2.7 2026.09.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 8 SEPTEMBER 2026 Vergaderzaal 3 1. Agendacommissie 2. Agenderingsverzoek College over Huishoudelijke Ondersteuning GR sociaal Voorzitter: mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: de heer Bogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Burgaz (PRO Dordrecht) Dhr. Dangerman (D66) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Peters (VSP Dordrecht) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. Van de Vreede (Dordtse VVD) Mevr. De Vries (PRO Dordrecht) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouder: - Overige aanwezigen: mevr. Middelham-Kloppers, mevr. Mourik-de Jong De voorzitter: Een goede avond. We gaan beginnen met deze commissievergadering over huishoudelijke hulp GR Sociaal. Het is een consulterende vergadering. Er worden ideeën opgehaald vanuit de raad. Iedereen van harte welkom, alle raads- en commissieleden. Achter ons zit ook nog vertegenwoordiging uit het college. Er zitten ook nog andere mensen die meeluisteren. We hebben mevrouw Mourik die straks ook het woord gaat voeren en een presentatie geeft van de sociale dienst, beleidsadviseur Wmo.
We hebben mevrouw Middelham-Kloppers, ook beleidsadviseur Wmo, maar dan van de gemeente Dordrecht. Voor het verslag vraag ik aan iedereen om zich kort en duidelijk voor te stellen. Dan beginnen we even rechts en vertel ik straks nog wat. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. 1 De heer Van de Vreede: Marijn van de Vreede, Dordtse VVD. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Gelder: Peter de Gelder, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Mourik-de Jong: Merel Mourik, beleidsadviseur sociale dienst. Mevrouw Middelham-Kloppers: Shannon Middelham, beleidsadviseur Wmo gemeente Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP Dordrecht. De heer Peters: Goof Peters, VSP Dordrecht. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV Dordrecht. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, PRO Dordrecht. Mevrouw De Vries: Frouke de Vries, PRO Dordrecht. De heer Dangerman: Xander Dangerman, D66. De voorzitter: Ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. Deze consultatiesessie vindt plaats op verzoek van het college.
Dat is vaker zo met consulterende vergaderingen. Het doel is dat er wordt gepeild hoe de raad en de commissieleden denken over of er voldoende draagvlak is voor, en dan noem ik het woord een keer, reablement, herstel van zelfredzaamheid, binnen de huishoudelijke ondersteuning. Deze sessies vinden alle Drechtsteden plaats. Niet alleen in Dordt, maar ook in onze omliggende plaatsen. U krijgt zo eerst een toelichting van de sociale dienst en vervolgens wordt verkend in hoeverre er draagvlak is voor de inzet zoals die beschreven is in de kosten- en batenanalyse, ofwel de businesscase, die is toegevoegd aan de stukken. Misschien wel goed, de presentatie is vandaag nog aangepast, omdat de financiële onderbouwing, de doorrekening, niet helemaal klopt. Die is nu in orde. Aan het eind van deze vergadering hebben we dan nog een bijzondere werkvorm met een Mentimeter waarmee ook een en ander wordt opgehaald bij u over wat u ervan vindt. Even alvast om mee te nemen, u krijgt straks een presentatie. Brandende vragen mogen gesteld worden als er iets niet duidelijk is. Als het echt over dit onderwerp gaat, is er een spreker per fractie. Dat is bij dezen het gebruik. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Mourik. 2 Mevrouw Mourik-de Jong: Goedenavond allemaal. Mijn naam is Merel Mourik-de Jong en ik ben senior beleidsadviseur Wmo bij de Sociale Dienst Drechtssteden.
Ik mag vanavond hier staan om jullie een klein stukje inleiding te geven in de Wmo en het gelijk te hebben over reablement binnen de Wmo en dan meer in het bijzonder vanuit de huishoudelijke ondersteuning. Wat ik net al zei, we beginnen met een stukje inleiding in de Wmo. Ik denk dat de meesten van jullie het al wel weten, maar de Wmo staat voor de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wat is het doel daarvan? Om inwoners die beperkingen ondervinden op het gebied van participatie en zelfredzaamheid te ondersteunen, zodat deze mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen ofwel kunnen meedoen in de maatschappij. Vanuit die wet zijn gemeenten verantwoordelijk voor verschillende onderdelen. Dat is allereerst het creëren van algemene voorzieningen. Denk dan bijvoorbeeld aan een wijkteam. De gemeente is ook verantwoordelijk om maatwerkvoorzieningen te verstrekken. Hierbij gaat het echt om geïndiceerde ondersteuning. Ook vallen beschermd wonen en maatschappelijke opvang onder de reikwijdte van de Wmo. Dit is hoe dat landelijk eruitziet, maar het is goed om jullie ook mee te geven, hoe ziet dat er nu voor Dordrecht, maar meer Drechtstedenbreed, regionaal, uit? Dat is als volgt, wij hebben hier in de Drechtsteden de Sociale Dienst Drechtsteden die een groot gedeelte van het sociaal domein uitvoert en ook een groot gedeelte van de Wmo. Hierbij gaat het om maatwerkvoorzieningen.
Alle uitvoerende taken met betrekking tot maatwerkvoorzieningen zijn gedelegeerd aan de Sociale Dienst Drechtsteden. Alle uitvoerende taken met betrekking tot algemene voorzieningen liggen nog steeds bij de gemeente. Daar gaan de gemeenten ook zelf nog helemaal over. De uitvoerende taken van de maatwerkvoorzieningen, dat ligt bij de sociale dienst. Dan wil ik jullie wat vertellen over het Wmo-proces, want daarin zijn verschillende stappen die uiteindelijk leiden tot een goed Wmo-proces. Allereerst de melding. De melding is het eerste contactmoment tussen de inwoner en de gemeente, oftewel de inwoner en de SDD. Hierbij vertelt een inwoner dat hij ondersteuning nodig heeft of vertelt hij wat zijn of haar hulpvraag is. Als dat gebeurd is, dan vindt er een Wmo-onderzoek plaats. Een Wmo-consulent, 1 van de Wmo-consulenten die in dienst zijn bij de SDD, gaat op huisbezoek en dan vindt het welbekende keukentafelgesprek plaats. Uiteindelijk worden de bevindingen van zo'n onderzoek vastgelegd in een onderzoeksverslag. Daarin schrijft de consulent op wat de beperkingen zijn, of er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening en zo ja, welke dat dan is. Pas na zo'n onderzoeksverslag kan een cliënt of een inwoner, dat is hetzelfde, ik gebruik de termen door elkaar, een aanvraag indienen. Dat is juridisch een verzoek tot het nemen van een besluit.
Dan volgt er een besluit, oftewel een beschikking, waarin de sociale dienst zegt, u komt wel of niet in aanmerking voor de gevraagde voorziening. Als dat een toewijzing is, dan wordt de voorziening ingezet. Dat kan zowel een hulpmiddel zijn, denkt u hierbij aan een scootmobiel, een traplift, een rolstoel, als een dienst en dan hebben we het over individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning bijvoorbeeld. Ik heb jullie nu een stukje inleiding gegeven in de Wmo. Dan komt er misschien nu een iets minder vrolijk verhaal, want die mooie Wmo staat onder druk. Er is een landelijk houdbaarheidsonderzoek uitgevoerd eind 2025, waarin uiteengezet wordt dat de houdbaarheid van de Wmo, nogmaals, onder druk staat. Waar komt dat door? Jullie zien het hier terug op deze dia, de vergrijzing, een toename van de vraag, een personeelstekort. 3 Er bestaat een noodzaak om oplossingen met elkaar te verzinnen om de Wmo houdbaar te houden. Dan wordt er bijvoorbeeld gekeken, hoe kan dat nu in het kader van huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo? Huishoudelijke ondersteuning is 1 van de voorzieningen met het grootste aantal in de Drechtsteden. Daarbij moeten jullie ongeveer denken aan 9.000, 10.000 mensen die binnen de Drechtsteden een indicatie hebben voor huishoudelijke ondersteuning. Meestal is het dan zo dat de helft van de cliëntgroep bij Dordrecht hoort.
In dat houdbaarheidsonderzoek komt ook naar voren, en daar kom ik zo meteen nog verder diepgaand op terug, maak reablement onderdeel van je Wmo-proces. Dat kan onder andere binnen die huishoudelijke ondersteuning. Wat ik daarbij wel gelijk wil zeggen, we hebben het regeerakkoord waarin het voornemen staat om huishoudelijke ondersteuning te schrappen per 1-1-‘28. Dit is slechts een voornemen, waarbij er nog geen sprake is van een wetsvoorstel bijvoorbeeld. Er is een motie aangenomen, recentelijk, in de Tweede Kamer, min of meer Kamerbreed, 131 stemmen, waarbij de motie wordt aangenomen om alternatieve manieren te vinden voor het volledig schrappen van de huishoudelijke ondersteuning. Dat zegt wel wat over hoe de Tweede Kamer op dit moment aankijkt tegen het voornemen zoals in het regeerakkoord is uitgeschreven. Dan dat moeilijke reablement. Er is een smalle definitie en een brede definitie. De smalle definitie gaat echt om het opnieuw aanleren van fysieke vaardigheden, verbeteren van de fysieke conditie, maar je kan het veel breder trekken. Het zorgt voor een verhoging van de kwaliteit van leven. Het sluit ook aan bij de IZA- campagne, IZA, het Integraal Zorgakkoord, waarbij ook staat, benut nu meer de eigen kracht, ga meer uit van de eigen mogelijkheden van de bewoners, want ze zijn er.
Dat kun je dan samenvatten in de mooie zin, de verplaatsing van zorgen voor naar zorgen dat. Wat zijn dan die doelstellingen van reablement? Dat sluit al aan bij de definitie waar ik het net over had, positieve gezondheid, het versterken van de eigen regie, het versterken van de eigen kracht, de inwoner weer in zijn of haar kracht zetten, het voorkomen of het uitstellen van zwaardere zorg, waarmee de houdbaarheid van de Wmo bewaakt wordt door de kosten te drukken, omdat de noodzaak voor die maatwerkvoorzieningen deels weggenomen wordt. Dan zijn er meerdere varianten, meerdere opties, om invulling te geven aan reablement. Ik ga er 3 met jullie behandelen. We beginnen met inzet van een ergotherapeut. Het is goed om jullie ervan bewust te zijn dat het hierbij gaat om inzet van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Dat is de scoop waar we het hier over hebben. De ergotherapeut. De ergotherapeut kan een cliënt handigheden in het huishouden aanleren, het gebruik van hulpmiddelen stimuleren of onder de aandacht brengen. Hoe ziet dan dat Wmo-proces eruit? Ik heb jullie daar net al iets over verteld. De Wmo-consulent blijft hierin zijn of haar rol pakken. De Wmo-consulent stelt nog steeds vast, er zijn beperkingen in het huishouden. Het diepgaandere onderzoek naar de mogelijkheden in de eigen kracht, dat doet dan de ergotherapeut.
De ergotherapeut kijkt naar de balans tussen belasting en belastbaarheid. Hoe kunnen die huishoudelijke taken slim verdeeld worden over de week? Wat is hierbij een aandachtspunt of misschien wel een kanttekening? De beschikbaarheid van ergotherapeuten. Het is een bepaalde beroepsgroep waar veel vraag naar is. Wij hebben niet zomaar 1-2-3 de aantallen in dienst of via zorgaanbieders aan ons verbonden als de keuze valt op deze variant, uiteindelijk. Denk daaraan bij deze optie, dat de kanttekening van de beperkte beschikbaarheid van ergotherapeuten er wel degelijk is. 4 Uiteindelijk is het de bedoeling dat de inzet van zo'n ergotherapeut ervoor zorgt dat de noodzaak voor huishoudelijke ondersteuning wordt weggenomen of deels wordt weggenomen, dat er een minder hoge indicatie wordt afgenomen of wordt uitgesteld. Iemand van bijvoorbeeld 70 jaar kan wel 95 worden, maar er wordt misschien niet vanaf 70 een indicatie huishoudelijke ondersteuning ingezet. Misschien is dat helemaal niet nodig. Eerst een ergotherapeut en misschien blijkt later in het leven, het kan nu echt niet anders, de eigen mogelijkheden zijn opgebruikt en er is toch een noodzaak voor. Dat kan, maar dan is het wel zo dat de cliënt, de inwoner, nog een aantal jaren zelf de huishoudelijke taken heeft kunnen uitvoeren. De voorzitter: U mag uw vraag stellen, mijnheer Van Antwerpen. Sorry dat ik het niet direct zag.
De heer Van Antwerpen: Ik twijfelde even of ik alles op moest sparen of tussendoor mocht komen. Ik vroeg mij af, dat van de ergotherapeut is dan ook nieuw. Het eerste dat in mijn hoofd schiet is, maar met de kennis van nu, waarom is dat nooit eerder ingevoerd? Het klinkt zo logisch in plaats van gelijk door iemand die niet deskundig is de beslissing te laten nemen. Kunt u daar iets over vertellen? Mevrouw Mourik-de Jong: Jazeker. De voorzitter: Ik stel voor dat u dit even in uw verhaal meeneemt, want het is een van de drie voorstellen zoals ook in de stukken te lezen was. Daar is ook uitgelegd waarom het er niet eerder was. Het is een beetje … Ze neemt het mee. Het komt goed. Mevrouw Mourik-de Jong: Dan het financiële effect van de inzet van een ergotherapeut. Dit is het verschil, de voorzitter zei het aan het begin al, met de presentatie die jullie eerder hebben gekregen en die nu hier achter mij op het scherm staat. Dit is ook een verschil met wat in de businesscase staat. Waar het gaat om de financiële effecten, is dit waar u zich op moet concentreren. Wij hebben daar nog een aanscherping op gedaan, actuelere, betere cijfers voor genomen. Zoals u ziet, het eerste jaar, dikke rode cijfers. Het tweede jaar, een beperkte besparing. Dit zal in de loop van de jaren steeds verder cumuleren.
Waarom is dat zo? Omdat een traject met een ergotherapeut een eenmalig traject is en inzet van huishoudelijke ondersteuning doorlopend. Als iemand in jaar 1 een traject met een ergotherapeut heeft afgelegd, is er misschien wel 5 jaar geen huishoudelijke ondersteuning nodig. In het eerste jaar is er sprake van een serieuze investering en daarna zal je een besparing gaan zien. De voorzitter: Een vraag van mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Even technisch, het gaat om 5460 euro? Mevrouw Mourik-de Jong: In het tweede jaar besparing Drechtstedenbreed, juist. De heer Gündogdu: Normaal krijgen wij namelijk met keer 1000. Mevrouw Mourik-de Jong: U ziet het correct. Exact wat u ziet, dat is het. Dan de volgende variant, de huishoudcoach. Dat is een speciaal opgeleide huishoudelijke hulp die samen met de cliënt kijkt, wat kunt u nog wel in het huishouden? Het motto hiervan is, 5 voordoen, samendoen, zelf doen. Doet u vast de keuken, pak ik alvast de stofzuiger. Zo gaat iemand steeds verder zijn eigen kracht vergroten in het huishouden en de taken meer en meer oppakken. Ook hierbij geldt dat de Wmo-consulent kijkt naar de feitelijke beperking en de huishoudcoach een diepgaander onderzoek doet. Dit is overigens een variant die ze in Kerkrade toepassen. Een bijkomend voordeel is dat het ook echt het werkplezier verhoogt van de huishoudelijke ondersteuning.
Niet bij een inwoner thuiskomen die met de voeten op de tafel zit van, u kwam hier even stofzuigen? We gaan samen met u het huishouden doen en u kunt steeds meer en meer zelf. Dat zorgt voor meer voldoening. Wat je hierbij ziet, is dat er vooral effect wordt bereikt bij de minder hoge indicaties huishoudelijke ondersteuning. Ook wel een gedeelte dat misschien helemaal geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig heeft, maar vooral mensen die het dan met minder huishoudelijke ondersteuning redden. Ook hierbij een kanttekening, scholing van huishoudcoaches is benodigd. Wij hebben contracten met zorgaanbieders. Wellicht moeten die dan aangepast worden. Kortom, best wel wat implementatie, werkzaamheden, waar tijd overheen zal gaan. Dan kijken we hier naar het financiële effect. Daar geldt in zijn algemeenheid hetzelfde verhaal dat ik net zei, het eerste jaar, cijfers in het rood, een investering. In het tweede jaar, en helemaal als je nog verdergaat, ga je zien dat het meer en meer voor een besparing zorgt. Ook hierbij een eenmalig traject in plaats van heel langdurig misschien wel, inzet van huishoudelijke ondersteuning. De voorzitter: Een vraag. Ik kan u helaas uw naam niet lezen. Dank u wel. Mevrouw Yachou van DENK. Mevrouw Yachou: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag, in deze cijfers, is er ook rekening gehouden met in- en uitstroom? Mevrouw Mourik-de Jong: Ja.
Wij gaan hierbij uit van de nieuwe instroom cliënten op basis van de cijfers van de afgelopen jaren. Niet van bestaande indicaties, maar van nieuwe instroom. Deze cijfers zijn gebaseerd op een nieuwe instroom cliënten. Dan komen we aan bij de derde variant, Powerful Ageing, weer zo'n Engelse term. Krachtig ouder worden, dat is misschien beter. Dat hebben we al een keer eerder geprobeerd hier in de Drechtsteden. In Dordrecht zijn we nog niet gestart destijds, wel in andere gemeenten. Dat is toen gestopt vanwege, laat ik het zo zeggen, wat minder positieve media-aandacht en politieke tegenstand, weerstand vanuit inwoners, maar ik wil jullie er toch informatie over geven. Wat is dat krachtig ouder worden? Dat is een beweegprogramma waarbij de fysieke kracht moet toenemen. Het is ook echt een wetenschappelijk bewezen beweegprogramma, dat het succesvol is. De conditie neemt toe. Bij de vorige varianten die ik heb verteld, ergotherapeut, huishoudcoach, wordt echt gekeken naar dat huishouden, de huishoudelijke taken. Powerful Ageing is veel breder. Daar wordt echt volledig naar het lichaam van de inwoner gekeken en de spierkracht die nog kan toenemen. Misschien kan iemand na dit beweegprogramma zijn of haar kleinkinderen wel weer optillen of allerlei andere activiteiten doen in het sociale leven vanwege deelname aan het beweegprogramma. Aantoonbare gezondheidswinst.
De noodzaak voor huishoudelijke ondersteuning neemt af door de inzet van Powerful Ageing. Het verbetert de mobiliteit, de zelfstandigheid. Goed om te beseffen, dit is echt een alternatief voor 6 huishoudelijke ondersteuning. Dit betekent, als iemand trainbaar wordt bevonden. Misschien is het een heel voor de hand liggend voorbeeld, maar iemand die terminaal is of een medische contra-indicatie heeft, kan niet deel gaan nemen aan het beweegprogramma. De mensen waarvan gezegd wordt, die zijn trainbaar, kunnen deelnemen aan het beweegprogramma. Die kunnen wel zeggen, ik heb geen zin of ik wil niet, ik sta er niet voor open. Je wordt nooit verplicht. De consequentie is alleen, u krijgt geen indicatie voor huishoudelijke ondersteuning. Je zou kunnen zeggen, dan is het misschien indirect verplicht, maar mensen moeten niet gaan sporten. De consequentie is, je krijgt dan alleen geen huishoudelijke ondersteuning. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Is erover nagedacht om dat Powerful Ageing op een veel eerder tijdstip al in te laten aan.
Ik kan me zo voorstellen, als je mensen eerder krachtiger laat worden en niet pas wacht tot het moment dat iemand fysiek ongemak heeft … Is eraan gedacht om dat eerder te koppelen aan bijvoorbeeld sportactiviteiten? Als je daardoor de gemiddelde medemens wat fitter krijgt, dan heb je hetzelfde effect. Niet dat je dan kan zeggen, het is een keuze, maar als je het niet doet, dan krijg ik het niet. Daar heb ik wat last mee. De voorzitter: We zijn benieuwd. Kan het voorafgaan aan de melding, de eerste melding? Mevrouw Mourik-de Jong: Dan kom ik terug bij waar we mee begonnen, de algemene voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen. Mensen komen pas bij de sociale dienst als ze een hulpvraag hebben. Dan zijn ze bij ons bekend. Het staat iedere gemeente vrij om algemene voorzieningen in het leven te roepen in de vorm van sportactiviteiten, een beweegprogramma, om mensen daarvoor te enthousiasmeren, gezondheidswinst te bereiken, waardoor je de noodzaak voor welke maatwerkvoorziening dan ook kan uitstellen. Wij hebben mensen bij de sociale dienst pas in zicht op het moment dat ze een melding doen voor ondersteuning. Dat je er met elkaar over na kan denken van, wij willen iets in de vorm van een algemene voorziening in het leven roepen met betrekking tot sporten, fitter ouder worden, lijkt mij alleen maar een goed idee.
Het risico dat je dan loopt, als je het alleen maar hebt over de cijfertjes … Waarom sta ik hier? Omdat het bijdraagt aan positieve gezondheid, de inzet van reablement, maar ook omdat we naar de houdbaarheid van het systeem moeten kijken. Bereik je dan de mensen, als je het als algemene voorziening zou aanbieden, een beweegprogramma, die je moet bereiken om de maatwerkvoorzieningen uit te stellen en de kosten te drukken? Dat is de vraag. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, een vervolgvraag. De heer Van Antwerpen: Is dat niet altijd de vraag, lijkt mij? Ik bedoel, alles gaat erom dat je eerste algemene voorzieningen tracht te verbeteren. Ik denk dat een gemeente het los moet zien van de Wmo en puur, daarom benoemde ik het al, om bijvoorbeeld sport eraan te koppelen. Ik denk dat het daarmee, en dat geldt, denk ik, voor ieder veld niet alleen voor huishoudelijke hulp, meer op gaat leveren. 7 De voorzitter: Ik ga het vertalen naar technische vraag. Dat doe ik omdat het moet. Is het mogelijk om andere sportprogramma's te koppelen aan de Wmo of op een andere manier, zodat het meer van de gemeente uitgaat, voor we in dat laatste traject terechtkomen? Dan is er meteen een aanvullende vraag van mevrouw De Vries van PRO. Mevrouw De Vries: Ik wil daar inderdaad op aansluiten.
Is het niet zinvoller om in te zetten op preventie in plaats van nu iets proberen te repareren? Mevrouw Mourik-de Jong: Ik sta hier vanavond om te kijken of er draagvlak is voor de inzet van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Als jullie met elkaar het standpunt innemen en uiteindelijk zeggen, wij willen dat meer in het voorliggende veld, als preventieve maatregel, ook goed. Ik sta hier alleen om te kijken, is er draagvlak om een verdere, diepere uitwerking te doen naar deze varianten? Als die er niet is, omdat gezegd wordt, we moeten meer in dat voorveld gaan doen, dan is dat een keuze die aan jullie is. Ik kan niet de vraag beantwoorden of het effectiever zou zijn. Daar heb ik niet de cijfers voor. Ik kan niet zeggen, dat levert dan uiteindelijk meer besparing op. Dat weet ik niet. De voorzitter: Een vraag van mijnheer Dangerman van D66. Ik maak er meteen gebruik van om te zeggen dat ik mis was. U mag best wel iets van een mening al hier zeggen, want het gaat ook om onderzoeken wat het draagvlak is. Excuses daarvoor. Mijnheer Dangerman, D66. De heer Dangerman: Dank u wel, voorzitter. Als je niet deelneemt aan Powerful Ageing, dan kom je niet in aanmerking voor huishoudelijke hulp.
Wanneer kom je dat dan weer wel? Is dat als je een paar jaar verder bent en je kan echt niet meer opstaan of zo? Hoe moet ik dat zien? Mevrouw Mourik-de Jong: Je kan echt niet meer opstaan, dat is misschien wat zwart-wit gezegd, maar als getoetst wordt, bent u nog trainbaar of zijn er medische contra- indicaties om deel te nemen aan het programma, dan zou huishoudelijke ondersteuning ingezet kunnen worden. Het bedrijf achter Powerful Ageing zegt, als je je huishoudelijke taken weer gaat uitvoeren, naast ons beweegprogramma, is dat onderdeel van het geheel en werkt het averechts als wij dan de taken uit uw handen gaan nemen. Aan de andere kant wordt er wel getraind. Daarom zeggen zij ook, dat druist in tegen onze gedachte. Het kom de effectiviteit niet ten goede. De voorzitter: Mevrouw Nzolani van de SP. Mevrouw Nzolani: Misschien is dit al ooit een keer gevraagd, maar ik vraag me af, wanneer is iemand nog trainbaar? Mevrouw Mourik-de Jong: Dat gaat erg diep in op de materie, want er komt een fysiotherapeut en die doet daar testen voor met een cliënt. Ik zou niet nu kunnen zeggen wat exact die testen zijn. Dat kunnen wij dan ook in de verdere uitwerking meenemen. Vooraf kun je ook exclusiecriteria afspreken.
Wat zijn de criteria in eerste instantie, als zo'n cliënt in contact komt met een Wmo-consulent, waarbij gezegd wordt, deze cliënt, sowieso, is niet in staat om te gaan trainen? Nogmaals, er zijn de voorbeelden die ik net 8 al noemde, een medisch contra-indicatie, een terminale patiënt. Dat ligt enorm voor de hand. Met elkaar kunnen daar ook keuzes over gemaakt worden, welke exclusiecriteria nemen wij nog meer op in ons beleid? Het is wel zo, hoe meer exclusiecriteria, hoe kleiner de groep cliënten die uiteindelijk gaat trainen, hoe kleiner de besparing, hoe meer maatwerk er nodig is. De voorzitter: Mevrouw Striebeck van de VSP heeft ook een vraag. Dan stel ik voor dat we daarna eerst de presentatie verder doen. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Hoe gaat het als een cliënt trainbaar wordt bevonden, maar het niet lukt? Dat kan. Dat kan echt zijn, maar het kan ook gespeeld zijn. Hoe kan je dat zien en waar ligt dan de grens? Mevrouw Mourik-de Jong: Ik ga proberen om daar een antwoord op te geven, maar dat zouden de fysiotherapeuten moeten zeggen die hiermee aan de slag gaan. Zij zijn daarin getraind. Zij kunnen waarnemen, ook door middel van testen, ligt het in het vermogen van de cliënt om dit wel of niet te kunnen of is hier sprake van onwil? Dan gaan wij ook uit van de deskundigheid van de fysiotherapeuten. Die zullen dat dan beoordelen.
Als blijkt, iemand was wel trainbaar, er is iets gewijzigd in de omstandigheden, dat kan medisch gezien zijn of wat dan ook, dan wordt er gekeken, er moet alsnog huishoudelijke ondersteuning ingezet worden. Mevrouw Striebeck: Een aanvullende vraag nog, heeft het ook nog te maken met een bepaalde leeftijdsgrens? De vraag is of iemand van 95 dan trainbaar is. Mevrouw Mourik-de Jong: Inderdaad. Daarbij zou ik ook willen aansluiten bij de exclusiecriteria. Dan ga je met elkaar afspreken, wij hanteren een leeftijdsgrens om sowieso al te gaan zeggen, als u die leeftijd heeft bereikt, dan vinden wij al dat de doorverwijzing richting de fysiotherapeuten niet moet plaatsvinden. Dat kan. Hierbij wil ik verder nog zeggen dat er echt wel een verschil zit tussen de vorige twee varianten en deze variant waar het gaat om ook andere maatwerkvoorzieningen, behalve de huishoudelijke ondersteuning waar we het hierover hebben. Powerful Ageing ziet zo breed op het versterken van die fysieke kracht, dat het ook het uitstellen of voorkomen van andere maatwerkvoorzieningen met zich mee kan brengen. Denk aan een traplift, de noodzaak voor vervoer met onze mooie Drechthopper, dat dan misschien niet nodig is, omdat de cliënt een langere loopafstand blijft houden, een scootmobiel bijvoorbeeld.
Die cijfers nemen wij nog niet mee in de financiële toelichting, want daar kunnen we simpelweg geen inschatting van maken. Het kan wel degelijk de noodzaak voor andere maatwerkvoorzieningen wegnemen of uitstellen. Dan het financiële effect. De voorzitter: Even tussendoor, mijnheer Van de Vreede van de VVD heeft een vraag. De heer Van de Vreede: Ik vroeg me af, dit onderzoek wordt Drechtstedenbreed gedaan, als ik het me goed herinner van net. Mijn vraag is dan ook, stel, wij kiezen optie c en wij zeggen als Dordrecht zijnde, Powerful Ageing is echt waar we voor willen gaan, maar 9 Alblasserdam en Zwijndrecht kiezen een andere optie, wat wordt dat het uitgangspunt? Zijn er dan verschillende mogelijkheden of wordt er wel een lijn getrokken? Mevrouw Mourik-de Jong: We halen nu het net op bij alle gemeenten in de Drechtsteden. Op dit moment vindt precies hetzelfde plaats in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Dan gaan we eerst eens kijken, is er überhaupt draagvlak voor reablement en zo ja, welke variant? Daar komen zo bij de Mentimeter op terug. Afhankelijk van die uitkomsten gaan we eerst een verdere uitwerking doen. Echt een gedetailleerde uitwerking voor de voorkeursvarianten. Blijkt dat iedere gemeente een andere voorkeursvariant heeft, dan wordt het qua uitvoerbaarheid te moeilijk. Dat is voor ons als sociale dienst niet te doen.
Dan ga je ook zien dat er uiteindelijk meer kosten mee gemoeid zijn dan dat het iets oplevert. Komen er twee sterke voorkeuren voor twee varianten naar voren, dan gaan we kijken in die uitwerking, kan dit voor de uitvoering? Wat brengt dat met zich mee en wat betekent het voor de kosten en voor de opbrengsten? Je hoort mij nu niet zeggen, het moet een variant zijn, anders doen we het niet. Je hoort mij wel zeggen, allemaal een andere variant, dat gaat niet uitvoerbaar zijn. De voorzitter: We maken nu eerst de presentatie af. Er zijn al twee nieuwe vragen bij gekomen. Die pakken straks in een algemeen vragenrondje even mee. Mevrouw Mourik-de Jong: Hier het financiële effect. In het eerste jaar al de groene cijfers. Nogmaals, we gaan uit van de nieuwe instroom. Je ziet hier, in het tweede jaar, echt al wel een forse besparing. Dat zal steeds meer worden naarmate de jaren vorderen, omdat het effect aldus cumuleert. Je hoopt hier ook te zien dat andere maatwerkvoorzieningen dempen in aantal. Dan kom ik bij de conclusie. Wat we hier zien, zijn de drie varianten die ik heb uitgelegd en dat er nog geen ervaring is in de Drechtsteden met een ergotherapeut en een huishoudcoach. Daarvoor hebben wij overleg nodig met onze zorgaanbieders, moeten we kijken naar onze contracten, moeten wij professionals gaan werven. Met Powerful Ageing hebben we al wel enige ervaring.
Dit betekent dat de implementatietijd van de inzet van een ergo of van een huishoudcoach echt wel wat langduriger zal zijn. Powerful Ageing heeft de grootste impact, maar die impact is tweeledig. De financiële impact is groot, maar de maatschappelijke impact is ook heel groot. Daarin zal communicatie een heel belangrijk onderdeel zijn om draagvlak, ook bij onze bewoners, onze inwoners, te creëren en de weerstand zo laag mogelijk proberen te houden, de voordelen benoemen. Nogmaals, elke interventie kent een eigen balans tussen impact, investering, implementatie en besparingspotentieel. De voorzitter: We gaan nu eerst even een rondje vragen doen, want er zijn heel veel vragen binnengekomen. Ik begin hier met mijnheer Dangerman, D66. Probeer puntig de vragen te stellen en ook een kort antwoord, want het loopt best wel een beetje lang. De heer Dangerman: Ik ga mijn best doen, voorzitter. Ik heb even twee vragen over de kostenplaatjes die worden geschetst. Hoe betrouwbaar zijn ze? Ze zijn tot op de komma, tot op de cent nauwkeurig nagerekend. Ik kan me voorstellen dat er een soort zekere foutmarge op zit. Waarom is er dan voor gekozen om nu voor twee jaar vooruit te kijken? Dan lijkt zo'n ergotherapeut inderdaad niet zo veel op te leveren.
Bij, het cumuleert, ben ik wel benieuwd, waar zit dan de max? Wat is een soort van meest gunstige scenario 10 over tien jaar en het minst gunstige, voor alle drie? Dat zouden cijfers zijn waar ik wat meer aan zou hebben dan nu de komende twee jaar. Mevrouw Mourik-de Jong: Dat snap ik. Hoe betrouwbaar zijn de cijfers, allereerst? Dat zijn schattingen. Wij gaan uit van gemiddelde uurtarieven van ergotherapeuten, van tarieven van huishoudcoaches zoals het gehanteerd wordt bij de gemeente Kerkrade waar wij mee gesproken hebben, van schattingen van nieuwe instroom. Daarbij hebben we gekeken naar de afgelopen jaren. Bij Powerful Ageing hebben wij gekeken naar de ervaringen van de vorige keer, maar hoe dat in de toekomst gaat zijn, hoeveel mensen trainbaar zijn, welke exclusiecriteria we met elkaar gaan vaststellen, kan enorm bepalend zijn voor de uiteindelijke cijfers, absoluut. Dat is echt nog wel … De voorzitter: Toch even tussendoor. Is het mogelijk om een langeretermijnvisie te geven? Mevrouw Mourik-de Jong: Dat kan. Als die wens bestaat, kan dat in de nadere uitwerking zeker naar voren komen. Hoe langer de termijn, hoe onzekerder het weer wordt. De voorzitter: Mevrouw De Vries, PRO.
Mevrouw De Vries: Ik wil nog wel even een vervolgvraag stellen op het financiële plaatje, want de getallen die wij vanavond zien komen totaal niet overeen met wat er in de businesscase staat, vooral voor de Powerful Ageing. Die investering is meer dan 2 miljoen en nu staat er maar 2 ton. Mevrouw Mourik-de Jong: Klopt. We hebben inderdaad vandaag nog gekeken naar, hoe komen die cijfers nu tot stand? Daar kan ik heel gedetailleerd over zijn, maar ik moet het kort houden. We kijken nu alleen naar de nieuwe instroom. Vooral in het eerste jaar is het zo dat we in eerste instantie rekening hebben gehouden, qua instroom, dat iemand instroomt op 1-1. Dat hoeft niet zo te zijn. Iemand kan ook in augustus instromen of nog later bijvoorbeeld. Dit zijn de cijfers, die ik zojuist hier op het scherm achter mij heb gehad, waar u vanuit mag gaan. De voorzitter: Mijnheer Van de Vreede … U had nog een vervolgvraag? De kern van de vraag. Mevrouw De Vries van PRO. Mevrouw De Vries: Er werd net ook gesuggereerd, als er draagvlak is voor twee opties.
Wat ik me afvroeg, waarom is er in de businesscase en deze hele presentatie niet gewerkt met een keuzemenu van alle drie de varianten? Waarom is het niet mogelijk? Voor de ene persoon zou Powerful Ageing misschien echt heel geschikt zijn, maar daarmee sluit je al de andere twee opties uit die misschien juist weer heel zinvol kunnen zijn voor andere mensen die een Wmo-aanvraag doen voor huishoudelijke hulp. Mevrouw Mourik-de Jong: Wij willen nu eerst draagvlak peilen, of er überhaupt draagvlak is voor de inzet van reablement. Daarna kijken wij, in de verdere uitwerking, wat de mogelijkheden zijn. Zo meteen, in een Mentimeter, kunt u ook aangeven, reablement, goed idee en zo ja, welke variant dan of een combinatie tussen varianten. Dan gaan we daarmee verder. 11 De voorzitter: Mijnheer Van de Vreede van de VDD. De heer Van de Vreede: Dank u wel, voorzitter. Het gaat nu heel de tijd over het nieuwe klantbestand, de nieuwe instroom, maar wordt het huidige bestand uiteindelijk ook meegenomen? Is dat wel de bedoeling? Mevrouw Mourik-de Jong: In principe wordt hier uitgegaan van nieuwe instroom. Mensen die al een besluit hebben gekregen dat huishoudelijke ondersteuning wordt ingezet, hebben rechtszekerheid. Die indicatie intrekken en zeggen, nu komt er een huishoudcoach en dan krijgt u geen huishoudelijke ondersteuning meer, is niet de weg die wij willen inslaan.
De voorzitter: Mijnheer De Gelder van de ChristenUnie/SGP. De heer De Gelder: Dank u wel, voor. Allereerst vroeg ik mij af, kunnen we Powerful Ageing in Dordrecht een Nederlandse term gaan geven in het geval we het hier gaan uitvoeren? De voorzitter: Samen sterk en vitaal blijven, zoiets. Mevrouw Mourik-de Jong: Geef er een naam aan. Krachtig ouder worden, herstelgerichte ondersteuning of alle creatieve Nederlandse vertalingen zijn volgens mij welkom. Het gaat om het idee erachter en de consequenties die het heeft. De heer De Gelder: Ik heb nog een vervolgvraag. De voorzitter: Een vervolgvraag. We moeten echt sneller mensen, want die Mentimeter is het belangrijkste voor deze mensen om mee verder te gaan. Ik mag niet tegenhouden, klopt. Mijnheer De Gelder. De heer De Gelder: Ik vroeg me af, zijn er voor die eventuele uitvoering van de Powerful Ageing of Dordt Vitaal voldoende mensen? Ik begreep dat bij de ergotherapeuten beschikbaarheid een probleem was. Hoe zit dat dan? Mevrouw Mourik-de Jong: Hierbij zit er een bedrijf in Nederland, HRC, dat dit gaat doen. Zij hebben fysiotherapeuten in dienst en dergelijke meer. Zij doen het ook bij andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld de gemeente Zoetermeer. De schaarste van het personeel is hierbij een minder groot probleem. De voorzitter: Mevrouw Striebeck, VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook nog een vraag.
Een huishoudelijke hulp komt iedere week of twee keer in de week. Mensen kijken daarnaar uit in het kader van de eenzaamheid. Stel dat je nu helemaal opknapt en je krijgt die huishoudelijke hulp niet, hoe gaat dat dan? Wordt er dan een ander iemand ingehuurd om die eenzaamheid op te lossen? Mevrouw Mourik-de Jong: Dan zou ik moeten zeggen, dat valt buiten de scoop voor dit onderwerp. Dan is het ook aan de gemeente om te kijken, in het voorveld, in het kader 12 van een algemene voorziening, ook een goedkopere voorziening, kan dat ingezet worden als er een lacune ontstaat en de eenzaamheid toeneemt? Dat is niet meegenomen in wat hier speelt. Dat er wel minder vaak iemand over de vloer komt, waar. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Ik heb nog een aantal vragen open, maar daarnaast denk ik, die Mentimeter, als ik het goed zeg, hoe realistisch is het, als we nog veertien minute op de klok hebben, om alles af te ronden vandaag? Ik denk dat het misschien handiger is om dit wat breder een volgende keer terug te laten komen. Ik zie dat er volgende week behoorlijk wat ruimte is op de agenda. Ik heb er echt behoefte aan, voordat we iets aangeven, met de collega's van gedachten te kunnen wisselen. De bedoeling is volgens mij ook dat we raadsbreed aangeven hoe wij als Dordrecht hiertegen aankijken.
De voorzitter: Het gaat nu wel echt om, is er wel of geen draagvlak? Ik wil het niet meteen tegenhouden, maar de vraag ligt nog niet voor om een definitieve keus te maken. Die vraag is er niet. Mevrouw Mourik-de Jong: Misschien mag ik daarbij aanvullen dat de uiteindelijke keuze om dit wel of niet te gaan doen bij het algemeen bestuur ligt van de sociale dienst. Wij willen kijken, is er in de raad draagvlak? Nog niet over welke variant. Het is niet besluitvormend. Is er überhaupt draagvlak om dit verder te gaan uitwerken en een voorstel voor te bereiden richting het algemeen bestuur of kunnen we zeggen, dit heeft geen enkele kans van slagen, hier bestaat geen draagvlak voor? Dat is wat we nu graag zouden willen meten. Als er nog technische vragen zijn, kunnen die ook zeker nog schriftelijk gesteld worden, dat we daar nog op terugkomen. Ik kijk ook even mijn lokale collega hier aan, absoluut. De voorzitter: Ik proef hier dat er mensen zijn die, voordat ze de Mentimeter invullen, het betere totaalplaatje willen hebben om ook aan te kunnen geven wat je wil. Voel ik dat goed? Dat voel ik bij u. Dan gaan we de Mentimeter vandaag niet doen, want dan wordt het een onvolledig beeld. Dan gaan we nu nog een paar goede vragen stellen. Wie heeft er nog een goede vraag? Mijnheer Gündogdu, u mag.
De heer Gündogdu: Voorzitter, ik mag met u geen politieke discussie voeren, dat ga ik ook niet doen. Waar ik wel benieuwd naar ben, we hebben een Wmo-adviesraad. U heeft zojuist aangegeven, het is ook aan de gemeenteraad om draagvlak te creëren onder onze inwoners. Is er in ieder geval bij die adviesraad advies ingewonnen, is er een gesprek gevoerd of is het de mogelijkheid dat wij dit als raad zelf organiseren? Mijn tweede vraag is, kunt u de bedragen die u zojuist heeft genoemd wat uiteenzetten? Ik wil een totaalplaatje van alleen maar bedragen die nu te zien zijn en hoe dat allemaal is opgebouwd. Mevrouw Mourik-de Jong: Wat u zelf met uw lokale adviesraad wel of niet bediscussieerd, daar ga ik niet over. We hebben ook de RAS, de Regionale Adviesraad. Daar hebben we 13 dit nu nog niet concreet mee besproken. Pas als gezegd zou worden door de raden in de Drechtstedengemeenten, ga hier maar mee verder, werk dit verder uit, komt het uiteraard bij alle adviesraden op tafel voordat het richting het AB gaat. De verdere uitwerking van de cijfers had ik u dan ook willen geven in de nadere uitwerking, met meerdere jaren bijvoorbeeld daarbij. Als u nu al zegt, ik zou het een slecht idee vinden, hoe dan ook, dan hoeven we dat ook niet verder te gaan uitwerken. De voorzitter: U wil een vervolgvraag? De heer Gündogdu: Het is zeker niet om uw werk on hold te zetten, absoluut niet.
Dit zijn bedragen bij benadering. Ik ga ervan uit, want dit iets relatief nieuws, die 3 varianten, het kost ook wel wat. Als ik nu kijk, het is een plus van 5.000, een plus van zoveel duizend, waaruit bestaat die plus in het tweede jaar en wat betekent het voor de initiële kosten? Daar ben ik ook wel benieuwd naar. Dat zou mij wat meer comfort geven bij die bedragen. Dat zou ik graag willen zien. De voorzitter: Dat is meegegeven. Dan gaan we naar mevrouw Nzolani van de SP. Mevrouw Nzolani: Voor mij geen vraag over de financiën, maar meer op gevoel, waar in het hele stappenplan, van aanmelding tot voorziening, komt de Powerful Ageing terecht? Het doet heel veel met mensen als zij een heel traject doorlopen en alsnog te horen krijgen, dit gaat hem niet worden. Mevrouw Mourik-de Jong: Inderdaad, iemand doet een melding, er wordt een onderzoek gedaan. Pas als er een aanvraag binnenkomt, wordt gekeken, is dat in de vorm van Powerful Ageing of wordt het een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning? Ook daarbij kan je dat nog wel in verschillende vormen gieten, maar er moet toch eerst een onderzoek gedaan worden naar, zijn er überhaupt beperkingen in het huishouden, is er een volwassen huisgenoot die de huishoudelijke taken zou kunnen uitvoeren, voordat überhaupt gekeken wordt naar, is iemand trainbaar? Er zal vooraf al een onderzoek gedaan moeten zijn.
Pas daarna wordt gekeken, huishoudelijke ondersteuning of het beweegprogramma. De voorzitter: Mijnheer De Gelder, ChristenUnie/SGP. De heer De Gelder: Dank u wel, voorzitter. Logischerwijs heeft niet iedereen baat bij de aanpak van bijvoorbeeld Powerful Ageing. Ik vroeg me af hoeveel procent van de vragen naar huishoudelijke hulp zou kunnen worden ingevuld voor de aanpak. Mevrouw Mourik-de Jong: Wij hebben gekeken naar onze eigen ervaringen en naar andere gemeenten. Daarin zeggen we dat 30 procent trainbaar is en uiteindelijk voor 70 procent, er is geen huishoudelijke ondersteuning nodig, want dat moet ook nog blijken. Ik zeg dit nu een klein beetje uit de losse pols, want het zijn cijfers die ik ook weer vandaag voorbij heb zien komen. Ik zou u daar dan graag in de schriftelijke beantwoording een nadere toelichting op willen geven. Nogmaals, alles hangt samen met die exclusiecriteria. Hoe meer exclusiecriteria, hoe lager het percentage dat uiteindelijk doorgaat naar het beweegprogramma. De voorzitter: Mevrouw De Vries van PRO. 14 Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. De overheid heeft plannen om de ondersteuning voor huishuishoudelijke hulp inkomensafhankelijk te maken. Dat mis ik in het verhaal. Wat is de impact daarvan? Dit is nu volledig ingestoken op bezuinigingen.
Als het inkomensafhankelijk wordt, wat is daar de financiële impact van? Mevrouw Mourik-de Jong: Ik herken niet dat dit enkel is ingestoken op bezuiniging, maar ook om de positieve gezondheid te verhogen. De inkomens- en vermogensafhankelijk eigen bijdrage. Ik hoop dat het er ooit komt. Dit is er geweest, maar of dat hij er weer komt? Nu staat de inwerkingtreding weer uitgesteld, 1-1-’28. Ik denk dat we er niet van uit mogen gaan dat het een garantie is dat het er dan ook echt komt. Ook dan geldt, bij huishoudelijke ondersteuning in het maatwerk gaan mensen meer betalen, dat klopt. Dat is nog zo’n onzekerheid, omdat het steeds uitgesteld is, dat we daar tot op heden geen rekening mee gehouden hebben. De voorzitter: Mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u. Als ik daar nog even op mag ingaan, hij is er geweest, die regeling met inkomen. In die tijd, met een laag inkomen kreeg je huishoudelijke hulp. Later was het, ieder inkomen kon huishoudelijke hulp krijgen. Toen is de huishoudelijke hulp vele malen omhooggegaan. Ik denk dat dit echt al een begin zou zijn van een bezuiniging. Mevrouw Mourik-de Jong: Ik ben het helemaal met u eens. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel.
Voorzitter, we hebben nu drie varianten voorliggen, de ergotherapeuten, de huishoudcoach en het fantastisch Engelse woord Powerful Ageing. Ik ben het volledig eens met mijnheer De Gelder, praat Nederlands met me. Daar hebben ze ooit een liedje van gemaakt. Is er trouwens een variant denkbaar tussen die drie? Ik kan me ook voorstellen om bijvoorbeeld de ergotherapeut en de huishoudcoach gezamenlijk op te laten trekken. Mevrouw Mourik-de Jong: Dat zou een interessante optie kunnen zijn. We hebben nu gekeken naar Powerful Ageing, met name gemeente Zoetermeer, en ons eigen verleden. Gemeente Vlissingen, ergotherapeut, gemeente Kerkrade, huishoudcoach. Misschien kunnen wij met elkaar wel een combinatie verzinnen die nog effectiever is. Als blijkt er is überhaupt enig draagvlak voor de inzet van reablement, maar kijk nog creatiever naar een tussenoplossing, dan zullen we dat in uitwerking meenemen. De voorzitter: U heeft een vervolgvraag hierop? De heer Van Antwerpen: Ik reageer op dat u zegt, hoe jullie aankijken tegen dat andere mooie fantastisch Engelse woord, reablement. Dan denk ik, wat mij betreft, ik deel zeker niet alles wat hier aan onderwerpen in staat. Op zich vind ik het prima om te kijken wat effectief zou kunnen zijn. Ik zal misschien vast een schot voor de boeg geven, Powerful Ageing is bij al af. 15 De voorzitter: Dat is een schot voor de boeg. Dat dat mag.
Het is niet echt een vraag. We gaan even nog naar de laatste vraag van vanavond, want we kunnen volgende week verder, mijnheer De Gelder van ChristenUnie/SGP. De heer De Gelder: Dank u wel, voorzitter. Ik had begrepen dat zo'n ergotherapeut eenmalig is. Mevrouw Mourik-de Jong: Een eenmalig traject. De heer De Gelder: Voor hoelang wordt zo’n beschikking voor Powerful Ageing of een huishoudcoach afgegeven? Hoe vaak wordt het herzien of opnieuw bekeken? Mevrouw Mourik-de Jong: Dan kom ik even met een technisch verhaal over het Wmo- proces. Een huishoudcoach en een ergotherapeut kan je inzetten in het onderzoek. Een Wmo-consulent doet onderzoek naar de feitelijke beperkingen, ja, er zijn beperkingen en dan kan er daarna een huishoudcoach of ergo langskomen. Die doet dan een verdiepend onderzoek. Er gaat vervolgens een nietje door het onderzoek van de Wmo-consulent en de ergotherapeut, die levert ook al gelijk een klein beetje ondersteuning en geeft al wat handvatten aan zo'n cliënt van, hoe kunt u de huishoudelijke zaken beter doen, en dan is er uiteindelijk helemaal geen beschikking meer nodig, want de hulpvraag is reeds gecompenseerd. Dan heb je het erover dat zo'n ergotherapeut bijvoorbeeld vijf weken achter elkaar twee uurtjes langskomt. Dan heb je daarna geen beschikking meer, geen besluit meer, want de hulpvraag is reeds gecompenseerd.
De voorzitter: Die tien uur inzet kan een paar jaar lang huishoudelijke hulp voorkomen. Dat is de idee. We gaan afsluiten, mensen. Even stilte nog, hier ook rechts. Het wordt volgende week, denk ik, geagendeerd, maar ik moet dat wel officieel nog vragen. Stemt u ermee in dat we het volgende week nog verder bespreken? Ik heb ook een verzoek aan u om de stukken even goed te lezen, want er zijn best veel vragen gesteld die al in de stukken stonden. Ik vind dat wel jammer van onze tijd. Onze tijd is kostbaar. Ik mag streng zijn als voorzitter. Daar ben ik dan ook een beetje naar onszelf. Schriftelijke vragen mogen ook al eerder gesteld worden. Dat kan via de griffie. Dan kan er ook meteen op ingespeeld worden en kunnen we die meteen oppakken. Dan kunnen we de Mentimeter heel volledig in gaan vullen met zijn allen. Alles mag mee naar de keuken wat hier verder niet meer hoort. Op naar de volgende vergadering. 3. Beantwoording artikel 40-vragen RvO van de fracties CDA, VVD en ChristenUnie/SGP over Basisvoorzieningen Amstelwijck Wilgenwende en Dordtse Hout Voorzitter: mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: de heer Bogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) 16 Dhr. Bootsman (PRO Dordrecht) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Kovalenko (D66) Dhr.
Kuhlmann (Dordtse VVD) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Rudoj (Op Ons Eiland) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Dhr. Uysal (PRO Dordrecht) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. Cornax De voorzitter: Een goede avond, mensen. We gaan beginnen met deze commissievergadering. Het is een oordeelsvormende commissievergadering over de basisvoorzieningen Amstelwijck, Wilgenwende en Dordtse Hout. Ik wil u graag allemaal van harte welkom heten, alle raads- en commissieleden die hier aanwezig zijn, de vertegenwoordiging van het college, mijnheer Burggraaf als wethouder en de ambtelijke ondersteuning, mijnheer Cornax. Ook welkom, belangstellenden op de tribune en de eventuele kijkers thuis. Voor het verslag vraag ik aan iedereen om zich even kort voor te stellen. Ik begin deze keer links. De heer Uysal: Dat is fijn. Abdullah Uysal, PRO Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, PRO Dordrecht. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Rudoj: Alexander Rudoj, Op Ons Eiland.
Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. 17 Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Kovalenko: Vita Kovalenko, D66. De heer Cornax: Lauran Cornax, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf namens het college. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. Ik geef even kort weer waarom we hier zitten. De aanleiding voor deze vergadering is dat er aanvankelijk schriftelijke vragen zijn gesteld door CDA, VVD en ChristenUnie/SGP over de beschikbaarheid van basisvoorzieningen in Amstelwijck, Wilgenwende en Dordtse Hout. Die vragen zijn beantwoord en naar aanleiding van de beantwoording is vervolgens besloten door voldoende fracties om hierover het debat te voeren aan de hand van een tweetal politieke vragen die zijn ingediend door DENK en door Beter voor Dordt. De vraag van DENK was, biedt de spreiding van voorzieningen in Dordrecht voldoende gelijke kansen? De vraag van Beter voor Dordt, bij de ontwikkeling van Amstelwijck, Wilgenwende en Dordtse Hout zijn er keuzes gemaakt voor de voorzieningen.
De vraag is volgens Beter voor Dordt niet of iedere wijk alles moet hebben, maar of de inwoners vandaag nog steeds kunnen rekenen op goede bereikbaarheid van basisvoorzieningen en of de gemeente daar voldoende op stuurt. Dan hebben we nog op te merken dat vandaag een motie is ingediend door Partij voor de Dieren, die ook meteen hier besproken kan worden. Die zal ik straks ook laten toelichten door Partij voor de Dieren. We gaan aan de eerste termijn beginnen, maar dan wil ik de aftrap laten nemen door Partij voor de Dieren, die de motie kort kunnen toelichten en al iets kunnen zeggen over de rest. Daarna geef ik de vraagstellers het woord en daarna geef ik het helemaal vrij. Mevrouw Van Herwijnen, u mag beginnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Het is officieel nog niet ingediend, de motie, maar ik denk, ik geef het wel al in concept ter kennisgeving aan zowel de wethouder als de andere raads- en commissieleden, zodat ze al kennis kunnen nemen en er eventueel al misschien iets van kunnen vinden of kunnen aangeven hoe ze het eventueel nog scherper kunnen maken. Inhoudelijk is Partij voor de Dieren van mening dat in elke woonwijk voorzieningen horen. Conform de Omgevingsvisie 2.0 heeft het college deze visie nu ook, maar de wijken Amstelwijck, Dordtse Hout en Wilgenwende zijn gerealiseerd zonder de wijkvoorzieningen.
Het zijn wijken waar mensen slapen en wonen, maar waar de sociale ontmoeting en de dagelijkse dynamiek ontbreekt. De inspreker bij de vergadering van 2 juni gaf het ook al aan. Zij is ook van mening dat laagdrempelige voorzieningen in de wijk bijdragen aan de sociale cohesie en dat mensen behoefte hebben aan een praatje bij de winkel om de hoek. De oplossing ligt bijna aan de overkant van de straat. Bijna dan, want tussen Amstelwijck en Wilgenwende ligt namelijk Businesspark Amstelwijck. Op dit moment staat het ruimtelijk beleid het echter 18 niet toe om daar reguliere detailhandel of horeca te vestigen, maar wij zien voordelen om daar verandering in aan te brengen door functiemenging toe te staan, bijvoorbeeld aan de randen van het businesspark. Zo kunnen voorzieningen worden gerealiseerd op loop- of fietsafstand en bewoners hoeven dan niet meer voor elke kleine boodschap met de auto de wijk uit. Het kan ook zorgen voor wat meer levendigheid en sociale controle op het bedrijventerrein. Daarom hebben wij deze conceptmotie opgesteld, om de kansen te onderzoeken van dit voorstel. Het is aan de stukken toegevoegd, zag ik al. We horen dan ook graag hoe de wethouder, maar ook de andere fracties, tegen dit initiatief aankijken. We staan uiteraard open voor suggesties om het voorstel nog eventueel sterker te maken. Dank u wel. De voorzitter: Er is meteen een verduidelijkende vraag.
We doen nog even niet de eerste echte termijn. U had een verduidelijkende vraag, denk ik? Het debat doen we straks. Dat komt zo. Het hoort meer bij het debat, begrijp ik. Mevrouw Van Herwijnen: Het is ook gelijk mijn eerste termijn. Op zich vind ik het prima, de eerste … De voorzitter: Ik had gezegd, ik laat eerst de mensen die al van tevoren wat hebben ingediend, dan vragen enzovoort. Mevrouw Van Herwijnen: Sorry. De voorzitter: Mevrouw Rutten, is uw vraag een interruptie of een debatvraag? Als het verduidelijkende vragen zijn, mogen ze nu, Mevrouw Rutten-Alberts: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag aan de Partij voor de Dieren vragen, tot hoever zien ze dit qua rekken van detailhandel en horeca? Tot hoever willen ze dat rekken? Hebben jullie al visueel nagedacht over hoe het er dan uit moet komen te zien op Amstelwijck Businesspark? Hoe zit het met de precedentwerking Als je het op dit industrieterrein toestaat, hoe gaat het dan straks met andere industrieterreinen? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, u kunt hier kort op reageren. Mevrouw Van Herwijnen: Op de eerste vraag weet ik niet helemaal hoe ik moet reageren, want ik begrijp niet helemaal wat u met rekken bedoelt.
Ik weet niet of er over de eerste vraag wat meer duidelijkheid kan worden gegeven? Mevrouw Rutten-Alberts: Wat wil je mogelijk maken? Moet er echt bijvoorbeeld horeca bijkomen van een groot restaurant of detailhandel? Komt er naast een huisarts een tandarts en komt er bijvoorbeeld ook nog een nieuw Van der Valk met een nieuw iets erbij? Op die manier. Mevrouw Van Herwijnen: Ik begrijp het helemaal. Waar het ons om gaat, zijn de kleinschalige wijkvoorzieningen. Dat wordt geen hele grote supermarkt, maar echt de kleinschalige wijkvoorzieningen. Dat kan dan in de zorg. Die hebben we nu niet opgenomen, maar daar zouden we over na kunnen denken, onder meer de zorgfuncties. We hebben het nu even toegespitst op detailhandel, maar dan echt een soort 19 buurtsupertje of een buurtbakkertje, of waar er eventueel behoefte aan is, en kleinschalige horeca. Dan niet horeca in de zin van een hotelfunctie of een groot restaurant, maar in ieder geval een kleinschalig wijkvoorziening. Dat is het eerste. Het eruitzien, dat is hoe wij het zien. Wat ik heb begrepen, is dat er nog een aantal kavels vrij zijn. De vraag aan het college is om te onderzoeken of er op die vrije kavels eventueel nog mogelijkheden zijn om het omgevingsplan uit te breiden om de functies mogelijk te maken.
De precedentwerking, ik zie dat fenomeen niet in dit geval, want je onderbouwt waarom er behoefte is en waarom het op dit bedrijventerrein eventueel zou kunnen. Dat hoeft daarmee niet te betekenen dat je op andere bedrijventerreinen ook gelijk alle andere functies toe moet laten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Uysal had toch een verduidelijkende vraag. Die kan nu nog. De heer Uysal: Ik hoorde de Partij voor de Dieren zeggen dat elke wijk hetzelfde voorzieningenniveau moet hebben. Dan ben ik wel benieuwd hoe Partij voor de Dieren kijkt naar het groene en blauwe karakter van Amstelwijck, want destijds heeft de raad wel besloten om met name deze wijk op die manier in te richten. De ruimte is schaars. Dit betekent dat je keuzes moet maken. In dit geval heeft de raad destijds gekozen om de wijk toekomstbestendig te maken, klimaatbestendig te maken. Ik ben heel erg benieuwd hoe de Partij voor de Dieren daartegenaan kijkt. De voorzitter: Dit overstijgt wel een verduidelijkende vraag, maar u mag wel antwoord geven. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Wat ik begrijp, is dat mijnheer Uysal uitgaat van de woonwijk Amstelwijck en dat we daar keuzes hebben gemaakt over vergroening of iets dergelijks.
Wat we in de vergadering van 2 juni hebben meegekregen van de ambtelijke organisatie, is dat er nu bestemmingsplantechnisch in de woonwijk zelf bijna niks mogelijk is aan andere functies dan wonen. Eventueel nog beroep aan huis of bedrijfjes aan huis, maar een functie an sich is niet meebestemd. Dan zou je moeten kijken naar andere wijken of delen die tegen het gedeelte of gebied aanliggen. Het gebied dat wij nu voor ogen hebben is het businesspark, om daar eventueel ruimte te verkrijgen om andere zaken dan wonen mogelijk te maken, omdat in die wijken zo'n behoefte is aan wijkvoorzieningen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen: Ik wil nog even toevoegen, er wordt niet getornd aan groen van de woonwijken, maar er wordt gekeken naar voorzieningen buiten de woonwijken, omdat er in woonwijken niks voorzien is. De voorzitter: Zo komen we toch tot de kern. Nog een andere vraag? De heer Uysal: Dank voor het antwoord. Dat laatste wilde ik inderdaad horen. Dank voor de bevestiging. Als je het dan toch hebt over de voorzieningen, maakt de Partij voor de Dieren hier een keuze om te kiezen voor detailhandel en horeca, terwijl volgens mij ook 20 in die sessie zorgen naar voren zijn gekomen over de eerstelijnszorg en de kinderopvang. Volgens mij zijn er wel belangrijkere zaken dan horeca, dat onverlet laat dat het ook heel belangrijk is.
Waarom dan niet kiezen voor eerstelijnszorg of een kinderopvang? Mevrouw Van Herwijnen: Om met dat laatste te beginnen, kinderopvang is al opgenomen in het bestemmingsplan van het Businesspark Amstelwijck. Die hoeven we niet, denk ik, nog een keer op te nemen in het bestemmingsplan. Zorg vind ik op zich ook wel een goede. Daar wil ik zeker wel over nadenken. Het is meer dat ik dingen heb meegekregen van de inspreker van 2 juni. Die vroeg onder andere een aantal wijkvoorzieningen. Naar aanleiding van de inspreker heb ik die motie opgesteld. Het zou best kunnen dat ik het breder ga maken dan alleen de detailhandel en de horeca. In ieder geval bedankt voor deze toevoeging. De voorzitter: Hier wordt al wat gevonden naar elkaar toe. Dat is mooi. We gaan naar de vragenstellers van de politieke vraag. Beter voor Dordt, u mag als eerste de eerste termijn openen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Ik gokte erop dat u de collega's van CDA, VVD en ChristenUnie/SGP het eerst aan het woord wilde laten, aangezien zij de vraagstellers waren van artikel 40-vragen. De voorzitter: Die zijn niet … De heer Van Antwerpen: Wat mij betreft mag dat ook. Ik sta niet te springen. De voorzitter: Ik had mezelf dit, want u bent het meest direct de aanleiding voor deze vergadering met de politieke vraag. Daarna gaan we terug naar de diepere onderliggende laag. Komt helemaal goed.
De heer Van Antwerpen: Dan hebben we er allemaal alle vertrouwen in. Ik zal aftrappen, voorzitter. Dank u wel. Voorzitter, dank aan de collega's van het CDA, de VVD, ChristenUnie/SGP voor het stellen van de vragen die hebben geleid tot de bespreking in de commissie en nu tot deze oordeelsvormende vergadering. Voorzitter, deze wijken zijn gebouwd met de insteek om geen voorzieningen aan te leggen, maar de vraag is of je de standpunten dan nooit los moet laten. De behoeften van inwoners kunnen immers ook veranderen. Als je bijvoorbeeld vanuit de bouw van Dordtse Hout daar bent gaan wonen, twintig jaar geleden, dan zit je nu, heel simpel, in een andere levensfase met andere behoeften. Het is goed om dit soort zaken te blijven monitoren, zoals uit het antwoord blijkt van het college op de vragen van de desbetreffende collega's. Voorzitter, zoals mijn collega Jacques Katif heeft verwoord in de ruim geformuleerde politieke vraag is het niet of iedere wijk alles moet hebben, maar of de bereikbaarheid naar basisvoorzieningen niet op orde moet zijn. Die vraag stellen, is het, naar de mening van Beter voor Dordt, ook beantwoorden. Niet in iedere wijk hoeft er een supermarkt te zijn, maar zorg wel dat je er relatief snel en makkelijk kunt komen.