CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2024.09.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 24 september 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 juli en 29 augustus 2024 en de Dordtse Dinsdag van 2 juli en 3 september 2024 Vergaderzalen 1, 3, 519.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 SEPTEMBER 2024 Vergaderzaal 5 1. Verzoek tot inspreken van Taxichauffeurs over Uber TripRadar Levensgevaarlijk Voorzitter: De heer Safranti Commissiegriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: n.v.t. Insprekers: Dhr. Ibrahim (Taxichauffeurs Drechtsteden) Dhr. Sewgobind (FNV)

De voorzitter: Welkom allemaal, geachte commissie, raadsleden. Wij zijn vanavond bij elkaar. We hebben twee inspreekverzoeken binnengekregen van twee partijen. We verwelkomen vandaag de Drechtsteden taxichauffeurs. We hebben niet alleen een spreker, maar ook collega's van de spreker, die zitten volgens mij op tribune. Welkom allemaal, ook mensen thuis die dus naar ons aan het kijken zijn. We hebben ook een afvaardiging van het FNV en daarnaast verwelkomen we het Steunpunt Stadsboer als tweede inspreker. De bedoeling is dat wij straks het woord geven aan een van de sprekers. Die heeft straks vijf minuten tijd om zich kenbaar te maken en de punten aan te geven.

1

Vervolgens hebben we tien minuten tijd om vragen te stellen vanuit de commissie- en raadsleden. Daarna gaan we over naar de tweede spreker en dan is het eigenlijk aan ons, aan jullie, om daar eventueel iets mee te gaan doen. Dus wij nemen vandaag geen beslissing, maar het is wel aan jullie als politieke partijen om daar eventueel een vervolg aan te geven. Maar het is helemaal dus aan jullie naar aanleiding van de vragen. Voordat we dus verder gaan, wil ik vragen om jullie even voor te stellen en ik begin aan mijn linkerzijde. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, fractie Van Leeuwen. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. Met een kersvers bordje. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Ibrahim: ‘…’ Ibrahim, taxichauffeur Drechtsteden. De heer Sewgobind: Amrit Sewgobind, FNV.

Mevrouw De Vlieger: Annette de Vlieger, Steunpunt Stadsboer. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht.

2

Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De voorzitter: Mijn naam is Mehmet Safranti en de voorzitter van vanavond. Ik wilde bijna mijn partij noemen, dat moet ik juist niet doen. Sorry, mijn excuus. Ik geef het woord aan Guleid Ibrahim – ik hoop dat ik het goed uitgesproken heb. Mijnheer Ibrahim wordt bijgestaan door FNV-afgevaardigde mijnheer Amrit Sewgobind. Oké dank u wel. De heer Ibrahim: Goedenavond allemaal. Mijn naam is ‘…’ Ibrahim. Ik kom uit Dordrecht, ik ben taxichauffeur in regio Dordrecht. Wij zijn hier vandaag samen met mijn collega's, omdat wij ernstig zorgen maken over onze veiligheid. Met name niet alleen voor ons, maar ook voor voetgangers, fietsers en automobilisten in de woonwijken, in de hoofdwegen en de N-wegen. Wij werken allemaal voor Uber. De voorzitter: Sorry, mijnheer Ibrahim. Volgens mij bent u slecht te verstaan aan deze kant, dus het is misschien handig dat wat dichter bij de microfoon. De heer Ibrahim: Hoort u mij beter nu? Ja, oké. Wij werken allemaal voor Uber. Wat was er aan de hand? Bij Uber als chauffeurs krijgen wij allemaal meldingen. Dus je moet de klant ophalen op een bepaalde plek en op die melding staat bijvoorbeeld: je moet die persoon van daar ophalen en daar naartoe brengen en de ritprijs staat er. Vroeger ging het allemaal goed, want ik kreeg één melding en dat was goed.

Maar wat heeft Uber nou gedaan? Die hebben Trip Radar geïntroduceerd. Dus dat betekent dat je vier, vijf ritten tegelijk krijgt. Dus je moet aandacht hebben en kijken: moet ik deze rit pakken? Nee, deze is te ver. Moet ik deze pakken? Dat gaat gewoon eigenlijk niet samen terwijl je vijftig kilometer per uur rijdt, zeventig kilometer per uur rijdt. Dat is gewoon veel te gevaarlijk. Uber wil eigenlijk, wij hebben het bij Uber aangekaart en die wil eigenlijk niet naar ons luisteren. Dus wat hebben wij gedaan? Wij zijn naar de FNV gegaan, we hebben onze klacht gemeld bij hun. Die hebben Uber aangesproken en Uber heeft gezegd: nee, die Trip Radar, dat bestaat niet, want je krijgt nooit te veel aanvragen tegelijk binnen. Wat heeft de FNV gedaan? Die hebben met ons meegekeken en die hebben opgenomen en die hebben gewoon gezien dat wij gewoon vier, vijf ritten, terwijl wij gewoon zeventig kilometer per uur rijden, dat wij gewoon allemaal krijgen. Het geeft enorm veel druk en dat is gewoon levensgevaarlijk, omdat je constant afgeleid bent van het verkeer. Wij willen u, de gemeenteraad en de regio verkeer willen wij vragen om tenminste proberen een gesprek aan te gaan met Uber, want naar ons willen ze niet luisteren. Wij staan een beetje machteloos eigenlijk tegenover Uber.

Wij willen eigenlijk dat die Trip Radar verdwijnt, want voor de rest werkt het wel gewoon, alleen die Trip Radar is voor ons gewoon veel te gevaarlijk. En niet alleen voor ons, maar ook voor de klant, voor de mensen gewoon op straat, voor de voetganger. Dat was mijn verhaal eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel, bedankt voor uw bijdrage. Ik zag al een vinger. Mevrouw Striebeck: Mag ik iets vragen? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Mevrouw Striebeck: Die Trip Radar, wordt dat door het hele land gebruikt, of is dat alleen in Dordrecht?

3

De heer Ibrahim: Nee, heel het land is het. Soms krijg je ook gewoon meldingen, bijvoorbeeld ik ben in Dordrecht, ik krijg gewoon steeds terwijl in Dordrecht rijd, krijg ik nog steeds meldingen vanuit Rotterdam. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Groot. Of, Roggekamp. Sorry, mijn excuus. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk benieuwd hoe het vergunningenstelsel in elkaar zit. Krijgen jullie een taxivergunning vanuit Dordrecht? Oftewel, zijn we als gemeente betrokken in dat jullie mogen rijden voor Uber? Of is dat een landelijke vergunning? Want dan wil ik ook wel weten wat jullie van een gemeente als Dordrecht verlangen, want dan zitten we waarschijnlijk niet in dat traject van die vergunningverlening. De heer Ibrahim: ik denk dat de vergunning is gewoon landelijk. Dat is gewoon een cursus die je moet halen, gewoon net zoals je een rijbewijs haalt, haal je ook gewoon jouw taxipas. Dus dat is wel gewoon landelijk. Wij zijn hier niet alleen in Dordrecht, dus wij zijn ook met andere collega's naar Rotterdam gegaan. Wij zijn nu ook in Dordrecht, maar wij willen ook naar andere gemeenten. Want het is van belang dat de veiligheid gewoon overal. Dus ik rij ook heel vaak in Rotterdam en we rijden heel vaak in Dordrecht, dus wij zijn gewoon samengekomen samen met de FNV om dit probleem aan te kaarten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Okkerse.

De heer Okkerse: Ik zag in de brief staan dat het eerst zo was dat je ritten kreeg terwijl je stilstond en dat dat nu niet meer zo is. Klopt dat? De heer Ibrahim: Dat klopt, en vroeger kreeg ik gewoon één rit. Dus ik kreeg gewoon één rit, dus ik had alle tijd om die rit te bekijken. Als ik die rit had geweigerd, kreeg mijn collega hem. Als die had geweigerd, kreeg een andere collega hem. Nu is het allemaal tegelijk krijgen wij gewoon vier, vijf ritten tegelijk. Dus je moet eigenlijk een beetje vechten voor ritten. De heer Okkerse: En dat krijg je dus rijdend, maar je kan het niet weigeren om daar niet te reageren. De heer Ibrahim: Je kan het weigeren, maar je moet ernaar kijken. Dus je moet kijken, weigeren, kijken, weigeren. De heer Okkerse: Zeg maar weigeren en dan … Oké. De heer Sewgobind: Zou ik daar even op mogen ogen aanvullen? Want wij moesten ook natuurlijk even goed kijken hoe dit werkt. Het was vroeger zo: één rit werd tegelijkertijd aan één chauffeur aangeboden. Als die hem niet wilde of niet accepteerde of liet gaan, ging die naar de volgende. Op een gegeven moment denkt zo’n bedrijf: de klant moet heel erg koning zijn, dus alles moet zo snel mogelijk weggezet worden. En wat ‘…’ ook zegt, die chauffeurs zijn natuurlijk afhankelijk met hun onzekere inkomen van iedere afzonderlijke rit. Als jij

4

dezelfde vier, vijf ritten steeds aan meerdere chauffeurs aanbiedt, dan zit iedereen op een gegeven moment, het is letterlijk wie het eerst klikt, die het eerst maalt. Dus mensen kijken er niet meer op de weg, ze kijken op dat scherm. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Wat hebben jullie als FNV gedaan? Zijn jullie zelf in contact geweest met Uber? De heer Sewgobind: Ja. Wij hebben vanwege rechtszaken die lopen en andere zaken, we hebben gewoon een lijntje met Uber, we hebben hun gegevens. We hebben dit ook bij hen aangekaart, we hebben ze ook uitgenodigd bij een eerdere bijeenkomst. Ze hebben daar vriendelijk voor bedankt. Wat ze vervolgens wel hebben gedaan, eigenlijk wat ze altijd doen, is inspraaksessies organiseren om uit te leggen dat dit allemaal niet klopt. Wat we wel zagen, en of dat nou tijdelijk is – ik denk gewoon tijdelijk – je zag het wat afnemen in Rotterdam, als in: er kwam tijdelijk wat minder in beeld. Vervolgens zeiden ze ook tegen de chauffeurs: we hebben naar jullie geluisterd en we hebben het aangepast. Maar dat bleek in feite te zijn: je ziet minder tegelijkertijd binnenkomen, maar je moet vervolgens de boel uitvouwen en je hebt nog steeds hetzelfde probleem.

Dus ja, het is een beetje misschien echt FNV’erig wat ik nu, maar het is een beetje window dressing, maar het daadwerkelijk onderliggende probleem is dus niet opgelost. De voorzitter: Oké, dank wel. Ik heb nog vier vingers gezien, dus ook gezien de tijd wil ik wat vaart achter zetten. Mijnheer Van der Meer. Sorry. De heer Van der Meer: Even nog een opvolging op wat de heer Roggekamp gevraagd heeft. Wat is precies jullie reden om deze vraag aan de gemeenten te stellen? De FNV heeft geprobeerd het aan te kaarten. Wat zijn in jullie ogen de specifieke mogelijkheden van de gemeente om hier meer druk op te zetten? De heer Ibrahim: Ik denk gewoon, want Uber wil echt niet naar ons luisteren. Dus als wij gewoon via de gemeente gaan en qua veiligheid, want die veiligheid is voor ons allemaal belangrijk. Dus het is niet alleen voor mij, het is ook gewoon voor de voetgangers, voor de fietsers, voor de naar school gaande kinderen. Dus eigenlijk is het gewoon om te vragen of jullie misschien wel met Uber om de tafel willen gaan. Dat er in ieder geval iets gebeurt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de insprekers voor dit signaal. Ik hoor inderdaad dat het in Rotterdam ook gedeeld is.

De vraag komt nu ook naar ons, maar dan ben ik even benieuwd: hoe is er in Rotterdam gereageerd op jullie vraag en jullie signaal? De heer Sewgobind: Ik zat daarbij en natuurlijk, de intentie van wat we aan het doen zijn is dit eigenlijk op gewoon alle relevante plekken aankaarten met het verzoek: ga inderdaad met Uber in gesprek, gebruik in ieder geval de informele ingang. Even los van wat er qua regelgeving kan of niet, om dat bedrijf – dat wel degelijk zegt tegenwoordig van: wij nemen ons serieus en willen maatschappelijk verantwoord handelen – aan te

5

spreken. Wij hebben wat lijntjes nog met raadsleden daar en gaan eigenlijk checken – heel goed dat u het zegt – hoe het daarvoor staat. Maar dat is nog niet tot een einde gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Damen. De heer Damen: Een beetje in aansluiting op de vorige vraag. Eigenlijk speelt dit op landelijk niveau. Hebben jullie daar ook al de zaak aangekaart, en wat was daar de respons? De heer Sewgobind: Wij hebben gesproken met Veilig Verkeer Nederland, eigenlijk als een van de meest logische instanties om dit probleem aan te kaarten. Zij hebben ook een samenwerking met Uber. Zij hebben het aangekaart en ik geloof dat wij morgen weer een overleg met hen hebben staan. Wat je wel ziet is dat het ministerie dat hierover gaat, Infrastructuur, ik zal maar heel eerlijk zijn, wij komen daar al een tijd gewoon niet goed binnen. Dat gaat heel erg over het verhaal of er nou wel of niet een gelijk speelveld is. De opvatting is daar toch wel: dat is zo en dit is vooral een probleem tussen FNV en Uber? We gaan dus daar ook nog wat harder op de deur kloppen, want wij vinden dus veiligheid echt wel een soort van overstijgend belang. De heer Damen: Als het mag, voorzitter? De voorzitter: Nou ja, nogmaals, gezien de tijd … De heer Damen: De Tweede Kamer, hebben jullie die benaderd? De heer Sewgobind: Zijn we mee bezig. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Van den Berg is de laatste, helaas. De heer Van den Berg: Mijnheer Damen heeft mijn vraag al gesteld. De voorzitter: Oké. Nou, gaat uw gang. De heer …: Dank u wel, en ook dank aan de insprekers. Ik heb een vraag over de veiligheid waar we het over hebben. Jullie worden afgeleid door een telefoon. Stel dat er een ongeluk gebeurt. Wie is er verantwoordelijk? Ik denk de chauffeur. De heer Ibrahim: Daar zijn wij verantwoordelijk voor. De heer …: Terwijl Uber creëert het probleem. Is FNV daarmee bezig bij Uber om dit aan te kaarten? De heer Ibrahim: Ja. Nee, ik dacht dat de vraag aan … Ja, de chauffeurs maken het mee. Wat er vervolgens gebeurt, en dat is die discussie die loopt, wij zeggen Uber: is een werkgever. Uber zegt: dat zijn we niet. Dus alles wat er gebeurt, daar wijzen ze qua verantwoordelijkheid naar de chauffeur. Alleen het bizarre is, wij hebben dus klanten die klagen over onveilig rijgedrag van chauffeurs, met als inhoud van de klacht: keek te veel op zijn telefoon. Dan denken wij: dat hebben jullie veroorzaakt. Dus het is heel bizar, maar goed.

6

De voorzitter: Dank u wel. De heer Ibrahim: Mag ik wat bijdragen? Er zijn al veel ongelukken gebeurd in Rotterdam, vooral in Rotterdam. Allemaal omdat de chauffeur gewoon op zijn telefoon zit te kijken. De voorzitter: Oké, duidelijk. We hebben voldoende informatie volgens mij. Mocht er vanuit jullie kant, dus commissie- en raadsleden, behoefte zijn om hier een gevolg aan te geven, dan kan dat altijd, vanuit een andere hoedanigheid natuurlijk. 2. Verzoek tot inspreken van Steunpunt Stadsboer op Dordtse Dinsdag m.b.t. Regionale Voedselstrategie Voorzitter: De heer Safranti Commissiegriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: n.v.t.

Insprekers: Mevr. De Vlieger (Steunpunt Stadsboer) De voorzitter: We gaan nu het woord geven aan mevrouw De Vlieger namen Steunpunt Stadsboer. Gaat u inspreken. Ik heb al een seintje gegeven, het komt eraan. Trouwens, de sprekers hiervoor, dank jullie wel. Mevrouw De Vlieger: Tien jaar geleden sprak ik een lokale supermarktmanager over voedsel, die zei: voedsel? Helemaal geen vraagstuk. Kijk maar, de winkels liggen vol, er is voedsel in overvloed. Geachte voorzitter, gemeenteraadsleden van de gemeente Dordrecht, het onderwerp van mijn voordracht is Regionale Voedselketenstrategie

7

Dordrecht, Drechtsteden en Ommeland. Ik ga u kort informeren over ons eerstvolgend projectplan, een conceptaanvraag die zich ten doel stelt samen met de bestuurlijke gremia van de Drechtsteden en Eilanden, regionale voedselproducenten en lokale ondernemers de basis te leggen voor een Regionale Voedselketenstrategie naar voorbeeld van de Gelderse Food Valley en in navolging van de Regionale Energie Strategie. Voedsel verbindt. U bent de derde gemeente op rij waar ik dit verhaal mag presenteren. Niet dat dit initiatief uit de lucht komt vallen. Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen van ‘22 zijn we begonnen met het informeren van alle raadsleden van de zeven Drechtsteden en daarbuiten: Alblasserdam, Sliedrecht, Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Molenlanden, Hoeksche Waard. De regio ZuidHolland Zuid kent enerzijds landelijke gemeenten met vooral veel voedselproducerende boeren en anderzijds stedelijke gemeente met veel voedselconsumerende inwoners. Onze ambitie vanaf de start is om stad en land vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en de voedselketen te bekorten. Voedsel verbindt. Verbindt voedsel? Alleen ga je snel en samen kom je verder, is een gezegde. U bent ongetwijfeld bekend met de Jongerenraad of de Sportraad. Sportraden zijn een ingeburgerd begrip en een waardevolle bijdrage van het verenigingsleven aan de kwaliteit van leven in dorp en stad.

Maar wie van u kent de Voedselraad? Nederland telt al vele voorbeelden. De G4 uiteraard, maar ook middelgrote plaatsen als Haarlem, Ede et cetera. Jong geleerd is oud gedaan. Hoe vroeger de jeugd vertrouwd raakt met gezond eten, bewuste keuze, hoe langer de volwassene gezond blijft, leeft in goede gezondheid en daarmee ook, niet onbelangrijk, de overheid zorgkosten bespaart. Wist u dat er een landelijk initiatief loopt gericht op de realisatie van voedselraden als onderdeel van de nationale agenda Voedsel voor de Stad? Steunpunt Stadsboer doet daaraan mee. Met elkaar voedsel hoger op de agenda zetten. In Dordrecht boeken we vooruitgang. Voedsel verbindt mensen. Ik heb me nog niet voorgesteld, neem me niet kwalijk. Wellicht kent u mij al, dus mogelijk ten overvloede. Ik ben Annette de Vlieger, medeoprichter van stichting Steunpunt Stadsboer. De stichting is gevestigd in Alblasserdam en heeft werkruimte in Dordrecht. In 2014 zijn we opgericht met als doel kortere voedselketens professionaliseren, stadslandbouw opschalen, stad en land verbinden en beleidsmakers inspireren. In 2018 organiseerden wij Boer Burger Dialogen, in 2020 de Voedsel Vierdaagse en nog zo wat van die dingen. Je zou kunnen zeggen dat wij de BoerBurgerBeweging avant la lettre zijn. Voedselketen Strategie. Ik denk dat ik nog twee minuten heb.

Dan wil ik afsluiten met een verwijzing naar de Regionale Energie Strategie, de RES. Een oproep. Die RES is zo fantastisch, dat zal de Voedselketen Strategie ook zijn. Een prachtig initiatief om duurzame opgaven samen aan te pakken. Regionale Voedselketen Strategie met, voor en door Dordrecht, Drechtsteden en Ommelanden. Jullie hebben destijds een fantastisch initiatief genomen door je te verenigen in de RES voor het aanpakken van duurzaamheidsvraagstukken op het gebied van energie. Mede daardoor geïnspireerd willen wij voor Dordrecht, Drechtsteden en Eilanden de mogelijkheid creëren om voedselvoorziening in de breedte, de hele keten, handen en voeten te geven, van vel tot vork. Ik ben nu bijna klaar. Gouden kans. Kort dag, er is één openstelling van 6 juni tot 30 september, een Europese openstelling. Een gouden kans, geboden door de provincie, met steun van Brussel. Let op, hier gaat het heen. Over drie jaar is er een regionale korte keten voorziening, een food hub, zijn koploperboeren in de regio bezig met verdere verduurzaming en circulaire landbouw voor een vitaal platteland en implementeren deelnemende gemeenten adequate duurzaamheidscriteria bij hun

8

aanbestedingen voor kantines, scholen, ziekenhuizen en de eigen catering. Bestaat dit al? Ja, FoodValley Ede ging ons voor. Ik sluit af met een oproep aan u om aan te haken bij dit projectplan, de conceptaanvraag, te beginnen met een letter of intent waarvan het concept nog een paar punten en komma's moet bewegen en dat ligt dan morgen klaar bij de wethouder. De voorzitter: Dank u wel voor bijdrage. Ik kijk even rond of er vragen zijn. Mijnheer Damen. De heer Damen: Dank u wel voor uw toelichting. Ik ben heel benieuwd hoeveel boeren en tuinders nu bij dit initiatief in deze regio betrokken zijn. Want die moeten uiteindelijk het gaan doen. De voorzitter: Mevrouw De Vlieger. Mevrouw De Vlieger: Heel concreet voor het indienen van een projectaanvraag moet een boer meedoen aan het project. We zijn al langer in contact met boeren uit de regio voor daadwerkelijk hele concrete levering aan de stad. We hebben vorige week nog uitgebreid gesproken met de nieuwe voorzitter en secretaris van de lokale LTO hier. In zo'n gesprek wordt weer duidelijk dat die boeren die maar een paar producten verbouwen, die werken echt voor de wereld, en voor lokaal dat we daar die partijen nodig hebben die veel producten op een klein stukje verbouwen. We hebben vandaag een gesprek gehad met Yuverta en die gaat in Molenlanden een nieuwe campus starten.

Maar de drie Yuverta’s – Molenlanden, Dordrecht en Hoeksche Waard – haken aan en die gaan het onderwijs toespitsen op meer produceren direct voor de stad. Die passen daar de opleiding op aan. En laten we zeggen, wie meer op die manier produceert, die kan beter aanhaken op regionaal leveren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank ook voor alle toelichting. Het voorstel ligt binnenkort bij de wethouder op tafel. Wat is precies de vraag die u aan de wethouder stelt? Anders gezegd: wat kan de gemeente doen om dit kansrijker te maken? De voorzitter: Mevrouw De Vlieger. Mevrouw De Vlieger: In Dordrecht wordt er in deze periode al gewerkt aan een Voedselvisie. Dus in die regio met zeven gemeentes zijn er … Ook Molenlanden heeft al langer een voedselwethouder, die zitten op dat spoor. We willen graag dat er meer gemeentes een Voedselvisie hebben en ook die gemeentes bij elkaar brengen om met elkaar te kijken hoe die verschillende gemeentes met elkaar meer kunnen realiseren op dat gebied. We merken dat er veel overlappen zijn in: hoe ga je om, wat zijn de thema's binnen je voedselbeleid? En dat daar veel inspiratie zit voor de verschillende gemeentes. Dus het gaat over visie hier en die verbinden met de andere gemeenten. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u. U zegt verschillende dingen.

De gemeente kan er leuke ideeën uit oppikken die in de Voedselvisie verwerkt kunnen worden. Daar gaat de

9

stimulans van uit om contacten op te nemen met de gemeentes in de regio om te kijken wat voor samenwerking mogelijk is. Maar mijn vraag was eigenlijk: wat kan de gemeente doen om jullie projectvoorstel meer kansen te geven? Dat is een derde element en daar heeft u nog niet echt iets over gezegd. Mevrouw De Vlieger: Op dit moment is dat de letter of intent tekenen waartoe Rik van der Linden al heeft gezegd: dat doen we. Maar we spreken al die gemeentes in en ik wil graag dat ook de raad erachter staat. Letterlijk voor de gemeentes zouden we graag zien dus op termijn dat die aanbestedingsregels bijvoorbeeld, dat die ook meegaan in die Voedselvisie. Het allerkleinste wat op dat vlak kan is dat er een heel klein beetje ruimte zit in aanbestedingsregels als ze nog een tijdje vastliggen, maar dat je dat kan zeggen bij aanbestedingen: dat kleine stukje vrije ruimte wat er is, dat willen we graag dat dat gebruikt wordt voor meer van lokaal, meer van dichtbij, meer circulair en aandacht voor minder verspilling. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank. Een vraag. Als jullie straks nou maximaal zijn opgeschaald, hoeveel inwoners van Dordrecht zouden jullie dan kunnen voeden? Hoe moet ik dat zien, hoeveel mensen kunnen de boeren uit de regio voeden? Mevrouw De Vlieger: Heel concreet, wij zijn geen boeren, wij gaan niet voeden.

Maar we werken samen met een partij die FlexiVers die AGF rondrijdt in de regio, die graag meer van lokaal wil brengen. Hij doet veel met horeca, maar ook met het gevangeniswezen, met ziekenhuizen bijvoorbeeld. Dus het gaat over het beschikbaar stellen en wij gaan ook praten met grote bedrijven: doen jullie mee met dit in je kantine? Wat we doen is op een breed front zorgen dat de vraag naar meer van lokaal groter wordt en daar kan de gemeente aan bijdragen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gorter nog? De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal van die boeren gesproken en volgens mij zit er ook wel een probleem dat heel veel aan contracten vastzitten, waardoor ze niet kunnen leveren wat ze wel zouden willen leveren. En als ze het wel willen leveren, dan is het een prijsverhaal. Dan krijgen wij iets in Dordt op ons bord wat we misschien heel graag zouden willen hebben, maar dan kost het gewoon twee, drie keer zo duur. Waardoor heel veel van die boeren uiteindelijk toch kiezen om te leveren aan die supermarkt. Hoe gaan jullie daarmee om? Want volgens mij is de wil bij de boer er, maar is het ook echt wel een euroverhaal. De voorzitter: Graag een kort antwoord, want ik heb nog mijnheer Roggekamp en daarna wil ik gaan afsluiten.

Mevrouw De Vlieger: De ervaring leert dat wanneer boeren direct aan de stad leveren met minder partijen ertussen, dat de prijs beter is voor de boer. Dat is de kort keten en die willen we stimuleren. De schakels ertussenuit, zodat er meer geld bij de boer terechtkomt.

10

De voorzitter: Mijnheer Roggekamp als laatste. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voor mij is voedsel, het komt van een boer vandaan, het gaat naar een winkel en ik koop het als burger. Als dat gaat samenwerken, hartstikke mooi. Als dat van regionaal komt, hartstikke mooi. Alleen, wat mij triggert is dat u op een gegeven moment zei: met aanbesteding. Maar als overheid, als gemeente, moeten we aanbestedingen doen. Maar ik zie eigenlijk niet dat wij als gemeente eten gaan inkopen voor de burgers, want daar hebben we de supermarkten voor. Dus hoe ziet u dat dan, onze rol als gemeente in de keten van de voedsel. Mevrouw De Vlieger: Nou, ik denk dat – maar misschien weet u dat beter dan ik – dat de gemeente wel iets te zeggen heeft over aanbestedingen, bijvoorbeeld van scholen, van de eigen catering, ziekenhuizen. Er zijn wel kantines waar de gemeente iets over te zeggen heeft. En dan met name de eigen catering, daarmee kan de gemeente een voorbeeld zijn voor naar buiten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Nogmaals, gezien de e tijd. Het spijt me zeer. Ik wil de insprekers hierbij nogmaals hartelijk danken voor de bijdragen. En jullie natuurlijk bedankt voor de vragen. Hierbij sluit ik ook de vergadering af en het is aan u om daar eventueel een vervolg aan te geven. Dank u wel. 3.

Vaststellen bestemmingsplan Spuiboulevard 300 met grondexploitatie en afhandelen motie – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Droog (CU/SGP) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. De Heer (FvD) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Hoogendoorn, Dhr. Van Oosterhout De voorzitter: Dames en heren, kan … Hebben we ergens een belletje ofzo? Ja, hallo. Mag ik heel even jullie aandacht? Ik weet niet eens hoe laat het is. Dames en heren, ik

11

heb één verzoek. De ambtelijke ondersteuning schuift met twee mensen hier naast mij aan en zou elke partij met één persoon aan tafel kunnen zitten? Als we dat plek overhouden, dan kunnen we er een tweede bij laten schuiven. Ondertussen zie ik dat wethouder Burggraaf ook binnenkomt, ook daar gaan we even een plekje voor vrijmaken. Als er nog gesprekken gaande zijn, dan gelieve het verzoek die op de gang verder door te zetten. Er is een aantal collega's op dit moment buiten nog een sigaretje aan het roken. Dat betekent niet dat we daarop gaan wachten. We gaan echt beginnen. Oké, dames en heren, het is vier over acht. Dus jongens en meisjes en dames en heren, van harte welkom bij de raadscommissie van de gemeenteraad van Dordrecht. Ik heet ook de wethouder die namens het college plaatsneemt in deze commissie van harte welkom. Ik wil ook welkom weten aan de ambtelijke ondersteuning die vanavond een toelichting zal verzorgen. Dat zijn de heren Hoogendoorn en Van Oosterhout. Die zitten voor uw beeld aan mijn linkerzijde en voor het verslag … Nee, voor uw beeld. Als je corrigeert, moet u het wel dan op een juiste manier doen. Dank. Voor het verslag vraag ik eenieder zichzelf even voor te stellen. Ik zie dat aan deze kant heel veel energie zit, dus laat ik dan voor uw beeld aan die kant beginnen. Mevrouw Vermeulen: Marit Vermeulen, commissiegriffier.

Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, fractie Van Leeuwen. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Hoogendoorn: Martin Hoogendoorn, ambtenaar.

12

De voorzitter: En ik zie daar, ik had het al aangekondigd, Beter Voor Dordt was ietsjes laten voor wat werkzaamheden elders. Zij kan zichzelf even voorstellen. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter Voor Dordt. De voorzitter: Dan hebben we iedereen gehad. Het raadsvoorstel gaat over een belangrijke gebiedsontwikkeling voor onze stad. Wat komt er op deze plek? Dan gaan wij dinsdagavond op onze … Er staat: we gaan op onze vergaderstoel zitten. Nou ja, dat is ook zo. Het raadsvoorstel is daarnaast omvangrijk in de zin dat het tegelijkertijd gaat over het bestemmingsplan, grondexploitatie en de door de raad gevraagd scenario's voor het woningbouwprogramma. Om die reden besloot de agendacommissie eerst een technische sessie in te plannen en daarnaast zijn de indieners van de zienswijzen op het bestemmingsplan uitgenodigd om in te spreken, maar daarvoor heeft zich niemand bij de griffie gemeld. Projectdirecteur en projectmanager geven vanavond middels een presentatie een toelichting op de stukken, waarna er uiteraard gelegenheid is om de vragen te stellen. Daarna kijken we hoe we verder gaan met dit stuk. Nogmaals, het is eerder ook aan de orde geweest een aantal keren in uw commissie en in de gemeenteraad, dus het zal niet geheel nieuw voor u zijn, maar het is wel een goed moment om hier verder bij stil te staan.

Ik geef dan ook het woord aan de heer Hoogendoorn en de heer Van Oosterhout, die ook een presentatie hebben voorbereid. De heer Van Oosterhout: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de mogelijkheid om hier het bestemmingsplan en de GREX die we daarbij hebben toe te lichten. Zoals u weet, de GREX is nodig om het bestemmingsplan uiteindelijk vast te kunnen stellen, omdat we daarmee aantonen dat het ook economisch uitvoerbaar is. We begonnen eigenlijk al met een plaatje van de nieuwe Spuiboulevard, maar ik vind het toch wel mooi om ook nog even te refereren aan het gedicht dat onze stadsdichteres daarvoor heeft gemaakt en wat ook hier tegen de muur van een van de gebouwen hangt. Het is eigenlijk het gevoel dat wij allemaal hebben op moment dat we hieraan werken, omdat je gewoon weet dat je gewoon aan een heel mooi stuk stad aan het werken bent. En ja, dat geeft soms wat overlast en aanloop, maar uiteindelijk wordt het wel heel erg mooi, denken we. Die gebiedsontwikkeling Spuiboulevard ziet u op dit hele gebied, dus eigenlijk afgebakend tussen de Burgemeester de Raadtsingel, de Achterhakkers, de Spuiboulevard zelf en de Johan de Wittstraat. Daarin vinden meerdere ontwikkelingen plaats, maar waar we het vanavond over hebben is echt alleen het deel hier bij Stadskantoor en Hellingen.

Dat is gebaseerd op de gebiedsvisie Spuiboulevard die u heeft vastgesteld in 2018 en die tot stand is gekomen met de welbekende Spuisafari's, waarin we met betrokken mensen hier uit de omgeving – ondernemers, bewoners – een breed participatietraject hebben doorlopen om uiteindelijk aan te geven waar we met dit gebied naartoe willen. Dat is heel veel meer groen dan wat het nu is, waarmee het ook een hele fijne verblijfsplek wordt om te wonen, maar waarmee het ook een poort wordt naar de binnenstad. Die poort naar de binnenstad is heel erg belangrijk, omdat het nu eigenlijk als gebied niet heel prettig is om te verblijven en eigenlijk ook een heel erg groot verschil maakt met de binnenstad. Belangrijke stap daarin is het Verkeersstructuurplan, het VSP wat u inmiddels heeft vastgesteld en waarin wij een knip maken in de Spuiboulevard en andere verkeersmaatregelen nemen om het STOMPprincipe ook beter tot zijn recht te laten komen. Stappen, trappen, ov, Mobility as a Service en uiteindelijk de privéauto. Met die totale shift kunnen we niet alleen veel

13

woningen toevoegen, kunnen we ook het gebied veel prettiger maken en worden we inderdaad die poort naar de binnenstad. Het stedenbouwkundig raamwerk, intussen ook vastgesteld door uw raad, is eigenlijk het stedenbouwkundige kader waarbinnen we hier gaan ontwikkelen. Dus wat u hier ziet is –ik weet niet of dat de pointer zo ver … O, een groene, ik was eigenlijk de rode gewend. Maar dit is de plot van Crownpoint, dit is de plot van de parkeergarage, dit is het plot waar de sociale diensten zit op de Hellingen en wij zitten op dit moment daar. De plot van Crownpoint wordt ontwikkeld door VORM op dit moment en daar komen tussen de 160 en 175 woningen. Dat betekent dat op de rest van het gebied ongeveer 350 woningen zullen worden gerealiseerd en een nieuwe parkeergarage. Daarvan is het bestemmingsplan voor de woningen van Crownpoint en van de parkeergarage inmiddels onherroepelijk. Dat heeft u vorig jaar vastgesteld en dat heeft verder niet geleid tot procedures bij de Raad van State. Nu ligt dus het bestemmingsplan voor waarmee de andere 350 woningen op de Hellingen en hier op het Stadskantoor mogelijk worden gemaakt. Die vindt u hier terug op de projectenkaart en wat hier heel goed te zien is dat er ook heel veel samenhang in zit.

Dus we kunnen niet zomaar even ergens beginnen, maar het is wel heel plezierig dat bijvoorbeeld het Dordthuis af is voordat we daar gaan slopen, zoals u begrijpt. Maar natuurlijk ook de opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne moet eerst op een andere manier zijn gerealiseerd voordat we Crownpoint kunnen gaan slopen. Daarbij zit er ook nog een boel openbare ruimte en dat zorgt natuurlijk ook voor de nodige afsluiting op moment dat we dat aan moeten gaan leggen, dus ook daar maakt het allemaal wat complexer om zo te gaan sturen. Want ja, je zit natuurlijk hier wel in een stedelijk gebied wat al jarenlang functioneert en dat stelt zijn eisen aan de planning. De bestemmingsplankaart die bij de stukken zit, vindt u hier. Dat is eigenlijk de bestemmingsplantechnische vertaling van het stedenbouwkundig kader wat u net heeft gezien. Dus de bouwhoogtes, de functies en vooral ook hier goed te zien de groene binnentuinen die we willen gaan realiseren worden hierdoor mogelijk gemaakt. Dat leidt tot een drietal hoofdbesluiten die voorliggen in de stukken die u heeft gehad. Allereerst het vaststellen van het bestemmingsplan Spuiboulevard voor de locatie Spuiboulevard 300. Daarin zitten een paar wijzigingen die we hebben aangepast op basis van de zienswijze die we hebben gehad. Dat was een zienswijze die betrekking had op de verkeersafwikkeling.

Die hebben we met een nadere toelichting af kunnen doen en we hebben een wijziging doorgevoerd in overleg met de provincie. Dat was eigenlijk gewoon een definitiekwestie in de toelichting. Zoals ik daarnet al zei, moeten wij wel laten zien, wil een bestemmingsplan ook echt vastgesteld kunnen worden en rechtsgeldig kunnen worden, dat het economisch uitvoerbaar is. Daarvoor hebben we een GREX opgesteld. Die grondexploitatie sluit met een tekort van 9,3 miljoen. Ook het Rijk heeft zich gerealiseerd dat dat wel een hele grote min is en heeft ons een aantal jaren geleden al een WBI-subsidie, een Woningbouwimpuls-subsidie van 3,5 miljoen toegekend. Dat betekent dat wij voorstellen om 5,8 miljoen uit de algemene reserve te dekken en dat heeft ook een relatie met eerdere besluitvorming in de Perspectiefnota van voor de zomervakantie. En waar we het in de stukken over hebben, is een amendement wat bij het vaststellen van het stedenbouwkundig kader in december ‘22 is aangenomen. Toen heeft u gediscussieerd over het percentage sociale huurwoningen die hier zou moeten komen. U heeft enerzijds de opdracht gegeven om te onderzoeken wat dat financieel is en tegelijkertijd gezegd: we nemen al wel alvast het amendement aan, zodat in ieder geval in de financiële stukken daar alle wijzigingen al op worden

14

doorgevoerd. Het voorstel is nu om vast te houden aan die 10 procent sociale woningen. Dus het zijn er 51 van de 510 en dat valt in totaal binnen de 60 procent betaalbare woningen die in dit hele programma gaan komen. Voor deze plot, zoals ik al zei, woningen op de Hellingen en de Spuiboulevard waar wij nu zitten, locatie Stadskantoor, dat zijn er 350. Samen met Crownpoint zijn er dat in totaal 510 en daar hebben we dus die BZK-subsidie van 3,5 miljoen voor gekregen. Het is dan wel belangrijk dat we op tijd beginnen met bouwen en dat is nu met het Rijk ook besproken dat dat in het vierde kwartaal van 2026 echt een start bouw zou moeten zijn. Dat betekent dat we dan ingehuisd moeten zijn bij het nieuwe Dordthuis, wat volgens de huidige inzichten in de eerste helft van 2026 wordt opgeleverd. Nou, daar zit dan ook een sloop tussen, dus we moeten aardig door om dit goed voor elkaar te krijgen. Maar goed, dat geeft tegelijkertijd ook gewoon de druk op de ketel om te zorgen dat we hier de woningen natuurlijk sneller hebben. In die grondexploitatie hebben we het ook over een aantal risico's. Ook dat is, ik wou zeggen verplicht, maar toch op zijn minst verstandig om daar goed naar te kijken op het moment dat je de grondexploitaties vaststelt. Ik had het al over de knip in de Spuiboulevard.

U kunt zich voorstellen dat dat niet alleen is om het gebied prettiger te maken, maar op het moment dat daar minder auto's rijden, leidt het ook gewoon tot minder geluid. Op het moment dat er minder geluid is, hoef je minder geluidsmaatregelen aan gevels te treffen. Dat is kostentechnisch interessant, maar zeker ook gewoon qua uitstraling. Mocht die knip op de een of andere manier toch niet kunnen, dan is dat een risico waar we rekening mee moeten houden. Starten we te laat, dan raken we de WBI-subsidie kwijt en schieten we een gat van 3,5 miljoen in onze GREX, dus zaak om op tijd te starten. Mocht het mogelijk zijn, we gaan nu uit van een nieuwe Spuihavengarage, in het andere bestemmingsplan reeds mogelijk gemaakt, waarin we 760 parkeerplaatsen gaan maken. Dat zijn er zo’n 200-250 meer dan wat het nu is. Mocht dat op de een of andere manier toch niet lukken – wat ik me op dit moment niet voor kan stellen, maar je moet daar rekening mee houden – bouw je minder parkeerplaatsen, is dus je parkeercapaciteit minder en dus je parkeernorm die je voor die woningen hebt heeft daar een verband mee en kun je dus minder woningen bouwen. En algehele vertragingen van het traject en van het project, wat ik al zei, je ziet hier in een functionerend stedelijk gebied waar natuurlijk heel veel afhankelijkheden zijn van projecten onder elkaar.

Er hoeft maar ergens iets te gebeuren en je moet daarop acteren. Dat doen we ook constant, maar achteraf weet je pas of dat dat inderdaad gelukt is om niet te vertragen. Die risico's worden becijferd en daar wordt een risicoprofiel voor opgesteld en daar is 4,4 miljoen voor berekend, wat uiteindelijk in de in het grondbedrijf beschikbaar is om deze risico's af te dekken. Dus hoe beter dat wij met elkaar voor elkaar krijgen om te zorgen dat die risico's niet optreden, hoe beter dat dat is voor het uiteindelijke risicoprofiel. Dan het wijzigen van het woonprogramma. Zoals ik al zei, we gaan uit van 51 sociale woningen, dus dat is 10 procent van die 510. Omdat we bij Crownpoint geen sociale woningen meer maken om daar een haalbare ontwikkeling van te maken, zorgen we dat die 51 dus binnen dit bestemmingsplan komt, dus dan zit je op 15 procent. 237 betaalbare woningen en 62 duurdere woningen. Dus met deze aantallen voldoen wij aan de regels die het Rijk heeft gesteld voor de woningbouwimpuls-subsidie. In het kader van de afdoening van de motie hebben we dus inderdaad ook onderzocht wat het kost op het moment dat je meer sociaal toe zou voegen. In de variant die we voorleggen hebben we 5,8 miljoen nodig uit de algemene reserve. Wordt dat percentage van 10 naar 30 procent opgehoogd, dan hebben we 7,3

15

miljoen nodig uit de algemene reserve, dus dat is 1,5 miljoen extra. Dat geld is overigens nog niet gereserveerd in de Perspectiefnota waar ik net over sprak. En als niet alleen gezegd wordt: we willen van 10 naar 30 procent sociale woningen, maar daarmee gaan we ook de sprong maken van 60 procent betaalbaar naar 80 procent betaalbare, dus dat je die sprong daarin zoekt, dan is natuurlijk het resterende bedrag nog hoger wat we nodig hebben. Dan is dat ten opzichte wat we nu extra nodig hebben zo'n 2,7 miljoen. De locatie stadskantoor Hellingen heeft in ons voorstel dus 51 sociale woningen. Om wel te zorgen dat de voldoende woningen in de sociale segment ook worden gebouwd willen we 100 sociale woningen extra realiseren in de Middenzone op het Gezondheidspark. Daarmee maakt dat dus een sprong van 108 naar 208 sociale woningen. Daar hebben we intussen ook al contact over gehad met Trivire. In het verleden was er best wel eens wat discussie met Trivire over de woningen die hier zouden moeten komen, maar ook die op het Gezondheidspark zouden moeten komen, omdat wij eigenlijk in de aanbestedingen die we hadden gedaan nog te weinig rekening hadden gehouden bleek achteraf met de eisen die Trivire daaraan stelde. Dus we hebben nu ook al echt met architecten gekeken: past dat PvE van Trivire goed in die woningen? Dat is bij de middenzone zeker het geval en ook hier het geval.

Daarmee is het ook veel makkelijker om straks, als de aanbestedingen zijn geweest, die woningen ook door de ontwikkelaar bij Trivire afgezet te kunnen krijgen. Dat nemen wij op die manier mee in de aanbestedingen, dat nemen we mee in de pandafspraken. Dat wordt vervolgens dus vastgelegd in de gronduitgifteovereenkomsten en in de grondexploitatie. Ik noemde net de grondexploitatie al voor het Gezondheidspark, die wordt op dit moment herzien om ook die 100 extra woningen mogelijk te maken. Binnenkort komen daarvan de eerste stukken naar uw raad, zodat daar ook besluitvorming over plaatsvindt. De herziening van de grondexploitatie zal uiteindelijk ik verwacht dat we die eind dit jaar aan het college aan kunnen bieden, zodat die begin volgend jaar met uw raad besproken kan worden. Op dat moment is dan ook allemaal accountantsproof. Tot zover wat ik u over de Spuiboulevard wilde vertellen. De voorzitter: Hartelijk dank voor alle informatie die u gedeeld heeft. Ik denk dat dat ook tot vragen zou kunnen leiden en ik zie daar al een vinger bij de heer Den Hartog van GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. En dank voor de inspreker … Niet voor de inspreker, voor de spreker. Wij zijn als GroenLinks heel positief over het plan. Maar nu kan ik de tijd volpraten met wat ik goed vind, ik heb toch één kritiekpunt waar ik toch de tijd voor wil gebruiken.

Dat is … De voorzitter: Kritiekpunt ziet dan toe op het technische … De heer Den Hartog: Met daarin een vraag, zeker. De voorzitter: Oké, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Er is een motie en amendement geweest, u heeft daar iets over gezegd. Daar is natuurlijk met een behoorlijk grote meerderheid van de raad mee ingestemd om zicht te krijgen op: wat betekent het nou als je andere percentages doet? Die informatie is er nu. Dan lijkt het mij logisch, dan is het aan de raad om daarover te

16

gaan kijken: wat willen we? Wat is dan voor u de reden om te zeggen: wij stellen gewoon die 10 procent vast, in plaats … De voorzitter: Ik ga u toch onderbreken. Als u echt wil doorgronden wat de reden en de overwegingen zijn geweest, dan is dat uiteindelijk een keuze die dan in het college gemaakt is met de portefeuillehouder. Dan zou u daar de portefeuillehouder in een later stadium op aan moeten spreken. Als u technisch meer toelichting wil over hoe de percentuele verhouding is en hoe dat financieel dan geborgd is, dan kunt u daar nu een vraag over stellen. De heer Den Hartog: Dat wil ik uiteraard wel doen, want er wordt nu ook gesproken dan van 102 … 102 toch? Ja, 102 sociale woningen Gezondheidspark. Wat zijn daar dan de financiële consequenties van? De heer Van Oosterhout: Daar zitten een aantal dingen aan vast. Ook bij het Gezondheidspark betekent dat dan natuurlijk dat de GREX verslechtert, alleen bij het Gezondheidspark hebben we net iets meer mogelijkheid om ook wat optimalisaties in de GREX toe te passen, zodat die 1,5 miljoen gedempt wordt. Daarbij is het niet alleen een financiële afweging, maar ook een inhoudelijke afweging, omdat we ook in overleg met Trivire hebben gekeken: waar zouden die woningen het beste passen? Als je hier kijkt in de omgeving wat er al aan sociale en goedkope woningvoorraad is, is dat eigenlijk best veel.

Als je echt op de plot van het Gezondheidspark kijkt, zien we daar een betere mix. En waar wij ook naar hebben gekeken is: wanneer kunnen die woningen gerealiseerd worden? Natuurlijk, in het Gezondheidspark zijn we afhankelijk van het juridisch traject waar we met Ballast inzitten. Maar op het moment dat dat een beetje normale proporties houdt, zal ik maar zeggen, hoop je dat je volgend jaar een aanbesteding kan doen. Dan zijn de eerste woningen, omdat we daar ook al een onherroepelijk bestemming van hebben, normaal gesproken volgend jaar in aanbouw. Dan zit er een tweede fase in de fase daarna van de woningen, dus zijn ongeveer 208 woningen, de eerste 100 in de eerste fase, tweede 100 in de tweede fase. Dan zou dat ongeveer 2027 -2028 in aanbouw kunnen zijn en staan ze er dus in 2029. Op het moment dat je het hier gaat doen, wat ik al zei, je loopt tegen de ontwikkeling van het Dordthuis aan en dat betekent dus dat wij hier altijd pas waarschijnlijk begin ‘27 volgens de planning die we nu hebben, de eerste woningbouw starten. Dus de eerste fase is dan eind 2028 waarschijnlijk, begin ‘29 is die af. De latere fase, want die woningen wil je dan natuurlijk ook spreiden, die zet je niet allemaal op dezelfde plek. In de latere fase waar je dan met meegaat is dat waarschijnlijk pas in 2030, misschien de laatste pas in 2031 opgeleverd.

Dus als je dat totaal van afwegingen bekijkt heeft dat ertoe geleid dat wij het college hebben voorgesteld om het op deze manier te doen. De voorzitter: Ik zag nog een vraag bij de heer Noldus en vervolgens geef ik de heer De Heer het woord en daarna mevrouw Van Vugt. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Vragen ook vanuit ons en de heer Van Oosterhout begon er eigenlijk net al in het eerste stukje van het antwoord, denk ik. Want we zijn wel benieuwd, met betrekking tot de woonprogramma, welke analyse ook met betrekking tot doelgroepen daarop is gedaan in het gebied. Daar zie ik niet echt direct iets van terug en dat lijkt me toch ook relevant voor het type woningen waar je dan voor kiest. De heer Van Oosterhout gaf het net in zijn antwoord al een beetje aan, het type

17

woningen wat in de nabijheid is in relatie tot Spuiboulevard en in relatie tot Gezondheidspark Middenzone die even in de discussie werd genoemd, ben benieuwd of daar iets meer duiding aan gegeven kan worden ook qua verhouding sociale huur bijvoorbeeld. De heer Van Oosterhout: Dat kunnen we in ieder geval proberen. De analyse voor wat we hier als woonprogramma wilden, dat was eigenlijk al gedaan voor het stedenbouwkundig kader waar destijds de 10 procent en die 10-10-40-40 in stond. Een belangrijk punt daarin is in ieder geval dat we hier heel dicht bij de binnenstad zitten. De woningen die we bouwen willen we ook heel graag bouwen om de voorzieningen die we hebben mee overeind te kunnen houden. Nou is het zo dat je hier dichter bij die voorzieningen over het algemeen zit dan bijvoorbeeld op het Gezondheidspark, dus dat is ook een van de redenen geweest waarom dat we denken: dat is zo'n afweging in het programma wat toen oorspronkelijk is opgesteld, de nabijheid van de binnenstad en de voorzieningen in de binnenstad die je overeind wil houden lagen daar onder meer aan ten grondslag als we naar het Gezondheidspark gaan kijken. Die 108 woningen, uit mijn hoofd gezegd, die daar oorspronkelijk zaten, dat was 15 procent. We komen nu op 208 woningen, dus we zitten bijna op 30 procent als we daar dit programma realiseren. Dus eigenlijk wat we op veel meer plekken in de stad zien.

De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, een verduidelijkende vraag. Dat gaat over de presentatie van de plannen zelf en de doelgroepen. Maar ik bedoel ook meer in relatie tot de omgeving. Dat gebied waarin zich dit plangebied vindt en ook het Middenzonegebied, kunt u daar enige duiding op geven? De heer Van Oosterhout: Als we hier kijken, wat ik al zei, er zit vrij veel goedkope koop en ook wel sociale huur in de omgeving. Dus dat is eigenlijk ook de mix die we veel meer willen maken dat we ook andere segmenten adviseren om toe te voegen. Als je naar het gebied van het Gezondheidspark kijkt, daar ga je dus nu inderdaad in die 700 woningen die we op de plot van Ballast willen bouwen, dan zit je dus ongeveer op 30 procent. Op het moment dat je daar naar de omgeving gaat kijken, daar staat natuurlijk richting Sterrenburg ook nog wel wat meer flats. Aan de andere kant is het aan de overkant weg natuurlijk het wat duurdere segment wat AM daar ook al heeft toegevoegd met die drie woontorens redelijk direct gelegen aan het overkant park, wat natuurlijk ook nog aangepakt moet gaan worden. Dus we denken dat we daar in de menging ook veel logischer zitten met deze percentages, zeker als je het afweegt tegen dit gebied waar we hier zitten. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel.

Twee vragen. Toch ook weer even over die 1,5 miljoen die we al hebben besproken. In eerste instantie hoorde ik u zeggen dat die 1,5 miljoen wat gedempt kan worden. Onder andere die betere mix, daar heeft u ook wel meer over toegelicht. Zou u er nog wat meer over kunnen vertellen? Omdat mij nog niet helemaal duidelijk is hoe we dat nou precies kunnen dempen dan, die 1,5 miljoen. Want die mix snap ik, dat is misschien een ander argument dan vooral een financiële. Of hangt dat toch met elkaar samen? Dat is eigenlijk de eerste. Die tweede is, zoals ik het begrijp,

18

als we die 100 toch verplaatsen naar het Gezondheidspark en we gaan ze daar bouwen, dan heb je ook die 1,5 miljoen. Maar dat besef ik me ook dat dat het meetpunt is of het moment van nu en dat we dat op dat bedrag vaststellen zou nog kunnen, omdat we daar nog minder ver zijn dan nu. We bespreken nog niet de GREX van het Gezondheidspark op dit moment, dat als we daar t.z.t. zijn, dat die 1,5 miljoen ook nog kan bewegen. Of weten we nu al dat dat ook het bedrag zal zijn wat we daarop toeleggen? De voorzitter: Wat ik niet heb bedoeld te zeggen is dat we hier in dit gebied nog kunnen dempen op die 1,5 miljoen, want hier ligt eigenlijk alles vast, zijn we druk bezig met de bouwenveloppen en die willen we eigenlijk begin volgend jaar op de markt zetten. Dus hier zit die mogelijkheid er niet in. Het in het Gezondheidspark nog wel, omdat we daar nu juist bezig zijn om te kijken: welke taxaties moeten we doen, welke woonprogramma's moeten we doorrekenen en ook welke andere kostenbesparende maatregelen kunnen we daar nog doen. Dat zijn we nu aan het onderzoeken en dat krijgt u met het vaststellen van de herziening van de GREX maken we dat inzicht ook. Dan wil u natuurlijk het tipje van de sluier. Wat bijvoorbeeld op het Gezondheidspark speelt is dat daar hadden we natuurlijk een parkeergarage die onder een hele hoge toren bij de uitbreiding van de parkeergarage ging.

We hebben nu de ruimte om om die toren heen de ingang te maken. U kunt zich voorstellen op moment dat je een grote toren aan het bouwen bent en je kan die gewoon bouwen, dat het in bouwkosten veel minder is dan op het moment dat er ook nog een grote tunnel onderdoor moet. Dat zijn optimalisaties waar we daar ook nog naar kijken, die dus niks hebben te maken met het woonprogramma, maar waardoor je zo'n verschuiving daar wel op kan vangen en hier niet. De voorzitter: Een vervolgvraag, of gaat u naar uw vierde vraag? De heer De Heer: Nee, ik denk eigenlijk de tweede vraag die ik stelde. De voorzitter: Dan wordt het een verduidelijking op de tweede vraag, vermoed ik. De heer De Heer: Een verduidelijking op wat ik stelde. Ik bedoelde te zeggen, ik denk te begrijpen dat het inderdaad ook die 1,5 miljoen, die bespreken we ook voor het Gezondheidspark, dat als we die 100 daarnaartoe verplaatsen. Alleen, dat is op dit moment dan vastgesteld dat we het nu over 1,5 miljoen hebben. Tegelijkertijd besef ik ook dat we het hier nu hebben over de Spuiboulevard in de GREX. We gaan op een later moment hebben voor de GREX voor het Gezondheidspark. Zou het kunnen dat door de tijd, omdat alles steeds duurder wordt, dat als we t.z.t. die 100 bespreken en de invloed daarvan op de cijfers voor het Gezondheidspark, dat het t.z.t.

nog een ander bedrag kan worden? Want nu vergelijken we het met elkaar, dus zou daar nog … De voorzitter: Dat is toch echt uw tweede vraag inderdaad. De heer Van Oosterhout: Ja, terecht. De voorzitter: Maar het is ook een hele ingewikkelde vraag, denk ik. Maar ik ga daar niet over.

19

De heer Van Oosterhout: Ik probeer het antwoord een beetje kort te houden. Want ja, alles kan, hè. Het is wel zo dat we eind dit jaar die taxatie af willen hebben en gewoon aan het college voor kunnen leggen. Kijk alles kan. Zeker in de bouwwereld met bouwkosten en andere waarden, dat fluctueert altijd, dus dat kan best dat daar verschil in zit. Aan de andere kant, dan zou het in vier maanden of drie maanden echt op zijn kop moeten gaan en dat geloof ik ook niet. Dus ik denk dat het redelijk vergelijkbaar zal zijn. Maar eerst zien, dan geloven. De voorzitter: Tot zover de exercitie in de glazen bol, want het is nog wel ingewikkeld. Mevrouw Van Vugt, ik had u het woord beloofd. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over de PALTafspraken, want die borgen blijkbaar dat sociale woningen ook sociale woningen blijven. Kan er iets meer toelichting op komen, wat moet ik daaronder verstaan, wat voor soort afspraken? En zijn die dan ook nog weer verschillend voor Stadskantoor de Hellingen enerzijds en Middenzone anderzijds? Dat is de eerste vraag. Dan heb ik nog een tweede vraag.

Omdat er nu 102 sociale woningen naar de Middenzone als het ware verschoven worden, levert dat dan nog vertraging op in de bouw van sociale woningen? De heer Van Oosterhout: De PALT-afspraken zijn de langetermijnafspraken die wij met de woningbouwcorporaties maken en daarbij leggen we in de afspraken, maar meer ook in de bijlage, de planningen vast van de projecten die we doen. Daarin staat ook dat we dus 51 woningen hier willen realiseren en die 208 op de Middenzone. Dus dat is hoe dat dat geborgd wordt. Dan ben ik de tweede vraag even vergeten, dat is ook wat. De voorzitter: Die kunt u herhalen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Mijn eerste is ook niet helemaal beantwoord. Hoe wordt er geborgd dat het ook sociale woningen blijven en dat het niet na een aantal jaar verkocht wordt? De voorzitter: Ik ga u toch heel even onderbreken. U kunt anders even hier naartoe komen om het in de microfoon. Want we hebben echt heel veel mensen die op dit moment meekijken en anders krijg ik daar berichten over en dat gaan we niet meemaken vanavond. De heer …: Hij staat aan hè, nu? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer …: Als er sociale honing worden gebouwd door de corporaties, dan blijven die ook sociaal. Er zijn nu wel corporaties die oude sociale huurwoningen verkopen, maar die zijn al vijftig jaar oud of nog ouder.

Dus wat er hier nu gebouwd wordt aan sociale huurwoningen, dat blijft sociale huurwoning. De voorzitter: Dat was vraag één.

20

Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Vraag twee is eigenlijk een hele simpele. Doordat er nu verschuiving is van waar die sociale woningen komt, lopen we daardoor ook vertragingen op in het aantal te bouwen sociale woningen? De heer Van Oosterhout: Wat ik geprobeerd heb daarstraks te duiden is dat op het moment dat we deze extra woningen op het Gezondheidspark bouwen, denk ik dat ze er uiteindelijk sneller staan dan op het moment dat we het hier doen. Natuurlijk, alles onder voorbehoud van de juridische procedure waar we op dit moment in zitten, maar ook op het moment dat dat aanleiding zou zijn om te zeggen: nou, dan maak het maar hier. Dan is de kans dat het eerder klaar is eigenlijk gewoon klein. De voorzitter: Ik had nog eerst een vinger bij GroenLinks, de heer Den Hartog. En dan mijnheer Noldus. De heer Noldus: Dank u, voorzitter. Het gaat natuurlijk heel vaak over al die getallen, het aantal woningen en ook de financiën. Dat is ook zeer belangrijk, maar ik zou eigenlijk een andere vraag willen stellen, namelijk iets wat niet financieel is. We hebben natuurlijk gezegd: we bouwen voor de Dordtenaren, voor leraren, voor agenten enzovoort, voor ouderen ook. Wanneer er nu gekozen wordt om meer sociale woningen ook op het Gezondheidspark te plaatsen, dat is natuurlijk verder weg van het centrum, terwijl ouderen graag dicht bij het centrum wonen.

Is dat een overweging geweest, kunt u daar iets over zeggen? De heer Van Oosterhout: Het is zo dat het ziekenhuis een voorziening is die misschien ook wel in trek is. Nee, maar zonder gekheid, … Wat zei je? Nee, het winkelcentrum Sterrenburg is daar ook in de buurt, dus je hebt eigenlijk verschillende voorzieningen die dan ook aantrekkelijk zijn. Ook overigens in de Middenzone gaan we niet alleen woningen bouwen, maar daar komen ook wel wat voorzieningen in de plint bij. Het is wel zo dat we goed kijken naar: welke doorstroming zit erin en welke mogelijkheden heb je? Ik ken mensen, maar dat is ongeacht de leeftijd, die heel graag in de buurt van het centrum wonen. Sommige jongeren, sommige ouderen. Ik ken ook mensen die het heerlijk vinden om juist niet in de buurt van het centrum te wonen, zowel jongeren als ouderen. Dus dat blijft altijd een beetje een moeilijke discussie, denk ik. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Nog een vervolgvraag over de planning. Het kwam net ook al even in de presentatie terug qua planning en ook qua risico. Ook qua start bouwen en dan vooral met behoud van die landelijke subsidie, van WBI-subsidie die we hebben. Hoe reëel is het dat we die binnen de termijnen gaan halen? Ook kenschetsend het gebied waar we nu in zitten. We zitten nu nog in het gebied waar woningen moeten komen, dat is nog net niet bouwrijp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/764/documents/34831