CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2026.06.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 523.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 9 JUNI 2026 Vergaderzaal 5 1. Introductieprogramma nieuwe raad "De Omgevingswet" Voorzitter: - Commissiegriffier: - Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Noordam (VVD) Portefeuillehouders: - Ambtelijke ondersteuning: dhr. Cornax, mevr. Verveer De heer Cornax: Goedemiddag allemaal. We doen het vandaag zonder voorzitter, heb ik begrepen, dus ik neem maar gelijk het woord. Ik zal mezelf even voorstellen. Mijn naam is Lauran Cornax, beleidsadviseur ruimtelijke ordening bij de gemeente Dordrecht. En naast mij zit Vanessa Verveer. En wij zijn gevraagd om vanmiddag toelichting te geven op de Omgevingswet en dan ook welke rol de gemeenteraad onder die wet heeft. Dit zijn wij. Ik heb ons al eventjes toegelicht. En vanmiddag zullen we toelichting geven op de Omgevingswet zelf, waarom die er is. En ook op een aantal kerninstrumenten onder die Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. En we zullen ook nog even stilstaan bij zaken die samenhangen of raken aan het werken met die Omgevingswet. Om te beginnen, de Omgevingswet zelf. De Omgevingswet is bedoeld voor het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving.

Deze wet is sinds 1 januari 2024 in werking getreden, na jaren van uitstel. En inmiddels werken we er nu zo'n 2,5 jaar mee. De gedachte van de Omgevingswet is eigenlijk dat je integraal kijkt naar de fysieke leefomgeving. Daarom zijn er heel veel oude sectorale wetten samengevoegd, bijvoorbeeld de Wet op de ruimtelijke ordening, de Natuurbeschermingswet of de Wet geluidhinder. Dat is allemaal samengevoegd nu onder die Omgevingswet. Zoals ik aangaf, eigenlijk gaat het over de zaken van de fysieke leefomgeving. En er zijn een aantal kerninstrumenten die in die Omgevingswet geïntroduceerd worden. En dat zijn kerninstrumenten waarmee wij als gemeente, maar ook de hogere overheden, provincie en Rijk kunnen werken. En dat gaat onder andere over het omgevingsplan, waarin echt de regels voor de fysieke leefomgeving worden vastgelegd. Het gaat om de omgevingsvisie, waarin meer de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn opgenomen. En een ander voorbeeld van de kerninstrumenten zijn de programma's die eigenlijk de doelen en ambities vanuit de omgevingsvisie concretiseren. En ik zal daar zo meteen nog wel wat meer over vertellen. Onder de Omgevingswet is ook het idee dat er gewerkt wordt volgens de zogenaamde beleidscyclus. Die zien we hier op het scherm. Die bestaat uit 4 kwadranten. Wanneer 1 we rechts bovenin beginnen, hebben daar het kwadrant beleidsontwikkeling.

Daar beginnen we mee. Daar zie je ook het instrument als een omgevingsvisie terug, dus echt op hoofdlijnen, waar wil je naartoe, wat zijn doelen, wat zijn je ambities? Vervolgens, als we doordraaien met de klok mee, komen we bij het kwadrant van beleidsdoorwerking. Daar zie je het instrument van programma’s terug, waarin die ambities en doelen uit de omgevingsvisie geconcretiseerd worden. Vervolgens, als we verder doordraaien, komen we bij het kwadrant linksonder van uitvoering. Daar zie je echt de regels terug en de omgevingsvergunningen. Dan ga je het al echt over concrete projecten hebben. En als we nog verder doordraaien, komen we weer linksboven uit bij het kwadrant terugkoppeling. En het idee daarbij is dat de doelen en ambities die je bedacht hebt om, daarvan te bekijken of die ook het doel bereiken wat je wenst. Ik zie een vraag. De heer Groenewege: Bedankt. Ik zie het omgevingsplan hier niet instaan. Hoort dat hier thuis of niet? De heer Cornax: Dat hoort hier inderdaad in thuis en dat zijn eigenlijk de algemene regels. Daar had ook omgevingsplan kunnen staan. Dat klopt. En het idee is dat dit een cyclus is.

Wanneer uit monitoring en evaluatie, dat kwadrant van terugkoppeling, als daaruit blijkt, die doelen en ambities die je jezelf gesteld hebt als gemeente in de omgevingsvisie moeten aangescherpt worden of moeten aangepast worden, dan heb je daar ook de aanleiding voor. Omdat je dat gemonitord hebt en kan evalueren, heb je ook de onderbouwing om bepaalde doelen of ambities misschien aan te scherpen of bij te sturen. Dan de rol van de raad. Het is goed om te beseffen dat onder de Omgevingswet met betrekking tot de bevoegdheidsverdeling het zogenaamde haasje-over principe wordt gehanteerd. Op de volgende sheet heb ik daar een plaatje van wat dat redelijk duidelijk maakt. In ieder geval formeel is de raad bevoegd om de omgevingsvisie vast te stellen, dus daarin echt die hoofdlijnen voor het beleid voor de fysieke leefomgeving. En de gemeenteraad is formeel bevoegd om het omgevingsplan van te stellen, waarin echt de regels worden opgenomen voor ontwikkelingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Voor wat betreft het instrument programma's is het formeel zo dat het college van B&W de bevoegdheid heeft om dat op te stellen en vast te stellen. Maar vaak zie je ook dat het college ervoor kiest om de raad daar wat meer in te betrekken.

Sowieso bij elk programma dat opgesteld wordt, wordt er een raadsinformatiebrief aan de raad toegestuurd van, het college voornemens om hier een programma voor dit onderwerp of voor dit gebied op te gaan stellen. En dat is het minimale. Het kan ook voorkomen dat gevraagd wordt aan de gemeenteraad om een startnotitie vast te stellen, waarmee aantal uitgangspunten voor een op te stellen programma worden meegegeven. Er kan ook worden gekozen om bij bepaalde programma's aan het eind te vragen aan de raad, willen jullie nog wensen en bedenkingen meegeven voordat wij als college dat programma gaan vaststellen? Een vraag. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. Ik zou graag willen weten, er komen steeds allemaal regels bij, maar of het ook mogelijk is dat er minder regels komen? Want het is vaak een opstapeling van regels. En zou het ook mogelijk zijn om meer maatwerk toe te passen? Ik hoorde bijvoorbeeld bij de evenementensector, dan is het bijvoorbeeld een wagen met snoepgoed of zo, of een poffertjeskraam. Dat moet zoveel meter van het pand afstaan. Maar wordt er dan ook gekeken … Als het alleen maar 2 snoep is, dan is dat niet erg brandgevaarlijk. Maar daar worden wel dezelfde eisen aangesteld als voor een poffertjeskraam. Kan er meer maatwerk geleverd worden? De heer Cornax: Op zulke concrete situaties moet ik zo meteen even naar Vanessa kijken.

Maar het idee van die Omgevingswet is wel dat je aan de voorkant ook integraal zaken bekijkt. Niet je vanuit allerlei verschillende beleid disciplines maar gewoon elk standpunt meekrijgt, maar dat je dat aan de voorkant ook al in samenhang beschouwt. We hebben die 7 doelen bijvoorbeeld in de omgevingsvisie. En het is naïef om te denken dat je bij een nieuwe ontwikkeling 100 procent kan bijdragen aan die 7 doelen. Maar wanneer je vroeg hij dat je 7 doelen op tafel hebt, dan kan je al zien, misschien moeten we op dit punt wat inleveren, maar kan je op dat punt wat meer bereiken. Of dat minder regels zijn, dat weet ik niet. Maar dan heb je wel meer gevoel bij wat er allemaal kan spelen en dat je ook keuzes moet maken. Programma's, formeel geen bevoegdheid, het vaststellen bevoegdheid van de raad. En ook de omgevingsvergunning die uiteindelijk afgegeven worden door college van B&W. Het afgeven daarvan is ook geen bevoegdheid van de raad, maar in het geval van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kan het voorkomen dat ook de raad om advies wordt gevraagd, dus dat het college de raad om advies vraagt voordat ze een vergunning afgeven. Daar zal Vanessa zo meteen nog wat meer over vertellen.

En het punt monitoring, daar zijn we eigenlijk allemaal bij, dat we in de gaten houden, die doelen en ambities, hoe werkt dat door en bereiken we die ook echt? Werkt het zoals we het beoogd hadden? Hier even dat plaatje waar ik het net over had met betrekking tot dat haasje-over principe. Bovenaan zien we de omgevingsvisie. Bevoegdheid van de gemeenteraad om die vast te stellen en daarin worden de kaders gesteld met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daaronder zie je dan de programma's, waarin eigenlijk een concretisering kan plaatsvinden van die kaders of een nadere invulling van die kaders. En dat is een bevoegdheid van het college onder de Omgevingswet. Vervolgens, daaronder zien we dan het omgevingsplan, waarin echt de regels met betrekking tot de fysieke leeromgeving zijn opgenomen. Dat is een bevoegdheid van de raad. En binnen die regels of conform de regels kunnen omgevingsvergunningen worden afgegeven door het college. En zo zie je raad, college, raad, college. Ik zie een vraag. De heer Groenewege: Een vraag over het omgevingsplan ook. Je ziet af en toe nog steeds ook bestemmingsplannen voorbijkomen. En ik weet eigenlijk zelf niet zo goed hoe het zit met die transitie van bestemmingsplannen naar het ene omgevingsplan. Kunt u dat misschien een beetje duiden? De heer Cornax: Die geef ik even door aan Vanessa, planjurist bij de gemeente.

Mevrouw Verveer: Daar zal ik zo meteen ook nog op ingaan. Komt goed. De heer Cornax: Dan nemen we jullie even mee in die beleidscyclus onder de Omgevingswet en beginnen we rechtsboven bij het kwadrant van beleidsontwikkeling. Ik gaf net al aan dat daar het instrument omgevingsvisie thuishoort. En in die omgevingsvisie, volgens mij herhaal ik mezelf een beetje, nemen we de hoofdlijnen met betrekking tot het ruimtelijk beleid op. In Dordrecht hebben we een omgevingsvisie 2.0 vorig jaar vastgesteld, of heeft de gemeenteraad vastgesteld. En die omgevingsvisie is gemeentebreed, dus die bedekt het hele eiland. En daarin is op genomen een centrale 3 ambitie voor ons eiland, een hoofddoel dat we hebben en ook die 7 andere doelen. Ik zal de inhoud van die visie voor nu even laten voor wat het is. Maar het is goed om te weten dat, wat ik net ook aangaf, in het geval van buitenplanse vergunningen er naar die omgevingsvisie wordt gekeken. En dat het eigenlijk als toetsingskader wordt gebruikt om te kijken, dit voornemen of dit initiatief waar een vergunning voor wordt aangevraagd past niet binnen de regels van het omgevingsplan, maar hoe verhoudt het zich tot de omgevingsvisie? En als het daaraan bijdraagt, als bijvoorbeeld aan het hoofddoel of de 7 doelen bijdraagt, zouden daar misschien toch als gemeente medewerking aan willen verlenen.

En zo wordt die omgevingsvisie dan ook als toetsingskader gebruikt daarvoor. En datzelfde geldt eigenlijk voor omgevingsplanwijzigingen. En Vanessa zal zo ook nog even ingaan op het onderscheid tussen een BOPA, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, en een omgevingsplanwijziging. Een vraag. De heer Van Antwerpen: Begrijp ik dan goed dat als zo'n BOPA nodig is, dat dan daar de raad daar toestemming voor moet geven? Begrijp ik dat dan goed? De heer Cornax: Dat is in sommige gevallen het geval. In de omgevingsvisie hebben we verschillende deelgebieden gehanteerd. 7 deelgebieden. En per deelgebied zijn er een aantal prioritaire doelen. Bijvoorbeeld voor het deelgebied woonwijken vinden we dat het doel een gezonde stad een prioritaire doel is. Wanneer er zich een initiatief aandient en er niet wordt bijgedragen of er misschien zelfs afbreuk wordt gedaan aan zo'n prioritair doel, dan wijkt zo'n initiatief erg af van de omgevingsvisie en de kaders die de raad heeft meegegeven. In dat geval wordt er teruggegaan naar de raad, kijk, dit initiatief heeft zich aangediend. Het draagt niet bij aan het prioritaire doel dat jullie voor dat gebied hebben gesteld, maar het heeft mogelijk nog wel een bijdrage aan andere doelen. En dan wordt de raad om advies gevraagd, kan college hier toch medewerking aan verlenen? En volgens mij gaat Vanessa daar zo meteen ook nog iets verder op in.

Dan het kwadrant van de beleidsdoorwerking. Zoals ik net aangaf, het instrument van programma's komt hierin terug. En in die programma's zie je eigenlijk dat de doelen en ambities die in zo'n omgevingsvisie op hoofdlijnen worden geschetst, kunnen in een programma nader worden uitgewerkt. Programma's worden ook aangekondigd in die omgevingsvisie. Dan weet men ook wat er nog aan zit te komen, wat nog nader uitgewerkt gaat worden. Een programma kan gebiedsgericht of thematisch van aard zijn. Recente voorbeelden van programma's zijn het programma economie. Er wordt nu gewerkt aan het programma detailhandel en wijkeconomie. Een programma wat gaat spelen of speelt, is bijvoorbeeld het programma opwek duurzame energie. Dat zijn voorbeelden van thematische programma's waarop 1 onderwerp, 1 thema nader wordt uitgewerkt. En dan wel binnen de kaders zoals de raad ze heeft gesteld in de omgevingsvisie. Wat ik net ook vertelde, het is formeel de bevoegdheid van het college om een programma op te stellen en vast te stellen.

En ook met de vorige raad eigenlijk zijn al wat afspraken gemaakt over, wanneer betrekt het college op welke manier nu de raad bij het opstellen van zo'n programma? En dat kan bijvoorbeeld in het geval van richtinggevende zaken, programma's die misschien net raken aan de kaders zoals de raad ze heeft meegegeven of daar daartegenaan komen, om dan nog een keer terug te gaan naar de raad van, we hebben dit programma zo op deze manier uitgewerkt, wenst u nog wensen en bedenkingen mee te geven op dit onderwerp? 4 De heer Noordam: Begrijp ik dan dat het initiatief bij het college ligt om de raad te informeren of kan er raad zelf om vragen? De heer Cornax: Goede vraag. Ik denk beiden. Het is ook aan het college om een goede inschatting te maken van, dit programma is van dusdanige aard dat we de raad daarbij willen betrekken. Sowieso zal het college de raad bij aanvang informeren over het feit dat ze een programma gaan opstellen middels een raadsinformatiebrief. En dat zou ook een moment voor de raad kunnen zijn om aan te geven, dit vinden we een onderwerp dat we zo belangrijk vinden of waarvan we vinden dat de kaders in de omgevingsvisie nog te breed zijn, dat we daar nog graag naderbij betrokken willen worden. En dan geef nu het woord over aan Vanessa. Mevrouw Verveer: Ik ga iets vertellen over het omgevingsplan.

Toen de Omgevingswet in werking trad, zijn alle bestemmingsplannen van Dordrecht eigenlijk automatisch in 1 klap overgezet naar een omgevingsplan voor het hele grondgebied. De wijzigingen die daarop gaan volgen stelt de raad vast. Die wijzigingen kunnen zijn gebiedsgericht of themagericht. Inmiddels hebben we 3 wijzigingen achter de rug die al vastgesteld zijn. De eerste wijziging was in juni 2024. Dat waren de erfgoedregels. Dat is een voorbeeld van een thematische wijziging. De 2e wijziging had meerdere onderwerpen onder zich, de Bouwhuyslocatie en Zuidbuitenpoldersekade. Dat waren gebiedsgerichte onderwerpen. En de bodemregels en de bedrijventerreinen waren weer thematische wijzigingen. De 3e wijziging waren de regels groenblauw. Wederom een thematische wijziging. Dan gaat het echt over het hele grondgebied, komt het op neer. En de 4e wijziging komt er nog aan. Die zal in het najaar hopelijk aan uw raad worden voorgelegd. En dan gaat het over de energieopslagsystemen. Het is wel goed om te weten, dat wil ik nog even meegeven, een omgevingsplan is vrij globaal. Als Dordrecht willen we erg graag dat alles een beetje mooi eruitziet. Hoe doen we dat? Dat doen we door bij wat grotere gebiedsontwikkeling en een stedenbouwkundig kader op te stellen. En vervolgens maken we dat stedenbouwkundig kader als beleidsregel onderdeel van het omgevingsplan.

Ik heb een voorbeeld vanuit de 2e wijziging. Dat is de Bouwhuyslocatie in Wielwijk. Daar willen wij zelf graag enigszins de vinger aan de pols houden waar we welke gebouwen positioneren, ook om aan de geluidsnormen te voldoen. Daarvoor is een stedenbouwkundig kader opgesteld door onze stedenbouwers. Dat was flink wat voeten in de aarde. We hebben daar vervolgens via een beleidsregel vastgelegd in het omgevingsplan. De beleidsregel zelf wordt vastgesteld door het college, maar het omgevingsplan door de raad. Zo proberen wij daar ook gewoon nog echt wel wat invloed op uit te oefenen. Ik zie een vraag. De heer Groenewege: Begrijp ik dan goed dat er voor bestaande wijken geen stedenbouwkundig kader is? Als er een wijziging plaatsvindt in een bestaande wijk in een gebouw of een voor grote verbouwing van een bestaand gebouw, hoe wordt dan getoetst? Mevrouw Verveer: Dat hangt ervan af voor welke procedure dat we kiezen. Als we een BOPA ... Er zit ook altijd stedenbouwkundige toets bij, maar echt een omgevingsplanwijziging … Voor een gebouw, vroeger deden we een bestemmingsplanwijziging en nu doen we vaak ook nog wel BOPA’s. Maar daar vertel ik zo meteen nog wel wat over. Maar bijvoorbeeld voor dit gebied, daar ligt weer een stedenbouwkundige visie onder, de hele Spuiboulevard. Dat is meegenomen in het 5 bestemmingsplan. Sorry. Maar daar kom ik zo meteen ook op.

Dat is die buitenplanse omgevingsplanactiviteit, die buitenplanse vergunning. Want we zijn dol op afkortingen in ons vakgebied. We hebben ze ook niet allemaal zelf verzonnen. Dit is de beleidsregel dan in het omgevingsplan. Ik wil even een sprongetje maken naar de BOPA. Als we medewerking willen verlenen aan initiatieven, dan heb je de keuze tussen vergunningsvrij, de naam zegt het al, hoef je geen vergunning voor aan te vragen. Je hebt binnenplanse omgevingsplanactiviteit, dus dan valt het binnen je omgevingsplan. De buitenplanse omgevingsplanactiviteit is strijdig met het omgevingsplan. En dan heb je nog het wijzigen van het omgevingsplan. Daar heb ik het net over gehad. Dan heb je de BOPA’s, de buitenlandse omgevingsplanactiviteit. We doen niet voor niets afkortingen, want je gaat er gewoon op een geven moment over struikelen. Die BOPA’s zit een ruimtelijke onderbouwing onder en dat heet dan tegenwoordig de evenwichtige toedeling functies aan locaties. Maar daarnaast moet het ook nog voldoen aan de instructieregels van het besluit kwaliteit leefomgeving, BKL, en de instructieregels van de provinciale omgevingsverordening. Dat zijn enorm veel regels bij elkaar, dus het wordt een aardige scriptie, als je zoiets aan moet leveren. Maar dat is ook een kwestie van tijd voordat iedereen daaraan gewend is. En het uiteraard moet het bijdragen aan de 7 doelen van de omgevingsvisie.

Zo’n BOPA, de vaststelling daarvan, is een bevoegdheid van het college. Hoe kan de raad dan invloed uitoefenen? Door het recht van advies. Daar had Lauran het ook al over. Voorheen was dat de verklaring van geen bedenkingen. In 2015 is daar een werkwijze voor vastgesteld door de raad. En dat gewoon een lijst van onderwerpen, van zaken die dan eerst langs de raad moesten voor een verklaring van geen bedenkingen. Volgende week staat er nog zo'n verklaring op de agenda vanwege de Wieldrechtse Zeedijk. Dat is een voorbeeld nog echt vanuit het oude regime. Onder de Omgevingswet is vastgesteld dat de raad de bevoegdheid heeft om het college te vragen om … Laat ik het zo zeggen. De raad mag bepaalde categorieën aanwijzen van BOPA’s waar het college advies moet vragen aan de raad, als vervanger van de verklaring van geen bedenkingen. In 2023 is daar weer een nieuwe werkwijze voor vastgesteld en toen is besloten dat er binnen het advies van de raad gevraagd wordt bij buitenlandse vergunningen, die BOPA’s, die niet bijdragen aan de prioritaire doelen van een deelgebied zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Daar had mijn collega het al over. Om een beetje te kijken, gaat dit allemaal een beetje zoals we willen? Is dit nog werkbaar, is het wenselijk zoals we dat op hebben gesteld? Is het de bedoeling dat we jaarlijks een overzicht van de BOPA’s overleggen.

Bij de 3e wijziging is er een overzicht meegegeven bij de vaststelling. Daar waren 9 BOPA’s. Dat waren de 9 BOPA’s van dat jaar, van het jaar daarvoor. Daar was geen van allen adviesrecht op van toepassing. De planning is nu om bij de 5e wijziging, die komt ergens volgend jaar, weer een nieuw overzicht aan te leveren. Zodat goed duidelijk is, waar is wel geen adviesrecht en zijn we het hier nog steeds mee eens? Dan gaan we naar de monitoring. Je hebt het er eigenlijk ook al grotendeels over gehad. Het komt erop neer, de raad kan dit vastleggen in het omgevingsplan en het college moet dan verplicht een rapportage opstellen of de doelen uit het omgevingsplan wel of niet gehaald worden. De raad kan op verschillende manieren bijsturen. Ze kunnen natuurlijk aangeven, de visie moet aangepast worden. Het college uitleg laten geven. Programma laten opstellen en de omgevingswaarden. Als er omgevingswaarden in het omgevingsplan worden vastgesteld, dan volgt automatisch de verplichting tot monitoring, dus of er dan voldaan wordt aan die omgevingswaarden. Als niet voldaan 6 wordt, dan kan worden afgedwongen … Afgedwongen klinkt weer zo streng. Maar dan moet er eigenlijk gewoon een programma worden opgesteld. Participatie. Daar wil ik het ook nog even over hebben. Eigenlijk is dat onderwerp op zich. Onder de Omgevingswet is bepaald dat participatie plaats moet vinden.

Er is alleen niet bepaald hoe. Eigenlijk is het vormvrij. Nou hebben we hier in Dordrecht participatiebeleid aan de verordening vastgesteld en daarin hebben we bepaald in welke gevallen participatie verplicht is en ook wat de spelregels verder zijn. Dat is even in het heel kort participatie onder de Omgevingswet. Eigenlijk samenvattend, instrument van de raad. Spreekt voor zich. En ik wil nog iets meegeven voor de toekomst, een vooruitblik. Want al die bestemmingsplannen die wij hebben, en we hebben er heel veel in Dordrecht, want wij maken alles zelf en heel snel. Maar we hebben er een stuk of 100. Die moeten allemaal nog overigens gezet worden naar een omgevingsplan. Die regels uit het bestemmingsplan, die zijn nog echt onder de oude wet, die moeten allemaal omgevingsplan-proof gemaakt worden. Ik denk dat u wel begrijpt dat dat een behoorlijke klus is, want je wil het ook nog leesbaar houden. Het moet juridisch kloppen. We gaan in de komende jaren, mijn team en ik, daarmee aan de slag. Dan zullen we elkaar nog wel vaker gaan zien, want alle moederplannen, de Stadspolders, alle wijken, komen allemaal zo meteen nog langs, maar dan als omgevingsplan. Dat was het in het kort. Zijn er nog vragen? Uiteraard. De heer Noordam: Wordt dat ook gelijk gekoppeld aan de herziening van een bestemmingsplan? Mevrouw Verveer: Bij een wijziging omgevingsplan, ja, dan komt dat allemaal ...

Dat gaat in de cyclus, in de cycli van omgevingsplanwijzigingen. De heer Noordam: ‘…’(00:26:48) 10 jaar, toch? Mevrouw Verveer: Dat hangt ervan af. Dat is een beetje vraag en aanbod. Maar vroeger met bestemmingsplannen, zodra er ergens een initiatief was, konden we een bestemmingsplanwijzigingen eigenlijk gaan procedure gaan lopen. Met de omgevingsplannen zijn we afhankelijk van het DSO, Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat is eigenlijk de vertaling van ons plan naar het digitale. Daar zit een programma achter. De software staat eigenlijk niet toe dat we 2 plannen tegelijkertijd laten lopen. 7 We moeten eerst het ene plan afgesloten hebben voordat we met de volgende wijziging verder kunnen. We hadden ooit de ambitie om 4 keer in het jaar een omgevingsplanwijziging te doen. Dat lukt niet. Misschien dat er nog dat het nog gaat lukken met software. Maar voorlopig proberen we zoveel mogelijk onderwerpen te bundelen. Het kan inderdaad zijn dat er omgevingsplanwijziging Stadspolders plus nog wat kleine initiatieven komen. Dat moeten we allemaal gaan bekijken. We gaan het zien. De heer Noordam: Toch even een vervolgvraag. Want snap ik dan dat de herziening bestemmingsplannen ook tot 2032 blijven liggen? Mevrouw Verveer: Die zijn in die zin eigenlijk allemaal als het ware opgenomen in het omgevingsplan. Laat ik het zo zeggen.

Als wij bij de planjuristen moeten gaan terugkijken naar regels, we checken altijd even regels op de kaart, maar voor onszelf, voor de werkbaarheid, kijken we ook nog in de oude bestemmingsplannen. Naar ruimtelijkeplannen.nl. Want daar weten we precies nog waar alles staat en het omgevingsplan is zo uitgebreid, dat als je niet precies weet wat je zoekt, is het gewoon heel lastig. Eigenlijk bestaat het nu nog naast elkaar en na 2032 moet het allemaal gewoon in datzelfde format gegoten zijn. Daar komt het opnieuw. Mevrouw Van Herwijnen: Begrijp ik eigenlijk een beetje uit uw antwoord dat jullie gebiedsgericht overgaan, niet themagericht over? Of is het een soort mengelmoes van beiden? Mevrouw Verveer: Een mengelmoes van beiden. Voor eigenlijk de actualisering van de oude moederplannen van de gebieden, Stadspolders Dubbeldam en zo, dat is gebiedsgericht. Maar er zullen ongetwijfeld ook tegelijkertijd nog themagerichte wijzigingen nodig zijn voor bepaalde milieuzaken. Het wordt een leuke klus. Verder nog vragen? 2. Indienen Zienswijzen op o.a. Begroting 2027 en Jaarstukken 2025 GR Sociaal - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Commissiegriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks-PvdA) Dhr. Van de Breevaart (Forum voor Democratie) Mevr. Nzolani (SP) Mevr. Oldenwening (D66) Dhr.

Rudoj (Op Ons Eiland) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. Van de Vreede (VVD) Mevr. De Vries (GroenLinks-PvdA) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) 8 Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouders: - Ambtelijke ondersteuning: mevr. Dekkers, dhr. Holstein, mevr. Smid-Marsman, dhr. Verstappen Overige aanwezigen: dhr. Von Grumbkow, mevr. Van Reedijk De voorzitter: Beste mensen. Het is 19.30 uur geweest, dus ik wil graag de vergadering openen. Welkom allemaal hier aan tafel. Ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering. Het is een technische sessie over het indienen van de zienswijze op onder andere de begroting 2027 en de jaarstukken 2025 van de GR Sociaal. Als eerste welkom aan alle commissieleden. Vertegenwoordiging vanuit het college zag ik op de tribune zitten. Welkom aan ons publiek. Welkom aan de insprekers en in specifiek in ieder geval van de GR Sociaal de directeur ad interim, de heer van Grumbkow en directiesecretaris mevrouw Van Reedijk. Die heb ik nog niet gezien, maar die is er ook. En vanuit de ambtelijke ondersteuning mevrouw Smid, concerndirecteur. De heer Verstappen, die is er ook. Mevrouw Dekkers en de heer Holstein heb ik gezien. Welkom allemaal. Voor het verslag maak ik even een rondje. Iedereen zijn naam en de fractie waar u voor zit.

En ik begin aan die kant. Gaat uw gang. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. De heer Van de Breevaart: Hans van de Breevaart, Forum voor Democratie. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP Dordrecht. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP Dordrecht. Mevrouw Oldenwening: Dineke Oldenwening, D66. De heer Van Soest: Geert van Soest, griffier. Mevrouw Smid-Marsman: Gemma Smid, concerndirecteur. Mevrouw De Vries: Frouke de Vries, GroenLinks-PvdA. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks-PvdA. De heer Van de Vreede: Marijn van de Vreede, Dordtse VVD. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. 9 De heer Rudoj: Alexander Rudoj, Op Ons Eiland. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Von Grumbkow: Guido von Grumbkow, GR Sociaal. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil ook iedereen even vragen om zijn bordje goed neer te zetten, want ik weet nog niet alle namen goed uit mijn hoofd. Dan hoop ik dat ik dat zo kan volgen. De aanleiding van deze commissievergadering is de financiële ontwikkeling binnen het sociaal domein.

We zien een toenemend beroep op de voorzieningen, terwijl de beschikbare rijksmiddelen voor onderdelen van de Participatiewet en Drechtwerk onvoldoende aansluiten bij de uitgaven. En in dat kader heeft de GR Sociaal een aantal ombuigingsvoorstellen uitgewerkt. En om u goed mee te nemen, wordt de commissie hierover vanavond geïnformeerd en is er gelegenheid om vragen te stellen. En de raad wordt gevraagd een zienswijze af te geven voor de voorgestelde richting. En het college heeft de raad hiervoor een voorstel gedaan. Er zijn twee presentaties. Allereerst vanuit de GR Sociaal door de heer Von Grumbkow en daarna eentje van mevrouw Smid. En ik begreep dat het beide maximaal een kwartier zou zijn. Als het goed is, is er dan nog voldoende tijd voor vragen. En aan u de vraag of mensen tussentijds, als het echt noodzakelijk is, een vraag mogen stellen of dat u ze pas achteraf wil. De heer Von Grumbkow: Als het echt noodzakelijk is, dan kan dat natuurlijk. De voorzitter: Prima. Ik probeer er wel op toe te zien dat we niet te ver uit de tijd lopen, want om 21.00 uur begint weer een volgende vergadering. Gaat uw gang. De heer Von Grumbkow: Dat lijkt me verstandig. Dank u wel. En ik zal iets over het kader schetsen. Wat doet de GR Sociaal? Ik sprak net al met een van de nieuwe raadsleden.

Die gaf ook aan, ik weet eigenlijk niet zo, wat doet de organisatie eigenlijk? Ik neem u daarin mee. Dat gaat eigenlijk ook over, hoe plannen we, hoe begroten we? Daar ga ik iets over vertellen. Over de inhoud van de maatregelen in de zienswijze, daar gaat Gemma Smid, directeur van de gemeente, iets over vertellen. De GR Sociaal. Het staat er in de kleine lettertjes. Dat is niet echt een naam waarmee we op straat bekend staan, om het zo maar even te zeggen. De GR Sociaal als naam is ontstaan op 01-01-22, maar het bestaat uit de Sociale Dienst Drechtsteden, die u ongetwijfeld wel kent, en uit Drechtwerk. Dat was voorheen een aparte gemeenschappelijke regeling, maar vanaf 1 januari 2023 zijn die allebei onder 1 paraplu, de GR Sociaal. Wat doet de GR Sociaal? We hebben taken op het gebied van een rijtje wetten die daarboven genoemd staan. Die ga ik niet voorlezen, maar ik kan er wel op hoofdlijnen iets over vertellen. Dat gaat namelijk over waarvoor we op aard zijn, waarvoor we besteld zijn door 7 gemeenten. De 1e is bestaanszekerheid versterken is. Samen met partners, met gemeenten, maar ook maatschappelijke organisaties, zetten we ons in voor het voorkomen van financiële problematiek van inwoners. En natuurlijk het belangrijkste deel daarvan gaat om het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Dan is er nog een aantal andere aanvullende uitkeringen, zoals bijzondere bijstand.

Het belangrijkste bij bestaanszekerheid versterken is als taak van de GR is het verstrekken van bijstandsuitkeringen. We verbreden dat wel. Wij doen bijvoorbeeld ook een bestaanszekerheidscheck om te kijken, wat heeft iemand allemaal 10 nodig om rond te komen? We hanteren een breder kader, maar in essentie, de belangrijkste taak daarin is het verstrekken van uitkeringen. Het ontwikkelen naar werk. Dat gaat over, als mensen een uitkering hebben, dan moet er uiteraard ook altijd gekeken worden, kunnen en willen ze werken? En daar hebben we ook een hele organisatie voor klaarstaan die mensen begeleid naar werk. En soms is werk niet haalbaar. Dan kijken we ook samen met de gemeente of misschien vrijwilligerswerk of dagbesteding haalbaar is. Soms is werk pas op termijn haalbaar en moet iemand bijvoorbeeld een opleiding volgen, of heeft coaching nodig op weg naar een baan. Dat zijn allemaal dingen die in het takenpakket van de GR Sociaal zitten. En wat ik net al noemde, Drechtwerk, de sociale werkvoorziening hoort daar ook bij. Het zorgen voor ondersteuning gaat over de maatwerkvoorzieningen in de in de Wmo, waar heel uiteenlopende dingen in zitten als de welbekende trapliften en andere verstrekkingen. Scootmobiel. Ik was even naar de naam op zoek. Maar ook individuele begeleiding, die nodig kan zijn om te zorgen dat iemand zich staande kan houden, hoort daarbij.

En natuurlijk ook de huishoudelijke hulp, waar heel veel politieke discussie over is. En onderdeel van de Wmo, een discussie die in de vorige raad ook uitgebreid is gevoerd, is die over wat toen nog powerful aging heette en we later reablement zijn gaan noemen. Allemaal onderdelen of mogelijke onderdelen van de Wmo. Het is duidelijk waar we zo ongeveer van zijn. Dit is inleidend. Er zijn heel veel meer dingen over te zeggen, maar dit is wel op hoofdlijnen wat het is. Waar staan we op dit moment? We zien een aantal grote strategische ontwikkelingen en een die heel erg voor liggend is, om het zo maar even te zeggen, omdat heel veel mensen zich daar druk over maken, en ook terecht, gemeenten staan voor grote bezuinigingen en een fors deel van de gemeentelijke begrotingen zit in het sociaal domein. Dat gaat niet allemaal naar de GR Sociaal. Een deel gaat ook naar de naar de DG&J. Een deel wordt door de gemeente zelf ook direct uitgegeven aan voorzieningen. Die kosten lopen elk jaar op en die drukken ook andere mogelijke uitgaven weg, uiteraard. De houdbaarheid en betrouwbaarheid van het sociaal domein staat onder druk.

Wij werken, en de directeur van de gemeente Dordrecht zal daar ook iets over zeggen, we hebben een heel intensieve samenwerking gevonden de laatste tijd om te zorgen dat we maar zoveel mogelijk keuzemogelijkheden, want daar gaat het uiteindelijk om, keuzemogelijkheden die u ook heeft als gemeenteraad, op tafel te leggen. Dat gaat over geld, maar het gaat natuurlijk niet allemaal over geld. We zitten ook in een aantal belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen. Er komt een nieuwe Participatiewet aan, waarin ook vanuit het Rijk wordt gezegd, kijk op een andere manier naar mensen die nu niet aan het werk zijn, P-wet in balans. Wij zitten ook in een traject met ‘…’(00:38:30). Dat vraagt ook om aan wijzigingen in verordeningen. Dat is een groot traject waar we op dit moment mee bezig zijn en ook bij gemeenteraden voorlangs gaan. En het tweede grote traject waar we in zitten is de toekomst van de sociale infrastructuur. Dat gaat over hoe wij mensen ontwikkelen naar werk. Drechtwerk is daar onderdeel van. Maar ook allerlei lokale initiatieven die er zijn om mensen toe te leiden naar werk.

En op dit moment zijn we een visie aan het ontwikkelen, ook samen met gemeenten, hoe willen we dat in de toekomst goed en betaalbaar gaan organiseren? Er loopt ook momenteel een evaluatie van de GR Sociaal die gebeurt door het Onderzoekscentrum Drechtsteden, hoe vinden we dat de GR op dit moment functioneert? Als het gaat ook over de aansturing vanuit de gemeente. Maar ook, hoe doen gemeenten dat onderling met elkaar? Hoe komen we gemeenschappelijk tot keuzes? Als onderdeel van die 11 evaluatie. En wij zijn ook permanent eigenlijk aan het kijken, moet er iets wijze aan de tekst? Soms wordt er een taak toegevoegd door ons bestuur op verzoek van gemeenten. Soms wordt er iets afgehaald. Dat vraagt wel eens om een wijziging van de tekst. Dat loopt ook momenteel. Het werken aan sociale en zakelijke integriteit. Heel kort. Als u de krant heeft gelezen, dan heeft u waarschijnlijk iets meegekregen over wat er de afgelopen 2 jaar is gebeurd bij de GR Sociaal. Daar zijn ook vragen over gesteld die om 21.00 uur nog op de agenda staan. Dan ben ik hier ook weer en dan ga ik nader in op de situatie in de organisatie. De vragen die daarover gesteld zijn. Die bewaar ik even voor dat moment. Enkele cijfers uit 2025, om toch een beetje een beeld te krijgen van, waar kijken we dan eigenlijk tegenaan qua omvang? In de regio zijn er ongeveer 6500 mensen met een bijstandsuitkering.

U ziet de getallen voor Dordrecht erachter. Heel veel klanten maatschappelijke ondersteuning, waarvan een fors deel bijvoorbeeld huishoudelijke hulp geniet. En in de onderste kolom ziet u ook hoeveel medewerkers Drechtwerk heeft. U kunt hier ook zien in die 2 staatjes hoe groot het belang van Dordrecht is in de GR. Als we kijken naar onze begroting, is dat meer dan de helft van de begroting. Dat geeft ook weleens wat complexiteit, want je zou kunnen zeggen Dordrecht is het grootste en kan ook alles bepalen. Zo zit het systeem niet in elkaar. Dordrecht kan niet alles bepalen. Kan wel veel bepalen. En dat is ook, als je naar deze getallen kijkt, voor de hand liggend uiteraard. Want het belang van Dordrecht is erg groot. Dordrecht betaalt meer dan de helft van de GR Sociaal. De planning en controlcyclus. Een van de vragen die ook vanuit deze raad ... Ik werk sinds anderhalf jaar bij de GR en daarvoor werkte ik bij de gemeente Dordrecht. Ik volgde altijd de raad heel intensief. Nu van wat meer afstand. Maar uiteraard een heel belangrijke vraag voor een gemeenteraad is, wat zijn de momenten waarop we kunnen bijsturen? En dat is best ingewikkeld, want de cyclus van de GR zit anders in elkaar dan die van de gemeente. Wij zijn namelijk als GR altijd eerder. En wat wij opschrijven in onze begroting, moet ook worden overgenomen in de gemeentelijke begroting.

Dat betekent dat de plannen voor onze begroting, dat is eigenlijk het moment waarop gemeenten ook willen of zouden moeten kunnen bijsturen. Dat zijn we wat aan het kantelen nu. U herkent ongetwijfeld deze cyclus. Ik denk dat we dit jaar, met hoe we het proces nu lopen, voor het eerst helemaal dat je als gemeente aan de voorkant kan sturen, wat willen we nu in de begroting voor volgend jaar hebben? Voor de uitvoering is het natuurlijk niet te doen als u de begroting vaststelt in november. Dan kan de werkelijkheid voor onze inwoners niet vanaf januari anders zijn. Want dan zijn er afspraken gemaakt met aanbieders en dan moeten inwoners weten waar ze op kunnen rekenen. Dat zit altijd eerder in het proces. U moet zich realiseren dat als er iets aangepast moet worden voor volgend jaar bijvoorbeeld, vraagt dat altijd al erg veel van tevoren schakelen. We hebben eigenlijk de cyclus nu zo aangepast dat gemeente en raden ook echt de mogelijkheid hebben om daar zo snel mogelijk op te sturen, zodat niet het verhaal is, als u iets wilt, dan kunnen we dat over 2 jaar misschien geïmplementeerd hebben. Dit is een beetje hoe het er in het schema uitziet. Er staat overigens bij gemeente Kadernota. Dat is volgens mij de Perspectiefnota inmiddels in de gemeente Dordrecht.

De uitgangspuntennotitie blijft bij ons bestuur, maar de begroting en de voorjaarsbrief is wat nu voorligt en waar uw raad een zienswijze op kan indienen bij ons bestuur. Want zo werkt het systeem. Wij hebben daarin een concept gemaakt, zo zien wij de begroting van volgend jaar. Die hebben wij naar de gemeente gestuurd. En de gemeenteraden kunnen een zienswijze indienen, wij vinden dit van uw begroting of wij wensen deze 12 aanpassing. Het is vervolgens aan ons bestuur om die wel of niet over te nemen. Bepaalde dingen gaat u echt zelf over. En daar zal u zo meteen in worden meegenomen. Want dat zijn dingen waar de gemeenteraad direct zelf over kan beslissen. Maar er zijn ook taken die zijn overgedragen aan de GR waar we 1 besluit over moeten nemen met elkaar, wat niet voor Dordrecht anders kan zijn dan voor Zwijndrecht. Dat vraagt een beslissing van ons bestuur. Zo zit het systeem in elkaar. Het is niet zo dat als u het in een zienswijze opschrijft, dat ons bestuur, ons algemeen bestuur, automatisch zegt, prima, als Dordrecht dat wil, dan gaan we dat gewoon doen. Om een beeld te geven van onze kosten. Zo zit onze begroting in elkaar. En daar staan veel posten in die, en dat zult u ook zien in wat in de zienswijze is voorgelegd, zou je kunnen zeggen, want dat is eigenlijk maar een heel klein deel van de begroting. Dat klopt.

En dat komt omdat heel veel kosten relatief vaststaan. Wij kunnen niet variëren in de hoogte van de bijstandsuitkering, bijvoorbeeld. In die zin zou je kunnen zeggen, wij zijn een doorgeefluik. Wij krijgen geld voor ... De voorzitter: Even voor de goede orde. We zitten op 12 minuten. De heer Von Grumbkow: Ik ben er ook bijna door. En er zijn dingen die makkelijker of beïnvloedbaar zijn. De manier waarop de Wmo is ingericht, welke voorzieningen u geeft, hoe streng u bent. Daar kunt u zelf keuzes in maken en dat kan niet in de hoogte van de bijstandsuitkering. Hier ziet u hoe de lasten zich volgens onze meerjarenraming bewegen. Daar zit een forse stijging in. En ik zeg daar meteen bij, dat is bij ongewijzigd beleid. Op het moment dat er keuzes gemaakt gaan worden in voorzieningenniveau bijvoorbeeld, dan vlakt het af. Het is overigens ook zo, hier staan alleen de lasten. De inkomsten van gemeenten stijgen op sommige vlakken, maar niet op allemaal, ook mee om dat te compenseren. Er is bijvoorbeeld een regeling om Oekraïners te ondersteunen. Die wordt gefinancierd door het Rijk. Die lasten stijgen, dan ook de inkomsten. Geldt ook voor de ondersteuning van de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Die zie je wel in de lasten, maar die zien we ook in de opbrengsten. En dan kom ik bij het laatste stukje, de bestuurlijke opdracht. Die is van 2,5 jaar geleden.

Toen heeft ons bestuur ook al onderkend, wij moeten dingen doen om de kosten in de hand te houden, te beheersen. En toen is een aantal lijnen afgesproken om te kijken, hoe kunnen we komen tot een tot een gezonde begroting voor de toekomst? Daaronder zien we de 3 lijnen. Wij hebben, en dat vind ik ook wel belangrijk om even te benadrukken, de autonome kosten stijgen erg. De begroting gaat erg omhoog. Die zit voor een belangrijk deel in factoren die we niet kunnen beïnvloeden. Wij hebben al het nodige omgebogen. De 3,5 miljoen aan bezuinigingen, met name op de organisatie, hebben wij al doorgevoerd. Om een voorbeeld te geven, dit jaar en vorig jaar hebben wij geen medewerkers aangenomen, terwijl wel de vraag is gestegen. In feite is dat gewoon een bezuiniging, want we moeten dat oplossen in de organisatie door efficiënter te werken. En tegelijkertijd kan ik ook erkennen, het is niet genoeg, er is meer nodig. En dan mijn laatste sheet gaat over waar we nu eigenlijk gebleven zijn. We hebben samen met gemeente 44 mogelijke ombuigingsmaatregelen opgesteld. En we zijn nog bezig met het verkennen, wat is in de financiële techniek mogelijk om de begroting kleiner te maken? Wij hebben de stukken aangeboden, de begroting en de voorjaarsbrief, voor een zienswijze. En nu is het aan de gemeenteraden om een zienswijze op te stellen.

Daar heeft het college natuurlijk voor u over nagedacht en een 13 voorstel voor gemaakt. En die worden vervolgens ter hand gesteld aan de GR Sociaal en dan gaan wij daarmee aan de slag. Dan zit ik nu net op 15 minuten. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Hartstikke goed. Dank u wel. Zijn er mensen vanuit de commissie die vraag hebben aan de heer Von Grumbkow? Mijnheer Bootsman, ga uw gang. De heer Bootsman: Dank u, voorzitter. Ik heb een korte vraag over die 44 ombuigingsmaatregelen. Zijn dat de maatregelen die we vorig jaar ook hebben teruggezien in de Perspectiefnota of is dat breder dan dat? De voorzitter: Mijnheer Von Grumbkow. De heer Von Grumbkow: Dit zijn veel meer maatregelen die de afgelopen maanden zijn uitgewerkt. Daar zitten wel dubbelingen in. Maar we hebben nu veel meer met de stofkam gekeken naar, wat is er mogelijk? Ook omdat ons algemeen bestuur in februari de opdracht heeft gegeven, leg maatregelen op tafel die optellen tot, ik geloof, toen was de vraag minimaal 6,5 miljoen. Dit is een nieuwe inventarisatieactie, om het zo maar even te zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk. Ga uw gang. De heer Struijk: Er zijn 44 mogelijke maatregelen opgesteld. Ik hoor het bedrag van 6,5 miljoen.

Die 44 maatregelen, als je die allemaal zou uitvoeren, is het dan meer dan 6,5 miljoen of is dat minder? Heb je keuzemogelijkheden of ben je bijna verplicht alles te doen? De voorzitter: Mijnheer Von Grumbkow. De heer Von Grumbkow: De opgetelde maatregelen telt op tot 12,4 miljoen. Er is veel meer geïnventariseerd dan dat er gevraagd is door het bestuur. Maar ik moet zeggen, dat is ook een arbitrair getal, uiteraard. We kunnen zeggen, het bestuur heeft gezegd, leg voor minimaal 6 miljoen op tafel. Maar of het uiteindelijk 4 of 8 miljoen of 0 moet zijn, dat zijn natuurlijk allemaal keuzes die nog gemaakt moeten worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Bedankt, voorzitter. De stijging van de begrotingen. U zegt dat die elk jaar stijgt. Komt dat doordat er meer cliënten komen of er minder uitstroom is? Hoe zit dat? De heer Von Grumbkow: Dat is een combinatie van factoren. Het belangrijkste is wat wij dan de autonome groei noemen. Kijk bijvoorbeeld naar de Wmo. Er komen steeds meer mensen die een beroep doen op de Wmo. En dat is vrij eenvoudig ook te verklaren, want het hangt sterk samen met de vergrijzing. Het komt ook doordat de uitstroom van mensen uit de bijstand stokt. Dat waren getallen die, ook als je landelijk kijkt, 10 jaar geleden veel hoger waren.

Toen was het bijstandsbestand makkelijker aan het werk te helpen, om het zo maar even te zeggen, dan nu. Er blijven meer mensen lang in de bijstand hangen en dat leidt uiteindelijk tot meer kosten. 14 De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere vragen? Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. U vertelde dat Dordrecht een groot belang heeft in het GR Sociaal, met cijfers erachter, maar dat dat niet wil zeggen dat we de helft invloed hebben. Tenminste, dat begreep ik uit wat u vertelde. Kunt mij ook uitleggen hoe het dan precies zit? De voorzitter: Mijnheer Von Grumbkow. De heer Von Grumbkow: Er zijn afspraken gemaakt. Die liggen allemaal vast in de regeling, over hoe de stemverhoudingen zijn, dus hoeveel stemmen je nodig hebt. En niet elke gemeente heeft één stem. Dordrecht heeft er meer. Er zit een hele weging achter van wat er nodig is om tot een meerderheid te komen. En volgens mij is er geen enkel besluit in het bestuur dat Dordrecht alleen kan nemen en is er altijd minimaal één andere gemeente en soms twee nodig. Mevrouw Smid-Marsman: De afspraak is dat als het over beleidsmatige zaken gaat, er een 50 meer dan 50 procent van de stemmen en minimaal 2 gemeentes. Dat betekent Dordrecht met een van de andere gemeentes.

Behalve als het over de begroting of de financiële verordening gaat, dan moet er een meerderheid zijn, maar 3 gemeentes ingestemd hebben. En dat heeft er een beetje mee te maken dat Dordrecht en Zwijndrecht samen helemaal 70 procent van de stemmen hebben en de kleinere gemeentes, toen dit speel eruit onderhandeld hebben dat voor die 2 onderwerpen er dan nog een 3e gemeente zou moeten aansluiten. De voorzitter: Dank u wel voor de nadere toelichting. Zijn er nog verder vragen vanuit de commissie? Heel fijn. Dank voor uw toelichting, mijnheer Von Grumbkow. En dan gaan we naar mevrouw Smid voor de tweede presentatie voor de commissie. Mevrouw Smid-Marsman: Wat al in de inleiding van de heer Von Grumbkow zat, was dat de concept Voorjaarsnota en begroting lieten zien dat er een forse stijging was. Uw raad heeft vorig jaar al een aantal maatregelen moeten treffen om onze eigen begroting sluitend te krijgen. Dat geldt ook voor de andere gemeentes en daarom is er uiteindelijk ook door de AB- leden aan de GRS gevraagd om toch te kijken naar de mogelijkheden om die begroting wat verder te dempen.

Daarvoor hebben we de afgelopen weken heel intensief met elkaar gekeken, Dordrecht en de GRS, maar wij ook met andere gemeenten, want zoals wat net gezegd werd, er zijn dingen die Dordrecht alleen kan besluiten, er zijn dingen die Dordrecht met een meerderheid kan besluiten, maar er zijn ook dingen die bevoegdheid zijn soms van het DB van de GRS en soms van zelfs de directie van de GRS. Daar hebben we samen een uitgebreide lijst van gemaakt. Ook om gemeentes de mogelijkheid te geven om te kiezen tussen verschillende opties in die voorstellen. Ik ga er op hoofdlijnen door. En straks laten we nog even zien, het college heeft u een advies gegeven welke voorstellen volgens haar wel tot de mogelijkheden behoren en welke voorstellen volgens het college een dermate grote maatschappelijke impact hebben dat zij zeggen, wij zouden die voorstellen niet overnemen. En er zitten een paar voorstellen in die wij al hadden voorgenomen in de vorige ronde. Andere gemeentes niet. Die zitten wel in deze lijst, maar daar zeggen wij van, die hadden we al, dus dat levert bij ons niks op. Als je 15 dan weer even teruggaat naar de grote indeling die er natuurlijk net ook was, bestaanszekerheid, ontwikkelen naar werk en zorgen voor ondersteuning, dan zijn dit op hoofdlijnen de thema's waar het over gaat.

En als je naar de ombuigingsvoorstellen voor bestaanszekerheid kijkt, dan is het belangrijk om aan te geven dat in 2022 de nieuwe gemeenschappelijke regeling is gestart. En dat is een collegeregeling en dat betekent dat de beleidskaders, de strategische keuzes, worden door de individuele gemeentes gemaakt. De verdere uitvoering en de vertaling en de bevoegdheden die bij het college liggen, liggen bij het AB. En in de voorstellen zit een soort pakket van maatregelen waarbij we gekeken hebben, kunnen we de administratieve lasten verlagen. Bijvoorbeeld door systemen eenvoudiger te maken, maar bijvoorbeeld ook door minder te hertoetsen of te heroordelen als je van mensen weten dat ze gewoon in principe geen perspectief hebben op dat ze beter zouden worden. Het vaker verstrekken ambtshalve. Er komen een aantal landelijke verhogingen aan. Maar wij hebben ook gezegd, we willen ook voorkomen dat mensen in de armoedeval komen en we willen een minimaal vangnet garanderen als Dordrecht. Wij doen regelmatig in het kader van het armoedebeleid een minimaeffectrapportage, waar we kijken welke groepen in Dordrecht hebben het moeilijk? Waar zit dat op? En waar zou je dan specifiek op moeten sturen? Als je dan kijkt naar de tabel, en dan even uitleg, een plusje is het advies van het college om het over te nemen.

Een plusminnetje is, we vinden het idee interessant, maar hebben nog wat vragen over de uitwerking en pas als we die nadere uitwerking gezien hebben, is het advies om definitief te oordelen. Een min is, het college adviseert om die niet over te nemen. En er zijn een paar met een x waarvan is … Want dit is echt onder hoge tijdsdruk gebeurd. Wat net al werd verteld, het ritme van de begroting van de GRS is net iets anders dan onze en wij willen dit graag ook meenemen in de Perspectiefnota en onze begroting. Af en toe is gebleken dat het toch niet handig was of dat wij het inderdaad al hadden ingevoerd of opgenomen. En dan is hij eigenlijk vervallen. Wat u hier ziet is voor de bijzondere bijstand. De nummertjes verwijzen, u hebt een document gehad met formats, waarbij per maatregel is toegelicht wat de maatregel inhoudt. Dat zijn de nummertjes die u ziet. En als ik naar dit lijstje kijk, dan is denk ik belangrijk dat de medische kosten stoppen met bovenwettelijke beleid. Is er eentje waarvan wij zeggen, dat is niet meer van toepassing. Of dat kan niet omdat we gecontracteerd hebben. De peuteropvang hebben wij al eerder deze maatregel getroffen. Hier zit bijvoorbeeld maatregel 2 en maatregel 4. Dat zijn maatregelen waarvan het college zegt, gebaseerd op de minimaeffectrapportage zijn dit maatregelen die een te verstrekkend gevolg hebben en die we om die reden ontraden.

En bijzondere bijstand, werken met afwijkende toekenningsperiodes, daarvan hebben we gezegd, dan is het goed om nadere uitwerking te krijgen waar het dan over gaat, voordat we daar een oordeel over willen verstrekken. Voor 11 telt, de vermogensgrens hanteren naast de al bestaande inkomensgrens. Daar is ook de vraag wat het administratief kost om dat te kunnen doen en of het dan nog aantrekkelijk is. En wat misschien goed is, dat wij denken dat SUN een echt toegevoegde waarde heeft in ieder geval in Dordrecht. En dat is een van de redenen waarom die uiteindelijk vervallen is, ook omdat dat te weinig in verhouding zou opleveren. Soms is het ook dat andere gemeentes iets voorgesteld hadden, waar we ook de afweging hebben gemaakt, zouden wij dat dan ook doen? Dan de ombuigingsvoorstellen ontwikkelen naar werk. Daar is bijvoorbeeld een van de dingen waar we naar aan het kijken zijn, we zien dat Dordrecht, en u krijgt daar volgende week ook nog een keer een presentatie over, over de 16 Participatiewet in balans. Daar zal dat nader op ingaan. Maar bij ons is een vrij grote groep van mensen die langdurig in de bijstand zitten en waarvan de afstand tot de arbeidsmarkt, zoals dat heet, erg groot is.

En waar je ook zou kunnen overwegen, willen we die mensen in begeleiding houden bij de Sociale Dienst met dure professionals? Dat moet ik goed zeggen, met professionals die … Ze zijn niet duur, ze zijn veel waard. Of zeg je, als er toch geen perspectief is, kunnen die mensen niet veel beter met een mooie dagbesteding of een participatieplek gewoon bij een van de organisaties in Dordrecht zinvol bezig zijn? En dat zou bijvoorbeeld best tot een substantiële besparing kunnen leiden. En de vraag is, kunnen we een aantal maatregelen die direct impact heeft, stimuleren van werkgevers om mensen aan te nemen, zouden we die niet meer moeten inzetten omdat die uiteindelijk renderen? Hier ziet u ook dat een aantal bevoegdheden nadrukkelijk gedelegeerd zijn en de GR het besluit mag nemen. En dat betekent dat die bij meerderheid van stemmen in het AB wordt genomen. Een van de dingen waar wij tegen zijn is, we hebben gezegd, het stopzetten van de subsidie aan de Stichting maatschappelijk betrokken ondernemen, hebben wij onze twijfels over. Wij zouden wel graag zien dat de subsidie wat meer rendeerde. In de zienswijze ziet u dat het advies is om wel aan de GRS te vragen om wat strakker te sturen en te kijken wat de resultaten zijn, maar dat eerst te doen voordat je nadenkt over stopzetten.

En het welkomstprogramma inburgeraars is een relatief goedkope post, wat juist door de inburgeraars als zeer hoog gewaardeerd wordt, omdat dat ook iets is waar ze aan de hand meegenomen worden naar de SDD. Maar volgens mij gaan ze ook op zoek bij de politie. Dat ze een beetje wegwijs gemaakt worden hoe ze het doen. Dat is iets waarvan wij zeggen, dat nadeel is veel groter dan het voordeel. Dan de ombuigingsvoorstellen zorgen voor ondersteuning. Daar willen we voorkomen dat wat bij de GRS verdwijnt, bij ons in andere vorm terechtkomt. Dat vraagt ook soms versterking van de sociale infrastructuur. En wat we zelf als Dordrecht in onze integrale visie sociaal domein al hebben opgenomen, namelijk dat we ook willen normaliseren, dat we willen kijken naar draagkracht en draaglast. Wat kunnen mensen zelf? Hier is ook heel belangrijk dat het niet alleen gaat om het bezuinigen op geld, maar ook om met elkaar te organiseren dat de meest kwetsbaren nog hulp krijgen. Hier speelt de arbeidsmarktproblematiek en het feit dat gewoon ook een deel van de dienst niet meer geleverd kan worden ook een belangrijke rol bij de afwegingen die je zou moeten maken. En ook hier zitten een aantal dingen bij die wij al zelf hadden gedaan. Of zoals reablement, waar wij nog niet aan begonnen zijn. Als er staat Perspectiefnota ’26, dan zitten die al bij ons in het beleid. De meeste zou je kunnen onderzoeken.

Daarnaast hebben we gekeken, zijn er ook nog maatregelen die je in de bedrijfsvoeringskant of in de begrotingstechnische kant zou kunnen doen? En een van de dingen die we zeggen is, daar waar wij middelen van het rijk krijgen, zouden we de groei van de begroting van de GRS ook op die inkomsten moeten zetten. Voor een deel moeten we uiteindelijk toch betalen, dus wij zijn een van de gemeentes die een aantal jaren minder geld voor de bijstand krijgen dan dat we eraan uitgeven. Maar het laat in ieder geval goed zien hoe de verhouding is tussen wat je van het Rijk krijgt. De kosten die wij maken voor het participatie deel liggen hoger dan wat we van het Rijk krijgen. Daar wordt op dit moment druk gewerkt aan een transformatieplan, ook op basis van de nieuwe wet. Wij hebben voorgesteld met een aantal andere gemeentes om, en dat gaat dan over ‘28 en ’29, daar een stelpost voor in de begroting op te nemen. Je zegt, wij gaan ervanuit dat die dingen straks geld op gaan leveren. We krijgen elk jaar subsidie 17 van de ESF. Nu is de gewoonte om die pas in de begroting op te nemen en te verwerken als die uitgekeerd is. Je zou ook kunnen zeggen, we hebben een trackrecord, we durven een deel van die dingen ook in te boeken. We gaan met SROI aan de gang. Daar zou je wat voor kunnen inboeken. En we zouden kunnen zeggen, we gaan allerlei maatregelen doen. De HO gaat eruit.

We zetten in op een gelijkblijvend aantal inwoners. Dan tas je de voorzieningen niet aan, maar deze leidden wel tot een lagere begroting van de Sociale Dienst. Zijn ook allemaal een risico, want het zijn financieel-technische maatregelen. Als ze niet werken of als dingen toch gebeuren, zul je op termijn die kosten toch moeten betalen. Vragen? De voorzitter: Dank u wel voor deze presentatie. Richting de commissie, zijn er mensen met een vraag? Mijnheer Van de Breevaart, Forum voor Democratie. De heer Van de Breevaart: Om te beginnen hartelijk dank, voorzitter en de collega's die in presentatie gegeven hebben. Mijn vraag is, die bezuinigingsmaatregelen ter waarde van maximaal 12 miljoen. Ten opzichte van welk jaar is dat en wanneer zou dat geëffectueerd kunnen worden? Want als ik het goed heb uitgerekend, hebben we tot 2030 te maken met een stijging van ruim 16 miljoen aan kosten. De voorzitter: Mevrouw Smid. Mevrouw Smid-Marsman: Die 12 miljoen is als je alles zou doen wat in dit lijstje zit en dan is dat het bedrag wat je in 2030, hopen we, zou kunnen ophalen. Daar zitten overigens de laatste maatregelen die ik benoemd heb niet in. Want dit is een van de dingen, de gemeentes hebben gezegd, wij willen toch iets scherper varen ook in het financieel-economische perspectief.

En de GRS heeft vanuit haar verantwoordelijkheid gezegd, wij willen realistisch begroten, dus wij zijn daar minder een voorstander van. Maar de vraag is, als u allen zo'n zienswijze indient, kijken we ook weer wat de dienst daar dan als reactie op geeft. Misschien kunnen we ze nog overtuigen. De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag? Dan ga ik daarna naar de heer Bootsman. De heer Van de Breevaart: Maar dan komen we, uitgaand van dat maximale 12 miljoen, nog steeds 4 miljoen tekort op wat er aan kostenstijgingen verwacht wordt. Hoe gaan we dat oplossen? Mevrouw Smid-Marsman: Dat nemen wij mee in onze eigen meerjarenbegroting. De begroting die u straks in november zult zien, zal moeten aantonen hoe wij dat tekort financieren. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik heb een vraag over de laatste sheet van zojuist. Daar staat bij punt 5, uitgaan van het gelijkblijvende aantal inwoners met een Wmo- voorziening. En ik vraag mezelf af of dat geen gigantisch risico is, want we zijn voorlopig nog niet uitvergrijsd. Die stijging, ondanks natuurlijk dat het kabinet een aantal maatregelen ook gaat nemen met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning, denk ik dat je daar niet vanuit kan gaan. Of zie ik dat verkeerd? 18 De voorzitter: Mevrouw Smid.

Mevrouw Smid-Marsman: Daar zou je niet van uit mogen gaan als je geen maatregelen neemt. Maar in deze lijst van maatregelen zitten toch een substantieel aantal maatregelen die ervan uitgaan dat er ook minder mensen gebruik maken van de Wmo. Je zou kunnen zeggen, hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Je kan zeggen, dit zijn gelijkblijvende aantallen. De GRS werkt gewoon met een autonome stijging. Je zou ook als gemeenteraad kunnen nadenken, zit er ook nog iets tussen die twee dingen in waar je rekening mee zou kunnen houden? Waarbij financieel-technisch je ook nog kan zeggen, ik ga van het één uit en ik neem in mijn risicoparagraaf als tegenhanger ook iets op voor het geval dat het tegenvalt. Maar met de bedoeling om te normaliseren, mensen ook zelfstandiger te laten worden, is dit een optie? De voorzitter: Dank u wel. Een vraag van de heer Van de Vreede, VVD. De heer Van de Vreede: Voorzitter, er wordt in de tekst gesproken van de begroting 2027 over ombuigingsmaatregelen voor de jaren 2027-2030, maar wordt ook verzocht om alternatieve ombuigingsvoorstellen ter omvang 6.6 miljoen in kaart te brengen. Zijn die hierin meegenomen of wordt dat apart … De voorzitter: Mevrouw Smid. Mevrouw Smid-Marsman: De eerste tranche is 6. Voor ‘27 is het dan 6,6 miljoen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49369