2.8 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 18 mei 2021.pdf
Tekst van het document
Dus die dingen die leg je erop, maar dat kan wel betekenen dat de huur wat omhooggaat. Dat moet je niet uitsluiten. Tegelijkertijd gaat de elektriciteitsrekening omlaag bij zo’n stichting, dus de huurder voelt daar hoegenaamd niets van, alleen het is een vestzak-broekzakverhaal. Maar ik vind wel, ik ben het met de heer Den Heijer eens, dat je eerst moet onderzoeken wat de gevolgen zijn als je het zo gaat doen, maar laten we die discussie alsjeblieft niet uit de weg gaan met allerlei ideële stokpaardjes die ik net voorbij hoorde rammelen. De voorzitter: Oké. Nou, dan stel ik voor om dat nu ook maar niet te doen. Was u klaar met uw betoog, mijnheer Van Verk? De heer Van Verk: Ik ben voor dit onderdeel klaar. De voorzitter: Fijn. Dan was ik nog toegekomen aan Gewoon Dordt, de heer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben geen andere of nieuwe vragen wat betreft dit punt en ja, we wachten de antwoorden van de wethouder af. De voorzitter: Oké. Dan stel ik voor om naar wethouder Stam te gaan en ik geef u ook de suggestie mee, wethouder, om ook aan te geven wanneer dat u de hulp van de heer Rob de Vries nodig heeft bij de beantwoording, of mogelijk Angela Verkerk. Maar u heeft het woord. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter.
Allereerst denk ik dat we hier nu eigenlijk een stap te ver gaan met de vragen, in die zin dat we nu naar een eindpunt toewerken. Dit is een raadsinformatiebrief waarin wij puntsgewijs hebben uitgewerkt de vragen van het amendement, dus hoe steken de juridische structuren in elkaar? Dat hebben we hier
21
uitgelegd. Ik denk vooral dat het belangrijk is dat de expert mijnheer De Vries nu eerst op een aantal punten ingaat die hier zijn genoemd en dat ik dan daarna nog even terugkom voor een korte reactie op de politieke vragen die zijn gesteld. Want inhoudelijk is het best wel taaie materie die makkelijk lijkt, die soms heel moeilijk is, maar waar wel heel goed en scherp vanuit de expertise op kan worden gereageerd. Dus ik zou graag aan de heer De Vries willen vragen om eerst zijn visie te geven op hetgeen hier is gezegd. De voorzitter: Mijnheer De vries, u heeft het woord. De heer De Vries: Dank u wel. Wat betreft het eerste punt van het amendement. Op zich, Dordrecht was niet de enige gemeente die grond verhuurde en dat als constructie gebruikte, en dat later dan een stichting daar een gebouw op neerzetten. Dat kwam in het land meer voor. Er is gewoon een rechterlijke uitspraak geweest en daar is uit gebleken dat de eigenaar van de grond via natrekking ook eigenaar wordt van alles wat er bovenop staat. Dus ja, willen we het eigendom goed regelen, dan moet je een recht van opstal toepassen en in Dordrecht is dat een huurafhankelijk recht van opstal. Dat is in 2018 inderdaad besloten ook, bekrachtigd, dus dat moeten we gewoon regelen. We hebben dat laatst met de zonnepanelen gezien, met die investering, dat het eigendom bij de stichting moet liggen, formeel.
Dus het is een kwestie van formeel eigendom regelen, dat heeft ook met aansprakelijkheid en verzekeringen te maken. Is niet ingewikkeld, komt misschien wel ingewikkeld over, maar dat is de juridische kant. En natuurlijk, dat hebben verschillende fracties ook aangegeven, zit er ook een politiek vraagstuk in, of een maatschappelijk vraagstuk: wat nou als een stichting of als een vereniging, als daar niks te halen valt en het gaat mis? Dat is helemaal terecht, dus bij iedere situatie dat we als gemeente iets op afstand zetten, of dat een museum is, of een zwembad, of een buurthuis, of een sporthal, als het fout gaat en de stichting kan het niet exploiteren en heeft het geld niet, dan komt het altijd terug natuurlijk in het gemeentehuis, of in een politiek vraagstuk. We moeten er vooral voor zorgen dat we die risico’s beheersen en voorkomen. Maar goed, dan ga je ook meer naar richting de kaders, de kaderstelling. Ja, dit is mijn toelichting wat betreft het eerste punt. Dus het is gewoon het formeel regelen van eigendom. Het lijkt misschien ingewikkeld, maar een recht van opstal wordt gewoon heel veel toegepast in dit land, dat is heel gebruikelijk. De voorzitter: Dan vraag ik nog even aan de commissie … Ik zie mevrouw Van Benschop, die heeft daar een vraag over. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Benschop: Ik heb nog even een vraag over, u noemde net de Vorrinklaan, waar dan die zonnepanelen zijn aangeschaft en dat daarvoor die huursafhankelijke recht van opstal nodig is. Maar als ik de raadsinformatiebrief lees, dan zie ik staan dat omdat die HARVO niet samengaat met de garantstelling Stichting Waarborgfonds Sport, dat de geldlening honderd procent bij de gemeente Dordrecht is afgesloten. Dus waar is dan precies die HARVO goed voor geweest? De voorzitter: Mijnheer De Vries. De heer De Vries: De HARVO is geregeld om dat eigendom te regelen. Dat is een keuze van de gemeente geweest om met een huurafhankelijk recht van opstal te werken en niet met een gewoon recht van opstal. De gemeente heeft daar ook de consequentie uit
22
getrokken door honderd procent garant te staan en dus niet een combinatie met de Stichting Waarborgfonds Sport aan te gaan. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, mag ik nog één vervolgvraag stellen? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Van Benschop: Maar betekent dat dan, begrijp ik het dan goed … Zo, wat gebeurt er? Begrijp ik het dan goed dat, zonder die HARVO, die stichting niet die zonnepanelen met een honderd procent geldlening van de gemeente Dordrecht had kunnen laten plaatsen? Dat had niet gekund? De voorzitter: Mijnheer De Vries. Uw geluid staat niet aan, mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dat is correct. Ja, sorry, excuus. Mevrouw Van Benschop: Oké. De voorzitter: Dus volgens mij was het antwoord op de vraag van mevrouw Van Benschop: dat is correct. Hè? Oké. Wilde u verder nog iets toelichten, mijnheer De Vries? De heer De Vries: Nee, op punt 1 niet. De voorzitter: Oké, dan ga ik terug naar wethouder Stam. Sorry, mijnheer Van Verk, u heeft ook nog een vraag. De heer Van Verk: Ja, ik hoor de heer De Vries herhaaldelijk zeggen dat die HARVO uitsluitend en alleen gericht is om het eigendom te regelen, omdat bij de andere constructie de maatregel tot gevolg heeft dat de gemeente eigenlijk eigenaar is van die hallen. Niet de facto, maar de jure. Klopt dat? De voorzitter: Mijnheer De Vries.
De heer De Vries: Ja, dat is een gevolg van natrekking en dat was niet de bedoeling, dus dat moeten we gewoon juridisch regelen met een recht van opstal. De voorzitter: Oké. Nou, ik zie mijnheer Van Verk knikken, die had zijn geluid uit staan. Dan geef ik nu het woord terug aan wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de antwoorden die de heer De Vries heeft gegeven al een hoop duidelijkheid verschaffen over dat juridisch construct en welke kant we op willen. Als we dan richten op de vraag, maar die gaat over heel de RIB heen: is dit een raadsvoorstel? Dan ben ik nog steeds van mening: nee, we leggen informatie bij u neer waar u vragen over kan stellen en informatie op kan ophalen. In de tweede bullet gaan we dan vragen: welke kaders wilt u ons meegeven? Dus in die zin komt er later nog een aanvullend raadsvoorstel, maar dit is echt puur informatief en ophalen met elkaar, zodat wij met de informatie die we bij u krijgen in gesprek kunnen gaan met die verenigingshallen. Ik wil daar nog wel even bij aantekenen dat … De voorzitter: Voordat u verder gaat, u krijgt een interruptie van de heer Van Verk.
23
De heer Van Verk: Voorzitter, ik begrijp niet zo goed wat de heer Stam nu eigenlijk wil betogen, want hij zegt: ja, het eerste gedeelte, dat is informatieverstrekking. Nou, dat klopt, dat ben ik helemaal met hem eens. En hoe ik tegen die informatie aan kijk, dat is een politieke vraag en die heb ik al volgens mij duidelijk gemaakt hoe ik daar tegenaan kijk. Het tweede gedeelte, daar zegt u: dat zijn kaders en daar vragen we niet naar, maar daar komen we nog met een raadsvoorstel bij u terug. Betekent dat nu dat u zegt: als vervolg op deze brief en deze beraadslagingen, krijgen we een raadsvoorstel waarin dit weer herkenbaar terug te zien is? De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Voorzitter, misschien had ik beter eerst uit kunnen spreken, voordat mijnheer Van Verk zijn vraag stelt. De tweede bullet, geef ik aan, dat gaat over de kaderstelling en wij willen bij u input ophalen met vraagstukken, kaders die wij meenemen naar de gesprekken die we nog met de verenigingen gaan voeren en … De heer Van Verk: Ja, nee … De heer Stam: Nee? De heer Van Verk: Nee, nee, nee, zo werd het amendement in ieder geval niet opgesteld. Het amendement zegt dat eerst helderheid verschaffen over de eigendomsverhoudingen, en de tweede bullet die gaat … – waar ging die over – over het eenduidige beleid. En daar hoorde kaderstelling bij.
De voorzitter: En bij punt 3, daar staat – ik lees het maar even voor, wethouder Stam – punt 3 is: we gaan als gemeente meer regie nemen op de volgende punten en naar aanleiding van de komst van punt 1 en 2 zal een bijeenkomst georganiseerd worden waarin de input voor het nieuwe Verenigingshallenplan zal worden opgehaald bij alle betrokken stichtingen, verenigingen, de Sportraad en de gemeenteraad. De heer Stam: Ja, daar verwees ik naar. De voorzitter: En deze input zal verwerkt worden in een nieuw VHP wat de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd uiterlijk bij de behandeling van de kadernota 2022. De heer Van Verk: Ja, en de volgorde in deze gemeente is dat we beginnen met de startnotitie. De startnotitie die er was, die is middels het amendement van het CDA volledig van tafel geveegd. Het CDA en de meerderheid van de raad heeft gevraagd om eigenlijk een nieuwe startnotitie, waarin helderheid wordt gegeven over de juridische verhoudingen en kaders worden voorgesteld voor het verdere uitwerken van het VHP. U geeft nu in een raadsinformatiebrief een aantal kaders aan. Die kaders zouden amendeerbaar moeten zijn en dat kan alleen bij een raadsvoorstel.
Dus nogmaals, wethouder, als u het werk goed zou doen, dan zou u deze raadsinformatiebrief omzetten naar een startnotitie en vragen aan de raad: kan het met deze kaders de weg op, met de verenigingen gaan praten hoe we die gaan invullen? Zo is volgens mij de volgorde die we hebben afgesproken.
24
De voorzitter: Nou, eerst even de wethouder, … De heer Stam: Even één seconde, voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Den Heijer: Gaan we aan het bier? De heer Van Verk: Nee, Rolin, dat kan nog niet. De heer Den Heijer: Ik heb alleen maar wijn koud staan. De voorzitter: Nou, dit zou toch in een normale fysieke vergadering een stuk moeilijker gaan, maar dit is ook weer het voordeel van digitaal vergaderen. De heer Stam: Ja, voorzitter, we hebben even overlegd. Wij zijn nog steeds van mening dat we het nu nog niet een raadsvoorstel moeten maken wat geamendeerd kan worden. Wij willen die input echt meenemen naar die verenigingen, want we moeten met die verenigingen praten. Ik heb suggesties gehoord: één stichting, één onderhoudsplan. Wij moeten dat echt met die verenigingen gaan bespreken. En er is al een startnotitie geweest, die is geamendeerd en dan komen wij later toch terug met een separaat voorstel c.q. een nieuw Verenigingshallenplan waar u dan op kan amenderen en waar u op kan reageren. Dat is de weg die ik voor ogen heb en die ik heb begrepen. De heer Van Verk: Voorzitter, het doet mij pijn om vast te stellen dat zowel de wethouder als de organisatie weinig leerbaar is. Ik ga hier wel een punt van maken in de raad, dus noteer het maar vast als een bespreekpunt. De voorzitter: Ja, dan moeten we kijken of daar voldoende steun bij is, maar dat komt dadelijk wel.
Maar in ieder geval, ik heb het punt genoteerd. De heer Van Verk: Dan wordt het een motie. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik kom er ook niet helemaal uit, want als ik nou goed luister, is dus de gemeente juridisch eigenaar, bijvoorbeeld met die zonnepanelen waar we het net over hadden. De gemeente is juridisch eigenaar, daarom kan de stichting geen zonnepanelen laten plaatsen en door de HARVO kunnen ze dat wel, maar dan moeten ze honderd procent een lening hebben bij de gemeente. Dat begrijp ik gewoon niet. Dus hoe zit dat? De voorzitter: Zullen we kijken of mijnheer De Vries daar nog een keer een antwoord op kan geven? Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Ja, ben ik …? De voorzitter: Ja. De heer De Vries: Wij geven geen lening, we staan garant.
25
Mevrouw …: En dit was een hele uitzonderlijke situatie. De heer De Vries: Ja, dit was wel een lening, heb ik begrepen. Mevrouw …: Ja. De heer De Vries: Ja, en het juridisch eigendom ligt via de HARVO bij de stichting en het is ook goed dat dat zo is, want dat heeft ook met aansprakelijkheid en verzekeringen te maken. En dat de Stichting Waarborgfonds Sport niet met een HARVO wil werken, ja, dat is het beleid van de Stichting Waarborgfonds Sport, maar dat is geen beletsel voor de gemeente Dordrecht dat die zegt: dan staan wij honderd procent garant. In 2018 heeft uw raad zelf die keuze gemaakt in het grondbeleid. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, voldoende? Oké. We gaan weer terug naar wet… Even kijken, nee, nog even naar de heer Van Verk en daarna mevrouw Van Benschop. De heer Van Verk: Voorzitter, ik hoor de heer De Vries – en dat kan ik hem niet kwalijk nemen – dat dat het vastgestelde beleid van de gemeente Dordrecht zou zijn. Dat is namelijk niet zo. Volgens mij is in onze Nota leningen en garantstellingen namelijk een uitzondering gemaakt, een nadrukkelijke uitzondering die eenmalig gemaakt zou worden. Dat hebben we bij dat raadsvoorstel heel nadrukkelijk meegenomen: het mocht geen precedentwerking hebben.
Dus nee, het klopt niet wat daar gezegd wordt en als dat een reden is om dan kritisch te kijken naar die HARVO, moeten we daar ook nog maar eens kritisch naar gaan kijken. We maken het onszelf hopeloos ingewikkeld. De voorzitter: Nou, ik neem aan dat daar wethouder Stam geen reactie op kan geven. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik ga toch nog één verduidelijkende vraag stellen. Sorry, ik ben echt geen jurist en ik probeer het te begrijpen. De voorzitter: Maar daar is deze avond ook voor, hè? Dus gebruik die kans. Mevrouw Van Benschop: Ja, oké. Maar als ik het dus echt helemaal goed begrijp, dan is van de twee argumenten die in de raadsinformatiebrief worden gegeven waarom we als gemeente de stichtingen een opstalrecht willen geven, dan zijn er twee argumenten. Eén is: het geeft duidelijkheid wie de eigenaar is en ook aansprakelijkheid is bij een recht van opstal duidelijker belegd. En dat tweede punt, ja, daar kom ik gewoon niet uit. Ik bedoel, als we zelf honderd procent lening geven, dan kunnen we ook zelf die zonnepanelen neerleggen, denk ik dan. Maar oké, blijkbaar is dat anders. Maar dan is dus de grote winst van zo’n HARVO dat dan de aansprakelijkheid bij die stichting ligt? Want … De voorzitter: Nou, laten we dat nog even bevestigen door de heer De Vries.
Mevrouw Van Benschop: Dat is dan in mijn ogen in ieder geval het grootste punt wat je daarmee bewerkstelligt. De voorzitter: Mijnheer De Vries.
26
De heer De Vries: Ja, dat klopt. Maar het is ook altijd, laat dat even duidelijk zijn, vanaf het begin af aan de bedoeling geweest. We hebben vanaf het ontstaan van het VHPbeleid natuurlijk de intentie gehad dat de stichtingen, en de verenigingen in het verlengde daarvan, eigenaar zijn van de hallen. Dat was de opzet. Wat er nu gebeurt met een HARVO is gewoon de juridische vertaalslag daarvan. We regelen dat dat ook zo is. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat … Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat begrijp ik. Ik begrijp dat dit nu blijkbaar zo ingezet is en dat we dat dan dus ook gewoon zo gaan doen. Maar ik probeer gewoon te achterhalen waarom dat dan zo’n ontzettend voordeel is. Want als er geen geld is, dan moeten we dus bij die stichtingen, dan kunnen ze leuk juridisch en economisch eigenaar zijn, maar wat gaat de gemeente dan doen? Staan kijken hoe die dingen helemaal afbreken, of gaan we ze weghalen of zo? Volgens mij zijn we dan alsnog aan zet als er niks te halen valt, denk ik. Dus ik probeer alleen te achterhalen waarom we dit zo belangrijk vinden. Dus even los van het feit dat we dit hebben gezegd schijnbaar ergens een keer dat we dit zo willen.
Wat is de winst, waarom is het zo belangrijk om met zo’n HARVO die stichtingen juridisch eigenaar te maken? Wat verandert dat? De voorzitter: Mijnheer De Vries, kunt u daar antwoord op geven? De heer De Vries: Ja, tweeledig. Het eerste, maar dat is toch een herhaling van zetten, is ik zal maar zeggen gewoon zorgen dat je juridisch het eigenaarschap goed regelt. Dan wat betreft de vraag: maar stel nou dat dat misgaat, waar komt het dan terecht, en waarom doen we dit? Dat is eigenlijk een vraag die veel meer naar het toekomstig beleid toe gaat. Daar wil ik niet te veel op vooruitlopen, maar het VHP-beleid is wel ingezet in de jaren negentig vanuit het NOC*NSF. Dus de georganiseerde sport, die maakte zich sterk voor eigenaarschap van verenigingshallen. En ook de binnensportbonden … Op zich dat VHP-plan, dat is niet meer actueel in Nederland, maar de binnensportbonden hebben toch de afgelopen jaren heel sterk ingezet en gelobbyd, ook gezamenlijk, om meer verenigingshallen te realiseren. Als voorbeeld, ik ben vorig jaar bezig geweest in Hilversum, dat is de vierde atletiekvereniging van Nederland, om een indoor atletiekhal daar te krijgen. Nou, we zijn op bezoek geweest bij Dordrecht hoe ze het daar doen. Ik zit nu in Kampen, daar zit Reflex, een volleybalvereniging, die wil heel graag een eigen verenigingshal.
Die hebben een sportzaal nu, daar gaat een nieuwe hal gebouwd worden, zij willen dat heel graag een verenigingshal. Dus voor verenigingen is het beschikken over een eigen hal heeft voordelen. En er zitten natuurlijk over nadelen aan, maar daar moeten we dat in het toekomstig beleid goed over nadenken en over gaan hebben. Maar waar het vandaan komt, dat is heel nadrukkelijk, het heeft ook winstpunten voor verenigingen. Mevrouw Van Benschop: Oké, dank u wel. De voorzitter: De heer Boersma.
27
De heer Boersma: Dank u, voorzitter. Ja, ik ben wel jurist, voor wat het waard is, hoor. Maar kijk, volgens mij als commissie maken we het onszelf nu ook een beetje moeilijk, omdat wij gewoon in het amendement gevraagd hebben voor duidelijkheid over het juridisch eigendom en de geldende afspraken. Ik denk dat de RIB duidelijkheid geeft over hoe het juridisch eigendom zit. En kijk, op het moment dat een stichting een hal neerzet, en we hebben die discussie gehad bij meerdere sportaccommodaties, dat een vereniging of stichting een gebouw neerzet op grond van de gemeente, waarbij dan als het puntje bij paaltje komt het juridisch eigendom bij de gemeente ligt, dat is niet aantrekkelijk voor een stichting of een vereniging om dan te investeren in een gebouw, om te investeren in zonnepanelen, als je niet zeg maar het volledige eigendom van het gebouw hebt. Dus ik snap helemaal de redenering dat je zegt: laten we die twee juridische entiteiten gewoon bij elkaar brengen. En los van de politieke discussie, waar de heer Van Verk terecht een opmerking over maakte, die zullen we zeker moeten voeren: vinden wij dat dit bij stichtingen moet blijven, of moet je dit, wat je er ook van vindt, terughalen naar de gemeente? Dat is de politieke discussie.
Maar ik denk op dit moment dat het gewoon duidelijk is, als dat hele eigendom juridisch en economisch bij de stichting ligt, dat geeft een stukje duidelijkheid. Wat ook duidelijk is, is dat de onderliggende vraag die we natuurlijk vanuit de raad destijds hadden: wat betekent nou die duidelijkheid voor de risico’s die we als gemeente lopen? Ik begrijp wel uit dit verhaal dat ook als je die juridische duidelijkheid schept, dat het nog niet wil zeggen dat we als gemeente niet uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de risico’s die betrekking hebben op dat gebouw. Dat punt hebben we nog niet opgelost met zijn allen en dat was natuurlijk wel een deel van de onderliggende vraag: als wij nou zorgen dat een stichting een gebouw maakt en dus ook verantwoordelijk is voor dat gebouw, hoe zorgen we ervoor dat we niet de debacles hebben die we de afgelopen tijd gehad hebben, dat we dan toch als gemeente daar heel veel in moeten investeren, omdat blijkt dat daar iets aan tekort komt. Dan komen we weer op de discussie: moet je dat dan in eigen hand nemen? Maar dat is een heel ander verhaal. Dus ik snap de redenering en ik constateer ook dus dat uiteindelijk het zorgpunt wat we hadden over het risico, dat dat gewoon nog steeds van toepassing is. De voorzitter: Voor de helderheid ook de heer De Vries daar nog even op laten antwoorden? De heer Stam: Voorzitter, ik kan dat ook wel doen.
De voorzitter: Prima. De heer Stam: Natuurlijk blijft er altijd een bepaald risico bestaan, hè? Want daar moeten we gewoon heel realistisch in zijn, op het moment dat wij tegen een stichting zeggen: je bent zelf volledig verantwoordelijk, en aan het eind van de rit blijkt dat er financiële problemen zijn, dan kan je als gemeente twee dingen doen. Dan kan je zeggen: nou, dan heb je pech gehad, dan breken we de hal af en het is klaar. Of je gaat kijken: hoe kunnen we zo’n stichting ondersteunen en in 99,9 procent van de gevallen financiële ondersteuning bieden. Wat ik eigenlijk wel, toch nog een opmerking. We hebben al eerder gevraagd: misschien was het wel beter geweest als we eerst een soort technische avond met elkaar hadden besproken, zonder politieke opvattingen, want dan hadden we deze punten veel meer vanuit die techniek kunnen beantwoorden en de risico’s ook veel beter kunnen duiden. Want anders gaan we nu eigenlijk die politieke opvattingen toch te
28
zwaar laten wegen. Dus ik zou eigenlijk toch nog willen voorstellen om toch een aparte technische sessie met elkaar te organiseren om dit uit te diepen, want daar is het probleem gewoon te ingewikkeld voor. Dat zie je nu wel aan de discussie rondom punt 1 en de vragen die ook gesteld worden: hoe is die duidelijkheid nou? Het lijkt mij gewoon beter dat we daar een technische avond aan besteden om dat gewoon helemaal uit te kristalliseren en dan te kijken hoe we dit verder gaan verwerken. Want anders komen we denk ik in een welles-nietes spel. Ik hoor mijnheer Van Verk ook wat vragen stellen dat ik denk: ja, daar zit wel iets in, maar volgens mij zit het technisch anders. Dus een technische uitleg zou ons daar ontzettend goed bij kunnen helpen. Dat is het voorstel wat ik nu toch aan de commissie zou willen doen. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik nog even de heer Van Verk, die had nog een opmerking daarvoor en dan vraag ik u vervolgens wel even na te denken of u akkoord gaat met het voorstel van de wethouder om hier specifiek nog een avond te beleggen waarbij al die technische aspecten nog even verder worden uitgediept met de commissie. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. In de eerste plaats, dank aan de heer Boersma voor zijn heldere uitleg over wat de winst zou kunnen zijn voor een vereniging om zo’n hal te hebben.
Ik vond dat u dat puntsgewijs heel netjes neerzette. Heeft mij overigens nog niet overtuigd dat dit nu het goede is, maar dat is een … Er is iets in beweging, laat ik dat zeggen, en ik kan me daarbij dingen voorstellen. Dat is één. Twee, de suggestie die de heer Stam doet, ik neem hem maar gelijk mee, lijkt mij een hele goede suggestie om dat op een aparte avond nog eens even goed technisch uit te diepen. Want er zitten nogal wat haken en ogen aan, ook als u de kaders leest, dan denk ik: ja, jongens, maar als we dit nou willen, wat gaat er dan gebeuren, is het haalbaar? Dus wat mij betreft zouden we dat apart moeten kunnen doen. Want in ieder geval, laat ik voor mezelf spreken, ik geef er nu een politieke invulling aan als ik zo’n stuk in de commissie bespreek met de vraag: wil ik dit wel of niet? En wellicht dat de techniek behulpzaam kan zijn bij een aanscherping, dan wel een verbetering van de standpunten. Dat is twee, was dat. Ik zou dan eigenlijk willen voorstellen, als de commissie – en ik zie nog geen andere opvattingen … De voorzitter: Nou ja, laat ik vragen dan: is er iemand tegen zo’n avond? Dat is niet het geval, dus de commissie is daar unaniem in en ook de complimenten … Nee, mevrouw Stolk wil die avond niet. De heer Van Verk: Nee, die is tegen. Mevrouw Stolk: Nee, u vroeg: is er in de commissie iemand tegen? En toen zei ik nee, ik ben dus voor deze avond.
De voorzitter: Oké, top. Dan ook nog even, want dat zien de mensen die misschien meekijken nog niet, maar mijnheer Boersma krijgt van de commissieleden de complimenten voor de wijze waarop hij het uitgelegd heeft. Nou, als je daarmee ook zelfs mevrouw Van Benschop iets kan uitleggen, dan ben je echt een hele goede, schrijft ze. Dus die kunt u in uw zak steken, mijnheer Boersma. Het is belangrijk dat we elkaar ook complimenten geven. Dus uw voorstel, wethouder, dat wordt aanvaard door de commissie.
29
De heer Stam: Voorzitter, ik ben daar erg blij mee, omdat je ziet dat de discussie toch wat gaat uitwaaieren volgens mij op onnodige punten. Dus als we die bij een technische avond met elkaar op een goede manier kunnen bespreken, dan kan zo’n voorstel ook wat gestroomlijnder richting gemeenteraad. Dus nogmaals, dank voor het aannemen van deze suggestie. De voorzitter: Oké, dan vraag ik u wel eventjes: hoeveel tijd heeft u nodig om zo’n avond voor te bereiden? De heer Stam: Ja, dan moet ik even overleggen met de organisatie, maar laat ik als streefpunt nemen voor het zomerreces. Op korte termijn kunnen we dat wel organiseren, dus dat is ook afhankelijk van de agenda’s van de commissieleden, maar wij gaan ons best doen om dat op heel korte termijn te organiseren. De heer Van Verk: Mogen wij daarbij ook een aantal suggesties meegeven voor de nadere invulling? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? De heer Stam: Dat lijkt ons … De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, ik kom zo bij u. Eerst nog bij de heer Van Dam, maar eerst even de heer Van Verk, die komt nog met een suggestie om de avond kwalitatief ook nog meer te laten invullen door al zaken die vanuit de commissie naar voren worden gebracht. De heer Stam: (buiten microfoon). De heer Van Verk: Ik zou in ieder geval … De heer Stam: Sorry, gaat u maar … De voorzitter: Mijnheer Van Verk.
De heer Van Verk: Ik zou in ieder geval op dit moment zo uit de losse pols twee zaken willen vragen om wat nadere uitleg. De verschillende vormen van eigendomsverhoudingen met daar de verschillende voor- en nadelen van. Op zijn janboerenfluitjes, dus niet op juridische termen, maar op zijn janboerenfluitjes. De voorzitter: Hij bedoelt niet mijnheer Van Dam Timmers, hoor. De heer Van Dam Timmers: Dat mag ik hopen, inderdaad. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, gaat u verder. De heer Van Verk: Het tweede wat ik zou willen hebben is een overzicht van de meerjarenonderhoudsplannen en de financiële posities, die relatie. Want ik maak me ernstig zorgen over die onderhoudsverplichting, in hoeverre die betaalbaar zijn. Als dat helder is, dan kunnen we daar ook op een goede manier over praten.
30
De heer Stam: Ja, voorzitter, zo groeien mijnheer Van Verk en ik weer naar één lijn toe, dus wat mij betreft prima om deze vragen mee te nemen, want ik denk dat het juist essentieel is voor zo’n technische avond om dit soort input mee te nemen, om naar de toekomst toe juist naar een goed plan toe te komen. Dus dank voor deze input, gaan wij voor zorgen. De heer Van Verk: Oké. De voorzitter: Oké. Dan mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik had op dit punt, van een technische sessie, dat lijkt me op zich een goed idee, alleen we moeten denk ik wel oppassen dat we toch niet … Het gaat erom dat we op hoofdlijnen hier denk ik het over hebben en niet echt de diepste details altijd benaderen. Dat is één punt. En mijn vraag was: wat is dan de zin vanavond van het hierover verder praten als we eerst alle technische details opnieuw uitgelegd krijgen? Dat is het tweede punt. En het derde punt is, in het stuk, de raadsinformatiebrief die ik hier gelezen heb, merk ik dat er ook vanuit eigenlijk de gemeente en ook vanuit de wethouder best wel wat vragen zijn aan de raad die daarin naar voren komen. Ik vroeg me af: zou de wethouder kunnen aangeven wat nou de belangrijkste punten zijn waarop hij nou een input ook wil? Want dat is mij toch nog niet helemaal duidelijk. De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter.
Om maar te beginnen met de beantwoording van vraag twee. Ik denk inderdaad beter dat we eerst die technische sessie kunnen doen, voordat we elkaar gaan bevragen: wat vinden jullie belangrijk? Wat eigenlijk ook wel voor mij essentiële vragen zijn, dus inderdaad: hoe ziet u de positie van de gemeente, hoe ziet u de financieringsrol en hoe ziet u dan uiteindelijke rol van de verenigingen? Op basis van wat mijnheer De Vries ook allemaal heeft aangegeven. Maar ik denk, door die vragen nu te stellen, dat het even niet goed is. Ik denk dat we die politieke context nu even los moeten laten en dat we eerst die technische avond moeten doen, want ik denk dat met de vragen die nu ook mijnheer Van Verk stelde en die ook andere commissieleden alstublieft aan ons mee moeten geven, dat we dit probleem – want het is best wel een hele ingewikkelde materie, hoe dat in het verleden ook vorm is gegeven – om hier ook met elkaar op een goede manier naar te kijken en met een goed gedragen voorstel te kunnen komen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, ik wilde dat eigenlijk even aan het begin zeggen, omdat de wethouder net zegt: in ieder geval voor het zomerreces.
Maar er is toch gewoon een planning voor dat VHP en ik kan me toch niet voorstellen dat we eerst de technische sessie voor het zomerreces gaan doen, daarna nog kaders mee gaan geven en dat er daarna dan nog een keertje gesprekken gaan volgen met de stichtingen en de verenigingen? Dus als we een technische sessie doen, moeten we dat volgens mij heel snel doen, want anders wordt het allemaal weer uitgesteld. De heer Stam: Voorzitter, die toezegging heb ik al gedaan.
31
De voorzitter: Oké. De heer … Mevrouw Van Benschop: Nou ja, voor het zomerreces, zei u toch? De heer Stam: Ik heb daarna gezegd: op heel korte termijn. Mevrouw Van Benschop: Ja, wat is heel … Vind ik toch belangrijk, sorry, maar ik wil wel even weten wat een hele korte termijn is. De heer Stam: Binnen nu en twee à drie weken? Mevrouw Van Benschop: Oké, dank u wel. De voorzitter: Oké. De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nou, blij dat de avond in ieder geval iets opgeleverd heeft. Als we kijken naar de input die wij dan graag in die technische sessie mee zouden willen nemen, is ook de … Ja, zonder het van een politiek oordeel te voorzien, maar de RIB veronderstelt een paar silver bullets van een paar dingen die echt, als dat tot wasdom komt, dan is het fantastisch. Dus we hebben bijvoorbeeld onderwijs. Ik zou ook graag willen zien … Maar goed, weet je, we hebben het nu al zo vaak geprobeerd om het politiek erover eens worden, dus nu gaan we maar weer een technische sessie doen. Dan zou ik graag willen zien hoe het juridisch zou kunnen als we een verruiming toestaan voor het commercieel gebruik in de verenigingshallen passen, dat ze daarmee extra financiële middelen kunnen aanwenden. Dat vind ik echt heel belangrijk, want dat is tot nu toe, ik heb de vorige behandelingen ook hier, toen ben ik redelijk mild geweest naar de opzet van het raadsvoorstel.
Toen heb ik ook om een onderzoek gevraagd, volgens mij is daar niet zoveel van terechtgekomen. Dan zou ik dat nu gewoon eens willen zien. Weet je, we gaan nu toch het proces wat vertragen en wat stapjes terug doen, dan wil ik dit zien. Twee is dat er ook een tegenprestatie verwacht wordt vanuit de stichtingen met betrekking tot vrijwilligers. Die vind ik ook ingewikkeld in de zin van, dat is alsof je de organisatie van de avondvierdaagse vraagt of ze ook de kerstmarkt willen organiseren. Weet je, het is al slinkende, dat gaat slecht, dat zou ik gewoon eens reëel in kaart willen zien. Is dat reëel wat wij vragen van die stichtingen en van die verenigingen die deelnemen aan die stichtingen? En zijn er misschien ook alternatieven denkbaar, en waarom heeft het college er niet voor gekozen om die dan mee te nemen in deze RIB? Want ik kan me best voorstellen dat er voor andere dingen niet gekozen is, maar waarom dan? Zou daar ook over gebrieft kunnen worden? Want ik denk dat dat heel ingewikkeld is, die vrijwilligers. Op een gegeven moment zijn ze allemaal dood en dan moeten we toch verder, om het maar even bot te zeggen. De voorzitter: De heer Van Verk vindt dat een goede aanvulling, mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nou, wat een complimenten, hè, vanavond. Wat zijn we lief naar elkaar. De voorzitter: Dat mag ook wel eens een keertje.
De heer Den Heijer: Ja, dat is ook waar, voorzitter.
32
De voorzitter: Oké. De heer Den Heijer: Dat was hem, dank. De voorzitter: Dan is eigenlijk mijn voorstel, als je kijkt hoe we het van tevoren hadden bedacht om eerst punt 1 en dan punt 2 en punt 3. Maar punt 2, ja, die gaat op basis van de uitkomst van punt 1. En ja, dat gaat volgens mij vanavond dan niet lukken. Ik zou me wel kunnen voorstellen dat mensen nog iets mee willen geven alvast, wat mogelijk ook nog bij zo’n technische avond verder nog uitgelegd kan worden. Dus ik doe u de suggestie, als er nog zaken zijn waarvan u zegt bij punt 2, dus ik lees hem even voor: “We accepteren de huidige verschillen in gemeentelijke bijdragen” te vervangen door “Op basis van de uitkomsten van punt 1 wordt een voorstel gedaan om tot eenduidig beleid te komen, op basis waarvan de gemeentelijke bijdragen worden toegekend”. Ik zie mijnheer Boersma en daarna de heer Van Dam Timmers. Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, want daar zijn we inderdaad nu niet meer aan toe gekomen, aan het tweede punt. Want eenduidig beleid, er wordt een aantal zeg maar kaders geschetst en één daarvan is de positie van het onderwijs, dus het dubbel gebruik. Er worden drie opties genoemd en ik had daar sowieso een vraag over, maar het lijkt me dan wel goed om te kijken of we daar iets meer feitelijke informatie over kunnen krijgen.
Zijn dat nou gewoon opties die, een beetje idealistisch, zeg maar? Of is er wat meer informatie te geven: dit zijn ook echt een aantal opties die we gewoon al, met een stukje informatie erbij, die wat feitelijker zijn dan we bijvoorbeeld de afgelopen periode wel eens gehad hebben bij een aantal ontwikkeling waar het van tevoren leek alsof scholen of maatschappelijke instellingen mee wilden doen, en uiteindelijk bleek dat dat toch allemaal minder hard was dan we op voorhand dachten. Dus of daar ook wat extra informatie over kan, dat feiten … De voorzitter: Wethouder Stam, zou u dat kunnen toezeggen? De heer Stam: Ja, zoals u zag, zat ik al ja te knikken. Dus wat dat betreft hebben we natuurlijk wel een aantal concrete voorbeelden van onderwijsinstellingen die ideeën hebben. Maar het is natuurlijk altijd de vraag, zoals mijnheer Boersma aangeeft, in het verleden zijn daar ook voorbeelden van geweest en het gaat natuurlijk vooral om het tekenen van contracten, om het platweg te zeggen, en dat hangt natuurlijk ook samen met de prijzen die daaraan vast hangen. Maar er zijn wel meer dan geïnteresseerde onderwijsinstellingen die wel wat mogelijkheden zien binnen de verenigingshallen. Dus ja, het korte antwoord op uw vraag: ja, kunnen we toezeggen. De heer Boersma: Ja, fijn, dank u. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Nog meer, mijnheer Boersma? Nee? Dan is mijnheer … De heer Boersma: Nou ja, nog even dan … De voorzitter: Ja. De heer Boersma: Allemaal bedankt voor de complimenten. Het is inderdaad een beetje een complimentenavond. Maar even een toelichting. Ik ben altijd zo’n jurist op zijn
33
janboerenfluitjes dan, hè, zoals al terecht gezegd werd. Ik probeer altijd dat te vertalen naar dat het ook een beetje begrijpbaar is en dat komt ook omdat ik ooit wel rechten heb gestudeerd, maar dat is alweer heel lang geleden. Dus vandaar, maar bedankt voor de complimenten. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van Dam Timmers, u heeft het woord. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik wilde inderdaad nog een paar dingen aanstippen dan die eventueel ook meegenomen zouden kunnen. Of in ieder geval, graag dat die meegenomen worden. Dat gaat over dat eenduidige beleid. Kijk, wij zijn benieuwd, als je nou kiest voor eenduidig beleid en dus kiest voor eenduidig beleid op het gebied van die onderhoudsplannen, kiest voor eenduidig beleid op het gebied van financiering, welke parameters zijn daarbij dan bijvoorbeeld bruikbaar? Gaat het dan om hoe de hal eruitziet bijvoorbeeld? Want er werd aangegeven: je kan niet elke hal gelijk behandelen. Maar dat hoeft ook niet als je ongelijke gevallen hebt, maar je kan natuurlijk wel parameters hebben op basis waarvan hallen gefinancierd worden, of waar de vergoeding uit bestaat. Wij waren nog wel benieuwd wat daarover de gedachtes zijn die op dit moment leven bij de gemeente. De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Even nadenken, voorzitter. Ik denk dat het goed is dat we het proberen te kaderen binnen een aantal structuren.
De vraagstelling die nu wordt gesteld, die waaiert heel erg uit, hè? Dus dan, om het wat platter te zeggen, dan hebben we dadelijk vier avonden nodig om zo’n technische sessie met elkaar te delen. Ik denk dat het goed is dat we vanuit de structuur en de modellen die nu naar gevraagd zijn, dat we die in die technische sessie beantwoorden. Dan denk ik dat daar tachtig, negentig procent van de aanvullende vragen ook mee beantwoord worden. De vragen die over zijn, die kunnen we dan op die technische avond dan nog verder verduidelijken, maar we moeten wel proberen de bepaalde structuur beet te houden, anders raken we de weg een beetje kwijt. Wat niet wegneemt dat ik de vragen wel terecht vind, maar we moeten het wel proberen om het gestructureerd te houden die avond. De heer Van Dam Timmers: (buiten microfoon). De heer Stam: Maar de vraag nemen we mee. De voorzitter: Oké. De heer Van Dam Timmers: Dat is mooi. De voorzitter: Had u nog meer punten, mijnheer Van Dam Timmers? De heer Van Dam Timmers: Nee, dat was eigenlijk het belangrijkste punt over die eenduidige behandeling eigenlijk van de stichtingen, ja. De voorzitter: Oké, prima. De gaan we verder naar mevrouw Van Benschop.
34
Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat het een beetje hetzelfde is als wat de heer Van Dam Timmers bedoelde, dat de vraag werd gesteld in de RIB of dan een eenduidig beleid ook betekent dat dan iedereen hetzelfde bedrag zou moeten krijgen, zoiets stond er. Wat ons betreft is het ook inderdaad, eenduidig zit hem in dat je kunt toetsen op basis waarvan je zo’n financiële bijdrage doet. Dus het gaat niet om dezelfde hoogte van het bedrag, maar is er iets van een toetsingskader, of een criteriumlijst, of iets waaraan je zo’n financiële bijdrage zou kunnen toetsen? Ik denk dat dat de parameters zijn waar de heer Van Dam Timmers het over had, maar dan even in mijn eigen woorden, zodat ik zeker weet dat het overgebracht wordt. De heer Stam: Voorzitter, als ik kijk naar de term eenduidigheid, dat heeft het CDA eigenlijk zelf opgenomen in zijn amendement, dus ik neem aan dat ze daar zelf ook wel een beeld bij hebben hoe ze dat dan zien. Daar wil ik dan wel graag ook een reflectie op van het CDA, dat we dat ook op die technische avond op een goede manier kunnen bespreken. Misschien hebben we wel een ander beeld bij eenduidigheid, maar misschien dat mijnheer Van Dam kan uitleggen wat het CDA bedoelt met die eenduidigheid.
De voorzitter: Kunt u dat nu al doen, mijnheer Van Dam Timmers, of heeft u daar nog even bedenktijd voor nodig? De heer Van Dam Timmers: Nee hoor, daar heb ik geen bedenktijd voor nodig. Dank u, voorzitter. Het klopt inderdaad wat mevrouw Van Benschop ook zei. Eenduidig beleid gaat erom dat er heldere kaders zijn, dus dat het voor de verenigingen, voor de stichtingen en voor de gemeente duidelijk is op basis waarvan een bepaalde financiering er is, of een bepaalde bijdrage betaald wordt, maar ook welke eisen er zijn aan die meerjarenonderhoudsplannen, wat er verwacht wordt. Het gaat erom dat je dat bij al die verschillende stichtingen op een gelijke manier invult en die kaders helder hebt. Dat gaat dus over de parameters. Dat is inderdaad misschien een ingewikkeld woord, maar het gaat erom dat er heldere criteria zijn waaraan dat getoetst kan worden. Dat is eenduidig en dat wil niet zeggen dat de uitkomst eenduidig is. Het gaat erom dat het kader eenduidig is. De voorzitter: Oké. Mijnheer Stam, kunt u daar wat mee? De heer Stam: Ja, voorzitter, we kunnen met alles wat. Dus wat dat betreft, de beantwoording is helder, dus die kaders zijn natuurlijk ook wel redelijk vastomlijnd met elk MJOP, dus met deze beantwoording kunnen we wel even uit de voeten. De voorzitter: Oké. Dan de heer De Boer, en dan mag u kort, mijnheer Van Verk. Eerst mijnheer De Boer.
De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Het was eigenlijk ook even een aanvulling op de twee vorige sprekers. We hebben het over de heldere criteria en de kaders en de parameters, maar nou hebben we het toch eigenlijk over de omvang, de functie, het gebruik en de huidige staat van onderhoud, dat kunnen toch hele mooie … De heer … (computerstem): Het is 22:00 uur.
35
De heer De Boer: Volgens mij is het ook ergens beschreven, dus volgens mij is die helder. Ik weet niet wat we nog meer moeten bedenken namelijk, dus dat is even mijn vraag. De voorzitter: Oké, en wat vraagt u nu? De heer De Boer: Nee, nou goed, ik zeg alleen dat de punten die ik nu noem, dat is er volgens mij, dat is een antwoord op de vraag wat mijnheer Van Dam Timmers heeft gezegd en ook op zijn collega daarnaast. Volgens mij zijn dit hele duidelijke criteria en kaders en parameters, dus ik weet niet wat we nog meer moeten bedenken namelijk. Dus ik help even de wethouder. Dus misschien, ze zijn helder. Dat was even mijn aanvulling. De voorzitter: Ja, maar we hoeven die technische sessie nu niet te gaan invullen, hè? De heer De Boer: Nou ja, goed, ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: Ja, ik begrijp het. De heer De Boer: Oké, nou, tot zover. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik zal niet veel tijd in beslag nemen. Ik deel de opvatting van mevrouw Van Benschop en de heer Van Dam Timmers over de parameters. Maak die concreet en wees erop voorbereid dat je een aantal voor de hand liggende parameters alvast voorzien hebt van een doorberekening. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Oké. Kunt u daar nog een reactie op geven, wethouder Stam? De heer Van Verk: Nou, ik neem aan dat we dit doen.
De heer Stam: Mijn reactie wordt ook steeds korter: ja, natuurlijk, dit gaan we meenemen. Daar is die technische sessie voor, dus als dit de vragen zijn, dan lijkt het logisch dat we die voor zover mogelijk allemaal mee gaan nemen. De voorzitter: Nou, fijn. Mijnheer Boersma zegt inmiddels: laat maar. Is er nog iemand anders van de commissie die iets wil zeggen? Want anders dan zou ik eigenlijk het voorstel willen doen om dit punt nu dan te gaan afsluiten en deze raadsinformatiebrief nu eigenlijk ter kennisgeving naar de gemeenteraad van 26 mei te sturen met de toezegging dat wij binnenkort, dat zou bijvoorbeeld 16 juni kunnen, maar het zou ook, zegt de griffier, eventueel nog op een donderdag 10 juni zou het ook kunnen, om dan die technische avond te doen. Maar dat zijn … Ja, mijnheer Van Verk? De heer Van Verk: Voorzitter, laat de griffier dat maar uitzoeken. Als we dat nu namelijk met zijn twintigen ofzo gaan zitten doen, komen we er niet uit. De voorzitter: Nee, het was meer bedoeld eigenlijk om aan te geven dat het volgens onze agenda best wel snel zou kunnen.
36
De heer Van Verk: Mooi. Even voor wat betreft de suggestie dat deze brief als kennisgeving naar de raad kan. Nee, dat dacht ik niet, want we gaan er nog een technische sessie over doen. De voorzitter: Oké. De heer Van Verk: Dus we doen dat pas als we klaar zijn. De voorzitter: Dan houden we hem nog even aan zo. De heer Van Verk: Precies. De voorzitter: Ja, prima. Nou, dan hebben we dat ook met elkaar geconstateerd. Dan wil ik dit punt nu afsluiten. Dank u wel. AGENDADEEL: NIEUWE BEHANDELVOORSTELLEN 6. Memo wethouder Heijkoop over motie Zorgbuurthuizen De voorzitter: Dan gaan we verder met het agendadeel van de nieuwe behandelvoorstellen en dan komen we bij de ‘Memo van wethouder Heijkoop over de motie van de Zorgbuurthuizen’. De commissie wordt voorgesteld de memo voor kennisgeving aan te nemen. Mevrouw Striebeck, u heeft het woord. Mevrouw Striebeck: Dank u, voorzitter. De wethouder geeft aan meer tijd nodig te hebben voor de brede verkenning met de betrokken partijen. Dat kunnen wij begrijpen. Wel vragen wij of hij de 20 miljoen uit de motie Futselaar wel in het oog wil houden. Dat was het, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, nou zit ik even hoe we dat dan met die vraag gaan doen. Ik stel voor dat we die vraag alvast aan de wethouder gaan stellen en dan kan hij daar volgende week dinsdag antwoord op geven. Mevrouw Striebeck: Graag, voorzitter. Dank u.
De voorzitter: Oké. Nou, dan komt het zo snel mogelijk naar u toe. Mevrouw Striebeck: Heel graag, dank u. AGENDADEEL: OVERIG 7. Termijn agenda De voorzitter: Dan gaan we verder met de termijnagenda van de commissie. In overleg met de Sportraad wordt een datum gezocht om voor de behandeling van de kadernota 29 juni afstemming te zoeken over actuele onderwerpen. De Sportraad stelt voorbereidend hierop, verzoeken een overzicht op van de uitgebrachte adviezen en hoe hierop is gereageerd. De voorgestelde optie is om met de commissie met de Sportraad te praten woensdagavond 2 juni van zeven uur tot kwart voor acht. De vraag is aan de commissie of u hiermee kunt instemmen. Nou, dat is akkoord. Dan is er … Even kijken.
37
De beantwoording door het college van die artikel 40-vragen van de fractie CDA over Jong geleerd is oud gedaan – wethouder Heijkoop had het daar aan het begin van de avond over, het lidmaatschap voor onze kinderen – dat zou op 2 juni geagendeerd kunnen worden. Dus de vraag is of dat akkoord is. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, zijn daar al stukken van? De voorzitter: Ja, dat is dus het punt. Wethouder Heijkoop gaf aan, vandaag door het college geaccordeerd en toen vroeg hij: wat mij betreft zou dat 2 juni al kunnen, maar dat heb ik u meegegeven om dat dan nu even te doen. Normaal gesproken, u bent daar altijd de grote voorvechter van: we gaan pas iets agenderen als de stukken er zijn. Maar ik leg het u voor. De heer Van Verk: Dat zijn die stukken beschermd wonen, toch? De voorzitter: Ja. Even kijken. Dat zijn twee zaken. Het zijn die uitvoering, die visie Van opvang naar wonen 2020-2025, en die artikel 40-vragen van de fractie van het CDA over Jong geleerd is oud gedaan, waar we vorige week in de commissie een discussie over hadden, of die ook geagendeerd konden worden in de commissie. De heer Van Verk: Daar was ik niet bij vorige week, dus dat heb ik gemist. Ik vind het lastig om stukken te agenderen waar ik geen kennis van heb, want voor je het weet zit je iets te agenderen waar je eigenlijk nog helemaal niks over kan vinden, of niks vindt.
Of je neemt te weinig tijd ervoor en dan zit je weer in een ander probleem. Dus ik laat het maar aan de commissie over. Ik zou er zelf geen voorstander van zijn om niet-ontvangen stukken te gaan agenderen. De voorzitter: Nou ja, 2 juni is die themabijeenkomst over beschermd wonen en dan zouden die stukken erbij kunnen zijn en dan kunt u altijd nog besluiten, als u zegt: joh, ik vind toch dat die stukken nog een aparte plek verdienen. Dan kunnen we daar met de commissie nog over praten om ze misschien nog op een ander moment te agenderen. Maar dan heeft u ze in ieder geval erbij. De heer Van Verk: Ja, ja. Maar we zouden kunnen afspreken, misschien is dat een tussenvoorstel, dat we … We krijgen die stukken deze week, we kunnen daar kennis van nemen voor 26 mei en we kunnen schriftelijk aangeven of we bespreking wensen. Dus een eenduidig antwoord, je wil het, of … Als je het wil bespreken, laat je dat de griffier weten en dan wordt het geagendeerd. De voorzitter: Ik kijk even naar de commissie of u zich daarin kunt vinden. Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, het lijkt me een goed idee, want dat geeft ons ook de mogelijkheid om gewoon te bepalen of we een politieke vraag willen stellen. Want anders krijgen we straks een stuk op de agenda waar we, nou ja, uitgebreid met elkaar over gaan lopen spreken.
Dus ik zou zeggen: laten we dat dan gewoon doen en op het moment dat een aantal fracties met een politieke vraag komt, dan kunnen we hem gewoon op de agenda zetten.
38
De voorzitter: Nou, dan gaan we het op die manier doen. De griffier heeft het genoteerd en er is voldoende steun voor om dat op die manier ook te gaan doen. Oké. Tot slot vermeld ik graag dat er op 15 juni een extra commissievergadering Sociale Leefomgeving wordt ingepland over maatschappelijke businesscase Dordts Leerprogramma uit de reserveringen Agenda Dordrecht 2030, daar de besteding van de Eneco-gelden. Dit behandelvoorstel volgt op 2 juni bij de stukken van de commissievergadering. Dus de vraag is of u daar dan ook mee kunt instemmen, en met die termijnagenda zoals we hem daarnet hebben gesproken, met ook alle mitsen en maren. Nog even voor de helderheid, die vragen van het CDA, dat is dus hetzelfde verhaal, daar geeft u dus ook de reactie op van de politieke vraag die u dan wil bespreken. Die stukken komen dan naar u toe deze week. Dat heb ik toch goed begrepen zo, hè? Het gaat over het verhaal, de visie Van opvang naar wonen en het gaat over de beantwoording door het college van die artikel 40-vragen. O nee, de griffier wijst mij even weer op het punt. We hebben dat vorige week al besloten, dus dat is eigenlijk al gewoon een besluit wat we hebben gedaan voor 2 juni. Dus dan is dat vastgesteld, oké. TENSLOTTE 8. Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij de rondvraag. Heeft iemand nog iets voor de rondvraag? Dat is niet het geval. 9.
Sluiting De voorzitter: Nou, dan is het tien over tien, dan kan ik u echt nog allemaal een fijne avond toewensen. Dank u wel voor uw inbreng en tot de volgende keer.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 juni 2021.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
39