CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2026.06.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 523.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wat is precies voor jullie de definitie van wanneer iemand een grote afstand heeft en wanneer iemand een kleine afstand heeft? De voorzitter: Mevrouw Sinnema. Mevrouw Sinnema: Dan kom je precies op het op het probleem waarom het zo lastig is om mensen in groepen in te delen. Wat we in de afgelopen jaren zien, meestal als we inschatten dat iemand tussen nu en zes maanden een stap kan zetten richting werk, en dat heeft dan vaak te maken met of iemand sollicitatievaardigheden heeft, er nog een training gedaan moet worden of een vorkheftruckcertificaat moet halen, dan praten we over een korte afstand. Op het moment dat mensen echt een jaar nodig hebben en er speelt bijvoorbeeld dan ook vaak andere problematiek, zorgproblematiek, het kan ook een combinatie zijn van een dossier met Jeugdzorg, hebben we het wel over iemand die een grotere afstand heeft op de arbeidsmarkt of misschien ook totaal een mismatch met de arbeidsmarkt van nu. Het is ook even, waar ligt de vraag en hoe is het aanbod? De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is hieraan gerelateerd. U gaf in uw presentatie ook aan dat het nu, en ook in het verleden, vooral een prikkel was voor snelle uitstroom.

Ik vroeg mij af, in welke mate is er daarbij ingezet op duurzame uitstroom? Zijn er cijfers bekend van mensen die bijvoorbeeld na een half jaar of een jaar weer echt keihard terugbouncen in de bijstand? De voorzitter: Mevrouw Rodenhuis. Mevrouw Rodenhuis: Duurzame uitstroom definiëren we als mensen die langer dan zes maanden betaald werk hebben gevonden. Dat is ook een van onze KPI’s op dit moment. Daar rapporteren we ook op in de P&C-cyclus. Dat vinden we zeker heel belangrijk. Daarnaast besteden we ook een heel groot deel van onze … We hebben bijvoorbeeld team Bemiddeling. Dat zijn de mensen die inwoners plaatsen op werk. Zij besteden heel veel tijd aan het herplaatsen van mensen die eerder op een baan terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld met loonkostensubsidie en begeleiding. Die krijgen vaak al signalen dat iemand ergens dreigt uit te vallen of iets meer aandacht nodig heeft. Dan gaan ze al direct op zoek naar een vervangende functie, een plek ergens anders of iets wat beter past. Echt een groot deel van de tijd van onze medewerkers zit daar ook in. Het is heel lastig om dat uit te drukken in cijfers, want dat zijn zulke uiteenlopende situaties. Dat heeft zeker wel onze aandacht. De voorzitter: Vervolgvraag erop? Gaat uw gang. Mevrouw De Vries: Jazeker.

Ik weet niet of het nog steeds zo is, maar ik weet dat in het verleden ook via de sociale dienst mensen geplaatst werden, voor zes maanden, bij bedrijven die daar een subsidie voor kregen. Dan lijkt zes maanden als duurzame uitstroom vrij kort, want daarna zouden ze, wanneer de subsidie ophoudt, weer 40 terugkomen in de bijstand. De definitie duurzame uitstroom, kan daar toch iets mee gedaan worden om te zorgen dat mensen toch aan het werk blijven? De voorzitter: Mevrouw Rodenhuis, mevrouw Sinnema? Het is om het even. Mevrouw Rodenhuis: Kan daar iets aan gedaan worden? Ja. Omdat we zo veel tijd besteden aan die herplaatsingen betekent het niet dat als iemand na zes maanden weer ergens weggaat, dat hij dan helemaal uitvalt en uit beeld raakt. In die zin zou zes maanden nog steeds wel duurzaam kunnen zijn, omdat diegene dan nog steeds in begeleiding is. De voorzitter: Nog een aanvulling daarop? Mevrouw Sinnema: Ja. Je streeft ernaar dat mensen, even heel plat gezegd, voor altijd wegblijven uit de bijstand. Deels ligt dat aan de persoon zelf en deels ga je als dienst mensen niet dwingen naar een plek waarvan je weet, die komt na zes maanden weer terug. Dat wil je niet. Nienke schetst het al, er wordt best wel veel geïnvesteerd in nazorg. Het is echt een apart team. Dat is vrij groot in Dordt. Dat is niet bij elke sociale dienst zo ingericht.

Dat voorkomt wel de draaideurklanten, zoals ze het dan noemen. Dat zien we relatief weinig. Helemaal voorkomen kan je dat niet, maar als mensen eenmaal in een ritme zitten, en daar moet je, denk ik, ook wel van uitgaan dat als iemand werk heeft en inkomsten ervaart, en dat heeft ook met een stukje zelfwaardering en eigenwaarde te maken, dan blijven mensen wel vaak op de arbeidsmarkt hangen. Uitzonderingen daargelaten, maar dat zijn echt hele kleine uitzonderingen. De voorzitter: Dan wissel ik even van links naar rechts, want hier in mijn rechterooghoek zitten ze ook. Ik kom echt kom echt bij jullie terug. Wil je hier een vervolgvraag op stellen? De heer Tutupoly: Ja, graag. De voorzitter: Dat mag. Gaat uw gang. De heer Tutupoly: Ten aanzien van die verduurzaming, in de afgelopen periode, met alle personeelstekorten die er zijn, hebben we daar ook nog een verandering, een andere tendens gezien? Dat mensen inderdaad dan langer of duurzamer werkzaam blijven? Mevrouw Rodenhuis: Wat wij in ieder geval wel zien, is dat er veel minder mensen in het bestand zitten die een hele korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben, die in principe meteen weer een nieuwe baan zouden kunnen vinden. Dat is echt wel te verklaren door de huidige arbeidsmarktsituatie. Mensen die kunnen werken vinden zelf, op dit moment, makkelijker een baan.

Op het moment dat ze bij ons terechtkomen, hebben ze vaak toch nog wel iets van extra aandacht nodig, want dan is er iets aan de hand waardoor er ofwel een mismatch is met de arbeidsmarkt, met hetgeen werkgevers zoeken, ofwel iemand heeft nog iets extra’s nodig, een training, opleiding, een volgende stap in de begeleiding en ontwikkeling. 41 De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Vol van Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de presentatie overigens. Ik hoorde dat jongeren langer in de bijstand zitten en dat het met name te maken heeft met mentale problematiek. Dat is niks nieuws. Sinds corona is dat, volgens mij, geëxplodeerd, als ik dat even zo mogen zeggen. Wordt daar ook nog extra rekening mee gehouden? Jongeren zijn wel de toekomst. Ik maak me daar heel erg zorgen over. Mevrouw Sinnema: Het is niet zo dat ze nu langer in de bijstand zitten, maar wat opvalt, nu, is dat vanaf januari dit jaar de toestroom van jongeren toeneemt. Het aantal jongeren dat zich nu meldt voor een uitkering zien we behoorlijk stijgen. Dat is niet alleen in Dordrecht, het is ook echt wel landelijk. We hebben twee, drie weken terug het ministerie op bezoek gehad en daar kregen we ook het signaal. Wat we doen, je trekt wat dossiers, je gaat daar een beetje op inzoomen.

Dat monitoren we wel, maar dat zijn inderdaad jongeren met mentale problemen. We hebben ook een apart jongerenteam die zich daarop focust. Dat heeft zeker onze aandacht. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mijnheer De Gelder. Gaat u gang. De heer De Gelder: Dank u, voorzitter. Ik had nog een vraag over de bestaande participatieplekken en leerwerkbedrijven. Gaat het gevolgen voor hen hebben als die transformatie gaat plaatsvinden? Dan bedoel ik de plekken die momenteel door de gemeente worden gefinancierd. De voorzitter: Mevrouw Rodenhuis. Mevrouw Rodenhuis: Het zou gevolgen kunnen hebben, maar zeker niet betekenen dat we die plekken niet meer in leven gaan houden. Het systeem vraagt juist om veel meer opschaling van plekken. Als er nu succesvolle plekken zijn, en die zijn er in Dordrecht zeker, dan zouden we daar alleen maar meer gebruik van willen maken, misschien als voorbeeld willen gebruiken, kijken of andere organisaties van elkaar kunnen leren. Wat er zou kunnen veranderen, het zou mooi zijn als we echt een complete infrastructuur met elkaar willen bouwen, is dat dit soort organisaties, die een participatieplek bieden, het allemaal een beetje op een vergelijkbare manier gaan doen. Dat zijn dingen die wel onze aandacht hebben. Hoe kunnen we een systeem bedenken waardoor we de inwoner hetgeen kunnen bieden dat ze nodig hebben.

De kans dat er organisaties buiten de boot gaan vallen is heel klein. Dat acht ik niet aanwezig. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Kovalenko. Mevrouw Kovalenko: Dank u wel, voorzitter. Wat mij opviel, en dat wil ik misschien verduidelijken, is dat aan het einde werd het gezegd dat er steeds meer mensen in de bijstand gaan komen. Op welke cijfers en trends is dit gebaseerd? We hebben vooral teruggekeken naar wat er was in de afgelopen tien jaar, maar de komende tien jaar verwachten we heel veel veranderingen, vooral die door technologische veranderingen zijn gestimuleerd. Wat is jullie forecast en wat betekent, er komen steeds meer mensen in de bijstand? 42 Mevrouw Rodenhuis: Dank u wel. Goede vraag. Het een vraag die ons ook absoluut bezighoudt. Daarom is onderdeel van het transformatieplan ook een doelgroepenanalyse. Ik zei al iets over het landelijk ondersteuningsteam dat ons ook helpt met het maken van dit transformatieplan. Die doen dit gelijktijdig in allerlei regio's. Wij hebben een partij die ons adviseert en nu bezig is met het maken van een volledige analyse van ons bestand en daarmee vooruit gaat kijken, in prognoses en met verschillende scenario's, hoe die doelgroep zich dan zou gaan ontwikkelen. Dat vind ik ook heel interessant en ik kijk ernaar uit. Dat zal onderdeel zijn van het transformatieplan. Mevrouw Kovalenko: Dank u.

Zijn er wat cijfers? De voorzitter: Even via de voorzitter. Mevrouw Kovalenko: Excuses, voorzitter. Even verduidelijken. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Kovalenko: Het is heel breed. Fijn dat er samenwerkingen zijn, landelijke samenwerkingen, maar zijn er wat cijfers? Wat kunnen we verwachten op dit moment? Mevrouw Sinnema: Voor Dordrecht kunnen we daar geen cijfers voor benoemen. Wat we wel weten, het feit is dat de instroom in andere regelingen, wat we schetsten in de presentatie blijven bestaan en komen. Er blijven jonggehandicapten, maar er gaan nog er zijn nog meer ontwikkelingen. We hebben een hele toestroom van Oekraïners die eraan komen. Dat is ook een groep waar enorm veel potentieel zit, maar daar wil je ook ondersteuning aan bieden om ze naar de arbeidsmarkt te begeleiden. De WW-duur zal waarschijnlijk ook verkort worden. Dit betekent dat als iemand uit de WW komt, en hij heeft nog niks gevonden aan werk, hij ook de bijstand in stroomt. Zo zijn er nog wat meer ontwikkelingen, waardoor de Participatiewet, die ook letterlijk het vangnet wordt genoemd, dat zijn we ook, we zijn het vangnet, het net wat groter moet worden de komende tijd. Eigenlijk willen we het net zo klein mogelijk houden. De voorzitter: Dan ga ik nu … Mijnheer Wringer zit te popelen om ook een vraag te stellen, maar die sla ik iedere keer over. Ik vergeet hem. Sorry. Gaat uw gang.

De heer Wringer: Geeft niet voorzitter. Misschien maar goed dat dit dan uw laatste voorzitterschap is op een vergadering. Dank voor de duidelijke presentatie. Het sociaal domein is redelijk nieuw voor mij. Daarom heb ik twee korte vragen. U had het over klantgroepen. Bij klantengroep 1 stond een afkorting LKS. Ik wilde vragen, waar staat dat voor? Mijn tweede vraag is, dat was denk ik ook al gesteld door D66, als allereerste, hoe doen we het in vergelijking met andere G40-steden? Kunnen we daar eventueel nog iets van leren, van andere steden? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Sinnema? Mevrouw Sinnema: LKS staat voor loonkostensubsidie. Dat is een subsidie die we verstrekken om het wat meer betaalbaar te maken voor de werkgever. Op een gedeelte van de loonkosten zit subsidie. Dat maakt het voor de werkgever wat aantrekkelijker om 43 mensen aan te nemen. We doen mee met de Divosa Benchmark. Ik heb die cijfers niet zo een-twee-drie paraat, maar we kunnen echt wel wat vergelijkingen maken met de andere G40-gemeenten in hoe we het doen. Op zich doen we het qua uitstroom overigens niet slecht. Wel als je het vergelijkt met onze eigen ambities, maar in totaliteit, als je kijkt naar de uitstroom richting werk, zitten we echt wel op het goede niveau. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Yachou. Gaat uw gang. Mevrouw Yachou: Voorzitter, dank u wel.

Vanuit de presentatie komt naar voren dat het bijstandsbestand steeds vaker bestaat uit inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. 44 Hoe gaat voorkomen worden, of welke maatregelen gaan er genomen worden, om ervoor te zorgen dat deze inwoners, die met de grotere afstand tot de arbeidsmarkt, langdurig in een uitzichtloze situatie terechtkomen of eventueel toch wel weer kunnen deelnemen op de arbeidsmarkt? De voorzitter: Mevrouw Sinnema of mevrouw Rodenhuis, een van de twee. Mevrouw Sinnema: Dat is precies de vraag die we moeten gaan beantwoorden in de notitie. Dat is een hele uitdaging. Het is niet zo dat we op dit moment geen begeleiding bieden aan mensen met een wat grotere afstand. U heeft waarschijnlijk de bevlogenheid van Derk meegemaakt. Daar gebeuren heel veel mooie dingen. Het is niet zo dat we niks doen, maar we willen meer doen dan we op dit moment kunnen. Er moet fundamenteel iets veranderen. Hopelijk gaan we daar nog wat meer antwoorden bij vinden. De voorzitter: Dan zag ik nog een vinger van mijnheer De Vreede. Van de Vreede, sorry. Gaat uw gang. De heer Van de Vreede: Voorzitter, ik had even een heel kort vraagje. Het kan zijn dat ik het in de presentatie heb gemist en ik wil heel graag geen aannames doen.

Kan ik ervan uitgaan dat hoe langer je in de uitkering zit, hoe hoger je klantengroep wordt? Dat het aannemelijker is dat mensen in klantengroep 3 langer in de uitkering zitten? Ik heb dit misschien in de uitleg. Vandaar de vraag. De voorzitter: Mevrouw Sinnema. Mevrouw Sinnema: Dat is een lastige. Over het algemeen wel. Als iemand heel lang werkloos op de bank zit, dat is een beetje vergelijkbaar met iemand die op een gegeven moment zodanig in de schulden zit, dat ze de post niet meer openen en zich afsluiten, dan zijn het over het algemeen wel de mensen die in een klantgroep 3 zitten. We zien de afgelopen 2, 3 jaar, waar we steeds meer lokaal, met een programma zoals in West, outreachend gaan werken, dat die groep ook echt nog wel potentie heeft om mee te doen en het ook leuk vindt om actief te zijn. De voorzitter: Natuurlijk mag dat. Gaat uw gang. Mevrouw Rodenhuis: De klantgroepsindeling wordt gedaan op basis van een wegingskader. Consultenten die de inwoners spreken gaan allerlei aspecten van de inwoner bekijken. Duur in de bijstand is er daar een van, maar er zijn heel veel andere factoren die daar een rol in hebben. De voorzitter: Ik kijk de commissie even rond of alle vragen zijn gesteld die er gesteld moesten worden vanavond.

Als dat zo is, hoe gaan we dan verder met dit voorstel vanuit het college? Ik denk dat er een hele grote uitdaging ligt, zowel voor het college, maar zeker ook voor u als raad in de toekomst. We hebben het hier over wat vroeger de Wajong was, de Participatiewet, de P-wet zoals we het zo mooi noemen en dadelijk de nieuwe wet die per 1 januari ‘27 in werking moet gaan treden. Hoe gaan wij hier met deze commissie mee om? Wachten wij op een raadsvoorstel vanuit het college en dat we daarna met elkaar in debat gaan en kijken wat er nog 45 eventueel aan aanvullingen, toevoegingen komt en dat je het dan kan bespreken. Dan is dit het einde van deze commissie en bedanken we het college dat ze met die voorstel zijn gekomen en dit alvast te delen met raad en commissie. Ik kijk even in het rond hoe we hiermee verdergaan. Kan ik dan de conclusie trekken dat we het college bedanken dat zij ons hierin mee hebben willen nemen? Dan kijk ik even naar mijn linkerzijde, naar de mensen die hier vanavond hun stinkende best hebben gedaan en een heldere en boeiende presentatie hebben gegeven over dit onderwerp dat heel veel inwoners raakt, maar ook kansen biedt. Dan wil ik iedereen bedanken, ook de ambtelijke ondersteuning. Ik wil jullie ook bedanken voor deze commissie. Ik zou zeggen, ik sluit hierbij de commissie. Ik zou zeggen, welterusten en morgen weer gezond op.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juli 2026. De griffier, De voorzitter, G.J.P. van Soest N. Mol 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49370