2.8 2025.05.06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 6 MEI 2025 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek op locatie Albert Schweitzerziekenhuis over strategisch huisvestingsplan ASZ 2. Vragenhalfuur Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Welkom bij het vragenhalfuur. Ook mijnheer ’t Lam, van harte welkom bij het vragenhalfuur. Eens even kijken. Mijnheer Katif is recht tegenover mij gaan zitten, dat hij denkt, want anders slaat ze me over. Dat ga ik niet doen. U mag de eerste vraag stellen. Gaat uw gang. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Het kabinet heeft voorgesteld in de Voorjaarsnota om de eerder aangekondigde plasticheffing voor bedrijven te schrappen. Die heffing was bedoeld om grote vervuilers, zoals producenten van plasticverpakkingen, te stimuleren over te stappen op duurzame alternatieven. Gemeentes zoals de onze, Dordrecht, betalen die hogere kosten aan afvalverwerkers. En zullen dit zeer waarschijnlijk doorberekenen aan onze inwoners.
Dat betekent, voorzitter, dat de Dordtenaren mogelijk per 2028 meer afvalstoffenheffing moeten betalen aan het Rijk, terwijl het vervuilend bedrijfsleven wordt ontzien. We hebben een vraag, voorzitter. Wat kan het college doen om te voorkomen dat de Dordtse huishoudens, zeker die met een laag- en middeninkomen, onevenredig hard geraakt worden door deze mogelijke landelijke koerswijziging. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik van het college het woord geven? Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor deze vraag, want dit was natuurlijk inderdaad tussen alle andere onderdelen, waar je enigszins als gemeente verdrietig van kon worden, ook één waarvan je dacht, lekker dan, we weten al waar deze gaat landen.
1
En dat ziet er ook inderdaad naar uit. Dat de eerste reactie ook van minister Hermans is, misschien moeten we dan toch maar weer iets met een CO2-heffing gaan doen. Oftewel, de afvalverwerkers krijgen de rekening. En die zullen het inderdaad gaan doorbelasten aan gemeenten. En via de afvalstoffenheffing zal hij bij onze inwoners terechtkomen. Zo simpel is het dan. Wat kunnen wij doen? Daar hebben we het al vaker over gehad. We kunnen de inwoners helpen met zoveel mogelijk voorkomen dat ze afval hebben. Dat ze daarmee kunnen sturen op hun eigen kosten. En we zullen hier gewoon goed kijken naar kwijtscheldingen voor onze minima, zoals we dat nu ook doen, bij een hoge rekening. Als het te veel voor ze wordt, dat we dan mee kunnen kijken om daar iets aan te doen. Maar als gemeente zelf hebben wij geen directe invloed hierop. Wel zijn we via de VNG nog steeds in gesprek met Verpakt, zoals dat mooi consortium van onze plastic verpakkingsbedrijven heet, om daar nieuwe afspraken mee te maken, zodat we ook in de plastic wereld vooral de verduurzaming inzetten en nog beter met de plastic afvalscheiding voort kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer ’t Lam: Mag ik een vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Vooruit, omdat u het bent. De heer ’t Lam: Volgens mij, omdat het in het Reglement staat, niet omdat ik het ben. Ik hoor de wethouder uitleg geven.
Maar je kunt natuurlijk ook naar een andere oplossing zoeken als de afvalstoffenheffing omhoog zou moeten, omdat het bedrijfsleven door het Rijk ontzien wordt. Je zou de ozb voor bedrijven kunnen verhogen, of minder afdragen aan het Ondernemersfonds. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Mevrouw De Jonge: Dit is een college aangelegenheid. Daar hebben wij niet over gesproken. Volgens mij past deze ook prima in de hele ombuiging, waar we mee zitten. Maar je wil natuurlijk het liefst zo dicht mogelijk de link leggen tussen de veroorzakers en de kosten die daarmee gaan, die daarvoor moeten betalen. De vervuiler betaalt, is volgens mij nog altijd ook een Dordts motto in ons afvalbeleid. Het zijn opties om te verkennen. Maar tegelijkertijd zeg ik, probeer het liefst om het daar te leggen waar de kosten de veroorzaker is van, in dit geval, de plastic bende die we hebben. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de volgende vraag. Die komt van de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. Op 30 april jongstleden reden op de Dordtse Noordendijk 2 koetsen met paarden ervoor. Terwijl het 25 graden warm was, volle zon op asfalt, moesten de paarden 2 zware karren met meer dan 20 bruiloftsgasten voorttrekken. Dit hebben bewoners bij de Partij voor de Dieren gemeld. Wat voor de mensen waarschijnlijk een leuk uitje was, was voor deze paarden letterlijk een zware last.
Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat deze vorm van vermaak met dieren niet thuishoort in onze stad? En is het college in staat en bereid om maatregelen te treffen om weerloze dieren tegen deze vorm van uitbuiting te beschermen? Dank u. De voorzitter: Ik kijk weer naar mevrouw De Jonge. Gaat uw gang.
2
Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Allereerst, fijn dat ook onze inwoners meekijken hoe er met dieren wordt omgegaan in onze stad. We staan ook voor het dierenwelzijnsbeleid dat we een jaar geleden hebben aangenomen met elkaar. Ik hoef u niet te vertellen over de vijf vrijheden die centraal staan. Dit is een ondernemer, die de verantwoordelijkheid heeft om zelf goed voor zijn dieren te zorgen, en ook conform deze wet dient te handelen. Daar zien wij als gemeente niet actief op toe. We hebben daar in principe ook geen rol bij, omdat we hier het bekende riedeltje … We hebben met de NVWA te maken als het over ondernemers gaat. We hebben onze boa’s, daar kun je wel meldingen bij doen, maar die geven het ook weer door aan de landelijke politie voor dieren. En onze Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn komt dan om de hoek. En dat is af en toe weleens dat je denkt, hoe gaan we toch voorkomen dat in dit geval ook ondernemers die verantwoordelijkheid nemen? In die zin, ik zou ook tegen de betreffende inwoners willen zeggen, meld het alsjeblieft gelijk bij onze boa’s. Want zij zijn degenen die de lijntjes hebben met de politie, want die kan erop hanteren, die kan er wat van zeggen. In dit geval, wij kennen de casuïstiek verder niet. We weten ook niet van welk bedrijf dit is geweest. Dat is enorm balen dat we hier verder nu niks aan kunnen doen.
Ze zijn een officieel vervoersmiddel. Ik kijk een klein beetje naar college Van der Linden of ik het helemaal goed zeg. Ze staan gelijk aan andere voertuigen. Er is mij verteld dat ze gewoon op de weg mogen en zich op deze manier door de stad mogen bewegen. Daar kun je ook niks aan doen. Het begint ermee dat die ondernemer, die werkt met die dieren, zijn verantwoordelijkheid moet nemen. En als hij dat niet doet, door meldingen, door externen moet worden aangepakt. De heer Groenewege: Voorzitter, wij weten wel welke ondernemer het is, maar ik heb die naam bewust niet in de bijdrage genoemd. Heeft het nog meerwaarde als ik die bijvoorbeeld via de mail aan de wethouder doe toekomen, die naam? Mevrouw De Jonge: Dat mag altijd natuurlijk. Wij zullen dan hem doorzetten ook naar de NVWA. Mogelijk kennen zij dit bedrijf en kunnen zij zeggen, dat is weer een melding. En wordt hun dossier, in die zin, nog beter gevuld. Ik kan het wel doorgeven. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de laatste vraag. En dat is mijnheer Stolk, van de VSP. De heer Stolk: Kan het college een update geven over de parkeergarage achter ons? Of voor ons, hoe je het noemen wil. Hoe het ermee staat en wanneer hij opengaat? De voorzitter: Er werd al zo richting de heer Van der Linden gekeken dat ik dacht, die gaat gelijk zelf in actie. Maar gaat uw gang.
De heer Van der Linden: Ik wacht altijd keurig op de voorzitter. En ik ga nu wel zeggen dat u toch even naar rechts moet kijken, naar mevrouw De Jonge, in eerste instantie. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Ik ben niet voor niets teruggekomen van een overleg wat ik had, omdat ik zag, dit zijn wel heel veel vragen, dat ga ik niet door mijn collega’s laten vervangen. Maar ik begin inderdaad. Mijnheer Van der Linden neemt over. Vanuit vastgoed, deze parkeergarage, we hebben geconstateerd dat er nader
3
onderzoek moest. Heb ik u toen gelijk ook in de raadsvergadering over kunnen inlichten. En daar hebben we ook goed gevolg aan gegeven. Dat er echt eerst globaal en op basis van de aanwijzingen nader onderzoek is gedaan. Daar zijn we nu druk mee bezig op dit moment. Vandaar dat die nog steeds gesloten is. Als we de informatie, want het is best … Er moeten constructeurs bij komen kijken. Er moeten tekeningen bij de constructie. Er moeten berekeningen worden gemaakt. En de tweede stap zal zijn dat we doorpakken dan naar een plan om te kijken, wat moet er gebeuren dat de parkeergarage weer helemaal veilig is? En de parkeergarage, zoals we nu kunnen inschatten, zal niet eerder dan begin juni weer open kunnen, vanuit de vastgoed kant. En dan geef ik hem even door aan de heer Van der Linden om de parkeer kant te vertellen. De heer Van der Linden: Dank. Dit is natuurlijk een belangrijke garage, voor de bereikbaarheid van de stad. En we hebben ook wel gemerkt dat het weghalen van zo’n grote garage uit het hele parkeerbestand iets doet. We hebben wel maatregelen kunnen nemen. We hebben de vergunninghouders een plek kunnen geven aan de Binnen en Buiten Kalkhaven. We hebben ook, om Koningsdag goed voor te bereiden, het Indofinterrein, achter de Weeskinderendijk, snel open kunnen stellen. En we hebben gezorgd voor extra busjes tussen Energiehuis garage en binnenstad.
Daarmee hebben we de drukte op Koningsdag, wat toch een heel groot festijn is, goed kunnen managen. Gedurende de hele dag was er ruimte over in de garages. We hebben wel gezien, het was ook heel mooi weer natuurlijk, dat de binnenstad nokvol fietsen stond. Daar kunt u ook iets van vinden. Maar de stad was goed bereikbaar. Inmiddels is natuurlijk het dagelijks gebruik wat minder intensief. We kunnen, denken we, de drukte de komende weken goed aan. Natuurlijk is het wel heel fijn als we begin juni weten waar we aan toe zijn. En over de verkeersafwikkeling en wat dat met parkeren doet, krijgt u binnenkort een RIB toegestuurd. De voorzitter: En voor de niet trouwe kijker, een RIB is een raadsinformatiebrief. Verder nog iemand? Nee? Dank u wel. Fijne avond. 3. Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie)
4
Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Cornax, mevr. Wouters, dhr. Langenberg, dhr. Gersonius, dhr. Naaktgeboren, mevr. Ali, dhr. Ramp Overige aanwezigen: Dhr. Bakker De voorzitter: Nog niet. Goedenavond allemaal. Geldt ook aan de rechterkant van mij. Goedenavond allemaal. Welkom bij de commissie, en moet ik even mijn brilletje op zetten, over het raadsvoorstel vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0. En we heten dan een Eiland met kwaliteit. Welkom in ieder geval alle raadsleden en commissieleden, mensen op de tribune. En dan hebben we een hele rits aan gasten en ambtelijke ondersteuning. Ik ga ze toch even voor u opnoemen. De heer Adri Bakker, die inspreekt namens het Platform Duurzaam. Lauran Cornax, is projectleider Omgevingsvisie. Mevrouw Wouters, ambtelijke opdrachtnemer. Sven Langenberg, ambtelijke opdrachtgever. Berry Gersonius en Rick Naaktgeboren. Rick is er nog niet. Berry wel. En Rick zou zo meteen komen? Ja. Presentatie over klimaatadaptatie. Dan hebben we nog Adhra Ali. Die heeft een presentatie over duurzame energieopwekking. En Wouter Ramp heeft een presentatie over het voorzieningenaanbod. Voor het verslag vraag ik even iedereen die gaat deelnemen aan deze sessie zich voor te stellen.
Begin ik maar even aan mijn rechterkant. De heer Cornax: Lauran Cornax, beleidsadviseur ruimtelijke ordening. Mevrouw Wouters: Anne Wouters, teamleider ruimtelijke ordening. De heer Langenberg: Sven Langenberg, clustermanager ruimtelijke strategie en beleid. De heer Van der Spoel: Wouter Van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht.
5
Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: En dan boven op de, hoe zeg je dat, wat voor plek, eerste ring. Wouter Ramp: Wouter Ramp, beleidsadviseur ruimtelijke ordening. Mevrouw Ali: Adhra Ali, beleidsadviseur energiesystemen en opwek. De voorzitter: Dan heb ik mijnheer Bakker en de heer Gündogdu. De heer Bakker: Zal ik dan beginnen? Adri Bakker, Platform Duurzaam Dordrecht. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, u kunt hier nog aan tafel zitten. Maar u wil liever daar zitten? Want het kan zijn dat ik u zo even over het hoofd zie. De heer Gündogdu: Nee hoor, voorzitter. Ik zag dat de tafel vrij vol was. De voorzitter: Helemaal goed. De heer Gündogdu: Maar ik kan best verhuizen. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik heb een ordevoorstel. Ik zou heel graag, ondanks de lange presentatie, ook genoeg ruimte kunnen krijgen voor vragen te stellen. De voorzitter: Dat vind ik een hele mooie wens.
Ik heb de opdracht gekregen, als voorzitter, we hebben vier blokken. Die gaan we zo meteen ook allemaal langs. En per blok kunnen er vragen gesteld worden. Degenen die presentaties geven, weten dat ze het zo kort mogelijk moeten houden, zodat u nog ruimte heeft om vragen te stellen. Mocht er toch niet genoeg tijd zijn om alle vragen te stellen en te beantwoorden, dan moeten we iets anders verzinnen. En daar bent u als commissie dan als eerste aan zet.
6
Ik zal nog even een toelichting geven, de reden van deze vergadering. Op 8 april heeft u een eerste technische sessie gehad over de opzet en de rol van de Omgevingsvisie 2.0. En aan het einde van die vergadering is door de commissie een aantal onderwerpen benoemd, waarover nog meer technische toelichting gewenst was. En vanavond staan de volgende onderwerpen centraal, de klimaatadaptatie in het centrum, duurzame energieopwek, voorzieningenaanbod in de wijken en eventueel overige onderwerpen. Een aantal overige onderwerpen zijn op 8 april door de commissie aangedragen, maar zijn in eerste instantie schriftelijk behandeld. En dit vindt u bij de stukken van vanavond. Ze worden straks in de presentatie nog wel kort benoemd. De onderwerpen woningbouwlocaties buitengebied en stadsrand en De Staart komen de technische sessie van volgende week dinsdag aan de orde. De indieners van de zienswijze op de Omgevingsvisie zijn uitgenodigd te spreken. En voor vanavond, ik heb het al genoemd, heeft Platform Duurzaam Dordrecht zich aangemeld. En de heer Adri Bakker spreekt zo in, als we bij het onderdeel duurzame energieopwek zijn. Dan wil ik nu even beginnen met het eerste blokje. En dat is, vijf minuten heeft hij daar de tijd voor, de korte inleiding door Lauran Cornax. De heer Cornax: Dank je wel, voorzitter.
Eigenlijk is een groot gedeelte van mijn inleiding al zojuist gedaan door de voorzitter. Ik wilde even stilstaan bij de onderwerpen die we vanavond gaan toelichten. En waarom specifiek deze onderwerpen? Omdat daar op 8 april om is gevraagd, om hier nog wat nadere technische toelichting op te geven. Ik heb toen, 8 april, aangegeven dat ikzelf niet alle kennis en kunde heb om dat goed van toelichting te voorzien. Ik heb bij mijn collega’s uit de ambtelijke organisatie gevraagd, die toch meer kennis hebben over bepaalde onderwerpen, of zij die onderwerpen willen toelichten. Dat zijn de volgende onderwerpen, klimaatadaptatie in het centrum, duurzame energieopwek, het voorzieningenaanbod in de wijken. En vervolgens de overige onderwerpen die schriftelijk zijn behandeld, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen, voetganger/STOMP. En het laatste andere onderwerp is me even ontschoten, maar staat op de laatste sheet. Dan komen we daarop. Knoop Leerpark in relatie tot sportvoorzieningen. En vorige keer is ook nog gevraagd hoe de amendementen op de Omgevingsvisie 1.0 zijn verwerkt. Dat hebben we schriftelijk inzichtelijk gemaakt. Ik zie ook dat Rick Naaktgeboren binnen is gekomen. Dan zou ik eigenlijk gelijk het woord willen geven aan Rick en Berry, die een toelichting gaan geven over klimaatadaptatie in het centrum.
De voorzitter: Dank u wel. Nu heeft u een stukje van mijn taak overgenomen. Perfect, zoals we samenwerken. Mijnheer Naaktgeboren en de heer Gersonius. Goedenavond, mijnheer Naaktgeboren. Gaat u van start. U heeft ongeveer tien minuten, krap, om de presentatie te geven, zodat we nog vijf minuten hebben voor de tafel om vragen te stellen. De heer Naaktgeboren: We gaan dat aanhouden. Ik zal het eerste deel doen, vanuit de opgave Groen-Blauwe Stad klimaatadaptatie. We hebben even kort herhaald wat er ook alweer in de Omgevingsvisie staat. De vraag ging volgens mij over het vergroenen van de binnenstad. Groen en klimaatadaptatie geven we prioriteit. Dat gaat over het bevorderen van de groenblauwe structuren, wat ook bijdraagt aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het centrum, zowel voor de bewoners, maar zeker ook voor de
7
ondernemers, zodat bezoekers ook op hete dagen naar de binnenstad toegaan. En daar kun je prioriteit aan geven, zowel bij nieuwe ontwikkelingen als bij herontwikkelingen, een goed voorbeeld is de Spuiboulevard bijvoorbeeld, waarin je de opgave kunt integreren. Dit is het doel algemeen van een klimaatbestendige stad. In de binnenstad spelen wateroverlast en hittestress een rol. Een voorbeeld van 2019 van de hitte. Dadelijk komt ook een voorbeeld van de wateroverlast. Dit komt, zowel de wateroverlast als de hitte, doordat dit centrum zeer versteend is. Eigenlijk willen we op zoek naar plekken om meer schaduw en ook, dankzij die schaduw, koelte toe te voegen. Ook dit kun je weer meenemen in nieuwe ontwikkelingen en beheer. Maar je kunt ook kijken, wat kunnen de eigenaren van panden zelf nog bijdragen? In de binnenstad kan dat bijvoorbeeld door groene tuinen, geveltuinen, individueel, maar zeker ook collectief. En dat draagt tevens bij aan de biodiversiteit. Dit is ter illustratie, wat kaartjes uit de Klimaateffectaltas, waarin je duidelijk ook versteende pleinen naar voren ziet komen. Het Scheffersplein, het Statenplein. Dat zijn wat plekken waar je kunt zien dat die hitte extra prominent is. En zeker ook, dat zie je dan in het kleine plaatje rechtsonder, is het centrum een plek die meer opwarmt dan de omliggende gebieden. Het plaatje is erg klein, dus misschien moeilijk te zien.
Dit is het voorbeeld van de wateroverlast die ik net al noemde, bij Augustijnenkamp. Dezelfde plek komt dadelijk nog een keer terug, volgens mij, in de presentatie van Rick, waar maatregelen zijn getroffen om na te denken over het vergroenen van de binnenstad, maar ook van andere gebieden in Dordrecht. Hanteren we bijvoorbeeld de 3-30-300 regel, die een aantal van jullie wel zal kennen. Dat is eigenlijk een soort landelijke vuistregel, waar je 3 dingen meet. We zijn daar ook nadrukkelijk mee bezig, met het monitoren vanuit de opgave Groen-Blauwe Stad. Bijvoorbeeld die boomkroonbedekking van 30 procent, zijn we nu heel ver in met de monitoring. Hebben we ook nieuwe data beschikbaar, die ook het groen in de privétuinen meeneemt. 3 staat voor 3 bomen zichtbaar vanuit je woning. En 300 is de afstand tot de dichtstbijzijnde koele plek van enige omvang. Dus een soort park of parkje. Dit is het beeld van de 3 bomen, waar je vooral hier rond het Statenplein bijvoorbeeld ziet. Dat echt wel een aandachtsgebied is, waar weinig groen is, weinig bomen eigenlijk. Met deze data zie je eigenlijk nog 30 procent schaduw door bomen en vanuit het boomkroonoppervlak dat … Sorry, is er een vraag? De voorzitter: Nee hoor, gaat u rustig verder. De heer Naaktgeboren: Sorry, excuus. De voorzitter: Dit was weer zo’n AI-gevalletje. De heer Naaktgeboren: Google. Dit is 30 procent schaduw.
Zie je eigenlijk overal een aandachtspunt. En deze lijkt eigenlijk vrij goed op orde te zijn. Ook hier hebben we nieuwe data, waar hetzelfde beeld naar voren komt dat eigenlijk de afstand tot koele plekken, bijvoorbeeld met hofjes in de binnenstad, vrij goed op orde is. En hier neemt Rick het over. De heer Gersonius: Ik heb ook een microfoon. We zijn al langer bezig met die vertaling van die vergroening van de binnenstad, om dat vast te leggen in documenten. Het Toekomstbeeld Binnenstad hebben we het al over gehad. Aanpak vergroening binnenstad is door uw raad vorig jaar, volgens mij, vastgesteld. In dat plan van PLANTERRA kijken we naar plekken van, waar kan groen aan bijdragen? Hittestress
8
verminderen, wateroverlast, maar ook de biodiversiteit. Maar ook visueel aantrekkelijk maken. Met lenzen kan je bekijken, welke bijdrage kan dat dan leveren? Dat geldt niet voor elke plek voor alles, maar je probeert daar wel op een goede manier mee om te gaan. Bijvoorbeeld de Voorstraat is een waterkerende dijk. Mag niet de grond in. Daar ligt het accent veel meer op dat visueel aantrekkelijk maken. En dan probeer je dusdanige planten en dingen in die bakken te zetten dat het ook bijdraagt aan die biodiversiteit. PLANTERRA heeft zo'n kaart gemaakt. Deze zijn we verder aan het uitwerken om te kijken, wat moet nu waar? Waar zijn bomen mogelijk, waar is ander groen mogelijk. Daar vinden nog allerlei participatietrajecten plaats. Rondom de Grote Markt parkeren is ook het plangebied voor de Kuipershaven. Bewoners willen daar graag meedenken over, wat voor groen dan? In eerste instantie, we willen geen bomen. Je kan wel zeggen, je wil geen bomen, maar wat wil je dan wel? Dat gesprek gaan we met elkaar voeren. Dat geldt ook voor de andere plekken in de binnenstad. Op veel plekken zijn al ingrepen gedaan. Bijvoorbeeld op de Vest een aantal parkeerplekken weg, groen voor teruggekomen. En dat begint nu behoorlijk te vergroenen. Bewegend Bos heeft daar ook voor een deel een bijdrage aan geleverd. Ik heb daar zelf ook mee mogen lopen duwen, zoals u daar ziet.
En de eerste verbindingen zijn al op het Bagijnhof gemaakt. En de tuin van brasserie De Witt is wel een plaatje waar zowel vergroening als biodiversiteit als andere dingen daarop terugkomen. Welke aandachtspunten heb je dan? Je moet ook ruimte hebben voor bijvoorbeeld parkeren. Gaat over zoet, zuur. Je kan niet ongebreideld alle parkeerplaatsen weghalen bij de Kuipershaven, omdat je daar groen wil toevoegen. Dat moet je op een goede manier doen. Mijnheer Kuhlmann, toch? Het is een keuze. En u heeft daar uitgebreid in de raad gesproken over de brede businesscase parkeren, parkeertarieven en dat soort dingen. Daarmee willen we dat ook verder ontwikkelen. Die ruimte moet je naar kijken. Je hebt de kansen, je hebt de aandachtspunten, en die moet je dan met elkaar matchen. En dan kan je per plek kijken wat je wel of niet kan. Ik wil er nog één ding aan toevoegen. We hebben het over die wateroverlast. En we zijn nu aan het onderzoeken of op het Statenplein een soort waterbuffer gelijk meegenomen kan worden in de herinrichting, zodat je de wateroverlast in het Augustijnenkamp en de Museumstraat voor een deel kan oplossen. Zo kijken we naar de integrale oplossing. Je wil dat Statenplein ook een stukje vergroenen. Kan daar ook dan een waterbuffer aan toegevoegd worden? Zodat je zowel aan die klimaatadaptatie als die hittestress als die wateroverlast integraal aan het werk bent.
Voor zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal even één ding nog zeggen van tevoren. Stelt u uw vraag kort en krachtig. En u krijgt per persoon even één vraag, zodat we meer mensen een vraag kunnen stellen. Het klinkt heel truttig, maar anders krijg ik zo meteen weer boze gezichten en worden de laptops dichtgeklapt en lopen mensen weg, omdat ze niet eerlijk behandeld worden. Ik wil vragen, hou er alstublieft rekening mee. De heer Stolk was als eerste met zijn vinger bij de knoppen. Gaat uw gang. De heer Stolk: Het ging eigenlijk over het Statenplein. Waar denkt u dan aan om zo'n waterberging te maken? Is dat dan in de grond? De heer Gersonius: Ja, ondergronds. Het zou nog leuker zijn als je dat kan combineren met een wadi of dat soort dingen. Maar ik weet niet of dat technisch haalbaar is. Op een gegeven moment als je echt ver gaat dromen, dan ken ik er ook nog wel een paar. Maar
9
dan kan je bij wijze van spreken ook het water gaan neerleggen en dan kan je er ook een ijsbaan neerleggen. De voorzitter: De heer Van der Meer. Dank u wel, de heer Naaktgeboren. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb een vraag over met name de hittestress. Die 30 procent of schaduw van bomen is nog lang niet gedekt, als ik uw plaatjes zie. Hoe realistisch is het en op wat voor termijn en tegen wat voor kosten zou dat realiseerbaar zijn? De heer Naaktgeboren: Het gaat over bestaande binnenstad. Volgens mij hebben we afgesproken dat het een inspanningsverplichting is. We streven ernaar om de 30 procent te halen. Ten eerste zijn we nu bezig met verbeterde monitoring. We doen mee met een landelijke pilot over het monitoren van boomkronen. En ik vermoed dat dat een ander plaatje, een ander beeld geeft dan dat je nu ziet. Wat al positiever is, omdat we daarin ook heel goed in staat zijn de bomen mee te rekenen die in privétuinen staan.
En daarna moeten we kijken, als we dat nieuwe beeld hebben, wat kunnen we dan nog doen, eigenlijk de presentatie van Rick, en wat is realistisch in de binnenstad? Waarbij we ook kijken naar, kun je bijvoorbeeld ook nog tuinen of collectief met tuinen vergroenen? Zowel kijken naar de openbare ruimte, wat Rick heeft laten zien, maar ook kijken, kun je het met stimuleren van private initiatieven? De heer …: Maar het is een feit dat het in de binnenstad lastiger is als in de wijken. De heer Naaktgeboren: Absoluut. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen, ik ga gewoon het rijtje zo af. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Die vergroeningskaart is volgens mij een kaart waar nog aan gewerkt gaat worden of wordt. Maar die mis ik eigenlijk nog wel hier in die Omgevingsvisie, of een verwijzing ernaar, of in ieder geval iets dat we bezig zijn met een vergroeningskaart. Er is een heel algemeen stukje ecologie en groen, maar iets over vergroeningskaart of de kaart zelf mis ik wel een beetje in de Omgevingsvisie. De heer Gersonius: De Omgevingsvisie gaat op hoofdlijnen. Dit is veel specifieker. Deze kaart komt uit het plan van PLANTERRA. Die heeft u al vastgesteld. Die hoef je niet nog verder op te nemen dan … Mevrouw Van Herwijnen: Maakt die onderdeel uit van een programma of iets dergelijks? Want er wordt natuurlijk in de Omgevingsvisie wel vaker naar programma’s verwezen.
En hier zie ik niet erg een dergelijke verwijzing naar waar die vergroeningskaart onderdeel van uitmaakt. De heer Gersonius: Van het plan van PLANTERRA. En die zijn we nu verder aan het uitwerken. De heer …: Vergroenen binnenstad toch, is dat, dit programma?
10
De heer Gersonius: Ja. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Misschien een domme vraag hoor, maar ik stel hem toch even. Die 3-30-300 regel, geldt die alleen voor de binnenstad of wordt die voor de hele gemeente? De heer Naaktgeboren: Ja, voor de hele gemeente hebben we die in kaart. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. De heer Naaktgeboren: Ik kan ook het dashboard delen waarin je de groenkaarten ziet. Dat is niet vergroening met plannen, maar wel de groenkaarten. Daarin kun goed volgen. We willen dat ook een keer presenteren, als daar behoefte aan is, de Monitor op Groen. Absoluut. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers niet? De heer Damen. De heer Damen: Die 3-30-300 regel, is dat een absoluut criterium of gaat de gemeente daar verstandig mee om? De heer Naaktgeboren: Dat laatste. We werken aan de groenblauwe regels. Daar heeft u een raadsinformatiebrief over gekregen. En volgens mij is het streven om voor de zomer ook naar de raad te gaan daarmee. Maar exact weet ik niet. Maar daar werken we aan en proberen we op een verstandige manier naar te kijken. We nemen niet lukraak 3-30300 over. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Op de hittekaart van het centrum zie je dat alle straten roodgekleurd zijn, maar alle daken zijn natuurlijk ook vuurrood. Als dat het hele gebied zou zijn, zou het een grote rode blob zijn.
En de gebouwen nemen natuurlijk qua oppervlakte de meeste ruimte in beslag. Wat zijn de plannen om de daken te vergroenen? De heer Naaktgeboren: Volgens mij, op dit moment, het zijn vaak ook schuine daken waar het ook moeilijker is om te vergroenen. Volgens mij, op dit moment is er geen … Er is subsidie meer voor collectieve aanvragen, volgens mij, wat meer over tuinen gaat. Voor daken op dit moment niet, geloof ik, Rick? De heer Gersonius: Wij kunnen in de Vereniging Vastgoed Eigenaren 3311, VVE3311, dit een keer agenderen. Maar ik denk dat die VVE op dit moment iets andere prioriteit heeft. Maar de duurzaamheid en dit soort vergroening zal zeker een thema worden in de komende jaren. De heer Wringer: Kleine opmerking, voorzitter. De voorzitter: Een hele kleine opmerking.
11
De heer Wringer: Er zijn natuurlijk heel veel platte daken. Kijk naar het oude V&D-pand, Perry Sport, en hoe heet het, Drievriendenhof, zijn allemaal platte daken. Die kunnen allemaal toch wel vergroend worden. Het zou mooi zijn als de gemeente die eigenaren allemaal aanschreef en een beetje aanspoort om te vergroenen. De voorzitter: Dat is net gezegd, dat gaan we doen. Of dat gaat de gemeente doen, laten we het zo zeggen. De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Ik wil eigenlijk dezelfde vraag stellen als die van de heer Wringer. Bij deze. De voorzitter: Dat is mooi, dan is hij al beantwoord. De heer Laban niet. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Laat ik een poging doen. Ik hoor iets over een Kuipershaven en bewoners die wat willen en wat we niet willen of wel willen. Wat is er concreet over de Kuipershaven? De heer Gersonius: Nog helemaal niks. Mevrouw Koene: Ik zou nu bepaalde woorden kunnen gebruiken. Dat doe ik niet. Maar er wordt gezegd, wij willen niet dat er bomen komen. Wat wil je dan wel? Ik bedoel, wat gaat daar dan gebeuren voor een participatieproces, weet ik veel? De heer Gersonius: Zodra we met de herinrichting van de Kuipershaven aan de gang gaan, dan komt er een participatieproces en krijgen de bewoners in het participatieproces inspraak over wat dan wel en wat dan niet? En daar hebben we zelf denk ik ook een mening over. Maar dat gaat de komende jaren spelen.
Maar op dit moment is dat nog een stap te vroeg. De voorzitter: De heer Van der Spoel? Nog even naar links. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Je hebt ook eigenaren van speciale panden. Worden er ook nog bij meegenomen of geholpen? De heer Gersonius: Over welke panden heeft u het dan? Mevrouw Kamphuis: Monumentale panden. De heer Gersonius: Het is wat Berry zei. Volgens mij wordt er wel gesproken in het kader van de verduurzaming, maar vergroening van de daken is daar nog een stap te vroeg. De voorzitter: De heer Gündogdu nog. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik weet niet of dit in dit blokje valt, maar we hebben het over verduurzamen. En nu zijn wij geprezen met een mooie binnenstad, met heel veel historische panden. Maar ik lees in de Omgevingsvisie niks terug hoe wij die woningen gaan verduurzamen. We hebben in het verleden weleens gesproken over warmtenet, maar krijgt dat nog zijn vervolg?
12
De voorzitter: Goede vraag. Kijk ik even naar links. We hebben nu een aantal onderwerpen erop staan. Derde blokje hebben we wel duurzame energieopwek. En volgende week komen er ook nog een aantal punten aan de orde. Maar ik weet niet of daar uw vraag misschien in past of wat dan ook. De heer Gündogdu: Ik dacht in het kader van klimaatadaptatie zou dit wellicht bij dit blokje passen. De heer Cornax: Sorry, zou ik daarop mogen reageren. De voorzitter: Zeker. Natuurlijk. De heer Cornax: Bij het doel duurzame en energieneutrale stad 2040, dat is één van de zeven doelen die in de Omgevingsvisie beschreven wordt, wordt ook de gebouwde omgeving en de verduurzaming daarvan toegelicht. En dat is eigenlijk in lijn met hoe het in de routekaart of, moet ik het goed zeggen, klimaatneutraal 2040 staat. Misschien dat Adhra daar zo meteen nog een klein beetje op kan toelichten. Maar die zal het vanavond in ieder geval over duurzame energieopwek hebben. De voorzitter: Dan stoppen we dit blokje. Ik dank de heer Gersonius en de heer Naaktgeboren voor de toelichting. En dan gaan we over naar de tweede blokje, waarbij ik de heer Adri Bakker wil uitnodigen om in te spreken. U kunt hier komen zitten, is misschien wel handig, want volgens mij heeft u ook een presentatie. En die wordt nu omgewisseld. De heer Bakker: Prima. Dank je wel. Goedenavond, dames en heren en mevrouw de voorzitter.
Dank je wel dat wij hier kunnen inspreken. En ik spreek in namens, dat is al gezegd, het Platform Duurzaam Dordrecht. Het Platform Duurzaam Dordrecht, misschien bij u bekend. Zo niet, dan is het een platform wat een koepel is voor een heleboel organisaties die één doelstelling hebben als het om duurzaamheid gaat. En dat betekent, denk globaal, think global en act local. En als je dan kijkt wat dat in realiteit is, dan hebben we hier met nu een duurzaam onderdeel te maken. En als je kijkt wat voor implicaties dat heeft, dan moet je je realiseren, en ook daar hebt u op andere momenten natuurlijk al lang over gesproken, dat we te maken hebben met een klimaatverandering. En dat die klimaatverandering ons uitdaagt om daar ook maatregelen te nemen die zorgen dat we die klimaatverandering aankunnen. En één daarvan is natuurlijk dat we dan gebruikmaken van duurzame energie. Duurzame energie in de vorm van de wind of zon. En we moeten ons realiseren, ik denk dat we dat eigenlijk nog veel te weinig doen, dat elektrificatie iets is wat eigenlijk nog maar net begonnen is. En elektrificatie is het alternatief voor de andere fossiele bronnen, gas, olie. En als je dat goed wil accommoderen, goed wil mogelijk maken, dan moet je je realiseren dat je ook ruimtelijk daarvoor voldoende mogelijkheden biedt.
En dat brengt ons op het punt dat ik eigenlijk twee, drie punten heb die wij vanavond u toch mee willen geven. Want het is duidelijk, we hebben een zienswijze ingediend die natuurlijk veel verder gaat. Dat doen we trouwens volgende week ook nog een keer. Dan hebben we de andere onderdelen, afhankelijk van ook de onderwerpen die u zo hebt georganiseerd. Vanavond gaan we, wat mij betreft, even stilstaan bij wat wij belangrijk vinden. En dan gaat het eigenlijk om, en dan vraag ik … Even kijken, heb ik de goede, want ik had er zelf ook één meegenomen. Deze staat aan. En dan moet ik zelf altijd weer even kiezen. Dan is dit
13
volgens mij … Wacht even. Dat is denk ik ook goed om te weten, we spreken hier over het omgevingsplan. Maar het omgevingsplan is eigenlijk een soort, zoals wij dat tenminste als relatieve buitenstaanders zien, masterplan voor de invulling. En dat masterplan moet zich ook nog weer verhouden tot het provinciale omgevingsbeleid. En wat we moeten vaststellen, dat wij nu vanavond over de lokale Omgevingsvisie praten. Maar op dit moment, liever gezegd deze periode wordt er ook binnen de provincie gesproken over wijzigingen van het omgevingsbeleid. En daar is ook de energieopwek onderdeel van. Het betekent dat als je kijkt wat u tot nu over de locatiediscussie heeft, dan moeten we, wat ons betreft, even stilstaan bij De Zuidpunt. En u ziet hier op De Zuidpunt een invulling die te maken heeft met de gestippelde zwarte ellips en de meer groene vlakken, die als het ware onregelmatig zijn. En dat is een uitkomst van een oefening die binnen het programma Duurzame Opwek aan de orde is. En die oefening laat al zien dat je ruimer gaat denken over de locatie op De Zuidpunt als je daar een inrichting moet gaan realiseren voor de wind op land. Dus de mogelijkheden voor een windmolenlocatie.
Wat ons betreft, en dat hebben we ook in de zienswijze aangegeven, dat zoekgebied wat hier, ik herhaal het nog een keer, een ellipsvorm heeft, dat zou wat ons betreft nog wat completer kunnen zijn door er ook, en dan ziet u dat met name hier in de gele ellips, te kiezen voor een wat ruimere invulling. En dan zegt u, hoe kan u daar nu zo over spreken? Dit is een uitkomst van een beoordeling die wij hebben gedaan, samen met een aantal belangrijke partijen. En die partijen zijn grondeigenaren, dat zijn de landbouwers in dit gebied, maar ook mogelijke initiatiefnemers, zoals bijvoorbeeld een Eneco. Het betekent ook dat wij u graag meegeven, kies dat zoekgebied wat ruimer, zodat je je niet beperkt in het realiseren van een balans in de energievoorziening. En dat is misschien toch wel iets waar u, wat mij betreft … De voorzitter: Kunt u uw verhaal afronden, want u zit ruim over de vijf minuten heen. De heer Bakker: De netcongestie is, wat ons betreft, een belangrijk onderdeel. En die netcongestie speelt al voor het industrieterrein. En dat is het industrieterrein Dordtse Kil IV, of wat is het, DistriPark. En als je kijkt wat je hier zou kunnen, dat je in feite een lokale energiebalans realiseert die voor de bedrijvigheid, voor de bedrijven op het industrieterrein, maar ook voor de woningen in Sterrenburg een mogelijkheid biedt om de lokaal opgewekte energie direct te benutten.
Zodat je eigenlijk een bypass maakt voor het netcongestieprobleem. En dat is iets wat zeker door de combinatie van zon en wind nog eens extra mogelijkheden biedt, want zon en wind zijn complementair aan elkaar. Dat betekent ook dat je daarmee in feite een relatief geringere capaciteitsvraag hebt van een kabel, doordat je dat combineert. Als laatste wil ik dan toch nog even, mevrouw … De voorzitter: Echt heel kort, want anders komen we niet meer aan vragen toe, want u had vijf minuten. De heer Bakker: Neem me niet kwalijk. Ik dacht dat ik het redelijk kort hield. Sorry. Als laatste vinden wij een belangrijk punt de uitvoering van de energietransitie. Het is al gezegd, even terloops, toen het over groen ging, participatie met burgers. Wij vinden het ontzettend belangrijk. En wij constateren gewoon dat dat op dit moment ook door de gemeente nog onvoldoende vorm wordt gegeven. Duidelijk is, energiearmoede krijgt
14
aandacht, maar de hele energietransitie moet je ook zo realiseren dat burgers mee kunnen. En dat gebeurt veel te weinig. Drechtse Stroom en Drechtse Energie zijn twee organisaties die actief zijn binnen die energietransitie vanuit de burgers. Die staan klaar om daarvoor meer te betekenen. En wij roepen u op om die uitvoering ook extra op die manier mogelijk te maken. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik begin nu aan mijn rechterkant. Wie kan ik als eerste? De Damen. De heer Damen: Ik begrijp het niet helemaal. De zoekgebieden liggen vlak bij natuurgebieden. Vlakbij ligt de Hoeksche Waard. Dat is vrijwel aaneengesloten agroindustrieel gebied. Leent zich dat niet veel meer voor windmolens dan de Biesbosch? De heer Bakker: Het is een, denk ik, goede vraag. Maar als we kijken naar de feiten waarop die locatiekeuzes tot stand zijn gekomen, dan is dat begonnen in de RES. Kijk, in de Hoeksche Waard heb je ook al keuzes om daar de energievraag te accommoderen. En als je kijkt naar mogelijkheden, dan hebben we die op het eiland ook. En kijk, het is altijd heel eenvoudig, bij de buurman is het altijd makkelijker als bij jezelf. Maar ik denk dat als we een kans weten te realiseren, dan hebben we hier mogelijkheden. En ik denk dat dat voor iedere partij gunstig is.
Als je vraagt, kunnen we het in de Hoeksche Waard? Ik denk dat daar nog heel veel water door de rivier moet om dat tot stand te brengen. Maar kijk, ik kan niet zeggen wat het over vijftig jaar is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Het is eigenlijk een vraag ook aan u. U komt hier met een idee om dat gebied uit te breiden. Wat zijn precies de argumenten daarvoor? Want die hoor ik toch nog niet helemaal. En dat is misschien ook een vraag aan de ambtelijke ondersteuning later van, wat is precies de reden om het huidige zoekgebied op het kaartje te plaatsen? Maar dat is misschien een vraag voor iets later in deze sessie. De heer Bakker: Ik wil nog wel heel kort zijn, want ik heb het al genoemd. Grondeigendom is altijd een heel belangrijke factor. Dat is gewoon al uit de praktijk van de energietransitie gebleken. En als je het hebt over de kansen die hier liggen, omdat juist alle partijen en ook de grondeigenaren daar een positieve houding hebben ten aanzien van die locatie invulling, dan betekent dat kansrijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik hoor u een warm pleidooi houden voor deze zoeklocatie, De Zuidpunt. Ik hoor u ook zeggen, ik heb met de bewoners gesproken.
Zijn dat ook de bewoners van Wilgenwende? De andere zoeklocaties, sluit u die hierbij uit? De heer Bakker: Ik moet u toch enigszins aanvullen. We hebben niet gesproken met de Wilgenwende bewoners. Ik heb het hier over de grondgebruikers, de eigenaren in de polder De Zuidpunt en, wat is het, De Grote Beer. Daar hebben we mee gesproken. Als je
15
het hebt over, hoe moet je verder gaan, ik denk dat jullie programma Duurzame Energieopwek daar ook het voertuig voor is om dat verder uit te werken. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Toch ook nog even een vraag over de verbreding van de zoeklocatie. U heeft gesproken met de grondeigenaren, met Eneco. Is er ook nagedacht over de effecten op de natuur? Er is met de ecoloog nog gesproken over de effecten hiervan. De heer Bakker: Goede vraag. Ik denk dat als je het over een zoekgebied hebt, dan moet je dat niet zo als zwart-wit locatie beoordelen. Maar dan gaat het erom dat je dat als ruimtelijke omgeving als het ware meeneemt in de wijze waarop je strakjes de weging moet maken als het om randvoorwaarden gaat. Begrijp me goed, het zoekgebied is een zoekgebied, maar is niet een direct afgegrensde definitieve locatie. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nog even herhalen de tweede vraag van mevrouw Boom. Uw pleidooi voor De Zuidpunt is duidelijk. Maar hoe staat Platform Duurzaam tegenover de andere locaties in de zoekstrategie? De heer Bakker: Om eerlijk te zeggen, zijn wij daar heel positief over. En wat wij heel belangrijk vinden, en dat heb ik eigenlijk impliciet net ook al geduid, dat op het eiland er veel meer mogelijkheden moeten worden benut om die duurzame opwek ook tot stand te brengen.
En we hebben ook aangegeven, vanwege de complementariteit van zon en wind, dat je niet zonder wind kunt. En als het aan ons ligt, dan betekent het gewoon dat je die mogelijkheden zo maximaal mogelijk kan invullen. En we hebben ook nog in de zienswijze aangegeven, doe het dan eventueel met het idee van meervoudig ruimtegebruik. Je kunt ook op die manier je mogelijkheden optimaliseren. De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Stolk. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Elders in het land heb ik gehoord dat ze ook windturbines hebben. En daar zeggen ze, elke keer als de wieken omdraaien dat er olie uitlekt. Hoe denkt u daarover? Klopt dit of niet? De heer Bakker: U stelt mij een hele technische vraag over een molen. En aangezien ik geen techneut ben van een of ander type windmolen, want je hebt allerlei fabricaten, kan ik daar ook niet zo expliciet antwoord op geven. Ik kan alleen wel vaststellen dat de wijze waarop het beheer van windmolens gebeurt, gebeurt heel degelijk. En als je het dan hebt over veiligheid en ook over dit soort kansen dat er problemen ontstaan, die zijn, denk ik, de wijze waarop dit allemaal is gereglementeerd, zeer gering. Ik heb geen ervaring met dit soort problemen, maar ik verwacht dat de voorzorg hier dit zoveel mogelijk uitsluit. De voorzitter: De heer Gündogdu.
16
De heer Gündogdu: Voorzitter, ik ben even benieuwd. In dit zoekgebied, voor hoeveel windmolens zou er dan gezocht moeten worden, om dat even concreet te maken? De heer Bakker: Dat is een goede vraag. Alleen als je nu vraagt, en u hoorde mij net ook al antwoorden, dat je als zoekgebied nog geen antwoord hebt over de definitieve locaties. En ik denk dat het een kwestie is van gewoon de regelgeving goed toepassen om te kijken hoe je de best beschikbare techniek, want ik denk dat dat wel een onderdeel is wat je zelf moet realiseren, dat in feite de innovaties rond ook de windmolens niet stilstaat. Met andere woorden, de best beschikbare techniek moet mogelijkheden bieden om hier een optimale invulling te geven. Maar ik kan hier geen antwoord geven over het aantal. Sorry. De voorzitter: Dank u wel. En dank u voor alle korte vragen. Dank u. De heer Bakker: Dank u wel. De voorzitter: We gaan over naar het volgende blokje van mevrouw Ali over duurzame energieopwek. En ik moet u zeggen, ik vind het knap hoe u toch allemaal zich weet te beheersen, korte vragen te stellen, zodat we binnen de tijd zijn voorlopig nog. Gaat uw gang. Adhra Ali: Dank u wel. Het onderdeel duurzame energieopwek. In relatie tot de Omgevingsvisie staat dat in doel 6, onder Dordrecht is in 2040 een duurzaam en klimaatneutrale stad. Dank je wel.
Dat betekent dat wij voor ogen hebben om in 2040 geen broeikasgassen meer uit te stoten en daar waar nodig ook die compenseren. In de Routekaart Klimaatneutraal 2040 staat het nog meer duidelijk in detail uitgelegd. Maar in de Omgevingsvisie staan de uitgangspunten met betrekking tot de gebouwde omgeving en de Routekaart Energie toegelicht. Bij de gebouwde omgeving gaat het om het besparen van energie, het verlagen van het energieverbruik, om daarna te kijken naar alternatieve vormen van verwarming. En bij nieuwbouw gaat het om klimaatneutraal groeien. En bij de Routekaart Energie gaat om hoe we de overgebleven energievraag dekken. En dat doen we met duurzame energie die we zelf opwekken. En dat willen we op een slimme en lokale manier doen. Energie die wij lokaal opwekken, willen we ook lokaal verbruiken. Dank je wel. Daar hoort deze kaart bij. In de Omgevingsvisie staan de zoeklocaties. Het gaat dan in dit geval om de cirkels. Ga ik zo meteen even verder op in. Misschien is het goed om even stil te staan bij hoe de zoeklocaties tot stand zijn gekomen. Het begint dan in ieder geval met de Regionale Energiestrategie, waarin de doelen staan opgenomen voor 2030. Voor opwek gaat dat o in Dordrecht om 0,19 terrawattuur die we zelf willen opwekken, waarvan wij 0,12 al zelf opwekken. We zijn aardig op weg, maar we hebben nog 0,07 terrawattuur te gaan.
Daarbij is gezegd dat het energiesysteem zowel zonne-energie nodig heeft als windenergie om het stabiel te houden, want het één is complementair aan het ander. Dat zijn ook de uitgangspunten van de Startnotitie Programma Energietransitie die in 2023 is behandeld. En waarin ook de raad het college heeft verzocht om de Structuurvisie Windenergie uit 2016 te actualiseren. Dat is toen gedaan. De Structuurvisie. Er is een onderzoek gedaan naar de zoeklocaties die technisch kunnen. Dat heeft een onderzoeksbureau voor ons gedaan. En vervolgens zijn de zoeklocaties voor zonne-energie daaraan toegevoegd in een raadsvoorstel over de actualisatie. Die heeft u vorig jaar ontvangen. En de raad heeft daarmee ingestemd. Daaruit zijn deze zoeklocaties voortgekomen. Voor windenergie
17
gaat het om 4 zoeklocaties in totaal, met een totale potentie van 0,18 terrawattuur uit 9 turbines. Dat is meer dan we nodig hebben. En voor zonne-energie gaat het om 5 locaties, met een totale potentie van 0,028 terrawattuur. Als we ook naar deze cijfers kijken en zien dat wij 0,07 terrawattuur nodig hebben voor de hele opgave, zien we dat we met zonne-energie er niet gaan komen. We hebben windenergie nodig om het gehele plaatje rond te krijgen. En het derde project is het project wat Rijkswaterstaat nu draait. Het gaat om opwek langs rijksgronden, langs de snelwegen en de N-wegen. Daarvan weten we nog niet hoeveel het gaat opleveren, omdat dat nog een voorverkenning is. Een tijd geleden hebben wij een raadsinformatiebrief gestuurd over de voortgang en het proces van de zoeklocaties. Daarin hebben we deze planning ook meegestuurd. Om het even in het kort door te nemen. Waar we nu in staan, is dat wij een plan-mer onderzoek laten uitvoeren. De provincie is bezig inderdaad met de herziening van omgevingsbeleid. Daarin hebben wij onze zoeklocaties meegegeven ter onderzoek. Dat is wat de provincie nu voor ons doet en waarin onze zoeklocaties als voorkeurslocaties worden meegenomen. Als we dat hebben, komen we natuurlijk terug bij de raad om dat met u te bespreken. En daarna gaan we ook in gesprek met de omgeving over deze zoeklocaties om randvoorwaarden op te halen.
En dat verwerken we allemaal in het programma Duurzame Energieopwek, wat wij ook ter inzage willen leggen. Het was de bedoeling dat we rond deze tijd de resultaten van het onderzoek van de provincie zouden ontvangen. Helaas heeft dat vertraging opgelopen. Deze planning blijft staan, schuift een half jaar op. In oktober kunnen wij de resultaten met u delen. Zijn er vragen over? De voorzitter: Dank voor uw korte toelichting. Ik ga voor de leuk eventjes beginnen met de heer Gündogdu. Heeft u vragen? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik kijk naar dat kaartje, Doelkaart Duurzaam en Klimaatneutraal 2024. En we hebben daar besparingsbuurten, warmtenet en all-electric, et cetera. Dan kom ik even op de vraag die ik zojuist ook heb gesteld. Ik lees dat ons historisch centrum is een besparingsbuurt. Dat betekent vanuit mijn optiek verduurzamen van veelal historische panden. Maar waarom wordt de keuze voor warmtenet, terwijl de ondergrond faciliteiten daarvoor al liggen, daar niet in genoemd of opgenomen? Adhra Ali: Ik moet zeggen dat de warmtetransitie van een collega van mij is. Daar kan ik niet inhoudelijk verder op ingaan. Maar ik weet wel dat er onderzoeken zijn gedaan naar wat de potentie is voor allerlei warmtebronnen. Daar is uiteindelijk dit plaatje uit voortgekomen. Welke keuzes daarin gemaakt zijn, dat kan ik u niet vertellen.
De voorzitter: Misschien kunt u daar een schriftelijk antwoord op geven? Adhra Ali: Ja. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Damen. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Rijkswaterstaat is natuurlijk ook aan het verduurzamen. En die gebruiken ook heel veel energie en elektriciteit voor hun eigen verlichting en bruggen, enzovoort. Alle energie die dadelijk opgewekt wordt op de rijksgronden, mogen we die bij de doelstelling van Dordrecht tellen?
18
Adhra Ali: Ja, dat mag. De voorzitter: Fantastisch. De heer Ayverdi. De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Wat u aangeeft, is dat we met de zonne-energie het niet halen. En dan zie ik dat we dat op een aantal zoekgebieden proberen te doen. Wat ik mis in dit plaatje en in het onderzoeken, en ik weet niet of dat mogelijk is, maar hoe zit het met daken van bedrijven bijvoorbeeld? En wat ik ook zie als ik bijvoorbeeld in het buitenland ben, dat parkeerterreinen van bijvoorbeeld supermarkten dan zitten er mooie zonnedaken boven, zodat je auto lekker koel blijft, maar toch opgewekt wordt. Kan daar ook over nagedacht worden? Adhra Ali: Dat is een onderdeel ook van de plannen. Alleen maken wij onderscheid tussen grootschalige energieopwek en kleinschalige energieopwek. En de daken zijn kleinschalig. Die worden dan niet in die grote getallen meegenomen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat ben ik. Doen we ook wel iets met asfalt? Want asfalt kan ook energie opwekken. Wordt dat meegenomen? Adhra Ali: Daarbij geldt hetzelfde. Ook de potentie die het dan heeft om asfalt als energieopwek te gebruiken is vrij klein. Dat zijn innovatieve projecten, maar die kunnen niet op grote schaal worden ingezet. En die zullen ook voor deze cijfers niet zoveel teweegbrengen. De voorzitter: De heer Van der Spoel. Mevrouw Kamphuis.
Mevrouw Kamphuis: Zonnepanelen is een mooi idee. Is ook gebruik van daken meegenomen van gewoon woonhuizen? Tegenwoordig heb je hele mooie dakpannen, met opwekkers. Is dat meegenomen? Niet alleen voor bedrijven. Adhra Ali: Ook voor woningen geldt dat we daar plannen voor hebben. Er zijn daar geen doelstellingen voor opgenomen. Als u dat vraagt over wat voor technologie op het dak wordt gebruikt, daar maken wij geen onderscheid in. De voorzitter: De heer De Vries. De heer Van Pelt. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: U had het over in de zoeklocaties tezamen negen turbines. Dan gaat u uit, neem ik aan, van het grootste type wat op het ogenblik beschikbaar is. Wordt ook overwogen in die verkenning om eventueel met iets kleinere maat windmolens te werken, omdat daar de inpassing in het landschap misschien makkelijker van is? Dan heb je wel een groter aantal nodig, maar zijn ze niet zo hoog. Is dat een optie die meegenomen wordt? Adhra Ali: We hebben in principe geen keuze gemaakt in de hoogte van turbines of de soort turbines, want daar hangt het ook mee samen. En welke turbines er beschikbaar zijn op de markt. Dat is ook een marktvraagstuk. En dat bepaalt ook de businesscase
19
van de ondernemer die zo'n project ontwikkelt. Op voorhand is dat lastig te bepalen. Er worden voorstellen gedaan door de initiatiefnemer. Die kunnen we beoordelen. Daarnaast gaan we ook in gesprek met de omgeving over de randvoorwaarden. En die kunnen daarin worden meegenomen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Iedereen mag maar één vraag. Sorry. Ik weet dat het heel onbevredigend is, maar het is nu eenmaal vanavond zo. Mevrouw Van Herwijnen. De heer Van der Meer: Papier is geduldig. Mevrouw Van Herwijnen: Nog even een vraag over de Doelenkaart. Ik zag bij u een kaartje voorbijkomen waar ook die provinciale gebieden in zaten, waar ze met die OER bezig waren. Die komen niet in de Doelenkaart voor. Klopt dat? Waaronder inderdaad, dacht ik, bij het spoor aan de zuidkant van het eiland. Daar was volgens mij een zoekgebied dat ik volgens mij niet terugvind op de Doelenkaart. Adhra Ali: U bedoelt deze kaart? Mevrouw Van Herwijnen: Deze kaart ten opzichte van die andere kaart, met die ovaaltjes. Adhra Ali: Bij de brug? Mevrouw Van Herwijnen: Ja, daar heb je die gestippelde. Die zie ik wel terug in de Doelenkaart. Maar die eronder. Adhra Ali: Ik snap hem. Misschien is het handig om even toe te lichten. Want we hebben een onderzoeksbureau een onderzoek laten doen naar welke locaties technisch mogelijk zijn. Daaruit is die groene vorm gekomen.
Vervolgens is dat binnen de gemeente ook nog in een werkgroep besproken, met een landschapsarchitect, met een ecoloog, met allerlei expertises, om te kijken of we het eens zijn met dit zoekgebied. En vervolgens is er toch gekozen voor dat ovaal ten opzichte van wat je daar als groengebied ziet. En dat heeft ermee te maken dat, ten eerste zit er een buisleiding van de Gasunie langs de snelweg. Die volgens ons, dat moet uit onderzoek blijken, diep genoeg ligt om daar toch turbines naar boven te plaatsen. Daarom schuift het iets meer naar links. En daarnaast ook de voorkeur voor een lijnopstelling langs infrastructuur. Want de landschapsarchitect zou het afraden om dan in de polder turbines te plaatsen. Vandaar dat er uiteindelijk voor de ellips is gekozen. Niet wat het onderzoeksbureau heeft voorgesteld. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik denk dat we toch nog even een spraakverwarring hebben. De voorzitter: Dat weet ik. Mevrouw Van Herwijnen: Het is geen aanvullende vraag, maar ik bedoelde die ovale eclips waar OER bij staat. Adhra Ali: Sorry.
20
De voorzitter: U heeft mazzel. Adhra Ali: Dat is de zoeklocatie van Rijkswaterstaat. Dat is de OER. En die staat niet op de kaart. Dat is iets wat nog aangevuld kan worden, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u. U wilde nog wat zeggen? De heer Cornax: We zouden even moeten nazoeken wat de overweging is om inderdaad die OER ellips niet op de Doelenkaart op te nemen. Mevrouw Van Herwijnen: Die hoor ik graag nog inderdaad, wat de reden is waarom die daarbuiten is gelaten. De heer Cornax: Komen we op terug. De voorzitter: Dank u voor uw geduld, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Nog even een verdiepende vraag. U gaf net aan, de plan-mer onderzoeken van OER die gaan een half jaar later. Houdt dat in dat ook dat hele traject, wat u net liet zien, allemaal, alles een half jaar later is of gaat het alleen over OER? Adhra Ali: In principe kunnen wij bijvoorbeeld het gesprek met de omgeving nog niet aangaan, als wij de resultaten nog niet hebben. Behalve de invulling van het programma, daar zijn we nu al mee bezig. Dat is later ingepland in het proces. We hebben wel iets om gehusseld, maar uiteindelijk gaan we wel een half jaar vertraging oplopen. Mevrouw Boom-Vos: Heel even een duidelijke vraag.
Het opstellen van het programma, wat hier nu Q3, Q4 2025 staat, schuift een half jaar op? Adhra Ali: Dat schuift een half jaar op, omdat we inderdaad ook de participatie een half jaar moeten opschuiven. Klopt, ja. De voorzitter: We hebben iedereen weer gehad. Dank u wel, mevrouw Ali, voor uw presentatie. En dan gaan we naar het laatste blokje, het voorzieningenaanbod in de wijken, door de heer Ramp. Die zit daar. Ik moest even zoeken. Wouter Ramp: Dank, voorzitter. Even kijken. Voorzieningenaanbod in de wijken. In de Omgevingsvisie is er een ruimtelijke keuze opgenomen. En die houdt in, we zetten in op een passend voorzieningenaanbod in de wijken. In de Omgevingsvisie wordt natuurlijk gesproken over dat we als stad willen groeien met het aantal woningen. Daardoor stijgt ook het aantal inwoners. En zodoende moeten ook de voorzieningen meegroeien. En hoe gaan we dat dan doen? Als we het hier over voorzieningen hebben, hebben we het wel voornamelijk over de basisvoorzieningen. En dan kunt u denken aan zorgvoorzieningen, zoals huisartsen, apotheken, scholen en andere, supermarkten bijvoorbeeld. Niet de kapper om de hoek, bij wijze van spreken. Daarvoor zijn we bezig met een
21
Voorzieningenmonitor. Dit is een monitor om alle voorzieningen, en dan hebben we het over basisvoorzieningen, in kaart te brengen. Daar zijn we nu mee bezig. Het overzicht hebben we, zo goed als. Hierna gaan we het analyseren van de data doen. Dat doen we aan de hand van referentienormen. Die hebben we niet zelf opgesteld, maar in samenwerking met provincie en GGD'en is daar een handreiking voor gekomen, Voorzieningenniveau voor een gezonde leefomgeving. Daar zijn allerlei normen vastgesteld voor bepaalde voorzieningen. Voor hoeveel inwoners we bepaalde voorzieningen nodig hebben. Op die Voorzieningenmonitor kijken we ook naar het nabijheidsprincipe. De voorzieningen moeten op loop-/fietsafstand zijn van alle mensen die in de stad wonen. En we nemen in de analyse van de Voorzieningenmonitor ook trends en ontwikkelingen die in de toekomst en in allerlei branches aanwezig zijn mee, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn. Hoe kunnen we sturen op voorzieningen? Dat is enerzijds de Voorzieningenmonitor. De voorzieningenmonitor heeft ook als input gediend voor gebiedsprogramma's, die ook naar uw raad komen. En zo proberen we te kijken, waar zit het goed met de voorzieningen? Maar waar zien we ook nog kansen voor verbetering? Die kun je vanuit die monitor goed naar boven krijgen. En zo kunnen we sturen op het feit van voorzieningen. Ik wil een voorbeeld geven.