CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2023-01-17 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 20 december 2022 (openbaar en besloten) en Dordtse Dinsdag 13 december 2022 en 17 januari 2023 Vergaderzaal 1, 3, 521.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het tweede, ik kan me vergissen, maar ik had volgens mij niets gehoord in de beantwoording over het landgoed Dordwijk wat ik even genoemd had. Dank u wel. De heer Burggraaf: Voorzitter, het spijt mij allereerst dat ik niet genoeg kracht in mijn woorden heb laten blijken als het gaat om het slechten van de barrières en veilige routes. Want dat is namelijk een van de eerste uitgangspunten ook van het hele plan, dus dat heeft absoluut onze volle aandacht. Dat zat ook al in de eerdere voorstellen waar u toen krediet voor heeft gegeven, daar hebben we dat ook benoemd als dat dat gewoon een heel cruciaal element is. De nuance zat erin dat dat ook hele kostbare ingrepen kunnen zijn en dan zeg ik, dan gaan wij wel daarin lenig zijn in de zin dat we, dan zou je dat ook weer als een barrière kunnen laten zijn: als we dat budget niet hebben, kunnen we niks doen, of kunnen we geen enkel andere ambitie meer verwezenlijken. Dan is het verstandig om ook slim te kijken: maar hoe kan je dan misschien een snelle quick win zeg maar doen dat wat minder geld kost en een grotere ingreep nog even op de plank leggen zodra zich een goeie subsidiekans voordoet. Maar nogmaals, het is gewoon een

17

absolute eerste randvoorwaarde om überhaupt die Dordwijkzone goed te kunnen laten beleven. Zeker voor de Sportpark Schenkeldijk hebben we die ook geadresseerd als dat dat een van de belangrijke elementen is, want inderdaad, de Stevensweg en om naar de Schenkeldijk te komen, ik herken ook wat u zei over die vrachtwagens die daar geparkeerd staan, dat zijn inderdaad hele duidelijke aandachtspunten rond dat park. Voor wat betreft het landgoed, dat is een volgende fase, dus dat zit niet in deze deelfase. En ja, goed, daar zullen we tegen die tijd ook absoluut met die partijen ook weer om de tafel gaan om te kijken hoe we die zo goed mogelijk bij die Dordwijkzone kunnen betrekken. De heer Struijk: Dank u wel. Ik vond dit een duidelijker, bevredigender antwoord dan het eerste in ieder geval. Dank u wel. De voorzitter: Als u nou nog drie keer vraagt, dan bent u het helemaal met hem eens. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Nou, mijn dank is groot richting de wethouder, die dus onze punten ook mee zal nemen die wij net ook zojuist hebben genoemd. Ik had voor de tweede ronde eigenlijk dierenwelzijn een beetje bijgehouden, maar met de veronderstelling dat toch door andere partijen dit genoemd zou worden.

Tijdens de fietstocht is er heel duidelijk en nadrukkelijk genoemd over de vleermuis, maar ik zag daar natuurlijk ook ganzen, ook andere soorten vogels en dieren. Dus mijn vraag is: in hoeverre gaan wij daar rekening mee houden, ook met … Niet? O, mijn buurman knikt nee, of schudt nee. Maar dat is eigenlijk de vraag die ik richting de wethouder wil aangeven hoe wij daar sowieso met de vleermuizen, maar ook met de andere beschermde vogelsoorten en dieren omgaan. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Een van de aspecten van de hele ontwikkeling is natuurlijk dat ecologie en biodiversiteit een belangrijk aspect is. Je hebt er natuurlijk daarnaast gewoon ook wet- en regelgeving die daar een bescherming in biedt, dus zeker veel oog voor in het plan. Er zullen ook in een park gebieden zijn, daar breng je ook wel balans aan. Dus je hebt gebieden waarvan je zegt: daar is vooral de natuurwaarde het allerbelangrijkste. En je hebt plekken waar je zegt: daar is de sport een heel belangrijk onderdeel, of daar is evenementen een onderdeel.

Dan zal daar een wat ondergeschikter belang op zitten, maar overall is de biodiversiteit en ecologie een belangrijk en vooral ook in die zone, dat ze daar ook, daar is altijd de verbinding heel belangrijk, dus dat ook de dieren geen barrières ondervinden is daar een heel belangrijk onderdeel van, doen we ook veel onderzoek naar, daar is de stadsecoloog ook goed bij betrokken. Dus die dat belang hebben we absoluut ook goed in het oog. De voorzitter: Oké. Is er nog iemand? Mijnheer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel, voorzitter. Het project is opgedeeld in een aantal deelgebieden die in de tijd verschoven gerealiseerd gaan worden. Als er nou in het volle enthousiasme het budget voor het eerste deelgebied helemaal wordt gebruikt en het tweede deelgebied wil dat eigenlijk ook, ontstaan er dan tussen de deelgebieden communicerende vaten als het gaat om de financiën, of hoe wordt dat geborgd? De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Die vraag had ik al iets eerder beantwoord en dat is in de samenhang. Dus op moment dat je in beeld hebt gebracht wat je voor ingreep gaat doen, wat de verwachte kosten zijn in zo’n deelplan, dan komt het naar u toe en dan zal daar ook geschetst worden hoeveel er dan in de reserve overblijft. Dan is dat een reflectiemoment om te kunnen zeggen: hebben we dan nog voldoende voor de

18

volgende fase? Dus op het moment dat je eigenlijk naar de uitvoering gaat, dat is het moment dat je ook even weer de thermometer steekt in: hoe staat het dan met de resterende reservepositie voor de uitvoering van het programma? De heer …: Voorzitter, ik hield me de hele tijd even in. De vraag is gesteld door de heer Uysal, de vraag is gesteld door mijnheer Vervoort en toch krijg ik geen antwoord. Als ondernemer investeer je ergens in. De gemeente is ook een ondernemer in principe, want je investeert in je burgers. Het kan niet zo zijn dat je zegt: ja, ik heb een bepaalde begroting, misschien niet, en ik zal kijken hoe ik nou omga met de volgende projecten. O, wacht eens even, ik kom een kleine 20 miljoen te kort, dan stop ik even, nee, dat ga ik niet doen. Ik zie een soort aarzeling, wordt dan van tevoren begroot, want dat is wat je eigenlijk moet doen bij ieder project. Je kan niet zeggen: dan moet ik maar even afwachten of ik dat project wel afrond en dan ‘…’ ik het en dan ga ik naar het volgende project. Althans, in mijn gevoel, zo werkt het namelijk niet.

De voorzitter: Mijnheer Vervoort, wilt u even uw microfoon uitzetten, alstublieft? De heer Burggraaf: Voorzitter, kijk, het totale programma is begroot en daarvan is ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse bij gedaan, dus vind je hetgeen wat je investeert dat dat ook maatschappelijk voldoende oplevert? En nogmaals, vervolgens heeft de raad gezegd: oké, we zien wat de enorme investering is. Bij de laatste begroting heeft u ook nog eens een keer gezegd: we vinden groenblauw toch ook wel belangrijk, dus laten we nog een paar miljoen uit die pot halen om buiten die Dordwijkzone te investeren. Dus het is gewoon een feit dat het totale programma meer investering vraagt dan dat we nu hebben. Alleen, daarvan zeg ik nogmaals: daar gaan we derde gelden voor binnenhalen om die pot te kunnen vullen en je hebt een horizon in de tijd. Als u de parallel met ondernemer wil trekken, ja, als je een horecazaak hebt, dan kan het ook zijn als je in een mager jaar zegt: ik wilde eigenlijk het terras gaan vernieuwen, maar ik slaap nog even een jaartje over voordat ik die fase ga doen. Nou, zo moet je dat in een ontwikkeling van een stadspark hier ook zien.

Dat heb ik volgens mij voldoende toegelicht inmiddels hoe we in die financiële strategie zo gaan werken dat we wel voortgang boeken en dat we gaandeweg een steeds overtuigendere case bouwen eigenlijk die ook tastbaar maakt wat die enorme maatschappelijke opbrengsten zijn. Waardoor je uiteindelijk ook nogmaals de overtuiging hebt dat anderen daar ook in mee gaan investeren in die beweging. De voorzitter: Oké. Iemand nog? Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dankjewel, voorzitter. Ik wilde toch nog even aangeven dat ik het erg jammer vind dat er zo weinig steun is voor de motie. Ik zie nog niet helemaal in hoe nieuwbouw ondersteunend kan zijn aan een doelstelling van het park, dan wel kwaliteit kan toevoegen. Extra bebouwing gaat tenslotte altijd ten koste van groen en een uitzondering zoals de wethouder ook al aangaf als een horecagelegenheid, ik denk dat er altijd wel een oplossing te verzinnen is als herbouw of een herontwikkeling. In de presentatie wordt heel erg trots genoemd dat het park groter is qua vierkante meters als Central Park in New York of Hyde Park Londen, maar in dat park zie je echt geen woningbouwlocatie terug, dat zou echt uit den boze zijn in die parken. Maar misschien heeft de heer Katif wel gelijk en is de motie nog te vroeg en zullen we het in heroverneming nemen om te kijken: dienen we de emotie later in? Dankjewel.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff.

19

De heer Van der Kruijff: Toch nog één punt, want misschien is het toch minder erg dan u denkt. Volgens mij is er helemaal niemand voor bouwen in het park, want zo zet u het een beetje. In Central Park staan inderdaad ook geen woningen, maar langs de rand van Central Park staat één grote gevelrij van woningen. Ik heb daar ooit gewandeld, ik hoop niet dat het hier zover gaat komen, dan ben ik met u eens. Maar een paar zou wel kunnen. De voorzitter: En u bedoelt u mevrouw Van Herwijnen natuurlijk. De heer Van der Kruijff: U heeft helemaal gelijk, dank u. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, mag ik nog even daarop reageren? Helemaal waar, aan de randen. Maar aan de randen bedoelen wij dus ook echt aan de buitenrand en niet aan de binnenranden. Als je al kijkt bijvoorbeeld als de Vlijweidelocatie, die wordt natuurlijk nu binnen de randen getekend van het park en zo zijn er misschien meerdere locaties op het oog wat wij bedoelen als bouwen binnen het park. De voorzitter: En dat heette zelfs de rafelranden, volgens mij. Tenminste, dat kan ik me dan nog herinneren uit de vorige periode. Goed. Mevrouw Van Herwijnen, het was absoluut mijn vraag geweest als eerste aan u wat u met de motie wilde doen. Ik krijg het idee dat u het advies van de heer Katif een klein beetje opvolgt van wellicht is het op dit moment te vroeg. Mijn vraag is dan ook aan de commissie.

Er ligt een besluit voor, dat bestaat uit het vast te stellen van de uitvoeringsagenda Stadspark, een budget van iets meer dan 2 miljoen beschikbaar te stellen voor de voorbereidingen, de begroting dienovereenkomstig te wijzigen en de startnotitie Schenkeldijk-Stevensweg vast te stellen. Mijn vraag is of iemand het hier niet mee eens is. Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, ik heb het probleem dat ik de business case niet ken en mijn fractie kan pas een oordeel geven als ze die wel kent. De voorzitter: Oké. Iemand anders? Nee? Dus eigenlijk betekent dat dat iedereen steun heeft, dat is de brede steun die de wethouder al aan het ervaren was, dus dat is mooi. En mijnheer Damen, ik denk dat u dan in de fractie nog even tot bezinning mag. U mag altijd tegen het plan stemmen. Ik bedoel, dat is verder geen probleem. Ja, maar ik ben bang dat u zeg maar, dat bedoel ik meer, ik ben bang dat u er verder niets op dit moment aan kan veranderen dat dit doorgaat naar de hamerraad, tenminste, als hamerstuk naar de raad van 7 februari. We krijgen sowieso nog natuurlijk in fasen hier nog dingen over terug, dus dat zijn allemaal momenten waarop u kan aanhaken en uw input nog kan leveren. Dus dank voor alle input. Ik sluit graag af met de hardlooproutes van mijnheer Safranti, de Wouwse Plantage, de lampen daarop van de heer Van der Kruijff.

Het openen van de subsidieluiken, dat vond ik nou ook wel een mooie van de wethouder en de picknickvariant, vooral de snelle quick win, waarvan ik dacht: dat is wel heel snel. En als laatste de hockeymeisjes van mijnheer Struijk. Goedenavond. 2. Leefbaar en Veilig Dordrecht – RIB over Integraal Veiligheidsplan Biesbosch e.o. 2022 t/m 2027 Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: dhr. Boom Verslag: NotuBiz

20

Aanwezig: Dhr. Cobben (FvD) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (CU-SGP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Lammens (VVD) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Spreker: dhr. Meeling (Staatsbosbeheer) De voorzitter: Zo, goedenavond. Het is negen uur en dus gaan we verder met het volgende blok. Dat is de ‘Raadsinformatiebrief over het Integraal Veiligheidsplan Biesbosch en omgeving 2022 tot en met 2027’. Voor de archieven ga ik even voorlezen wie er allemaal zijn. Dat is de heer Boom namens de griffie; mevrouw Van Herwijnen, Partij voor Dieren; mijnheer De Boer van Op Ons Eiland; mevrouw Lammens – Lammens is genoeg – van de VVD; mijnheer Den Heijer van de VVD; mijnheer Katif van Beter Voor Dordt; mijnheer Cobben van Forum; mijnheer De Vries van de VSP; mijnheer Safranti van DENK; mijnheer Damen van de PvdA; mijnheer Kleinpaste, Gewoon Dordt; mijnheer De Heer van de CU-SGP. Wellicht komt er nog wel iemand anders binnenvallen, maar dit is even de samenstelling. De portefeuillehouder is aanwezig, dus mocht er straks de nood aan de man zijn, dan kunnen we die altijd nog hierheen lokken.

Dit staat geagendeerd, dit punt, omdat de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen en Staatsbosbeheer een nieuwe bestuurlijke samenwerking met elkaar hebben afgesloten, zeg maar. De nieuwe samenwerking maakt ruimte voor een publiek-private samenwerking van Staatsbosbeheer dus en de drie Biesboschgemeente met een breed netwerk van betrokken partijen in het hele Biesboschgebied. Aan deze ruimte is invulling gegeven door het gedurende twee jaar schrijven van een integraal veiligheidsplan en met dit plan willen de betrokken partijen de nauwere samenwerking problemen in wording of bestaande problemen structureel oplossen, zonder hierbij te vervallen in symptoombestrijding. Dit is een beeldvormende sessie. De heer Marco Meeling van Staatsbosbeheer, coördinator veiligheid Biesbosch, zal dieper ingaan in de presentatie op de aard van de verschillende problemen en hoe het veiligheidsplan de aanpak van deze problemen verbetert. Ik zie al gelijk heel veel veiligheid in beeld. Ook zal nader worden ingegaan op wat dit veiligheidsplan kan betekenen in de verdere samenwerking op bestuurlijk niveau. Ik maak u er wel op attent dat de bevoegdheid van dit onderwerp niet bij de raad ligt, maar dat de raad wel op deze manier wordt betrokken en punten mee kan geven aan de portefeuillehouder. Want ja, we zitten hier natuurlijk niet helemaal voor niks.

Dus, mijnheer Meeling gaat de presentatie geven, die was … Ja, kom maar, hoor. Clark geeft de microfoon. Ik heb begrepen dat het akkoord is dat commissieleden eventueel tussendoor vragen stellen, mijnheer Meeling, dat klopt? De heer Meeling: Ja, heel graag, dan houden we het een beetje interactief. Dan wordt niet geen monotone presentatie en staan we gewoon open voor de vragen die u heeft. De voorzitter: Oké, en ik begrijp dat er een video is ook.

21

De heer Meeling: Ja, ik wil starten inderdaad met een mooie video ter introductie, om in ieder geval een soort van opwarming te maken. Dus ik zal hem even doorzetten in de volgende. De voorzitter: Als het maar niet de opwarming van de aarde is, dan vind ik het allemaal best. De heer Meeling: Nee, want dan zitten we op een totaal verkeerd spoor. Even kijken. De voorzitter: Nee, maar prima, dan gaan we die video kijken en daarna kijken we even hoe het loopt. Gaat uw gang. De heer Meeling: Ja, waarom deze film, zou je dan denken. Eigenlijk zegt deze film alles. De voorzitter: Wilt u uw microfoon ietsje dichter bij uw mond houden? Want dat is ook … Ja, en het filmpje inderdaad. De heer Meeling: Ja, waarom deze film, zou je dan denken. Eigenlijk laat deze film gewoon heel duidelijk zien wat we met integraal veiligheid in de Biesbosch willen gaan bereiken. Deze natuur, dus de Biesbosch, de topnatuur van de Biesbosch, dat moeten we blijven beschermen voor toekomstige generaties. Dat is ook onze opgave om dat ook daadwerkelijk te doen. In deze film zaten fragmenten van de Biesbosch, maar de Biesbosch is een onderdeel van veel groter gebied en dat is de hele Zuidwestelijke Delta. De Zuidwestelijke Delta strekt zich van Zeeuws-Vlaanderen tot aan de Biesbosch. Zeker de machtige Deltawateren aan de bovenkant en de noordkant vanaf de Voordelta tot aan de Biesbosch zijn van cruciaal belang.

De natuur, zeg maar dus de flora en fauna in de Biesbosch is afhankelijk van het getij over de hele Delta. Dit filmpje in deze introductie laat gewoon eigenlijk zien dat het belangrijk is dat we met elkaar een goed plan hebben om die natuur ook voor de toekomstige generatie te blijven beschermen zoals ik net inderdaad ook al zei. Als we dan weer vanuit het grote systeem teruggaan naar de Biesbosch, dan is de Biesbosch al enige jaren een Natura 2000-gebied en dat betekent ook dat het een Europees beschermd natuurgebied is. Nou, zoals jullie weten is de Biesbosch het enige zoetwater getijdegebied in heel Europa. Dat is al uniek en dat maakt ook dat we het moeten gaan beschermen en dat er ook een beheerplan onder ligt waar we met elkaar een inspanningsverplichting voor hebben. In het beheerplan staan instandhoudingsdoelen die gerealiseerd moeten worden en de provincie houdt toezicht op dat beheerplan dat we ook daadwerkelijk die doelen voor de toekomst blijven behouden en dat er geen achteruitgang is met de ontwikkelingen in de Biesbosch zoals die op het ogenblik wel aanwezig zijn. Wat komen we dus de laatste jaren zoal tegen? In ieder geval een toename van recreatie, het dumpen van afval, synthetische drugsdump, noem het maar op. Ondermijnende activiteiten, hennepteelt, stroperij, beschadigen of vernietigen van specifieke habitatgebieden en snel varen tijdens winterrustperiodes.

De toekomstvisie richt zich eigenlijk op hetgeen wat we heel erg belangrijk vinden met elkaar, dat is het beschermen en versterken van die robuuste natuurwaarden, dat het een gebied blijft waar mensen ook kunnen genieten van die natuur, zodat ze ook hun beleving kunnen doorgeven aan hun kinderen of kleinkinderen, want dat is natuurlijk wel heel erg belangrijk. Vanuit handhaving willen we optreden als mensen zich niet houden aan de regels zoals we die in het gebied graag zouden willen zien. Daar hebben we met elkaar ook over nagedacht wat voor doelstellingen we daar dan aan willen koppelen. Dat is in ieder geval gebruikmaken van elkaars capaciteit, elkaars inzet, elkaars kennis en kunde om ook gebruik te maken van elkaars kennis en kunde en niet naast elkaar, maar met elkaar. Het Integraal Veiligheidsplan …

22

De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Had ik nou goed begrepen dat we ook vragen mochten stellen? De heer Meeling: Ja, graag zelfs. De heer Safranti: Dank u wel. Kijk, wij hebben gelukkig handhavers in Dordrecht, maar ik zie ook Altena en alle andere steden. Hebben zij ook handhavers, of leveren wij die, of hoe werkt dat? De heer Meeling: Nee, een goede vraag die u stelt. Eigenlijk iedereen levert zijn handhavers. De gemeente Dordrecht werken we al heel veel jaren prettig mee samen, ook vanuit de oude situatie, vanuit het Nationaal Park. Maar de gemeente Altena heeft ook eigen handhavers in dienst, de gemeente Drimmelen heeft die ook, daar werken we ook al jaren mee samen. Dus eigenlijk hebben we iets verder uitgebouwd wat we in het verleden eigenlijk hadden, alleen we hebben nu gezorgd dat het gewoon een robuuste samenwerking blijft, dat het niet afhankelijk is van poppetjes die er op dat moment zijn, maar dat het ook gewoon bestuurlijk gedragen wordt en dat het echt een plan is voor de toekomst. Dat we echt niet meer afhankelijk zijn van de ene persoon, maar echt een plan is waar we jaren mee vooruit kunnen. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u, voorzitter.

Ik had een beetje zo'n zelfde vraag inderdaad: is er voldoende bemensing om inderdaad dat gebied te kunnen beschermen? Maar ja, misschien moet je dat niet alleen zelf willen doen, misschien kan je ook denken aan de bezoekers die er zijn en op het moment dat die wat zien, dat die dat kunnen melden. Dus ik had eigenlijk ook een vraag: is er een manier om makkelijk te kunnen melden straks voor bezoekers, en dat zij ook bijvoorbeeld daar een opvolging van krijgen? De heer Meeling: Ja, dat is heel goed. Je moet er altijd van uit gaan dat we een vierogenprincipe, dat de bezoeker inderdaad ook gaat terugmelden. Dat is natuurlijk voor de handhaving ook wel cruciaal, hè. Je moet je informatiepositie natuurlijk ook verstevigen, want zonder informatie weet je ook niet waar je daadwerkelijk op moet gaan zitten. Je kan natuurlijk altijd Staatsbosbeheer bereiken. We hebben een piketnummer, we hebben handhavingsnummer, maar ook gewoon de telefoonnummers of de nummers die bekend zijn binnen uw eigen gemeente kunnen geraadpleegd worden, want vanuit de samenwerking komt de informatie altijd weer bij elkaar uit en is de intentie om dat ook gezamenlijk ook weer op te pakken dus. Maar het is zeker denk ik wel een goed punt dat we mee moeten nemen om eens te kijken naar de transitie voor de toekomst of we dat niet nog consequenter, of beter, of meer vanuit die integrale gedachte kunnen opzetten.

De heer De Boer: Voorzitter, misschien nog een kleine aanvulling. De voorzitter: Nou, vooruit. De heer De Boer: Je zou bijvoorbeeld daar een app voor kunnen ontwikkelen. De heer Meeling: Wat zegt u?

23

De heer De Boer: Je zou daar bijvoorbeeld een app voor kunnen ontwikkelen. Ik had al voorzitter gezegd. De voorzitter: Laten we even op een ander abstractieniveau blijven alstublieft. Eerst de heer De Vries en daarna mevrouw Lammens. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk over de handhaving toch wel een beetje een vraagje. Ik kon denk ik al zo’n jaar of twaalf dagelijks anderhalf tot twee uur in de Hania Polder en de Cannemanspolder en ik denk dat ik in die gehele periode misschien ene keer een boswachter tegen ben gekomen. Terwijl ik toch heel duidelijk zie, ik maak regelmatig de parkeerplaats schoon aan de Landbouwweg, want daar wordt ontzettend veel gedumpt, daar word je gewoon verdrietig van als je dat ziet. Maar op het handhaven nu is al een probleem, of dat nu personeelsgebrek is, of ik weet het niet. De heer Meeling: Ik denk niet dat … Mijnheer De Vries, een goed punt wat u aanhaalt. Ik denk zeker dat we dat ons altijd in ons achterhoofd moeten blijven houden, dat er plekken zijn waar we niet voldoende kunnen komen. Maar de Biesbosch is meer dan 10.000 hectare. Als je kijkt naar de huidige capaciteit vanuit Staatsbosbeheer, maar ook vanuit de gemeentes, kunnen we over die 10000 hectare niet altijd op deze specifieke locatie zijn.

Maar ik weet wel vanuit alle partijen die handhaven op het eiland van Dordrecht, dus de boa's van de gemeente zelf, maar ook van Staatsbosbeheer, hebben dit soort plekken altijd wel de aandacht. Het is vervelend dat u ervaart dat we niet zichtbaar zijn, maar ik kan u wel geruststellen dat we er wel komen en als we iets treffen, dat we dat ook met elkaar blijven delen. We hebben ook verschillende appgroepen, dus die informatie komt altijd wel terecht. Maar als u inderdaad misstanden treft op die parkeerplaats, ja, geef het alsjeblieft door, want we hebben ook nauwe contacten met de politie. Misschien kunnen wij daar op dat moment niet zelf iets aan doen omdat we verder weg zitten, maar kunnen we bijvoorbeeld wel iets met de politie regelen dat zij voor ons gaan kijken. Er zijn altijd wel meer mogelijkheden. De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer De Vries. Wilt u uw microfoon uitzetten? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens: Voorzitter, ik heb even een vraag over het drugsafval. Altijd is er wel wat criminele activiteit geweest in de Biesbosch en nu is drugs hot. Hoe wordt het gedaan met drugsafval, wordt dat door Drimmelen, Altena en Dordrecht opgeruimd, of wordt het door de provincie opgeruimd, en wie betaalt dat? De heer Meeling: Ja, een hele goede vraag. Het hangt ervan af waar de drugs gedumpt wordt, moet ik eigenlijk heel plat zeggen.

Wordt het op gemeentegrond gedumpt, dan zijn de kosten voor de gemeente, maar komt het bij het waterschap, is het voor het waterschap, ligt het in het gebied van Staatsbosbeheer, dan moeten wij er zelf voor opdraaien. Dat is echt een probleem, dat is groter dan de gemeentegrenzen eigenlijk, dat is gewoon een landelijk probleem. Als je ziet wat voor subsidie er vanuit het verleden beschikbaar is gesteld voor het opruimen van synthetische drugsdump, ja, dat is eigenlijk maar een peulenschil op de kosten die ermee gemoeid gaan om het daadwerkelijk af te kunnen voeren. We hebben zelf een keer aanvraag moeten doen, dan heb je maar 24.999 euro vanuit die subsidie die je kan gebruiken, terwijl we misschien wel 80.000 euro moeten investeren om de grond te saneren en alles op een juiste manier af te voeren. Kan je dat dan gezamenlijk regelen? Ik denk dat dat nu nog te vroeg is om dat te gaan doen. Ik denk dat we nu vanuit dit plan hele mooie stappen zetten, maar dat dat zeker net zoals misschien een andere manier van melden of een telefoonnummer wel een transitie zouden kunnen zijn naar de toekomst.

24

Mevrouw Lammens: Mevrouw de voorzitter, nog een kleine van mijnheer De Vries, dat hij zei als er in Dordrecht iets gedumpt wordt, kan je Fixi bellen, dus dat is daar ook voor. De heer De Vries: Nou, daar wil ik eigenlijk ook wel op reageren, maar met Fixi heb ik toch wel vrij slechte ervaringen. De voorzitter: Oké, helder. Ik geef de heer De Heer het woord, maar ik wil wel even u erop attent maken dat het op zich ook best wel fijn is als we wat meer informatie aan één stuk van de heer Meeling krijgen, dus laten we nou niet iedere regel vragen stellen. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Toch even een vraag over de andere kant van veiligheid. Er komt nogal wat op handhavers af, op boa's, mensen van Staatsbosbeheer. Volgens mij ook in toenemende mate hebben we het dan over dingen als stroperij, drugsdumping, ondermijnende criminele activiteiten. Dat is nogal wat. Zou u iets kunnen zeggen over in hoeverre dat dan de veiligheid van die mensen ook nog gegarandeerd blijft? Want we willen allemaal dat er ook meer mensen zijn, zodat er nog meer aanwezigheid in die gebieden zijn. Maar even los daarvan, als dit in toenemende mate zo aanwezig is, is die veiligheid dan nog wel gegarandeerd? De heer Meeling: Ja, een goede vraag. Daar moet ik even kort over nadenken.

Kijk, je ziet natuurlijk landelijk dat dit wat u aanhaalt, dat dat een van de thema's is die ook op de landelijke politiek terugkomt. Halverwege vorig jaar is er een rondetafelgesprek geweest in de Tweede Kamer, waar verschillende partijen zijn uitgenodigd om in een setting te praten over veiligheid in het buitengebied. En ja, je ziet dat het steeds meer verhardt, je ziet dat de criminaliteit toeneemt, je ziet dat de veiligheid van de mensen van uw gemeente, maar ook van Staatsbosbeheer, maar ook van de Omgevingdiensten, dat ze risico lopen tijdens hun werkzaamheden. Ik wil niet zeggen dat er gelijk achter elke boom een crimineel staat die drugs aan het dumpen is of met een misschien geweer klaarstaat, zo wil ik het absoluut niet wegbagatelliseren, maar je ziet gewoon dat de maatschappij verhardt, de discussie verhardt. Mensen hebben sneller een korter lontje, ze reageren assertiever. Daarmee zie je wel dat het fysiek geweld wel toeneemt. Maar je ziet ook dat partijen zoals Staatsbosbeheer, maar ook de gemeente wel maatregelen nemen om die veiligheid te verhogen. Zo worden we onder andere uitgerust met een bodycam, we hebben een steekvest. Dat zijn dezelfde als de boa’s van de gemeente Dordrecht uitgerust tot en met aan pepperspray.

Dat zijn allemaal maatregelen die je vanuit goed werkgeverschap kan inzetten of kan organiseren voor je medewerkers om het werk wel op een veilige manier te kunnen blijven doen. Dus we denken daar wel zeker over na, maar ja, om terug te komen, het werk, de maatschappij verhardt en dat maakt het werk op sommige momenten wel wat ingewikkelder. Dat vraagt ook inderdaad wel kennis en kunde van de mensen die het daadwerkelijk uitvoeren, maar ik durf ook wel achter de mensen te staan die in het gebied werkzaam zijn en te zeggen dat ze gewoon op een professionele manier hun werk uitvoeren, dus ook de-escalerend kunnen optreden als het noodzakelijk is. De heer De Heer: Voorzitter, nog een aanvullende vraag. Dank u wel ook voor de antwoorden daarop. U noemt een aantal dingen, bijvoorbeeld een vest en een bodycam. Is dat in uw beleving op dit moment genoeg? De heer Meeling: Ja, dat is een lastige vraag, want dat is een subjectieve vraag die u nu aan mij stelt. Dus ja, in mijn beleving is dat prima, want ik voel me daar veilig mee. Maar het wil niet zeggen dat mijn collega hetzelfde gevoel even als mij. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed en als mijn collega misschien op een andere manier uit bed

25

is gestapt ervaart hij die situatie al op een hele andere manier dan ik dat doe, en misschien is mijn achtergrond anders dan dat van mijn collega. Dus dat is natuurlijk heel lastig inschatten, alleen de middelen die nu beschikbaar zijn en die ook vanuit het beleidskader boa, die landelijk is vastgesteld door het ministerie kan worden aangevraagd, die zijn ook tot onze beschikking gesteld. Dan gaan we terug naar de doelstellingen. Het Integraal Veiligheidsplan hadden we in ieder geval, dat hebben we afgerond, die is langs de colleges geweest. Dat geeft ons in ieder geval die ruimte om datgene wat we met elkaar reden in het verleden door te zetten naar de toekomst. Dan komt inderdaad die vraag, de laatste: hoe gaan wij daar nou mee om? Gedragsverandering van de bezoeker is net zo belangrijk. Met de Biesboschregisseur zijn we vorig jaar ook al gaan kijken: hoe kunnen we bijvoorbeeld bepaalde thema's gaan ontwikkelen om dat gedrag van de bezoeker te veranderen? Dat ze zich bewuster worden dat ze in Europese topnatuur zijn waar ze mogen recreëren, dus dat ze het afval bijvoorbeeld mee naar huis nemen. Je ziet natuurlijk die afvalcampagne die we ook in gezamenlijkheid hebben opgezet, die bordjes hebben jullie allemaal al gezien. We denken bijvoorbeeld na nu ook met de provincie over een gedragscampagne voor de waterveiligheid, voor waterscooters.

Dus er zitten best wel wat thema's in die we aan de doorontwikkelen zijn om ook inderdaad de mensen meer bewust te maken van waar ze aan het recreëren zijn en wat hun eigen punt zou kunnen zijn, hun eigen invloed is op het beschermen van die natuur. Want uiteindelijk is dat de basis en is handhaving het sluitstuk van goed beheer, goede afspraken die je met elkaar maakt. Vanuit het Integraal Veiligheidsplan, vanuit de integrale gedachte, u ziet wel de Olympische ringen bovenin staan. Ik weet heel goed dat dat een andere betekenis heeft, maar het is eigenlijk een metafoor die ik wil gebruiken om te laten zien dat je het niet alleen kan doen. Je hebt elkaar nodig om je doel te kunnen bereiken, het een staat namelijk niet los van het ander. Als je gaat kijken naar de prioriteiten die we in het Integraal Veiligheidsplan hebben opgeschreven, dan is het versterken van de samenwerking, tegengaan van ondermijnende criminaliteit, het beschermen van de natuurwaarde, maar ook het gedrag op het water is van cruciaal belang. Je zou daar allemaal een cirkeltje van maken en dan zou je eigenlijk – op één cirkeltje na, want dat zijn er vijf en dat zijn vier punten – dan zie je dat het allemaal in elkaar haakt. Want gedrag op het water heeft invloed op de natuurwaarde. Een snelle motorboot trekt golven, door die golven slaan de nesten uit de rietkragen.

Dus je instandhoudingsdoelen vanuit Natura 2000-gedachte, die haal je achteruit, omdat je broedsucces in de meest cruciale periodes achteruitgaat. Als je dus alles aan elkaar koppelt, krijg je dus dat integraal beeld. Je kan het allemaal niet met elkaar uitvoeren als je geen goeie samenwerking hebt. Je kan niet weten wat de capaciteit en de kwaliteiten van je buurman zijn, of van de handhaver die op dat moment naast je zit, als je niet weet wat hij kan, wat hij mag, wat hij wil, wat vanuit zijn werkgever de prioriteiten zijn. Daar willen we dus de komende periode ook veel meer op in gaan zetten, zodat die samenwerking ook robuuster wordt. Dat doen we door gezamenlijke diensten te draaien, handhavingsacties. We hebben vorig jaar een symposium georganiseerd met de politie, waar de gemeenteboa’s ook bij zijn aangesloten, om in ieder geval die bewustwording over het handhaven op het water al meer body te geven en ook te zorgen dat er een eenduidige gedachte is.

Dat niet de politie op een bepaald feit schrijft en wij op een ander feit, nee, dat we met elkaar schrijven op één bepaald artikel of een feit, met een bepaald bedrag, zodat je in het veld – en dat is natuurlijk ook best wel cruciaal soms, zeker nu die maatschappij natuurlijk ook verhardt en mondiger wordt – niet uit elkaar gespeeld wordt als overheden of partijen: ja, maar van hem kreeg ik een bekeuring van 100, of van hem van 80. Want dat kan, al ga je alleen maar kijken voor een loslopende hond, dan kan je schrijven loslopende hond op basis van de algemene plaatselijke verordening, of op basis van strafrecht, het bordje van Staatsbosbeheer 461. Er zijn twee verschillende

26

sanctiebedragen. Nou, daar om dus eenduidig te kunnen optreden en het versterken zijn die afspraken op operationeel niveau cruciaal. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer heeft een vraag. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. U refereerde eerder al aan de rondetafelgesprekken, daarna is er ook een Kamerbehandeling geweest, een aantal moties ook aangenomen. Onder andere één motie richt zich ook op het feit dat handhavers ook op dezelfde mate in de systemen moeten kunnen werken als de politie, omdat je eigenlijk op een gelijkmatige manier deze zware ondermijnende criminaliteit moet aanpakken. In hoeverre nemen jullie daar ook nu in dit plan ook een voorschot op dat jullie dat doen, of doen jullie dat op dit moment bijvoorbeeld al? De heer Meeling: Met alle partijen die jullie straks zien waar we mee samenwerken is het onmogelijk om allemaal in één systeem te kunnen schrijven. Maar wij proberen wel het gebruik van het boa-registratiesysteem onder de aandacht te brengen, want dat is het systeem waar het merendeel van de partijen al in registreert en dan kan je ook veel beter die informatie delen. De politie heeft natuurlijk een eigen systeem waar ze in werken. Op basis van de wet op de politiegegevens is het niet altijd mogelijk om die gegevens ook daadwerkelijk met elkaar te kunnen delen.

Dus dat is best nog wel een ontwikkelpunt ook voor de toekomst, maar we proberen wel vanuit die gedachte van dat delen van de informatie te zorgen dat alle partijen die informatie op de juiste plekken aanlevert, dat we dus in een operationeel overleg iets kunnen betekenen met elkaar. De heer Den Heijer: Een vervolgvraag, voorzitter. Zijn boa's wel wettelijk vrij om informatie met de politie te delen? De heer Meeling: Ja, als je samen een onderzoek draait, dan kan je inderdaad vrij WPGinformatie met elkaar delen. Dan heb je ook nog wel artikel 8 en artikel 9 informatie. Artikel 8 is eigenlijk een beetje de gangbare overtreding of een misdrijf. Als je dan daadwerkelijk complexere onderzoeken gaat doen zit je al in 9 en dan wordt het delen van de informatie ook alweer veel lastiger onder die wet. Dus we zijn altijd ook wel aan het zoeken: wat zijn onze mogelijkheden om vanuit al die partijen die informatie tot ons te kunnen krijgen om daar iets mee te kunnen doen? Ja, zeker. De heer Den Heijer: Nou, het is me in die zin wel ernst, omdat je hier gewoon een fantastisch natuurgebied te pakken hebt en waar we inderdaad, wat u terecht zegt, echt ongelooflijk zuinig op moeten zijn. Waar u in uw werk mee te maken krijgt is heel ernstig.

Mijn vraag is dus even: heeft u het idee dat u, ook vooruitlopend op de discussies die landelijk gevoerd worden, het idee dat we met dit plan ook gaan pionieren, dat we ook de grenzen op gaan zoeken, misschien zelfs een beetje over de grens gaan zitten, om ook landelijk wat meer te gaan laten bewegen om ons werk hier gewoon beter te kunnen doen. De heer Meeling: Ja, ik vind het een mooi punt dat u aanhaalt. Ik denk dat we al hiermee eigenlijk al aan het pionieren zijn. Want zover als wij weten is de Biesbosch nu het eerste natuurgebied in Nederland met een Integraal Veiligheidsplan. Ik weet dat in 2012 ooit eens een keer in het recreatiegebied Rottemeren ook iets dergelijks is georganiseerd, maar daar is op een gegeven moment geen gevolg meer aan gegeven. Dus het is het eerste plan weer sinds jaren wat eigenlijk gewoon weer in werking is. Als je ook gaat kijken naar die landelijke discussies, je ziet ook gewoon vanuit de direct toezichthouders van de toezichthouders de vraag komen dat je een soort van maatwerk gebiedsaanpak moet gaan creëren met elkaar om vanuit die gezamenlijkheid ook te gaan denken. Ze

27

zeggen: dan zou de politie daar de regie in moeten hebben. Maar je ziet dat het nog niet echt van de grond is gekomen. Dus om even terug te komen bij uw vraag. Ja, we zijn al aan het pionieren met dit plan en ik denk dat een dergelijk plan voor een natuurgebied van cruciaal belang kan zijn in andere grote natuurgebieden zoals de Veluwe, misschien de Grevelingen of het Veerse Meer. Ja, alsjeblieft. We zaten natuurlijk bij de prioriteiten. De gedachte van de Olympische ringen. Ondermijnende criminaliteit is ook natuurlijk hartstikke hot. Ondermijning zoals u hem kent vanuit het stedelijk gebied, maar hier maken we ook een koppeling en proberen we ook een vertaalslag te maken naar het landelijk Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. Dat wordt eens in de twee jaar opgesteld door de NVWA, de IOD en de politie en dan wordt er echt gekeken op een x-aantal thema's, zoals mestfraude, op een verkeerde manier het verwerken van chemische afvalstoffen, dumpen van afval. En zeker als je de Biesbosch met een agrarisch gebied eromheen, een agrarisch buitengebied, zou ondermijnende milieucriminaliteit ook aan de orde kunnen zijn en dus ook een indirect gevolg kunnen hebben op het behoud van die topnatuur wat de Biesbosch heeft. Als je een vergelijk zou maken, in Limburg hebben ze laatst een zaak opgerold voor mestfraude.

Ik wil niet zeggen dat het hier ook gebeurt, maar de mest in watergangen laten wegvloeien of storten betekent dat het ook in het ecosysteem van de Biesbosch terecht kan komen, omdat alles staat met elkaar in verbinding. Zeker als je gaat kijken naar die andere thema's zoals water, het hoogwaterrisico dat alles buiten zijn oever treedt, ja, het loopt op een gegeven moment allemaal door. Dus als dat structureel ergens op een locatie wordt gedaan, dan heeft dat op de lange termijn kan dat heel veel invloed hebben op de natuurdoelen die je met elkaar zou willen behalen. Nou, ik had het net al even kort aangehaald, integraal betekent ook samenwerken met meerdere partijen. Dit is een beetje een lijstje waar we structureel jaarlijks mee samenwerken. Niet met alle partijen wekelijks. De wekelijkse samenwerking zit hem gewoon tussen Staatsbosbeheer, de Omgevingsdiensten en de boa’s van de gemeente. Maar als wij daadwerkelijk gaan inzoomen op die handhavingsacties, dan komen al die andere partijen wel om de hoek kijken. Douane gaat mee, want die kan gelijk controleren op de synthetische stoffen zeg maar waar de schepen op varen, de rode diesel. Rijkswaterstaat als nautisch vaarwegbeheerder. Nationale Politie spreekt voor zich, hè, heel breed vanuit de basisteams tot aan de landelijke eenheid. En eigenlijk moet je het met elkaar doen, want het is samen werken.

De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik wou hier toch even een vraag bij stellen met een iets andere insteek dan de milieucriminaliteit en alle andere dingen die we genoemd hebben of gehoord hebben en die ook heel belangrijk zijn. Maar er is ook iets als basisveiligheid. Ik zie wel een bijlage, een staatje met alarmering vaarwegen waar ook dingen in staan als ongevallen en brand, om maar iets te noemen. Dat hoort volgens mij ook bij de integrale veiligheid dat daar heel veel aandacht voor is. Ik zie de brandweer hier niet bij de samenwerkingspartners staan, of ambulancediensten, of dat soort dingen. Ik ben benieuwd of het een bewuste keuze is om dat deel van veiligheid niet in deze notitie te hebben zitten en of er niet ook aandacht zou moeten zijn voor dat stukje basisveiligheid. Wat gebeurt er bij ongevallen en bij brand in dit hele belangrijke gebied, en is dan voor de mensen die daarmee te kampen hebben die veiligheid ook geborgd omdat er heel snel hulp geboden kan worden. De heer Meeling: Ja, een terechte opmerking. In deze presentatie ben ik uitgegaan van de handhavende partijen, dat is hetgeen wat ik aan jullie wilde presenteren. Maar een terecht punt wat u aanhaalt en zeker dit punt hebben wij ook over nagedacht. Zeker aan

28

de Brabantse kant hebben we een alarmeringssysteem met elkaar opgezet waar onder andere de ambulancedienst, de brandweer, de politie, Rijkswaterstaat en de KNRM in zitten. De medewerkers van Staatsbosbeheer hebben ook een pager, dus als er een melding valt aan de Brabantse kant, dan krijgen we die ook binnen. We kunnen via het C2000-systeem snel met elkaar schakelen en jaarlijks komen we ook met een integraal overleg bij elkaar om die samenwerking met elkaar af te stemmen. We hebben nog een paar keer een heel groot incident gehad en je ziet gewoon dat dat heel goed werkt. Iedereen wordt gecoördineerd vanuit de brandweer, we komen op aan bij het boothuis in Drimmelen en iedereen pakt daar gewoon zijn eigen ruimte die die nodig heeft. Aan de Zuid-Hollandse kant hebben we zo'n alarmeringssysteem nog niet, maar er zit een heel goed calamiteitenplan daarachter die vanuit Zuid-Holland gedraaid wordt, ook vanuit de veiligheidsregio, dus daar kunnen we op terugvallen. We hebben heel veel kennis en kunde ook aan boord. Maar naast dat we het Integraal Veiligheidsplan hebben opgezet, hebben we ook gedacht aan een soort van escalatieladder.

Dat ziet u ook terug in het complete plan en dat betekent ook dat we tot de GRIP-situaties als plafond hebben genomen en daaronder heel snel met elkaar kunnen opschalen als er daadwerkelijk iets gebeurt: welke partij heeft dan welke verantwoordelijkheid, en wie gaat dan wat doen, en op welk moment komen dan de mensen aan de tafels die besluiten moeten gaan nemen? Eigenlijk een beetje vanuit de GRIP-situatie, alleen dan kleinschaliger ingestoken. Dan kom je inderdaad op zo'n brand uit die misschien nog net geen GRIP wordt, of net op de rand zit om naar een ‘…’ incident te gaan, maar dat we toch met elkaar al de juiste invulling kunnen geven. Maar dat is ook nog iets, dat moeten we in de jaren nog verder gaan ontwikkelen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Lammers. Mevrouw Lammens: Voorzitter, ik wou graag nog even vragen, ik zie de daar staan sportvisserij. Maar hoe zit het met de beroepsvisserij. Die vissen zonder quota, blijft dat zo, of weet u daar wat van, kunt u daar wat over vertellen? De heer Meeling: Nou, ik weet niet of dat … Ik begrijp wat u bedoelt. Er zitten inderdaad ook beroepsvissers in de Biesbosch. Staatsbosbeheer heeft schriftelijke toestemmingen afgegeven aan een paar grote beroepsvissers, maar die vallen even buiten dit plan.

Ik kan u niet de juiste informatie geven, of ik ga u misschien verkeerde informatie geven die anders begrepen zou kunnen worden, dus ik wil me daarvan afhouden, als u het niet erg vindt. De voorzitter: Oké, helder. Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u, voorzitter. Even een vraag over de handhavingspartners. We zitten heel chauvinistisch hier namens de gemeente Dordrecht, dus dan denk ik: ja, oké, kosten straks als er wat gebeurt. U noemde een ladder, wie is daar verantwoordelijk voor? Maar is voor dit alles wat hier staat, is er dan één grote pot waar alles uit betaald wordt, of is dat allemaal op gemeenteniveau? Want dan zou je bijna denken: ja, jongens, dit kost me te veel, ik stuur die ander wel. Even heel gechargeerd, hè. De heer Meeling: Er is geen grote pot die dat eigenlijk allemaal regelt. Als u het mij zou vragen, zorg dat die grote pot hier in het midden komt te staan en we gaan een fantastisch plan voor jullie wegzetten met alle partijen. Maar dat is denk ik een utopie. Hoe we het nu doen is inderdaad gewoon allemaal uit de eigen portemonnee. Dus de handhavers die Dordrecht heeft worden uit de eigen portemonnee betaald, Staatsbosbeheer, sportvisserij. Maar de kracht zit hem juist in dat je elkaar weet te vinden, dat je elkaar kan enthousiasmeren om het ook daadwerkelijk samen te willen

29

gaan doen. Want dat is wel mooi, al die partijen, we staan allemaal met onze neus in dezelfde richting. Iedereen heeft één doel en dat is het beschermen van die natuur, van het tegengaan van die excessieve recreatie. Daar kan je heel breed in gaan kijken. Misschien moet je wel in de toekomst inderdaad naar meer zonering, meer gedragsbeïnvloeding gaan kijken. Maar vanuit de handhaving doen we het nu nog allemaal zelf financieren, wie weet wat er in de toekomst verder nog uit kan rollen. De voorzitter: Ik zag mijnheer Katif nog. De heer Katif: Voorzitter, aansluitend. Nobel dat iedere gemeente dat gewoon doet. Dat is hartstikke goed en dat is voor haar burgers ook hartstikke belangrijk. Wat mij eigenlijk opvalt is dat het woord preventie helemaal niet voorkomt in het Integraal Veiligheidsplan. Daar zou ik wel graag even iets over … Ja, preventie, wat doet nou een bosbeheer om te voorkomen dat er inderdaad dat soort dumpingen plaatsvinden, controles, whatever. Dat zou ik graag van u even willen weten. De heer Meeling: Preventie is de voorkant en we hebben het wel, het er staat erin, preventie. Want wat ik net zei, handhaving is het sluitstuk van goed beheer, van een goede samenwerking. Want je gaat niet naar buiten als handhaver om eens even lekker te handhaven.

Nee, je handhaaft datgene wat je met elkaar hebt afgesproken en dat komt vaak voort uit een soort van preventiemaatregel of een campagne die je met elkaar hebt georganiseerd en waarbij je natuurlijk op een gegeven moment vanuit de handhaving kracht bijzet zodat mensen ook gaan doen wat je graag zou willen. Neem bijvoorbeeld het afvalprobleem die we hebben in de Biesbosch. We hebben met elkaar nu een hele mooie gedragscampagne opgezet. Daar zetten we met elkaar maximaal op in, we hebben mooie borden, we hebben bakken met tasjes. Dus we zetten in op die gedragsverandering. Nou, als mensen dan nog niet in willen zien dat ze hun afval mee naar huis moeten nemen of de afval in zo’n tasje kunnen doen, dan hebben we vanuit de handhaving de middelen en de bevoegdheid om die mensen een bekeuring te geven. Want dan hebben ze willens en wetens gewoon hun afval laten liggen, terwijl we eigenlijk op alle niveaus, allemaal posters, folders, overal hebben weggelegd dat ze anders hadden kunnen weten, dus ook een keuze hadden kunnen maken om de afval mee naar huis te kunnen nemen. Dus die preventiekant, dat is zeker iets waar we meer naar moeten kijken. Staatsbosbeheer vindt dat heel belangrijk en daarom hebben we ook hele goede collega's, zoals mijn collega Harm Blom, die met heel veel passie vertelt over de Biesbosch, maar ook vanuit zijn functie meer kijkt naar die preventiekant.

Dan om alles kracht bij te zetten, ik heb het net al een paar keer gezegd, wekelijks werken we met elkaar samen. Maar de kracht zit hem ook in die grote acties, jullie hebben het misschien wel in de media in de afgelopen jaren al gezien. Al die partijen proberen we op vier grote actiemomenten in het jaar bij elkaar te hebben om ook gewoon in het gebied te laten zien: kijk, we doen dit met elkaar samen. Je hebt daar een boot van Staatsbosbeheer, daar zit een politieagent naast, of een handhaver van de sportvisserij, of iemand van Rijkswaterstaat. We willen daarmee ook laten zien dat het maakt niet uit dat je je kansberekening op de boot van Staatsbosbeheer laat plaatsvinden, maar om de hoek kan ook een boot van Rijkswaterstaat komen, of van de gemeente. Nou, dat signaal willen we doen. Daarnaast, die grote handhavingsacties zijn ook cruciaal om elkaar beter te leren kennen, want als je met elkaar op de boot hebt gezeten, met elkaar in de auto hebt gezeten, dan weet je wat zijn privésituatie is, want je zit negen uur met elkaar in één voertuig of één vaartuig, dus je kent zijn privésituatie, je kent hem misschien wat dieper, je weet wat hij fijn vindt of wat hij lekker vindt, dus dat praat veel makkelijker, het is veel laagdrempeliger. Dus je pakt die telefoon ook sneller om zijn kennis en kunde in te schakelen en dan kom je weer op het grote plaatje uit.

Naast die vier grote acties doen we ook drie kleintjes, dat zijn we vorig jaar voor het eerst gestart. Dus als

30

Staatsbosbeheer deden we eerst altijd die vier grote samen met het Parkschap, maar nu hebben we ook gewoon gevraagd: sportvisserij, politie, Omgevingsdienst, pakken jullie nou ook je rol binnen dit hele plan en maak op jouw thema wat jij belangrijk vindt nu ook een kleine actie. Dus je hoeft niet met dertig handhavers op één dag bijvoorbeeld in het gebied te zijn, maar je kan dus ook specifiek op een bepaald thema wat je op dat moment belangrijk vindt kan je dus op een kleiner niveau ook een heel mooi resultaat halen. Dus daar zetten we ook veel meer op in. Het is altijd op het land en in het water. Verschillende disciplines heb ik al gezegd. De beeldvorming naar buiten. En inderdaad gewoon belangrijk is gewoon ook leren van elkaar. Dat je weet wat die ander kan, wat die ander niet wil is. Het is geen schande om ook vanuit handhaving te denken: ik vind dit eigenlijk helemaal niet fijn. Maar dat moet je wel weten, je moet het uitspreken. Dat kan alleen maar als je het vertrouwen en de veiligheid hebt om dat ook daadwerkelijk te kunnen doen. Naast dit hele mooi verhaal is dit eigenlijk een beetje de kracht ook van dat plan. Kijk, operationeel weten we elkaar allemaal te vinden. We weten precies wie waar werkt en wat zijn telefoonnummer is, maar dat maakt het ook best wel kwetsbaar.

Want vandaag kan een collega van de gemeente er nog werken en heel goed samenwerken met Staatsbosbeheer, maar er komt misschien een moment dat beide collega's niet meer voor de organisaties werkzaam zijn, maar dan is het wel van belang dat je de afspraken die je met elkaar hebt gemaakt ook uitgevoerd blijven worden. En hoe ga je dat dan doen? Dat is niet alleen maar afhankelijk zijn van het operationeel niveau, nee, maar je hebt dus ook het bestuurlijke niveau nodig om plannen op jaarbasis met elkaar te kunnen afstemmen, dat dat ook gewoon de beleidsprioriteiten worden waar we operationeel met elkaar op in gaan zetten. Dat zijn de thema's en dat is de kracht denk ik van het hele Integraal Veiligheidsplan om ook daadwerkelijk met elkaar datgene te gaan doen wat echt noodzakelijk is om de Biesbosch te blijven beschermen, zodat mensen ook van de Biesbosch kunnen blijven genieten. Die tactische niveau ertussenin is eigenlijk de laag, zoals de adviseurs van de burgemeester of van de bestuurders van Rijkswaterstaat, om het op ambtelijk niveau het bestuurlijk overleg voor te bereiden, de uitkomst van het bestuurlijk overleg te vertalen naar het operationeel niveau en het daar in een open overleg weer te presenteren, zodat alle handhavers ook weten wat ze op dat specifieke jaar of dat moment gaan doen met elkaar.

Dan het Biesboschconvenant, dat is wel cruciaal als je die samenwerking natuurlijk nog veel beter wil op gaan zetten. Het is samenwerken of samen werken, dus je kan naast elkaar werken of met elkaar werken. Met het ontvlechten van het Parkschap in 2020 hadden we al een beetje de gedachte waar dit ook uit ontsproten is om het ook juridisch te gaan borgen en daar heb je een convenant voor nodig. Want wat wil dat zeggen? Boa’s zijn geen politieagenten, dus we zijn begrensd in het gebied waar we werkzaam zijn. Staatsbosbeheer heeft het Staatsbosbeheergebied, gemeente binnen de gemeentegrenzen. Nou, dit convenant regelt dat je gerechtigd en bevoegd bent om over de grenzen heen te kunnen en mogen werken. Dat is natuurlijk best wel handig, zeker als je ook boa’s hebt van Rijkswaterstaat of van Evides. Dus we hebben de complete begrenzing genomen van het Nationaal Park, we hebben met alle partijen, zelfs gemeente Geertruidenberg doet mee en Rijkswaterstaat, Evides doet mee, Altena, Drimmelen en Dordrecht, gezegd: dit convenant moet er komen. En heel plat, wat betekent dat dan? Dat is eigenlijk dat de boa van Dordrecht straks theoretisch gezien ook mag handhaven in Drimmelen. En waarom is dat van belang? Omdat de Biesbosch ligt nou eenmaal in twee provincies en in drie gemeentes.

Zeker aan de Brabantse kant waar je Altena en Drimmelen hebt is dat convenant belangrijk, want als je met een boa van de gemeente Drimmelen op de boot zit en je vaart het Spijkerboor op, voor de kenners, dan zit je in Altena en dan is die boa van de gemeente Drimmelen is een burger geworden en geen handhaver meer. Dat convenant regelt dus gewoon eigenlijk heel plat en heel juridisch dat je met elkaar ook over de gemeentegrenzen heen kan kijken en veel meer invulling kan geven aan die integrale gedachte. We hebben er heel lang over

31

gedaan. Dat komt omdat je natuurlijk ook naar de direct toezichthouders moet, naar de toezichthouders, die moeten er iets van vinden. Maar inmiddels zitten we nu op de laatste handtekening vanuit de hoofdofficier van het Functioneel Parket en we hopen nou medio maart, april tijdens het bestuurlijk overleg wat we aan het organiseren zijn daar alle handtekeningen ook van de bestuurders onder te krijgen en dan is dat de laatste hobbel die we hebben moeten nemen. Dan zitten we eigenlijk een beetje in het wensbeeld en ik hoorde dat al een beetje terug in de vraagstelling ook, hè: wat willen we? Eigenlijk een soort van robuuste kern dat we meer met elkaar gaan samenwerken, meer met elkaar gaan delen. Staatsbosbeheer vanuit het samenwerkingsverband, samen met de met de boa’s van de gemeente. Dan krijg je een soort van flexibele schil van andere partijen op hun eigen beleidsterrein, zoals Rijkswaterstaat en de Omgevingsdiensten en politie en Evides. Daarmee creëren we uiteindelijk het wensbeeld en daarmee kun je het ook verder uitzetten, kan je zorgen dat er gecoördineerd en eenduidigheid blijft. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nog één vraagje.

Als ik kijk naar de partners en naar de buitenste schil, ik zou me kunnen voorstellen dat de havenverenigingen van de jachthavens in de omgeving van de Biesbosch ook de partners in die buitenste schil zijn, omdat daar ook veel kennis is van het gebied en op een doorgaans goede manier wordt gerecreëerd, dus dat het goed is die daarbij te betrekken. De heer Meeling: Ja, maar die dat doen we eigenlijk al. Dat valt even buiten het handhavingsniveau, want we hebben natuurlijk ook een Biesboschregisseur een x-aantal jaar en zij is bezig met het opzetten van het Biesboschnetwerk. We hebben eind vorig jaar een netwerkbijeenkomst gehad en daar zit bijvoorbeeld ook de Biesboschfederatie zit daarin, ook het schippersgilde zit daarin en ook de jachthavens zijn daarbij vertegenwoordigd, of De Zilvermeeuw, de grotere exploitant aan de Brabantse kant. Dus daarmee krijgen dit soort partijen ook de ruimte om dingen te kunnen neerleggen bij de Biesboschregisseur, bij het Biesboschnetwerk, wat we dan weer vanuit handhaving kunnen meenemen als aandachtspunt. Is dat voldoende voor u? De heer Kleinpaste: Ja. De heer Meeling: Dat brengt mij na mijn wensbeeld voor de toekomst aan het einde van mijn presentatie. In ieder geval mijn contactgegevens, mijn telefoonnummer en emailadres.

Mocht u aan het einde van deze bijeenkomst nog behoefte hebben om wat verdiepingsvragen te stellen, kom gerust op de lijn, ik ben bereid om altijd daar mijn medewerking aan te verlenen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Den Heijer heeft alleen nog een vraag. De heer Den Heijer: Ik heb er zelfs twee, voorzitter. De eerste … Die doe je wel in de pot dan, hè? Het heeft wel iets met getallen te maken. Want ik hoor net het wensbeeld wat u heeft en ook het stuk gelezen. Ik vroeg me af, wat zou in aantallen … Want ik hoor gewoon heel veel governance, heel veel dingen hoe we het met elkaar regelen, hoe we met elkaar omgaan, hoe vaak we met elkaar samenkomen. Maar ik vraag me dan af, hoeveel mensen lopen er nou dan in de Biesbosch op een dinsdagmiddag rond, en wat is het effect wat we daarmee veroorzaken? De tweede vraag was, ik zie ook een aantal indicatoren, dus we willen een aantal dingen gaan bereiken. Nou, daar ben ik hartstikke

32

blij mee, daar sla ik ook op aan. Maar bijvoorbeeld als we het hebben over gedrag op het water, daar zie ik staan, daar willen we voorkomen dat mensen zich heel raar gedragen op het water, of dat de snelheden te hoog zijn. Maar wanneer zijn we dan tevreden? Als we daar honderd boetes per jaar, of tweehonderd, of gaan we ze een gebiedsverbod geven? Dat heb ik bij heel veel van die indicatoren vraag ik me af, we willen meer dit doen of meer dat, en dan vraag ik me af: hoeveel meer, en is dat realistisch in het kader van mijn eerste vraag? De heer Meeling: Ja, goede vragen. Hoeveel mensen lopen er op een dinsdagmiddag rond? Ja, dat zijn er misschien, ik vind het vervelend om te zeggen, misschien soms niet meer dan twee of drie op 10.000 hectare. ja. En dan hebben we het alleen over handhavers. Misschien in sommige gevallen is er misschien wel gewoon één aan de Zuid-Hollandse kant, omdat er twee boa’s van Staatsbosbeheer aan de Brabantse kant zitten. Zo eerlijk ben ik ook om dat te zeggen. Maar dat is wel de realiteit en dat geeft ook aan dat je het goed met elkaar moet regelen. Dan kom je misschien ook wel weer op die pot met geld uit, maar het is goed dat je elkaar wel blijft informeren, want met die beperkte capaciteit moet je ook efficiënt kunnen wegzetten.

Dus als er een boa van de gemeente aan de Zuid-Hollandse kant zit en er gebeurt daar wat en we weten dat de boa’s van Staatsbosbeheer weten dat hij er is, kan die informatie gedeeld worden. Maar als we weten dat hij er is, betekent dat ook dat we meer aan de Brabantse kant kunnen gaan zitten, omdat je dan anders aan de Zuid-Hollandse kant heel veel achter elkaar aanrijdt. Of je moet een gezamenlijke dienst planning in de avond, dan is het efficiënt. Dus ja, en dan kom je ook gelijk bij punt twee uit, hoeveel mensen heb je dan nodig? Ja, ik zou zeggen, geef mij honderd man, maar dat is ook niet realistisch. Want ja, dan heb je nog te weinig mensen eigenlijk. Je moet zorgen dat je … En wat heb je dan wel nodig? Er is nog geen toverformule die in Nederland zegt: we hebben zoveel mensen nodig. We zijn wel aan het experimenteren vanuit Staatsbosbeheer bijvoorbeeld met een risicomatrix, dat we met een kansberekening gaan kijken hoeveel handhavingsuren er noodzakelijk zijn op een bepaalde hectare op basis van het aantal overtredingen. Maar dat is ook nog niet het ei van Columbus. Ik denk gewoon dat voor nu we genoegen moeten nemen met hetgeen wat we hebben en moeten zorgen dat we elkaar ook blijven informeren.

En zeker de wens ook vanuit de gemeente Dordrecht om bijvoorbeeld meer capaciteit misschien ter beschikking te stellen, dat helpt natuurlijk al mee aan de ZuidHollandse kant, zodat je ook aan de Brabantse kant kan blijven investeren. Dus ja, ik kan niet denk ik een heel bevredigend antwoord voor u geven. De heer Den Heijer: Nee, de vraag is alleen even: in welke situatie zitten we nu en wat gaat dit plan dan voor de toekomst opleveren? Ik zou bijvoorbeeld ook niet weten hoeveel … Kijk, ik geloof vast dat preventieve maatregelen goed zullen helpen, maar als iemand een drugscrimineel is of sowieso zich niet weet te gedragen in zo’n gebied, denk ik ook dat repressie een goed middel is om in te zetten. Dus ik vroeg me ook af: hoeveel boetes bijvoorbeeld, proces-verbalen worden er nu uitgeschreven in dat hele gebied per jaar? De voorzitter: Zullen we dat voor een ander moment bewaren? Ik vind dat echt wel een vraag waar de heer Den Heijer op een later stadium met mijnheer Meeling in contact. De heer Den Heijer: We zitten toch in een beeldvormende sessie? De voorzitter: Ja, maar we zitten bijna aan de tijd, mijnheer Den Heijer, en er zijn nog meer mensen die vragen willen stellen en u en uw collega hebben er al heel veel gesteld. Dus mijn vraag is of we deze even kunnen parkeren en dat we dat op een ander moment verder specificeren. Mijnheer Cobben, gaat uw gang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/553/documents/21824