2.7 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 6 oktober 2021.pdf
Tekst van het document
In ieder geval als, ja, nou ja, goed, een bepaalde entiteit waarvan ik mij afvraag als we het ook hebben over de jeugdhulp naar voren, bijvoorbeeld. Überhaupt wat dat is, jeugdhulp naar voren? Want nou, ik zie dat dus ook niet geduid. Want wat eigenlijk al die jaren nog nooit goed geduid is, is wat die Stichting Jeugdteams dan voor taken heeft? Want dat staat hier namelijk ook helemaal niet in. Er staat ook in dat de Stichting Jeugdteams in ieder geval vorig jaar ervoor gezorgd heeft dat er waarschijnlijk een vermindering aan het indiceren van specialistische zorg is geweest. Aan de andere kant, er staat niet in waarom dat dan zo zou kunnen zijn. En mijn opmerking zou daarbij ook zijn van, als dat dan zo is, dan moeten we heel goed nagaan wat die stichting Jeugdteams dan doet waardoor zij die specialistische zorg dus vermijden. En zouden we eigenlijk moeten zeggen, als zij dat dan zo goed kunnen, daar willen wij er natuurlijk wel meer van. In ieder geval persoonlijk zou ik dan de jeugdteams eigenlijk groter willen maken in plaats van op deze manier laten opereren. Want waar wij natuurlijk allemaal vanaf willen is van die groeiende specialistische jeugdzorg. Dus ik … Goed, ik zou … En ik weet ook niet of dat in een zienswijze mee moet in dit geval. Maar er vallen mij een aantal dingen op in laten we … Het stuk wat onder punt 7 staat genoemd.
Wat we ook al eens eerder hebben besproken maar wat nu echt expliciet op een nare manier vind ik naar voren komt. Dat is namelijk als het gaat over de PGB’s. Daar staat dikgedrukt dat daar volgens de accountant onvoldoende controle op is. En daar staat een frase bij, en dan moet ik ook heel erg denken aan wat wij vorige week besproken hebben ten aanzien van inwoners die een zorgvraag hebben, dat er ten aanzien van de PGB-aanvragen volgens degene die dat opgeschreven heeft, de wensen van de inwoner te leidend zijn. Nou, ik moet u eerlijk zeggen dat ik denk, als er dat soort frases gebruikt worden in dit soort stukken, vraag ik me eigenlijk af of degene die dat opschrijven, beseffen wat de plicht van gemeentes om in dit opzicht te doen. Dat is namelijk de Jeugdwet uit te voeren. We hebben het al zo vaak gezegd. En het gaat hier niet over wensen van inwoners. Het gaat hier om mensen die een vraag komen stellen. Ze moeten die vraag
37
ook bij ons stellen, omdat wij nou eenmaal die taak gekregen hebben. En om dan uiteindelijk in stukken, laten we zeggen, dit soort problemen van mensen terug te brengen tot wensen die eigenlijk helemaal niet … Waar niet in voorzien moet worden. Ik vind dit … Ja, ik vind dat eigenlijk niet goed kunnen wat hierin staat. Te meer omdat het aantal PGB’s altijd heel laag is gewest. Dat weten we gewoon. Ten opzichte van andere zorg in natura voorzieningen, nou ja, is dat eigenlijk te verwaarlozen. Begrijp ik eigenlijk nog steeds niet waarom er steeds weer in die stukken staat dat daar eventueel frauduleus mee gehandeld zou worden. Dat daar een extra controle op moet plaatsvinden. Dat de kostenbeheersing vanuit de Stichting Jeugdteams, dat zei … Want dat staat er ook letterlijk in, vind ik ook ernstig. Dat zij eigenlijk niet aan kostenbeheersing doen. Terwijl ik dan denk, als ik de rest van de stukken zie, zie ik eigenlijk alleen maar stijgende kosten als het gaat om de inkoop. Dus dan vraag ik mij eigenlijk af, waar is dan de manier van kostenbeheersing vanuit de inkooporganisatie in dit geval? Waarom leggen ze de nadruk op, laten we zeggen, de uitvoeringsorganisatie die de taak heeft om zeg maar de mensen te helpen dat die geen kosten … Terwijl zij eigenlijk zelf ieder jaar, laten we zeggen, enorm de zaak overschrijden. Dit jaar opnieuw.
Vervolgens staat er ook weer in, dat zou ik ook heel graag geduid zien, dat heeft mijnheer Tiebosch denk ik net ook al even aangemerkt, dat er in het eerdere rapport is gezegd dat door AEF is opgesteld, dat er meer aan datasturing gedaan zou moeten worden. En vervolgens moet er weer een data-analist aangenomen. En vorige week hebben we natuurlijk met zijn allen eigenlijk gezegd, weet je, al zeven jaar kunnen wij al die data helemaal niet duiden. Dus waarom nu weer een nieuwe data-analist, terwijl er eigenlijk gewoon helemaal niet duidelijk is of wij als gemeente überhaupt wel voldoen aan, laten we zeggen, de vraag die de inwoner stelt. Wat vindt de inwoner hiervan? Is de inwoner geholpen? Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag. Die komt hier niet in terug. Er komt geen duiding in terug van wat inwoners vinden. Nou, hebben we het natuurlijk vorige week over gehad en daar gaan we gelukkig mee aan de gang. We weten ook niet goed wat de Stichting Jeugdteams nodig heeft om beter te kunnen uitvoeren. Staat er ook niet in. Het gaat alleen maar over de stijging van kosten en, nou ja, hele slechte argumenten om tot een aantal maatregelen te komen. Dus goed, ik houd het maar hierbij. Ik weet eigenlijk niet veel meer te zeggen. En ik hoop echt dat de ontvlechting tot een ommekeer leidt. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja.
Dank, voorzitter, en ook dank aan mevrouw Nijhof. Ik denk dat de frustratie die u denk ik een beetje uit ook, dat dat een beetje frustratie is die wel echt breed gevoeld wordt. En die lees ik eigenlijk ook terug als we naar die zienswijze kijken. Het is eigenlijk ook een soort frustratie of een soort gedeelde frustratie die we dan opschrijven en vaststellen, maar eigenlijk doen we dat natuurlijk iedere keer. We deden dat vorige week en vorig jaar en misschien nog wel veel langer. Ook ruim voor mijn tijd, denk ik. En vanuit het CDA Dordrecht dachten we, ja, misschien is het ook goed, als we kijken naar deze nauwkeurig opgestelde zienswijze overigens door de heer Verk, hier aanwezig, en waarvoor complimenten, dat wij ons ook wel verbazen en ook wel een gesprek eventueel met het AB zouden willen voeren over waarom niet vaker een zienswijzeprocedure wordt gevolgd en waarom we daar een soort van zelf mee moeten komen. Ik vind dat eigenlijk, of wij vinden dat eigenlijk onacceptabel, omdat het idee is juist de raad meer in positie gebracht wordt. Dan moet je dat toch ook doen, en dan
38
moet ook de daad bij het woord gevoegd worden op dit punt. En als het gaat om even het bijpassen van dertien miljoen, lijkt me dat op zich wel passend. Het is niet dat het over kleine hoeveelheden gaat die in de marge, nou ja, ook nog even gebeuren. Dus dat is eigenlijk het belangrijkste punt. Verder kunnen we ons grotendeels vinden in die … Of kunnen ons vinden in die zienswijze. En nou ja, wat ook nog wel verbazend is als je het leest, er zijn natuurlijk heel veel aangekondigde verbeteringen geweest eerder, maar die lijken toch niet echt doorgevoerd te zijn of te worden. En ja, dat frustreert eigenlijk ook weer. En dan kom je eigenlijk weer terug op diezelfde frustratie. Nou ja goed, daar wil ik het eigenlijk bij laten, anders raak ik ook meer gefrustreerd. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Nou ja, ik herken de frustratie heel erg, omdat natuurlijk ook wij hebben gezegd van, nou ja, weet je, je bent nu al zo’n tijd bezig ook met transitie om dingen boven tafel te krijgen, en dat lukt niet en dat gaat. Nou ja, en in die zin denk ik ook met de woordvoering zoals mevrouw Nijhof die aangaf over de zienswijze, ja, dat is alleen maar iets waar wij achter kunnen staan.
Met betrekking tot de ontvlechting hebben we natuurlijk ook, en dan kom ik ook wel op een ander punt gelijk, want dat heeft niet daar alleen mee te maken, is … Er wordt ook de hele tijd genoemd, die moeten naar de jeugdteams, die moeten sociale wijkteams van nul tot honderd. Nou allemaal hartstikke goed, mooi, prachtig, staan we ook achter. Maar dat betekent ook dat er een stuk van de WMO-gelden van de jeugdgelden gewoon bij elkaar op één hoop kunnen komen. Wat heeft het dan voor consequenties voor met name bijvoorbeeld de SOJ of voor de dienst … Of sorry, voor de SDD? Gaan we dadelijk in die hele nieuwe gemeenschappelijke regeling of in de vernieuwde verordening. Hoe gaat we dat regelen? Wie gaat dat uitvoeren? Er zijn allemaal nog heel veel open vragen in. Het tweede is ook dat je dan op een gegeven moment ook kan zeggen, zoals nu de nieuwe ontwikkeling is binnen het jeugdzorgland, zoals ik het maar noem, is dat je ziet dat de Raad voor de Kinderbescherming, de Jeugdbescherming en Veilig Thuis als één team gaan functioneren en dat daar waarschijnlijk de financiering op een andere vlak komt te liggen. Welke consequenties heeft dat? Welke consequenties heeft dat voor deze gemeente? Wat heeft dat voor gevolgen voor de hele financiering op het jeugddomein? Dat zijn wel hele relevante vragen.
En dan denk ik van, de veranderingen zitten inderdaad van dat ze zeggen van nou, per 1 januari moet alles gedaan, er moet een nieuwe verordening komen. En ondertussen gaat aan de andere kant die trein maar door, waarin wij niet geïnformeerd worden van hoe die trein dan loopt. Dus daar ligt voor mij wel een groot stuk frustratie. Tot zover even. De voorzitter: De heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de zienswijze, we kunnen ons aardig mee instemmen. Wat mijn voorgangers gezegd hebben … Ja, ik heb het ook haast allemaal opgeschreven allemaal. Het enige punt wat ik heb binnen mijn fractie, de VVD, dat is de VVD-fractie, komt onze vraag naar boven, is specialistische jeugdhulp een taak van de gemeente of moet het terug naar Den Haag? Dat is eigenlijk mijn punt. Dank u. De voorzitter: De heer Burakçin.
39
De heer Burakçin: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, op zich kunnen wij ons ook vinden in de zienswijze wat u heeft opgesteld. Nog één opmerking wat wij eraan willen toevoegen. Hier hebben wij eerder een opmerking over geplaatst, over dat zo’n M-netwerk, MT-plus nodig is. Nu wordt er ook nog eens €250.000 voor gevraagd. En ja, we blijven ons toch heel erg verbazen over deze kwestie. Want ja, over de kostenbeheersing gesproken, het is toch wel heel gek dat een aanjaagteam daarvoor is aangesteld en die het niet voor elkaar krijgt om de gemeentes, ja, ervoor te laten zorgen dat gewoon de gemaakte afspraken gewoon nagekomen worden. Dus dat vinden wij toch wel een behoorlijk bedrag dat dit nodig is. Dus dat willen wij nog eventjes toch opgemerkt hebben. De voorzitter: Wie nog meer? Mevrouw Nijhof: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Mag ik nog iets aanvullen zeg maar? De voorzitter: Tuurlijk. Mevrouw Nijhof: Ook op wat de heer Burakçin zegt. Wat hier ook heel duidelijk … Nog steeds niet duidelijk is in deze stukken, is dat, we hebben natuurlijk al heel vaak gevraagd om de uitvoeringskosten, om die eens in kaart te brengen. Nou volgens mij als ik het heb over die aanjaagteams en dat soort zaken, zijn dat zuiver eigenlijk uitvoeringskosten. Kosten die … En controlekosten.
Maar kosten die uiteindelijk … In ieder geval geld wat niet direct op de werkvloer terechtkomt, maar wat allemaal gaat zitten in de extra organisatie en beleidsmedewerkers en managers en, nou ja, goed. En maar ja, ik zou eigenlijk opnieuw willen opmerken, die vraag heb ik zelf al een aantal jaren gesteld, ook tijdens begrotingsbehandelingen, breng nou eens in kaart wat die uitvoeringskosten zijn? Want landelijk gezien weten we dat er in de jeugdzorg 35% tot 40% aan uitvoeringskosten gemaakt wordt, terwijl dat in de WMO een stuk lager is. En dat willen we gewoon niet denk ik. Daarnaast vind ik het jammer dat mijnheer Van der Net weg is. Die heeft een aantal keren, jaren ook al gevraagd om de wettelijke taak, de wettelijke taken. Voeren wij alleen die wettelijke taken uit? En dat zou ik ook hierbij opgemerkt willen zien, want in dit stuk, zeker het stuk wat onder punt 7 staat, daar zie je eigenlijk allemaal zaken in terugkomen die in principe helemaal niet meer bij die wettelijke taken horen. Het zijn allemaal opgetuigde extra pilots, extra teams. Dus ik zou daar ook weleens opnieuw weer duiding op willen hebben. Zijn wij eigenlijk … Waar zijn wij eigenlijk mee bezig in dit geval? Zijn wij bezig met de wet uitvoeren of allerlei extra zaken die uiteindelijk zorgen … Er in ieder geval niet voor zorgen dat, ja, de jeugd echt geholpen wordt. De voorzitter: Helder. De heer Schalken.
De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter, heel kort. En vooral ook aanhakend op wat de anderen al hebben aangegeven. Allereerst dank aan de heer Van Verk voor het opstellen van de zienswijze. En met betrekking tot die overhead heb ik van de week ook nog een technische vraag gesteld, en daar heb ik antwoord op gekregen. Want we hebben inderdaad volgens mij aan het begin van de periode ook met elkaar afgesproken
40
dat dat gewoon duidelijk in beeld zou worden gebracht, zodat we dat in onze afwegingen die we hier met elkaar maken, dat dat meegenomen kon worden. En nou ja, het antwoord wat ik daarop kreeg was inderdaad dat er voor een andere insteek is gekozen. En dan denk ik van nou, volgens mij hebben wij die opdracht met elkaar hier goed en duidelijk geformuleerd en zou dat ons de handvatten ook moeten geven om daarna wellicht, nou ja, daar een uitspraak over te doen of wij het ermee eens zijn dat die overheadkosten dan echt zo hoog moeten zijn of niet, of dat we het inderdaad met elkaar anders gaan organiseren. De voorzitter: Goed, de heer Bosman. De heer Bosman: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik heb eigenlijk een verduidelijkende vraag aan u. Allereerst bedankt voor het opstellen en we kunnen ons grotendeels erin vinden. U zegt over de traagheid van het proces. En bedoelt u dan te zeggen, dat is even mijn vraag over de traagheid van het proces rond deze zienswijze, dat de bestuursrapportage al van 28 mei is, waarin we dat dus weten en dat we dat nu pas bespreken. Is dat wat u bedoelt? De voorzitter: Ik … Wat ik bedoel is dat … De burap dateert van 28 mei. Die is begin juli is die besproken door het AB en vastgesteld. En in dat besluit werd opgenomen dat er een zienswijzeprocedure zou plaatsvinden. Ik meldde dat overigens al. Ik zat bij die AB vergadering, dus ik wist het en meldde dat.
Maar er was nog niets bekend in dit huis over deze procedure. En de griffie ontving … Nee, de Dienst Gezondheid & Jeugd stuurde vervolgens het verzoek voor een zienswijze naar het college, daar waar de raad aan zet is. De griffie ontving dat begin september. Eind augustus, begin september. En toen hebben we hier op 8 september vastgesteld dat we die zienswijze wilden doen. Vervolgens wordt die zienswijze die wordt verlangd op 15 oktober uiterlijk, om vervolgens in november wordt daar kennis van genomen door het AB en de reactie van het AB op de verschillende zienswijzen. Hoe wil je nog willen sturen als gemeenteraad of zelfs als AB, op een zienswijze die in het eerste drie maanden betreft, als je die pas in november vaststelt. Dan zit je jezelf en de rest van de wereld voor de gek te houden. Dat vind ik de traagheid van het bestuur. En … Nou dit is inderdaad een frustratie. De heer Bosman: Ik begrijp het, ja. De voorzitter: Ik vind het ook namelijk best wel schandalig. De heer Bosman: Ja, oké. De voorzitter: Dit is niet de raad in positie brengen. En dat zie je … Vervolgens zien we dan in de vergadering van september een voorstel over 2,5 ton, en dat is op het bedrag van die hele begroting is dat peanuts. Maar daar wordt dan en passant gezegd, ja, ze kunnen niet meer op tijd een zienswijze indienen, we doen wel wegmoffelen in de meerjarenbegroting.
Want dat vind ik dus wegmoffelen. Nou dan neem je je raden niet serieus. En dat vind ik echt, dat vind ik een groot zorgpunt bij de Dienst Gezondheid & Jeugd. De heer Bosman: Dank u wel, helder.
41
De voorzitter: Dus dat is de traagheid, maar dat is inderdaad ook de frustratie dat je als raad niet in positie wordt gebracht. Nou dat misschien ook als toelichting op de zienswijze. Die zienswijze, daar hebben we … Daar heb ik, maar ook in de werkgroep die regionaal werkt, hebben we gezegd van, ja, we kunnen ons wel helemaal inhoudelijk gaan zitten verdiepen, maar wat heeft dat voor zin? Want we hebben in november pas krijgen we een keer antwoord. Laten we die moeite nou maar besparen en ons vooral maar eens richten op het proces. En zeggen tegen de Dienst Gezondheid & Jeugd, we zijn hier klaar mee. We willen nu dat u de raden in positie brengt en serieus neemt. Daarbij speelt … Daar tussendoor speelt natuurlijk de ontvlechten en het verliezen aan solidariteit in de regio, waardoor we zelf als raad dadelijk aan het stuur komen te zitten. Nou dan heeft het ook nog weinig zin om een hele hoop commentaar te gaan leveren op allerlei punten in die brief van de Dienst Gezondheid & Jeugd. Want volgend jaar zijn we voor 80% verantwoordelijk voor de uitgave, en dat jaar daarop zijn we voor 100% staan we aan de lat. En dat kan een voordeel zijn, dat kan nadeel zijn, maar dat zien we dan tegen die tijd wel. Maar het heeft dan weinig zin om allerlei commentaar te geven op inhoudelijke zaken in die brief, want dadelijk doen we het zelf.
Daarvoor gaan we ook een verordening opstellen en willen we andere vormen van evaluatie gaan uitproberen, zodat we meer inhoud kunnen geven aan. En wellicht daar op basis van die evaluaties ook de daadwerkelijke cyclus van beleid maken kunnen invullen door de knelpunten die je daar ziet in beleid om te zetten om die op te lossen, en eigenlijk afstand te nemen van de SOJ. En de vraag of wat dan de rol en functie van het SOJ wordt buiten een regionaal inkoopbureau, want dat zal blijven bestaan. Want als wij al zouden wij het niet willen, dat wordt dadelijk vanuit het Rijk wel opgelegd voor de specialistische hulp. Dus zal de SOJ wel moeten blijven bestaan. Maar of ze dezelfde omvang moet blijven behouden en dezelfde inhoud en functie moet hebben, daar kan je als raad je vraagtekens bij stellen. Te meer omdat je zelf aan het stuur zit. Mevrouw Stevens: Voorzitter? Hier, hier, hier. De voorzitter: Oh. Mevrouw Stevens: Weet je wel, deze. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Helemaal goed. Nou even daarop aanhakend. Die kent hij ook niet hoor, die heeft hij nog nooit gehoord. De voorzitter: Hij komt erboven hè. Mevrouw Stevens: Nee, even terug over die SOJ, want dat vergat ik net nog in mijn woordvoering. Want er staat ook in het stuk dat hij geïntegreerd gaat worden binnen de Dienst Gezondheid & jeugd.
En ik mag er dan toch wel van uitgaan, en daar staan we ook echt op, dat daar wel een aparte financiële verantwoording blijft bij de Dienst Gezondheid & jeugd over de SOJ. Ook gezien het verleden van de GGD annex Dienst Gezondheid & Jeugd. Die wou ik nog even meegeven. De voorzitter: Nou ja, ik deel uw opmerking. Maar ik denk dat de wethouder daar beter antwoord op kan geven als ik. U bent net op tijd binnen.
42
De heer Van der Linden: Nou het is een duidelijke vraag. Duidelijk antwoord, ja, volledig. Het moet helder zijn dat er een eigen financiële huishouding is bij SOJ. Sorry. U vroeg, blijft de financiële huishouding gescheiden? Ja, ja. Mevrouw Nijhof: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Mag ik nog één vraag toevoegen? De voorzitter: Tuurlijk. Mevrouw Nijhof: Of misschien, ja, kan die meegenomen worden nog? Wat mij ook opvalt is, per 1 januari 2022 verandert het woonplaatsbeginsel. Er is al heel veel gedoe over in het land. Zorginstellingen die in paniek raken over de financiering en weet ik veel wat. Ik heb daar vorig jaar aan mijnheer Burggraaf tijdens de begroting ook een vraag over gesteld, van of dat eens in kaart kon worden gebracht. In hoeverre de gemeente Dordrecht … Of in ieder geval hè, ook wij hier met betrekking, hoeveel geld wij hieraan kwijt zullen zijn en hoe dat geduid wordt. Het valt mij op dat in de stukken daar niets over staat, helemaal niets zeg maar. En dat is naar de toekomst toe toch wel heel erg nodig. Dus zou, ja, dat ergens nog mee… De voorzitter: Aan de wethouder. Mevrouw Nijhof: Ja, daar een antwoord op kunnen geven. De voorzitter: Er zijn in feite twee vragen gesteld rondom de toekomst.
Deze vraag over het woonplaatsbeginsel, en de vraag van mevrouw Stevens met betrekking tot de ontwikkelingen in de veiligheidsteams, zo worden ze meen ik genoemd, waarin Jeugdbescherming, Veilig Thuis en … En? Mevrouw Stevens: En de Raad voor de Kinderbescherming. De voorzitter: En de Raad voor de kinderbescherming opgaan en waarschijnlijk geherschikt worden richting Den Haag. En wat heeft dat dan voor financiële gevolgen voor de gemeente Dordrecht in casu de regio? De heer Van der Linden: Oké. Ja, die eerste vraag die hoorde over het woonplaatsbeginsel, dat moeten we even uitzoeken. Volgens mij stond er wel wat over in de stukken, maar dat kan ik zo gauw niet reproduceren. Maar dat beschouw ik even als een technische vraag dan. Heeft de nieuwe toepassing van het woonplaatsbeginsel effecten op de Dordtse kosten voor jeugdzorg? Dat is eigenlijk uw vraag dan. Mevrouw Nijhof: Ja. Er staat in de stukken dat er een halve FTE ofzo aangetrokken wordt. Dat is het enige wat daarover staat. Maar niet over de raming van wat ons dat gaat kosten. De heer Van der Linden: Oké. Maar goed, we komen daar even in technische zin op terug. Het zit in de begroting ergens. Tweede vraag of de andere vraag ging over de,
43
eigenlijk de veiligheidsketen, hier beschermingsketen ook hè. En daar is volgens mij, maar dat weet u net zo goed of misschien nog zelfs veel beter als ik, een wetsvoorstel over in voorbereiding. En mocht dat worden aangenomen, en dat gaat binnenkort gebeuren denk ik, dan gaat daar natuurlijk een soort overgangsregime voor gelden met inclusief een financiële afsprakenstelsel. Mevrouw Stevens: Voorzitter, dat houdt wel in dat dat op … Dat is op vrij korte termijn, want deze veiligheidsteams zijn in deze regio al in uitvoering. Dus dat betekent ook dat daar de Raad voor de Kinderbescherming in zit en die dan ook gefinancierd wordt door justitie. Dus op een andere manier dan dat het zeg maar gebeurt bij Veilig Thuis of bij de Jeugdbescherming, voor een gedeelte. Dus ik heb wel zoiets van, we kunnen wachten op die wet, maar het is misschien toch wel handig om wat aan de voorkant te gaan kijken van, wat gaat dat voor deze gemeente, wat gaat dat betekenen? De heer Van der Linden: De ontwikkeling is bekend. Wat het precies betekent, weten we nog niet. Maar daar wordt naar gekeken. En het is altijd wel zo, als zo’n grote majeure wetswijziging komt, dan komt er wel een overgangstermijn met wat overgangsregelingen. Maar ik beschouw hem ook even als technische vraag, dus we kunnen daar ook zo op zo’n manier wel op terug reageren. Ja? De voorzitter: Goed.
Zijn er nog … Ja, er zijn een hele hoop vragen gesteld, maar die … De positie van de jeugdteams. En de vraag daarbij is, de jeugdteams worden beschouwd als zorgaanbieder. In hoeverre is dat nou correct, zeker wanneer de jeugdhulp naar voren gaat, wat één van het streven is? De heer Van der Linden: U kijkt me heel verwachtingsvol aan, en dat is altijd mooi om te zien. De voorzitter: Even een moment. Mevrouw Stevens: Nou, ik denk ook dat de vraag ook verhelderend kan zijn, wat er mee bedoeld wordt als er gezegd wordt dat de jeugd iets meer naar voren gaat. Wat wordt daarmee bedoeld? De heer Van der Linden: Nee, nu verwarren we twee dingen. Jeugdteams hebben we natuurlijk al een aantal jaren en die zitten aan de voorkant. Maar jeugdhulp naar voren gaat erover dat je een aantal jeugdhulpvoorzieningen die je normaal achter je beschikking zet en waar je na een doorlooptijd voor in aanmerking komt, dat die eerder kunnen worden ingezet. Waarmee je snelheid wint, waarmee je als het goed is ook kosten bespaard en waarmee je ook, nou omdat het sneller gaat, waarschijnlijk adequater kan helpen. En daar bent u wel eerder over geïnformeerd volgens mij in één van de stukken die eind vorig jaar zijn verspreid. Maar dat is wel heel veel, dat weet ik wel. Daar kan ik wel wat uitgebreider op terug laten komen. Dat heeft misschien meer zin dan nu een paar dingen roepen.
De voorzitter: Wellicht is dat inderdaad gezien het tijdstip ook verstandiger. Er zijn een aantal inhoudelijke vragen gesteld, ik heb er een aantal opgeschreven. Ik vertrouw erop dat de griffier ook het nodige heeft, waarbij we u de vragen doen toekomen. En in de eerstvolgende jeugdzorgavond die binnenkort is volgens mij daar verder over
44
doorpraten. Want het heeft allemaal wel een relatie ook met de decentralisatie van de hele jeugdhulp naar de lokale overheden. De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Is dat een afspraak of zijn er hele brandende vragen waarvan u zegt van, ja, maar om de zienswijze goed te keuren heb ik daar wel antwoord op nodig. De heer Tiebosch: Nou volgens mij heeft u breed heeft u steun voor die zienswijze. De voorzitter: Nou dan kan die in ieder geval door. De heer Tiebosch: Dus ik ga akkoord met het voorstel om dat dan apart in die avond te doen. De voorzitter: Oké. De heer Van der Linden: Voorzitter? Want ik val natuurlijk op drie kwart of zo van de bespreking binnen. Mag ik één opmerking maken over de zienswijze? De voorzitter: U mag één opmerking maken. De heer Van der Linden: Eén opmerking. De voorzitter: Maar de commissie heeft al ingestemd. De heer Van der Linden: Zeker. Nou ja, als ik commissielid was zou ik ook instemmen. Maar ik wil even opmerken dat wat u duidt over het verschrikkelijke, verschrikkelijke trage proces waarbij zowel een AB zich ongemakkelijk voelt bij het op deze manier moeten doorlopen van formele procedures. En de raad zich uiteraard niet in positie gezet voelt om heel graag geen kind tussen wal en schip te laten vallen, en dan dus toch maar ja te zeggen tegen geld. Daar willen we vanaf en daar gaan we ook vanaf. En dat heeft u zelf al even geduid.
De voorzitter: Nou dat vind ik heel goed om te horen. Maar dat heb ik al meer als een jaar geleden ook gehoord en ik heb nog niks gezien. De heer Van der Linden: Nou, het zal … De voorzitter: Behalve het feit dat u nu de volledige zienswijze toevoegt aan de stukken. Maar laten we daar ook elkaar geen mietje noemen, die leest geen hond. De heer Van der Linden: Dat weet ik niet zeker. Maar mijn opmerking was eigenlijk meer dat, kijk, we zijn gewoon gebonden aan zienswijzetermijnen. En we moeten u in positie brengen, waarbij u zegt, ja, dit is wel vier maanden te laat. Van dat model kun je af op het moment dat de financiële verantwoordelijkheid, de beleidsverantwoordelijkheid en ook de regelende verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van de jeugdteams gewoon lekker lokaal ligt. Waarbij je nooit helemaal los van elkaar bent, want inkopen blijven we samen doen, enzovoorts. Maar als het zover is dan voorkomen we … Ik
45
bedoel, we gaan heus extra geld nodig kunnen hebben en zo, en dat zal tot debat leiden. Maar dat gebeurt wel op de plek waar het hoort, en dat is hier. De voorzitter: Dat heb ik ook wel gedacht. De heer Van der Linden: Zo is het. Eén andere opmerking nog. Ik denk dat een aantal van u iets gezegd heeft over dat kwart miljoen. Vorige week in de AB vergadering is ook gezegd van, ja, dit is eigenlijk een bedrag dat is niet zo groot, maar de manier waarop dit nu voorgesteld krijgen, is niet goed. Dus we hebben besloten om dat besluit niet te nemen van die kwart miljoen, maar het gewoon onderling te verrekenen. Want het gaat om lokale inzet van mensen uit Dordrecht en Zwijndrecht en Alblasserdam, enzovoorts. Dus we gaan dat onderling verrekenen met elkaar, zodat dat voorstel, nou ja, van tafel is. De voorzitter: Als niet gedaan moet beschouwd worden? De heer Van der Linden: Wat zegt u? De voorzitter: Als niet gedaan moet worden beschouwd. De heer Van der Linden: Ja, precies. Dus dat is van tafel gehaald omdat de GR er niet over gaat. De voorzitter: Maar dan is het vind ik goed om daar nog eens op te wijzen hoe dat dan gaat. De heer Van der Linden: Ja, nou ja, dat is ook oefenen met elkaar. Wat betekent het als je lokaal gaat? Nou, dat betekent dit onder andere. De voorzitter: Klopt. Goed, de zienswijze kan door als hamerstuk.
Ja, de vragen worden verdeeld inhoudelijk, en … Nou zit ik hier. Momentje. 8. Overzicht Moties 9. Overzicht Toezeggingen De voorzitter: Volgens mij staat nu op de agenda … Ik moest hem weer even openen. De griffier: Moties en toezeggingen. De voorzitter: Ja, moties en toezeggingen. Mijn voorstel is gezien de tijd om die over te slaan. En daar hebben we al eerder van vastgesteld dat we dat eigenlijk alleen in raadsvergaderingen doen. De heer Van Dam Timmers: Mag ik daar een hele korte opmerking bij maken? De voorzitter: Tuurlijk.
46
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Het viel mij op dat er bij heel onderwerpen nog steeds de heer Sleeking vermeld staat. En ik zou dat graag aangepast zien, omdat je dan ook de persoon kunt aanspreken daarop die daarbij hoort. De voorzitter: Ja, top. 10.Instemmen met Begrotingssubsidies Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid 2022 – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan ga ik naar de behandelvoorstellen. Daar hebben we nog precies een kwartier voor. Dat was er ook voor uitgetrokken. Behandelvoorstel 10, raadsvoorstel instemmen met de begrotingssubsidie Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid. Voorstel is om als hamerstuk te agenderen voor 12 oktober. Akkoord. Dat hadden wij ook al geaccordeerd. 11.Raadsinformatiebrief over Data en duiding sociaal domein 2016-2020 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Raadsinformatiebrief over data en duiding sociaal domein. Voorstel is voor kennisgeving te agenderen aan de raad. 12.Raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en het Adviesen Meldpunt Jeugd Dordrecht – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en Adviesen Meldpunt Jeugd Dordrecht. Deze staan … Wordt geadviseerd deze raadsinformatiebrief te betrekken bij de bespreking van de actualisatie van de verordening jeugdhulp, 26 oktober. Ik zou daarbij willen suggereren, maar misschien zeggen jullie van niet.
Er staan een zestal vragen in de rapportage van het meldpunt waarvan herhaaldelijk is vastgesteld dat het goede politieke vragen en dilemma’s zijn. Ik zou dat wel als leidraad willen nemen voor dat gesprek dan. Want anders zitten we dadelijk heel erg technisch over en verordening te praten, terwijl daar een aantal knopen moeten worden doorgehakt die van belang zijn om die verordening uiteindelijk op te stellen. En ik zie instemmend geknik, dus gaan we dat zo doen. 13.Raadsinformatiebrief over integraal plan van aanpak leefbaarheid gebied Kromhout-Kasperspad – Raadsinformatierief De voorzitter: Raadsinformatiebrief over integraal plan aanpak leefbaarheid gebied Kromhout-Kasperspad. Door te sturen als hamerstuk als ter kennisgeving aan de raad. Geen bespreekpunt? Oké. 14.Wethoudersbrief over diverse zaken Jeugd De voorzitter: De wethoudersbrief over diverse zaken jeugd. Nou, daar hebben we kennis van genomen. 15.Artikel 40 vragen RvO van de fractie PVV Dordrecht over Aanpak dakloosheid schrijnende gevallen
47
De voorzitter: Dan zijn de artikel 40 vragen van de fractie PVV over aanpak dakloosheid schrijnende gevallen. Nou die gaan allemaal naar de dinges. 16.Artikel 40 vragen RvO fractie GroenLinks over aanpak discriminatie en racisme in Dordrecht De voorzitter: Artikel 40 vragen GroenLinks over discriminatie en racisme in Dordrecht. 17.Beantwoorden artikel 40-vragen VVD Ventilatie buurthuizen en culturele centra – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: En de beantwoording van artikel 40-vragen VVD ventilatie buurthuizen en culturele centra. Geen aanleiding tot? 18.Brief aan gemeenteraad eerlijke studietoeslag voor studenten met een beperking De voorzitter: Dan is het brief aan de gemeenteraad eerlijke studietoeslag voor studenten met een beperking. Voor kennisgeving aannemen. 19.Brief aan gemeenteraad oproep voor opvang asielzoekers en huisvesting statushouders De voorzitter: En de brief aan de gemeenteraad, oproep voor opvang asielzoekers, huisvesting statushouders. U wordt voorgesteld de brief voor kennisgeving aan te nemen en de inhoud desgewenst te betrekken bij de commissiebesprekingen over dit onderwerp op 26 oktober aanstaande. De heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, in deze brief wordt door Vluchtelingenwerk een concreet verzoek aan de raad gedaan. Ze zoeken met spoed huisvesting voor statushouders en ze vragen creatief te zijn.
Ik vind het wat mager om dan een antwoord te geven van, voor kennisgeving aannemen. Je stemt erin toe of je geeft gemotiveerd aan waarom je dat niet doet. Dus ik … Ik stel voor dat we het college vragen een conceptbrief te maken met een concreet antwoord. De voorzitter: Dat kan. Maar … Mevrouw Stevens: Voorzitter? De voorzitter: Bij de behandelsuggestie staat, je kan hem voor kennisgeving aannemen. Dat is natuurlijk altijd zo. Maar je kan ook de inhoud desgewenst betrekken bij de commissiebespreking over dit onderwerp op 26 oktober aanstaande. Dus wat u eigenlijk zegt, laten we dit nou betrekken bij de behandeling van dat onderwerp. De heer ’t Lam: Oké. De voorzitter: En dan kunnen we altijd nog aan het eind van de rit de conclusie trekken van, college u gaat een brief schrijven dat deze mensen … Nou, en vul dan maar in.
48
De heer ‘t Lam: Voorzitter, dan heb ik nog een aanvulling daarbij. Dan zou het prettig zijn als Vluchtelingenwerk bericht krijgt dat we dat op 26 oktober doen. Dan zouden ze kunnen inspreken. Want ze wisten ook niet dat vanavond hun stuk op de agenda stond. Blijkbaar is dat niet de gewoonte als iemand een brief stuurt dat hij dan een berichtje krijgt. Ik vind dat merkwaardig. En dan is er eind augustus door de staatssecretaris van justitie en veiligheid een brief naar de colleges gestuurd om direct extra opvang en huisvesting te regelen. Ik neem aan dat het college die brief beantwoord heeft. En misschien kan dat antwoord dan gelijk op 26 oktober ook in de commissie liggen. En dan weet de commissie wat het antwoord van het college daarop is geweest. De voorzitter: Ik weet niet of die brief beantwoord is door het college, maar we gaan er even gemakshalve van uit. We kijken even naar het college, en die zit te zoeken in zijn … De heer Van der Linden: Sorry, voorzitter, ik was wat anders aan het doen. Verwacht u een brief? De voorzitter: Is de brief van de staatssecretaris beantwoord, waarin hij extra ruimte vraagt of extra woonruimte vraagt voor vluchtelingen. Opvang voor vluchtelingen. De heer Van der Linden: Ik kan dat nu niet zeggen, maar dat gaan we natuurlijk even na.
De voorzitter: Als u die brief beantwoord heeft, wilt u dan het antwoord toesturen aan de raad? Dat is gewoon heel simpel. De heer Van der Linden: Lijkt me goed. De voorzitter: Zodat we het kunnen betrekken op 26 oktober bij de beraadslaging over dit punt. De heer ’t Lam: En als het college het niet beantwoord heeft, dan willen we wel graag weten waarom ze dat niet doen. De voorzitter: Dan zien we geen brief, dus dan gaan we daarover … Dan hebben we daar wel wat vragen over. De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Mevrouw Stevens, u had … Mevrouw Stevens: Nee hoor, ik wilde … De voorzitter: Het is allemaal compleet zo? 20.Motie van Gemeente Heerhugowaard inzake Bevolkingsonderzoek borstkanker De voorzitter: Dan motie van de gemeente Heerhugowaard inzake bevolkingsonderzoek borstkanker. De fractie van het CDA heeft aangegeven de motie vreemd aan de orde van de dag te overwegen en in te dienen over dit onderwerp tijdens de gemeenteraad. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter?
49
De voorzitter: Ja? Ik kijk je niet voor niks aan. De heer Van Dam Timmers: Dat klopt, dat overwegen wij. Maar ik had nog een voorstel aan de commissie. Misschien kunnen we het niet in de raad bespreken, maar dat ik een concept motie in de commissie indien en die dan bespreek. Dan voorkomen we bespreking in de raad. Dat was een idee. Maar ik zie graag de reactie daarop tegemoet. De voorzitter: Nou u doet een suggestie, dat kan. Dat staat u gewoon zelf vrij welke weg u volgt. Dit zou een motie ook kunnen zijn die niet vreemd aan de orde van de dag, maar in het kader van de begroting. Dan hebben we toch van alles en nog wat. Groen, blauw. Dus dat zou mijn suggestie zijn. De heer Van Dam Timmers: Dank, dat is dan ook mijn suggestie. En ik zie instemmende blikken, dus dan gaan we daarvoor. De griffier: Bij de begroting. De voorzitter: Goed, bij de … Ja, hij doet het bij de begroting. 21.Termijnagenda commissie Sociaal De voorzitter: Agendadeel overig. Dat is de termijnagenda van de commissie sociale leefomgeving. En daar vraag ik uw aandacht voor 26 oktober. 12 oktober, volgende week, hebben we gemeenteraad. Op 26 oktober staat de opvang Afghaanse vluchtelingen staat op de agenda en de technische sessie rondom de verordening jeugdhulp, waarbij de vragen, nogmaals, de vragen van het meldpunt leidend zullen zijn.
Wellicht is het goed dat de griffie daar, mevrouw Den Outer, van JB Lorenz daarvan op de hoogte stelt, zodat zij voorbereid kan zijn op welke discussies we ongeveer gaan voeren. Dat is één. En we hebben vanavond uitgebreid stilgestaan bij de fusieplannen van Skoba en het openbaar onderwijs. Daar hebben we toen over afgesproken dat we daarop terug gaan komen voor 12 november. Want dan is er weer een gemeenteraad. Nee, maar die gemeenteraad is niet 12 november, die is 9 november. Dus dat zou betekenen dat we alleen 26 oktober tot onze beschikking hebben. Dan zouden we die toe moeten voegen aan de agenda, dat is dan maar zo. Want de andere … Kijk, ik vind … Maar dat is aan u, u bepaalt de agenda uiteraard. Maar opvang Afghaanse vluchtelingen, ja, daar kunnen we volgens jaar over gaan praten, maar dan is het waarschijnlijk niet meer nodig. Dat is een beetje onzin. Dus dan hebben we die avond twee wat meer technische sessies. Overigens vind ik het begrip technische sessie rondom de verordening jeugdhulp vind ik ten onrechte. Dat wordt gewoon een inhoudelijk gesprek aan de hand van. En dan is er een technische sessie rondom het onderwijs. En wat mij betreft is die laatste het laatst. De griffier: [buiten microfoon]. De voorzitter: Ja, dat is aan de commissie hoe ze het verder invullen.
Of ze dat politiek of technisch willen doen, dat … Dan hebben we zo de agenda voor die avond vastgesteld. 22.Rondvraag
50
De voorzitter: En kom ik bij het ten slotte de rondvraag. De griffier: [buiten microfoon]. De voorzitter: Even wachten. Er wordt hier naast mij gefluisterd atelierbeleid. Dus ik kijk even richting GroenLinks. Dat staat als het goed is staat dat op de gemeenteraadsagenda als bespreekstuk van volgende week. Dus dat was je vraag? Mevrouw Kruger: Nee, nee, nee. [buiten microfoon] De voorzitter: Oké, nou dan ga ik verder. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja goed, ik zit naar de agenda te kijken zeg maar en naar de stukken die nog te verwachten zijn. Maar wat ik heel er mis is volgens mij is er over de cliëntondersteuning, en dan kijk ik even ook naar de heer Van der Linden, is er kortgeleden moet daar een stuk over zijn geweest in het college. De voorzitter: Ja, dat zit bij de stukken. Bij de ingekomen stukken zit er een brief over … Mevrouw Nijhof: Maar … De voorzitter: Over cliëntondersteuning en het Advies- en Meldpunt Jeugd. Ik snap die koppeling ook niet helemaal, maar ik moet je ook eerlijk zegen dat ik die brief niet geconsulteerd en gelezen heb. Mevrouw Nijhof: Maar gaan we dat agenderen of niet? De voorzitter: Nou ja, dat is net gevraagd. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: En toen is vastgesteld … Mevrouw Nijhof: Maar toen … De voorzitter: Ja, ja, ja. Die is geagendeerd. Moet ik even terugzoeken. Voor 26 oktober. Die is bij 26 oktober geagendeerd.
Mevrouw Nijhof: Want als ik het goed heb, dan gaat het als het gaat over de cliëntondersteuning ook over de positie van MEE. De voorzitter: Ja, dat neem ik aan van wel. Mevrouw Nijhof: Maar die past dan toch helemaal niet bij die avond? De heer Van der Linden: Ik denk dat u nu refereert aan de RIB die u net zelf betrokken hebt bij 26 oktober? Mevrouw Nijhof: Nee, volgens mij niet.
51
De Van der Linden: Jawel, volgens mij wel. En in die RIB worden een aantal dingen aangeduid, waaronder zes bespreekpunten die u vanuit het meldpunt graag … Mevrouw Nijhof: Ja, dat is vanuit het meldpunt. Maar ik bedoel zuiver de positionering van de cliëntondersteuning. De heer Van der Linden: Ja. Ja, ja, ja. Mevrouw Nijhof: Ja, en dat is wel wat anders. De heer Van der Linden: Dat is wat anders. Mevrouw Nijhof: Dat is wat anders. De heer Van der Linden: Maar dat hoeft u er niet bij te betrekken de 26e. De voorzitter: Oké. Nou dan verwachten we daar toch op zeer korte termijn een brief over, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, ik kan brieven sturen hoor, dat is geen punt. Maar volgens mij hebben wij toegezegd een RIB, en die ligt er. En volgens mij is er nog een visiestuk van MEE onderweg. Maar dat weet ik … Dat is nog niet helemaal klaar volgens mij, of dat is vrijwel klaar. En dat krijgt u ook nog. De voorzitter: Ja, maar volgens mij … Tenminste, laat ik het zo formuleren, mevrouw Nijhof heeft gelijk aan haar zijde wanneer zij zegt, daar zouden wij nog dit jaar over spreken. De heer Van der Linden: Zeker. Ja. De voorzitter: En wij spreken niet in het blauwe …, maar we spreken gewoon aan de hand van stukken. Dus verwacht ik eigenlijk, want die afspraak ligt er al heel lang, verwacht ik toch op zeer korte termijn wel een brief.
De heer Van der Linden: Ik denk dat dat … De voorzitter: Of een raadsvoorstel. Het kan me niet schelen wat, maar … De heer Van der Linden: Een stuk. De voorzitter: Een stuk. De heer Van der Linden: Maar dat gaat er komen. Ik moet even kijken wanneer. De voorzitter: Voor wanneer? De heer Van der Linden: Nou, u wilt dit jaar bespreken, dus dan zal het deze maand of begin volgende maand wel moeten zijn, denk ik. De voorzitter: Dat lijkt mij ook.
52
De heer Van der Linden: Dat gaan we regelen. De voorzitter: Dan is dat de afspraak en de toezegging. De heer Van der Linden: Ja, behalve als iemand die nu aan het schrijven is, zegt dat het niet gaat lukken. Maar dan kom ik bij u terug. Maar volgens mij moet dat gewoon lukken, ja. 23.Sluiting De voorzitter: Goed, dan sluit ik de vergadering als iedereen … En dank ik iedereen voor zijn aanwezigheid.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
53