CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 2025.02.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 519.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 11 FEBRUARI 2025 Vergaderzaal 3 1. Werkgeversdelegatie 2. Agendacommissie 3. Werksessie mediabeleid Dordrecht (consultatie) Voorzitter: Mevrouw Boom-Vos Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Okkerse (SP) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Walderveen Insprekers: dhr. Van Valburg De voorzitter: Het leukste van de hele avond vind ik altijd, welkom. Hij doet het maar twee keer. Welkom, raads- en commissieleden en ... Hij is gestopt. Sorry, ik werd iets te enthousiast. Welkom aan wethouder Van der Linden, namens het college. En welkom aan onze gasten, mevrouw Van Walderveen en de heer Van Valburg. Ik ga eerst even aan iedereen voor het verslag vragen om voor te stellen. En dan ga ik daarna even het verloop van de avond schetsen.

Kan ik bij mij links beginnen? De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. Mevrouw Van Walderveen: Jeanette van Walderveen, ambtelijke ondersteuning.

1

De heer Van Valburg: Bert van Valburg, Media Adviseurs Nederland. De heer Katif: Jacques Katif. Beter voor Dordt. De heer De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Van der Spoel: Wouter van de Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Karin Boom. En ik mag de voorzitter zijn vanavond. We gaan het hebben over mediabeleid. Mooie volle zaal. Mediabeleid is een onderwerp waar we ons voor een tweede, misschien wel een derde keer over buigen. En ditmaal in consulterende zin. Het vorige mediabeleid kon niet op voldoende steun van de commissie rekenen. En er werd geconstateerd dat de vorige portefeuillehouder, de heer Kolff, een werksessie en een expertsessie had toegezegd ter voorbereiding op het mediabeleid.

Dat is toen alleen bij een expertsessie gebleven. En dat gaan we nu vandaag herstellen. En doen we er ook een werksessie bij. We gaan een consultatie houden met mevrouw Van Walderveen en de heer Van Valburg. En uiteraard namens wethouder Van der Linden. Onze commissie eind 2024 heeft zelf stellingen en vragen aangedragen voor deze consultatie. En op basis daarvan is deze avond voorbereid. We gaan strakjes bij het begin beginnen door ons af te vragen welk type document we verwachten. En daarna worden we steeds concreter. Wat willen we qua mediabeleid? Het is vooral een opbouw van wat we qua mediabeleid hebben. En een volgende keer kunnen we het over organisaties gaan hebben. Maar het gaat vooral nog even denken

2

wat wij als gemeente nu qua mediabeleid willen. Er is een Mentimeter voorbereid. Ik hoop dat iedereen een mobiele telefoon en internetverbinding heeft, maar dat gaat waarschijnlijk wel lukken. Aan de consultatiesessie is ook nog een brief van Via Cultura toegevoegd aan dit dossier. En met uw toestemming houden we deze brief even aan tot de behandeling van het raadsvoorstel mediabeleid. Zoals ik net zei, dan gaan we dieper op organisaties in. Ik zou ter opening het woord willen geven aan wethouder Van der Linden. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stolk. De heer Stolk: Mag ik heel even zeggen dat ik wel aanwezig ben, maar uit belangen dat ik niet meedoe in de discussie. De voorzitter: Goed dat u het even aangeeft. Dat had ik ook kunnen constateren. Maar fijn. Dank u wel. Dan ga ik nu het woord geven. De heer Van der Linden: Dank, voorzitter. Goed ook om bij elkaar te zijn. We hebben natuurlijk enige tijd geleden een beeldvormend overleg gehad over het vorige voorstel wat er lag. En dat beeldvormende overleg eindigde eigenlijk in toch wat oordeelsvormend concluderen. Waarbij in ieder geval voor ons, voor mij als portefeuillehouder, maar ook ambtelijk wel duidelijk was, dit voorstel, op allerlei manieren beantwoordt het niet aan de wens die er in- of expliciet leeft. Waar willen we eigenlijk naartoe? Dat staat wel in het stuk, maar dat was niet duidelijk kennelijk.

Hoe doen we dat eigenlijk? Op wat voor manier willen we eigenlijk kijken naar media? Dan kun je maar een ding doen, is de vraag terug stellen, wat voor kaders wilt u als raad meegeven? En ook, op wat voor manier wilt u een volgend stuk uw kant op zien komen? Dat kan natuurlijk met een startnotitie, zoals we vaker grotere beleidsontwikkelingen starten met een startnotitie. Maar er zijn ook andere vormen. Die zag u in de presentatie staan. Want misschien kunnen we aan de hand van deze sessie al iets verder zijn dan een startnotitie. Maar wat mij betreft hebben we een goede avond als aan het eind in ieder geval wel helder is wat u wilt teruglezen in het uiteindelijke voorstel. En hoe we het gaan organiseren, dat komt daarna. Maar als we dat hebben, dan kunnen we in ieder geval de volgende stap zetten. Tot zover maar eventjes. De voorzitter: Dank u wel. Dan laat ik de presentatie aftrappen door mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: We hebben een aantal vragen bedacht die in Mentimeter in te vullen zijn door u. En na een korte intro krijgt u dan de mogelijkheid om ... Ik zit even te denken, ik heb hem ... Ik twijfel even of ik de laatste versie van de presentatie heb. Maar dan sla ik straks gewoon een sheet over als die er per ongeluk nog in zit. Maar in ieder geval, u kunt inloggen door de QR-code gewoon in uw scherm te laten zien. Of u gaat naar Menti.com.

En dan moet u de code die bovenaan dat scherm staat invoeren. Het kan eigenlijk met iedere telefoon. Als u gewoon het op foto zet, dan kom je

3

meestal al bij de QR-code en bij een link. En dan kom je direct in de juiste presentatie. En als het goed is, krijg je dan gewoon ook als scherm dat wat we nu voor ons zien. En dan kan je zoveel duimpjes geven als je wil inderdaad. En als iedereen een duimpje geeft, dan weten we ook of iedereen erin zit. Dat zijn er nu nog maar tien. Dertien moeten we er hebben. Is er nog iemand die het niet lukt? Twaalf. Dat is het misschien. Hebben we er dan toch genoeg? Nee, we moeten toch ... Of gewoon naar de ... Misschien naar de website gaan. De heer Van der Linden: Jongens, nu maken we er een spelletje van. Dat is niet de bedoeling. Mevrouw Van Walderveen: Ik ben gerustgesteld, is ook de goede versie, want deze sheet verwachtte ik, maar ... Nee hoor, dat niet. Het is dezelfde code. Komt gewoon in hetzelfde scherm uit. Helemaal goed. Dit zijn een aantal functies die wel veel gebruikt worden als de functies van media. Die stonden ook in het vorige beleid, maar ik laat ze hier nog een keertje zien. En de vraag is eigenlijk, welke van deze functies vindt u belangrijk? En dan mag u door te schuiven aangeven, welke vindt u het belangrijkst, welke minder belangrijk? Of is er nog een andere functie waarvan u zegt, die was de vorige keer niet in het beleid genoemd, maar die vind ik eigenlijk ... Die heb ik gemist. Dan kunt u ook anders aangeven. Het is even wennen.

Het is ook meteen de technisch ingewikkeldste vraag. Er hebben nu tien mensen wat ingevoerd. Twee mensen mis ik het antwoord nog van. Maar ik zie een beeld in ieder geval zo van één tot en met drie. En ik zie ook een aantal anders. Daar zijn we wel benieuwd naar, welke functie van media heeft u nog gemist? Ik weet natuurlijk niet wie dat heeft ingevoerd. Is er iemand die anders had ingevoerd? Ja. De heer Bootsman: Jazeker. Ik denk dat ik het sociale stukje nog een beetje mis. Dat zou je natuurlijk ook deels onder binden kunnen zetten. Maar media worden tegenwoordig ook steeds moderner. Je hebt steeds meer de rol van de sociale media. En ook bij jongeren zie je steeds meer dat de sociale media de rol van de confessionele media inneemt. Als ik jongeren spreek zeggen ze, het journaal, wat is dat? Instagram haal ik het nieuws vandaan. Dat bedoelde ik in ieder geval een beetje met dat anders. Mevrouw Schnabel: Mag ik? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Laten we het beetje informeel houden. En als we uit de hand lopen, dan grijp ik in. Mevrouw Schnabel: Ik had nog delen, maar dat valt natuurlijk ook een beetje onder binden. Maar delen in de zin van verhalen delen, inwoners die verhalen delen. Dat. De voorzitter: Ik mis nog wel één persoon. Er is nog steeds één iemand niet ingelogd. Is iedereen ingelogd? Leo is nummer veertien. Die telt niet mee. Vandaar.

Mevrouw Van Walderveen: In de nota waren de doelstellingen ietsje anders geformuleerd. Maar ik heb daar nog eens een keer goed naar gekeken, want daar was ook veel discussie over van, we herkennen eigenlijk te weinig de doelstellingen. Ik heb ze nog eens vergeleken ook met hoe ze in het stuk stonden van, hoe heet dat, mediabeleid van Tilburg. En ik kom tot deze nieuwe formulering van doelstellingen. Ietsje

4

herschreven hoe het stond. En ik ben wel benieuwd, ook weer een rangorde van, welke vindt u het meest belangrijk of is er nog een heel andere doelstelling die u eigenlijk ziet voor mediabeleid? Wat zouden de gemeentelijke doelstellingen voor het mediabeleid moeten worden, of de Dordtse doelstellingen? In het Dordts mediabeleid, wat moet dan terugkomen? Of is het iets heel anders? Dacht u aan iets heel anders? Dan vult u gerust anders in of zet u anders bovenaan. Met deze doelstellingen? De eerste doelstelling is divers en toegankelijk aanbod van betrouwbare media. Dat gaat over de pluriformiteit van het media-aanbod, dat dat divers moet zijn en dat iedereen allerlei media zou moeten kunnen bereiken. Dat we dat willen als gemeente. En dat er betrouwbare informatie in staat. Dat we het belangrijk vinden als gemeente dat je ervan op aankan, dat er geen misinformatie in staat of ... En het andere, de tweede is geen inhoudelijke bemoeienis en sturing, open tegemoet treden van onafhankelijke journalistiek. Dat is een doelstelling die te maken heeft met onze eigen rol als gemeente ten aanzien van de media. Dat kun je beschrijven als gemeente dat je dat belangrijk vindt om richting de media te hanteren als basisprincipe. Het behouden en versterken van een huidig pluriform landschap. Daar komt dat nog een keertje terug. Dat is iets anders geformuleerd dan die eerste doelstelling.

Maar dat gaat vooral ook om echt het brede landschap van aantal media. En het bevorderen van mogelijkheden voor samenwerking, dat is iets wat je ook zou kunnen willen als gemeente, dat je daarop gaat inzetten. Een soort richtlijnen, uitgangspunten. Is het zo iets duidelijker? De categorie anders mag ook. Inspreker: Eigenlijk is het de wat, wat je hier aan wil geven. Wat willen we eigenlijk met ons mediabeleid? En dan zijn er vier genoemd en eentje kun je nog zelf doen. Mevrouw Koene: Maar dat snap ik wel. Alleen het gaat toch vanuit wie gezien? De gemeenten. Ik bedoel, maar de gemeenten zijn voor mij de ambtenaren, bij wijze van spreken. Inspreker: In de gemeente heb je als algemeen gezien beleid. Een coalitieoverleg. Doelstelling van een bepaalde periode van een college. En daar wil je iets mee. Dat wil je aan de bevolking laten zien, wat je doet voor verschillende doelgroepen. En door doelstellingen of kenmerken aan te geven wat je daarin belangrijk vindt, zie je dit soort mogelijkheden aangegeven. De voorzitter: Kan je de gemeente hier ook als raadslid zien? Wat wil je als raadslid hier? Maakt dat het makkelijker? Inspreker: Ja, dat kan.

Want in principe zeg je straks als je het mediabeleid aanneemt, zo willen wij als gemeente, zo willen we ook als raad, zo willen we ook dat het college, zo willen we ook dat de afdeling communicatie, juridische zaken, de ambtenaren, dat ze op die manier omgaan met media. Mevrouw Koene: Voorzitter, maar ik bedoel, de status bijvoorbeeld behouden en versterken huidige pluriform landschap. Maar als je vindt dat dat nu al niet zo is? Inspreker: Er staat in ieder geval ... Sorry, mag ik dat wel doen? Staat er. Er staat ook versterken. Als je graag wil dat er een heel pluriform landschap is, waardoor je de verschillende doelgroepen kunt bereiken ... Iemand op leeftijd, daar schaar ik mezelf ook onder, en iemand van 16, 17 moet je op een andere manier zien te bereiken. Dat is

5

pluriform. Met andere woorden, gebruik je hierbij Instagram of gebruik je Facebook of gebruik je de website van de gemeente of gebruik je een vlogger, een influencer of de lokale omroep? Dat is je range aan media-instellingen die je kunt gebruiken. De voorzitter: Ik denk dat we nog heel even wachten tot mevrouw Koene haar lijstje heeft ingevuld. Helemaal top. Ik zie hem daar binnenkomen op nummer elf. Dan kunnen we deze nu zo als ... Mevrouw Van Walderveen: Ik weet niet of er nog anderen zijn die bij het invullen van deze vraag misschien nog iets hadden van, maar ik twijfelde wel of dit hem nou precies is? Of nog van dit soort opmerkingen van, draait het om houden? Of zitten er nog andere aarzelingen bij? Of iemand die nog een toelichting wil geven waarom hij precies deze volgorde heeft aangegeven? Daar was ik nog even benieuwd naar, voordat we doorgaan naar de volgende. De heer Katif: Ik zit met een probleem. Je hebt ouderen. Toevallig mijn schoonouders zijn op leeftijd. En die zijn gewend om hun nieuws ergens anders van te halen. Terwijl de jongeren, wat ik net gehoord heb van de heer Bootsman, dat die op een andere manier benaderd worden. In het mediabeleid zou je daar ook rekening mee moeten houden dat je niet in een keer in een soort digitale lift ... Terwijl er andere mensen zijn die zeggen, maar wacht eens even, ik kan amper met ...

Mijn schoonvader bijvoorbeeld, die ziet maar voor 5 procent. Dat hou ik bij mezelf, zou ik zeggen. Die zegt, ik kan het niet zien. Die is afhankelijk van zijn oren, zal ik maar zeggen, of van het geluid. De heer Van der Linden: Maar dat zou dan betekenen, denk ik, dat je zou moeten inzetten op meerdere kanalen. De heer Katif: En het is nog, ik zeg niet erger, het is nog specifieker. Die doelgroep wordt nog groter. En dat wordt alleen maar nog groter. Je zou daar in je mediabeleid echt duidelijk rekening mee moeten houden. En dat je niet alleen in ‘...’ gaat en ChatGPT en wat nog meer zij. Inspreker: En dan denk ik, wat u vertelt, dat dat vooral thuishoort in de eerste doelstelling, divers en toegankelijk aanbod. Dat is niet alleen voor Jantje of voor Pietje of voor jong of voor oud, dat is voor allemaal. Ook mensen die visueel beperkt zijn of mensen die auditief beperkt zijn. Als je als gemeente zegt, wij willen een divers en toegankelijk aanbod, dan zeg je ermee dat je alle doelgroepen wil bereiken. Hoe je dat doet, dat is vraag twee. Daar komen we misschien straks aan toe, maar dat is het wat? En een tweede wat, wat er staat, is, we willen geen inhoudelijke bemoeienis.

Waar hebben we het de laatste tijd heel veel over? Gemeenten betalen uit het Gemeentefonds, soms uit een mediapot bepaalde mediainstellingen en denken dan soms ook nog inhoudelijk te kunnen bepalen wat er moet gebeuren. Als we het hebben over journalistiek, dan is dat, wij willen dat journalistiek op een goede manier gebeurt, divers en toegankelijk en we willen daarmee ook nog wat we nu hebben behouden en versterken, dan moet je dat overlaten aan die mediainstellingen.

6

Mevrouw Van Walderveen: Maar ik zie ook voor de eerste twee in ieder geval veel reacties. En zijn er nog andere opmerkingen of bedenkingen bij het invullen hiervan geweest? Iemand die nog iets wil toelichten? Nee? Dan gaan we door naar de volgende. De vorige keer is het natuurlijk ook wel gegaan over of het meer een visie zou moeten zijn of beleid, of dat er toch nog eerst een startnotitie moest komen. Vandaar toch ook nog even deze checkvraag. Een startnotitie zou zijn dat we helemaal teruggaan en nog een keertje beschrijven wat voor een soort document het moet zijn. Daarvoor zitten we hier eigenlijk ook een beetje. Een visie zou alleen bevatten, hoe ziet de gemeente de rol in het contact met de media, de pers en andere belanghebbenden? Hoe gaat de gemeente om met informatievoorziening, persvrijheid? Dat zou dan een beetje op hoofdlijnen blijven. Eigenlijk gaat het niet verder dan de doelstellingen die we net hebben besproken. En als we het echt hebben over beleid, dan zou het gaan over, waarom willen we dit beleid? Dan bevat het ook een visie, een analyse van de huidige situatie, een uitwerking in doelen, strategie, richtlijnen. Dan gaat het een stap verder ook van, wat willen we gaan doen als gemeente? En hoe gaat de gemeente om met perscontact? Dan heb je eigenlijk ... Het is alleen maar een startnotitie of alleen de visie of beleid.

Nog even de checkvraag, moeten we inderdaad beleid gaan maken, wat u eerder ook aangaf, of moeten we toch volstaan met nu een nieuwe versie die alleen maar een visie bevat of een startnotitie? En daar heeft u een meerkeuzevraagje voor. De heer Van der Linden: Wat je nu ziet, is dat een meerderheid aangeeft, maak maar meteen, ik doe even zo, beleid. En drie mensen spreken zich uit voor eerst een startnotitie. Eigenlijk zit in beleid natuurlijk altijd een stukje visie en ook, hoe ga je dat dan uitvoeren? De meerderheid geeft aan, niet eerst, wat we vaak natuurlijk bij hele grote beleidsveranderingen wil doen, eerst een startnotitie te willen zien, maar meteen door te stappen naar het beleid. Is wel een duidelijke uitspraak. Dat gaan we dan denk ik op die manier oppakken. Maar misschien dat u nog denkt, ik wil toch nog iets meegeven. Mevrouw Koene: Maar sorry, we wilden graag een visie ooit. Die hebben we nog steeds niet gekregen. En die visie is, wat mij betreft, echt, wat willen we met dat mediabeleid? Wat vind je belangrijk? En noem maar op. En beleid is pas dat je ... Eigenlijk hoef je helemaal geen ... Even flauw gezegd, als je een goede visie hebt, hoef je geen beleid te hebben, want dan is het duidelijk, ook voor alle media, hoe ze het in kunnen gaan vullen. De heer Van der Linden: Dat ben ik met u eens.

Wat ik nu zie, is dat de meerderheid van de mensen hier aanwezig in ieder geval aangeeft, maak maar meteen beleid. Ik ben wel benieuwd ... Mevrouw Koene: Maar dan ben ik benieuwd wat mensen daaronder verstaan? De heer Van der Linden: Dat is een goede vraag. De voorzitter: Volgens mij zie ik daar wel twee handen om ... Dan gaan we eerst naar mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Zoals mevrouw Koene het zegt, denk ik, dan klinkt een visie inderdaad heel goed in de oren. Alleen waar bij mij de twijfel zat, is dat mijn ervaring, dat is niet per se dit college of de gemeente Dordrecht, maar mijn ervaring is vaak als een gemeente een visie opstelt, dat dat een soort van heel vaag is

7

en heel breed. En dan ben ik bang dat dingen toch weer uit de hand gaan lopen. Daarom dacht ik startnotitie, want dat ken ik als een soort van puntsgewijs ding. Maar als de gemeente, het college, de gemeente ons vertrouwen kan geven, wij kunnen echt een duidelijke visie opstellen waar alles wat de raad de afgelopen tijd en ook een stukje van de vorige periode volgens mij zijn ze heel lang mee bezig, in kan verwerken, kan meenemen, dan zie ik een goed visiedocument wel zitten. Maar dan wil ik wel een echt visiedocument en niet zoals we het kennen uit gemeenteland. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. In zoverre kan ik wel even met mevrouw Koene voelen. Maar tegelijkertijd zie ik namelijk dat beleid voor mij is, daar zit ook een stukje visie achter. Ook in het beleid is dat gewoon, met een mooi woord, verdisconteerd, of je het wil of niet. Want je moet een visie hebben om beleid te kunnen maken. En dat zou een onderdeel kunnen zijn. Eenmaal weet je, ik wil, ik noem het, een multifunctionele media weet ik veel, een streekomroep. Je kan zo gek niet bedenken wat je allemaal wil. Dan heb je een visie. En dat staat in het beleid zelf. Voor mij is het onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik zie het verschil namelijk niet. Klinkt heel raar, maar ik zie het verschil niet.

De heer Van der Linden: Mag ik een poging wagen? Want ik zou het jammer vinden als we een volgende keer, of het over drie maanden of zes maanden is, het zal iets eerder zijn hoor, maar laten we zeggen drie maanden bij elkaar zitten en dat een deel van u zegt, maar dit willen we niet. En dat risico lopen we nu wel een beetje. Want de vorige keer vond ik als argeloze bijzitter wel dat er best verschil ... De toon was overal van, dit is niet wat we bedoelen. En inderdaad, mevrouw Koene gaf aan, ik wil eerst een visie. Een andere wilde veel concreter. Vandaar ook deze vraag. En als u mij een kwartier geleden had gevraagd, wat gaat hier uitkomen? Dan komt hier uit, tien stemmen voor een startnotitie. Dat is niet gebeurd. Prima. Maar kijk, ik zou als ik ... Ik vind het best lastig om nu toe te zeggen, we gaan beleid maken. Want het kan heel goed zijn dat we dat doen op basis van een visie waarvan de helft van u zegt, dat vinden we te pover of te uitgebreid of te veel dit of te veel dat. Mijn opvatting zou zijn dat de visie die je op mediabeleid hebt echt heel compact kan. Laten we zeggen, drie A4’tjes dat is al heel veel. Weel meer zou dat niet moeten zijn. De heer Katif: Voorzitter, maar waarom zou het beleid namelijk ook niet die twee A4’tjes zijn? De heer Van der Linden: Zeker. De heer Katif: Ik bedoel, ik vind het een beetje raar om dat aan ...

Een visie doe je maar vier en een beleid moet er twintig. Kan toch ook? De heer Van der Linden: Nee. Kijk, ik heb weleens een definitie van beleid gehad, beleid moet je in een kwartier kunnen vertellen, punt. Dat is beleid. En natuurlijk, iedereen snapt als je met een heel dik stuk van Maasterras tot jeugdbeleid, enzovoorts, dan heb je natuurlijk veel meer data eronder liggen enzovoorts. Maar dit is een compact onderwerp, wat een scherpe opvatting nodig heeft over hoe wij als gemeentelijke overheid vinden dat je met de omgeving om moet gaan richting je inwoners, richting je andere

8

stakeholders en met wat voor media je dat doet. Dat zou in de visie moeten staan. Ik bedoel, wat mij betreft zou de visie 2 A4’tjes moeten zijn en het beleid anderhalf pagina erachter. Dan zouden we er zijn. En nu wordt er iets aangewezen, wat ik absoluut niet kan lezen. Even kijken hoor. Rik heeft gelijk. Dat is mooi. We lezen even voor. Is een grapje. Flauw. Zal ik voorlezen wat de gemeente Tilburg ervan maakt? En dat is natuurlijk ook maar een van de 320 gemeentes. Maar Tilburg zegt, gemeentelijk mediabeleid betreft de richtlijnen, plannen en acties die een gemeente opstelt om de communicatie met haar inwoners, bedrijven en andere betrokkenen te organiseren. Het gaat hierbij om het gebruik van verschillende communicatiekanalen, zoals sociale media, websites, gemeentelijke bladen, maar ook om de samenwerking met lokale media en andere externe partijen. Dat is een keurige omschrijving, denk ik, die wel een beetje dekt hoe we er de laatste minuten over praten. Punt even, denk ik. Als uw meerderheid nu aangeeft, ik wil beleid, als ik ... Wat verstaan we daar dan onder? Want ik hecht er wel aan dat we eerst die visie eventjes pakken eigenlijk. De voorzitter: Ik wil heel even het woord aan mevrouw Nieuwland geven, want die steekt hard haar vinger op.

Die heeft iets belangrijks, denk ik Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Misschien inderdaad goed om even nog toe te lichten, ik heb voor beleid gekozen. Dat lag namelijk de vorige keer voor. En ik vind nog steeds dat dat wel gewoon het einddoel moet zijn. Maar ik denk meer dat we hier elkaar dan nu misschien de vraag moeten stellen, wat is de beste route daarnaartoe? En dan kan ik me best voorstellen dat het misschien wel handig is om eerst een visie op te stellen als tussenstap als het ware, omdat anders zou je kunnen zeggen, dan sturen we hetzelfde mediabeleid als de vorige keer. Maar we hebben wel geconcludeerd dat we daar in elk geval ... Dat dat niet beantwoordde aan de vragen die we hadden. Kijk, wat dat betreft zou ik ook prima willen kiezen voor een visie, maar ik zou na die visie nog wel de stap willen zetten later. De voorzitter: Wil je dat jij concludeert of ga ik concluderen? Ga je gang. De heer Van der Linden: Is niet mijn rol. De voorzitter: Is niet jouw rol? De heer Van der Linden: Nee. De voorzitter: Dat is mijn rol als voorzitter. Volgens mij hoor ik hier een behoorlijke ... Van alle kanten, vanuit de ambtelijke ondersteuning, wethouder en alle raads- en commissieleden het verzoek van, laten we eerst even goed een visie ... Dat hoeft niet al te veel pagina’s te kosten. Er werd er al eentje opgelezen.

Laten we die eerst even checken en dan gaan we door naar het beleid. En dan checken dat laat ik heel even aan de wethouder en ambtelijke ondersteuning over hoe ze dat willen gaan doen, of dat we dat per mail doen of dat we daar een sessie voor gaan plannen. Ik wil dat nog heel even parkeren en de rest van de consultatiesessie afwachten. Is dat een goed idee? Ja. Dan gaan we door naar de volgende vraag. Mevrouw Van Walderveen: Even kijken hoor. Dit gaat dan wel ... Dat kan ook slaan op de visie. Ik gebruik nu het woord beleid. Maar welke soorten media moeten we meenemen

9

in het beleid? Wat moet er wel in, of in de visie, als dat de eerstvolgende stap is die u wilt? Welke soorten media zijn relevant? Het gaat niet om de namen, maar welke dingen dacht u aan? Als het gaat over media, wat moeten we dan vooral daarin betrekken? De heer Van der Linden: Ik heb hier wel een vraag over. Want kijk, dit is inderdaad ... Een kwartier geleden werd aan deze kant van de tafel gezegd, rekening houdend met leeftijdscategorieën of geletterdheidscategorieën moet je je richten op bijvoorbeeld gedrukte media of juist sociale media of televisie, enzovoorts. Dat is een opvatting. En mevrouw Koene, Irene, gaf net aan, daar moet je eigenlijk van afblijven vanuit je beleid, want het is aan de mediamakers wat ze kiezen. Beide kan een goede opvatting zijn, maar ik denk dat als ik het zo ... Het lijkt mij wel verstandig om te beseffen dat we 120.000 inwoners hebben, waarvan sommigen echt geneigd zijn om naar een krant te kijken als ze iets willen horen of lezen of als ze iets willen weten over de stad en anderen absoluut nooit naar een krant kijken, maar meteen hun sociale media-apparaat erbij pakken. Daar een opvatting over hebben, is toch niet verkeerd? Los van het feit dat wij er niet over gaan hoeveel sociale media of televisiezenders of kranten er dan zijn. Mevrouw Koene: Volgens mij is het ...

Lijkt het me zo dat de media er zelf baat bij hebben dat ze zoveel mogelijk luisteraars, kijkers, enzovoort hebben. En zullen zij als geen ander bekend zijn met hoe zij de boodschap die gebracht moet worden of iets waar ze kritisch op kunnen zijn of wat dan ook, hoe dat het beste via welk medium gebracht kan worden om een zo groot mogelijk bereik te hebben. Daarom heb ik zoiets van, als overheid hoef je niet te gaan zeggen, als we iets zeggen over, noem maar wat, lijn 10, dan hoeven we dat niet alleen maar op RTV Dordt te doen, want er zijn misschien ook jonge mensen. Weet ik veel. Ik bedoel, dat je gewoon veel gerichter gaat kijken als medium zelf. Als gemeente zeg je, wij willen dat de boodschap bij de juiste doelgroep terechtkomt.

De heer Van der Linden: Ik snap de opmerking, maar ik doe nog even een testvraag, als dat kan? Kijk, als je het bijvoorbeeld hebt over, komt het nieuws aan dat bijvoorbeeld lijn 10 een andere route gaat krijgen? Belangrijke busverbinding in de binnenstad, waar heel veel mensen die bijvoorbeeld wat ouder zijn, slecht ter been zeggen, ik ga niet meer fietsen in de binnenstad en mijn auto parkeren is gewoon lastiger en dan moet ik een end lopen. Dat doe ik ook niet. Ik ben echt afhankelijk van die bus. Dan zou ik richting de media wel juist op dit terrein bijvoorbeeld zeker willen weten dat het bericht ook aankomt. En ik zou me kunnen voorstellen dat vanuit hier ook wel wordt nagedacht, komt dit aan bij het medium waarvan we weten ... De seniore Dordtenaar maakt daar iets meer gebruik van dan de jongere. Daar zou je wel iets van moeten vinden dan. Ik zag ook een vraag. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen wil ook graag wat aan de discussie toevoegen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, voordat er allerlei dingen door elkaar gaan lopen. Volgens mij is het voorbeeld wat de wethouder nu geeft gemeentecommunicatie. Die verantwoordelijkheid ligt bij ons. En het gaat hier over media. En kijk, ik kan best hier als raadslid zeggen, wat ik heel erg belangrijk vind, is onafhankelijke journalistiek. Maar ik ben niet het AD, ik ben niet RTV Dordrecht, ik huur de journalisten niet in. Uiteindelijk

10

kan ik dat niet in mijn beleid opnemen. Het enige wat wij als gemeente weten, we willen wel iets faciliteren, want het is heel erg moeilijk om als lokale omroep uit het niets te bestaan. Maar wat gaan we dan faciliteren en in hoeverre gaan ze het nu zelf doen? We kunnen wel allemaal soorten media gaan noemen die we meenemen in het beleid, maar ga me toch aansluiten bij mevrouw Koene, uiteindelijk is het aan de media zelf welke kanalen ze gaan benutten. En zij zullen daar hopelijk zelf ook het meeste verstand van hebben. De voorzitter: Mag ik dan nog ... Nee. Maar de media vind ik een heel groot woord. Dat kan ook een youtuber zijn op social media. Mevrouw Van Engelen: Dat klopt helemaal, voorzitter. Als ik morgen ervoor kies om influencer te worden en allemaal Dordrecht nieuwtjes naar buiten breng, dan ben ik ook opeens onderdeel van die media. Maar ik denk niet dat we dat hoeven op te nemen in het mediabeleid van de gemeente. Dan ga ik dat op eigen houtje doen. Dan moeten we maar kijken of dat belangenverstrengeling is, want volgens mij is dit geval nog nooit gebeurd. De voorzitter: Ik kijk heel even naar mevrouw Van Walderveen, een moeilijke naam voor mij vanavond, of dat dit even voldoende input geeft, deze input? Mevrouw Van Walderveen: Je ziet hier gewoon waar in ieder geval aan gedacht wordt. Dat zit nog een beetje door elkaar heen.

Soms medium of wat echt een mediakanaal is, maar dat kunnen we dan gewoon in het volgende beleid nog wel wat verder uitleggen. Maar dit is in ieder geval heel handig om te weten waar u allemaal aan denkt. En dit zijn allemaal bekende dingen. Misschien een mooi bruggetje dan ook inderdaad naar wat er net werd gezegd, waar ga je dan eigenlijk als gemeente over? Dat is de, even kijken, niet de volgende, want die is ... Ja, wel deze. Dit zijn allemaal gemeentelijke instrumenten die je zou kunnen inzetten om iets te doen toch richting de media. Het is niet zo dat we helemaal als gemeente niks kunnen. Dat het allemaal aan de media zelf is. Maar je zou dit kunnen doen. En we waren wel benieuwd welke van deze instrumenten u vindt dat we in ieder geval even naar zouden moeten kijken. Welke we moeten overwegen om dan in te zetten of te kijken van, wat zou het kosten als we dat gaan doen? Zou de media dit zelf willen als de gemeente zich hierop ging richten? Dat we daar nog een keertje naar kijken. En een deel stond ook al in het vorige beleid, maar gewoon even een check, welke zijn wel of niet van toepassing? En dat is natuurlijk wel uitgaande van dat we al met het beleid bezig zijn waarvan u net aangaf, we willen eigenlijk eerst de visie. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, even een verhelderende vraag.

Onderzoeksfonds, gaan wij dan als gemeente bijdragen aan onderzoeken over onderwerpen die we in de media willen zien? Dan gaan we echt bepalen wat de media gaat schrijven? Mevrouw Van Walderveen: Nee, dat is een ... Er zijn gemeenten die een subsidiepotje beschikbaar stellen voor media om kritische verhalen te maken over de gemeente. Dan gaat het natuurlijk niet over dat je dan als gemeente gaat bepalen, over dat onderwerp mag het niet, want dan ga je weer in strijd met je positie van de onafhankelijke media. Maar dat je daar een pot voor beschikbaar zou stellen. Dat kan stimuleren dat de media

11

hun controlerende functie meer kunnen uitoefenen. Dat is maar net wat je besluit om dan ... De voorzitter: Mevrouw Schnabel heeft ook nog een verhelderende vraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Over die subsidie. Is het dan zo dat we als gemeentelijk instrument ... Maar het is toch logisch dat we subsidie aanvragen? Waarom moeten we kiezen uit hoe belangrijk dat we het vinden dat we subsidie aanvragen? Of begrijp ik het verkeerd? De voorzitter: Volgens mij gaat mevrouw Van Walderveen dat uitleggen. Mevrouw Van Walderveen: Het is inderdaad een bestaand instrument, wat we gewoon toepassen op ... Via subsidie ondersteunen we bijvoorbeeld de lokale omroep, maar ook nog een aantal andere kleinere, hoe heet dat, initiatieven. De Kinderkrant bijvoorbeeld krijgt subsidie. Het zou raar zijn als u dat niet aangaf, want dat betekent dat dat we iets doen wat u niet meer wil. Maar het zou kunnen in nieuw mediabeleid dat u zegt, we willen de media helemaal niet meer subsidiëren. Dat staat onderaan. En het kan ook gaan om bijvoorbeeld het verstrekken van informatie in het voortraject. Voor het mediabeleid gaven sommige media wel aan, we worden te weinig proactief betrokken. Geef ons eerder wat informatie over nieuwe plannen die de gemeente heeft, want dan kunnen we daar ook mooier nieuws over ... Maar het kan in de vorm van een persbericht of op andere manieren.

Nodig ze uit voor leuke openingen of ... Wil iemand nog wat toelichten over waarom die iets heel belangrijk vindt of minder of totaal niet belangrijk?

De heer Katif: Je wil graag met je ... Hoe zeg je dat? Met de inwoners van deze mooie stad wil je communiceren. Alles wat je gewoon even aan het doen bent of wat dan ook, dat wil je gewoon communiceren voor de 100 procent. En ik denk dat media daar een hele belangrijke rol in speelt. En niet alleen de geschreven media, maar ook gewoon zelf. Of dat Facebook of Instagram of whatever welk medium je ook gebruikt. Die informatie moet niet bij jou blijven. Die moet gewoon aan de andere kant, want dat is wat je doet. Je werk, je hobby, weet ik veel, die moet je gewoon over het voetlicht blijven brengen. Daar is kennis gewoon heel belangrijk. Mevrouw Van Walderveen: Dan hebben we nog een vraag over iets. Waar moet het wel of niet over gaan? Er is nu een lokale omroep. In 2028, is nu het wetsvoorstel, zal dat overgaan naar streekomroep. En de vraag is wat we in die tussenliggende periode in die overgang nog mee moeten nemen wat u belangrijk vindt? Is gewoon een open invulveld. Mag je gewoon aangeven, wat vindt u belangrijk? En dan kunnen we dat een plek geven in het beleid of daar op een manier mee omgaan of daar een antwoord op verzinnen. Kort en bondig. Er is toch nog inderdaad ... Er was veel eensgezindheid over waar de locatie zou moeten zijn. Maar er gooit toch iemand nog even een balletje op.

Veel mensen die daar wat van vonden, van dat de locatie juist in Dordrecht zou moeten zijn. Maar niet iedereen denkt daar zo over. Mooi. Ik heb nog een laatste vraag. En dat is, wat u misschien nog niet kwijt heeft gekund in deze vragen, maar wat u ons nog wel wil meegeven voor het vervolg. Welke dingen moeten we vooral niet vergeten in wat we hierna nog gaan doen? Vrij om in te vullen. En volgens mij mag je meerdere vakjes

12

invullen. Is vast misschien wel weer begrensd tot tweehonderd woorden, maar je mag zoveel invullen als je wilt. De voorzitter: Heeft iedereen zijn input die hij wil leveren kunnen leveren, of wachten we nog heel even? Het blijft stil. Dan ga ik ervan uit dat iedereen zijn input heeft kunnen leveren. Mevrouw Van Walderveen, zijn er nog dingen die u opvallen waar u een vraag over wilt stellen of neemt u dit gewoon mee? Mevrouw Van Walderveen: Ik denk dat we dit inderdaad wel mee kunnen nemen. Er zitten nog wel een beetje tegenstrijd ... Of tenminste, ik zag aan het begin wel iets. De een wil juist meer actiepunten en de ander zegt, wees beperkt in de verwachtingen en de doelstellingen. Daar kan ik me nog voorstellen dat dat wel ... We kunnen twee kanten op. We gaan juist meer benoemen of we zeggen, we doen heel weinig. Maar daar kunnen we eens even goed over nadenken van, wat doen we een volgende keer? Of misschien wil iemand er nog wat op toelichten die dat heeft ingevuld? Maar ik vind het in ieder geval mooi hoe zo heel snel er allerlei input en ideeën weer komen, waarvan we nog gewoon eens even goed kunnen kijken, wat doen we daarmee? Copy-paste.

De voorzitter: Wethouder Van der Linden, vallen u nog dingen op? De heer Van der Linden: Wat me in ieder geval opvalt, ik denk dat dat blokje van een halfuurtje geleden van, maak maar meteen beleid, daar heb ik wel mijn aarzeling bij, omdat ik ook wel merk dat er nog heel veel verschillende beelden zijn over wat we precies uiteindelijk willen met elkaar. Er ging ook een hand omhoog. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik dacht juist dat we zo mooi tot de conclusie waren gekomen de optie die er niet tussen stond. Eerst gewoon, de wethouder gaf zelf een perfect voorstel, lekker concrete visie en dan nog concreter beleid. En daar werd heel erg op gericht. De heer Van der Linden: Dat wilde ik achter de komma nog een keer gaan zeggen. Mevrouw Van Engelen: Sorry, ik was weer te snel. De heer Van der Linden: Zoals eigenlijk net al ook weer is gezegd, het lijkt mij verstandig dat we een volgende keer, als we bij jullie terugkomen, niet met een pak papier terugkomen, maar met een versie 0.1 van wat je beleid zou kunnen noemen, namelijk dat de visie er staat en hoe we daarmee verdergaan. En dat we dan in zo’n soort achtige setting beeldvormend, consulterend nog eens kunnen zeggen, is dit het of zit er nog iets niet in wat je anders zou willen hebben of niet zou willen hebben? En daarna kunnen we het verder gaan uitschrijven. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer heeft nog een vraag.

De heer Den Heijer: Ik moet zeggen, ik vond deze hele commissie een behoorlijke zoektocht. En volgens mij is dat ook gewoon nodig. Soms is dat ook gewoon nuttig. Ik denk, eerlijk gezegd, dat de ambtelijke organisatie niet zo gek veel kan met wat hier gewisseld is. Ik denk ook dat we, gezien de beperkte capaciteit en de beperkte middelen, daar ook gewoon heel zorgvuldig mee om moeten gaan. Ik zou, eerlijk gezegd, gewoon

13

een voorstel doen om een startnotitie te gaan schrijven, met daarin aanleiding en context, de doelstellingen die voorbij zijn gekomen, de stakeholders, de rolverwachting en scenario's voor verdere uitwerking. Want ik sluit namelijk ook niet uit dat bijvoorbeeld een flexibele visie, gewoon een lichte visie die je in de tijd zou kunnen uitzetten ook best handzaam zou kunnen zijn in een landschap wat best wel verandert op dit moment. Dat kwam ook uit onze koker, dat de rol van de overheid gewoon op dit punt wat beperkt is. En ik denk, hoe kernachtiger je bent en hoe duidelijker je uitspraak is, hoe meer we elkaar ook helpen in gewoon een goede visie of een goed beleid, waar ook de mensen in het veld iets mee kunnen. En ik zou ook niet een nieuwe teleurstelling willen organiseren door het op een toch een wat slordigere manier aan te pakken. Ik denk niet dat dat verstandig is. Dat zou het voorstel zijn. De voorzitter: Ik hoor uw voorstel. Ik zie ook een heleboel andere gezichten die volgens mij een andere mening zijn toegedaan. Wie deelt dit voorstel? De heer Katif: Ik wil best reageren, want ik ken een beetje de VVD als inderdaad, de overheid moet zich niet bemoeien met dingen die mensen zelf kunnen. Maar in dit geval wordt ons opgelegd bijna om een mediabeleid te hebben.

Als ik mag zeggen dat de expertise vitalisering, hele mondvol, lokale journalistiek benadrukt dit, dan vind ik dat je vooralsnog daar even naar moet luisteren. Plus het feit dat hier een commissie is, die heeft uiteindelijk in haar wijsheid het een en ander gezegd. En ik vind dat van groot respect dat je zegt, laten ... Ik kan heel ver meegaan als je zegt, dat beleid gaan we niet gelijk doen, maar we doen een stukje visie. Dat vind ik prima om even in een keer te zeggen, ga met een startnotitie, want het ambtelijke apparaat ... Dat snap ik ook wel. Dat verhaal ken ik. Dat begrijp ik ook wel. Maar we hebben met iets belangrijks te maken, of je het wil of niet. En dat is onze rol. En dan kun je het niet gooien op het feit dat ... We hebben namelijk geen tijd. De ambtenaren hebben het druk. Je moet je niet bemoeien met dingen die ... Ik ga het niet chargeren. Ik heb daar best bezwaar tegen. Er is hier iets ... De voorzitter: Ik wil even wat ... De heer Katif: Maar ik probeer het naar de commissie ... De voorzitter: Volgens mij heeft u uw punt heel goed gemaakt. Is het heel duidelijk. Maar ik wil de andere fracties ook even checken. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik hoor dat iedereen ook de visie of de startnotitie al een beetje invult, want de visie kan natuurlijk ook zijn, we gaan ons niet te veel bemoeien als gemeente.

Want daar is het de vorige keer allemaal op misgegaan, en daarom zitten we hier ook weer van, wat ga je doen als gemeente als je vindt dat de media niet helemaal functioneert en hoe kan je dan ingrijpen? En volgens mij zijn we het er allemaal over eens wat journalistiek is. Dat proefde ik net. En daar komt nu een visie op. Ik verwacht eigenlijk dat wat de heer Den Heijer net toevoegde dat dat er ook een beetje bij gaat horen. We hebben zo meteen een visie. Daar komen een paar punten uit. En dan heb je beleid. Ik denk dat uiteindelijk iedereen tevreden is.

14

De voorzitter: Ik zie de heer Den Heijer ja knikken. Ik geef het woord even aan wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Ik heb er niet heel goed op gelet, maar volgens mij wat de heer Den Heijer kwam binnen net nadat we al het eerste blokje hadden gehad over, gaan we een startnotitie maken of gaan we beleid maken? Dan laat ik het even aan u over. Ik wil wel helderheid over wat we gaan opleveren. Als ik een startnotitie maak waarbij iedereen zegt, dat willen we niet, dan doen we iets niet goed. Als ik meteen beleid maak ook niet. Wat mijn suggestie zou zijn, is dat ik terugkom in een sessie als deze met een visie. Dat is licht. Twee A4 is al heel wat. En als u daarvan zegt, hier kunnen we heel goed mee werken, dan werken we dat uit in beleid. En beleid kan kort. Hoeven niet veel bijlagen bij. Ook weinig data of andere dingen. En dan wordt dat als raadsvoorstel naar de raad gestuurd. De voorzitter: Dan ga ik gewoon even ouderwets stemmen met vingers. Wel één per fractie, alstublieft. Wie is het eens met het voorstel van wethouder Van der Linden? Helemaal goed. Dat is een meerderheid. Dan gaan we het zo doen. Het was wel even werken, volgens mij, nadenken en Mentimeter. Maar ik moet zeggen, als voorzitter vond ik het een prettige samenwerking. Iedereen heeft zijn input kunnen geven en zijn zegje kunnen doen, wat belangrijk was.

Zal ik het nog samenvoegen of heeft iedereen last van de hitte en is er klaar mee? De afspraak is duidelijk. Dan houden we het hierbij. Dank jullie wel. 4. Instemmen met de notitie “Gemeente Dordrecht implementatie Recycletarief” - Raadsvoorstel (technische sessie) Wordt samen behandeld met agendapunt 5. 5. Raadsinformatiebrief over Resultaten afvalscheiding Dordrecht – Raadsinformatiebrief (technische sessie) Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder T. de Jonge

15

Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Dreuning, dhr. Fokkens De voorzitter: Dames en heren, mag ik de aandacht, ook achteraan daar in het leuke onderonsje tussen GroenLinks en de ChristenUnie? Kijk, dan kijken ze wel. Wij gaan beginnen. Het is namelijk 21.00 uur. Deur achter u dicht, alstublieft. Wij zijn hier bij elkaar over het instemmen met de notitie Gemeente Dordrecht implementatie Recycletarief. Een technische sessie. Ik ga eerst de mensen even langs om te kijken wie er allemaal aanwezig zijn. Over een quorum hoeven we het niet te hebben, zo te zien. Die zijn er meer dan zat. Links dan bij de wethouder. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. Tanja de Jonge, wethouder. Mevrouw Dreuning: Sjaak Dreuning, ambtelijke ondersteuning. De heer Fokkens: Pieter Fokkens, ambtelijke ondersteuning. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier.

De voorzitter: En mijn naam is John van der Net. En ik moet u door deze bijeenkomst heen leiden. Even een toelichting. We hebben het veel en vaak over afval in deze raad, omdat de vorige raad de startnotitie en het beleid voor grondstoffenbeleid heeft vastgesteld in december 2020 en 2021. Dit betekent dat ons stapsgewijs de uitwerking wordt aangeboden. Vandaag hebben we het over het raadsvoorstel over de implementatie van de tarieven voor recycling en het aanbieden van afval. Er zijn vragen gesteld in de agenderingstool door de VSP en de Dordtse VVD, die hier vanavond worden beantwoord of aan het dossier zijn toegevoegd. Verder is er ruimte voor het stellen van nieuwe vragen. We gaan eerst even naar een presentatie kijken van de heer Fokkens en

16

mevrouw Dreuning. Dat is correct? Ja. En dan daarna kunnen er vragen worden gesteld. En daar is Clark. En die gaat de presentatie op het scherm wegzetten, neem ik aan De heer Kolkiliç: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç, wat is de vraag? De heer Kolkiliç: Tussen de bijlagen staan twee documenten met geheim daarvoor. Kunnen wij ook over die onderwerpen wat in die documenten staan vragen stellen of niet? De voorzitter: Dan kijk ik eventjes naar rechts, want ik zie hier ook bij de griffie grote vraagtekens. Mevrouw Bronsveld: Als er gesproken wordt ... De voorzitter: Geheim. Klopt. Dat zijn er twee. Er staat geheim inderdaad. Benchmark huishoudelijk afval inderdaad. En dat zijn stukken die natuurlijk inderdaad alleen in beslotenheid kunnen worden besproken. Mevrouw Bronsveld: Dan moet het ook in een besloten gedeelte. De voorzitter: Met andere woorden, als uw commissie inderdaad deze erbij wil betrekken, dat betekent dat de luxaflex dichtgaat en dat we aan de heer Clark Beemer moeten vragen om alles af te sluiten. De heer Kuhlmann: Voorzitter, ordevoorstel. Is het misschien mogelijk ... Want ik denk dat er ook een heel groot deel van dit onderwerp in openbaarheid besproken kan worden.

Is het niet handiger, of tenminste, om het gewone deel wat we openbaar kunnen doen openbaar te doen en dan besloten aan het einde of/en wanneer dat aan de orde is, om dan die keuze te maken? De voorzitter: Ik kijk even de heer Kolkiliç ... Die benoemt dit terecht. En de rest van de commissie kan daar ook een oordeel ... Zullen we eerst eventjes dit doen? Mocht er behoefte zijn, dan sluiten we inderdaad de ramen en dan kunnen we het daarover hebben, mijnheer Kolkiliç. Is dat goed? De heer Kolkiliç: Niet dat ik er per se behoefte aan heb. De voorzitter: Terecht. Geen verwijt. Dan stel ik voor even aan mevrouw en mijnheer om een presentatie te doen. De vraag is altijd, mogen vragen tussendoor gesteld worden of heeft u liever dat die achteraf worden gesteld? Mevrouw Dreuning: Ik stel voor dat we de hele presentatie in eerste instantie doen, want de ervaring leert dat de vragen al vaak in de presentatie beantwoord gaan worden. Dan doen we dingen niet dubbel. De heer Van der Net: Die ervaring heb ik ook dat dat af en toe gebeurt. Misschien als de commissie daarmee akkoord gaat, dan doen we het op deze manier. En dan geef ik u het woord.

17

Mevrouw Dreuning: Dank u, voorzitter. Inderdaad, de introductie van wat wij noemen recycletarief in de gemeente Dordrecht vandaag op de agenda. En wat hebben we vanavond op het programma staan? Ik neem u nog heel even mee in het proces tot nu toe. Dan gaan we over wat en waarom recycletarief. En dan hebben wij vragen gekregen van u die te maken hebben met maatwerk voor doelgroepen, ondersteuning van de inwoners, aanpak in de openbare ruimte, aanpak van communicatie, gemaakte keuzes in het implementatieplan en financiële effecten voor de inwoners. En die hebben we in de presentatie opgenomen. Ik neem nog even mee in het proces, zoals we het tot nu toe gelopen hebben. Dat proces startte in 2019. En in 2019 kwamen er twee belangrijke rapporten naar boven. 1 was het Rekenkameronderzoek dat heeft plaatsgevonden naar het afvalbeheer van de gemeente Dordrecht. En de belangrijkste conclusie uit dat Rekenkameronderzoek was dat de doelstellingen die de gemeente zich gesteld had met het bestaande afvalbeleid niet gehaald werden. En we hebben in 2015 tot de met 2019 grootschalige proeven in Dordt gehouden, waarin wij allerlei systemen naast elkaar uitgeprobeerd hebben. En die resultaten zijn bekend geworden. Vervolgens hebben we een expertmeeting gehouden over allerlei thema's die in het grondstoffenbeleid speelden. En u heeft in 2020 het Grondstoffenbeleidsplan vastgesteld.

En daarmee, in dat besluit heeft u de uitgangspunten van het grondstoffenbeleid vastgesteld, namelijk een verbetering van de service op grondstoffen, het verminderen en het versoberen van de dienstverlening op restafval, keuzevrijheid voor inwoners daar waar dat mogelijk is en de invoering van tariefprikkels. En u heeft de fasering van het Grondstoffenbeleidsplan vastgesteld. Dat zijn de elementen die vanavond spelen. Er waren nog wat andere punten, maar die zijn vanavond niet aan de orde. Maar die geef ik u mee. En in de fasering, fase 2021-2025, invoering van serviceprikkels. Vervolgens de evaluatie in 2023. Dan het opstellen en goedkeuren van het implementatieplan over de tariefprikkel. Daar zijn we vanavond voor bij elkaar. En dan vervolgens in ’24-‘25 voorbereiding. Dat is ‘25 in dit geval. En dan fase 2, ‘26 en verder, de implementatie van de tariefprikkel. Dat ziet u ook in de balk gehad. We hebben net nog, een maand geleden, anderhalve maand geleden bij elkaar gezeten met een expertmeeting, waarin we op allerlei thema's op het grondstoffenbeleid nog een keer allerlei experts uit het land uitgenodigd hebben. En we werken toe naar een implementatiedatum van 1-1-’26. Hier ziet u deze prikkels, wat we al gedaan hebben en waar we naartoe gaan. We hebben eerst serviceprikkels in de laagbouw ingevoerd. Dat betekent dat we 1 keer in de 4 weken restafval zijn gaan inzamelen.

Dat we voor pbd een zomerinzameling hebben ingevoerd. Dat we voor pbd een wekelijkse inzameling hebben ingevoerd. Voor gft een zomerinzameling hebben ingevoerd. Dat we in de zomerperiode, als het gft stinkt, wat vaker zijn gaan inzamelen. En we hebben maatwerk voor luier- en incontinentiemateriaal ingevoerd. Daarnaast hebben we grofvuil tegen betaling aan huis ingevoerd, waarbij het grofvuil op de milieustraat gratis blijft. En we zijn op dit moment bezig met serviceprikkels voor de hoogbouw in te voeren, waarbij de hoogbouw naast de verzamelcontainers voor oud papier ook verzamelcontainers krijgen voor de plasticzakken, zodat ze die niet meer intern hoeven op te slaan. En dat ze ook verzamelcontainers krijgen voor groente-, fruit- en etensresten. Daar valt het tuinafval natuurlijk weg. Maar dat ze die ook gescheiden kunnen inleveren. En de volgende stap, waarvoor we vandaag bij elkaar zitten, is die invoering van de tariefprikkel. Deze heb ik

18

de vorige keer met u behandeld. Voor als er nog vragen zijn strakjes over deze sheet wil ik die graag behandelen. Maar in wezen komt de hele discussie erop neer, het Rijk doet ook aan tariefprikkels. En het Rijk zet de tariefprikkels op het feit dat ze willen dat er minder restafval verbrand wordt. En dat de grondstoffen die in het restafval zitten opnieuw gebruikt kunnen worden. En dat betekent dat ze restafval extra belasten. En dat deden ze tot voor kort alleen maar met een verbrandingsbelasting. En die ging steeds hoger worden. En in de toekomst komt daar een CO2-heffing bovenop. En dat betekent dat elke ton restafval die we kunnen ombuigen naar een ton grondstoffen niet alleen de verwerking bespaart, want het verbranden van restafval is doorgaans duurder dan het recyclen van grondstoffen, maar daarnaast ook deze twee overheidsheffingen. Wat is het recycletarief? Het recycletarief is het meest makkelijk te vergelijken met de energierekening. Ook de energierekening splitsen we in een vast deel en een variabel deel, waarbij het vast deel voor iedereen gelijk is en het variabel deel afhankelijk is van het gebruik. Dit is de manier, zoals wij in de toekomst ook willen omgaan met de inzameling van restafval. Dat betekent dat mensen die hun afval goed scheiden minder kwijt zijn aan de afvalstoffenheffing dan de mensen die dat minder goed doen.

Daar zit een beloning in voor de mensen die hun afval goed scheiden. En dat betekent ook dat iedereen zelf invloed krijgt op de hoogte van de afvalstoffenheffing. En dan hebben we gekeken wat dat betekent voor heel Nederland. Het plaatje is uit 2022. Ik ben nu bezig met die van 2023 ook in kaart te brengen. We lopen altijd een jaar achter, want we gebruiken CBScijfers. En die zijn altijd een jaar na dato pas bereikbaar. Die van ‘24 komen aan het einde van dit jaar. Maar als we kijken in Nederland ... En dan bekijken we het per stedelijkheidsklasse. Stedelijkheidsklasse 1 is waar wij in zitten, dat zijn sterk stedelijke gemeenten. Stedelijkheidsklasse 5 zijn kleine plattelandsgemeenten. En dan zien we 2 kolommen in deze tabel. Namelijk het aantal kilogram rest per inwoner per jaar. En dan zien we het scheidingspercentage dat in die gemeente gehaald wordt. En in de groene balk zien we de gemeenten die een tariefprikkel hebben ingevoerd en in de rode balk zien we de gemeenten die geen tariefprikkel hebben ingevoerd. En dan zien we, als we naar het gemiddelde kijken, dat het, pak hem beet, zo'n 90 kilo restafval per inwoner per jaar scheelt en zo'n ruim 30 procent aan afvalscheiding per jaar scheelt. Waarbij gemeenten die een tariefprikkel hebben ingevoerd, beduidend beter presteren op het onderdeel van de gemeenten die dat niet gedaan hebben. En dat gaat over alle linies.

Deze hebben we de vorige keer ook behandeld. Dit is het stukje waarin we afval altijd op doelstellingen, maar ook op resultaten meten op 4 elementen. Namelijk op milieudoelstellingen, op kostendoelstellingen, op servicedoelstellingen en op het effect in de openbare ruimte. En de uitwerking en de vragen die gesteld zijn, zitten met name aan de rechterkant van onze puzzel. Dat zijn vragen die te maken hebben met service. En het zijn met name vragen die te maken hebben met het effect in de openbare ruimte. En daar gaan we wat verder op in voor vandaag. Eerst maar even op de service. Als je een recycletarief invoert, dan moet je onder alle omstandigheden daar ook maatwerk voor inrichten. En dat maatwerk is er voornamelijk op gericht dat er geen onwenselijke bijwerkingen van de invoering van een recycletarief optreden. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die door ziekte onvermijdbaar extra veel restafval hebben. En dan hebben we het over mensen met dialysemateriaal, stomamateriaal, dat soort zaken. En je wil niet dat deze door een tariefprikkel op het restafval een extra hoge afvalrekening krijgen,

19

want zij hebben niet gekozen om ziek te worden in dat verhaal en ook niet gekozen voor restafval. En ze kunnen het ook niet op een andere manier scheiden. Daar zijn nog geen mogelijkheden voor om die afvalstroom in grondstoffen te scheiden. Daarnaast hebben we ook nu al in Dordrecht mensen die kwijtschelding ontvangen voor de afvalstoffenheffing. En wij willen dat ook die mensen in de toekomst een balans vinden tussen kwijtschelding van de kosten, maar wel een tariefprikkel houden in het verhaal. De regelingen lijken heel erg veel op elkaar, maar de insteek is anders. Waarbij we bij de mensen die medisch afval hebben zeggen, je moet niet meer hoeven betalen doordat je ziek bent, is de insteek bij mensen die kwijtschelding krijgen, we schelden het standaard gemiddeld gedrag vrij. En als je er dan voor kiest om meer dan het gemiddelde aan te bieden, dan brengen we dat bij jou in rekening. Dat betekent ook dat de ziektemensen bijvoorbeeld wel het vastrecht betalen en dat mensen met kwijtschelding geen vastrecht betalen. En ook een gemiddeld aantal ledigingen kwijtgescholden worden. Daarnaast hebben we ook nu al een aantal luier- en incontinentiemateriaal containers in Dordrecht staan. Die gaan we uitbreiden, zodat die mensen ook hun spullen kwijt kunnen. We hebben een regeling voor mensen, de Dordtse Doorpakkers, die ons helpen om de openbare ruimte schoon te houden.

En we kijken naar maatwerkoplossingen voor huizen die gedeelde bewoning hebben. En dat zijn echt maatwerkoplossingen, want het ligt een klein beetje aan hoe dat ingeregeld is in een specifieke locatie. Hoe gaan we onze inwoners meenemen en wat vinden onze inwoners belangrijk? Daarvoor hebben we goed gekeken naar gemeentes die al eerder een tariefprikkel hebben ingevoerd. En het goede nieuws is, omdat meer dan de helft van de gemeente inmiddels een tariefprikkel heeft ingevoerd in Nederland, hebben we best wel veel ervaringsmateriaal. En daaruit kunnen we lezen dat de inwoners voornamelijk een aantal zaken willen weten. Ze willen weten waarom? Dat betekent dat we goede communicatie over het waarom het nodig is moeten uitvoeren. Ze hebben altijd vragen over het wat en hoe. En dat is altijd heel specifiek. Het is niet, wat en hoe verandert er? Nee, wat verandert er voor mij? Dat betekent ook dat wij onze communicatie heel erg specifiek naar specifieke groepen mensen toe proberen individueel te maken. Er is erg behoefte aan een menselijke aanpak. Dat is natuurlijk een open deur. Maar dat is ook in het afvalverhaal enorm het geval. En wij vullen dat wel in op een hele specifieke manier. We hebben in Dordrecht afvalcoaches. En de afvalcoaches gaan daadwerkelijk bij mensen in de buurt het gesprek aan.

En dat kan gevraagd en ongevraagd zijn, maar heel vaak zijn het mensen die een probleem hebben voorgelegd. En wij bieden dan aan dat de afvalcoach bij hun specifiek op locatie langskomt. En dan kunnen ze op locatie het verhaal doen. En dan kan de afvalcoach ook op dat moment kijken of er praktische oplossingen zijn, wat er nog moet gebeuren, of er iets vanuit beleid nog toegespitst moet worden, of er iets anders ingeregeld moet worden. Dan maakt dat de lijnen erg kort. Daarnaast is er op het moment dat je gaat afrekenen op het aanbiedgedrag natuurlijk ook behoefte aan inzicht in dat eigen aanbiedgedrag. Onze inzamelaar HVC heeft ... Wij zijn ook niet de eerste gemeente waar HVC een tariefprikkel invoert. Die hebben dat al eerder gedaan. En dat betekent dat de afvalapp van HVC inmiddels voorbereid is dat mensen ook, op het moment dat er een tariefprikkel is, in de app kunnen zien hoe vaak ze al aangeboden hebben en hun eigen gedrag kunnen bijhouden. De heer Gorter: Voorzitter, even een korte vraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38201