CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 19 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.20.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als je geen paard hebt en je hebt geen hond en je bent niet mindervalide, mag je dan ook in dat gebied recreëren? Daar wou ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Die hadden we nog niet gehad, heel goed. Ik denk, ik geloof dat ik iedereen nu gehad heb die aanwezig is. Dan zou ik nu het woord willen geven aan de wethouder. Mijnheer Stam.

21

De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou de woordvoering naar aanleiding van de vragen in een aantal delen willen opknippen. Dat gaat over de honden, dat gaat over het maaibeleid en mindervaliden en de toegankelijkheid. Om met de makkelijkste vraag te beginnen, ik heb geen paard, ik heb geen hond en ik ben niet mindervalide, maar ik maak wel gebruik van het gebied daar. Dus om die vraag gelijk van de VSP te beantwoorden: ja, het gebied is voor iedereen toegankelijk. Als ik kijk naar het maaibeleid wat wij nu eigenlijk nu stilzwijgend zou je kunnen zeggen toepassen, heb ik in de beantwoording van de vragen die vandaag naar u toe zijn gekomen dat wij hebben gezegd van: dat is niet het beleid wat we nu gaan voeren. En we hebben van de zomer geconstateerd dat door het vrij platmaaien er wel een soort kaalslag ontstond en verbranding van gras. Daarop is er via de gemeente en Staatsbosbeheer een Parkschap bij een aantal mensen gevraagd van: hoe kijk je nou aan tegen dat gras? Er is gezegd van: ja, dat zou je iets meer biodiversiteit kunnen toebrengen. Echter, wij zijn nog wel bezig met het opstellen van dat maaibeleid. En dat komt naar u toe, waar u uw oordeel nog over kan vellen. Als ik kijk naar het mindervaliden pad, ja, die is wel wat pijnlijker. Want inderdaad bij de aanleg van het park is daar eigenlijk onvoldoende oog gegeven aan de invulling van dat verdrag.

Dat hebben wij ook aangegeven bij de beantwoording van de artikel 40 vragen. Als ik kijk naar de antwoorden die wij vanmiddag ook naar u hebben toegestuurd, willen wij graag toch in overleg met die vereniging van mindervaliden. En waarom willen wij dat? Wij willen met hun overleggen welke vorm van verbeteringen wij moeten toepassen. Het pad is dermate aangelegd dat het een 10 zou het niet worden, of je moet rigoureus ingrijpen. Je zou ook kunnen kijken naar functionelere oplossing waarbij je parkeerplaatsen maakt voor rolstoelen. Maar dat willen we wel graag met die vereniging bespreken, om zo te kijken van of dat op draagkracht bij hun kan rekenen, zodat zij daar een voorstel toe kunnen overbrengen. Als ik dan kijk naar het gebied waar we het over hebben. Er was blijkbaar enige mening van verschil over welke dagrecreatieterrein we het nu over hebben. Als je kijkt naar het dagrecreatieterrein wat nu nog in ontwikkeling is, aan de Provinciale Weg, daar hebben we het niet over. Het gaat echt over de Haniaspolder. Zo hebben wij ook onze antwoorden ingestoken. En dan kom ik eigenlijk op het punt van dat hondenbeleid en de toezegging die twee jaar geleden is gedaan. Als ik kijk naar hoe wij zeg maar evalueren, dan moet ik al zeggen: nee, we hebben daar niet 24 uur iemand zitten die zit te turven. Dat is bijna ondoenlijk door de vele ingangen die het recreatiegebied kent.

Wij letten daarbij op de bezetting van de parkeerplaatsen en er lopen mensen van Staatsbosbeheer rond. Er lopen toezichthouders rond die ons wel vertellen hoe druk het is. En natuurlijk zie je dan in de weekenden, van vrijdag tot en met zondag, dat daar piekmomenten zijn. En doordeweeks dat het iets rustiger is. Maar gebruik wordt er wel gemaakt van het terrein. Als je dan kijkt naar het hondenbeleid en de toezegging die daar is gedaan, daar ben ik wel enigszins in verwarring gebracht. Omdat we vorig jaar een discussie hebben gehad over die toezegging en ook het uitvoeren van een participatietraject met de diverse betrokken partijen. En die participatie hebben wij naar onze mening hebben wij breed uitgevoerd met die betrokkenen. En daar kwam eigenlijk een nee uit naar voren. En ik heb me eigenlijk een beetje vastgehouden aan het participatietraject, want ik neem aan dat u daar als raad en commissie niet voor niets naar heeft gevraagd, om dan zeg maar die uitkomst naast me neer te leggen. Wij zien eigenlijk nog wel steeds de vraag van de honden. En daarom hebben wij ook

22

voorgesteld, en met die evaluatie zijn we nu eigenlijk al gestart, om via het OCD een heel brede evaluatie op het hondenbeleid te doen. Waarbij we nadrukkelijk het gebruik van de Haniaspolder willen meenemen. Daar zijn we nu een proces voor aan het uitwerken, dat is al gestart. En wij willen daar eind februari-maart mee beginnen, zodat we duidelijkheid krijgen vanuit de Dordtse samenleving. Niet enkel alleen over die Haniaspolder, zoals meneer ’t Lam van de SP aangaf, maar breder in Dordrecht. Omdat met het gebruik van honden toch wel veel meer vragen dan enkel alleen de Haniaspolder. Als u kijkt naar de overige gebruikers in het gebied, bijvoorbeeld paarden, ja, dan kunnen we daar heel duidelijk over zijn. Op sommige vlakken zijn die paarden gewoon niet toegestaan. En wij proberen dat met onze handhaving zo goed mogelijk in de hand te houden. Bij de beantwoording nogmaals van de vragen, die ik u vandaag heb toegezonden, ziet u ook een overzicht van de overtreders en de boetes die daarop zijn uitgedeeld. Daarnaast loopt er een vraag over handhaving. Wij zijn nu bezig met een handhavingsplan. Daar willen wij u binnen nu en twee maanden een presentatie over geven hoe wij denken die uitvoering bij de hand te nemen. En natuurlijk bent u dan ook nog in positie om daar aanvullingen en op- of aanmerkingen over te maken. De voorzitter: Meneer Stam, ik wil u even onderbreken.

Ik zat even te wachten tot u naar een volgend punt ging, want ik heb verschillende interrupties voor u. Mijnheer de Lijster. De heer De Lijster: Ja, voorzitter. Even kijken. Ja, dank u wel, voorzitter. Heel even terug op dat mindervaliden pad, zeg maar, de toegankelijkheid. Twee vragen nog. Enerzijds, ja, wanneer gaat dat gesprek plaatsvinden? En tegelijkertijd, voorzitter, wat maakt het nou dat het aan die voorkant dan niet is meegenomen. Want voorzitter, even terug refererend dat wij die motie probeerden toen in te dienen, toen werd er gezegd: dat is allemaal niet nodig, het is allemaal goed geregeld. Maar hier blijkt dus uit dat het niet goed geregeld is. Dus toch nog wel even dringend de vraag: wat maakt het nou dat het aan de voorkant niet goed geregeld is? De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, de allereerste vraag, wij hebben dat gesprek met die vereniging het liefst zo snel mogelijk. De corona maakt dat wel wat lastiger, maar we proberen er echt fysiek zo snel als het kan die afspraak daar te organiseren om die opties te bekijken. Als u mij vraagt van: ja, waar is het nou aan de voorkant misgegaan? Ja, dat is voor mij ook een beetje gissen. Het enigste wat ik constateer is dat we een planvorming hebben gezien. We wisten wat er moest gebeuren, dat is niet goed uitgevoerd en dat heeft te lang geduurd voordat er is gekeken wat er mis is gegaan.

Er is eerder een vraag gesteld over de partij die dat dan aangelegd heeft, kan je die daarop beoordelen? Ik denk dat we nog niet zover zijn. Ik denk dat we eerst moeten kijken van: wat moet er gebeuren, wat zijn de kosten? En dat we dan moeten gaan kijken van wie daar eventueel schuldig aan is. Maar ik denk dat allereerst het toezicht zoals wij dat hebben georganiseerd ontoereikend is geweest om op dat moment de juiste punten op de i te zitten. En dat invaliden pad wel te laten voldoen aan die eisen. De voorzitter: Oké, voldoende beantwoord, meneer De Lijster?

23

De heer De Lijster: Voorzitter, toch nog niet helemaal. Want ik kwam al even terug op het puntje met die afspraak maken. En daar werd net aangegeven door de wethouder van corona. Ja, voorzitter, er is gewoon, we kunnen lang lopen wachten, we weten niet hoe lang deze situatie nog duurt. Dus mijn indruk die ik nu krijg uit de beantwoording van de wethouder gaan we maar afwachten. Het lijkt mij dan, hoe wij ook hier nu met elkaar vergaderen op een andere manier, er zijn toch andere manieren mogelijk om wel op de korte termijn met elkaar in overleg te treden? De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, ik snap die vraag en het is niet dat wij gaan zitten afwachten. We hebben contact met die vereniging, maar we hebben wel te maken met toch een behoorlijke risicogroep. Dus wij zijn echt op zoek om op korte termijn met iemand van die vereniging daar ter plekke te gaan kijken. En ik snap wat u zegt over dat er andere wegen zijn om te kijken naar die problemen. Maar het lijkt mij dat je echt fysiek visueel moet gaan kijken wat het gebied daar laat zien en welke verbeteringen mogelijk zijn. Dus ja, wij proberen dat nogmaals zo snel mogelijk te organiseren. De voorzitter: Helder, meneer Stam. En als het overdag gebeurt hoeft u ook geen rekening te houden met de avondklok, dus het kan heel snel. Dat mag ik natuurlijk allemaal niet zeggen als voorzitter.

Meneer Merx, u heeft ook een interruptie. De heer Merx: Ja, en als je om de beurt gaat besmet je elkaar ook nog niet eens. Dus wat dat betreft zijn er best wel oplossingen te bedenken. Ja, ik wil toch graag even reageren op de herinnering en de in verwarring zijnde wethouder. Ja, dat lijkt er inderdaad op, want we hebben begin 2019 hebben we die discussie gevoerd met elkaar. Toen leken de partijen het op de gang eens te worden. Toen hebben we gevraagd van: ga eens met die partijen in de weer. Nou, dat is gebeurd. En na aandringen vanuit de commissie van: hoe lang gaat dat nog duren? Toen is er eind 2019 is daar verslag van gedaan. En toen waren de partijen het helemaal niet eens, dat zien we ook. De paardenmensen hebben gezegd van: luister, wij willen niet dat onze paarden opgevreten worden of aangevallen of wat dan ook, dat is levensgevaarlijk voor onze ruiters. De bewoner die zegt van: wij willen eigenlijk ook geen mensen. Nou, bij toeval toen ik met de voorzitter daar door dat gebied liep zagen we ook een bordje staan, ik weet niet wie hem daar neer gezet heeft, maar verboden toegang voor onbevoegden in bepaalde gebieden. Nou, dat leek ons ook niet echt op zijn plaats. Dus er is daar ook al verzet van mensen om ieder hun eigen redenen.

En toen hebben we die afspraak gemaakt van: dat gezegd hebbende laten we het gebruik van het gebied beoordelen en bekijken van dat dagrecreatieterrein. Dat intensieve dagrecreatieterrein, ik moet heel zorgvuldig zijn, intensieve dagrecreatieterrein in de Haniaspolder, het groene grasveldje. En ik constateer dat dat eigenlijk niet gebeurd is. Want ik hoor een hele hoop collega raadsen commissieleden zeggen: wij zien daar niemand. Ja, wel in het totale gebied, maar niet op dat veld. En u zegt: ik zie ze wel. Nou, ik snap daar echt helemaal niks van, want ik kom daar echt met hele grote regelmaat. En ik zit ook niet heel de dag te turven, maar ik zie ze gewoon echt niet. En ook als je de prullenbakken kijkt.

24

De voorzitter: Uw vraag is denk ik helder, meneer Merx. U beiden bent in verwarring. En u vraagt nu aan meneer Stam van: wat ik niet zie, ziet u het wel. En laat mij eens even zien wat er te zien is. De heer Merx: Ja, nee, maar de vraag is van mij, die heb ik al eerder gesteld: wil meneer Stam zijn toezegging die hij eind 2019 heeft gedaan nakomen? En dat betekent niet een totale hondenbeleid evaluatie, maar dat betekent een evaluatie van dit specifieke terreintje. En dan hoeft die niet opnieuw te gaan praten met dezelfde mensen, want dan weten we de uitkomsten al. We zouden kijken naar het gebruik. En als het niet gebruikt wordt, dan zouden we andere dingen gaan doen. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, voorzitter. Ik denk dat we allebei met dezelfde ogen kijken, maar wat anders zien. Ik zie daar ook wel mensen recreëren en lopen en wandelen. Of dat grote aantallen zijn, dat verschilt per keer. En er zijn ook momenten waarop ik niemand zie, dus in die zin kan ik me wel ook vinden in de ogen zoals meneer Merx daarnaar kijkt. Nogmaals, met die toezegging, wij gaan niet met dezelfde mensen om tafel. Wij willen dit breder doortrekken naar Dordrecht en ook hondenbezitters. Anders kennen we inderdaad de uitkomsten al.

Ik vind het nog steeds lastig om die toezegging op basis van de participatietraject wat is doorlopen, om daar nu te zeggen van: ik ga die negeren en we gaan die toezegging hard maken. Dus ik wil hem toch koppelen aan het totale hondenbeleid, waarbij er meerdere partijen aanschuiven dan enkel en alleen de participanten die in het eerste traject hebben deelgenomen. De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: Voorzitter, ik moet toch echt verwijzen naar het verslag van de commissie. En daar heeft de wethouder toegezegd dat we het gebied de kans geven en in 2021 dat gebied, het DHTE of zo, geef het een naam, bij de Haniaspolder, dat we dat gebied zouden evalueren. En u heeft een toezegging gedaan aan de raad. En daar hou ik u aan. En als u niet van zeers bent die toezegging gestand te doen, dan wil ik dat graag klip en klaar horen. Bent u bereid deze toezegging die u gedaan heeft aan de raad wel of niet gestand te doen, op de manier zoals we het hebben afgesproken. De heer Stam: Natuurlijk ben ik altijd bereid om toezeggingen die gedaan zijn, om die waar te maken. Maar dan vraag ik u tegelijkertijd op welke kaders ik die toezegging nu waar moet maken. Want u gaat niet akkoord met visuele waarnemingen van Staatsbosbeheer, toezichthouders en de vulling van parkeerplekken. Dus daar wil ik wel graag van u weten welke informatie u dan specifiek wil hebben.

Als u dan wil dat wij daar de komende drie maanden gaan turven en gaan zitten, dan ben ik dat bereid om te doen, maar dan moet ik daar wel de juiste middelen voor hebben om daar iemand voor te kunnen inhuren die dat voor ons gaat uitvoeren. De voorzitter: Meneer Merx, u heeft daar vast een heel kort antwoord op van wat u wil dat er geëvalueerd wordt.

25

De heer Merx: Nou ben ik volledig in verwarring. Het is gewoon geen rocket science. Dat als je met elkaar afspreekt dat je het gaat evalueren, dat je op een fatsoenlijke manier kijkt: wat is het gebruik van dat gebiedje? Dat grasveld waar mensen zouden gaan picknicken. Hoe vaak is er gepicknickt? Je hoeft daar niet elke dag te gaan zitten, je hoeft er alleen wat mooie dagen te zijn. Ik ben er op heel veel mooie dagen geweest en er wordt gewoon geen gebruik gemaakt. En dat wordt door een heel aantal collega’s in deze commissie wordt dat gewoon bevestigd. Dus ik kijk echt niet met een andere bril en ik hoef u geen kaders mee te geven, want u bent wijs genoeg en verstandig genoeg en heel het ambtelijk apparaat verstandig genoeg om te weten hoe u die evaluatie op moet zetten en waar u naar moet kijken. Dat hoef ik u echt niet te vertellen. En als ik u dat nu moet vertellen, dan zijn we gewoon een jaar te laat. Dan had u die vraag toen moeten stellen. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, ik hoor de woorden van meneer Merx. En ik heb er eigenlijk niks meer aan toe te voegen, enkel dat we gaan kijken of we die evaluatie zo snel mogelijk vorm kunnen geven. De voorzitter: Oké, dan zie ik meneer Merx. Ik wil even nu meneer De Looze, die is nog niet aan het woord geweest en die heeft ook nog een interruptie. Hou hem eventjes vast.

De heer De Looze: Ja, misschien dat meneer Merx toch eerst gaat hoor, want dan kunnen we dit afronden. De voorzitter: Dat vind ik heel galant van u. Meneer Merx, u mag. De heer Merx: Nou ja, ik constateer eigenlijk dat de wethouder niet van plan is zijn toezegging gestand te doen. En eigenlijk schieten mij nu woorden tekort en dat gebeurt me niet zo heel vaak. Dus ik ga hierover nadenken en ik ga in overleg met een aantal collega raadsleden om te kijken of we hier in de raadsvergadering iets mee moeten. De voorzitter: Dat is uw toezegging. Meneer De Looze. De heer De Looze: Voorzitter, dank u wel. ik had eigenlijk meer een ander punt, los van deze discussie. We gaan dus minder maaien in de Haniaspolder. En ik ben daar ook geweest toen en veel hondenbezitters klagen over het feit dat in de Louise Kannemanspolder, dat daar heel weinig gemaaid wordt. Tenminste, dat het echt het onkruid bij wijze van 1,5 tot 2 meter hoog staat en dat honden daar niet eens meer kunnen lopen. Want aan die andere kant mogen honden nu al los lopen. Dus mijn voorstel zou zijn als de frequentie in de Haniaspolder omlaag gaat, en ik merk daar ook best wel breed draagvlak voor en wij steunen dat ook dat daar meer biodiversiteit komt, dat we dat inzetten, die grasmaaimachinecapaciteit, da we dat dan inzetten om de Kannemanspolder iets vaker te maaien. De voorzitter: Mijnheer Stam.

26

De heer Stam: Ja, ik moet deze vraag even meenemen wat de mogelijkheden zijn, omdat dat ook is uitbesteed aan Staatsbosbeheer. Dus ik moet uw vraag even meenemen. De voorzitter: Helder. Ik zie mevrouw Jager nog. Mevrouw Jager: Ik zit met de verkeerde muis bij de verkeerde computer. De voorzitter: Maar u bent er weer. Mevrouw Jager: Nee, even over het maaien in de Louise Kannemanspolder in plaats van aan de andere kant. Ik meen dat dus aan de ene kant Staatsbosbeheer niet meer maait en dat dat door de boeren gedaan werd daar. En dat die daarmee gestopt zijn, vandaar dat het onkruid waarschijnlijk zo hoog staat. Dus daar komt denk ik nog wel wat bij kijken. Je kunt niet zomaar zeggen van: in plaats van daar gaan we daar maaien. Maar daar komt de wethouder absoluut nog wel achter denk ik. De voorzitter: Dank voor uw toevoeging. En meneer Stam heeft inderdaad al aangegeven daar een deskundig oog naar te laten kijken en met een antwoord te komen. Mijnheer Stam, heeft u nog iets toe te voegen uit uw woordvoering? De heer Stam: Ik heb nog een opmerking. Meneer Merx heeft een opmerking gemaakt over een bordje: verboden voor onbevoegden. Die is echt daar door een bewoner geplaatst, omdat die vond dat er teveel bezoekers langs zijn woning liepen. En als het goed is, is die inmiddels door handhaving weggehaald. En dat is eigenlijk het laatste wat ik in deze eerste ronde wil toevoegen.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Heeft er iemand nog behoefte aan een tweede termijn? Of is alles gezegd wat gezegd had moeten worden? Hebben we de wethouder voldoende kaders meegegeven en aandachtspunten voor de evaluatie? Meneer Merx. De heer Merx: Ja, voorzitter. Ik vind het echt heel vervelend. Ik kan het verslag erop naslaan, ik adviseer de wethouder dat ook te doen. Daar is gewoon een toezegging gedaan en die wordt nu niet nagekomen. En ik wil graag deze wethouder gewoon de kans geven om er nog twee minuten over na te denken en met een fatsoenlijke oplossing te komen. Want ik voel er eigenlijk heel weinig voor om weer een of andere onfrisse discussie te gaan krijgen in de gemeenteraad. En als deze wethouder nou ja gewoon zegt van: luister, ik kom binnenkort met een voorstel hier voor, voor dit specifieke gebiedje, dan gaan we het daar verder over hebben met elkaar. Waarbij ik gehoord hebbende de discussie, gehoord hebbende iedere fractie zoals die erin zit, met een fatsoenlijke oplossing kom. Dan komen we er misschien wel uit. Maar anders, nou goed, het is het politieke spel ook weer. Dan moeten we maar met een motie gaan komen en dan wordt dat een discussie in de raad. En eigenlijk voel ik daar helemaal niet zo veel voor.

Het gaat eigenlijk, uiteindelijk gaat het maar over 30 hectare in een totaal gebied van 560 hectare, waar je gewoon met je hondje aangelijnd naar toe kan lopen. Waar je desnoods in de periode oktober tot april lekker met je hondje kan spelen, balletjes gooien enzovoort, enzovoort. En voor het donker is zijn de mensen weer weg

27

en dan komen de reetjes pas weer uit de bosjes gekropen. Dus volgens mij kunnen we het eenvoudig oplossen, maar het is zoals het is. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, deze woorden horende van meneer Merx lijkt het me denk ik goed dat ik deze week nog even contact met meneer Merx opneem over hoe we deze oplossing invulling kunnen geven. Dus wat dat betreft denk ik dat we hier wel uit gaan komen. De voorzitter: Ja, en ik denk, meneer Stam, dat het niet alleen aan meneer Merx is. Ik denk dat daar de hele commissie wel op wacht van wat hier nu gaat uitkomen. Want dat is wel bepalend voor hoe het in de raad besproken gaat worden natuurlijk, of niet. De heer Stam: Meneer Merx zie ik nu als woordvoerder van de gehele commissie. De voorzitter: Nou, dat denk ik toch niet. Ik denk meneer Merx heeft nu gewoon een voorstel en die is niet de woordvoerder van de hele commissie. De heer Stam: Nee, maar op dit gebied. Ik ga het even met hem overleggen en dan kom ik bij u terug met hoe we dat gaan invullen. De voorzitter: Ik zie, daar komen wel wat reacties op. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Nou, ik ben het eigenlijk wel met u eens. Het gaat natuurlijk de hele commissie aan. En natuurlijk meneer Merx die doet goed zijn best en dat mag. Om te kijken hoe we hier de hondenbezitters kunnen helpen om hun toe te staan op dit gebied.

Als CDA zitten we daar misschien met een iets bredere blik naar te kijken van: hoe gebruik je dat gebied zo goed mogelijk in alle breedte voor alle gebruikers? Maar neem hierin niet weg dat als we een evaluatie doen en we willen al die aspecten voorbij hebben, dat ik dat dan ook wel graag wil weten. Ik zeg maar vanuit het CDA hebben we ook aspecten gevraagd van: hoe verhoudt zich dat met zijn omgeving, met flora en fauna, vogels en reeën. Hoe verhoudt zich dat tot paarden, hoe verhoudt zich dat tot mensen die daar willen parkeren en helemaal geen hond of paard tegen willen komen. En volgens mij wil iedereen dat weten, dus het is echt de hele commissie die het uiteindelijk aangaat als we straks een evaluatie krijgen van wat daar dan instaat. De voorzitter: Ja, ik zou eigenlijk even nu een voorstel willen doen, want anders gaan we hier nog heel lang het verder over hebben. De raad heeft om een evaluatie gevraagd, de wethouder die zegt: die komt er. Maar die vult het op een andere manier in. Het lijkt mij handig dat we hebben volgende week dinsdag hebben we raad, dat u voor het einde van de week met een voorstel komt over hoe de evaluatie, hoe u denkt de evaluatie in te vullen met de kaders en de vragen die nu ook al zijn meegegeven. Dat 1, dat gaat dus over ik wil bijna zeggen over de groene vlek, over de Haniaspolder, het intensieve recreatiegebied.

En dan ten aanzien van het mindervaliden pad heeft u toegezegd dat er zo snel mogelijk een overleg komt met Groen en Invaliden. En dat dat, ja, er zijn verschillende tips gegeven over hoe dat nu fysiek kan. En dat u dan met een

28

voorstel komt, zodat wij dat of in de commissie of in de raad direct kunnen bespreken. Dit voorstel, meneer Merx. De heer Merx: Ja, voorzitter, dat lijkt me een prima voorstel. Met die kanttekening dat het voor mij niet perse voor het einde van de week afgerond hoeft te zijn. We krijgen nog meer raadsvergaderingen dit jaar en commissievergaderingen. Ik wil daar niet al te lang over doen, maar het moet ook wel met de zorgvuldigheid gebeuren die het nodig heeft. En eens met het CDA, dat moeten we dan ook op een fatsoenlijke manier terugbrengen in deze commissie. De voorzitter: Oké, maar het zou mooi zijn als het gewoon volgende week kunnen afronden. De heer Merx: Nou, dat gaat niet lukken denk ik. De voorzitter: Nee, niet de evaluatie zelf, maar wel een voorstel tot hoe de evaluatie tot stand komt. De heer Merx: Ja, maar volgende week is gemeenteraad. En we doen dit toch in de commissie, dacht ik? Of niet? De voorzitter: Nee, maar dit stuk wordt nu besproken. En mijn vraag is nu natuurlijk als voorzitter: hoe gaan we hier verder mee om? En nou ja, er wordt nu een voorstel gedaan om dus de wethouder de tijd te geven om met een voorstel te komen over wat we precies gaan evalueren. En dat kan dan in de commissie. En naar aanleiding van die uitkomst, maar dat moet dan, ik zeg nu voor het einde van de week in verband met de raad. De heer Merx: Ja, maar dat is niet nodig.

De voorzitter: Oké, volgende maand dan toch maar wel, lijkt mij. Oké, dat lijkt me heel goed. Even kijken, dan heb ik nog meneer De Lijster wilde nog wat opmerken. De heer De Lijster: Ja, voorzitter, dank u wel. Heel kort even nog wat u aanstipt over dat mindervaliden, van: joh, die afspraak die gemaakt zal worden, ik heb graag ook gewoon dat er een datum komt en dat we niet gaan afwachten, maar dat er gewoon echt op de korte termijn een afspraak wordt gemaakt. En dat vind ik nog een beetje een vaag iets, of we het laten gaan. En kijk, met corona moet daar op de korte termijn gewoon een andere manier dan voor gevonden worden, dat er toch overleg plaats kan vinden. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dus. Even nog heel kort resumerend. Ten aanzien van het mindervaliden pad komt zo snel mogelijk overleg met groen en invaliden. En ik zou zeker nu in deze tijd gaan, want dan is het heel snel duidelijk hoe het weer ook nu invloed heeft op het pad. En zelfs al heb je goede laarzen en wandelschoenen aan, dan kun je er niet eens doorlopen. Daar komt een voorstel voor. En dan voor de evaluatie komt de komende maand ook een voorstel van hoe de evaluatie gaat plaatsvinden en

29

wat er allemaal in wordt meegenomen. Akkoord? En dat hoeft niet in de raad, dat komt gewoon terug in de commissie. Winterpanden onder de rolstoel, voorzitter. Nou ja, die hebben ze zelfs wel eens, maar zelfs dat zal waarschijnlijk niet voldoende zijn. Dan wil ik dit punt nu als afgehandeld beschouwen. En ik wil even voorstellen om 5 minuutjes pauze te hebben, om een nieuw kopje thee te nemen, naar het toilet te gaan, enzovoort. Ik zie u terug om laten we zeggen 5 over half 10, dat is 7 minuten. En ja, het is 5 over half 10, welkom terug iedereen. Ik neem zomaar aan dat iedereen terug is. 5. Raadsinformatiebrief Invlechting Parkschap en samenwerkingsovereenkomst Biesbosch – Raadsinformatiebrief De voorzitter: We gaan over naar agendapunt 5, de invlechting Parkschap en samenwerkingsovereenkomst de Biesbosch. De commissie heeft aangegeven met name over het onderdeel handhaving te willen spreken. En de bespreking is gevraagd door de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie/SGP. Ik stel voor dat we eerst deze partijen even het woord geven. En daarna zal ik, ik heb hier weer keurig een rijtje, dan zal ik dat aflopen zodat ik niemand vergeet. Wie mag ik als eerst het woord geven? PvdA? ChristenUnie/SGP? Wie als eerste. Ja, ChristenUnie/SGP, meneer De Looze. De heer De Looze: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, wij vragen ons af, die invlechting en zo, dat is denk ik gewoon een goed plan.

En ik denk zelf dat we door andere gemeentes soms best wel geremd werden in de ontwikkeling van het Dordtse stukje van de Biesbosch. Dus nu wij zeg maar weer in de lead zijn, kunnen we ook meer gebruik maken van de Biesbosch op een positieve manier. En ja, wij zouden dan ook graag zien dat het gebied minder versnipperd is en dat je ook gewoon goede wandelingen kan maken ook in gebieden waar dat nu nog niet kan. Zoals boven de sluis zeg maar, boven de Helsluis. Niet bij de Haniaspolder, maar helemaal aan de andere kant van de Sliedrechtse Biesbosch. Daar is echt een heel mooi stuk natuur waar nu nog niemand komt. U zult misschien vragen van: joh, als we meer gebieden van de Biesbosch gaan ontsluiten, dan gaat het ten koste van de natuur. Nou, voor ons hoeft dat niet perse, omdat wij denken: als je gewoon goede paden aanlegt die alleen voor natuurwandelaars toegankelijk zijn, ja, en in dit geval ook zonder honden denk ik, dan gaat de natuur daar niet zo veel last van hebben. En als mensen ook midden in de natuur zijn, dan gaan ze er ook meer van houden. Dus dat gaat wat ons betreft hand in hand. Het andere waarom dit geagendeerd is, is de handhaafbaarheid en ook die recreatieve zonering.

We hebben ook best wel wat alarmerende brieven gekregen in de mail van de week van watersportverenigingen, watersportbedrijven in deze omgeving, ook in Dordrecht en Drimmelen, die zijn heel bang dat er stukken Biesbosch worden afgeslopen om rust te geven voor de natuur. En ja, daar willen wij ook wel van horen hoe dat plan er precies uit ziet. De voorzitter: En toen viel uw microfoon uit. De laatste zinnen die heb ik niet gehoord. De heer De Looze: Nee, ik kreeg in het scherm dat iemand mij gedempt heeft. Dus blijkbaar was ik door mijn spreektijd heen. De voorzitter: Nou, niet door mij hoor.

30

De heer De Looze: Maar goed, in ieder geval die recreatieve zonering ligt gevoelig bij de watersporters. Wij willen dat ook verder uitgewerkt zien. Maar we staan bij die zonering niet direct er tegenover, maar het moet wel de natuur helpen en de Biesbosch moet ook toegankelijk blijven, dat is belangrijk. Dat is eigenlijk even onze woordvoering tot hiertoe. De voorzitter: Oké, mevrouw Koene, u wil het woord? Mevrouw Koene: Ja, ik heb een vraag aan meneer De Looze. Heeft hij zorgen over het beheer van de Biesbosch? En dan bedoel ik met name, we hadden natuurlijk eerst het Parkschap. En we hebben inderdaad die brief gekregen, ik bedoel: het gaat er ook een beetje op lijken dat Staatsbosbeheer toch wel heel erg veel, even plat gezegd, zijn zin kan doen. En kan bepalen wat er allemaal gebeurt. En ik was daar nog een beetje naar op zoek van: hoe verhoudt zich dat nou? Misschien dat meneer De Looze daar al verder in is en mij daar wat over kan vertellen. De voorzitter: Mijnheer De Looze. Hoe dominant is Staatsbosbeheer? De heer De Looze: Nou ja, qua regie is de Dordtse Biesbosch gewoon van ons, denk ik, van Dordrecht. Wij hebben dat aan Parkschap hadden we dat uitbesteed en nu zijn we met Staatsbosbeheer in gesprek. Maar zij beheren het voor ons, zo zie ik het. Maar misschien kan de wethouder of iemand anders mij uit deze droom helpen. Dus daar ben ik niet direct bang voor.

Wel Staatsbosbeheer zal dat misschien wel wat grover invullen of wat minder frequent dan het Parkschap dat deed, dat hoor ik ook graag. Op zich hoeft dat voor de natuur niet direct negatief te zijn, maar dat weet ik eigenlijk niet. De voorzitter: Oké, dan kom ik bij de Partij van de Arbeid. De heer Jansen: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het Parkschap gaat over, dat betekent dat de werknemers van het Parkschap wat ons betreft in dienst komen van de gemeente Dordrecht. Wij maken ons uiteraard zorgen over de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden voor deze werknemers. Wij willen wel dat die gewaarborgd blijft, dat voor hun alles bij het zelfde blijft. Dat zij niet onder mindere arbeidsvoorwaarden bij de gemeente Dordrecht in dienst komen dan dat ze nu bij het Parkschap in dienst staan. De ondernemingsraad van de gemeente Dordrecht heeft ons steeds de belangen van deze werknemers behartigd en zal dat dus ook nu moeten kunnen blijven doen. Dan komen wij tot de kosten. Er zitten best wat kosten aan deze operatie. En voor ons is het niet helemaal duidelijk hoeveel kosten het allemaal precies worden. Dat is misschien nog wat lastig in te schatten, maar wij willen hier toch graag een beter overzicht dan dit, misschien in een raadsvoorstel, van hebben. Wij vinden in ieder geval niet dat dit nou zomaar zonder meer via de BURAP moet.

Eerst graag inzicht in de kosten, dus in een goed voorstel verwerkt en niet tussendoor in de BURAP meegenomen. En dan zien wij, dan valt ons ook op, nu we het toch over geld hebben. Dan valt het ons toch op dat er gekozen wordt om de inning van leges bij Staatsbosbeheer onder te brengen. En daar valt van alles voor te zeggen, voor die keuze. Maar deze keuze resulteert in een nadeel op de begroting van 8 duizend euro. En wij vragen ons dus af waarom er voor gekozen wordt om de inning van de leges bij Staatsbosbeheer onder te brengen, als dat de

31

gemeente Dordrecht 8 duizend euro kost. Dat vinden wij een merkwaardige keuze. Tot zover. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kom ik bij Beter voor Dordt. Heeft u een woordvoering? De heer Schalken: Ja, kort voorzitter, dank u wel. eigenlijk kunnen we redelijk aansluiten bij wat meneer De Looze namens de ChristenUnie/SGP aangaf met betrekking tot de zonering straks en het gebruik. Dat dat echt goed in samenspraak ook met de gebruikers verder moet worden afgestemd. Ja, we kregen ook een alarmerende brief daarover, maar wij hebben het idee dat daar juist, omdat voor deze vorm nu is gesproken van samenwerking en het niet zoals die vroeger de GR, dat deze partners meer stem kunnen hebben in de uitwerking van die zonering en het gebruik. En in aanvulling, eigenlijk aansluitend van wat de PvdA, meneer Jansen, aangaf ook dat het voor de medewerkers de overgang zo moet zijn dat zij de rechten, plichten, alles wat ze bij hun huidige arbeidscontract hebben, dat dat mee overgenomen wordt en gewaarborgd wordt voor hun. En eigenlijk op dit moment geen andere opmerking. De voorzitter: Oké, dank u wel. De VVD, meneer Merx, of iemand anders? Nee, u was geloof ik vandaag als enige. De heer Peters: Nee, dat ben ik vandaag. De voorzitter: O, natuurlijk. De heer Peters: Dat geeft niet. De Biesbosch. Wij van de Dordtse VVD vinden dat de Dordtse raad over het Dordtse gedeelte van de Biesbosch gaat.

Wij betalen daar ook fors voor. En wie betaalt, die bepaalt. Uiteraard in goede afstemming met onze partners. Daarom zijn wij ook erg geïnteresseerd in de samenwerkingsovereenkomst. Dat betreft dus de besturing van het geheel, maar de inhoud is wat ons betreft leidend. Wanneer kunnen we deze samenwerkingsovereenkomst tegemoet zien? Datzelfde geldt voor de gebiedsvisie. Deze wordt begin 2021 aan ons voorgelegd. Ik neem aan niet ter informatie, maar om een besluit. Voor ons gaat het erom dat het natuurbehoud en beheer in balans is met de andere doelen, zoals recreatie in welke vorm dan ook. Het betreft wandelen, fietsen, varen, picknicken, barbecueën, enzovoort. We krijgen soms ook de indruk dat Staatsbosbeheer het eigenlijk voor het zeggen heeft. Vanuit hun visie en missie snap ik hun instelling, maar mogelijk het koesteren van de natuur en op de tweede plaats komt beleven. Wij vinden natuur ook belangrijk, daar moeten we heel zuinig op zijn. Maar er moet ook voldoende gebied zijn waar de mensen met paard en/of hond kan genieten. Dat is de uitdaging en dat hopen we terug te zien in die gebiedsvisie. Wat voor ons betreft ook ter instemming aan ons wordt voorgelegd. Waar en door wie is de keuze gemaakt om de inning van belevingsbijstand bij Staatsbosbeheer te beleggen, wat kennelijk een nadeel oplevert van 8 duizend euro.

Had daar geen andere partij voor kunnen zijn? Voor het vastgoed in de Biesbosch is een meerderjarig plan opgesteld. Maar naar verwachting zijn de financiële middelen hier onvoldoende voor. Dragen alle partijen, inclusief Staatsbosbeheer, hier evenredig baan

32

bij? Want wij gingen toch uit van de samenwerkingsovereenkomst waarbij de kosten wordt gedeeld. Tot zover. Uw geluid staat nog uit. De voorzitter: Ik zei: dank u wel, meneer Peters. En dat zeg ik nu in het kwadraat. Dank u. Dan gaan we verder met meneer Van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. De bespreking richt zich inderdaad over handhaving en er stond ook nog achter de rol van de gebiedsregisseur of de projectmanager. Dus die twee punten wilde ik wel even aanstippen. Maar ik wil ook wel even aanhaken, want die vraag kwam wel bij mij boven toen ik net meneer Peters aanhoorde. Want ik had de neiging, en die heb ik trouwens ook nog steeds, het erg met hem eens te zijn dat die zei van: als Dordt gaan we met name over het Dordtse deel van de Biesbosch. Want wie betaalt, die bepaalt. Maar toen die dat zo zei, denk ik: ja, dat vind ik ook. Maar daar komt wel de vraag achteraan: wie betaalt er eigenlijk wat? Hoeveel betaalt de gemeente Dordt aan dat gedeelte van de Dordtse Biesbosch? Maar als ik het bijvoorbeeld over Staatsbosbeheer hebben, dan neem ik aan dat zij ook middelen inbrengen hoeveel betalen zij. Dat maakt misschien ook de discussie wat makkelijker als we het gaan hebben over: wat bepalen zij? Dus misschien kan de wethouder daar wat inzicht over geven.

Wat betreft handhaving zijn we wel benieuwd welke issues er op het moment voor handhaving spelen. Met name in het Dordtse deel. En op welk vlak dat dan is. Welke schade, welke overlast, welke overtredingen. Hebben we het over vandalisme, vervuiling, wietkwekerijen, over te hard varen, over natuurrustverstoring, over stropen? Nou, we hebben eigenlijk niet zo’n idee op het moment wat daar allemaal aan de hand is en hoeveel handhavingswerk daar te doen is. Dus wellicht kunnen we daar wat beeld bij krijgen om met elkaar vast te stellen of de handhavingscapaciteit die we hebben wel voldoende is. De suggesties in de eerdere besprekingen waren wel eens hier en daar dat er onvoldoende capaciteit zou zijn om te handhaven. En daar komt dan ook de vraag achter vandaan of er wellicht schaalvoordeel te halen is met handhaving zoals we die in Dordt hier al kennen. Wordt dat geïntegreerd of blijft dat helemaal apart? Dat zijn onze vragen waar het gaat over handhaving. Nou wat betreft over de gebiedsregisseur. Als wij goed begrepen hebben heeft Staatsbosbeheer daar een heel belangrijke rol in. En wij kennen Staatsbosbeheer inderdaad wel als een partij die primair belang heeft voor natuurrust en natuurbehoud. En ook heel goed, dat is hun taak.

Maar dan snappen wij wel dat er af en toe de zorg achter vandaan komt van: is er nou wel voldoende zicht en ruimte voor recreatief gebruik van de Dordtse Biesbosch in dit geval? En natuurlijk ook voor de hele Biesbosch. En de vraag aan de wethouder ook is, is hoe we dat vanuit Dordt dan ook, hoe onze positie daarin is en hoe we dat kunnen bevorderen. Want we zijn het wel eens met eerdere partijen en fracties die zeiden dat het ook goed recreatief toegankelijk moet zijn. Een laatste opmerking nog, voorzitter. Wij kregen inderdaad een brandbrief van HISWA-RECRON met een heleboel watersport gerelateerde bedrijven, die zich zorgen maakten over de recreatieve toegankelijkheid. Als ik die brief een beetje doorlas, dan waren dat eigenlijk allemaal Brabantse bedrijven. Dat zou wel kunnen komen omdat de afdeling Noord-Brabant/Limburg was van Hiswa-Rekrom die die brief schreef. Maar daar komt wel de vraag achter vandaan, want we zagen namelijk geen een Dordts bedrijf daar tussen staan, of dat nu in het Dordtse gedeelte ook zo speelt. Of dat de Dordtse

33

ondernemers daar allemaal heel tevreden zijn, of in deze brief niet vertegenwoordigd zijn. Nou, wellicht heeft de wethouder daar wat meer zicht op hoe dat in elkaar zit. Dat was het even voor nu, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dank u wel, meneer Van der Kruijff. Want het is een hele stapel vragen, ik hoop dat de wethouder goed heeft mee geschreven. En anders zult u hem vast wel in de tweede termijn ergens nog aan herinneren. Dan kom ik bij D66. Heeft u andere vragen te stellen aan de wethouder of iets aan ons mee te delen? De heer Polat: Of ik andere vragen wil stellen. De voorzitter: Ja, dit om herhaling te voorkomen. De heer Polat: Nee, ik wil ook liever herhaling voorkomen, ik wil het niet herhalen. Kijk, het Parkschap is natuurlijk meerdere malen in deze commissie besproken. En we hebben besloten ook naar aanloop om alles naar Dordrecht te halen, dat hebben we ook gedaan. Maar de kosten die werden betaald aan de gemeenschappelijke regeling, die kwamen alsnog vanuit Dordrecht. Dus het feit dat Dordrecht aan zet is, is natuurlijk een van de ideeën geweest van de commissie, en natuurlijk ook van het Parkschap. En de wethouder is daar mee aan het werk gegaan. Wij vinden dus dat het in Dordtse handen zit, dat het gewoon wel goed is. Wat betreft de vragen, daar wil ik dus niet herhalen.

We willen graag de antwoorden horen van wat de ChristenUnie/SGP heeft gevraagd over de gebiedszones en over de handhaving, wat het CDA heeft gezegd. Dus daar zijn we heel erg geïnteresseerd in, dus daar willen we aan gaan werken. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, meneer De Lijster. Heeft u nog iets toe te voegen? De heer De Lijster: Voorzitter, nee, eigenlijk niet. Ik wil me aansluiten bij de woorden van meneer Van der Kruijff, de vragen over de handhaving. En ook wel erg benieuwd naar waar nou welke verantwoordelijkheid ligt in die samenwerking, ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kom ik bij de VSP, meneer Wisker. De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, voorzitter, meneer De Looze van de ChristenUnie/SGP heeft er al een beetje langs gefietst, maar ook wij hebben een mail gekregen van zeg maar de woordvoerder van de commerciële belanghebbenden in en om de Biesbosch. En daarin uitten zij nogal hun zorgen over hun positie in brede zin, of zij hun commerciële activiteiten nog wel kunnen blijven uitbreiden in de Biesbosch. Ja, ook wij willen wel van de wethouder weten hoe dat nou zit. Want het is natuurlijk wel een recreatiegebied, het is een stiltegebied. Maar zal natuurlijk ook om mensen te triggeren om daarheen te gaan wel wat reuring moeten zijn in dat gebied. Dus graag van de wethouder daar een antwoord op.

En verder sluiten wij ons ook aan bij de vraag van onder andere meneer Peters en meneer Jansen van de PvdA over die kwestie met die leges, wat dan 8 duizend euro gaat kosten. Daar wil ik het nu even bij laten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kom ik bij de SP. Mijnheer ’t Lam.

34

De heer ’t Lam: Voorzitter. Ik heb geen nieuwe vragen of opmerkingen. Er is al voldoende gevraagd en opgemerkt, ik laat het hierbij. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Ja, sorry, ik had er even op gerekend dat de PvdA nog voor mij kwam, maar die zijn natuurlijk al aan het begin geweest. De voorzitter: Juist. Mevrouw Koene: Ja, maar ik heb ook niet zo veel schokkend nieuws. Ik had alleen wel, omdat ik hoorde ook net iemand zeggen van: het zijn vooral Brabantse bedrijven die in die brandbrief staan. En wij hadden het erover in de fractie en wij hadden ook het idee dat het vanuit dat Brabantse juist meer gaat dat ze het gebied veel meer willen gebruiken als recreatiegebied. En dat er vanuit Dordrecht veel meer de nadruk ligt op het is natuur. Dus waar liever niet gerecreëerd mag worden. En daar zit dan ook weer, daar hadden we het daarnet ook al over, daar zit dan ook weer zo van: ja, voor wie is het nou eigenlijk? Wie loopt daar nou? Wie wil er nou recreëren? En wat betreft die watersport, daar wil ik ook nog wel van weten. Want we hebben het volgens mij ook wel eens een keer gehad over een vignet, dat moet dan weliswaar ook wel weer gehandhaafd worden zeg maar, maar dat is misschien ook een manier om ervoor te zorgen dat er dus een ander soort of dat bepaalde types niet komen daar.

Dus dat zijn ook wel een beetje dingen waar wij, even kijken, mee zaten. Nee, verder heb ik even geen … Nee, verder weet ik het op dit moment even niet. En nou ja, onze zorgen dan over Staatsbosbeheer, ondanks al het goede werk. Maar dat we toch wel het idee hebben dat het wel heel erg bepaald zal gaan worden door Staatsbosbeheer, en dat vind ik een naar idee. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager, bent u nog aanwezig? Ik scrol even in mijn chat om te zien. Nou ja, oké. Volgens mij heb ik dan iedereen aan het woord gelaten en is nu het woord aan meneer Stam. En die excuseert zich dat die even bij fysiek was en daardoor een stukje van de vragen heeft gemist. Nou, meneer Stam, maak uw borst maar nat, want het is een hele rits aan vragen. Dus ik hoop dat u gewoon kunt starten en dan zal iedereen wel aansluiten of weer inschieten wat u nog niet heeft gehoord. Dus mag ik u het woord geven? De heer Stam: Nou, dank u wel, voorzitter. Nou, als u mij dan gaat aanvullen, dan moet dat denk ik op bijna alles, want ik ben er pas weer een minuut bij. Ik krijg wel wat door. Als ik gewoon kijk naar het natuurgebied en Parkschap, dan is Staatsbosbeheer de grootste grond- en watergangenbezitter in de Biesbosch. Dus vragenstelling over openstelling, die moeten we echt in samenwerking met Staatsbosbeheer doen.

ik krijg ook een vraag door over leges en vergunningen bij een loket onderbrengen. Dat lijkt ons wel logisch om dat in een loket te doen, anders moeten alle gebruikers zich bij die diverse gemeentes gaan melden. Dat lijkt me niet goed. Een vraag over de Biesboschregisseur die wordt aangesteld door de drie gemeenten en Staatsbosbeheer. En de kosten hiervan worden gelijkmatig verdeelt, ieder een kwart. En die regisseur gaat zich inzetten in het ontwikkelen van het Biesboschnetwerk. Deze zal gaan bestaan uit

35

ondernemers, de gemeente en gebruikers van de Biesbosch. En die gaat hen dan ook in positie brengen in de activiteiten en de ontwikkelingen in de Biesbosch. We zijn inmiddels in gesprek met de vertegenwoordiger van Dordtse watersport, dus daar heb ik vorige week een gesprek mee gehad. Die hebben hun, ja, hun problemen kenbaar gemaakt. Daar hebben we een van de vrezen die ze hadden hebben we weg kunnen nemen. Ze gaan een rapport opstellen met vragen naar aanleiding van het stuk van Staatsbosbeheer. En daarbij hebben wij de toezegging gedaan dat wij samen met hun in gesprek gaan met Staatsbosbeheer om te kijken hoe we die problemen kunnen aanpakken. Daar moet gewoon een totaal plan komen voor de Biesbosch met alle stakeholders, dus ook met die watersporters. En tot zover heb ik de vragen meegekregen. De voorzitter: Nou, meneer Stam, dat is inderdaad niet erg veel. En ik vind het een beetje jammer dat u dan niet even heeft aangegeven dat u er niet bij zou zijn. Want dan hadden we daar rekening mee kunnen houden. Ik krijg nu in de chat opmerkingen als van: ik ga niet weer al mijn vragen herhalen. En ja, dat snap ik ook wel een beetje. We hebben hier toch zeker 20 minuten, mensen hebben zich ingelezen en vragen gesteld. Ik zit even te denken hoe we dit kunnen doen, want anders zijn we hier drie kwartier over bezig hoe we dit gaan oplossen.

Ik had net met de griffier het er al over, het zijn ook aardig wat technische vragen. Misschien kunnen we die dan per mail stellen. Kijk, mevrouw Koene zegt ook al: er zijn notulen en we komen er op terug. Ja, ik denk dat dat de beste oplossing is. Want anders zitten we hier heel laat nog. De heer Stam: Ja, excuses voorzitter. Ik moet continu schakelen tussen twee commissies. De voorzitter: Dat is niet het punt, dat moeten meer wethouders. Maar het is handig als u het aangeeft van tevoren, want dan hadden we hier even rekening mee gehouden. We hebben nog een of twee dingetjes en dan hadden we die eerst kunnen doen. Maar goed, het is gebeurd. Daar kunnen we niks aan doen, de vragen komen nog naar u toe of u kunt ze zelf terug horen op de stream. En dan neem ik aan dat wij de antwoorden krijgen. Ja, ik had gevraagd: behoefte aan een tweede termijn? Nou ja, dat kan nu ook dan niet. Eigenlijk stond er op de rol van: kan deze raadsinformatiebrief zo als hamerstuk naar de raad? Nou, mijn conclusie is dus al, ik kan het aan u vragen, maar ik denk dus van niet zomaar. Omdat er nog wat ontbreekt. Dus laten we maar gewoon het doorschuiven naar een eerstvolgende commissie. Is dat een goed voorstel? Mooi, dan laten we het hierbij. Iedereen wat dit betreft bedankt, het wordt doorgeschoven. Ja, ja, ja, iedereen geeft het zelfde volgens mij aan. Even kijken, doorschuiven, aanhouden.

Oké, prima. Dan kom ik, want we zijn nu bij agendapunt 5. Dan moet ik even op mijn brief kijken. We hebben het agendadeel nieuwe behandelvoorstellen al gehad. 12. Termijnagenda De voorzitter: Dan kom ik nog op de termijnagenda, agendapunt 12. De heer Stam: Voorzitter. Met uw goedvinden ga ik dan nu weer terug naar de commissie fysiek.

36

De voorzitter: Ja hoor, dat vind ik prima. Oké, excuus. Agendadeel en dan agendapunt 12, de termijnagenda. En ik heb doorgekregen dat de SP iets wil zeggen op dit punt betreft aanbesteding handhaving. Mijnheer ’t Lam, mag ik u het woord geven? De heer ’t Lam: Voorzitter. Sorry. Voorzitter, op 24 november heeft de commissie besloten dat er binnenkort gesproken moet worden over de aanbesteding van handhaving. En ze hebben aangegeven dat er dan een bijdrage van het college wordt verwacht. Dat punt is vervolgens op de termijnagenda gekomen voor januari. Vorige week was het al even aan de orde, omdat het verschoven werd naar maart. En op de nieuwe versie van de termijnagenda voor deze vergadering staat het helemaal niet meer. En daarom stellen we als SP voor het punt aanbesteding handhaving te agenderen voor de eerste vergadering van maart. En stellen wij tevens voor om alle fracties de gelegenheid te geven even via de griffie aan te geven wat zij nu precies van het college in die rapportage verwachten. Zodat we geen rapportage krijgen, waarvan we dan weer zeggen: ja, dat hadden we net niet verwacht. Of: dat zit erin en dat had er niet in gehoeven. Zodat we begin maart even een serieuze bespreking over die aanbesteding kunnen voeren. Dat is ons voorstel. De voorzitter: Oké, wie wil hier op reageren? Geen reactie is eens. Even kijken naar de chat. Meneer Wisker is het eens.

Is iemand het er niet mee eens? Ik zie meneer Schalken, dat is een foutje dus. Hij gaat uit meteen, goed zo. Dan meneer ’t Lam, uw voorstel wordt overgenomen. Akkoord met het onderwerp, de timing kan ik zo snel niet inschatten. Meneer Van der Kruijff, kunt u dat even toelichten? De heer Van der Kruijff: Jawel, voorzitter, daar ben ik. Meneer ’t Lam deed een aantal voorstellen om dingen op de agenda te zetten, waar ik het erg mee eens bent. Hij noemde er ook allerlei momenten bij waarop dat zou moeten gebeuren, in welke vergadering. Of dat nou allemaal wel of niet haalbaar is, dat bedoelde ik, dat kan ik zo snel niet inschatten en volgen. De voorzitter: Dat dacht ik al, maar ik denk: ik vraag het gewoon even. De heer Van der Kruijff: Dus als het allemaal iets anders zou worden, dan horen we dat nog wel. Maar eens met het idee. De voorzitter: Oké. Maar het lijkt me gewoon, toch om maar iets te noemen qua data, dan horen we wel of het wel of niet haalbaar is. U stelt voor om de eerste commissievergadering in maart een voorstel te bespreken over de handhaving. En dat wij zelf als raad, of als commissieleden, zoals u wil, het college vragen toesturen waarover we dan ook willen spreken. En dan denk ik dat we dan die vragen moeten wij ervoor zorgen dat die voor volgende week, ja wat zullen we zeggen, voor maandag of dinsdag bij de griffie liggen. Dat moet wel haalbaar zijn, denk ik.

De voorzitter: Oké, bent u tevreden hiermee? De heer ’t Lam: Helemaal, dank u wel.

37

De voorzitter: Kijk, goed zo. Zo moeten we het hebben. Verder zijn op dit. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, was ik weer. Ik zit even op die agenda te kijken, maar ik zie bij bestuur en middelen, of het ligt aan mijn versie of zo, maar ik zie helemaal niks. De voorzitter: Nee, dat klopt. Dat was mijn volgende zin die ik wilde gaan zeggen. Mevrouw Koene: Oké. Want ik denk: ja, waar moet ik het dan mee eens zijn of niet. De voorzitter: Nee, meneer ’t Lam wilde even nog iets zeggen, dus die heb ik eerst het woord gegeven. En dan zou ik verder gaan met mijn betoog: er zijn op dit moment geen bespreekstukken voor de vergadering van 2 februari. Het voorstel is om op 2 februari wel kort te vergaderen, om de nieuwe behandelvoorstellen die dan toch uit het college zijn gekomen door te nemen en de termijnagenda te bespreken. U zegt: 3 februari. Als dat zo is mag dat ook van mij. Het is wel zo dat er nog verwacht wordt dat meneer Kolf heeft toegezegd middels een raadsinformatiebrief de raad te informeren over de stand van zaken rondom polarisatie, radicalisering en extremisme. En die raadsinformatiebrief wordt in de collegevergadering van 19 januari vastgesteld. Dus mogelijk zou dat ook 3 februari besproken kunnen worden. Dat is dus het voorstel. Wel de avond, o ja natuurlijk, en het vervolg van de Biesbosch. Dus we hebben sowieso al drie agendapunten.

Als het zo een beetje meezit. Dus de vergadering gaat gewoon door. Kunt u zich allen hier in vinden? Wie stemt zwijgt toe, goed zo. Toch weer een volle agenda. Nou ja, vol, maar wel hele leuke onderwerpen. Sluiting 13. Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij de rondvraag. Heeft er iemand iets voor de rondvraag? Niemand iets voor de rondvraag. Ik heb nog een rondmededeling, want ik ben vergeten te zeggen dat de PVV vanavond afwezig is vanwege privéomstandigheden, meneer Van Leeuwen. En dat vind ik wel zo netjes om nog wel even te noemen. 14. Sluiting De voorzitter: Dan wil ik hierbij de vergadering sluiten en wens ik u allen een nog fijne resterende avond toe. Tot ziens.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7544