2.8 2024.02.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 27 FEBRUARI 2024 Vergaderzaal 3 3. Inspreker op een niet geagendeerd onderwerp: Woningen Jongeren Leerpark Voorzitter: De heer Gündogdu Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (Denk) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (CU/SGP) Mevr. Pichel (FvD) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Inspreker: Dhr. Guerrouj Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste raads- en commissieleden, publiek op de tribune en kijkers thuis van harte welkom voor deze commissie. We hebben een inspreker vanavond en voordat we het woord geven aan de inspreker, wil ik even een ronde maken zodat jullie even jullie naam kunnen inspreken aan de microfoon. Dan zal ik bij de inspreker beginnen. Even het knopje indrukken. De heer Guerrouj: Ik ben Mimoun Guerrouj, ik kom spreken voor de woningen die vrijgesteld zijn voor de jongeren of mensen met een hulpvraag. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt.
Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, fractie van Waardhuizen. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw De Groot: Megan De Groot, Beter Voor Dordt.
1
De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Bootsman: Nick Bootsman van GroenLinks. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, Denk. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff, CDA. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Uysal: Abdullah Uysal van GroenLinks Dordrecht. De heer Den Boer: Mark Den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Aydin Gündogdu, vanavond uw voorzitter. Van harte welkom wederom. Zoals ik zojuist heb genoemd, mijnheer Guerrouj, die wil inspreken over het onderwerp jongeren en jongerewoningen op het Leerpark. Daarvoor heeft u een begeleidend schrijven ontvangen. Goed om te weten dat we vanavond geen besluiten nemen. We luisteren naar datgene wat mijnheer Guerrouj gaat inbrengen en uiteraard hebben we dan ook de gelegenheid om vragen te stellen en antwoorden daarop te geven. Mijnheer Guerrouj krijgt vijf minuten spreektijd van ons en ik zou zeggen, vangt u aan. De heer Guerrouj: Om te beginnen, ik wil eigenlijk spreken voor de jongeren, ik sta hier voor de jongeren, ik heb ze ook gesproken, dus ik kom niet alleen voor mezelf hier, dat is ten eerste.
Ten tweede, om gelijk met de deur in huis te vallen, er is eigenlijk veel ruis, veel dingen die eigenlijk niet kloppen, met betrekking tot die woningen die eigenlijk vrij zijn gegeven voor de jongeren met een hulpvraag. Denk aan de huurprijzen, denk aan de begeleiding, denk aan de sfeer die eigenlijk daar heerst. En ook de problematiek met betrekking tot de jongeren die eigenlijk daar onder vallen, voor jongeren die eigenlijk met een hulpvraag, die eigenlijk daar horen te kunnen wonen. En ook het landelijk beleid met betrekking tot thuis- en daklozen, wat eigenlijk het eerste standpunt is, dat jongeren eigenlijk een plek moeten hebben om tot rust te komen. En uit eerdere vragen die zijn gesteld vanaf VSP andere partij, die ook de vraag had van luister, we zien dat er bepaalde woningen nog vrij zijn. Hoe kan het zijn dat eigenlijk ze alsnog vrij zijn? Kort gezegd, het komt eigenlijk door dat namelijk de jongeren zich daar niet echt thuis voelen of zijn. Denk aan vele zaken die daar worden overtreden, wettelijk gezien ook, buiten de sfeer et cetera. Denk aan dat jongeren eigenlijk, de gehuurde panden eigenlijk, de huismeesters zomaar binnenkomen
2
zonder vooraf aan te geven, luister, we komen binnen. Dingen die zomaar verdwijnen. Denk aan opeens een verbod op een huisdier, die eigenlijk eerst in de huurovereenkomst wordt gesteld. Stel je voor je wilt een huisdier, geeft het even aan en dan gaan we samen besluiten of het toegestaan is of niet toegestaan is. En op een gegeven moment wordt gelijk een verbod erop gelegd. De huurovereenkomst, helemaal andere voorwaarden zijn voorgesteld. En zo kan ik eigenlijk een heel verhaal hierover blijven vertellen, maar volgens mij hebben jullie die stukken zelf ook gezien. Ik heb vandaag toevallig een brief ontvangen van de gemeente zelf, waardoor ze eigenlijk bepaalde vragen nog hebben beantwoord. Ik weet niet of jullie op het laatste moment nog die hebben binnen ontvangen, ja of nee? Nee, oké. Dan moet je dat ook nog onder ogen zien. Ja, dat kort gezegd te hebben. De voorzitter: Helder, bedankt voor uw inbreng. Ik kijk even de commissieleden aan. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Eerst maar een verduidelijkende vraag want ik ben, behalve de schets die geeft, vooral benieuwd naar de vraag die u aan deze commissie zou willen stellen. De heer Guerrouj: Dus dat is eigenlijk heel duidelijk. Ik denk dat dat ook duidelijk is in het dossier wat ik met jullie heb gedeeld, dat eigenlijk de monitoring niet aanwezig is.
Want er is namelijk een punt zeven miljoen geïnvesteerd door de VWS en dat is eigenlijk juist voor de jongeren. En nu zie ik letterlijk dat er eigenlijk gebruik van wordt gemaakt door de huismeesters en de huurprijzen die boven eigenlijk het dak vliegen. Dus ik denk van ja, jullie moeten op de hoogte zijn gesteld van deze zaken en ik zie dat dat nu namelijk niet het geval is. Daarom kom ik hier spreken voor jongeren en voor mezelf, om hier eigenlijk op te hameren om die zaak alsnog recht te trekken. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog aanvullende vragen, commissieleden, raadsleden? Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik ben eigenlijk wel geïnteresseerd in de brief die de gemeente… Kan je daar iets over zeggen wat er in staat? De heer Guerrouj: Ja, dat kan ik zeker benoemen. Kijk het ware namelijk, ik heb die brief hier voor mij staan, ik heb namelijk achttien, negentien, tweeëntwintig vragen gesteld en daar wordt eigenlijk een heel ander beeld geschetst, dus daarom zit ik ook hier, een ander beeld geschetst dan wat er daadwerkelijk eigenlijk gebeurd. Denk aan de oppervlakte van de beschikbare woningen, er wordt gezegd bijvoorbeeld voor een tweepersoons kamer dat je eigenlijk rond die zeshonderd betaalt, maar als je eigenlijk gaat toetsen dan betaal je rond de duizend euro nog iets, voor de tweepersoons woningen.
Dus wat ik hier kom doen is eigenlijk de waarheid boven tafel halen, zodat jullie eigenlijk hieruit kunnen handelen van luister, in de praktijk gebeurt niet wat er eigenlijk moet gebeuren en er worden gewoon overtredingen begaan, die niet horen te zijn. De voorzitter: Mijnheer Groenewege.
3
De heer Groenewege: Als ik u goed begrijp, dan doet de verhuurder iets verkeerd, is de verhuurder de gemeente of is dat een andere partij? De voorzitter: Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Nee, kijk, de reden dat ik hier kom spreken, specifiek omdat er ook een subsidie daarvoor vrij is gegeven. Stel je voor, er was geen subsidie ter sprake, dan kun je zeggen, het is gewoon een particulier en dan hebben ze een beetje vrijheid. Maar omdat juist het geld van de burger eigenlijk hier in het spel komt, dan moet er eigenlijk meer toezicht erover gehouden worden, dat de regels wel duidelijk gehandhaafd moet worden. En specifiek ook, er wordt gesproken over een sociale huur terwijl je als je over… Even kijken, wat was het nu? De opmetingen die op worden gegeven, die kloppen ook niet, want ik heb hier bijvoorbeeld, de vraag die ik heb gesteld aan de gemeente, die brief die jullie nog niet tot jullie hebben, even kijken, vraag zestien.
Ik vraag namelijk hebben jullie de toetsing gemaakt naar de betaalbare woningen, zoals op alle nieuwszenders naar buiten is gekomen, dat is namelijk overal bekend, die huurprijzen? Er is namelijk daarop beantwoord: Met de ontwikkeling is afgesproken dat de wooneenheden moeten worden verhuurd tegen de sociale huurprijs, de huurprijzen zoals die zijn vermeld in het antwoord in vraag vijftien, met andere woorden, keren we terug naar vraag vijftien en dat wordt gesteld dat namelijk de woningen van één tot twee persoons rond de zeshonderdnegenenzeventig kosten, terwijl de kosten helemaal niet kloppen en het oppervlak klopt ook niet. En daarbij een klein punt, mevrouw Ruby was er ook in de beginfase bij betrokken. Ze heeft ook live alles kunnen meemaken en die kan ook misschien nog bepaalde dingen bevestigen, waarop we gezegd hebben. Dat was het eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voor het inspreken. Ik heb nog wel een vraag. Heeft u de huurcheck bij de huurcommissie geprobeerd? De voorzitter: Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Dat heb ik namelijk geprobeerd, maar in mijn e-mails die u heeft gelezen, die ik ook heb aangeleverd.
Vorige keer was mijnheer Peter Heijkoop, die heeft ook namelijk gezegd dat er eigenlijk geen toezicht meer mogelijk is, ofwel de ambtenaren die dat moeten doen, die zijn er niet, die zijn tekort eigenlijk om dat kunnen toetsen. Als die huurprijs klopt, is er weinig aan ambtenaren om dat gaan handhaven. Ik heb het zelf getoetst en dan kom je eigenlijk op een heel lager bedrag dan het bedrag die ze eigenlijk benoemen. Want ze hebben namelijk zo, de uitwerking men betrekking tot de huurprijs op de maximale huurprijs gezet. Dat ze ook de maximale huurtoeslag voor krijgt, dus eigenlijk als je het gaat bekijken is er eigenlijk gewoon fraude ter sprake, omdat ze eigenlijk de maximale prijs erop hanteren, omdat die persoon eigenlijk de maximale huurtoeslag krijgt, waardoor het lijkt dat die persoon minder betaalt. Dus die constructie is gewoon helemaal niet kloppend. De voorzitter: Ik zou het woordje fraude even niet gebruiken, zou ik zeggen. Mevrouw Pichel.
4
Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Nou ik had een vraag, maar mijn naam viel dus ik dacht laat ik sowieso even reageren. Ik hou wel van om wat helderheid en structuur te hebben in deze casus. Want waar de heer Guerrouj aan refereert, is natuurlijk ook, en daar heeft, even kijken, VSP en fractie van Waardhuizen hebben volgens mij vragen erover gesteld, over het Leerpark en wat daar gebeurt en inderdaad de prijzen. En waar ik inderdaad ook getuige van ben geweest is om dus bepaalde prijzen te zien die die hoog leken, zeker voor de vierkante meter oppervlakte waar het omging en daar zijn inderdaad vragen over gesteld. De vraag van mevrouw Kamphuis vond ik ook wel interessant hè. Waar is het ook nog verder aan getoetst en hoe kunnen we daar met elkaar naar kijken? Ik denk dat dat een belangrijk punt is, want wat ik lastig vind nu aan deze case en misschien kunnen andere mensen daar ook wat licht op schijnen, is ik mis een beetje de lijn in waar beginnen we en waar kunnen we naartoe? En ik snap dat het voor de heer Guerrouj ook niet makkelijk is en dat we daar misschien ook zelf iets van moeten vinden, maar ik hoor dingen, ik zie ook dat er vragen worden gesteld, ik zie ook dat er antwoorden komen en ik merk ook dat er wel wil is om hiernaar te kijken.
Alleen ik ben even een beetje kwijt waar die bal ligt en dat vind ik dan wel fijn voor deze commissie om te kijken van bij wie bij wie ligt die bal nu? Hoort hij daar ook te liggen? En hoe kunnen we dit proces wellicht een beetje begeleiden, want we hebben nu een paar aantal keren vergaderingen erover gehad, er is ingesproken en wij hebben hier natuurlijk de beste wil, maar we kunnen ook niet alles bepalen, zeker niet als bepaalde dingen natuurlijk ook niet vanuit de gemeente of vanuit de sociale overheid wordt geregeld. Is daar specifiek een vraag? Ja, misschien kijk ik toch nog een beetje naar de voorzitter. Hoe kunnen we dit proces begeleiden? De voorzitter: Wat ik begrijp is dat mijnheer Guerrouj, die heeft vragen gesteld aan het college, die heeft daar antwoord op gekregen. Vervolgens wil hij dus op basis van die antwoorden deze commissie inspreken. En waarbij hij dus zijn verhaal heeft gedaan en van deze commissie dus ook antwoorden krijgt op… Tenminste, hij antwoorden geeft op de vragen die u stelt en het is vervolgens aan de commissie zelf om te bepalen wat zij met dit onderwerp doen. Mevrouw Pichel, u heeft een aanvulling. Mevrouw Pichel: Nou ja, dank daarvoor en ik vind dat een mooie opheldering voor deze commissievergadering, maar dan nog steeds is het mij even niet helder.
Ik zou nu gewoon even niet zo goed weten, welke vragen wil ik stellen, want ik weet even niet waar die bal ligt. Waar ligt die verantwoordelijkheid? En we horen dit verhaal aan van de heer Guerrouj, maar het is ook heel moeilijk, en dat kan aan mij liggen, vul me gerust aan als ik dingen mis, maar het is voor mij heel moeilijk te plaatsen en ik zie meer fronsende wenkbrauwen. En dat is puur omdat ik gewoon wel wil. Kunnen we er wat mee? Ja. Waar moeten we het oppakken? Kunnen we ergens niet iets mee, dan moeten we sommige dingen misschien ook parkeren. De voorzitter: Vanuit mijn rol als voorzitter lijkt het mij überhaupt handig om in de eerste instantie de brief die mijnheer Guerrouj heeft gekregen vanuit het college om die ook met u te delen. Dat lijkt me een eerste belangrijke stap, zodat u ook de informatie krijgt zoals mijnheer Guerrouj dat heeft. En op basis daarvan kunt u altijd bepalen welke vervolgstap u wilt nemen.
5
De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Even inhakende op wat u zegt, is dan de lijn, moet ik het zo begrijpen, dat als die antwoordbrief bij ons terechtkomt, dat we zouden kunnen besluiten om daar bijvoorbeeld een agenderingsverzoek aan te koppelen? De voorzitter: Dat zou inderdaad kunnen. Dat is dan uw verantwoordelijkheid. De heer Kleinpaste: Dan wordt het iets helderder wat de commissie met de informatie zou kunnen doen, want ik deel wat mevrouw Pichel ook zegt, dat het nu echt zoeken is van wat onze rol, functie en hoedanigheid is in relatie tot dit dossier. De voorzitter: Dat is een juiste constatering. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ook voor de helderheid, ik denk dat het goed is dat heer Guerrouj ons zijn input heeft gegeven, dat hij niet tevreden is met hoe het nu gaat en dat de raad opgeroepen wordt om beter te monitoren of alles wel conform de oorspronkelijke bedoelingen gaat. Want zo vat ik het maar samen. En is het volgens mij aan iedere fractie zelf om te kijken wat je met die informatie wil doen, ook naar de heer Guerrouj, en of je nou zegt een agenderingsverzoek of ik ga artikel veertig vragen stellen of ik doe helemaal niks, want volgens mij doet college het wel goed, dat moet elke fractie zelf bepalen, maar dat hoeven wij niet collectief te doen.
Dus ik neem het mee terug naar mijn fractie en zullen we volgende week maandag in de fractievergadering bespreken wat te doen? De voorzitter: Bedankt voor uw inbreng. Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Kijk, op die artikel veertig vragen, wat ik heb gehanteerd ofwel heb duidelijk gemaakt, de informatie die daar wordt verschaft, is niet kloppend, anders zou ik hier niet komen zitten. Dat is heel duidelijk. Daarom zit ik ook hier om die dingen juist naar voren te brengen. Van luister, jullie hebben geen inzage in de huurovereenkomst die wordt gesteld, jullie hebben geen inzage in de klachten die bij mij binnen zijn gekomen van een stuk of twintig jongeren dat dingen daar niet kloppen. Dus jullie kunnen elke keer de vragen opnieuw gaan stellen, maar die vragen beantwoordingen kloppen niet op de feiten. Ja. Dan kan je ook niet zelf dingen gaan uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Hoor ik nou zeggen dat, dit betreft dan dus de artikel veertig vragen die door VSP en door fractie van Waardhuizen zijn ingediend. Er zijn antwoorden op teruggekomen, waar dingen in staan die niet kloppen. De voorzitter: Die in twijfel worden getrokken. Mevrouw Pichel: In twijfel worden getrokken. Oké, kijk ik even in de commissie naar de vragenstellers, is dat even...
6
De voorzitter: Mijnheer Stolk wil reageren. De heer Stolk: Ja, het is natuurlijk wel helder dat het verhaal wat mijnheer heeft gezegd, dat dat natuurlijk nagetrokken moet worden. Ja en dat is wat er nu ook gezegd wordt. Aan de andere kant is het zo, als het dus waar is wat erin staat, dan moeten we denk ik toch als raad of als commissie er iets mee doen. Ik heb nog wel twee aanvullende vragen aan mijnheer. Dat is de brandveiligheid, is daar ook iets over bekend? En twee is eigenlijk gelijk, er zou een verhouding zijn van honderd, ik noem het altijd maar studiootjes en er zouden tweehonderd zoveel studentenwoninkjes zijn. Is dat inderdaad zo of is dat ook een scheve verhouding, dat daar dus veel meer mensen met een rugzak zitten, als dat het eigenlijk waarvoor het bestemd is, studenten. De voorzitter: Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Daarop, dat heb ik dat heb ik niet onderzocht, dus daar heb ik niks over te zeggen. Want heel simpel gezegd er wordt namelijk ook niet gefilterd wie daar nog zit of niet, wordt namelijk allemaal niet gedaan. Ze kijken naar je inkomen of die goed genoeg is, of het betaalbaar is. Is dat oké? Dan kom je erin. Heb je dan bepaalde problemen, dan word je eruit gekickt. Heel simpel, zo werkt dat.
Bijvoorbeeld, ik als persoon heb me daarvoor aangemeld, Ruby was daar natuurlijk aanwezig, kijk ik ben een beetje onderlegd, ik ging die huurovereenkomsten bekijken. Ik dacht van ja, er kloppen hier bepaalde dingen niet. Het is heel vaag, heel open, waar eigenlijk de verhuurder misbruik van kan maken, snapt u. De voorzitter: U had nog een tweede vraag, mijnheer Stolk? De heer Stolk: Nee, dat waren de twee vragen. De voorzitter: Dat waren de twee vragen. Mijnheer Kolkiliç. De heer Stolk: Sorry, ik heb nog geen antwoord gehad over de brandveiligheid. De heer Guerrouj: Nee, zoals ik eerder zei, zoals dat eerder heb uitgelegd, daar heb ik geen zicht op, dus dat heb ik niet onderzocht, dat weet ik niet. De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç was als eerste. De heer Kolkiliç : Dank, voorzitter. Volgens mij heeft mijnheer het over een brief van 5 februari 2024 die ik hier bij de stukken terugzie. Alleen, ik zit een beetje in deze markt ook, in de woningmarkt. En als ik kijk, dan zijn het heldere antwoorden, die het college heeft gegeven. Dus ik kan echt even niet plaatsen van wat niet kloppend is, want er staat heel duidelijk dat de subsidie vaststelling nog niet heeft plaatsgevonden. Alles eigenlijk waar u een beetje bezwaar op heeft, staat heel duidelijk vermeld in de antwoorden.
De heer Guerrouj: Kijk, voor het antwoord, ik ga die vragen natuurlijk die onder andere niet kloppen, is het college het met ons eens en bekend met de klachten van jongeren, dat de huur inclusief bijeenkomt kosten door jongeren als te hoog worden ervaren? Zo ja, welke acties gaat het college hierop ondernemen? Zo nee, waarom niet? Er wordt
7
namelijk antwoord geven op die tweepersoons woningen, de huurprijzen van de tweepersoons studio's zijn zeshonderdzevenenveertig. Dat klopt alweer niet, het is boven die de prijs. Tweede vraag die wordt gesteld: Door de slechte klimaatbeheersing in het gebouw ontvangen wij signalen dat dit ook leidt tot overlast op andere fronten, zoals geluidsoverlast, rondhangende jongeren. Is het college bekend met deze situatie? Zo ja, welke maatregelen gaat het college nemen om dit tegen te gaan? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college bekent dat er problemen zijn met geluidsoverlast, rondhangende jongeren, de overlast heeft nu aandacht van de beheerder en wijkmanager is betrokken. Nu wordt eigenlijk het tweede punt, het probleem neergelegd bij de jongeren. Het probleem hoort niet neergelegd bij de jongeren, maar bij de beheerders die het niet goed beheren. Snapt u? Dus het is heel vaag. De antwoorden ze heel vaak en heel breed. Maar hoe ga je het controleren of die prijzen kloppen? Ik heb de huurovereenkomst tot mij, die heb ik nog niet met jullie gedeeld, ik heb de klachten tot mij, die heb ik ook niet tot gedeeld met jullie. Snapt u? De voorzitter: Mijnheer Groenewege.
Mijnheer Kolkiliç, aanvullend nog? De heer Kolkiliç: Aanvullende vraag, voorzitter, maar in die brief over de huurprijzen, in die brief staat toch klip en klaar dat het is gebaseerd op puntensystemen? De heer Guerrouj: Heeft u het onderzoek van het puntensysteem of de toetsing gedaan? Wie dat gedaan heeft, heeft u dat… Nou, dat bedoel ik. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Een beetje doorgaand op wat mevrouw Pichel vroeg over onze relatie ermee, die subsidie, is dat een eenmalige subsidie geweest bij de realisatie van deze woningen of is dat een nog steeds doorlopende subsidie die de gemeente verstrekt? De voorzitter: Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Wat ik zelf heb, die stukken die jullie ook tot jullie hebben genomen, volgens mij staat daar ook in, het is een enkele subsidie, het is een punt zeven miljoen die is geïnvesteerd. Dan zou je eigenlijk kunnen denken, waarvoor is het eigenlijk geïnvesteerd? Om de jongeren te helpen? Of is het nou geïnvesteerd, zodat de verhuurder eigenlijk gebruik kan maken van de situatie, zoals je kent van ja er is nood, qua woningen, jongeren hebben de woning nodig en dan wordt er geen rekening mee gehouden. Letterlijk wat ik eerder ook in mijn brieven heb gesteld, er wordt gebruik gemaakt van de situatie. Dat is niet echt de juiste wijze.
Er wordt een punt zeven miljoen wordt vrijgegeven om juist die jongeren te helpen en niet hun zaak te bemoeilijken. Je moet kijken om te helpen en niet als een persoon met bepaalde problematiek daar komt en dat hij wordt weggestuurd omdat een beetje bepaalde problemen heeft. Ja, en als ik aan u de vraag stel, welke jongeren komen daar, welke jongeren komen niet daar, waar is die toetsing? Ja, die is niet beschikbaar. Die verhuurder heeft de vrijheid om te bepalen wie daar komt en wie niet daar niet komt, snapt u?
8
De voorzitter: Aanvullend? De heer Groenewege: Ik vind het ook best wel ingewikkeld, omdat het eigenlijk een conflict lijkt te zijn tussen particuliere huurders en particuliere verhuurders. En dan ben ik een beetje aan het zoeken naar wat is dan onze relatie als gemeente? Maar ik ben ook wel benieuwd. Is er al bijvoorbeeld rechtelijk, want ik bedoel als de verhuurder zich niet houdt aan de huurovereenkomst, dan zou je daar misschien in het in het recht iets mee kunnen. Is die weg bewandeld? De voorzitter: Mijnheer Guerrouj. De heer Guerrouj: Dat klopt, die weg was ik aan het bewandelen. Maar ik heb dat letterlijk on hold gezet om te kijken van kunnen jullie iets daar betekenen? Ja of nee? En dan pas, het is eigenlijk de laatste stap die ik kan ondernemen, sterker nog, ik heb met die verhuurder, directeur gesproken en uiteindelijk heeft hij ook bepaalde geldbedragen aan mij willen geven om die juridische stap niet te ondernemen. Dat staat zwart op wit, dat kan ik u ook laten zien. Dus in achter gedachten weet hij dat er eigenlijk bepaalde dingen zijn die echt niet kloppen. Snapt u? De voorzitter: Mevrouw Pichel, die stak haar hand ook op. Mevrouw Pichel: Klopt, voorzitter, dank u wel. Ja, de vraag die ik wil stellen… Ik zal de laatste zijn die zegt dat dat onze systemen perfect zijn, want dat zijn ze niet.
Alleen waar ik wel naar op zoek ben is wat is precies de probleemstelling van de heer Guerrouj. Ook als we op onderzoek uitgaan, als we een formeel onderzoek willen doen, dan hebben we een probleemstelling nodig, dan hebben we een onderzoeksvraag nodig. Wat is hier de probleemstelling en onderzoeksvraag. Want ik merk het ook aan meerdere commissie collega's. Het gaat overal naartoe en hier zou ik graag antwoord op willen hebben. De voorzitter: Kunt u dat kort duiden?
De heer Guerrouj: Ja, de laatste zin die u gebruikte, het gaat over naartoe. Zo onduidelijk omdat er ook veel dingen bezig zijn. Dus het gaat niet over een punt, van luister, laten we zeggen je bent op de weg, er is een pad die eigenlijk gemaakt moet worden. Ja, is de vraag heel simpel. Dat pad moet gemaakt worden, ik zie een paar mensen daar, het wordt gemaakt en is het gefikst. Maar hier gaat het over veel andere zaken die alleen de sociale subsidie is uitgekeerd, die uitvoering, de huurovereenkomst die niet in orde is, er zijn heel veel problemen eigenlijk die in een potje komen. Daarom lijkt het een beetje lastig. Dat is heel duidelijk. Dat ziet u ook aan het dossier, het is niet een blad, het zijn zeven, acht of zes bladen, waardoor eigenlijk hele verslagen te lezen zijn. Dus om die vraag concreet te maken: Eén die uitvoering klopt niet, de wetten wordt niet gehandhaafd, worden niet toegepast hoe ze horen te zijn. Dat is niet standaard betiteling. Mevrouw Pichel: Ja, ik hoor het en ik snap het ook, maar toch kom ik daar dan op terug. Want ook, als we het hebben over een probleemoplossing of onderzoek doen, wetenschappelijk is het dan toch handig om ergens naartoe te werken om dan toch een
9
soort hoofddoelstelling te hebben en dan we wellicht wat subdoelstellingen. Want anders is het behalen van resultaat ontzettend moeilijk dus daar zou ik wel op aan willen dringen om hier dan toch een bepaalde wetenschappelijke benadering in aan te pakken. Om ergens eens wat structuur aan te brengen en richting aan te geven. Want anders komt dit nooit tot een eind. Dat is mijn tip even voor dit... De voorzitter: De heer Guerrouj. De heer Guerrouj: Gewoon duidelijk, kijk, de wet zegt dit en iemand doet iets anders. Dus voor mij is het niet echt een vraagstuk van ja, de wet wordt gewoon niet gehandhaafd. Stel je voor, ik loop door een straat, er staat een verkeersbord van je mag niet ingaan. Als ik de eerste overtreding bega ja dan heb ik een fout gemaakt. Tweede overtreding, derde overtreding. Snapt u. Dus het niet van laten we een onderzoek doen om te kijken wat speelt er en wat is er fout of wat kan er anders? Snap je? Dat is gewoon uitvoering. Dingen moet uitgevoerd worden hoe ze horen te zijn? Is dat het geval, dan heb je het probleem niet. Snapt u? De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Nou, oprechte waardering voor de openheid van mijnheer Guerrouj. Ik zit in hetzelfde probleem als mevrouw Pichel, er zijn een vraag gesteld vanuit twee fracties.
Er zijn antwoorden op gekomen, die antwoorden, ik zeg, blijken op een of andere manier niet correct te zijn volgens de woorden van mijnheer Guerrouj. Dan is het mijn voorstel, want ik zit ook met het dilemma, wat is erop tegen om de twee fracties die de vragen opgesteld, zij moeten die controleren ofwel naar waarheid of niet naar waarheid, want dat weet ik dus niet. Zij weten het en dat lijkt mij heel aannemelijk dat die in eerste instantie aan zet zijn. En dan pas, en daar ben ik wel met de heer Van der Kruijff eens, is dat hij zegt luister, dat is iedere fractie haar eigen verantwoordelijkheid om inderdaad naar de fractie terug te gaan en dit gewoon mee te nemen. En op moment dat er inderdaad onwaarheden in die vragen van het college staan, dan zijn wij wel aan zet. Want dat kan dus niet. En om even te structureren, want ik heb hetzelfde gevoel, het verhaal van u, mijnheer Guerrouj, dat gaat naar alle kanten op en ik denk dat de eerste, enige weg die er is, en daarna, dan moet u toch even geduld hebben dat we als commissie een hele andere rol hebben, dan wat u waarschijnlijk van ons verwacht. De voorzitter: Bedankt dat u dit voorlegt als structuur, mijnheer Katif. Mijnheer … De heer …: Ja, voorzitter, hij sluit in dit geval redelijk aan op wat mijnheer Katif ook zegt, want ik was nog steeds met mevrouw Pichel, met anderen, op zoek naar wat nou de politieke vraag is.
Wij zitten hier voor politieke oordelen en ik hoor uitvoeringsvragen waar wij niet over gaan, dus wat de politieke vraag is, dat is zeer relevant en als er dan inderdaad in de beantwoording dingen niet kloppen, dan zou dat een politiek feit kunnen zijn. Maar dat weten we dus nu gewoon niet. De voorzitter: Mijnheer Stolk, als laatste.
10
De heer Stolk: Ja, ik wil toch even memoreren, dat gebouw is een paar jaar geleden neergezet door de gemeente. De gemeente is eigenaar van het pand. Die heeft dus een verhuurder ingezet, die dus de zaken moeten regelen. En ik denk ook dat het een zaak voor ons is, omdat het namelijk een gemeentelijk pand is. En dat is dus eigenlijk heel belangrijk en ik moet ook erkennen dat de reuring rond het gebouw wel degelijk aanwezig is. En ik moet ook zeggen dat ik er zelf woon en ik maak me ernstig zorgen dat we geen tweede SSF krijgen. De voorzitter: Heeft u ook een concreet vraag. De heer Stolk: Ik vond het een mooi statement. De voorzitter: Dank u wel. Echt nu als echt als laatste de heer Bootsman. De heer Bootsman: Ja, dank u wel. Ik heb eigenlijk nog een hele technische vraag aan de heer Guerrouj, want we hebben veel gehoord wat er allemaal speelt. En ik vroeg mezelf af, ik heb dus dingen gehoord over de huur, maar ik heb ook dingen gehoord over huisbazen die zomaar binnenkomen, gaan die ook echt bij mensen hun huis in. Moet ik dat zo begrijpen? De heer Guerrouj: Jazeker, wat eerder heb vastgesteld. Er werd namelijk nu ook een beleid ofwel een nieuwe regel opgesteld, dat je geen camera mag hebben bij de deurbel, dus eigenlijk dat je niet weet wie binnen is van binnenuit, wie binnenkomt.
Kijk, in de huurovereenkomst staat letterlijk, als brand aanwezig is, of dat er een noodsituatie is, dat je daar naar binnen mag als huurbaas. Dat is heel breed, dan kan je zeggen ja, wat is een noodgeval? Dan kan hij zeggen, ik vind het noodgeval dat ik nu binnentreedt. Leg dat even uit. Dat heb ik ook namelijk gesteld. Daarom werd ik ook daar niet als bewoner vastgesteld, omdat ik bepaalde vragen had, van luister, die overeenkomst is heel breed en heel open. Die kan je zelf invullen, kan je misbruik van maken. Ja, heel breed. De voorzitter: Dank u wel. Omwille van de tijd, bedankt voor het inspreken. In ieder geval, het volgende wil ik u voorleggen. Er zijn door een aantal partijen artikel veertig vragen gesteld, die zijn beantwoord door het college. Mijnheer Guerrouj heeft ook een aantal vragen gesteld, die zijn door het college beantwoord en ik bemerk ook dat niet iedereen de informatie, althans de recente brief van het college, heeft. Wat wij in overleg met de griffier willen voorstellen is het volgende, om dit dossier met alle vragen en antwoorden, om dat voor volgende week op te voeren op de ingekomen stukken van de agendacommissie, zodat iedere fractie daar kennis van kan nemen en mogelijk dus ook kan opvoeren als een bespreekstuk op baas van een politieke vraag. Dus dat is het voorstel wat ik u wil voorleggen.
Kunt u daarmee instemmen? De heer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja, ik bedoel, ik kan een eind meegaan in het voorstel, maar ik zou dan wel behoefte hebben aan enige duiding vanuit het college op die stukken. De heer Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dit is genoteerd, mijnheer Stolk.
11
De heer Stolk: Ja, wij, in ieder geval, proberen dadelijk met de andere partner ook te praten. Dat wij vervolgvragen hierover gaan stellen. De voorzitter: Dat is uw goed recht. Mijnheer Katif. De heer Katif: Nou, voorzitter, ik ben met de heer Kleinpaste eens dat je sowieso… Ja, we hebben hoor en wederhoor heet dat. Lijkt me heel verstandig om een duiding te hebben vanuit college. Ik bedoel, ik ben oppositiepartij, dus ik kies geen partij en op basis daarvan kun je gewoon een stuk in alle eerlijkheid ook even bespreken, denk ik. De voorzitter: Bedankt voor deze aanvulling. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ja, dank voorzitter. Ja, ik sluit aan inderdaad bij de heer Katif en de heer Kleinpaste en inderdaad een stukje duiding. Maar vooral ook als het volgende week op de agenda komt en we zouden dat moeten beoordelen, ik weet niet of we allemaal op dezelfde manier in staat zijn om dus die beantwoording zo te beoordelen, die onjuistheden en misschien wel en misschien niet, maar als je dan ook meteen moet gaan besluiten, we gaan het wel of niet agenderen, dan lijkt het me weer een rommeltje. Dus ik zou daar iets meer ruimte of structuur of… Nou mijnheer Van der Kruijff misschien. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, die gaat een volledig voorstel doen.
De heer Van der Kruijff: Ja, nou ja, voorzitter, we krijgen natuurlijk nu als raad een inspreker en we krijgen informatie en dan kunnen we wel het college om een duiding vragen, maar het college heeft natuurlijk al antwoorden op onze vragen van andere fracties dan gesteld en die heeft ook antwoorden op vragen van heer Guerrouj, hij is er wel niet mee eens, maar hij heeft ze wel gekregen. Dus om daar nog een keer van het college te gaan vragen wat ze ervan vindt, is niet zo moeilijk. Die gaan waarschijnlijk zeggen, wat wij opgeschreven hebben, dat klopt. Dat kan ik wel voorspellen. Dus dat hoeven we niet te gaan vragen. Dus volgens mij moeten we echt als fractie naar onszelf terug. Hebben wij nu nog politieke vragen aan het college? En dan moet iemand die stellen met een agenderingsverzoek of artikel veertig of wat die ook denkt te moeten doen? En dan beslissen we daar dan wel over of het erover gaan hebben. Zo zou ik het willen voorstellen. De voorzitter: Ik vind het persoonlijk een mooi voorstel. Kunnen we hiermee instemmen? Mooi. Bedankt voor dit halfuur en bedankt voor het inspreken. 4. Bijpraatmoment voortgang proces bestemmingsplan (technische sessie) Voorzitter: De heer Struijk Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Groenewege (PvdD) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt)
12
Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (CU/SGP) Mevr. Pichel (FvD) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Buitendijk (programmadirecteur Stadsas) Dhr. Kramer (ambtelijke ondersteuning) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Goedenavond, ik zie dat de deur dicht gedaan is en dat de laatste ook gaat zitten. Dus ik stel voor dat we beginnen, want een half uur, dat is redelijk kort. We zijn vanavond bijeen in verband met een bijpraat moment wat betreft de StadsasMaasterras, de voortgang van het proces, het bestemmingsplan. Het is een technische sessie, het is beeldvormend, dus we gaan proberen de politiek verre van ons te houden. Ik heet iedereen hier aan tafel hartelijk welkom, dus. De commissieleden, wethouder Burggraaf, ambtelijke ondersteuning, uiteraard hartelijk welkom de mensen achter mijn rug en de mensen die thuis meekijken. En omdat het een goed gebruik is, ga ik dat nu ook doen, dat even de mensen aan tafel zich voorstellen en dan ga ik beginnen met wethouder Burggraaf, die nog een keer mag bevestigen dat hij het ook is. En daarna gaan we zo verder. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf. De heer Buitendijk: Ronald Buitendijk.
De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw De Groot: Megan De Groot, Beter Voor Dordt. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. De heer Kramer: Peter Kramer, ambtelijke ondersteuning. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks.
13
De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks. De heer Den Heijer: Rolin Den Heijer, Dordtse VVD. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff, CDA. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP De heer Den Boer: Mark Den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik mag deze vergadering voorzitten. Korte toelichting waarom deze vergadering? Nou, in ieder geval is het de bedoeling dat tot aan de zomer u eens per maand in een halfuurtje bijgepraat wordt over, dat doen we dan verder zonder onderliggende stukken, u heeft gezien dat er verder weinig bij zit, om u kort bij te praten over de stand van zaken van het bestemmingsplan proces. En dit is de eerste keer, dus dat is heel spannend. Dan kunnen we gelijk ook over een half uur de conclusie trekken of dit bevalt, of dit genoeg is, of dit waardevol is enzovoort. En ik ga het woord geven aan de heer Kramer, die daar achterin zit, want die gaat een presentatie verzorgen en we hebben afgesproken dat eventuele vragen, mocht daar nog tijd voor zijn, aan het eind gesteld worden. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter.
Wij hebben een aantal onderwerpen geselecteerd voor jullie vanavond, waarin wij het graag met jullie over willen hebben, om jullie bij te praten. Even terugblikken op de procedure van het ontwerpstemmingsplan en de stand van zaken, we gaan iets zeggen over de behandeling van het bezwaar van de Wvg die ingediend is op de Weeskinderendijk-Oost en de stand van zaken ten aanzien van de publiek-private samenwerking. Het bestemmingsplan is al uit de ter inzage legging, 31 januari is het daar uitgegaan. We hebben daar vijfenveertig zienswijze voor gekregen. Die zijn we nu aan het inventariseren. Gaan we kijken welke onderwerpen er zijn ingediend en een beantwoording voorbereiden. Dat zal via het college gaan naar de raad. Die voortgang, er is net al door de voorzitter naar verwezen, zijn een aantal data voor geprikt. Hier nog een keertje opgesomd en daarnaast worden jullie dus bijgepraat de aankomende tijd aan de hand van een aantal thema's die opgesteld is met jullie, door middel van een agenda, door de griffier verstrekt. Wie hebben er dan zienswijzen ingediend, even globaal een overzicht gemaakt. Publieke partijen, een lijst die hier is opgesomd, dus buurgemeenten, ProRail, NS, de rest kunt u verder lezen.
Bewoners in het gebied en bedrijven in het gebied, daarnaast ook nog bedrijven die gerelateerd zijn aan de Stamlijn, ontwikkelende partijen in het gebied en ook maatschappelijke organisaties en organisaties gerelateerd aan de binnenstad. Planning: Maatwerk wordt geleverd voor de mensen die zienswijzen hebben ingediend. Enerzijds wordt dus beantwoording voorbereid, maar ook zal er gekeken worden met wie gesprekken aangegaan moeten worden, hoe dat proces vormgegeven moet worden de aankomende tijd. Naar verwachting zijn we dan voor de zomer ongeveer tot wij de nota van beantwoording, zoals dat heet, waarin een beantwoording zit van de zienswijzen naar het college gaat. En dan op zijn vroegst na de zomer dat hij aangeboden kan worden aan jullie raad, samen met het bestemmingsplan, de OER, het Stedenbouwkundig Masterplan en alle bijlagen die bij dat bestemmingsplan horen. Dan bezwaren die zijn ingediend
14
tegen het vestigen van de Wvg voor de Weeskinderendijk-Oost. Waren er in totaal zeven, samengevoegd sommigen. Die zijn behandeld op 5 februari in de bezwaarschriftencommissie, dat is de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie van de gemeente Dordrecht, die doen vervolgens een advies uit. Dat hebben zij gedaan. Dat advies, dat is hier naartoe gestuurd, naar de griffier, en daar is een besluit op genomen. Het besluit is dat het advies ongegrond is verklaard. Het volgende processtap die daartegenover genomen kan worden is dan het indienen van beroep nog tegen een dergelijk besluit. Vervolgens de proces aanpak voor het Maasterras ten aanzien van de marktconsultatie. Eigenlijk werken we aan de hand van een aantal werkstromen, dat is de publiek-publieke samenwerking, het bestemmingsplan. Daarnaast komen ook nog een aantal beleidskaders op jullie af. Dat zijn kaders die noodzakelijk zijn, enerzijds voor het vaststellen van bestemmingsplannen, maar ook algemene beleidskaders, dan moet u bijvoorbeeld denken aan kaders ten aanzien van mobiliteit, ten aanzien van het realiseren van hubs, maar ook een impactanalyse, dergelijke documenten.
Die looplijnen, die lopen parallel aan elkaar, die proberen we ook zoveel mogelijk parallel aan mekaar te laten lopen, maar daar zitten ook afhankelijkheden van elkaar en dus als er vertraging in de ene werkstroom zit, kan dat gevolgen hebben voor de andere, vice versa. U moet er wel bewust van zijn, insteek vanuit ons is elke keer wel dat het niet aan de gemeente Dordrecht ligt, dat wij zorgen dat wij onze zaak op orde hebben. Waarom doen we die marktconsultatie? We staan voor een aantal uitdagingen. Deze sheet hebben we ook al een keer eerder met jullie gedeeld. Complexiteit is een van de redenen, maar ook het verkennen van wat we nu aan het doen zijn in het Maasterras. Hoe denkt de markt daarover? Daar is een eerste start voor gemaakt door middel van een publicatie vandaag, van de consultatie, de zogenoemde marktconsultatie kan daarmee starten. Dat doen we omdat we voor een aantal uitdagingen staan in het Maasterras, enerzijds private, dus de mate van snelheid van bouwen in het gebied. Hoe ga je om het zelfontwikkelaars in het gebied, maar ook zaken als bouw- en woonrijp maken, daar willen we de markt op bevragen. En ook van hoe kan je daar denk- en ontwikkelkracht op inzetten, maar daarna zetten we natuurlijk ook nog met een heel groot aantal uitdagingen die we met publieke partijen hebben, ProRail met emplacement, de brug et cetera.
De planning daarvoor is dat we nu starten met die consultatie. Dat wordt vervolgd door een selectiefase, dialoogfase en vervolgens kan je dan uiteindelijk overgaan tot de gunningfase. Het zijn afzonderlijke stappen die genomen worden. Die consultatiefase ook is niet onomkeerbaar, die is puur nu gewoon informerend van nou, hoe staan we ervoor met het Maasterras en dan zijn een aantal onderwerpen waar we eigenlijk de markt op willen bevragen. Enerzijds optimalisaties in het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig masterplan, we willen de markt ook bevragen op samenwerkingsconstructies waarvan wij denken, die zouden kunnen werken in het Maasterras. dat gaat dan dus om de samenwerkingsconstructie met private partijen. Hoe ga je dat vormgeven? Maar ook de wijze van hoe je een dergelijke procedure inricht. Dat zijn eigenlijk de drie onderwerpen die nu uitgevraagd worden. Ook hier even kort de planning aan de rechterkant en welke stappen die daarbij horen. Uiteindelijk zal er dus ook over consultatie een rapportage worden opgemaakt, ook in 2021 eerder is ook al een consultatie uitgevoerd en speciale aandacht daarvoor dan ook voor de themabijeenkomst op 23 april. Die zal ook specifiek over dit onderwerp gaan en de vraag is dan ook nog eventjes, die ik hier zou willen stellen, is daar nog een extra sessie voor nodig alvorens we naar de procedure van de gunning gaan.
Maar dat is volgens mij iets wat we met elkaar moeten bespreken. Dat even kort over die drietal onderwerpen die we met elkaar wilden bespreken en even kort wilden toelichten.
15
De voorzitter: Nou, dank u wel, mijnheer Kramer. U heeft het inderdaad keurig kort gedaan. Mijn verwachting overtroffen. Zijn er aanwezigen die een vraag hebben naar aanleiding van deze presentatie, een technische vraag. Ik zie mijnheer Gündogdu, ik zie mijnheer Groenewege, mevrouw Pichel, mijnheer Stolk, ja, die hebben we ook mijnheer Bootsman en mevrouw, u ook genoteerd, Kamphuis, en dan denk ik dat we ze allemaal hebben. Nu heb ik mijnheer Gündogdu als eerste genoteerd en mijn vraag aan mijnheer Gündogdu is, is de vraag u die wil gaan stellen de vraag die u eigenlijk in het vragenhalfuurtje had willen stellen of heeft u een andere vraag? Dan is mijn voorstel dat we met die vraag beginnen dan kunnen we die in ieder geval niet meer vergeten. En voor degenen die nu denken waar gaat dit over? Op ons Eiland, die heeft een vraag gesteld over het overleg wat er geweest is tussen het voltallige college van Dordrecht en het voltallige college van Zwijndrecht. En ze gingen er een beetje van uit dat het Maasterras daar wel op de agenda zou staan, ik weet dat niet, maar in ieder geval, Op ons Eiland is daar heel benieuwd naar. En de enige hier die daar uitsluitsel over kan geven, is wethouder Burggraaf. En die gaat dat nu doen. De heer Burggraaf: Dank, voorzitter. Ja, dat is de enige vraag die ik volgens mij vanavond kan beantwoorden. De rechts is allemaal technisch en wordt ambtelijk.
Nee, ik ga dan niet weg hoor, nee. Maar ik ben ook de enige, in ieder geval hier als, zeg maar, vertegenwoordiger van de college, die daar dan bij is geweest bij het overleg. We hebben inderdaad met het college regelmatig, met colleges van verschillende steden, werkbezoeken, afspraak om te kijken van waar zitten nou gezamenlijke opgaves en wat kunnen we van elkaar leren? Met Zwijndrecht hebben we dat ook gedaan en hebben het heel breed gehad over de financiën bijvoorbeeld. Daar waar Dordrecht met de bekende ravijn zit, zit Zwijndrecht dat ook. Om dat te bespreken, maar ook het thema over de brede welvaart en de aanpak van Dordt-West. En Zwijndrecht natuurlijk ook vergelijkbare uitdagingen heeft en hoe we daarvan elkaar kunnen leren. En we hebben het natuurlijk ook gehad over de stedelijke ontwikkeling, stadsontwikkeling en daarin hebben we met elkaar geconstateerd dat qua gebiedsontwikkeling aan beide zijden, maar goed daar werken we ook natuurlijk ook gewoon met elkaar op samen, die Spoorzoneontwikkeling langs die ouwe lijn, dat het goed is om daarin gezamenlijk met elkaar in op te blijven trekken. We hebben ook met elkaar gedeeld dat de impactanalyse over het verkeer van de Zwijndrechtse brug nog een is die we verder gezamenlijk met elkaar uitlopen.
Dat hebben met elkaar geëvalueerd van hoe trekken we daar met elkaar in op en hoe kunnen we dat in de komende maanden nog beter met elkaar doen? En wij hebben ook met elkaar uitgesproken dat het in een samenwerking ook kan zijn dat je af en toe het niet met elkaar eens bent. En dat dat ook het goed recht is om daar ook helder met elkaar over te zijn. Dus nou dat is de strekking geweest van de bijeenkomst. De voorzitter: Goed, mijnheer Gündogdu, u heeft antwoord op die vraag. Maar u had er nog een. Een technische vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik kan me herinneren, een aantal weken geleden, toen wij ook nog een presentatie kregen over dit gebied en de ontwikkelingen, dat er een inventarisatie is gemaakt van onderwerpen die we nog nader zouden willen duiden en dat ging onder andere over spoorveiligheid. En wanneer komt dat weer terug op de planning? Ik zag dat niet een-twee-drie. Is een technische vraag. De voorzitter: Ik zie dat de griffier, die komt er zo meteen op terug. Ik stel voor dat we hem even de tijd geven en dat ik naar mijnheer Groenewege ga voor de volgende vraag.
16
De heer Groenewege: Dank, voorzitter. Het college heeft laatst toegezegd dat het proces van gunning, ik zal het even citeren, zo wordt ingericht dat de raad goed in positie is. Hier is ruimte voor dialoog en neemt het college de raad mee. Het college sluit geen overeenkomsten met marktpartijen voordat dit met de raad is besproken. En ik zie dat het ook technisch gezien zo gebeurt, omdat er staat, 23 april een themabijeenkomst in de raadscommissie, maar ik weet niet of die gunning nog iets is wat besluitvormend met de raad moet worden besproken. Want tegen die tijd is het reglement van orde aangepast en geldt een consulterende sessie gewoon als een vrijblijvende sessie en niet als een kaderstellende sessie. Dus als je een kaderstellende uitspraak wil van de raad over de gunning, dan zal dat in de raadsvergadering moeten en kan een commissie niet volstaan. Ik weet niet hoe het college daarnaar kijken. De voorzitter: Is het een politieke vraag ? Nou, misschien dat de griffier daar antwoord op kan geven, of mijnheer Burggraaf toch? De heer Groenewege: Hij wilde eigenlijk niet meer antwoorden geven avond.
De heer Burggraaf: Nee, omdat ik denk dat het slimmer is als Peter nog even een keer toelicht wat de verschillende stappen zijn hè? Want het is in verschillende fases uiteengezet. Ik denk dat het eerste is en op het moment dat we natuurlijk kaderstellend dingen uitspraak van hun nodig hebben, dan is natuurlijk logisch dat we daar dan de juiste vorm voor beleggen en dat we dat met de griffie, maar dat doen we ook samen met de voorzitter, zijn we er alert op dat we de goede type commissie momenten, zeg maar, instellen om daar waar het kaderstellen nodig is, we dat ook kaderstellend kunnen bespreken. Maar Peter, misschien kan jij… De heer Kramer: Ja, dat kan ik inderdaad doen. Nu start de consultatiefase, dus dat heb ik ook toegelicht welke onderwerpen we daarop uitvragen? Dat wordt afgesloten met een document, wat we ook bestuurlijk zullen aanleveren. Wat mij betreft kan dat ook hier besproken worden, weer. Wat daar de uitkomst van is, dat is puur informatie ophalen. Dan pas gaan we naar de selectiefase, en dat is eigenlijk een verdieping met een aantal partijen die je selecteert vanaf die consultatie. En dan de dialoogfase in. Daarna volgt pas die gunningfase en wat mij betreft geldt hiervoor ook, een we hebben die themabijeenkomst, wat mij betreft is dat gewoon puur informatief zo is dat volgens mij ook ingestoken.
Dat staat los van, als jullie aangeven, maar wij willen voor die gunning weten welke gunningen er liggen en daar willen we met het college over in gesprek. Dat zijn wat mij betreft twee verschillende dingen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, helder? De heer Groenewege: Ja, ik merk dat ik naar een politiek oordeel wel en dat is niet de plek hier dus laat maar. De voorzitter: Dat is niet de bedoeling op dit moment. Mijnheer Gündogdu, het antwoord op uw vraag is 16 april, dan staat externe veiligheid op het programma. Mevrouw Pichel, u mag de volgende vraag stellen. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik denk eigenlijk dat deze vraag niet zozeer aan Peter is, maar ik denk eerder een van onze griffie. En dit kan aan mij liggen, vanwege privé omstandigheden mijn beperkte voorbereiding, maar er wordt hier gesproken over de uitslag van de bezwaren van de Wvg en het document kan ik vast hopelijk ergens
17
vinden, maar ik heb hem niet gezien en ook niet bij dit agendapunt. Heb ik hem gemist? Moet ik hem nog ergens opzoeken? De voorzitter: Mijnheer Den Boer. De heer Den Boer: Ja dank u. Nee, u heeft hem nog niet gemist. Dus het ligt niet aan, nog niet aan u. De voorzitter: Het is er gewoon nog niet, beschikbaar? De heer Den Boer: Ja, het is wel beschikbaar maar wij kijken even hoe we dat naar de raad gaan brengen. De voorzitter: Voor ons niet beschikbaar op dit moment, bedoelde ik. Mijnheer Stolk.
De heer Stolk: Ik heb een vraag over de rapportage die de oplevering daarvan op 5 april is, maar wie maakt die rapportage, wie doet dat? Is dat de gemeente of is dat een onafhankelijk iemand en zo ja of tenminste zo nee, en de gemeente doet het, is dan per stuk ook de rapportage te zien wat daar dus besproken is? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Nee, dat is een rapportage die wordt opgesteld aan de hand van een begeleidingscommissie. Daar zit de ambtelijk vertegenwoordiging in, van planeconomie tot aan project control, allemaal verschillende disciplines. En dat die rapportage zal uiteindelijk worden opgesteld door een bureau, Arcades en die begeleiden de gemeente ook in deze consultatie en die zullen uiteindelijk dat opleveren en dat zal bestuurlijk worden aangeleverd aan het college. De voorzitter: Mijnheer Stolk, u heeft een vervolgvraag? De heer Stolk: Er is nog geen antwoord. Kunnen wij dus ook dat die rapportages zien? De heer Kramer: Zeker. De heer Stolk: Oké. De voorzitter: mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag ligt eigenlijk in het verlengde van de vraag die de heer Groenewege zojuist stelde. Ik zag in de presentatie staan, gunningsfase beginnend op 3 september, maar kan de gunningsfase beginnen als de raad het bestemmingsplan dan nog niet definitief heeft vastgesteld of begrijp ik het gewoon verkeerd.
De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Wat mij betreft is dat dit verhaal. Sorry, ga ik even iets te snel. Ik heb iets proberen te zeggen over een aantal sporen die met elkaar gelijk lopen, of in ieder geval parallel aan elkaar, en daarvan moeten we, en dat is wat mij betreft ook het gesprek met de raad elke keer, kijken ook van welke fase gaat nu voor. Ik kan me ook
18
bijvoorbeeld voorstellen met publieke zaken, dan zul je eerst wat dingen moeten regelen voordat je het bestemmingsplan aanlevert. En dat geldt hier wat mij betreft ook voor, voor dit onderwerp. De voorzitter: Helder, mijnheer Bootsman? Dan gaan we naar de laatste vraag, mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Achter de Weeskinderdijk heb je een hele grote asfaltvlakte, gezien de zomer en de hittestress en de geluidsoverlast, kunnen we wat aan die grote asfalt doen, bijvoorbeeld het bewegende bos of andere plannen om het koel te houden voor deze mensen? De voorzitter: Valt dat binnen het kader van dit? Dat is even de vraag natuurlijk hè? De heer Kramer: Ben ik niet op voorbereid, op deze vraag. De voorzitter: Dat denk ik ook niet. Nee, er zou in theorie natuurlijk best wel wat mogelijk moeten zijn maar ik vrees dat de heren die hier aan tafel zitten daar niet over gaan, mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dat begrijp ik. Maar de zomer komt binnenkort aan de beurt. Kan de wethouder daar geen antwoord op geven, omdat het zijn portefeuille is. De voorzitter: Het is redelijk technisch, wethouder, moet kunnen. De heer Burggraaf: Als het puur gaat over bewegende bossen, daar hebben we wel met elkaar een aantal spelregels over afgesproken, waar die op ingezet worden. Dus daar kan ik niet specifiek voor een locatie nu een toezegging over doen.
Als het gaat over in het gebied, om even de term placemaking maar te gebruiken, als op het moment dat je zegt van nou je hebt daar het gebied en in de tussentijd laat het niet alleen een kale vlakte zijn, dat gaan we zeker niet laten gebeuren. Dus we gaan zeker in de tussentijd zorgen dat ook in het gebied, zolang er geen bouwwerkzaamheden zijn, we kijken hoe we ook het gebied wel ook een aangenaam verblijfsgebied kunnen maken. Maar ja daarvoor zijn we nog niet zover in de plannen om daar al specifiek te kunnen zeggen dat eruit komt zien. Maar dat heeft wel onze aandacht. De heer Kramer: Als ik daar nog op mag aanvullen, daarbij kijken we ook altijd nog wel eventjes, want het is een afgesloten terrein, ook met beveiliging, dus daar moeten we ook altijd even naar kijken. Er is al een keer ingebroken, in de opstallen die er al staan, dus dat is ook altijd even een afweging die we daarin mee nemen. De voorzitter: Dank u voor deze aanvulling. Goed, de presentatie die is gehouden, u heeft in korte tijd heel veel informatie gekregen. We hebben een inkijkje gekregen van wat er de komende maanden allemaal te gebeuren staat. Vast niet allemaal onthouden, dat hoeft ook niet. Er zijn verhelderingsvragen gesteld. Dank daarvoor, want van de antwoorden leer je dan ook weer een heleboel.
Nu is eigenlijk nog de vraag, vonden jullie dit een nuttige en waardevolle bijeenkomst waarvan dus zeker het goed is dat we dat de komende tijd vaker gaan doen. Dat wil ik graag eventjes de mening van de commissie overhoren. Ik zie mijnheer Gündogdu knikken, dat leg ik uit als positief. Mevrouw Kamphuis knikt. Voorzitter, ik hoor iemand. Dat is mijnheer Kleinpaste. Ja, ik had het kunnen…
19
De heer Kleinpaste: Ik vind het een hele fraaie vraag en ik zou best volmondig ja willen zeggen maar je weet niet hoe het verloop van het proces zal zijn, dus je weet niet of volgende bijeenkomsten net zo nuttig zijn als deze. De voorzitter: Goed, mag ik daaruit in ieder geval concluderen dat u deze nuttig vond en dat we dan in ieder geval gaan kijken of een volgende keer het ook nuttig is. Kijk, als iedereen bij voorbaat al zegt van nou, voor mij hoeft het niet meer, dan kunnen we ons de moeite, tijd en energie besparen. Mijnheer De Kruijff, uw hand bewoog zich omhoog? De heer De Kruijff: Voorzitter, ik vond het nuttig, laat ik daarmee beginnen, met die informatie. Ik merkte net dat mijn buurman en ik hadden af en toe ook wel dat je van sommige dingen ook iets vind.
Ik vind dat we misschien wel heel lang moeten wachten voor we iets mogen vinden, dus misschien moeten we er ietsje soepeler is zijn, dat als iemand ergens zo zijn bedenkingen bij heeft of juist wil applaudisseren, dat we dat toch ook wel kunnen doen in dit halfuurtje, met het risico dat het misschien niet meer in het halfuurtje past. De voorzitter: mits het in het halfuurtje pas. Ja, u mag natuurlijk altijd, u gaat over uw eigen woordvoering hebben we wel eens gehoord. Mevrouw Pichel, u wilde ook nog iets zeggen? Mevrouw Pichel: Ja, voorzitter, u noemde het woord vaker, dat vind ik een vrij vage term. Dus wel welk idee moet ik hebben bij het woord vaker? De voorzitter: Een keer per maand, globaal. Mevrouw Pichel: En nuttig, daarbij, dus dank. De voorzitter: Nou, dan is mijn conclusie dat in ieder geval de commissie dit gewaardeerd heeft en het in de toekomst ook verder zo wil gaan proberen. Dan dank ik in het bijzonder de heer Kramer voor zijn presentatie en tijd die hij erin gestoken heeft en ook de beantwoording van de vragen. Ik dank de commissieleden voor hun inbreng, de wethouder voor zijn komst en het publiek dat aanwezig was. Ik wens u een goed vervolg van deze avond en tot de volgende keer. 5.
Aangaan van een koopovereenkomst voor Van Baerleplantsoen 26 en beschikbaar stellen van een krediet voor de aankoop, verplaatsing en restauratie van de oranjerie/washuis - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland)
20
Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Buitendijk (programmadirecteur Stadsas) Mevr. Nijenhuizen (ambtenaar) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste mensen, als u de onderlinge discussies even wil staken, hoef ik niet te gaan schreeuwen. We zijn hier bijeen om het te gaan hebben over het raadsvoorstel het aangaan van een koopovereenkomst voor Van Baerleplantsoen zesentwintig en het beschikbaar stellen van krediet voor de aankoop, de verplaatsing en restauratie van de oranjerie/het washuis. Het is een beeldvormende en technische sessie. Ik heet u allen zoals u hier zit, of u nu commissielid, raadslid, wethouder of iemand van de ambtelijk ondersteuning bent of in het publiek zit, allemaal hartelijk welkom. Voor het verslag is het een goede gewoonte om eventjes een voorstelrondje te doen, zodat we weten wie er allemaal bij aanwezig waren. Ik ben daarnet links omgegaan. Ik ga nu rechtsom dus de griffier gaat zich voorstellen. De heer Den Boer: Mark Den Boer, commissiegriffier. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt.
De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Nijenhuizen: Aafke Nijenhuizen, ambtenaar. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, fractie van Waardhuizen. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer Buitendijk: Ronald Buitendijk, programmadirecteur Stadsas. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder.
21
De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. En terwijl ik dat zeg, ik zal even langzaam praten, want er komen nog twee mensen binnen die zich vast ook wel willen voorstellen. Beetje tegenpolen, maar dat hoort u zowel. We gaan beginnen met de Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca Van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De voorzitter: Nou, fijn dat jullie er ook bij zijn. Waarom deze vergadering? De agendacommissie besloot twee weken geleden om het raadsvoorstel beeldvormend te bespreken, in de vorm van een technische sessie. Een aantal fracties heeft hiervoor de volgende onderwerpen meegegeven. In de eerste plaats, en die komt bij de Partij van de Arbeid vandaan, wat zijn de financiële consequenties van de aankoop en hoe zijn de bedragen bepaald? De Dordtse VVD had de volgende vraag, inzicht willen ze graag hebben in welke technische en ruimtelijke restricties er zijn voor andere locaties in het Weizigtpark en het CDA die vraagt zich af waarom een andere locatie in het Weizigtpark, bijvoorbeeld dichter bij het station, niet is onderzocht.