CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 13 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.29.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 13 JANUARI 2020 Vergaderkamer – (digitale vergadering) Voorzitter: Dhr. Tiebosch Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Van den Heuvel-van der Ham (CDA) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: burgemeester Kolff, wethouder M. Stam, wethouder P. Heijkoop

OPENING 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal, ik open hierbij de commissie sociale leefomgeving van 13 januari. Ik heet u allen welkom bij deze vergadering, en in het bijzonder mevrouw Denise van Poppel. Ik heet u van harte welkom als nieuwe commissiegriffier, en ik hoop dat u zich snel thuis gaat voelen in de Dordtse politiek. Dan neem ik nu nog even met u de afspraken door voor het digitaal vergaderen. Als u niet aan het woord bent, zet uw camera en microfoon uit. Als u wilt interrumperen of het woord wilt, geeft u dit aan in de chat. Dus niet via het handje, want daar reageer ik niet op. En bij de spreekpunten hanteren we de sprekersvolgorde van de raad, tenzij een onderwerp door een bepaalde fractie is geagendeerd. Dan ga ik nu de namen noemen van de mensen die vanavond bij onze commissie aanwezig zijn. En mijn verzoek is even of u zich dan, als ik uw naam noem, even wilt melden met beeld en geluid, en even aan wilt geven dat u er bent, present. Mevrouw van Benschop van GroenLinks. De heer Burakçin: Voorzitter?

1

De voorzitter: Ja, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, ik hoor net dat ze problemen heeft met inloggen, dus ze is bezig. De voorzitter: Oké, dan wachten we nog even op haar. Nou mijnheer Burakçin, dan hebben we u ook al gezien hè. Welkom. Mijnheer De Boer van Beter Voor Dordt. De heer De Boer: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Boersma van de ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Goedenavond, ik ben er ook. De voorzitter: Goedenavond. Mijnheer Burakçin hebben we gehad. Mevrouw Van der Ham van het CDA. Mevrouw Van den Heuvel-van der Ham: Present. De voorzitter: Goedenavond. De heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ik ben er ook, voorzitter. De voorzitter: Hartstikke goed. Mevrouw Rutten-Alberts van de PVV. Mevrouw Rutten-Alberts: Aanwezig. De voorzitter: Mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. De heer Bosman van de ChristenUnie/SGP. De heer Bosman: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond allemaal. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Goedenavond Voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Striebeck van de VSP.

Mevrouw Striebeck: Goedenavond, voorzitter. Aanwezig.

2

De voorzitter: Goedenavond. Dan ben ik nog even benieuwd of inmiddels mevrouw Nijhof ook al aanwezig is? Nog niet het geval. Nou, als mevrouw Van Benschop binnenkomt dan zal ze zich ongetwijfeld melden. Dan hebben we ook nog een drietal portefeuillehouders vanavond. Burgemeester Kolff, bent u er ook? Burgemeester Kolff: Ja. Goedenavond, voorzitter. Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond, welkom. De heer Stam, wethouder Stam. Die komt later heb ik net begrepen. En wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ik ben aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Fijn, hartstikke goed. Dank u wel. Nou, dan hebben we afmelding gekregen van mevrouw Koene van Gewoon Dordt. En dan ben ik bij de mededelingen. Nou, zoals u heeft kunnen zien zijn de beantwoording van de aanvullende vragen van D66 en de technische vragen van de Partij van de Arbeid voor het onderdeel Wantijbad op dinsdag 12 januari op verzoek van wethouder Stam, toegevoegd aan de stukken in het RIS bij agendapunt 11. En de raadsinformatiebrief van de Serviceorganisatie Jeugd bij agendapunt 13, na overleg met de werkgroep, de heer Van Verk, mevrouw Nijhof en de heer Van der Net, op dinsdag 12 januari toegevoegd, zodat deze op 19 januari ter bespreking kunnen worden geagendeerd in de commissie sociale leefomgeving bij thema jeugdhulp. Ik heb verder geen mededelingen. Heeft iemand van u nog mededelingen? Oké. Nou, dat is niet het geval.

Mevrouw …: Voorzitter? De voorzitter: Oh, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, ik had namelijk wel het woord gevraagd in de chat ook. Er zijn stukken toegevoegd op 12 februari, dat was gisteren. Ik heb daar met een e-mail, een bericht in ieder geval, van de commissie fysiek bezwaar gemaakt tegen het feit dat er ter elfder ure nog stukken worden toegevoegd. En ik zou dan ook … Eigenlijk vind ik dan ook dat we die stukken niet meer bij de bespreking kunnen betrekken, omdat de helft van de mensen wellicht ze niet gelezen hebben. Dus wat mij betreft horen die stukken verder niet bij de beraadslagingen voor wat betreft het Wantijbad. De voorzitter: Oké. De heer Van Verk: Zoals aangekondigd per email aan de commissie Fysieke Leefomgeving vind ik dat we daar veel strakker de hand aan gaan houden, dat we op vrijdagmiddag uiterlijk 17:00 uur, en ik begrijp zelfs dat het donderdagmiddag is, dat dan nog stukken toegevoegd. En dan is er gewoon een deadline, en alles wat daarna komt is voor die week daarna. De voorzitter: Het punt is duidelijk, mijnheer Van Verk. Dan gaan we dat zo doen. Inmiddels is de heer Den Heijer ook bij ons gearriveerd. Dan mag u uw camera

3

uitzetten, mijnheer Van Verk, dan ga ik verder. En mijn vraag is aan de commissie of de agenda zo vanavond kan worden vastgesteld. Mevrouw …: Voorzitter? De voorzitter: Ja, goedenavond. Mevrouw Van Benschop: Goedenavond. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u. Nou ja, dat is eigenlijk eventjes om er zo in te gooien, omdat ik niet zo goed weet welke weg ik anders zou moeten volgen? Maar bij de nieuwe behandelvoorstellen staat weer de raadsinformatiebrief omtrent de WK shorttrack op de behandellijst. En nou ja, wij willen nog steeds vragen om een raadsvoorstel. Maar ik heb begrepen dat dat vorige week niet meer kon, omdat de agenda al vastgesteld was. Dus vandaar dat ik het nu even doe. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, welkom, u was iets later. En wethouder Stam is er op dit moment nog niet, dus mijn voorstel is gewoon om dit punt straks te behandelen bij punt 14. Vindt u dat goed? Mevrouw Benschop: Oké, ja. 2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving 6 januari 2021 De voorzitter: Oké, dan gaan we van start met punt 2. Kan de commissie de besluitenlijst van de adviescommissie van 6 januari zo daarmee instemmen? Mijnheer Boersma, u heeft een opmerking. De heer Boersma: Voorzitter, ik had een kleine opmerking bij punt 5. Op een gegeven moment wordt de fractie ChristenUnie genoemd.

En ik zou dat graag veranderd willen zien in fractie ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Het wordt direct aangepast, mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, dank u. De voorzitter: Ja? Dan is die verder akkoord? Prima. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan gaan we verder met de vragen aan het college. En, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja. Dank u, voorzitter. Het kan bij het verslag, het kan bij vragen aan het college. Vorige week aan het eind van de vergadering heb ik in de rondvraag de vraag gesteld of wij de notitie met betrekking tot de knelpunten Veilig Thuis, die

4

besproken is in een themabijeenkomst van het algemeen bestuur Dienst Gezondheid & Jeugd, of wij die konden krijgen. Notitieverslag, whatever. Ten einde dat wij daar toch nog eens over door willen praten na een toch wat onbevredigend einde vorige week van een alleszins zinvolle thema-avond. Ik begreep dat wethouder Heijkoop nu aanwezig is, die zit ook in het bestuur van die club, dus wellicht dat hij nu antwoord kan geven. De voorzitter: Nou dan vragen we dat direct even aan wethouder Heijkoop, die luistert mee. Kunt u antwoord geven op de vraag van de heer Van Verk? De heer Heijkoop: Niet helemaal. Ik denk dat collega Van der Linden vanuit jeugd dat heeft opgepakt. Maar ik kan me dit wel herinneren dat de heer Van Verk dit heeft gevraagd, en volgens mij moeten we daar gewoon netjes in voorzien. Dus ik neem hem even mee terug de boezemen van het college in, in ieder geval even met college Van der Linden, en dan zullen we de stukken zo snel mogelijk verstrekken. De heer Van Verk: Goed, dank u wel. De voorzitter: De griffier heeft het ook genoteerd. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Bedankt voor de toezegging van de wethouder. Wij zijn in afwachting van. De voorzitter: Oké. Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan het college, eigenlijk ook een opmerking.

Er is een laatste update die op het AD verschenen is, om iets over 19:30 uur, over de Britse variant die alles op zijn kop lijkt te gaan zetten. Er is een alarmstemming in Den Haag op dit moment. Nou ja, het schrikbeeld daarvan is dat er mogelijk straks 170.000 besmettingen per dag zijn. Nou, daar moeten we natuurlijk niet aan denken. Ik heb net deelgenomen voor deze vergadering aan de rekenkamervergadering. Daar hadden we het even over de kosten in de coronacrisis. Nou, er gaat nog best wel wat op ons afkomen. Ik ben er zelf niet zo heel gerust op. En ik wil eigenlijk vragen aan burgemeester en wethouders, ik weet niet wat er op ons afkomt, waarschijnlijk komt er wat op ons af. Maar ik zou heel graag, ik weet niet of ik namens onze collega raadsleden kan spreken, goed op de hoogte gehouden worden wat er komen straks, en in ieder geval dat we goede informatievoorziening krijgen. De voorzitter: Nou, ik kijk even naar burgemeester Kolff of hij daar een reactie op kan geven. Burgemeester, u heeft het woord. Burgemeester Kolff: Ja, we zitten natuurlijk al … Ik zal het proberen kort te houden, want ik kan hier zeer uitvoerig op reageren, maar dat zal u niet aandoen op dit moment. Maar we zitten natuurlijk al 10 maanden lang in een crisis met een onbekend, zeer gevaarlijk en grimmig virus. En dat virus dat kent ook nog eens een keer, zo blijkt de laatste tijd, meerdere mutaties.

En de Britse variant is er daar één van, maar er zijn er nog meer van in de wereld. En dat is in principe een redelijke normale gang van zake bij een virus, dat dat virus ook muteert. Alleen dit virus is gewoon onbekend, dus de

5

mutaties ook. En de mutatie uit Engeland, dat is er eentje die 30% tot 50% besmettelijker is dan de variant die we hier in Nederland tot nu toe kende. Daarom is het ongelooflijk belangrijk, en we hebben daar een klein voordeel ten opzichte van Engeland, zeg ik dan maar eventjes, dat Nederland in een lockdown zat toen die Britse variant zijn intrede hier deed. De gemeente waar die Britse variant is geconstateerd wordt nu een grootschalig testonderzoek uitgevoerd, dat is in onze provincie ook. Het lijkt erop dat tot nu toe 1% tot 5% van de besmettingen met de Britse variant zijn in Nederland. Dus dat is nog relatief laag. Maar des te belangrijker dat we ons allemaal streng aan de maatregelen houden, en dat er ook nog door het OMT wordt gekeken of er nog meer mogelijkheden zijn om te zorgen dat we dit virus buiten de deur houden. In Engeland houdt het inmiddels behoorlijk huis, zal ik maar even zeggen. Ook in Ierland. In Ierland heeft men een beetje een situatie waarin men of in een total lockdown zit of er heel veel mogelijkheden zijn. Want rond kerst zat men in een total lockdown, en vanaf de kerst kon er heel veel. Je ziet dat vanaf kerst het aantal besmettingen in een rechte lijn recht omhoog lopen, met inmiddels een R-factor, zoals we die kennen, van 3. Meer dan 3. Dat betekent dat iedereen die besmet is, ook weer drie nieuwe mensen besmet.

Ja, u begrijpt dat dat dan razendsnel om zich heen grijpt. Het is verder niet een gevaarlijker virus dan het virus wat we hier nu kennen, maar die Britse variant is dus wel besmettelijker. Nogmaals, het allerbelangrijkste wat we moeten doen is die maatregelen naleven. Het RIVM zit er bovenop, alle andere experts en wetenschappers zitten er bovenop, kabinet zit er bovenop en de voorzitters van de veiligheidsregio’s ook. En we proberen eigenlijk al 10 maanden ook de gemeenteraden in ons gebied ZuidHolland-Zuid zo goed mogelijk te informeren met maandelijkse updates, met informatieavonden. En 27 januari is de eerstvolgende avond. En als er echt hele actuele zaken zijn, dan gaat het ook nog via, dat hebben we zo afgesproken, via de app richting de fractievoorzitters, die dat dan al dan niet met hun fracties weer kunnen delen. Dus dat is eigenlijk de route die we daarvoor hebben afgesproken. Dit is de korte variant, voorzitter. De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel, burgemeester. Mijnheer De Boer? De heer De Boer: De laatste opmerking van de burgemeester die stelt mij gerust. De voorzitter: Oké. De heer De Boer: Dus de informatie richting de fractievoorzitters. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Nou, dan zijn we inmiddels dus aanbeland bij de vragen van het college, maar dat had u al begrepen. En de volgende die een vraag heeft, is volgens mij de heer Kwaak van de VVD.

De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Met het verlengen van de lockdown en het niet opengaan van de scholen, maakt de Dordtse VVD zich grote zorgen over het gebruik van de noodopvang voor kwetsbare jongeren en kinderen van ouders met een vitaal beroep. Wij krijgen serieuze signalen dat ouders zonder vitaal beroep ook hun kinderen naar school sturen. Hierdoor raakt de noodopvang overbelast. Als VVD Dordrecht vragen wij de wethouder contact op te nemen, en in gesprek te gaan met schoolbesturen om te

6

checken of deze signalen kloppen. En als dat zo is, er iets aan te doen, zodat kwetsbare jongeren en kinderen van ouders met vitale beroepen gebruik kunnen blijven maken van de noodopvang. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat is dan een vraag voor waarschijnlijk wethouder Heijkoop. En voordat hij antwoord geeft, meld ik u even dat mevrouw Nijhof inmiddels ook bij onze vergadering aanwezig is. Wethouder Heijkoop, wilt u hierop reageren? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat wil ik wel. Het klopt dat er veel meer gebruik wordt gemaakt van de noodopvang ten opzichte van de eerste lockdown. Daar heb ik vorige week ook al iets over gezegd op vragen van de heer Burakçin. Zijn zorgen gingen juist een beetje de andere kant uit. Van, worden kinderen wel juist voldoende opgevangen, zeker als ze in een kwetsbare positie zitten. Het is dus veel meer, zo’n 10% tot 15% van de kinderen wordt nu opgevangen. Op zich staan wij daar positief tegenover zover de scholen dat ook goed aankunnen. En wij staan in zeer nauw contact met de scholen, en van overbelasting is echt geen sprake. Wel zijn er natuurlijk zorgen, en zorgen ook richting de toekomst. En ook zorgen rondom, de burgemeester had het zojuist daar al over, de Britse variant, en wat is ook de impact op kinderen. Daar lijkt inmiddels wel ietsje meer duidelijkheid over te zijn, maar daar zijn wel veel vragen over.

Maar we houden heel goed vinger aan de pols. En ook op het niveau van de PO-raad is er wel contact met het ministerie van OCW om goed na te blijven denken van joh, wat zijn de gevolgen van die langere lockdown, en ook de gevolgen van een hoger beroep op die noodopvang. Maar in Dordrecht, nogmaals, staan we in nauw contact met de scholen en lijkt het allemaal nog goed te gaan. En als dat anders is, dan mag u erop rekenen, dan zal ik u daarover informeren. Dank u wel. De heer Kwaak: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijkoop. Nou, verder zijn er geen vragen aan het college vanavond. STUKKEN TER BESPREKING 4. Beschikbaar stellen van extra rijksmiddelen voor de Brede aanpak dak- en thuisloosheid voor uitvoering van de visie Van opvang naar wonen 2020-2025 Raadsvoorstel 5. Raadsinformatiebrief over Uitvoeringsprogramma visie ‘Van opvang naar wonen 2020-2025’ - Raadsinformatiebrief 6. Raadsinformatiebrief over Reactie op motie M7 Plan van Aanpak Leefbaarheid omgeving Sint Jorisweg, Kromhout, Vriesestraat, Vrieseplein en Kasperspad Raadsinformatiebrief 7. Voortgang pilot landelijk Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren voor Dordrecht - Raadsinformatiebrief

7

8. Stand van zaken Uitvoering visie Van opvang naar wonen 2020-2025 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dus ik stel voor om door te gaan met de stukken ter bespreking. En dan beginnen we gelijk met een aantal stukken bij elkaar, de nummers 4 tot en met 8. En die betreffen de opvang van kwetsbare groepen en leefbaarheid. We hebben in de zomer van 2020 een aantal stukken, raadsinformatiebrieven, van het college gekregen. Daar zijn vorige week nog twee raadsinformatiebrieven aan toegevoegd, wat vandaag resulteert in een bespreking van een raadsvoorstel en vier raadsinformatiebrieven. Het gaat dus over leefbaarheid, het gaat over opvang en het gaat ook over veiligheid. Want op verzoek van de commissie is ook burgemeester Kolff bij deze bespreking aangesloten. Het college van burgemeester en wethouders heeft al aangegeven dat het ongebruikelijk is dat de onderwerpen veiligheid, leefbaarheid en overlast ter bespreking worden geagendeerd bij de commissie bestuur en middelen. Gezien de nauwe samenhang met opvang is er in het verleden voor gekozen om bespreking van leefbaarheid van Kromhout-Kasperspad in een gecombineerde commissievergadering te agenderen. Dit met het oog op de in februari verwachte onderzoeksresultaten over de leefbaarheid van genoemde omgeving.

Maar goed, de commissie heeft uitdrukkelijk verzocht om ook burgemeester Kolff hierbij aanwezig te hebben, en hij heeft daar gehoor aan gegeven. Er zijn vorige week politieke vragen geformuleerd door de Partij van de Arbeid en het CDA. Die lees ik even voor. Eén, in hoeverre worden de extra beschikbare middelen efficiënt ingezet? Dus dit is de vraag die specifiek gekoppeld is aan de bespreking van het raadsvoorstel beschikbaar stellen van extra rijksmiddelen voor de brede aanpak dak- en thuisloosheid voor uitvoering van de visie van opvang naar wonen 2020-2025. En de andere vraag is van het CDA. Het aantal plekken voor crisisopvang wordt verminderd, maar in hoeverre draagt dit bij aan het verbeteren van de leefbaarheid? Deze vraag die is genoemd bij de bespreking van de raadsinformatiebrief inzake het beantwoorden van motie M7, het plan van aanpak leefbaarheid omgeving Sint Jorisweg, Kromhout, Vriesestraat, Vriesplein en Kasperspad. En de derde vraag is ook van de Partij van de Arbeid. In hoeverre vinden wij dat het voorliggende uitvoeringsplan de stijgende trend in aantallen daklozen voldoende meeneemt? Komt het voorliggende uitvoeringsprogramma voldoende tegemoet aan de wens van de raad om aan de voorkant beter en door meer partijen wordt getriageerd? Dat is de vraag van de PvdA. Normaal gesproken dan zou ik nu met Beter Voor Dordt beginnen.

Maar omdat de vragen die geformuleerd zijn van de Partij van de Arbeid zijn en van het CDA, stel ik u voor om ook met de PvdA en daarna met het CDA te gaan starten. En dan vervolgens ga ik het bekende rondje doen. Dus mijnheer Van Verk, u heeft het woord. En ik verzoek u echt u aan de geformuleerde vragen te houden. De heer Van Verk: Zeker, voorzitter, dank je wel. De eerste vraag is, in hoeverre worden de extra middelen efficiënt ingezet? We hebben kunnen vaststellen dat we 2,5 miljoen krijgen. En die 2,5 miljoen is voor de centrumgemeente, maar kan ook worden aangewend voor de regio. Nou, dat leidt bij ons tot de eerste vraag, in hoeverre die regio meedoet. Ook de motie die betrekking heeft op van, spreekt ervan dat de regio daadwerkelijk een bijdrage moet leveren. En ik lees wel verschillende keren dat de regio iets zou doen, maar wat zij doen is altijd uitermate vaag. En als dat alleen bij een goed

8

luisterende of goedwillende lippendienst blijft, dan stel ik vast dat ze niet meewerken. En dat zou dus betekenen dat inzet van middelen vanuit de 2,5 miljoen voor de regio weinig efficiënt is. Maar goed, ik verwacht van de wethouder een klip en klaar antwoord waarin hij concreet aangeeft wat die regio dan bijdraagt. De tweede deel van het voorstel is om de middelen in een fonds te storten en daar jaarlijks geld uit te putten die moeten bijdragen aan de opvang van deze groep voor de komende jaren. Dat zou op grosso modo kunnen betekenen dat je 5 ton per jaar hebt, maar dat lijkt mij wat inefficiënt. Het lijkt ons efficiënter wanneer je het geld besteedt aan datgene wat nodig. En daarbij zien we op dit moment vooral dat een aantal tussenvoorzieningen steeds magerder wordt, of eigenlijk ontbreken. En die zouden met name op het gebied van wonen toegevoegd kunnen en moeten worden. Voorzitter, een goed voorbeeld is daar overigens van de … De voorzitter: Mijnheer Van Verk, misschien kunt u nog even duiden wat u nou precies met tussenvoorzieningen bedoelt. De heer Van Verk: Een tussenvoorziening daar … We hebben nu de opvang van het Leger des Heils, daar worden mensen uitsluitend opgevangen en daar vindt verder geen begeleiding plaats. Een aantal mensen zijn uitstekend geschikt om zelfstandig te wonen en een aantal hebben wat meer begeleiding en ondersteuning.

Maar juist de mensen die uitstekend zelfstandig kunnen wonen, de zogenaamde economische daklozen, die zouden eigenlijk gevestigd kunnen worden in een woning van tijdelijke aard. Een sloopwoning zou dat kunnen zijn, maar die zijn meestal niet de beste. En je zou na kunnen denken over een aantal voorzieningen waar bijvoorbeeld mannen die in een situatie van een echtscheiding zitten, een doorstart kunnen maken op de woningmarkt, zonder dat ze eerst bij moeders of broers en zussen op de bank hoeven te slapen. Dat soort tussenvoorzieningen denken wij aan. Ja, ik ben wel even uit mijn verhaal. Het fonds, daar was ik gebleven. Het lijkt ons goed om in ieder geval die tussenvoorzieningen daarmee te realiseren. En wij verwachten eigenlijk van de wethouder dat hij dat geld niet klakkeloos gaat uitgeven zonder enige rugdekking vanuit de raad. Dus wij verwachten dat de wethouder daar waar geput gaat worden uit dit fonds, er in ieder geval de raad betrokken wordt bij de besteding van die gelden. En deze wethouder kennende zal hij dat onmiddellijk toezeggen, al dan niet in de vorm van raadsvoorstellen, daar kan je dan nog even over met elkaar van gedachten wisselen. Voor wat betreft de tweede vraag, het aantal plekken voor de crisisopvang wordt verminderd, maar in hoeverre draagt dit bij aan het verbeteren van de leefbaarheid? Die kan je op verschillende manieren aanvliegen.

Je zou kunnen zeggen dat het verminderen van het aantal crisisplekken in het Kromhout bijdraagt tot de verbetering van de leefbaarheid in het Kromhout. Je kan het ook op een wat bredere vlak trekken. En dan kan je vaststellen dat het aantal crisisplaatsen in deze regio en in deze stad de afgelopen jaren fors is afgenomen, waardoor er problemen ontstaan. En die problemen die manifesteren zich op straat, en dat zijn, zoals de heer Burakçin wel zal weten, de beruchte 33 meldingen. Of te wel, de mensen met verward gedrag die her en der plaatsvindt en waarmee de politie nog de GGZ echt mee uit de voeten kan, omdat er eigenlijk onvoldoende crisisopvangplaatsen zijn. Crisisopvangplaatsen zou wel eens zo’n voorziening kunnen zijn waar we eens over na moeten denken of die niet toegevoegd

9

moet worden voor om te beginnen alle leeftijdsgroepen, maar ook voor jongeren. Wij constateren in één van de brieven dat de opvang voor jongeren vanaf 18 jaar geregeld is. Tegelijkertijd zijn wij ons er heel goed van bewust dat er ook talloze jongeren onder de 18 jaar rondzwerven, van bank naar bank surfen, bij vrienden en vriendinnen worden opgevangen, maar geen adequate begeleiding en ondersteuning krijgen. En een opvallend kenmerk bij deze groep is ook dat ze dikwijls zorg mijdend zijn, waardoor ze dus ook niet bij de jeugdzorg echt terechtkomen. Wij willen aan… De voorzitter: Mijnheer Van Verk, u krijgt een interruptie van de heer Van der Net. De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ja. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Ik laat … Meestal laat ik iemand gewoon even zijn zin afmaken. De heer Van Verk: Maakt niet uit. De heer Van der Net: Ja, ik … Dit blijft … Dit blijft wennen, voorzitter, op deze wijze. Ik verwijt u niks. Ja, ik zat even te luisteren naar de heer Van Verk. En als ik dan naar hem luister, dan geeft hij aan dat er dus omdat er minder crisisopvang is, dat dat zou leiden tot meer overlast op straat. Dat is natuurlijk een stelling die niet bewezen wordt. Dat is slechts een aanname neem ik aan hè? Want dit kunt u ook niet hard maken. Ja, ik ben wel ook benieuwd wat de wethouder daarover gaat zeggen zo.

De heer Van Verk: Ah, dat is geen vraag aan mij dan, voor… De voorzitter: Nee, u wilt eerst weten wat de heer Van Verk daarvan vindt. De heer Van der Net: Nee, nee, nee. Ho, ho, ho. Wacht, wacht, wacht. Laten we het eventjes simpel houden. Jawel, u stelt dit. Dus u geeft aan dat u van mening bent dat de overlast op straat dat die hoger is omdat er minder plek is voor de crisisopvang toch, mijnheer Van Verk. En dan is de vraag van, hoe kunt dat dan dui… Kunt u dat bewijzen? Of … De heer Van Verk: Bewijzen, bewijzen, dat zijn altijd … Hier tijdens een vergadering zijn dat wat lastige zaken. Maar laten we … De volgende trits is natuurlijk de afgelopen jaren wel gebeurd, de afgelopen 10 jaar. Het aantal bedden in de GGZ en in de verslavingszorg en in het begeleid wonen zijn drastisch afgenomen onder het motto, deze mensen moeten kunnen wonen tussen de gewone mensen, want dat zijn ook gewoon mensen. Op zich een gedachte die helemaal niet verkeerd is, alleen deze mensen hebben soms wel een enorme rugzak bij zich, waardoor ze gedrag vertonen wat niet door iedereen gewaardeerd wordt. En dat gedrag dat manifesteert zich soms in huis, en dan geeft het woonoverlast. Soms op straat, en dan geeft het de beruchte, of bekende, 33 meldingen. En ik denk dat ook de heer Van der Net het met mij eens dat we in de afgelopen een forse groei van die meldingen hebben gezien.

En dat heeft alles te maken met de afname van het aantal bedden. Vervolgens hebben we die groei. En vervolgens zien wij dus dat mensen die die mensen op proberen te vangen, meestal de

10

politie, daar niet veel verder mee komen, omdat er dan een gebrek aan crisisplaatsen is. Als ik uit de jeugdzorg hoor dat kinderen die uit huis moeten worden gehaald vanwege schrijnende omstandigheden, soms moeten worden weggebracht naar Groningen of Friesland, omdat daar pas een plek is, dan is er dus een te kort aan dat soort plaatsen. De heer Van der Net: Voorzitter? Ik stel voor dat de wethouder daar natuurlijk ook zo meteen antwoord op geeft. Maar we willen … Ik wil de discussie niet gaan vervuilen weer door ook de GGZ hierbij te gaan betrekken. We hebben het nu over dakloosheid. En ik denk dat we ons daar ook wel op moeten richten dan, voorzitter. De voorzitter: U maakt in ieder geval wat los, mijnheer Van der net, want mevrouw Nijhof en de heer Burakçin willen daar ook nog even op reageren. De heer Van der Net: Mooi toch. De voorzitter: Dus wat mij betreft, mijnheer Van der Net, ik heb uw vraag genoteerd voor de wethouder straks. En dan geef ik nu even het woord aan mevrouw Nijhof, die ook wil interrumperen op de heer Van Verk. De heer Van der Net: Prima, voorzitter. Mevrouw Nijhof: Ja, ik wil even reageren op mijnheer Van Verk. Want ik heb toch wel heel erg de indruk dat hij allerlei groepen door elkaar haalt in dit geval. En daarbij gaat het over de zogenaamde verwarde persoon, heeft u het volgens mij.

En daarnaast heeft hij het over de jongeren, en die hebben toch altijd wel een speciale positie natuurlijk in het hele opvangcircuit. Dus ik zou, ja, toch … Ik kan me wel voorstellen dat daar een antwoord op moet komen van de wethouder. Maar ik zou toch wel ervoor willen waken om niet al die groepen op één hoop te gooien. Wat wellicht ook aanleiding geeft tot de vraag, omdat u dit zo stelt, van of de toegang zoals die nu dus georganiseerd is, nou ja, laten we zeggen, wel naar wens georganiseerd is. Want in de toegang moet namelijk bekeken worden waar mensen naar toe moeten. Hebt u daar … Want wat vindt u … De heer Van Verk: ‘…’. Mevrouw Nijhof: Ja, dat zeg ik even tegen u, mijnheer Van Verk, omdat u dit stelt wat u net stelde. Want wat vindt u van wat er in de stukken op dit moment over de toegang gezegd wordt? De heer Van Verk: Nou, dat is eigenlijk de derde vraag waarin we ingaan op de triage. Wij zijn daar niet onverdeeld gelukkig mee. En dan druk ik mij zachtjes uit. We hebben vernomen, of vastgesteld, dat de Dienst Gezondheid & Jeugd bij deze toegang weer een belangrijke taak krijgt, en wij vinden dat eigenlijk een slechte ontwikkeling. Wij hebben ten één en ten andermaal, samen met u overigens, gepleit voor een toegang die multidisciplinair wordt ingevuld.

Want de mensen die binnen komen bij de opvang hebben een verschillende problematiek, van GGZ, verslaving tot economische dakloosheid, noem maar op. Er zijn vele redenen waardoor men dakloos kan worden. En dat nu weer bij de GGD te gaan … Of bij de Dienst Gezondheid & Jeugd te gaan

11

beleggen, vinden wij een slechte ontwikkeling. En die vinden we slecht, omdat de Dienst Gezondheid & Jeugd niet altijd alle competenties in huis heeft die bij een GGZ of bij een verslavingszorg of bij andere vormen van hulpverlening wel aanwezig zijn, dat is één. Twee, we stellen vast dat er weer een kerstbal in de boom wordt gehangen die we juist niet wilde optuigen, en we toch sluipende weg steeds zien dat de Dienst Gezondheid & Jeugd weer terug gaat naar de jaren voor 2014, toen het zo gigantisch mis ging. En ik weet wel dat we daar niet voortdurend in moeten blijven hangen, maar we zien die ontwikkeling wel en we hebben daar nog steeds het gevoel bij dat dat geen goede ontwikkeling is. Voorzitter, ik wil … De voorzitter: Voordat u nu tot een afronding komt, zou ik nog eventjes de heer Burakçin het woord willen geven, die had ook nog een interruptie op u. De heer Burakçin: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik deel eigenlijk wel wat mevrouw Nijhof net aangaf. Want ik ben nu eventjes door de war zeg maar over welke groep we het hebben. Want dat geeft de raadsinformatiebrief geeft namelijk ook niet een zuiver beeld over welke groep we nou spreken. Wat ze wel zeggen is in ieder geval dat ze in een kleine groep daar geen grip op hebben.

En we weten natuurlijk ook van eerdere berichtgeving dat we te maken hebben met meerdere groepen, en waaronder dus de groep waar de heer Van Verk het over had, over de mensen die toch wel enig verward gedrag tonen. Die dus alle hulp mijden zou ik maar zeggen, en die dus vaak te maken hebben met psychiatrische drugs- of alcoholverslaving. Dus de vraag is … Of de vraag richting de heer Van Verk is, of de crisisopvang een extra oplossing is of dat we moeten zeggen of dat die mensen met verward gedrag gebaat zijn bij een, ja, crisisopvang … Of tenminste, gewoon gedwongen opname, zodat ze gewoon goed geholpen kunnen worden en eigenlijk van straat gehaald worden op deze manier. De voorzitter: Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja. Voordat ik de vraag beantwoord, mijnheer Burakçin, wil ik even teruggaan naar mijn klaarblijkelijke verwarring die ik sticht door verschillende doelgroepen door elkaar te benoemen. Het agendadeel bestaat uit een viertal brieven waarbij ook de opvang van thuisloze jongeren is genoemd. Dus ook daar willen wij aandacht voor vragen, en stellen we even vast dat in die brief wordt er vanaf 18 jaar gesproken. En zijn dak- en thuisloze jongeren onder de 18 jaar, en die dreigen tussen wal en schip te raken. Dat even vastgesteld hebbende wil ik nu even de vraag van de heer Burakçin beantwoorden.

Mensen die met een verward gedrag op straat, dan wel ook in huis, zijn. Ja, die zijn het beste geholpen bij een opname. Alleen dat is heel erg lastig in dit land. Je moet … Een vrijwillige opname moeten die mensen zelf willen. En een gedwongen opname, dan moet je een gevaar zijn voor jezelf of voor je omgeving. En eer dat je dat bent. Nou, en ik zie de heer Burakçin die daar in de praktijk maar al te veel van weet. Eer dat je dat bent, dan moet je met messen lopen zwaaien, pistolen, weet ik veel, dan ben je daar misschien rijp voor. En dat is een beetje het probleem in dit land. Wij zijn erg gesteld op onze vrijheid en op onze privacy, en dat is goed. Maar dat is voor deze mensen soms niet goed, want zij zouden soms gebaat zijn bij een min of meer gedwongen opvang. Nou, dat is niet mogelijk. Dus dan is eigenlijk crisisopvang is de tweede beste. Die mensen bevinden zich op straat of in huis in een staat van

12

verward gedrag, en de beste manier is om ze dan toch wellicht tijdelijk ergens op te vangen en te observeren en hulp te geven. In plaats van ze maar rond te laten dolen in huis of op straat, want ook dat hebben we wel gezien in deze staat. Dus is die zin zou daar crisisopvang een extra voorziening voor kunnen zijn. Ik wilde eigenlijk … Maar ik zie mevrouw Nijhof ook weer in het beeld springen, dus ik denk dat ze iets wil vragen. U bent niet te verstaan voorzitter. De voorzitter: Ik ga dat even niet doen, mijnheer Van Verk. Ik ga eerst zorgen dat u samen met mijnheer Burakçin, dat u uw interruptie afmaakt, en dan mag mevrouw Nijhof nog even weer naar u interrumperen. Mijnheer Van Verk: Oké. Ik weet niet of de heer Burakçin … De heer Burakçin: Nou ja, ik kan de heer Van Verk goed volgen. Maar ik denk dat het heel vaak te maken heeft, tegenwoordig zeg maar, met ook inderdaad de weinige plekken voor mensen met een gedwongen opname. En vandaar dat het zeg maar veel lastiger is geworden tegenwoordig om mensen te kunnen opnemen. Dat is denk ik één van de redenen zeg maar waarom het niet lukt. Want de oplossing die u zoekt zeg maar in een crisisopvang, die mensen zijn hulp mijdend, dus die willen helemaal niks. Dus dan wordt het ook heel lastig om die mensen ook daarin te stoppen. Maar goed, ik houd het hierbij, want het wordt een beetje lastige discussie. De voorzitter: Prima.

Mijnheer Van Verk: Ik deel de opvatting van de heer Burakçin. Alleen ik vind dan, een crisisopvang is second best, of een suboptimale oplossing die zeker niet altijd bijdraagt tot. Voorzitter, ik weet niet of mevrouw Nijhof een vraag heeft? De voorzitter: Mevrouw Nijhof heeft vast een reactie, en daar hoort ook een vraag bij aan u. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Nou, ik vind de discussie nogal een rare vorm aannemen. Want specifiek deze groep waarover u het heeft zeg maar, dan gaat het niet over de crisisopvang voor daklozen, maar dan gaat het over de crisisopvang in de GGZ, zeg maar. En daar hebben we het volgens mij vanavond helemaal niet over. Daar zijn natuurlijk allerlei problemen. Er zijn tekorten aan bedden, er zijn problemen met de beoordeling van deze mensen. Want deze mensen moeten beoordeeld worden door een psychiater, zeg maar, en er moet gekeken worden of die dus in aanmerking komen voor zo’n gedwongen plek. Maar volgens mij gaat het niet over deze plekken voor deze doelgroep, vanavond. Specifiek niet. De heer Van Verk: Wat ik nou zo lastig vind aan deze discussie is dat, we hebben mensen die dak- en thuisloos zijn, maar de meeste mensen zijn dak- en thuisloos met een oorzaak.

En die oorzaak is meestal terug te voeren, of die is in veel zaken terug te voeren, maar GGZ-problematiek en verslavingsproblematiek zijn wel elementen die een belangrijke rol spelen bij dak- en thuisloosheid. Net zo goed als economische omstandigheden, schulden. Er zijn veel problemen, maar deze twee zijn nogal prominent

13

aanwezig en hebben een dusdanige vorm dat zij ook bijdragen aan de overlast in buurten en wijken. Iemand die gescheiden is, ja, die kan wel eens een keer zich heel vervelend voelen en misschien eens een fles drank achter in zijn keel gieten waardoor die wat lawaaiig wordt, maar dat hoeft niet gelijk tot overlast te leiden. Mevrouw Nijhof: Nee. De heer Van Verk: Terwijl mensen met de problematiek die ik aangeef, dikwijls dat wel doen, helaas. En daarom hebben we het daar steeds over, omdat dat misschien wel één van de meest pregnante groepen is die aanwezig is binnen deze groep. Dus vandaar dat die discussie helemaal door elkaar loopt met de GGZ-problematiek, met de verslavingszorg en noem maar op. Alleen ja, jammer genoeg zijn een groot aantal … Of een aantal van die mensen zijn ook gewoon dakloos en leveren een belangrijk deel van het probleem. Als het alleen economische daklozen waren die, zoals we ook weten, in het Kromhout, waar mensen zitten die gewoon ’s morgens om 7:00 of 8:00 uur naar hun werk gaan, dan levert dat geen enkel probleem op. Dan zou iedereen zeggen van, ja, het is een wat sobere hotelvoorziening misschien. Maar dat is jammer genoeg niet het geval, of helaas. Mevrouw Nijhof: Mag ik nog één ding aan mijnheer Van Verk vragen? De voorzitter: Ja, dat mag.

Mevrouw Nijhof: Want u noemde in het begin van uw pleidooi ook, en specifiek ook, de mensen die gescheiden zijn zeg maar, die een bepaalde doorstart moeten maken. Want we kennen natuurlijk de problematiek van de tijdelijke huisverboden zeg maar, die er gegeven worden op het moment dat, nou ja goed, het escaleert tussen partners en één van de twee moet vertrekken. En meestal is dat dan een man over het algemeen. Want hoe ziet u dat voor zich? Ziet u het zo voor zich dat er in zo’n opvang allemaal mensen door elkaar kunnen zitten? Of moeten die mensen ook gescheiden zitten van elkaar zeg maar, met hun verschillende problematiek? Of zijn er mogelijkheden tot vermenging? De heer Van Verk: Ik las toevallig één dezer dagen in de krant van initiatieven voor Divorce Houses. Ja, het spijt me voor de term. Of te wel gewoon scheidingshuizen, waarbij mensen die dakloos dreigen te worden als gevolg van een scheiding, en misschien omdat het escaleert. Maar je hebt natuurlijk ook zat mannen die zeggen van nou, meid, blijf jij lekker met de kinderen in het huis wonen, dan ga ik tijdelijk wel ergens anders wonen. Ja, die mensen die zoeken huisvesting en die belanden dan dikwijls bij familie en vrienden. Maar ja, als je daar drie dagen bent, dat is het net zo als bij vis, dan wordt het toch wat onaangenaam.

En het zou fijn zijn als je een gewoon ergens een flat hebt waar mensen dan tijdelijk kunnen wonen, die daar ook op ingericht is. Dus een gemeubileerde flat van mijn part waar mensen tijdelijk huisvesting kunnen vinden. Ja, SSF heeft in de aard van de zaak eigenlijk wel die mogelijkheid, maar die is wat dat betreft wat minder makkelijk toegankelijk, want daar heb je hulpverlening bij nodig. En die mensen hebben lang niet altijd hulp nodig. Voor wat betreft de groep die u duidt, ja, dat vind ik wel een aparte groep. Ik weet niet of je die allemaal bij elkaar moet

14

stoppen. Volgens mij loop je dan ook kans op een feestje, alleen het feestje wat je niet wilt hebben. Dus ik heb er niet een klip-en-klaar antwoord op. De voorzitter: Oké, ik stel voor om verder te gaan. De heer Van Verk: Ja, ik wil nog afronden eigenlijk … De voorzitter: Nou, er is nog één interruptie van mijnheer Boersma. En dan ga ik er vanuit dat u af kunt ronden. Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u. Ik was even uit de lucht met mijn internet, dus ik weet niet wat er allemaal precies tussen mevrouw Nijhof en mijnheer Van Verk besproken is. Maar ik wil nog even heel kort doorgaan op dat puntje van die crisisopvang van de heer Van Verk. Want we schieten nu een beetje op de inhoud en de verschillende doelgroepen. Maar ik snap zijn idee. Ik vind het ook best een heel aardige suggestie. Alleen de vraag is eventjes van, op het moment dat ik constateer dat wij met een groep daklozen zitten met verschillende problematiek die we eigenlijk niet kwijt kunnen zeg maar, omdat al die verschillende interne opvangen, of dat nou GGZ is, verslavingszorg of andere vormen, eigenlijk voor een deel opgedoekt zijn en vervangen zijn door ambulante zorg, begeleid wonen. Alleen dat is nog niet helemaal goed van de grond gekomen in een aantal gevallen.

Dat hij zegt van, hé, laten we dan zelf eigenlijk, tenminste, begrijp ik, even die crisisopvang organiseren en daar de hulp op zetten. Als ik het goed begrijp. En de vraag is dan eventjes van, vindt de heer Van Verk ook dat we dan eigenlijk als gemeente iets misschien tijdelijk of misschien voor langere tijd moeten creëren in de vorm van een crisisopvang, om te compenseren wat zeg maar een aantal partners heeft wegbezuinigd of een bewuste keus geweest is om dat anders te organiseren? Want ik denk dat dat op zich wel een hele aardige vraag is, of wij dan in het kader van die opvang, of wij dat als gemeente dan op ons gaan nemen en dat geld daarvoor gaan gebruiken wat daar nu dan zeg maar in het fonds zit. De voorzitter: Ja, volgens mij is uw vraag helder, mijnheer Boersma. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: U begint met de opmerking of we dat zelf zouden moeten organiseren? Ik weet niet of je dat als gemeente zou moeten doen? Ik vind wel dat de hulpverlening op een … Als je het doet, dan moet de hulpverlening daar nauw bij betrokken zijn. Maar wat het grootste probleem is, is dat je geen plekken hebt van opvang, van crisisopvang. En eigenlijk is dat gewoon simpel een klein huis met een bed en een bank en een keukentje van mijn part, waar iemand tijdelijk even kan worden opgevangen en waar die adequate begeleiding krijgt.

En ik denk dat het allemaal helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Ja, ik simplificeer het nu ook wel heel erg, besef ik. Maar eigenlijk zou je met de woningcorporaties en met de zorgverleners en de overheid zou je rond de tafel moeten gaan zitten en simpelweg heel praktisch, waar zouden we dat kunnen creëren en wie kan dan wat leveren? En dan zouden we al een hele stap op de goede richting zijn. En ik daag de wethouder, en misschien is hij daar al mee bezig hoor, maar ik daag hem in ieder geval uit om eens een inzicht te geven of ze daarmee bezig zijn, en zo ja, hoever ze daarmee zijn.

15

De voorzitter: Oké. De heer Boersma: Misschien één korte opmerking dan, voorzitter. Want ik vind het een heel aantrekkelijke gedachte. En er zijn inmiddels ook steden die dergelijke kleinschalige vormen van opvang realiseren naast zeg maar de daklozenopvang die er is. Dus er zijn voorbeelden op zich. De heer Van Verk: Ja klopt, dank u. Schiedam er toevallig één van? De voorzitter: Komt u tot afronding, mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, twee opmerkingen nog. In één van de moties staat dat de monopolypositie … Of, in dezelfde motie staat dat de monopolypositie van het Leger des Heils doorbroken zou moeten worden, of doorbroken moet worden. Wij vragen ons af, dat zien we nergens lezen we dat echt terug, hoeverre wat daar de stand van zaken is? Dat is een vraag richting de wethouder? En de tweede is van, we hebben geconstateerd, en dat wilde ik net al in de inleiding of in mijn betoog zeggen, we hebben geconstateerd dat de winteropvang op één van de industrieterreinen is georganiseerd. Ik meen Louterbloemen, maar het zou voor hetzelfde geld een andere kunnen zijn. Maar het is in ieder geval op een industriegebied. En wij vragen ons af of deze opvang niet een wat meer structureel karakter zou kunnen krijgen, waardoor opvang buiten het centrum ook tot de mogelijkheden in deze stad gaat behoren. Ook een vraag voor de wethouder.

Voorzitter, ik geloof dat ik zou door mijn vragen en mijn betoog heen ben. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Verk: En ik dank u voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Verk. Dan gaan we verder met het CDA. Wie mag ik van het CDA het woord geven? Mevrouw Van der Ham: Ja, dat ben ik. De voorzitter: Mevrouw Van der Ham, ga uw gang. Mevrouw Van der Ham: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U heeft expliciet gevraagd om burgemeester Kolff ook vanavond bij ons te hebben, dus ik ga er vanuit dat u daar ook echt vragen voor heeft. Mevrouw Van der Ham: Nee, dat heb ik voor de lol gevraagd. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Van der Ham: Ja, deze bespreking gaat eigenlijk over een raadsvoorstel, een raadsinformatiebrief over opvang. En de motie, die gaat over plan van aanpak leefbaarheid in de omgeving van de Sint Jorisweg en het Kromhout. Ik zal eerst even ingaan op de opvang, en daarna als laatste stilstaan bij die motie. Ik doe het even per

16

stuk. De eerste gaat over het raadsvoorstel. In de stukken wordt bij het vaststellen van de visie zelf gewezen op de noodzaak dat de andere gemeenten bijdragen in uitvoering van de visie. En mijn vraag is eigenlijk hetzelfde als de heer Van Verk, wat is de huidige stand van zaken op het punt. In hoeverre dragen de andere gemeenten al bij en hoe wordt hieraan gewerkt in de toekomst? En hoe ziet het college het wegvallen van de extra rijksbijdrage volgend jaar, terwijl de visie loopt tot ’20-’25? Over de raadsinformatiebrief punt nummer 5 heb ik geen opmerkingen of vragen. Spring ik even naar nummer 7, pilot actieprogramma dak- en thuisloze jongeren. Daarvan heb ik de vraag, er is een nieuw proces voor de intake en trajecten voor dreigende dak- en thuislozen. En ik vroeg me af, hoe moet ik de rol van de DG&J hierin zien als het gaat over die regievoering? Waren zij voor deze pilot ook al betrokken in dit proces? En zo nee, waarom is er voor deze constructie gekozen? En ik heb een vraag, of opmerking, over de doorstroom naar zelfstandig wonen. Er wordt genoemd dat er voor zeventien mensen die uit de coronaplekken in het hotel komen, via de corporaties een woning is gevonden.

En ik zou graag gewoon even ter beeldvorming willen weten van nou, voor hoeveel mensen in die coronaopvang lukt dat dan niet? Om gewoon te weten van nou, wat zegt die zeventien nou? Even kijken, dan de stand van zaken uitvoering visie van opvang naar wonen. In hoeverre … Oh nee, die politieke vragen staan daarboven. Sorry, mijn woordvoering staat daaronder. Oh, nou die is weggevallen. Goed, in ieder geval, dan ga ik maar even door naar de raadsinformatiebrief over de motie van leefbaarheid. En daarbij is eigenlijk het volgende. In de raadsinformatiebrief wordt voorgesteld om de motie af te voeren, omdat met de raadsinformatiebrief de gevraagde informatie is gegeven. En dan kijk ik naar de vraag die de raad heeft geformuleerd in de motie, en dat is de vraag om een integraal plan van aanpak, terreinen, de leefbaarheid, de veiligheid in het gebied te verbeteren. Met in ieder geval de volgende beleidsgebieden en benodigde acties hiervoor te benoemen. En dan hebben we wijken, wonen, openbare orde, WMO en jeugdzorg genoemd. Maar in de RIB die we nu hebben ontvangen wordt een keurige opsomming gegeven van wat er op het moment al gebeurt aan acties ter verbetering van de leefbaarheid. En daarbij heb ik de volgende opmerking.

Want als de aanwijzing als intensieve en integrale aanpak overlast in 2017 het antwoord was geweest qua aanpak, dan hadden we eigenlijk vanaf 2017 al een stevige verbetering moeten zien. Maar het tegendeel is waar. Juist in 2020 is het erg hoog opgelopen en voeren we ook in de gemeenteraad hier in Dordrecht stevige gesprekken over hoe dat daar nu beter moest. De opsomming van integrale interventies en de stappen die in de afgelopen jaren zijn gezet zijn geen plan van aanpak, maar een bevestiging van het huidige beeld. De leefbaarheid in dit gebied staat te zeer onder druk, de opsomming geeft tevens niet het beeld dat de druk in de nabije toekomst af zal nemen. De brief is ook alweer een half jaar oud, en veel is er sindsdien ook niet in de buurt veranderd. Dat werd maar weer bevestigd door een persartikel dat vandaag verscheen in het AD. De achtergrond en omschrijving van het Kromhoutgebied vinden wij verrassend accuraat. Het gebied staat al meerdere jaren onder druk door aanhoudende overlast. En ik citeer letterlijk uit de RIB: het gaat om een kwetsbaar gebied door de aanwezigheid van meerdere voorzieningen, zoals de dag- en nachtopvang van het Leger de Heils, de GGZ instelling Julius, de casino’s, coffeeshop, het braakliggend terrein, goedkope supermarkt en het Eritrees inloophuis.

Tevens wordt bevestigd in de RIB dat de overlast wordt veroorzaakt door de combinatie van zojuist genoemde voorzieningen of instellingen.

17

Vervolgens wordt in de aanpak enkel opsomming gegeven van de aanpassingen bij het Leger des Heils, welke zijn ingezet op basis van de vastgestelde visie, en een bevestiging gegeven van het feit dat het zo ontzettend moeilijk is om de harde kern van overlastgevers aan te pakken. Vervolgens staat er een zin in de RIB, desalniettemin gaan we door. Eigenlijk dus op de ingeslagen weg. Maar dat is niet wat gaat leiden tot een doorbraak. De ontwikkeling bij Julius wordt wel genoemd, maar zonder enige tijdlijn en zonder perspectief. Over de casino’s, de supermarkt, coffeeshops, het Eritrees opvanghuis en-of de kamerverhuur op de Sint Jorisweg lezen we niets. Hoe kan een integrale aanpak slagen, indien een groot deel van de overlast gevende factoren niet wordt aangepakt? De brede integrale aanpak zou ertoe geleid hebben dat er veel stappen zijn gezet, die ervoor hebben gezorgd dat het toenemende en ervaren overlast is afgenomen. Op basis waarvan trekt het college deze conclusie? Vervolgens wordt er gesteld dat we gestaag doorgaan op de ingezette weg. Dat past zo ontzettend niet bij de oproep die de raad heeft gedaan om met een plan van aanpak te komen om de zwaar onder druk staande leefbaarheid aan te pakken. Portefeuillehouder Kolff zei destijds in de raadsvergadering ook al dat er eigenlijk niets extra’s nodig is bovenop alles wat al gebeurt.

De raad was dat op dat moment niet met hem eens, maar blijkbaar is hij daar niet van af te brengen. En dus wordt de opvatting van de raad naast zich neergelegd met het verstrekken van deze RIB. De opsomming in de informatiebrief overtuigt ook nu het CDA niet van zijn gelijk. Kortom, we constateren dat er nog steeds grote noodzaak is tot het inzetten van een stevige integrale aanpak in dit gebied. Anders, meer, beter en steviger dan alles dat tot op heden is opgesomd in deze brief. Een integrale aanpak, dus in ieder geval nog steeds ruimtelijke ordening, openbare orde, wijken en zorg. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Ham. U heeft geen interrupties, dus uw verhaal was duidelijk. En we wachten dadelijk even af wat de portefeuillehouder daar voor reactie op gaat geven. Dus dan wil ik nu verder gaan met de volgorde zoals we die normaliter gewend zijn. Dus dan vraag ik degene, de afvaardiging, van Beter Voor Dordt. Wie wil daar het woord voeren op dit onderwerp? Mevrouw Nijhof, ga uw gang. Mevrouw Nijhof: Ja. Dank u wel, voorzitter. Wij zijn heel benieuwd wat de heer Kolff voor antwoorden gaat geven op de vragen die de woordvoerder van het CDA heeft gesteld. Dus wij hebben daar geen toevoeging aan. Wij willen eigenlijk verder ingaan op hetgeen waar mijnheer Van Verk eindigde, en wat ook al is genoemd door onze voorgangers.

We zien dat, nou ja, laten we zeggen, er op een bepaalde manier hard gewerkt wordt aan de visie die wij laten we zeggen, vastgesteld hebben. Alleen er zijn een aantal punten waar wij vragen over hebben. Nou, dat is zoals de voorgangers al zeiden, het toegangsproces, waar tot onze zeer grote verbazing de Dienst Gezondheid & Jeugd ineens een behoorlijke grote rol inneemt. Er wordt gesproken in de RIB over dat zij de noodzaak van opvang bepalen. Nou, wij hebben de vraag aan de portefeuillehouder, op welke wijze dit gebeurt? Is dit, laten we zeggen, komt dit tot stand door telefonisch contact of digitaal contact? Of wordt hier een gesprek gevoerd door degene van de Dienst Gezondheid & Jeugd? Op welke manier gebeurt dit? Wij zijn enigszins verbaasd over de rol die zij krijgen, omdat met name de vraagverheldering, dat staat ook in de stukken, gedaan wordt door de wijkteams, en zij vanuit die vraagverheldering het makkelijkst de noodzaak zouden kunnen bepalen. Waarom zo’n

18

extra laag? Waarom is hier bijvoorbeeld de WMO niet aan zet, omdat de maatschappelijke opvang behoort tot het taakveld van de WMO. Wij vinden, zoals het nu wordt voorgesteld, de toegang een rommelige en bureaucratische indruk maken. De lijnen zijn erg lang, en ook lijkt er nog steeds geen één loket te zijn. Nou, daar willen we graag van de portefeuillehouder antwoord op. Dan is er in de politieke vragen, is er ook een vraag gesteld over dat de raad die wilde ontzettend graag dat er door meerdere partijen zou getriageerd zou worden. En nou ja, ook tot onze verbazing is dat in deze plannen niet het geval. Er zijn wel meerdere aanbieders die nu gecontracteerd zijn om de begeleiding over de groepen uit te voeren. Maar de triage blijft nog steeds, nou, bij het wijkteam liggen, de Dienst Gezondheid & Jeugd en in mindere mate volgens ons de WMO. Dus daar zouden wij echt veel meer duiding op willen hebben. Ten tweede zouden we graag meer aandacht willen voor de posities voor kinderen en jongeren met betrekking tot dreigende situaties van dakloosheid. We vinden dat onvoldoende uit de stukken komen. De kinderombudsman heeft hierover zeer recent al het nodige gezegd, en heeft gemeentes erop gewezen dat zij echt veel meer moeten kijken, met betrekking tot wonen, armoede en zorg, naar het internationale verdrag van de rechten van het kind.

Kinderen en jongeren dienen prioriteit te hebben, en mogen geen slachtoffer worden van keuzes van ouders of anderen. Ze hebben recht op onderdak en recht op een bestaan bij hun ouders. En daar zullen gemeentes, laten we zeggen, die zullen dat serieus moeten nemen. Ten opzichte van de planning die er in één van de RIB’s staat, hebben wij de volgende vraag. Verloopt die planning wel zoals die hier is aangegeven. En daar hebben we een voorbeeld van. Bijvoorbeeld het stukje bankhoppers en postadressen. Nou, dat lijkt nu goed te lopen. Althans, er is groen licht … Of er is een groen vakje aan het eind van 2020. In 2021 staat er helemaal niets meer. Erachter staat geschreven dat het eigenlijk een hele simpele situatie is geweest en dat die nu opgelost is. Nou wij weten ook, wij hebben daar in de raad ook meerdere keren over gesproken, dat laten we zeggen, het verkrijgen van een postadres, het je überhaupt ergens aanmelden, waar moet je je aanmelden om een adres te krijgen om een inkomen te krijgen? Dat was in ieder geval een klein jaar geleden nog een bijzonder groot probleem. Dus wij willen graag duiding op, van de portefeuillehouder, of het wel zo is … Of die planning zoals die hier staat, of die inderdaad zo is. En of er op dit moment daaromheen geen problemen meer zijn.

En of hij daar in ieder geval wat op kan duiden, ook qua cijfers, van hoeveel postadressen er op dit moment afgegeven worden? Nou, daarin … We sluiten ons verder aan bij de vorige woordvoerders als het gaat om, nou ja, de middelen. Nou ja, goed, we begrijpen dat de middelen die er zijn, verdeeld zullen moeten worden over twee jaren, en dat er een eventuele reserve moet worden aangelegd. Maar waar wij ons wel weer zorgen over maken is, wat doen die andere gemeentes nou? En dragen die bij? Welke acties zetten zij in? Want nou goed, zij hebben wat ons betreft ook een taak. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nijhof. U heeft geen interrupties, dus we gaan door met de vertegenwoordiger van de VVD. Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Van der Net: Dat mag … De voorzitter: De heer Van der Net, ga uw gang.

19

De heer Van der Net: De voorzitter: Bent u ook nog jarig vandaag, mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Ja, ja. De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. De heer Van der Net: Ik heb het groots gevierd, al mijn vrienden zijn langsgekomen, maar dat mag de burgemeester niet weten natuurlijk. Nee hoor, helemaal alleen, voorzitter. Zoals het hoort hè, goede voorbeeld. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van der Net: Ja, voorzitter, eventjes met betrekking tot het extra geld. Ik sluit mij gewoon aan bij de heer Van Verk. Eventjes wat uitleg. En ja, het zou kunnen dat we misschien dan één jaar wel heel veel meer geld moeten uitgeven om dingen voor elkaar te krijgen. Dus nou, graag wat dat betreft een uitleg van de wethouder hoe hij dat nu precies ziet. En bij ons ook wel de angst dat het maar tot dit jaar is dat extra geld, en dan is weer de vraag natuurlijk wat we dan in de jaren daarna gaan doen? Dan kunnen we het wel gaan sparen, maar volgens mij hebben we het hard nodig nu. Even kijken. Nou, in ieder geval een pluim richting de wethouder met betrekking tot de winteropvang. Omdat inderdaad nu bij Louterbloemen neer te leggen in overleg met het Leger des Heils. Dat vinden wij een prima keuze, omdat dat in ieder geval wat minder overlast oplevert voor de woonbuurten. Wel nog eventjes even Housing First. Nou, daar staan wij natuurlijk achter.

De heer Van Verk heeft het er ook al over gehad. Die mensen moeten eigenlijk zo snel mogelijk ergens een eigen onderkomen hebben. Maar wij vragen wel aandacht ook voor de spreiding daarvan. En wat wij ook al hebben opgemerkt, dat dat niet allemaal in één buurt, bijvoorbeeld in Sterrenburg op de Keplerweg, moet gebeuren. En ja, wij hebben niet voor niks ook opgeroepen om de andere Drechtsteden gemeenten om daar ook opvang te regelen, en huizen. En gelijk aan de heer Van Verk ook richting de wethouder, wat is de stand van zaken? Want ik vind dat het toch nog wel iets te stil blijft naar mijn zin, dat daar toch ook actie wordt ondernomen wat dat betreft. De overlast Kromhout-Kasperspad. Ja, ik … Mijn collega van het CDA die heeft dat ook al aangegeven, er is een plan van aanpak gevraagd. En wat wij hebben gekregen, tenminste, zo heb ik het wel gewaardeerd, is een opsomming van wat er al gebeurt. En ja, dat is gewoon niet voldoende. En wij zijn toch wel, ja, niet echt heel erg tevreden over dit stuk en over de acties. Als we dat zien in de buurt, vinden wij nog steeds dat daar gewoon veel meer moet gebeuren. Die mensen betalen daar ook belasting, die hebben gewoon recht op veiligheid en een leefbare buurt. En wat we nu weer gelezen hebben en wat ik ook doorkrijg van het actiecomité, dat wil ik gewoon niet hebben in Dordrecht.

Ik wil het hier niet hebben in Dubbeldam, waar ik woon, maar ik wil het ook niet hebben in Kromhout-Kasperspad. Dus ik wil gewoon daar antwoord op, waarom krijgen wij als wij om een plan van aanpak vragen, alleen maar een opsomming van wat er al gebeurt. En waarom wordt daar nou niet eens een keertje echt opgetreden. Nou, we hebben het heel kort gehad over eigenlijk de grote overlast, dat dat waarschijnlijk allemaal mensen betreft met allerlei problemen. Vroeger hadden

20

wij een gesticht of een dollenhuis waar die mensen werden opgesloten, maar tegenwoordig kan dat niet meer. Nou ik ben een liberaal, voorzitter, in hart en nieren. Maar dit zijn mensen die gewoon deze vrijheid niet aankunnen. Daar moet ook landelijk gewoon eens een keer aandacht voor zijn, dat daar gewoon wat meer dwingende wetgeving komt. Maar desalniettemin vind ik gewoon, daar mogen we de buurt, Kromhout-Kasperspad en daar die omgeving, die mogen daar gewoon geen last van hebben. Ik wil ook wel graag vragen ook nog aan de burgemeester hoe dat nou zit in de contacten met het OM. Want ik vind ook dat de ISD maatregelen daar gewoon vaker moeten worden toegepast op sommige mensen die gewoon constant overlast verzaken en allerlei criminele activiteiten hebben. Dus ja, wat ik eigenlijk als einde aan mijn betoog eigenlijk heb gezegd, wij willen actie, actie, actie. De Dordtse VVD is het op dit moment een beetje zat aan het worden dat de buurt daar nog constant overlast ervaart van mensen, en ik wil gewoon dat daar wordt opgetreden. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Net. Dan gaan we verder met de woordvoerder van GroenLinks, ik neem aan de heer Burakçin? De heer Burakçin: Ja, dat klopt, voorzitter. Ja, voorzitter, er is natuurlijk al een hoop gezegd. Maar ik had nog wel een paar punten die ik wil benoemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7543