CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2025.05.06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 27 mei 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 15 april 2025 en de Dordtse Dinsdag van 1 en 8 april en 6 mei 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 517.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

U ziet hier een kaartje met alle huisartsenpraktijken in Dordrecht. Dit is de huidige verdeling over de stad. Daar werken een x-aantal huisartsen. In principe hebben we nu voor 116.000 mensen een huisarts in Dordrecht. Ik denk dat jullie allemaal weten dat we meer inwoners dan 116.000 hebben. Wat betekent dat we een tekort aan huisartsen hebben. Dat wisten we in principe ook al. Maar op zich is het wel handig om te zien dat je in de verdeling ziet dat er bijvoorbeeld heel veel huisartspraktijk in de 19e-eeuwse Schil zitten, terwijl in Wilgenwende, Amstelwijck en Sterrenburg het misschien wat minder bedeeld is. Daardoor zou je kunnen zeggen, moeten we in die wijken misschien inzetten op een huisartsenpraktijk, of beter nog een gezondheidscentrum. Dit is een van de voorbeelden, maar zo proberen we goed in te zetten op een passend voorzieningenaanbod in de wijken, passend bij de vraag. Heel kort, denk ik. Tijd voor vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom, heeft u een vraag? Mevrouw Boom-Vos: U verrast me. Nee. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik heb een vraag. Het gaat over wijkvoorzieningen. En u heeft ingezoomd op een aantal standaardvoorzieningen. Dat is helemaal oké, wat mij betreft.

Maar als het in het omgevingsplan over wijkontwikkeling gaat, zou dat denk ik ook moeten gaan over zaken als ontmoetingsmogelijkheden, mogelijkheden om te bewegen in de vrije ruimte en als dat soort, spelen, niet te vergeten. Hoort dat niet ook bij wijkontwikkeling? En hoe is dat eigenlijk voorzien in het omgevingsplan? Wouter Ramp: U heeft helemaal gelijk. En dat wordt ook meegenomen in de Voorzieningenmonitor, ontmoetingsplekken, speelplekken, groen. En dat heeft dan natuurlijk ook raakvlakken met wat we net zagen, die 3-30-300 regel, die groenplekken. Maar dat wordt zeker meegenomen in de Voorzieningenmonitor.

22

De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Stolk. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Op De Staart is geen enkele huisarts te vinden. De dichtstbijzijnde is vlak bij de Noordendijk. Dat is voor die oudere mensen niet op loopafstand of op fietsafstand. En openbaar vervoer is eigenlijk ook niet helemaal betrouwbaar of de Drechthopper. Hoe gaat u dat sturen? Wouter Ramp: Scherp opgemerkt. Hebben wij zelf ook gezien. En ik kan misschien een klein tipje van de sluier oplichten voor als de gebiedsprogramma's naar uw raad komen. Maar dat is een van de zaken die wij op De Staart hebben gezien en wat we ook aandacht willen geven. Dat we een huisarts op De Staart zouden kunnen realiseren. De voorzitter: De heer Van der Spoel. Mevrouw Koene. Hoeft niet. Mevrouw Koene: Ik zit even in conflict, omdat bijvoorbeeld Amstelwijck duidelijk van tevoren is aangegeven dat er geen voorzieningen zouden komen. Ik bedoel, het is ook niet zo dat we alles op hoeven te lossen. Maar dat is een mening. Dat is geen vraag. De voorzitter: Dank voor uw scherpe analyse over uw zelfreflectie. De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik denk, het voorbeeld wat gegeven wordt voor huisartsen is hetzelfde wat gegeven wordt voor andere voorzieningen, supermarkten, enzovoort. Kijk, als je iets wil gaan faciliteren, moet er ook wel medewerkers voor zijn, of in dit geval in het voorbeeld huisartsen.

We weten allemaal dat er onvoldoende huisartsen zijn. We kunnen wel een voorziening in een wijk gaan voorzien, maar als die vervolgens niet bemand wordt, hoe dan? Want daar hebben we geen invloed op. De voorzitter: Ik weet niet of u nog iets op wil zeggen? Dat hoeft niet. Gewoon een korte reflectie hierop. Mevrouw Wouters: Zal ik hierop reageren? De voorzitter: Ja, dank u. Wat we in ieder geval in deze Omgevingsvisie willen doen, is aangeven dat we een aantal voorzieningen van belang vinden en daar ook binnen bepaalde afstanden en met referentienormen ruimte voor willen bieden. En een eventuele aanpak van, hoe gaan we dan huisartsen binden aan Dordrecht, dat is niet in de Omgevingsvisie meegenomen. Ik kan me voorstellen dat er bijvoorbeeld in het sociaal beleid wel iets over staat. Kan ik zo niet zeggen, maar dat is in ieder geval hoe het nu voorligt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Bedankt, voorzitter. Een wijk als De Staart is inderdaad erg cruciaal. En ik hoor de gemeente dat zij het ook zien dat er geen apotheek aanwezig is in De Staart. Maar ik vraag me toch af, waarom is er niet in De Staart een apotheek? Want het is een cruciaal aandachtsgebied en een kwetsbare wijk. Ik vraag me echt af, waarom hebben wij geen apotheek daar? Het is geen Amstelwijck. Het is geen rijke wijk. Ik ben echt benieuwd.

23

De voorzitter: Ik denk dat dat een vraag is die niet direct beantwoord kan worden waarom dat dat nu niet is? Er is net al gezegd dat er aandacht voor is en dat er gekeken gaat worden naar de mogelijkheden. Maar om te zeggen, en waarom daar wel en daar niet, ik denk dat dat heeft te maken ook met de ontwikkeling hoe het gegaan is. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Ik had een vraagje nog over het tekeningetje met de huisartsenposten. Wordt er bij het plannen ook rekening gehouden met de bevolkingsdichtheid in een wijk? Ik zie dat er twee staan in Krispijn bijvoorbeeld. Dat is een hele dichtbevolkte wijk. En je kunt er ook twee zetten in Sterrenburg, maar dat is minder dichtbevolkt dan Krispijn. Wordt daar rekening mee gehouden, met de bevolkingsdichtheid? Wouter Ramp: Jazeker. De Voorzieningenmonitor neemt ook inderdaad het inwoneraantal van een wijk mee. En aan de hand van een referentienorm, bijvoorbeeld een huisarts bedient 2.095 patiënten, zo kun je ongeveer uitrekenen, voldoet een wijk dan aan de hoeveelheid huisartsen? Dat wordt meegenomen. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, in ruimtelijke ordening komen meer aspecten die spelen een rol tegelijkertijd. En dat geldt ook voor, wat ik dan maar noem, de aanloopstraten naar de binnenstad. Die zijn niet meegenomen als gebieden waar voorzieningen, met name winkelvoorzieningen geconcentreerd zijn.

In Wielwijk is het winkelcentrum al aangegeven. In Crabbehof is het winkelcentrum aangegeven. Maar de Krispijnseweg, Spuiweg is niet aangegeven en ook bijvoorbeeld de Sint Jorisweg is wat dat betreft niet aangegeven. En tegelijkertijd zien we dat in sommige van die straten een verloedering optreedt. Tenminste, dat krijgen wij te horen. Dat hoor ik terug van de Spuiweg. Dat hoor ik terug van de Sint Jorisweg. En die mensen vragen zelf, waarom gebeurt daar niks? Waarom wordt er niet geïnvesteerd daar op de voorzieningen? Want dan is er een mensenstroom, ook als je daar meer voetgangers op straat krijgt. En men verwacht dat dat de verloedering van die straat tegengaat. Daarom had ik verwacht dat die gebieden ook als vestiging of als voorzieningenlocatie of wijkvoorzieningenlocatie waren aangegeven. Dat is niet gebeurd. En dan ben ik nieuwsgierig naar de … De voorzitter: Is het mogelijk om daar een kort antwoord op te geven? De heer Cornax: Ja. Volgens mij had u dit punt vorige keer ook aangekaart, op 8 april. En toen was het naar aanleiding van Doelkaart 1, aantrekkelijke stad, waarop een aantal verdichtingslocaties rondom wijkcentra waren aangegeven en rondom stations. Ik denk dat dit niet direct een relatie is tussen die kaart en de ruimtelijke keuze om een voorzieningenaanbod passend bij elke wijk na het streven.

Het ene gaat over, waar wil je verdichten, met onder andere woningbouw? En deze ruimtelijke keuze gaat over dat we voor elke wijk streven naar een passend voorzieningenaanbod. En of dat dan in Krispijn uit de Voorzieningenmonitor blijkt dat dat aan de Krispijnseweg moet zijn, dat hoeft niet per se terug te komen in die kaart van de verdichting. De voorzitter: Dank u wel. De heer Damen: Daar komt dat wel terug?

24

De voorzitter: Mijnheer Damen, ik vind het heel leuk geprobeerd, maar we gaan nu over naar de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dit voorbeeld kaartje wat we hiervoor zien, vind ik wel een beetje een ingewikkeld kaartje. Dus vraag ik even een toelichting daarop. Je ziet natuurlijk een aantal huisartsenlocaties. Maar mijn indruk is dat dit niet helemaal kloppend is. Want een locatie betekent natuurlijk niet een huisarts, maar een aantal huisartsen. Dit geeft eigenlijk niet echt per se het goede beeld van de spreiding, denk ik dan. Daar een reflectie op. En dan vraag ik me af, en dat is meer technisch, wanneer komt dit terug? Want dit is feitelijk toch niet echt de Omgevingsvisie, als we het hebben over die Voorzieningenmonitor. Wouter Ramp: Vraag één ging over het kaartje achter mij. Kijk, er zit veel meer informatie achter wat hierop staat. Wat wij bijvoorbeeld kunnen zien, is inderdaad dit zijn de praktijklocaties, maar we kunnen ook zien hoeveel huisartsen daar werken, hoeveel fte's dat is en wat hun verzorgingsgebied is. Zo kunnen wij wel een analyse maken. Wat dat betreft is het iets ruimer dan wat u hier ziet inderdaad. Maar ik dacht, ik moet het kort houden. Vandaar dat hij zo is. De heer Cornax: En het antwoord op de tweede vraag. In deze Omgevingsvisie geven we de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid voor de fysieke leefomgeving.

En een van die hoofdlijnen is die ruimtelijke keuze. Een passend voorzieningenaanbod streven we na en Dordrecht. Dat maken we inzichtelijk met de Voorzieningenmonitor. En vervolgens wordt dat als prioriteit dan meegenomen in de gebiedsprogramma's. En zal bij toekomstige ontwikkelingen daar in ieder geval aandacht voor worden gevraagd van, let op, als we gaan verdichten op De Staart, hou er dan ook rekening mee dat er behoefte is aan een huisartsenpost. De voorzitter: Dank u. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Nog even een vraag over referentienormen. Zijn dit referenties die wij hebben overgenomen van vergelijkbare steden, of is dit vanuit de landelijke overheid ons meegegeven? Wat meer duiding over referentienormen. Wouter Ramp: Referentienormen zijn door heel de provincie voor stedelijke gebieden vastgelegd. Wel ook met vergelijkbare steden is dat opgezet. Er zijn heel veel steden die zelf referentienormen, een soort, gemaakt hebben ooit. Dat hebben ze een beetje bij elkaar gelegd en gezegd, wat is goed? En in de echt grote steden, dan hebben we het over Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, daar hebben ze een schifting gemaakt tussen centrum, stedelijk en tot en met aan buitenwijken. In Dordrecht doen we dat niet en houden we vooral een soort gemiddelde aan voor gewoon stedelijk. De voorzitter: Dank u wel, heren. Dit blokje hebben we ook gehad.

Dan gaan we nu nog even de overige onderwerpen, heb ik als titel staan, door de heer Cornax. Misschien kunt u een aftrap nemen. De heer Cornax: Klopt. De overige onderwerpen, daarvan hebben we aangegeven dat we die graag schriftelijk wilden beantwoorden. Dat hebben we voor vanavond in ieder geval voor de volgende onderwerpen gedaan. Dat was Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daar was

25

vorige keer een vraag over wat daar de juridische mogelijkheden zijn. Daar hebben we schriftelijk antwoord op gegeven. En ik zie dat mevrouw nog een vraag daarover heeft. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Wat de regels zijn, dat weet ik wel. Maar kunnen wij als Dordrecht niet in onze Omgevingsvisie zeggen, wij willen geen bedrijf in onze stad met PFAS-uitstoot? De heer Cornax: In principe zeggen we in onze Omgevingsvisie dat we streven naar nul uit de pijp. Dat is wel een hoofdlijn die we uitdragen. Of we zo heel concreet willen zijn dat we geen enkel bedrijf willen wat met Zeer Zorgwekkende Stoffen werkt of uitstoot. Ik ben het zelf nog niet tegengekomen in andere Omgevingsvisies. Maar als we dat als gemeente heel graag wensen, dan zouden we ons daarin moeten verdiepen. En daarnaast is het, wat ik vorige keer ook aangaf, de vraag dat bij bepaalde inrichtingen die werken met dat soort stoffen wij als gemeente wel aan de lat voor het omgevingsplan. Maar voor de vergunningen voor de uitstoot kan de provincie ook aan de lat staan. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. Voetgangers. De heer Cornax: Daarnaast was er vorige keer nog een vraag, opmerking over hoe voetgangersverkeer en het STOMP-principe verwerkt was in de Omgevingsvisie.

Ook daar hebben we schriftelijk op gereageerd en aangegeven dat de hoofdlijnen in de visie staan, het al nader uitgewerkt is in het Mobiliteitsplan 2040, wat een programma is dat onder de Omgevingsvisie hangt. En dat een onderdeel van het Mobiliteitsplan is een nadere wijkuitwerking, waar het dan ook nog aandacht zal krijgen. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Wat ik in al die dingen nog mis, in die hele trits van plannen, is een planning in de tijd, want ik zie niks verbeteren. Alles blijft naar mijn gevoel te veel zoals het was. En er wordt toch heel veel gelopen in de stad. De heer Cornax: Ik zou even moeten nagaan bij de wijkuitwerkingen waar concretere maatregelen in terugkomen. Ik ga ervan uit dat daar dan wel een tijdsindicatie wordt meegegeven. Omdat je steeds concreter wordt, kan je ook beter een tijdsindicatie afgeven. De voorzitter: Dan hebben we nog de Knoop Leerpark en sportvoorzieningen. Ambtelijke ondersteuning …: Voorzitter, misschien is het even goed, want Laurent volgens mij geef je hiermee aan dat we daar even nog een nader antwoord op geven rondom de technische vragen. De heer Cornax: Ik schrijf het zo meteen op. Er werd vorige keer ook nog een vraag gesteld over Knoop Leerpark in relatie tot sportvoorzieningen.

En dan met name was de achtergrond van de vraag, zoals ik hem begreep, hoe kunnen we in de Omgevingsvisie borgen dat die sportvoorzieningen gewaarborgd blijven voor de stad? Daar hebben we

26

een schriftelijke reactie op gegeven. Daarin aangegeven dat in de Sportvisie eerder al is aangegeven dat we het sportareaal binnen Dordrecht in ieder geval voor de komende tien jaar minimaal gelijk houden. Dat uitgangspunt of principe hebben we ook overgenomen in de Omgevingsvisie. Laten we daarin terugkomen. Dat zal in die zin ook opgaan voor een eventuele ontwikkeling van Knoop Leerpark. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu afsluiten met deze conclusie, dat volgende week er wederom een technische sessie is waarin de onderwerpen woningbouwlocatie buitengebied, stadsrand en De Staart aan de orde komen. En voor die sessie heeft zich al een aantal insprekers aangemeld. Oordeelsvorming en besluitvorming over de omgeving is voorzien op 20 en 27 mei. Als u nog technische vragen heeft, en die heeft u vast, want we hebben heel strak aan de tijd moeten houden en ik weet dat u nieuwsgierigheid en enthousiasme en alles, noem het maar op, heel breed is, dan kunt u die altijd nog stellen. En dan zullen die ook weer schriftelijk beantwoord worden. Dank voor uw geduld. Ik was Kitty Kruger, vanavond uw voorzitter. En wilt u uw flesjes en kopjes meenemen naar de pantry? 4. Maasterras fase 1 – Inhoudelijke vergelijking varianten Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr.

Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Van de Worp, mevr. Bollen Overige aanwezigen: Dhr. Kornet De voorzitter: Dames en heren, ik heet u allen van harte welkom bij deze vergadering. Fijn dat u ook allemaal even nu stil kunt zijn. Mijnheer … Dank u wel. We hebben vergadering Maasterras fase 1, inhoudelijke vergelijking van varianten. Deze sessie is

27

beeldvormend. Welkom aan u allen. En, even kijken, we hebben een gast van de Antea Group. Dat is Marien Kornet. En namens de ambtelijke organisatie hebben wij in ieder geval Ronald van de Worp en Roelf Bollen. Jullie zitten ook alle twee aan tafel. En voor het verslag wil ik u vragen, als u deelneemt aan de vergadering, om uw naam op te noemen. En dan sla ik even deze … Ik vergeet de wethouder. Mijnheer Burggraaf, goedenavond. Dan begin ik bij de heer ‘t Lam. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, beter voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De voorzitter: Er heeft er één heel hard gerend. En mijn naam is Irene Koene.

Volgens mij, ik kijk even om me heen, zie ik verder geen mensen die nog … Nee? Oké, prima. Toelichting waarom we deze vergadering met elkaar hebben. Deze sessie van vanavond is opgenomen in de planning die de Agendacommissie heeft vastgesteld voor het Maasterras. En deze sessie is een van de sessies ter voorbereiding op de behandeling van en besluitvorming over het bestemmingsplan Maasterras fase 1. En deze komt binnenkort naar de raad. Volgens mij was die vanochtend in het college. Dat gaat op korte termijn gebeuren. Over de invulling van vanavond is door diverse fracties een agenderingsverzoek ingediend. En die is door de Agendacommissie gehonoreerd, anders hadden we hier niet gezeten. Er is wel een knip gemaakt tussen een puur technische sessie van vanavond en een gesprek volgende week, waarbij ook Platform

28

Weeskinderendijk aan tafel zal zitten. Ik heb begrepen dat er iemand is die een ordevoorstel wil doen. En dat is de heer ‘t Lam van de SP. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Dank u wel, voorzitter. Op de agenda staat de vergelijking van drie varianten. Het betreft de voorkeursvariant ontwerp bestemmingsplan, de verkorte aanlanding brugweg en de variant Weeskinderendijk-Oost. In de ontvangen presentatie zijn alleen de eerste twee varianten met elkaar vergeleken. Voor de variant Weeskinderendijk-Oost is slechts een beschouwing opgenomen. Ook is deze voorpublicatie, zoals we kunnen lezen in de vandaag ontvangen brief van het bewonersplatform, nauwelijks met hen besproken, zoals de Agendacommissie had besloten dat de bedoeling was. Als je meerdere zaken met elkaar vergelijkt, horen die zaken op eenzelfde wijze te worden gepresenteerd. Anders kan je niet goed vergelijken. En de raad moet straks een keus maken uit de varianten. En daarom verzoeken Forum voor Democratie, Fractie Stam, die niet aanwezig is overigens, Beter voor Dordt, Verenigde Senioren Partij, Partij voor de Dieren, DENK, Fractie van der Spoel, Op Ons Eiland, het CDA en de SP de voor vanavond geplande presentatie te verplaatsen naar volgende week, waarbij de variant Weeskinderendijk-Oost op eenzelfde manier in de presentatie wordt weergegeven dan de andere twee varianten.

Ook wordt de nieuwe presentatie dan vooraf op een correcte manier met het bewonersplatform besproken. Dat was het voorstel van een groot aantal fracties. De voorzitter: Dank u wel, de heer ‘t Lam. Mijnheer Bootsman heeft ook een vraag? De heer Bootsman: Ja. Ik wil graag reageren op het voorstel van de heer ‘t Lam, als dat mag en kan? De voorzitter: Maar eigenlijk wilde ik daar eerst een toelichting op laten geven door de ambtelijke organisatie. De heer Bootsman: Dat kan. Dan reageer ik daarna. Dat is ook goed. De voorzitter: Gaan we daarna even kijken of dat nog nodig is. Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Dank u wel. Op verzoek van de raad en de Agendacommissie willen wij vanavond de OER-beoordeling door Antea, op uw verzoek, en de consequenties van de inpassing van de Weeskinderendijk in de planvorming met u delen, om te zorgen dat u goed geïnformeerd bent richting raadsbehandeling. Een afspraak tussen Antea en de mensen van de Weeskinderendijk, georganiseerd door onze projectorganisatie enige weken terug, is niet goed verlopen. De afspraak duurde maar de helft van de tijd, van de tijd die daarvoor gepland was, doordat het een Teams-vergadering was en wij dat niet goed hadden georganiseerd. Even de hand in eigen boezem.

In de toegezonden presentatie van Antea kunt u echter ook zien dat de vergelijking op basis van de doelen uit de Omgevingsvisie niet doorslaggevend is voor uw oordeel. Met andere woorden, Weeskinderendijk variant en de variant die het college aan u zal voorleggen ter besluitvorming voldoen allebei aan de minimale eisen uit de doelen van de Omgevingsvisie. Er zijn verschillen, maar het is niet doorslaggevend. De beoordeling is aan u, wordt straks toegelicht als u ons daar de gelegenheid voor geeft door Antea. Dat de beoordeling van het plan Weeskinderendijk een kwalitatieve beschouwing is door Antea, zal zo direct ook worden toegelicht, heeft te maken met de mate van uitwerking

29

van het plan. Het plan dat op 25 maart met u is gedeeld en toegelicht door Roelf kent een groot aantal invalshoeken. Ik noem er een paar. Stedenbouw, landschap, verkeer, milieukennis, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, parkeren. Vanuit grondzaken planeconomie, wonen, civiele techniek, is het maakbaar, is het uitvoerbaar? Kennis van de ondergrond, van de bodem, van de omgeving. Kennis uit de marktconsultatie, beleidskennis door u vastgesteld beleid. Kennis vanuit Rijkswaterstaat en ProRail, de rijksbelangen, kennis vanuit het proces met het Rijk, het borgen van de afspraken en de subsidies die het Rijk heeft toegekend aan deze locatie. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. Want het is misschien handig als u eerst uw verhaal afrondt. De heer Van de Worp: Oftewel een integraal plan waar veel werk aan vooraf is gegaan en waar de kennis die de afgelopen jaren, ook op weg naar het voorkeursalternatief, is benut om te komen tot de uitwerking die straks voorligt ter besluitvorming. De variant Weeskinderendijk is door Antea beschouwd. En wel op basis van de stedenbouwkundige uitwerking die daar ligt, waarin heel veel aspecten nog niet zijn meegenomen en ook niet beoordeeld konden worden. Maar zoals ik net al zei, voor de uiteindelijke totaalbeoordeling ziet u dat het niet heel erg maatgevend is gebleken.

De uitwerking van Weeskinderendijk heeft natuurlijk ook tot doel behoud van de woningen aan de Weeskinderendijk. Niet om een plan uit te voeren, maar om de woningen van de mensen aan de Weeskinderendijk te behouden. Hun belang uiteraard in te brengen, hier in deze raad bij de besluitvorming. Dat is prima. Daar diende dat plan ook voor. En dat hebben ze goed gedaan, hebben ze goed gepresenteerd. En wij hebben het geprobeerd mee te nemen in de beoordeling. Het plan wat op 25 maart is gepresenteerd, ligt straks voor ter besluitvorming. Behoud van de Weeskinderendijk daarin behoort tot de mogelijkheden. Alleen wij zouden de raad graag informeren over de consequenties van het behoud van de Weeskinderendijk. Daar is Roelf ook voor gesteld vanavond, om dat met u te delen. En daarnaast zal in de sessie volgende week, in ieder geval in het besloten deel, ook de financiële consequentie van het behoud van de Weeskinderendijk met u worden gedeeld, zodat u een totaalbeeld heeft. Kan behouden blijven, kent wel een aantal consequenties, kent ook een financieel gevolg. En u krijgt zo direct, als u het goed vindt, een toelichting van Antea op de OERbeoordeling, de MER-beoordeling. Dat is mijn korte toelichting. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef eerst even de heer Bootsman de gelegenheid en dan kom ik bij mijnheer ’t Lam en dan ga ik naar mevrouw Stolk. De heer Bootsman: Dank, voorzitter.

Ik wilde even reageren op het agenderingsverzoek van de heer ‘t Lam, wat mij helaas te laat bereikt heeft. Maar ik heb het nu natuurlijk netjes gehoord. Wij begrepen dat er volgende week een sessie was voorzien met het platform Weeskinderendijk, waarin wij ook in gesprek konden. En onze veronderstelling was dat wij dan ook meer informatie kregen over echt de inhoudelijke vergelijking tussen die varianten, wat we nu in de presentatie inderdaad een beetje missen. Want het is een heel uitgebreid plan vanuit de bewoners. En alleen een beschouwing er tegenaan, het is wat u ook zegt, er kan voor allebei gekozen worden, maar dat kan dan een beetje lastig

30

zijn. Wij dachten, misschien komt die informatie volgende week. En zeker ook het plan van het gemeente deel. Kijk, om het nu vandaag helemaal niet te doen, komen we dan niet ook met de tijd in de knel, vraag ik mezelf dan af? De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. We hebben net een heel betoog gekregen van mijn buurman. Dank. Maar ik vind het wat lastig om daarop te reageren, want dan ga ik als commissielid in debat met een ambtenaar. En dat is niet de bedoeling. Dat zal ik niet doen. Ik ga terug naar de basis. Het college heeft een planning verstrekt. En in die planning staat een vergelijking van drie varianten, die ik heb genoemd. En we krijgen nu een presentatie. En in die presentatie zitten maar twee varianten. En je kan er een hele toelichting omheen bouwen waarom dat dat zo is, maar de bewoners worden daarmee op een enorme manier tekortgedaan. En dat ervaren ze iedere keer. En we staan er onvoldoende bij stil wat voor impact dit heeft op de bewoners. En alleen daarvoor al vind ik dat die op een eerlijke manier behandeld moeten worden, dat hun gegevens, voor zover die in te passen zijn in de modellen, er ook in moeten komen. En ik kan me best voorstellen dat er onderdelen zijn die je niet kunt inpassen. Die laat je dan weg en dat geef je aan. En er is ook toegegeven dat het overleg niet goed is geweest.

Dat alleen al zou een reden zijn om er nog eens even opnieuw naar te kijken, komende week. En reagerend op mijnheer Bootsman. Ik kan volgende week pas vragen stellen, als ik een gelijkwaardige presentatie heb gehad, en niet als ik maar twee varianten heb gezien. Dan ga je op een oneerlijke manier modellen met elkaar vergelijken. Ik vraag me trouwens ook af of die vergelijking van de modellen … Want daar heb ik nog niet helemaal een goed beeld bij, wat Antea nu precies doet en wat het projectteam doet. Maar ik vind niet, als je een vergelijking even laat toelichten door Antea en vervolgens het projectteam het woord geeft en laat aangeven welke keus je zou moeten maken, dat dat een correcte manier van handelen is. Want dan gaat het model van de gemeente toegelicht worden door de gemeente en het model van Weeskinderendijk zal dan ook nog eens een keer toegelicht worden door de gemeente. Ik had veel liever dat Antea dan een objectief oordeel geeft over beide modellen, die we vooraf krijgen. Ik handhaaf, en ik hoor wel van de collega-indieners of dat ze dat ook doen, het verzoek om uitstel tot volgende week. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik kan kort zijn. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer ’t Lam. En wij kunnen niet in gesprek met de ambtenaren.

Maar ik vind het beschamend vanuit het college dat ze de ambtenaar het woord laten doen en niet zelf het woord nemen, want de bewoners van de Weeskinderendijk en het woonwagenkamp daar wordt tegen gezegd, u moet uw huis verlaten binnen afzienbare tijd. Wat ons betreft vanavond van tafel, volgende week opnieuw. En dan kunnen we een keuze maken objectief en zijn alle drie de projecten bekeken. Tot zover, voorzitter. De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Feijter.

31

De heer De Feijter: Dank u wel. Over dat eerste punt wat mevrouw Stolk zegt, we zitten wel bij een beeldvormende sessie. Ik vind het wel terecht dat een ambtenaar daar in eerste instantie op reageert. Verder wil ik graag zeggen dat de ChristenUnie/SGP ook waarde hecht aan recht doen aan de bewoners van de Weeskinderendijk-Oost. Los van welke kant uiteindelijk de beslissing ook op gaat vallen, vinden wij dat er gewoon een volwaardige vergelijking, zo goed als dat dat kan, moet worden gemaakt tussen beide partijen. Ik heb even een verhelderende vraag ten aanzien van het ordevoorstel door de heer ‘t Lam gedaan. Betekent dit dat wij het volledige tijdspad opschuiven of betekent dit dat wij de sessie van volgende week indikken en meer informatie en meer dingen in een sessie willen gaan doen? In het geval van het eerste vraag ik me namelijk af wat het betekent voor de rest van het tijdspad? Heeft dit ook effect op subsidies, op deadlines die we gaan missen? In het geval van het tweede vraag ik me af of dat de heer ‘t Lam vindt dat er dan juist nog genoeg recht wordt gedaan aan de bewoners van de Weeskinderendijk-Oost, omdat we dan meer dingen in een sessie juist moeten proppen. De voorzitter: Dit wordt een hele ingewikkelde constructie op deze manier. Ik heb eerst even zelf een vraag aan de ambtelijke organisatie.

En dat is, als we het uitstellen tot volgende week, want ik denk dat dat wel belangrijk is, gaat dat nieuwe informatie opleveren ten opzichte van wat er nu ligt? De heer Van de Worp: Zal ik daarop antwoord? Nee, dat gaat geen wezenlijk nieuwe informatie opleveren, want de achtergrondinformatie die er is voor Antea om te kunnen beoordelen, die wijzigt niet. Dat zou misschien Antea zelf beter kunnen toelichten dan ik. Maar als we dit een week opschuiven, drie weken opschuiven, drie maanden opschuiven, levert dat niet direct een andere beoordeling op. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik even daarop mag reageren? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan kunnen wij als commissie gewoon naar huis. Dan is alles al beslist en gedaan. Ik denk, wat zitten wij hier dan nog te doen en wat hebben de bewoners van de Weeskinderendijk en het woonwagenkamp hier dan nog te zoeken, als het zwaard van Damocles al gevallen is? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Wat mij betreft, en ik heb daar overleg over gehad met de griffie, mijnheer De Feijter, dikken we het volgende week een beetje in en gaan we niet verder in de vertraging. Mocht er verdere vertraging ontstaan, dan ligt dat niet aan de commissie, ligt dat niet aan de bewoners, maar ligt dat aan het college, wat al veel te lang bezig is. We hebben niet voor niets bij de Raad van State uitspraken erover gehad.

Maar nogmaals, dat is van de indieners van het ordevoorstel niet de bedoeling om het verder dan volgende week uit te stellen. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer ’t Lam: Dat mijn buurman zegt dat we alle informatie nu hebben, daar ben ik het pertinent niet mee eens, want dan moet die informatie in eenzelfde schema gezet

32

worden als voor de andere twee varianten, zodat we dat kunnen vergelijken. Die schijfjes kan je erin zetten. En als er een paar onderdelen zijn van niet, dan geef je dat erbij aan. Dan heb ik daar begrip voor. De voorzitter: Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Het antwoord daarop moet ik aan mijn buurman van Antea laten. Er is wel een toelichtende achtergrondinformatie van Antea, bijlage nu ook bij de stukken die naar het college zijn. Die kan wellicht wel dienen als extra informatie voor de beschouwing die Antea heeft gedaan op het alternatief Weeskinderendijk. Dan heeft hij meer informatie over de opvatting. Maar misschien, Marien, kun jij daar een beter antwoord op geven? De heer ‘t Lam: Voorzitter, nogmaals even voor de orde, we gaan nu al allerlei dingen vertellen. Er was een ordevoorstel. Gaan we dat nu wel of niet toepassen? En als we dat niet toepassen, dan gaan we aan de hand van de toelichting van de ambtenaren verder. Maar ik wil een uitspraak over het ordevoorstel. En er is nu van verschillende kanten wat over gezegd. Er zijn vragen over gesteld, zowel door mijnheer Bootsman als door mijnheer De Feijter. Die heb ik beantwoord. Ik zou wel graag via een rondje helder krijgen wat we met dat ordevoorstel doen. De voorzitter: En dan geef ik eerst mijnheer Noldus het woord.

De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Want ik heb op zich wel begrip en ook sympathie voor het ordevoorstel wat gedaan is, om de behoefte om die plannen naast elkaar te zetten te zien, waar we vanavond voor gepland bij elkaar zitten. Ik vind dat we die indruk ook zeker gewekt hebben richting de bewoners van de Weeskinderendijk. Daar moeten we op een goede manier mee omgaan. Er zit nu 1 sheet bij. Ik denk dat dat de heer ’t Lam, met een aantal mede-indieners, daar ook op aanslaat, dat er 1 sheet gaat over de Weeskinderendijk plannen. In die zin begrijp ik dat voorstel. Waar ik dan een vraag bij heb, wat gaat een week extra brengen? En ik hoor net eigenlijk al de reactie ook. Een week extra gaat niet zoveel nieuwe informatie brengen. En daar ben ik dan toch wel benieuwd naar, wat levert dat dan ook voor de indieners van dat voorstel op? Wat gaat dat dan extra doen? Want ik heb daar best wel sympathie voor. Maar we hebben het net al even gehad over tijd en proces waar we in zitten. Daar moet het binnen passen. Daar heeft de heer ‘t Lam een duidelijke reactie op gegeven. En ook de ambtelijke organisatie heeft dat gedaan.

En ik ben eigenlijk toch wel benieuwd naar ook de reactie van de ambtelijke organisatie of Antea dan op hoe we dat moeten zien? Want ik heb op zich ook begrip voor het feit dat die stedelijke variant, of die uitwerking die gedaan is door die bewoners, waar ik echt van onder de indruk was die avond, dat het niet met een detailniveau is van wat de ambtelijke organisatie oplevert. Ik snap dat dat model wat je doorrekent ergens stagneert. En daar zou ik wel meer gevoel bij willen krijgen. Ook omdat voor ons, en dan ga ik misschien gelijk iets verder de RIB in voorzitter, zit het er niet in of die brugweg 30 of 50 meter wordt of wel of niet meegerekend is. Voor ons gaat het erom, wat is de impact van het behouden van die woningen aan de Weeskinderendijk? En daar hoeft voor ons niet de geluidsmeting voor een toren aan de andere kant op gedaan te worden., die ook nog een paar honderd meter kan

33

verschuiven. Dat is in ieder geval de pragmatiek waar wij naar op zoek zijn om een beeld te krijgen bij wat die impact is. En of dat vandaag kan, fantastisch. Als dat volgende week kan, ook goed, zolang dat niet in de knel komt met de tijd. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ik had toch nog een kleine aanvulling. Wij hadden verwacht dat er meer informatie zou komen volgende week, maar ik begrijp net dat dat niet zozeer het geval is. Dan zien wij inderdaad wat ook de heer Noldus zegt, wij zouden toch ook wel wat meer informatie over inderdaad die Weeskinderendijk … Dat je het niet gelijk kan vergelijken, het zijn niet dezelfde plannen. Dat is niet dezelfde thematiek. Maar alleen een beschouwing is toch wel een beetje erg weinig, ook als we volgende week met die mensen in gesprek willen. De voorzitter: Dan leg ik ook toch nog even een vraag voor aan de ambtelijke organisatie of Antea. Wat er nodig zou zijn dan om het wel precies op dezelfde manier te kunnen vergelijken? De heer Kornet: Daar kan ik op reageren. Om echt exact dezelfde manier en op hetzelfde detailniveau te onderzoeken zijn er verkeersonderzoeken, geluidsonderzoeken, stikstofberekeningen, echt een stapeling aan onderzoeken die ook een bepaalde volgordelijkheid hebben nodig. Dan heb je het echt wel over een tijdspanne van meerdere weken, misschien wel maanden.

Ik hoorde net ook de suggestie, we willen het graag een beoordeling zien op die schuifjes. Dat kan tot op zekere hoogte. Maar volgens mij werd de opmerking ook al gemaakt, daar zal je wel heel veel dingen zien die zonder die onderzoeken, die ik net noem, op dit moment niet te beoordelen zijn. Dan kan ik dat schuifje voor de bewonersvariant nog niet plaatsen. We kunnen wel een inschatting geven, maar dat is echt even op basis van een kwalitatieve beschouwing. Dat is ook de reden dat het nu zo genoemd is. Omdat er zoveel detailinformatie gewoon niet voor handen is, hebben we het een beschouwing genoemd. En die schuifjes zijn te plaatsen. Maar de essentie van wat wij daarmee verwachten, die hebben we wel nu ook in een presentatie gezet. Dat het plan, als je kijkt naar de omgevingseffecten, niet wezenlijk afwijkt van het plan van het college. En dat er hier en daar nuances zitten en dat je bepaalde dingen op een andere manier in kan vullen. Maar dat betekent dat een schuifje iets naar links of naar rechts gaat. In MER-termen noemen we dat geen significante effecten. We kunnen daar wel een beoordeling op loslaten, die even wat grijze vlakken laat, omdat detailinformatie mist. Maar de conclusie is dat eigenlijk de verschillen gewoon niet significant zijn, als het gaat om de chemische effecten. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel.

De heer Van der Spoel: Ik moet toch even mijn ergernis uitspreken, omdat deze informatie wisten de ambtenarij en de wethouder een tijd geleden ook al, toen dit werd aangevraagd. Om dan nu te komen met, het gaat zoveel weken, dat gaat zoveel maanden kosten, had ook toen konden ze aangeven. En dat vind ik wel heel erg storend

34

dat er nu dan wordt gezegd, tijd dit, een tijd zus, een tijd zo, terwijl dit ook al bekend was. Dan hadden ze eerder in de actiestand moeten komen in plaats van de commissie nu pas confronteren met dit gegeven. Ik ga graag mee. En dat was al de bekendgemaakt door de heer ’t Lam, dat we dit gewoon uitstellen naar volgende week. En ik denk dat er eerst maar eens even een goed gesprek moet plaatsvinden tussen college en bewoners. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Voorzitter, en dit is natuurlijk eigenlijk ook aan mijn medecommissieleden, ik blijf nog steeds het ordevoorstel steunen, maar dan wel met de kanttekening, ik weet niet of ik hier nog eindeloos over wil vergaderen. Want zoals de heer Noldus eigenlijk ook net aangaf, waar we naar op zoek zijn, is inderdaad geen stikstofmeting of geluidsmeting of wat dan ook, maar wat is de impact van als we de Weeskinderendijk willen behouden? Dat is belangrijk. En ik hoef echt niet te weten hoeveel decibel dat scheelt. Daar mogen de experts mee bezig zijn. Ik denk dat dit is waar het over gaat.

En ik denk dat misschien ook het gevoel hier is, wat zijn de mogelijkheden om het te behouden? Want we willen allemaal dat gebied opnieuw inrichten en dat er een mooie entree van de stad komt en dat we daadwerkelijk iets gaan doen met dat gebied, dat het eindelijk eens een keer gaat gebeuren. En dit vertraagt alleen maar alle plannen. Laten we gewoon met elkaar kijken, wat is het effect van het behoud van die Weeskinderendijk? Is het haalbaar met elkaar? Kunnen we dat dragen? Kunnen we dat doen? Is dat allemaal goed uit te voeren? En daar moeten waarschijnlijk concessies mee worden gedaan. Heeft het zin om dit een week op te schuiven? Ik denk het niet. We krijgen geen andere informatie. Maar ik hoef hier volgende week ook niet te zitten met allerlei stikstoftabelletjes en geluid en decibellen en noem het allemaal maar op. Daar heb ik geen behoefte aan. Maar ik hoef ook niet nog vijf vergaderingen hierover. En dat wilde ik even zeggen, voorzitter. De voorzitter: Waarvan akte. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, de vraag die ik net stelde, en ik kreeg daar net een toelichting op die een beetje die kant op ging, maar nog niet helemaal daar. Mevrouw Pichel stelt eigenlijk dezelfde vraag.

Precies alle doormetingen op alle schuifjes zou op de twee varianten die een aantal andere uitgangspunten kennen, ook qua inrichting van de openbare ruimte en het verschuiven van de brugweg, dat maakt denk ik voor het vraagstuk over het wel of niet behoud van de woningen van de Weeskinderendijk niet eens dan heel veel uit. Is het dan ofwel vandaag in deze vergadering of volgende week mogelijk, wat is de impact van het behoud van die woningen op de kwalitatieve ontwikkelingen? Eén is natuurlijk financieel. Dat kwam al naar voren, dat komt volgende week. Is daar vandaag op de andere aspecten een duiding te geven, of volgende week? De voorzitter: Mijnheer Van de Worp.

35

De heer Van de Worp: Wij zijn erop voorbereid om dat vandaag met u te delen, maar dat kan ook volgende week, als u dat besluit. De heer ’t Lam: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Eigenlijk is de concrete vraag, kan Antea het plan van Weeskinderendijk beoordelen in het schuifjesmodel? En als dat zo is, dan kunnen we dat volgende week bekijken. En we moeten dat schuifjesmodel vooral niet zien als een wetenschappelijk oordeel dat, en meerderen hebben dat ook gezegd, tot drie cijfers achter de komma is berekend. En nogmaals, ik heb dat in het begin ook gezegd, we hebben deze bijeenkomst, omdat het college in de planning gezegd heeft, we gaan een keer om tafel zitten met drie modellen. En dan krijgen we er twee. De voorzitter: Nogmaals de vraag, is er volgende week kans op meer informatie of andere schuifjes of wat dan ook, of niet? Want als dat niet zo is, dan kunnen we vanavond hetzelfde bespreken als dat we volgende week zouden kunnen. De heer Van der Spoel: Maar voorzitter, nu zakt toch echt mijn broek af. Want het is toch van de zotte dat als er een verzoek komt vanuit een aantal partijen van, dit willen wij graag zien, en dat dan een college kan zeggen, is leuk dat jullie dit zo zien, maar dit bieden we aan. Klaar. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel, helder. Dan gaan we gewoon vingers opsteken.

En dan gaan we gewoon zeggen, wie wil het vanavond bespreken? De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ik bedoel, dat is de enige manier waarop het dan kan. Wie wil het vanavond bespreken? Hand omhoog. U krijgt vanavond dezelfde informatie die u volgende week gaat krijgen. Wilt u die volgende week of wilt u die nu? Dat wordt net gezegd, mijnheer Van der Spoel. De heer Noldus: Als ik daar wat op mag zeggen, voorzitter, ik deed mijn handje omhoog. Ik ben niet heel gewapend om dat vanavond wel of niet te doen. We hebben vanavond tijd ingeruimd. Ik hoor dat er een duiding gegeven kan worden op de aspecten die belangrijk zijn. Volgende week is het gesprek ook met de bewoners gepland. Ik snap het ongemak dat het niet een hele precieze evenredige vergelijking is. Maar als we vanavond niet aanhoren wat ons vanavond voorgeschoteld kan worden, dan missen we dat ook in het proces. Ik zou het toch vanavond prima vinden om te doen. Als dat volgende week wordt ook. Maar als de setting is dat dat dezelfde informatie oplevert, ik ben hier nu. En de tijd van volgende week kunnen we ook goed besteden, wat mij betreft. De heer ‘t Lam: Ik heb een verhelderende vraag aan mijnheer Noldus. Hoe kunnen wij volgende week vragen stellen aan Weeskinderendijk, als hun vergelijking niet beschikbaar is? Dan moeten wij gewoon maar op de gok vragen bij ieder onderdeel, hoe

36

komt dat eruit te zien als bij jullie ook een vergelijking was gemaakt? Dat wordt toch geen gesprek meer dan? De heer Noldus: Voorzitter, maar het antwoord is denk ik tweeledig. 1, als we het volgende week doen, is dat niet meer voorhanden dan nu. Zo begrijp ik het antwoord, er is volgende week niet meer informatie daarop dan nu. En 2, en dat zei ik in eerste reactie op het voorstel, voor ons is het niet zozeer van belang of de woontoren rechtsachter vlak bij de brug 60 of 65 dB heeft, 10 meter hoger is of 10 meter lager is, de brugweg 30 of 50 meter is. Dat voegt volgens mij niet zoveel toe om dat nu te gaan vergelijken. Wat nodig is, is vergelijken wat de impact is van het behoud of niet behoud van de woningen aan de Weeskinderendijk. En hoe daar gespeeld is met die openbare ruimte, dat kan in die schuifjes heel veel opleveren. Maar dat doet niet heel veel af aan het besluit wat we hier uiteindelijk over dit bestemmingsplan moeten nemen op dit punt. En als daar de detailinformatie er niet is en we hebben dat volgende week ook niet, dan is mijn standpunt, dan kunnen we dat net zo goed nu doen. De voorzitter: Mijnheer Klerk zag ik eerst. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De reden dat wij het ordevoorstel steunen, is inderdaad ook gevoed door wat er in de presentatie stond, alleen een eenvoudige beschouwing.

Ik hoor net zeggen, de heer Van de Worp, maar over de consequenties behoud Weeskinderendijk en dergelijke is heel veel bekend. Dan is mijn vraag, waarom staat dat dan niet in de presentatie, zodat ik me ook zo had kunnen voorbereiden en de juiste vragen had kunnen stellen vanavond? Dat is waar voor mij de schoen wringt. Als we volgende week niks anders zouden horen als wat we vanavond gaan horen, dan zou je je inderdaad kunnen afvragen, wat heeft het voor zin om het te verplaatsen? Alleen ik zit dan toch met hoe ik me ook op deze vergadering heb kunnen voorbereiden, ik vind dat ingewikkeld. En daarom hou ik mijn steun op dat ordevoorstel nog wel in stand. De voorzitter: Dat betekent, want ik heb maar twee handen, volgens mij omhoog gezien, tenminste anderhalf, dan gaan we niet verder. Dan sluit ik deze vergadering. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 mei 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/891/documents/40005