2.8 2024.02.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Is dat vanwege de zichtlijn of is dat vanwege politieke wensen? Met dat in gedachte is er een presentatie in elkaar gezet en ik denk dat tijdens die presentatie op de meeste vraag wel antwoord gegeven zal gaan worden en zo niet kunnen er altijd aan het eind nog vraag gesteld worden. Mijnheer Wringer, die is inmiddels ook binnengekomen, van Beter Voor Dort, dus bij deze weten we wie er allemaal zijn. Ik ga het woord geven aan mevrouw Nijenhuizen, die is projectmanager stationsomgeving Stadsas Dordt, mooie naam. Mevrouw Nijenhuizen: Zeer recent, of in ieder geval, Woonbron wil de locatie Van Baerleplantsoen zesentwintig, die oorspronkelijk van de gemeente was toen het gemeentelijk Woningbedrijf werd opgeheven, de woningen overgingen naar Woonbron, heeft de voorganger van Woonbron, dit in gebruik genomen en in de koopovereenkomst stond als zij het pand zouden verlaten, ieder geval de onbebouwde grond om niet naar de gemeente terug zou gaan. En het zou dus logisch zijn dat Woonbron met ons het gesprek aangaat als zij dit pand zouden verlaten. Is het voor ons interessant om dit pand te kopen? Ik denk of ambtelijk en vanuit Stadsas Dordt, denken wij dat het heel goed is om dit pand te kopen. Het heeft namelijk een strategische ligging. Aan de noordkant grenst het aan het spoor, een zone waarin allerlei veranderingen wellicht op gang staan te komen.
De MIRT studie zal uitwijzen of er extra gronden aan de zuidzijde nodig zijn. Dus dan kom je uit op dit terrein. Daarnaast is het een strategische ligging, omdat het ook vlakbij het station ligt en er staat een pand wat eigenlijk al een doorn in het oog is, want dat is al jaren, ik wil niet zeggen zolang Woonbron het heeft, maar dat is erg verwaarloosd en niet bepaald en een voorbeeld van hoe je met panden om wilt gaan. Dus als wij eigenaar zijn zouden we ook die oranjerie/washuis kunnen restaureren en bij voorkeur verplaatsen. Daarnaast is er een metropolitane fietsroute, die van Rotterdam via de Zwijndrechtse brug, via het station naar het gezondheidscentrum gaat en die route is ook ingepast via dit terrein. Dus ook een andere reden waarom het goed is als wij die grond in eigendom zouden krijgen. Dus een antwoord, willen we het kopen, is volgens mij duidelijk ja. Dan ziet u hier het gebied waar het ligt en omdat Woonbron natuurlijk het huidige oranjerie/washuis erg verwaarloosd heeft. Ze hadden het voornemen het te verplaatsen nadat de gemeente een exces had gemeld. Dat is toen niet gelukt omdat zij niet de positie hadden om op niet hun eigen grond een pan neer te zetten, dus de plannen om de oranjerie te verplaatsen door Woonbron zijn toen gecanceld. En wij zouden dat wel kunnen doen.
Maar ja, we hebben ook gezegd, het kan niet de bedoeling zijn als Woonbron het pand verwaarloosd, dat de gemeente voor de kosten op moet draaien. Dus Woonbron vond het terecht dat de restauratiekosten van
22
de waarde afgaat. Dus uiteindelijk zijn we erop uitgekomen, zoals u het ook heeft kunnen lezen in financiële bijlage, dat de gronden om niet naar de gemeente gaan, maar dat wij dan de verantwoordelijkheid hebben om de oranjerie te verplaatsen. En daarnaast hebben we met hun afgesproken dat zij een deel van de panden tot 1 januari 2026, oftewel tot met 2025, om niet blijven gebruiken, maar wel het onderhoud doen. En dat zijn de panden die u hier ziet als voortgezet gebruik. Dus hier ziet u die afspraken, die we gemaakt hebben en een belangrijke is dat wij dus de oranjerie gaan verplaatsen en restaureren. En wat zijn de eisen die we daar aangesteld hebben? Dat is, een belangrijke partner in deze, is ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. het is niet de bedoeling, het gebeurt eigenlijk maar zelden dat de Rijksdienst het goedkeurt dat een monument verplaatst wordt, want een monument heeft een historische waarde maar de context waarin die staat is ook heel belangrijk. En hier hebben we te maken met de oranjerie, dat is een gebouw wat bedoeld was om de kuipplanten in de winter te laten overwinteren of te behoeden voor de kou, maar ook eigenlijk om je welvaart te laten zien. Het stond niet voor niets niet ergens achter op het terrein, maar het stond langs de hoofdweg naar het centrum van Dort.
Die weg is verplaatst, want we kregen een tunnel en als je een tunnel maakt, dan heb je iets meer ruimte nodig, dus die is meer naar het westen verplaatst, dus de doorgaande route komt er eigenlijk niet meer langs en het huidige positie is die eigenlijk ook niet meer zo zichtbaar en de situatie maakt dat hij op de huidige plek eigenlijk niet meer zo goed pas als dat hij deed. En de Rijksdienst vindt het heel belangrijk, en dat blijkt ook uit het onderzoek naar de tuinhistorie, die u kon vinden bij het locatieonderzoek, dat die in de buurt van het Landhuis en het koetshuis moet blijven. Dus die drie gebouwen staan nu dicht bij elkaar. En de Rijksdienst vindt het belangrijk en eigenlijk ook een voorwaarde om het als monument te kunnen handhaven, at die panden met zijn drieën een entiteit blijven vormen. Dus dat is een belangrijke eis, dus dat is die historische context. Externe veiligheid is een eis. Op dit moment, het gebouw hoeft uiteraard niet gesloopt te worden, maar er zouden nu geen mensen activiteit in mogen doen. Dus het enige waar je het op dit moment voor kan gebruiken, is eigenlijk voor opslag. En als we het een nieuw positie zouden willen geven, zouden het een functie willen geven dat mensen er wel gebruik van kunnen maken.
En dat betekent dat je het niet in die rode zone kan plaatsen, dus hier ziet u die rode zone, en dat is een zone waar eigenlijk geen verblijfsactiviteiten mogen plaatsvinden en daar ziet u, daar staat het gebouwtje nu precies in. En hier ziet u ook de locaties die we onderzocht hebben, dus dan ziet u dat we ook de locatie op de heuvel hebben onderzocht en een locatie in de buurt van Sevenoaks, maar die vallen dan eigenlijk, die scoren laag, omdat ze dus bij historische context het slechts doen en bijvoorbeeld nummer zeven ook omdat het dan weer ten koste van bomen zouden gaan. Dus we hebben een breed onderzoek gedaan naar locaties waarvan we denken die zijn goed. Die hebben we vervolgens getoetst op kabels en leidingen, op bomen, eigendom, lopende en recente projecten, want de oorspronkelijke locatie die Woonbron had uitgekozen om de oranjerie naartoe te verplaatsen, die is nu niet meer geschikt, omdat daar inmiddels de tuin van het Duurzaamheidscentrum is aangepast. En wat ook heel belangrijk is, wat laat je dadelijk, wat realiseer je in die verbouwde oranjerie en eigenlijk kwamen we erop uit dat daghoreca een goeie functie zou zijn. Dus daghoreca is horeca die alleen overdag en met beperkte keuken, dus waarin tosti en koffie en thee en dat zou een prima functie zijn in de buurt of in het park.
We hebben daar in dat kader ook onderzoek laten doen door Van Spronsen om te vragen van is dat, want het is natuurlijk een relatief plein gebouwtje, is dat een haalbaar verhaal? De conclusie waar ze tot, en daar hebben we twee locaties door laten onderzoeken, de locatie op de oude honden speelvoorziening en de locatie ter plaatse van de huidige kas in het de tuin van het Duurzaamheidscentrum. En tot mijn verrassing, want ik had zelf verwacht dat het park
23
waar je geen beperking qua openingstijden hebt beter zou scoren, maar het was in de tuin van het Duurzaamheidscentrum vonden zij betere levensvatbaarheid hebben. Ook dat onderzoek kunt u vinden bij de stukken en dat onderschrijft eigenlijk dat de kaslocatie een prima locatie is voor de verplaatsing van de oranjerie en de kas wordt op dit moment beperkt gebruikt, af en toe wordt er een klas ontvangen, maar het is niet echt een gebruiksfunctie. Het Duurzaamheidscentrum is zelf ook gekomen met dit voorstel en uiteraard zorgen zij ook dat de planten die er nu staan, dat die weer een nieuwe plek krijgen als de oranjerie er komt. Hier ziet u die locaties nog even in het groot en hoe de score was en dan treft u dat 1C dus locatie van de kaas het beste scoort. Nummer twee is de hondenspeelvoorzieningen. De anderen scoren beduidend, iets lager of meer veel lager. En de eisen die waar moeten we na de verplaatsing aan voldoen? Nou, de glasgevel moet precies op het zuiden blijven. O, verkeerde knop. Nou, we gaan er weer heel snel doorheen. De gevel moet tot het zuiden blijven. Dus dat ziet u hier. Dan moet diezelfde ligging moet op de nieuwe plek krijgen. En wat ook belangrijk is, dat er aan de voorkant een terras is waar vijfenzestig stoelen op kunnen, want met name dat terras, in de zomer, dat is het winst model. Als er geen goed terras bij zit, dan wordt het een moeilijker verhaal.
En dat kan uitstekend op deze locatie. Hier ziet u de kas die dan ontmanteld wordt en verkocht en de locatie van de nieuwe oranjerie. En dan ziet u ook dat hij in de buurt van het koetshuis en het Landhuis is. Hier ziet u nog even wat de voordelen zijn van deze locatie. Er komen veel bezoekers naar het Duurzaamheidscentrum en die kunnen nu ook daar lekker een kopje koffie of een tosti en we zullen ook opletten dat het assortiment goed aansluit bij de bezoekers. Een terras op het zuiden is hier goed mogelijk en ook de groene omgeving wordt ermee versterkt. Dan heeft u ook gevraagd van hoe gaan we dat nu eigenlijk betalen? Wat zijn de uitgaven en de inkomsten? Nou, het positieve nieuws is dat wij inmiddels ook een NOVEX beschikking hebben gekregen van het Rijk, dus het Rijk betaalt mee aan deze voorziening, omdat het belang van het inpassen van de fiets voorziening, dus dat is een positieve dekking van de te maken kosten. We ontvangen ook huur van de panden. Het Landhuis is direct beschikbaar. Na 2025 kunnen we ook de kantoren, loods en oranjerie verhuren en op termijn, als we weten wat er ruimteclaim is van het spoor, waar het fietspad komt, dan hebben we ook de mogelijkheid om de panden te verkopen. Maar dat vertegenwoordigt dus wel degelijk een waarde en die waarde kon u ook zien in de financiële bijlage. Uiteraard moeten we ook kosten maken.
De restauratie en verplaatsing, dat zijn de grootste kosten. We hebben daarvoor een raming laten maken door voor bureau Polderman, een erkend restauratiearchitect. We moeten de panden nog verhuur klaarmaken, want met name het Landhuis ook, dat staat al een tijdje leeg, dus daar zal je ook in moeten investeren, voordat je het kan verhuren. En er zijn ook exploitatielasten die ten laste komen van de gemeente. En de sloop van de loods na 2025, want we gaan ervan uit dat die noodzakelijk is om het fietspad ook netjes in te passen. Even kijken. Ik weet niet, even kijken, heb ik alle vragen… Er lag trouwens geen politieke richtlijn hebben we meegekregen bij het locatie onderzoek Het locatie onderzoek hebben we gedaan op wat zijn logische plekken ons inziens en die beoordeeld. De voorzitter: Ik had het idee dat de drie vragen in ieder geval op zijn minst gedeeltelijk beantwoord zijn en als het niet volledig is, dan denk ik dat er hier mondige raadsleden zitten die daar vast een vraag over gaan stellen. Ik wil u in ieder geval hartelijk danken voor de presentatie. Verhelderend vond ik zelf. Ik zie al vingers.
Ik ga even inventariseren mijnheer Safranti als eerste zag ik en dan mijnheer Kleinpaste, dan zie ik aan deze kant mijnheer Hartmeijer, mijnheer Laban, mijnheer Van Dam Timmers, de Dordtse VVD zien we ook, Van Ballegooijen en daarachter mijnheer Damen en dan zie ik daar ook nog mijnheer Wringer. Ja dan hebben ze bijna allemaal gehad.
24
Geef niets, want we hebben voorlopig nog eventjes de tijd. Mijnheer Safranti, ik ga u niet vergeten, ik ga gewoon met u beginnen. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het kan aan mij liggen hoor, maar trouwens bedankt voor de enthousiaste presentatie, dank hiervoor. Ik vond een heel helder verhaal. Alleen ik begreep de achtergrond niet. Maar nogmaals dat kan aan mij liggen, want ik kom er ook heel bleek hierin. Waarom zouden wij deze pand moeten kopen? Dat is voor mij een. Zeker met de plannen die er straks ook komen met het Maasterras en al. Waarom zet Woonbron dit niet te koop voor iedereen, maar wel richting ons? En ik hoorde u ook heel enthousiast over het verplaatsen en over het zuidelijke gedeelte en over… Ja, ik vind prima hoor, maar eerlijk gezegd zit ik hier helemaal niet op te wachten als raad, maar goed ik hoor het wel ook straks. De voorzitter: Mevrouw Nijenhuizen, u geeft daar vast wel antwoord op. De microfoon aan graag. Dank u wel, en dan mag u als u klaar ben weer uitdoen. Mevrouw Nijenhuizen: Als bedrijf X het nu zou kopen, dan moeten we straks gaan onderhandelen met bedrijf X om de fietsroute te kunnen inpassen. En ook de MIRT, als dadelijk blijkt dat het spoor meer ruimte nodig heeft. Dan moeten we met deze partij gaan praten, omdat dan het van iemand anders is. Dus dat lijkt ons niet handig.
Plus dat we dan en ja, dan is ook de restauratie iemand anders het probleem. Nou kunt u zeggen, diegene koopt het en die weet dan ook dat hij dat moet doen, maar die kan het dan weer moeilijk verplaatsen naar een plek waar wij de eigenaar van zijn, want het Duurzaamheidscentrum is natuurlijk weer terrein van de gemeente en ook alle gronden in het park zijn eigendom van de gemeente. Dus dan gaat die oranjerie weer naar een andere plek, dus het wordt wel… De mogelijkheid om de zone langs het spoor, die toch ook integraal onderdeel is van het Stadsas Dordt project en die fietsroute die we goed willen inpassen die maakt het wel moeilijker als we zeggen: Woonbron, verkoopt u het maar aan iemand anders. De voorzitter: En die andere vraag waarom laten we het niet gewoon staan? We gaan verplaatsen. U heeft het volgens mij bij de presentatie al aangegeven. Mevrouw Nijenhuizen: Ja, daar zijn verschillende redenen aan ten grondslag. Op de huidige plek kan je het alleen maar voor opslag bestemmen en daar hebben mensen niet veel geld voor over. Eigenlijk komt het ook niet tot zijn recht, want op deze plek kan je er echt geen horeca aan maken, want het zit in een dooie hoek en je doet geen recht aan de historische betekenis. En ook de restauratie zelfs op deze plek zou moeilijk zijn, omdat er vlakbij ook een trafo van het spoor zit en zelfs de fundering is slecht.
Daarom is ook het verschil tussen laten staan op deze plek en restaureren eigenlijk minimaal. Omdat ook op de huidige locatie moet de fundering zelfs hersteld worden. Dus de kosten tussen verplaatsen en op locatie restaureren zijn 100.000 euro, dat is best serieus bedrag, maar op het totaal niet echt een groot verschil en de toekomst van het gebouw op de huidige plek is verwaarloosbaar. De voorzitter: Goed, helder antwoord denk ik, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Nee, ik ben niet overtuigd maar ik hoop straks wel als ik ook andere collega’s hoor, want ja prima verhaal maar ik heb ook zoiets van, ik ga daar geen twee miljoen in stoppen om iets wat een ander ook wel kan kopen. De voorzitter: Maar goed, daar zijn we nu nog niet aan toe. Daar is een andere vergadering eventueel voor. Mijnheer Kleinpaste.
25
De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ik heb een aantal vragen, als u mij toestaat. De voorzitter: Max drie. De heer Kleinpaste: Max drie zegt u? Nou misschien kom ik dan in een tweede ronde nog even terug. Maar een vraag gaat in ieder geval over de waardeontwikkeling van de aan te kopen panden. In relatie tot de nieuwe contour van de spoorlijnen. Hoe die twee zich tot elkaar voorgehouden? Want daar ben ik wel benieuwd naar, want als de contour van spoorlijn ongunstig uitvalt zou dat wel eens van invloed kunnen zijn op die waardeontwikkeling. Dus is daar iets over te vertellen? Dan heb ik ook vragen bij de verplaatsing van de oranjerie. Ik bedoel, ik snap wel iets van de onderzochte locaties, ik snap niet zo goed dat we uitgerekend uitkomen op de locatie van die kas, als u me een klein oordeel toestaat. Juist de reconstructie van de Krispijnseweg heeft namelijk opgeleverd dat die kas eindelijk heel goed tot haar recht komt.
En die zouden dan gaan afbreken en verkopen, dus is die second best optie dan niet een handigere? En hoe ligt dan de afweging tussen het feit dat je dan de oranjerie terugplaatst aan de hoofdroute naar het centrum die het ooit had en iets verder van de andere oorspronkelijke gebouwen uit het ensemble en waarom is dat accentverschil, hoe is dat gewogen dan in het hele onderzoek? Bij het onderzoek heb ik wel meerdere vragen, maar wellicht moet ik die schriftelijk maar gaan doen. Een laatste puntje, waar ik ook heel erg nieuwsgierig aan was, Woonbron heeft die renovatie eigenlijk verzaakt. Kon niet gebeuren omdat ze niet konden verplaatsen, omdat het op eigen grond moet staan. Is destijds ook door de gemeente overwogen om precies een lapje grond aan Woonbron te doneren om de renovatie mogelijk te maken op een aangeboden stukje grond waardoor we nu niet in deze omstandigheid zouden hebben gezeten? Dat zijn drie vragen, voorzitter, ik heb er nog een aantal meer, maar wellicht in een volgende ronde. De voorzitter: We gaan kijken of het zonder verlengingen kan vanavond, dus ik vrees dat die dan schriftelijk gesteld moeten worden, maar wie weet. U heeft de vragen gehoord, mevrouw Nijenhuizen. Ik hoop dat u ze ook nog paraat heeft. Zo niet, dan ga ik u wel handje helpen. Het gaat in eerste instantie over de waardeontwikkeling met betrekking tot spoor en wat er eventueel gaat gebeuren.
Mevrouw Nijenhuizen: Ja, ik hoop dat Ronald mij eventueel aanvult, maar als er spoor verbreding noodzakelijk is en het spoor naar het zuiden komt, dan zal ook NS en ProRail, dan zullen ook de andere partij mee moeten betalen, als dat leidt dat hier bebouwing verloren zou gaan. Dus mocht het gevolgen hebben voor de waardeontwikkeling, dan is dat niet iets waar alleen de gemeente Dordrecht voor opdraait, mijns inziens. U geeft aan, waarom moet de kas weg? De kas weg is zelfs een verzoek van het Duurzaamheidscentrum, want het is een kas met enkel glas, dus ‘s winters kan die eigenlijk niet verwarmd worden als je enigszins zuinig met gas om wil gaan, dus wanneer je juist een kas nodig hebt in de winter kun je hem niet gebruiken. Dus vanuit het Duurzaamheidscentrum zelf is het verzoek gekomen en hij lijkt heel mooi historisch maar het is eigenlijk een vrij nieuwe kas met een historische vorm, dus ik snap dat u hem mooi vindt, want ik vind hem zelf ook mooi, maar het is een kas uit eind van de vorige eeuw. En het Duurzaamheidscentrum zelf gaat hem misschien zelfs weg doen, al komt er niet een oranjerie. Dus dat denk ik dat goed is dat u meeneemt. En u vroeg ook nog, had de gemeente in het verleden niet een stukje grond aan het Woonbron kunnen verkopen, maar het was breder dan dat.
Zij mochten, ik bedoel, het was net in de periode dat Woonbron ook een boot gekocht had, kort daarna heeft de overheid gezegd laat corporaties zich bezighouden met woningbouw en niet met andere zaken en alleen in
26
gemeentes waar ze een kerntaak hadden, en dat hadden ze op dat moment niet in Dordrecht, op dit moment weer wel, maar op dat moment mochten zij geen nietwoningbouw opgave invullen. De voorzitter: Ja, dat waren de drie vragen, denk ik. De heer Kleinpaste: Ik mis nog een antwoord, voorzitter. De voorzitter: U mist nog een antwoord, welk antwoord? De heer Kleinpaste: Het antwoord op de vraag of in de afweging tussen het plaatsen van de oranjerie aan de hoofdroute richting centrum, dat is de Krispijnseweg, of de plaatsing dicht bij de andere gebouwen van het ensemble, hoe die afweging in het onderzoek precies is gemaakt. Mevrouw Nijenhuizen: U kunt het aan de scores zien, want wij hebben het zo transparant mogelijk en zo objectief mogelijk proberen te doen en vanwege de afstand scoorde die slechter. En wat we ook een nadeel vonden, ik bedoel, u kunt zich vast nog te discussie herinneren die we over het Weizigtpark gehad hebben, in het Weizigtpark is natuurlijk ook gekozen om het weer naar het oorspronkelijke ontwerp te doen en meer groen te realiseren en door, op de hondenspeelvoorziening die verplaatst is, om het opener te laten maken dan een paar jaar later een oranjerie neer te zetten, vonden we niet een hele logische keuze. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Daar heb ik wel een oordeel over, maar dat komt later.
De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, dan mag u. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De locatie achter het koetshuis, dat ziet er op zich mooi uit, maar je wil natuurlijk ook wel een goede toestroom van klandizie hebben en niet alleen de mensen die natuurlijk het Duurzaamheidscentrum bezoeken. Dus is er al nagedacht om dat meer in beeld te brengen, want ik neem ook aan dat je, omdat het een monumentaal pand is, je kan denk ik niet heel veel veranderen aan het pand. Dus zijn er ideeën om de toeloop wat meer op gang te kunnen brengen? Want anders blijft een beetje verborgen misschien achter het koetshuis, heb ik het idee, maar dat is misschien mijn interpretatie. Mevrouw Nijenhuizen: Wat heel positief nieuws is, de ophaalbrug die u daar ziet, die wordt gerestaureerd of in ieder geval die kan ook weer dicht en juist dat is ook een mooie verbinding naar het park, dus dat is een hele goede koppeling om van het park bij de oranjerie te komen. En ik denk dat, zeker als ze dadelijk goede voorzieningen hebben, goed gebak en dingen, dat mensen dat echt wel weten te vinden. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer heeft nog een vraagje. De heer Hartmeijer: Ja, en over de monumentale status? Is het echt een, blijft het een monumentaal pand waar je weinig aan kan toevoegen? Want ik weet van andere monumentale panden dat je daar eigenlijk heel weinig mee kan verder, veranderen.
Mevrouw Nijenhuizen: Dat heeft wel die consequenties, ik bedoel, je kan niet nog aan de achterkant de keuken uitbreiden of dat soort dingen, maar dat bleek ook uit het
27
onderzoek wat Spronsen gedaan heeft, want daarom hebben we dat expliciet gevraagd. Past in dit gebouwtje een goede horecavoorziening? En bij daghoreca is dat goed inpasbaar. Die hebben niet een hele grote keuken en dan zou het prima kunnen. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Ja, dank u wel voorzitter. In de presentatie, de eerste sheet die u liet zien, stond een zin die u niet behandeld heeft. Daar had ik toch een vraag over. Daar stond, onbebouwde grond moet terug geleverd worden aan de gemeente. Die zin die snap ik niet helemaal, dus die wil ik graag uitgelegd krijgen. En een tweede is, dat er een afspraak is gemaakt met Woonbron over de huur om niet tot dat zij het pand gaan verlaten. Maar daarvoor is het wel belangrijk te weten wanneer de geplande overdracht is, want dan weten we natuurlijk hoe lang die periode is dat er dat er geen huurpenningen kunnen worden geïnd. En mijn laatste vraag is over die onderzochte locaties, u gaf aan dat de eerdere vergunde locatie niet meer beschikbaar is, omdat daar de Duurzamheidspark gebouwd heeft. Hoe kan het toch dat als dit een vergunde locatie is, dat daar naderhand op gebouwd is? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. En fijn dat u in de gate had dat dat drie inderdaad even het maximum is. Mevrouw Nijenhuizen.
Mevrouw Nijenhuizen: In de koopovereenkomst of de akte van levering vanuit de gemeente naar Woonbron staat dat onbebouwde grond, dus grond waar niet opgebouwd is, dat die al niet terug geleverd moet worden aan de gemeente. Dus dat betekent ook als wij als de gemeenteraad geen krediet beschikbaar stelt en we niet tot verkoop overgaan dan heeft Woonbron daar straks panden staan die ze kunnen verkopen, maar de grond eromheen gaat terug naar de gemeente. Uw tweede vraag was, hoe kan het dat… Nee, uw laatste vraag was, hoe kan het dat een onderzochte locatie waar vergunning voor is verleend, toch iets anders is gebeurd. Nou ja, er is een vergunning verleend, maar daar is geen gebruik van gemaakt. Duurzaamheidscentrum wilde graag toch hun voorziening verbeteren, actualiseren, die hebben daar toen een natte tuin gemaakt en die natte tuin is net afgerond. Dus om hem daar nu neer te zetten zou een beetje onzinnig zijn en Duurzaamheidscentrum is zelf met het idee gekomen, dit vinden we eigenlijk een veel betere locatie. Die kas gebruiken we niet, die is veel te duur in exploitatie en dus zo is het gaan rollen. U vroeg zich ook af wanneer vindt de overdracht plaats? De overdracht kan plaatsvinden als we kunnen waarmaken dat we de oranjerie gaan verplaatsen.
Ze zullen de panden gebruiken tot 1 januari 2026, dus dat is nog geen twee jaar en u heeft ook kunnen zien in financiële bijlage wat de waarde van de verschillende panden is en dan kunt zien, want dat was misschien nog een aanvulling op de vraag van mijnheer Kleinpaste, van dan gaan we zoveel geld uitgeven, maar vijftig procent daarvan wordt gesubsidieerd door het Rijk. Dus het is niet het hele bedrag wat u moet betalen. De voorzitter: Een aanvullende vraag nog, zo te zien. De heer Laban: Nou, ik heb nog niet een helder antwoord gekregen wanneer de geplande overdracht kan gaan plaatsvinden. Mevrouw Nijenhuizen: Die zou zeg maar, u bedoelt de levering van Woonbron naar de gemeente? We zijn, als de raad positief besluit en de Woonbron heeft dat ook gedaan, dan zou dat binnen een maand kunnen gebeuren. Ik bedoel, de koopovereenkomst en huurovereenkomst is al overeenstemming over en er is al een notaris gekozen.
28
De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer van Ballengooien van de Dordtse VVD. Sorry mijnheer Van Dam Timmers, u was eerst. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Hartelijk dank ook voor al deze stukken. Ik vond het een genot om het allemaal te lezen, maar dat is natuurlijk eigenlijk oordeelsvormend. Ik heb een paar vragen, drie om precies te zijn, om de voorzitter ook gelukkig te maken. De allereerste vraag zou zijn: Stel, de gemeenteraad stemt uiteindelijk in met dit plan, wat is dan een beetje de beoogde tijdlijn voor de realisatie van die verplaatsing, maar ook eigenlijk de verdere invulling van dat gebied. Dat is vraag een. Tweede vraag is: Er wordt hier voorgesteld om natuurlijk de voorgevel richting in het zuiden te houden, maar op de nu beoogde locatie, dus niet een mooie locatie in het park, staan er heel veel bomen ook juist in de weg. Zouden die dan ook gekapt moeten worden om wel goede zichtlijnen daar te krijgen? Dat is eigenlijk vraag twee en de derde vraag zit hem in eigenlijk de exploitatie van zo'n oranjerie in combinatie met het koetshuis of het Landhuis, is dat ook iets wat in de overweging meegenomen wordt of hebben we voor het koetshuis bijvoorbeeld andere voorzieningen in gedachten, zoals een huisarts of een fysiotherapiepraktijk of andere mooie voorzieningen voor deze wijk. De voorzitter: Dank voor de vragen. Mevrouw Nijenhuizen.
Mevrouw Nijenhuizen: De voorgevel op het zuiden, dat is echt een hele harde eis en op de locatie van de hondenspeelvoorziening kijk je dan eigenlijk uit de wijk in, dus dat vond van Spronsen, beoordeelde dat negatief, op de locatie van de kas kijken ze eigenlijk in het groen, want je je kijkt tegen die bomen aan. Maar wij zijn niet, de plannen gaan niet uit van dat de bomen gekapt gaan worden. Dat zou niet nodig moeten zijn. Qua exploitatie, wat er in het koetshuis zit natuurlijk gewoon al voorzieningen en de exploitatie van de horeca is gewoon, zien wij dat daar gewoon horeca exploitant voor ingehuurd wordt die dat exploiteert. De voorzitter: Mijnheer Van Dam, het is hier nooit hetzelfde. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, nee, heel even aan aanvullend inderdaad. Waar ik benieuwd naar ben voor u voorzitter, gaat het over dat in het koetshuis al wat zit en in het Landhuis, dat staat voor een gedeelte, in ieder geval gaat dat leeg dan komen staan. Mijn vraag is, en je kan inderdaad natuurlijk heel strikt die oranjerie als daghoreca doen, maar het hele ensemble bij elkaar heeft het ook een zekere waarde, zeg maar en mijn vraag is eigenlijk van is dat ook de overweging? Je kan natuurlijk ook iets meer à la Villa Augustus-achtige accommodatie daar realiseren en dan heb je een breder trekkend publiek. En ik vroeg me gewoon af wat de gedachten daarover was.
Mevrouw Nijenhuizen: In dat kader hebben we ook onderzocht, van het Landhuis zou een prachtig boetiek hotel kunnen zijn en dan zou je de oranjerie als ontbijtruimte te kunnen benutten. Maar dan loop je aan dat het ligt in die rode zone waar gewoon niet te veel mensen mogen verblijven, dus qua horeca bestemming, op de locatie waar het Landhuis en dergelijke nu zit, is dat het knelpunt. De voorzitter: En dan was er nog een vraag, als we instemmen, de tijdlijn. Mevrouw Nijenhuizen: Die vertel ik u ook graag. Dan is het streven om met een bouwteam te werken aan de verplaatsing van de oranjerie. Die zou dan volgend jaar richting planontwikkeling zijn en dan zou die zeg maar in 2026 verplaatst kunnen zijn. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Van Ballengooien van de Dordtse VVD.
29
De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter en excuus dat ik mijn bordje vergeten ben. De voorzitter: We kennen u. De heer Van Ballegooijen: Gelukkig. Volgende vraag, mijnheer Van Dam Timmers noemde al het zicht vanuit het beoogde terras op locatie 1C, op de kas locatie. Ik zou de vraag graag omdraaien. Het zicht vanuit delen van het park en de weg op de locatie zelf, want het is natuurlijk de bedoeling dat het een stukje openbare ruimte, dat daar ook mensen op afkomen. En is dat ook meegewogen in de overwegingen. Zo ja, scoort het daar goed op gezien de boerderij, het Aquarama en de bomenrij die daar staan. Daarmee gelinkt eigenlijk de vraag: Een aantal keer wordt aangegeven dat het voornamelijk een goede locatie zou zijn omdat er mensen naar het duurzaamheidspark komen, is dat dan ook het beoogde publiek of is het beoogd publiek ruimer? Want het voelt een beetje, en at is ook al eerder gezegd, als een locatie inherent gelinkt aan het Duurzaamheidspark en daarmee ook wat meer achteraf voor anderen, voor ander publiek. En tot slot, dat was eigenlijk in de prestatie was natuurlijk een hele mooie sluit over de voordelen van die locatie, ik hoopte dat dat verder zou gaan, want ik mis een beetje eventuele nadelen van die locatie en voordelen ook van andere onderzochte hoog scorende locaties. Zou u die kunnen toelichten, kort. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Nijenhuizen.
Mevrouw Nijenhuizen: Nou, nadelen van de locatie is inderdaad dat die niet in het park ligt wat altijd toegankelijk is, dus dat dat is inderdaad een nadeel. Een ander, de zichtbaarheid, heeft u gelijk in, dat wellicht andere locaties wat zichtbaarder zijn, maar deze is wel dichtstbij het koetshuis en het Landhuis gelegen. Dus als je hem vergelijkt met de andere locaties, is daar de afstand weer groter. Dat leid er wel toe dat het minder een compositie is en de nabijheid is gewoon wel belangrijk. Kijk als je hem heel ergens anders zet dan heeft het niks meer met elkaar te maken. En u vroeg ook nog het beoogde publiek. Ja, dat dat is zowel het publiek wat nu met, al dan niet met kinderen, het Duurzaamheidscentrum bezoekt, maar ook wel degelijk mensen die in het park aanwezig zijn. En dat is daarom denk ik ook belangrijk dat die ophaalbrug straks ook naar beneden kan en dan is die verbinding met het park weer net iets gunstiger en ook de zichtrelatie weer wat beter. De voorzitter: Ja, dat was de laatste vraag ook, het zicht vanuit het park op. Mevrouw Nijenhuizen: Ja, die is minder ja. Helemaal niet, niet. Ik bedoel, in de winter zie je sowieso al wat minder bladeren aan de bomen zitten. De voorzitter: Mijnheer Van Ballengooien, aanvullende vraag, eentje. De heer Van Ballegooijen: Eigenlijk terugkomend op de vraag ik stelde, maar die gedeeltelijk beantwoord is.
Over de nadelen inderdaad van de locatie dat is dan helder. Ik vroeg me af of andere locaties bepaalde voordelen ten opzichte van deze locatie hebben, van de onderzochte locaties uiteraard. Mevrouw Nijenhuizen: Nou ja, de nummer twee zeg maar de hondenspeelvoorziening, die heeft als voordeel dat die ook buiten de openingstijden van het Duurzaamheidscentrum gebruikt kan worden, dat hij iets later open kan zijn. En die is ook gewoon vanuit het park heel goed zichtbaar. Maar ja, die heeft weer als nadeel dat je park ruimte onttrekt en dat het uitkijken minder is. En zelf hecht ik vanuit de
30
gemeente ook wel veel waarde aan het oordeel van een horecadeskundige, die zegt van ja op die andere plek heeft hij gewoon meer kans om te slagen. De voorzitter: Dat zou mijnheer Van Ballegooijen vast aanspreken. Mijnheer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter. Ja, ik was een beetje verbaasd over de locatiekeuze van waar de horecavoorziening naartoe gedacht was. En dat moet een horecavoorziening zijn met vijfenzeventig stoelen op het terras, dat vind ik best veel. Er is een plek in het park die altijd druk is door gewoon publiek, dat is de speeltuin Sevenoaks, dat is gewoon een succesnummer, zondag 's ochtends om negen uur stuiteren de kinderen daar al in het rond. Dat is echt fantastisch. Mijn verwachting was ook dat de oranjerie daarnaartoe zou worden verplaatst, maar nu zie ik dat dat in de beoordeling niet als functioneel wordt gezien. Daar begrijp ik echt helemaal niets van. En zelf, ik kom twee keer per dag in het park want ik heb een hond en dan doe je dat heel snel, ik ervaarde het Duurzaamheidscentrum als erg afgescheiden van het park, dus de route, ook bij een herstelde ophaalbrug, waarvan de kosten nog niet zijn meegenomen, dan blijft de route naar de gedachte plek, de focusplek van de oranjerie, ingewikkeld. Dus wat betreft functionaliteit scoort de beoogde plek hoog. Terwijl ik begrijp dat niet.
Kunt u mij dat uitleggen? De voorzitter: Dat gaat mevrouw Nijenhuizen nu proberen. Mevrouw Nijenhuizen: Ik had gehoopt dat ik dat al had gedaan, maar daar ben ik dan, dat is niet gebeurd. Qua functionaliteit zit hij op de plek van de kas natuurlijk dichterbij, maar dat is niet per definitie functionaliteit, dat is meer de samenhang van de complexen. Sevenoaks, daar in de buurt is natuurlijk eigenlijk heel weinig ruimte, want dan zou je hem eigenlijk op de heuvel kunnen doen, maar dan gaat het ten koste van bomen, want ten noorden van Sevenoaks is het ouwe landgoedbos, dus bij Sevenoaks zelf zou ik, behalve die wij onderzocht hebben, niet weten welke daar goed kan. De verbinding zeg maar als het Duurzaamheidscentrum open is, die lijn van Sevenoaks naar de beoogde oranjerie locatie, is natuurlijk een prima verbinding. Je loopt dan…. De heer Damen: Aanvullende vraag: Aan de kop van de vijver, de vijver met de fontein, daar is niet echt een heuvel, maar een lichte verhoging, dat zou een magnifieke plek zijn voor een horecavoorziening. Die dan zeg maar, daar kunnen de opa's en oma’s zitten, waarvan de kinderen in de speeltuin rond stuiteren. Die locatie is niet expliciet onderzocht, zou dat niet een veel kansrijker locatie zijn. Als je een terras wil met vijfenzeventig stoelen. De voorzitter: Probeert u hem nog een keer te overtuigen.
Mevrouw Nijenhuizen: Vanuit die optiek heeft u gelijk, maar die locatie krijgen we bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed niet voor elkaar. We zijn op locatie geweest, we hebben met hun ook de locaties bekeken, hun voorkeur heeft ook 1C en vanuit de gemeente, althans vanuit erfgoed, zouden we het ook heel prettig vinden als het de monumentale status houdt. Nou ja, dat zij toestemming gaan geven bij verplaatsing dat het een rijksmonument blijft. De voorzitter: Mijnheer Damen, ik ga nu naar mijnheer Wringer, want de klok gaat ook verder en ik ben bang dat u over een kwartier nog steeds vervolgvragen heeft, maar die mag u altijd schriftelijk indienen. Mijnheer Wringer.
31
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank voor de presentatie. Soms snap ik de regels van de Rijksdienst voor Erfgoed ook niet. Waarom kan je zo’n pandje niet draaien, zodat hij wel op de hondenspeelplaats met uitzicht naar het park heeft, maar ja dat mag blijkbaar niet. Ik vind het wel positief dat de ophaalbrug gerestaureerd wordt, anders zou de enige twee ingangen zijn via de speeltuin, door de stadsboerderij, via een kronkel weggetje naar de plek, of je moet het park uit, de Krispijnseweg, Van Baerleplantsoen er weer in. Dus ik hoop eigenlijk vanuit de gerestaureerde ophaalbrug een direct pad naar een pandje toe, waar je een ijsje kan halen en wat kan drinken. Maar u zei ook dat zomers is het de moneymaker, de geldverdiener. Maar ja het gaat om vijf uur dicht. Wordt er gekeken om het in de zomer langer open te houden, wordt er gekeken om eventueel, dat je het kan verhuren voor een vergadering door een bedrijf of iets, zodat je de exploitatie wat meer uit kan breiden. Dus dat is een vraag. En de tweede vraag, de exploitatie is wel heel erg positief uit het onderzoek, dat hebben we natuurlijk al eens vaker gedaan. Khotinsky was ook heel erg positief en die is nu ook failliet en heeft eigenlijk nooit goed gedraaid en zeker ten opzichte van de omliggende wijken, die sociaal economisch niet de sterkste wijken zijn, gaat het het wel redden? Vragen we ons af.
De voorzitter: Goed, mevrouw Nijenhuizen. Mevrouw Nijenhuizen: Bij draaien, kijk, de functie van het gebouw was plantenkas, dus zeg maar de kuipplanten. Daarom staat de huidige gevel op het zuiden, dat er gewoon alle zon binnenviel. Dus je mag het verplaatsen, maar de functie moet je wel hetzelfde houden. Dus dat ligt daaraan ten grondslag. De ophaalbrug, dat vroeg ook iemand, van die kosten zijn niet meegenomen. Die kosten zijn al wel gedekt, gewoon vanuit het bruggenonderhoud, dus dat gaat gewoon met het Weizigtpark dergelijke mee, dus dat is de rekening, die komt niet ten laste van dit plan. En u vroeg ook nog, die exploitatie is heel positief, wij gaan er nu vanuit dat de kosten van restauratie en dergelijk uit de subsidie en het krediet betaald worden, dus dat de huur straks op moet brengen het onderhoud van het pand en u kunt die kosten ook lezen, wat er is meegenomen in het onderzoek van Van Spronsen. En ik denk dat dat gewoon een haalbare exploitatie oplevert maar… De voorzitter: Mijnheer Wringer vroeg ok nog of het bijvoorbeeld verhuurd kan worden voor een feestje. Mevrouw Nijenhuizen: Dat is, kijk, het licht nu in het Duurzaamheidscentrum en dat heeft bepaalde openingstijden en sluitingstijden en er zijn dieren aanwezig, dus daar moeten dan...
We zijn er nu vanuit gegaan dat het gewoon binnen de openingstijden van het Duurzaamheidscentrum past, omdat je niet zomaar allemaal mensen daar rond kan laten lopen zonder toezicht. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, u had nog een vraagje. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, die vraag kwam een beetje bij mij op nadat ik hoorde dat de Rijksdienst ook mee geweest was de locaties te bekijken, dat hun voorkeur is naar 1C. Dan word ik ineens nieuwsgierig welke invloed in de besluitvorming de Rijksdienst precies heeft en of ze daarin doorslaggevend zijn? Dus dat we hier wel iets kunnen vinden maar dat de Rijksdienst uiteindelijk zegt van het wordt 1C. Hoe zit dat precies in elkaar, procedureel? De voorzitter: Mooie vraag.
32
Mevrouw Nijenhuizen: De Rijksdienst heeft zich niet bemoeid met dit onderzoek, dus dit onderzoek is vanuit de projectgroep waarvan, zeg maar die bestond uit mensen van erfgoed, landschapsarchitect, stedenbouwkundigen, die hebben dit onderzoek gedaan. We zijn al vast bezig met de voorbereiding voor de verplaatsing en in dat kader is het heel belangrijk dat als we de omgevingsvergunning aanvragen, moet de Rijksdienst ook adviseren of zij kunnen instemmen met de verplaatsing. Ze zijn vorige week dinsdag op locatiebezoek geweest en zij hebben toen aangegeven dat zij onze voorkeurslocatie verreweg de beste vonden. Maar toen ik de stukken opstelde, hadden we hun oordeel nog niet meegenomen. Maar zij maken wel dezelfde afweging als de adviseurs van de afdeling erfgoed. Dus in dat opzicht is dat niet echt een verrassing maar… De voorzitter: Zij hebben dus niet de keuze bepaald, dat is in ieder geval duidelijk. De heer Kleinpaste: Even aanvullend, want ik hoor twee termen die ik verwarrend vind, namelijk adviseren en instemmen.
Hebben ze nou adviesrecht of moeten ze instemmen? Mevrouw Nijenhuizen: Bij de omgevingsvergunning, dus dat is niet de vergunning die we nu al hebben, maar als het we dadelijk een omgevingsvergunning aangaan vragen voor de nieuwe locatie dus voor de verplaatsing, het betreft een rijksmonument, dan moet de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een advies uitgeven of ze het eens zijn met de restauratie. En normaal gesproken zijn Rijksdiensten niet enthousiast over verplaatsing. Dan moet er echt een grote noodzaak zijn. Het gebeurt wel eens, maar het gebeurt zelden. Zij zijn op dit moment overtuigd dat er voor ons genoeg redenen zijn om hem te verplaatsen, dus dat heeft te maken met de locatie, waardoor er nu weinig andere functies in kunnen, de moeilijkheden om het te restaureren, de route die we daar hebben, dus er zijn verschillende redenen waarom zij die verplaatsing positief tegenover staan. Als wij de verplaatsing doen, dan zijn de twee dingen waar ze naar kijken van hoe wordt het verplaatst, dus worden de goeie elementen meegenomen en hoe wordt dat toegepast? En daarnaast kijken ze ook van vinden we de locatie goed? Komt er een negatief advies, dan kan de gemeente alsnog verplaatsen, maar dan ben je wel je monumentale status kwijt. En dat heeft natuurlijk wel een precedentwerking.
Ik denk dat je als gemeente altijd wil zorgen dat ja dat je je eigen monumenten goed onderhoudt en verzorgt. De voorzitter: Ik denk dat we richting een afronding moeten. Ik zie te veel vingers om ze allemaal te honoreren. Ik neem mijnheer Hartmeijer nog en verder niet. Eventuele andere vragen, die zullen schriftelijk gesteld moeten worden, want halftien is hier een volgende belangrijke vergadering. Mijnheer Hartmeijer, een korte vraag. De heer Hartmeijer: Ja, een hele korte vraag. Ik begrijp uit het verhaal dat de oranjerie in ieder geval verhuurd wordt aan een ondernemer en niet verkocht. Dat heb ik goed grepen denk ik. Ja. De voorzitter: Goed. Dus ik stel nogmaals voor, want er zijn zeker nog drie mensen die een vraag willen stellen en dat gaat te veel tijd kost, dan zijn we niet op tijd klaar en ik altijd op tijd beginnen, maar ik wil ook op tijd klaar zijn. Wij moeten namelijk nog gaan afsluiten met een conclusie. De eerste vraag is: Weten wij nu na deze presentatie en de beantwoording van de vragen voldoende om tot een politiek standpunt te komen? Als het antwoord nee is, dan zouden we bijvoorbeeld nog een beeldvormende vergadering moeten hebben. Weten wij nu voldoende? Dat is mijn eerste vraag die ik ga stellen, met in uw achterhoofd een paar dingetjes, kan nog schriftelijk vragen. Ik zie behoorlijk enthousiast geknik, dus volgens mij… mijnheer Gündogdu?
33
De heer Gündogdu: Voorzitter, voor dit onderwerp wel, maar ik ben ook benieuwd en dat zal wel een vraag zijn die ik op papier zal zetten, zijn er nog meer van dit soort objecten die wij uit het budget voor het Maasterras zouden moeten aanschaffen? De voorzitter: Dat is even nu niet aan de orde, denk ik. Voor straks wel, maar nu eventjes niet. Goed, dan is mijn tweede vraag, hoe gaan we dan verder? U weet voldoende, nou dan zijn er, dat weet u, twee smaken. Het kan als hamerstuk naar de raad, het kan ook een oordeelsvormde sessie alhier. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voorzitter. Ik zou graag een voorstel daarvoor doen. Ik denk dat het goed is om hier oordeelsvormend over te spreken. En dan denk ik met de vraag, kan de gemeenteraad instemmen met de aankoop van deze locatie? Dat is vraag een en de tweede is, kan de gemeenteraad instemmen met de beoogde nieuwe locatie van de oranjerie. Ik denk dat je die namelijk ook wel een beetje los van elkaar moet zien. De voorzitter: Dat zijn inderdaad twee verschillende vragen. Mijnheer Den Boer, u heeft ze? Zijn er meer mensen die dat ook nodig vinden, om dit oordeelsvormend te bespreken en hebben die ook een vraag? Ik zie mijnheer Damen. De heer Damen: Ik sluit mij bij de vorige spreker aan. De voorzitter: Ja dat is goed. Mijnheer Van Ballengooien.
De heer Van Ballegooijen: Ik sluit me ook aan bij de heer Van Dam. De voorzitter: Dan hebben we er drie, dat is al voldoende. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ja. Ik ga schriftelijke vragen stellen en op basis van de antwoorden daarop zou ik nog een politieke vraag extra erbij willen doen. Maar te zijner tijd. De voorzitter: Dat is een nabrander dan, dat kan. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voor mijn geld hetzelfde. Ik denk dat ik nog wat vragen over het onderzoek ga indienen. Dat zou kunnen leiden tot een extra politieke vraag. Ik steun overigens de twee politieke vragen die de heer Van Dam Timmers ook al stelde. De voorzitter: Prima. Dat waren goede vragen, blijkbaar. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ik stem in principe hier ook mee in. Ik denk dat het goede vragen zijn en goed dat we daar oordeelsvormend met elkaar over gaan praten. De voorzitter: Prima. Het was ook na zoveel vragen na nauwelijks te verwachten dat het als een hamerstuk door kon, denk ik. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Naast de vraag van mijnheer Van Dam Timmers, wil ik eigenlijk nogmaals het nut hiervan als politieke vraag ook nog meegeven. De voorzitter: Dus de politieke vraag van wat is het nut hiervan? Van wat? De heer Safranti: Van het aankopen van het pand.
34
De voorzitter: Van het aankopen van het pand. Wat is het nut van het aankopen van het pand? Oké kan, prima. Ja, mijnheer Wringer, u komt zo mijnheer Van Dam. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik wil ook nog even een aanvullende vraag, kan de openingstijden de exploitatie in de zomer worden aangepast? De voorzitter: Ik denk dat je die schriftelijk eventjes nog moet stellen, want dat is weer een technische vraag en daar hebben we van gezegd dat doen we eventjes verder niet meer. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voorzitter. Ik zou misschien nog een vraag willen toevoegen. Dat is eigenlijk de vraag die net getriggerd werd en dat gaat over, als je iets doet wat de Rijksdienst niet wil, wat zou het in dat hypothetische geval de raad vinden dat de monumentenstatus dan van de oranjerie verdwijnt? Er zitten voor- en nadelen natuurlijk aan, dus ik vind dat dat ook een oordeelsvormend onderwerp dan zou kunnen zijn. De voorzitter: Is de raad bereid de monumentale status op het spel te zetten door in te gaan… De heer Van Dam Timmers: De Rijks monumentale status? Want je kunt alsnog een, als we dit herbouwen, een gemeentelijk monument ervan maken.
De voorzitter: Prima. Die heeft u, mijnheer Den Boer? Nou, dan zijn we een minuut voor half tien denk ik keurig op tijd. Ik dank u allen hartelijk voor de indrukwekkende hoeveelheid vragen, de betrokkenheid waar het van getuigde, mevrouw Nijenhuizen, bedankt voor de presentatie en iedereen verder nog een goede avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
35