CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2026.06.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 523.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 16 JUNI 2026 Vergaderzaal 1 1. Introductieprogramma nieuwe raad Werkbezoek Nationaal Programma Dordt West 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf, wethouder M. Merx, wethouder W. van der Kruijff De voorzitter: Beste mensen, het is 19.00 uur geweest. Ik wil graag starten met het plenaire vragenhalfuurtje van dinsdag 16 juni. Welkom allemaal in vergaderkamer 1, raads- en commissieleden, gasten. Welkom aan iedereen die op een andere manier meeluistert. In dit plenaire vragenhalfuurtje vandaag vragen over 3 onderwerpen. Het eerste onderwerp is het transformatorhuisje. Dat zijn vragen van de VSP. Ik geef graag het woord aan mevrouw Striebeck om de vraag kort toe te lichten. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. In het kader van de energietransitie moeten er de komende jaren een flink aantal transformatorhuisjes bijkomen in de stad. Wij vernemen uit de stad dat in de afgelopen weken inwoners zijn geconfronteerd met plannen voor een transformatorhuisje direct naast hun woning. Zij ervaren deze locaties als onlogisch en vrezen een forse aantasting van hun woon- en leefomgeving.

De plannen worden ervaren als een voldongen feit, mogelijkheden om bezwaar te maken zijn er niet of niet meer. Daarom heeft de VSP de volgende vragen. Is het college van mening dat het plaatsen van een transformatorhuisje direct voor of naast een woning wenselijk is? Op welke wijze komt het college tot de keuze van locaties en hoe betrekt het college direct omwonenden hierbij? Is het college voornemens bij toekomstige plaatsingen rekening te houden met wooncomfort, uitzicht, leefbaarheid voor de direct omwonenden? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vragen. Wie van het college mag ik het geven? Mijnheer Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. De energiebehoefte is erg groot en dat vraagt om noodzakelijke ingrepen om te zorgen dat er voldoende elektriciteit beschikbaar is. Dit 1 betekent inderdaad dat er heel veel transformatorhuisjes in de stad bij moeten en tegelijkertijd is de ruimte schaars. Het is dan nooit de eerste voorkeur, of liever niet, om direct bij een woning te plaatsen. Tegelijkertijd is het in bestaande wijken lastig om dat helemaal te kunnen voorkomen. We kijken per locatie wat de minst slechte plek is, waarbij de ruimtelijke kwaliteit, woonkwaliteit en technische haalbaarheid tegen elkaar worden afgewogen.

U vraagt, hoe komt dat dan tot stand? Dat is in eerste instantie aan Stedin, want die gaat over de plaatsing van de transformatorhuisjes. Die kijkt eerst waar het technisch het beste past. Dat betekent zo dicht mogelijk bij de gebruikers op een plek waar het goed te realiseren is. Vervolgens heb je in de praktijk maar een beperkt aantal opties, waarbij we dan wel kijken waar het in de openbare ruimte het best inpasbaar is. We proberen dit met zo min mogelijk hinder, bijvoorbeeld niet pal in het zicht het groene parkeerplekken zo veel mogelijk sparen, en al die dingen tegen elkaar af te wegen. Dan is het ook niet zo dat daar participatie op kan plaatsvinden, omdat vanuit de analyse blijkt dat er heel weinig plekken zijn. Er zijn helaas ook weinig keuzemogelijkheden zijn. Het is, nogmaals, iets wat hard nodig is om te zorgen dat de energie beschikbaar blijft, waarbij we echt zorgen dat zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de omgeving. Tegelijkertijd is de realiteit ook zo dat de keuzes helaas niet breed zijn in alternatieven. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Een korte vervolgvraag van mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. In sommige gevallen kost het dan 3 parkeerplaatsen. Dat is soms niet wenselijk. Uit een onderzoek hebben we vernomen dat minder dan 4 meter afstand van de woning kankerverwekkend kan zijn voor kinderen onder de 12.

Weet u daar iets van? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Die vraag is mij te specifiek. Daar kan ik nu geen antwoord op geven, anders dan dat het in het algemeen zo is dat plaatsen op een veilige manier moet gebeuren en dat daar normen voor zijn. Dat soort omstandigheden zouden niet het geval mogen zijn. Zo heel specifiek, dat moet ik u schuldig blijven. Dat weet ik niet. Daar kan ik anders nog wel even technisch, na de vergadering, op terugkomen. De voorzitter: Dat lijkt me een mooie toezegging. Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende onderwerp en dat is het onderwerp ouderenmishandeling. Wederom een vraag van de VSP. Mevrouw Striebeck gaat het toelichten. Gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. In het AD van 5 juni 2026 lezen wij dat het Albert Schweitzer ziekenhuis alarm slaat over een sterke toename van ouderenmishandeling. De VSP maakt zich hier grote zorgen over en vraagt het college of het deze zorgen deelt en voldoende zicht heeft op de omvang van dit probleem. Vandaar onze vragen. Wat gaat het college extra doen om kwetsbare ouderen beter te beschermen en te voorkomen dat zij tussen wal en schip raken? Onze tweede vraag is, heeft de aanpak van 2 ouderenmishandeling voor het college voldoende prioriteit en welke aanvullende maatregelen zijn er nodig? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting.

Wie van het college mag ik het woord geven? Mijnheer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college heeft inderdaad ook kennisgenomen van het bericht in het AD van 5 juni waar het Albert Schweitzer ziekenhuis een toename signaleert van ouderenmishandeling. Dat betreft een zorgwekkende ontwikkeling en dat vergt onze volle aandacht. Daar zijn we het met elkaar over eens. Wij delen ook uw zorgen over ouderenmishandeling. Elke vorm van mishandeling van kwetsbare ouderen is onacceptabel. Tegelijkertijd constateren wij dat ouderenmishandeling vaak een verborgen probleem is. Het betekent ook dat de feitelijke omvang moeilijk exact vast te stellen is. Dat zien we ook terug in de hoeveelheid meldingen die geregistreerd worden bij Veilig Thuis. Als je dan naar de statistieken kijkt over de afgelopen 3 jaar 2023, 2024 en 2025, schommelt het totaal aantal meldingen bij Veilig Thuis, over alles heen, zo tussen de 1.800 en de 2.000. Ongeveer een kwart daarvan, 400 à 475 betreft huiselijk geweld. Van het totaalaantal gaat ongeveer 1 procent over ouderenmishandeling. Dat beweegt zich rond de 20 meldingen per jaar. Dat voor wat betreft de cijfers die we boven tafel kunnen krijgen van de meldingen die geregistreerd zijn.

Dan uw vraag, wat gaat het college extra doen om kwetsbare ouderen beter te beschermen? Wat wij al doen, en ik zal straks zeggen wat er nog extra gaat komen, vraagt om een integrale benadering. Zowel het zorgdomein als het veiligheidsdomein moeten daarin samen optrekken. Dat gaat over veel organisaties heen. Het gaat over zorg- en welzijnsorganisatie, huisartsen, wijkteams, mantelzorgondersteuners. Dat is de zorgkant. Er is ook een veiligheidskant. Veilig Thuis, politie en het Zorg- en Veiligheidshuis. Al die partners zijn hierbij betrokken. Waar we op dit moment op inzetten, is de samenwerking binnen de veiligheidsregio van al die partners. Veilig Thuis is daar de centrale schakel in. We zetten wijkteams in voor vroegsignalering en ondersteuning en ook voor mensen om zelfredzaam en weerbaar te worden. We ondersteunen mantelzorgers, bijvoorbeeld met respijtzorg, omdat je soms weleens ziet dat het mantelzorgers boven het hoofd groeit en dat het ontspoort. Daar proberen we op die manier op in te zetten. We doen een deskundigheidsbevordering bij professionals, zodat zij het snel herkennen en het ook kunnen melden. Natuurlijk ook met de politie en het Zorg- en Veiligheidshuis, maar dat is voor de regie en de interventie bij echt complexe en onveilige situaties. Dan is het al heel ver heen als we daar terechtkomen.

Signalering, dat blijft het allerbelangrijkste, omdat het vaak een verborgen probleem is. Daarom zetten we in op de meldingsbereidheid vergroten en iedereen te vertellen hoe je dit kunt melden en hoe het werkt. Er is een meldcode bij Veilig Thuis. Al die partijen die ik net noemde worden geïnformeerd en opgeleid in hoe hiermee om te gaan en hoe het te melden. Dan uw tweede vraag. Daar zal ik iets korter antwoord op geven, maar het was wel een belangrijk onderwerp. Wat gaat er gebeuren? We gaan verder de prioriteit versterken. We gaan ook aanvullende maatregelen treffen, maar we moeten met al die partijen nog wel in overleg hoe we dat op een goede, efficiënte manier doen in de samenwerking. Er komt in het najaar van dit jaar een actualisatie naar u toe, als gemeenteraad, van de gemeentelijke visie op geweld in afhankelijkheidsrelatie. Ouderenmishandeling is een 3 onderdeel van huiselijk geweld en daar zien we een hoop problematiek. In die integrale visie wordt het meegenomen. Zoals gezegd, die krijgt u eind dit jaar. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Voldoende beantwoord, denk ik? Ja? Dank u wel. Dan hebben we nog een derde vraag. Die vraag komt van de PVV en gaat over de intimidatie en overlast door cursisten van een inburgeringscentrum. Mijnheer Van der Graaf. De heer Kolkiliç: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç.

De heer Kolkiliç: Het moet geen gewoonte worden, maar naar mijn oordeel horen vraag 2 en 3 niet thuis bij het vragenhalfuur. Er staan meerdere politieke standpunten en het college wordt gevraagd om meningen en beoordelingen te geven. Het zijn ook nog altijd Dordtse inwoners of Dordtse cursisten en geen buitenlandse studenten of cursisten. Het vragenhalfuur is volgens de afspraak geen plek voor een politiek debat. Dit is al de tweede week achter elkaar. De voorzitter: Dank u wel voor uw opmerking. Het is ook aan het college hoe zij de vraag gaan beantwoorden. Ik ga nu toch naar mijnheer Van der Graaf voor de toelichting. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. PVV Dordrecht is door het YouTube-kanaal van Mijn Zetel benaderd met een reportage over buitenlandse cursisten van een inburgeringscentrum aan de Bagijnhof. Daaruit blijkt onder meer dat er structureel overlast wordt veroorzaakt voor omliggende ondernemingen. Wie hen daarop aanspreekt, blijkt te worden geïntimideerd, tot aan doodsbedreigingen toe. Veel ondernemers durven zich niet publiekelijk uit te spreken. De angst om te worden weggezet als racist is blijkbaar te groot. Daarom de volgende vragen.

1, is het college bekend met deze overlast? Twee, deelt het college de mening van PVV Dordrecht dat ondernemers die zich publiekelijk uitspreken tegen idioot gedrag van buitenlandse cursisten hen geen racisten maakt? 3, hoe beoordeelt het college het kennelijke feit dat ondernemers in onze stad zich niet altijd meer publiekelijk durven uit te spreken tegen idioot gedrag, vanwege de angst te worden weggezet als racist? 4, is het college bereid om, in samenspraak met de ondernemers, afspraken te maken over bijvoorbeeld steekproefsgewijze controles van handhavers? 5, klopt het dat dit inburgeringcentrum gaat opschalen? Zo ja, is de huidige locatie dan nog wel passend? 6, hoe denkt het college zelf dat de overlast kan worden voorkomen? Is het college bereid om hierover met de directie van het inburgeringcentrum in gesprek te gaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Voor het antwoord ga ik naar mijnheer Merx. Gaat uw gang, mijnheer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Het college is niet bekend met structurele overlast. We hebben de afgelopen jaren, we hebben het nagekeken, 1 melding gehad en 1 signaal van een ondernemer ontvangen. De politie heeft vorig jaar 1 melding ontvangen en dat betrof een ruzie tussen 2 cursisten. Dan het antwoord op vraag 2.

Het gedrag, hoe dan ook te typeren, dat niet in lijn is met de normen zoals wij die hier in onze wetgeving hebben opgenomen, tolereren we nooit. 4 Daar proberen we tegen op te treden. Het maakt ons helemaal niks uit of het nu van mensen van binnen of buiten Dordrecht zijn of van buiten of binnen ons land. Daar maken wij absoluut geen onderscheid in. Het college kan bovendien deze onbekende uitspraken niet beoordelen. We gaan er echter van uit dat de meeste bezorgde burgers geen racisten zijn, want racisme, bedreigingen en overlast hebben geen plek in onze stad. Wij betreuren dat de mensen zich niet durven uit te spreken over overlast, omdat zij bang zijn voor racist te worden uitgemaakt of bang te zijn voor represailles of anderszins. We horen nu wel vaker dat mensen zeggen, ik doe geen melding, want. Toch roepen wij mensen op om die melding te doen, want anders kunnen we er niks mee. We kunnen niks op basis van 1 melding van een jaar geleden enzovoort. Is het college bereid om, in samenspraak met de ondernemers, afspraken te maken over bijvoorbeeld steekproefsgewijze controles van handhavers? Op basis van de huidige meldingen zal het niet heel verrassend zijn dat wij dit niet gaan doen.

We zijn wel degelijk bereid om locaties in onze surveillancerondes mee te nemen, waarbij we wel erg geholpen zouden zijn als er meer Fixi-meldingen worden gemaakt over de vormen van overlast en bij voorkeur ook wat voor dagen, datum en tijdstippen. In ieder geval de dagen en het tijdstip, want we kunnen niet de hele dag ergens een handhaver neerzetten om te kijken of er sprake is van overlast. Die oproep doe ik graag bij dezen. Dat geldt overigens voor alle vormen van overlast, waar in de stad dan ook. Klopt het dat het inburgeringscentrum gaat opschalen en zo ja, is de huidige locatie dan nog wel passend? Het klopt. Wij hebben begrepen dat de organisatie meer opdrachten krijgt. Het betreft een particulier bedrijf, maar wij moedigen hen wel aan te onderzoeken of de huidige locatie daar nog steeds geschikt voor is. Of dat zo is, is uiteindelijk aan henzelf. Hoe denkt het college dat de overlast kan worden voorkomen? Allereerst door, zoals al gezegd, de overlast consequent te melden bij handhaving en politie. Dat moet niet 1 melding zijn, want we krijgen talloze meldingen. Fixi-meldingen bij handhaving, maar ook de politie. Op basis van het aantal meldingen en de ernst van de meldingen worden prioriteiten gesteld. 1 melding is geen melding. Dat moeten er meer zijn en dan zo concreet mogelijk.

Als er dan sprake is van overlast, zijn we uiteraard bereid om het gesprek te voeren met het inburgeringscentrum, als aantoonbaar is dat het daar vandaan komt, de overlastgevers en de ondernemers. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Prima. U mag een vervolgvraag stellen. De heer Van der Graaf: Dank u wel voor de beantwoording. Mijn vraag is, kunnen die ondernemers, als ze nog steeds bang zijn om te worden weggezet voor wat dan ook, anoniem een melding maken? De heer Merx: Op Fixi bestaat volgens mij … De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: Sorry, voorzitter. Op Fixi bestaat volgens mij de mogelijkheid om anoniem een melding te doen. Ik zie geknik achter u. Dat kan. Het is wel zo, dat zeg ik er even bij, dat de melding soms vrij summier is. Dan kunnen we er niet zo heel veel mee. Die melding moet dan wel zo volledig mogelijk zijn. Wie, wat, waar, hoe laat, wanneer, waarom enzovoorts. 5 De voorzitter: Dank u wel. Dit waren de vragen voor dit vragenhalfuurtje. Ik wens u allen een prettige vergaderavond. 3. Agenderingsverzoek Beter voor Dordt over Gezondheidssituatie postcodegebied 3317 De agendapunten 3 tot en met 6 worden gezamenlijk besproken. 4.

Beantwoorden door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie VSP over Gezondheidssituatie in postcodegebied 3317 en Beantwoorden door het college van artikel 40-vragen RvO van fracties GroenLinks/PvdA, PvdD, SP en BVD over Luchtkwaliteit Dordt W 5. Beantwoording door het college van technische vragen van de fractie PVV over Invloed van het open deel geluidscherm langs A16 6. Raadsinformatiebrief over Stand van zaken Luchtkwaliteit 2025 - Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer Den Hartog Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Van de Breevaart (Forum voor Democratie) Mevr. Burgaz (GroenLinks-PvdA) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kovalenko (D66) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Peters (VSP Dordrecht) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Van de Vreede (VVD) Mevr. De Vries (GroenLinks-PvdA) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouder: - Ambtelijke ondersteuning: mevr. De Koning, dhr. Salet Overige aanwezigen: mevr. Den Haan, dhr. Van Putten, mevr. Vermaat De voorzitter: Welkom allemaal. Dames en heren, zoals gebruikelijk bij de tweede bel, dan gaan we beginnen. Het is net de middelbare school. Wie te laat is, moet een briefje 6 halen bij de conciërge.

Ik geloof dat de laatste hand is gelegd aan de placering en iedereen goed zit. Dat is mooi. Dan kunnen we ook een vliegende start maken. Ik open hierbij de beeldvormende commissievergadering over het GGD-onderzoek naar het voorkomen van longkanker in postcodegebied 3317. Ik heet allereerst van harte welkom, alle raads- en commissieleden, de vertegenwoordiging van het college, ik kijk even rond, ik zag hem zoeven nog, mijnheer Veldman, misschien dat hij zo nog aansluit. Dan namens de betrokken bewoners, mevrouw Den Haan, namens de GGD, mijnheer Van Putten en dan hebben we namens de ambtelijke organisatie mevrouw Vermaat, mevrouw De koning en mijnheer Salet. Ik heet van harte welkom alle belangstellenden op de publieke tribune en ook al die mensenmassa's die thuis de stream volgen. Welkom allemaal. Voor het verslag vraag ik aan degenen die hier aan tafel zitten om even naam en fractie of functie te benoemen. Na goed gebruik wil ik altijd links beginnen. Als u even indrukt en dan … Mevrouw De Koning: Eline de Koning, strategisch beleidsadviseur Gezondheid en Jeugd. De heer Salet: Jeroen Salet, strategisch beleidsadviseur Milieu en Ruimte. De heer Van Putten: Sean van Putten, adviseur Gezondheid en Milieu bij de GGD Zuid- Holland Zuid. Mevrouw Den Haan: Danielle den Haan, bewoonster van postcodegebied 3317. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland.

Mevrouw Kovalenko: Vita Kovalenko, D66. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Van de Vreede: Marijn van de Vreede, Dordtse VVD. Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, GroenLinks-PvdA. Mevrouw De Vries: Frouke de Vries, ook GroenLinks-PvdA. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Peters: Goof Peters, VSP Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP Dordrecht. 7 Mevrouw Vermaat: Mirjam Vermaat, programmadirecteur van het Nationaal Programma Dordt West. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Dank u. Mijn naam is Paul den Hartog en ik ben vanavond uw voorzitter. Ik wil even kort beginnen met de aanleiding en daarna de indeling van deze vergadering. Naar aanleiding van het GGD-onderzoek, waaruit blijkt dat in postcodegebied 3317 veel meer longkanker voorkomt dan elders, heeft de fractie Beter voor Dordt voorgesteld dit onderwerp beeldvormend te bespreken om meer duidelijkheid te krijgen over de aard, de opzet, de uitkomsten en de aanbevelingen van dit onderzoek. De agendacommissie heeft besloten bij de bespreking ook een aantal stukken te betrekken.

1 is de raadsinformatiebrief over luchtkwaliteit 2025, 2, de beantwoording van artikel 40-vragen over het onderzoek en 3, de beantwoording van technische vragen over het geluidsscherm langs de A16. De stukken staan, als het goed is, allemaal in het RIS, als u het na wil zoeken. Over het onderzoek zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld en ook de beantwoording daarvan is bij de stukken gevoegd. Goed. Hoe gaan we het doen? Er zijn een aantal sprekers. U krijgt eerst een korte toelichting op de aanleiding voor het onderzoek. Dat zal mevrouw Vermaat doen en, als ik het goed zeg, de programmadirecteur van het Nationaal Programma Dordt West. Vervolgens neemt mijnheer Van Putten, adviseur Gezondheid en Milieu van de GGD, u mee langs de hoofdpunten van het onderzoek. Daarna vertelt de bewoonster, mevrouw Den Haan, u hoe het rapport is ontvangen door de wijkbewoners. Tenslotte geven de strategisch beleidsadviseurs van de gemeente, mevrouw De Koning en mijnheer Salet, een toelichting op het lopende gemeentelijke gezondheids-en milieubeleid. Ik wil u verzoeken, het zijn 4 bijdragen, om vragen even op te sparen. Er is steeds vrij snel gelegenheid met 4 sprekers. Alleen als iets niet duidelijk is, als u echt een verduidelijkende vraag hebt over de inhoud, dan kunt u interrumperen. Voor de rest wil ik u even vragen het op te sparen. Goed.

Dan ga ik nu het eerste woord geven aan mevrouw Vermaat. Deze kant. Mevrouw Vermaat: Ik zat net daar, maar ik werd door André weggestuurd. Ik ben inmiddels aanbeland. Mijn naam is Mirjam Vermaat. Ik ben programmadirecteur van het Nationaal Programma Dordt West. Ik heb een aantal van u vanmiddag gezien, want wij hadden een werkbezoek georganiseerd voor de raadsleden in Dordt West, in Wielwijk en het Waterwiel. Ik denk dat het werkbezoek een mooi inkijkje heeft gegeven in wat wij zoal doen met dat Nationaal Programma Dordt West. Het is een verbinding van het sociaal domein, fysiek domein en het veiligheidsdomein. We hebben een aantal zaken vanmiddag eruit gelicht, maar we doen nog heel veel meer. Het is een programma voor 20 jaar. Wij kunnen echt het verschil maken voor de volgende generatie. Daar zetten wij ons ook op in. Wat daar belangrijk bij is, is dat wij niet alleen oog hebben voor professionele kennis en wetenschappelijke inzichten, maar ook juist voor ervaringsdeskundigheid. Ik denk dat dit ook wel blijkt uit de aanleiding van heel het rapport. Ik zag toevallig voor het WK nog een bijdrage van een Duitse econoom die voorspelde dat Nederland wereldkampioen zou worden. Ik weet niet of u afgelopen zondag heeft gekeken, ik ben nog niet overtuigd. Wetenschappelijke inzichten zeggen soms niet alles. Het is heel goed om naar bewoners te luisteren en ze mee te laten denken.

Dat is wat wij doen in het Nationaal Programma 8 Dordt West. Toen wij begonnen in 2022-2023 liep er al vanuit de GGD een participatieactie onderzoek in Oud-Krispijn. Ik zie de collega die dat begeleidde zitten op de publieke tribune en dat leverde hele mooie resultaten op. Bewoners kregen meer vertrouwen in zichzelf, maar ook in het feit dat als ze hun stem lieten horen en zichzelf verenigden, er naar hen geluisterd werd. Ik gunde iedere wijken Dordt West zo'n participatief actieonderzoek, een vorm van onderzoek waarbij bewoners echt bepalen wat en hoe er wordt onderzocht. Zodoende heb ik ook opdracht gegeven om, naast Oud- Krispijn, ook in Wielwijk, Crabbehof en, momenteel loopt het nog, in Nieuw-Krispijn zo'n vorm van onderzoek op te zetten. Ik ben heel erg trots, en dan kijk ik toch even naar mijn medebewoner van Dordt West, want ik woon zelf ook in postcodegebied 3317, dat jullie, door jullie ervaringsdeskundigheid en het feit dat jullie daar al zo lang wonen, hebben aangegeven van, wij maken ons zorgen, want er zijn heel veel mensen in onze omgeving die kanker hebben of die daaraan zijn overleden, kunnen we daar eens met elkaar naar gaan kijken? Dat is de reden dat het, ondanks dat die cijfers misschien wel openbaar waren, ons echt is opgevallen.

In eerste instantie was het voor ons allemaal heel erg schrikken toen we die cijfers zagen, want het zijn nogal afwijkende percentages. Tegelijkertijd, doordat we dit zo hebben aangevlogen, hebben we nu wel de kans om met elkaar te kijken van, wat kunnen we hier dan aan doen? Misschien is dat voor nu even voldoende voor mij, voor de inleiding. Ik vond het wel belangrijk om die aanleiding even te schetsen en hoe dit tot stand is gekomen. Het proces is heel mooi, maar de cijfers heel erg schrikken zijn. Misschien dat ik nu, ik kijk even naar de voorzitter, inhoudelijke toelichtingen over kan laten aan de volgende sprekers. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vermaat. Ik kijk even rond of er nu al aanleiding is tot het stellen van vragen. Ik constateer dat dit niet zo is. Dat is voor de tijd hartstikke mooi, want dan kunnen we doorgaan. Dan zou ik het woord willen geven aan mijnheer Van Putten. De heer Van Putten: Dank u wel, voorzitter. Vandaag ben ik hier om een toelichting te geven over het onderzoek dat is gedaan naar longkanker in postcodegebied 3317. Mevrouw Vermaat heeft al mooi de aanleiding van het onderzoek geïntroduceerd. Dat waren de zorgen van inwoners van Dordt West over het vaak voorkomen van kanker in hun omgeving.

In mijn verhaal zal ik vertellen hoe het onderzoek is uitgevoerd, wat de belangrijkste bevindingen zijn en zal ik daar een verklaring voor proberen te geven. Tot slot kom ik tot de aanbevelingen die zijn gedaan naar aanleiding van het onderzoek. Het onderzoek is gedaan op verzoek van inwoners en is beschrijvend van aard. Dit wil zeggen dat het primaire doel was om inzicht te geven in de lokale gezondheidssituatie. Dat hebben we gedaan met behulp van openbare data vanuit de Nederlandse Kankeratlas. Het IKNL verzamelt en registreert de gegevens vanuit de Nederlandse ziekenhuizen en geeft dit weer in de Nederlandse Kankeratlas. Daarin wordt inzichtelijk hoe het geografische patroon van longkanker is binnen regio's in Nederland. In de Kankeratlas wordt er gecorrigeerd voor aspecten zoals leeftijd en populatiegrootte. Hierdoor spelen leeftijd en inwonersaantal geen rol in de vergelijking met het Nederlandse gemiddelde. In de Nederlandse Kankeratlas wordt er niet gecorrigeerd voor aspecten zoals leefstijl en sociaaleconomische status. Wat we zien in de Nederlandse Kankeratlas is dat er een verhoging is ten opzichte van wat we zouden verwachten op basis van het Nederlandse gemiddelde. Die verhoging is namelijk 56 procent hoger voor 9 alle personen.

Als we uitsplitsen naar geslacht, zien we dat bij vrouwen de verhoging iets groter is, namelijk 67 procent ten opzichte van 37 procent verhoging bij mannen. Om dat even in perspectief te brengen, als we uitzoomen en kijken naar de gehele regio Dordrecht, bestaat er ongeveer 19 procent verhoging van longkanker in de periode van 2011 tot en met 2022. Wat we vervolgens hebben gedaan, is dat er is gekeken naar de risicofactoren van longkanker en hoe die zich verhouden tot het postcodegebied, om een verklaring te kunnen geven voor de hogere cijfers. Goed om te weten is dat longkanker een multifactoriële aandoening is. Dat dat is een medische term voor een aandoening die meerdere oorzaken kent. Wat ook een kenmerk is, is dat de ziekte zich ontwikkelt over tientallen jaren. Het is zo dat de nieuwe gevallen die we nu zien het gevolg zijn van blootstellingen in het verleden. De voorzitter: Ik onderbreek u even, want we hebben, als het goed is, een verhelderende vraag van mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik zit helemaal gefixeerd op het kaartje te kijken. Ik zie inderdaad postcodegebied 3317 keurig in het rood, maar ik zie verschillende andere kleuren eromheen. Naar boven toe een beetje bruinachtig, ik zie lichtblauw, ik zie geel komen. Heeft dat ook nog een bepaalde duiding? Misschien ben ik te vroeg met mijn vraag.

De heer Van Putten: Ik kan daar wel antwoord op geven. Er wordt in de Nederlandse Kankeratlas altijd gebruikt gemaakt van kleuren die weergeven hoe hoog het percentage is ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. Wat we zien, is dat de gele regio's ongeveer gelijk zijn aan het Nederlands gemiddelde. Hoe donkerder het wordt, rood geeft wel het grootste verschil aan, hoe groter het verschil is dat we zien ten opzichte van regio's om postcodegebied 3317 heen. De grootste risicofactor die we kennen van lonkanker is roken. We weten dat van alle gevallen van longkanker ongeveer 80 procent wordt veroorzaakt door roken. Wat we ook weten, is dat in het postcodegebied meer mannen en meer vrouwen roken dan gemiddeld in Nederland. Dat geldt voor zowel nu als in het verleden. Dit is dan ook een deel van de verklaring voor de hogere cijfers die we zien. Een andere belangrijke risicofactor is langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging. Rondom het postcodegebied zijn er meerdere lokale bronnen aanwezig van luchtverontreiniging, zoals de A16, de N3, het nabijgelegen havengebied en de nabijgelegen industrie. Er is ook een aanzienlijke bebouwing aan weerszijden van het postcodegebied, in de buurt van deze lokale bronnen, waardoor dit postcodegebied wordt gezien als een hoog blootgesteld gebied wat betreft luchtverontreiniging.

Dat is ook een deel van de verklaring voor de hogere cijfers die we zien. Tenslotte zijn er aanwijzingen dat er in het onderzoeksgebied meer mensen in het arbeidsverleden met asbest hebben gewerkt. Blootstelling aan asbest is ook een risicofactor voor het krijgen van longkanker. Dat is dan ook de derde factor die verklaard waardoor we de hogere cijfers zien. De conclusie van het onderzoek is dat longkanker vaker voorkomt in postcodegebied 3317 dan gemiddeld in Nederland. De oorzaak is waarschijnlijk een combinatie van de 3 factoren die ik heb benoemd, roken, luchtverontreiniging en asbest. Dit onderzoek was voor ons aanleiding om aanbevelingen te doen richting de gemeente Dordrecht, met als doel om de lokale gezondheidssituatie te verbeteren en gezondheids- achterstanden te verkleinen. Ik heb niet de tijd om elke aanbeveling nader toe te lichten, maar de aanbevelingen komen erop neer om te 10 onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en daarbij specifiek te kijken naar maatregelen bij de lokale bronnen rondom het postcodegebied. Verder hebben we aanbevolen om onderzoek te doen naar aanvullend luchtkwaliteitsbeleid, om te onderzoeken of er collectieve maatregelen in een leefomgeving mogelijk zijn, zoals het toevoegen en onderhouden van groen en bomen.

We hebben ook aanbevolen om het tabaksontmoedigingsbeleid verder te versterken, met als doel om te vermijden dat mensen beginnen met roken, De mensen die willen stoppen met roken daarbij te ondersteunen en meer plekken rookvrij te maken. We adviseren om al deze aanbevelingen gezamenlijk met inwoners, overheidspartijen en experts verder te toetsen op haalbaarheid en effectiviteit. Daarbij onderkennen we dat niet elke aanbeveling in de directe invloedsfeer van de gemeente Dordrecht ligt, waardoor juist samenwerking essentieel is. Ik wil jullie graag bedanken voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie meteen al een vraag van mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Als een van de mogelijke oorzaken voor longkanker stond radon genoemd. Is dat ook onderzocht in het postcodegebied en valt er iets meer over te zeggen? Mijn tweede vraag is, maar ik was heel even afgeleid, misschien heeft u het al gezegd, of er een verklaring is voor het veel meer voorkomen van longkanker onder vrouwen dan mannen. De heer Van Putten: Dank u wel voor de voor de vraag. Het is bekend dat radon een bekende risicofactor is voor het krijgen van longkanker. We hebben in dit onderzoek niet specifiek gekeken, binnen dit gebied, of er verschillen waren ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het RIVM heeft hier wel eerder onderzoek naar gedaan.

Radon is een stof die van nature voorkomt in de bodem. Het beeld is dat het redelijk in lage concentraties voorkomt binnen Nederland. Er zijn voor ons geen aanwijzingen geweest dat het in dit onderzoeksgebied anders zou zijn en het daadwerkelijk zou verschillen van het landelijk gemiddelde. Daardoor is het zeker zo dat radon nog steeds een risicofactor is voor het krijgen van longkanker, maar voor ons waren er geen aanwijzingen om aan te nemen dat het van aanzienlijke invloed was ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Uw tweede vraag is een hele goede vraag. We hebben daar bij het schrijven van het rapport ook over nagedacht, wat een eventuele verklaring zou kunnen zijn voor de hogere incidentie bij vrouwen ten opzichte van mannen. Het eerlijke antwoord is dat we daar, op basis van dit onderzoek, geen directe verklaring voor kunnen geven. Daar heb ik geen antwoord op. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag al meerdere vragen. Ik moet ook tot mijn schande bekennen dat ik de tweede rij niet heb genoemd bij het voorstelrondje. Daar zitten nog drie mensen. Die wil ik allereerst even de gelegenheid geven om voor het verslag hun naam te noemen. Aansluitend kan mijnheer Van der Graaf zijn vraag stellen. De heer Van de Breevaart: Hans van de Breevaart, Forum voor Democratie. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren.

11 De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Een vraag over de conclusie van het onderzoek. Zoals u net al aangaf, er staat dat de oorzaak waarschijnlijk een combinatie van factoren is, roken, luchtvervuiling en asbest. Welke van die drie is nu waarschijnlijk het meest impactvol? Dat is mijn vraag. De heer Van Putten: Zoals ik noemde tijdens mijn presentatie is de grootste risicofactor die we kennen het roken. Daarvan is bekend dat ongeveer 80 procent van de gevallen van longkanker wordt veroorzaakt door roken. Wat ik ook zei tijdens mijn presentatie, is dat longkanker en multifactoriële aandoening is, waardoor het heel erg lastig is, tegelijkertijd, om al die risicofactoren van longkanker los te zien van elkaar. De voorzitter: Zeker. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik snap het, maar als je de grootste impact zou willen maken, de meest waarschijnlijke impact, dan zou je aan roken iets moeten doen, als ik het goed begrijp? De heer Van Putten: Roken is de grootste risicofactor voor het krijgen van longkanker. Stel dat nul mensen zouden roken, dan zou dat veel impact maken. Hetzelfde geldt ook voor stoppen van luchtverontreiniging. Er is berekend, voor beide aspecten, dat er veel ziektelast wordt veroorzaakt door zowel roken als luchtverontreiniging. Roken komt daar nog steeds verder bovenuit.

Om antwoord te geven op uw vraag, voor beide aspecten pleiten we in onze aanbevelingen om integraal in te zetten op twee paden, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het versterken van tabaksontmoedigingsbeleid. De voorzitter: Even voor mijn overzicht, ik zag net diverse vingers. Ik wil ze even noteren. Dan kunnen we ze op een rijtje afgaan. Ik had mijnheer Tutupoly, ik zie mevrouw De Vries, mijnheer Van Antwerpen, mijnheer De Heer. In mijn ooghoek zag ik mijnheer De Heer als eerste. Ik wil daar recht aan doen. Gaat uw gang. De heer De Heer: Dat is boffen. Dank u wel, voorzitter. Even aanvullend op de eerdere vraag die werd gesteld over het hogere percentage kanker bij vrouwen, er is op dit moment geen echte reden te geven, is de GGD nog wel van plan om daar aanvullend onderzoek naar te doen en om daar verder achter te komen? Dat is vraag 1, voorzitter. Als het als het mag, gelijk een tweede vraag. Ik lees tegelijkertijd in een beantwoording van de minister op de vragen die zijn gesteld dat de minister zegt van, verlagen van 100 naar 80, dat heeft niet zo heel veel zin of heel veel effect. Tegelijkertijd is het wel een aanbeveling van de GGD. Daar ook graag een reflectie op. De heer Van Putten: Dank u wel, voorzitter.

Op dit moment hebben we geen directe onderzoeksvraag liggen om nader onderzoek te doen naar wat precies de oorzaak is van de hogere incidentie bij vrouwen, vergeleken bij mannen. De reden daarvoor is onder andere dat je je daarbij af moet vragen wat het eventueel zou veranderen aan het handelingsperspectief of aan de aanbevelingen. Wij vermoeden dat het geen verandering brengt in wat we zouden aanbevelen. Bij een ziekte als kanker is altijd heel erg moeilijk echt een oorzaak ergens voor te vinden. Dat komt doordat er zo veel oorzaken, zo veel verschillende factoren meespelen zoals leeftijd, arbeidsverleden, 12 allemaal dat soort dingen. Op de tweede vraag, het is zo dat elke maatregel om de luchtkwaliteit te verbeteren gezondheidswinst boekt. Het is zo dat zelfs bij zeer lage concentraties van luchtverontreiniging, dat weten we, gezondheidsschade ontstaat. De andere kant van die medaille is dat ook elke maatregel om de luchtkwaliteit te verbeteren, leidt tot gezondheidswinst. Ik kan niet aangeven hoeveel gezondheidswinst een maatregel, zoals het verlagen van de maximumsnelheid, precies zou opleveren, maar ik weet wel dat het gezondheidswinst boekt. Het is een bronmaatregel die zowel de uitstoot als de blootstelling aan luchtverontreiniging voor omwonenden verlaagd. Dat gebeurt doordat er minder vervuilende stoffen zoals de stikstofdioxide en fijnstof worden uitgestoten.

Een betere verkeersdoorstroming leidt ertoe dat auto's minder vaak hoeven op te trekken en af te remmen, waardoor remblokken minder zullen verslijten, evenals banden en wegdek. De voorzitter: Dank u wel. Dat is voldoende. Ik heb een aantal mensen, maar mevrouw Van Vugt, wilde u hierop reageren? Dan kan dat nu. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik zit ook wel met diezelfde vraag nog, voorzitter, of de GGD kan onderschrijven wat de minister schrijft. Het is wel heel duidelijk dat er gezegd wordt, het maakt bijna geen verschil. Ik meen iets te horen, maar ik hoor daar graag een duidelijke ja of nee op als dat kan. De heer Van Putten: Ik weet dat het een effectieve bronmaatregel is om luchtkwaliteit te verbeteren. Ik kan daarbij, zoals ik zei, niet aangeven wat de effectiviteit precies is. Dat is dan ook een van de dingen die we zouden aanbevelen, om daar wel nader onderzoek naar te doen om te kijken wat precies de effectiviteit is en om dat te toetsen aan bijvoorbeeld kosteneffectiviteit. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie veel vragen. IK wil zo veel mogelijk de chronologie bewaren. Een vervolgvraag van mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje een vervolgvraag op de vraag die mevrouw Van Vugt stelde.

Aan de ene kant heb je de landelijke cijfers, waar mevrouw Van Vugt naar refereerde, maar ik zie ook de antwoorden op vragen van de PVV, waar duidelijk staat van, de meest effectieve maatregelen om luchtverontreiniging op de A16 tegen te gaan, is onder andere het verlagen van de rijsnelheid op de A16. Ik word een beetje in dubio gebracht. Aan de ene kant hebben we stukken waarvan je zegt, het heeft een significant effect. Aan de andere kant hoor je ook, niet noemenswaardig. Kunt u dat duiden? De voorzitter: Kunt u dat? De heer Sajet: Ik heb de technische vragen beantwoord. Straks, in mijn deel van de presentatie, zult u goed zien dat er rondom de snelwegen echt een verhoging is van concentratie van stikstofdioxide. Op het moment dat de rijsnelheid omlaag wordt gebracht, heeft dat lokaal effect. Als je op grotere afstand gaat kijken, als je gemeentebreed gaat kijken, zal het inderdaad geen hele grote impact maken. Heel dicht op de bron zal je wel gevolgen zien. Hoe lager de snelheid … In de beantwoording, 13 aanvullend daarop, staat ook nog de verschoning van het wegverkeer en om in plaats van de verbrandingsmotor elektrische te gaan rijden. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik mijnheer Tutupoly het woord geven. De heer Tutupoly: U had het er in uw presentatie over dat je langdurig blootgesteld moest zijn aan bepaalde factoren.

Denk daarbij aan bijvoorbeeld luchtvervuiling of het werken met asbest. Ik vroeg me af in hoeverre er rekening gehouden is met de wisseling van de samenstelling van de bevolking. Het zijn over het algemeen wat oudere wijken. Volgens mij heeft er de laatste jaren wel meer verjonging plaatsgevonden, ook door nieuwbouw en dergelijke die daar plaats heeft gehad. Ik vroeg me af of daar ook naar gekeken is, naar de wisseling van die samenstelling en dat in combinatie met het langdurig blootstellen. De heer Van Putten: Dank u wel, voorzitter. Binnen de data van de Nederlandse Kankeratlas wordt gecorrigeerd voor aspecten zoals leeftijd en populatiegrootte, waardoor dit soort veranderingen in inwonersaantal en leeftijd binnen de bevolking worden gecorrigeerd. Er wordt gekeken naar wat we zouden verwachten qua incidentie op basis van de aanname dat overal in Nederland het risico gelijk is op longkanker. Vervolgens wordt er gekeken, met statistische modellen, hoe die werkelijke incidentie zich verhoudt tot het aantal dat we zouden verwachten op basis van het Nederlandse gemiddelde. De voorzitter: Nog een vervolgvraag? De heer Tutupoly: Een verduidelijkende vraag.

Ik kan me zo voorstellen dat iemand die misschien nu de leeftijd van veertig jaar heeft en opgegroeid is een dergelijke wijk op een andere manier wordt blootgesteld dan iemand die veertig jaar is en daar misschien nu vijf tot tien jaar woont. Dat effect zal misschien ook anders zijn. In hoeverre wordt dat effect tenietgedaan met die correcties? De heer Van Putten: Ten tijde van de diagnose is de woonplaats van degene die met kanker is gediagnosticeerd verbonden aan de woonplaats op het moment van de diagnose. Daardoor is het inderdaad zo dat als recent iemand is verhuisd en wellicht op andere plekken in Nederland is blootgesteld aan factoren, zoals omgevingsfactoren, dit van invloed kan zijn. Dat is een van de beperkingen van de data van de Nederlandse Kankeratlas. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag over roken. U gaf het al aan in uw presentatie, en het staat ook in het GGD-rapport, dat ongeveer 80 procent van de longkankergevallen worden veroorzaakt door roken. Dat is een landelijk of misschien wel internationaal gemiddelde. Is er ook gekeken of de aantallen die hier zijn gevonden ook allemaal rokende mensen waren? Uit de beantwoording van de artikel 40-vragen die wij hebben gesteld, blijkt dat in Wielwijk niet aanzienlijk meer mensen roken dan in de rest van Dordrecht.

Dan zou je dat misschien niet per se als een duidelijke factor kunnen zien. 14 De heer Van Putten: Bedankt voor de vraag. We weten op basis van de gegevens vanuit de Kankeratlas niet welke patiënt wel of niet heeft gerookt. De uitspraak die we doen over de 80 procent is gebaseerd op internationale literatuur die dit beschrijft. Er is geen reden om aan te nemen dat het ... Dit is alles wat we hebben. We hebben geen specifieke persoonsgegevens van de mensen die ziek zijn geworden, waardoor we daar niet een vergelijking van kunnen maken. De voorzitter: Voldoende zo? Dan is mijnheer Van de Breevaart aan de beurt. De heer Van de Breevaart: Dank, voorzitter. Uit uw verhaal begrijp ik dat ervan uitgegaan wordt dat snelheidsverlaging minder filevorming tot gevolg zal hebben, of een betere doorstroming, maar niet elk onderzoek wijst daarop. Wat doet u ertoe besluiten dat het in dit geval wel zo zou zijn? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Putten: Ik moet eerlijk bekennen dat de onderzoeken die ik ken daar wel op wijzen, dat dit het werkingsmechanisme is achter de effectiviteit van de maatregel. Ik heb dat met die informatie aanbevolen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. We hebben nog meer sprekers te gaan. Ik zie nog een laatste vraag. Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel.

Een beetje in aanvulling op de vraag van mijnheer Van de Breevaart wil ik vragen, heeft u zicht op wat de snelheidsverlaging rondom de ring Rotterdam voor effect gehad heeft op de luchtkwaliteit daar? Toen wij het in de gemeenteraad bespraken, heb ik teruggegrepen op een TNO-rapport van 2013. Misschien dat dit u enigszins op weg helpt? De voorzitter: Heeft u daar kennis van? De heer Van Putten: Zoals ik al zei, het heeft effect, maar kan een onderzoek of de effectiviteit op een snelweg niet direct vertaald worden naar deze situatie. Het heeft te maken met heel veel verschillende factoren, zoals het aantal voertuigen, de samenstelling van die voertuigen, het aandeel van vrachtwagens, windrichting, eventuele geluidsschermen. Er zijn zo veel factoren die meespelen, waardoor ik geen uitspraak kan doen over wat de effectiviteit zou zijn van de maatregel op deze snelweg. De voorzitter: Duidelijk. Het is ingewikkeld, een tussenconclusie. We gaan naar de derde spreker. Dat is mevrouw Den Haan, die het bewoonstersperspectief gaat verwoorden. Aan u het woord. Mevrouw Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Toen wij het rapport ontvingen, de terugkoppeling van hoe groot en hoe hoog de cijfers waren met betrekking tot het postcodegebied 3317, schrokken wij niet. Het was een bevestiging. Alleen schrokken wij, nogmaals, van de grootte van het gebied.

Ook schrokken wij van de cijfers die terugkwamen en gebaseerd waren op longkanker. Wij hebben echt met allerlei soorten kanker te maken in de buurt, in de volkswijk. Er is op dit moment een persoon die longkanker heeft en er is in het verre verleden een persoon aan longkanker overleden. 15 Daar schrokken wij heel erg van. Tegelijkertijd vroegen wij ook aan Sean van, hoe kwamen jullie aan deze cijfers? Sean heeft dat onderbouwd door middel van cel onderzoek. Hele expertises. Daar ga ik me niet aan ophouden, want dat gaat te ver. Tegelijkertijd waren we wel blij met de bevestiging, want er is heel wat aan de hand. Wij als bewoners maken ons zorgen om onze volgende generatie, onze kindertjes, onze kleinkinderen. Zij kunnen, ondanks dat ze misschien vanuit dat gebied zouden willen verhuizen, vaak niet verhuizen. Daarom vinden we het belangrijk dat er nu beweging is, dat er geluisterd wordt en dat we met zijn allen kunnen kijken van, wat kunnen we hieraan veranderen en wat zouden we hieraan kunnen verbeteren? Ik ben ook onderzoeker van het participatief actieonderzoek. Ik ben er heel blij mee dat ik ben aangesloten. Dat heeft heel veel ophelderingen gegeven, maar tegelijkertijd word je ook wel bang voor de jongere generatie.

Daarom zouden wij heel graag willen zien van, kunnen we niet met zijn allen kijken wat wij daaraan kunnen veranderen? Dat is waar wij ons als bewoners hard voor willen maken. De voorzitter: Dat is een duidelijk statement. Even kijken. Ik zie een, twee, drie, vier. We doen het keurig op een rijtje. Ik begin met mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af of de bewoners in het participatief actieonderzoek kenbaar hebben gemaakt dat ze zich ook om meer soorten kanker zorgen maken, niet uitsluitend om longkanker. Is er ook nog gesproken over wel of niet een onderzoek doen daarnaar? Mevrouw Den Haan: Dat niet. We hebben wel de vraag neergelegd bij Sean van, hoe kom je dan aan dat hoge cijfer van longkanker? Hij heeft dit onderbouwd met dat daar onderzoeken naar zijn gedaan. Dat heeft met cel onderzoeken te maken. Wij hebben niet aan Sean of richting de GGD gevraagd of we hier verder onderzoek naar kunnen doen. De voorzitter: Voldoende zo? Mijnheer Van de Vreede. De heer Van de Vreede: Voorzitter, ik had dezelfde vraag. De voorzitter: Twee zielen, één gedachte, gelukkig. Hetzelfde antwoord geldt voor u. Geen verdere vraag? Dan ga ik door naar de volgende. Dat is dan mevrouw de Vries. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter.

Mevrouw Den Haan en ik hebben elkaar eerder ontmoet en ik was toen heel erg onder de indruk van het verhaal dat verteld werd. Mijn vraag gaat nu meer over eventuele oplossingen. Zijn er vanuit de bewoners bepaalde verdenkingen die medeoorzaak zouden kunnen zijn aan het hoge aantal kankergevallen in Wielwijk, of van het hele postcodegebied 3317, en waar verder naar gekeken zou kunnen worden? De voorzitter: Mevrouw Den Haan, weet u dat? Mevrouw Den Haan: Ik denk het wel. We gaan het zien. Naar aanleiding van de terugkoppeling van het GGD-rapport is er bij heel veel buurtbewoners de vraag gaan branden van, maar … Wij wijzen niet alleen naar de A16. Het is een heel groot gebied. Je moet denken aan het zeehavenbedrijf naast ons dat allerlei dingen over onze wijk … Als er een verkeerde windvlaag staat, vliegt er van alles door de wijk, korrelachtige 16 substanties. Daar is van bewezen dat het niet schadelijk is, maar goed, het lijkt me ook niet helemaal goed. Meerdere industrieën zitten daar. Je hebt daar de ijzerverwerking, geloof ik. Denk eraan de geluidswal door te trekken of hoger te maken, het onderhoud daarvan, meer groen in de wijk. Ik denk dat er heel veel kansen liggen en het stimuleren van het stoppen met roken. Zoals ik al in een eerder interview heb gezegd, ik zie steeds minder mensen roken. Ik wil daar ook niet gelijk met mijn vinger naartoe wijzen.

Ik snap dat het een risico is, maar ik denk dat het veel groter en veel breder is. De voorzitter: Dat is een voldoende antwoord? Dan de laatste op mijn rijtje. Dat is mevrouw Van Herwijnen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Mijn vraag is ook net beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dat is hartstikke mooi. De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor een voorzitter. Ik kijk om me heen. Dat is mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had toch nog even een vraag. Er was net gevraagd of de bewoners gevraagd hebben om een aanvullend onderzoek. U zei uiteindelijk van, nee, daar hebben we niet om gevraagd. Is het bij nader inzien wel iets wat wenselijk is vanuit de bewoners? Mevrouw Den Haan: U moet begrijpen dat deze cijfers naar boven zijn gekomen door het onderzoeken door middel van het participatief actieonderzoek. Het is niet zo dat een groep bewoners naar de GGD is gegaan en heeft gezegd van, we willen dat jullie onderzoek doen. Nu dit allemaal aan het licht gekomen is, denk ik tegelijkertijd wel dat veel vragen bij vele bewoners spelen. Het participatief actieonderzoek stopt zo meteen en dan meten we kijken hoe we hiermee doorgaan. We hebben nu contacten met medewerkers van de gemeente. Misschien kan er aanvullend onderzoek gedaan worden. Ik ben er in ieder geval een voorstander van, maar daar moeten dan wel de mogelijkheden voor komen of zijn, denk ik.

De voorzitter: Voldoende zo? Dan heb ik nog een vraag van mijnheer Kovalenko. Gaat uw gang. Mevrouw Kovalenko: Dank u wel, voorzitter. U heeft zelf gezegd dat niet iedereen zou kunnen verhuizen, misschien zelfs zou willen verhuizen. Dat heeft ook te maken met de verschillende situaties. Merkt u dat mensen het daar meer over hebben, dat mensen misschien door de situatie, meer risico's, gezondheidsrisico's, slechtere luchtkwaliteit, praten over dat ze moeten of willen verhuizen? Mevrouw Den Haan: Ik denk dat het wel speelt bij de jongere generatie. De oudere generatie blijft. We zijn de volksbuurt. Er zijn heel veel mensen die ervan houden om daar te blijven wonen, De sociale controle is heel groot. Ze vinden het fijn daar. Als ik het op mezelf betrek, ik heb een oudere dochter van 25. Zij zegt, het is hier hartstikke niet goed. We weten allemaal hoe het is met de huidige huizenmarkt, je komt niet zomaar weg. Misschien moet zij ook gedwongen tot haar veertigste bij mij blijven, ondanks dat 17 ze dit niet zou willen. Tegelijkertijd denk ik ook dat er veel bij sommige bewoners speelt, omdat we in het participatief actieonderzoek naar voren hebben gekregen dat er WTW- systemen aanwezig zijn in bepaalde huizen die verouderd zijn. Daar moeten de nodige maatregelen voor getroffen worden.

Die mensen, dan heb ik het even over de kopers, want voor de huurders wordt het geregeld, zijn wel gefrustreerd. Zij hebben zoiets van, maar als we dit hadden geweten. Daar zijn we nog wel een beetje mee bezig van, wat kunnen we voor die mensen betekenen? We proberen wel daarin te begeleiden. De voorzitter: Dat is voldoende zo? Dank u wel. Ik kijk nog een keer rond. Dan constateer ik dat we naar de laatste sprekers, meervoud, gaan, mevrouw De Koning en mijnheer Salet. Ik weet niet of jullie allebei aan het woord komen. Ik zou zeggen, verras ons. We zien het vanzelf. Gaat uw gang. Mevrouw De Koning: Ik begin met een korte toelichting op wat Jeroen en ik nog even zullen vertellen. Ik vertel kort wat over het onderzoek naar de oorzaken van longkanker. Daar heeft Sean ook even kort wat over verteld. Ik hoop daar nog wat aanvullingen op te kunnen geven. Ik vertel wat over het preventiebeleid rondom roken, landelijk en lokaal. Daarna gaat Jeroen wat vertellen over de luchtkwaliteit en ontwikkelingen die we daarin zien in de afgelopen jaren. We vertellen wat over de GGD-adviezen en onze inzet daarop. Dit heb ik net verteld. Voordat we kijken naar het cirkeldiagram, wij hebben al geconstateerd dat het bij longkanker gaat om een combinatie van factoren. Dat vind ik ook belangrijk om te zeggen.

Niet iedereen die rookt, krijgt longkanker en niet iedereen die niet rookt, krijgt geen longkanker. Er zijn allerlei nuances te bedenken, maar het verband tussen roken longkanker is echt onomstotelijk. Dit is een cirkeldiagram die ik heb opgesteld naar aanleiding van onderzoek, wat ook onderschreven wordt door het Integraal Kankercentrum Nederland. Daar zien we, qua oorzaken, dat luchtkwaliteit voor ongeveer 10 procent bijdraagt en ze plaatsen 10 procent in de categorie overig. Dan kunnen we denken aan bijvoorbeeld asbest. We hebben het even kort over radon gehad, maar ook aan dikke pech. Sommige mensen krijgen kanker en die hebben altijd heel gezond geleefd. Wat ik belangrijk vind om ook nog even te zeggen, we hebben het een aantal keer gehad over blootstelling in het verleden. Het gaat ook om mensen die in het verleden hebben gerookt. De cijfers van nu kunnen we niet een-op-een toepassen om zo iets te zeggen over de oorzaken. Ik heb ook advies gevraagd bij het Integraal Kankercentrum van, wat is de meest effectieve manier om hierop in te zetten? Daarin zeggen ze wel dat elke euro die we steken in preventie van roken toch ook echt wel wat oplevert. Dat wilde ik nog wel als punt noemen. Verder heb ik vandaag ook nog even gekeken naar het radon in onze gemeente en die zie ik niet afwijken van het landelijk gemiddelde. Wel bijvoorbeeld in Zuid-Limburg zien we dat.

Daar wil ik nog even kort op terugkomen. Dan vonden we het ook belangrijk om een wat breder beeld te schetsen van de leefstijl, omdat we zien dat er dingen heel goed gaan in Dordt West, bijvoorbeeld als we kijken naar alcohol nuttigen. We weten allemaal dat het niet heel goed is voor onze gezondheid. Het s toch mooi als die cijfers wel beter uitvallen. Voldoende groen in de buurt scoort bijvoorbeeld ook best wel goed. Dit zijn cijfers die we ook in artikel 40- vragen hebben verwerkt. Wat ik hier nog even wilde vertellen, is dat ze uit de Gezondheidsmonitor van 2024 komen. Dit betekent dat ze wel een indicatie geven, maar als we kijken naar de longkankergevallen die we nu zien, dan is dit niet meer ‘…’(01:02:14) indicatie. Landelijk zijn er echt wel stevige akkoorden om roken aan te pakken. Niet alleen roken, maar ook overgewicht en alcohol. Waarom doen we dat nu? 18 Dat komt omdat 7 tot 9 procent van de ziektelast in heel Nederland komt door roken. Dat is best wel fors. We werken aan de rookvrije generatie, met als doel dat in 2040 geen enkel kind meer begint met rook of rookt. We zien ook wel dat de Rijksoverheid hier stevig op heeft ingezet. Vapes mogen bijvoorbeeld geen smaakje meer hebben. Die maatregel hebben we ook bij sigaretten gezien in het verleden, de kliksigaretten.

Er komen minder verkooppunten, bijvoorbeeld bij supermarkten is het verboden en het wordt verboden in 2030 bij tankstations. In 2032 mogen ook in gemakszaken geen sigaretten meer worden verkocht. Dat mag dan alleen nog in specifieke tabakszaken. Dan zie je dat het Rijk echt wel stevig inzet op het aantal verkooppunten. Ook wordt accijns vaak verhoogd. Tegelijkertijd is het wel een markt waar we een moeilijke grip op krijgen. Dat is ook het eerlijke verhaal waar we het met bewoners over hebben gehad. We zien zelfs reisjes ontstaan naar het buitenland om toch sigaretten te kopen. Uiteindelijk is dit een vorm van preventie die ook een beetje charmant moet blijven, want je kan mensen niets verbieden. Dat is misschien kleine persoonlijke mening die ik erin fiets. Dan wil ik het nog even kort hebben over wat we doen in Dordrecht. We werken aan de lokale nota gezondheid. Daar staan echt al onze gezondheidsdoelen opgeschreven. We doen aan voorlichting en educatie. We vinden het heel belangrijk om de jeugd goed voor te lichten. Dat gaat over verslavingspreventie in brede zin. Het gaat ook over gokken. We hebben de aanpak Helder op School, waarin dit ook terugkomt. Dat gaat vooral over de gevolgen, goed voorlichten over de gevolgen. We doen aan signalering en ondersteuning. We werken samen met Youz.

Dat is een partner die verslavingspreventie doet als jeugd wel al is gaan roken of middelen gebruikt. Wat zij ook bijvoorbeeld doen, is bezoeken aan jongeren die op de SEH belanden doordat ze te veel alcohol hebben genuttigd. Dat is een wat bredere opdracht. Er zijn stopmogelijkheden via de zorgverzekeraar. Bij het beantwoorden van artikel 40-vragen hebben we wel meegegeven dat we denken dat niet iedereen dit weet en dat het goed zou zijn om dat wat wijkgerichter onder het voetlicht te brengen. Dan over de sociale en fysieke omgeving. We hebben ontmoedigingsbeleid. We hebben rookvrije zones. We passen dat met name toe op bijvoorbeeld sportverenigingen en we kijken wijkgericht, ook bij verenigingen, of ze dat willen implementeren en waar ze dan eventueel tegenaan lopen, bijvoorbeeld weerstand of hoe je het beleid implementeert op een zorgvuldige manier. We hebben in Dordrecht qua evenementen geen beleid om roken niet toe te staan. Dat weigeren we alleen in verband met de brandveiligheid. Dat is nog goed om te weten. We hebben wel op specifieke locaties rookverboden toegepast. Bijvoorbeeld in het Gezondheidspark geldt dat. We hebben er ook een aantal in regelgeving en handhaving verankerd, in de algemene plaatselijke verordening. We hebben een verbod op roken speeltuinen, scholen en overheidsgebouwen. De voorzitter: U mag naadloos doorgaan wat mij betreft.

Ik zie wel, terwijl ik dat zeg, meteen wat vingers. Dan valt dat naadloos iets anders uit. Even kijken. Een, twee, drie vier. Dan wil ik als eerst even het woord geven aan iemand die we nog niet hebben gehoord. Dan komt iedereen aan de beurt en kom ik daarna bij u en bij u. Eerst mevrouw Nzolani. Mevrouw Nzolani: Dank, voorzitter. Mijn vraag is gericht op de voorlichting en educatie naar jongeren. Worden de jongeren meegenomen in hoe de voorlichting wordt gegeven. Wij volwassenen bepalen heel vaak voor jongeren wat zij moeten weten, wat ze moeten 19 leren en op welke manier, maar dat is niet altijd een manier die ook binnenkomt bij jongeren. De voorzitter: Kunt u daar wat van zeggen? Mevrouw De Koning: Dat is een goede vraag. Die aanpak waar ik het over had, Helder op School, bestaat al een tijdje. Die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Of dat aan de voorkant ontwikkeld is samen met jongeren, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Dat kan ik wel proberen te verhelderen. De voorzitter: Dan ga ik naar mijnheer Van Antwerpen Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we hebben het nu over met name longkanker en er wordt nu gefocust op het roken. Ik hoorde net mevrouw Den Haan aangeven dat bij haar in de omgeving er een, als ik het mij goed herinner, situatie bekend was van longkanker, maar veel meer andere gevallen van deze ernstige ziekte.

Er is ook bekend dat er daarnaast nog andere ernstige aandoeningen kunnen plaatsvinden als gevolg van externe factoren als luchtkwaliteit. Ik heb het bijvoorbeeld over hartklachten, luchtwegaandoeningen en er zijn er ongetwijfeld veel meer. Ik vroeg me af, zijn er cijfers bekend waarbij die aspecten zijn meegenomen? Ik bedoel, we zoomen nu in op het aspect longkanker en de effecten van het roken. Ik vind het een beetje te beknopt worden, als ik het zo mag uitdrukken. Zijn er andere, bredere cijfers bekend? De voorzitter: Weet u dat? Zijn er andere cijfers? Mevrouw De Koning: Als we kijken naar de Kankeratlas waar we het over hebben, zij hebben het over diagnoses, over allerlei typen kanker. Ik ben zo vrij geweest om, voor zover dat kon op viercijferig postcodegebied, want ze hebben niet altijd diagnoses op dat niveau in kaart, alle diagnoses even af te gaan. Dan zie je toch echt die longkanker eruit springen, zoals we dit hebben gezien in het rapport. Wat ik wel heb gedaan, is ook nog even nagevraagd bij het Integraal Kankercentrum of ze daar eventueel nog extra informatie over hebben. Mocht ik die nog krijgen, dan zullen we dat ook verstrekken. Wat ik nog wel wilde verhelderen, is dat je door roken meer kans hebt op 12 typen kanker. Het gaat niet alleen om longkanker. Dat is nog iets om in de overweging mee te nemen. De voorzitter: Duidelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49370