gebeurt er nu als toch blijkt als het ingevoerd is dat het eigenlijk niet zo werkt als dat het gepland is? De voorzitter: Ik begrijp de vraag natuurlijk, maar wij hebben het op dit moment over het recycletarief. Daar hebben we toe besloten. Een wat dan vraag is ook een politieke vraag meer. Dan denk ik niet dat we dat aan de ambtenaren ...

Daar moeten neerleggen, mijnheer Stolk. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Voorzitter, ik heb drie vragen. Is het goed als ik ze gewoon per stuk stel, antwoord en dan door naar de volgende vraag? Dat is misschien makkelijk ...

28

De voorzitter: Dat is altijd veel duidelijker, mijnheer Kuhlmann. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dan begin ik met de eerste vraag. En die gaat over, in het raadsvoorstel staat dat het college uitvoering gaat geven aan de notitie implementatie recycletarief. En in die notitie staat op pagina 17 ... Wordt ook de medische container aan huis genoemd. Nou weet ik ook dat er in de notitie op verschillende plekken verschillende opties staan. Maar even voor alle duidelijkheid. Ik ben gewoon benieuwd als dit voorstel zou worden aangenomen, betekent dat dat die medische container dan wordt geïntroduceerd? Of begrijp ik dat verkeerd? De voorzitter: Niet alle twee tegelijk, alstublieft. De heer Fokkens: Dit is typisch een vorm van maatwerk. Voor medisch afval is net uitgelegd dat we daar een financiële compensatie voor in het leven hebben geroepen. Er zijn op het moment een heel klein aantal huishoudens met stoma-afval. En dat is een maand in de tuin niet echt een pretje. Daar hebben we die container voor medisch afval verstrekt. Dat is typisch hoe we in kunnen spelen op individuele gevallen, binnen de kaders van de afvalstoffenverordening en de regels die we afspreken. Mevrouw Dreuning: En voor de zekerheid, die medische container gaan we niet in het leven roepen, die bestaat al. We hebben al mensen die daar gebruik van maken. De voorzitter: De tweede vraag, de heer Kuhlmann.

De heer Kuhlmann: Dank. Helder. Er is in de presentatie ook gesproken over pilots die er uitgevoerd zijn of die lopen. Ik ben even benieuwd, heb ik het goed dat er geen pilot loopt of gelopen heeft met het betalen per zak of per kliko? Mevrouw Dreuning: U bent correct. In Dordrecht heeft er geen pilot gelopen voor het betalen per bak of kliko. Wat ik u ook zei, we hebben natuurlijk wel meer dan de helft van de gemeenten in Nederland waar dit ingevoerd is, waar wij cijfers van hebben. De voorzitter: En dan vraag drie. De heer Kuhlmann: Dat is meteen een mooi bruggetje naar inderdaad de derde vraag. Want er werd inderdaad ook gerefereerd aan de ervaring in andere gemeenten. Er zijn natuurlijk heel veel verschillende gemeenten in Nederland. En sterker nog, de meeste gemeenten zijn natuurlijk gemeenten met veel minder inwoners, met een veel meer plattelandskarakter. En omdat er verschillende eigenschappen zijn tussen gemeenten, werkt natuurlijk zoiets anders uit. Ik ben benieuwd, heeft u ook cijfers voor gemeenten met die vergelijkbaar zijn met Dordrecht, met 122.000 inwoners of meer, wat daar de ervaringen zijn? Mevrouw Dreuning: Als we kijken naar afvalinzameling, dan is het niet per se de hoeveelheid inwoners, maar het heeft te maken met welk type bebouwing wat belangrijk is. Of je veel hoogbouwpercentage in je gemeente hebt.

En wij hebben ook contacten met bijvoorbeeld een Gouda, een gemeente als Deventer, een gemeente als Maastricht. Dat zijn allemaal grootstedelijke gemeenten die met grootstedelijke problematiek,

29

multicultureel, veel laagtaligheid, veel verschillende bebouwing, veel mensen die in appartementen wonen en die niet heel veel inpandige opslag hebben. En die hebben ook goede resultaten gehaald met de invoering van het recycletarief. De voorzitter: Jazeker. De heer Kuhlmann: Want ik hoor zeggen, Gouda en Deventer. Dat zijn natuurlijk gemeenten die echt een flink stuk kleiner zijn dan Dordrecht. Maastricht is misschien iets vergelijkbaar qua inwoneraantal, maar natuurlijk qua verdere samenstelling wel echt ook weer wat anders. Is er een gemeente ... Want er zijn natuurlijk best een aantal gemeenten die natuurlijk qua omvang en samenstelling wat beter te vergelijken zijn met Dordrecht. Zijn er gemeenten die goed te vergelijken zijn met Dordrecht, waar men werkt met deze systematiek van betalen per zak of per kliko? En zouden we daar wat meer over kunnen horen, over de ervaringen in die gemeenten? De voorzitter: Zijn er inderdaad die voorbeelden met betrekking tot ongeveer gelijkwaardige gemeentes? De heer Fokkens: De gemeenten die Sjaak genoemd heeft, die zijn juist heel erg vergelijkbaar door de problematiek met veel hoogbouw en ook een historische ‘...’ van behoorlijke omvang. Maar er zijn ook grotere gemeenten, zoals gemeente Ede en Apeldoorn, die qua bewonersaantallen weer groter zijn. Ook die kunnen we vergelijken.

Alleen die hebben weer iets minder hoogbouw als gemeente Dordrecht. Daarom vind ik ze minder vergelijkbaar. Maar ze zijn er zeker. De voorzitter: De heer Gorter. Sorry, de heer Katif ook? Was een bescheiden vingertje, mijnheer Katif. De heer Katif: Zo moet je ook zijn. Wij mogen namelijk niet uit de benchmark citeren. En volgens mij de vragen zoals ... Terechte vragen van de heer Kuhlmann ... De voorzitter: Piep. De heer Katif: Piep. Staan wel een aantal dingen in. Die staan er echt in. De voorzitter: Ik bedoel, er wordt niet geciteerd natuurlijk op dit moment. De heer Katif: Dat doe ik ook niet. De voorzitter: Maar correct dat die benchmark inderdaad staat als vertrouwelijk. Maar goed, die is wel beschikbaar natuurlijk, maar dan inderdaad in alle vertrouwelijkheid. De heer Fokkens: En er is ook een openbare versie van het rapport. Die is voor iedereen online ook zichtbaar. Daar is ook al heel veel informatie juist op dit niveau te vinden. De voorzitter: Nou moet ik wel persoonlijk even zeggen dat ik niet begrijp waarom een benchmark als vertrouwelijk staat. Maar ik kijk naar de griffie. Maar goed, de wethouder weet het wel? Ja. Ik begrijp ook niet alles. Mevrouw Van Engelen.

30

Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik ga nog even terug naar een onderwerp wat net in het begin was. Waren er nog vervolgvragen aan de andere kant? Nee. Want de vraag van de heer Gorter aan het begin over de balans tussen vast en variabel tarief vond ik wel een interessante. Nu hebben we het vaste tarief in het begin nog nodig om de kosten te dekken. En het variabele is het voordeel wat we de inwoner kunnen bieden. Maar ik hoorde ook een soort hoop om de inwoner nog meer te belonen. Zijn dat knoppen waar we later nog aan kunnen draaien? Stel dit werkt gigantisch goed in Dordt en we kunnen dat vaste tarief naar beneden gooien en de inwoner nog meer controle geven over wat ze zelf gaan betalen voor restafval, is dat iets waar we nog aan kunnen draaien of staat dit straks vast voor de komende tien jaar? De voorzitter: Volgens mij zijn knoppen juist om eraan te draaien altijd. Maar gaat uw gang. Mevrouw Dreuning: Het is in andere gemeenten ook wel gebruikelijk. Wat we altijd adviseren, is om als je start het percentage uit het vastrecht zo hoog mogelijk te houden, omdat je nog niet weet hoe je eigen inwoners exact gaan reageren. Op het moment dat je wat verder bent in het traject, zou je inderdaad de keuze kunnen maken om meer naar het variabel recht neer te zetten en minder naar het vastrecht.

Wat andere gemeenten ook nog weleens doen, is dat ze alle verhogingen van de kosten in de toekomst naar het variabel recht alleen maar omslaan. Dat betekent dat je het vastrecht min of meer dan vasthoudt en dat je alle verhogingen ... Want ook in de toekomst, zoals we al zeiden, de verhoging van de CO2-heffing en de verhoging van de verbrandingsbelasting komen er gewoon aan. Het is niet zo dat het heel veel goedkoper gaat worden in de toekomst. We verwachten dat het duurder wordt, maar dat dat alleen op het variabel terecht omgeslagen gaat worden. Die opties zijn er. De voorzitter: De knoppen zijn er om aan gedraaid te worden. De heer Gorter.

De heer Gorter: En de knoppen zijn om ingedrukt te worden. Die zijn er ook nog. Ik moet in een keer denken, ik woon in het mooiste hofje van Dordrecht. Daar hebben wij een prachtig systeem. We hebben niet allemaal een grijze bak en we hebben niet allemaal een groene bak. Ik heb een grijze bak. Die gebruik ik samen met mijn buurman. En ik heb de groene bak niet, want die mag ik gebruiken van mijn buurman. Ik heb groen niet, grijs wel. Zijn daar ervaringen mee? Want de hele binnenstad werkt op die manier, het delen van bakken. Hoe gaan we dat meten? Hoe gaan we ervoor zorgen ... Want ik zie het helemaal gebeuren, er komen straks allemaal bakken bij, want ik wil niet voor mijn buurman betalen. Hebben jullie daar ervaring mee? Hebben jullie daar rekening mee gehouden? Kennen jullie dat fenomeen in de stad? Kijk, in een heleboel wijken buiten Dordt heeft iedereen zijn eigen bak, maar in het centrum worden bakken gedeeld. De voorzitter: Het is wel mooi dat er bakken gedeeld worden, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Kliko’s gedeeld worden. De voorzitter: Maar dan is de vraag of dat daar rekening mee worden geworden?

31

De heer Gorter: Kliko’s gedeeld worden. Want anders in zo'n klein straatje, dan staat het helemaal vol met bakken. Dat wil je niet. De voorzitter: Ik denk dat de vraag duidelijk is. Wordt daar of kan daar rekening mee worden gehouden? Mevrouw Dreuning: Technisch gezien kan de lezer van de chip niet zien welke zakken van u en welke zakken van de buurman in de bak zitten. Laten we daar heel duidelijk over zijn. Dat leest hij niet uit. Weten wij niet uit gemeenten waar deze varianten nog steeds wel gebruikt worden? Ja, dat gebeurt in andere gemeenten ook nog steeds, ook waar een tariefprikkel is ingevoerd. Maar dat behelst dan wel dat u en uw buurman samen door een deur kunnen en samen de rekening kunnen delen. En dat dat is dan wel het effect. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: U kunt blijven delen, hoor ik, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Ik deel graag, maar ik weet als het deel over geld gaat, dan worden heel veel mensen ... Nogmaals, is die ervaring er? Want dat is eigenlijk de vraag die ik heb. Want ik kan me voorstellen dat dat toch wel probleempjes gaat opleveren. Mevrouw Dreuning: Zoals ik al zei, die variant kennen we inderdaad wel dat dat gebeurt. Het gebeurt, moet ik ook wel heel eerlijk zeggen, meer met grondstoffencontainers, waar geen tariefprikkel op zit, dan met restafvalcontainers. De voorzitter: Ik hoor een uitnodiging. De heer Van den Berg.

De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Kunnen inwoners straks ook, naast dat ze een container hebben aan huis, dan een afvalpas krijgen, zodat ze zelf ervoor kunnen kiezen om hun afval eventueel wel in de container die ze op het pad hebben staan te doen of eventueel met die vuilniszak de wijk in te lopen ... De voorzitter: De keuze tussen een zak of een kliko, toch? De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Heel simpel. Zak of bak. De heer Van den Berg: En eigenlijk wel de mogelijkheid hebben om een pas te hebben en een container op pad. De voorzitter: Kan dat? De heer Van den Berg: Is dat een optie? Mevrouw Dreuning: Dat is niet een optie die we in eerste instantie voorzien hebben. En de reden daarvoor is dat we heel goed kijken naar de hoeveelheid ondergrondse containers die er nodig zijn voor de mensen die daadwerkelijk alleen maar aangewezen zijn op een ondergrondse container.

32

En als we vervolgens mensen uit de laagbouw, die wel de mogelijkheid hebben om een bak aan huis de stallen, vervolgens daar ook op laten gaan, dan moeten we heel veel meer containers in Dordrecht gaan plaatsen. En de vraag is of die infrastructuur past, met name in de wat drukkere wijken in de binnenstad. De voorzitter: De vraag stellen, is hem beantwoorden bijna, denk ik. Ik kijk eventjes rond naar de commissie. De heer Katif nog. De heer Katif: Voorzitter, ik durf hem haast niet stellen, want ik probeer hem technisch te stellen. Als het niet zo is, dan moet u mij maar even corrigeren. De voorzitter: Ik hou mijn hand bij de knoppen. De heer Katif: Ik zie namelijk, althans het college beweert dat een recycletarief noodzakelijk is. Dat hebben we begrepen. En dat hebben we overal kunnen lezen. Maar wat ik eigenlijk niet begrijp, waarom niet in eerste instantie vol inzetten op wat men noemt een betere afscheiding van restafval en gft? Want ik ga niet over nascheiding, want dan wordt het inderdaad politiek. Het lijkt net een soort ei van Columbus, terwijl dat dat niet is. De voorzitter: Maar dan gaat u toch inderdaad naar een ander systeem. En op dit moment ligt hier op tafel natuurlijk het recycletarief. De heer Katif: Dat is het ook, het recycletarief. De voorzitter: Dan wordt het inderdaad een politieke discussie, mijnheer Katif.

Ik begrijp hem, maar daar zijn we hier op dit moment niet voor. De heer Katif: Hoe noodzakelijk is dat eigenlijk dat je in een recycletarief invoert? De voorzitter: Maar ook dat is een hele politieke vraag, mijnheer Katif. De heer Katif: Laat maar. De voorzitter: Ik kan er ook niks aan doen. De heer Fokkens: De keuze is inderdaad politiek. Waar we gewoon ambtelijk naar gekeken hebben, is ook landelijk, ook in vergelijkbare gemeenten, wat doet de inzameling, hoe kan je de nuttige toepassing van grondstoffen verhogen en de hoeveelheid afval wat je moet verbranden verlagen en wat doet dat met de kosten? De voorzitter: En daarvoor ligt er op dit moment een besluit over ... De heer Fokkens: Ook in de benchmark is dit het systeem. De voorzitter: Ik begrijp de poging, maar ik had hem eigenlijk al afgekapt. Vandaar. De heer Katif: Voorzitter, sorry, maar het was echt een technische vraag. Zoals de heer naast mij ...

33

De voorzitter: Het is toch fijn dat er een kort antwoord wordt gegeven, mijnheer Katif. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik heb ook een vraag die ik eigenlijk niet durf te stellen, maar het gaat over het volgende. Een tijdje geleden maakte ik een praatje met de schoonmaakster bij ons op het werk. En wij scheiden daar ook keurig het afval. Maar zij vertrouwde mij toe dat ... Ze zei, als jullie allemaal weg zijn, dan kieper ik van die drie bakken alles in een vuilniszak en dan wordt er iets mee gedaan. En ik had weleens vaker zo'n soort gerucht vernomen dat soms ook ander materiaal toch wordt verbrand, omdat het een energiewaarde heeft, enzovoorts. Gaat dit ergens over of is het echt een complottheorie? De voorzitter: Complottheorieën gaan we hier zeker niet aan doen. Maar waar u het over heeft, is bedrijfsafval. En waar wij hier nu over hebben, is huishoudelijk afval en de scheiding daarin. En dat is een hele andere discussie, mijnheer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dat gaat over hetzelfde afval hoor. De voorzitter: U stelt het, maar we hebben het hier over huishoudelijk afval en niet over bedrijfsafval.

De heer Van Pelt: Dan gaat de vraag natuurlijk over huishoudelijk afval. Waar het mij om gaat, is dat er dat soort verhalen wel de rondte gaan. En dat ik eigenlijk wel benieuwd ben, is dat waar? Gebeurt dat of gebeurt dat soms? Wat is het reële beeld hier dan in? De voorzitter: Heel kort dan. Mevrouw Dreuning: De enige reden waarom grondstoffen verbrand worden, is als ze afgekeurd worden. Als er te veel vervuiling in zit en dan een vracht afgekeurd wordt. En dan kijken ze ook nog of ze eerst een deel van de vracht alleen maar hoeven te verbranden. Want onder alle omstandigheden is het gunstiger om een stroom die gescheiden ingezameld is te recyclen dan om het te verbranden. De voorzitter: Heeft u toch nog een kort antwoord, mijnheer Van Pelt. De heer Van Pelt: Ik vond het eigenlijk best een goede vraag. De voorzitter: Ik ken meer mensen die dat vinden. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik heb zojuist even die benchmarks gelezen. Ik ga natuurlijk niet vertellen wat erin staat. Maar ik kan wel vertellen wat er niet in staat. Daar staan geen zaken in over naastplaatsingen of handhavingskosten.

En dat is natuurlijk iets wat wel van belang is, omdat we ons natuurlijk zorgen maken over, hoe pakt dat uit? En daarom gewoon de technische vraag, is het mogelijk om een sessie te organiseren waarbij er mensen vanuit een gemeente met meer dan 122.000 of 120.000 inwoners,

34

echt met een beetje stedelijk profiel, waar men werkt met dit systeem van betalen per zak of per kliko, waar men wat meer informatie geeft over, wat is in de praktijk ... Hoe loopt dat met naastplaatsingen, met handhavingskosten? De voorzitter: Maar in feite stelt u om daar een aparte sessie voor te beleggen dan? De heer Kuhlmann: Ik snap dat nu vandaag daar het antwoord niet voor op te geven is. Maar ik ben benieuwd, hebben uw collega's in het land ... De voorzitter: Ik geef de ambtenaren de kans. Het is eigenlijk een technische vraag voor extra meer info. Is daar een antwoord op te geven? Mevrouw Dreuning: Als u naar een van de andere bijlagen kijkt, die bij het stuk zijn gevoegd, daar zit ook een rapport in van IPR Normag. En dat gaat meer in op de bijplaatsingen en op de vervuiling van de grondstoffen van de gemeenten die een recycletarief hebben ingevoerd. En dat geeft waarschijnlijk meer achtergrond en inzicht in de vraag die u stelt.

De heer Kuhlmann: Concrete vraag. Gewoon een gemeente met 122.000 inwoners of meer met een stedelijk profiel, zoals Dordrecht, als wij dat ... Dat is natuurlijk nu niet de vraag. Maar als de wens van de commissie is om daar iets mee te doen, zou u dat kunnen organiseren? De heer Fokkens: Dat kan, want bij de zoektocht naar sprekers voor de sessie die we onlangs gehad hebben, is ook contact geweest met Gouda en gemeente Ede. En die konden niet aanwezig zijn, maar die hebben ons allebei uitgenodigd om ook langs te komen, als daar behoefte aan is. Deventer zou ook kunnen, maar dat is wat verder weg. Die ruimte is er zeker. De voorzitter: Maar goed, dat is uiteindelijk natuurlijk aan de commissie en bij de griffie om dat te agenderen natuurlijk. Wie? De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik werd nog even getriggerd inderdaad door het antwoord op de vraag van de heer Van Pelt. Wie bepaalt uiteindelijk dat die grondstoffenstroom wordt afgekeurd en dan richting de verbranding gaat? Mevrouw Dreuning: Degene die de verwerker is, die accepteert al dan niet de grondstoffenstroom die wij aanleveren. En daar zijn acceptatiecriteria voor. En die acceptatiecriteria hebben wij ook. En aan die acceptatiecriteria wordt getoetst. En als we het dan bijvoorbeeld over ... Laten we dan maar een voorbeeld nemen.

Als we het over pbd hebben, plastic, blik en drinkpakken, dan heeft de verpakkingsindustrie, samen met de VNG, dat is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ... Die wordt dan vertegenwoordigd door de branchevereniging. En de sorteerders. Die hebben allemaal rond de tafel gezeten.

35

Daar is een volledig convenant met toetsingsmethode uit opgesteld. En die toetsen dan bij aankomst, bij de verwerking of die vracht voldoet aan. En aan de hand daarvan wordt er een besluit genomen. De voorzitter: Beste commissie ... De heer Fokkens: En het is ook altijd mogelijk, als er behoefte aan is, om gewoon bij HVC te kijken hoe dat in zijn werk gaat. Want ik ben er zelf ook weleens geweest, omdat ik me afvroeg waarom er afkeur was. En dan zie je in de praktijk wat er goed gescheiden wordt en wat er ook misgaat. De voorzitter: Volgens mij zijn er zelfs op YouTube allerlei filmpjes te vinden waar je op kan zien inderdaad hoe dat gebeurt. Tenminste, daar heb ik het weleens op gezien. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nog even op dit punt. Het zit hem echt, de zorg om de naastplaatsingen en wat je op straat ziet, hoeveel zakken ernaast een bak komen wanneer je dit invoert. En we horen natuurlijk hele enthousiaste verhalen. Maar ik ben toch even benieuwd. Ik zit te kijken, Gouda is echt een heel ... Dat zijn 50.000 inwoners minder. Dat is wel een hele andere schaal.

Maar als het lukt om inderdaad in een gemeente die echt goed vergelijkbaar is met Dordrecht, dat is misschien logistiek wat onhandig om daar dan helemaal naartoe te gaan, maar als er iemand van daar hiernaartoe kan komen om ons even mee te nemen van, waar loopt men tegenaan en hoe wordt dat opgelost? De voorzitter: Uiteindelijk is dat natuurlijk aan de commissie om dat te beoordelen of we dat die manier nog doen of dat we voldoende info hebben. De heer Gorter nog een keer? De heer Gorter: Ja. Mag ik even reageren, via de voorzitter, op mijnheer Kuhlmann. De voorzitter: Zeker. Ja. De heer Gorter: Begrijp ik het goed, is dat eigenlijk de vraag is, de VVD is bang dat de Dordtenaar de zak naast de container gaat zetten of naast de bak gaat zetten? Dat is eigenlijk de vertaling. De voorzitter: Dan wordt het weer politiek. De heer Kuhlmann vraagt alleen om info. De heer Gorter: Om te ontwijken dat je het niet hoeft te betalen, zet je de zak ernaast. Ik weet niet hoe je dat met een bak moet doen. Maar ik snap hem niet helemaal. Kijk, een zak snap ik. Maar een bak kan je er naar mijn idee niet naast zetten. Die inhoud moet je toch ergens laten. De voorzitter: Maar goed, we gaan in discussie met elkaar. Dat was niet de bedoeling van deze sessie. Begrijp ik wel. Maar de heer Kuhlmann geeft alleen maar aan dat hij info wil hebben. En daar zit dan ... U vult dat in van, wat zit erachter?

36

De heer Gorter: Dat begrijpen we elkaar verkeerd. Ik vind zijn vraag heel interessant, omdat ik die vraag ook al heb. Alleen ik kan hem met een zak begrijpen, maar met een bak niet begrijpen. Ik probeer een beetje de gedachtegang achter die vraag wat helder te krijgen. Overigens is dat volgens mij dan voor iedereen van belang. Niet alleen voor mij. De voorzitter: Bijplaatsen doe je met een zak en niet met een bak, volgens mij. Met andere woorden, we hebben het over zakken dan toch, mijnheer Kuhlmann? Juist. Duidelijk. Wie nog meer? Dan ga ik concluderen. Mevrouw Van Engelen toch nog? Een heel klein vingertje was het. Dat ik dat ga doen nu, is dat goed? Dat ga ik ook even ... Wees maar niet bang. Ik ga dat even opnoemen. Maar ik vraag alleen even of de commissie klaar is op dit moment met het stellen van vragen over de info. De vraag is, is er voldoende informatie verzameld om tot een politiek standpunt over het raadsvoorstel te komen, plus behandelbesluit over de raadsinformatiebrief met achtergrondinformatie. Voorstel is natuurlijk om de RIB ter kennisname naar de raad te sturen. Het is feitelijk achtergrondinformatie. De heer Kuhlmann.

De heer Kuhlmann: Of we voldoende informatie hebben, daar denken wij dat we toch nog wat meer informatie kunnen gebruiken. En dat zit hem dan specifiek in dat aan de ene kant natuurlijk een lopende presentatie zojuist. Aan de andere kant ook het risico met naastplaatsingen. En voordat we een volgende stap zetten, om eventjes echt goed stil te staan van, wat zijn de ervaringen in vergelijkbare gemeenten op dit onderwerp? De voorzitter: U stelt gewoon voor om beeldvormend nog inderdaad op dit onderwerp verder te gaan. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dank u wel. Normaal gesproken sta ik te springen voor een voorstel, zoals de heer Kuhlmann nu doet, want informatie is er bijna nooit genoeg. Maar ik merk dat ik er nu een beetje moeite mee heb, omdat we zijn al heel erg lang bezig met de afvalproblematiek. Dit beleid is gebaseerd op politieke keuze die lang geleden al zijn gemaakt. En de Dordtse inwoner zit al heel erg lang op ons te wachten, totdat er helderheid is. En we hebben het hier vanavond over dat recycletarief. Daar bijkomstig dat we een uitgebreide technische sessie hebben gehad over afval, waarin ik me in ieder geval kan herinneren dat we het ook over naastplaatsing hebben gehad. Want ik heb daar een verhaal gehoord dat dat wel een correlatie heeft met een tariefprikkel. Dat het geen correlatie heeft met een tariefprikkel.

Wat mij betreft hebben we daarover ook al veel informatie ingewonnen. Niet alleen deze periode, maar ook zelfs in de vorige raadsperiode al. Ik voel nu eigenlijk toch een soort plicht naar de inwoners om nu politieke keuzes te gaan maken. Want alle informatie die we willen, daar zit natuurlijk ook een politieke gedachte achter. En ik denk dat we daar allemaal wel over uit zijn. Laten we het ook met elkaar nu gaan doen, met elkaar in debat gaan en die keuzes maken, zodat de Dordtse inwoner ook duidelijkheid krijgt en dat dit niet als een onzekerheid boven het hoofd blijft hangen. De voorzitter: Om even samen te vatten, u vindt dat dit stuk ter kennisname kan naar de raad? Oordeelsvormend ja, sorry. Staat het er? Ja. Ik zit even te kijken in het voorstel. Inderdaad oordeelsvormend om dat nader te bepalen. De heer Kolkiliç.

37

De heer Kolkiliç: Voorzitter, ik zal kort zijn. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Kuhlmann. De voorzitter: Ik hoor oordeelsvormend. Ik hoor meer info. De heer Katif. De heer Katif: Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Kuhlmann. De heer Gorter: Wij ook bij de heer Kuhlmann. Dit is allemaal gebaseerd op cijfers van ’23. Ik zou dan echt ook wel de cijfers van ‘24 willen zien. Ik weet niet wanneer die gereed kunnen zijn? De voorzitter: Ik heb volgens mij goed geluisterd. En die zijn pas aan het einde van dit jaar beschikbaar. De heer De Vries. De heer De Vries: Dank u, voorzitter. Wij sluiten ons ook aan bij het voorstel van de heer Kuhlmann. De voorzitter: Meer info? De heer De Vries: Ja. De voorzitter: Hoeveel moeten we er hebben daarvoor? Drie? Drie. Kijk, dan hoor ik inderdaad dat in ieder geval voldoende mensen nog voor meer info zijn. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Als aanvulling op de heer Kuhlmann. Er zijn ook gemeentes van vergelijkbare grootte die dit systeem hebben ingevoerd en weer hebben afgeschaft. Ik denk dat dat ook wel handig is om dat misschien mee te nemen. Bijvoorbeeld Arnhem en Enschede, om maar een voorbeeld te geven. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dat is een aanvulling.

Het rechtvaardigt ook namelijk datgene wat de heer Kuhlmann ook zegt, dat je gewoon meer informatie moet hebben in vergelijkbare steden. Het klinkt onaardig, maar het is gewoon zo. We moeten gewoon een afgewogen beslissing nemen als raadsleden. En ik vind dat je daar ... Je moet alles gewoon weten. En dan kun je gewoon gedegen een besluit nemen. De voorzitter: Ik kijk ook nog eventjes naar de griffie. Er is een meerderheid voor nog een beeldvormende sessie. En dan even met betrekking met name tot vergelijkbare steden en ook met betrekking dan tot bijplaatsing. Dat is wat ik in ieder geval gehoord heb. En dan denk ik dat dat uiteindelijk de conclusie is. En dat we dan daar weer verder in gaan. En dan sluit ik deze vergadering. En dan wens ik u een prettige avond nog. En neem de spullen alstublieft mee. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.

38

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38201