2.7 2026.09.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Als je het hebt over bereikbaarheid, dan hebben we het, wat ons betreft, over onder andere bijvoorbeeld openbaar vervoer, maar ook over de veiligheid en voldoende ontsluitingswegen. Daar valt genoeg mee te winnen. Als je bijvoorbeeld daarnaar kijkt, Wilgenwende heeft een uitgang. Dordtse Hout heeft er ook maar een, maar er zit nog een achteruitgangetje bij Reeweg Zuid. De Laan van 21 Londen, waar Amstelwijck en Dordtse Hout aan grenzen, is onveilig en zou voor de zomer aangepakt worden. We zijn alleen vergeten te vragen in welk jaar. Voor wat het openbaar vervoer betreft, zou het de inwoners van Amstelwijck, en ik denk ook een deel van de bewoners van Dordtse Hout, helpen als er bijvoorbeeld bushaltes komen op de desbetreffende Laan van Londen, waardoor mensen niet speciaal naar, excuses, Amstelwijck hoeven te gaan, het businesspark, voor de supermarkt, maar op dat moment de bus kunnen pakken, bijvoorbeeld naar Wielwijk, naar Albert Heijn. Het zou ook helpen, als je gaat doorredeneren op openbaar vervoer, om wellicht te denken aan een NS-station Dordrecht Amstelwijck ter ontsluiting, omdat dan ook die wijken wat meer ontsloten worden en mensen makkelijker ergens anders kunnen komen.
Voorzitter, afrondend de vraag of de oproep, wanneer mogen we plannen verwachten om tot een betere en veiligere ontsluiting te komen van de desbetreffende wegen om daarmee de bereikbaarheid naar andere delen van Dordrecht te bevorderen, waardoor ook die voorzieningen beter bereikbaar zijn? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik de mijnheer Safranti vragen of hij op dit moment ook iets wil toevoegen of de eerste termijn al wil. De heer Safranti: Ja, voorzitter. Geen probleem. Ik kan heel kort zijn, wij hebben twee vragen gesteld, een vanuit DENK en een vanuit Beter voor Dordt, omdat de behoefte er lag om een oordeelsvormende sessie te krijgen. Dat is gelukt met de politieke vragen. Qua woordvoering sluit ik aan bij de woordvoering van Beter voor Dordt in dit geval. Misschien dat ik straks nog wel een aanvulling geef. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan wil ik vragen aan de fracties CDA, VVD, ChristenUnie/SGP wie van u als eerste nog wil aftrappen. Mijnheer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met zeggen, net zo goed als dat geldt voor heel Dordrecht, dat ook specifiek Amstelwijck, Wilgenwende en Dordtse Hout hele fijne wijken zijn om in te wonen. Als we daar langs de deuren gaan, horen we van heel veel mensen dat ze daar met plezier wonen, en terecht.
Zelfs in zo'n gaaf land, zo'n gave stad en zulke gave wijken zijn er nog verbeterpunten te bedenken. Die zien we zeker. Dat kwam ook aan de orde in de beantwoording van de vragen die we samen met CDA en ChristenUnie/SGP hebben gesteld, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van eerstelijnszorg en kinderopvang, juist in deze wijk. Als ik het iets breder trek, ook een beetje door de motie van Partij voor de Dieren, rondom voorzieningen in bredere zin kun je ook kijken naar winkels, supermarkten, dat soort zaken. Daar is het zaak om heel erg goed op te letten dat het, als je iets toevoegt, niet kannibaliseert ten opzichte van andere winkels. Ik denk dat mijnheer Van Antwerpen al heel terecht wees naar het winkelcentrum Wielwijk, Admiraalsplein. Misschien dat er wel iets te verbeteren valt voor wat betreft de bushalte daar, maar het is een winkelcentrum. Ik zeg niet iets nieuws al ik zeg, het is niet het sterkte winkelgebied van Dordrecht. Juist als je winkels aan de andere kant toevoegt, heeft het misschien als risico dat er minder mensen komen, het zwakker wordt. Dat is, denk ik, een van de argumenten om in de tijd de wijken te bouwen en het bestaande winkelcentrum te versterken. Het moet goed bereikbaar zijn. Dat is wel van belang.
Voor wat betreft de eerstelijnszorg en de kinderopvang, dat soort andere typen voorzieningen, ligt het, wat ons betreft, wel anders, omdat daar duidelijk, dat blijkt ook 22 uit de antwoorden, een schepje bovenop kan in deze drie wijken, Amstelwijck, Wilgenwende, Dordtse Hout. We hebben gezien, ook in de sessie van de vorige keer, dat de mogelijkheden om in deze wijken ruimte te creëren voor die voorzieningen heel beperkt zijn, misschien wel niet bestaand. Toch zou het, denk ik, heel goed zijn als de raad brede steun uitspreekt voor een onderzoek naar de mogelijkheden om dit type voorzieningen toe te voegen in of in de omgeving van de wijk. Als je iets een klein beetje uitzoekt, zijn er misschien wel kansen. Vandaar de oproep aan het college om actief te kijken naar kansen in en nabij het gebied om eerstelijnszorg en kinderopvang daar te ontwikkelen of om er ruimte voor te creëren. Een ander punt waar ik ook even aandacht voor … De voorzitter: Even een interruptie. Klopt het dat dit een aankondiging van een mogelijke motie is? Zo hoor ik hem. De heer Kuhlmann: Ja. Dat hoort u goed. Ik even peilen, dat hoop ik ook vanavond een klein beetje te zien, hoe enthousiast daar wel of niet op wordt gereageerd. Dan gaan we net zo ijverig als de Partij voor de Dieren schrijven. De voorzitter: Mijnheer Uysal heeft hier een vraag over. De heer Uysal: Dank, voorzitter.
Daar kom ik zo meteen mijn woordvoering op terug, ik zou eerst van het college willen weten hoe het college daar zelf naar kijkt. Er is een monitor. Het college erkent ook dat de normafstand niet wordt gehaald voor de eerstelijnszorg. Waarom heeft het college tot nu toe nooit iets gedaan? Dat terzijde, ik onderschrijf vanuit PRO helemaal de nut en noodzaak voor een eerstelijnszorg en een kinderopvang. Het punt is ook dat we juist in die sectoren te maken hebben met een tekort aan personeel, zowel huisartsen als mensen die bij de kinderopvang werken. Dat is niet wat binnen de macht van de gemeenteraad ligt. We kunnen wel ervoor zorgen om dat mogelijk te maken, maar met dit soort factoren hebben we ook rekening te houden. Ik ben benieuwd hoe de Dordtse VVD daartegenaan kijkt. De heer Kuhlmann: Ik ben het wel eens met mijnheer Uysal dat het een samenspel is. Je hebt er niets aan als je als gemeente ruimte in plannen of op een andere manier, in een nieuwe ontwikkeling, creëert voor, laten we zeggen, een huisarts of een kinderopvang als daar niemand in komt te zitten. Natuurlijk moet daar goed naar worden gekeken. Tegelijkertijd is ook het andere waar, er is geen mogelijkheid voor een huisarts of een kinderopvang om zich in of nabij dit gebied te vestigen als er geen ruimte voor is. Dit zijn zaken, ik denk dat we het daarover eens zijn, die samen moeten gaan.
De voorzitter: Dan kunt u nu uw woordvoering … U was aan het tweede punt gekomen. De heer Kuhlmann: Dat gaat erom dat er, dat kwam bij de vorige sessie ook aanbod, gelukkig, op een beperkte manier, zijn er voorzieningen in deze wijken. Dan gaat het voor een deel om speeltuinen waar je elkaar kan ontmoeten, die zijn superbelangrijk, maar ook specifiek het pakketpunt dat bijvoorbeeld in Wilgenwende is. Wat ons betreft, en ik hoop dat we daar steun voor krijgen, breder in de raad … 23 Voor de duidelijkheid, ik ben niet van plan om met een motie of wat dan ook te komen, maar misschien dat anderen daar straks hetzelfde over kunnen zeggen, wat ons betreft is het heel goed dat het punt er is. Ik kan het niet zo heel goed beoordelen, maar voor zover daar nog wat aanpassingen nodig zijn in de zin van of het wel of niet in een vergunning past of wat dan ook, er moeten netjes de juiste regels worden gehanteerd, kijken wij er zo naar dat het echt een waardevolle aanvulling is in de wijk. Dat horen we niet alleen van de mensen die het uitbaten, maar ook van mensen die daar gebruik van maken in de wijk. Laten we er ruimhartig naar kijken om te behouden in deze week. Dat daarover. Tenslotte … De voorzitter: Nee. De heer Kuhlmann: Pardon? De voorzitter: Eerst een vraag van mevrouw Van Herwijnen, dacht ik? Nee. Mijnheer Van Antwerpen van Beter voor Dordt.
De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik ben het helemaal eens met de woorden van mijnheer Kuhlmann over de pakketpunten. Ik vroeg me af, is mijnheer Kuhlmann het met ons eens dat iedere wijk misschien wel zo'n pakketpunt zou moeten hebben, los van Wilgenwende, Amstelwijck en Dordtse Hout? De meerwaarde blijkt uit het punt in Wilgenwende, zoals omschreven werd. Dat hoeft zich niet te beperken tot de twee andere wijken. Het zou misschien wel een idee zijn voor heel de stad. Bent u het hiermee eens? De heer Kuhlmann: Ja. Eens dat je in heel de stad voorzieningen nodig hebt en goede dingen. Wij denken niet dat er een recept is dat per se in elke wijk op dezelfde manier zou moeten gelden. Kijk naar de binnenstad. Daar heb je niet zo’n pakketpunt dat aan huis georganiseerd is, simpelweg omdat er anderen punten zijn waar je pakketjes kunt ophalen en er andere gelegenheden zijn om elkaar te ontmoeten. Het is belangrijk dat dit soort voorzieningen er zijn, specifiek voor Wilgenwende en de wijken eromheen waar we het nu over hebben. Daar zit niet een postkantoor of een ander pakketpunt. Het is ook nog een leuke plek om elkaar te ontmoeten. Het heeft ook een beetje een sociale functie. In deze wijken werkt dat heel goed. Wellicht kan het ook in andere wijken, maar ik zou het niet als standaardrecept voor elke wijk in Dordrecht willen noemen.
Het type voorzieningen en dingen vinden we overal belangrijk. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen van Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik wilde aan mijnheer Kuhlmann toch ook weer eventjes vragen, dat het pakketpunt in Wilgenwende nu een soort ontmoetingspunt is, komt volgens mij voort uit bepaalde schaarste en niet doordat het een pakketpunt is. Ik wilde even vragen of mijnheer Kuhlmann het met me eens is dat het ontmoetingspunt komt vanuit schaarste in de wijk en dat het toevallig een pakketpunt is waar mensen elkaar nu uiteindelijk kunnen ontmoeten. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, dit kan een vrij kort antwoord zijn. Dan mag u daarna ook meteen verder met de woordvoering vanaf punt 3. 24 De heer Kuhlmann: Goed. Het zijn dingen die in dit geval mooi met elkaar samenvallen. Er is en behoefte voor die pakketjes en je kunt elkaar daar leuk ontmoeten. Ik heb daar nu niet heel veel meer over te zeggen dan dit. Als laatste wil ik graag ingaan op, het werd al even genoemd door mijnheer Van Antwerpen, een hartenwens, al jarenlang, van de Dordtse VVD. Een stip op de horizon, het staat gelukkig, geloof ik, in het coalitieakkoord, station Amstelwijck. Dat zou goed zijn voor de bereikbaarheid daar. Ik noem het nog even in het bijzonder.
Ook als je het hebt over de gedachte van de Partij voor de Dieren, hoe kun je op een logische manier nog andere voorzieningen daar toevoegen, bijvoorbeeld detailhandel, als daar een station komt, dat is niet vandaag of morgen, ook niet volgend jaar, maar wat ons betreft wel een stip op de horizon, dan is dat de plek voor een Albert Heijn To Go, zo’n winkeltje. Dan bedien je ook andere mensen. Logische plek daarvoor. Die kanttekening wil ik er nog wel even bij maken. Tegelijkertijd, dat is wel wat verder in de toekomst. De voorzitter: Dan nu mijn vraag, ChristenUnie/SGP of CDA, wie pakt het over? Mijnheer De Feijter, u mag. De heer De Feijter: Helemaal goed. Dank u wel, voorzitter. Wat de ChristenUnie/SGP betreft zijn voorzieningen die ontmoeting en samenhang stimuleren in een wijk voor elke wijk noodzakelijk. Dat willen we zo veel mogelijk stimuleren. Het pakketpunt dat nu buurtpunt is geworden getuigt daar ook mooi van, wat ons betreft. Dat voorziet duidelijk in een in een behoefte daar. Ik sluit me er wel bij aan dat niet elke wijk per se een eigen supermarkt nodig heeft, maar het moet wel zo zijn dat supermarkten en dergelijke voorzieningen goed bereikbaar zijn. Als we het dan toch over bereikbaarheid hebben, dan wil ik ook graag de extra ontsluiting voor Wilgenwende nog eens noemen waar wij ons hard voor blijven maken.
Die bereikbaarheid sluit ook aan bij de visie die de ChristenUnie/SGP erop heeft dat we graag een tienminutenstad willen zijn. Een stad ook waarin je de vrijheid hebt om eventueel te kiezen voor lopen of fietsen naar een supermarkt, of naar andere voorzieningen, zonder dat je gedwongen wordt om telkens voor alles maar de auto te moeten pakken. Dan, voorzitter, voor het realiseren van functies schrijft het college dat het afhankelijk is van de ontwikkeling van de vraag, haalbaarheid van initiatieven en concrete aanvragen van initiatiefnemers. Voor die ontwikkeling van de vraag wordt verwezen naar de monitoring, Amstelwijck Monitor. Het college zegt daarover dat uit de Amstelwijck Monitor nog niet is gebleken dat dit een knelpunt vormt, maar het is voor ons nog niet helemaal duidelijk hoe behoefte aan voorzieningen, expliciet, tot nu toe gemonitord wordt in de Amstelwijck Monitor. Daar staat namelijk heel expliciet wel in dat het nog een actie vereist, namelijk dat er een uitvraag of enquête bij bewoners moet worden gedaan en dat het moet worden herhaald bij een toenemend inwoneraantal. In de beantwoording van de meest recent gestelde vragen over dit onderwerp begrepen wij dat eind dit jaar enquêtes worden afgenomen. Wij vinden het dan lastig hoe het college concludeert dat er op dit moment geen knelpunt is.
In onze beleving ontbreekt het op dit moment aan informatie daarover, of er wel of niet behoefte aan is. Vervolgens zijn we ook nog wel benieuwd, als die kennis er dan wel is, ook uit de stadsbrede voorzieningenmonitor die wordt gecreëerd, hoe wordt dan de link gemaakt tussen de kennis die we dan hebben en de uitvoering. Zoals mijnheer Uysal ook al eerder aangaf, de normafstanden bijvoorbeeld voor eerstelijnszorg worden op dit moment niet 25 gehaald. De kennis is er, maar waar zit dan precies de koppeling met de uitvoering, dat daar ook iets aan wordt gedaan? Voor ons is op dit moment de link niet helemaal helder, maar we hopen dat het college de link wel helder heeft. Tot slot, voor het realiseren van functies, waarvan het college zei ook afhankelijk te zijn van de haalbaarheid van initiatieven, concrete aanvragen en dergelijke, sluiten we ons volledig aan bij de Dordtse VVD. We denken dat initiatieven zich waarschijnlijk niet aandienen als er geen ruimte voor wordt geboden. Wij zouden, net als de VVD, ook willen overwegen om hier op voorhand meer ruimte in te geven als we het hebben over eerstelijnszorg en kinderopvang. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Klerk van het CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Het voordeel als je veel sprekers voor je hebt, is dat je daar ook weer op kunt reflecteren.
Het wordt een wat reactieve woordvoering. Een woonwijk is, als het aan het CDA ligt, wat anders dan alleen straten en huizen waar mensen wonen. Het zijn juist plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Dat zijn de plekken waar een wijk een ziel krijgt. Ontsluiting van de wijken, met name Wilgenwende, is ook in de vorige raadsperiode uitvoerig besproken. In het kader van de voorzieningen sluit ik me ook aan bij de woorden van collega Van Antwerpen als het gaat om de bereikbaarheid en de focus die daarop wel nodig is. Ook de woorden van mijnheer Kuhlmann, ik zei al, het is een beetje makkelijk nu, maar wel waar, wat mij betreft. Ik hoorde een proefballon bij de Dordtse VVD vandaan komen ten aanzien van de eerstelijnszorg en de kinderopvang, om daar ook eens wat uit te zoomen op de wijken en te kijken wat daaromheen mogelijk is. Dat is iets wat de CDA- fractie ook wel als muziek in de oren klinkt. Bij dezen een handreiking om daarop mee te willen denken. Dit heeft bovendien ook een goede uitwerking. Dat ziet dan ook weer op de tweede politieke vraag die centraal staat, op de bereikbaarheid van de voorzieningen. Als je ze eventueel dichterbij zou kunnen realiseren, dan is er een win-winsituatie. Als het gaat over waar ik mee begon, wat maakt een woonwijk een woonwijk, dat mensen elkaar ontmoeten, elkaar spreken.
Ik kan me de inspreekbijdrage van 2 juni over het pakketpunt nog levendig voorstellen of voor de geest halen. We zien dat het een plek van ontmoeting werd. Of dat nu uit schaarste komt of niet, het feit is wel dat het komt. Het idee van een voorziening is nu eenmaal dat het in ieder geval ontmoeting faciliteert. Ik denk dat het in die zin sowieso goed is als we in dat soort initiatieven niet te star zitten, maar dat we ook wel gaan kijken, wat heeft een wijk nodig en dat we op die manier dergelijke initiatieven zullen behandelen. Hier wilde ik het voor nu bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie van de fracties? Ik zie hier in elk geval, en dan komt het vanzelf wel weer op gang, mijnheer Uysal van PRO. De heer Uysal: Dank u wel, voorzitter. Zoals eerder ook gezegd, bij de ontwikkeling van Amstelwijck is bewust gekozen voor een groene en een blauwe of een waterrijke woonwijk met een beperkt aantal eigen voorzieningen. Door de aanleg van vijvers, veel groen en waterdoorlatende bestrating is de wijk veel beter bestand tegen hevige regenval, droogte en hitte. Die bewuste keuze kreeg zelfs landelijke aandacht van de NOS, die Amstelwijck ook presenteerde als een wijk die beter is voorbereid op het klimaat van de toekomst. Dat groenblauwe en toekomstbestendige karakter wil PRO dan 26 ook behouden.
Tegelijkertijd betekent onze steun voor dit concept ook niet dat we de zorgen van de inwoners over het ontbreken van voorzieningen niet serieus nemen. De wijk kan heel groen zijn, ook klimaatbestendig zijn, maar het kan ook op bepaalde punten tekortschieten in wat bewoners in hun dagelijks ze leven nodig hebben. Daar zijn een aantal voorbeelden van gegeven. Over verkeersveiligheid sluiten we ons helemaal aan bij de woordvoering van Beter voor Dordt. Als het gaat om eerstelijnszorg en kinderopvang, kunnen we ons heel goed vinden in de woorden van de Dordtse VVD. We moeten wel concreet maken waar we het dan over hebben. Het begrip voorzieningen is wel erg breed. Het is ook de tweede vraag, de vraag van Beter voor Dordt, die daarover gaat. Wat verstaan we onder voorzieningen en moet iedere wijk dan per se hetzelfde voorzieningenniveau hebben? Wat ons betreft niet. Daarvoor moeten we goed kijken naar wat echt de behoefte is binnen Amstelwijck. De signalen die wij ontvangen gaan met name over de slechte ov-bereikbaarheid van Wilgenwende, de huisartsenzorg en de kinderopvang. Dat gezegd hebbende, daarbij spelen ook de tekorten aan huisartsen en het personeel in de kinderopvang. Daar heeft heel Nederland mee te maken. Het is niet iets wat wij als gemeente zelf kunnen oplossen. ChristenUnie/SGP refereerde daar zojuist ook aan, aan de monitor.
We hebben een monitor, we verzamelen informatie, we houden de boel in de gaten, we constateren dingen, maar vervolgens lijkt het erop alsof daar niets mee gedaan wordt. Het college erkent dat de normafstand niet gehaald wordt. Dat weten we. Beschouwt het college dit dan als een probleem? Hoe kijkt het college daartegenaan? Zijn er mogelijkheden om überhaupt bij te sturen door locaties beschikbaar te houden of gesprekken met zorgaanbieders te voeren of bijvoorbeeld, als het gaat om de bereikbaarheid, bestaande voorzieningen te verbeteren? Wij verwachten vanavond niet dat het college onmiddellijk een huisarts, een school of een supermarkt realiseert, maar wel willen we weten wanneer een uitkomst van een monitor voor het college aanleiding is om in actie te komen, want anders blijven we al die informatie verzamelen, knelpunten vaststellen zonder dat daar consequenties aan verbonden worden. Graag ontvang ik daar een reactie van het college op. Dat brengt ons ook beter in positie om dan de aangekondigde moties van andere partijen te waarderen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Antwerpen heeft daar een vraag over. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, dan kan mijnheer Uysal aansluiten bij ons standpunt over verkeersveiligheid. Ik hoorde hem ook spreken over openbaar vervoer.
Als ik die iets breder trek, ik hoorde mijnheer Kuhlmann over station Amstelwijck, hoe kijkt u daartegenaan? Dat is per slot van rekening ook openbaar vervoer. Als u zegt, ik zou dat graag wat meer willen ondersteunen richting openbaar vervoer, is dat inclusief of exclusief station Amstelwijck? De heer Uysal: Ik heb daar niet over nagedacht, voorzitter. Dat is het eerlijke verhaal. Wat wij wel veel terughoren van bewoners die in Wilgenwende wonen, is dat het echt bestemd is voor autoverkeer en ze de wijk niet uit kunnen met het ov. Daar moet echt wel iets aan gedaan worden. Een bushalte zou kunnen helpen. Ik denk dat je daarmee ook een aantal andere problemen oplost op het gebied van voorzieningen. U gaf zelf het voorbeeld, als ze makkelijker kunnen reizen met het ov naar bestaande winkelcentra, 27 dan tackle je daarmee een probleem, deels. Als het gaat om een betere ontsluiting van de wijk, dan vindt u ons aan uw zijde. De voorzitter: Mevrouw Kovalenko, D66. Mevrouw Kovalenko: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde vandaag nog een nieuwe inbreng delen. Ik zit hier niet alleen als een raadslid, maar ook als iemand die in zo'n wijk woont. Ik wil met jullie delen wat er in onze buurtapp, net als bij jullie, heel vaak wordt gedeeld. Als je wil weten wat er in zo’n wijk leeft, dan moet je de buurtapp lezen.
Heel vaak, wekelijks, staan er berichten, heeft er nog iemand een pak melk voor me of twee eieren? Wie gaat er zo naar de winkel, kun je iets voor mij meenemen? Of nog erger, ik durf mijn dochter niet alleen die weg over te laten steken. Dat is geen klagen, het is een realiteit voor degenen die onze wijk idyllisch vinden of waarvan heel vaak wordt gezegd, jullie hebben ervoor gekozen, je wist het toen je het contract tekende. Wij hebben wijken gebouwd voor duizenden Dordtenaren en tegelijk bestemmingsplannen vastgesteld waarin bestemmingtechnisch bijna niks mogelijk is in de wijk zelf. Wij vertellen deze mensen dat ze gezond moeten leven en de fiets moeten pakken en vervolgens geven we ze geen enkele bestemming om naartoe te fietsen, behalve een beetje een kant op in de mooie groene buitenomgeving. Waar mijnheer Uysal naar refereert, dat wij heel trots moeten zijn op de wijken, dat zijn we echt. Wat tegenstrijdig is, is dat in zulke groene toekomstbestendige wijken het meest de auto wordt gepakt, ook voor een paar kleine boodschapjes. Dit is geen beleid, het is een weeffout.
Dan zien wij de motie van de Partij voor de Dieren om aan de rand van het businesspark de mogelijkheden te onderzoeken als een eerste goede stap, ook om meer voorzieningen in de buurt te creëren die de buren kunnen helpen om kinderen niet naar Rotterdam naar de kinderopvang te brengen, maar hier in de buurt te laten opgroeien, om mijn eigen kinderen niet naar de huisarts in ’s-Gravendeel te laten gaan, maar misschien ietsje dichterbij, waar je niet telkens een auto moet pakken als je eventjes twee pakjes melk moet halen of iets lekkers voor zondag, je kinderen niet met de auto naar school moet brengen als het sneeuwt of heftig regent. Ik zou liever hebben dat ze dan veilig met de bus gaan. Ik wil nog een ander punt inbrengen, we moeten niet vergeten dat bij het businesspark best veel mensen werken. Er wordt een argument ingebracht, is het geen bedreiging voor andere ondernemers, bijvoorbeeld bij het Admiraalsplein of Sterrenburg, er is genoeg vraag, er zijn genoeg mensen. Er is daar ook een nieuwe gemeentelijke opvang gebouwd voor Oekraïense vluchtelingen. Die mensen moeten ook ergens hun boodschappen doen. Dat gaat echt niet ten koste van de andere ondernemers. Het creëert ruimte voor nog meer ondernemers in onze stad.
Als tip voor iedereen die zegt, er zijn genoeg voorzieningen binnen het bereik, adviseer ik op een winterse avond naar het Admiraalsplein te gaan en een pakje melk te halen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann heeft daar een reactie of vraag op. De heer Kuhlmann: Ik hoorde zojuist mevrouw Kovalenko zeggen, dat je, misschien heb ik het verkeerd verstaan, in deze buurt snel bent aangewezen op de auto voor de boodschappen. Nu kent u, voorzitter, de Dordtse VVD. We hebben niets tegen de auto. Ik wil er toch wel een ander beeld tegenover zetten. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de afstand 28 om te fietsen vanuit Dordtse Hout, een van de wijken waar we het over hebben, naar het Admiraalsplein, gaat het om vijf minuten fietsen. Dat lijkt me redelijk te doen. Vanuit Amstelwijck tel je daar een paar minuten bij op. Vanuit Wilgenwende ben je misschien iets eerder in Sterrenburg. Het zijn op zichzelf allemaal afstanden die redelijk te doen zijn. Ik ben benieuwd hoe mevrouw daartegenaan kijkt. Tenslotte nog een ander punt, de tweede vraag.
Het is misschien meer een principiële afweging, maar moet je onbeperkt ruimte geven, zolang er maar mensen komen, om supermarkten en andere detailhandel te starten? Dan ben ik benieuwd, hoe kijkt bijvoorbeeld D66 ertegenaan om zo’n Carrefour, u kent ze misschien wel van de vakantie, zo’n hypermaché, ergens op de Dordtse Kil te maken? Wat zou dat in de ogen van D66 betekenen voor alle supermarkten, buurtsupermarkten en detailhandel in de rest van Dordrecht? De voorzitter: Mevrouw Kovalenko. Mevrouw Kovalenko: Bedankt. Ik heb nog niet met … Misschien heb ik zelf geen elektrische fiets. Als je diep in Amstelwijck Park woont kan ik u zeggen, het is geen 5 minuten fiets. We moeten niet vergeten, het regent vaak, het sneeuwt, en dan ga ik niet heel snel met de fiets 10 minuten, soms meer dan 10 minuten heen, om een paar boodschappen te halen en dan nog 10 minuten terug. Dat is niet elke keer mogelijk. Waar het fietsen kan, fietsen mensen. Ik zeg dat er een tegenstrijdige illusie is, omdat in de groenste wijk van onze stad mensen heel veel auto’s hebben, die ze niet eens kwijt kunnen, omdat ze overal op de auto zijn aangewezen. Het gaat niet alleen om de supermarkt, het gaat om alle voorzieningen. Als ik de tweede vraag mag beantwoorden, D66 luistert naar wat de bewoners daar nodig hebben.
De bewoners vragen geen Carrefour, geen hypermarché, ze vragen om een klein winkeltje in de buurt voor wanneer ze iets missen, zodat ze het snel te voet of te fiets kunnen gaan halen. Er was niet eens behoefte of aanvraag over die plannen. Daar gaan we niet over debatteren. Ze willen simpelweg, net als bij elke wijk in Dordrecht, iets kleins op zondag tussen 12.00 en 17.00 uur halen of in de avond. De voorzitter: Ik kan het toch niet laten, maar als je naar jullie idealen kijkt, dan moet je misschien aan huizenruil gaan denken. De een kan fietsen en de ander moet de auto. Dat is misschien precies wat bij de ander past. Wie wil er reageren? Mijnheer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Begrijp ik dan dat het standpunt van D66 is dat iedereen binnen 10 minuten fietsen een supermarkt moet hebben? Dat is wel de kern van uw boodschap. Ik woon er toevallig ook. Mevrouw Kovalenko: We praten niet over de supermarkt. De heer Van Antwerpen: Ik hoor u zeggen dat 10 minuten fietsen naar de supermarkt ver is. Klopt dat? Ik was te snel. U zegt dat het geen 5 minuten fietsen is. U zegt dat het 10 minuten fiets is naar de supermarkt. Ik zie heel vaak in verschillende wijken een af- en aankomen van Albert Heijn, van de Jumbo, van alles en iedereen die aan huis bezorgt, dat ook, denk ik, een goed alternatief is.
Ik meen u toch echt horen zeggen net dat 10 minuten fietsen erg ver is. Maak ik daar dan uit op dat het klaarblijkelijk de lijn is van D66 dat iemand binnen 10 minuten fietsen een supermarkt moet hebben? Klopt dat? 29 Mevrouw Kovalenko: U interpreteert mijn woorden heel ruim. Er wordt over de bewoners gezegd dat je binnen 5 minuten bij supermarkt bent die het meest dichtbij is, bijvoorbeeld Admiraalsplein of Sterrenburg, en dat het niet zo ver is. Denk aan de voorbeelden wanneer wij zonder regen, zonder wind altijd kunnen fietsen. 1 keer per week gaan mensen de grote boodschappen doen. Het gaat erom dat je af en toe andere voorzieningen hebt, je niet altijd op die auto bent aangewezen, je niet altijd ergens heen moet, je de fiets overal kan pakken als je op een doordeweekse dat nog iets hebt gemist. Soms, na een lange werkdag of als het buiten regent, is 10 minuten fietsen voor mij en de andere bewoners te ver. De voorzitter: Prima. Dat is een helder antwoord. We gaan … U heeft er nog een aanvullende vraag op? Dat kan. De heer Van Antwerpen: Dat kan. Ik benoemde in mijn woordvoering beter openbaar vervoer. Hoe kijkt u daartegenaan, als er een aantal bushaltes, bijvoorbeeld bij Amstelwijck op de Laan van Londen zouden komen? Zou dat uw probleem oplossen? Mevrouw Kovalenko: Het zou zeker het probleem voor kinderen oplossen.
Veel kinderen missen de bushalte om verder naar het centrum te gaan. Het zou voor kinderen sporten makkelijker maken in het centrum en andere wijken, zeker. De voorzitter: We zijn nog in de eerste termijn. Ik zag de SP. Mevrouw Nzolani, u wil het woord ook nog doen, denk ik? Mevrouw Nzolani: Ja. Er is inmiddels al heel veel gezegd. SP Dordrecht sluit zich heel erg aan bij het sentiment van D66, dat er toch wat meer voorzieningen moeten zijn en dat je daarvoor moet gaan luisteren in zo'n buurtapp. Wij zijn van mening dat we de monitoring moeten uitbreiden. Niet alleen kijken naar, van welke voorzieningen maken de inwoners gebruik en voor welk doel, maar ook, welke voorzieningen missen de inwoners en hoe kunnen we die op de juiste manier in zo’n wijk krijgen? Voorzichtig zeggen wij daarmee ook, steun voor de motie van Partij voor de Dieren. Feitelijk zegt SP Dordrecht op dit moment, ga aan de slag met die monitoring, haal op bij de inwoners wat zij nodig hebben en ga kijken hoe wij dat kunnen realiseren in deze wijk om deze wijk leefbaarder te krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Striebeck van VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. De VSP vindt dat de spreiding van voorzieningen in Dordrecht voldoende gelijke kansen moet bieden aan alle bewoners. Dat betekent niet dat iedere wijk over alle voorzieningen moet beschikken.
Wel moeten huisartsenzorg, kinderopvang, onderwijs en andere basisvoorzieningen goed bereikbaar en daadwerkelijk beschikbaar zijn. Bij de ontwikkeling van Amstelwijck, Wilgenwende en de Dordtse Hout zijn destijds bewuste keuzes gemaakt. De VSP wil vooral vooruitkijken. Sluiten deze keuzes nu nog steeds aan bij de huidige samenstelling en de behoefte van deze groeiende wijken? Er zijn voorzieningen in omliggende wijken aanwezig, maar bereikbaarheid is niet altijd hetzelfde als beschikbaarheid. Een kinderopvang in de buurt helpt bijvoorbeeld niet als daar onvoldoende plaatsen zijn. Ook de afstand tot huisartsenzorg vraagt aandacht. Kan het college toezeggen dat het samen met 30 bewoners en aanbieders blijft onderzoeken waar knelpunten bestaan en de raad informeert wanneer aanvullende maatregelen of voorzieningen nodig zijn? Voor de VSP is de kern duidelijk, niet iedere wijk hoeft alles te hebben, maar iedere inwoner moet wel kunnen rekenen op bereikbare en toegankelijke basisvoorzieningen. Dat is belangrijk voor gelijke kansen en een leefbare en verbonden stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Rutten-Alberts van Forum, toch? Mevrouw Rutten-Alberts: Nee. De voorzitter: Ik ben weer mis? PVV. Ik kan het niet zien. Excuus. Mevrouw Rutten-Alberts: Ik ben nog niet overgestapt. De voorzitter: Zo is het nog niet.
Mevrouw Rutten-Alberts: Dan zal ik ook nog even mijn plasje doen. Het meeste is al wel gezegd, maar vooruit. Voor de PVV gaat het vandaag niet om de vraag of iedere wijk dezelfde voorziening moet hebben, het gaat erom of inwoners daadwerkelijk toegang hebben tot noodzakelijke voorzieningen. Juist daar wringt het. Het college zegt dat woningbouw en voorzieningen hand in hand moeten gaan, maar in de beantwoording van de vragen wordt tegelijkertijd erkent dat Amstelwijck, Wilgenwende en Dordtse Hout niet voldoen aan de normafstand voor eerstelijnszorg. Vervolgens blijkt dat er geen ruimte is gereserveerd, dat er geen concrete initiatieven lopen, dat er geen vast tijdpad is voor het realiseren van deze voorzieningen. Dan kunnen we blijven monitoren, maar daarmee komt er nog geen huisarts of andere voorziening bij. Het pakketpunt in Wilgenwende laat bovendien zien waar inwoners tegen aanlopen. Een initiatiefnemer kan iets voor de wijk willen betekenen, maar loopt al snel tegen het omgevingsplan aan. De gemeente heeft hierin uiteindelijk ambtelijk toegezegd niet te handhaven onder voorwaarden, maar dat is bepaald geen structurele voorzieningszekerheid. Wat dat betreft kunnen wij ons ook vinden in de woorden van de Dordtse VVD. Voorzitter, als gemeente faciliteren we duizenden nieuwe woningen.
Dan vinden wij het niet voldoende om achteraf te kijken of de markt misschien met een initiatief komt. Daarom kunnen wij de motie van de Partij voor de Dieren zeker heel erg sympathiek vinden. Misschien met wat aanscherping dat we die ook zeker kunnen steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik aan Op Ons Eiland vragen, mijnheer Rudoj, of u nog een woordvoering … De heer Rudoj: Dat is voor mij moeilijk. Ik denk dat Op Ons Eiland aan gaat sluiten bij Beter voor Dordt, die mening. Wij moeten ook even nog meer uitzoeken. Ik ben het helemaal eens met Alexander dat de eerstelijnszorg superbelangrijk is. Dat is het belangrijkste. Verder ben ik het eens met Beter voor Dordt. De voorzitter: Dan gaan we nu naar het college om te reageren op een aantal vragen die zijn gesteld. 31 De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Het is begrijpelijk dat het zo enorm leeft, hier in de commissie en in de raad, of de voorzieningen voldoende aanwezig zijn bij de woonwijken die we ontwikkelen. Het is ook duidelijk terug te zien in de omgevingsvisie die u onlangs heeft vastgesteld, waarin u duidelijk de voorziening een belangrijke plek hebt gegeven. De monitoring daarvan is ook aangegeven, welke nu aan het uitwerken zijn naar gebiedsprogramma's.
De vervolgstappen om te analyseren waar nog gaten of witte vlekken zitten in de voorzieningen en hoe je die vervolgens gaat faciliteren, worden belegd via de gebiedsprogramma's. Dat is iets wat je vaak niet van de een op de andere dag kan realiseren, want dan moet je bij de binnenstedelijke verdichting, want daar heb je het dan over, binnen die schaarse ruimte, de ruimte en de kansen zien. Je moet je dan ook goed kijken op welk moment bepaalde ontwikkelingen, misschien sloop-nieuwbouw, renovatie, plekken waar je slim kan verdichten, de kansen bieden om dat soort voorzieningen toe te voegen. Je bent tegelijkertijd ook afhankelijk, ik hoorde het al een aantal van u ook zeggen, van marktpartijen om daarin te stappen. Bij huisartsen is vaak het probleem dat een locatie nog wel te vinden is, maar dan moeten er huisartsen zijn die vervolgens daarin willen stappen. Ik hoor regelmatig dat daar bijvoorbeeld tegenaan wordt gelopen, de kosten van hun huisvesting en die sluitend maken in hun businesscase, in hun verdienmodel, in de kosten-inkomstenbalans. Daardoor loopt het vaak vast met partijen. De plek is er wel, maar het is niet betaalbaar om daar dan een huisartsenpraktijk te realiseren. Ik hoorde een aantal partijen spreken over de bereikbaarheid van de voorzieningen, de bereikbaarheid rondom Wilgenwende specifiek en Amstelwijck.
Dat is er absoluut een die bij ons ook hoog op de prioriteitenlijst staat. Tegelijkertijd zijn sommige infravoorzieningen simpelweg te duur om op dit moment te kunnen realiseren, zoals de wens die die vele hebben uitgesproken over een tweede verbindingsweg van Wilgenwende. Technisch is dat te realiseren, maar het is echt een enorm grote investering, waarbij je ook moet kijken op welk moment je zoiets gaat doen. Misschien moet je dat koppelen met andere grote investeringen, zoals onder andere de ambitie om ooit een station Amstelwijck te realiseren werd genoemd. De ambitie staat er nog steeds, die staat ook nog steeds op de kaart. Daarom is er ook ruimte op het Amstelwijck Businesspark, aan de bovenkant, gereserveerd. Dat wordt niet bebouwd om te zorgen dat die stationsontwikkeling in de toekomst ook gerealiseerd kan worden en we niet nu ontwikkelingen gaan faciliteren waarvan je later zegt, nu kunnen we het station ontwikkelen, maar is de ruimte er niet meer. De stip op de horizon staat er en we zorgen er ook voor dat de ruimte beschikbaar blijft om die ambitie na te streven. De Laan van Londen is er ook een die op onze lijst staat om aan te pakken. Enerzijds op het verbeteren van waar nu de Laan van Londen langs het ontwikkelende Amstelwijck ligt. Daar heb je altijd een beetje de stap in de volgorde, je gaat eerst de wijk ontwikkelen en gaandeweg ga je de weg aanpakken.
Daarnaast de ambitie om nu eindelijk de Laan van Londen een keer door te trekken, rechtdoor te trekken, zodat je ook het middengebied aantrekkelijker kan maken. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen heeft hier een vraag over. De heer Burggraaf: Ik zal nog een zin … De voorzitter: Ik denk dat ik het weet. 32 De heer Burggraaf: In dat eerste stuk van de Laan van Londen hebben we ook beoogd twee haltes voor het ov te realiseren, eentje in het midden van het Amstelwijck middengebied en eentje bij de voormalige Refajalocatie. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Dank dat u de wethouder ook zijn tweede zin liet uitspreken, want daar kwam precies het tweede gedeelte op wat ik heel graag wilde weten aan bod. Ik heb op beide onderwerpen maar een vraag, heeft u enig zicht, zonder u echt vast te willen pinnen op een exacte datum, wanneer ongeveer de stip op de horizon realiseerbaar zou zijn? Als we zeggen, bijvoorbeeld voor uw eerste punt, achter uitgang van Wilgenwende koppelen aan Amstelwijck en station Amstelwijck duurt bij wijze van spreken nog vijftien jaar, dan zitten de mensen nog vijftien jaar in de rats. De heer Burggraaf: Als het gaat om de ontwikkeling van Amstelwijck station, dat gaat niet de komende 15 jaar gebeuren. Dat is de realiteit.
We hebben nu in de MIRT alles in het werk gesteld om het centraal station, dat echt aan vernieuwing toe is, mogelijk te kunnen maken en station Leerpark te kunnen realiseren. Daar was het niet realistisch om ook al station Amstelwijck te realiseren. We weten dat dit er echt een eentje is van de langere adem. Dat gaat niet eerder dan in 2040 gebeuren. Dan de tweede vraag waar het gaat om ontsluiting voor Wilgenwende, de onderzoeken zijn daarvoor geweest, maar dat zijn enorme investeringen. Daarvan is eerder de afweging geweest om dit soort investeringen in andere inframaatregelen te treffen die ook belangrijk zijn. Technisch kan het altijd eerder. Als de raad zou zeggen, we willen het eerder, dan kunt u daar uw prioriteiten stellen en middelen voor beschikbaar stellen. Dat is een hele forse investering die dan wel ergens anders van ten koste gaat. De prioriteit ligt nu vooral op de Laan van Londen, de verbetering van dit stuk bij Amstelwijck en het doortrekken daarvan naar het noorden van de wijk. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, een aanvullende vraag, begrijp ik? De heer Van Antwerpen: Ja. Voorzitter, dank. Ik hoorde de wethouder toch echt ook de koppeling maken tussen het station Amstelwijck en de ontsluiting van Wilgenwende.
Dit betekent dat, tenzij de raad zou zeggen, weet je wat, we hebben ergens nog middelen gevonden, laten we u vragen om daar wat mee te doen, Wilgenwende de komende vijftien jaar, herstel, veertien jaar, geen achter uitgang krijgt. Begrijp ik goed dat wel op de rol staat om de Laan van Londen rechtdoor door te trekken? Volgens mij waren uw oorspronkelijke plannen dat het uiteindelijk moest aansluiten op de rotonde bij de Simon de Danserweg. Ik neem aan dat u dat bedoelt. Het kan zijn dat u het al gezegd heeft, maar ik heb het even niet scherp gekregen, wanneer staat het ongeveer op de rol? De heer Burggraaf: De ambitie om de Laan van Londen door te trekken, daar gaan we begin volgend jaar mee opstarten om het verder uit te werken. Daar moet ook nog participatie en dergelijke voor plaatsvinden. Als we ambitieus zijn, zullen we zeggen dat we aan het eind van deze bestuursperiode zicht hebben op een start van realisatie, maar er zijn nog heel veel tussenstappen op te doen. Dit is echt heel concreet. Als het gaat om de aansluiting van Wilgenwende, de reden dat ik het nu koppel aan een station is omdat u de vorige periode met uw raad interesse had in welke opties ervoor verkend zijn, wat 33 het technisch vraagt en wat voor investering het is. Dat hebben we u allemaal toegelicht.
De reden dat ik het nu koppel aan een groot project als een station is … Of u moet bereid zijn om ergens ineens heel veel investeringsgeld te vinden, maar dan denk ik dat snel de discussie hier zal zijn van, dan hebben we ook wel een aantal andere infraprojecten die misschien heel veel meer op verkeersveiligheid doen of op bereikbaarheid waar het veel knellender is. Zoals het er nu voorstaat, mijn prognose is dat je het vooral op een slimme manier moet doen, dat je de ambitie hebt, moet vasthouden en moet koppelen op het moment dat je ergens anders een grote investering of project hebt. Dat zou een station kunnen zijn. Dan zou je op een slimme manier kunnen kijken, zijn er co-financiers, zoals het Rijk, die zeggen, een station moet wel goed bereikbaar et cetera. Dan kan je de rekening verdelen. Dan kan het op een gegeven moment wel in bereik komen. Dat bedoelde ik daarmee aan te geven. De voorzitter: Mevrouw Kovalenko, een interruptie. Mevrouw Kovalenko: Bedankt, voorzitter. Ik ben blij om te horen dat er mooie langetermijnplannen worden ontwikkeld door het college. De vraag is, deze plannen hebben met name de focus op technische en financiële aspecten, daar praten we nu over. Zijn er plannen, op korte termijn, voor die drie wijken, om sociale cohesie te versterken? Met die vraag kwam de inspreker naar ons toe in juni.
De heer Burggraaf: Voorzitter, daar kom ik zeker op terug, maar er zijn meerdere vragen gesteld. Een was de infra, daar ben ik mee begonnen als het gaat om bereikbaarheid van de voorziening. Op het andere aspect kom ik later zeker terug. Ik zou graag nog even een ander aspect van de infra willen beantwoorden. Dat was het beeld dat vanuit D66 werd geschetst, dat er geen visie zou zijn geweest op de bereikbaarheid van Amstelwijck. In ieder geval, zo heb ik het beluisterd. Dat heeft wel degelijk in het ontwerp van het bestemmingsplan gestaan. Ik kreeg de indruk vanuit uw woordvoering dat u zei, het is heel erg veel op autobereikbaarheid en dergelijke gericht. Juist bij het bestemmingsplan en het ontwikkelperspectief van Amstelwijck heeft uw raad vastgelegd, het is een wijk die met de auto het meest logisch bereikbaar is, maar we willen juist graag de nadruk leggen op alternatieve vervoermiddelen om te zorgen dat de autoparkeerdruk of de verkeersdruk van de auto niet hoog wordt en dat er gezonde alternatieven voor bereikbaarheid zijn. Dat ziet u echt terug in het ontwerp, waarbij de fietsroute via een hele duidelijke rechte lijn richting een Admiraalsplein wordt uitgevoerd, waar heel veel wandelpaden zijn ingericht en, wat ik net toelichtte, in het ov. Het liefst hadden we hoogwaardig openbaar vervoer gehad. Dat hebben we hier ook al een keer besproken in de commissie.
Dat is helaas niet haalbaar. Er is niet genoeg aanbod aan potentiële reizigers om een zo'n investering te doen. Het kan wel via de reguliere bushaltes. Er is echt wel degelijk heel veel ingezet om juist andere vervoersmiddelen dan de auto ook aantrekkelijk te maken voor de wijk. Ik kan me voorstellen dat het misschien nu nog niet altijd zo ervaren wordt in de wijk, omdat het nog in aanbouw is. Niet alles daarvan is gereed zoals we het aan het eind willen. Je ziet wel in het ontwerp, dat is ook in heel Wielwijk gedaan, dat juist de as veel meer naar een park is gericht met wandel- en fietspaden, dat je juist in de verbindingsas naar het 34 Admiraalsplein het prettige verblijfsmilieu krijgt voor fietsen en wandelen en dat het veilig en prettig is om die route te kiezen. De voorzitter: Een aanvullende vraag of interruptie van mevrouw Kovalenko. Mevrouw Kovalenko: Heel fijn dat u zo goed naar onze inbreng luistert en er een interpretatie aan geeft. Voor recreatie is het heel mooi ingericht, maar het gaat met name om basisvoorzieningen die ook met de fiets en op loopafstand bereikbaar moeten zijn.
Hoe zit het precies daarmee, met die visie? De heer Burggraaf: Even inzoomend op de voorzieningen, bij de het bestemmingsplan is destijds gekeken naar, hoe kunnen we zorgen dat er vitale winkelwijkvoorzieningen zijn in de stad? Daarvan is toen gezegd, het Admiraalsplein is er echt 1 die qua bediening of omzet zou moeten groeien om een vitaal wijkwinkelcentrum te kunnen vormen, ook voor de rest van de wijk. Daarom is toen ook bewust gekozen om geen winkelvoorzieningen in Amstelwijck te realiseren, maar vooral te richten op Admiraalsplein en Sterrenburg als bedieningsgebied. Ik herken ook niet zo goed het beeld dat het 10 minuten fietsen. Als ik er ik Google Maps op nakijk en zelf die route fiets, kom ik eerder rond de 5 tot 7 minuten fietsen uit. De afstand, ook als ik wat mensen spreek, heb ik nog nooit echt gehoord als een grote onoverkoombare afstand. Bij de eerste paal kom ik vaak ernaartoe en spreken we nieuwe bewoners. Daar heb ik wel de geluiden gehoord van mensen die zeggen, de kinderopvang is moeilijk in de omgeving te vinden, is heel erg vol, er zijn wachtlijsten, die zouden we graag in de buurt willen hebben. Dat heb je in Wilgenwende gezien. Dat was oorspronkelijk niet gepland. Daar is uiteindelijk ook een kinderopvang midden in de wijk terechtgekomen.
Dat hadden we graag ook gefaciliteerd voor een kinderopvangorganisatie die zich onder andere ook gemeld had van, ze zoeken ergens ontwikkelruimte, maar daar was de ruimte niet meer voor beschikbaar. Daar is bijvoorbeeld een Amstelwijck ook niet geschikt toe om dit te doen. Dan moet je toch veel meer zoeken naar gebieden aan het noorden van Amstelwijck, meer richting Wielwijk in de toekomst, waar je met nieuwe verdichtingsplannen, renovaties, misschien weer kan gaan combineren tussen wonen en voorzieningen of eerstelijnsvoorzieningen. Daar heb ik al meerdere partijen over gehoord van, kijk daar actief naar. Dat is er wel degelijk eentje die we ook in het gebiedsprogramma hebben geïdentificeerd en waar we bij nieuwe binnenstedelijke verdichting of transformatie gebiedsontwikkeling nadrukkelijk op gaan sturen om te kijken of we daar de voorzieningen kunnen realiseren. Dan vervolgens de motie van Partij voor de Dieren die heel erg focust op dat Amstelwijck Businesspark en op horeca- en winkelvoorzieningen. Er zijn 2 dingen. 1 is het even de vraag, wanneer zou je dit willen gaan afwegen? Dan zou ik willen oproepen, wacht nog even tot oktober. We zijn nu de laatste hand aan het leggen voor een nieuw programma op de detailhandel en wijkeconomie. Daar zit een hele analyse in, ook van de wijkwinkelgebieden. Dan kan je aan de hand daarvan met elkaar zien, er is een heel rapport geweest.
Er is ook advies aan detailhandel bij betrokken geweest met een analyse van, hoe zit het met dat soort voorzieningen in de stad? De locatie, het lijkt, als je het op de kaart ziet, dat er veel ruimte is, maar in de praktijk is er nog maar 1 kavel beschikbaar in Amstelwijck. Dan zit je echt in de zuidpunt, waar nu een kantoorlocatie voor is. Het is ook niet zo dat daar enorm veel ruimte is. Ik zou eerder oproepen, zorg dat je naar een veel breder gebied kijkt dan alleen Amstelwijck Businesspark. De samenhang 35 van de discussie, de locatie zie ik echt wel als problematisch van deze motie. Dat met name. Even kijken, Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, de wethouder gaf al aan van, wacht eventjes met de motie tot oktober, want dan komt er een stuk. Dat stuk gaat over detailhandel. Gaat het dan over de gezondheid van de bedrijfsvoering van de bestaande detailhandel of over de behoefte van wijkvoorzieningen? De heer Burggraaf: Allebei. Er is een benchmark en een onderzoek gedaan naar wat de vitaliteit is van de verschillende winkelvoorzieningen in de stad, wat de afstand is, wat de behoefte voor inwoners is, welke ontwikkeling je ziet met een groeiende stad en wat het betekent voor de omzetontwikkeling en de voorzieningen et cetera.
Het is een totale analyse van de wijkeconomie, hoe het nu scoort en waar de eventuele verbetermogelijkheden nog zitten. De voorzitter: Aanvullend. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, nog even een aanvulling. Bij die benchmark, zoals volgens mij de wethouder het noemde, zijn niet alleen de ondernemers bevraagd, maar zijn ook de bewoners bevraagd om informatie over wat hun behoefte is? De heer Burggraaf: Ik wil niet de verkeerde informatie aan u geven. Ik durf niet te zeggen of er echt enquêtes en dergelijk met bewoners zijn geweest, maar er is wel degelijk ook gekeken naar hoe ver winkels van bewoners af liggen, dat soort aspecten. Wat zijn de koopbehoeften of de consumentenbehoeften is ook in het onderzoek betrokken. Of dat echt op basis van enquêtes is aan bewoners, dat durf ik nu niet te zeggen. Nogmaals, we leggen de laatste hand aan het plan. Als het plan uw kant op komt, zullen we ook de onderzoeksmethodiek eronder nader duiden. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, u mag nog een minuutje of vijf in totaal. De heer Burggraaf: Dat is fijn. De voorzitter: Probeer die tijd goed te verdelen. Er zijn ook nog een paar vragen straks. De heer Burggraaf: Zeker, vast. Ik zit even te kijken of ik nog vragen niet beantwoord heb. De voorzitter: Over de sociale cohesie. De heer Burggraaf: De sociale cohesie in de wijk en over de monitoring, daar kwamen ook nog wat vragen over.
We hebben gezegd, bij de ontwikkeling van Amstelwijck gaan we monitoren of de doelen die we hebben gesteld voor de wijk ook in de praktijk gerealiseerd zijn, of er nog aandachtspunten zitten, of de voorzieningen op orde zijn. Dat is inderdaad in de beginfase, de eerste keer, niet gedaan, omdat toen de wijk nog in 36 ontwikkeling was. Er was nog te weinig om te monitoren. Ik denk dat we misschien per abuis in de eerdere commissie de indruk hebben gewekt dat zo'n monitor er al wel is geweest. Dat is nu. Het wordt nu aan het eind van het jaar voor het eerst uitgevoerd Inmiddels is de helft ongeveer van de wijk ontwikkeld. Nu kan je dat ook voor het eerst echt pas goed toetsen, anders dan dat we wel degelijk op basis van de eerste signalen die we kregen, dat kwam zowel vanuit de kinderopvangbranche als vanuit wat ik zei, de bewoners die bij de eerste paal stonden of net een woning gingen betrekken en zeiden, we zoeken kinderopvang, het is nogal vol. We hebben toen wel degelijk actief gezocht binnen het ontwikkelgebied zelf en in de directe omgeving of het gefaciliteerd kon worden. Helaas is het niet gelukt om ruimte te vinden om dat te faciliteren. Dat is ook deels omdat je in het gebied een kwetsbare doelgroep hebt. Je hebt daar een spoorlijn lopen met een veiligheidszone eromheen, je hebt er een snelweg zitten.
Dit soort kwetsbare voorzieningen kunnen niet in dat soort gebieden ontwikkeld worden. Dat maakt de zoektocht en de ruimte een stuk ingewikkelder. De voorzitter: Mijnheer Uysal van PRO. De heer Uysal: Ik ben ook benieuwd of het college in gesprek is gegaan met gegadigden, of het college op de hoogte is of er mensen waren die dit wilde doen, een kinderopvang openen of huisartsenzorg, of heeft het echt puur te maken met de ruimtelijke gebreken die dit gebied kent? De heer Burggraaf: We hebben met partijen contact gehad die een kinderopvang wilden exploiteren en met ontwikkelaars in het gebied. Het is niet alleen maar op ruimte aspecten geweest. Dan de sociale cohesie, de samenhang in de wijk. Een wijk is succesvol op het moment dat je er niet alleen maar slaapt, onderdak hebt, maar dat je ook een fijne woonomgeving hebt waar je contact hebt met je buren. Ik zit even te denken. We waren een keertje bij de speeltuin van Wilgenwende met alle woningen om die speeltuin heen. We hebben met heel veel bewoners gesproken. Dan zie je dat er heel veel woongenot, woonplezier, is, omdat ze hun kinderen voor de deur kunnen laten spelen, omdat op die manier ouders met elkaar het contact hebben, ze allemaal op datzelfde veldje even naar hun kinderen staan te kijken of even zitten te wachten en op zo'n manier met elkaar in gesprek raken.
Sociale cohesie is vooral, hoe heb je je wijk ingericht, waardoor de contacten onderling ontstaan? Daar hebben we in de ontwikkeling van Amstelwijck, met de verschillende speelvoorzieningen, nadrukkelijk een plek aan gegeven. We hebben bijvoorbeeld ook onlangs de speelvoorzieningen die we daar hebben aangelegd niet zozeer vanuit gemeentelijk ontwerp gedaan, we hebben dat nadrukkelijk ook in participatie met de wijk gedaan en gekeken van, waar liggen de behoeftes van de bewoners om dat soort voor voorzieningen te realiseren? Je zou ook kunnen zeggen dat het Hans Petri-landschap, dat opnieuw is vormgegeven, ook zo'n plek is die niet alleen een mooi aanzicht van de wijk geeft, maar waar ook een plek is gemaakt waar het leuk en aantrekkelijk spelen is, waar het fijn verblijven is om even in de zon te zitten of daar je wandeling te beginnen door het Wielwijkpark. Dat zijn 37 elementen in het ontwerp die stimuleren dat de sociale cohesie er gaat ontstaan. Verder blijven we altijd openstaan … De voorzitter: Even voordat u … De heer Burggraaf: Even tot slot en dan sluit ik af. Verder blijven we openstaan voor creatieve initiatieven vanuit de wijk zelf, zoals we bij Wilgenwende destijds ook gefaciliteerd hebben voor het postpakketpunt dat hier werd genoemd. Ik denk dat het initiatieven zijn waar je altijd voor open moet staan.
Op het moment dat anderen ideeën hebben, kan je kijken hoe je het vervolgens kan faciliteren. De voorzitter: Er zijn twee vragen nog. Mijnheer De Feijter van ChristenUnie/SGP en daarna mevrouw Kovalenko van D66. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog heel eventjes teruggrijpen op het stukje monitoring, want dat ging mij te snel. Over het punt van de monitor Amstelwijck begreep ik zojuist dat er nog geen monitor Amstelwijck heeft plaatsgevonden. In de beantwoording las ik, uit de monitor Amstelwijck is nog geen blijk van een knelpunt op dit punt. Vandaar dat het eventjes verwarrend was. Het knelpunt op dit punt zat dan echt op behoefte aan voorzieningen. Daarom wel heel nadrukkelijk het verzoek en de vraag, net als mevrouw Nzolani van SP aangaf, wordt straks dan ook echt die behoefte aan voorzieningen heel nadrukkelijk meegenomen in die monitor Amstelwijck? Dat is eerste vraag. Wat ik nog niet scherp genoeg terugkreeg in de beantwoording is die link tussen de monitoring en wat het college er vervolgens mee gaat doen. Mijnheer Uysal heeft er ook nog een keer naar gevraagd. Dat zit onder andere op de normafstanden voor eerstelijnszorg die dan wel worden geconstateerd, maar wat wordt ermee gedaan? Dat geldt net zo goed voor de behoefte aan voorzieningen in bredere zin dan dat.
Heeft het college voor zichzelf een afwegingskader, een handelingskader? Wanneer gaat het college ingrijpen, bij welke niveau aan behoefte? De voorzitter: We gaan eerst deze vraag maar beantwoorden. Dan doen daarna … Dat is echt een andere vraag, denk ik. Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: In de monitoring die gaat gebeuren, zal zeker ook op voorzieningenbehoefte gemonitord worden. In de omgevingsvisie heeft u als raad een aantal uitgangspunten of normen meegegeven waarop we zullen toetsen. Het handelen van het college, als je dit constateert in een binnenstedelijk gebied, dan is het vaak zo dat je pas kan handelen op het moment dat er ergens een nieuwe ontwikkelkans ontstaat. Dan is het een kwestie van kijken. Als er ergens een keer woningen zijn die inmiddels een energielabel F hebben, zo'n beetje afgeschreven zijn bij wijze van spreken en herontwikkeld worden, kan je gaan kijken en kan je op een slimme manier wonen en ruimte voor voorzieningen bijvoorbeeld gaan combineren. Tegelijkertijd ben je ook afhankelijk van wat vervolgens financieel haalbaar is in de ontwikkeling, want een ontwikkeling komt alleen tot stand als de kosten, een stukje noodzakelijke winst en de opbrengst met elkaar in balans zijn. Dat zijn vervolgens ook de factoren waar je mee te maken hebt.
Nogmaals, als je in een monitor constateert dat in een gebied bepaalde voorzieningen onvoldoende aanwezig zijn, dan ga je vervolgens via je omgevingsplan 38 sturen op het creëren van de ruimte om dat soort ontwikkelingen in het gebied wel te gaan realiseren. Het is niet zo direct dat de gemeente zelf op een plek gaat ontwikkelen en die voorzieningen gaat realiseren. De voorzitter: Het is een tussenweg. Sturen naar. We gaan naar de vraag van mevrouw Kovalenko. Mevrouw Kovalenko: Bedankt voor het antwoord op mijn vraag over de sociale cohesie. Voorzitter, wat ik hoor, is met name dat er heel veel initiatieven zijn. Sociale cohesie wordt gestimuleerd voor de mensen met kinderen, rondom speeltuinen, rondom schoolpleintjes. Ik hoor weinig concrete voorstellen voor mensen waar eenzaamheid het hoogst is, alleenstaande mensen, senioren. Wat moeten mensen doen die geen kinderen hebben? Als er een voorbeeld wordt gegeven van een initiatief als een pakketpunt dat ook die sociale cohesie functie vervult, dan denk ik dat het meer uit noodzaak is. De inspreker vertelde dat het voor oudjes de enige plek is waar ze naartoe kunnen. Dat is niet het doel van een pakketpunt an sich, om een plek te creëren waar mensen bij elkaar kunnen komen.
Wat zijn concrete plannen van het college voor de andere doelgroepen dan alleen mensen met kinderen? De heer Burggraaf: Ik ben in mijn voorbeeld inderdaad heel concreet over kinderen geweest, omdat het er eentje was die mij te binnen schoot. Het is wel degelijk zo dat we die speelplekken juist steeds breder maken. Het is niet langer een speelplek alleen voor kinderen, maar ga naar beweeg- en ontmoetingsplekken. Dat zit ook in het beleid. Zorg dat het voor alle leeftijden interessant is en dat niet alleen de kinderen kunnen spelen, maar dat je ook fitness in de buitenruimte kan doen, er ook een fijn bankje is om te zitten, er ook een prettige wandelroute is, dat er een veilige fietsroute is. Juist zorgen dat op die manier verschillende generaties en verschillende doelgroepen elkaar gaan ontmoeten. Verder, wat ik zeg, is het ook een stukje, in de zin van sociale voorzieningen of waar sociale behoeften zijn, ook iets dat uit de wijk, de maatschappij zelf, moet ontstaan en waar je vervolgens in kan faciliteren als gemeente. Daarom noemde ik het voorbeeld van het pakketpunt. Dat was er een, omdat er duidelijk behoefte was aan zoiets en iemand vervolgens dacht, daar moet ik op inspringen. Dat hebben we gefaciliteerd. Het zou bij wijze van spreken kunnen zijn dat er ineens in de wijk enorme behoefte is aan een jeu-de-boulesbaan, ik zeg maar wat.
Dan is het iets waar je naar kan kijken. Het is uiteindelijk ook aanpassen aan de behoeftes die vanzelf in de wijk ontstaan en niet te veel als blauwdruk aan de voorkant gaan bedenken en implementeren. Mevrouw Kovalenko: Heel kort. Ik ga in mijn buurtapp zeggen dat ze allemaal initiatieven kunnen verzamelen. Bedankt. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, heeft u nog meer dingen op uw lijstje staan? Bij mij zijn ze afgevinkt. De heer Burggraaf: Bij mij ook. Als het niet zo is, dan moet iemand vooral zijn vinger even opsteken. De voorzitter: Dat is niet zo. Ik zie geen vingers. Dat is makkelijk. Dan kunnen we gaan afsluiten. U trouwens heel erg bedankt voor de beantwoording van al de vragen. Ik heb 39 gehoord over de gebiedsprogramma’s die komen en veel van de vragen kan beantwoorden. Ik heb een reactie op de motie gehoord die al dan niet gewijzigd gehandhaafd wordt, denk ik. Dat maakt uit voor het vervolg. U hoeft daar nog geen sluitend antwoord op te geven, maar wat is uw gedachte op dit moment? Mevrouw Van Herwijnen: Er komt sowieso ook een tweede motie. Als ik dat zo begrijp, dan wordt het sowieso een bespreekstuk daarmee. De voorzitter: Dat was mijn vervolgvraag, maar ik zie al een voorzichtige ja. Dan stellen we vast dat het een bespreekstuk wordt.