2.7 2025.09.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 16 SEPTEMBER 2025 Vergaderzaal 5 1. Raadsinformatiebrief over Voortgangsrapportage Stadspark – Raadsinformatiebrief Agendapunten 1 tot en met 3 gezamenlijk behandeld onder agendapunt 3. 2. Beschikbaar stellen van budget voor Aankoop vastgoed Stevensweg 91 – Raadsvoorstel Agendapunten 1 tot en met 3 gezamenlijk behandeld onder agendapunt 3 3. Vaststellen Startnotitie Krommedijk – Startnotitie Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: mevr. Zantingh De voorzitter: Goedenavond dames en heren, ik weet dat ik de heer Oostenrijk er een plezier mee doe om stipt in de klok te beginnen. Het is 19.30 uur. Welkom bij de commissie die gaat over de Voortgangsrapportage Stadspark en het raadsvoorstel beschikbaar stellen van budget voor Aankoop vastgoed Stevensweg 91 en de Startnotitie Krommedijk. Ik heb voor de vergadering al gecheckt of er een quorum is. Dat is het geval.
Wij gaan ook geldige dingen doen. Dat is ook altijd fijn. En daarbij heet ik jullie van allen welkom. De heer Burggraaf ook namens het college en een welkom aan de ambtelijke ondersteuning, wiens naam ik niet op mijn lijstje heb staan. En ik weet dat ik altijd mijnheer Van Breda zeg, wat Van Oosterhout is. En dan is zo meteen een verrassing wie … Marleen Zantingh, dames en heren, namens de ambtelijke organisatie. En u weet het, ik stel voor de rest graag iedereen zelf voor.
1
Links van mij mijnheer Den Boer van de griffie. Mijnheer Katif van Beter voor Dordt. Mijnheer De Feijter van de CU/SGP. Mijnheer Gündogdu van Op Ons Eiland. Mevrouw Van Herwijnen van de Partij voor de Dieren. Mijnheer ‘t Lam voor de SP. Mijnheer Van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mijnheer Damen van de PvdA. Mijnheer Noldus van de VVD. Mijnheer, mevrouw, wie, Stolk. En Stolk namens de VSP is er nog niet. Mijnheer Oostenrijk, had ik u al genoemd behalve in de intro? Mijnheer Oostenrijk namens het CDA. Mijnheer Van der Meer namens GroenLinks. En de rest had ook allemaal al gehad. Ik ben Irene Koene, voor degene die dat nog niet wist. Er staan, zoals ik net zei, drie stukken op de agenda. En dat heeft allemaal te maken met project Stadspark. Daarom bespreken we dit gezamenlijk, is zo afgesproken. En de politieke vragen luiden, ga ik wel even oplezen hoor, wil de raad onverkort vasthouden aan het project Stadspark? En als dit niet binnen het beschikbare budget uitgevoerd kan worden, welke onderdelen wil de raad dan schrappen dan wel waar wil de raad het ontbrekende budget vandaan halen? Namens de SP. De volgende is, kunnen we een volgend deel al oppakken, nu er nog geen terugkoppeling is op eerdere deelplannen? Het CDA.
De derde is, wat betreft het complex en de plannen voor FC Dordrecht, is de commissie van mening dat voldoende wordt gestuurd op samenhang en wordt hier voldoende invulling gegeven aan het amendement A1 Dordwijkzone niet op slot? VVD. En als laatste, welke schaal, dichtheid van woningbouw binnen het park steunt de commissie? Partij voor de Dieren. Ik ga eerst het woord geven aan de fracties die de politieke vragen hebben geformuleerd, die wij erkend hebben. Mijnheer Burggraaf gooit bordjes op de grond. Is ook leuk, maar wij gaan toch gewoon verder. Ik geef eerst het woord aan de SP. De heer ‘t Lam: Even het knopje zoeken. Dank u, voorzitter. In 2021 stelde de raad bij meerderheid 55 miljoen beschikbaar voor de realisatie van wat tegenwoordig het Stadspark heet. Losse groene gebieden tussen het Wantij en de Dordtse Zeedijk zouden met elkaar verbonden worden tot 1 ruimte om te recreëren, bewegen en te sporten. De ingrepen zouden zorgen voor een klimaatbuffer met groenvoorzieningen, watergangen en ecologische verbindingen. In deze opzet is geen rekening gehouden met woningbouw. Inmiddels hebben we een tussenevaluatie waarin staat dat er nog geen volledig zicht is op de benodigde cofinanciering voor de verdere uitvoering. En de budgetten zijn niet geïndexeerd, lezen we daarin. En er wordt daarom gewerkt aan een herijking, inclusief financiering.
Mijn vraag aan het college is, wanneer ontvangen we dan die herijking? Als oplossing voor de financiële problemen wordt genoemd het laten vervallen van infrastructurele maatregelen. Maar dan vervalt de verbinding tussen de individuele groenstroken en valt eigenlijk het hele idee achter het Stadspark weg. Waarom zouden we dan de losse onderdelen nog uitvoeren, vragen we aan het college? De plannen worden projectmatig uitgevoerd. En dat betekent dat het best kan zijn dat het laatste plan, als dat uitgevoerd moet worden, onvoldoende of geen geld meer heeft. Maar dat kan best het beste plan van het hele onderdeel zijn. Eigenlijk moeten we eerst inzicht hebben in welk deel van de plannen we schrappen als we binnen de 55 miljoen willen blijven, of waar we het extra geld vandaan halen? Ook dan kunnen we pas eigenlijk een beslissing nemen over het stuk van de Krommedijk. En daarmee is wat mij betreft de vraag van de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Dieren over schaal en dichtheid van de woningbouw helemaal niet relevant, want de raad heeft nooit besloten dat woningbouw onderdeel is van het betreffende voorstel. Kijkend naar het kaartje zouden de woningen waarover nu gesproken wordt midden in
2
het groene, bestaande gebied komen. Is dat een startschot om het hele groene gebied te gaan bebouwen, vragen we ons af? Misschien aardig voor de verkiezingen richting Beter voor Dordt, die hebben al eens meer met bebouwing van groen de verkiezingen gewonnen. Maar ik ben benieuwd wat het college met dat gebied wil? In het budget van 55 miljoen voor het Stadspark zit geen geld om grond voor woningbouw te realiseren. We snappen dan ook niet, als dat al aangekocht moet worden, waarom dat dat geld voor die aankoop uit het Stadspark moet komen en niet uit het grondbedrijf? Wellicht dat het college daar ook een verduidelijking op kan geven. Tot slot. Het Stadspark is altijd verkocht als een project dat goed is voor het aanzien van de stad, maar vergeet niet dat met dit project niets wordt binnengehaald aan financiële middelen. Het kost alleen geld. En dat geld hadden we incidenteel gekregen. Alles wat we van het Stadspark gaan aanleggen, moet ook onderhouden worden. En we hebben niet eens geld in de begroting vanaf 2027 om bomen fatsoenlijk te onderhouden. Hoe moet dat met al die uitbreidingen van het Stadspark? Wel lees ik in de Startnotitie Krommedijk dat in het onderzoek begrepen wordt het begroten van de beheerskosten.
Wordt, is dan mijn laatste vraag richting college, daarbij gelijk de dekking voor die beheerskosten aangegeven, of mag dat de nieuwe raad bij een volgende begroting zelf uitzoeken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Niet alles even politiek, maar licht technisch. Toch geef ik nu het CDA het woord. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. De vraag is denk ik helder. We hebben in eerder stadium de Startnotitie rond Sportpark Stadspolders en het Jeugddorp vastgesteld. Vervolgens Reeweg. En nu is de vraag, nog niet wetende welke uitkomsten die Startnotitie zal hebben in het concretiseren van plannen die bij ons nog niet bekend zijn, of het verantwoord is om over te gaan naar het vaststellen van een Startnotitie Krommedijk? En op zich is een Startnotitie geen uitgave budget verstrekken, maar het geeft wel een intentie. Want we hebben het wel over pakweg 30 miljoen wat in die 3 deelplannen verankerd zit. En dat is geen expliciete instemming, maar het is wel een verwachting die gewekt wordt. We hebben destijds over Stadspolders Jeugddorp een vrij intensieve discussie gehad van, die 15 miljoen, moet dat allemaal wel? Kan het een tandje minder? Ik kan me die discussie nog wel herinneren. En toen is ook gezegd van, daar komt helderheid over nadat de belanghebbenden, de verschillende verenigingen, daar een ei over hebben gelegd.
Dat wij over de financiële consequenties van die gedachtegang … Want die gedachtegang zou dan aan ons als raad worden voorgelegd of we daar uiteindelijk ook mee willen instemmen. Die fase hebben we nog helemaal niet gehad. Dat geldt natuurlijk voor de Reeweg. En we zitten met de vraag inderdaad of je op dit moment, als je over de vorige 2 deelplannen nog niet weet wat dat betekent, of je daar nu al moet willen instappen? De heer Noldus: Voorzitter. De heer Oostenrijk: En die twijfel is heel sterk. Ik zou graag overtuigd willen worden, maar dan wel geargumenteerd, wat dan de nut en noodzaak is om dat wel te doen? Want de Voortgangsrapportage geeft er ook nauwelijks inzicht in, anders dan van, over Stadspolders, er vindt nog in juni een volgende bijeenkomst plaats en we gaan in de tweede helft 2025 aan de slag met het Sportpark Reeweg. Dat zijn wel zinnen, maar je hebt er niks aan.
3
De voorzitter: Punt. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Dank, voorzitter. Een vraag aan de heer Oostenrijk. Want ik probeerde de beredenering te volgen en die snap ik voor een deel, dat je wil weten wat er totaal op tafel ligt om die keuzes te maken en hoeveel geld je voor een gebied kunt uittrekken. Ik denk dat dat een heel valide punt is. Is de heer Oostenrijk het dan met me eens, of ik had in ieder geval verwacht dat, en is de heer Oostenrijk dat met me eens, dat u zou spreken om vooral juist te gaan starten met het vaststellen van die Startnotitie en de participatie in het gebied Krommedijk, om ook te weten wat er dan vanuit de gebruikers van het gebied dan ook gewenst is. Is de heer Oostenrijk het met me eens dat het dan gewenst is om van die verschillende gebieden juist ook een soortgelijk beeld op te halen? De heer Oostenrijk: Dat kan op enig moment, voorzitter, gewenst zijn. Alleen het gaat om de vraag, op welk moment? En dat is nu net de kwestie. Zolang we over een budgethoogte van pakweg 30 miljoen geen zicht hebben wat het in werkelijkheid gaat inhouden … Stel, want die vraag leg ik dan maar in het midden, dat er uit de beraadslagingen Stadspolders Jeugddorp een werkbudget komt van niet 15 miljoen, maar 20 miljoen.
Wat heeft dat dan voor effect om dan toch vrolijk door te gaan? En de heer t Lam heeft al gezegd’, over externe financiering hebben we het dan nog niet gehad. Om dan gewoon blind door te gaan en dan bij fase 4 tot de ontdekking te komen van jongens, we lopen vast. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus nog een keer. De heer Noldus: Dan toch de andere kant op geformuleerd. Ik snap het antwoord van de heer Oostenrijk, maar de andere kant op geformuleerd is, hoe gaan we als raad over dit budget, over het hele Stadspark een besluit nemen over Sportpark of het deelgebied rondom Stadspolders, terwijl we nog niet weten wat er aan plannen en aan wensen vanuit de gebruikers voor de Krommedijk ligt? Dat is toch iets wat je ook naast elkaar voor een deel, niet volledig, daar kom ik zo meteen op, maar voor een deel moet willen wegen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk reageert daar kort op, want er komt daarna nog een interruptie. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik wil graag weten, in de volgorde der dingen, waar je aan de lat zit? En de volgorde der dingen is Stadspolders, sport en Reeweg, Krommedijk. En niet andersom. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor het verhaal van het CDA. En ik kan dat helemaal volgen, want ik heb die vragen zelf ook. Alleen ik ben hier naartoe gekomen naar een oordeelsvormende sessie.
En ik zou graag willen weten van het CDA wat het antwoord is op de vraag die zij zelf hebben ingediend van, kunnen we een volgend deel al oppakken nu er nog geen terugkoppeling is op eerdere deelplannen.
4
Want als ik het verhaal volg, denk ik dat het CDA dat niet kan. Maar dan hoor ik dat ook graag. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik heb halverwege mijn betoog de vraag aan het college gesteld, hoe zij erin zitten? De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Van der Spoel wil weten hoe u erin zit. Maar dat komt nog later wel. Was u verder klaar met uw woordvoering? De heer Oostenrijk: Als we het knippen in de Voortgangsrapportage of halen we de drie dingen door elkaar? De voorzitter: We halen graag drie dingen door elkaar. Ze worden bewust gezamenlijk bespreken. De heer Oostenrijk: Dan de vraag over de Stevensweg. Ik snap hem voor een deel. Aan de andere kant word ik graag overtuigd van het verhaal dat de strategische aankoop niet direct, ik zeg niet direct verband heeft met, laten we zeggen, het creëren van, ik zeg het maar even, de groene long. Want dat hele fiets-wandelpad gedeelte zit daar ver vandaan. Ik wil graag een reflectie hebben van het college wat het eigenlijke doel is van die aankoop. En er wordt iets gemeld over woningbouw, maar daar wil ik dan graag meer van weten, want dat wordt eigenlijk verder niet toegelicht. En eigenlijk heb ik het impliciet al over de Krommedijk gehad. De voorzitter: Dit was die zo? Dank u wel. Dan gaan wij naar de VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel.
Van het begin af aan is het voor de Dordtse VVD in ieder geval belangrijk dat het Stadspark niet alleen iets is wat gaat over duurzaamheid, biodiversiteit, klimaat en groen, maar dat het ook gaat om mensen vanuit de stad naar het park te krijgen. Dat mensen daar elkaar op kunnen zoeken, recreëren, sporten. En dat het ook het doorbreken is van die toch wel ingewikkelde barrière in onze stad van de N3, spoor en de andere barrières die we in dat gebied hebben. Dat vinden wij echt belangrijke functies. Daarnaast is het voor ons ook belangrijk dat we, ondersteunend aan die ambitie, ruimte geven aan lichte bedrijvigheid, horeca en andere functies, zolang het bijdraagt aan de doelen van het park. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Mag ik de VVD dan vragen wat hij bedoelt onder bedrijvigheid, die ondersteunend zijn aan de doelstelling van het park? De heer Noldus: Ja, zeker, voorzitter. Dat ligt per deelgebied natuurlijk heel anders, want er zijn nogal verschillende gebruikers ook in dat gebied. Maar denk bijvoorbeeld aan lichte horeca of andere faciliterende rollen. We hebben het vaak over multifunctionele sportlocaties, waar ook meer mensen vanuit het openbare en individuele sporten naartoe gaan. Dat vraagt ook een iets andere invulling van wat je trekt en wat je bindt op zo'n sportpark dan alleen verenigingswezen. Daar zien we wel ruimte in.
We zien natuurlijk ook een ontwikkeling rondom Krommedijk, waar ik zo meteen nog even op
5
terugkom. We verwachten daar ook dat met ruimte voor functiecombinaties er misschien meer mogelijk is ook rondom stadionontwikkeling, voorzitter. De voorzitter: Eerst mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik ben toch nieuwsgierig wat de heer Noldus bedoelt onder horeca in relatie tot sportverenigingen. Dat neigt naar een soort van concurrentie, waarbij er altijd slachtoffers vallen. Ik vraag me af hoe de heer Noldus dat ziet, ik noem maar een dwarsstraat … De voorzitter: De vraag is voldoende. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ik noemde inderdaad horeca en ik noemde sportvoorzieningen, maar ik noemde niet de horeca bij sportvoorzieningen. Want ik denk dat wat mensen naar een park brengt, is verschillende dingen. Maar onder andere een plek om een kop koffie te drinken ergens of een broodje te halen, is een functie die mensen naar het park trekt. En dat staat even los van of dat op een Sportpark en bij een sportvereniging is, voorzitter. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, we hebben nu onder ogen drie deelplannen. Die hebben alle drie sportverenigingen. Ik vraag me af, dan hebben we het niet over horeca, over de deelgebieden Stadspolders, Reeweg en Krommedijk.
Mijn vraag is, in welk deelgebied denkt de heer Noldus wel aan horeca? De heer Noldus: Voorzitter, we hebben het ook over de voortgangsrapportage Stadspark, waar het over het gehele Stadspark gaat. En ik haalde aan een aantal van de functies die voor ons belangrijk zijn, überhaupt voor het gehele park. Die zien we daar graag in terug. Er worden verschillende deelgebieden uitgewerkt. Het lijkt me niet aan mij om daar nu voorafgaand al die keuze in te maken, maar we zien ze graag terug. We zien bij allerlei deelgebieden verschillende uitgangspunten. Punt, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. De heer Noldus noemde terecht dat onderdeel van het Stadspark was het doorbreken van de hinderlijke onderbreking van de N3. Nu staat in een van de stukken dat gedacht wordt om infrastructurele werken te schrappen. En dan is het idee van het ene Stadspark verdwijnt. Wat vindt u daarvan? Wilt u dat inderdaad laten vervallen? De heer Noldus: Voorzitter, terechte vraag. En ik hoor dat punt ook bij de bijdrage van de heer ’t Lam zojuist. Ik kom daar zo meteen nog iets uitgebreider op terug, rondom Krommedijk. Want het is natuurlijk een begrip wat op heel veel plekken iets anders kan betekenen, maar zeker rondom die N3 is dat wat ons betreft ongewenst. Rondom Krommedijk stellen we ook vast de eerdere uitgangspunten die zijn meegegeven voor dit gebied.
En daar stond ook een onderzoek naar een onderbrugging of ondertunneling van de N3 als uitgangspunt in. Dat lijkt ons zeker ook daar een heel belangrijk uitgangspunt. Maar infrastructurele maatregelen vinden we sowieso een belangrijk onderwerp binnen deze plannen.
6
De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Kleine aanvullende vraag. Ik begrijp dat u die graag in stand houdt voor de gedachte van het park. Heeft de VVD ook nagedacht, omdat er geld tekort komt voor de hele ontwikkeling van het Stadspark, waar we dat geld dan vandaan halen wat de suggestie is om dat via die infrastructurele werken te schappen gerealiseerd te krijgen? De heer Noldus: Voorzitter, terechte vraag. Want ik kom inderdaad ook bij de politieke vraag van de SP. Die ziet eigenlijk ook hierop toe. Wat ons betreft is het eigenlijk nu niet aan de orde om stukken van het plan te schrappen. Op zich is het ergens een gezonde prikkel als je meer ambitie hebt dan geld. Maar dat betekent wel dat je later in het proces wel echt moet gaan kiezen. En dan helpt het wel als je van de verschillende deelgebieden weet wat er ook op tafel ligt en waar je uit kunt kiezen. We hebben eerder voorgesteld nog niet te starten met de toen zogenaamde no regret-maatregelen rondom biodiversiteit en ecologie. Die zijn ook van toevoegde waarde. Die dragen ook bij aan het nut, zoals we dat hebben gedaan van het park. Maar dat is ook geld dat we niet meer kunnen besteden aan infrastructuur. Daarvoor geldt, dat hadden wij liever, en dat hebben wij toen ook gepoogd, later gedaan.
En voor de rest, voorzitter, wordt in de verschillende stukken altijd gesproken om het gat voor een deel te dichten met subsidies. Dat zien we bij het ene gebied wat beter terug dan bij het andere. Ik ben benieuwd, en dat is misschien ook een vraag aan het college, in hoeverre zij infrastructuur als subsidiabel achten te realiseren binnen de deelgebieden? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Noldus: Dat in antwoord op … De heer Van der Meer: Een vraag aan de heer Noldus. Hij heeft het over eigenlijk een beeld willen hebben van alle deelgebieden in het gebied, voordat je definitieve besluiten neemt. Betekent dat dat hij eigenlijk vindt dat ook voor die deelgebieden, die nu nog niet in beeld zijn, er eerst Startnotities enzovoort zouden moeten liggen, voordat we over Krommedijk beslissen? Want de deelgebieden die we al gehad hebben, slokken al een heel groot deel van het budget op. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat de heer Van der Meer best een terecht punt aanstipt. Ik denk dat je in zekere mate een aantal ingrepen kunt gaan doen per gebied.
Maar de vraag is inderdaad, dient zich aan, wil je aan de helft van die gebieden uiteindelijk je hele budget uitgeven, of maak je op een aantal investeringen nog even een pas op de plaats? En dat hoeft misschien niet volledig ja of nee op een gebied te zijn, maar dat kan ook betekenen dat je een aantal dingen wel direct doet en een aantal dingen niet direct. Dat is altijd een keuze. Zoals ik al aangaf, er is al het een en ander geïnvesteerd in biodiversiteit en klimaatmaatregelen. Wat ons betreft is nu ook de rest van de stad aan de beurt. We gaan wel richting uitvoering van een aantal gebieden. Want ik weet van heel veel partijen dat dat gebied rondom Schenkeldijk, Stevensweg, dat we het daar ook in de commissie heel erg over eens waren, dat een hoop van de maatregelen die onderzocht zijn en voorgesteld werden heel breed steun hadden. Daar
7
hoeven we wat mij betreft dan ook weer niet mee te wachten. Dan, voorzitter, over de vraag van de Partij voor de Dieren over welke schaal … De voorzitter: Mijnheer Damen heeft ook nog even een nabrandertje. De heer Damen: Ik vind dat er nu iets heel opmerkelijks gebeurt in de woordvoering van mijn buurman. Want hij noemt dat een project steun heeft, en die steun deel ik ook, namelijk dat project Schenkeldijk, Stevensweg. En daar moeten we dan mee doorgaan. De rest moet dan maar even on hold gezet worden. Betekent dit dat hij ook bereid is om, binnen alle plannen die er ontwikkeld worden, een soort prioriteitenlijstje te maken, dit doen we wel, dat doen we niet? En vindt hij dan ook dat we dat voor het hele gebied moeten doen, en dat het niet past om dat deelgebied voor deelgebied te doen? De heer Noldus: Voorzitter, ik zal me iets beter uitdrukken, want ik noemde Schenkeldijk, Stevensweg als een voorbeeld. Dat er heel veel elementen in zitten die heel breed steun hadden. Gaat niet per se over dat ik zeg, dat gebied moeten we helemaal doen en dan kan de rest wel even wachten. In het debatje met de heer Oostenrijk was ik ook even op zoek naar, hoe gaan we om met ook dat gebied Krommedijk? Ik denk dat het heel positief is dat we daar gaan starten met het vaststellen van die Startnotitie en daar de verdere uitwerking van, want dan weet je ook uiteindelijk wat er te kiezen valt.
Ik begon met, er zijn meer ambities dan geld. Dat betekent dat je inderdaad moet kiezen. En dat kun je dan volgens mij het beste doen over het hele gebied heen. En niet de elementen die toevallig als eerste aan de beurt waren het meeste mazzel hebben. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, begrijp ik de heer Noldus nu goed dat hij impliciet zegt, eigenlijk moeten we voor alle deelgebieden eerst een Startnotitie hebben, alles laten uitwerken en dan zien we aan het eind van de rit wat we gaan doen? Heb ik dat goed begrepen van de heer Noldus? Want hij noemt nu Schenkeldijk en de Stevensweg. Dan blijft er niet veel meer over. Mijn vraag is, bedoelt hij inderdaad dat het verstandig is om dan toch maar voor alle deelgebieden een Startnotitie te maken, ter verdere uitwerking? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Dat zijn twee vragen. Op de laatste vraag, is het verstandig om op ieder gebied een verdere uitwerking te doen? Ja. Betekent dat dat je met alles moet wachten totdat al die uitwerkingen er zijn? Nee. Maar je gaat ook niet, wat mij betreft, wat ons betreft, het gebied wat toevallig als eerste is uitgewerkt volledig doen, als je nog niet weet wat de impact is op de rest. Uiteindelijk vallen daar best wat keuzes op te maken nog. We hebben nou eenmaal minder geld dan er aan plannen ligt. We zullen ergens wat moeten schrappen.
En dat betekent wat ons betreft niet per se dat je dat laatste project wat aansluit in de tijd schrapt. De voorzitter: Mijnheer Damen.
8
De heer Damen: Voorzitter, dat betekent toch dat wij prioriteiten moeten kunnen stellen? En dat kan alleen maar als je alle plannen kent. Ik weet niet hoe je anders tot besluitvorming kunt komen over waar je mee doorgaat en wat je nog even on hold zet. De heer Noldus: Voorzitter, ik merk aan de vragen dat ik me misschien het helemaal goed uitdruk. Volgens mij wat mijnheer Damen vraagt, zeg ik ook, ga aan de slag met het uitwerken van die Startnotitie, onder andere voor de Krommedijk. En voor de andere gebieden ga je in ieder geval heel scherp kijken wat je wel en wat je niet wil doen. Volgens mij is dat niet anders dan een ander voorstel. Het is niet zo dat per definitie alles van het eerste gebied wordt uitgevoerd en het laatste gebied er helemaal buiten valt. Dan ga je binnen de plannen keuzes maken. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Hoe kun je een vergelijkend onderzoek, om zomaar te zeggen, maken als je maar 1 onderzoek hebt, in eerste instantie? Als ik 51 miljoen heb en de eerste die komt, dan zeg ik, dit is het plan zoals die is, maar dan gaan we de rest daarna nog even onderzoeken. Dan heb ik geen geld meer. Je kan toch niet vergelijken als je niet alle onderdelen of deelgebieden hebt onderzocht? Zie ik het verkeerd? De voorzitter: De heer Noldus.
De heer Katif: Hoe maak je een keuze dan, op prioriteiten wat de VVD in principe graag zou willen?
De heer Noldus: Voorzitter, maar dat is ook wat ik zeg, je gaat een keuze maken over al die gebieden heen. Maar dat betekent niet dat je niks kan doen uit het eerste gebied. Je kan daar ook keuzes maken van dingen die je wil doen, ongeacht wat er voor de rest nog komt. En dan kun je later nog aanvullende maatregelen nemen in dat gebied. Die keuze kun je maken. Je hoeft wat ons betreft niet te wachten tot alles is uitgewerkt voordat je iets gaat doen, terwijl er een aantal dingen zijn die je eigenlijk misschien al tien jaar geleden had moeten en willen doen. Daar hoef je niet mee te wachten, voorzitter. De voorzitter: Helder. Was u verder klaar met uw betoog? De heer Noldus: Nee, nog niet. Er staan nog een aantal politieke vragen, ook van de Partij voor de Dieren, over de schaal van dichtheid en van woningbouw. Wat ons betreft is daar nog geen eenduidig antwoord op te geven, want het zijn in het hele gebied echt wel hele andere gebieden die voorbijkomen. We kunnen bijvoorbeeld, als we kijken naar de verrommelde locaties, zoals we toch vooral bij Krommedijk bijvoorbeeld zien, zou wat ons betreft in combinatie met een stadion best wat meer hoogte en volume gemaakt kunnen worden. En als je meer richting het buitengebied beweegt, dan wil je er echt hele andere keuzes maken, als je er al iets wil. Wat ons betreft is dat nu niet een noodzaak om een besluit op te nemen.
9
De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dan wil ik toch nog even aan de heer Noldus vragen … Want zowel in de Voortgangsrapportage wordt er gesproken over woningbouw en de aankoop van Stevensweg 91 wordt gesproken over eventuele toekomstige woningbouw. Daarnaar kijkend, hoe kijkt de VVD dan naar verdichting en het bouwen van woningbouw binnen in het Stadspark? De heer Noldus: Voorzitter, ik denk niet dat het een geheim is hoe wij erin zitten. Daar zijn wij positief over, want dat kan namelijk zowel de beleving van het park als de kwaliteit van het park ook verhogen. En het is niet alsof we midden in een van de parken, zoals bijvoorbeeld het Dordwijk park, in een keer een woonwijk gaan optrekken. Maar in het gebied, zoals het ingetekend is, ook in die voortgangsnotitie, binnen dat gebied staan al tientallen zo niet honderden woningen. En die doen geen afbreuk aan de beleving van een park. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, de heer Noldus geeft aan dat woningbouw kan bijdragen aan de beleving. Maar de beleving dan voor wie? Voor die aantal bewoners die dan in een park mogen gaan wonen of voor de rest van Dordrecht die van een park een parkbeleving wil hebben?
De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat de mensen die behoefte hebben aan een parkbeleving vanuit de stad meer hebben aan een duidelijke overgang van stad naar park, met volledige parkbeweging, dan een stukje rommelgebied, om vervolgens in een stukje net niet park te komen. Die beleving is net hoe je ernaar kijkt. Als je nu door dat park fietst en het gebied, zoals het is ingetekend, staan er op dit moment ook al tientallen zo niet honderden woningen in. En het is nog steeds, hebben met elkaar gezegd als raad, we vinden dit een Stadspark waardig, maar er staan ook al woningen in en langs de randen. Dat doet daar op zich geen afbreuk aan. En dan gaat het, nogmaals voorzitter, niet om woningen midden in een van de parken die we echt als park gedefinieerd hebben in onze, hoe heet dat, parkenvisie of dat dan ook precies heet. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Voorzitter, in 2021 is er 55 miljoen uitgetrokken voor de realisatie van het Stadspark. En ik heb hier het voorstel voor me. In de visie van de Dordwijkzone, zoals we het toen nog noemden, is geen rekening gehouden met woningbouw. In het oorspronkelijke plan en de beschikbaarstelling van 55 miljoen zit geen woningbouw.
Hoe komt mijnheer Noldus nu met, behalve de bestaande woningen, aan het realiseren van woningbouw? De heer Noldus: Voorzitter, in de Omgevingsvisie hebben we als raad met elkaar vastgesteld dat we zeker aan de randen zoeken naar woningbouw. En dat we daarmee niet alleen woningen realiseren, maar ook die kwaliteit van en binnen het park. Wat dat betekent overigens voor de financiële huishouding, want die vraag vind ik dan wel
10
terecht, of dat geld gaat kosten of geld gaat opleveren? Ik weet het niet. Dat zal ook heel erg van de plannen en locatie afhangen. Maar wat ons betreft is dat wel degelijk een element, niet een hoofdelement van het park, maar wel een element wat we per deelgebied willen meenemen. Want nogmaals, als je nu kijkt niet alleen op Google Maps, maar ook gewoon als je over de straat loopt in die gebieden van wat is ingetekend als Stadspark, zul je tientallen zo niet honderden woningen tegenkomen. Dan ga ik verder, voorzitter. De voorzitter: Gaat u afronden, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ik wil nog kort wat zeggen over de Startnotitie Krommedijk. Want ik zei er net al wat over, we vinden de Krommedijk echt wel een van de schakelpunten binnen het Stadspark. Daar komen eigenlijk, als je naar de plaat van bovenaf kijkt, de verschillende gebieden samen en ingesloten tussen de barrière van de N3. Ik heb net al wat gezegd over het belang wat wij hechten aan de infrastructurele verbinding, zoals die in de oorspronkelijke visie opgeschreven is tussen bijvoorbeeld de Krommedijk en de Koeiendijk. Dat lijkt ons echt heel veel toevoegen voor de beleving van het park. Als in het park loop, waar ik het meerdere keren over lees. In die zin, dat vinden wij in ieder geval een belangrijk uitgangspunt. Verder, voorzitter, zien wij bij Krommedijk FC Dordrecht een groot aandeel hebben in dit gebied.
FC Dordrecht heeft momenteel zelf plannen voor nieuwbouw en renovatie van het stadion. En dat heeft impact op het totaal van die ontwikkeling. En terecht vinden wij dat een stadion in ontwikkeling buiten de scope van het Stadspark wordt gehouden. Maar wel een vraag aan het college, want hoe zorgen we in dit proces dat we niet een afslag nemen die ofwel de toekomst van FC Dordrecht op slot zet of waar we later juist van het perspectief Stadspark of sportpark, een beetje afhankelijk van hoe groot je daarnaar wil kijken, wij spijt van krijgen. Die vraag aan het college. En de laatste opmerking gaat over de aankoop van de Stevensweg. Het lijkt ons een prima aankoop. Wel met de opmerking om het perceel te splitsen en de woning, die mede aangekocht is, die volgens mij niet strategisch is, snel weer te verkopen. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel. Ik zou toch nog een poging willen wagen bij de heer Noldus. Want de VVD hoor ik inderdaad het verhaal vertellen van, laten we gewoon vooral beginnen. En ik heb andere mensen er ook al een vraag over horen stellen, de heer Damen, de heer Oostenrijk. En ik ben gewoon niet tevreden over het antwoord. Ik ga toch nog een poging wagen. Want ik ken de VVD, althans dat hoor ik ze vaak zeggen, dat ze graag controle over de financiën en efficiëntie willen hebben.
En met een prioriteitenlijst houden wij toch als raad ook zelf de regie, in plaats van dat we het geld laten bepalen wat er afkomt of niet. En ik kan me gewoon niet voorstellen dat de VVD daar niet zo over denken. U ziet toch ook wel in dat een prioriteitenlijst juist de controle bij ons neerlegt, in plaats van dat we afwachten wat er eventueel afkomt? Kan de heer Noldus daar alsjeblieft op reageren, zodat ik overtuigd raak van zijn manier van kijken? Want ik ben het gewoon niet.
11
De voorzitter: Ik ben heel benieuwd. Mijnheer Noldus, doe uw best. De heer Noldus: Voorzitter, nieuwe poging. Dat gaan we, wat ons betreft, ook doen op basis van die visies, de uitwerking die per deelgebied worden gedaan. Daarvan ga je kijken, wat ga je wel doen? Wat ga je niet doen? Dat lijkt ons een heel valide uitgangspunt, want je gaat niet alles kunnen doen voor het geld wat er is. In ieder geval, dat lijkt me een duidelijk uitgangspunt. Natuurlijk wordt er gewerkt aan meer geld ophalen en allerlei potjes. Moeten we doen. Maar ook dan is het de vraag of we genoeg geld hebben om alles te doen. De wedervraag is in ieder geval, en die probeer ik in te brengen, we hoeven niet te wachten met alles tot alles is uitgewerkt. Er zijn altijd dingen die je kan doen. We hebben een flink budget vastgesteld. En dank ook voor de advertentie voor financiële degelijkheid voor de partij. Maar we hebben best wat geld vrijgesteld. Dat hoeven we niet op de plank te laten liggen tot de laatste zandkorrel is uitgetekend. Er zijn heel veel dingen waar we het als raad over eens zijn en die we voor de stad kunnen betekenen, waar we de stad morgen beter mee kunnen maken. Daar hoeven we niet decennia mee te wachten. Maar we moeten er wel scherp op zijn en ons bewustzijn, als we kiezen voor het een, kies je niet voor het ander.
En dat hebben we eerder ook geprobeerd, en dank ook voor die vraag aan de heer Van der Spoel, om de gelden voor biodiversiteit en ingrepen daarin nog even op zak te houden, om die bredere afweging te maken. Maar toen waren er andere partijen, die nu te zwaar trekken, die een andere keuze maakten. De heer Van der Spoel: Voorzitter, een concrete vraag. Nog een korter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Spoel: Dan is het toch juist handig om die prioriteitenlijst gezamenlijk op te maken, zodat we allemaal weten waar we het over hebben, wat we als eerst gaan uitvoeren, wat nu al kan? De heer Noldus: Voorzitter, dat ben ik op zich met de heer Van der Spoel eens. Maar dan vraag ik me af wat die prioriteitenlijst dan is? Want ik zie nu een voorstel om de Krommedijk als verdere uitwerking te gaan starten. Dat lijkt ons een heel goed voorstel. Want als je dat niet doet, weet je uiteindelijk ook niet waar je over gaat besluiten, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk wil daar ook nog wat aan toevoegen. De heer Oostenrijk: Dat is een op zich helder verhaal van de heer Noldus, maar dat geldt natuurlijk ook voor de parkdriehoek Stevensweg en Schenkeldijk. De voorzitter: Dat lijkt me meer een statement dan een vraag. Waarvan akte. Mevrouw van Herwijnen namens de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter.
De Partij voor de Dieren ziet in het voorstel om woningbouw in het Stadspark te realiseren een tegenstrijdigheid. Er wordt gedaan alsof twee volwaardige doelen, woningbouw en parkontwikkeling, gelijktijdig te realiseren zijn op dezelfde locatie. In werkelijkheid zijn deze doelen onevenredig. We ontwikkelen een park ten behoeve van natuur en recreatie als publieke voorziening of
12
we ontwikkelen een woningbouwlocatie. Woningbouw is uiteraard ook een urgente maatschappelijke opgave, maar die opgave mag niet gebruikt worden als excuus om kostbaar groen als onomkeerbare aantastingen van het park goed te praten. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus, dat is wel heel snel hoor. De heer Noldus: Wel op dit punt, omdat het er daarnet in het debat ook over ging. Want dan ben ik benieuwd, er wordt een tegenstelling geschetst tussen woningbouw en park, maar als ik dan de Partij voor de Dieren zou vragen, gaat Partij voor de Dieren dan voor een Stadspark of voor de sloop van al die woningen die al in dit gebied staan? Mevrouw Van Herwijnen: Wij hebben toen met de vaststelling van de uitgangspunten van het Stadspark XXL ook al aangegeven dat wij er niet mee akkoord gaan dat je nu in de huidige situatie al woningbouw gaat inkaderen in de omgeving van het Stadspark. Vonden wij toen al raar. En ik heb het idee dat zelfs de lijn nu iets is opgeschoven, dat zelfs nu de Burgemeester Jaslaan eronder gaat vallen, dat nu niet de westkant van de Stevensweg, maar de oostkant van de Stevensweg, waardoor ook de hele Stevensweg in het Stadspark ligt. De Partij voor de Dieren is vanaf het begin al tegen geweest dat je woningbouw gaat scharen onder een Stadspark. Dat is toch heel raar. De heer Noldus: Voorzitter, maar dan de vervolgvraag.
Want ik snap dat de Partij voor de Dieren aanslaat dat blijkbaar de contouren op een kaartje anders zijn, maar die doen toch an sich niks aan de beleving van een park? Een park beleef je toch niet vanaf een kaartje? Dan beleef je toch vanaf straat. Dat maakt toch niet uit waar op een kaartje een grens getrokken is, maar of je een parkbeleving hebt met elkaar? Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, of dat je door een woonwijk loopt of door een park, ik zie toch echt een verschil in beleving. Ik weet niet hoe de heer Noldus dat ziet. Maar ik snap niet dat woningbouw evenredig kan zijn met een park. Ik zie daar echt twee verschillende doelen. En dat er nu in de huidige situaties woningbouw staat binnen de grenzen van het park, geeft toch geen vrijbrief om dan te zeggen, dan gaan we toch maar weer woningbouw toestaan? Waar ligt dan de grens? De voorzitter: Ik ga alleen ingrijpen. Want we gaan elkaar geen vragen stellen. Ik vraag aan u, mevrouw Van Herwijnen, of u verder kunt gaan met uw woordvoering. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Het was in principe ook gewoon een … Het was geen vraag richting de heer Noldus, maar eigenlijk meer een opmerking. Maar voorzitter, even kijken waar ik was gebleven? Over de urgentie van de woningbouw, dat die inderdaad geen excuus kan zijn om kostbaar groen en vaak de aantasting van het park goed te praten.
Als wij groen als bouwgrond gaan zien, nemen we afscheid van de kernwaarden van een park. En parkachtig wonen is daarbij natuurlijk een enorm misleidende term door echt groene ruimte te gaan verstenen. En op de vragen van de SP en CDA kan ik antwoorden dat de Partij voor de Dieren nog wil vasthouden aan het verdere ontwikkelen van het Stadspark. Het college geeft aan met versoberingen te komen bij budgetoverschrijding, dan wel op zoek te gaan naar financiering. Er zal blijken uit de volgende voortgangsrapportage wat er dan eventueel nog mogelijk is. En ik kan
13
me wel vinden in hetgeen wat de heer ‘t Lam en ook nou de heer Oostenrijk hebben aangegeven, dat het belangrijk is dat we vooraf wel weten, waar liggen onze grenzen en wat kunnen we dan echt per gebied ook aangeven wat wel mogelijk is en wat niet mogelijk is? En niet dat je achteraf bij een gebied aankomt, een Startnotitie gaat maken en eigenlijk al buiten het budget zit. En ik denk dat ik het daar eventjes bij laat. Dank u wel. De voorzitter: Dan hebben we de formuleerders van de politieke vragen gehad. En nu? Wie wil? Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, wij hebben in het verleden al regelmatig aangegeven dat het bedrag dat voor het Stadspark wordt gereserveerd in onze ogen veel te hoog ligt. Er zijn prioriteiten ook buiten het Stadspark, die in onze ogen meer aandacht verdienen. Bovendien blijkt dat zowel wat betreft de verkoelende werking van bomen geldt dat als die bomen in woonstraten staan, dat ze veel meer effect hebben dan in het Stadspark. En recent is er ook een Amsterdams onderzoek gereedgekomen, waaruit blijkt dat mensen liever in de directe woonomgeving recreëren in het groen dan in een groot centraal gelegen park. Maar daarnaast vinden wij dat je wel, binnen het budget dat de raad beschikbaar stelt, dat je dan goed moet kunnen afwegen wat de verschillende prioriteiten zijn.
Daarvoor kun je denk ik wel een aantal projecten aanwijzen die in de ogen van de hele raad prioriteit verdienen. Ik noem maar de verbinding tussen de Schenkeldijk en de Stevensweg. En zo zijn er, denk ik, nog zeker een aantal andere projecten aan te geven waarvan je kunt zeggen, daar moet je niet mee wachten, dat kan sowieso. En daarmee maak je niet het hele budget op. En dan hoef je niet alle uitwerkingen van alle plannen af te wachten. Verder als je daar die prioriteit aanwijst, zien wij niet hoe de aanschaf van het perceel aan de Stevensweg past binnen prioriteiten op dit moment. Wat dat betreft hoeft dat van ons niet. Wij zien evenmin dat de bebouwing, zoals die tot stand gekomen is een aantal jaren terug in het gebied tussen Schenkeldijk en Stevensweg, dat dat een fraaie beëindiging is geworden van het park. Daarvoor zijn er wel voorbeelden. Ik verwijs maar naar bijvoorbeeld het Wilhelminapark in Utrecht, met monumentale bebouwing rond het hele park. Wat de parkwaarde sterk verhoogt. Het kan wel, maar dan moet je niet met twee-onder-een-kappers aankomen en dat soort bebouwing, want dat draagt daar niet toe bij. Dat in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter.
Project Stadspark is in het leven geroepen om een groene long in de stad te hebben, die toegankelijk is voor recreatie, bijdraagt aan klimaatadaptatie en ecologische verbinding. De plannen zijn mooi, al moeten we natuurlijk kritisch kijken naar de kosten en de financierbaarheid. Het lijkt dat er op dit moment onvoldoende middelen zijn om het hele plan uit te voeren. Dat is op zichzelf niet onmiddellijk een reden om die plannen af te schakelen, in onze ogen, maar wel uiteraard om naar verdere financiering te zoeken en goed naar de prioriteiten te kijken, zoals dat hier al eerder besproken is zojuist. Dan een opmerking over klimaatadaptatie. Het valt ons op, bijvoorbeeld ook in de voorliggende Omgevingsvisie, dat als het gaat over klimaatadaptatie, dat het accent heel sterk op het Stadspark wordt gelegd. Dat is mooi en het draagt er zeker toe bij, maar tegelijkertijd is het natuurlijk duidelijk dat het
14
Stadspark niet bijdraagt aan de oplossing van de hittestress en de wateroverlast in versteende wijken. Weliswaar willen we daar van alles aan doen, maar middelen daarvoor zijn erg beperkt. En dat is een uitdaging die echt aangepakt moet worden. Dan terug naar het Stadspark, wat betreft woningen aan de randen … Daar is eerder een besluit over genomen. Waren wij niet heel blij mee. Maar goed, dat besluit is genomen. Woningen aan de randen en bedrijvigheid in het gebied. Lichte bedrijvigheid, zegt de heer Noldus. Daarover is ons standpunt dat dat heel beperkt moet blijven. Het gebied waar we het over hebben, is veel groener en aantrekkelijker dan een aantal andere gebieden aan de rand van de stad. Rust en recreatie en toegankelijkheid mogen door woningbouw en bedrijvigheid niet in het gedrang komen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Is mijnheer Van der Meer niet bang als je aan de randen woningbouw toelaat in het park dat we in de loop van de tijd het volledige park gaan volbouwen? Want waar is dan de grens? Er is nu een natuurlijke grens. Er staat woningbouw. En ga je dat langzaam opschuiven, dan ontstaat er volgens mij een compleet bebouwd deel. De heer Van der Meer: Natuurlijk, er zijn woningen. De heer Noldus wees daarop.
In onze visie is het amendement, waarbij de Omgevingsvisie 1.0 is aangenomen, erop gericht om aan de randen een beperkte woningbouw mogelijk te maken. Wij waren daar niet voor, maar we constateren wel dat dat besloten is. Als dat gaat gebeuren, als een meerderheid dat wil, moet het wat ons betreft in elk geval heel beperkt blijven, om het karakter van dat gebied niet te verstoren. En daar zijn we met zijn allen bij. Het is denk ik niet zo dat als je ergens een huis neerzet dat het onvermijdelijk is dat de rest van het hele perceel ook gebouwd wordt. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, mag ik dan nog eventjes vragen wat de heer Van der Meer bedoelt onder beperkt? Want we hebben natuurlijk een dossier Vastgoed Stevensweg 91. We weten op korte termijn nog niet wat we precies met dit perceel willen, maar er staat dat we eventueel toekomstig het perceel willen gaan gebruiken voor woningbouw. Is dat beperkt, volgens de heer Van der Meer? De heer Van der Meer: Daar heb ik op dit moment geen afgeronde mening over. Dat is een beperkt perceel. En nogmaals, het hangt heel erg af hoe dat gebied verder ingevuld wordt. Ik heb daar op dit moment geen concrete mening over. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk heeft ook nog een vraag aan u. De voorzitter: Voorzitter, de heer Van der Meer heeft een keer het woord prioriteiten genoemd.
Kan hij dat nader duiden? De heer Van der Meer: Ik verwijs daarmee, voorzitter, naar de discussie die we gehad hebben. Ik pleit er op zich voor om de plannen die er liggen in grote lijnen zoveel mogelijk uit te voeren, zolang andere belangen niet in het gedrang komen en we voldoende middelen hebben. Blijven zoeken naar meer middelen. Maar als we af moeten
15
schalen, moeten we prioriteiten stellen. En ik denk, gezien kosten en onvoorziene dingen die vaak plaatsvinden, dat we sowieso prioriteiten zullen moeten stellen om uit te komen. Ik ben erg voor het idee, nadat we eigenlijk voor de eerste drie deelgebieden al een stap verder hebben gezet, om in elk geval voor de rest zoveel mogelijk het totale plaatje in beeld te hebben, en daarbinnen prioriteiten te stellen. Dan kunnen we blijven zoeken naar meer geld om zoveel mogelijk te realiseren, maar dan is in elk geval duidelijk wat we eerst doen en wat we laatst doen. De voorzitter: Allerlaatste keer, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer Van der Meer daagt natuurlijk nieuwe vragen uit. Eigenlijk zegt hij, en dat vraag ik aan de heer Van der Meer, hetzelfde als de heer Noldus. Je moet eigenlijk van alle zeven deelplannen weten waar je aan toe bent, om vervolgens prioriteiten te stellen. De heer Van der Meer: Ik weet alleen niet zeker of de heer Noldus dat zegt, maar dat zeg ik wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer zegt het in ieder geval wel. Dank u wel. Heeft iemand verder nog iets voor mijnheer Van der Meer, want dan ga ik graag anders door met iemand anders. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, om te beginnen moet ik melden dat mijn fractie in ieder geval tot op het bot is verdeeld over dit onderwerp.
Dat heeft een eenvoudige reden. Een deel van mijn fractie zegt, als ik het echt heel plat sla, stop met die Dordwijkzone of Stadspark XXL, want het is alleen maar geld weggooien. Ik heb er persoonlijk een andere mening over. Voorzitter, een aantal jaar geleden, toen de plannen werden gepresenteerd, zagen we prachtig mooie beelden, maar ook met name de intentie van de stad naar de toekomst toe. De groene longen, recreëren, waarbij juist al die faciliteiten om onze Dordtenaren te gaan bewegen, stond heel mooi beschreven. En daar geloof ik persoonlijk nog steeds in. Waar we wel nu tegenaan hikken, is dat juist wij het idee hebben dat budgetten momenteel bepalend zijn en dat de ambitie is losgelaten. De ambities zijn vastgekoppeld aan de budgetten, terwijl juist andersom je hebt een ambitie en daarbij zoek je een budget, of budgetten. Pardon. En daarnaast, wat ook zojuist door diverse mensen is genoemd, al die deelprojecten, het wordt een beetje, zoals mijn collega dat zei, wazig van, waar zijn we aan het investeren? Het is alsof het is gedegradeerd naar fysieke ingrepen, om al die stukken in de Dordwijkzone met elkaar te verbinden. Dat is wat wij gaan zien. En daarbij laten we het ook, omdat dan immers het budget op is. Terwijl we ook allemaal weten dat dit is een eenmalige investering, zie het als een soort areaaluitbreiding. En jaarlijks komt het weer terug.
Moet het weer terugkomen op de begroting van de gemeente. En waar halen we dan dat geld vandaan? Voorzitter, wat wel het geval is, er zijn wel verwachtingen gewekt in de stad. Niet alleen bij onze inwoners, maar juist ook de verenigingen die daar in dit gebied zitten. En als we nu een besluit gaan nemen van, we moeten al die deelprojecten eens even bij elkaar leggen en dan nog keuzes gaan maken, ik weet niet hoe dat valt in de stad. Mijn reden, of mijn gedachte. Voorzitter, vervolgens over woningbouw. Vraag van mijn collega. Wij hebben inderdaad in 2021 een amendement aangenomen, waarbij we hebben gezegd, aan de randen van het Stadspark mag er gebouwd worden. Ik heb het amendement hier voor me. Met 33 stemmen is dat ook aangenomen. Het is een legitieme vraag, moeten
16
we wel willen bouwen? Maar die openheid is toen wel geschapen. Er is een mogelijkheid om randen op te zoeken van het Stadspark om woningen te realiseren. De Stevensweg aankoop zie ik in dat kader. Tenminste, dat is mijn vertaling daarvan. Voorzitter, over de Krommedijk. Al jaren zijn we aan het praten om de Krommedijk, en met name rondom het stadion van FC Dordrecht, te gaan kijken voor eventuele woningbouw. Er zijn mensen die voor zijn, tegen zijn, maar de plannen zijn al diverse keren door FC Dordrecht, maar ook door het vorige college zelfs op de tafel voorgelegd. En het bevreesd mij dat wij nu met deze visie eigenlijk weer achter het net gaan vissen. Waarom betrekken wij niet FC Dordrecht bij al deze planontwikkeling? Ik heb wel gelezen dat zij aan tafel zitten, maar we hebben een woningtekort. FC Dordrecht wil een nieuw stadion. Kunnen we echt niet, ik wil niet zeggen handjeklap, maar echt niet nader tot elkaar komen of we dat gebied gezamenlijk kunnen ontwikkelen? En ik zie, tenminste althans wat ik lees, is dat er gesprekken zijn, maar die gesprekken lopen al volgens mij tientallen jaren. En wanneer gaat dat eens duidelijkheid geven? Ik heb wat meer munitie nodig van de wethouder om mijn collega's te overtuigen. Anders weet ik het ook niet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de linkerflank. Mijnheer Van der Spoel biedt zich aan.
De heer Van der Spoel: Graag, voorzitter. Want het is geen geheim hoe de Fractie van der Spoel over het Stadspark denkt. Die is absoluut niet verdeeld. Maar ik heb me daar vaak genoeg over uitgesproken. En er gaat heel veel geld naar infrastructuur en er komen maar weinig bomen bij. En die battle heb ik verloren. Ik ga mij richten op het controleren van, wat gaat er goed? Wat kan er beter? En als ik de Voortgangsrapportage lees, dan doet me dat vooral denken aan het portfolio dat ik zelf ooit heb moeten invullen voor mijn PDG, mijn pedagogisch-didactisch getuigschrift. Daar heb ik heel veel zelfreflectie verslagen geschreven, die eigenlijk nergens op sloegen, maar je kwam ermee weg. En dat heb ik ook een beetje, mijn excuses naar de ambtenaren toe, met deze Voortgangsrapportage. Ik kan er zo weinig mee. En dan vind ik een opmerking, een vraag van de SP, welke onderdelen wil de raad dan schrappen dan wel waar wil de raad het ontbrekende budget vandaan halen, een hele terechte vraag. Maar ik kan mijn controlerende taak eigenlijk niet zo goed uitvoeren in deze. Althans, zo kijk ik ernaar. En dat zou ik heel graag willen doen. En nogmaals, ik heb die battle verloren, want als je het mij vraagt, dan stoppen we helemaal met deze ontwikkeling. Maar we zijn deze weg ingegaan. En ik zie ook wel mooie onderdelen. Alleen ik zou daar heel graag goed op willen controleren.
Maar ik heb behoefte aan dat prioriteitenlijstje. En ik kan me gewoon niet voorstellen, daarom stelde ik de vraag aan de VVD ook, dat dat op deze manier, zoals we het nu hebben ingericht, kan. En ik zei het net al, we moeten niet het geld laten bepalen, wij moeten bepalen. En ik vind dat we nu als raad niet goed in positie worden gebracht om dat te kunnen doen. Ik vind echt dat we dit anders moeten aanvliegen. En mocht daar niet vanuit het college iets over worden gezegd waardoor ik overtuigd raakt dat we dat op die manier gaan doen, dan denk ik dat we tijdens de raad een aantal koppen bij elkaar moeten steken om daar zelf de leiding in te pakken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Katif.
17
De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Laat ik even beginnen bij een politieke vraag als het gaat om wonen in het park of aan de rand van het park. We hebben inderdaad, zoals mijnheer Gündogdu dat zei, een motie aangenomen. Daar zijn wij ondertekenaar. En dat blijft, zoals het is. Wij zijn een voorstander van weliswaar niet in een park, maar aan de rand van een park. Daar is een meerderheid voor en hebben we ook voor getekend. Onze handtekening staat, zoals hij staat. Daarnaast, ik moet even kijken, want ik heb drie woordvoeringen waar ik ontiegelijk … Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter. De heer Katif: Ik stop altijd. De wethouder doet het niet, maar ik doe het wel. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dat ik dan toch eventjes nog een verhelderende vraag mag stellen. Want in principe wordt de vraag natuurlijk niet beantwoord van, welke schaal en welke dichtheid wordt daar dan mee bedoeld? Ik bedoel, randen, prima. Dat kan een blokje zijn. Dat kan een vrijstaande woning zijn. Maar welke schaal, welke dichtheid wordt dan wel gesteund? De heer Katif: In ieder geval geen wijken. Grootschalig in ieder geval niet. Ik ga dat woord verrommeling niet in de mond nemen, want wij zijn tegen iedere verrommeling. Maar tegelijk, die verrommeling kan ook een hele mooie, hoe heet dat, toevoeging hebben voor zo'n park.
Want als er verrommeling is en je kan het gewoon mooi maken, waarom zou je dat niet doen? Maar goed, we hebben daar een handtekening voor gezet. Ik kan moeilijk zeggen, ik ga iets anders zeggen. Dat kan ik niet. En de fractie is het daar ook mee eens. Het moet kunnen, laat ik het zo zeggen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Zal ik dan Beter voor Dordt toch nog eventjes ook een vraag stellen met betrekking tot dat beschikbaar stellen van dat Stevensweg 91 perceel. Het is natuurlijk een flink perceel. Dat kan je in principe natuurlijk helemaal vol gaan bouwen, wat eventueel, in de stukken staat eventueel, mogelijk zou kunnen zijn. Hoe kijkt Beter voor Dordt daarnaar? Is dat dan aan de randen van het park, bebouwing? De heer Katif: Daar staan we zelf bij, mevrouw Van Herwijnen. Ik bedoel, wij maken dat zelf uit. Op het moment dat er plannen zijn, dan kunnen we het daar op dat moment over hebben. Ik kan op geen enkele wijze op dit moment aangeven wat Beter voor Dordt zou moeten en kunnen doen. Die plannen zie ik niet. Het enige wat ik zie, of dat zeg ik dan, als het gaat om Stevensweg 91 zeg ik hier, de aankoop steunen wij, deze stap. Maar we vragen wel een heldere onderbouwing en een meerwaarde voor de parkloop en inzicht in gevolgen voor planning en subsidies.
Dat is iets wat ik eigenlijk vanuit mijn fractie heb meegekregen. Ik bedoel, ik voer het woord hier. Ik ben niet de portefeuille. Maar goed, ik doe het met liefde. De voorzitter: U bent gewoon Beter voor Dordt afgevaardigde.
18
De heer Katif: Precies. De voorzitter: Wat u zegt, zegt de hele fractie toch? De heer Katif: Ja, zonder meer. De voorzitter: Gaat u verder. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik hoor zeggen dat de aankoop gesteund wordt door Beter voor Dordt. Doen ze dat voor het wandelpad of voor de woningbouw die daar gerealiseerd zou worden, parkachtig wonen? De heer Katif: Ik kan de vraag op twee manieren interpreteren. Hij komt bij mij niet binnen, laat ik zo zeggen. Wilt u het even herhalen? Want ik zat met mijn gedachte ergens anders. De heer ‘t Lam: U gaf aan dat u voor de aankoop van het perceel bij de Stevensweg bent. Daar komt een heel klein stukje wandelpad. En er kan parkachtig wonen komen, staat er in het stuk. Bent u er dan voor vanwege het parkachtig wonen, of omdat dat wandelpad anders niet te realiseren is? De heer Katif: Dan stel je een hele moeilijke vraag. Ik weet niet of ik een antwoord op dit moment kan geven. Ik weet het echt niet. De voorzitter: Is ook eerlijk. Gaat u verder. De heer Katif: Voorzitter, ik wil er in ieder geval even 2 opmerkingen maken. Ik was het met de woordvoering van de SP eens. Ik was het voor een gedeelte met de woordvoering van Partij voor de Dieren, behalve Stevensweg 91, eens.
En het CDA heeft een aantal hele mooie dingen gewoon aangegeven, als het gaat om deelgebieden en de onderzoeken die moeten plaatsvinden, in plaats van 1 onderzoek en dan even afwachten wat dan andere onderzoeken wel en niet opleveren. Eigenlijk was ik al met mijn woordvoering bezig en dacht ik, dat moet ik even toch aangeven. Wij zien in ieder geval, de stappen zijn gezet. En dat is best positief. Wij willen wat scherp op een aantal punten … En dan begin ik even bij de financiën. Ik heb even aangetekend, voorzitter, moet ik toch even spieken, in de financiële rapportage van de beide Voortgangsrapportages staan wat onduidelijkheden wat ons betreft. En die onduidelijkheid zit hem in het volgende, voorzitter. De ene Voortgangsrapportage ten aanzien van de tweede voortgangsrapportage zijn geen wijzigingen, zegt de tweede Voortgangsrapportage. Ik heb gekeken, en die zijn er wel degelijk. En het is, om precies te zijn, 200.000 euro meer budget in Voortgangsrapportage nummer 2. En het bedrag van 11 miljoen is in 1 keer verdwenen. Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben. In de eerste Voortgangsrapportage stond wel 11 miljoen, 11 komma zoveel miljoen. 11.151.000 als begroting. En in 1 keer was die gewoon weg in de Voortgangsrapportage. Ik kan u dat hele stuk doorsturen hoor, als u dat wil, want dat is wel een technische vraag. Maar daar ga ik zo meteen even verder op in.
In ieder geval, de raad heeft 51 miljoen beschikbaar gesteld, maar het blijft onduidelijk wat er binnen dat budget haalbaar is. Collega's hebben dat aangehaald. We vragen in ieder geval om een integraal financieel overzicht per deelgebied, in tegenstelling tot wat de VVD eigenlijk graag wil, maar met scenario's
19
en structurele beheerlasten. Die beheerlasten zijn wel heel belangrijk, namelijk als het gaat om projecten uit de grond krijgen. Zodat wij tijdig kunnen prioriteren, dan verwijs ik naar GroenLinks. En we moeten in ieder geval realistisch blijven kijken wat binnen dat budget eventueel wat versoberd kan en mag worden. Want het kan niet zo zijn dat je een aantal dingen eruit haalt, terwijl het eigenlijk juist een heel belangrijk iets voor zo’n project. Maar daar zijn we gelukkig bij. Even het stukje Krommedijk. Wij willen in ieder geval, de plannen voor de Krommedijk moeten goed aansluiten op de Reeweg. En dat zeggen wij met name omdat er duidelijkheid moet komen over parkeren, ontsluiting en last but not least, een heikel punt is de verenigingsfusies. Want ons is ter ore gekomen dat er eigenlijk wel gesprekken gaande zijn bij verschillende verenigingen. En sommige verenigingen zijn niet op de hoogte en sommige verenigingen wel. Maar in ieder geval, het moet in de volgende fase wel uitgewerkt worden, want dat vinden wij echt heel belangrijk als het gaat om zo een grote investering. Wat voor ons heel belangrijk is, voor Beter voor Dordt, is participatie en draagvlak. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel.
De heer Van der Spoel: Ik ben nu toch wel nieuwsgierig om welke verenigingen dit dan gaat? De heer Katif: Hoe moet ik dat zeggen? De Startnotitie wordt niet zomaar geschreven. De Startnotitie wordt geschreven naar aanleiding van een aantal overleggen met verschillende verenigingen binnen, ik noem maar wat, de Krommedijk. Ik hoef u niet te zeggen dat FC Dordrecht, The Hawks en DFC zijn verenigingen die daar zitten, toch? En daar zijn de gesprekken mee gaande. En de ene vereniging zegt, ik weet daar niks van. Ga ik geen namen noemen. En de andere vereniging daar zijn gesprekken gaande. Ik zeg, betrek al die verenigingen tegelijkertijd, want dan haal je al die informatie die je graag zou willen. En dan kun je die notitie wat mij betreft gewoon … Dat geld, die 13 miljoen, mijnheer Oostenrijk, wat ons betreft kan dat. Het is 5,6 van de Krommedijk. Als je overlegt met mensen en die geven een fiattering van, wij vinden wel het klopt, dan kan het. Anders dan is die informatie ongelijk. En sommige verenigingen of 1 vereniging in ieder geval die zegt, daar worden wij niet in gekend, om het zo maar te zeggen. Dat baart ons een beetje zorgen, als het gaat om draagvlak als je straks de Krommedijk op een andere manier moet gaan aanpakken als project. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam De heer ‘t Lam: Ik kan u niet helemaal volgen, voorzitter.