2.7 2025.09.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Het college geeft duidelijk aan, lichte bedrijvigheid in het Stadspark an sich niet als gewijzigd inhoudelijk uitgangspunt te hebben. Het uitsluiten daarvan tenminste. Eigenlijk dat met dezelfde beleidsuitgangspunten op te nemen. Wij komen met een amendement om het uitsluiten daarvan weer terug te draaien. Om dat eigenlijk in lijn te brengen met de overige tekst. De tekstblokjes die afwijken van de teksten hierover. Dan voorzitter, voornemens om een amendement te schrijven om de samenvatting van het Stadspark in lijn te brengen met het uitgebreidere hoofdstuk hierover, want dat is eigenlijk toch een andere lading die wij hierover zien, ook in lijn met de collegereactie hierover. Het lijkt ons wenselijk. Mevrouw Koene gaf al aan dat op zich de samenvatting goed leesbaar is. Maar dan lijkt het ons wel wenselijk dat die ook dezelfde lading heeft. Dan zijn wij voornemens om met een, ik weet niet of dat een motie of amendement is, te komen. Maar in ieder geval over de recreatie bij De Elzen en De Viersprong. In de Omgevingsvisie is dit gebied aangeduid als intensieve recreatiezone. En wij willen graag een opdracht meegeven aan het college om een versterkte aantrekkelijkheid in het gebied, vooral ook de horeca, verder uit te werken in het, zo begrepen we net van het college, toegezegde programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden, als ik dat even snel goed heb meegeschreven.
Over die as zijn wij voornemens om bij de raad met voorstellen te komen. En voor de rest, ook in afstemming met andere partijen over een mogelijk voorstel, een ander punt wat we hadden gemaakt, over de transformatielocatie ten oosten van de Stadswerven, even kijken of we daar met andere partijen tot iets kunnen komen, voorzitter. Tot zover. De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Feijter.
60
De heer De Feijter: Eigenlijk aan de heer Noldus. Ik zal, omwille van de tijd en mijn lange zinnen, niet mijn volledige vraag herhalen. Maar als de heer Noldus die nog weet, graag een antwoord daarop. De heer Noldus: Heel kort, want het is vorige week ook al hier uitgebreid over gegaan. En wij zijn op zich geen tegenstander van in die rand kwalitatieve verbetering. Dat zien we bijvoorbeeld ook bij de perenboomgaard. We zien wel in de Omgevingsvisie ook een oproep over een nadere analyse van deelgebied 3, wat u eigenlijk in uw analyse meegaf. Is misschien een vraag aan het college. Wat gaan we terugzien in die analyse over deelgebied 3? En past het vraagstuk rondom kleinschalig wonen daar ook in, voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Ik denk helder voor u. Ik zit nog met het oog op de tijd. We hebben een aantal vragen gekregen. We hebben ook een vrij uitgebreide vraag van de Van der Meer. En ik denk dat het toch, ook gezien de aankondigingen van moties, amendementen die nog komen, goed is dat we over amendementen en moties, als de tijd dat niet toelaat nu, in de raad spreken, want dat lijkt me het handigste voor u. Dan geef ik nu de heer Burggraaf het woord voor zijn tweede termijn. En dan hoop ik dat zoveel mogelijk van uw vragen beantwoord worden. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. De vraag van Op Ons Eiland over de bedrijfsruimte.
Het is zeker niet de bedoeling om daar de indruk te wekken dat we er in de Omgevingsvisie niet heel veel nadruk of ook aandacht voor hebben. We hebben een heel deelgebied werkgebied opgenomen ook in de Omgevingsvisie. En daar staat alles over de bedrijfsmatige ontwikkelingen. Er zit geen hoger doel achter het feit dat u maar een keer in de tekst bedrijfsruimte heeft gevonden. Dan over het vraagstuk van het bouwen in de randen van de kleinschalige woningbouw in de buitengebieden. Kijk, allereerst ben ik het wel eens met de reflectie van ChristenUnie/SGP die zegt van, we kies voor focus. Dat is ook iets wat u al meerdere periodes heeft meegegeven aan het college. Dat hebben we hier ook verder uitgewerkt. En dat zit in die binnenstedelijke verdichting. En alle kwaliteiten die dat met zich meebrengt en de voorbeelden die u onder andere ook op mobiliteit noemt, dat is natuurlijk gewoon zo op het moment dat je meer gebruikmaakt van de bestaande voorzieningen of dichtbij ov, et cetera. Dan ben je ook gewoon slimmer met de ruimte bezig en kan je echt kwaliteit toevoegen. En is in deze Omgevingsvisie de analyse van het college geweest van, vervolgens heb je een heel mooi groen gebied, een achtertuin, ik heb het de vorige commissie ook genoemd, die tijdens corona door heel veel mensen ook weer echt herontdekt is.
Binnenkort komt de visie Recreatie en Toerisme uw kant op over het buitengebied. Dan zult u ook echt zien dat dat heel hoog wordt gewaardeerd en gekwalificeerd als een uniek bezit, wat je hebt als gemeente. En hebben we dat in deze visie aan u voorgelegd om te zeggen, zorg dat die overgang van het stedelijk gebied naar het buitengebied op een kwalitatief mooie wijze gebeurt. En daarvoor komt een afwegingskader, voor die kleinschalige woningbouw, die vooral op kwaliteit gericht zal zijn. En de woningbouw getoetst zal worden daar op intrinsieke kwaliteiten, dus landschappelijke inpassing, beeldkwaliteit in relatie met de dijken en een overgang van een stadsrand naar het buitengebied. Ik kan me goed voorstellen dat wij zo’n afwegingskader, zodra die er is, ook nog ter wensen en bedenkingen hier aan de raad meegeven, zodat u daar ook nog op kan reflecteren. Maar dat is zoals we dat beogen
61
met deze Omgevingsvisie. En het is natuurlijk verder aan u als raad om te bepalen of u achter dat principe staat. De voorzitter: De heer De Feijter heeft een interruptie. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. De wethouder noemt het afwegingskader. Die heb ik in de raad ook teruggezien, in concept. Maar de heer Noldus refereerde er net ook al eventjes aan. Er staat ook op pagina 117 dat voor deelgebied 3 de gemeente de regie neemt, door bijvoorbeeld een goede analyse van het gebied en een gebiedsvisie op te stellen. Maar vervolgens staat die analyse van het gebied of die gebiedsvisie niet in de uitwerking in programma's, afspraken en/of Omgevingsplan. Daar is hij niet terug te vinden. Kan de wethouder er iets meer keuring aan geven wat we kunnen verwachten van die gebiedsanalyse en op welke termijn we die ook zouden kunnen verwachten? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Die staat op pagina 120 in het lijstje, als uitwerking in programma's, het afwegingskader. De heer De Feijter: Dat is het afwegingskader? De heer Burggraaf: Ja, correct. Precies. De heer De Feijter: Duidelijk. De heer Burggraaf: En de vraag van Partij voor de Dieren, hoe kan het dat bij toekomstbestendige economie dan ook nog iets over wonen staat? Dat slaat op datzelfde deelgebied 3 in het buitengebied. Dat is agrarisch.
Waarvan we hebben gezegd, binnen dat afwegingskader zou je, op het moment dat het kwaliteit toevoegt in het gebied, kleinschalige woningbouw kunnen toestaan. Maar nogmaals, het is niet geënt op zijnde, woningbouw is een aparte doelstelling. Absoluut niet. Het is geënt op de kwaliteit die u dan aan het buitengebied bevestigt van, dat is het open, groene buitengebied. En dat kan zijn dat je rondom een boerenerf bijvoorbeeld daar nog met woningbouw uiteindelijk investeringsvermogen ook creëert, om dat op een kwalitatief hoogwaardige manier te doen, waardoor je echt bebouwing in het buitengebied hebt, meer dan wat het nu is, ook echt opgaat in dat buitengebied en past bij die landschappelijke kwaliteiten die je in het gebied hebt. Dat is even als voorproefje van hoe we dat afwegingskader zouden willen presenteren aan u. Maar nogmaals, dat werken we verder uit en dat komt dan vervolgens ook nog ter wensen en bedenkingen naar de raad toe. Dan het vraagstuk over die binnenstedelijke verdichting. We hebben al eerder aan u gepresenteerd, en dat doen we inderdaad, dat hoor ik andere partijen ook al zeggen, regelmatig met de Bouwmonitor, die binnenkort ook weer uw kant op komt, hoe we zitten met het creëren van planvoorraad. Dat is ten opzichte van die 11.000 woningen die u in de Woonvisie aan ons heeft meegegeven, waarvan inmiddels een deel gerealiseerd is.
En dan zit er nog een forse planvoorraad van zo'n bijna 8.000, hebben we al gecreëerd. En is vanuit die verdichtingsstudie globaal verkend hoeveel potentie er zou zijn. Dat hebben we in de Startnotitie destijds ook aan u meegegeven. Dat is 4.000 tot 8.800 woningen die je binnen die verdichting zou kunnen realiseren. Maar dat is ook op een hoog abstractieniveau, net zoals je dat in een Omgevingsvisie hebt zitten. Want
62
vervolgens concreet, als er een ontwikkeling is, vraagt dat een omgevingsplanwijziging. En ga je dan de verschillende doelstellingen die u heeft meegegeven daartegenover afwegen. En gaat u uiteindelijk over de beslissing van de definitieve omgevingsplanwijziging. Maar in ieder geval op basis van die aantallen nu kunnen we zeggen dat er wel voldoende planvoorraad potentie is. De voorzitter: Een vraag van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. En ook dank voor deze beantwoording. Kijk, deze cijfers kennen we inderdaad. En ik heb die ook eerder gezien. Maar waar voor onze fractie ook nog wel een ingewikkeld punt zit, we vertrouwen op die verdichting, we wensen ook graag verdichting. Tegelijkertijd, als we de afgelopen vier of acht jaar terugkijken, dan zijn alle cijfers die ons gepresenteerd zijn natuurlijk over de realisatie die we uiteindelijk bereiken. De realiteit is een stuk negatiever dan wat we in zachte en harde planvoorraad steeds terug hebben gezien. Dan vraag ik me toch af, welke tijdspanne heeft het college voor ogen dat dit dan op een realistische manier, ik ben niet op zoek naar goed nieuws, dat het ook daadwerkelijk gerealiseerd zou kunnen worden? Want ik zie het Masterras, ik zie bijvoorbeeld het Gezondheidspark, die Leenbakker locatie.
Je hebt tal van locaties waar we allang als gemeente en als gemeenteraad hebben gezegd van, ga daar aan de slag, maar toch laat dat lang op zich wachten. Wat zijn de vooruitzichten, in realistische mate? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Daar moet ik een gelaagd antwoord op geven. Want er zijn dingen waar je als gemeente direct invloed op hebt en zaken waar je afhankelijk bent. Gewoon het bouwen zelf, het realiseren zelf, dat is toch uiteindelijk echt aan de markt en ontwikkelende partijen. In de breedte in Nederland zie je sowieso dat er hoge ambities zijn om woningbouw te realiseren, en dat die aantallen gewoon niet gehaald worden. Dat is gewoon een landelijk probleem, die te maken heeft met arbeidsschaarste, met prijsvorming, met bouwkosten, et cetera. Als ik gewoon kijk naar de ambitie die we hier in de gemeente hebben, is dat we eigenlijk alles inrichten om een bouwvolume van 1.000 per jaar ongeveer te kunnen faciliteren. Daar richten we onze Omgevingsdienst op in, op onze diensten, et cetera, in de vergunningverleningssystematiek. In de realiteit zie je dat het realiseren van woningen, als het goed gaat, kan je daar in de buurt komen, maar heel vaak zijn er toch omstandigheden waardoor die aantallen achterblijven. Als je kijkt naar de totale planvoorraad, de harde planvoorraad, dan zitten we echt al op 8.000 van die woningen.
Je moet je ook afvragen, gaat het helpen om nog heel veel meer planvoorraad te gaan toevoegen? Want ook daar is het soms slimmer om even de focus te houden en zeggen, hier bieden we de ruimte om de woningbouw te doen aan de markt, ga hier ook je plannen ontwikkelen. Want er kan ook een tendens ontstaan waarin ontwikkelaars en partijen denken, ik ga gewoon zorgen dat mijn mandje aan potentiële ontwikkellocaties enorm goed gevuld is en ik bepaal zelf wanneer in de tijd het lucratief is om woningen te ontwikkelen. En dat smeer ik lekker uit over de tijd, want dat is voor mijn bedrijfsmodel natuurlijk hartstikke goed. Maar levert dat de stad die vele woningen op waar u naar op zoek bent? Dat is niet het geval. Ik wil daarin ook waarschuwen voor, maar denken van, als ik maar heel veel meer planvoorraad toevoeg, dan gaat die
63
snelheid in woningaantallen wel goedkomen. Die nuance wil ik toch ook wel meegeven als het gaat om het creëren van planvoorraad en hoeveel je eigenlijk nu nog de komende tijd te doen hebt. En dan als laatste was natuurlijk de vraag van, hoe zit dat met die verdichtingsstudie? Met plezier gaan we u daar een keertje in meenemen. Dat is gewoon een hele technische verkenning geweest, door een aantal stedenbouwkundige bureaus. Dat kunnen we best even een keer in een besloten sessie met u doen. Ik zal aan de Agendacommissie een verzoek doen om daar een moment voor te gaan zoeken. Want nogmaals, dat is gewoon een technische verkenning volgens die verdichtingsprincipes, doelstellingen die je hebt. Waar kan je dan allemaal aan denken? Maar het zijn nog geen plannen die heel concreet zijn in de zin van, en daar gaat hij dan ontwikkeld worden. Dat is echt een volgende fase. En dan kunnen we ook, door dat bureau wat die verkenning gedaan heeft, dat goed met u langslopen. De voorzitter: De heer Pauwels heeft daar nog een vraag over. De heer Pauwels: Ik vroeg me af, zijn hier die vijf vragen nu mee beantwoord? Want die indruk krijg ik niet. De heer Burggraaf: Dan moet u even aangeven op welke vraag u nog geen antwoord heeft gehad. De heer Pauwels: Alle vijf. De heer Burggraaf: Ik ben ze allemaal afgegaan.
De eerste kan ik bevestigen dat de Omgevingsvisie alle Dordtse woningzoekenden van een woning te voorzien. De voorzitter: Wilt u uw microfoon uitzetten? De heer Burggraaf: Dat is vanuit de te creëren planvoorraad, die ik net zei. Daar hebben we voldoende bandbreedte om dat binnen deze uitgangspunten te kunnen realiseren. En tegelijkertijd hebben we ook erkend in deze Omgevingsvisie dat u heel veel verschillende doelstellingen stelt, die in de praktijk absoluut gaan schuren. En dat kan je gewoon nu nog niet overzien. Er zijn gewoon ambities die u heeft, die zo meteen niet allebei kunnen. We gaan gaandeweg absoluut tegen dingen aanlopen. En daar is ook de beleidscyclus van de Omgevingsvisie voor, met monitoring en evaluatie, dat je gaandeweg kijkt, de ChristenUnie/SGP noemde al de Bouwmonitor, die we regelmatig sturen, waarop je de vinger aan de pols kan houden. Blijkt in de praktijk dat de ambitie die je nu hebt ook echt te verwezenlijken is of gaat het misschien zo schuren met andere doelstellingen dat je weer opnieuw de weging moet doen? Dat zit gewoon in de beleidscyclus. De verdichtingsstudie uit 2024, daarvan heb ik gezegd, ik zal de Agendacommissie een verzoek doen om daar een moment voor te plannen om dat aan u te presenteren. De voorzitter: De heer Pauwels heeft nog een … De heer Pauwels: En dat zal dan wel plaatsvinden voordat over de Omgevingsvisie gestemd gaat worden?
64
De heer Burggraaf: Ik weet niet wat uw agenda verder is, wanneer u besluit om hierover te stemmen? Vanuit het college zou ik zeggen, is het niet noodzakelijk om dat eerst gehad te hebben om nu te kunnen oordelen over de Omgevingsvisie. De heer Pauwels: Laten we dat dan wel doen. De heer Burggraaf: Het is een technische verkenning geweest. Daarom is dat ook nog niet eerder met de commissie besproken. Vier, bedoelt u, denk ik, de zeven doelstellingen binnen de Omgevingsvisie. De heer Pauwels: Sorry, een technische verkenning in 2024. De voorzitter: Sorry, ik stel voor dat we de heer Burggraaf eerst even laten uitspreken. De heer Burggraaf: Dat zijn die 7 doelstellingen binnen de Omgevingsvisie. Daarvan heb ik gezegd, die heb je per deelgebied of per concrete ontwikkeling apart af te wegen. En dat aantal woningen te realiseren van 11.000, daarvan zei ik, op planvoorraad zitten we goed in de aantallen. Op realisatietempo gaat het niet hard genoeg, maar daar zitten ook heel veel marktomstandigheden omheen die dat deels ook veroorzaken. De voorzitter: Dank u wel. Dan nog een laatste vraag van de heer Pauwels. De heer Pauwels: In ieder geval goed om te horen dat het doel is om alle Dordtse woningzoekenden van een woning te voorzien, als ik het goed begrijp.
Het dringende verzoek is dan inderdaad om die verdichtingsstudie, dat we die kunnen inzien voordat hier over de Omgevingsvisie gestemd gaat worden. Waarom die niet gedeeld is, dat begrijp ik niet helemaal. Er wordt aan een technische sessie gerefereerd, terwijl deze studie is van 2024. Er is alle tijd geweest om dit te delen. De voorzitter: Heeft u nog een vraag aan de wethouder? De heer Pauwels: Ja. Gaan die 11.000 woningen, die nu in de Omgevingsvisie staan, die in 2030 gerealiseerd gaan worden … Als ik het goed begrijp, worden die niet gerealiseerd. Klopt dat? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is wat ik net schetste, je hebt als gemeente invloed op een aantal aspecten. En dat is op het creëren van harde en zachte planvoorraad en tegenwoordig omgevingsplannen die u vaststelt, o je vergunningstraject faciliteren daarvan. En dan houdt het op. Tegelijkertijd kunnen wij soms bij ontwikkelingen hier … Wat we onlangs bij Spuiboulevard hebben gedaan, waar een ontwikkeling lastig werd vanwege de parkeereisen die erbij zitten. Daar hebben we een alternatieve parkeeroplossing weet te vinden, waardoor die ontwikkeling wel op gang kwam. Maar die is ook nog steeds niet gerealiseerd.
Ik wil maar zeggen, u refereert naar een maakbaarheid die gewoon niet als gemeente … Waar we niet op dat soort realisatieaantallen kunnen we … Dat kan geen enkele gemeente waarmaken, want daarvoor ben je echt ook afhankelijk van de marktontwikkelingen.
65
De voorzitter: Helder. Dank u wel. Ik denk dat wij naar een afronding van deze, althans, ik weet wel zeker dat wij naar een afronding van deze commissievergadering gaan. Nu is de vraag, hoe nu verder? Ik hoor eigenlijk twee voorstellen. En dat is aan de commissie. Ik hoor vanuit de heer Pauwels dat hij eigenlijk terug wil naar de beeldvorming, om het maar eens even plat te zeggen, en eerst over een verdichtingsstudie wil spreken. En aan de andere kant hoor ik ook de gemene deler dat het wel eventueel naar de raad zou kunnen, waarbij we kunnen doorspreken over moties en amendementen. De vraag is aan de commissie, hoe verder? Wie kan ik daarvoor het woord geven? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik kan het laatste voorstel steunen. We hebben het er uitgebreid over gehad. Ik hoor veel ideeën en gedachten over moties en amendementen. Wat mij betreft gaan we het volgende week in de gemeenteraadsvergadering hebben over de moties en amendementen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Wij kunnen dat voorstel van harte steunen. De voorzitter: Kijk ik de commissie rond. Wordt dat verder breder gedragen? Ik zie van wel. En dan de spreektijd. Het zijn er nogal veel. Ik hoor ook vanavond hele lange zinnen. Die zullen dan misschien ook wel nodig zijn. Zullen we dat op 5 minuten stellen? Ik zie instemmend geknik.
Dan stel ik vast dat wij in de volgende gemeenteraad gaan spreken over de moties, amendementen van dit agendapunt, met een spreektijd van 5 minuten per fractie. De heer De Feijter voegt mij toe dat die dan precies 2 zinnen kan zeggen. Dan dank ik u allen voor uw inbreng in deze vergadering. Nog de vraag of u zelf uw glaswerk en dergelijke naar buiten mee wil nemen, op de juiste plaats wil deponeren. En dan wens ik u een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 oktober 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
66